The Madhouse Effect

Voor iedereen die zich wel eens in de klimaatwetenschap en de discussies daarover heeft verdiept, zal Michael Mann geen onbekende zijn. Mocht je nieuw zijn in de klimaatdiscussie: Michael Mann is professor in de atmosferische wetenschappen aan de Pennsylvania State University, heeft vele klimaatwetenschappelijke artikelen gepubliceerd en is medeoprichter van de website RealClimate. Mann heeft in de jaren voor de eeuwwisseling samen met collega’s enkele baanbrekende artikelen over temperatuurreconstructies gebaseerd op onder andere boomringen gepubliceerd. Baanbrekend, niet alleen omdat ze de een van de eersten waren die zich hiermee bezighielden, maar ook omdat hun onderzoek al duidelijk liet zien dat de recente opwarming uniek was voor de laatste millennia. De hockeystick-grafiek werd in 2001 gebruikt in het derde IPCC rapport en werd een soort symbool voor de klimaatopwarming. Hierdoor kreeg Mann te maken met ongelooflijke haat- en lastercampagne die tot op de dag van vandaag voortduurt. Duidelijke beelden over de invloed van de mens op het huidige klimaat zijn bij het ontkennersgilde niet gewenst, die moeten blijkbaar met alle mogelijke middelen bestreden worden. Voor de geïnteresseerde, Mann heeft deze strijd beschreven in een boek “The hockey stick and the climate wars”.

Twee jaar geleden heeft Michael Mann de krachten gebundeld met Tom Toles, een cartoonist die in 1990 de Pulitzer Price heeft gewonnen. Een bekende tekening van Toles over false balance hebben we hier al eens gebruikt, bijv. in het blogstuk “Wordt de klimaatwetenschap goed weergegeven in de media?”.
Mann en Toles hebben samen het boek “The Madhouse Effect” geschreven. De vele fraaie en grappige tekeningen van Tom Toles maken het boek erg speciaal en geven het daarmee een unieke plek tussen andere boeken over dit onderwerp. “The Madhouse Effect” heeft de interessante subtitel “How Climate Change Denial Is Threatening Our Planet, Destroying Our Politics, and Driving Us Crazy”. Inderdaad, discussies met leden van het ontkennersgilde zijn niet altijd goed voor je mentale gezondheid. Inmiddels is van “The Madhouse Effect” een paperbackversie verschenen met daarin een extra hoofdstuk over Trump, de Denier-In-Chief. Ik had het boek nog niet gelezen, derhalve was dit een mooie gelegenheid dat alsnog te doen en er hier iets over te schrijven.
Lees verder

Advertenties

Opverende zeebodem bij West-Antarctica zorgt mogelijk voor een stabielere ijskap

De Amundsenzee. Bron: Polargeo/Wikipedia

Het houdt maar niet op met interessante nieuwe artikelen over Antarctica. Of, om specifiek te zijn: over West-Antarctica. Nog maar enkele weken geleden schreven we hier over drie artikelen in Nature, en dat stuk stond amper een paar dagen op het blog toen er alweer een nieuw onderzoek verscheen in Science. Het zou deze keer wel eens goed nieuws kunnen zijn. Volgens dit onderzoek veert de bodem van de Amundsenzee, voor de kust van West-Antarctica snel op als de druk er op afneemt door zich terugtrekkende mariene gletsjers. Het effect hiervan is dat de gletsjer minder snel gaat stromen. Door de lagere stroomsnelheid wordt de kans dat de zich terugtrekkende gletsjers van West-Antarctica instabiel worden kleiner. Heel misschien gaan ze na verloop van niet al te veel tijd zelfs weer groeien, als we de verdere opwarming van het klimaat tenminste weten te beperken. Er zit wel een andere kant aan het verhaal: West-Antarctica zou 10% meer ijs verloren kunnen hebben dan tot dusver werd aangenomen.

