Reacties op Pascal Bruckner

Hieronder twee reacties op het interview met Pascal Bruckner in Trouw van afgelopen zaterdag.

Eerst een gastbijdrage van Michel van Delft.

De Franse denker Pascal Bruckner vindt dat we het advies van het IPCC moeten opvolgen en werken aan het decarboniseren van onze economieën (Trouw, 19 oktober). Hij heeft gelijk maar komt wat wonderlijk tot deze conclusie.

Bruckner kent zijn natuurwetten als hij zegt dat opwarming een feit is, dat de oceanen tijdelijk verkoelen en dat de zeespiegel en temperatuur meer zullen stijgen dan gedacht. De wetenschap is zelfs verder dan hij beseft. De extra broeikasgassen komen echt van ons af. Dat leidt tot opwarming en extremer weer. Om maar een voorbeeld te noemen.

In het interview gebruikt Bruckner het wereldbeeld van de Kerk, de Communisten, de Bankier en het Kwaad. En de Groenen die overal tegen zijn. We zien het vast allemaal terug in het zelfportret waar hij aan werkt. Hopelijk gaat hij dan ook in op een paar vragen, die hij oproept.

Want waarom beperkt hij onze verantwoordelijkheid tot onze kleinkinderen en niet bijvoorbeeld hun kinderen? Over honderd jaar zijn we allemaal dood, stelt hij terecht, maar is dat dan het moment voor le déluge? En waarom gaat Bruckner in op de kans dat het meevalt, zonder aan de kans te denken dat het tegenvalt? En misschien een typisch Nederlandse vraag, maar bij de Deltawerken hanteren we een kans dat het mis gaat van 1 op de 10.000 jaar. Waarom ligt de lat als het om klimaat gaat op fifty-fifty?

Stuk voor stuk vragen waar een denker zijn tanden in kan zetten.


Dit opiniestuk van Ben Lankamp, meteoroloog bij Weerplaza, verscheen vandaag in Trouw.

De Franse filosoof Pascal Bruckner spreekt zich uit over klimaat en klimaatverandering, in Trouw van zaterdag 19 oktober. Daarbij laat hij echter flinke steken vallen, die zijn verdere betoog tamelijk ongeloofwaardig maken.

Hij denkt dat voorspellingen die worden gedaan door de klimaatwetenschap, mede op basis van modellen, erg onzeker zijn. Dat vindt hij een brevet van onvermogen van klimatologen: van een voorspelling zou zo eigenlijk helemaal geen sprake zijn.

Bruckner heeft gelijk dat de prognoses (projecties) van de klimaatwetenschap voor de toekomst, samengevat in het laatste IPCC-rapport, op lange termijn met grote marges zijn omkleed. Er zijn meerdere bronnen voor deze onzekerheden. De belangrijkste is wel dat niemand weet hoeveel broeikasgassen de mensheid deze eeuw gaat uitstoten. Die onzekerheid is de klimatologen niet aan te rekenen. Klimatologen mogen wel aangesproken worden op het begrijpen van natuurlijke variaties en op de kwaliteit van de modellen.

Voor de menselijke uitstoot zijn scenario’s opgesteld Als we niets aan onze uitstoot doen, ligt de temperatuurstijging tegen 2100 tussen 2,6 en 4,8 graden. Maar als de uitstoot in de komende 30 jaar drastisch wordt ingeperkt, kan de stijging veel lager uitvallen: tussen 0,3 en 1,7 graden. De grote marges die Bruckner noemt voor temperatuurstijging, kortom, liggen aan het onvoorspelbare gedrag van mensen, niet aan wetenschappelijke onzekerheid.

De tweede steek die Pascal Bruckner laat vallen, is de bewering dat er in de afgelopen vijf jaar een stagnatie in de temperatuurstijging is. Allereerst valt dat niet vast te stellen: vijf jaar is veel te kort om een trend in de mondiale temperatuur te kunnen bepalen. Maar het blikveld is ook wel erg beperkt als alleen de luchttemperatuur wordt uitgelicht, terwijl er ook talrijke andere indicatoren van klimaatverandering zijn.

