droge lente, natte zomer

KNMI:

Nederland beleefde dit jaar de natste zomer in zeker honderd jaar. Het KNMI berekende gemiddeld over het hele land omstreeks 350 mm tegen 225 mm normaal, dat wil zeggen gemiddeld over het tijdvak 1981-2010. De vrijwel net zo natte zomer van 2004 met landelijk 333 mm staat nu op de tweede plaats van de top tien. De recordnatte zomer volgde op een recorddroog voorjaar, een zeldzame combinatie.

Oftewel: When it rains, it pours.

9 Reacties op “droge lente, natte zomer

  1. “When it rains, it pours.”
    En, allemachtig, wat regende het vanmiddag zeg. Poeh!

    Voor de weergekken onder ons; welke bijzondere atmosfersiche omstandigheden en oorzaken zijn verantwoordelijk voor deze zeldzame combinatie? Is er ergens nog fodder voor de septen boven water te krijgen?

  2. Uiteraard. De extreme droogte en de extreme natheid heffen elkaar op. Niets aan de hand!

  3. Hey Cynicus,

    Het is eerder een onderdeel van de algemene klimaatverandering, maar mede een verklaring van de *extremen* in neerslag: de ‘super Clausius-Clapeyron scaling’. Een ontdekking van ons eigenste KNMI:

    http://www.knmi.nl/cms/content/90945/linking_changes_in_hourly_precipitation_extremes_to_the_clausius-clapeyron_relation

    http://www.nature.com/ngeo/journal/v2/n6/full/ngeo524.html

    http://www.climatechange2010.org/abstract/27.asp

    Bij mijn weten het eerst geconstateerd door het KNMI, maar nu in steeds meer kustgebieden van toepassing. Een fascinerend verschijnsel.

  4. Voor de goede orde: het deed zich *altijd* al voor als de temperaturen boven 10 °C liggen – dan schaalt de kans op extreme neerslag met 14% per graad Celsius, ipv 7% per graad Celsius.

    De 7% was de voorspelling van de klassieke meteorologie.

    Door klimaatverandering hebben we nu méér dagen boven 10 °C, vandaar. De zeewatertemperaturen zijn de sleutel.

  5. Bob, dankje voor de KNMI link naar super-CC schalering en extreme neerslag in buien. Gezien de gemiddeld lage temperaturen de afgelopen twee maanden zou de neeslag intensiteit minder moeten zijn dan gemiddeld, en dat zal ook wel zo zijn (deze super schalering is immers geobserveerd) maar het zegt weinig over de afgelopen extreme natte periode.

  6. Heeft iemand deze analyze al eens voor Nederland gedaan?

    http://blog.chron.com/climateabyss/2011/08/texas-drought-spot-the-outlier/

    Ik ben benieuwd of we ook een dergelijke relatie kunnen vinden of dat die zelfs geinverteerd is…

  7. “De zeewatertemperaturen zijn de sleutel.”
    In de lente is het zeewater koud, dus verdampt er minder. Minder verdamping betekent minder regen.
    Half juli is het zeewater (door de zon) flink opgewarmd en verdampt er veel meer: dus regent het ook meer.
    Ik vind dit de gewoonste zaak van de wereld.
    De stortbuien dragen bij aan de afkoeling van het zeewater. In maart begint de hele cyclus weer van voren af aan.

  8. cynicus, voor neerslaggedrag hebben we in NL (nog) geen ‘buitenstatistische resultaten’ gehad. Voor temperaturen wel, bijvoorbeeld april 2007. Althans, dat bleef een paar jaartjes het geval. Inmiddels heeft april 2011 die bizarre Gibraltarmaand immers alweer verslagen.

    Nu juli 2006 nog, met z’n acceptabele 22.3° C. Of liever de zomer. Vertaald uit het Moskou-inferno van vorig jaar moet de recordzomer een standaarddeviatie of twee boven 2003 en 1947 liggen. Augustus tegen de 26° C, het is tegenwoordig gewoon mogelijk. Daarna zou een herfst met zo’n 600mm neerslag redelijk zijn. Enfin: nog niet dit jaar; dit jaar houden we het bij heel bescheiden recordjes.

  9. Hans Verbeek,

    Ik vind dit de gewoonste zaak van de wereld.

    Het bijzondere zit ‘m in het feit dat de natuurkunde 7% extra verdamping per graad °C voorspelt:

    .. the Clausius-Clapeyron relation, which is based on the atmospheric thermodynamics. From this relation follows an increase in the moisture-holding capacity of the atmosphere of approximately 7 % per degree temperature rise.

    Dat staat ook in de leerboeken. Uit onderzoek van KNMI blijkt die relatie te kloppen (ook voor warmer wordend zeewater), tenzij het zeewater eenmaal boven de 10 °C komt, dan treedt er een *ander regime* in werking:

    For temperatures below 10 °C a dependency close to 7 % per degree is found for the higher percentiles (90th percentile and higher). Thus for lower temperatures the behaviour of the extremes is close to the behaviour predicted by the Clausius-Clapeyron relation. For temperatures above 10 °C a transition is seen to a stronger temperature dependency close to 14 % per degree: a super CC scaling.

    Boven die 10 °C namelijk 14% meer kans op extreme neerslag per per graad °C, ipv 7%.

    In het onderstaande plaatje, linker grafiek, zie je dat de 99.9% en 99% curves een richtingscoëfficient van 7% (zwarte stippellijn) hebben tot ca. 10 °C, dan buigt het plotseling naar de steilere rode stippellijn (14%). De 99% en 99.9% curves betreffen alleen de hevigste buien (‘precipitation extremes’). De verticale schaal is logaritmisch, dat maskeert het verschil een beetje:

    http://www.knmi.nl/cms/viewimage.jsp?number=90951

    Het bijzondere is dus NIET:

    – dat het in de zomer meer regent;
    – of dat extreme regenval 7% vaker voorkomt per graad temperatuursstijging.

    Het bijzondere is dat extreme regenbuien dan 14% per graad vaker voorkomen, tegen de al bekende theorie (7% per graad) in.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s