Het fenomeen waar het hier allemaal om draait heet postglaciale opheffing. Het artikel van Kingslake et al. uit Nature van vorige maand ging ook over dit fenomeen. Maar waar Kingslake et al. dit fenomeen beschouwden in het verleden en op een tijdschaal van millennia, gaat het in het Science-artikel van Barletta et al. over het heden en om decennia. Op welke tijdschaal de bodem terugveert na het verdwijnen van een zware belasting hangt af van de viscositeit van verschillende lagen van de aardmantel. Waar op veel plekken op de wereld de bodem nog stijgt of juist daalt als na-ijleffect van de laatste ijstijd, 11.700 jaar geleden, reageert de bodem bij de Amundsenzee veel sneller. Als gevolg van de verminderde belasting door het smelten van ijs in de afgelopen decennia stijgt de bodem daar met een snelheid tot wel 41 millimeter per jaar.

Dat dit juist in dit gebied gebeurt is belangrijk omdat zich hier de twee snelst slinkende gletsjers van Antarctica bevinden: Pine Island en Thwaites. Ongeveer een kwart van het smeltwater dat de oceaan in stroomt als gevolg van het smelten van gletsjers en ijskappen op aarde is afkomstig uit dit gebied. Jaarlijks smelt hier meer dan 100 gigaton ijs; met die hoeveelheid zou je heel Nederland kunnen bedekken met een laag ijs van bijna 3 meter dik. De bijdrage aan de totale mondiale zeespiegelstijging ligt in de orde van grootte van 10%. Als al het ijs in dit gebied zou smelten zou de zeespiegel 1,2 meter stijgen. Lees verder

Wetenschapscommunicatie: iedereen vindt het belangrijk, maar niemand wil er voor betalen

Maarten Keulemans had een prikkelende column in de Volkskrant vorige week, waarin hij de wetenschap opriep om de bloggende academicus eens serieus te nemen. Ons blog was één van de voorbeelden die hij aanhaalde, naar aanleiding van een sessie op het congres ‘Bessensap’ over wetenschapsblogs waarbij ik in het panel zat.

Vrijwel alle wetenschappers die over hun vakgebied bloggen doen dat omdat ze de wetenschappelijke inzichten willen delen met een breed publiek. Wij zijn daar op geen uitzondering. En vrijwel alle bloggende wetenschappers doen het onbetaald, naast hun reguliere werk. En dat terwijl NWO het ‘belangrijk vindt dat onderzoek wordt gedeeld met een heel breed publiek’, zo had Keulemans opgetekend uit de mond van Stan Gielen, hoofd van NWO.

Op twitter kwam vervolgens een levendige discussie op gang, waarin naast volmondige support ook een aantal beren op de weg werden gesignaleerd:

Jona Lendering, een actieve en breed gewaardeerde blogger over de oudheid, schreef een kritische reflectie. Beurzen voor wetenschapsbloggers zouden volgens hem leiden tot een eenheidsworst onder blogs, die dan allemaal de geldschieter naar de mond gaan praten. Lees verder

Leon de Winter haalt oeroude klimaatmythes van onder het stof

Eens in de zoveel tijd is het raak, dan verschijnt er weer ergens een column of ingezonden stuk dat vol staat met tot op de draad versleten beweringen over het klimaat en de klimaatwetenschap. Het soort beweringen dat al vele malen, op allerlei plekken, volledig is weerlegd. Deze keer was het de beurt aan Leon de Winter, met een column in De Telegraaf.

Nou ja, voor een doorgewinterde klimaatblogger kost het gelukkig niet zo veel moeite om de bekende weerleggingen van zulke claims nog eens bij elkaar te zetten. Die horen gewoon tot de parate kennis. Dus, hier gaan we nog maar eens een keer.

Het klimaat verandert continu

Klopt. Maar hoe weten we dat? Dankzij klimaatwetenschappers. Grotendeels dezelfde wetenschappers die waarschuwen voor de risico’s van menselijke broeikasgasemissies. Moeten we die wetenschappers nu wel of niet vertrouwen? Of alleen als we ze graag willen geloven?

