Toekomstige CO2-concentraties

Gastblog van Guido van der Werf

.Met simpel doortrekken van de ontwikkelingen van de laatste 15 jaar komen we dicht in de buurt van het hoogste IPCC scenario wat CO2 uitstoot betreft, het zogenaamde RCP8.5 scenario.
.Onzekerheden in hoeverre het land en oceanen CO2 blijven opnemen zijn belangrijk en vormen een van de grote onzekerheden wat toekomstige klimaatverandering betreft.
.­­•Ongeveer een kwart van de forcering van het RCP8.5 scenario zit in niet-CO2 factoren waarin met name methaan een belangrijke rol speelt.
.­­•Zelfs als je deze niet-CO2 factoren buiten beschouwing laat kom je met lage waardes van klimaatgevoeligheid rond of boven de 2 graden opwarming in 2100 uit. Het meenemen van deze factoren of hogere klimaatgevoeligheden leveren uiteraard meer opwarming op, en vice versa.

Om toekomstige klimaatverandering te berekenen zijn grofweg 4 factoren van belang: klimaatgevoeligheid, de netto klimaatforcering, de benodigde tijd om een nieuw evenwicht te bereiken, en natuurlijke factoren. De klimaatgevoeligheid heeft de laatste weken veel aandacht gekregen, met name vanwege een rapport van Nic Lewis en Marcel Crok waar een lagere klimaatgevoeligheid uit kwam dan de 1.5-4.5 graden opwarming per CO2 verdubbeling van het laatste IPCC rapport.

Dit blogbericht gaat over de klimaatforcering en dan met name over de toekomstige uitstoot en atmosferische concentratie van CO2. Met behulp van 8 grafieken laat ik zien wat voor factoren belangrijk zijn en wat de toekomstige CO2 concentratie zou kunnen zijn bij ‘business as usual’, oftewel bij geen mitigatie. Naast CO2 zijn er uiteraard ook andere factoren van belang inclusief emissies van methaan (CH4) en lachgas (N2O) maar die laat ik hier grotendeels buiten beschouwing.
Lees verder

No Climategate but Mitigate

Hier en daar kan je beluisteren dat het laatste IPCC rapport toch wel heel veel de nadruk legt op adaptatie in plaats van op mitigatie (het reduceren van emissies). Zoals Broer Konijn al enigszins ironisch opmerkt is dat wellicht niet zó merkwaardig, want wat staat er ook weer boven de WG II website:

WGII_topbanner

‘Adaptation’, o ja. En waar gaat het volgende rapport, WG III, dan over?

WGIII_topbanner

‘Mitigation’, heel juist. De rapporten van het IPCC buitelen inmiddels ook als konijnen over elkaar heen, zo snel gaat het. Zondag 13 April is om 11:00u de persconferentie ‘live’ in Berlijn te bekijken waar het WG III rapport over mitigatie openbaar gemaakt gaat worden:

http://melivemedia.s3.amazonaws.com/init20140413/player.html

Daar zijn wel een aantal stappen aan vooraf gegaan, zoals:

AR5 WG III Timeline

Van 7 t/m 12 april is er vergaderd over de Final Draft van de Summary for Policymakers die in februari verspreid is naar de Expert Reviewers en Government Reviewers. De auteurs van de verschillende hoofdstukken stellen de SPM samen en de Government Reviewers kijken of het begrijpelijk, helder en consistent verwoord is, en… “policy relevant but not policy prescriptive”. Vanmiddag om 13:00 uur is de SPM goedgekeurd door de Plenaire vergadering van alle IPCC landen:

Lees verder

Kerry Emanuel over “staartrisico” en “alarmisme”

In een vorige blogpost maakten we hier al melding van “What We Know”, een rapport plus website van de American Association for the Advancement of Science (AAAS) met een glasheldere stellingname over klimaatverandering als gevolg van menselijke activiteiten. Natuurlijk brandde de kritiek uit welbekende hoek al snel los. Kerry Emanuel, een van de auteurs, reageerde op Climate Change National Forum op de voorspelbare kritiek van onder meer Judith Curry en Roger Pielke sr.

Emanuel licht toe waarom de AAAS het van belang vindt aandacht te besteden aan het “staartrisico”: het ene uiterste in de kansverdeling met een (relatief) kleine kans, maar grote gevolgen.

Om dit begrip, waar we allemaal regelmatig mee te maken hebben, te illustreren haalt hij het voorbeeld aan van een achtjarig kind dat een straat over wil steken en een volwassen omstander om hulp vraagt. Zou die omstander het kind moeten adviseren om maar gewoon naar de andere kant te lopen, als de kans op een aanrijding 1% is? De kans dat het kind ongeschonden de overkant haalt is dan immers 99%. Toch is het evident dat het een slecht advies zou zijn. De gevolgen van een aanrijding zijn immers zo groot dat we dat risico niet willen nemen, al is de kans maar 1%.

Een ander voorbeeld, dat veel Nederlanders aan zal spreken, is dat van de kustverdediging. Het zou zinloos zijn geweest de deltawerken aan te leggen, als ze ontworpen waren op een gemiddelde stormvloed. De bedoeling is nu juist dat ze ook onder extreme omstandigheden bescherming bieden. Maar omdat absolute veiligheid nooit te garanderen is, worden de ontwerpcriteria vastgesteld via een afweging die zich in het risicostaartje afspeelt. De uitkomst is dat we, even voorbijgaand aan de nodige details en mitsen en maren, in Nederland accepteren dat er een staartrisico overblijft dat varieert van eens per 2000 tot eens per 10.000 jaar.

