De knoppen van het klimaat en de schakelende oceaan

Gastblog van Hans Custers

Na enkele pittige discussies met Bert Amesz kreeg ik onlangs de kans om zijn boek te bekijken. Die kans kon ik niet laten liggen. Het eerste deel van deze blogpost is een bespreking van het boek; het tweede deel gaat wat verder in op de visie van Bert Amesz op de klimaatwetenschap.

Het boek: Aan de knoppen van het klimaat

Laat ik met het positieve beginnen: er is bijzonder veel aandacht besteed aan de vormgeving en aan fraaie illustraties. En Amesz is bereid om zonder morren bepaalde elementaire wetenschappelijke inzichten, zoals het broeikaseffect, te accepteren.

Het boek wordt gepresenteerd als een populair-wetenschappelijke uitgave over alles wat met klimaatwetenschap en klimaatverandering te maken heeft. Maar meer dan dat is het een boek met een boodschap. Die boodschap klinkt van de eerste tot en met de laatste pagina luid en duidelijk door: het valt reuze mee met die klimaatverandering en al helemaal met de menselijke invloed; voor zover we er al iets over kunnen zeggen, want er is nog zo veel onbekend en onzeker en de wetenschap is tot op het bot verdeeld. Het feit dat verschillende wetenschappelijke instituten in de wereld onafhankelijk van elkaar – en dus niet volledig identiek – gegevensreeksen over de wereldtemperatuur bijhouden wordt opgevoerd als bewijs van tweespalt en zelfs ruzie in de wetenschappelijke wereld. Dat een overgrote meerderheid van de wetenschappers spreekt van consensus, dat die overgrote meerderheid het met elkaar eens is dat een aanzienlijke menselijke invloed zeer waarschijnlijk is, meldt het boek dan weer niet. Amesz schetst liever het beeld van “onderzoekers van het IPCC” die de opdracht zouden hebben om zich op de menselijke invloed te concentreren. In werkelijkheid heeft het IPCC geen onderzoekers in dienst, verstrekt het ook geen onderzoeksopdrachten en geeft het op geen enkele manier sturing aan het klimaatonderzoek dat aan tal van gerenommeerde wetenschappelijke instituten over de hele wereld wordt uitgevoerd.

Amesz meent dat hij net zo veel gewicht toe moet kennen aan verhalen van clubs als het NIPCC – enkel en alleen opgericht om twijfel te zaaien over de wetenschap – als aan de door tienduizenden wetenschappers ondersteunde IPCC-rapporten. Dat het IPCC in de wetenschap een middenpositie inneemt en dat de geschiedenis laat zien dat de wetenschap juist geneigd is tot terughoudendheid wil hij al helemaal niet weten. Deze “framing” van de discussie zien we vaker: de breed geaccepteerde wetenschap wordt als een “alarmistisch” uiterste in het spectrum aan opvattingen afgeschilderd en tegenover het andere uiterste – de ontkenning van de elementaire wetenschap van het broeikaseffect – geplaatst, alsof de redelijkheid hier in het midden zou liggen.

Alarmisten-Sceptici

De positie van sceptici, alarmisten en de wetenschap

In het boek komt een aanzienlijk deel van het overbekende klimaatsceptische repertoire – de hockeystick controverse, het urban heat island, de Svensmark hypothese die door het CLOUD onderzoek bij CERN bevestigd zou zijn, om maar enkele voorbeelden te noemen – voorbij; in kadertjes, in bijlages of in de hoofdtekst, er is altijd wel een plekje voor. De formulering is wel eens wat minder stellig dan we elders vaak zien, er wordt ook nog wel eens gemeld dat “de alarmisten” het er niet mee eens zijn, maar de al jarenlang overbekende weerleggingen die met een paar muisklikken te vinden zijn blijven steevast onvermeld. Zelfs de bekende verdachtmakingen van enkele prominente wetenschappers komen aan de orde, zonder verwijzing naar alle officiële onderzoeken die ze steeds weer vrijpleiten van wetenschapsfraude.

Algemeen geaccepteerde wetenschap, klimaatsceptische halve waarheden en hele onwaarheden en de privé-mening van de auteur lopen steeds door elkaar. Waar het één begint en het ander eindigt is nooit duidelijk, zeker niet voor de doelgroep van het boek: de niet ingewijde lezer. Referenties ontbreken, we moeten het allemaal maar aannemen van de auteur die tientallen publicaties op zijn naam zou hebben staan (in de bekende databases van wetenschappelijke literatuur vinden we er precies eentje terug, uit 1976, die niets met het klimaat te maken heeft) en die de Tweede Kamer ooit geadviseerd zou hebben over de zeespiegelstijging (maar het totaal oneens was met het meest recente advies: het rapport van de Deltacommissie).

Dat een populair-wetenschappelijk boek wel eens wat nuances mist is begrijpelijk. Maar als het onderwerp gevoelig ligt en de auteur een nadrukkelijke mening over en onvoldoende distantie tot dat onderwerp heeft, dan leveren de ontbrekende nuances onherroepelijk een gekleurd, vertekend of zelf vals beeld op van de wetenschappelijke realiteit. Dat is wat er hier pagina na pagina gebeurt: kleine onzekerheden worden uitvergroot en grote onzekerheden genegeerd, naarmate het de boodschap ondersteunt; breed geaccepteerde wetenschappelijke opvattingen worden afgeschilderd als omstreden en speculaties en suggestieve opmerkingen waarvoor geen spoor van bewijs bestaat als serieuze wetenschap; processen met invloeden op verschillende schaalniveaus worden door elkaar gegooid zonder dit te melden en dit alles wordt, volgens goed gebruik, geïllustreerd aan de hand van zorgvuldig gecherrypickte data. Steeds weer wordt de lezer gewezen op alle natuurlijke invloeden die er (zouden kunnen) zijn, op de enorme onzekerheden die daar nog over zijn, en op die “onderzoekers van het IPCC” die daar zo weinig oog voor zouden hebben. Amesz is bijzonder inconsequent in zijn argumentatie: als het zo uitkomt heeft hij alleen oog voor het aanzienlijke aandeel van wolken in het broeikaseffect, of juist voor het zonlicht ze direct weerkaatsen en een enkele keer – eerlijk is eerlijk – voor de tegengestelde werking van beide effecten; hij gokt op gigantische feedbacks in het klimaatsysteem waar hij die nodig heeft voor zijn opvattingen en verwijt het IPCC dat ze de op basis van basale natuurwetenschap zeer aannemelijke feedback van waterdamp meenemen; de Kleine IJstijd is op het ene moment nadrukkelijk het gevolg van lage zonneactiviteit, terwijl hij een andere keer aangeeft dat vulkanische activiteit ook een rol speelt; regelmatig lezen we dat we pas via satellietmetingen echt betrouwbare informatie kunnen krijgen over het klimaat, maar net zo regelmatig lezen we zeer stellige beweringen over de toestand van honderden of duizenden jaren geleden; hij blijft maar hameren op natuurlijke variaties, maar negeert het feit dat die variaties de door menselijke broeikasgasemissies veroorzaakte trend gedurende bepaalde periodes kan maskeren.

