Doemscenario’s, risico’s en de twijfels van een wetenschapsjournalist

Gastblog van Hans Custers, in reactie op Maarten Keulemans

Beste Maarten (ja, je mag zo vrij zijn; graag zelfs)

Ik waardeer het bijzonder dat je de tijd hebt genomen om zo uitgebreid op mijn open brief te antwoorden. Bestaat er een beter blijk van waardering dan een pittige repliek?

De politieke en maatschappelijke discussie

Je vraagt me wat het probleem eigenlijk is. Het probleem is om te beginnen dat je een karikatuur maakt van de opvattingen van een groot aantal mensen die meedoen aan de discussie over het klimaat. Je schildert een hele groep mensen af als doemdenkende idealisten met een Calimero-complex. Klimaatsceptici, die in mijn ogen een anti-wetenschapscampagne voeren, schetsen regelmatig vrijwel dezelfde karikatuur. Je gaat dus, ik neem aan onbedoeld, mee in de manier waarop zij de discussie “framen”. Dat probleem is er niet kleiner op geworden, omdat jij dit punt, de allereerste alinea van mijn open brief, helemaal gemist lijkt te hebben. In je antwoord draaf je nog eens vrolijk door over “de cultuursociologische dimensie” van “het voorspellen van acute ecologische rampspoed . En dan haal je de “binaire opposities” er ook nog even bij, terwijl ik jou nu net probeerde te vertellen dat jouw voorstelling van zaken zo zwart-wit is. Als klap op de vuurpijl trek je dan ook nog mijn oprechtheid in twijfel, met de vraag of ik misschien “belang bij het problematiseren van de opwarming van de aarde” heb. Zullen we afspreken dat dat een vergissing was?

Waar ik en vele anderen allereerst op uit zijn is een normale politieke en maatschappelijke discussie over de risico’s van klimaatverandering, en wat we daar mee zouden kunnen of moeten doen. Daarom ageer ik tegen de klimaatsceptische campagne, die stelselmatig probeert juist die discussie te saboteren. Ben ik een paniekzaaier omdat ik het over risico’s van klimaatverandering heb? Dan zijn alle honderdvijftig Tweede Kamerleden paniekzaaiers. Politieke discussies gaan vrijwel altijd over het afwegen van risico’s: het risico voor de nationale veiligheid als we bezuinigen op defensie, of het risico dat de internationale gemeenschap ons niet meer voor vol aanziet; de financiële risico’s van de vergrijzing en de steeds maar stijgende zorgkosten; de risico’s van bezuinigingen voor de economie op korte termijn en de risico’s van niet bezuinigen voor de overheidsfinanciën op lange termijn, enzovoort. Ik moet bekennen dat aan zo’n afweging van risico’s wel een mespuntje apocalyps te pas komt, omdat we de scenario’s met een kleine kans maar grote gevolgen niet zomaar kunnen negeren. Ik neem aan dat jij erkent dat zulke scenario’s bestaan.

Natuurlijk heb ik ook wel mijn ideeën over waar zo’n afweging toe zou moeten leiden. Ik ben, anders dan jij denkt, een optimist, die gelooft in vooruitgang. Als we de toekomst recht in het gezicht aankijken en problemen die opdoemen fanatiek te lijf gaan, dan komen we daar altijd beter uit. Laat ik een parallel trekken met “ecologische rampscenario’s” uit het verleden, zoals de zure regen of de aantasting van de ozonlaag. Destijds gingen er ook stemmen op die beweerden dat het allemaal niet waar was, of dat er nog zo veel onzeker was, of dat het aanpakken van die problemen tot economische rampspoed en andere ellende zou leiden. Sommige van die mensen zijn nu actief als klimaatscepticus. We weten natuurlijk niet wat er gebeurd zou zijn als we de zaken destijds op hun beloop hadden gelaten, maar we weten wel dat de aankondiging van regelgeving bijdroeg tot de razendsnelle ontwikkeling van nieuwe technologieën, waardoor  uiteindelijk vrijwel rimpelloos forse reducties van emissies gerealiseerd werden. Maatregelen om klimaatverandering te beperken zijn natuurlijk van een andere orde, maar we hebben ook veel meer tijd om ze te implementeren. Van mij mag er wel wat meer druk op de ketel, om de ontwikkeling van nieuwe, duurzame technologie te versnellen. Duurzame technologie die ook zomaar nog eens bij zou kunnen dragen aan de oplossing van enkele andere problemen die je schetst. Al is dat geen wet van Meden en Perzen, dat snap ik ook wel.

Wat vind je ervan tot zover, Maaten? Ben ik een doemdenker, een onheilsprofeet? Mis ik de nuance? Probeer ik mezelf in de rol van underdog te manoeuvreren? Of kun je intussen een beetje begrijpen dat ik liever niet zo afgeschilderd word?

