Een rare oprisping: de aarde is sinds 1982 afgekoeld. O ja?

Gastblog van Dr Ernst Schrama (TUD) n.a.v. een recente publicatie van Rosema en co-auteurs, waarin in tegenstelling tot vrijwel alle beschikbare gegevens (zoals het smeltende Noordpoolijs) werd betoogd dat de aarde is afgekoeld de afgelopen ~30 jaar.

In een paar gemakszuchtige media, zoals het Reformatorisch Dagblad, dook onlangs een merkwaardig bericht op. De aarde zou helemaal niet zijn opgewarmd, maar juist zijn afgekoeld. En wel sinds 1982. Dat zou nog eens nieuws zijn! Terwijl wetenschappers zich zorgen maken over opwarming, haalt een klein Delfts bureautje EARS, want daarover ging het, met een paar satellietmetingen dat hele idee onderuit. Het onderzoek is in het ‘wetenschappelijke tijdschrift’ Energy & Environment gepubliceerd.

Minder gemakszuchtige redacteuren zouden dan al direct argwaan krijgen. Dat tijdschrift oogt als een wetenschappelijk tijdschrift, maar wordt door geen enkele wetenschapper serieus genomen. De gebruikelijke wetenschappelijke regels worden er immers steeds met voeten getreden: er vindt geen robuuste peer-review plaats zoals bij gangbare wetenschappelijke tijdschriften, dwz een beoordeling van het concept-artikel door een aantal (anonieme) experts die toetsen of de claims wel wetenschappelijk verantwoord worden onderbouwd. Energy & Environment doet dat niet. Lees bijv de commentaren van o.a. Roger Pielke Jr en Gavin Schmidt hier. Dat tijdschrift neemt graag allerlei wetenschappelijk ogende artikelen op – als ze maar claimen dat de aarde niet opwarmt en/of dat de opwarming niet door de mens wordt veroorzaakt.

Het artikel van Andries Rosema en zijn collega’s van bureau EARS voldoet gemakkelijk aan die eisen: het claimt dat de aarde afkoelt, en is net zo wetenschappelijk als de gebruiksaanwijzing van een magnetronoven. Het artikel is gebaseerd op gegevens van de meteosat-satellieten die verzameld zijn tussen 1982 en 2006. Uit satellietmetingen van infraroodabsorptie wordt een temperatuurtrend afgeleid. De auteurs, die hun twijfel uitspreken over de publieke angst dat CO2 uit fossiele bronnen opwarming zou veroorzaken,  vinden overwegend negatieve trends, en vinden maar enkele locaties waar de trend positief is. De gerapporteerde negatieve trends zijn in kaartjes weergegeven in het artikel, en er zijn enkele lokale opvallende tijdseries. De gemiddelde trend over de aangegeven periode lijkt een afkoeling van een volle graad (Celsius of Kelvin, K) per decennium te zijn. Dat suggereert een enorme global cooling in plaats van global warming (binnen 40 jaar zou de wereld ahw in een nieuwe ijstijd belanden volgens Rosema et al). Verder noemen de auteurs extreme veranderingen tussen -2.1 K/decennium op sommige plekken tot ook +2.7 K/decennium. In figuur 1 laat ik verschillende mondiale temperatuur-grafieken zien inclusief de trend gevonden door EARS.

Temperatuur_Trends_1982-2013

Figuur 1: de resultaten van EARS vergeleken met 5 andere sets

Dat alles zou inderdaad groot nieuws zijn. Niks opwarming, afkoeling! Sensationeel: de conclusies van Rosema staan haaks op alle meetreeksen die systematisch temperatuurveranderingen bijhouden. Een kaartje weergegeven in figuur 2 van NASA/GISS laat bijvoorbeeld overduidelijk zien hoe de aarde in de periode die Rosema en de zijnen bekeken is opgewarmd.

GISSplaatje

Figuur 2: Gemiddelde temperatuurverandering over de periode 1982-2006, bron: NASA/GISS

NASA/GISS werkt met grondstations, maar ook andere via satellieten verkregen temperatuurreeksen tonen een vergelijkbaar beeld. De aarde warmt op, en de sterkste opwarming vindt plaats in het Noordpoolgebied.
Iedere zichzelf serieus nemende peer-reviewer zou zich dan ook onmiddellijk hebben afgevraagd: “Zo’n enorm verschil met bestaande, algemeen erkende meetreeksen – wat is hier aan de hand? Uitzonderlijke claims verdienen uitzonderlijke bewijzen, zijn die er?” Het antwoord zou nee zijn. Als publicatie van dit artikel in Energy & Environment iets bewijst, is het wel dat dit tijdschrift zijn twijfelachtige reputatie weer eens onderstreept.

In het artikel zelf geeft Rosema geen afdoende antwoord op de vraag hoe het kan dat zijn resultaten loodrecht staan op alle andere meetreeksen. Maar op een discussie op het blog van klimaatsceptisch journalist Marcel Crok geeft Rosema wel een antwoord, en wel een zeer ontnuchterend antwoord:

Waarom andere reeksen  andere resultaten geven weet ik niet. Ik heb geen tijd om het allemaal uit te zoeken.

Tja, dan houdt het wel op. Als bureau EARS wil dat zijn claims serieus worden genomen, dan zit er weinig anders op dan de resultaten in een wetenschappelijk tijdschrift gepubliceerd te krijgen, dat de stukken onderwerpt aan een kritische peer-review. Ik denk echter dat de volgende, niet gereviewde claim wel stand gaat houden: de kans dat het artikel door een serieus wetenschappelijk tijdschrift zoals Geophysical Research Letters zou worden geplaatst lijkt buitengewoon gering. Dat mag worden vermoed nu eerder gebleken is dat zelfs klimaatsceptici niets van Rosema’s bevindingen geloven. Eind vorig jaar vond een ‘klimaatsceptische discussiebijeenkomst’ plaats waarop Rosema zijn bevindingen presenteerde. In het verslag van die bijeenkomst is te lezen:

Zelfs voor de aanwezige sceptici was dit toch wel moeilijk aan te nemen. Dat de opwarming overdreven wordt en er vraagtekens bij de metingen te zetten zijn, daar twijfelen weinigen aan, maar meer dan 2 graden koeling terwijl andere satellieten juist opwarming zien, dat werd toch onwaarschijnlijk gevonden. Er zullen veel plaatsen zijn waar er principieel verschil is tussen de oppervlaktetemperatuur die [door Rosema] hier gemeten wordt, en de temperatuur op meethoogte 1,5 meter waar altijd mee gewerkt wordt. Maar het door Meteosat gesuggereerde verschil lijkt hiervoor toch te groot en te consequent.

Het beeld is wel duidelijk: de conclusies zijn zeer ongeloofwaardig. De enigen die daar wat aan kunnen veranderen zijn de auteurs zelf, door te proberen hun verhaal in een echt wetenschappelijk tijdschrift gepubliceerd te krijgen. “Geen tijd om het allemaal uit te zoeken” is in de wetenschap geen argument.

Ernst Schrama (Universitair hoofd doccent TU Delft lucht- en ruimtevaarttechniek en specialist satellietmetingen)

Naschrift van Bob Brand:

Hoe komt Andries Rosema dan tot zo’n extreem snel dalende trend sinds 1982?

Het is duidelijk dat Rosema iets totaal anders gemeten heeft dan de ‘Global Mean Surface Air Temperature’. Het gaat eigenlijk helemaal niet over luchttemperaturen, maar over een mogelijke trend in ‘Thermal Infra Red brightness’ (TIR), de helderheid van het vaste of vloeibare aardoppervlak in het golflengtegebied 10.5-12.5 μm.

Die helderheid wordt mede bepaald door de transparantie van de atmosfeer voor binnenkomend kortgolvig zonlicht én voor uitgaande langgolvige warmtestraling (TIR). Op decadale tijdschalen varieert het eerste sterk, zie bijvoorbeeld het werk van Martin Wild over ‘global dimming and brightening’ (2009 en 2010). Onder ‘clear sky’ condities is er in veel gebieden een duidelijke daling sinds 1982.

Ook de transparantie voor het langgolvige TIR varieert sterk door factoren die NIETS met ‘de temperatuur’ van doen hebben: stof en aerosolen (zoals zwavelzuur-druppeltjes) in de atmosfeer die het langgolvig infrarood verstrooien en absorberen. Deze afhankelijkheid is zelfs zo sterk dat TIR dé methode is om stof te meten: de Infrared Difference Dust Index (IDDI) zoals beschreven in Legrand et al. 2010 in JGR.

De ‘theoretical surface temperature change’ die Rosema berekent houdt helemaal geen rekening met deze atmosferische variatie in het uitgaande infrarood van 10.5-12.5 μm, terwijl dat golflengtegebied nu juist de UITGELEZEN methode is om variatie in stof en aerosolen te bepalen!

Dit illustreert slechts een van de vele factoren waar Andries Rosema geen rekening mee gehouden heeft.

66 Reacties op “Een rare oprisping: de aarde is sinds 1982 afgekoeld. O ja?

  1. Het was wel zo aardig geweest om even te vermelden uit welk verslag bovenstaand citaat (van mijn hand) afkomstig is:
    http://climategate.nl/2013/01/21/uitstekend-klimaatsymposium-in-rijsoord/

    Verder doet de toon van het gastblog geen recht aan de aanhoudende verwoede pogingen van Arthur Rörsch, met Peter Ziegler de gasteditor van deze E&E special, en tevens organisator van het symposium in Rijsoord dat aangehaald wordt, om een gelijkwaardige bijdrage van de mainstream wetenschap te realiseren. Deze bijdrage was er uiteindelijk wel, maar beperkt. Slechts enkele mainstream wetenschappers waren bereid de artikelen te reviewen, en alleen Rob van Dorland was bereid om in Rijsoord een presentatie te geven.

    Dat heeft niet voorkomen dat er een zeer intensieve periode van peer reviewing is geweest voor het uitkomen van deze klimaatspecial van E&E, en de meeste artikelen op aanwijzing van de reviewers ingrijpend aangepast zijn. Sceptici zijn namelijk ook naar elkaar toe uiterst kritisch.

    Het is duidelijk dat het artikel van Rozema grote vragen oproept. Maar het onderzoek is zorgvuldig uitgevoerd en goed gedocumenteerd, en de resultaten zijn op zijn minst opvallend.

    Schrama’s reactie is vooral tendentieus en gaat niet echt in op de wetenschappelijke inhoud.
    Dat doet Brand wel, in een nuttige en ongekleurde bijdrage aan de discussie.

