Toekomstige CO2-concentraties

Gastblog van Guido van der Werf

.Met simpel doortrekken van de ontwikkelingen van de laatste 15 jaar komen we dicht in de buurt van het hoogste IPCC scenario wat CO2 uitstoot betreft, het zogenaamde RCP8.5 scenario.
.Onzekerheden in hoeverre het land en oceanen CO2 blijven opnemen zijn belangrijk en vormen een van de grote onzekerheden wat toekomstige klimaatverandering betreft.
.­­•Ongeveer een kwart van de forcering van het RCP8.5 scenario zit in niet-CO2 factoren waarin met name methaan een belangrijke rol speelt.
.­­•Zelfs als je deze niet-CO2 factoren buiten beschouwing laat kom je met lage waardes van klimaatgevoeligheid rond of boven de 2 graden opwarming in 2100 uit. Het meenemen van deze factoren of hogere klimaatgevoeligheden leveren uiteraard meer opwarming op, en vice versa.

Om toekomstige klimaatverandering te berekenen zijn grofweg 4 factoren van belang: klimaatgevoeligheid, de netto klimaatforcering, de benodigde tijd om een nieuw evenwicht te bereiken, en natuurlijke factoren. De klimaatgevoeligheid heeft de laatste weken veel aandacht gekregen, met name vanwege een rapport van Nic Lewis en Marcel Crok waar een lagere klimaatgevoeligheid uit kwam dan de 1.5-4.5 graden opwarming per CO2 verdubbeling van het laatste IPCC rapport.

Dit blogbericht gaat over de klimaatforcering en dan met name over de toekomstige uitstoot en atmosferische concentratie van CO2. Met behulp van 8 grafieken laat ik zien wat voor factoren belangrijk zijn en wat de toekomstige CO2 concentratie zou kunnen zijn bij ‘business as usual’, oftewel bij geen mitigatie. Naast CO2 zijn er uiteraard ook andere factoren van belang inclusief emissies van methaan (CH4) en lachgas (N2O) maar die laat ik hier grotendeels buiten beschouwing.

Allereerst gaan we naar de metingen van de laatste pakweg 50 jaar kijken (de eerste drie grafieken) en daarna naar de toekomst (grafiek 4 tot en met 8). De data die ik gebruikt heb is van het Global Carbon Project. De twee belangrijkste bronnen van toename van CO2 zijn verbranding van fossiele brandstoffen en ontbossing. Emissies van ontbossing zijn behoorlijk onzeker maar waarschijnlijk afgenomen de laatste decennia, zie onderstaande Figuur 1. Tegelijkertijd zijn emissies van fossiele brandstoffen toegenomen door zowel bevolkingsgroei als groei van de welvaart. Deze getallen zijn redelijk goed bekend.

Figuur 1. CO2 emissies door verbranding van fossiele brandstoffen en ontbossing, uitgedrukt in equivalente aantal deeltjes per miljoen (parts per million, ppm) van de CO2 concentratie in de atmosfeer.

Als deze emissies de enige factor in de zogenaamde koolstofcyclus zouden zijn dan zou je verwachten dat de toename in de atmosfeer gelijk is aan de emissies. Figuur 2 laat zien dat dit niet zo is! Deze atmosferische metingen zijn de best bekende factor in de koolstofcyclus en er vallen meteen twee dingen op. Allereerst is er veel variatie van jaar tot jaar in de toename van CO2, en ten tweede is de toename in de atmosfeer kleiner dan de emissies (vergelijk de waardes op de verticale assen om dit in te zien).

Figuur 2. Jaarlijkse toename van CO2 concentratie in de atmosfeer. Deze is lager en meer variabel dan de antropogene uitstoot. Dit komt door CO2 opname van de oceanen en het land en door natuurlijke variaties in de jaarlijkse balans tussen natuurlijke CO2 opname en uitstoot.