Opwarming oceanen

De hoeveelheid energie die rondgaat in het klimaatsysteem neemt, zonder onderbreking, al decennialang toe. In de afgelopen 15 jaar is daarbij vooral meer energie in de opwarming van oceanen en de afsmelt van land- en zeeijs gaan zitten, en minder in de stijging van de luchttemperatuur. De oorzaken daarvan worden nog onvoldoende begrepen, maar worden wel verder onderzocht. Van stagnatie in de opwarming (= energie-ophoping) van het klimaat is in elk geval geen sprake.

Uit de rest van het betoog van Bruckner blijkt dat er veel omwegen nodig zijn, om zijn redenering staande te houden. Hij doorloopt daarbij enkele bekende ontkenningsfasen. Zo is er eerst zogenaamd eigenlijk geen probleem, vervolgens ontkent hij dat de menselijke uitstoot van broeikasgassen de voornaamste veroorzaker is. Later wordt de realiteit wonderlijk toch geaccepteerd, maar volgt weer een defaitistische houding: het probleem kán niet worden opgelost of het is simpelweg al te laat.

Verstoppertje spelen

Dat het klimaatprobleem en mogelijke oplossingen in geen geval baat hebben bij overdrijving en catastrofisme, zoals Bruckner betoogt, kan ik onderschrijven. Maar niemand heeft baat bij ontkenning en verstoppertje spelen achter onzekerheden. Dat leidt ertoe dat mensen inderdaad van ontkenning naar onverschilligheid stappen, zonder de haalbare middenweg te overwegen die nog zeker openligt.

11 Reacties op “Reacties op Pascal Bruckner

  1. De vraag is wat een filosoof kan bijdragen aan de klimaatproblematiek.
    Het begint met het al dan niet accepteren van de IPCC-bevindingen.
    Voor een filosoof is het simpel: hij dient die bevindingen te accepteren omdat het in zeer ruime mate buiten het eigen vakgebied ligt.
    Meer dan één regel had de weergave van het interview niet hoeven zijn.

  2. Beste Boels,

    Het is onjuist om te beweren dat filosofen ‘niets bij kunnen dragen’ aan ‘de klimaatproblematiek’. Vooral degenen die zich verdiepen in wetenschapsfilosofie: empirische methodologie, epistemologie etc. leveren een belangrijke bijdrage. En ook als het gaat over vragen rond sociale rechtvaardigheid, ethiek en veranderingsbereidheid.

    Wat het interview met Bruckner betreft: ik ben er niet van onder de indruk doordat het vol staat met stropop-redeneringen en onjuistheden. Het lijkt vooral een ‘tribale uiting’ waar Bruckner wil onderstrepen tot welke politieke vleugel hij behoort – en niet te vergeten: hij heeft een boek te verkopen, ook al is het uit 2011. Overigens is hij wél zo rationeel en dusdanig ecologisch bevlogen, dat hij zegt:

    We moeten het advies van het klimaatpanel opvolgen en werken aan het decarboniseren van onze economieën. Maar tegelijk zouden we door de thermische inertie moeten weten dat we bescheiden moeten zijn in onze ambities.

    Qua argumentatie gaat het hier mis: de ‘thermische inertie’ dwingt er toe om tijdig te gaan werken aan het decarboniseren als je wil dat het effect sorteert. Er is nóg een heel belangrijke ‘inertie’: de traagheid van technologische en economische veranderingen. Het duurt decennia voordat maatregelen vruchten afwerpen.

    Nog zoiets: het klimaatpanel geeft geen adviezen, geen enkele. Hun opdracht, verstrekt door 190 regeringen, luidt:

    .. to assess on a comprehensive, objective, open and transparent basis the scientific, technical and socio-economic information relevant to understanding the scientific basis of risk of human-induced climate change, its potential impacts and options for adaptation and mitigation. IPCC reports should be neutral with respect to policy, although they may need to deal objectively with scientific, technical and socio-economic factors relevant to the application of particular policies.