    Theo Wolters

  2. Beste Theo Wolters,

    In het bovenstaande gastblog geeft Ernst Schrama duidelijk aan:

    Dat mag worden vermoed nu eerder gebleken is dat zelfs klimaatsceptici niets van Rosema’s bevindingen geloven. Eind vorig jaar vond een ‘klimaatsceptische discussiebijeenkomst’ plaats waarop Rosema zijn bevindingen presenteerde. In het verslag van die bijeenkomst is te lezen: …

    Dat hij daarbij geen linkje plaatst naar je verslag, lijkt me een detail. Het is juist wel zo zorgvuldig van Ernst dat hij onder de aandacht brengt dat óók klimaatsceptici die bevindingen niet geloven. Het was al te gemakkelijk geweest om een beetje te gaan lachen over – ha ha – die ‘domme klimaatsceptici’ die dat zomaar geloven.

    Gelukkig kunnen we constateren dat jullie nog enige kritische zin tonen. De keerzijde is dat die kritische zin er blijkbaar niet toe leidt dat men zo’n artikel eerst werkelijk analyseert.

    Om de zorgvuldigheid in acht te nemen, heb ik een hyperlinkje naar je verslag toegevoegd in bovengenoemde paragraaf.

    Verder gaat het gastblog van Ernst Schrama NIET over ‘Rijsoord’. Het gaat over Rosema’s bewering dat “de temperatuur” met maar liefst een volle graad per decennium gedaald zou zijn. Hoe ongerijmd en ongeloofwaardig dat wel is, hebben Ernst en ik hierboven al uitgelegd. Blijkbaar is dat nodig want bijvoorbeeld het Reformatorisch Dagblad neemt zoiets kritiekloos over…

    Dan dit:

    Dat heeft niet voorkomen dat er een zeer intensieve periode van peer reviewing is geweest voor het uitkomen van deze klimaatspecial van E&E, en de meeste artikelen op aanwijzing van de reviewers ingrijpend aangepast zijn. Sceptici zijn namelijk ook naar elkaar toe uiterst kritisch.

    Blijkbaar toch niet.

    Iedereen met ook maar een klein beetje begrip kijkt naar Figuur 1 hierboven en begrijpt dat er iets anders aan de hand is. Dat is niet eens “zeer intensief” en bij een écht peer-reviewed journal was Rosema’s verhaal bij drie volledig onafhankelijke én anonieme referees neergelegd: experts in metingen aan planetaire atmosferen en TIR waarnemingen (bij NASA of NOAA GOES, of bijvoorbeeld Michel Legrand en zijn collega’s).

  3. Is het artikel in het Reformatorisch Dagblad niet als satire gedacht? Hoe is de berichtgeving daar normaal gesproken?

  4. Schrama’s blog is beneden peil, een “universitair hoofddocent” onwaardig. Kom met inhoudelijke, fysisch onderbouwde argumenten. Een paar geleende plaatjes is onvoldoende.

    De stralingstemperatuur van het aardoppervlak (10.5-12.5 micrometer) wordt in beperkte mate beinvloed door waterdamp en aerosolen. Beide hebben een temperatuurverlagend effect. Wij passen in het operationele werk atmosfeercorrecties toe en vinden dan evenzeer een temperatuurdaling. (Deze correcties zijn gebaseerd op een model van de dagelijkse temperatuurcyclus. Maar we hebben de publicatie direct en eenvoudig willen houden en daarom de planetary stralingstemperatuur gebruikt).
    Tenslotte: de distribtutie van aerosolen (zie bijv. http://www.nasa.gov/topics/earth/features/health-sapping.html) is een andere dan de door ons gevonden distributie van de afkoeling (http://ears.nl/plantemp.php). Wij denken dat de afkoeling wordt veroorzaakt door toename van de bewolking; wanwege de patronen en omdat wij met Meteosat ook een toename van de bewolkingsfrequentie vinden. Dit werk is nog ongepubliceerd.

  5. Hans Custers

    @ Andries Rosema,

    Wat mij betreft heeft een universitair hoofddocent groot gelijk als hij niet te veel tijd besteed aan een artikel dat zo overduidelijk in strijd is met alle elementaire logica. Ik zou je aanraden om eerst zelf eens wat beter je best te doen.

    Probeer bijvoorbeeld eens met een eerste begin van een verklaring te komen voor hoe jouw resultaten te rijmen zijn met de talloze aanwijzingen voor opwarming die tienduizenden andere wetenschappers vinden.

    En probeer ook eens te verklaren hoe de extreme afkoeling die jij claimt voor bijvoorbeeld zuidelijk Afrika tot nu toe onopgemerkt is gebleven. Tot 3 graden per decennium gedurende 30 jaar en helemaal niemand heeft daar iets van gemerkt, totdat jij met jouw analyses kwam? Het is volledig terecht dat serieuze wetenschappers dit soort claims als flauwekul afdoen zonder op de details in te gaan. Ze hebben wel wat beters te doen.

  6. Jammer dat Brand zijn oorspronkelijk zuivere reactie nu verzwakt door ook een positie in te nemen.

    Ik ben geen wetenschapper, maar dacht te weten dat de wetenschappelijke methode als volgt werkt:

    Iemand poneert een stelling, en onderbouwt die met bestaande wetenschap of met een nieuwe redenering.
    Dit artikel wordt door zijn peers gereviewed op consistentie, op het netjes volgen van de wetenschappelijke methode, en met name of de conclusies wel volgen uit de in het artikel genoemde bestaande wetenschap en de nieuwe redenering.
    Of de conclusies ook kloppen is vervolgens onderwerp van wetenschappelijke discussie. Die hoort niet vóór maar ná de publicatie plaats te vinden. Zo komt de wetenschap verder.

    in mijn ogen heeft Rozema een waterdichte representatie gemaakt van de temperatuurreeksen die vanuit meteosat kunnen worden afgeleid. Dit is voor iedereen controleerbaar. Het peer review proces heeft dit terecht vastgesteld en daardoor kon het artikel gepubliceerd worden.

    Brand kwam met een zinnige reactie, en Rozema gaat daar weer op in.
    Zo hoort het.

    Een denigrerende toon over het artikel, het afdoen van de publicatie als onzin omdat die in een tijdschrift staat dat Schrama niet welgevallig is, heeft mijns inziens niets met wetenschap te maken.

    Meteosat heeft in ieder geval “iets” gemeten, dat volgens haar eigen correctiemethode leidt tot een uiterst opvallende daling in de temperaturen. Dat staat vast na het artikel van Rozema.

    Laten we nu proberen vast te stellen of er inderdaad temperatuur gemeten is (wat ook ik niet waarschijnlijk acht, dat moge duidelijk zijn) of iets anders, en wát er dan gemeten is. Zo komen we verder in het begrip van de werking van het klimaat. En zo werkt wetenschap.

    Dat de media dit artikel oppikken en er veel te vlug conclusies uit trekken is precies wat er ook gebeurd is met de wetenschappelijke artikelen die een catastrofale opwarming door CO2 veronderstelden.
    Beide reacties zijn m.i. even prematuur.

  7. heijdensejan

    ik vraag me af hoe dit in overeenstemming te brengen is met het laatste werk van Scafetta (in het zelfde nummer van E&E) dat postuleert dat de opwarming wordt veroorzaakt door de invloed van Phobos en Deimos op de zon😉

    Misschien kan Arthur dat eens uitleggen……

  8. Hoi Heijdensejan,

    In het volgende nummer van E&E komt Scafetta met twee nog onbekende manen van Mars, die de andere kant op draaien.😉

    Daardoor is er juist een enorme afkoeling veroorzaakt over 1982-2006 van zo’n -2 K/decade conform de Thermal Infra Red brightness… ehh… pardon, de ‘planetary stralingstemperatuur’ van Andries Rosema. Alleen heeft verder niemand anders dat gemerkt: de fruitbomen staan elk jaar vroeger in bloei, de Bilt is opgewarmd van-heb-ik-jou-daar en de gletsjers smelten af waar je bij staat.

    Ook stijgt wonderlijk genoeg de zeespiegel, terwijl de oceaan volgens Rosema met -0.5 K/decade is afgekoeld! Hoe is het mogelijk…

    Dankzij die twee nog onbekende manen valt straks alles op zijn plek in het volgende nummer van E&E. De Donald Duck is er niets bij!

  9. Beste Theo Wolters,

    Een ‘zuivere positie’? Het is geen godsdienst, het gaat niet om ‘zuiverheid’.

    Dit artikel wordt door zijn peers gereviewed op consistentie, op het netjes volgen van de wetenschappelijke methode, en met name of de conclusies wel volgen ..

    Dat is in dit geval dus niet gebeurd, want men heeft niet gedacht aan de meest elementaire andere factoren die, zeker over een lange periode zoals 1982-2006, de gemeten trend in ‘Thermal Infra Red brightness’ (TIR) van 10.5-12.5 μm beïnvloeden:

    * trends in inkomende ‘short wave radiation’ aan het oppervlak onder ‘clear sky’, zie o.a. Martin Wild 2009, 2010 en 2012;

    * trends in de transparantie voor uitgaande warmtestraling 10.5-12.5 μm als gevolg van stof en aerosolen. De variatie daarvan in dit golflengtegebied is nota bene dé manier om de Infrared Difference Dust Index (IDDI) te meten.

    Nog iets anders is dat 10.5-12.5 μm ook absorptielijnen van waterdamp bevat. Als je het extra latente warmtetransport door verdamping zou willen berekenen, zal je ook rekening moeten houden met wat de extra waterdamp met de transparantie in dit golflengtegebied doet. Het is denkbaar dat men minder warmtestraling van het oppervlak ziet, mede als gevolg van extra waterdamp door hogere luchttemperaturen.

    Er wordt gewoon niet naar deze essentiële factoren gekeken! Andries Rosema zegt zelf:

    Deze correcties zijn gebaseerd op een model van de dagelijkse temperatuurcyclus. Maar we hebben de publicatie direct en eenvoudig willen houden en daarom de planetary stralingstemperatuur gebruikt.

    Die “planetary stralingstemperatuur” is berekend op basis van Stefan-Boltzmann uit de ‘Thermal Infra Red brightness’ (TIR). In werkelijkheid wordt de TIR brightness mede bepaald door de transparantie, de optische diepte van de atmosfeer in 10.5-12.5 μm, zoals hierboven al besproken. Verder ontbreekt er elke analyse van het ‘error budget’.