De wetenschap

Je brengt me enigszins in verwarring door enerzijds te zeggen dat de consensus, het IPCC standpunt, de klimaatgevoeligheid van 2 tot 4,5 °C, goede kaarten heeft, maar aan de andere kant te melden dat je bent gaan twijfelen. Er is niks mis met twijfel, begrijp me goed. Wetenschap kan niet zonder twijfel, het is zo belangrijk dat ze van die twijfel ook weer wetenschap hebben gemaakt. Daarmee kunnen ze de twijfel kwantificeren, bijvoorbeeld in de vorm van onzekerheidsintervallen. Omdat jij jouw twijfel zo expliciet noemt en ook nog eens meldt dat deze niet zo lang geleden is ontstaan, gaat het waarschijnlijk niet om de twijfel die al ingebakken zit in de wetenschap. Blijkbaar heb jij je bedenkingen bij net deze ene wetenschappelijke discipline en daarmee, dat kan niet anders, bij de beoefenaars ervan. Of twijfel je vooral aan degenen die eens in de zoveel jaar op verzoek van de VN een uitgebreid overzicht van de stand van zaken geven? En waar twijfel je dan precies aan? Is het hun integriteit of hun objectiviteit? Of denk je misschien dat de zelfoverschatting nu net in deze discipline welig tiert? Of, dat zou natuurlijk ook nog kunnen, ben je niet alleen aan de klimaatwetenschap gaan twijfelen, maar aan de wetenschap in het algemeen? Voorlopig is er maar één ding duidelijk: jouw twijfel gaat, in tegenstelling tot die van de wetenschap, maar één kant op: weg van de door jou zo verfoeide doemscenario’s. Je baseert die twijfel op vrij recente publicaties en inzichten die er inderdaad op zouden kunnen wijzen dat het allemaal meevalt. Maar zijn er volgens jou de afgelopen, pak ‘m beet, tien jaar dan geen publicaties verschenen die juist de andere kant op wijzen? Of zijn die kwalitatief onder de maat?

Je haalt Matt Ridley aan, die het onder meer over “moderate lukewarmers” heeft. Vind jij die lukewarmers ook zo gematigd? Volgens mij verschillen hun opvattingen niet zo veel met wat de klimaatsceptici van het eerste uur, mensen als Singer, Lindzen en Michaels, een jaar of 10, 15 geleden beweerden. De klimaatscepsis heeft sindsdien een ontwikkeling doorgemaakt: steeds meer mensen zijn met steeds minder kennis van zaken steeds harder gaan schreeuwen. We kijken tegenwoordig niet eens meer raar op van figuren als Nils-Axel Mörner die grafieken enkele graden kantelt of de zwaartekracht ontkent (“A fact often ignored is that as the water depth becomes shallower towards a coast, there is less and less water to expand. At the shore, the effect is zero.”) als hem dat beter uitkomt; of Claes Johnson, Doug Cotton en de hele meute Sky Dragon Slayers die menen dat de klimaatwetenschap maar eens af moet van opvattingen over thermodynamica en straling die in de hele natuurwetenschap onomstreden zijn; of onze eigen Hans Labohm, die nog altijd rekening houdt met de mogelijkheid dat CO2-moleculen zich in de gevangenschap van het lab anders gedragen dan in het wild (“CO2 absorbeert IR-straling onder laboratoriumomstandigheden”). Hiermee vergeleken ben je natuurlijk al gauw redelijk. Maar is iemand ook meteen gematigd, neemt hij een middenpositie in in het debat, alleen maar omdat hij een aantal onomstreden wetenschappelijke principes accepteert? Als jij meent van wel, bevind je je in het goede gezelschap van S. Fred Singer, veteraan van de anti-wetenschap. Ik neem aan dat dat niet het gezelschap is waar je je bijzonder gemakkelijk bij voelt.

De journalistiek

Als journalist probeer je afstand te houden en kritisch te zijn, zeg je. Kritische journalistiek houdt blijkbaar in dat je het verhaal van de hydroloog die de hele klimaatwetenschap te kijk zet met wat berekeningen op de achterkant van envelop, zonder voorbehoud overneemt. Is dat niet een beetje naïef, Maarten, en een belediging van al degenen die zich professioneel met deze complexe materie bezighouden bovendien? We hebben hier onlangs een stevige discussie gevoerd – ik beken…  – met Bert Amesz over zijn ideeën. Namens alle deelnemers aan die discussie op één na – sorry, Bert – durf ik te stellen dat het hier om kaf gaat, niet om koren. Ik vraag me af wat jij, kritisch en afstandelijk journalist, zou doen als je een theorie van een amateur-wetenschapper uit een willekeurige andere discipline onder ogen zou krijgen. Zou je helemaal op je eigen kennis en inzicht afgaan en er een positief stuk over schrijven als die ideeën je wel wat lijken? Of zou het oordeel van de professionals ook nog even checken?

Als een kritische journalist meent een tekortkoming te vinden in een rapport van het PBL, dan wil hij daar het fijne van weten. Wie weet levert het nieuws op. Het lijkt me bijzonder voor de hand te liggen dat die journalist dan contact opneemt met de auteurs van dat rapport en om opheldering vraagt. Ik heb zeker niet de pretentie dat ik namens het PBL kan spreken, maar het antwoord zou iets kunnen zijn als: “Een cyclus is slechts een patroon dat we vinden in de waarnemingen. De wetenschap kijkt naar de fysische processen achter die cycli, en die nemen we wel degelijk mee. Voor zover er reden is om aan te neen dat ze relevant zijn, vanzelfsprekend.” Mocht je de verklaring die je krijgt niet plausibel vinden, dan zou je wat andere deskundigen om hun mening kunnen vragen. Zo hoort het, als je het mij vraagt: óf je zoekt het uit en bericht erover als je daadwerkelijk iets hebt gevonden, óf je laat het lopen, maar dan ga je er ook niet over speculeren.

