IPCC 2018 – Speciaal rapport over de opwarming van 1,5 °C

Bij de klimaattop van Parijs in 2015 hebben de deelnemende landen de ambitie uitgesproken om de opwarming van de aarde tot twee graden te beperken en liefst zelfs tot onder de anderhalve graad. Het IPCC is toen gevraagd om in kaart te brengen wat die anderhalve graad voor de wereld zou betekenen en ook hoe het mogelijk zou zijn om dat doel te bereiken. Werk aan de winkel voor de wetenschappers: Maar liefst 91 auteurs uit 40 landen hebben nu een rapport geproduceerd dat maandag 8 oktober 2018 is uitgebracht. Het is het 15e speciale rapport van het IPCC dus het volledige rapport met de titel “Global Warming of 1.5 °C” kun je vinden onder “SR15”: http://www.ipcc.ch/report/sr15/
Hieronder een kleine samenvatting die zeker niet compleet zal zijn. Meer relevante info is onder meer te vinden op Real Climate en heel uitgebreid bij CarbonBrief.

Waar staan we nu?

De opwarming van de aarde wordt weergegeven ten opzichte van het pre-industriële tijdperk. Als referentieperiode voor pre-industrieel is men in het IPCC-rapport uitgegaan van de periode 1850-1900. Inmiddels zitten we op circa een graad Celsius temperatuurstijging, zoals weergegeven is in de grafiek hieronder. De dikke oranje lijn geeft de gecombineerde opwarming veroorzaakt door mensen en natuurlijke factoren weer en de gele band alleen de door mensen geïnduceerde temperatuursverandering. Het IPCC volgt hier de methode die geleid heeft tot de Global Warming Index. De blauwe lijnen geven modelprojecties weer.


Lees verder

Advertenties

Ook critici van Marijn Poels hebben het recht om zich uit te spreken

In een interview met documentairemaker Marijn Poels in de Telegraaf van 15 September wentelt hij zich in de slachtofferrol: “ik mag niet denken wat ik denk”, aldus Poels. Natuurlijk mag hij dat, en hij mag ook een documentaire vol onwaarheden maken. En anderen mogen aangeven wat er dan zoal niet klopt aan de inhoud van de film. Dat heeft niets met woede, de mond snoeren, of hysterie te maken.

Wij behoren wellicht tot de scherpste criticasters van Poels’ vorige documentaire, “The Uncertainty has Settled”, en wij hebben onze kritiek altijd inhoudelijk onderbouwd. In een radiodebat tussen Marijn Poels en mij (Dit is de Dag, NPO1) kwam naar voren hoe anders wij tegen waarheidsvinding en wetenschap aankijken. Aan het einde van het debat probeerde ik daar de vinger op te leggen: “Wetenschappers zijn op zoek naar de waarheid, naar een beter begrip van de wereld om ons heen. Wat ik Marijn Poels hoor zeggen is “het maakt mij niet uit wat waar is”; dat stuit mij als wetenschapper tegen de borst.”

Zo wordt in “The Uncertainty has Settled” beweerd dat de toenemende CO2 concentratie in de atmosfeer afkomstig is uit de oceanen. Echter, in de oceanen neemt de CO2 concentratie ook toe, dus de bewering klopt niet; de CO2 moet ergens anders vandaan komen. En inderdaad, specifieke kenmerken duiden op de fossiele oorsprong van de extra CO2.

Dit is basale natuurwetenschap, en de zekerheid hierover is net zo groot als bijvoorbeeld over de gezondheidsrisico’s van roken. Een documentaire waarin wordt beweerd dat roken helemaal niet ongezond is zouden de meeste mensen erg raar vinden. We weten intussen toch wel dat dat onzin is, waarom dan het tegendeel blijven beweren? Zo ook bij de documentaire van Marijn Poels.

Ik heb er helemaal geen probleem mee dat hij zich kritisch uitlaat over energiebeleid. Of als anderen het rookverbod bekritiseren. Maar kom dan niet aanzetten met onzinverhalen alsof roken niet ongezond zou zijn, of alsof CO2 niet door het verbranden van fossiele brandstoffen zou komen. Het publieke debat is niet gebaat bij wetenschappelijk aantoonbare onwaarheden.

