De sceptische top 10 of: waarom klimaatsceptici ongeloofwaardig zijn (1)

Gastblogger Hans Custers behandelt “De 10 redenen waarom er geen klimaatcatastrofe komt” van Climategate.nl

“1. Warme tijden zijn in het verleden altijd de betere geweest voor mens, dier en plant (Holocene Climate Optimum, Minoïsch Optimum, Romeins Optimum, Middeleeuws Optimum) en de koude fasen rampzalig (Kleine IJstijd 1350-1850)”

We beginnen meteen maar bij het onderwerp waarover discussies op blogs altijd oeverloos uit de hand lopen: paleoklimatologie. Ofwel: temperatuur­reconstructies, op basis van zogenaamde proxies zoals ijsboringen, sedimenten, boomringen, gletsjers en historische documenten. Al die proxies bij elkaar, en het zijn er inmiddels behoorlijk wat, leveren het beeld op van een wereld die nu warmer is dan hij in millennia is geweest. Veel sceptici bestrijden dit en daar kan ik me nog wel wat bij voorstellen. Bij historische onderzoeken die zo ver teruggaan in de tijd is het altijd een beetje behelpen: het vinden van aanwijzingen die informatie geven is al een hele klus en de interpretatie van die aanwijzingen is ook nooit eenvoudig. Elk type proxy heeft zo zijn eigenaardigheden en onzekerheden, wat tot een paradoxale situatie leidt: hoe meer informatie er is in de vorm van verschillende soorten proxies, hoe meer aangrijpingspunten er zijn voor kritiek. De realiteit is natuurlijk dat meer informatie meer zekerheid oplevert zolang alles min of meer dezelfde kant op wijst; ook als elke individuele proxy zijn onzekerheden heeft.

Er is één grote complicatie. De reconstructies plaatsen niet alleen het huidige klimaat in een historische context, ze laten ook zien dat kleine variaties in het klimaat niet zo uitzonderlijk zijn. En dat past dan weer uitstekend in het klimaatsceptische gedachtegoed. Dat zulke natuurlijke variaties voorkomen wordt overigens algemeen geaccepteerd, maar het hoeft allerminst te betekenen dat de huidige hoge temperaturen ook een natuurlijke oorzaak hebben. Een maatschappij zoals de onze, die op grote schaal fossiele brandstoffen gebruikt is nooit eerder voorgekomen; in dat opzicht gaat elke historische vergelijking mank.

Veel sceptici zitten dus in een nogal pijnlijke spagaat: ze willen de paleoklimatologie deels afwijzen en deels juist omarmen. De oplossing: selectief winkelen. Ze zoeken net zo lang tot ze reconstructies vinden die het gewenste beeld bevestigen: bijvoorbeeld omdat ze niet op mondiale maar lokale data zijn gebaseerd, omdat ze stoppen voor de opwarming van de laatste decennia, omdat die opwarming nauwelijks nog zichtbaar is omdat er gemiddelden over een lange periode zijn gebruikt, of omdat instrumentele metingen helemaal ontbreken. Selectief zoeken naar bevestiging van je mening is het tegenovergestelde van echte scepsis. Zelfverklaarde sceptici maken zich hiermee bijzonder ongeloofwaardig. En die pijnlijke spagaat; ik vraag me wel eens af of die de oorzaak is van de altijd weer hoog oplopende emoties als het over dit onderwerp gaat.

Of een warmer klimaat per definitie beter voor ons is is hoogst twijfelachtig. Vanuit ons West-Europese perspectief lijkt het misschien aangenamer, maar zouden, bijvoorbeeld, Afrika, India of Midden-Amerika er zoveel leefbaarder op worden? En was de 17e eeuw, middenin de Kleine IJstijd, niet onze Gouden Eeuw – met de VOC als eerste multinational en grondlegger van de aandelenhandel – én het begin van de Verlichting? Blijkbaar was het niet alleen maar rampspoed en ellende in de kou. Met een beetje overdrijving zou je ook kunnen zeggen dat de Kleine IJstijd de basis heeft gelegd voor onze moderne maatschappij. En is het niet algemeen bekend dat ingrijpende veranderingen altijd zorgen voor een afname van de biodiversiteit in ecosystemen, omdat sommige soorten zich beter en sneller aanpassen dan anderen? En, tenslotte, zou je, als je het over het effect van warmte op leven hebt, ook niet even moeten kijken naar micro-organismen, die over het algemeen wel van warmte houden en die niet altijd even vriendelijk voor ons zijn?

Over naar de kern van de zaak. Wij mensen hebben heel erg veel te danken aan een lange tijd met een vrij stabiel klimaat. Dankzij die stabiliteit konden we landbouwmethoden ontwikkelen, konden we ons op vaste plaatsen vestigen waardoor steden, havens en industriegebieden konden ontstaan en leerden we steeds beter om te gaan met lokale omstandigheden. Wie weet kunnen we ook prima leven in een klimaat van een aantal graden warmer. De weg ernaartoe is het probleem. Dat wordt onvermijdelijk een periode van instabiliteit, onvoorspelbaarheid en ingrijpende veranderingen.

Eén ding is absoluut zeker: een zo ingrijpend veranderende wereld met zoveel mensen, die zo’n hoge levensstandaard gewend zijn, die daarvoor afhankelijk zijn van zo’n complexe en vaak locatiegebonden infrastructuur, dat is nooit eerder voorgekomen. De risico’s van een veranderend klimaat voor deze wereld kunnen we maar beter niet onderschatten.

Uitermate onvolledige linklijst:

  1. Klimaatportaal over de historische ontwikkeling van het klimaat
  2. NOAA Paleoclimatology
  3. Surface Temperature Reconstrutions for the Last 2000 Years (National Research Council)
  4. 2500 Years of European Climate Variability and Human Susceptibility (Büntgen et al., 2011)
  5. Klimaat en biodiversiteit op het Engelstalige blog van Bart
About these ads

30 Reacties op “De sceptische top 10 of: waarom klimaatsceptici ongeloofwaardig zijn (1)

  1. Hans,

    Als leek vond ik je inleiding over paleoklimatologie erg helder. Naar aanleiding van de discussies over boomringen die ik ooit gelezen heb zag ik door de boom(ring)en het bos niet meer.