Over speculeren gesproken: je bewering dat veel klimaatwetenschappers gericht zijn op de korte termijn is volledig uit de lucht gegrepen. Hoe kom je toch op zo’n idee? Ik kan me niet voorstellen dat het voortvloeit uit een diepgaande, kritische analyse. Natuurlijk worden onderzoeksmethoden en de technologie steeds beter en natuurlijk weten we daardoor vooral heel veel van het heden. Ik zie geen enkele reden om aan te nemen dat klimaatwetenschappers zich daar niet van bewust zijn, of daar niet zorgvuldig mee omgaan. Ik zie juist hoe wetenschappers steeds weer benadrukken dat je niet opportunistisch achter het nieuwste onderzoek of de nieuwste meetgegevens aan moet fladderen, maar dat je alles moet bezien in de context van de lange termijn. Én in de context van de fysica. Een harde fysische realiteit is bijvoorbeeld dat de totale energie-inhoud van het klimaatsysteem alleen kan veranderen door een onbalans in het stralingsbudget van de atmosfeer. Er zit niet nog ergens diep in de oceaan een kacheltje verstopt, of een airco-systeem. De cycli en processen die een rol spelen in de interne variabiliteit hebben maar een uiterst beperkte invloed op de stralingsbalans. Ze kunnen daarom naar alle waarschijnlijkheid maar in zeer beperkte mate bijdragen aan een opwarming (of afkoeling) van het hele klimaatsysteem. Moet een afstandelijke, kritische wetenschapsjournalist deze harde fysische realiteit ter discussie stellen, Maarten? Of moet hij juist scherp zijn op degenen die er een loopje mee nemen?

Het heeft er alle schijn van dat jouw afstandelijke en kritische houding vooral op één kant is gericht: die van de door jouw zo verfoeide doemscenario’s.

Maarten, ik heb waarschijnlijk net zo’n hekel aan doemdenkers en onheilsprofeten als jij. Maar dat betekent ook weer niet dat ik mijn kop in het zand steek. Zowel doemdenkers als struisvogels gaan de confrontatie met problemen uit de weg, terwijl ik juist vind dat je ze opgewekt mopperend en met opgestroopte mouwen te lijf moet gaan.

Ik wil jou het recht op jouw mening niet ontzeggen. Maar ik heb altijd begrepen dat kwaliteitsjournalistiek begint met het scheiden van feiten en meningen. Ik constateer dat je feit en mening nogal eens vermengt in je artikelen over klimaatwetenschap. Diezelfde vermenging zie ik in de citaten van je die de Ombudsvrouw aanhaalt en in je antwoord aan mij. Dat, Maarten, is het grootste probleem. Omdat ik tot de doelgroep van jouw krant behoor, en omdat ik zeker niet alleen sta in mijn kritiek – heb je de reacties op jouw stuk gelezen? – lijkt het me niet onverstandig als je het ook een beetje als jouw probleem ziet, en niet alleen als het mijne.

38 Reacties op “Doemscenario’s, risico’s en de twijfels van een wetenschapsjournalist

  1. Hans, jouw laatste woorden zijn volgens mij de crux van het geheel. Kleine kans met grote gevolgen en dan nog eens heel veel geld, dat gaat er bij velen niet in. Daar gaat het om. Niemand gaat geld uitgeven als er een kleine kans is. Daarom probeert de alarmistische wereld de kans groter te doen lijken met allerlei uitspraken als consensus, grote marges serieus nemen en niet naar de werkelijkheid kijken. Als voorspellingen juist zijn, wordt er serieuser naar gekeken, maar als er niets klopt van de voorspellingen, is het game-over. Lees eens de enorme toename van artikelen in de media over de niet-opwarming sinds enkele weken. Jarenlang hoorde je niets en nu ineens wordt iedereen wakker. Hoe zou dat komen?

  2. klap, klap, klap, klap, klap!

    Oh, enne, kan iemand die fontverandering (de grootte) even corrigeren?

  3. Hans Custers schreef:
    “Ben ik een paniekzaaier omdat ik het over risico’s van klimaatverandering heb? Dan zijn alle honderdvijftig Tweede Kamerleden paniekzaaiers. ”

    Ik zou dat argument niet gebruikt hebben.
    Omdat de “landen in ontwikkeling” (China, India, Brazilië, Rusland) niet meedoen is het effect van de genomen besluiten verwaarloosbaar klein.

    Als lezer van de webversie van de VK ( de “krant van subsidieminnend Nederland”) heb ik inderdaad een lichte koerswijziging van de wetenschapsredactie kunnen constateren.

    De eerdere botte eenzijdigheid was tot op zekere hoogte prettig: het versnelde ’s morgens het ontwakingsproces en bevestigde de rol van NGO’s en wensdenkerij.

    Journalistiek is meer dan een verhaaltje schrijven wat goed valt.
    Een krant zou, naast het brengen van nieuws, ook de virtuele schandpaal van de samenleving moeten zijn.
    Doen je “vrienden” wel wat ze beloven, doen je “vijanden” wel wat anderen zeggen?
    Is de democratie nog levend of worden we aangestuurd door NGO’s en andere lobby’s?

  4. @ Anton,
    ‘Lees eens de enorme toename van artikelen in de media over de niet-opwarming sinds enkele weken’.

    Kun je me ook wetenschappelijke artikelen noemen die hier over gaan?
    Vooral over de trend van de laatste weken!