PS: een iets kortere versie van deze blogpost heb ik eerder bij de Telegraaf ingediend voor de opiniepagina, die het echter niet geplaatst heeft. Of dat betekent dat mij de mond gesnoerd wordt of dat de Telegraaf gewoon een andere keuze heeft gemaakt mag iedereen voor zichzelf uitmaken. Aanleiding voor het Telegraaf interview met Poels is zijn nieuwe documentaire “Paradogma” (over ‘framen’ gesproken).

Algemene Beschouwingen 2018: klimaatonzin van politiek leider Baudet

Op een mooie warme nazomerdag met opnieuw temperaturen rond 25°C werd op dinsdag 18 september de miljoenennota door het kabinet gepresenteerd. Zoals gewoonlijk volgen de dagen daarna dan de Algemene Politieke Beschouwingen, een debat waarvan de naam op de site van de Tweede Kamer met hoofdletters wordt geschreven. Het klimaatbeleid voor de komende jaren zoals afgesproken in het regeerakkoord, met daarin veel aandacht voor de reductie van CO2-emissies, was dit keer uiteraard een belangrijk onderwerp. Ik verwacht (of hoop) dan dat onze volksvertegenwoordigers in de Tweede Kamer redelijk geïnformeerd zijn over dit onderwerp en op grond daarvan wetten voorbereiden, erover debatteren en er uiteindelijk mede hun stemgedrag op baseren. Nou, dat wil helaas wel eens vies tegenvallen.

Thierry Baudet, politiek leider van Forum voor Democratie, is blijkbaar bijzonder slecht geïnformeerd over het klimaatprobleem. Dat was al zo voordat hij politiek leider van een partij werd en daar is nog steeds niets aan veranderd gezien de klimaatonzin die hij naar voren bracht in een discussie met Klaas Dijkhoff op 19 september en via onderstaande  tweets.

Lees verder

Open Discussie najaar 2018

Deze cartoon, van een onbekende maker en gebaseerd op een Indiase parabel, zagen we onlangs voorbijkomen op Twitter. Of de conversatie in deze nieuwe Open Discussie op één of andere manier zal lijken op wat er in die cartoon gebeurt zullen we af moeten wachten. De Open Discussie is bedoeld voor klimaatgerelateerde opmerkingen en discussies die niets te maken hebben met specifieke blogstukken.

Het zou over de zeespiegel kunnen gaan, bijvoorbeeld. De Sea Level Budget Group van het World Climate Research Programme presenteerde onlangs een nieuwe boekhouding van de zeespiegel, gebaseerd op de meest recente inzichten: Global sea-level budget 1993–present.

De gemiddelde zeespiegelstijging in het satelliettijdperk (sinds 1993) bedraagt volgens dit onderzoek 3.1±0.3 mm/jaar, met een versnelling van 0.1 mm/jaar2. De afbeelding hieronder geeft de gemiddelde trend over periodes van 10 jaar sinds 1993.

10-jaars-trend van de zeespiegelstijging sinds 1993. Bron: WCRP Global Sea Level Budget Group 2018

Lees verder

De menselijke invloed op het klimaat op hoofdlijnen

Het klimaat warmt op. Die opwarming wordt veroorzaakt door menselijke broeikasgasemissies. Als we niets doen om die broeikasgasemissies terug te dringen zal het in de toekomst nog verder opwarmen. Een overgrote meerderheid van de klimaatwetenschappers is het daarover eens. Waarom? Sommigen menen dat het een wereldwijd complot van duizenden wetenschappers is. Of dat al die wetenschappers niet zo veel begrijpen van hun eigen vakgebied. Meer aannemelijk is het dat alle wetenschappelijke kennis dezelfde kant op wijst. Klimaatwetenschapper Katharine Hayhoe liet onlangs in een Twitter-draadje nog eens zien dat dat het geval is. De hoofdlijnen van al dat wetenschappelijke bewijs zijn bovendien helemaal niet zo ingewikkeld. Wie er wat moeite voor wil doen kan het allemaal best begrijpen. Alleen degenen die het niet willen begrijpen zullen volhouden dat de wetenschap er nog niet uit is.