    Je schrijft:

    “De oplossing: selectief winkelen. ‘Ze’ zoeken net zo lang tot ze reconstructies vinden die het gewenste beeld bevestigen: bijvoorbeeld omdat ze niet op mondiale maar lokale data zijn gebaseerd,”

    Is dit ‘aan de andere kant’ ook niet gebeurd met bijvoorbeeld de befaamde hockeystick ? Nogmaals, dit is zonder oordeel te vellen over beide ‘kampen’.

    Verder schrijf je:

    “Dat wordt onvermijdelijk een periode van instabiliteit, onvoorspelbaarheid en ingrijpende veranderingen. De risico’s van een veranderend klimaat voor deze wereld kunnen we maar beter niet onderschatten”

    Zou het juist niet beter zijn om te focussen op het totale verhaal in samenhang (uitputting grondstoffen, milieuvervuling, klimaat, overbevolking, ontbossing, meer/minder landbouwgrond etc) en het uit de CO2klimaatdiscussie te halen?

    Want ik vraag met echt af of ‘geisoleerde’ CO2 maatregelen met hun specifieke effect (voor zover voorspelbaar en meetbaar in een onzekere setting) in samenhang kunnen worden bezien met het totale plaatje. Dat we in deze totale plaat bijvoorbeeld fossiele brandstoffen moeten afbouwen is een no-brainer. Daar is geen klimaatdiscussie voor nodig.

    Ik moet altijd denken aan die nederlandse ambtenaar die op de top van Kopenhagen op zijn laptop in excel nieuwe CO2 voorstellen ‘doorrekende’ naar graden meer/minder. De maakbaarheidsgedachte pur sang in een wereld die niet maakbaar is.

  2. Guus, er is geen enkel bewijs dat in MBH98 of MBH99 “geshopt” is naar proxies die het “gewenste” resultaat geven: een hockeystick.

    Overigens is een goed voorbeeld van het “shoppen” van de pseudoskeptici in de paleoclimatologische literatuur vrij aardig besproken op het volgende blog:
    http://itsnotnova.wordpress.com/2012/09/03/novas-warm-period/
    Let bijvoorbeeld op de enorme spreiding in de periode die “MWP” wordt genoemd.

  3. Beste Guus,

    Is dit ‘aan de andere kant’ ook niet gebeurd met bijvoorbeeld de befaamde hockeystick ?

    Zoals Marco al zegt: nee.

    De eerste multiproxy reconstructies van Mann, Bradley en Hughes uit ’98 en ’99 (de ‘hockeystick’) hadden juist als belangrijk voordeel dat er meerdere proxies en lokaties gebruikt werden en dat deze nu onderling gecorreleerd konden worden. Daardoor leverde het geen lokale temperatuurreconstructie op, maar eentje die een behoorlijk deel van het Noordelijk halfrond omspande.

    Temperatuurreconstructies vóór ’98 waren dikwijls lokatiegebonden, en gebaseerd op één proxy. MBH98 en ook Jones, Briffa, et al. 1998 combineerden meerdere locaties en proxies zoals sedimenten, ijskernen en koralen met de bekende boomringen. Mann heeft als eerste bepaalde mathematische technieken toegepast om tot een goede multiproxy reconstructie te komen (Principal Component Analysis).

    Was het helemaal perfect? Nou nee, maar dat zeiden MBH zélf al in hun volgende paper in ’99, zie de titel: “Northern Hemisphere temperatures during the past millennium: inferences, uncertainties, and limitations“.

    Mann, Bradley en Hughes kwamen daar tot een heel zorgvuldige foutschatting van hun eerdere reconstructies uit ’98, en die van Jones. Onder andere hebben zij de temperaturen na 1980 vervangen door instrumentele gegevens, omdat er een ‘divergentieprobleem’ is voor boomringen na 1980 of soms na 1960 (Briffa). In de publicatie staat dat met *koeieletters* aangegeven, en in de grafiek in IPCC 2001 (en de New York Times) met separate kleuren. MBH99 slaagde erin om de reconstructie óók van 1400 AD terug tot 1000 AD voort te zetten, na een uitgebreide analyse van het toen nog beperkte aantal boomring-proxies. Daar kwam een forse onzekerheidsmarge uit voort, en *die* werd nu juist uitgebreid in deze publicatie besproken.

    Kort gezegd:

    * dankzij multiproxy reconstructies á la Mann weten we nu juist over een véél groter gebied de gemiddelde temperatuur-trends, zodat we over ‘mondiale’ klimaatveranderingen kunnen spreken;

    * MBH98/99 was maar een begin, er is véél meer tegenwoordig.

    * tegenwoordig omspannen deze het gehele Noordelijk halfrond of soms van 20 graden Noorderbreedte tot aan het poolgebied. Over het Zuidelijk halfrond is wel iets minder bekend – en om voor de hand liggende redenen zijn temperatuurschommelingen daar wat trager (meer zee, minder landoppervlak).

  4. Guus,

    Nog even mijn opinie over:

    Want ik vraag met echt af of ‘geisoleerde’ CO2 maatregelen met hun specifieke effect (voor zover voorspelbaar en meetbaar in een onzekere setting) in samenhang kunnen worden bezien met het totale plaatje. Dat we in deze totale plaat bijvoorbeeld fossiele brandstoffen moeten afbouwen is een no-brainer. Daar is geen klimaatdiscussie voor nodig.

    Nee.

    ALS er geen effect door extra broeikasgassen zou zijn (CO2, methaan, etc.) zie ik geen dwingende reden om nu snel met fossiele brandstoffen te gaan stoppen. Er is ook andere ‘smeerboel’ maar die is door technische maatregelen wel te beteugelen – tegen een prijs. In principe is er nog voor honderden jaren aan steenkool (hoi Hans Verbeek), en als je teerzanden en schaliegas helemaal zou exploiteren voor > 100 jaar aan aardgas.