Onzekerheid loopt als een rode draad door het boek. Die onzekerheid wordt steeds weer maximaal uitvergroot of – impliciet – verward met onwetendheid: zolang we niet alles weten, weten we niets. Alleen als Amesz zijn eigen theorieën over de schakelende oceanen behandelt is er geen spoor van onzekerheid meer te bekennen. In de allerlaatste paragraaf van zijn boek durft hij daarom zonder enig voorbehoud te concluderen dat de mondiale opwarming deze eeuw minder snel zal verlopen dan tot dusver werd aangenomen. Een gezonde dosis twijfel zou ook hier meer dan gerechtvaardigd zijn, dat zal ik hierna laten zien.

De theorie: de schakelende oceaan

Voor een analyse van de wetenschappelijke opvattingen van Amesz kijk ik niet alleen naar zijn boek, maar ook naar drie stukken die hij eind december en begin januari op zijn blog heeft geplaatst – en inmiddels weer verwijderd – en naar de discussie met hem die we hier eerder voerden. Via die aanvullende bronnen geeft hij iets meer achtergrondinformatie bij de schetsmatig in zijn boek beschreven opvattingen.

Het draait volgens Amesz allemaal om een duizendjarige cyclus in zonneactiviteit, die een invloed zou kunnen hebben op de oceaancirculatie en daarmee op het klimaat. Dit is niet helemaal uit de lucht gegrepen. De wetenschap houdt rekening met de mogelijkheid dat wisselingen in activiteit van de zon een zekere invloed hebben op stromingen en patronen in het klimaatsysteem. Maar Amesz gaat steeds weer met grote stappen voorbij aan het onderscheid tussen interne variabiliteit, waar deze stromingen en patronen een rol in kunnen spelen, en de opwarming of afkoeling van het hele klimaatsysteem, die alleen veroorzaakt kan worden door een verandering in de stralingsbalans over de atmosfeer.

De Kleine IJstijd is volgens Amesz een minimum in de millenniumcyclus. Het klimaat zou sinds twee eeuwen aan het herstellen zijn van die relatief koude periode. Daarom beschouwt hij het gemiddelde temperatuurverloop over die twee eeuwen als een natuurlijke achtergrondtrend. De verklaring ligt in de “trage oceanische feedback” of “trage oceanische respons”; begrippen die hij door elkaar gebruikt, hoewel ze niet hetzelfde betekenen. Hij gaat voorbij aan het gegeven dat die trage oceanische respons volgens alle wetten van de natuurwetenschappelijke logica eerst en vooral een dempende en vertragende werking heeft op schommelingen in het klimaat, omdat de oceaan als bufferopslag voor energie werkt. In zijn beleving zit er in de oceaan een mysterieus schakelkastje dat, op commando van de zon, een even mysterieus verwarmingssysteem voor de hele aarde aan of uit kan zetten.

De opvattingen van Amesz leunen misschien wel het meest op het onjuiste beeld dat hij in zijn boek maar blijft schetsen van het IPCC. Het beeld van een beperkte groep onderzoekers die zich, in opdracht van hogerhand, enkel en alleen op de menselijke invloed op het klimaat concentreert en die daarom andere serieuze wetenschappelijke opvattingen stelselmatig zou negeren. Dat beeld wordt ondersteund met pertinent onjuiste beweringen: dat het IPCC elke natuurlijke invloed op het temperatuurverloop in de 20e eeuw zou ontkennen, of dat het algemeen geaccepteerd zou zijn dat verhoogde concentraties broeikasgassen pas na de Tweede Wereldoorlog een significante invloed zouden hebben. De bewering dat het IPCC geen rekening houdt met een invloed van een “natuurlijke achtergrondtrend” op het huidige klimaat is wel juist, maar daarvoor is een goede reden: de ontwikkelingen in het klimaat zijn uitstekend te verklaren zonder zo’n achtergrondtrend en er is geen enkel bewijs dat die trend wel bestaat. Dit betekent overigens niet dat de klimaatwetenschap de trage respons van de oceaan of andere trage processen a priori buiten beschouwing laat, zoals Amesz lijkt te denken. Bijzonder bont maakt hij het met de suggestie dat het IPCC de klimaatgevoeligheid van broeikasgassen enkel en alleen bepaalt op basis van de temperatuurtrend over de vorige eeuw en de aanname dat menselijke broeikasgassen daarbij de enige factor van betekenis zijn. Je zou nog gaan denken dat Amesz meent dat serieuze klimaatwetenschap zo werkt; zijn eigen kwantitatieve analyses zijn op dit soort in grafieken getekende trendlijntjes gebaseerd.