Geïnspireerd door de tweets van Katharine Hayhoe volgt hier een overzicht van hoofdlijnen van de wetenschappelijke onderbouwing van de menselijke invloed op het klimaat.

Broeikaseffect

Het broeikaseffect is basale natuurwetenschap. Volledig onomstreden en dat is het al meer dan een eeuw. Er is geen enkele serieuze natuurwetenschapper, meteoroloog of klimatoloog te vinden die het broeikaseffect ontkent. Wie wil beweren dat een sterker broeikaseffect geen invloed op de temperatuur van het aardoppervlak heeft zal aardig wat basis-natuurkunde opnieuw uit moeten vinden. Dat dat ooit nog gebeurt is net zo onwaarschijnlijk als dat iemand alsnog aantoont dat de aarde plat is.

CO2

Bij het verbranden van fossiele brandstoffen komt het broeikasgas CO2 vrij in de lucht. Sinds mensen grote hoeveelheden fossiele brandstoffen gebruiken, stijgt de concentratie CO2 in de atmosfeer. Het verband tussen die stijgende concentratie en de menselijke emissies is eerst en vooral een simpele kwestie van de wet van behoud van massa.

CO2-emissies en -concentraties sinds 1850. Bron: Knorr 2009

Opwarming

Sinds we grote hoeveelheden fossiele brandstoffen gebruiken is het klimaat ook werkelijk opgewarmd. Zoals dat al in 1896 werd voorspeld door Arrhenius. En in 1856 door Eunice Foote!

Verloop van de gemiddelde mondiale temperatuur, weergegeven als warming stripes. Data: HadCRUT4

Wetenschappelijke scepsis

De bovenstaande punten maken de menselijke invloed op het klimaat al heel aannemelijk. Maar voor veel wetenschappers is dat nog niet voldoende om er een stellig standpunt over in te nemen. Om dat te doen, willen ze ook weten of andere factoren van invloed kunnen zijn. Ze doen stellige uitspraken omdat andere mogelijke factoren uitgebreid zijn onderzocht. Lees verder

Worden de warmste dagen in Nederland warmer?

Gastblog van Tinus Pulles

Wordt het warmer?

Er is recentelijk veel discussie rondom de vraag of het warme weer van de laatste weken wordt veroorzaakt door klimaatverandering. Op Twitter leidt dat tot een lange reeks van tweets over deze kwestie. Een van de topics is de “hittegolven”: worden er dat nu meer of niet? “Hittegolven” en met name de frequentie daarvan wordt hier gezien als één van de indicatoren dat het klimaat warmer wordt en de extremen wellicht extremer.

Hittegolven

In deze discussie is het van belang je te realiseren dat er verschillende definities van het begrip “hittegolf” zijn:

  • De “informele” definitie in het algemeen spraakgebruik (van Dale): een periode met zeer hoge temperaturen
  • De “officiële” definitie in de meteorologie (KNMI): een serie van minstens 5 zomerse dagen waarvan er zeker 3 tropisch zijn
    • een zomerse dag heeft een (maximum) temperatuur van 25,0 graden of hoger.
    • een tropische dag is volgens de meteorologie een dag waarop de maximumtemperatuur 30,0 graden of hoger is.

Deze twee verschillende definities zijn verwarrend in een discussie tussen niet-deskundigen. Wanneer bijvoorbeeld twee “officiële” hittegolven, kort na elkaar plaatsvinden (zoals in de afgelopen periode, zullen die in veel gevallen als één periode met zeer hoge temperaturen worden waargenomen. Of, met andere woorden, als die enkele koelere dag tussen twee officiële hittegolven niet plaatsvindt, is het maar één officiële hittegolf, terwijl er in het spraakgebruik nog steeds één periode met zeer hoge temperaturen is voorgekomen.

Er kan dus een verschil zijn tussen het aantal hittegolven dat officieel wordt geteld en dat aantal dat informeel wordt waargenomen. Dit is nog los van de mogelijkheid dat bij een officiële hittegolf in de Bilt (“nationale hittegolf”) op andere plaatsen in het land géén formele hittegolf wordt waargenomen. En omgekeerd: bij een lokale hittegolf elders in het land hoeft die niet ook in de Bilt te zijn waargenomen.