Overigens verandert het klimaat nooit zomaar. Er zijn namelijk natuurwetten waar het klimaat niet aan ontkomt. De wet van behoud van energie, bijvoorbeeld. Wat wil nu het geval: de invloed van menselijke emissies op het klimaat volgt uit precies dezelfde natuurwetten die klimaatveranderingen uit het verleden kunnen verklaren!

Er is geen standaardtemperatuur

Klopt. Het zal de aarde een zorg zijn hoe warm of koud het is. En het leven op aarde wordt ook niet zo makkelijk in zijn geheel weggevaagd. Zelfs in het uiterste geval, een massa-extinctie als gevolg van een snelle verandering van het klimaat, zal er wel wat leven overblijven, dat zich vervolgens aanpast aan de nieuwe omstandigheden. Het zou niet de eerste keer zijn. En de evolutie heeft alle tijd.

Maar hoe zit dat voor de mens en zijn beschaving? Die heeft zich ontwikkeld in een periode met een zeer stabiel klimaat. Als dat fors gaat veranderen, zeker als het snel gaat, levert dat wel degelijk problemen op. Landbouw, infrastructuur, waar we wonen en hoe we leven, het is allemaal afgestemd op het stabiele klimaat waar we zo aan gewend zijn. Lees verder

Het smeltende ijs van Antarctica – drie nieuwe artikelen en een mythe

Bijdrage van Antarctica aan de zeespiegelstijging. Bron: Universiteit Utrecht

Vorige week verschenen in Nature drie nieuwe artikelen over Antarctica. Interessant voor geïnteresseerden in de wetenschap, een buitenkansje om verwarring te zaaien voor anderen. Want het is natuurlijk een fluitje van een cent om resultaten of conclusies van, of uitspraken over, die drie onderzoeken door elkaar te klutsen. De onderzoeken hebben allemaal iets te maken met Antarctica en de stabiliteit van de ijskappen, maar daarmee houden de overeenkomsten wel zo ongeveer op. Voor de geïnteresseerden in de wetenschap volgt hier een samenvatting van alle drie.

De massabalans van het Antarctische ijs

Het artikel dat de meeste aandacht trok komt van de Ice sheet Mass Balance Inter-comparison Exercise (IMBIE), een internationale samenwerking ondersteund door ESA en NASA. Het artikel presenteert een massabalans van de Antarctische ijskap over de periode 1992 – 2017. Het team van IMBIE heeft de resultaten van al het onderzoek dat hierover de afgelopen jaren is gepubliceerd bij elkaar gebracht: gravimetrie en altimetrie met satellieten, metingen van de stroomsnelheid van het ijs, meteorologische heranalyses en andere data over sneeuwval en ijssmelt en analyses van bewegingen van de bodem door postglaciale opheffing, bijvoorbeeld. Dat de ijskap massa verliest was al bekend, maar de snelheid waarmee dat gebeurt blijkt aanzienlijk te zijn toegenomen. Dat heeft een aantal van de betrokken onderzoekers wel verrast. Het logische gevolg is dat de bijdrage van Antarctica aan de snelheid waarmee de zeespiegel stijgt ook toeneemt. De afbeelding hieronder geeft het totale massaverlies weer en de bijdrage daaraan van het Antarctisch Schiereiland, West-Antarctica en Oost-Antarctica.

Massabalans van het ijs van het Antarctische continent en drie delen van dat continent. Bron: IMBIE

Lees verder

Een onhandigheid in de risico-communicatie van het IPCC

Het heeft een tamelijk hoog open-deur-gehalte, zoals blog-collega Bart schreef in een mail. Maar blijkbaar moest die deur wel ingetrapt worden om te kunnen zien dat hij altijd al wagenwijd open stond. Er zit iets onhandigs in de risico-communicatie van het IPCC, met name van werkgroep I. Dat constateert Rowan Sutton in een kort artikel dat zojuist is verschenen voor open review.

