Waarom Arctisch zee-ijs niemand koud zou moeten laten

Gast-blog van Neven.

Het Arctisch zee-ijs lijkt een nieuw record minimum te hebben bereikt, enkele weken voordat het zomerminimum doorgaans bereikt wordt. Het Arctisch zee-ijs smelt de laatste decennia ’s zomers veel meer dan in de voorafgaande eeuwen het geval was. Dit seizoensgebonden smelten gaat sneller dan verwacht werd door klimaatwetenschappers. Hoewel het smelten van zee-ijs niet direct tot een stijgende zeespiegel leidt (behalve dan een klein effect vanwege het verschil in zout-gehalte) zijn er wel degelijk consequenties aan de teloorgang van het Arctisch zee-ijs. Daarover gaat deze gast-blog van Neven, die een zeer informatief (Engelstalig) blog bijhoudt over Arctisch zee-ijs.

Arctisch zee-ijs werd ongeveer 47 miljoen jaar geleden een terugkerend fenomeen op de Aarde. Sinds de huidige ijstijd zo’n 2,5 miljoen jaar geleden begon, is de Arctische Oceaan volledig bedekt met een laag zee-ijs. Alleen tijdens interglacialen, zoals nu, smelt een deel van dat zee-ijs in de zomer omdat de top van de planeet tijdens de zomermaanden meer naar de Zon gericht is en dus grote hoeveelheden zonlicht ontvangt. Als de winter begint, ontstaat op het ijsvrije deel van de Arctische Oceaan weer een nieuwe laag ijs.

Vanaf het moment dat de menselijke beschaving ontstond, 5000 tot 8000 jaar geleden, was deze jaarlijkse cyclus van smeltend en weer terugvriezend Arctisch zee-ijs min of meer constant. Er zijn periodes geweest waarin wat meer zee-ijs smolt in de zomer, en periodes waarin er minder smolt. Onlangs heeft er echter een radicale verschuiving plaatsgevonden. Satellieten geven sinds een paar decennia een gedetailleerd beeld van het Arctische gebied en in die tijd is er een onmiskenbare reductie in de zomerse zee-ijsbedekking waargenomen. Toen in 2007 het vierde IPCC-rapport uitkwam, dacht men over het algemeen dat het Arctische gebied ergens tegen het einde van deze eeuw ijsvrij zou kunnen worden. Maar veranderingen voltrekken zich in zo’n hoog tempo dat de meeste experts nu denken dat het rond 2030 zou kunnen gebeuren. Sommigen zeggen zelfs dat het al dit decennium zover zou kunnen zijn.

Wat deze ontwikkelingen zo belangrijk maakt, is de rol die het Arctische zee-ijs speelt bij het weerkaatsen van zonlicht. Omdat ijs wit is, reflecteert het een groot deel van het binnenkomende zonlicht weer terug de ruimte in. Is er echter geen ijs, dan absorbeert het donkere zeewater het zonlicht grotendeels en warmt hierdoor op. Hoe minder zee-ijs er is, hoe meer het water opwarmt, hoe kleiner de zee-ijsbedekking wordt. Deze terugkoppeling heeft allerlei gevolgen voor het Arctische gebied. Verdwijnend zee-ijs kan goed zijn voor soorten zoals minuscule algen die profijt hebben van warmer water en een langer groeiseizoen, maar tegelijkertijd rampzalig zijn voor grotere dieren die het ijs nodig hebben om op te jagen of jongen te baren. Snel veranderende omstandigheden hebben ook onaangename gevolgen voor de menselijke bevolkingsgroepen die afhankelijk van het zee-ijs zijn voor hun inkomen en cultuur. Hele gemeenschappen smelten en spoelen letterlijk weg omdat bijvoorbeeld de dempende werking van zee-ijs vermindert, en golven hierdoor vrij spel hebben bij het eroderen van de kust.

Maar wat in het Arctische gebied gebeurt, blijft niet beperkt tot het Arctische gebied. Het snelle verdwijnen van de zee-ijsbedekking kan gevolgen hebben die op het hele noordelijke halfrond merkbaar worden door de effecten op weerpatronen. Naarmate het totale zee-ijsoppervlak steeds vroeger in het smeltseizoen steeds kleiner wordt, warmen de donkere wateren steeds meer op. De grote hoeveelheden warmte en vocht die vervolgens in de herfst en winter aan de atmosfeer afgegeven worden, leiden mogelijk tot verstoringen van de straalstroom, de wind op 10 km hoogte die warme lucht ten zuiden en koude lucht ten noorden van elkaar scheidt. Een gedestabiliseerde straalstroom gaat meer ‘meanderen’, waardoor ijskoude lucht verder naar het zuiden kan stromen, een mogelijke factor in de extreme winters die de afgelopen jaren op het noordelijk halfrond plaatsvonden. Een ander effect van grotere lussen in de straalstroom is dat ze langzamer verschuiven en soms stil blijven staan, wat tot een toename in zogeheten blokkades leidt. Lang aanhoudende weersomstandigheden zorgen zo voor weersextremen, zoals de recente hittegolf, droogte en bosbranden in de VS. Een ander voorbeeld is de koele en extreem natte eerste helft van de zomer in het noordwesten van Europa.

De ophoping van warmte in Arctische wateren beïnvloedt ook andere bevroren delen van het Arctische gebied, zoals gletsjers en ijskappen op Groenland en de Canadese Arctische Eilanden. Naarmate er steeds minder zee-ijs is dat als buffer fungeert, komt er meer energie vrij om gletsjers van onderen af te smelten en de lucht erboven op te warmen. Dit heeft een duidelijk effect op de Groenlandse ijskap en gletsjers die in de zee eindigen. Niet alleen bewegen gletsjers sneller richting de zee, ook smelt in de zomer een steeds groter oppervlak van het ijzige Groenland. Beide factoren zorgen ervoor dat het massaverlies van de Groenlandse ijskap versneld toeneemt. Naarmate het Arctische gebied opwarmt, is een groeiende bijdrage aan het stijgen van de zeespiegel onvermijdelijk.

Een andere manier waarop Arctische opwarming wereldwijde gevolgen kan hebben, is via de invloed die het op permafrost heeft. Permanent bevroren bodems over de hele wereld bevatten 1400-1700 Gigaton koolstof, ongeveer vier keer meer dan alle koolstof die sinds het begin van de Industriële Revolutie door menselijke activiteiten is uitgestoten. Een Amerikaans onderzoek uit 2008 constateerde dat een periode van abrupt verlies van zee-ijs tot een snelle dooi van bevroren bodems tot wel 1500 kilometer landinwaarts zou kunnen leiden. Afgezien van wijdverbreide schade aan infrastructuur (wegen, huizen) in noordelijke gebieden, kan het jaarlijks vrijkomen van de opgeslagen koolstof op termijn oplopen tot 15-35 procent van de huidige jaarlijkse uitstoot door menselijke activiteiten, wat de terugdringing van broeikasgassen in de atmosfeer danig zou bemoeilijken.

Een potentiële bron van broeikasgassen die nog meer zorgen baart, is methaan in de zeebodem van de Arctische Oceaan, met name voor de kust van Siberië. Deze zogeheten hydraten bevatten in totaal zo’n 1400 Gigaton methaan, een broeikasgas dat veel krachtiger is dan koolstofdioxide, maar minder lang in de atmosfeer blijft hangen. Een methaanhydraat, een vorm van waterijs dat binnen zijn kristalstructuur grote hoeveelheden methaan bevat, blijft stabiel onder een combinatie van hoge druk en lage temperaturen. Op een diepte van slechts 50 meter of minder zijn de methaanhydraten in de zeebodem van de Oost-Siberische Zee bijzonder kwetsbaar voor stijgende watertemperaturen. Met een gemiddelde van 1,90 delen per miljoen is de methaanconcentratie in het Arctische gebied al hoger dan in het in de afgelopen 400.000 jaar was. 