    Welke ‘policy’ daaruit volgt is aan maatschappij en politiek en wordt onder meer in het UNFCCC besproken. De ambitie vanuit de politiek ís al ‘bescheiden’, namelijk om de ergste uitwassen van klimaat-verandering te voorkomen: de +2 °C grens van het Kopenhagen-akkoord.

  3. Hans Custers

    Ik ben geneigd te zeggen dat het hele idee van de filosofie nou net is dat de beoefenaren ervan zich bezig kunnen houden met alle zaken die er toe doen. Dus daar zit wat mij betreft het probleem absoluut niet. Je zou alleen aan nemen dat denkers enigszins doordacht te werk gaan. Dat houdt bijvoorbeeld in dat ze zich verdiepen in de materie, dat ze zich bewust zijn van hun eigen beperkingen en dat ze serieus proberen om verschillende opvattingen over een onderwerp te begrijpen. Op al die punten scoort Bruckner een dikke onvoldoende. Het lijkt er op dat denker Bruckner is vergeten om eerst eens goed te observeren, voor hij aan het denken is geslagen. Het gevolg is dat zijn denksels vooral gaan over zijn eigen hersenspinsels en in mindere mate over de echte-mensen-wereld.

  4. Om te laten zien dat het ook anders kan, hier twee filosofische stukjes die juist heel scherp het debat waarnemen:

    Scepsis: Ook voor twijfel heb je redenen nodig (op basis van stuk van Boudewijn de Bruin)


    Hoe sceptisch zijn sceptici nu eigenlijk?
    (op basis van stuk van Rob Wijnberg)

  5. De fundamentele filosofische vraag is of een toekomstige, rijkere, generatie een vorige armere generatie iets kan verwijten als zij gebruik maakt van de low hanging fruits om de heersende armoede te verminderen.

    Verwijten wij de generatie van 1900 dat zij kolen stookte? Verwijten wij de generatie van 1750 dat zij turf stak? Verwijten wij de generatie van 1000 dat zij alle oerbos in Europa gerooid heeft? Nee want het alternatief was grotere armoede en kortere levensverwachting.

    CO2 beperkende maatregelen leiden er direct toe dat nu welvaart minder snel stijgt, en voor de allerarmsten direct hogere brandstof- en voedselprijzen tot resultaat heeft.

  6. Hans Custers

    @ Hans Erren,

    Wie iemand anders wel of niet wat kan verwijten is wel het allerlaatste wat me interesseert. Volgens mij is dat nou net een van de denkfouten die veel zogenaamde sceptici maken: dat de discussie over het klimaat om een schuldvraag zou draaien. Dat is niet het geval. Het zou om een rationele afweging van risico’s moeten gaan.

  7. Hans Custers

    En dan zwijg ik nog over de drogreden dat ons gebruik van fossiele brandstoffen ook maar iets te maken zou hebben de “low hanging fruits om de heersende armoede te verminderen.”

  8. Beste Hans Erren,

    Dat is geen filosofische maar een economische vraag. CO2-beperkende maatregelen in het Westen gaan niet ten koste van de welvaart, en al helemáál niet ten koste van de allerarmsten in de wereld. Exact het tegendeel is het geval:

    1) doordat er minder fossiele brandstoffen in het Westen gebruikt worden bespaart de EU een belangrijk deel van de ieder jaar opnieuw 500 miljard euro die zij uitgeeft aan import van fossiele brandstoffen;

    2) door een afname van de vraag in het Westen, is er juist méér beschikbaar voor de allerarmste landen en betalen zij daar ook een lagere prijs voor, zoals dat nu al met steenkool gebeurt. Het is een enorme besparing voor de allerarmsten, ieder jaar opnieuw!

    3) de economische en ecologische schade als gevolg van extreme klimaatverandering is dusdanig groot, dat het voorkomen hiervan een enorme contante waarde vertegenwoordigt. Zo is bijv. het voortbestaan van de visserij in het geding, waar wereldwijd > 500 miljoen mensen van moeten leven:

    Een warme en zure toekomst?