In de jaren 80 en 90 werd hier veel onderzoek naar gedaan en hier komt de term ‘missing sink’ vandaan. Men zag dat een gedeelte van de emissies niet in de atmosfeer bleef maar ergens anders naar toe gaat. Tegenwoordig weten we met enige zekerheid dat ongeveer de helft van onze emissies door de oceanen en het land wordt opgenomen, in ongeveer gelijke delen (allebei een kwart dus). Op zich is dit niet verwonderlijk. Planten groeien in principe beter bij hogere CO2 concentraties en het oceaanwater zal meer CO2 opnemen op het moment dat de concentratie in de lucht hoger is dan in het water. Dit laatste zorgt er wel voor dat de oceanen zuurder worden.

Op het land spelen ook nog andere processen mee zoals hogere stikstofconcentraties in de lucht, herstel van voorheen gekapt bos op met name gematigde breedtegraden, en hogere temperaturen in boreale gebieden. Al deze factoren bevorderen de plantengroei waardoor een gedeelte van onze uitstoot weer opgenomen wordt. De processen zijn goed bekend, maar we weten nog steeds niet goed waar precies op het land de meeste koolstof wordt opgenomen. Hoogstwaarschijnlijk nemen de bossen het grootste gedeelte van deze opname voor hun rekening maar de mate waarin noordelijke versus tropische bossen van belang zijn is nog een twistpunt.

We begrijpen dus grotendeels waarom niet al onze emissies in de atmosfeer blijven, maar waarom varieert de toename in de atmosfeer nu zo sterk? Niemand kan die vraag precies beantwoorden maar we kunnen veel leren door te kijken in welke jaren er relatief veel dan wel weinig van onze emissies in de atmosfeer blijven (Figuur 3).

Figuur 3. Verhouding tussen jaarlijkse toename in de atmosfeer en emissies van CO2, oftewel de fractie van onze emissies die in de atmosfeer blijft, de zogenaamde airborne fraction. Deze is in het algemeen laag in koude jaren (La Niña of vulkanen) en hoog in warme jaren (El Niño).

Wat je ziet in Figuur 3 is dat jaren met een hoge airborne fraction in het algemeen El Niño jaren zijn waarin het relatief warm en droog is in met name de tropen. Jaren met een relatief lage airborne fraction zijn meestal La Niña jaren of jaren van of na grote vulkaanuitbarstingen, beide zorgend voor relatief koude omstandigheden. De laatste jaren hadden in het algemeen een La Nina karakter en mede hierdoor steeg de CO2 concentratie in de atmosfeer niet zo hard als je zou verwachten op basis van de snelle groei in uitstoot, hoogstwaarschijnlijk is dat dus een tijdelijk effect.

Om deze fluctuaties beter te begrijpen moeten we de natuurlijke koolstofcyclus bij dit verhaal betrekken. We hebben tot nu toe alleen gekeken naar de menselijke uitstoot van CO2 maar de natuurlijke fluxen van CO2 zijn veel groter, ongeveer een factor 10 voor zowel het land als de oceanen. Het grote verschil met menselijke uitstoot is uiteraard dat de natuurlijke CO2 bronnen worden gecompenseerd door CO2 opname, zodat er netto geen uitstoot is. Maar je kan je meteen voorstellen dat een kleine onbalans in de natuurlijke uitstoot en opname de variatie van jaar tot jaar die we in Figuren 2 en 3 zagen goed kan verklaren.

Maar waarom dan? Er zijn een aantal hypotheses en waarschijnlijk spelen ze allemaal een rol, maar helaas is het nog niet duidelijk hoe groot die rol precies is. Ik geef twee voorbeelden.

Tijdens een vulkaanuitbarsting komen er veel aerosolen (stofdeeltjes) hoog in de atmosfeer. Omdat deze het licht verstrooien zorgen aerosolen ervoor dat het zonlicht veel diffuser wordt waardoor niet alleen de bladeren hoog in de boom profiteren van het zonlicht, maar ook bladeren lager in de boom. Dit verhoogt de natuurlijke opname van CO2. Tegelijkertijd is het relatief koud waardoor verrotting van plantenmateriaal langzamer gaat. Dit verlaagt de natuurlijke uitstoot. Beide factoren zorgen er dus voor dat de airborne fraction tijdens jaren met of na grote vulkaanuitbarstingen laag is.