    Er zijn nog andere fossiele bronnen, zoals de methaanhydraten in zee die je in theorie ook zou kunnen gaan winnen, en tel je het allemaal op dan kunnen we zeker tot AD 2300 of zo lekker doorstoken. MAAR dan zit je vér boven de 1000 ppmv CO2 (er is genoeg winbare koolstof om de 2880 ppm te halen, en wellicht veel meer).

    Alleen: als we niet boven +2 °C willen gaan, kan er vanaf nu nog 500 Gton CO2 uitgestoten worden, dan is het ‘vol’.

    En 500 Gton is bij de huidige uitstoot van 38 Gton CO2 per jaar, nog 13 jaar.

    Vandaar die urgentie.

  5. Hans Custers

    @ Guus,

    In aanvulling op Marco en Bob. De sceptische “spin” begint al bij de suggestie dat het allemaal om “de hockeystick” draait. Dat wekt de suggestie dat de wetenschap zich op één artikel of één onderzoek zou baseren, terwijl er inmiddels tal van reconstructies zijn gemaakt. Die laten allemaal hetzelfde beeld zien – al zijn er wel verschillen in details – behalve dan het enkele plaatje waarin het blad van de stick is weggemoffeld.

    Volgens mij is de sceptische kritiek over het algemeen juist dat in reconstructies wel allen beschikbare gegevens worden gebruikt, inclusief instrumentele metingen. Dat zou niet eerlijk zijn, omdat die metingen alleen beschikbaar zijn over de afgelopen anderhalve eeuw. Onzin, natuurlijk, want waarom zou je de meest betrouwbare gegevens over die periode niet gebruiken? Daar zou je al een goede reden voor moeten hebben, en die is er niet.

    Overigens maakt de geschiedenis van al het gedoe over de hockeystick duidelijk wat het verschil is tussen een echte wetenschappelijke discussie en een tegen de wetenschap gerichte campagne. Zoals Bob liggen er verschillende wetenschappelijke artikelen aan de basis van de “oer-hockeystick”. De auteurs van die artikelen hebben destijds hun bevindingen ongetwijfeld ook op wetenschappelijke congressen gepresenteerd, en ze hebben ongetwijfeld pittige vragen van vakgenoten gekregen en stevige discussies gevoerd. De fanatieke hockeystick-bestrijders van nu, zoals McIntyre en McItrick, waren toen in geen velden of wegen te bekennen Die doken er pas in nadat de hockeystick in 2001 werd opgenomen in het IPCC rapport en door tal van media werd overgenomen, waardoor het plaatje een symbool leek te worden van de klimaatverandering.

    Tenslotte: een ambtenaar die op zijn laptopje het effect van afspraken doorrekent kan best nuttig zijn zolang hij en – dat vooral – de onderhandelaars die die informatie gebruiken maar beseffen dat het niet meer dan een indicatie is. Maar ik wil vooral nog eens benadrukken hoe belangrijk het is om onderscheid te maken tussen de wetenschappelijke en politieke discussies over klimaatverandering. Ik probeer me in deze reeks te beperken tot te wetenschappelijke kant. Ik realiseer me dat die laatste alinea op het randje is, maar volgens mij is het nog wel een realistische inschatting van de risico’s op basis van de wetenschap.

  6. Met de eerste stelling claimt Climategate dat een paar graadjes warmer goed is voor mens, dier en plantjes. Dus wat zeuren we eigenlijk? Ik denk dat het directe effect van die paar graadjes inderdaad wel te overzien is. Maar daar draait het niet om. Het gaat immers om de indirecte effecten van die paar graadjes: zeespiegelstijging, meer regen, elders juist droogte, toenemende kans op extreem weer, voedselproductie, etc. Oké, de omvang en ernst van die effecten staan flink ter discussie. Maar Hans heeft gelijk: het risico nú is heel wat groter dan tijdens vorige warmere periodes. Een Minoïsch gezinnetje kon toen beschikken over een achtertuin ter grootte van duizend voetbalvelden. Nu zitten we met z’n allen op een kluitje, bij voorkeur in laaggelegen kustgebieden en een kostbare infrastructuur. En dus vormt opwarming een probleem dat we niet achteloos onder het tapijt mogen schoffelen zoals Climategate dat graag zou willen. Maar tegelijkertijd moeten we er voor waken steeds het klimaat de schuld te geven als er iets mis is. Door de ontbossing van hellingen, het plaveien van stroomdalen, drooglegging en maaivelddaling, hebben we onze leefomgeving kwetsbaar gemaakt voor klimaatverandering. Dicht bij huis: hoe logisch is het om bij Gouda een VINEX-locatie te ontwikkelen in een polder die zes meter onder NAP ligt?

  7. Bert,

    Inderdaad, en het risico is dan vaak samengesteld uit een reeks van factoren/kansverdelingen: bodemdaling, grondwateronttrekking, grotere afvoer van rivieren, de toenemende clustering van bevolking in kust- en deltagebieden, zeespiegelstijging, verzilting en de andere factoren die jij noemt.

    De risicofactoren geïsoleerd bekijken is dan te kort door de bocht, stijgende temperaturen hebben gevolgen voor een aantal van die factoren. In welvarende landen denk je dan: vooral aanpassing, elders komt het soms neer op afwachten tot men wegspoelt.

    Ik denk wel dat er op deze ‘reden 1′ nog fundamentelere kritiek mogelijk is: zo zijn *alle* genoemde “warme tijden” inmiddels al véél tot ietsje kouder dan het nu is. En waar we naar op weg zijn – meerdere graden temperatuurstijging, wellicht mondiaal 4 á 6 graden bij volledige laissez-faire – ligt VER boven de genoemde perioden. Je moet dan terug naar het vroege Eoceen of Paleoceen. Dat was ver vóór het Kwartair, er was toen überhaupt geen landijs.

    Nog iets anders is dat ecologie en soortenrijkdom nu al piept en kraakt onder habitatvernietiging, overbevissing, etc. In een paar honderd jaar terug naar het Paleoceen, lijkt geen al te best idee.

    Voor alle duidelijkheid: we zitten nu 0,4 á 0,7 graden boven de ‘Medieval Warm Period’ en waarschijnlijk warmer dan het (mondiaal) gedurende het Holoceen ooit geweest is – and rising, fast. Als ik een beetje tijd heb post ik nog wel iets meer over die misleidende aannames die in ‘reden 1′ verwerkt zitten.