    Daarnaast gaat het bijvoorbeeld over het opgeven van de rivierdelta’s van Bangladesh, waar nu > 140 miljoen mensen leven, de alleramsten ter wereld. Indien de landbouwgebieden en de mensen die daar wonen opgegeven moeten worden, is het enige alternatief om deze 140 miljoen mensen elders in Azië en Europa op te gaan vangen. Dat is echter nog maar een miniem onderdeeltje van de schade: hoe sneller de zeespiegel stijgt, hoe eerder ook het westen van Nederland opgegeven moet worden.

    Enkele honderden jaren later de randstad van Nederland opgeven, door het voorkomen van extreme klimaatverandering, vertegenwoordigt een contante waarde (nu!) van triljarden euro’s. Er is een enorme hoeveelheid infrastructuur, grond en onroerend goed die ermee gemoeid is. Uiteraard zijn deze rekensommen al gemaakt, bijvoorbeeld:

    The Stern Review
    William Nordhaus, conservatieve top-econoom van Yale University
    Richard Tol in het Financieel Dagblad

    Ik citeer Richard Tol:

    Klimaatbeleid is een klassiek beslissingsprobleem met asymmetrische onzekerheid. Als het meevalt, valt het een beetje mee. Als het tegenvalt, valt het zwaar tegen. Grotere onzekerheid legt meer gewicht op de risico’s. Beleid moet versterkt worden.

    Precies.🙂

  9. Hoe belangrijk iemand vindt om iets aan klimaatverandering te doen hangt m.i. van meerdere factoren af, maar in de basis is het een ethische afweging zou ik zeggen. Zelfs alss je het in puur economische termen probeert te vatten ligt daar een ethische afweging aan ten grondslag: Hoe belangrijk vind je de toekomst t.o.v. het heden? (de discount rate)

    Het belang wat sommige “skeptici” ineens lijken te hechten aan de armen vd wereld vind ik niet altijd even geloofwaardig in het licht van de politieke ideologie die er vaak achter steekt (“ikke, ikke, ikke”). Zoals Andrew Adams eens schreef:

    Hmm, I can never remember whether AGW is a huge plot to enrich developing countries by redistributing the wealth of us in the West, or a huge plot to impoverish developing countries by denying them access to affordable electricity.

    Bovendien is het enigszins alarmistisch om te beweren dat serieuze mitigatie per definitie tot grootschalige armoede zou leiden.

    Het ironische er aan is juist dat de gevolgen van klimaatverandering vooral armen zullen treffen, nu en in de toekomst. En de traagheid die in het klimaatsysteem zit ingebakken: Om de opwarming over pak ‘m beet 40 jaar af te buigen moeten we nu beginnen met emissiereducties. Met name de armen, nu en in de toekomst, zullen ons dankbaar zijn.

  10. Beste Bert Amesz,

    Die studie ken ik. Er zitten vele haken en ogen aan, bijvoorbeeld of het spelen van een ‘game’ met als beloning het plaatsen van een advertentie (!) wel gelijk staat aan het voorkomen van catastrofale economische en ecologische rampspoed:

    The donated money was invested in a climate change advertising campaign and was thus a simulated investment in climate protection.

    De opzet van deze studie zegt daardoor alleen iets over de bereidheid van de deelnemers om kans te maken op een (iets) grotere gemeenschappelijke financiële winst vs. behoud van de eigen financiële investering.

    Een heel ander punt is dat dergelijke beslissingen in werkelijkheid niet door individuen genomen worden, maar door het collectief. Aan individuele burgers wordt bijvoorbeeld niet de vraag voorgelegd:

    – of zij wel of geen zin hebben om belasting te betalen;
    – of zij wel of niet het risico van > 120 km/u rijden nemen;
    – of zij wel of niet een ziektekostenverzekering willen.

    Dat zijn beslissingen die op collectief niveau tot stand komen en waarbij ieder individu moet voldoen aan collectief genomen besluiten: ‘The needs of the many outweigh the needs of the few’, zoals een beroemd filosoof ooit zei.😉

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s