  5. Beste Hans,

    Jouw exposé is gericht aan Maarten Keulemans, maar omdat je mij herhaaldelijk noemt voel ik de noodzaak te reageren. Je verwijst naar de uitgebreide discussie die we eerder voerden, maar uit je reactie maak ik op dat je er niet veel van opstoken hebt. Ik ben niet van plan die discussie nog eens te gaan voeren. Toch enkele punten:

    a) Natuurlijke variaties in de sterkte van de ‘Atlantic Meridional Overturning Circulation’ (AMOC) hebben grote invloed op het wereldklimaat. Ik heb eerder al voorbeelden genoemd. Ook in mijn boek besteed ik er ruime aandacht aan. Het bijzondere is dat dergelijke variaties kunnen optreden zonder verandering van de radiative forcing. De AMOC kan bijvoorbeeld afremmen – of zelfs volledig blokkeren – door een smeltwaterpuls. Een ‘energieneutrale’ forcing derhalve, met potentieel verstrekkende gevolgen voor de sneeuw/ijs-albedo in de Arctic en dus op het wereldklimaat (en de warmte-inhoud van het klimaatsysteem);

    b) Dan die kortere (60/70-jarige) quasiperiodieke internal variability (o.a. Delworth en Mann) waar Keulemans op doelt. Inderdaad, die hebben waarschijnlijk slechts een beperkte invloed op de energie in het klimaatsysteem. Ik heb eerder voorgerekend dat een atmosferische opwarming van 1,0 °C leidt tot een – onmeetbare – afkoeling ter grootte van 0,005 °C van de upper ocean. En vice versa . Maar bij global warming kijkt men toch primair naar de temperatuur in de lage atmosfeer? Voor het verklaren van het hedendaagse gebrek aan opwarming wordt steeds een andere interne variabele naar voren gehaald: de ENSO. Waarom niet die wat langere oscillatie daarbij betrekken? Die opmerking van Maarten Keulemans is dus volkomen terecht;

    c) Energie in het klimaatsysteem. Dan kom je automatisch bij de oceaan terecht. Inderdaad is de warmte-inhoud van de oceaan toegenomen. Van de bovenste 700 meter weten we ‘iets’; van de resterende 80% weten we ‘vrijwel niets’. En van die bovenste 700 meter lopen de ramingen ook nog eens een factor drie uiteen. Zie: https://klimaatverandering.wordpress.com/2013/01/02/de-sceptische-top-10-of-waarom-klimaatsceptici-ongeloofwaardig-zijn-4/#comment-2730 . De conclusie die ik eerder trok was dan ook dat een – bijvoorbeeld – 50% lagere klimaatgevoeligheid niet in tegenspraak is met het weinige dat we weten van de oceaan;

    d) Keulemans noemde ook de ‘brightening’ als gevolg van het terugdringen van de luchtverontreiniging. Ik noemde die ook als forcing. Zie: https://klimaatverandering.wordpress.com/2013/01/02/de-sceptische-top-10-of-waarom-klimaatsceptici-ongeloofwaardig-zijn-4/#comment-2800 . Ook richting Keulemans ben je daar niet op teruggekomen.

    Tenslotte nog dit. Je vergelijkt mij met een ‘amateur-wetenschapper uit een willekeurige andere discipline’. Nou, dan wil ik je wel even uit de brand helpen: op onze ‘waterplaneet’ wordt de hydro(geo)logie gerekend tot een van de essentiële disciplines in het brede palet van de klimaatwetenschap! Zie: http://tigger.uic.edu/~pdoran/012009_Doran_final.pdf

  6. Hans Custers

    @ Anton,

    Je reactie zat in het spamfilter, daar is hij nu weer uitgevist.

    Drie misverstanden:
    1. Dat is niet het einde van mijn blogpost; onder de “vouw” volgt er nog een heel stuk.
    2. Ik zeg helemaal niet dat de kleine kans, grote gevolgen scenario’s de enige zijn die er toe doen, ik zeg alleen maar dat we die ook in beschouwing moeten nemen.
    3. We houden in onze maatschappij op allerlei gebieden rekening met scenario’s met een kleine kans en grote gevolgen: bij het bouwen van dijken, in de luchtvaart, door tal van veiligheidsmaatregelen bij de chemische industrie, enzovoort.

    @ Marco,

    Ik kan die verandering in de fontgrootte niet vinden. Waar zit die precies?

  7. Hans Custers

    Bert,

    Bij mijn weten ben je geen professionele klimaatwetenschapper en ook nooit als zodanig actief geweest. Volgens mij is mijn omschrijving feitelijk correct. Ik vergelijk jou overigens niet met een amateur-wetenschapper uit een willekeurige andere discipline, maar ik vraag aan Maarten wat hij zou doen als hij een vergelijkbaar boek onder ogen zou krijgen dat niet over het klimaat gaat, maar over een ander wetenschappelijk onderwerp.

    Ik wil best nog verder met je discussiëren over jouw ideeën op de plek waar die discussie liep. Zou je om te beginnen dan eens antwoord kunnen geven op de vraag waar je steeds aan voorbij bent gegaan: wat voegen jouw ideeën over trage feedbacks nu precies toe aan de al bekende oorzaken van de toename van de temperatuur in de afgelopen twee eeuwen: vulkanisme, de zon en broeikasgassen?

  8. Bart Amesz schreef: ” Ik ben niet van plan die discussie nog eens te gaan voeren. Toch enkele punten:”

    Toch doen he… Flauw, Bert.

  9. Hans Custers

    @ Marco,

    Gevonden en gefikst (hoop ik, ik moet ’n leesbril…). Dank!