  8. Warmer weer ( of klimaat) bevalt ons wel in West Europa en
    een koude fase zou rampzalig zijn.
    Dat warmere weer hebben we al: temperatuur stijging in NL is 1.5oC. En merken we iets van?
    Kouder weer ( of klimaat) dat is niet best. Direct gevaar voor de landbouw. Niet prettig, behalve bij ijsspret.
    Dit zijn de eerste reacties die ik krijg van vrienden of kennissen bij een gesprek over klimaatverandering.

    Men realiseert zich dat het klimaat een stabiele toestand is en moet blijven.
    Dit is voor mij het signaal om de extra inwerking van CO2 te berde te brengen.

    Ik heb ook gezocht naar een recent artikel. Het is geworden:
    http://www.meteo.psu.edu/holocene/public_html/shared/articles/MannetalScience09.pdf
    “Global Signatures and Dynamical Origins of the Little Ice Age and Medieval Climate Anomaly” Mann et.al. 2009.

    Daar leer ik uit dat de variabiliteit voor 1850, naast zon en vulcanen, vooral veroorzaakt is door de oscillaties (over lange perioden) van de oceanen. De oceanen hebben altijd kunnen smijten met grote hoeveelheden energie van en naar de atmosfeer.

    En hoe werkt dat uit sinds 1850?
    Zie hiervoor het artikel “Causes of the Global warming Observed since the 19th century”, Ring et.al 2012.
    De onderzoekers richten zich op en breed publiek met een uitleg over de verschillende factoren. Ze gebruiken twee methodes op vier temperatuuranalyses. Het lezen waard.
    http://www.scirp.org/journal/PaperInformation.aspx?paperID=24283

  9. Ik wil de heren van Climategate niet wijzer maken dan ze al zijn. Maar toch wil ik dit even kwijt. De Minoïsche beschaving viel namelijk niet in een warme periode! Deze periode was namelijk gesitueerd tussen circa 3000 en 1500 BC. Volgens GISP2 was het toen relatief koud, vergelijkbaar met de Kleine IJstijd. De Minoïsche beschaving kwam waarschijnlijk tot een einde toen het vulkanische eiland Thera (Santorini) ontplofte en het centrum van de beschaving – het eiland Kreta – vernietigde door een tsunami en een dikke laag vulkanisch as. Daarna volgde een warmere periode (GISP2) tussen 1500 en 1100 BC. Die staat bekend als de Helladische/Myceense beschaving met de omgeving van Korinthe als middelpunt. Ik stel dan ook voor dat Climatetgate in het vervolg het begrip ‘Myceense Warme Periode’ hanteert.

  10. PS. Ik bedoel niet dat het gehele eiland Kreta werd vernietigd, maar het centrum van de beschaving aan de noordkust van dat eiland.

  11. @Bert Amesz: waarom gebruik je een temperatuurreconstructie van een Groenlandse ijskern voor een lokatie in het zuiden van Europa? De huidige opwarming is, ondanks de polar amplification, behoorlijk homogeen. Dit in tegenstelling tot klimaatveranderingen in het verre verleden. Het is ook om die reden niet juist om een temperatuurproxy te kiezen van een andere lokatie dan van die je onderzoekt.

  12. Ik lees n.a.v. van wat Bert zei, iets over het onderzoek van de geoloog Floyd McCoy naar de ondergang van de Minoïsche cultuur (die het knap lang heeft uitgehouden, 3300 – 1450 voor Chr.):

    specialpapers.gsapubs.org/content/345/43.full.pdf

    http://books.google.nl/books?id=9CRV7JDhW0sC&pg=PA43&lpg=PA43&dq=floyd+mccoy+thera&source=bl&ots=_izrFOXW3l&sig=3fCTZRUAXux9I3P4a7FgXQQcUmc&hl=nl&sa=X&ei=lfbJUNHMAoqU0QX_yYDgDQ&ved=0CC4Q6AEwAA#v=onepage&q=floyd%20mccoy%20thera&f=false

    De eruptie was 1628 v. Chr. maar daarna is het niets meer geworden. Volgens McCoy door de vernielingen als gevolg van de vloedgolf (schepen en havens), mislukte oogsten door as en zwavel van de vulkaanuitbarsting en het gebrek aan vertrouwen bij de Minoïers. Daarna is Kreta overgenomen door de Myceense beschaving.

    De eruptie op Thera/Santorini schijnt wereldwijd gevolgen voor het klimaat te hebben gehad, een aardig voorbeeld van een klimaatramp – misschien had men het inderdaad beter niet als voorbeeld in bovenstaand lijstje kunnen plaatsen… ;)

  13. dank voor de reacties. Hans schreef:

    “:Maar ik wil vooral nog eens benadrukken hoe belangrijk het is om onderscheid te maken tussen de wetenschappelijke en politieke discussies over klimaatverandering. Ik probeer me in deze reeks te beperken tot te wetenschappelijke kant. Ik realiseer me dat die laatste alinea op het randje is, maar volgens mij is het nog wel een realistische inschatting van de risico’s op basis van de wetenschap.”

    Ik denk dat dat heel moeilijk is, omdat wetenschappelijke conclusies worden gebruikt om politieke maatregelen of voorstellen te onderbouwen.

    De media gaan er mee aan de haal. Berichtgeving over naderende rampspoed kan leiden tot ‘moeheid’ bij publiek, maar ook tot een nieuw belangencircus. Met ook hier de verleiding van de wetenschap dit weer te voeden. Aan de andere kant zijn er weer de jokers die op menig blog menen dat de mens geen invloed heeft op de klimaat.

    Ik geloof dat er veel integere klimaatwetenschappers die – binnen hun mogelijkheden – een juiste inschatting hebben gemaakt over de mogelijke scenario’s en de ernstige risico’s van klimaatverandering. Als leek kan ik alleen maar aansluiten bij hetgeen de klimaatwetenschap zegt. Maar dat is het dan ook.

