Verwarring over tijdschalen, lidwoorden en de zeespiegel

Gastblog van Hans Custers

Op het klimaatblog van het NRC zag Paul Luttikhuis het al aankomen voordat het goed en wel begonnen was: de verwarring over twee nieuwe wetenschappelijke artikelen over de stijging van de zeespiegel. Het eerste artikel heeft een behoorlijk Nederlands tintje: de hoofdauteur is Bert Wouters en daarnaast hebben twee Utrechtse onderzoekers er aan meegewerkt. De titel luidt: “Limits in detecting acceleration of ice sheet mass loss due to climate variability”. Het tweede artikel komt van het Postdam – Institut für Klimafolgenforschung (PIK), heeft als hoofdauteur Anders Levermann en als titel: “The multimillennial sea-level commitment of global warming”.

Wie weinig oog heeft voor de immer aanwezige nuances kan met deze twee artikelen alle kanten op, zo is gebleken; van “het valt allemaal heel erg mee met die zeespiegel” tot redeloze paniek. En het merkwaardige is dat de twee artikelen elkaar of zichzelf helemaal niet tegenspreken. De crux zit hem eerst en vooral in een lidwoord. Het ene gaat niet over de oorzaak van de zeespiegelstijging, maar over een oorzaak: het smelten van landijs door het opwarmende klimaat; het andere neemt ook de thermische expansie van zeewater mee. Beide oorzaken hebben hun eigen zekerheden, onzekerheden en voetangels en klemmen, en dus is de verwarring te begrijpen. Verwarring die nog groter kan worden omdat de tijdschalen van de twee onderzoeken enorm verschillen. Je zou bijna gaan denken dat zeespiegelstijging een bijzonder geschikt onderwerp is om verwarring over te creëren.

Het artikel van Wouters et al. – over het afsmelten van de ijskappen van Groenland en Antarctica; helaas achter een paywall – is bijzonder populair op klimaatsceptische blogs. Het laat zich raden welke kant de conclusies daar op gaan. Daarnaast is in De Volkskrant Maarten Keulemans, op dit blog al vaker kritisch besproken, nogal onzorgvuldig. Niet alleen worden Gigatonnen in zijn stuk miljoenen tonnen, een factor 1000 te laag, hij ziet ook nog over het hoofd dat dit onderzoek alleen de bijdrage van Groenland en Antarctica aan de zeespiegelstijging behandelt en dus geen cijfers geeft voor de totale stijging. Het ontbreken van deze context schetst een onjuist beeld, omdat het smelten van deze twee ijskappen op dit moment een relatief klein aandeel heeft in de zeespiegelstijging. De niet zo goed geïnformeerde lezer, of klimaatsceptische blogger, wordt hierdoor behoorlijk op het verkeerde been gezet, zo blijkt.

Wie graag goed nieuws leest over de zeespiegelstijging – en wie zou dat niet willen – zal, als hij Wouters et al. wat nauwkeuriger bekijkt, teleurgesteld vaststellen dat het hoogstens een strohalm is, en zeker geen doorbraak. Uitgangspunt voor de analyse zijn de satellietmetingen van het Gravity Recovery and Climate Experiment (GRACE). Aan de hand van veranderingen in het zwaartekrachtveld van de aarde die de GRACE-satellieten meten kan men bepalen hoeveel massa er verdwijnt uit de ijskappen. De metingen zijn in 2002 begonnen; naar de maatstaven van het klimaatonderzoek is dat gisteren. Onvermijdelijk is men daarom op dit moment bezig met de zaken die bij gegevens over een dergelijke korte termijn alle aandacht opeisen: signaal en ruis, trends en statistische significantie. Dat de hoeveelheid ijs afneemt en dat die trend statistisch significant is, staat als een paal boven water. Dat dit het gevolg is van de opwarming in de afgelopen eeuw eveneens. De vraag is of dit ook geldt voor de (statistisch significante) versnelling in het smelten, die in eerder onderzoek (Rignot et al, 2011- pdf) is gevonden. Is die versnelling ook het gevolg van opwarming op lange termijn, of zouden kortere natuurlijke variaties hier verantwoordelijk kunnen zijn? Om die vraag te beantwoorden heeft men uit gegevens van voor het begin van de GRACE metingen de natuurlijke variaties bepaald. De conclusie is dat die te groot zijn om uit te sluiten dat ze verantwoordelijk zijn voor de gemeten versnelling. Om hier zekerheid over te krijgen moet er nog een tijd verder gemeten worden. Het is dus te vroeg om te kunnen zeggen of die versnelling zich in de loop van deze eeuw door zal zetten. Misschien ten overvloede: als er daadwerkelijk sprake zou zijn van een versnelling van de ijssmelt, dan zouden IPCC projecties over de zeespiegelstijging te optimistisch zijn. Als we hier een meevaller hebben dan is het dus hoogstens dat het niet erger is dan men al dacht.