    Meteosat heeft in ieder geval “iets” gemeten, dat volgens haar eigen correctiemethode leidt tot een uiterst opvallende daling in de temperaturen.

    Er is inderdaad ‘iets’ gemeten, namelijk een blijkbare of schijnbare afname van de TIR brightness. Op deze lange tijdschalen kan het bijvoorbeeld ook aan de instrumentatie liggen – er is niets over te vinden in dit paper. Doordat er géén rekening is gehouden met de hierboven genoemde factoren volgen de conclusies niet uit de data.

    Dat de media dit artikel oppikken en er veel te vlug conclusies uit trekken is ..

    Nee, want Andries Rosema heeft het in het persbericht over “de temperatuur”. En media vatten dit op als de temperatuur zoals die gemeten wordt met thermometers in weerstations: luchttemperaturen. Niet als een ‘TIR brightness’ zoals die er aan de bovenzijde van de (veranderende) atmosferische kolom uitziet.

  10. gooi maar in de prullenbak. Alle toonaangevende klimaatmodellen laten afkoeling zien voor tenminste 16 jaar met RSS aan kop met 23 jaar. De waarheid is gewoon keihard dat er geen opwarming is maar wij in werkelijkheid te maken hebben met global cooling of wel en ijstijd. De MSM zul je er niet over horen maar er doet zich wereldwijd en ramp voor waar de mens nog lang over na zal praten.

  11. Oh hemeltje, dit soort verhalen trekt altijd malloten aan. Nu is het “bas” die ons met grote stelligheid vertelt dat alle “klimaatmodellen” (eh, nee, dat heten geen “klimaatmodellen”) afkoeling laten zien voor tenminste 16 jaar, en RSS al 23 jaar

    Eens even kijken:
    GISTEMP:
    http://www.woodfortrees.org/plot/gistemp/from:1997/to/trend
    Hmmm…de trend is positief

    HADCRUT dan misschien?
    http://www.woodfortrees.org/plot/hadcrut4gl/from:1997/to/trend
    Hmmm…hier is de trend ook al positief

    UAH?
    http://www.woodfortrees.org/plot/uah/from:1997/to/trend
    Ja maar, wat is dat nou? OOK AL POSITIEF!

    RSS?
    http://www.woodfortrees.org/plot/rss/from:1997/to/trend
    He, he, eindelijk een trend die negatief is. Maar ja, die is dan weer positief sinds de laatste 14 jaar. En als we 23 jaar teruggaan:
    http://www.woodfortrees.org/plot/rss/from:1990/to/trend

    Tja…

    En dan hebben we nog deze grafiek die aangeeft wat “bas” met een “ijstijd” bedoelt:

    “Up is down and down is up”

  12. Sluit opwarming van de atmosfeer afkoeling van het aardoppervlak uit?

    De weerstand voor warmteoverdracht van het aardoppervlak naar de vrije atmosfeer wordt gevormd door de grenslaag. Het temperatuur profiel over de grenslaag is logaritmisch. De weerstand van de laag onder waarnemingshoogte (1.5 m) is ongeveer even groot als die er boven. De temperatuur op waarnemingshoogte ligt daarom ongeveer halverwege de temperatuur van het aardoppervlak en de (potentiele) temperatuur van de vrije atmosfeer.

    Het energieverlies van de aarde wordt vaak als constant beschouwd omdat de inkomende straling constant is (afgezien van veranderingen in het albedo door wolken), De opwarming van de atmosfeer door toenemende concentratie CO2 wordt toegeschreven aan een toename van de effectieve uitstralingshoogte, dwz uitstraling bij lagere temperatuur. De temperatuur van de hoge atmosfeer zou dan moeten stijgen totdat de langgolvige uitstraling weer in evenwicht is met de inkomende kortgolvige straling. Laat dit zo zijn. Sluit dat afkoeling van het aardoppervlak uit?

    In het geval vaneen stationaire situatie moet de warmtestroom over de grenslaag ook constant zijn: Zeg q=a(To-Tg), waarin q de warmtestroom, a de warmteoverdrachtscoefficient, To de oppervlakte (skin) temperatuur en Tg de (potentiele) temperatuur aan de top van de grenslaag. Als Tg daalt door het in vorige alinea genoemde effect, moet dan de oppervlakte temperatuur ook dalen? Niet noodzakelijkerwijs. Dat hangt van de warmteoverdrachtscoefficient “a”af. Deze coefficient bestaat uit drie componenten: (1) voelbare warmte, (2) latente warmte (door verdamping) en (3) langgolvige straling. De som van deze componenten varieert tussen ca 12 en 24 W/m2K; de eerste waarde bij afwezigheid van verdamping, de tweede bij potentiele verdamping. Door toename van de neerslag en verdamping kan daarom de warmteoverdrachtscoefficicient (a) aanzienlijk toenemen. Bijgevolg kan het oppervlak afkoelen terwijl de temperatuur in de vrije atmosfeer stijgt.

    De temperatuur op waarnemingshoogte ligt ergens halverwege en zou mogelijk ook nog kunnen stijgen. Hoewel ik vermoed dat UHI effecten hier een belangrijke rol spelen. 10% van het Nederlandse oppervlak is sinds 1900 verhard met een vrijwel even grote afname van de verdamping tot gevolg. Land wordt steeds meer gedraineerd en bemalen. Hebben jullie wel eens gekeken naar de toename van het urbane gebied sinds 1960 in ZW en NW richting vanaf de Bilt?

  13. Geachte lezers,

    Ik zie hier een levendige discussie ontstaat die op zich gezond is mits het doel zou zijn iets te verbeteren aan de analyse van Rosema et al die, zoals ik aangegeven heb, niet juist lijkt. De opmerkingen die Bob Brand maakte zijn al behoorlijk nauwkeurig; het grote pijnpunt in het artikel van Rosema is een te eenvoudige interpretatie van de Meteosat IR data. De satelliet ziet namelijk de top van de atmosfeer, maar wat moet je doen om uit die meetgegevens de oppervlakte temperatuur op aarde te krijgen? Op zijn minst zal het gehele effect van de tussenliggende atmosfeer natuurlijk weggehaald moeten worden, en daarvoor moet er extra informatie toegevoegd worden. Wat is het effect van alle IR absorberende gassen in de atmosfeer? Wat doet stof, wat doet waterdamp, wat doet NOx, wat doet O3? Daarnaast is het nodig gecalibreerde IR data te beschouwen. In eerdere radiometers waar ik naar gekeken heb met collega’s was dit een pijnpunt. Al deze punten lijken me zinnige onderwerpen voor een discussie op dit blog.

    Ernst Schrama

  14. Beste Bas,

    De temperaturen worden gewoon gemeten, dat heeft NIETS met “klimaatmodellen” van doen. Alleen voor UAH en RSS (satelliettemperaturen) geldt dat er teruggerekend wordt van de waargenomen temperaturen in de lage/midden-troposfeer naar temperaturen enkele meters boven de grond.

    Alle temperatuurreeksen laten opwarming zien over de afgelopen 16 jaar, en zeker over de afgelopen 23 jaar. Lees gewoon wat Marco al laat zien en deze blogstukken:

    Het fabeltje over 16 jaar geen opwarming
    Een data update van 2012

    Nu ik toch bezig ben, hier de trends van de temperatuurreeksen over 1982-2006:

    Global Mean Surface Air Temperature 1982-2006

    Dat is de periode waarover Andries Rosema een extreem snelle daling met -1 °C/decennium meent te zien! Dus dan zijn we nu terug op het dieptepunt van de laatste ijstijd (Last Glacial Maximum) ten opzichte van 1970… Al ijsberen op de Noordzee gesignaleerd?

    Gelukkig zijn we er inmiddels wel uit, dat Andries iets héél anders gemeten heeft dan de trend in “de temperatuur” in de gebruikelijke zin (luchttemperaturen).

  15. Schrama’s schrijfstijl blijft populistisch en weinig wetenschappelijk.

    Schrama stelt: “de satelliet ziet namelijk de top van de atmosfeer”. Dit is volstrekt onjuist. Meteosat meet in het 10.5-12.5 atmosferisch venster. De meting wordt gedomineerd door de temperatuur van het aardoppervlak (ca 290 K). Er is een klein effect van waterdamp en aerosolen in de atmosfeer (ca 3K verlaging). We kunnen daar dag voor dag voor corrigeren, maar dat heeft nauwelijks invloed op de waargenomen trend.

  16. Wat ik nog vergat te melden: de Meteosat thermisch infrarood data zijn gecalibreerd door Eumetsat. De calibratie coefficienten worden met de data verstrekt.

  17. Beste Andries Rosema,

    Uiteraard kijkt de radiometer in de satelliet dóór de atmosfeer naar het aardoppervlak, maar de (verandering in) transparantie voor 10.5-12.5 μm bepaalt voor een aanzienlijk deel wat je meet. Zoals al gezegd is dat nou juist dé manier om de (verandering in) stof en aerosolen in de atmosferische kolom te bepalen.

    Jij corrigeert daarvoor op geen enkele wijze in het artikel, maar je rekent met Stefan-Boltzmann de ‘TIR brightness’ 1-op-1 om naar een ‘theoretical surface temperature change‘. En je brengt nergens onder de aandacht dat je op geen enkele manier rekening hebt gehouden met de andere factoren die *trendmatige* veranderingen in transparantie voor 10.5-12.5 μm teweegbrengen.

    Daarnaast speelt (de trend in) het waterdamp zelf ook nog een rol bij die transparantie. En wéér een separate kettle of fish zijn de trendmatige veranderingen in inkomend kortgolvig zonlicht, onder ‘clear sky conditions’, zoals Martin Wild die geconstateerd heeft. Er wordt allemaal geen rekening mee gehouden!

    Het is onzin om te zeggen: “dat heeft nauwelijks invloed op de waargenomen trend“. JUIST over langere tijdschalen kunnen de relatief kleine verschillen in de optische diepte voor TIR door al deze uiteenlopende oorzaken gaan accumuleren – op de korte tijdschalen zie je de effecten van dergelijke geleidelijke trends niet. Tenslotte worden juist langjarige veranderingen in de Infrared Difference Dust Index (IDDI) bepaald m.b.v. precies dit infrarood-venster.