Naast deze onwinbare vormen van fossiele brandstof bevinden zich in het Arctische gebied ook grote hoeveelheden winbare olie en gas. Terwijl het zee-ijs zich terugtrekt, worden de Arctische fossiele schatten gulzig in de gaten gehouden door grote bedrijven en landen die aan de Arctische Oceaan grenzen. Niet alleen kan een dergelijke stormloop tot geopolitieke spanningen leiden in een wereld waar energie in rap tempo duurder wordt, het is ook hoogst ironisch dat de meest waarschijnlijke oorzaak van het verdwijnen van Arctisch zee-ijs – het opgraven en verbranden van fossiele brandstoffen – tot de opgraving van nog meer fossiele brandstoffen leidt. Nog een terugkoppeling. 

Nieuwsartikelen over Arctisch zee-ijs gaan vaak gepaard met foto’s van ijsberen op ijsschotsen, maar hoewel veel dieren met negatieve impacts van verdwijnend zee-ijs te maken zullen krijgen, staat er ook voor de menselijke samenleving wat op het spel. Na duizenden jaren waarin zee-ijs een vitale rol speelde in de relatief stabiele omstandigheden waaronder de moderne beschaving, landbouw en een wereldbevolking van 7 miljard mensen zich konden ontwikkelen, begint het erop te lijken dat de door broeikasgassen veroorzaakte opwarming van de Aarde een einde gaat maken aan deze stabiele omstandigheden. Of het Arctische zee-ijs nog behouden kan worden, is moeilijk te zeggen, maar als het ijs eenmaal weg is, zullen de gevolgen niet mee verdwijnen. Het lijkt erop dat deze alleen verzacht kunnen worden door fossiele brandstoffen in de grond en uit de lucht te laten. Hoe je het ook wendt of keert, doorgaan op de huidige voet is geen optie.

Voor meer (Engelstalige) informatie over Arctisch zee-ijs: Neven’s Arctic Sea Ice blog.

Gebruikte afbeeldingen:

Reconstructie van Arctisch zee-ijs – Kinnard et al. 2011
Zee-ijs albedo terugkoppeling – NASA
Polaire straalstroom – NC State University
Oppervlaktesmelt Groenlandse ijskap – NASA
Distributie van permafrost – GRID-Arendal
Methaanconcentratie in de atmosfeer – NOAA ESRL
Rusland plant een vlag op de Noordpool – Reuters

Een Engelstalige versie van deze post is o.a. te vinden op Planet3.

42 Reacties op “Waarom Arctisch zee-ijs niemand koud zou moeten laten

  1. Oei Neven,

    Lekker doorgeschoten in je rant? Toch enkele kanttekening bij de plaatjes in je verhaal,

    De Hockeystick van Kinnard
    Daar heeft Steve McIntyre al over bericht http://climateaudit.org/2011/12/05/kinnard-arctic-o18-series/, weer een klassieke manniaans artifact door het zwaar laten wegen van uitschieters. Er is ook gedegen onderzoek aan een gletsjermeersediment in Groenland (Antoniades et al PNAS 2011) dat een heel ander verhaal verteld.

    De Groenlandsmelt,
    is een plaatje van nat ijs dat met satellieten is waargenomen, inderdaad voor het eerst heel groenland, maar je moet wel bedenken dat deze satelliet al een dun filmpje water herkent en dat dit niet zo verwonderlijk is in een gebied waar de zon 24 uur schijnt. We weten niet of dit ook in de jaren veertig is gebeurt want daar was niemand toen bij.

    De vlag op de noordpool
    Gewoon een dappere rus in een duikboot die (eindelijk) een vlag op de echte noordpool onder water heeft geplant, nrt zo min een territoriumclaim als de amerikaanse vlag op de maan. Bovendien zijn de economische zones van de noordpool netjes ondergeschikt aan verdragen. De russen hebben tijden lang zonder problemen steenkool op Spitsbergen gedolven.

    De Methaangrafiek
    De hoofdoorzaak van de hudige methaanconcentratie van 1800 ppb is aardgas dat lekt bij de winning van aardgas en aardolie, hij vlakt af omdat de voornaamste bron gas flaring steeds minder wordt omdat dat gas ook verkocht kan worden. http://home.casema.nl/errenwijlens/co2/methaan.gif De methaanconcentratie tijdens het Eemien was minder dan 800 ppb en dat met temperaturen die er voor zorgden dat Middelandsezeeschelpen in de Noordzee voorkwamen.Opgeklopte hype dus.

    En als je het nog niet wist: industrie brengt welvaart.

  2. Jos Hagelaars

    “Er is ook gedegen onderzoek aan een gletsjermeersediment in Groenland (Antoniades et al PNAS 2011) dat een heel ander verhaal verteld.”

    Nou een heel ander verhaal? Ik wil wel even de laatste zin van het Antoniades artikel hier citeren:
    The break-up of the WHIS and associated loss of the epishelf lake at the turn of the 21st century is therefore a significant event at the millennial scale and suggests that current climates at the northern limit of North America are at their warmest in nearly 1,000 years.
    Op hun warmst in bijna 1000 jaar!
    http://www.pnas.org/content/early/2011/10/18/1106378108.full.pdf?with-ds=yes
    Antoniades et al 2011 betreft een onderzoek naar één ijsplaat in het noorden van Ellesmere Island (Canada). Dat is niet hetzelfde als het gehele Arctische gebied. Daarbij was het Arctische gebied aan het afkoelen de laatste millennia, een trend die zo’n 100 jaar geleden afgebroken werd. Zie bijv: http://www.arcus.org/synthesis2k/synthesis/index.php
    In grafiek 3H van het Antionades artikel is eveneens te zien dat de afkoelende trend zo’n 50 jaar voor BP werd afgebroken.

    “De hoofdoorzaak van de hudige methaanconcentratie van 1800 ppb is aardgas dat lekt bij de winning van aardgas en aardolie, hij vlakt af omdat de voornaamste bron gas flaring steeds minder wordt omdat dat gas ook verkocht kan worden.”

    Het ligt wat genuanceerder. Als ik op blz. 190 kijk van
    http://www.atmosresearch.com/ESR%202002.pdf
    zie ik dat 29% van de CH4 emissies een natuurlijke oorzaak heeft, 28% afkomstig is van de landbouw en 43% van overige antropogene bronnen. Van die 43% wordt circa de helft veroorzaakt door de winning van kolen, gas en andere fossiele brandstoffen.
    Sinds 2007 is de concentratie van CH4 in de atmosfeer weer aan het stijgen, zoals de NOAA grafiek in het excellente en zeer informatieve verhaal van Neven laat zien.
    Een goed overzicht van de stabiliteit van methaanhydraten is te vinden in het volgende artikel van David Archer: http://geosci.uchicago.edu/~archer/reprints/archer.2007.hydrate_rev.pdf
    Regelrechte catastrofes door de methaanhydraten worden door Archer gelukkig niet verwacht, maar een significatie bijdrage behoort zeker tot de mogelijkheden:
    The potential climate impact in the coming century from hydrate methane release is speculative but could be comparable to climate feedbacks from the terrestrial biosphere and from peat, significant but not catastrophic. On geologic timescales, it is conceivable that hydrates could release as much carbon to the atmosphere/ocean system as we do by fossil fuel combustion.