In zijn boek redeneert Amesz steeds weer naar zijn theorie – de “uitgesloten derde” in zijn ogen – toe; de natuurlijke cycli, de oceanen die “schakelen” van koud naar warm of omgekeerd en het “herstel na de Kleine IJstijd” zijn nooit ver weg. De grote omissie in de onderbouwing van opvattingen is de nagenoeg ontbrekende aandacht voor fysische processen die veranderingen in het klimaatsysteem kunnen verklaren. Het blijft bij “schakelende oceanen” en variaties in de activiteit van de zon die daar op één of andere manier voor verantwoordelijk zouden zijn. Amesz beschrijft oceaanstromingen terecht als transportmiddelen voor gigantische hoeveelheden energie, maar hij weigert onder ogen te zien dat veranderingen in die stromingen daarom eerst en vooral zullen zorgen voor een andere verdeling van energie over het klimaatsysteem, en slechts in zeer beperkte mate voor een toe- of afname van de energie-inhoud van dat systeem als geheel. Veranderingen in energietransport kunnen lokaal tot grote veranderingen leiden, maar daarom moet je lokale veranderingen juist niet representatief stellen voor de hele wereld, zoals Amesz steeds weer doet.

Amesz beschouwt oceanische oscillaties zoals de AMO, de PDO en de ENSO als indicatoren voor het ”schakelen” van de oceaan. Hier breekt het gebrek aan aandacht voor de achterliggende fysica hem flink op. Zo lijkt hij niet te beseffen dat men weliswaar spreekt van een warme of een koude fase van de PDO, maar dat daarmee alleen aangegeven wordt hoe de temperatuur van het zeewater in een smal strookje aan de Amerikaanse noordwestkust zich verhoudt tot de rest van de Grote Oceaan. Het zegt niets over de temperatuur van oceaan als geheel. Blijkbaar is de term “warme fase” op zich al genoeg om het te beschouwen als verklaring voor een opwarmend klimaat.

pdo_warm_cool3

Voorbeelden van de temperatuur van het zeeoppervlak tijdens een warme (links) en een koude (rechts) fase van de PDO

Ook over de ENSO gaat hij te kort door de bocht. Hij meent dat een overwegend positieve ENSO een verklaring is voor opwarming, maar dat is het juist niet. Tijdens de positieve fase – een El Niño – is het inderdaad warmer dan gemiddeld, maar er hoopt zich dan geen energie op in het klimaatsysteem. Integendeel, de hoge temperatuur ontstaat juist omdat er relatief veel energie aan de “buitenkant” van het klimaatsysteem blijft: het oceaanoppervlak en de atmosfeer. Daardoor straalt er veel warmte uit en verliest het klimaatsysteem juist energie. Verder kent hij het nodige gewicht toe aan de “undetrended AMO”; die zou een maat zijn voor de circulatie in de Atlantische Oceaan, de AMOC. In een blogpost schreef hij: Maar als je de korte pieken en dalen even vergeet, zie je vanaf 1800 een scherpe stijging van de (undetrended) AMO. Een bewijs voor het herstel van de AMOC na afloop van de Kleine IJstijd.” De “undetrended AMO”’ is echter niets meer of minder dan de temperatuur van het oppervlak van het noordelijk deel van de Atlantische Oceaan. De stijging laat zien dat die warmer is geworden, zoals alle oceanen wereldwijd, en verder helemaal niets. In de discussie die we met hem voerden leek Amesz de betekenis die hij aan de “undetrended AMO” geeft te laten vallen. Daarmee zou een fundament onder zijn theorie wegvallen.

Nog wat fysica waar Amesz nogal slordig mee omgaat: de eerste hoofdwet van de thermodynamica, ofwel de wet van behoud van energie. Hij kan geen plausibele verklaring geven voor de herkomst van de energie die het hele klimaatsysteem nu al decennialang opwarmt. Hij probeert het door gigantische feedbacks op te voeren die blijkbaar wel optreden als het poolgebied opwarmt door de oceaan, maar niet als datzelfde poolgebied opwarmt door een versterkt broeikaseffect. Hij gooit een balletje op over verwarming van de diepe oceaan met “oververhit water vanuit de mid-oceanische ruggen”. Een laatste reddingsboei is de relatief kleine hoeveelheid warmte uit de oceaan die nodig zou zijn om de atmosfeer op te warmen. Maar als ook de oceanen opwarmen, en alles wijst erop dat dat gebeurt, biedt ook die reddingsboei geen soelaas.

Energy

De energiebalans over de atmosfeer, de sleutel voor de opwarming van het klimaatsysteem

Het merkwaardige is dat Amesz de algemeen geaccepteerde verklaringen voor het temperatuurverloop over de afgelopen twee eeuwen wel allemaal erkent. De periode begon koud, als gevolg van enkele vulkaanuitbarstingen, vervolgens werd de zon actiever en begonnen de broeikasgasconcentraties geleidelijk te stijgen. De vraag wat de trage oceanische feedbacks aan deze bekende verklaringen toevoegen is tot op heden onbeantwoord gebleven.

Amesz verwijt de “onderzoekers van het IPCC” onvoldoende aandacht voor natuurlijke factoren die het klimaat beïnvloeden, maar hij is zelf juist degene die deze factoren veel te oppervlakkig beschouwt. Zijn opvattingen houden alleen stand omdat hij de details en de diepgang van de wetenschappelijke kennis over natuurlijke variaties in het klimaat negeert. De opvattingen van Amesz zijn misschien gelijkwaardig aan de karikaturale versie die hij schetst van het IPCC en de klimaatwetenschap; aan de echte wetenschap heeft hij niets toe te voegen.

28 Reacties op “De knoppen van het klimaat en de schakelende oceaan

  1. Beste Hans,

    Mijn welgemeende complimenten voor de uitgebreidheid van je commentaar op mijn boek. Je hebt het serieus ter hand genomen, dat waardeer ik. Jouw uiteenzetting verdient een serieuze reactie mijnerzijds. Gun me daarvoor even de tijd. Je hoort spoedig van me.