Over naar Levermann et al., dat onder meer wordt besproken in Trouw. Het artikel is inmiddels publiekelijk toegankelijk via de PNAS website, enkele dagen eerder was er al een persbericht. Wie alleen de kop boven het artikel in Trouw of het persbericht van het PIK leest zou behoorlijk kunnen schrikken: als de zeespiegelstijging twee meter stijgt per graad opwarming, dan wordt het hoog tijd om allemaal een huisje in Zuid-Limburg te gaan zoeken. Een blik op de titel van het artikel zelf maakt duidelijk dat het zo erg niet is, het tweede woord is immers: multimillennial; ook Trouw en het persbericht maken dat in hun tekst wel duidelijk. Levermann bevestigt nog eens dat het millennia duurt voordat het klimaatsysteem weer in evenwicht is na een verandering in de stralingsbalans, met name door de enorme warmtecapaciteit van de oceanen. Uit het onderzoek blijkt dat het smelten van de ijskappen in de toekomst een steeds grotere bijdrage zal leveren aan het stijgen van de zeespiegel.

Geen van beide studies werpt een totaal ander licht op wat we tot op heden over het klimaat wisten of dachten. Ik ben er van overtuigd dat de betrokken onderzoekers die pretentie ook helemaal niet hebben. Kunnen ze daarom in de papierversnipperaar? Wie slechts op zoek is naar instant-bevestiging van een mening mag die vraag bevestigend beantwoorden. Voor wie echt geïnteresseerd is in de klimaatwetenschap ligt het anders en dat geldt misschien ook voor wie weliswaar niet in alle inhoudelijke details is geïnteresseerd, maar wel wil begrijpen hoe wetenschap werkt. Wetenschap werkt, zeker in de 21e eeuw niet met grote doorbraken, aardverschuivingen en visies die van het ene op het andere moment 180 graden omdraaien. De wetenschap komt vooruit met artikelen als deze, die met een beetje nieuwe informatie, of een originele kijk op bestaande informatie, een klein puzzelstukje aan het geheel toevoegen. Of deze twee stukjes ook ergens in het geheel passen moeten we nog even afwachten.

15 Reacties op “Verwarring over tijdschalen, lidwoorden en de zeespiegel

  1. Lennart van der Linde

    Hans,
    Dank voor de heldere bespreking. Ik geef graag een korte aanvulling, die ik in iets andere vorm ook al op het NRC-blog gaf, over het onderzoek van Levermann et al. Want hoe aannemelijk is die 2,3 meter (+/- 0,7 m) zeespiegelstijging per graad opwarming? En hoe verandert dat verband eventueel bij meer dan 4 graden opwarming, en als je naar de volledige evenwichtswaarde kijkt, dus ook voorbij 2000 jaar, waarbij dit onderzoek een waarde van circa 3-4 meter stijging per graad opwarming geeft?

    Als het verband ook bij verdere opwarming circa 2,3 (of 3-4) meter stijging per graad opwarming zou blijven, zou dus circa 30 (of eerder 20) graden opwarming nodig zijn om al het ijs op aarde te smelten, goed voor circa 70 meter zeespiegelstijging. Uit paleo-data lijkt echter 5-10 graden opwarming al genoeg te zijn geweest voor een zo goed als ijsvrije planeet, volgens o.a. Jim Hansen.

