Wetenschapsjournalistiek: Partij kiezen of ‘false balance’? deel 1: Pluto

Een opvallend bericht in het wetenschapskatern van de volkskrant (27 aug, door Govert Schilling):

Pluto is echt geen planeet. Punt.

Wel! 

Nee, het gaat niet over klimaatverandering. Maar het laat wel een heel ander type journalistiek zien dan we gewend zijn: 

Op 24 augustus was het vijf jaar geleden dat de Internationale Astronomische Unie (IAU) Pluto degradeerde tot dwergplaneet.

Veel conservatieve planeetonderzoekers hebben daar tot op de dag van vandaag moeite mee. Met ondeugdelijke argumenten proberen ze het publiek ervan te overtuigen dat Pluto ‘gerehabiliteerd’ moet worden. Laat u echter niet misleiden!

Het stuk gaat daarna verder met de argumenten voor deze “degradatie” in stelling te brengen en de contra-argumenten te ontzenuwen of zelfs belachelijk te maken:

Nog zo’n schijnargument: …

Er wordt nooit bij verteld dat …

Het slaat nergens op om …

En kent u dit argument al: … Als zulke sentimenten altijd zouden zegevieren, was er nooit ruimte voor voortschrijdend inzicht in de wetenschap.

Nou heb ik geen verstand van astronomie, maar dit lijkt mij toch hoofdzakelijk een definitiekwestie: Waar leg je de grens tussen wat wel of geen planeet wordt genoemd?

Wat ik echter frapant vind is de sterke stellingname die de schrijver inneemt. Het doet meer denken aan een blog dan aan een landelijke krant. Dat bedoel ik (deels) in positieve zin: In wetenschappelijke issues is niet elke kant van het verhaal even plausibel of op even sterke bewijsvoering gestoeld. Net doen alsof dat wel zo is (‘false balance’) geeft een vertekend beeld van wat er over het onderwerp bekend is. Het is verfrissend eens iets over wetenschap te lezen waarin duidelijk gezegd wordt: Dit is de (wetenschappelijke) consensus en daar zijn goede (wetenschappelijke) redenen voor.

Deze manier van schrijven staat in contrast tot een ander stukje in hetzelfde katern, wat meer op de “he said, she said” tour ging. Die ging wel over klimaat. Of nou ja, eigenlijk niet, maar dat werd erbij gehaald. Daarover een andere keer meer.

De vraag is: Werkt dit? Zou een dergelijke manier van schrijven over andere onderwerpen (klimaatverandering, evolutie, vaccinatie, …) tot meer begrip en meer acceptatie van de wetenschappelijk meest robuuste theorieën leiden? Dat is een lastige vraag. Ik bespeur bij mezelf dat ik dit verhaal over Pluto niet zonder meer voor waar aanneem. Onder andere omdat een krant geen wetenschappelijke medium is. Ook omdat ik het vooral als een herdefiniëring zie, en niet zo zeer als twee wetenschappelijke theorieën, waarvan er een duidelijk inferieur is. Maar ik denk dat er nog iets meespeelt: De toon is net iets te zeker, net iets te neerbuigend naar de “oppositie”.

Een belangrijke regel voor het debatteren is dat men beide kanten van de zaak moet beschouwen. Ik hoorde laatst dat iemand het meest effectief debatteert (i.e. het publiek weet te overtuigen) als hij voor een positie argumenteert waar hij het zelf niet mee eens is. Klinkt raar op het eerste gezicht. Echter, iemand die rotsvast van z’n eigen gelijk is overtuigd zal weinig twijfelaars weten te overtuigen. Een “twijfelaar” kan zich niet identificeren met een dergelijke “fundamentalist”. Het wekt argwaan op. Twijfelaars laten zich vooral door andere, of voormalige, twijfelaars overtuigen. Daarom zijn mensen die in het publieke debat van kamp wisselen ook zo effectief (bijv Judith Curry).