    Bert

  2. Een vriendelijke, doch scherpe recensie. Complimenten voor toon en inhoud, Hans.

    Ik heb de discussies met Bert Amesz gevolgd, maar kon vaak geen vat krijgen op zijn redenaties. Het bleef voor mij allemaal erg vaag en ongekwantificeerd (en bemoeide me daarom ook niet of nauwelijks met de discussie). Ik hield er serieus rekening mee dat dat door mijn ietwat gebrekkige kennis van klimaat(wetenschap) kwam, maar ik hou er nu serieus rekening mee dat het door Amesz z’n manier van redeneren komt.

    Als Bert Amesz klaar is met zijn (hopelijk wat minder vage) reactie op je recensie, hoor ik graag van hem hoe hij z’n huidige acties zal bezien als AGW tóch een serieus en schadelijk probleem blijkt te zijn. Hij heeft nu namelijk een boek geschreven en daarmee ogenschijnlijk heel veel indruk gemaakt op de hoofdredacteur wetenschap van een veelgelezen krant die ik verder niet bij naam zal noemen. Ik kan niet inschatten of zijn boek op elke leek zoveel indruk maakt, maar als dit het geval is, dan lijkt Bert Amesz zich nu al in een ethisch netelige positie te bevinden.

    Een beetje als zeggen dat zich massavernietigingswapens in Irak bevinden, waar later niets van waar blijkt te zijn. Een paar jaar later zijn er mede op basis van die informatie honderdduizenden doden gevallen en ligt het land compleet op z’n gat, met een compleet vernachelde generatie als geschenk voor de toekomst.

    ik zou daar persoonlijk toch voorzichtig mee zijn, maar lui als Bert Amesz en Marcel Crok lijken nooit na te denken over de gevolgen van hun gedrag (zoals Diederik Samsom wel overduidelijk deed bij de presentatie van het boek van laatstgenoemde). Ik snap het op een bepaalde manier ook wel. Het is natuurlijk leuk om je de Steve McIntyre van Nederland te voelen. Eventjes.

  3. Hans,

    Gisteren complimenteerde ik je nog met de uitgebreidheid van je reactie. Nu ik hem gelezen heb, moet ik constateren dat het niet meer is dan de overbekende litanie van halve waarheden, uitvergroting, pertinente onwaarheden, persoonlijke aantijgingen, valse verdraaiingen, karikaturen, fraiming, opzettelijke misinterpretaties en andere woordspelletjes, al dan niet ontleend aan je debunking handboek. Al eerder constateerde ik dat – op wetenschappelijke thema’s – jouw referentiekader niet verder reikt dan de stelselmatig terugkerende grafiekjes van Skeptical Science, Tamino e.d. waar je kritiekloos mee paradeert. Even speelde ik nog met de gedachte er serieus op in te gaan en je verhaal op regelniveau te fileren. Maar nu weet ik dat zulks verzandt in een herhaling van zetten waar niemand baat bij heeft. In navolging van de tweet van Bart: ‘Boek Amesz besproken, maar recensent te licht bevonden’.

    Wat voor mij de deur helemaal dicht deed, was de reactie van NevenA. Die heeft mijn boek duidelijk niet gelezen, anders zou het hem (geldt ook voor Hans) wel opgevallen zijn dat ik in een apart hoofdstuk enkele goed doordachte suggesties doe voor mondiaal klimaatbeleid, waaronder de bescherming van het noordpoolgebied. Toch meent hij een oordeel te kunnen vellen over mij en mijn boek. Zondermeer stuitend is de parallel die hij trekt tussen mijn ethisch besef en de indertijd (vermeende) aanwezigheid van massavernietigingswapens in Irak. Hans, stuitend is evenzeer dat jij als gastblogger dergelijke uitingen kennelijk tolereert. In de voorafgaande discussies heb ik voor kleine ‘overtredingen’ van jou (en Bart) de gele kaart gekregen. Welnu, dit is een gevalletje van ‘dieprood’. Als beheerder zou ik zijn reactie onmiddellijk verwijderd hebben, vergezeld met een welgemeende verontschuldiging.

    Hans, het klimaatdebat wordt gefrustreerd door jullie halsstarrig geloof in jullie zelfgecreëerde werkelijkheid die geen ruimte biedt voor kritische noten van andersdenkende deskundigen. Het bewerkstelligen van gedragsverandering bij overheden, burgers en bedrijfsleven bereik je niet met apocalyptische verhalen. De burger is mondig, die trapt daar niet meer in. Trek lering uit het referendum over de Europese Grondwet in 2005. Als je klimaatbeleid serieus ter hand wilt nemen, luister dan naar goedbedoelde gefundeerde kritiek vanuit de sceptische hoek. Sabel niet alles rücksichtslos neer! En gooi dat debunking handboek bij het oud papier.

    Bert

  4. Jos Hagelaars

    ” …jullie halsstarrig geloof in jullie zelfgecreëerde werkelijkheid, die geen ruimte biedt voor kritische noten van andersdenkende deskundigen.”
    “..naar goedbedoelde gefundeerde kritiek vanuit de sceptische hoek.”

    Bert, als je met het laatste deel van die eerste zin jezelf bedoelt is dat zeker onjuist. Ik ben geen deskundige en gezien de discussies die we hier gehad hebben, is het vrij duidelijk dat jij eveneens geen deskundige bent. Ik neem even aan dat je met ‘jullie’ ook mij bedoelt en voor mezelf sprekend heeft mijn insteek in het wetenschappelijke aspect van deze klimaatdiscussie niets met ‘geloof’ te maken.

    Kritische noten zijn in elke wetenschap welkom, ze moeten wel onderbouwd zijn en juist dat ontbreekt. Het ontbreekt in jouw reacties hier op dit blog en gezien het stuk van Hans (“Referenties ontbreken..”), ontbreekt het eveneens in je boek. Het ontbreekt vrijwel altijd op de klimaatsceptische blogs en het NIPCC-rapport is niet meer dan een verzameling selectief winkelen en verdraaiingen van de werkelijkheid.