    Als we kijken naar de afwisseling tussen ijstijden en interglacialen in de afgelopen 800.000 jaar, dan zien we een verband van circa 20 meter zeespiegelstijging per graad opwarming. Als we tientallen miljoenen jaren terugkijken dan zien we bij temperaturen van waarschijnlijk zo’n 4-10 graden warmer dan nu een circa 30-60 meter hogere zeespiegel, wat een zeespiegelstijging zou impliceren van gemiddeld ongeveer 6-15 meter per graad opwarming. Tijdens het laatste interglaciaal, zo’n 125.000 jaar geleden, was het waarschijnlijk 1-2 graden warmer dan nu en stond de zeespiegel waarschijnlijk zo’n 6-9 meter hoger. Dat zou een stijging van circa 3-9 meter per graad opwarming impliceren. Tijdens het Plioceen, zo’n 3 miljoen jaar terug, was het waarschijnlijk 2-3 graden warmer en stond de zeespiegel mogelijk zo’n 20 meter hoger, dus lijkt circa 7-10 stijging per graad opwarming niet zomaar uit te sluiten.

    Dus waarom komen Levermann et al niet verder dan circa 2,3 (dan wel 3-4) meter per graad opwarming? Dat heeft waarschijnlijk te maken met hun nog niet voldoende verfijnde modellen, of wellicht ook met onvoldoende betrouwbare data over temperaturen en zeespiegelstanden in het verre verleden. In ieder geval lijkt het nog te vroeg om een verband van pakweg 10 meter stijging per graad opwarming in de komende eeuwen met al te grote stelligheid uit te sluiten, mocht iemand dat uit dit onderzoek denken te kunnen concluderen.

  2. Lennart van der Linde

    Dit artikel van Foster & Rohling (2013) is interessant in relatie tot Levermann et al:
    http://www.highstand.org/erohling/Rohling-papers/2013-Foster-PNAS-with-Supplement.pdf

    Zij concluderen dat een CO2-concentratie van 400 ppm op een termijn van eeuwen tot millennia waarschijnlijk (circa 84% kans) zal leiden tot een zeespiegelstijging van minimaal 9 meter. En ze schatten een kans van circa 50% dat het meer zal worden dan 24 meter, als ik het goed begrijp.

    Ook Goelzer et al (2013) is interessant:
    http://iopscience.iop.org/1748-9326/7/4/045401/pdf/1748-9326_7_4_045401.pdf

    Uit hun figuur 7 is af te leiden dat 25 meter zeespiegelstijging tot het jaar 3000 in een worst-case niet uit te sluiten is. Uit hun figuur 3 valt te concluderen dat bijna 7 meter stijging tot het jaar 3000 zelfs heel aannemelijk lijkt.

    En dit artikel van Hansen et al wordt binnenkort gepubliceerd in de Philosophical Transactions of the Royal Society:
    http://arxiv.org/ftp/arxiv/papers/1211/1211.4846.pdf

    Zij concluderen:
    “Slow feedbacks, especially change of ice sheet size and atmospheric CO2, amplify total Earth system sensitivity by an amount that depends on the time scale considered. Ice sheet response time is poorly defined, but we show that the slow response and hysteresis in prevailing ice sheet models are exaggerated… [T]he amount of CO2 required to melt most of Antarctica in the Mid-Miocene Climatic Optimum was only ~450-500 ppm, conceivably only about 400 ppm. These CO2 amounts are smaller than suggested by ice sheet/climate models, providing further indication that the ice sheet models are excessively lethargic, i.e., resistant to climate change.”

    Ofwel, de zeespiegelstijging zou heel goed aanzienlijk sneller kunnen verlopen dan de meeste modellen tot dusver inschatten.

    Dat is ook de conclusie van Grant, Rohling et al (2012):
    http://www.ge.tt/#!/8F7uwuZ/v/0

    Zij stellen:
    “Greenland climate closely tracks and/or is directly coupled with ice-volume changes, whereas Antarctic climate variability may lead ice-volume changes by up to 700 years… [R]ates of sea-level rise reached at least 1.2m per century during all major phases of ice-volume reduction, and were typically up to 0.7m per century (possibly higher, given the smoothing in our method) when sea-level exceeded 0m during the LIG.”