    Er speelt ook een stukje semantische verwarring een rol (om het vriendelijk te zeggen): het klopt namelijk dat de GEMETEN helderheid in dat venster via de TOP VAN DE ATMOSFEER door het leven gaat als de ‘planetary temperature’. Dat is echter niet “de temperatuur” zoals die door mens, dier en plant ervaren wordt (dat zijn de luchttemperaturen). Daar komt nog eens bij dat jouw ‘vertaalslag’ van TIR-brightness naar theoretical surface temperature change dus helemaal geen rekening houdt met al de bovengenoemde factoren.

    Wat die calibratie van MSG betreft: de EUMETSAT data is er vooral voor meteorologische doeleinden. De standaard door EUMETSAT uitgevoerde calibratie zal daarvoor afdoende zijn.

    Het wordt een heel ander verhaal als je over vele jaren heen (1982-2006) ‘secular trends’ probeert te bepalen. Dan gaan de kleine verschillen tussen de afzonderlijke MSG satellieten, of over dagelijkse/wekelijkse tijdreeksen, wel aantikken…

    En weer: geen enkele analyse daarvan! Geen onzekerheids-analyse, alleen ‘blind vertrouwen’ dat ‘Data van EUMETSAT’ voldoende is. Voor klimatologische doeleinden kan je dat niet zomaar aannemen.

  18. Hans Custers

    @ Andries Rosema,

    Ernst Schrama’s “de satelliet ziet namelijk de top van de atmosfeer” geeft heel direct een eenvoudig weer waar het om gaat: de satelliet ziet alleen de straling die “uit de atmosfeer komt”. En dat betekent dat je, zoals Bob aangeeft, heel zorgvuldig rekening moet houden met wat er onderweg gebeurt.

    Aangezien jij zo voor directheid en eenvoud bent had je ook gewoon inhoudelijk op die opmerking in kunnen gaan. Dat je kiest voor een ad hominem en wat semantisch gedoe komt niet bijzonder sterk over.

  19. Beste Andries Rosema,

    Tot slot even terug naar wat Ernst Schrama in zijn gastblog al helder onder de aandacht heeft gebracht:

    1) Het is de taak van E&E om voor een deskundige peer-review door onafhankelijke experts te zorgen. In dit geval dus experts in ‘radiative transfer’ door planetaire atmosferen, die op de hoogte zijn van wat het atmosferisch pad voor gevolgen heeft voor trends in de gemeten TIR brightness.

    2) Als ik ál die ontbrekende factoren constateer in de publicatie… kan je nagaan wat een expert er uit zou halen!

    3) E&E heeft dus gewoon geen échte peer-review gedaan, door meerdere anonieme, erkende experts in dat vakgebied.

    Andries, het is JOUW zaak om ervoor te zorgen dat alle factoren op juiste wijze in je publicatie verwerkt worden. En tevens dat er een grondige analyse van het ‘error-budget’ plaatsvindt, van álle factoren. Er staat nu helemaal NIETS over.

    Het is aan E&E om te zorgen voor referees die erkende experts zijn JUIST in de subdiscipline die van toepassing is (enkelen zijn onderaan het blog al genoemd). Hou er rekening mee dat je dan wel een jaar of zo aan een ‘rewrite’ kan werken – met wellicht totaal andere bevindingen?

    Het illustreert eens te meer dat je wellicht véél beter je paper ter review aan had kunnen bieden bij Journal of Geophysical Research, of Bulletin of the American Meteorological Society, of Atmospheric Chemistry and Physics.

    Ik heb nu wel genoeg gedaan aan onbezoldigd referee-en.😉

    Prettig weekend!

  20. @andries

    Het wordt dus het bekende gekibbel met skeptici die een ronduit slecht artikel toch in een onbetrouwbaar tijdschrift zoals E&E hebben weten te publiceren. De kritiek blijft dat de resultaten in het Rosema et al 2013 artikel niet te vertrouwen zijn. De kritiek blijft dat dit soort resultaten nooit naar de krant hadden mogen opgestuurd. Dat is allemaal wel gebeurd, en dat is dus kwalijk. Jullie zijn schuldig voor de ontstane puinhoop en niemand anders.

    Wat anders dan de top van de atmosfeer moet Meteosat zien Andries? Misschien het heelal? (gebeurt overigens bij radiometers die een cold count doen) Misschien de Maan? Een voorbij vliegende satelliet? Een meteoriet. Een voorbijvliegende astronaut die in de lach schiet?

    Goedkope spin om vervolgens te zeggen dat je de top van de atmosfeer in een spectraal venster ziet. Alsof we dat al niet begrepen. Je zegt “De meting wordt gedomineerd door de temperatuur van het aardoppervlak (ca 290 K).” Ik zeg: amateuristisch prutswerk als je er zo af denkt te komen. Er spelen meer dingen om het goed te doen, en dat heb je dus niet gedaan. Nou jammer dan.

    Je hebt ruimschoots de mogelijkheden gehad om met deskundigen te praten die alles over dit soort data weten. Ze zitten in onze groep, ze zitten bij het IMAU, ze zitten bij het KNMI. Maar blijkbaar is het toch te moeilijk om even met deze deskundigen te gaan praten om uit te zoeken hoe wel de vork in de steel zit.

    Je hebt gevraagd om de reactie die je gekregen hebt, en daar blijft het wat mij betreft bij. Ik trek me verder terug uit deze discussie.

    Ernst

  21. beste Andries Rosema

    Hartelijk dank voor de interessante metingen. Heb ik nu goed begrepen dat je metingen alleen nauwkeurig zijn rond de evenaar, en niet in de poolgebieden? En zou dat het verschil met andere metingen kunnen verklaren?
    Overigens deel ik je mening over de denigrerende wijze waarop de heer Schrama meent te moeten communiceren. Inderdaad een UHD onwaardig.

  22. Hans Custers

    @ Ernst,

    Precies. Een serieuze wetenschapper zou de inhoudelijke discussie opgezocht hebben voor publicatie van zijn artikel. Door zijn resultaten voor te leggen aan deskundigen buiten zijn eigen clubje, en door zijn artikel aan te bieden aan wetenschappelijke tijdschriften van betekenis, waar echte peer review plaatsvindt. Alles wijst er op dat Rosema er alles aan heeft gedaan om die discussie juist te ontwijken. Dat hij nu anderen verwijt dat ze de discussie niet aan willen gaan is totaal ongeloofwaardig.

  23. De artikelen van Legrand et all. over de IDDI zijn beslist interessant. Daaruit blijkt dat deze index werkt voor aride, maar niet in humide gebieden . Verder citeer ik hen “If this atmosphere is dusty, it can be detected because it is colder than the surface”. Nu vinden wij juist in de aride gebieden geen of geringe afkoeling afkoeling, en een grotere afkoeling in de (semi-)humide gebieden. De patronen van de verspreiding van aerosolen en de door ons gevonden afkoeling kloppen niet met elkaar. Ik verwees in dit verband al eerder naar de NASA site (http://www.nasa.gov/topics/earth/features/health-sapping.html) en onze afkoelingskaart http://ears.nl/plantemp.php). Daarom denk ik dat de door ons waargenomen afkoeling niet het gevolg is van toename in aerosolen.
    Met betrekking tot de calibratie door Eumetsat, deze is in belangrijke mate gebaseerd op referenties aan het aardoppervlak. Calibraties zijn met grote regelmaat herhaald en aangepast en worden beschikbaar gesteld met de data (in de header van de files). Ik zie geen reden om de kwaliteit daarvan in twijfel te trekken.

  24. Planetary skin temperature trends zijn wel interessant, mits je ze nauwkeurig genoeg zou kunnen meten met een satelliet, maar lastig te relateren aan de 1.5 m temperaturen lijkt mij. De trend boven het zeeoppervlak lijkt ook negatief en relatief homogeen, dit lijkt mij moeilijk te rijmen met metingen van de sea surface temperatures en heat content. Het is jammer dat de reviewers niet hebben aangedrongen op betere grafieken in het artikel, door het plotten van 25 K temperatuurvariaties op een 80 K brede schaal is het lastig om enige variaties te zien. Verder is het -voor mij- lastig om uit het artikel af te leiden wat de robustheid is van de gevonden trends (geen onzekerheden). De validation is beneden pijl (kijk de relaties kloppen grofweg op een punt, dus onze trends zijn echt). Ik ben na het lezen van het artikel er nog niet overtuigd dat de afgeleidde trends in skin temperature echt zijn. De conclusies volg ik niet helemaal. “Cloud influences are effectly removed”, maar cloudiness changes worden vervolgens wel aangedragen voor de verklaring van de gemeten trends. (Echter, er wordt helemaal niet gekeken naar cloudiness trends, dus deze conclusie mag niet zo maar getrokken worden. Zonder een gedegen onderzoek met een model is de attributie sowieso onmogelijk.) Voor iedereen die wat wil spelen met de termen die in dit artikel en de discussie worden genoemd: http://forecast.uchicago.edu/Projects/modtran.html

  25. @Jan Zuidema – Ik geloof niet dat ik dat ergens heb gezegd. Het is wel zo dat naar de polen toe het traject van de gemeten IR-straling toeneemt met 1/cos(breedtegraad). We zien in het afkoelingsbeeld ( http://ears.nl/plantemp.php) echter geen patroon dat in die richting wijst.

  26. Voor deskundig advies: “EarthTemp is a network to stimulate new international collaboration in measuring and understanding the surface temperatures of Earth.”

  27. @Arjan – Wolkeninvloeden op de waarneming zijn zo goed mogelijk verwijderd. Dit proces convergeerde. Wolken blijven wel hun invloed op de energiebalans en temperatuur van het aardoppervlak uitoefenen. Immers het aarardoppervlak heeft een aanzienlijke thermische traagheid.

  28. Beste Andries Rosema,

    Je probeert de aandacht af te leiden van het ontbreken van praktisch alle relevante factoren in jullie publicatie – je hebt immers één-op-één de TIR brightness omgerekend naar “theoretical surface temperature change“, zonder voor trends in de andere factoren te corrigeren.

    De publicaties van Legrand et al. zijn zeker interessant – die zijn dan ook verschenen in Journal of Geophysical Research!😉

    Je zegt, merkwaardig genoeg:

    De patronen van de verspreiding van aerosolen en de door ons gevonden afkoeling kloppen niet met elkaar. Ik verwees in dit verband al eerder naar de NASA site (http://www.nasa.gov/topics/earth/features/health-sapping.html) en onze afkoelingskaart http://ears.nl/plantemp.php). Daarom denk ik dat de door ons waargenomen afkoeling niet het gevolg is van toename in aerosolen.

    Zo? Op basis van welke logica?