    Alles wat echter hierna komt is ‘vervuild':
    – het ‘marginaliseren’ en zwartmaken’ (aan beide, extremere, ‘kanten’)
    – het debat over maatregelen
    – het door elkaar lopen van een mix aan argumenten/stellingen die vaak zijn terug te voeren op een politieke opvatting

    Hoezeer ik ook probeer mezelf ‘neutraal’ op te stellen, ook ik wordt gevoed door mijn afkeer van de maakbaarheidsdenkers, groene drammers en paniekberichten. Wat je dus weer geneigd maakt te sympathiseren met sceptici! Die goed beschouwd wel een paar puntjes hebben, maar dat is het dan ook…

    Omdat dit blog een meer wetenschappelijke insteek heeft , zie je ook dat de toon dus ook beschaafder is. Maar de politiek houd je denk niet buiten de deur.

    [Deze reactie is in het spamfilter beland en dat is enige tijd onopgemerkt gebleven. Exuses, Guus]

  14. Jos Hagelaars

    Als je zoekt op die Minoïsche warme periode krijg je veel klimaatsceptische sites, die op grond van bijv. de GISP2 data die periode ergens tussen 3500 en 3000 BP leggen, oftewel circa 1500-1000 BC.
    Zie bijv. deze grafiek van Humlum op Climate4You.

    Die ‘warme periode’ op Groenland viel dan ongeveer samen met het einde van de Minoïsche beschaving. Een bewijs dat mensen in deze ‘warme periode’ slechter af waren? Nee natuurlijk, net zo min als dat de tegengestelde bewering van ClimateGate op enig bewijs is gebaseerd.
    Het lijkt mij volstrekte onzin om in het algemeen te beweren dat mensen beter/slechter af waren in een bepaalde periode op grond van niet meer dan een temperatuursreconstructie van Groenland. Net zo goed als dat het onzin is om te beweren dat de kleine ijstijd een rampzalige periode was, een periode waarin de wereldbevolking fors is gegroeid.

    PS, voor het juiste verhaal omtrent de grafiek van Humlum zie:
    http://www.skepticalscience.com/crux-of-a-core3.html

  15. @ Jos Hagelaars en Bob Brand

    Die ‘Minoan Warm’ zingt inderdaad rond op sceptische sites. Maar volgens mij hebben ze dat mis. Het zou ‘Mycenean Warm’ moeten zijn. Het zit hem in de tijdschaal die je hanteert. Indien we ‘years before present’ (BP) gebruiken, is de chronologie der dingen als volgt:
    1. Minoïsch: tussen 5500 BP en 3500 BP. Het centrum van deze ‘Cycladische beschaving’ lag aan de noordkust van Kreta. Als je GISP2 als indicator neemt (@ majava: je hebt gelijk, dat mag niet zomaar), dan is dat niet echt een warme periode;
    2. De uitbarsting van Thera, zo’n 120 km noord van Kreta, was grofweg 3600 BP. Die betekende het einde van het Minoïsch tijdperk. Lees ook wat Bob daarover schrijft. De eruptie van Thera was mogelijk VEI-klasse 7, de op een na hoogste klasse;
    3. Het centrum van de Cycladische cultuur verlegde zich vervolgens naar Mycene, in het noordoosten van de Peloponnesos. Het Myceense hoogtepunt was van ongeveer 3400 BP tot 3100 BP. En die periode startte (op Groenland althans) relatief warm.

    Ik weet niet of Humlum het (foutieve) begrip ‘Minoan Warm’ lanceerde. Feit is wel dat het klakkeloos wordt overgenomen in de sceptische wereld.

    Jos geeft aan dat Humlum’s grafiek niet compleet is. Dat klopt. Kobashi et al 2011 hebben GISP2 nu ‘doorgetrokken’ tot 2010. Op het eerste gezicht wijkt het resultaat af van de presentatie in Skeptical Science. Lijkt me een aardig punt voor het vervolg van deze discussie.

    Hier de paper van Kobashi:

    http://icebubbles.ucsd.edu/Publications/Kobashi_2011_GRL.pdf

  16. Hi Bert,

    Een favoriete kreet van pseudosceptici is: ‘Correlation does not imply causation!

    Nou, daar mogen degenen die de top-10 verzonnen hebben (en Humlum met z’n grafiekje) wel eens nota van nemen. Op zoek gaan naar deze ‘warme’ perioden in GISP2 is al een vorm van ‘cherrypicking’, want op lagere breedtegraden is er maar weinig variabiliteit gedurende het Holoceen – wél een ruwweg licht dalende trend sinds het Holocene Climatic Optimum van ca. 8000 tot 5000 jaar geleden:

    http://www.globalwarmingart.com/wiki/File:Holocene_Temperature_Variations_Rev_png

    Dat is natuurlijk goed verklaarbaar: de geleidelijk afnemende insolatie rond 65° NB als gevolg van de Milankovic cycli – de ‘pacemaker of the Ice Ages’. Alle interglacialen vertonen een dergelijk verloop, na de temperatuurpiek gelijk bij aanvang van dat interglaciaal. Overigens lijkt ons Holoceen qua (Milankovic) baanparameters héél sterk op het interglaciaal van 400.000 jaar geleden, en veel minder op het Eemien, het vorige interglaciaal van 110.000 jaar geleden (zie Berger en Loutres van de universiteit van Leuven).

    Vervolgens zoekt Humlum bij die (bovenop Groenland) iets warmere periodes een ergens toevallig bloeiende cultuur uit, en hopla, dan is die warmte dus de oorzaak?

    Zodra ik wat tijd heb, kijk ik graag even naar het paper van Kobashi. :)

  17. Bert, Kobashi et al. wijkt niet af van de grafiek op SkepticalScience. Daar wordt gesteld “The Greenland temperature anomaly for 2010 is 3C above 1855 but the average for the past decade has been 2C above 1855″. Dat klopt precies met Figuur 1 van Kobashi et al. De “present temperature” in dat artikel is het gemiddelde van 2001-2010.