14 Reacties op “Wetenschapsjournalistiek: Partij kiezen of ‘false balance’? deel 1: Pluto

  1. Jos Hagelaars

    @Bart

    Leuk stuk en er komt nog een deel 2.
    Ik heb het verhaal over Pluto in de Volkskrant eind augustus maar vluchtig gelezen en kon het nu helaas niet meer vinden. Jammer, want zoals je schrijft, is het goed om een zaak van meerdere kanten te beschouwen en jij hebt het met andere ogen gelezen dan ik, want ik heb niet stil gestaan bij de schrijfstijl.

    De discussie over planeet/dwergplaneet Pluto is inderdaad een definitie probleem en daarin kan je gemakkelijker stellingen betrekken die je niet hoeft te verlaten. Met het klimaat zie ik dat anders, de absorptie van IR door broeikasgassen kun je bijvoorbeeld niet weg debatteren, al proberen sommigen dat wel.

    Werkt een stellige manier van schrijven bij dit klimaatgedoe? Dat hangt van de persoon af wie je probeert te overtuigen lijkt mij. Bij sommigen werkt redeneren vanuit autoriteit, bij een ander stelligheid, bij een derde werkt het als je de onzekerheid benadrukt en een vierde raakt overtuigd door degene die het leukst uit de hoek komt. Ik kan er in ieder geval niks van, maar het houdt me van de straat zullen we maar zeggen.
    Ik vraag me verder af of de mensen die nu reageren bij Judith Curry twijfelaars zijn, de meeste hebben toch een zeer uitgesproken mening. Curry is een professional op dit terrein en ook “sceptici” hebben waarschijnlijk graag wetenschappelijke ondersteuning en/of bewijs. Mijn vermoeden is derhalve dat veel van de aandacht die zij krijgt daar een gevolg van is.

    @Bob

    Dit stuk sluit enigszins aan bij je vraag op de Spencer-post, heeft al dat geschrijf van ons wel zin? Ik probeer althans met mijn hobby-kennis het wetenschappelijke standpunt te verdedigen en jij en ik schromen niet om behoorlijk stellig even te vertellen hoe het dan wel niet zit. Onze sceptische discussiepartners veranderen, net als wij, niet van mening, want die zijn net zo overtuigd van hun gelijk. Voor mezelf vind ik het nut hebben, want van al dat opzoeken neemt je inzicht en kennis toe.

    Daar staat tegenover dat er wellicht mensen zijn die informatie inwinnen, hun standpunt bepalen of gewoon geïnteresseerd zijn en die de diverse blogs lezen, maar niet reageren. Misschien heeft het voor die mensen nut, ik ben zo in ieder geval ook begonnen, in combinatie met het lezen van diverse boeken. Als je een wetenschappelijke opleiding hebt gehad, wil je niet alleen een goed verhaal lezen, maar wil je ook referenties zien. Ik gebruik die referenties om me er verder in te verdiepen en de vele links naar data om zelf sommetjes of grafieken te maken om het beeld helder te krijgen. Ik kwam derhalve via het internet al zeer snel uit bij het lezen van bijv. RealClimate, SkepticalScience, het NRC en dit blog.

  2. Goed punt Jos. Er zijn verschillende leerstijlen en zo zijn er ook verschillende manieren om mensen te overtuigen; er is geen ‘one size fits all’. Punt is wel: Alleen de droge feiten brengen werkt maar heel mondjesmaat, en waarschijnlijk alleen bij degenen die wetenschappelijk geschoold zijn of in ieder geval een wetenschappelijke manier van redeneren volgen.

    De meeste reageerders op blogs hebben hun standpunt bepaald en zullen daarin niet zo 1-2-3 veranderen. In hoeverre dat ook voor de reaguurders geldt weet ik niet, maar ik heb de indruk dat klimaatblogs toch voornamelijk door klimaat-enthousiastelingen worden gelezen; daar zullen relatief weinig echte twijfelaars tussen zitten. Mijn gedachten in deze post hebben in die zin meer relevantie voor een krantenartikel dan voor een blogpost. Al probeer ik me bij het schrijven juist ook te richten op de man/vrouw in de straat, en niet alleen op klimaatnerds. In hoeverre dat lukt is een tweede. Zo’n verhaal over Spencer en het opstappen vd editor is natuurlijk een ontzettende inside-story en niet interessant/relevant voor de groentenboer op de hoek. Andere posts hier, zoals bij “wie heeft gelijk” of “wat weten we” zijn juist meer gericht op diegenen die niet dagelijks in het publieke debat meedraaien. Die laatste voorbeelden vind ik zelf veel relevanter in termen van educatie en het debat proberen op een hoger wetenschappelijk niveau te krijgen.