  3. Hans Custers

    Ach ja, Hans Erren heeft een eierdopje vol met bewijs dat er helemaal niks aan de hand is met het Noordpoolijs. De rest van de wetenschap, met de omvang van het IJsselmeer, kunnen we dus rustig negeren.

    En dat huidige recordminimum, daarvan kunnen we de ontwikkeling van de pseudosceptische inzichten nu al redelijk uittekenen. Eerst horen we een tijd dat het helemaal veroorzaakt is door die storm van enkele weken geleden. En er deugt waarschijnlijk niks van de metingen. Als een nieuw record vervolgens een jaar of drie, vier uitblijft – niet onaannemelijk lijkt me, zeker als het ijs nog een tijdje blijft smelten – zijn die storm en de problemen met metingen ineens vergeten en is de Noordpool zich gewoon aan het herstellen van het huidige minimum….

    Goed stuk, Neven! Ik begrijp dat het ondertussen hard op weg is naar wereldfaam.

  4. Bedankt voor het plaatsen, Bart.🙂

    Hans Erren, je hebt me overtuigd. Er is he-le-maal niets aan de hand. We kunnen gewoon op dezelfde voet doorgaan. Gelukkig zijn er briljante blanke mannen van middelbare leeftijd zoals jij die alles weten en hun onmetelijke kennis met ons delen. Er is niets aan de hand! Niets is aan het veranderen! Alles kan zo blijven zoals we het graag zien!

  5. Heel goede blog Neven
    @Erren; “En als je het nog niet wist: industrie brengt welvaart.” dat is pas een dooddoener. Heel wetenschappelijk alleszins: als al de rest misschien toch waar is, dan is dat wel een heel sterk argument: “business as usual want we hebben onze (lees westerse) welvaart daar aan te danken”.
    Op climategate.nl lusten ze dergelijke uitspraken wel: misschien daar posten in het vervolg.

  6. Beste Neven,

    Een uitstekend stuk dat beknopt en goed leesbaar beschijft, waarom het (aanzienlijk sneller dan verwacht) verdwijnen van het zomer-zeeijs zo’n belangrijke mijlpaal is. Niet alleen bewijst dit het bestaan van het versterkte broeikasgas-effect en de gevolgen daarvan voor het klimaat, maar het illustreert ook dat klimaatmodellen een bandbreedte aan uitkomsten genereren, waar het nét zo waarschijnlijk is dat het sneller opwarmt dan verwacht als langzamer.

    Door de pseudo-skeptici wordt er wél gewezen op de kans dat het tempo van opwarming achterblijft bij de modellen, maar men sluit de ogen voor de kans dat het even zo goed sneller kan gaan, zoals we nu zien in het Arctische gebied.

    Het zinnetje: “En als je het nog niet wist: industrie brengt welvaart“, toont aan dat het Hans Erren en zijn kliekje helemaal NIET te doen is om de zuivere wetenschap, om een beter inzicht in de natuur.

    Welnee, de zogenaamde klimaatscepsis blijkt een politieke ideologie te zijn – dát is hun uitgangspunt, en vervolgens rommelt Erren er met knip-en-plak, lijmstift en wanbegrip van publicaties als Antoniades et al 2011 nog wat drogredenen bij.

    Deze reactie van Hans Erren heeft hem ontmaskert.

  7. Een geweldig stuk ! Wat mij altijd weer opvalt aan het hele gebeuren : mensen ontdekken , meten en stellen feiten vast . Industrie brengt welvaart (!!!) ……. als welvaart betekend dat we tegenwoordig 5 tv’s thuis hebben , 2 auto’s voor de deur en 6 computers , dan kan ik nu al met mijn bescheiden mening zeggen dat we alle recources op aarde aan het opstoken zijn voor …… welvaart ???? Klimaatverandering , de discussies daarover lezen en horen we vandaag de dag veel , en ik denk met een beetje common sense dat wij inderdaad de boel naar de bliksem helpen . En als response zie je en hoor je altijd weer dat de boel de kop ingedrukt word door een groep machtige industrielen en meeknikkers op aarde die alleen maar groei wil zien . Eigenlijk gaat het niet over wat er wel of niet precies gebeurd , maar wat er in grote lijnen aan het ontstaan is weten we allemaal . En langzaamaan stapelen feiten zich op waar niemand omheen kan . En allemaal steken we de kop in het zand en gaan gewoon door . Totdat ook wij roemloos ten ondergaan aan decadentie en overconsumptie . Een kale onleefbare bol achterlatend .

  8. Brand:
    Zoek op: Poisoning the well fallacy,

    ga je even gauw schamen.

  9. Jan van der Laan

    @Erren
    Wat een typische, kenmerkende ‘Erriaanse ‘reactie. Je linkdumpt weer een vage onsamenhangende reactie (zowel hier als op NRC-forum), waarin Neven zou ranten of dat het een mager stuk betreft, je gaat niet in op bv bovenstaande kritiek van Jos Hagelaars, maar gaat in plaats daarvan Bob Brand van een poisoning the well fallacy beschuldigen.

    Ík zou zeggen, zoek eens op jaloezie!
    En ik kan me je frustratie ook een beetje voorstellen, de wetenschap is nog steeds pro AGW, Anthony Watts zakt steeds dieper weg (kan net nog dieper, ja hij blijft ons verbazen), de site climategate is mislukt (een curiosakabinet van gekkies met c 6 vaste reageerders en waar politici als Richard de Mos en René Leegte als visionaires worden gezien) en het Volkskrantblog is ook nog eens opgeheven…

  10. Allen: Laten we inhoudelijk blijven discussieren, en de bal spelen i.p.v. de man/vrouw.

  11. @Neven: goed verhaal.
    Een enkele kanttekening: de menselijke beschaving begon bijna 200.000 jaar geleden in Afrika. En het was klimaatverandering (een ijstijd) die onze voorouders hielp om de stap te maken naar de open savanne.

    De huidige agrarische menselijke beschaving kon ook op gang komen door een klimaatverandering, het einde van de IJstijd, ca. 12.000 jaar geleden.
    Tijdens de IJstijd kon de menselijke populatie onmogelijk uitgroeien tot 1 miljard mensen of meer.
    We zijn met 7 miljard mensen dankzij de opwarming.

    En ik mis in je verhaal de theorie van Ewing & Donn: een ijsvrije Noordpool leidt tot meer verdamping en meer sneeuwval op de landmassa’s van het Noordelijk Halfrond. Deze feedback zou (volgens Ewing & Donn) op de lange duur kunnen leiden tot afkoeling en het begin van een nieuwe IJstijd.
    http://en.wikipedia.org/wiki/Ice_age#Positive_and_negative_feedbacks_in_glacial_periods

    Deze hypothese valt niet te bewijzen op menselijke tijdschaal, maar is wel het vermelden waard.

  12. Jos Hagelaars

    Hallo Hans,
    Zoals je al schrijft, betreft de Ewing & Donn hypothese een feedback die een afkoeling zou kunnen versterken. Het lijkt mij dat dit weinig te maken heeft met de huidige tijd. Er is nu geen sprake van afkoeling, maar juist van opwarming.
    De hoeveelheid sneeuwbedekking op het Noordelijk Halfrond neemt ook niet toe. Deze vertoont in de winter en herfst sinds 1967 geen trend, echter in het voorjaar is er zeer duidelijk sprake van een afname:
    http://climate.rutgers.edu/snowcover/chart_seasonal.php?ui_set=nhland&ui_season=2

  13. Hoi Hans,

    .. de menselijke beschaving begon bijna 200.000 jaar geleden in Afrika.