    Als je er in duikt, is de meeste ‘kritiek’ uit de sceptische hoek helemaal niet goedbedoeld, maar er op gericht om de status quo qua gebruik van fossiele brandstoffen te handhaven. En zoals ik al zei: gefundeerd is die ‘kritiek’ over het algemeen zeker niet.
    Dat geldt dus is mijn ogen eveneens voor jouw kritiek op de mainstream wetenschap. Die kritiek komt bij mij over een halsstarrig geloof van een niet-deskundige in zijn eigen onduidelijke en/of onjuiste hypotheses en die denkt het beter te weten dan zowat alle professionals van een gehele wetenschappelijke discipline.

    Bert, ik heb je boek niet gelezen, maar gezien mijn ervaringen alhier gecombineerd met de mooie beschrijving van Hans hierboven, ga ik dat ook zeker niet doen.

  5. Hans, mijn excuses dat ik Bert Amesz met m’n comment de gelegenheid heb gegeven om de beledigde diva te spelen. Ik heb enkel gevraagd hoe hij z’n huidige acties zal bezien als AGW tóch een serieus en schadelijk probleem blijkt te zijn. Ik heb vervolgens mijn eigen visie daarop gegeven om uit te leggen waarom ik niet graag in zijn schoenen zou willen staan. Alles puur hypothetisch. C’est tout.

    Jammer genoeg grijpt hij dit aan om de aangevallen underdog te spelen die daarom geen serieuze reactie op je uitgebreide en onderbouwde recensie hoeft te geven. Ik hoop desondanks dat hij dit tóch wil doen en ik zou het ook heel interessant vinden als hij een beknopte uitleg wil geven van zijn ideeën om het Noordpoolgebied te beschermen. Gezien mijn positie in die discussie vind ik dat zeer interessant.

    De vraag over hoe hij z’n eigen ethische positie interpreteert, mocht blijken dat hij er met z’n beweringen naast zit en AGW gewoon een buitengemeen vervelend en hardnekkig probleem is/wordt, trek ik bij deze terug. Excuses zal ik maken als blijkt dat hij volledig gelijk had en AGW een opgeklopt sprookje van de “onderzoekers van het IPCC” is. Ik hoop het van harte.

  6. Hans Custers

    Bert,

    De discussie over het klimaat is hevig gepolariseerd, Stevige meningen horen daar bij. Bij mijn weten hebben noch Bart, noch ik je ooit gewaarschuwd dat jij te ver zou gaan in je reacties. We hebben je enkele keren vriendelijk verzocht om on-topic te blijven, of om een discussie voort te zetten bij de draad waar die al liep.

  7. Lennart van der Linde

    Neven, ik vind je vraag en vergelijking mbt de ethische positie van Bert volledig terecht. Ik vind ook dat Bert die vraag ten onrechte niet heeft beantwoord. Iemand die een heel boek over klimaat heeft geschreven, zal toch hopelijk ook wel over de morele implicaties daarvan nagedacht hebben?

    Dus Bert, wat als uiteindelijk blijkt dat de opwarming toch zo urgent blijkt te zijn als de gealarmeerden vrezen? Of sluit je die mogelijkheid uit? En zo ja, op welke gronden dan wel?

  8. De klimaatwetenschap behoort amoreel te zijn.

    De maatregelen tegen vermoede gevolgen kunnen zowel moreel als immoreel zijn.

    In het huidige stadium kan ik niet bepalen wie er het morele recht van spreken heeft.

    Zeker nu voor mij duidelijk is dat de klimaatproblematiek gebruikt wordt om maatschappelijke veranderingen door te drukken.

    Mogelijk gemaakt door een stuitend gebrek aan bèta’s.

  9. Beste Boels,

    Hier zijn bèta’s zat: twee chemici, een fysicus, een klimaatonderzoeker (Bart), een lucht- en ruimtevaart ingenieur, een geodetisch wiskundige, etc.

    De klimaatonderzoekers van IPCC WGI zijn over het algemeen fysicus, wiskundige, chemicus en tijdens of na hun promotie gespecialiseerd in het klimaatonderzoek. Zo is bijv. Geert-Jan van Oldenborgh van origine astrofysicus en is Gavin Schmidt wiskundige. Er zijn ook vele meteorologen die na tijdens en na hun opleiding aan het klimaatonderzoek werken.

    Niets stuitends dus, gewoon een heel diverse groep aan bèta’s.

  10. Beste Bert,

    Je beide reacties zijn nogal merkwaardig. Een dag na de boekbespreking door Hans Custers zeg je:

    Mijn welgemeende complimenten voor de uitgebreidheid van je commentaar op mijn boek. Je hebt het serieus ter hand genomen, dat waardeer ik. Jouw uiteenzetting verdient een serieuze reactie ..

    Een dag later kom je met een hysterische tweede reactie, 180 graden tegengesteld aan je eerste reactie:

    .. de overbekende litanie van halve waarheden, uitvergroting, pertinente onwaarheden, persoonlijke aantijgingen, valse verdraaiingen, karikaturen, fraiming, opzettelijke misinterpretaties en andere woordspelletjes, ..

    Bert, de bovenstaande boekbespreking is juist heel beleefd, zorgvuldig en diepgaand. In het eerste deel beschrijft Hans je boek en het kader dat daar gehanteerd wordt. In het tweede deel gaat hij wat dieper in op de ‘theorie van Amesz’ – en hij doet dat zorgvuldig. Ik zou zelf ietsje minder mild geweest zijn, wellicht.

    Een veel voorkomend probleem van outsiders is ‘eyeballing the graph’. Men kijkt voor het eerst uitgebreid naar bijvoorbeeld de grafiek van wereldgemiddelde oppervlaktetemperaturen sinds 1880, en denkt: ‘Heee, dat lijkt wel een beetje… cyclisch! Een soort van golfbeweging!’ Iedereen denkt dat wel ‘s.

