Niet warm of koud van de zon!

Gast-blog van Bob Brand en Jos Hagelaars

In het online tijdschrift European Energy Review (EER) verscheen begin mei een interessant interview van Marcel Crok met professor Fritz Vahrenholt, de auteur van het (in Duitsland) spraakmakende boek “Die Kalte Sonne”.

Het interview is goed geschreven (complimenten aan Marcel), en bevat een gedetailleerde beschrijving van de loopbaan en achtergrond van Fritz Vahrenholt die o.a. voor Shell gewerkt heeft, voor de windturbine-fabrikant RePower en tot eind dit jaar de CEO is van RWE Innogy, de hernieuwbare-energie tak van het grote Europese energieconcern RWE. Vervolgens gaat Vahrenholt nader in op de centrale these van zijn boek: de invloed van de zon zou door de klimaatwetenschap en door het IPCC ernstig onderschat zijn. Vahrenholt stelt dat de invloed van CO2 daardoor juist overschat wordt, en dat een (volgens hem te verwachten) minder actieve periode van de zon ons de tijd zal geven om in alle rust aan ‘werkelijk duurzame’ oplossingen te werken.

Naarmate het interview vordert, worden de uitspraken van Dr. Vahrenholt steeds vergaander: blijkbaar hanteert Vahrenholt het tendentieuze boek ‘The Hockey Stick Illusion’ van Montford als referentiekader, en hij stelt dat we “misleid” zijn door het IPCC over het klimaat van de afgelopen 1000 jaar – het populaire verhaaltje van de Vikingen op (Zuidwest) Groenland komt weer voorbij, en dat dient dan als de onderbouwing voor deze veronderstelde misleiding.

Vervolgens is de zon eindelijk aan de beurt: Vahrenholt stelt dat de zon véél actiever geworden is na de ‘Little Ice Age’ (de koude periode in Europa en mogelijk ook elders, die van ca. 1300-1850 geduurd heeft) en dat van 1950 tot 2000 de zon extreem actief zou zijn geweest, waarbij Vahrenholt verwijst naar (voorlopig hypothetische) versterkingsmechanismen die ervoor zorgen dat de magnetische activiteit van de zon invloedrijker zou zijn dan de (relatief geringe) variatie in zonnesterkte. Daarna volgt er de bekende opvatting dat de temperaturen zich al 15 jaar op een ‘plateau’ zouden bevinden…

Naar onze mening is dat laatste idee een aanzienlijke miskleun, aangezien juist de periode sinds 1997/1998 (het jaar van de Super El Niño) gekenmerkt wordt door grote variaties in activiteit van de ENSO én de bijbehorend grote uitslagen in temperatuur, met de laatste zes jaar overwegend de (altijd koelere) La Niña condities.

Maar eigenlijk willen we niet het gras voor de voeten wegmaaien van waar het hier vooral over gaat: onderzoekers Dr. Rob van Dorland en Dr. Bart Verheggen hebben maandag 11 juni een zéér duidelijke en uitgebreide repliek in EER gepubliceerd!

Zij gaan in detail in op deze argumenten, waarna Vahrenholt en zijn co-auteur Dr. Sebastian Lüning een uitgebreide ‘Reply’ aanleveren waarin zij nogal uitweiden over andere aspecten dan alleen de zon: er wordt weer uitgebreid met de hockeystick gezwaaid, en er volgt een ware ‘Gish Gallop’ met referenties naar de literatuur – die echter niet allemaal juist weergegeven worden…

En dat blijkt dan ook als Bart Verheggen en Rob van Dorland nog een afsluitende volley afleveren, precies in het ‘center court’ van dit spelletje klimaattennis: een niet zó korte ‘Short Reply’ waarbij zij focussen op de centrale these van Vahrenholt en Lüning en zich niet af laten leiden door hockeysticks of veronderstelde ‘Multidecadal Oscillations’.

De eerste repliek van Rob en Bart, evenals de uitgebreide reactie van Vahrenholt en Lüning en de afsluitende dupliek zijn in hun geheel te lezen op de website van EER (gratis registratie vereist). De beide stukken van Rob en Bart staan ook op Our Changing Climate: Comment on EER interview with Fritz Vahrenholt en Response to Fritz Vahrenholt and Sebastian Lüning.

Hier onze beknopte weergave van de belangrijkste punten:

Het klimaat reageert vertraagd  op veranderingen in de stralingsbalans als gevolg van de warmte inhoud van de oceanen.

Nu, dit is zowaar correct. Deze ‘delayed response’ is door Vahrenholt en Lüning naar voren gebracht om te verklaren hoe het kan dat de oppervlaktetemperaturen pas sinds de jaren ’70 zijn gaan stijgen. Zij zien echter enkele essentiële aspecten over het hoofd.

Ten eerste zal de snelheid van de opwarming direct na een verstoring maximaal zijn, en niet zo’n twintig jaar later pas van start gaan.  Ten tweede zal de snelheid van opwarming daarna langzaam gaan dalen naar 0 tot er een nieuw evenwicht bereikt is. De zon bereikte juist in de jaren ’50 zijn maximale niveau en vertoont sindsdien de bekende ca. 11-jarige cyclus, maar geen stijgende trend. Echter de waarnemingen laten juist zien dat de totale warmte inhoud van de aarde, dus inclusief de oceanen, pas sinds de jaren ’70 toe is gaan nemen (ook na 2000!) en dus lang nadat de zon zijn maximum bereikt had.