    Nee, dat was alleen het begin van de menselijke soort, althans van homo sapiens.

    Van ‘beschaving’ spreekt men pas nadat de mens landbouw ging bedrijven naast, of in plaats van, ‘hunter-gathering’. Dat was op z’n vroegst 10.200 jaar geleden.

    Soms wordt de voorafgaande periode 12.000 – 10.200 jaar BP er ook wel toe gerekend, omdat er hier en daar ook wilde graansoorten uitgezaaid werden. Uit het ontstaan van gedomesticeerde soorten graan, andere gewassen en de eerste gedomesticeerde dieren (runderen) kan men genetisch afleiden dat het ca. 10.200 jaar geleden begonnen moet zijn. Lees vooral eens:

    http://en.wikipedia.org/wiki/Neolithic_Revolution
    http://en.wikipedia.org/wiki/Neolithic
    http://en.wikipedia.org/wiki/History_of_agriculture#Neolithic_era

    Daarnaast zijn er natuurlijk sporen van vaste bebouwing, landbouw-werktuigen en de eerste dorpen om akkers te kunnen bewerken, ook over de seizoenen heen. Allemaal begonnen vrij precies 10.200 jaar geleden.

    Pas de landbouw + veeteelt hebben ‘cultuur’ mogelijk gemaakt, doordat men voorraden (o,a, voor de winter) kon gaan vormen en niet telkens opnieuw op jacht/verzamelen moest zodra men honger kreeg. Ook vereist landbouw een vaste structuur en organisatie met taakverdeling, een kalender, eigendom van grond, planning etc.

    Erg interessant onderwerp. Maar Neven heeft gelijk dat dit allemaal begon pal aan het begin van het Holoceen.

  14. Hans, nog even over:

    We zijn met 7 miljard mensen dankzij de opwarming.

    Nee, we zijn vooral met 7 miljard mensen door een al 10.000 jaar bijzonder stabiel klimaat! Het Holoceen (en ook eerdere interglacialen, maar soms niet in die mate) is een heel stabiele periode die het mogelijk maakte om vaak langere tijd op één plaats een beschaving op te bouwen.

    Tijdens de ijstijden leefden we als jager/verzamelaars. De ijstijden (ook de laatste) vallen op door vele heftige en kortdurende klimaatschommelingen:

    http://en.wikipedia.org/wiki/Dansgaard%E2%80%93Oeschger_event

    Nu merk je daar dicht bij de evenaar al iets minder van, maar als jager/verzamelaar is dat héél gemakkelijk te overleven: als de omstandigheden ter plekke veranderen en het bevalt je niet – ga je gewoon met je hele familie, in je berevel (en hooguit een paar geiten) op pad! Geen probleem, want die nieuwe gebieden zijn meestal leeg. En je bent als jager/verzamelaar toch al permanent op pad, je hebt geen vaste lokatie.

    Je hebt ook geen enkele infrastructuur om te verplaatsen: een hol waar je beschutting zoekt, dat is alles. Gereedschap maak je ter plekke uit vuursteen en wat takken, en dat kan je desnoods meedragen.

    Met de sedentaire samenlevingen vanaf 10.200 jaar geleden is dat TOTAAL anders: die kunnen niet hun akkers, runderen, voorraadschuren, dorpen, bevloeïing, wegen en steden oppakken elke keer als het klimaat verandert. Sedentaire beschavingen (de Inca’s, Maya, Sumeriërs, …) zijn dan ook heel kwetsbaar voor klimaatverandering.

    Het doet er niet toe kouder of warmer: het is de verandering die ze de das om doet!

    Met 7 miljard mensen álle steden, havens, landbouw, fabrieken en infrastructuur naar de poolcirkel verplaatsen… zou geen sinecure zijn.

  15. Bob, bedankt voor de uitstekende uitleg. Dat is precies wat ik bedoel.

    Hans, de Ewing & Donn theorie is heel interessant, maar houdt geen rekening met het effect van een toename in CO2. We zien dus al mogelijk een toename in ocean snow effect (meer verdamping door warmere Arctische wateren en dus meer sneeuw op landmassa’s op het noordelijk halfrond), maar die sneeuw smelt net zo hard, of eigenlijk nog harder, weer weg. Het kan wel degelijk een dempend effect hebben op de opwarming op het noordelijk halfrond (Judah Cohen schrijft daar over de relatie zee-ijs-weer), maar zolang het sneeuw niet langer blijft liggen, is het effect op lente- en zomertemperaturen nul, en dus ook op het terugtrekkende zee-ijs, en op Arctic Amplification. En wat er dan op een gegeven moment in de winter kan gaan gebeuren is dat die verdamping niet meer als sneeuw, maar als regen gaat neervallen.

    Hans, ik stuur je binnenkort een mail om je gedachten te peilen over olieboringen in de Arctische oceaan. Ik denk zelf dat het feest niet doorgaat vanwege 1) EROEI, 2) krachtigere stormen en 3) publieke protesten (het stuk gaat waarschijnlijk Keystone XXXXL heten).

  16. Hallo Bob,

    ik ben van mening dat de menselijke beschaving ouder is dan 12.000 jaar.
    Ik denk dat de jager/verzamelaars van 100.000 jaar geleden ook al beschaafd waren. Ze maakten werktuigen, ze ontwikkelden talen, ze maakten kunst.
    In Afrika leven nog altijd stammen als jager/verzamelaar: in mijn ogen zijn dat gewone normale mensen zoals jij en ik. (http://www.youtube.com/watch?v=7pJQIP0sm4c)

    We hoeven geen 7 miljard mensen te verplaatsen naar de poolcirkel. We zijn met 7 miljard mensen dankzij de fossiele brandstoffen.
    De 7 miljard mensen, die nu leven zijn over 110 jaar allemaal dood. Ik denk dat er in 2122 veel minder mensen zullen zijn dan nu. De meeste mensen in de 22e eeuw zullen dichter bij de evenaar wonen dan nu. Het is daar warmer en er groeit het hele jaar door voedsel.

  17. Hallo Hans,

    ik ben van mening dat de menselijke beschaving ouder is dan 12.000 jaar.

    Ik vermoedde al zoiets, toen ik mijn korte samenvatting van het Neolithicum (de ‘nieuwe steentijd’) neerpende.😉

    De term ‘beschaving’ bedoel ik als civilisatie, en die is nauw verbonden met landbouw, veeteelt en met de neolithische revolutie: http://en.wikipedia.org/wiki/Neolithic_Revolution

    Het is NIET bedoeld om te suggereren dat nomadische jager/verzamelaars van vóór die tijd ‘minder’ of ‘minderwaardig’ zouden zijn: het is een oudere levenswijze waar je hier-en-daar nog sporen van aantreft. Maar als je de oorspronkelijke vóór-neolithische variant zoekt, moet je bij enkele recent gevonden geheel geïsoleerde stammmen in Zuid-Amerika zijn, en bij de oorspronkelijke Aboriginals.

    En natuurlijk zijn het ‘normale mensen’, ik beweer nergens dat het niet zo zou zijn! Het interessante is juist dat één-en-dezelfde soort (homo sapiens sapiens) fasen in de ontwikkeling door kan maken die tot een volledig andere levenswijze kan leiden. De enorme bevolkingsaantallen zijn mogelijk gemaakt door de Neolithische revolutie.