    Het vervelende is alleen dat aan het einde van die ‘golf’ de temperaturen wel 0,8 °C hoger zijn dan aan het begin (en ook veel hoger dan tijdens de ‘Medieval Warm Period’). Een ander feit is dat het een wereldwijde opwarming is, zowel van oceaan als land, noordelijk en zuidelijk halfrond, de bovenste oceaan en 700 – 2000m diepte. En van de poolgebieden (het verdwijnende Arctische zee-ijs), en meer dan 90% van de gletsjers wereldwijd. En een afkoeling van de stratosfeer (die samentrekt, wat o.a. blijkt uit satellietbanen) die het gevolg is van afgenomen Long Wave Radiation vanuit de troposfeer. En o ja, de versnellende smelt van de ijskappen van Groenland en (West-)Antarctica. En de zeespiegelstijging, die tegenwoordig aanzienlijk sneller verloopt.

    Als ik je 180° tegenovergestelde reacties lees, vermoed ik:

    1) je kondigt na enig nadenken eerst “een serieuze reactie” aan;

    2) na wat langer nadenken realiseer jij je dat de bezwaren van Hans Custers onweerlegbaar zijn. Er is al eerder uitgebreid met je over gediscussieerd.

    Dus wat doe jij dan? Heel bewust alsnog hysterisch reageren…

    Op die manier ontloop je immers héél slim de “serieuze reactie” die je eerst hebt aangekondigd. In plaats daarvan ga je een potje schelden op Hans, en ‘huffing and puffing’ de beledigde prima donna uithangen. Een nogal merkwaardige respons op zo’n beleefde en zorgvuldige review.

    Bert, het is te doorzichtig. Een kunstje.

  11. @Bob Brand:

    Het stuitend gebrek slaat op de voorlaatste alinea van mijn reactie, niet op de aanwezigen hier.

    Daar heb ik niets over te klagen😉

  12. Beste Bob,

    Gniffel, jullie hebben het nog steeds niet door. Dus zal ik het maar verklappen. De woorden die ik gebruikte in mijn reactie aan Hans, zijn namelijk afkomstig uit zijn eigen vocabulaire! Als hij ze gebruikt in zijn betoog heet het kennelijk zorgvuldig, evenwichtig, diepgaand, beleefd. Maar zodra ik ze gebruik, is het plotseling een hysterische scheldpartij? Een gevalletje van selectieve verontwaardiging dus. Een kunstje? Inderdaad, want ik houd hem/(jullie) een spiegel voor…

    Bob, ik ga geen enkele discussie uit de weg. Maar ik vond dat eerst dit punt gemarkeerd moest worden. Ik kom een deze dagen met een inhoudelijke reactie.

  13. Gelukkig was je niet echt boos! Ik maakte me al zorgen. Ik hoop dat je in je reactie ook nog wat dieper op je opmerking aangaande het Noordpoolgebied in wilt gaan.

    En nogmaals, die vraag over hoe je je ethische positie beoordeelt als AGW tóch een probleem blijkt te zijn/worden is komen te vervallen. Of was je verontwaardiging daarover ook met een gniffel vanachter het toetsenbord geschreven?😉

  14. Lennart van der Linde

    Boels,
    De vraag aan Bert was wat volgens hem de morele implicaties zijn van de klimaatwetenschap. Zijn zeer eenzijdige lezing daarvan negeert de meer alarmerende conclusies van de andere kant van het wetenschappelijke spectrum. Wat als die meer alarmerende conclusies uiteindelijk toch het dichtst bij de realiteit blijken te liggen? Hoe kun je dan rechtvaardigen dat je die onvoldoende serieus genomen hebt?

    Ik ben ook wel benieuwd hoe jij die vraag zou beantwoorden.

  15. Beste Bert,

    De woorden die Hans en jij gebruiken komen vast en zeker uit hetzelfde vocabulaire, namelijk uit het Nederlands.🙂

    De volgorde waarin men woorden plaatst, de zogeheten ‘zinnen’, zijn gewoonlijk bepalend voor de betekenis. En de betekenis van je beide reacties is tegenstrijdig:

    Mijn welgemeende complimenten voor de uitgebreidheid van je commentaar op mijn boek. Je hebt het serieus ter hand genomen, dat waardeer ik. Jouw uiteenzetting verdient een serieuze reactie ..

    en de volgende dag:

    .. de overbekende litanie van halve waarheden, uitvergroting, pertinente onwaarheden, persoonlijke aantijgingen, valse verdraaiingen, karikaturen, fraiming, opzettelijke misinterpretaties en andere woordspelletjes, ..

    Voor de gein heb ik bovenstaande boekbespreking van Hans eventjes door ‘grep’ gegooid. De volgende woorden komen helemaal niet in zijn betoog voor: litanie, uitvergroting, ‘pertinente onwaarheden’, ‘persoonlijke aantijgingen’, ‘valse verdraaiingen’, fraiming, misinterpretatie en woordspelletjes.

    Je pogingen om de inhoud te ontwijken worden aldoor kinderachtiger.

  16. Lennart, punt is dat ik in mijn boek helemaal geen ‘zeer eenzijdige lezing’ geef van het klimaatprobleem. Dat doe jij op basis van het stuk van Hans. Die citeert selectief. Mijn stelling is dat de rol van de mens beperkter is dan verondersteld. Maar ik cijfer hem geenszins weg. Ik benoem dan ook tipping points. Hans verzuimt eveneens te vermelden dat ik in mijn boek aanbevelingen doe voor rationeel gericht klimaatbeleid.

    NevenA, ik verwijs naar mijn blog (9 jan). Ik ben mordicus tegen de olie- en gaswinning in het noordpoolgebied. Staat ook in mijn boek. Ik heb het op diverse plekken aangekaart, o.a. bij leden TK.

  17. @Lennart van der Linde:

    De vraag “wat als die meer alarmerende conclusies uiteindelijk toch het dichtst bij de realiteit blijken te liggen?” kan ook in een inverse vorm gegoten worden: wat als blijkt dat de alarmerende conclusies onjuist zijn?
    En hoe is te rechtvaardigen dat die serieus genomen zijn en wie neemt de verantwoordelijkheid voor de aanzienlijke kapitaalsvernietiging die gemoeid is met de vruchteloze mitigatiepogingen?

    Ik ben er niet van overtuigd dat klimaatverandering in de huidige vorm een onoverkomelijke bron van zorg is.
    Meer dan het nemen van maatregelen tegen de natuurlijke bodemdaling en wellicht een zeespiegelstijging is vooralsnog niet nodig.
    Adaptatie dus en dat doen we al eeuwen (net als alle andere levensvormen).