  10. Hans,

    Welgemeende complimenten voor het stuk. Zelden zo’n duidelijk beschreven onderscheid gelezen tussen ‘good science’ en ‘bad science’ als dit.

    Als ik zo de discussie op dit blog overzie, kan ik slechts vaststellen dat Keulemans, onder erkenning dat er zoiets is als klimaatverandering (ach, zelfs Lomborg is om….), vooral bad science onder de aandacht brengt. Zo geeft hij een niet kloppend beeld van de wetenschappelijke realiteit. Meningen en slecht of niet onderbouwd onderzoek, in de sfeer van de bijdragen van Anton Bakker en Bart Amesz op dit blog staan bij hem centraal in plaats van onderbouwde, peer reviewed informatie.

    Keulemans opiniëert. Dat is heel iets anders dan duiden en voor een wetenschapsredacteur dus onvergeeflijk. Onder het kopje ‘wetenschap’ onthoudt hij de lezers grote delen van de onderbouwde informatie en zet ze ook nog eens op het verkeerde been door te suggereren dat wetenschap min of meer gelijk is aan de door pseudosceptici (pseudo, want niet werkend volgens de uitgangspunten van good science) geframede kreet: alarmisme. Daarbij verzuimt hij te wijzen op het schrijnende gebrek aan bewijskracht aan pseudosceptische kant. Ten slotte stelt hij dat er er mogelijk commerciële en politieke belangen verbonden zijn aan het pleidooi aan maatregelen tegen klimaatverandering (en die zullen er ongetwijfeld zijn), waarbij hij de immens veel grotere belangen aan de kant van de ontkenners en pseudosceptici buiten beschouwing laat. De OESO heeft daar interessant onderzoek naar gedaan.

    Dus behalve dat zijn benadering onwetenschappelijk is, is deze ook nog eens onevenwichtig. Wat daarbij zijn drijfveer is, zullen we niet te weten komen. Wel zeker is dat de wil om wetenschappelijke integriteit als uitgangspunt te nemen daar niet bij kán horen. Ik ga er vooralsnog niet van uit dat het kwaalwillendheid is. Maar het bevestigt wel mijn vermoeden dat Keulemans, om zijn eigen woorden aan te halen, is afgedreven van de wetenschap.

    Ik zou mij als hoofredactie van de Volkskrant toch wel gaan afvragen of hier geen correctie nodig is om de principes van de wetenschapjournalistiek hoog te houden.

  11. Lennart van der Linde

    Beste Bert Amesz,
    Uit nieuwsgierigheid: welke peer reviewed artikelen op gebied van klimaat heb je precies gepubliceerd, in welke bladen?

  12. Hans, mijn dank.

    Bart, in principe mag in ieder geval mijn tweede reactie wel worden verwijderd nu dat het is gefikst.

  13. Jos Hagelaars

    Hans,
    Een geweldig goed stuk! Ik sluit me volledig aan bij de eerste reactie van Marco: klap, klap, klap, klap, klap!
    Ik hoop nu van harte dat deze ‘briefwisselingen’ Maarten Keulemans om te beginnen alvast tot nadenken zullen stemmen, naar mijn bescheiden mening is dat hard nodig.

  14. Wellicht interessant voor deze discussie:

    Roy Meijer en Maarten Keulemans over het verschil en onderscheid overeenkomst tussen wetenschapscommunicatie en wetenschapsjournalistiek.

  15. Beste Hans en Lennart,

    Als het gaat om de vraag of we – al dan niet – gerekend mogen worden tot het gilde van de ‘professionele wetenschappers’ vermoed ik dat we in hetzelfde schuitje varen. Op je vraag hoeveel ‘peer reviewed klimaatpapers’ ik op mijn naam heb staan: ik ben nog aan het tellen, maar ik durf een fles wijn te verwedden dat ik in mijn eentje precies evenveel heb als jullie gezamenlijk ! En Lennart, op Linkedin zie ik dat je econoom bent (?). Dan weet jij alles van de kracht van het ‘voorspellen’ 
    Geintjes dus. Maar laten we elkaar niet de maat nemen op dit soort dingen. Het gaat tenslotte om de validiteit van onze argumentatie?

  16. Voor dat vierkantje moet je een smiley lezen.

  17. Lennart van der Linde

    Beste Bert,
    Geen econoom, maar bestuurskundige. Het ging me overigens meer om de wetenschappelijke waarde die Maarten Keulemans als wetenschapsjournalist aan jouw opvattingen lijkt te geven, terwijl die opvattingen blijkbaar niet peer reviewed zijn. En als ze gebaseerd zijn op peer reviewed artikelen, dan kan Keulemans toch beter daarnaar verwijzen.

    Verder gaat het inderdaad om de validiteit van de argumentatie, maar die argumentatie lijkt me dan wel op peer reviewed onderzoek gebaseerd te moeten zijn. Anders wordt het erg moeilijk die validiteit te beoordelen.

  18. Lennart, was het maar zo eenvoudig. Peer-reviewed papers spreken elkaar maar al te vaak tegen. En wat ik je eerder deze week wijsmaakte (o.b.v. peer –reviewed onderzoek) over de Groenlandse ijskap en temperatuur tijdens het Eemien, staat sinds eergisteren alweer op de helling n.a.v. van een nieuw peer reviewed onderzoek (NEEM). Welcome to the world of climate change!

  19. Lees ik hierboven nu echt een betoog dat een wetenschappelijke discussie niet in de peer-reviewed literatuur gevoerd hoeft te worden omdat daar over wetenschap gediscussieerd wordt?