    Zeker hadden onze voorouders vóór 12.000 jaar geleden (in het Paleolithicum) taal, en men kon tijdelijke hutten bouwen uit takken, vellen en huiden. Ook trokken sommige stammen achter de wilde kudden aan, waar het bouwen van ‘temporary shelter’ natuurlijk erg belangrijk was. En onderschat de stenen werktuigen en wapens (pijlen, speren) niet. Ook werden er schelpen en botten gebruikt om sieraden van te maken.

    Echter: van landbouw, veeteelt of permanente bewoning is er geen enkel spoor tot het Neolithicum, evenmin van het pottenbakken.

    In het latere deel van de ‘oude steentijd’, dus vóór 12.000 jaar geleden, is er wel sprake van grotschilderkunst (Lascaux etc.) en van begrafenisrituelen en grafgiften, en je kan dus zeer zeker zeggen dat men een cultuur had – maar nog steeds als nomadische jager/verzamelaars. De civilisatie wordt opgevat als landbouw, veeteelt en (de mogelijkheid tot) permanente bewoning.

    Voor de culturen pal vóór de civilisatie, zie:

    http://nl.wikipedia.org/wiki/Paleolithicum

    http://nl.wikipedia.org/wiki/Magdal%C3%A9nien

  18. OK Bob, we begrijpen elkaar nu beter.
    Denk nog eens na over de toekomst van de mensheid.
    Ik denk dat de menselijke populatie met 7 miljard wel gepiekt heeft. Er is sprake van een overshoot (http://en.wikipedia.org/wiki/Overshoot_(ecology))
    We moeten eens serieus nadenken over ons streven om de honger uit de wereld te helpen en de wereldbevolking te laten groeien naar 8 of 9 miljard.

    Is het mislukken van de graanoogst door droogte een ramp?
    Of een manier van Moeder Natuur om de menselijke populatie te controleren?
    De wegen van Gaia zijn ondoorgrondelijk😉

  19. Lennart van der Linde

    Zoals Neven aangeeft verwachten sommige klimaatwetenschappers dat het Noordpoolijs al over een paar jaar voor het eerst zo goed als helemaal gesmolten zal zijn, gebaseerd op de snel afnemende ijsdikte en daarmee het volume:
    http://www.climatecodered.org/2012/08/big-call-cambridge-prof-predicts-arctic.html

    Dit is veel eerder dan het IPCC vijf jaar geleden verwachtte. Daardoor zullen ook allerlei positieve feedbacks vervroegd optreden. Het risico van versnelde opwarming en daarmee gepaarde gevolgen lijkt aanzienlijk groter dan waar we als samenleving rekening mee houden. Wordt het geen tijd dat PBL en KNMI deze risico’s duidelijk en bij herhaling benoemen om samenleving en politiek wakker te schudden? Of is dat geen taak van PBL/KNMI?

  20. Lennart van der Linde

    Ja, die had ik gezien en daarbij vroeg ik me af waarom ze niet expliciet wijzen op de projecties van Maslowski et al die rekening houden met een ijsvrije Noordpool al dit decennium. Ik stel mijn vragen ook regelmatig aan het KNMI zelf, inclusief deze, maar vanwege drukte kunnen ze vaak niet of slechts heel summier reageren. Heb ik op zich ook wel begrip voor, maar de urgentie blijft met dit soort ontwikkelingen maar stijgen. Verdubbeling van het KNMI- en PBL-budget, wat mij betreft🙂

  21. Hi Lennart,

    PBL en KNMI hebben mede als taak om onderzoek te doen en om onderzoeken te evalueren. Bovenal dienen ze daarbij beleidsneutraal en objectief te werk te gaan. “De boel wakker schudden” staat op gespannen voet met dat laatste. Dat heeft toch een lading van mensen een bepaalde richting opduwen; het zit in het domein van “should” en niet zo zeer in het domein van “is” (zie ook de vorige post en deze), terwijl KNMI, PBL en andere instituten en universiteiten toch vooral over het “is” (en soms ook “can”) gaan. Wat mensen met die informatie doen is aan die mensen zelf.

    Mensen wakker schudden is veel meer het domein van bijv milieu-organisaties en belangengroeperingen. Maar vanwege de subjectiviteit die dat uitstraalt worden die op wetenschappelijk vlak minder vertrouwd dan onderzoeksinstituten en universiteiten. Laat de laatstgenoemden zich dan ook liever verre houden van “wakker schudden” etc.

  22. Lennart van der Linde

    Hi Bart,

    Ben ik het op zich mee eens, maar hoe objectief is het dan dat het KNMI-bericht niet het onderzoek van Maslowski noemt? Is daar een goede reden voor? Mijn indruk is dat het grote publiek daardoor makkelijker de risico’s zal onderschatten. Heb jij een andere indruk? Of is hier wellicht sprake van de ‘reticence’, waar Hansen over heeft geschreven? Soms kunnen alleen experts gevaren goed inschatten. Als zij die dan onvoldoende helder benoemen, zal publiek en politiek veel minder makkelijk tot actie komen om die gevaren te voorkomen/verkleinen.

  23. Erik de Haan

    Hoi Lennert,

    Verdubbeling van het budget!! We zouden blij zijn als het gelijk bleef, want het nationale budget wordt gewoon minder (taakstellingen). Europa is hier met Horizon 2020 de reddende engel (Horizon 2020 = onderzoeksgelden vanaf 2014). Zie link voor een actuele presentatie http://ec.europa.eu/dgs/jrc/downloads/events/20120306-copenhagen/andrea-tilche.pdf

    Welke actie had je vanuit het publiek verwacht, minder vaak met de auto, minder vliegen? Ik vrees dat het publiek die koppeling niet direct maakt, zeker niet in feitelijk handelen.

    Dan onze nationale politici, milieu/klimaat niet echt een topic in de campagne. Vanaf vandaag met 130 km op weg naar een ijsvrije Noordpool.

    Qua beleid vind ik het interessanter hoe het KNMI in KNMI Next qua communicatie omgaat met nieuwe waarnemingen/onderzoeksresultaten die niet goed in de nu te gebruiken set van GCM modellen zit. Overigens merk ik uit eigen ervaring dat het KNMI richting beleidsmakers blijft benadrukken dat er sprake is van onzekerheden en dat bijv. de KNMI06-scenario’s niet mogen worden gezien als de volledige mogelijke range van uitkomsten.

    Voor het adaptatiebeleid is het dan vervolgens de vraag hoe je handen en voeten geeft aan het omgaan met onzekerheden. In relatie tot het arctisch zeeijs bijv. de link die is gelegd in het werk van Francis tussen arctic amplification en extreem weer in de mid latitudes zoals door Neven genoemd ( http://marine.rutgers.edu/~francis/pubs_10-05.html)

    En dan klopt de Noordpool opeens aan de deur van Nederland, misschien worden we dan een beetje wakker.