    Maar dat terzijde.

  3. Hoi Bart,

    Ik moest lachen om je beschrijving van Govert Schilling’s uitgesproken stijl qua wetenschapsjournalistiek.

    Helaas heb ik dat artikel over Pluto niet gelezen, maar ik kan me nog Schilling’s knappe presentatie herinneren over de ‘superluminary neutrinos’ bij P&W, ergens vorige week. Hij kan dat bere-goed: met veel humor, beeldend, en vooral éérst de zoektocht uit de doeken doen, spanning opbouwen en dán pas met de (voorlopige) resultaten komen! Hij gaf ook goed aan wat er allemaal bij komt kijken.

    ‘The journey is more important than the destination’ – dat gevoel.

    Zijn manier om contra-argumenten te ontzenuwen werkt prima, mits je er heel zeker van bent dat het betreffende contra-argument op een valse aanname, argumentatiefout of op het verzwijgen van feiten berust. Als je zo’n contra-argument dan simpel en trefzeker kan ontzenuwen mag je daar best de Govert Schilling stijl voor gebruiken… Het is wél zaak om dat te doseren: sommige andere argumenten zijn wellicht weer iets redelijker, of ‘up in the air’ en dan is het goed om die onzekerheid gewoon te melden.

    De ‘false balance’ is een probleem, inderdaad. Het probleem zit ‘m vooral in de ‘equal time‘ die er aan afwijkende minderheidsopinies gegeven wordt, en vooral indien die minderheidsopinies niet beschikken over een goede onderbouwing, maar alleen over een mening zonder geverifieerde en relevante feiten.

    Naar mijn mening zou je dan géén ‘equal time’ moeten alloceren maar die krachtsverhouding qua argumenten terug moeten laten komen in de hoeveelheid ‘time’ die alloceert aan een standpunt.

    Voorbeeld 1: als 90% van de wetenschap A zegt en 10% zegt B maar heeft ook wetenschappelijk onderbouwde argumenten… dan is 60/40 of zelfs 50/50 wél van belang voor de lezer. Alleen komt dit niet zó vaak voor: in dergelijke situaties zeggen de meeste wetenschappers: “we weten het niet zeker, denken aan A maar er zijn argumenten voor B”, en heb je dus amper een gepolariseerde situatie.

    Voorbeeld 2: heb je te maken met 97% zegt A, 2% weet het niet zeker, en 1% zegt B én er is goede reden om aan te nemen dat de B-zeggers vooral ideologisch/politiek gemotiveerd zijn (of gewoon corrupt) dan denk ik dat een 90/10 tijdsverdeling al heel coulant is. Je neemt dan nog steeds naar verhouding meer tijd voor het ‘minderheidsstandpunt’. Geen ‘equal time’, dus.

    In abstracto zou je in voorbeeld 2 kunnen doen:

    – de onbruikbare argumenten van ‘meelopers van B’ (non-scientists) snel en hard afserveren á la Govert Schilling;
    – beknopt de allersterkste argumenten van de ‘B scientists’ samenvatten én uitleggen waarom A daar niet erg van onder de indruk is;
    – toelichten welke ideologisch/politieke motieven er bij B mee lijken te spelen;
    – en vooral meer tijd inruimen voor het uitleggen en toelichten van A, i.p.v. iedere keer op de ‘faux controversy’ in te zoomen.

    Niks ‘false balance’ dus.

    Praktijkvoorbeeld voor B is naast het ‘klimaatdebat’ vooral de ‘faux controversy’ over HIV. Hoewel er een héél enkele wetenschapper is die beweert dat AIDS niet door HIV veroorzaakt wordt, is het volstrekt onredelijk om die ‘equal-time’ te geven. Waarom? Omdat er geen consistente en feitelijk onderbouwde argumentatie is, en heel weinig bewijsmateriaal, en onvoldoende repliek op kritiek van A. NIET omdat het er maar één is. In dat geval is het ook plicht om te noemen uit welk ideologisch/religieus vaatje die meneer B tapt.