  20. Lennart van der Linde

    Bert,
    Dat hoort bij het doen van nieuwe ontdekkingen, dat een onderzoek in eerste instantie tot diverse antwoorden kan leiden. Geleidelijk wordt dan vaak wel duidelijk welk antwoord het meest overtuigend is. Maar wel via peer review graag, want hoe moeten we anders beoordelen of het onderzoek aan wetenschappelijke eisen voldoet?

  21. Blijkbaar vindt Bert het niet nodig om in de wetenschappelijke literatuur te publiceren, want: “Peer-reviewed papers spreken elkaar maar al te vaak tegen.

    Dat komt wel ’s voor, dat hoort nu juist bij wetenschapsbeoefening. Het heeft helemaal niets te maken met: “Welcome to the world of climate change!“, want in andere takken van onderzoek komt dat eveneens veelvuldig voor. Pas geleden is keihard aangetoond dat de diameter van het proton maar liefst 4% kleiner is dan… de diameter van het proton (gemeten met een andere methode)

    Overigens spreken de resultaten van het NEEM onderzoek in geen enkel opzicht het eerdere onderzoek tegen – het is een belangrijke aanvulling en het betreft een verbetering van het inzicht in het Eemien. Voorheen dacht men dat ca. de helft van de 6 á 8 meter zeespiegelstijging van Groenland afkomstig was – nu is dat ca. 2 meter, een kwart tot een derde. De onzekerheid in deze waarde is +/- 50%.

    Bijgevolg is (West-)Antarctica mogelijk minder stabiel dan voorheen gedacht.

    Wetenschappelijk onderzoek doe je naar dingen die je nog niet helemaal weet, die je verder wil verfijnen of nóg gedetailleerder wil begrijpen. En niet naar zaken die je in een tabellenboek kan vinden.

  22. Mag ik er ook even op wijzen (als actieve wetenschapper) dat dat “elkaar tegenspreken” nogal eens neerkomt op “violent agreement” op de grote lijnen.

  23. Bert Amesz wil kennelijk slechts de peer-review route bewandelen als hij de garantie heeft dat zijn publicatie geen reactie, noch evolutie zal teweegbrengen. Hij wenst wetenschappelijke stilstand.

    En dat van iemand die eerder schreef: “Kan de wetenschappelijke gemeenschap de toets der kritiek te allen tijde doorstaan? Kijkt die wel vaak genoeg in de spiegel?”

    ♨ < mijn smiley

  24. Marco,

    Precies, vaak zijn de grote lijnen zeer duidelijk maar zijn er allerlei kleinere deelpuzzels en vragen die een antwoord nodig hebben.

    Op de grote lijnen is er dan “violent agreement” terwijl men over allerlei details, de precieze waarden en onzekerheidsmarges behoorlijk van inzicht kan verschillen. Die 4% dat het proton te klein zou zijn, blijkt niet uit de normale spectroscopie – die geeft met zeer hoge precisie de oude waarde.

    De onzekerheid als gevolg van deze nieuwe meetmethode is geen enkele reden om de bestaande spectroscopie af te schaffen, die gewerkt gewoon voor 99.99% van de gevallen en wordt overal in de industrie en in de medische diagnostiek ingezet.

    Mogelijk is er nog een aanvulling nodig – en zelfs als het ‘een compleet nieuw paradigma’ oplevert, blijven die oude waarden gewoon geldig. Een eventuele nieuwe theorie zal 99.99% van de gevallen hetzelfde moeten berekenen/voorspellen als de oude.

  25. “Lees ik hierboven nu echt een betoog dat een wetenschappelijke discussie niet in de peer-reviewed literatuur gevoerd hoeft te worden omdat daar over wetenschap gediscussieerd wordt?”

    Nee het wordt hoog tijd dat de IPCCrapporten eens echt peer-reviewed worden, nu is het namelijk zo dat een IPCC lead author tevens eindredacteur is, en dus commentaar ongelezen terzijde kan leggen. De “review” van het IPCC is dus nep. De consensus wordt gekookt door een kleine groep anoniem aangewezen schrijvers met belangenverstrengeling met Greenpeace, WWF en verzekeraars, die er door middel van “stealth issue advocacy” baat bij hebben om de problemen aan te dikken.

  26. Beste Hans Erren,

    Ieder hoofdstuk van het IPCC heeft naast de Authors en de Lead Authors ook meerdere Editors. De Editors zijn verantwoordelijk voor de peer review doordat elke versie door meer dan 800 ‘expert reviewers’ gereviewed wordt.

    De Editors zijn ervoor verantwoordelijk dat men ELK review-commentaar van deze 800 ‘peers’ verwerkt en/of gemotiveerd beantwoordt. Er is dus een audit-trace van ieder review-commentaar en van elke paragraaf.

    De commentaren van de meer dan 800 Expert Reviewers en álle antwoorden worden tegelijkertijd met het rapport openbaar gemaakt.

    Er is geen énkel refereed journal dat een dergelijk uitgebreide peer-review procedure heeft. Ook maken de journals de review-commentaren van de referees zelden of nooit openbaar.