  18. @ Marco

    Hallo Marco, nu ben jij aan het cherrypicken. Skeptikal Science pikt er één singuliere waarde uit voor 2010, terwijl Kobashi zijn verhaal doet op basis van 10-jarige gemiddelden. Appels en peren, dus. Kobashi komt op een gemiddelde van -29,9 °C voor 2001-2010. Dat is hoger dan de MWP, maar lager dan RWP en de hierboven opnieuw gedefinieerde ‘‘Mycenean Warm’. Hier (Fig 6) de data van de summit station:

    http://www.dmi.dk/dmi/tr10-09.pdf

    Dan zie je dat de luchttemperatuur jaarlijks op en neer jokert tussen ongeveer 0 en min 50. Het is dan niet correct om er één – kennelijke – uitschieter uit te halen.

  19. Jos Hagelaars

    @Bert Amesz

    Ik weet niet wie dat begrip Minoan Warm Period verzonnen heeft, maar ik denk niet dat het Humlum geweest is.

    Dat SkS er zomaar één uitschieter uitgepikt zou hebben voor 2010 is geheel onjuist.
    Het SkS artikel dateert van 1 april 2011, terwijl het Kobashi artikel dateert van augustus 2011. SkS had dus voor dat Humlum artikel geen beschikking over de Kobashi data en gebruikte gegevens die Jason Box (co-auteur van Kobashi !) op zijn site had staan.
    Zie hier: http://www.meltfactor.org/blog/?p=294

    Uit die grafiek heeft men afgelezen wat de temperaturen voor Groenland waren voor het vorige decennium en wat de temperatuur over 2010 was. Dit is terug te zien in de grafiek op SkS, het blauwe rondje in figuur 2 en het plusje bij 2010.
    Vergelijk je dat nu met Kobashi figuur 1, zie je het blauwe rondje op SkS iets te hoog ligt, net boven die genoemde -29.9 °C. De temperatuur voor 2010 wordt in Kobashi een stuk hoger gegeven dan die -29.9, als ik goed tel op ~-27.3 °C. Dat punt heeft men bij SkS destijds ongeveer een graad te laag ingetekend.

  20. Bert, het lijkt me dat je het stuk op skepticalscience met nogal gekleurde bril hebt gelezen. Ben benieuwd of Jos’ verdere commentaar je van gedachte kan veranderen…

  21. @ Bob, Majava, Marco

    Ik hou het voorlopig even bij Kobashi. Maar nu een ander punt dat door o.a. Bob en majava naar voren is gebracht: wat is de relatie tussen GISP2 en de rest van de wereld? Dan valt me op dat in de grafiek van Humlum (en SkS) op de rechteras de mondiale temperatuuranomalie staat aangegeven. Die zou dan 50% bedragen van de GISP2-anomalie. Hebben jullie enig idee waar dat vandaan komt? Heeft dat te maken met de ‘Arctic Amplification’? Of zit daar meer achter?

    Nog even richting stelling 1: hun ‘Minoam Warm’ valt volgens Kobashi (Fig 3) samen met de ‘Bronze Age Cold Epoch’. Maar ja, een half graadje koeler viel op Kreta misschien wel in de smaak…

  22. Bert, voor zover ik de legenda begrijp (en de tekst) heeft Humlum die data toegevoegd mbv de HADCRUT3 dataset. Het verschil zou de arctic amplification kunnen zijn, maar er zijn nog een paar issues: HADCRUT3 had een relatief slechte arctische coverage, en HADCRUT is land+oceaan. Correctie daarvoor maakt het verschil al wat kleiner (maar nog niet precies hetzelfde).

  23. Jos Hagelaars

    @Bert Amesz

    “Ik hou het voorlopig even bij Kobashi.”
    Goed onderzoek, maar dat doet helemaal niets af aan het feit dat deze data, samen met de GISP2 data, laten zien dat op Groenland de temperatuur na de laatste ijstijd snel is gestegen tot circa zo’n 8000-10000 jaar geleden en daarna langzaam is gaan dalen. Enkele trends in °C/eeuw:
    GISP2 8000 – 95BP : -0.02
    GISP2 4000 BP – 95BP : -0.05
    Kobashi 2000 BC – 1855 AD : -0.04
    Kobashi laat verder zien dat de temperatuur op Groenland inmiddels gelijk is aan die piek rond de jaren 1940 en dat de T van 2010 daar weer een fors eind boven ligt.
    De afkoelende trend die je bijv. ook ziet in Kaufman 2009, is eind 19e eeuw omgebogen in een forse opwarming: http://www.arcus.org/synthesis2k/synthesis/index.php
    Het is wel duidelijk wie dat veroorzaakt heeft.

    “..wat is de relatie tussen GISP2 en de rest van de wereld”
    Zoals eerder gezegd, ik denk niet dat je simpelweg de GISP2 data van een bepaald tijdperk kunt extrapoleren naar de gehele wereld. Een mooi voorbeeld geeft de reconstructie van Mann 2009
    http://www.meteo.psu.edu/holocene/public_html/shared/articles/MannetalScience09.pdf
    Zie hun figuur 2. Tijdens het MWP was het blijkbaar op Groenland, het Arctische gebied en delen van Noord Amerika beduidend warmer dan in de rest van de wereld.

    “Die zou dan 50% bedragen van de GISP2-anomalie. Hebben jullie enig idee waar dat vandaan komt?”
    Zie de reactie van Marco, ik zou niet teveel conclusies trekken uit die verzinsels van Humlum als ik jou was.

  24. Hans Custers

    Bert,

    Je houdt het voorlopig bij Kobashi, zeg je. Het is me niet helemaal duidelijk wat je daarmee bedoelt. Vind je dit onderzoek de meest betrouwbare reconstructie van de temperatuur op Groenland? Of beschouw je het als een goede indicatie van het klimaat wereldwijd? Omdat je verbanden legt tussen deze ene reconstructie en gebeurtenissen in een heel ander deel van de wereld, lijkt dat laatste het geval. Daarmee wek je de indruk dat je precies doet wat ik in mijn blogpost beschrijf: dat ene onderzoek dat het door jou gewenste beeld laat zien kritiekloos voor waar aannemen, en alle onderzoeken die de andere kant op wijzen gedetailleerd doorvlooien op onzekerheden, onduidelijkheden en alle andere zaken waar je kritiek op zou kunnen hebben.