    Deze kaart van NASA betreft namelijk helemaal géén trend. Het laat niet de verandering qua aerosolen zien, maar alleen: “.. the average PM2.5 results between 2001 and 2006”, dus de gemiddelde waarde specifiek voor PM2.5 over die periode. Jij probeert het echter te vergelijken met een kaartje van jullie waarop wél trends weergegeven worden, over 1982-2006.

    Je hebt het daar over: “planetary temperature change in the period 1982-2006“, maar het kaartje van NASA toont helemaal niet de change.

    Wat wellicht zinvol zou kunnen zijn is een kaart van de verandering in totale optische diepte voor 10.5-12.5 μm over de door jullie gebruikte periode 1982-2006. Dan zou je daarmee de gemeten veranderingen in ‘planetary surface temperature’ kunnen corrigeren om de werkelijke verandering aan het oppervlak over te houden.

    Echter… de verandering in optische diepte wordt nou juist berekend m.b.v. de gemeten variatie in de ‘TIR brightness’! Er is bij mijn weten géén onafhankelijke manier om die ‘opacity’ voor 10.5-12.5 μm te meten – je meet altijd de combinatie van temperatuursveranderingen aan het oppervlak en de transparantie van de atmosfeer.

    Een separate dataset (MODIS?) helpt ook niet echt, want die kijkt door dezelfde atmosferische kolom naar (bijna) hetzelfde stukje oppervlak eronder.

  29. Hoi Victor Venema,

    Dank voor de link naar Earthtemp! Dat lijkt me inderdaad heel interessant als het over het meten van de ‘skin surface temperatures’ gaat:

    http://www.geos.ed.ac.uk/research/earthtemp/

  30. Ernst, je schrijft: “gebleken is dat zelfs klimaatsceptici niets van Rosema’s bevindingen geloven. “

    Wellicht dat echte klimaatsceptici niets van Rosema’s bevindingen geloven maar de septici daarentegen lijken over het algemeen in hun nopjes:
    Hajo Smit, de immer rabiate medeauteur van de klimaatplotter site, lijkt helemaal overtuigd van Rosema’s argument en snauwt zelfs collega Zeilmaker af wanneer deze commentaar heeft. O.a. Arthur Rorsch lijkt het ook wel wat te vinden net als andere reageerders die moeite hebben hun skeptische bril te vinden.

    Zo, nu eerst even goed douchen en schrobben, ik voel me altijd zo smerig na een bezoek aan die webstek…

  31. Andries Rosema lijkt overigens volledig te geloven in de mythe dat het Urban Heat Island effect verantwoordelijk is voor de gemeten opwarming van de aarde. Niet alleen refereert hij hieraan in zijn E&E publicatie maar ook in eerdere stukken, zoals deze.

    De redenatie van Rosema is:
    – We weten van Global Warming door de hockeystick van het IPCC
    – De hockey stick is voor een belangrijk deel afhankelijk van de temperatuur metingen op waarnemingshoogte.
    – Het oppervlak in Nederland is significant verhard waardoor de waarnemingen te warm zijn.
    – Dus de gemeten opwarming is te hoog.
    – En als je na deze -vrijwel allemaal foute- aannames een simpele berekening doet heb je ineens de opwarming weggeredeneerd. Tada! Doel bereikt.

    Ach, misschien had Hajo Smit met zijn snauw naar Zeilmaker voor de verandering eens gelijk maar richt hij zich alleen op de verkeerde persoon…

  32. Ter herinnering: Bart Verheggen en een enkele andere regular hier zijn al eens eerder met Andries Rosema over dit onderwerp van gedachten gewisseld.

  33. Ik heb de publicatie van Rosema vluchtig gelezen. Wat me opvalt is dat de gemiddelde etmaaltemperatuur berekend wordt door temperatuur op ‘noon’ en ‘midnight’ voor elke plek te middelen (“The daily planetary temperature is approximated as the average of noon and midnight
    temperature”).
    Dit is een wel zeer grove benadering, die nog enigszins te respecteren zou zijn als enkel die gegevens voorhanden waren. Een wat betere benadering zou zijn gemiddelde van maximum en minimum, die beide meestal uren na ‘noon’ en ‘midnight’ plaatsvinden, zoals eenieder weet die enige kennis van meteorologie heeft.
    Evenwel: de auteurs beschikken over uurlijkse gegevens. Wat heeft hen ervan weerhouden een etmaalgemiddelde te berekenen op basis daarvan?

    In navolging van eerdere commentaren het volgende.
    Als de uitkomsten van je berekeningen zo enorm afwijken van de bekende reeksen (GISS, NCDC, HADCRUT, UAH, RSS), is het eerste wat je jezelf zou moeten afvragen: wat hebben we verkeerd gedaan?
    En als je dan nog eigenwijs wilt zijn om vol te houden dat alleen jij het goed hebt (dat recht heb je), zou je op zijn minst in je publicatie veel ruimte moeten inruimen om uiteen te zetten waarom jouw berekeningen beter zijn dan andere. Hetgeen volledig ontbreekt.

  34. Beste Henk Lankamp,

    Dank dat je de moeite hebt genomen om onze publicatie ”Meteosat derived planetary temerpature trend 1982-2006” te lezen.

    De dag tot dag routinematige verwerking van onze Meteosat data is mede gebaseerd op een analytisch model van de gang van de temperatuur van het aardoppervlak.

    De dagelijkse instralingscyclus wordt theoretisch beschreven met een Fourierserie. Vervolgens wordt de differentiaalvergelijking van de warmtestroming in de bodem analytisch opgelost met de energiebalans van het aardoppervlak als randvoorwaarde. De resulterence oplossing voor de oppervlakte (skin) temperatuur is eveneens een Fourierserie. Amplitudes en faseverschuivingen zijn een functie van de thermische traagheid van de bodem en de overdrachtscoefficienten voor voelbare warmte, latente warmte en langgolvige straling. In deze theoretische beschrijving van de temperatuurgang van het aardoppervlak zitten enkele belangrijke onbekende parameters: (1) relatieve vochtigheid van het oppervlak, c.q. de actuele verdamping, (2) thermische traagheid van de bodem, (3) de grenslaag temperatuur. Deze parameters worden uit de Meteosat waarnemingen van de middag en middernacht temperatuur berekend.

    Hoewel de intuitieve gedachte kan zijn dat het dagelijks gemiddelde van de oppervlakte temperatuur zou moeten worden afgeleid uit de minimum en maximum waarden, is deze gedachte toch onjuist. De hierboven beschreven Fourier analyse laat zien dat de gemiddelde temperatuur (en de verdamping) moet worden bepaald uit het gemiddelde van de middag en middernacht temperaturen. Immers bij het middelen van deze twee temerpaturen cancelled de eerste harmonsiche, terrwijl de tweede harmonische al klein is. Evenzeer volgt de thermische traagheid uit het verschil van deze middag- en middernachttemepratuur.

    Middag en middernacht stralingstemperatuur beelden zijn bestaande tussenproducten van onze automatische processinglijn. Deze zijn, mede opgrond van in vorige alinea gegeven achtergrond, gebruikt voor voor het bepalen van de trend in de stralingstemperatuur van het aardoppervlak in de periode 1982-2006.

    Tenslotte wil ik nogmaals vermelden dat dit de eerste keer is dat er een oppervlakte (skin) temperatuur data set is en dat deze niet te vergelijken is met temperaturen op waarnemingshoogte (meteo stations, 1.5 m) en in de troposfeer (NOAA-MSU, >800m). Een hogere temperatuur in de troposfeer en een lagere temperatuur van het aardoppervlak sluiten elkaar niet uit. Dan moet wel de warmteoverdracht zijn toegenomen, bijvoorbeeld door meer wind of meer verdamping (en dus ook meer neerslag). Dit laatste is in genoemde periode zeker het geval in de Sahel .

  35. Hans Custers

    @ Andries Rosema,

    De laatste keer dat ik het controleerde – gisterenavond – bleek de temperatuur van de atmosfeer op anderhalve meter de afkoeling van het oppervlak bijzonder snel te volgen. Nu kan ik me nog best voorstellen dat het gemiddelde temperatuurprofiel van de troposfeer wat verandert in een veranderend klimaat. Maar dat de extreme veranderingen aan het oppervlak die jij meent te vinden – tot 4 graden per decennium, volgens je website – niet te zien zijn in de atmosfeer is bijzonder onwaarschijnlijk.

    Bovendien beweer jij ook dat het oceaanoppervlak afkoelt en dat is wel degelijk direct in tegenspraak met alle andere gegevens die daarover beschikbaar zijn. Je dooddoener dat het één het ander niet uitsluit is in mijn ogen dan ook niet meer dan een goedkope manier om een echte discussie te ontlopen.

    En nu ik het over het ontlopen van de discussie heb: komt er nog een antwoord op de inhoudelijke kritiek van Bob Brand? Bijvoorbeeld deze? Dat lijkt me toch een belangrijk punt.

  36. Aangezien ca tweederde van de aarde bestaat uit oceaan en satellietenmetingen van de SST (sea surface temperatures) aangeven dat de temperatuur in alle oceaan bassins gestegen zijn over de satelliet periode verbaasd het mij dat hier geen enkele referentie naar gemaakt wordt in de publicatie van Rosema et. al.

    Deze SST’s zijn gebaseerd op microgolf metingen van de skin temperatuur (de bovenste 10um). De microgolf metingen zijn afkomstig van andere satellieten dan de IR metingen gebruikt in Rosema et. al. en zijn in tegenstelling tot IR metingen nauwelijks gevoelig voor wolken. Deze bevinding zijn hoogst relevant in relatie tot de publicatie van Rosema et. al., temeer omdat de onafhankelijke SST metingen lijnrecht tegenover hun conclusies lijken te staan. Een serieuze bespreking van deze discrepantie lijkt me zeer op zijn plaats. Of begrijp ik dat verkeerd?

  37. Een aantal meteorologische meetnetwerken (bijv. BSRN of SURFRAD e.d.) zijn naast de bekende temperatuurmeters ook uitgerust met pyrradiometers en pyrgeometers die o.a. de LW-IR emissie van het aardoppervlak meten. Maar in tegenstelling tot satellieten, die de metingen op 36.000km afstand doen, zijn de radiometers dicht bij het oppervlak geplaatst en hebben dus minder last van de atmosfeer.

    In de publicatie van Rosema et. al. wordt hierover niet gesproken en ik ben dan ook benieuwd of radiometingen de spectaculaire bevindingen van deze publicatie bevestigen.