  27. De IAC laat er geen onduidelijkheid over open dacht ik zo:
    http://reviewipcc.interacademycouncil.net/ReportNewsRelease.html

    “The part-time nature and fixed term of the IPCC chair’s position has many advantages, the committee said, but the current limit of two six-year terms is too long. The IPCC chair and the proposed executive director, as well as the Working Group co-chairs, should be limited to the term of one assessment in order to maintain a variety of perspectives and fresh approach to each assessment. Formal qualifications for the chair and all other Bureau members need to be developed, as should a rigorous conflict-of-interest policy to be applied to senior IPCC leadership and all authors, review editors, and staff responsible for report content, the committee added.

    Given that the IAC report was prompted in part by the revelation of errors in the last assessment, the committee examined IPCC’s review process as well. It concluded that the process is thorough, but stronger enforcement of existing IPCC review procedures could minimize the number of errors. To that end, IPCC should encourage review editors to fully exercise their authority to ensure that all review comments are adequately considered. Review editors should also ensure that genuine controversies are reflected in the report and be satisfied that due consideration was given to properly documented alternative views. Lead authors should explicitly document that the full range of thoughtful scientific views has been considered.

    The use of so-called gray literature from unpublished or non-peer-reviewed sources has been controversial, although often such sources of information and data are relevant and appropriate for inclusion in the assessment reports. Problems occur because authors do not follow IPCC’s guidelines for evaluating such sources and because the guidelines themselves are too vague, the committee said. It recommended that these guidelines be made more specific — including adding guidelines on what types of literature are unacceptable — and strictly enforced to ensure that unpublished and non-peer-reviewed literature is appropriately flagged.”

  28. Hans Custers

    Zullen we het er op houden dat het IPCC niet perfect is, zoals geen enkele organisatie perfect is, en dat meningen over de mate van imperfectie uiteen lopen?

    Dan kan ik nu een vriendelijk doch dringend verzoek doen om de discussie on topic te houden.

  29. Beste Hans Erren,

    1. Je citeert heel selectief uit het IAC rapport, dat over het geheel juist zeer positief is over het IPCC.

    2. Zélfs de citaten die jij er uitknipt, roemen de vele positieve punten.

    3. Een aantal (de meeste) van de aanbevelingen zijn inmiddels doorgevoerd voor IPCC AR5, zoals minister Atsma vorig jaar al aan de kamer gerapporteerd heeft.

    Ter illustratie de eindconclusie van de InterAcademy Council:

    The Committee concludes that the IPCC assessment process has been successful overall and has served society well. The commitment of many thousands of the world’s leading scientists and other experts to the assessment process and to the communication of the nature of our understanding of the changing climate, its impacts, and possible adaptation and mitigation strategies is a considerable achievement in its own right.

    Similarly, the sustained commitment of governments to the process and their buy-in to the results is a mark of a successful assessment. Through its unique partnership between scientists and governments, the IPCC has heightened public awareness of climate change, raised the level of scientific debate, and influenced the science agendas of many nations.

    Vervolgens geeft de IAC zeven aanbevelingen, teneinde: “.. Its procedures strengthened to handle ever larger and increasingly complex climate assessments”:

    However, the world has changed considerably since the creation of the IPCC, with major advances in climate science, heated controversy on some climate-related issues, and an increased focus of governments on the impacts and potential responses to changing climate. A wide variety of interests have entered the climate discussion, leading to greater overall scrutiny and demands from stakeholders. The IPCC must continue to adapt to these changing conditions in order to continue serving society well in the future. The Committee’s key recommendations for improving IPCC’s assessment process are given below.

    Lees daartoe de Executive Summary en Chapter 5 – Conclusions, van de InterAcademy Council zélf:

    http://reviewipcc.interacademycouncil.net/report.html

  30. Sorry, Hans Custers.

    Ik kon dat stukje ‘spin’ niet zomaar laten staan. Opvallend is ook dat Erren verwijst naar… de press-release in plaats van het rapport zelf.

    De zeven aanbevelingen kan de lezer verder zelf checken in het IAC rapport (chapter 5). Die zijn er op gericht dat het IPCC zich aan blijft passen aan de veranderende omstandigheden, zoals hierboven al genoemd.

    Nu weer on-topic. Het gaat maar amper over de journalistiek.🙂

  31. Bob, Hans,

    “To that end, IPCC should encourage review editors to fully exercise their authority to ensure that all review comments are adequately considered. Review editors should also ensure that genuine controversies are reflected in the report and be satisfied that due consideration was given to properly documented alternative views.”

    Waarom o waarom zou dit toch in het persbericht staan?

    Ik zal het jullie verklappen: Het IPCC is geen “honest broker”
    Dat is dus iets heel anders als “niet perfect”, het is fundamenteel eenzijdig.

    Zolang dit niet wordt ingezien blijven jullie voor eigen parochie preken. Veel plezier daarbij.

  32. Hans Custers

    De verschillen van inzicht over het IPCC zijn overbekend en dat geldt ook voor de verschillende interpretatie die de twee kanten in het debat aan de citaten geven die Hans Erren aanhaalt.

    Dat gezegd zijnde, een herhaald vriendelijk doch dringend verzoek om de discussie on-topic te houden.

  33. Beste Hans Erren,

    Jij beweerde eerder dat het IPCC rapport niet ‘peer reviewed’ zou zijn. Je eigen citaten spreken dat tegen, want er wordt *juist* gewezen op de Review Editors voor elk hoofdstuk, die: “.. fully exercise their authority to ensure that all review comments are adequately considered.

    Dus vindt er wel degelijk ‘peer review’ plaats. De Editors, waar ik al eerder op wees, dienen hun al bestaande authority uit te oefenen en ervoor te zorgen dat iedere review (van de meer dan 800 expert reviewers) verwerkt en beantwoordt wordt. Dit is nu verplicht gesteld.