  25. Beste Hans,

    M.b.t. ‘ik hou het bij Kubashi’ bedoel ik zijn methode om met 10-jarige gemiddelden te werken en de uitschieter in 2010 even te laten voor wat die is. Uiteraard weet ik dat het uitsluitend over Groenland gaat! Of het de meest betrouwbare reconstructie is, weet ik niet.

    Ik leg geen relatie met de rest van de wereld. Ik wees er juist op dat Humlum (en impliciet SkS?) dat wel deden in de grafiekjes. Vandaar mijn vraag waarop Marco (dank) antwoord op heeft gegeven.

  26. Jos Hagelaars

    @Bert Amesz

    Heb je het artikel van SkS eigenlijk wel gelezen? Wat staat daar namelijk:
    “What caught my eye was that Dr. Humlum makes the same mistake that everyone else seems to make. They append the modern instrumental record on the end of the GISP2 data to suggest that current warming is nothing out of the ordinary. But as I’ve previously pointed out in Crux of a Core Part 1 and Part 2 this is in error.”
    In deel 1 kun je het volgende lezen:
    “Each misrepresentation misses the very basic point that an ice core – any ice core or any other proxy – is a local record of temperature.”
    Ik kan je die delen 1 en 2 eveneens aanraden.
    Het vergelijken van GISP2 met de Kobashi gegevens is natuurlijk heel wat anders, het gaat in beide gevallen over Groenland. Als je de GISP2 data vergelijkt met Kobashi zie je dat er grote overeenkomsten zijn, een beetje googlen en dan kun je ze zelf allemaal in Excel vergelijken.
    De temperatuur van 2010 is inderdaad geen gemiddelde over een decennium maar het staat wel degelijk overduidelijk ingetekend in figuur 1 van het Kobashi artikel.

    We zijn hier op gekomen vanwege de Minoan Warm Period om duidelijk te krijgen welke periode men eigenlijk bedoelde. Wat hier eerder gezegd is en wat SkS eveneens zegt is dat je niet moet denken dat je uit de temperatuursreconstructies van Groenland een valide conclusie kunt trekken over de gemiddelde temperatuur in de rest van de wereld.
    De stelling van ClimateGate dat die periode een warme periode was voor de gehele wereld, is bijzonder onzeker en het tweede gedeelte, dat die periode voor mensen beter was, is niet meer dan duimzuigerij.

  27. Rinus van Wallenburg

    Kan wetenschappelijk worden aangetoond, dat warmere perioden in het verleden beter waren dan koude? Voor het antwoord op die vraag zijn twee soorten gegevens nodig:
    1. Gegevens over het temperatuurverloop. Dank zij de temperatuurreconstructies met behulp van proxies is daarover voor een toenemend aantal perioden en gebieden voldoende bekend. Weliswaar niet perfect maar bruikbaar.
    2. Gegevens over het welbevinden van mensen, economisch en wat gezondheid betreft. Daarvoor moet gewerkt worden met wat er over verzameld is door historici en betrekking heeft op langdurige warme of koude perioden. Gegevens over onder meer oogsten en prijzen en ook hoe mensen zich aanpasten en hoe ze de temperatuurverandering ervoeren.
    Een van de weinige publicaties (voor zover mij bekend), waarin klimaatdeskundigen en historici samenwerkten, is het in 1981 verschenen boek “Climate and History”, auteurs Wigley, Ingram en Farmers. Het is een samenvatting van een in 1979 gehouden conferentie met dezelfde naam door de Universiteit van East Anglia op initiatief van Hubert H. Lamb, stichter en eerste directeur van CRU. De belangrijkste conclusie is, dat de meeste historici weinig aandacht hebben besteed aan klimaat en dat dit begrijpelijk is, omdat de temperatuurveranderingen klein waren. Voor zover het wel gebeurde, was het in de meeste beschrijvingen incidenteel en niet systematisch. Een grote complicatie is, dat er naast temperatuurmutaties ook allerlei andere veranderingen waren en dat het moeilijk is de verschillende invloeden te isoleren.
    Een voorbeeld daarvan: Veel aandacht is er voor verschillen tussen de Middeleeuwse Warme Periode (MWP) en de Kleine IJstijd (KIJ). Er zijn veel indicatoren, dat welvaart en welzijn in West-Europa in de KIJ aanzienlijk groter waren dan in de MWP. Is dat een bewijs, dat de stelling van de sceptici onjuist is? Allerminst. Er was aanzienlijke vooruitgang door nieuwe technologie, betere landbouwmethoden en aanvoer uit gebieden, die tijdens de MWP nog onbereikbaar of onbekend waren.
    Een verdere complicatie is, dat bij het selecteren van historische gegevens onderscheid moet worden gemaakt tussen tijdelijk extreem weer en klimaatverandering. Het verloop van de geschiedenis kan tijdelijk beïnvloed worden door natte of droge jaren. In de Middeleeuwen stond ook wegens gebrekkige vervoersmogelijkheden twee jaar van misoogsten dikwijls gelijk met hongersnood. Recentere voorbeelden van ingrijpende weersinvloeden zonder dat de term klimaatverandering op zijn plaats is: a) de dust bowl in de VS 1934-1936 b) de vroeg invallende en strenge winter van 1941-1942, die volgens enkele historici er voor zorgde, dat Duitsland de Sovjet-Unie niet heeft verslagen.
    Conclusie: Het is niet wetenschappelijk te bewijzen, dat de stelling onjuist is, het is evenmin te bewijzen, dat de stelling juist is. We hebben te weinig gegevens. De match tussen klimaatgegevens en gegevens uit de mensenhistorie kan niet worden gemaakt.
    In de door Hans Custers bij dit onderwerp vermelde literatuur is een artikel van Büntgen cs. Daarin wordt moedig getracht uit aangroei en kap van bossen af te leiden, of welvaartsveranderingen samenhingen met temperatuurveranderingen. Kap betekent meer bouwactiviteit en/of bevolkingsgroei. Het tekort aan gegevens uit de mensenhistorie wordt zo omzeild. Een van de conclusies: “Comparison of climate variability and human history however, prohibits any simple causal determination.”
    We kunnen de vraagstelling veranderen: Is toekomstige temperatuurstijging goed voor ons? We kijken dus niet meer naar het verleden maar naar de toekomst. Toen Arrhenius in 1896 als eerste voorspelde, dat fossiele uitstoot tot opwarming zou leiden, vond hij dat voor Zweden een gunstige ontwikkeling. En een publieksreactie in Nederland is nogal eens: Warmer, lekker toch. Een associatie met blauwe luchten en zon. De werkelijkheid is anders: Door de temperatuurstijging is de regenval in zomer en herfst significant toegenomen. Nattere zomers dan vroeger beginnen in recente jaren in Nederland normaal te worden. En voor wie in de tropen woont, is temperatuurstijging een verschrikking.
    Belangrijker is wat de gevolgen zijn voor de landbouwproductie. In het VN-rapport “Climate change and agricultural vulnerability ” van 2002 wordt op basis van klimaatscenario’s van IPCC gesteld, dat in Noord-Amerika het landbouwpotentieel met 40% zal toenemen, in Noord-Europa met 16%, in Rusland met 64% en in Oost-Azië en Japan met 10%. Daartegenover staat, dat in subtropische en tropische gebieden de productiemogelijkheden sterk worden beperkt. Het waterrapport van IPCC van 2008 stelt, dat bij een stijging van de temperatuur met meer dan 1,5 C ook op hogere breedten landbouwproblemen ontstaan door watergebrek wegens toegenomen verdamping.
    Conclusie: “Temperatuurstijging is goed ” is waarschijnlijk een correcte uitspraak voor een kleine stijging in gebieden op hogere breedte . De bewering is altijd onjuist voor subtropsche en tropische gebieden en is vermoedelijk onjuist voor alle gebieden bij een temperatuurstijging van naar schatting meer dan 1,5 tot 2 C.