  38. @ontspan

    Remko Scharroo heeft ooit gekeken naar alle microgolf radiometers op altimeter satellieten die brightness temperaturen (Tb) rond de waterdamp absorptie frequentie op 22 GHz meten, dwz, radiometers in de range 18 tot 37 GHz. Deze radiometers werden ooit als stabiele instrumenten verkocht, totdat uit de vergelijking kwam dat je uitvoerig moet calibreren en ook moest kijken naar calibratiegebieden om iets wijzer te worden over de verschillen tussen de instrumenten op verschillende platforms en verschillende frequenties. Lange termijn drift etc van dit soort radiometers is bekend, en het heeft enige invloed op de trends die we voor het zeeniveau schatten, omdat de padlengte gemeten door een altimeter afhankelijk is van de waterdampspanning in de vertikale kolom die je haalt uit een regressie analyse van de gemeten Tb’s. De radiometers die wij bekeken tussen 1993 en 2004 lieten geen afname in de Tb van 1 C/decade over de oceanen of de continenten zien,

    Ik verwacht eigenlijk niet een ander verhaal met IR metingen op 10 – 12 micron tussen de verschillende meteosats, is de calibratie uberhaupt wel gedaan? In het artikel staat dat er calibratiegegevens van de EUMETsat website gebruikt zijn, maar hoe verhouden de Meteosat Tb’s over de oceanen zich b.v. met onafhankelijke gegevens van andere radiometers (zoals die in het microgolf domein), en hoe verhouden deze Tb’s zich tussen de meteosats onderling? We hebben ook nog DMSP radiometers, kun je deze niet gebruiken?, Wellicht is er nog meer. Ik zag dit aspect niet terug in het paper en vroeg me af wat voor invloed dit heeft op de trends van Rosema. Bram Bregman wist me te vertellen dat “data van Eumetsat” geen garantie is voor gecalibreerde data. Wat moet je dan wel doen om het goed te doen?

    R. SCHARROO , J. L. LILLIBRIDGE , W. H. F. SMITH & E. J. O. SCHRAMA (2004) Cross-Calibration and Long-Term Monitoring of the Microwave Radiometers of ERS, TOPEX, GFO, Jason, and Envisat, Marine Geodesy, 27:1-2, 279-297, DOI: 10.1080/01490410490465265

  39. Als ik je verhaal goed begrijp, Ejo, dan zou de negatieve temp trend wel eens een herhaling van het bekende UAH verhaal kunnen worden?

    Ik zou wel eens willen weten wat Eumetsat zelf over de gebruikte data zegt. Vinden zij hun calibraties goed genoeg, niet alleen voor meteo doeleinden maar ook voor klimatologische doeleinden (wat hele andere eisen stelt aan de calibratie)?

  40. @ontspan : ik sluit helemaal niets uit na wat ik gezien heb

  41. Hans Custers

    Zo langzamerhand is het wel duidelijk dat diverse kritiekpunten, waaronder enkele zeer voor de hand liggende, onbeantwoord blijven. Blijkbaar zijn die kritiekpunten niet aan de orde gekomen tijdens de “peer review”. Dat maakt maar weer eens duidelijk, voor wie er nog aan twijfelde, wat die review bij E&E voorstelt: weinig tot niets. En dus is het simpele feit dat een artikel in E&E verschijnt al een goede reden om het met de nodige korrels zout te nemen. Welke serieuze klimaatwetenschapper wil nu met dit blad geassocieerd worden?

    Dat lijkt me de enig mogelijke conclusie van deze discussie.

  42. Interessante gedachtenlijn van Hans!

    Maar eh… er is in dit artikel geen vage grijze literatuur gebuikt (zoals door het IPCC in vorige rapporten), er is niet met de statistiek gerommeld (zoals door het IPCC in vorige rapporten), er staan geen tot wetenschap opgeblazen clubblad artikelen in (zoals in vorige rapporten van het IPCC), er wordt niets beweerd dat niet uit de data voortkomt (zoals door het IPCC in vorige rapporten), alle data zijn goed beschreven en voor iedereen beschikbaar (in tegenstelling tot bij het IPCC in vorige rapporten).

    Er is maar één conclusie mogelijk: E&E is een veel betere bron van wetenschap, de E&E peer-review is véél beter dan die van het IPCC, en verstandige wetenschappers zouden voor geen goud meer met het IPCC geassocieerd willen worden!

    Maar nu serieus.
    Er is in deze discussie veel goed onderbouwde kritiek geleverd. Zo hoort dat.
    Het is nadrukkelijk niet zo dat de reviewers die discussie al vóór het uitkomen van het artikel moeten voeren. Hun eigen opinie over het onderwerp mag er zelfs niet toe doen, want ze opereren anoniem. Hun kerntaak is te controleren of in het artikel op correcte wijze de wetenschappelijke methode gebruikt is, en of alle data van voldoende kwaliteit en controleerbaar zijn.

    Overigens valt te discussiëren over wat de precieze eisen zijn voor het werken met de wetenschappelijke methode. Rob trekt dat nogal breed en daar valt best wat voor te zeggen. Hij heeft zich hiermee in ieder geval gekandideerd als reviewer voor de volgende klimaatspecial van E&E!

  43. Hans Custers

    @ Theo Wolters,

    Bij mijn weten omvat de wetenschappelijke methode ook het toetsen van je bevindingen aan de al bestaande kennis. Sterker nog: daar begint het allemaal mee. De auteurs van dit artikel hebben dat glorieus aan hun laars gelapt en de reviewers hebben dat ruimhartig over het hoofd gezien. Exit E&E als serieus te nemen wetenschappelijk tijdschrift,in elk geval als het over klimaatwetenschap gaat.

  44. & Hans
    Er is zoals ik al zei te discussiëren over welk stuk van de toetsing gedaan moet worden door de reviewers (het vanzelfsprekende stuk) en wat door de discussie achteraf (dat waarover je van mening kunt verschillen).

    De pogingen van jou en Ernst om het artikel en het tijdschrift in een zo kwalijk mogelijk daglicht te stellen komen niet erg oprecht en wetenschappelijk over.
    Zoals ik al duidelijk maakte kun je op die manier het IPCC overigens veel harder afserveren.
    Jammer voor het niveau van de discussie.

  45. Lees hier mijn reactie in het RD wat eerder vermeldde dat er een niet bestaande afkoeling van 1 graad per 10 jaar is. http://www.refdag.nl/opinie/er_is_wel_degelijk_sprake_van_opwarming_van_de_aarde_1_766474?localLinksEnabled=false

  46. Theo Wolters, peer review is niet perfect en er komt helaas vaker een artikel door van deze kwaliteit, maar desondanks is het duidelijk dat dit artikel nooit in een wetenschappelijke tijdschrift zou moeten worden gedrukt. (En daar het in E&E gedrukt werd, zou je kunnen zeggen dat dat ook niet gebeurt is.) Een bespreking van de stand der wetenschap en het laten zien hoe een nieuw stuk werk daarin past hoort erbij. Wat hier besproken werd moet voor een reviewer direct duidelijk zijn en veel meer want iedereen hier is amateur op het gebied van dit artikel.

    Het is niet erg als er af en toe een slecht artikel gedrukt wordt, maar op het moment dat de wetenschappelijke literatuur niet meer te onderscheiden is van jouw blog climategate.nl, wordt wetenschappelijke vooruitgang heel erg moeilijk. Als je niet meer weet welke informatie betrouwbaar is en de meeste artikelen die je leest achteraf onzin zijn, verspil je een hoop tijd.

    Voor een dik rapport als het IPCC rapport ben ik verrast hoe weinig fouten er in staan. Noch belangrijker en in contrast tot het besproken artikel deze fouten hebben geen invloed op de belangrijkste conclusies.

  47. Beste Theo Wolters,

    Ik sluit mij geheel aan bij wat Victor Venema al zegt, en de referees van E&E hadden tijdens een professionele ‘peer-review’ álle vragen die hierboven aan de orde zijn gekomen, al moeten stellen.

    Sterker: ze hadden veel méér vragen moeten stellen en daar bevredigende antwoorden op dienen te krijgen voordat ze een dergelijke publicatie gaan plaatsen. Bevredigende antwoorden zijn er hierboven in elk geval niet gekomen – alleen uitweidingen van Andries Rosema over hun “.. dag tot dag routinematige verwerking“, die in dit artikel helemaal niet benut zijn!

    Hier wreekt zich dat E&E het onderzoek niet heeft voorgelegd aan échte experts op het gebied van thermal infrared radiation in planetaire atmosferen, en op het gebied van radiometers, de calibratie voor klimatologische tijdreeksen etc. Serieuze referees van publicaties werken soms méér dan een jaar met de auteurs – en dikwijls blijken dan de uiteindelijke bevindingen totaal anders uit te pakken dan oorspronkelijk gedacht. Het vereist wél de bereidwilligheid van de auteurs om skeptisch te zijn jegens de eigen aannames.

    Vervolgens wordt zoiets via een persbericht verspreid als: ‘DE temperatuur is gedaald’? En maar liefst met méér dan een graad per decennium? Een wetenschappelijke bijdrage is het niet geworden.

  48. @Bob, Victor
    Ik ga een flink stuk mee in jullie kritiek.

    Overigens zijn er m.i. legio publicaties, ook in tijdschriften van het niveau van Nature, die minstens zo mank gaan aan gebrek aan kritische review, en een stuk minder zuiver zijn in hun onderbouwing dan dat van Andries.

    Het blijft niet erg wetenschappelijk om een artikel zoveel mogelijk af te branden door het tijdschrift waarin het verschijnt in een kwaad daglicht te stellen. Jij (Bob) concentreerde je op de feiten en toonde je daarmee een wetenschapper van het soort dat Arthur Rörsch en Peter Ziegler graag als reviewer hadden gehad.

  49. Hans Custers

    @ Theo,

    Als een “wetenschappelijk” tijdschrift de artikelen zo opzichtig enkel en alleen selecteert op basis van hun conclusie, zoals E&E doet en zoals de hoofdredacteur ook wel eens heeft toegegeven, dan heeft is dat tijdschrift totaal ongeloofwaardig. En dat geldt ook voor de artikelen, al valt natuurlijk nooit helemaal uit te sluiten dat er per ongeluk eens eentje in staat dat wel enige kwaliteit heeft.

    Het lijkt met volstrekt duidelijk dat serieuze klimaatwetenschappers niets met E&E te maken willen hebben. Omdat het er alle schijn van heeft dat E&E niet tot doel heeft de wetenschap vooruit te helpen, maar er uitsluitend op uit is om publicaties die een bepaald (politiek) doel dienen een zekere mate van (onterechte) wetenschappelijke geloofwaardigheid te geven.