    In het eigenlijke InterAcademy rapport staat:

    • The IPCC should encourage Review Editors to fully exercise their authority to ensure that reviewers’ comments are adequately considered by the authors and that genuine controversies are adequately reflected in the report.
    • The IPCC should adopt a more targeted and effective process for responding to reviewer comments. In such a process, Review Editors would prepare a written summary of the most significant issues raised by reviewers shortly after review comments have been received. Authors would be required to provide detailed written responses to the most significant review issues identified by the Review Editors, abbreviated responses to all noneditorial comments, and no written responses to editorial comments.

    Dus vindt er wel degelijk peer review plaats.

  34. Beste Bob, Lennart, Majava, Marco en Ontspan,

    Jullie draven door. Als ik spreek over tegenstrijdigheden, is dat een feit – geen diskwalificatie. En allerminst een advies om maar te stoppen met onderzoek. Integendeel: het leidt immers tot voortschrijdend wetenschappelijk inzicht. Jullie leggen mij woorden in de mond die ik nooit gebezigd heb (en ook niet snel zal doen).

    Bob, ik vind de resultaten van NEEM wél afwijkend van eerder onderzoek. Het Eemien was enkele graden warmer dan tot nu toe gedacht. Desondanks was de Groenlandse minder afgesmolten dan tot nu toe werd aangenomen. En dus is WAIS mogelijker gevoeliger dan tot nu toe gedacht. Dat vind ik nogal wat. Jij stapt daar wel erg snel overheen. Dit is in mijn ogen méér dan ‘violent agreement’. Voor de Nederlandse zeespiegel maakt het wel degelijk uit of het smeltwater afkomstig is van Groenland dan wel van (West) Antarctica. Helaas heb ik alleen de abstract; het volledige artikel is paywalled.

  35. Hans Custers

    Bert,

    Deze discussie was al off-topic en door nu over de Nederlandse zeespiegel te beginnen introduceer je weer een nieuw element. Nogmaals het zeer dringende verzoek aan iedereen om on-topic te blijven.

    En, Bert, mocht je verder willen discussiëren over jouw opvattingen, dan staat er hier nog wat voor je open.

  36. Bert,

    Als ik het bovenstaande draadje nog ’s doorlees, verloopt de discussie als volgt.

    Hans en Lennart wijzen er op dat jij – net als wij hier allemaal, m.u.v. Bart en Marco – op dit gebied een amateur bent zónder wetenschappelijke publicaties over klimaatonderzoek. Hans zegt in bovenstaand blog:

    Kritische journalistiek houdt blijkbaar in dat je het verhaal van de hydroloog die de hele klimaatwetenschap te kijk zet met wat berekeningen op de achterkant van envelop, zonder voorbehoud overneemt. Is dat niet een beetje naïef, Maarten, en een belediging van al degenen die zich professioneel met deze complexe materie bezighouden bovendien? [..]

    Ik vraag me af wat jij, kritisch en afstandelijk journalist, zou doen als je een theorie van een amateur-wetenschapper uit een willekeurige andere discipline onder ogen zou krijgen. Zou je helemaal op je eigen kennis en inzicht afgaan en er een positief stuk over schrijven als die ideeën je wel wat lijken? Of zou het oordeel van de professionals ook nog even checken?

    M.a.w. waarom legt Maarten Keulemans de centrale hypothese(n) in je boek niet voor aan enkele professionele klimaatwetenschappers? Met als vragen:

    a) zijn deze veronderstellingen plausibel?
    b) voegt het iets toe? Dat wil zeggen: voor zover plausibel, is dit nieuw of is hier al rekening mee gehouden door de ‘mainstream’ klimaatwetenschap?

    Op die manier kan er een aardig en inhoudelijk artikel ontstaan waar de lezer meer inzicht krijgt in de stand van het klimaatonderzoek. Daarmee zou Maarten Keulemans genereus zijn jegens Bert: want hij krijgt zowaar 50% van de spreektijd i.p.v. de 3% die op basis van de verhouding ‘mainstream’ vs. ‘klimaatsceptici’ verantwoord zou zijn. Interessanter is dat het concept van ‘cycli’ vs. ‘trend’ eens toegelicht kan worden, en de rol van de oceanen bij de klimaatverandering.

    Maar dat doet Maarten Keulemans niet.

    In plaats van een opiniestuk waar hij zijn persoonlijke mening geeft, schrijft Keulemans een stukje waar hij als Chef Wetenschap een ‘theorie’ aanbeveelt die haaks staat op de conclusies van de mainstream klimaatwetenschap. Zonder het eerst te toetsen bij bijvoorbeeld het KNMI.

    Ik heb wel een vermoeden wat het antwoord op vraag a en b zou zijn. Maar daar gaat het niet om. Het wordt niet eens gevraagd, dáár gaat het om.

  37. Mag ik de dames en heren attenderen op een nieuwe “open discussie” blog, waar de diverse onderwerpen die hier off-topic zijn (bijv zeespiegelstijging, IPCC) verder bediscussieerd kunnen worden.

    Discussie op deze blogpost gaat over de verhouding tussen wetenschapsjournalistiek en wetenschap in het algemeen, en de reactie van Hans Custers aan Maarten Keulemans in het bijzonder.

  38. Elmar Veerman

    Uitstekende repliek, waarop ik graag Maartens reactie zou zien.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s