Het tweede voorbeeld gaat over mijn eigen werk. Tijdens het extreem sterke El Niño jaar 1997-1998 was het droge seizoen in Indonesië erg intens. Net daarvoor was een enorm groot veengebied ontgonnen en gedraineerd. Tijdens het droge seizoen werd dit in brand gezet en zo kwamen grote hoeveelheden CO2 in de atmosfeer. Wij kwantificeren dit soort emissies en zien dat deze mede de hoge piek in 1998 kunnen verklaren.

——————————————–

Maar nu, de toekomst. De scenario’s die in het IPCC gebruikt worden heten Representative Concentration Pathways (RCP) en Nederlandse wetenschappers van o.a. het PBL hebben hier actief aan bijgedragen. Er zijn er 4 scenario’s ontwikkeld en het RCP8.5 is het scenario met de hoogste emissies en concentraties. De 8.5 staat voor 8.5 Watt per vierkante meter, de forcering die we in 2100 zullen bereiken als dat scenario uitkomt. Vaak wordt dit het ‘business as usual’ scenario genoemd omdat de andere drie scenario’s van een meer of mindere mate van mitigatie uitgaan en dus lager uitkomen.

Er liggen enorm veel aannames ten grondslag aan de RCP scenario’s, hier versimpelen we alles en gaan we er van uit dat de trends van de afgelopen 15 jaar door te trekken zijn naar de toekomst. Figuur 4 laat zien hoe de emissies van fossiele brandstoffen dan doorstijgen en verdriedubbelen in 2100 ten opzichte van nu. Emissies van ontbossing nemen af en zouden dan verwaarloosbaar zijn over 20 jaar. Dat betekent overigens niet dat er geen ontbossing meer zou zijn, maar dat er lokaal een balans gevonden kan zijn tussen ontbossing en herbebossing. Bij beide trends kan je uiteraard vraagtekens zetten maar het gaat er hier vooral om wat er zou kunnen gebeuren als we doorgaan op de huidige weg.

Figuur 4. Menselijke emissies gebaseerd op metingen (tot aan 2012) en geëxtrapoleerd door de trend van de laatste 15 jaren door te trekken tot aan het jaar 2100.

We zagen eerder al dat niet al deze emissies in de atmosfeer blijven, ongeveer 55% wordt door de oceanen en het land opgenomen. Echter, het is onbekend of dit in de toekomst in dezelfde mate doorgaat. Daarom laat ik twee scenario’s zien, eentje waarin het land en de oceanen ongeveer 55% van onze uitstoot blijven opnemen zoals ze nu doen (de blauwe lijn in Figuur 5) en eentje waarin de –niet statistisch significante- trend van de laatste 50 jaar doorzet en zelfs steiler wordt. Dit betekent overigens niet dat de opname opeens ophoudt, de absolute hoeveelheid CO2 die wordt opgenomen blijft grofweg constant in dit geval. Aangezien de emissies toenemen neemt dan wel de relatieve opname af. Met andere woorden, de airborne fraction neemt toe, zie de rode lijn in Figuur 3. Dit wordt een koolstof – klimaat terugkoppeling genoemd.

Figuur 5. De fractie van de antropogene emissies die in de atmosfeer blijft. Tot aan 2012 op basis van metingen, daarna gebaseerd op twee scenario’s. 1) Geen terugkoppeling geeft aan dat er geen zogenaamde “klimaat-koolstof terugkoppeling” is, oftewel dat de oceanen en land eenzelfde fractie van onze emissies zullen opnemen. 2) Wel terugkoppeling betekent dat het land en de oceanen weliswaar een gedeelte van onze uitstoot blijven opnemen, maar dat de opname capaciteit geen gelijke tred houdt met de uitstoot.