  24. Ik kan slechts zeggen dat ik het helemaal eens ben met bovenstaande reactie van Erik de Haan. Vanwege hevig tijdgebrek en kaduke laptop even een paar linkjes naar de volgende interessante ontwikkeling:

    http://www.eurekalert.org/pub_releases/2012-06/nsf-rsl062112.php

    http://www.newscientist.com/article/dn21959-loss-of-antarctic-ice-could-trigger-superinterglacial.html

    Uiteraard is dit ook weer anders te ‘framen’ door het woordje ‘survived’ te gebruiken en er een bepaalde lading aan mee te geven:

    http://www.alaskadispatch.com/article/arctic-has-survived-astonishing-periods-extreme-warming

    ‘The Arctic survives’ is een beetje een rare term – natuurlijk blijft die als regio bestaan en als zodanig overleeft deze, of er nu palmbomen omheen staan (zoals in het Paleoceen/Eoceen, 50 miljoen jaar geleden) of niet. Interessanter is wat voor gevolgen het heeft voor een geordende sedentaire samenleving zoals de onze, en voor dieren, planten en de ecologie in het algemeen. The ‘dead zones’ in de huidige Oostzee maken mij als visliefhebber niet zo bijzonder optimistisch, evenmin als de uitstervingsgolven die samenhingen met dat Eocene Thermal Maximum. En dat waren zeer geleidelijke veranderingen t.o.v. wat we nu veroorzaken.

    P.S.: aan Hans Verbeek: ik laat je uitnodiging om te gaan speculeren over ‘de toekomst’ even naast mij liggen. Het is wat off-topic, en er zijn de bovenstaande feitelijke vondsten en het gastblog van Neven om te bespreken.🙂

  25. Jos Hagelaars

    Erik, bedankt voor die link naar Jennifer Francis publicaties. Ik heb de video van haar presentatie op het Weather and Climate Summit (Breckenridge, Jan 2-7 2012) bekeken, zeer interessant (de bovenste link op de pagina).

    Een ander punt betreffende het verdwijnende zeeijs dat ik deze week tegenkwam: een versnelling van de verzuring van de oceaan in het Arctische gebied.
    http://www.biogeosciences.net/9/2365/2012/bg-9-2365-2012.pdf
    Volgens deze publicatie zal het Arctische gebied ergens in de jaren 40 onderverzadigd worden voor Aragoniet (een vorm van Calciumcarbonaat).

  26. Lennart van der Linde

    Erik, Bob, Jos,

    Dank voor de info. In aanvulling op de links van Bob over superinterglacialen zijn deze wellicht ook interessant met het oog op het risico op snelle en abrupte zeespiegelstijging (met dank aan het blog van Neven):

    Inleiding/redactioneel in Nature op twee nieuwe artikelen:
    http://www.nature.com/ngeo/journal/v5/n9/full/ngeo1574.html?WT.ec_id=NGEO-201209

    Volledig artikel van Carlson en Winsor:
    http://www.caymaninstitute.org.ky/pdf/carlson_nat_geo_2012_deglac-1.pdf

    Zij concluderen als volgt:
    “The increase in boreal summer insolation and rise of 90–100 ppm in atmospheric CO2 during [glacial. LvdL] terminations occurred over ~11,000 years. In contrast, human carbon emissions have increased atmospheric CO2 by over 100 ppm in less than 200 years, with even greater increases predicted to occur in the coming century. Given this more rapid rise in greenhouse gas radiative forcing, Earth’s remaining ice sheets could respond in a manner not previously observed in the late Quaternary.”

    Die reactie van de ijskappen zou er wellicht zo uit kunnen zien (ook gepost bij ‘Lange termijn zeespiegelstijging’):
    http://www.nature.com/nclimate/journal/v2/n8/fig_tab/nclimate1529_F3.html

    Voor het eerst dat ik zo’n expliciete projectie zie die rekening houdt met een risico van 6 meter stijging in 2200 en 12 meter in 2300, bij BAU. Bij sterke mitigatie kan dat risico nog fors beperkt worden. In hoeverre zou Nederland opgewassen zijn tegen dit worst-case scenario? En de rest van de wereld? Nog afgezien van de vele andere effecten die eerder zullen optreden.

    Wat me nog even terugbrengt bij mijn vraag over Maslowski. Hij houdt rekening met een ijsvrije Noordelijke IJszee rond 2016, zie figuur 9 in:
    http://www.oc.nps.edu/NAME/Maslowski%20et%20al.%202012%20EPS%20Future%20of%20Arctic%20Sea%20Ice.pdf

    Ik weet (als bestuurskundige) niet of die inschatting wetenschappelijk verantwoord is, maar misschien kunnen jullie daar iets over zeggen. De daling van het ijsvolume de afgelopen jaren lijkt vooralsnog aardig op koers te liggen voor die ijsvrije ijszee rond 2016, terwijl de diverse modellen blijkbaar nog altijd uitgaan van 2030-2040 en ook het recente verleden blijkbaar niet goed kunnen reproduceren. Daarom nogmaals mijn vraag of het niet objectiever was geweest als het KNMI ook het werk van Maslowski had genoemd.

    Welke actie ik van het publiek verwacht? In eerste instantie zullen delen van het publiek die daarvoor openstaan zich kunnen realiseren dat de risico’s blijkbaar groter zijn dan tot dusver gedacht. Dat zal niet op basis van een enkel bericht gebeuren, maar door herhaling van zulke berichten, kan en zal het urgentiegevoel waarschijnlijk groeien, zoals bv ook de film van Al Gore daaraan heeft bijgedragen. Maar zolang mensen via de media niet of onvoldoende horen hoe groot de risico’s zijn, zal dat urgentiegevoel ook niet snel groeien en zullen politieke partijen onvoldoende druk voelen om hier een belangrijk punt van te maken.

    Het stuk van Neven probeert mi de recente ontwikkelingen in de juiste context te zetten, terwijl het KNMI dat mi onvoldoende doet, terwijl me dat juist ook hun taak lijkt. Dat hoeft helemaal geen oproep of advies tot een bepaald beleid in te houden, maar wel een objectief oordeel over de risico’s waar we als samenleving rekening mee kunnen of dienen te houden. Wellicht vergelijkbaar met een arts die aangeeft dat doorgaan met roken bepaalde risico’s inhoudt, terwijl de beslissing om te stoppen uiteraard aan de betreffende roker blijft.

  27. Lennart,

    Over het issue van hoe wetenschappers de maatschappij dienen te informeren schrijf jij:

    een objectief oordeel over de risico’s waar we als samenleving rekening mee kunnen of dienen te houden. Wellicht vergelijkbaar met een arts die aangeeft dat doorgaan met roken bepaalde risico’s inhoudt, terwijl de beslissing om te stoppen uiteraard aan de betreffende roker blijft.

    Een paar jaar geleden schreef ik bijna hetzelfde op mijn Engelstalige blog over de publieke rol van wetenschappers:

    I find it perfectly legitimate, even desirable, that scientists (as well as doctors) share their knowledge about risks with those who need to know.

    Als iemand tijd en zin heeft om die blogpost te vertalen naar het Nederlands, dan kunnen we daaronder deze abstractere discussie (over de verantwoordelijkheid van wetenschappers om de maatschappij te informeren over risico’s) voortzetten? (zoals lezers gemerkt hebben probeer ik meer te crowd-sourcen de laatste tijd…)

  28. Erik de Haan

    Bart,

    Voor lezers van dit blog is deze bijeenkomst dan zeker aan te raden:

    Kennis voor klimaat in debat, Perspectieven op klimaatadaptatie
    Kennis voor Klimaat organiseert in het najaar van 2012 en het voorjaar van 2013 een debatreeks over verschillende perspectieven op klimaatverandering en adaptatie.