    Ofwel, de zeespiegelstijging zou wellicht al deze eeuw een snelheid van minimaal 70 cm per eeuw kunnen bereiken.

  3. Jan Zuidema

    Beste Lennart

    “Tijdens het laatste interglaciaal, zo’n 125.000 jaar geleden, was het waarschijnlijk 1-2 graden warmer dan nu en stond de zeespiegel waarschijnlijk zo’n 6-9 meter hoger.”

    En toch was %CO2 toen veel lager dan nu, <300 ppm.

  4. Beste Jan Zuidema,

    Zoals al vele keren eerder uitgelegd, zijn er meerdere factoren die het klimaat en de mondiale gemiddelde temperatuur beïnvloeden. Het gehalte aan broeikasgassen is er daar één van (hoewel een belangrijke factor).

    De ‘knop’ waar wij op dit moment zelf -regelrecht- aan draaien is het extra CO2, CH4, stikstofoxiden, ozon en de CFC’s. De andere bepalende factoren staan juist op ‘afkoelen’, zo daalt de insolatie al (zeer geleidelijk) sinds het Holocene Climate Maximum:

    Zonder menselijke invloed (de extra broeikasgassen) waren we nu langzaam op weg geweest naar het volgende glaciaal, we zitten immers in de latere fase van het huidige interglaciaal. Jij en ik hebben dat onlangs nog besproken:

    https://klimaatverandering.wordpress.com/2013/06/11/open-discussie-juni-2013/#comment-5978

  5. Hans Custers

    @ Jan Zuidema,

    Het is je al ontelbare keren verteld: CO2 is niet de enige factor die invloed heeft op de temperatuur. En dat geldt dan natuurlijk ook voor de zeespiegel. Anders gezegd: dat andere factoren ook een rol kunnen spelen (en dat zelfs zo goed als zeker in het verleden hebben gedaan) bewijst natuurlijk niet dat CO2 geen invloed heeft. Duidelijk?

  6. Lennart van der Linde

    Beste Jan,

    In aanvullng op Bob en Hans: 125.000 jaar geleden was de energiebalans waarschijnlijk veel minder uit evenwicht dan nu. De insolatie-verandering tgv de Milankovitch-cycli verliep veel geleidelijker en was mondiaal gezien veel kleiner dan de huidige antropogene CO2-verandering. Er zit daarom nu nog een enorme opwarming in de pijplijn. Pas na pakweg (een paar) duizend jaar is het systeem weer grotendeels in evenwicht. Over pakweg een eeuw hebben we waarschijnlijk pas circa de helft van de uiteindelijke evenwichtstoestand bereikt.

    We zitten nu op circa 400 ppm. Foster & Rohling 2013 (zie hierboven voor een link) schatten dat bij het bereiken van volledig evenwicht de zeespiegel bij deze concentratie circa 24 meter hoger zal staan, met een bandbreedte van 9-31 meter, afhankelijk van de overige klimaatforceringen.

    Aangezien CO2 nu echter geen feedback, maar de belangrijkste forcing is, zal door trage feedbacks de uiteindelijke CO2-concentratie en zeespiegel bij het bereiken van evenwicht nog een stuk hoger zijn (nog pakweg 50 ppm en 5-10 meter extra?). Daar hoeven we zelf niet eens extra CO2 voor uit te stoten. Vandaar dat onderzoekers als Hansen pleiten voor zo snel mogelijk terugkeer naar minimaal 350 ppm. Gezien de huidige stijging van circa 2 ppm per jaar en de stand van de mondiale klimaatdiscussie, zal dat echter erg moeilijk worden, om het zachtjes uit te drukken. Des te meer reden om er zo sterk mogelijk op in te zetten.