  28. Jos Hagelaars

    Inderdaad Rinus! Ik onderschrijf je conclusie, een verdere temperatuurstijging zal winnaars/verliezers opleveren en zeer vermoedelijk meer van die laatste categorie. Een groot deel van het probleem is natuurlijk dat we nu met 7 miljard zijn en onze infrastructuur ietwat meer voorstelt dan de tenten en hutten van langer geleden. Neemt niet weg dat lokale klimaatveranderingen in het verleden een invloed hebben gehad op culturen, als voorbeeld: http://www.climategeology.ethz.ch/publications/2012_Kennett_et_al.pdf

    Als ik wat verder nadenk over die stelling van ClimateGate geldt niet alleen dat deze nergens op gebaseerd is, maar tevens dat men bij ClimateGate de toekomst uiterst somber inziet. Immers veel sceptici, zoals Vahrenholt met zijn Kalte Sonne, denken dat het kouder gaat worden en stelling 8 van ClimateGate zegt hetzelfde. We gaan een nieuw Maunder Minimum tegemoet, de temperaturen krijgen weer LIA-achtige proporties en juist die tijd duidt men aan met het woord rampzalig.
    Hoe moet je dit noemen, zijn het nu alarmistische sceptici?

  29. De publicatie van Kennet et al. die Jos hierboven aanhaalt, laat fraai zien dat naast temperaturen, vooral ook neerslag en de variabiliteit van die neerslag een grote invloed heeft gehad op culturen. De rode draad is daar eerder dat men qua landbouw en bewoning geleerd heeft om te gaan met de ‘status quo‘: de gewassen zijn daarop gekozen net zoals zaai- en oogstschema’s en de maatregelen voor bevloeiing etc.

    Het is dan niet zo dat ‘warmer’ of ‘kouder’ op zich zoveel beter of slechter is: elke substantiële verandering is een risico. Qua landbouw zijn langdurige en meer frequente droogtes een groot risico – en intensivering van de watercyclus betekent dat het in gebieden waar het nu al droog is, vooral droger gaat worden terwijl in gebieden met een neerslagoverschot (zoals in Nederland) dan meer neerslag gaat vallen.

    De ‘dry zones’ rond de de Middellandse zee worden droger en verplaatsen zich ook geleidelijk meer noordwaarts, een ontwikkeling waarbij je niet alleen met een ‘ist’ vs. ‘soll’ situatie te maken hebt maar met voortdurende verandering:

    http://www.nrc.nl/klimaat/2012/09/10/droogte-is-de-lont-in-een-kruitvat-van-wanbeleid/

  30. Hans Custers

    Antwoord aan Guus wiens reactie een tijd onopgemerkt in het spamfilter heeft gezeten.

    Als ik het heb over onderscheid maken tussen de wetenschappelijke in de politiieke discussie bedoel ik dit:
    – Een wetenschappelijke discussie wordt gevoerd in wetenschappelijke tijdschriften en op wetenschappelijke congressen, door mensen die de complexe materie begrijpen en er (meestal) dagelijks en professioneel mee bezig zijn. Politiek hoort in deze discussie niet thuis. De klimaatsceptische campagne tegen de wetenschap is overduidelijk politiek gemotiveerd en niet wetenschappelijk. De discussie die sceptici voeren is dan ook geen wetenschappelijke discussie, hoe graag die sceptici dan ook het tegendeel beweren.
    – In een politieke discussie kunnen – of beter: horen – alle relevante aspecten een rol te spelen: persoonlijke belangen en voorkeuren, economische belangen, de wetenschap en wat er verder maar toe doet. Dat in een politieke discussie over zo’n beladen onderwerp de emoties wel eens hoog oplopen vind ik niet zo erg, dat er wel eens een keer iemand over de schreef gaat vind ik ook niet zo’n punt. Maar stelselmatige aanvallen op een wetenschappelijke discipline gaan me te ver.

    Het doel van deze serie is laten zien waarom ik die aanvallen ongeloofwaardig vind. De wetenschap is de basis voor een politieke afweging. Welke afweging je maakt is een andere zaak. Maar ik heb weinig vertrouwen in de afweging van degenen wiens politieke ideeën zo duidelijk invloed hebben hun opvattingen over wetenschap.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s