    Tot zover mijn gedachten – leuk onderwerp, er valt veel over te zeggen. Zijn er geen ‘journalism workshops’ over? Richard Alley heeft dat wel gedaan voor klimaatjournalisten, in NY meen ik.

  4. Bob,

    Wat betreft false balance ben ik het helemaal met je eens, en ik heb dat ook bepleit (zie bijv https://klimaatverandering.wordpress.com/2008/06/25/wetenschappelijk-debat-en-de-media/ ).

    Probleem is natuurlijk dat de meeste journalisten niet genoeg kennis en tijd hebben om te achterhalen welke argumenten hout snijden en welke niet. Een journalist is geen wetenschapper. Ik vind het daarom best billijk om een aantal shortcuts te nemen (https://klimaatverandering.wordpress.com/wie-heeft-gelijk/ ) om te bepalen welke argumentatie waarschijnlijk sterker is. Een daarvan is toch het bekijken hoeveel van de relevante wetenschappers achter een bepaalde theorie staat.

    In hoeverre de “Govert Schilling stijl” werkt voor het overtuigen van niet-specialisten ben ik iets voorzichtiger zoals ik in dit blog aangaf.

  5. Hoi Jos,

    Dank voor je reactie hierboven.

    De al-of-niet planetaire status van Pluto is inderdaad een ietsje minder gepolitiseerd dan ‘het klimaat’, maar het is wel geestig dat ook daar allerlei conservatieve sentimenten lijken mee te spelen: “maar vroeger op school bij Aap Noot Mies leerde ik al over negen planeten, en Pluto!”, “Is dan niets meer zeker???”

    M.i. is het juist een leuk opstapje om in de klas uit te kunnen leggen over dwergplaneten, de Kuiper Belt, kometen etc. Maar het aanpassen van bestaande categorieën is blijkbaar lastig. Dat speelt ook bij mensen die opgegroeid zijn met het idee dat “de aarde” eeuwig en eindeloos groot is, of zelfs dat deze speciaal voor ons gecreëerd zou zijn en op magische wijze stabiel gehouden zou worden, wat weer lijkt op het latere Gaia idee.

    De paleobioloog Peter Ward neemt (min-of-meer voor de grap) juist de tegenovergestelde positie in: “the earth is out to get us (as mammals), and all those unicellular organisms want their planet back!”. De vieze zuurstof die fotosynthetiserende organismen produceren, stond hun voorgangers ook al helemaal niet aan. Volgens hem hebben die eencellige organismen daar zo hun trucjes voor.

    Aanbevolen TED lezingen van Peter Ward (een echte ijzervreter):

    http://blog.ted.com/2009/01/11/peter_ward_on_e/

    En vwb je vraag:

    Dit stuk sluit enigszins aan bij je vraag op de Spencer-post, heeft al dat geschrijf van ons wel zin? Ik probeer althans met mijn hobby-kennis het wetenschappelijke standpunt te verdedigen en jij en ik schromen niet om behoorlijk stellig even te vertellen hoe het dan wel niet zit. Onze sceptische discussiepartners veranderen, net als wij, niet van mening, want die zijn net zo overtuigd van hun gelijk. Voor mezelf vind ik het nut hebben, want van al dat opzoeken neemt je inzicht en kennis toe.

    Inderdaad zit de winst er in, om steeds meer te leren.

    Hier en daar hoor ik wel iets van feedback, maar die gaat deels volgens de lijnen: “je bent niet lekker om met die gekken (de zogenaamde klimaatsceptici) in discussie te gaan, die negéér je toch gewoon! Meestal vergezeld van de mededeling dat de tuin nog opnieuw ingericht moet worden… Kijk, en dat gaat me dan toch iets te ver. Kan je nagaan hoe open-minded ik wel niet ben.😉

  6. Bob,

    Je snijdt een interessant punt aan:

    Dat speelt ook bij mensen die opgegroeid zijn met het idee dat “de aarde” eeuwig en eindeloos groot is, of zelfs dat deze speciaal voor ons gecreëerd zou zijn en op magische wijze stabiel gehouden zou worden, wat weer lijkt op het latere Gaia idee.