    En deze discussie heeft dat beeld weer eens bevestigd.

  50. @Hans
    Dat is de conclusie die jij heel graag wilt trekken, dat is inmiddels wel duidelijk. Dat staat je vrij.

    Het is je wellicht ontgaan dat er veel sceptische wetenschappers al jaren op dezelfde gronden leidende tijdschriften als Nature beschouwen als strikt eenzijdig, dat de artikelen erin beslist geselecteerd worden op onderschrijving van de AGW hypothese, en dat de peer review ervan regelmatig steken laat vallen.
    Toch zullen zij niet stellen dat een artikel ongeloofwaardig is puur omdat het in Nature staat.

  51. Hans Custers

    @ Theo,

    De mening van klimaatsceptici over de serieuze wetenschappelijke literatuur is me bekend. Het is me ook bekend dat sceptici er niet of nauwelijks in slagen om met voorbeelden van kwalitatief hoogstaande klimaatsceptische artikelen te komen die ten onrechte door gereputeerde wetenschappelijke tijdschriften zijn afgewezen. Ik kan daarom weinig met dit karakteristieke Calimero-gedrag met de bijbehorende complottheorieën.

  52. Theo Wolters | september 7, 2013 om 02:29 |

    “Maar eh… er is in dit artikel geen vage grijze literatuur gebuikt (zoals door het IPCC in vorige rapporten), ( – ) er staan geen tot wetenschap opgeblazen clubblad artikelen in (zoals in vorige rapporten van het IPCC),”

    Hou hier nou toch eens mee op Wolters!

    Ik neem aan dat je hier mede doelt op een kwestie die in de klimaatsceptische wereld en de rechtse pers in 2010 rondging onder de uiteraard denigrerend bedoelde noemer ” Scriptie student blijkt basis klimaatrapport’;

    Het ging hierbij om een werkstuk van geografiestudent en aspirant berggids Dario A. Schwörer die in zijn afstudeerscriptie “Bergführer und Klimaänderung. Eine Untersuchung im Berninagebiet über mögliche Auswirkungen einer Klimaänderung auf den Bergführerberuf”, zijn toekomstige collega’s van de Bergsteigerschule in Pontresina interviewde over de veranderingen die zij in hun werkgebied, het hooggebergte waarnemen.

    Deze kwestie heb ik onder de kopjes Glaciergate 2 en Hetze uitgebreid besproken in mijn artikel ‘Klimaatsceptici slaan op hol’ van 2 februari 2010;

    http://www.zeeburgnieuws.nl/nieuws/kv_gletsjers_smelten_002.html

    mijn argumentatie kwam er op neer dat het juist goed was dat het IPCC zich bij het vaststellen van de staat van sneeuw en ijs in het hooggebergte wendde tot die specialisten die technisch in staat waren daar fysiek te komen en de staat van het gletsjerijs met eigen ogen kunnen aanschouwen;

    de kwestie, breed uitgemolken in de Telegraaf, Elsevier en allerlei andere ondeskundige media en broddelrubrieken, schoot bij mij ook nog eens extra in het verkeerde keelgat omdat Dario Schwörer’s mentor Paul Nigg, directeur van de Bergsteigerschule Pontresina mij persoonlijk bekend is als een bijzonder integer mens en bovenal ter zake deskundig, hetgeen moge blijken uit zijn auteurschap van de” Gebietsführer Bergell”

    http://www.amazon.com/Bergell-Gebietsf%C3%BChrer-Paul-Nigg/dp/376333405X

    waar kun je dus beter te rade gaan?

    nogmaals, hou eens op met die ongefundeerde verdachtmakingen van het IPCC.

  53. Beste Martin van Etten,

    Helemaal mee eens! En dank je voor de additionele informatie, dit wist ik nog niet.

    Het vervelende van de twee afleidingsmanoeuvres (‘red herrings’) die Theo Wolters hierboven tracht te introduceren, is dat ze allebei off-topic zijn:

    1 – verhaaltjes over de ‘o zo verschrikkelijke en fundamentele problemen’ doordat er in Werkgroep II (!) van IPCC 2007 hier-en-daar gebruik is gemaakt van praktijkervaringen, en dus van ‘grijze literatuur’;

    2 – verhaaltjes over ‘Nature’.

    Beide zijn irrelevant omdat ze niets met de ‘afkoeling met 1 graad per decennium’ van Rosema uit te staan hebben. Het zijn pogingen om de aandacht af te leiden zodat Theo een vast riedeltje verhaaltjes over Werkgroep II uit 2007 kan gaan copy-and-pasten.

    Indien jullie daarover verder willen praten, dan s.v.p. in de Open Discussie. Hierbij een kapstokje.🙂

  54. Ik hoop nog steeds dat Andries Rosema de moeite wil nemen om op basis van zijn onderzoek de overeenkomsten/verschillen wil bespreken tussen zijn resultaten en:
    – de SST microgolfmetingen
    – de grondgebaseerde IR metingen
    – mogelijke lange termijn biassen in de Eumetsat data

    Een goede bespreking van deze onderwerpen lijken me van hoge relevantie voor het acceptatieproces van de publicatie van Rosema. Zoals de zaken er nu voor staan is Rosema et. al. een extreme outlier en dat behoeft verdere uitleg.

  55. Beste Hans Custers

    Je zegt:
    ‘”Het lijkt me volstrekt duidelijk dat serieuze klimaatwetenschappers niets met E&E te maken willen hebben. Omdat het er alle schijn van heeft dat E&E niet tot doel heeft de wetenschap vooruit te helpen, maar er uitsluitend op uit is om publicaties die een bepaald (politiek) doel dienen een zekere mate van (onterechte) wetenschappelijke geloofwaardigheid te geven.”””

    Je zou dan juist in dit tijdschrift moeten publiceren. Dan kun je een echte peer review verwachten en niet commentaar van aan consensus lijdende collega’s.

    Eigenlijk zouden sceptici in AGW bladen als Nature moeten publiceren en mainstreamers in meer sceptische bladen. Dat zal de wetenschap meer vooruit helpen dan het gezellig allemaal met elkaar eens zitten zijn.

    Kortom laat er ook meer discussie zijn in de wetenschappelijke literatuur, net zoals in de blogosfeer.

  56. @ Jan Zuidema,

    Serieuze wetenschappelijk bladen beoordelen artikelen op de kwaliteit van het onderzoek. E&E beoordeelt het enkel en alleen op de uitkomst. Daar zit het verschil. En daarom heeft publicatie in E&E voor een serieuze wetenschapper geen waarde.

    Of, anders gezegd, serieuze wetenschappers proberen gewoon kwalitatief goed werk te leveren en dat te publiceren een bladen die iets betekenen, die zich bewezen hebben. Dat geeft namelijk status.

    Dat een blad als Nature artikelen zou weren omdat ze klimaatsceptisch zijn is een fabeltje waarvoor ik nog geen enkel bewijs heb gezien. Ja, ze wijzen artikelen van klimaatsceptici af, maar ze wijzen sowieso het grootste deel van de aangeboden artikelen af. Alleen het beste werk wordt geplaatst. Ik herhaal het nog eens: ik heb nog nooit maar één voorbeeld van een klimaatsceptisch top-artikel gezien dat onterecht is afgewezen door een gezaghebbend blad.

  57. Echte peer review is review door experts op het gebied. Bij E&E krijg je review door ideologen op het gebied. Dan krijg je geen inhoudelijke review en dus ook nutteloze review.

  58. Beste Marco

    Heb je het wel eens geprobeerd? Of is dit ook een ideologisch bepaald standpunt?

  59. Beste Jan Zuidema,

    Uit de bovenstaande discussie blijkt zonneklaar dat Rosema’s paper NIET door deskundigen op het gebied van stralingstransport in planetaire atmosferen en/of TIR waarnemingen vanuit satellieten is gereviewed.

    Ook Theo Wolters geeft dat toe.

    Echte wetenschappelijke journals (zoals Nature maar ook vele andere) sturen ieder potentieel paper naar drie onafhankelijke erkende experts – specialisten op het specifieke vakgebied. Deze blijven anoniem, zodat zij in staat zijn om onbekommerd en zo scherp mogelijk het onderzoek te reviewen. Deze referees zijn NIET geassocieerd met het journal, maar zijn onafhankelijk.

    De editor anonimiseert de commentaren en de vragen van de referees. In een aantal rondes wordt het paper verbeterd en en gewijzigd, of worden de vragen van de referees naar tevredenheid beantwoordt. Bij ‘moeilijke’ publicaties kan dat een proces zijn dat méér dan een jaar in beslag neemt, en soms leidt het tot een complete ‘rewrite’ omdat de referees wijzen op fundamentele tekortkomingen in het onderzoek.

    Pas nadat de referees unaniem zijn dat alle essentiële vragen volledig zijn opgehelderd, wordt er gepubliceerd. Soms is het 2 tegen 1, waarbij één referee bezwaren blijft houden. In dat geval zal de editor de knoop door moeten hakken.

    Hier kan je de commentaren lezen van Roger Pielke jr, Ralph Keeling en Gavin Schmidt op E&E:

    Schmidt and Keeling are not alone in their criticisms. Roger Pielke Jr, a professor of environmental studies at the University of Colorado, said he regrets publishing a paper in the journal in 2000 – one year after it was established and before he had time to realise that it was about to become a fringe platform for climate sceptics. “[E&E] has published a number of low-quality papers, and the editor’s political agenda has clearly undermined the legitimacy of the outlet,” Pielke says. “If I had a time machine I’d go back and submit our paper elsewhere.”

    http://www.theguardian.com/environment/2011/feb/25/real-climate-libel-threat

    Andries Rosema had er m.i. beter aan gedaan om zijn werk bij een serieus journal aan te bieden – een aantal zijn hierboven al genoemd. Dat betekent vervolgens heel hard werken en *serieus* openstaan voor skepticisme – échte scepsis, door wetenschappelijk experts. Er zijn er vele die hem hadden kunnen helpen, bij IMAU, de TUD, in Wageningen of de astrofysici in Amsterdam of Nijmegen.