Homogeniseren van meetgegevens

Een tweede probleem bij het vaststellen of het aantal hittegolven in de loop der jaren verandert, is dat de metingen van het KNMI niet altijd volledig consistente meetseries kunnen leveren. Meetlocaties kunnen veranderen en meetinstrumenten kunnen worden verbeterd en vernieuwd. Beide veranderingen zijn in de loop van de afgelopen 120 jaar voorgekomen. Het KNMI probeert daarom uit de ruwe metingen consistente tijdreeksen af te leiden, de zogenaamde gehomogeniseerde meetreeksen. Een belangrijk aspect van dit homogeniseren is dat de nieuwere meetopstelling tot ongeveer 2 graden lagere temperaturen waarneemt dan de oudere. Deze 2 graden betreft de maximum waarden op warmere dagen, voor de gemiddelde dagwaarden kon dit oplopen tot circa 1,1 graad. Dat betekent dat in de “officiële” definitie van een hittegolf dagen, die in de oude methode als nét zomers of nét tropisch worden gezien, in de nieuwere methode niet meer zomers of tropisch zullen zijn. Daarmee neemt dus het aantal “officiële” hittegolven in de periode dat de oude opstelling werd gebruik af. Met name Marcel Crok maakt zich daar nogal druk over. Maar hij niet alleen. De werkelijkheid verandert uiteraard niet door deze homogenisatie en ook niet door de nieuwe meetmethode of de andere locatie.
Lees verder

Hectiek over het hothouse

Er was vorige week veel aandacht in de pers en op social media voor een artikel dat verscheen in Proceedings of the National Academy of Science (PNAS). Het artikel, met als hoofdauteur Will Steffen, heeft in totaal 16 auteurs, die verbonden zijn aan 13 wetenschappelijke instellingen in 8 landen en heeft als titel: Trajectories of the Earth System in the Anthropocene. De interpretaties liepen zo ongeveer uiteen van “een belangrijke waarschuwing” tot “zinloze bangmakerij van wetenschappers die een wereldregering willen vestigen”. Waarmee alles wat ik dit voorjaar schreef over risicoperceptie maar weer eens werd bevestigd. Want het artikel identificeert een risico, en het doet voorstellen voor hoe dat risico te beperken zou zijn.

Als het de bedoeling van de auteurs was om een knuppel in het hoenderhok te gooien, dan is dat met alle aandacht en controverse zeker gelukt. En misschien was dat wel de bedoeling. Het artikel is geschreven als “perspective”. Dat betekent dat het geen resultaten van nieuw onderzoek presenteert, maar dat het bestaande wetenschappelijke kennis in een – jawel – perspectief plaatst. In dit geval is dat nadrukkelijk een maatschappelijk risico-perspectief. En dus was het ongetwijfeld de bedoeling dat de maatschappij er ook kennis van zou nemen.

Het artikel draait grotendeels om de stabiliteit van het klimaat en om de vraag of elke toestand van het klimaat wel even stabiel is. Klimaatprojecties gaan hier vaak impliciet van uit: als we de menselijke broeikasgasemissies zodanig terugbrengen dat de concentratie stabiliseert, zal het klimaat naar een evenwichtstoestand gaan die bij die stabiele concentratie hoort. Dat klinkt logisch, maar volgens de auteurs van het PNAS-artikel is het toch minder vanzelfsprekend dan het lijkt. Kijkend naar het verleden zit daar wel wat in. Het klimaat in de afgelopen twee en een half miljoen jaar (het Kwartair) kenmerkte zich door een afwisseling van ijstijden en interglacialen. Kwam de aarde uit een ijstijd dan ging het klimaat relatief snel, naar geologische maatstaven, naar een interglaciaal en omgekeerd. Het lijkt er op dat de koude toestand van een ijstijd en de warme toestand van een interglaciaal stabieler waren dan de toestand daar tussenin. Als een externe forcering het klimaat uit zo’n stabiele toestand haalt gebeurt er mogelijk iets in het aardsysteem waardoor het vanzelf, al kan dat de nodige millennia in beslag nemen, weer in een van beide stabiele toestanden terechtkomt. Lees verder