    Simon Donner heeft een paper in press (BAMS) hierover. Uit het abstract:

    (…) The public uncertainty may be rooted in the belief, held by many cultures across the planet, that the climate is not directly influenced by people. The belief in divine control of weather and climate can in some cases be traced back to the development of agriculture and the early city-states. Drawing upon evidence from anthropology, theology and communication studies, I suggest that in many regions this deeply ingrained belief may limit public acceptance of the evidence for anthropogenic climate change.

    De conclusie is volgens mij helemaal raak, en heel belangrijk (maar niet bepaald bemoedigend):

    Reforming public communication about anthropogenic climate change will require humility on the part of the scientists and educators. Climate scientists, for whom any inherent doubts about the possible extent of human influence on the climate were overcome by years of training in physics and chemistry of the climate system, need to accept that there are rational cultural, religious and historical reasons that the public may fail to believe that anthropogenic climate change is real, let alone that it warrants a policy response. It is unreasonable to expect a lay audience, not armed with the same analytical tools as scientists, to develop lasting acceptance during a one hour public seminar of a scientific conclusion that runs counters to thousands of years of human belief. Without addressing the common long-standing belief that human activity cannot directly influence the climate, public acceptance of climate change and public engagement on climate solutions will not persist through the next cold winter or the next economic meltdown.

  7. Bart, zie de Cornwall Alliance voor een redelijk voorbeeld van Simon Donner’s hypothese:
    http://www.cornwallalliance.org/articles/read/an-evangelical-declaration-on-global-warming/

    Sommige “prominent signers” die we goed kennen:
    Roy Spencer (ook in de Board of Advisors)
    Ross McKitrick
    Joe D’Aleo
    David Legates

  8. Bart,

    Dank, dat is een interessant paper. Ik ben er over aan het nadenken.

    Zoals Simon Donner in de inleiding opmerkt, is er wschl. niet één ‘overriding’ oorzaak voor klimaatscepticisme maar wellicht eerder een combinatie van cognitieve factoren? En het kan natuurlijk verschillen per cultuur en per persoon. Soms zullen wereldbeeld en ‘cognitive biases’ elkaar wellicht versterken en door belanghebbenden bewust versterkt en ‘promoted’ worden – als basis voor de politieke en ideologische machtsuitbreiding van die belanghebbenden.

    Anekdote:

    Het doet denken aan een oudere oom van mij (helaas overleden) die een keer, wat aarzelend, vertelde dat hij gelezen had dat er “een nieuwe sfeer” ontdekt zou zijn in de astronomie, en dat ik daar vast wel wat van wist.

    Het was voorzichtig peilen, voor ik het begreep. In de krant had iets gestaan over ‘dark energy’ en ‘dark matter’, maar het verbijsterende was dat mijn oom blijkbaar op school nog opgegroeid was met het PTOLEMEÏSCHE wereldbeeld.

    Hij had het over ‘sferen’ met de maan, mercurius, venus, de zon en de buitenplaneten elk op hun eigen ‘sphere’, draaiend om de aarde. Daarbuiten de vaste sterren bevestigd aan het ‘firmament’. Of de aarde of de zon nu in het midden stond, daar was hij oprecht verward over. Hij had alleen lagere school gehad, en blijkbaar werd het Ptolemeïsche model nog onderwezen op de katholieke school in Brabant, waar hij opgegroeid was.

    Zie: http://www.digischool.nl/ckv2/kerk/chartres/wereld/wereldbeeld.htm

    Hij had wel iets gehoord over het melkwegstelsel, dat naar zijn idee op een nog verder naar buiten gelegen ‘sfeer’ lag.

    Ik ben niet Copernicus, Galileï, Kepler en Hubble uit gaan leggen, dat leek me lastig want je moet dan vier eeuwen sterrenkunde over gaan doen. Ik heb het uitgelegd als inderdaad een extra ‘schil’ om de melkwegstelsels die we al kennen, waar alleen nog quasars en dergelijke als (bijna) puntjes zichtbaar zijn. En dat de nieuwe ‘schil’ niet statisch is, maar steeds sneller expandeert.