  7. Lennart van der Linde

    Bart,
    Dank voor de verwijzing naar Grinsted. Ik neem aan dat je reactie bij de open discussie voor hier bedoeld was? Voor wie die niet gezien heeft:
    https://klimaatverandering.wordpress.com/2013/06/11/open-discussie-juni-2013/#comment-6024

    Grinsted vergelijkt ook Van de Wal et al 2011, die ik zelf nog niet goed bekeken had, dus dank daarvoor. Ik kan al wel vast een korte opmerking geven die Hansen et al 2013 maken op Vd Wal et al:

    “van de Wal et al. (2011) used the same Zachos et al. (2008) δ18O data to drive an inverse model calculation, including an ice sheet model to separate ice volume and temperature, thus inferring CO2 over the past 20 Myr. They find a Mid-Miocene Climatic Optimum (MMCO) CO2 ~450 ppm, which falls between the Russell and 2/3 Russell sensitivities (Fig. 9). The van de Wal et al. (2011) model has 30°C change of Northern Hemisphere temperature (their model is hemispheric) between the MMCO and average Pleistocene conditions driven by a CO2 decline from ~450 ppm to ~250 ppm, which is a forcing ~3.5 W/m2. Thus the implied (Northern Hemisphere) Earth system sensitivity is an implausible ~35°C for a 4 W/m2 CO2 forcing. The large temperature change may be required to produce substantial sea level change in their ice sheet model, which we suggested above is unrealistically unresponsive to climate change. However, they assign most of the temperature change to slow feedbacks, thus inferring a fastfeedback sensitivity of only about 3°C per CO2 doubling.”

    Misschien is dat ook een antwoord op de vraag die Grinsted op zijn site stelt?

    Het zou ook interessant zijn om te horen wat Grinsted van Hansen et al vindt, die toch tot duidelijke hogere/snellere zeespiegelstijgingen lijken te komen.

  8. Lennart van der Linde

    Bart,
    Nog even over het artikel van Vd Wal en collega’s, waarnaar Grinsted verwijst en dat mede ingeinspireerd lijkt op werk van Hansen:
    http://www.clim-past.net/7/1459/2011/cp-7-1459-2011.pdf

    Daarin zoeken ze evenals Hansen en Rohling naar de relatie tussen CO2, temperatuur en zeespiegel, met name over de afgelopen 20 miljoen jaar. Er zijn aanwijzingen dat circa 15 miljoen jaar geleden de zeespiegel circa 50-60 meter hoger stond dan nu, bij een CO2-concentratie tussen de 400 en 500 ppm en een mondiale temperatuur die 5-10 graden hoger was dan nu.

    Tussen de circa 3 en 13 miljoen jaar geleden lag de CO2-concentratie volgens Vd Wal et al tussen de circa 275 en 400 ppm met een ongeveer 5 tot 15 meter hogere zeespiegel. Ergens rond de 400 ppm lijkt dus op basis van hun bevindingen een drempel te liggen waarboven Oost-Antarctica op grote schaal kan gaan smelten. Ook Hansen lijkt dit te vrezen, terwijl Rohling en anderen vooralsnog lijken te denken dat die grens eerder tussen 600 en 800 ppm ligt.

    Onder de 275 ppm stijgt/daalt de zeespiegel volgens Vd Wal et al met gemiddeld zo’n 7-9 meter per graad. Boven de 400 ppm stijgt/daalt die met circa 6-7 meter per graad. Tussen de 275 en 400 ppm bedraagt de stijging/daling naar hun inschatting circa 1,5 tot 2 meter per graad. Dit zou dus de range kunnen zijn waarvoor ook Levermann et al geldig is, hoewel Hansen en Rohling dit toch een onderschatting lijken te vinden (ook al lijkt Grinsted dat anders te zien m.b.t. Rohling).

    We zitten nu rond de 400 ppm en zullen met het huidige tempo over circa 50 jaar de 500 ppm passeren, nog zonder rekening te houden met langere termijn CO2-feedbacks. Wellicht zijn we dus al op weg naar 50-60 meter zeespiegelstijging op een termijn van (enkele of vele) millennia?