Het komt hier op neer. Werkgroep I van het IPCC kijkt alleen naar waarschijnlijkheden van staartrisico’s; dat zijn de risico-scenario’s met een kleine kans maar grote gevolgen. Dergelijke scenario’s worden dan gekwalificeerd als “very unlikely” of “extremely unlikely”. Daar gaat de sterke suggestie van uit dat er geen rekening mee gehouden hoeft te worden.

Maar klimaatverandering is een risico-kwestie. En in risico-management of -beleid moeten kans en gevolgen even zwaar wegen, omdat ze immers even zwaar meewegen in het risico: risico = kans x effect. Als de kans klein is, maar het effect heel groot, kan dat toch een significante bijdrage aan het risico opleveren. In een zorgvuldige risico-analyse mag die bijdrage niet zomaar terzijde worden geschoven.

Sutton illustreert dit door te laten zien hoe klimaatgevoeligheid bekeken kan worden vanuit een risico-blik. De afbeelding hieronder geeft aan de linkerkant aan hoe we er nu meestal naar kijken: de waarschijnlijkheidsverdeling. Als ook de gevolgen meewegen verandert het beeld. De rechterkant van de afbeelding geeft de verdeling van risico’s, waarin zowel kans als gevolg meeweegt. De conclusie: volgens de risico-benadering zou het niet onlogisch zijn om uit te gaan van een klimaatgevoeligheid die hoger is dan de meest waarschijnlijke waarde.

Schematische weergave van waarschijnlijkheid, effect en risico van de klimaatgevoeligheid. Bron: Sutton 2018

Zware regenbuien: wel of niet vaker en intenser?

Gastblog van Tinus Pulles

Een recente discussie op Twitter heeft een paar lessen opgeleverd die ik hier graag met lezers van deze blog wil delen.

  1. Het is waarschijnlijk dat zware regenbuien in Nederland vaker voorkomen én gemiddeld genomen intenser worden
  2. Statistiek is een lastig vak, wellicht toch vooral over te laten aan mensen die daar verstand van hebben.

Frequentie en Intensiteit Zware regenbuien

Het ontstaan en het uitregenen van buien is een complex proces, waarin vele niet-lineariteiten een rol spelen. Het ontstaan van een individuele bui en het enige tijd tevoren voorspellen van hoeveel regen daar uit zal vallen, en waar, is daardoor principieel onmogelijk. Het is, zoals zo veel verschijnselen in het dagelijkse weer, een voorbeeld van een proces dat kan worden beschreven met behulp van de chaostheorie. Als ik hieronder over een ‘chaotisch proces’ spreek, bedoel ik chaos in de zin van de chaostheorie, niet in de zin dat we er wel niks van kunnen begrijpen.

Dat het voorspellen van een individuele bui onmogelijk is, betekent niet dat je niets kunt zeggen over de frequentie en de intensiteit van zulke buien en de veranderingen daarvan in de tijd. In Figuur 1 zijn de gemeten 20 hoogste totale dagsommen van de regen in De Bilt weergegeven voor vijf recente jaren, gesorteerd van hoog naar laag. Wat opvalt is dat, naarmate je meer naar de hoogste waarden kijkt, de variabiliteit van jaar tot jaar groter wordt.

Figuur 1: De 20 dagen waarop het meeste neerslag viel voor de jaren 2013 t/m 2017; data van KNMI

Er zijn twee manieren om naar de verandering van frequentieverdeling van het chaotische proces in deze grafiek te kijken:

  1. Tel het aantal keren dat een vaste waarde (bijvoorbeeld 50 mm) in een jaar wordt overschreden.
  2. Meet de hoeveelheid regen die met een vaste frequentie (bijvoorbeeld 1 keer of 10 keer) in een jaar wordt overschreden.

Lees verder