    Dat is *een* optie: directe aansluiting zoeken bij al bestaande concepten.

    Maar het idee van een ‘menselijke’ akker met daarboven ‘the divine sky’ gaat nog wel wat dieper…

  9. Jos Hagelaars

    Het is nogal off-topic, maar ik vroeg me af, in het kader van mijn leerproces, of ik me vergist heb aangaande Roy Spencer’s artikel op WUWT. Hier kan ik in mijn ogen dit soort vragen zeker kwijt. Het gaat over Spencer die de Big Picture eindelijk ziet:
    http://wattsupwiththat.com/2011/10/09/spencer-finds-the-big-picture-on-cloud-feedback/

    Ik heb daar een vraag gesteld aan Spencer, maar je kunt net zo goed een fles met een briefje in de oceaan gooien, niemand reageert er op. Blijkbaar zijn de meeste mensen daar om te reageren en niet om te lezen, maar het kan net zo goed aan mijn slechte Engels en/of schrijfstijl liggen.
    Ik had de indruk dat Spencer schaamteloos een grafiek samenstelt, die Dessler in zijn 2010 artikel (http://geotest.tamu.edu/userfiles/216/dessler10b.pdf) eigenlijk al gemaakt had, en dan vervolgens net deed alsof hij iets nieuws verzonnen had.

    Mijn vraag aldaar:
    Dr. Spencer,
    It looks to me that the graph you show here is a combination of the graphs 1A and 1C in Dressler’s 2010 paper, in your graph delta-Ts is just multiplied by the constant lambda. Dressler says about this delta-Ts: “Also plotted is an ENSO index (23), and the close association between that and delta-Ts verifies that ENSO is the primary source of variations in delta-Ts.” and
    “Obviously, the correlation between delta-Rcloud and delta Ts is weak (r2 = 2%), meaning that factors other than Ts are important in regulating delta-Rcloud.”
    It seems to me that you’ve reached the same conclusion as Dressler, in that there is a low correlation between the radiative forcing at the TOA and the delta-Ts. Am I correct ?”

    Ik heb Dessler’s naam per ongeluk voorzien van een extra r, waarvoor ik excuses gemaakt heb en vervolgens weer een o vergeten ben. Ik moet veel meer oefenen:
    I have to apologize to Professor Dessler for messing up his name in my comment at 6:09 AM. The extra “r” is maybe caused by to much feedback from delta-R-coffee.

    Nick Stokes kwam zo ongeveer met dezelfde quote aanzetten:
    http://wattsupwiththat.com/2011/10/09/spencer-finds-the-big-picture-on-cloud-feedback/#comment-763115

    Naast de grafiek komt Spencer, zoals gewoonlijk natuurlijk, opnieuw met een zeer lage klimaatgevoeligheid van 3 – 6 W/m2K, oftewel 1.2 – 0.6 °C per verdubbeling van de CO2 concentratie, aanzetten. Marco’s link naar de Cornwall Alliance gaf me wel een idee van Spencer’s beweegredenen. Het geloof is iets wat een ieder voor zich maar moet uitzoeken, maar Spencer sjoemelt desnoods met de waarheid als die niet overeenkomt met zijn wereldbeeld.

    Zit ik ernaast en/of wat vinden jullie van Spencer’s verhaal ?

  10. Hi Jos,

    Ik verdiep me niet zo in de WUWT verzinsels: Anthony Watts zaait doelbewust verwarring, in dit geval door middel van een guestpost van Roy Spencer. Zo’n 2x per week wordt er zogenaamd een nieuw ‘paradigm’ of ‘finding’ gelanceerd, om iedereen lekker bezig te houden en drie dagen later is men het allemaal vergeten. Ene meneer BargHumer valt het blijkbaar ook op, maar hij trekt niet de voor de hand liggende conclusie dat het zo bedoeld is:

    http://wattsupwiththat.com/2011/10/09/spencer-finds-the-big-picture-on-cloud-feedback/#comment-764108

    Anyway… als je door die thread bladert, dan is men in de war over forcing vs. feedback, en of wolken nu een feedback, een forcing of allebei zijn. Zinloze verwarring – het is de vraagstelling die bepaalt wat je als feedback of als forcing behandelt. Het is geen intrinsieke eigenschap van de wolkbedekking.