Het is duidelijk dat de staartrisico’s een cruciale rol kunnen spelen in risicomanagement en risicobeleid. Om een goede afweging te kunnen maken moet daarom het volledige spectrum van risico’s (voor zover bekend) meegenomen worden. En dus moeten wetenschappers dat volledige beeld presenteren. Ook klimaatwetenschappers, zoals Richard Alley ruim een jaar geleden in een presentatie op Stanford University betoogde, aan de hand van een ander voorbeeld uit het verkeer. Lees verder

Is de academische wereld het zat?

Er waren de afgelopen weken opvallend veel gevallen waarin vanuit de wetenschappelijke wereld onvoorwaardelijk stelling werd genomen voor de klimaatwetenschap, of voor wetenschappers die het mikpunt waren van de anti-campagne.

De Amerikaanse en Britse Academies van Wetenschappen gaven samen een publicatie uit waarin ze, zoals ze in hun nieuwsbericht zeggen, uitleg geven over het heldere bewijs dat mensen verantwoordelijk zijn voor verandering van het klimaat. De opzet van de uitgave, 20 vragen met antwoorden aangevuld met een beschrijving van de wetenschappelijke basis, maakt volstrekt duidelijk dat de bekende, steeds weer terugkerende argumenten van zelfverklaarde sceptici allang achterhaald zijn door de inzichten van de serieuze wetenschap, voor zover ze al ooit iets met serieuze wetenschap te maken hebben gehad. De twee vooraanstaande academies geven hiermee een duidelijk signaal af, zeker in de Angelsaksische wereld, waar de anti-klimaatwetenschap meer voet aan de grond heeft dan hier, bijvoorbeeld door de steun die men krijgt van de invloedrijke Murdoch-media.

Niet lang daarna kwam de American Association for the Advancement of Science – ze noemen zichzelf ietwat pompeus “the world’s largest non-government general science membership organization” en zijn uitgever van Science – met “What We Know: een rapport dat wordt vergezeld door een uitgebreide website. De AAAS benoemt het grote verschil dat er is tussen de wetenschappelijke kennis en de publieke perceptie, en spreekt in het nieuwsbericht over dit initiatief over uitzonderlijk sterk bewijs dat het klimaat verandert. Men maakt geen geheim van de boodschap die men uit wil dragen. Die bestaat uit drie punten:

  • De klimaatwetenschap is het er over eens: het klimaat verandert hier en nu.
  • We nemen het risico het klimaat in de richting te sturen van plotselinge, onvoorspelbare en mogelijk onomkeerbare veranderingen, met mogelijk zeer schadelijke gevolgen.
  • Hoe eerder we ingrijpen, hoe lager het risico en de kosten. En we kunnen veel doen.

Lees verder

Open discussie voorjaar 2014

Kersenbloesem Hokkaido

Hier kunnen inhoudelijke discussies over klimaatwetenschap en klimaatverandering worden gevoerd of voortgezet, die niet direct betrekking hebben op een specifiek blogstuk. Bedenk s.v.p. dat het nog steeds primair over klimaatwetenschap en klimaatverandering dient te gaan.

Reminder: als je voelt dat je in herhaling dreigt te vallen in antwoord op de herhalingen van een mede-discussiant, dan is een “agree to disagree” wellicht het hoogst haalbare en dat is oké.

Dzjengis Khan en het klimaat

Het vergroten van het grondgebied van een land door middel van oorlog was 800 jaar geleden niet bepaald een abnormaliteit. De ware meesters daarin waren destijds de Mongolen. Gestart onder de leiding van Dzjengis Khan creëerden zij in een relatief korte tijd het grootste landimperium dat de mensheid tot nu toe heeft gekend. In het eerste kwart van de 13e eeuw veroverden de Mongolen meer grondgebied dan de Romeinen in 400 jaar.

Figuur 1. Een weergave van het Mongoolse rijk, uit de video van de Columbia University.

Interessant natuurlijk, maar wat heeft dat eigenlijk met het klimaat van doen? Lees verder

Satellietwaarnemingen van de polen

De verandering van het klimaat is vrijwel overal in de wereld wel op één of andere manier waar te nemen, maar de effecten zijn misschien wel het grootst in de cryosfeer. Wetenschappelijk onderzoek in het Noord- en het Zuidpoolgebied levert dan ook regelmatig interessante artikelen op (en dus ook stof voor ons blog). Satellietwaarnemingen zijn een belangrijke informatiebron voor deze onderzoeken. Dat blijkt weer eens uit drie recent verschenen artikelen.

Allereerst is er “Climate trends in the Arctic as observed from space” van Josefino Comiso en Dorothy Hall, dat zoveel informatie bevat, dat elke poging om het samen te vatten tot mislukken is gedoemd. Het artikel is open access, en het laat zien hoeveel er de afgelopen decennia is veranderd in Noordpoolgebied, en in welk schokkend tempo dat gaat. Zie bijvoorbeeld de afbeelding hieronder, met temperatuurgegevens.

Comiso_Hall_2014_Figure_2

Figuur 2 van Comiso en Hall, met: (a) trend van de oppervlaktetemperatuur in de periode augustus 1981 – november 2012; (b) vergelijking van de trend op wereldschaal (zwart) met die in het Noordpoolgebied (blauw en rood); (c) t/m (g) temperatuurverloop in diverse delen van het Noordpoolgebied

Lees verder