    Vanuit mijn visie is dat een moreel goed te verdedigen oplossing.

  18. Lennart van der Linde

    Bert,
    Ik heb je boek nog niet gelezen, dus baseer me vooral op wat ik hier van je gelezen heb. Zo zeg je hierboven: “Mijn stelling is dat de rol van de mens beperkter is dan verondersteld. Maar ik cijfer hem geenszins weg.” Daaruit concludeer ik dat je de klimaatgevoeligheid als kleiner dan 3 graden schat, laten we zeggen 2 graden, en de hogere schattingen, zeg 4,5 graad, in feite uitsluit. Klopt dat?

    Zo ja, dan blijft dus de vraag: op welke gronden sluit je die hogere schattingen uit, en wat als die toch blijken te kloppen?

    Overigens wil je boek zeker nog wel lezen, want ik wil graag zelf kunnen beoordelen hoe zorgvuldig of eenzijdig je argumentatie precies is. En ik ben ook benieuwd welke voorstellen voor rationeel klimaatbeleid je doet.

  19. Bedankt, Bert. Ik zal eens op je blog kijken.

    Ik ben er niet van overtuigd dat klimaatverandering in de huidige vorm een onoverkomelijke bron van zorg is.

    Oftewel je zegt: de kans dat AGW een probleem is/wordt, is nul. Klopt dat?

    Mijn stelling is dat de rol van de mens beperkter is dan verondersteld.

    En ook voor Bert: is de rol nul?

  20. Hans Custers

    Bert,

    Om je wat werk uit handen te nemen wil ik wel meteen erkennen dat het onmogelijk is om volledig te zijn als je een boek bespreekt in een blogpost. Ik heb dus een selectie gemaakt van de zaken die me het meest opvielen en die wat mij betreft de toon zetten. Je voorstellen voor klimaatbeleid hoorden daar niet bij. Ik sta niet alleen in de mening dat die niet de hoofdzaak van je boek zijn, want in de twee recensies die je zo enthousiast aanhaalt op je blog worden ze ook niet genoemd.

    Ik heb me geconcentreerd op je stelling die je hier zelf nog eens aanhaalt, dat de rol van de mens beperkter zou zijn dan verondersteld. De onderbouwing van die stelling vind ik absoluut niet overtuigend.

  21. Lennart van der Linde

    Boels,
    Als over 10-30 jaar mocht blijken dat het toch relatief meevalt, dan hebben we geen geld weggegooid, maar alleen een versnelde transitie doorgevoerd, die sowieso verstandig is, tal van voordelen heeft, en weinig risico’s. Andersom kan het bij onvoldoende mitigatie heel goed zijn dat adaptatie aan de meer extreme klimaatgevolgen niet meer mogelijk is, of alleen nog tegen extreme kosten, veel hogere kosten dus dan het voorgestelde sterke mitigatiebeleid. Dat mitigatiebeleid is dan ook vooral een verzekering om het risico van extreme klimaatschade zoveel mogelijk te beperken, zoals onze dijken dat zijn tegen overstromingsrisico’s.

  22. Hans,

    Wat die recensies aangaat, heb je een punt. Die van Maarten Keulemans had ik daarom reeds van een voetnoot voorzien. Zal dat eveneens doen bij die NDB|Biblion.

  23. Lennart van der Linde,

    Ik neem aan dat je doelt op een energietransitie.
    Wind-energie en zonne-energie aansluiten op het bestaande net is een dure vergissing.
    Zelfs als er een nieuw of vernieuwd net in gebruik wordt genomen zal het “duurzame” de CO2-uitstoot nauwelijks gunstig beïnvloeden vanwege de noodzakelijke backup van kolen- en gascentrales.

    Een (tenminste) verdrievoudiging van de capaciteit is nodig om lokale/regionale winduitval te compenseren.
    (Als het altijd wel ergens waait, dan moet er terplekke een veelvoud van de capaciteit geïnstalleerd zijn om de windarme regionen van energie te voorzien).

    Ik vind dat water naar de zee dragen, zonder enige invloed van betekenis op de CO2-uitstoot.

    Hetzelfde geldt voor zonne-energie; beide moeten kunnen als ze niet op het net worden aangesloten en uiteraard zonder subsidie omdat het gunstige effect (zoals bij veel subsidies) niet of nauwelijks aangetoond kan worden.

    Weinig onderzocht is het effect van gigantisch windmolenparken op het lokale klimaat; hetzelfde geldt voor de (pakweg) 65% van de “ingestraalde” energie die niet door zonnecellen worden omgevormd in bruikbare energie.

    Mitigatie door een paar landjes is niet meer dan uiterst kostbare symboolpolitiek; het geeft alleen wat politieke figuren en NGO’s een goed gevoel.

  24. Jos Hagelaars

    @Boels
    Mijn reactie op je stuk gaat niet meer Amesz zijn boek. Zie derhalve:
    https://klimaatverandering.wordpress.com/2013/01/26/open-discussie-jan-feb-2013/#comment-3214

  25. Hans,

    De rode draad door jouw betoog van 15 februari is dat ik geen oog zou hebben voor de energie-inhoud van het klimaatsysteem en de forcings van de laatste decennia. Onzin. Een eerdere vraag (januari jl.) daarover van jouw kant beantwoordde ik als volgt:

    https://klimaatverandering.wordpress.com/2013/01/02/de-sceptische-top-10-of-waarom-klimaatsceptici-ongeloofwaardig-zijn-4/#comment-2730

    Duidelijk zat, lijkt me. Mijn conclusie was: ‘dat we (helaas) nog veel te weinig weten over de omvang en trends in de OHC. Een lagere klimaatgevoeligheid van zeg 50% is niet in tegenspraak met het weinige dat we weten over de OHC’.