    Zowel voor Spencer als voor Dessler is een belangrijke vraagstelling: stel dat er een ‘perturbation’ van de stralingsbalans optreedt (bijv. door extra insolatie of extra broeikasgassen), hoe reageert de wolkbedekking hierop? Een andere vraagstelling is ook mogelijk. Je zou de ‘Svensmark hypothese’ kunnen adopteren en een vraagstelling formuleren waarbij WOLKEN de forcing zijn – en dan kijken wat er met waterdamp, ice-albedo of zelfs CO2 gebeurt.

    Daarmee is Spencer’s bewering in dat gastblog: “Andy Dessler’s 2010 and 2011 papers have claimed, both implicitly and explicitly, that in the context of climate, with very few exceptions, cloud changes must be the result of temperature change only.” ook onzin.

    Wat zowel Dessler als Spencer proberen te bepalen, is welke positive/geen/negatieve feedback er optreedt qua wolkbedekking als respons op temperatuursstijging aan het oppervlak. A priori alle drie mogelijk, zoals je ongetwijfeld weet, omdat bijvoorbeeld hoge wolkbedekking ‘short wave’ deels doorlaat en vooral IR absorbeert/emitteert. Door de wolkbedekking (of albedo) als afhankelijke variabele te onderzoeken stel je echter absoluut niet: “cloud changes must be the result of temperature change only.”

    Ideetje: je zou jouw vraag eens op het blog van Spencer kunnen stellen, onder verwijzing naar dat gastblog op WUWT? Wellicht goed om elke deelvraag te nummeren, want Spencer heeft er een handje van alleen de 1e te beantwoorden.🙂

    – Bob

  11. Jos Hagelaars

    @Bob, bedankt voor je antwoord.

    Je hebt volkomen gelijk, WUWT is duidelijk niet bedoeld voor dat soort vragen. Ik had je advies opgevolgd, maar krijg de indruk dat hetzelfde opgaat voor Spencer’s blog. Een antwoord krijg je niet, maar het is vast en zeker zoals jij aangeeft, de stukken worden niet geschreven om anderen wijzer te maken maar alleen om mist te verspreiden. Ik ga me op die sites niet meer inspannen en Spencer doet zijn best maar met zijn grafieken-ctrl-c-ctrl-v samenstellingen.

    Iets anders.
    Bij skepticalscience stond onderstaande grafiek over de ocean heat content tot 2000 meter. De stijging van de warmte-inhoud van de diepere oceaanlagen t.o.v. de top 700 meter is duidelijk zichtbaar :

    De grafiek zit verborgen tussen de comments op :
    http://www.realclimate.org/index.php/archives/2011/10/global-warming-and-ocean-heat-content/

    De gegevens waarmee deze grafiek gemaakt is, zijn te downloaden via:
    ftp://ftp.nodc.noaa.gov/pub/data.nodc/woa/DATA_ANALYSIS/3M_HEAT_CONTENT/DATA/basin/3month/
    De jaardata zijn er ook via “/basin/yearly”. Zie de ohc*levitus*.csv files.
    Ik heb meteen maar wat trends berekend, vanaf 1990 tot nu:
    0 – 2000 m = 0.76 x 10^22 J/yr
    0 – 700 m = 0.55 x 10^22 J/yr
    en de periode die de sceptici altijd gebruiken om te laten zien dat oceanen niet meer opwarmen, van 2003 tot nu:
    0 – 2000 m = 0.42 x 10^22 J/yr
    0 – 700 m = 0.05 x 10^22 J/yr
    Nou dat komt toch fraai overeen met de conclusie van Katsman en Oldenborgh :
    “The analysis reveals that an 8-yr period without upper ocean warming is not exceptional. It is explained by increased radiation to space (45%), largely as a result of El Ni˜no variability on decadal timescales, and by increased ocean warming at larger depths (35%), partly due to a decrease in the strength of the Atlantic meridional overturning circulation.”
    http://www.knmi.nl/publications/fulltexts/katsman_vanoldenborgh2011.pdf
    Waarschijnlijk zullen we het ook een keer gaan merken, zie comment #29 in het RealClimate stuk van Dr. Ruddiman:
    “Rather, normal ocean circulation is going to start exposing to the atmosphere part of the extra heat we have for decades been burying in the ocean, and will ‘feel’ this increment of “extra” heat coming in.”