  60. @Bob Brand

    Ik weet niet waar je vandaan haalt dat ik je kritiek op het peer review proces bij deze E&E special deel. Dit is wat ik erover geschreven heb:

    … Verder doet de toon van het gastblog geen recht aan de aanhoudende verwoede pogingen van Arthur Rörsch, met Peter Ziegler de gasteditor van deze E&E special, en tevens organisator van het symposium in Rijsoord dat aangehaald wordt, om een gelijkwaardige bijdrage van de mainstream wetenschap te realiseren. Deze bijdrage was er uiteindelijk wel, maar beperkt. Slechts enkele mainstream wetenschappers waren bereid de artikelen te reviewen, en alleen Rob van Dorland was bereid om in Rijsoord een presentatie te geven.

    … Dat heeft niet voorkomen dat er een zeer intensieve periode van peer reviewing is geweest voor het uitkomen van deze klimaatspecial van E&E, en de meeste artikelen op aanwijzing van de reviewers ingrijpend aangepast zijn. Sceptici zijn namelijk ook naar elkaar toe uiterst kritisch.

    … Het is nadrukkelijk niet zo dat de reviewers die discussie al vóór het uitkomen van het artikel moeten voeren. Hun eigen opinie over het onderwerp mag er zelfs niet toe doen, want ze opereren anoniem. Hun kerntaak is te controleren of in het artikel op correcte wijze de wetenschappelijke methode gebruikt is, en of alle data van voldoende kwaliteit en controleerbaar zijn.

    … Overigens valt te discussiëren over wat de precieze eisen zijn voor het werken met de wetenschappelijke methode. Bob trekt dat nogal breed en daar valt best wat voor te zeggen. Hij heeft zich hiermee in ieder geval gekandideerd als reviewer voor de volgende klimaatspecial van E&E!

    … Er is zoals ik al zei te discussiëren over welk stuk van de toetsing gedaan moet worden door de reviewers (het vanzelfsprekende stuk) en wat door de discussie achteraf (dat waarover je van mening kunt verschillen).

    .. Overigens zijn er m.i. legio publicaties, ook in tijdschriften van het niveau van Nature, die minstens zo mank gaan aan gebrek aan kritische review, en een stuk minder zuiver zijn in hun onderbouwing dan dat van Andries.

    Tot slot: waar Marco zijn mening over het peer review proces van E&E op baseert is mij niet duidelijk.

  61. Beste Theo,

    Hierboven heb je zelf gezegd:

    Er is in deze discussie veel goed onderbouwde kritiek geleverd. Zo hoort dat. […] Hun kerntaak is te controleren of in het artikel op correcte wijze de wetenschappelijke methode gebruikt is, en of alle data van voldoende kwaliteit en controleerbaar zijn.

    En vervolgens heb je geprobeerd om mij te werven als referee: “Hij heeft zich hiermee in ieder geval gekandideerd als reviewer voor de volgende klimaatspecial van E&E!

    Welke andere conclusie kan men daaruit trekken, dan dat deze goed onderbouwde kritiek ontbrak tijdens de ‘peer review’ in E&E? Welke reden zou er anders zijn, om mij een ‘job offer’ te doen? (Wat ik overigens beleefd maar dankbaar zal afwijzen. ;))

    Weer wat later, in antwoord op de kritiek van Victor Venema en van mij, zeg je:

    @Bob, Victor
    Ik ga een flink stuk mee in jullie kritiek.

    [..]

    Jij (Bob) concentreerde je op de feiten en toonde je daarmee een wetenschapper van het soort dat Arthur Rörsch en Peter Ziegler graag als reviewer hadden gehad.

    Juist. Dus blijkbaar HADDEN Rörsch en Ziegler graag van ‘dat soort’ reviewers GEHAD. Maar die hadden zij dus blijkbaar niet, een logische gevolgtrekking die onontkoombaar uit je eigen woorden volgt.

  62. @ Bob,

    Ik ga een stuk mee in jullie kritiek op de conclusies van het artikel van Rozema. Niet op jullie kritiek op de review bij deze E&E special.

    > Welke andere conclusie kan men daaruit trekken, dan dat deze goed onderbouwde kritiek ontbrak tijdens de ‘peer review’ in E&E?

    Nee dat kun je er niet uit concluderen. Er zijn wel degelijk mainstream reviewers geweest bij deze E&E special, zoals ik al schreef, en de sceptische reviewers waren zeker niet gekozen op hun uitgesproken standpunt.
    Helaas is een evenredige vertegenwoordiging niet gelukt, hoewel dat beslist de bedoeling was, zowel bij de E&E special review als bij de sprekers en deelnemers van het Rijsoord symposium.
    Aan de organisatoren Rörsch en Ziegler heeft dat in ieder geval niet gelegen, die waren er erg teleurgesteld over.

    > Welke reden zou er anders zijn, om mij een ‘job offer’ te doen?

    Jouw visie op de taak van een reviewer ging verder dan de mijne, maar daar vond ik wel wat voor te zeggen. In ieder geval had je er goed over nagedacht. En je inhoudelijke reactie op het artikel leek me goed onderbouwd (ik ben overigens niet voldoende ingevoerd om dat te beoordelen).
    Dus leek je me een geschikte review kandidaat voor een volgende E&E klimaatspecial.

    > (Wat ik overigens beleefd maar dankbaar zal afwijzen.😉 )

    Jammer.
    Zo blijft de klimaatdiscussie beperkt tot uit de heup schieten.

  63. @ Theo,

    Wie meewerkt aan E&E erkent daarmee impliciet het bestaansrecht van een blad dat ondermaatse wetenschap publiceert, enkel en alleen omdat de uitkomst ervan aansluit bij bepaalde politieke of maatschappelijke ideeën en/of economische belangen. Ik waag te betwijfelen of er ook maar één zichzelf respecterende wetenschapper te vinden is die daartoe bereid is. En ik vind het volledig terecht dat Bob daar geen zin in heeft.

    Dat jij er anders over denkt is me duidelijk. Maar je zou de weigering van iemand om het klimaatsceptische spelletje mee te spelen op zijn minst kunnen respecteren, in plaats van het meteen tegen hem te gebruiken, zoals jij hierboven doet. In mij ogen getuigt dat ook niet bepaald van een constructieve houding.

  64. Theo (en Jan), mijn mening komt op basis van de in E&E verschenen artikelen. Rosema’s artikel is maar een kleine blip in dat geheel, maar wel één die duidelijk het ideologische probleem laat zien: *elke* peer reviewer die een *expert* op het gebied van temperatuurmetingen is, zou Rosema et al hebben gevraagd om op zijn allerminst duidelijk te maken dat de resultaten in zeer grote tegenspraak zijn met diverse andere onafhankelijke metingen, dat EUMETSAT *niet* is gemaakt voor het meten van een klimaatsignaal, en dat er dus een gerede mogelijkheid is dat de resultaten niet kloppen. Er is in Rosema et al echter geen enkele discussie over die mogelijkheid, ondanks de eerdere ervaringen met diverse satellietproducten: op korte termijn (dagelijks, wekelijks) prima, op lange termijn een drift die een signaal geeft die niet klopt. Ik laat de fout die Spencer & Christy maakten maar even achterwege als mogelijkheid.

    Ernst-Georg Beck’s artikel over CO2 concentraties in de atmosfeer is een ander goed voorbeeld, maar al weer wat langer geleden. Daarin wordt de discussie herhaald die Guy Callendar zo’n zestig jaar geleden al had (alsook Keeling), en die in de wetenschappelijke literatuur al zo’n 40 jaar geleden in feite is gestopt omdat de argumenten van de types-Beck waren weerlegd. Zo is er geen enkel bekend mechanisme dat de CO2 concentraties in de atmosfeer wild laten fluctueren zodat er in zo’n 10 jaar 80 ppm bijkomt, en vervolgens in 10 jaar weer 80 ppm afgaat, en dat die fluctuaties stoppen op het moment dat men gaat meten op Mauna Loa en diverse andere plaatsen in de wereld in gebieden waar de bijdrage van vegetatie minimaal is (iets dat Beck volledig links laat liggen in zijn discussie, ondanks dat Callendar en Keeling dat bediscussiëren als een probleem bij veel van de oudere metingen). Ook hier geen enkele discussie over dat feit.

    Er zijn nog veel meer vergelijkbare voorbeelden te noemen, maar ik ga echt niet elk artikel reviewen voor E&E. Het is al lastig genoeg om in de normale wetenschappelijke literatuur de onzin tegen te houden.

  65. Hans Custers, E&E is inderdaad uit op “erkenning”. Als iemand Rosema et al had afgewezen vanwege de afwezigheid van een verklaring voor de discrepantie tussen alle andere metingen en hun meting, dan had E&E dat natuurlijk nooit geaccepteerd. En dat symposium, dat is zo ongeveer evolutionisten uitnodigen bij een creationisme symposium. Je wéét als evolutionist dat je het publiek niet zult kunnen overtuigen, want dat publiek komt specifiek omdat het een creationisten symposium is. Ofwel, waste of time.

  66. Beste Theo,

    Ik sluit me geheel aan bij Marco.

    Er is een *essentieel* aspect dat je blijkbaar ontgaat. Hierboven hebben we herhaaldelijk geconstateerd dat:

    Echte wetenschappelijke journals (zoals Nature maar ook vele andere) sturen ieder potentieel paper naar drie onafhankelijke erkende experts – specialisten op het specifieke vakgebied. Deze blijven anoniem, zodat zij in staat zijn om onbekommerd en zo scherp mogelijk het onderzoek te reviewen. Deze referees zijn NIET geassocieerd met het journal, maar zijn onafhankelijk.

    Ik ben geen specialist op het gebied van stralingstransport door planetaire atmosferen, en al evenmin in thermisch infrarood-metingen vanuit satellieten. En je moet een onderzoek laten referee-en door de experts op DAT specifieke terrein – dus bijvoorbeeld door de bovengenoemde Michel LeGrand, sommige onderzoekers bij IMAU en andere experts (bijv. bij NOAA de onderzoekers die met MODIS werken).

    Ondanks dat niemand hier een expert is in die specifieke vakgebieden, stuiterden de niet-onderzochte factoren werkelijk van de tafel af. De respons om mij als ‘reviewer’ te vragen is dus gewoon verkeerd.

    Een juiste respons zou zijn om de ‘policies’ van E&E zodanig bij te stellen dat ELK paper door ERKENDE EXTERNE experts in het betreffende specialisme ge-refereed wordt (liefst drie, en anoniem). Als dan twee of drie referees publicatie uiteindelijk afraden, wordt er niet gepubliceerd. Op die manier kan je aan een serieus kwalitatief journal werken: wetenschap in plaats van ideologie.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s