De conclusie is dat er een ander proces actief moet zijn dat de opwarming van zowel de oceanen als de atmosfeer veroorzaakt heeft.

De totale warmte inhoud van de aarde gebaseerd op Church et al 2011 (via SkepticalScience.com)

De invloed van de zon zou door het IPCC onderschat zijn.

Dit hebben we hier bij “There’s always the sun !”  al uitgebreid besproken. De zon vertoont al zo’n 50 jaar geen trend, niet in TSI en niet in GCR’s. Welke versterkingsfactor men ook toepast op de invloed van de zon, het netto effect is nul.

Daarnaast laat het versterkte broeikaseffect duidelijke ‘vingerafdrukken’ achter, zoals het afkoelen van de stratosfeer. Een opwarming veroorzaakt door de zon zou juist een opwarming veroorzaken in de gehele atmosfeer. Het eerste punt is duidelijk waargenomen en het tweede juist niet.

De opwarming van de aarde zou 15 jaar geleden gestopt zijn.

Een typisch voorbeeld van het verwarren van korte termijn variaties met de onderliggende lange termijn trend. Houd je rekening met die natuurlijke variaties, zoals bijv. Foster and Rahmstorf hebben laten zien, gaat de opwarming onverminderd door. Andere indicatoren zoals het smelten van het ijs op Groenland en Antarctica of de warmte inhoud van de oceanen onderschrijven dit.

Foster & Rahmstorf: Annual averages of the adjusted data.

Er zou een natuurlijke variatie zijn die het IPCC niet meegenomen heeft, in het bijzonder klimaatcycli van 60 jaar.   

Dit is gebaseerd op curve-fitting, terwijl het bekend is dat curve-fitting van een serie van chaotische signalen ogenschijnlijk tot periodiciteiten leiden. Zonder deugdelijke fysische verklaringen is de voorspellende waarde daarvan nihil. Een herverdeling van warmte in het klimaatsysteem is duidelijk niet aan de orde, zoals eerder gezegd, alle indicatoren wijzen richting opwarming.

“Die Kalte Sonne” zou bijna geheel gebaseerd zijn op de wetenschappelijke literatuur.

De lange lijst met referenties in Die Kalte Sonne is niet vanzelfsprekend overtuigend. Uit het antwoord van Vahrenholt en Lüning blijkt bijv. overduidelijk het foutief interpreteren van Solanki 2004, Mann 2008 en Berger 2011. Hun ‘solaire hypothese’ zou op zijn minst aan een nauwgezet wetenschappelijk onderzoek onderworpen moeten worden en niet verstopt worden achter een lange lijst met referenties, al dan niet gedeeltelijk fout begrepen en/of  “ge-cherry-picked”. Waarom publiceren Vahrenholt en Lüning hun hypothese niet in de refereed wetenschappelijke literatuur, waar deze kritisch maar inhoudelijk getoetst kan worden?

Vahrenholt en Lüning refereren aan Solanki et al 2004 om hun zonne-claim te ondersteunen.

Dat wekt verbazing  omdat Solanki en co-auteurs in die studie, en meerdere andere studies, hebben aangeven dat de variatie van de zon en de opwarming van de laatste decennia ontkoppeld zijn:

Solanki 2003: “This comparison shows without requiring any recourse to modeling that since roughly 1970 the solar influence on climate (through the channels considered here) cannot have been dominant.”

 Solanki 2004: “Although the rarity of the current episode of high average sunspot numbers may indicate that the Sun has contributed to the unusual climate change during the twentieth century, we point out that solar variability is unlikely to have been the dominant cause of the strong warming during the past three decades.”

 Solanki 2005: “The full data series correlate at a similar significance level, with the bulk of the correlation being due to the similarity in trends. The last 30 years are not considered, however. In this time the climate and solar data diverge strongly from each other.”

Een fraai voorbeeld van een foutieve interpretatie van de wetenschappelijke literatuur.

“Temperatures have not increased since at least the year 2000, which however should not be misunderstood that warming on a 30 year scale might have stopped.”

Dat is een mooie zin uit de respons van Vahrenholt en Lüning, want in het oorspronkelijke interview van 2 mei stond: “Our critics say fifteen years is not enough to make judgments about the climate.” Blijkbaar is Vahrenholt het nu wél eens met zijn critici? Iets dat wij overigens onderschrijven, het klimaat is meer dan de fluctuaties die optreden gedurende een decennium.

Verheggen en van Dorland sluiten af met het statement dat de klimaatveranderingen die opgetreden zijn gedurende de geschiedenis van de aarde niet verklaard kunnen worden, laat staan kwantitatief gemodelleerd, zonder de substantiële opwarmingseffecten van broeikasgassen.

Daar sluiten wij ons bij aan en het moge duidelijk zijn dat de aarde de laatste halve eeuw niet warm of koud is geworden van de zon… maar wel degelijk warmer is geworden  door broeikasgassen!

Wij raden iedereen aan de Engelse site van Bart te bezoeken voor een uitgebreid en volledig overzicht, reageren in het Nederlands kan uiteraard hier.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s