    De vraag op een kortere termijn van de eerstkomende eeuwen lijkt vooral hoe groot de versnelling van de zeespiegelstijging zal zijn en wat de maximale stijgsnelheid is. We zitten bij de huidige stijgsnelheid al op circa 30 cm per eeuw, en het lijkt weinig aannemelijk dat dit de komende decennia niet verder zal versnellen.

    Als we aannemen dat de waarschijnlijke nieuwe IPCC-schattingen voor deze eeuw redelijk accuraat zijn, dan zouden we dus rekening moeten houden met een risico op maximaal circa 1 meter stijging rond het jaar 2100. Dat zou een stijgsnelheid impliceren van circa 20 cm per decennium rond 2100, dus circa 2 meter per eeuw.

    Als we aannemen dat het IPCC de risico’s op dit punt wellicht onderschat, waar Hansen en anderen redelijke argumenten voor geven, en waarmee het IPCC zelf ook wel rekening houdt, dan lijkt ook een stijgsnelheid van 40-60 cm per eeuw rond 2100 niet zomaar uit te sluiten, dus pakweg 5 meter per eeuw. Een risico van circa 3 tot 5 meter stijging rond 2150 lijkt dan een worst-case scenario waarmee we rekening dienen te houden.

    Dat is een scenario waar ook de Deltacommissie nog niet over nagedacht heeft, dus in hoeverre Nederland zich daaraan zou kunnen aanpassen, en tegen welke kosten, is nog een open vraag. Het lijkt echter zeer aannemelijk dat nog veel kwetsbaardere gebieden dan Nederland, en veel minder welvarend dan wij, dan in onoverkomenlijke problemen zouden komen.

    Hoe catastrofaal dit precies is, valt moeilijk te zeggen, maar het lijkt in ieder geval een urgente kwestie waarover veel meer discussie nodig is. Temeer aangezien zeespiegelstijging niet het enige, of zelfs het belangrijkste klimaatprobleem zal zijn in de komende anderhalve eeuw. Bij een stapeling van problemen echter zou zulke zeespiegelstijging, of zelfs een stijging van 10-20 cm per decennium rond 2100, best een zo grote extra belasting kunnen worden, dat mondiale chaos het gevolg zal zijn, mocht die al niet eerder uitgebroken zijn.

    De opdracht aan de mensheid lijkt dus o.a. te zijn: probeer de zeespiegelstijging en de stijgsnelheid nog zoveel mogelijk te beperken door de CO2-piekconcentratie zo laag mogelijk te houden en die daarna zo snel mogelijk terug te brengen tot in ieder geval onder de 400 ppm en indien nog mogelijk zelfs tot onder de 350 ppm.

  9. (comment opnieuw geplaatst, nu bij de juiste post, sorry…)

    Interessante vergelijking, Lennart.

    De glacioloog Aslak Grinsted heeft ook iets geschreven over o.a. Levermann en Foster and Rohling: http://www.glaciology.net/Home/Miscellaneous-Debris/threeviewsonsealevelcommitment

    Volgens hem zijn de versch artikelen het niet heel sterk met elkaar oneens, maar er lijken echter global, NH en Arctic temperatures door elkaar heen te lopen. Of zijn tabelwaarden nu NH of Arctic temps zijn is me niet geheel duidelijk.

    Daarnaast speelt denk ik ook mee dat Levermann op een tijdsschaal van 2000 jaar kijkt; de zeespiegel is wellicht nog niet volledig in evenzicht zelfs op die lange tijdsschaal.

    Grinsted breekt indirect ook een lans voor de semi-empirische methode (waar hij ook aan werkt, onafhankelijk van de groep van Rahmstorf et al. Grinsted keek bijv naar relatie CO2 forcing – SLR):

    This means we can expect a much more simple relationship between the rate of loss and warming if we only aim to make short term projections.