    Klimaatverandering en -adaptatie zijn veelkleurige vakgebieden, waar een breed palet aan wetenschappers, beleidsmakers en praktijkmensen hun expertise inzetten. Door iemand vanuit een ander vakgebied op het onderwerp te laten reflecteren kunnen nieuwe en verfrissende ideeën ontstaan, die je anders naar je eigen onderzoeksveld doen kijken. Daarom organiseert Kennis voor Klimaat een aantal debatten, waarin verschillende invalshoeken centraal staan, die klimaatadaptatie in een ander of breder daglicht stellen.

    Leren van elkaar is een van de uitgangspunten voor de debattenreeks. Maar ook – hoe kijken buitenstaanders vanuit hun gedachtengoed en cultuur naar ons onderzoeksveld.

    Enkele vragen die tijdens de debatten aan de orde kunnen komen, zijn:
    •Wat mist in het huidige denken over klimaatadaptatie?
    •Tot welke aanbevelingen kan dit perspectief leiden?
    •Wat kan dit perspectief opleveren en voor wie?
    •Welke vergelijkingen met andere casussen zijn te maken, als voorbeeld, zowel nationaal als internationaal

    Met de debatreeks wil Kennis voor Klimaat prikkelen en stimuleren.

    Het eerste debat, Filosofisch Perspectief, wordt gehouden op 30 oktober ‘s avonds in Utrecht. Arthur Petersen en Ad Verbrugge zijn sprekers. Arthur (PBL) is volgens mij een van dé onzekerheidsspecialisten van NL
    Zie: http://kennisvoorklimaat.klimaatonderzoeknederland.nl/kvkindebat

  29. Jos Hagelaars

    Lennart,

    De voorspelling van Maslowski et al over de ijsvrije Arctische zee in de zomermaanden voor 2016 (± 3 jaar – blz 639) is zo op het oog gebaseerd op een lineaire extrapolatie van data over 1996-2004. Een nogal korte periode van niet meer dan 8 jaar.

    Wang en Overland kwamen 3 jaar geleden met het jaartal 2037 aan zetten, gebaseerd op data van 2007/2008 en klimaatmodellen. Over de onzekerheid in dat jaartal zeggen zij het volgende:
    “The uncertainty in timing of a summer sea ice free Arctic is largely due to both within-model contributions from natural variability and between-model differences.”
    http://archive.mrc.org/pdf/WANG-OVERLAND-ARCTIC%20SEA%20ICE%20ESTIMATE.pdf

    Uit Bitz en Roe zou je kunnen concluderen dat het snelheid van de afname van het septemberijs op grond van thermodynamica zal dalen, citaat:
    When perturbed, sea ice returns to its equilibrium thickness by adjusting its growth rate. The growth–thickness relationship is stabilizing and hence can be reckoned as a negative feedback. The feedback is stronger for thinner ice, which is known to adjust more quickly to perturbations than thicker ice. In addition, thinner ice need not thin much to increase its growth rate a great deal, thereby establishing a new equilibrium with relatively little change in thickness.
    http://www.atmos.washington.edu/~bitz/Bitz_and_Roe_2004.pdf

    Gezien de korte periode aan data waar alle voorspellingen op gebaseerd zijn, is het zeker niet uitgesloten dat natuurlijke variaties er voor gaan zorgen dat het tempo van de afname van zeeijs in september weer een tijdlang veel minder wordt. Je kunt je voorstellen wat de zogenaamde sceptici dan weer zullen verkondigen.
    RealClimate had in april dit jaar, zoals zeer vaak, een goed blogstuk over deze materie: http://www.realclimate.org/index.php/archives/2012/04/arctic-sea-ice-volume-piomas-prediction-and-the-perils-of-extrapolation/
    Ik vermoed dat het KNMI dezelfde insteek heeft als de schrijvers van het RealClimate stuk:
    Until then, we believe, we need to let science run its course and let previous model-based predictions of somewhere between “2040 and 2100″ stand.

    Wellicht ken je ze al, maar anders zul je de extrapolaties in grafiekvorm van Wipneus uitgaande van de PIOMAS data misschien interessant vinden:
    https://sites.google.com/site/arctischepinguin/home/piomas
    Zijn 5e grafiek (exponentiële fit) komt nu uit op 2015, ongeveer zoiets als Maslowski. In zijn 6e grafiek (Gompertz fit) zou je met wat fantasie een negatieve feedback kunnen ontwaren.

  30. Het grote verschil tussen Maslowski en de rest is dat hij heel veel waarde hecht aan watertemperaturen en warmtetransport van de evenaar naar het Arctische gebied. Dat verklaart voor een groot deel het dunner worden van het ijs. Zie ook mijn blog post over Ocean heat flux.

  31. Ook prof. Peter Wadhams, hoogleraar Ocean Physics aan Cambridge University, is eenzelfde mening toegedaan als Maslowski. Deze onderzoekers hebben nog meer gemeen: zij werken allebei voor de Navy, die toch wel enig belang hecht aan het zeeijs aangezien zij hun ‘boomers’ ergens onzichtbaar moeten kunnen verstoppen.

    Maslowski is in dienst van het US Naval Observatory en de Naval Postgraduate School, terwijl Peter Wadhams adviseur is van de British Navy en met regelmaat meegaat onder het ijs met onderzeeërs.

    Peter Wadhams benadrukt dat er tegenwoordig veel meer warmte getransporteerd wordt naar het Arctische gebied, door de thermohaliene circulatie, dan voorheen. De La Niña’s en de variatie in de Atlantic Multi-decadal Oscillation zouden ook een rol spelen.

    Een deel van de bekende ‘missing heat’ van Kevin Trenberth is dan ook terug te vinden als de latente wamte van het smeltende ijs en verdampende water – een ander deel is met de ‘Atlantic overturning’ de diepzee in gegaan. Volgens Wadhams vertoont dat laatste deel hevige schommelingen in de laatste jaren (waar het voorheen tamelijk constant was). Lees bijv.:

    http://arctic-news.blogspot.nl/2012/04/supplementary-evidence-by-prof-peter.html

    Zowel Wadhams als Maslowski benadrukken dat als het zomerijs eenmaal weg is, dat niet per se een permanente situatie hoeft te zijn: er zouden zomers zowel met als zonder zeeijs kunnen volgen.

  32. Lennart van der Linde

    Dank voor alle verwijzingen. Ik sluit zeker niet uit dat er de komende jaren/decennia een vertraging optreedt in de neergang van het Noordelijk zeeijs. De beste schatting kan best rond 2040 of nog later zijn. Omdat echter de recente waarnemingen niet goed passen in de meeste projecties, vermindert dit het vertrouwen in die beste schattingen, zoals Maslowski ook stelt. Zijn extrapolatie lijkt, zoals Neven aangeeft, ook gebaseerd op een redenering over waarom de modellen de waargenomen trend kunnen onderschatten (te lage resolutie). Is het dan wetenschappelijk niet objectiever om te zeggen: de modellen geven aan rond 2040, maar gezien de waarnemingen en onzekerheid over de kracht van de modellen zijn er ook redenen om te denken dat het eerder kan zijn?

    Wang en Overland hadden het over 2037, maar wezen ook op de mogelijkheid van een goeddeels ijsvrije IJszee rond 2028.

    Zie ook nog het recente paper van Stroeve ea over de CMIP5-modellen:
    http://www.agu.org/pubs/crossref/2012/2012GL052676.shtml

    Uit de samenvatting:
    “Previous research revealed that the observed downward trend in September ice extent exceeded simulated trends from most models participating in the World Climate Research Programme Coupled Model Intercomparison Project Phase 3 (CMIP3). We show here that as a group, simulated trends from the models contributing to CMIP5 are more consistent with observations over the satellite era (1979–2011). Trends from most ensemble members and models nevertheless remain smaller than the observed value.”