  12. Over Ocean Heat Content, zie ook mijn Engelstalige blog (gebaseerd op de RC discussie tussen Gavin en Roger Sr: http://ourchangingclimate.wordpress.com/2011/10/12/ocean-heat-content-transfer-of-heat-through-the-top-700-metres-gavin-schmidt-vs-roger-pielke-sr/
    Met grafiek uit Hansen et al 2011 van verschillende recente OHC schattingen.

  13. Jos Hagelaars

    Hoi Bart, vers van de pers zie ik.
    Het zal waarschijnlijk morgenavond worden voor ik er aan toe kom, bedankt in ieder geval.

    Pielke Sr. is druk bezig met reageren op blogs de laatste tijd, zeer lange discussies op SkS en op RealClimate. Buiten alle technische zaken vond ik dit statement van Pielke op SkS, ik wist niet dat hij zo’n standpunt had over de toename van de CO2 concentratie:
    “3. From a policy perpsective, our debate is essentially irrelevant. We both agree that permitting atmospheric concentrations to increase risks consequences.”
    http://www.skepticalscience.com/news.php?p=1&t=79&&n=1048#64934

  14. Hoi Jos & Bart,

    Dank voor de info over de OHC en het fascinerende artikel van Katsman & Oldenborgh. Ik heb het al een tijd op m’n lijstje staan, maar ik heb het vrij druk – wat minder tijd om te lezen. Het viel me op dat Hans von Storch en Eduardo Zorita ook al op het artikel gewezen hebben:

    http://klimazwiebel.blogspot.com/2011/08/c-katsman-and-g-j-van-oldenborgh-2011.html

    Zorita levert daar interessant commentaar, maar ik vermoed dat enigszins over het hoofd gezien wordt hoe *variabel* (year-to-year) het transport van warmte naar de diepere lagen is. Als je de referenties van het Wikipedia artikel: http://en.wikipedia.org/wiki/Shutdown_of_thermohaline_circulation doorneemt dan valt op:

    – sommige jaren kennen een bijna ‘stagnant’ downdraft van water naar de diepzee (2003, 2004?)
    – in andere jaren gaat het juist als de brandweer (2007, 2008)
    – zoet smeltwater van zeeijs en landijs kan die downdraft verplaatsen of tijdelijk stilleggen
    – het is een heel chaotisch systeem dat soms wel/soms niet warmte wegstopt in de diepzee (belangrijke oorzaak van year-to-year variabiliteit?)

    Dit commentaar is al helemaal fascinerend:

    In May 2005, Peter Wadhams reported to The Times of London about the results of investigations in a submarine under the Arctic ice sheet measuring the giant chimneys of cold dense water, in which the cold dense water normally sinks down to the sea bed and is replaced by warm water, forming one of the engines of the North Atlantic Drift. He and his team found the chimneys to have virtually disappeared. Normally there are seven to twelve giant columns, but Wadhams found only two giant columns, both extremely weak.

    Volgens mij zouden Gavin Schmidt en Pielke Sr. een oceanograaf bij deze discussie moeten betrekken, iemand die vertrouwt is met de circulatie rondom de (smeltende) poolkappen, bijv.: http://en.wikipedia.org/wiki/Peter_Wadhams

    Ik denk het we dat misschien verder kunnen bespreken op Bart’s engelstalige blog? Ik ga eerst je leestips eens doornemen.

    Groet!
    Bob

    P.S.: ja, en Dr. Pielke Sr. lijkt een beetje op de goede weg te zijn. Ik heb altijd al waardering gehad voor zijn nuchterheid, maar hij lijkt me soms wat kort door de bocht.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s