    Dan nog iets over de verklaring van het temperatuurverloop over de 19e en 20e eeuw. In tegenstelling tot wat jij beweert, onderschrijf ik wel degelijk de factoren die IPCC noemt: zon en vulkanisme (natural forcings) en GHG-warming/aerosol cooling (menselijke forcings). Waar ik afwijk van IPCC is (i) de trage oceaan feedback na afloop kleine ijstijd en (ii) de 70-jarige oscillatie. Dat zijn geen forcings, maar wel (mede) een verklaring voor het temperatuurverloop in de 20e eeuw en begin 21e eeuw. Die 70-jarige natuurlijke variability heb ik overigens niet zelf bedacht: hij komt uit de koker van diverse gerenommeerde klimaatonderzoekers. Ik vind het dan ook onbegrijpelijk dat IPCC die niet noemt als verklaring voor de hedendaagse stagnatie (Hans, in mijn boek gebruikte ik het woord ‘compenseren’ i.p.v. ‘maskeren’).

    Tja, en over die AMO en AMOC: lees mijn eerdere bijdragen nog maar eens goed door.

    Over een jaartje of tien weten we wie er gelijk heeft…

  26. Hans Custers

    Bert,

    Je gebrekkige aandacht voor de energiebalans over het hele klimaatsysteem is één van de kritiekpunten in mijn stuk, maar zeker niet de rode draad. Als er een rode draad is, dan is het het gegeven dat je je steeds weer beroept op onzekerheden als dat je uitkomt. Precies wat je hier weer doet. Je vindt dat er nog te weinig bewijs is voor de toename van OHC. Voor jouw theorie gok je vervolgens maar op het tegenovergestelde, terwijl daar al helemaal geen bewijs voor is. Dat is geen wetenschap, Bert, dat is wensdenken.

    In mijn boekbespreking schrijf ik onder meer: “Het merkwaardige is dat Amesz de algemeen geaccepteerde verklaringen voor het temperatuurverloop over de afgelopen twee eeuwen wel allemaal erkent.” Ik heb nergens beweerd dat dat anders zou zijn. Sterker nog, ik stel je al wekenlang de vraag wat jouw theorie over trage feedbacks toevoegt aan de verklaringen die ook jij erkent.

    Tenslotte: niemand, ook het IPCC niet, ontkent het bestaan van oscillaties als de AMO en de PDO. Er is alleen geen enkele reden om aan te nemen dat ze een invloed van betekenis hebben op de energiebalans over het hele klimaatsysteem, zoals jij aanneemt.

  27. Hallo Bert,

    Een lagere klimaatgevoeligheid van zeg 50% is niet in tegenspraak met het weinige dat we weten over de OHC

    Als die mening écht gebaseerd is op “weinig weten over de OHC”, dan is de enig mogelijke logische gevolgtrekking dat het even zo goed 100% meer als 50% minder kan zijn: een factor 0,5 tot 2.

    Het IPCC geeft al een range, 2 – 4,5 °C per verdubbeling CO2.

    Over een jaartje of tien weten we wie er gelijk heeft…

    Nee, niet als het over de Equilibrium Climate Sensitivity gaat. Die betreft namelijk ook een aantal feedbacks op een tijdschaal tot 100 jaar. Over 10 jaar hebben we wel extra informatie, maar die ECS kan daaruit niet afgeleid worden..

    Een nieuwe evenwichtssituatie zal volgens de klimaatsimulaties pas rond 2300 in beeld komen – afhankelijk van de emissies, natuurlijk. Veel van de processen (albedo, vegetatie, …) veranderen op tijdschalen van 100 jaar en meer.

    En dan zijn er ook de koolstofcyclus-feedbacks:

    http://www.trouw.nl/tr/nl/4332/Groen/article/detail/3395903/2013/02/18/Ontdooiende-permafrost-zorgt-voor-meer-CO2-dan-gedacht.dhtml

    Die tellen nu niet mee in de ECS (die gaat uit van 2 x CO2 op basis van de antropogene uitstoot).

  28. Lennart van der Linde

    Bert,
    Inmiddels heb ik je boek deels kunnen bekijken. Wat me tot dusver opviel:
    – je denkt dat de zeespiegel deze eeuw max 50 cm zal stijgen
    en dat het IPCC stelt dat die max 60 cm zal stijgen, terwijl het IPCC aangeeft dat die 60 cm exclusief afkalving is en een duidelijke bovengrens daarvoor niet te geven is
    – je denkt dat het IPCC de klimaatgevoeligheid overschat, terwijl het IPCC die net zo goed kan onderschatten
    – je stelt dat Mann verdacht wordt van manipulatie van data, terwijl die verdachtmaking al lang weerlegd is
    – je stelt dat bepaalde IPCC-conclusies in wetenschappelijke kring omstreden zijn, terwijl het IPCC slechts weergeeft wat de wetenschappelijke stand van zaken is, en daarbij risico’s eerder lijkt te onder- dan overschatten
    – je stelt dat adaptatie een betere strategie is dan mitigatie, terwijl adaptatie in de meer extreme scenario’s erg duur of onmogelijk kan worden zonder voldoende mitigatie
    – je stelt dat reductie van methaan en black carbon prioriteit verdient boven CO2-reductie, terwijl op langere termijn CO2 toch waarschijnlijk de grootste forcing is, dus cruciaal voor mitigatie
    – ontginning van Noordpoolgebied vind je geen goed idee vanwege de kans op vrijkomend methaan, terwijl juist de bijdrage van die ontginning aan extra CO2-uitstoot het grootste probleem lijkt
    – nergens onderbouw je je veronderstellingen met verwijzingen naar de wetenschap, behalve dan heel globaal naar vooral enkele sceptici

    Kortom, vooral wensdenken inderdaad, erg eenzijdig en niet overtuigend.

    Over tien jaar zullen we iets meer weten, maar wat als dan blijkt dat jouw en mijn wens van een erg lage klimaatgevoeligheid niet is uitgekomen? Dan zijn we dus mooi te laat om nog te kunnen voorkomen wat we nu nog wel kunnen voorkomen. Lijkt me geen goede strategie en een onverantwoord risico.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s