    Daarnaast is zijn oudere page ook zeer relevant voor deze discussie: http://www.glaciology.net/Home/Miscellaneous-Debris/relationshipbetweensealevelriseandglobaltemperature

    Daarin bekritiseert hij de T-SLR grafiek van Archer (20m/degree) en komt zelf tot 6 tot 10m/degree op basis van Rohling 2009. Beide grafieken (van Archer en van Grinsted) heb ik eerder besproken op mijn Eng blog: http://ourchangingclimate.wordpress.com/2011/01/19/sea-level-versus-temperature/

  10. Ha Lennart,

    Over dergelijke lange tijdsschalen (vele miljoenen jaren) kunnen ook andere effecten (plaattektoniek) meespelen, dus dan wordt de relatie met het heden iets troebeler. (zie ook wat Grinsted daarover zegt http://www.glaciology.net/Home/Miscellaneous-Debris/relationshipbetweensealevelriseandglobaltemperature). Maar op zich heb je gelijk dat sommige van deze studies wijzen op een soort van kantelpunt of in ieder geval een niet-lineaire versnelling in de relatie SLR – temperatuur in ongeveer de CO2/temp range die we deze eeuw nog zullen meemaken. Dat is geen goed nieuws, al is de onzekerheid over de snelheid waarmee dat zou gaan nog steeds gigantisch. Maar die onzekerheid is ook geen goed nieuws (dat is het rare aan de hele klimaatdiscussie, dat dat laatste punt vaak precies wordt omgedraaid, alsof onzekerheid in de snelheid vd veranderingen juist geruststellend zou zijn.)

  11. Beste Bart,

    De verwachtingen lopen nogal uiteen.

    Teneinde helderheid in de zaak te brengen, heb ik zojuist een stukje kick-ass research bedreven en deze grafiek gemaakt met de wetenschappelijk bewezen satellietbepaling van de actuele trend sinds 2011:

    Zoals je ziet is de stijging van de zeespiegel versneld van 3.2 mm/year naar ca. 12 mm/year. Daarmee is het empirische bewijs geleverd dat de stijging 1,2 meter per eeuw bedraagt – dus 24 meter na 2000 jaar.

    Per saldo blijkt Levermann e.e.a. zwaar te onderschatten en Jim Hansen krijgt (weer eens) gelijk. Binnenkort zullen Roy Spencer en ik deze grafiek presenteren in de Senaat.
    😉😉

  12. Lennart van der Linde

    Bob,
    Die grafiek uit Colorado is alweer achterhaald. Ik was zondagmiddag een paar uur op het strand bij Scheveningen en daar steeg de zeespiegel bijna 40 cm per uur! We zijn snel naar huis gegaan, hebben een koffer ingepakt en zijn naar de heuvels van Limburg gevlucht… Sindsdien heb ik nog niet naar het nieuws durven kijken, want dat moet verschrikkelijk zijn😦

  13. Lennart van der Linde

    Bart,
    De onzekerheidsmarges zijn inderdaad aanzienlijk en worden groter naarmate we verder terug in de tijd proberen te kijken. En inderdaad kunnen ze twee kanten opwerken. Gemiddelden over langere periodes kunnen bovendien aanzienlijke fluctuaties en abrupte versnellingen over kortere periodes maskeren. Ook geen al te geruststellende gedachte.

  14. Lennart,

    “Aangezien CO2 nu echter geen feedback, maar de belangrijkste forcing is, zal door trage feedbacks de uiteindelijke CO2-concentratie en zeespiegel bij het bereiken van evenwicht nog een stuk hoger zijn (nog pakweg 50 ppm en 5-10 meter extra?). ”

    Volgens mij is CO2 nu een negatieve feedback, het land en de oceanen nemen nu +/- 50% van onze uitstoot op. Als we nu stoppen met uitstoten blijven ze nog een tijdje CO2 opnemen en gaat de CO2 concentratie weer omlaag. Niet dat ik dat zie gebeuren, maar het zou ons wel snel op het pad van 350 ppm van Hansen brengen.

  15. Lennart van der Linde

    Beste Dennis,

    Zelfs in het meest optimistische scenario van Jim Hansen blijven we bijna anderhalve eeuw boven de 350 ppm. Op die termijn zouden carbon sinks al heel goed carbon sources kunnen worden. Hopelijk valt dat mee, maar het risico lijkt aanzienlijk dat een versterkende CO2-feedback op die termijn al behoorlijk op gang gekomen zal zijn.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s