    Puur wetenschappelijk begrijp ik de nadruk op de beste/meest waarschijnlijke schatting, maar maatschappelijk lijkt me nadruk op worst-case uitkomsten en risico’s cruciaal, zoals ook onze dijken gebouwd zijn op een overstromingskans van 1:10.000.

    Petersen zegt in zijn oratie (p.6):
    http://www.ivm.vu.nl/en/Images/Oratie_Petersen_VU_embargo_tot_29_september_2011_1545u_tcm53-236252.pdf

    “Klimaatverandering en soortenverlies kunnen leiden tot ineenstorting van menselijke en natuurlijke systemen…”. Dat kan, maar hoeft niet. De vraag die hij stelt is hoe we met dat risico om moeten gaan. Welke premie zijn we bereid te betalen om ons tegen dat risico te verzekeren?

    Om die vraag te beantwoorden moeten we dan wel de risico’s zo scherp mogelijk in beeld hebben, hoe wetenschappelijk onzeker ook. Dat brengt inderdaad ook het risico mee dat zogenaamde sceptici de hele wetenschap in diskrediet proberen te brengen als een bepaald risico geen realiteit lijkt te worden. Maar hoe kan het publiek weten dat dat risico wel degelijk terecht onderkend is, als we het niet benoemen? In feite verklein je daarmee de kans dat het publiek door argumenten overtuigd kan worden van het ongelijk van de valse sceptici. Of zien jullie dat anders?

  33. Indirect verband houdend met het onderwerk: de laatste zeespiegeldata.

    Fake skeptics krijgen het steeds lastiger, nu het Niña-feest voorbij is.

  34. Hoi Neven,

    Zullen we eens een leuk draadje starten over: “de hedendaagse zeespiegelstijging” – het is immers evident dat als je naar de recente (!) cijfers kijkt, de zeespiegelstijging sinds 2011 maar liefst 10 mm in een jaar bedraagt!

    Een versnelling van een factor drie!

    Of zoals Agent Cooper dan zei: “What goes up [regenwater], must come down.”😉 😉

  35. Neven, in 2007 bedroeg de gemiddelde zeespiegelstijging (op basis van 14 jaar satellietmetingen) 3,5 mm/jaar.
    In 2012 is dat gemiddelde (nu op basis van 19 jaar) afgenomen tot 3,1 mm/jaar. En volgens het plaatje waar jij naar verwijst zelfs tot 2,8 mm/jaar.

    Het is ook interessant om de satelliet-metingen te vergelijken met de metingen aan tidal gauges. (http://www.psmsl.org/data/obtaining/)

    BTW: wanneer verwacht jij de volgende La Nina?😉

  36. Jos Hagelaars

    Hans,

    Je kunt die getallen van het NOAA grafiekje niet zomaar 1 op 1 vergelijken met die van de University of Chicago. Die 2.8 mm van NOAA is zonder de zogenaamde glacial isostatic adjustment. Op de NOAA site staat nl:
    “The estimates of sea level rise do not include glacial isostatic adjustment effects on the geoid, which are modeled to be +0.2 to +0.5 mm/year when globally averaged.”

    Op de site CU site, zie je aan de linkerkant de GMSL Rates van 4 verschillende instituten, CU, AVISO, CSIRO en NOAA, allemaal nagenoeg hetzelfde als dezelfde correcties toegepast worden, resp 3.1 ± 0.4 mm/jaar voor CU, CSIRO en NOAA, en 3.2 ± 0.6 mm per jaar voor AVISO.
    http://sealevel.colorado.edu/

  37. Lennart van der Linde

    Nog even over de communicatie over de betekenis van het sneller dan gedacht smeltend Arctisch ijs, waar Neven’s stuk een goede bijdrage aan levert. David Spratt van Climate Code Red wijst in dit stuk over het smeltende zeeijs op een recent artikel van Kevin Anderson en Alice Bows over communicatie over klimaatrisico’s door wetenschappers:
    http://www.climatecodered.org/2012/09/on-thin-ice-time-frame-to-save-arctic.html

    Anderson en Bows zeggen daarin:
    “How climate change science is conducted, communicated and translated into policy must be radically transformed if ‘dangerous’ climate change is to be averted. […] Civil society needs scientists to do science free of the constraints of failed economics. It also needs us to guard against playing politics while actively engaging with the processes of developing policy; this is a nuanced but nonetheless crucial distinction. Ultimately, decisions on how to respond to climate change are the product of many constituencies contributing to the debate. Science is important among these and needs to be communicated clearly, honestly and without fear.”

    Wat mij betreft betekent dit ook dat bv KNMI en PBL duidelijk(er) zouden moeten communiceren dat de (meeste) modellen de snelheid van de smelt tot dusver fors onderschat hebben en dat ook de nieuwe schattingen van 2030-2040 nog best een onderschatting zouden kunnen zijn. Rene Leegte en Wilders zullen daar ongetwijfeld boos over worden, maar moeten wetenschappers zich daardoor af laten schrikken (als ze dat zouden doen)?

  38. Jos, volgens mij meten ze allemaal dezelfde zeespiegel in dezelfde eenheden over dezelfde periode.
    Het zou erg vreemd zijn als één van de instituten juist een daling zou meten i.p.v. een stijging.

    Volgens mij moet je juist wel de uitkomsten van de verschillende instituten vergelijken. De stijging is reproduceerbaar via andere meetinstrumenten: dat is de basis van wetenschappelijk onderzoek.
    De glacial isostatic adjustment is een recent bedachte correctie, die in mijn ogen weinig toevoegt.

  39. Jos Hagelaars

    Hans,
    Natuurlijk kun je de uitkomsten van de verschillende instituten vergelijken. Je vergeleek alleen het NOAA grafiekje zonder GIA correctie van 2.8 mm/jaar met een andere zeespiegelstijging van 3.1 mm/jaar, waarschijnlijk met GIA correctie. Dat zoiets een verschil oplevert moge duidelijk zijn.
    Over dat GIA, zie bijv: http://sealevel.colorado.edu/content/what-glacial-isostatic-adjustment-gia-and-why-do-you-correct-it
    Vergelijk je alle instituten, met dezelfde correctie, zijn ze allemaal nagenoeg gelijk. De onzekerheid in de trend is daarbij circa ± 0.4 mm/jaar.

  40. Jos, volgens mij kun je ook de metingen zonder GIA met elkaar vergelijken.
    GIA lijkt alleen bedoeld om de grafiek wat steiler of indrukwekkender (sexy) te maken.
    Dat is tegenwoordig een trend in de wetenschap.

  41. Lennart van der Linde

    In een recente post van Joe Romm licht Maslowski toe waarom hij denkt dat het Arctisch zomerzeeijs nog veel eerder dan 2037 voor het eerst zo goed als verdwenen zal zijn:
    http://thinkprogress.org/climate/2012/09/05/799761/death-spiral-watch-experts-warn-near-ice-free-arctic-in-summer-in-a-decade-volume-trends-continue/

    Citaat uit de mail van Maslowski aan Romm:
    “I believe it’s my obligation to make sure that this message is heard by the policymakers and general public.”

    Zou het niet goed zijn als gezaghebbende instanties als KNMI en PBL hem hierin publiekelijk zouden steunen, of met argumenten zouden aangeven waarom ze dat niet doen?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s