Hier wil ik wat langer bij stilstaan. Niemand weet precies wat de airborne fraction zal doen in de toekomst, en de twee scenario’s zijn vooral bedoeld om aan te geven waarom de klimaat-koolstof terugkoppeling belangrijk is. Modelresultaten liggen ver uit elkaar hoewel ze allemaal hoger dan de blauwe lijn in Figuur 5 zitten, en soms zelfs boven de rode lijn. Ikzelf zou mijn geld ook liever op de rode lijn dan op de blauwe lijn zetten. De reden is simpel: het effect van de factoren die nu voor opname zorgen is niet lineair door te trekken naar de toekomst. Neem CO2 fertilisatie bijvoorbeeld. Tuinders pompen CO2 in de kassen zodat planten sneller groeien. Maar op een gegeven moment maakt extra CO2 niet zo heel veel meer uit o.a. omdat het effect verzadigd of omdat andere factoren limiterend worden. Bomen groeien niet tot aan de hemel. Ook neemt de opname capaciteit van de oceanen af met toenemende concentratie en met toenemende temperatuur.

Daarnaast worden de getallen ook erg groot. Rond 2100 zouden we met ‘business as usual’ rond de 30 Pg (1015 gram) koolstof per jaar uitstoot zitten. Dit staat gelijk aan de 14 ppm CO2 equivalent van Figuur 4. Als de natuur nog steeds ongeveer 55% van onze uitstoot zou opnemen zoals ze nu doet dan betekent dit dat er elke 4 jaar een hoeveelheid CO2 wordt opgenomen gelijk aan de totale biomassa in de Amazone!

Via emissies en airborne fraction gaan we uiteindelijk naar concentraties, zie Figuur 6. Dit is niks meer of minder dan het product van emissies en airborne fraction. Met de aannames die we hier hebben gedaan komen we rond de 800 ppm CO2 zonder klimaat-koolstof terugkoppeling of 1000 ppm met terugkoppeling. Uiteraard zijn deze getallen afhankelijk van een aantal dingen, met name van de trend in fossiele brandstofuitstoot. In dit voorbeeld ben ik van de trend over de laatste 15 jaar uitgegaan, als je langer terug in de tijd gaat is de trend lager (zie Figuur 1) en komen er dus ook lagere concentraties uit. Maar de verschillen zijn niet heel groot, als we bijvoorbeeld de trend van de laatste 30 in plaats van de laatste 15 jaar doortrekken komen we 50 ppm lager uit in 2100.

Figuur 6. Atmosferische CO2 concentratie, het product van onze uitstoot (Figuur 4) en de fractie die in de atmosfeer blijft (Figuur 5). Ook deze grafiek laat weer zien wat de rol van koolstof-klimaat terugkoppelingen zijn.

Als laatste moeten we deze simpele exercitie vergelijken met de RCP scenario’s, en wellicht is het goed om nu niet meer naar concentraties maar naar forcering te kijken zodat we op het einde van deze post ook nog wat over temperatuurveranderingen kunnen zeggen. We beperken ons hier tot de forcering van CO2. Wij kwamen tussen de 800 en 1000 ppm CO2 uit in 2100, de daarbij behorende forcering is tussen de 5.6 en 6.8 Watt per vierkante meter, zie Figuur 7. Merk op dat de toename in forcering redelijk vlak is terwijl de concentratie steeds steiler gaat lopen (Figuur 6), dit komt door verzadiging in een gedeelte van de golflengtes waarin CO2 infrarode straling absorbeert.

Het hoogste RCP scenario (RCP8.5) zit rond het jaar 2100 op 6.5 Watt per vierkante meter voor CO2, iets onder ons scenario met klimaat-koolstof terugkoppeling. In dat RCP scenario zitten trouwens de klimaat-koolstof terugkoppelingen ook ingebouwd, het grootste verschil is dat in het RCP8.5 scenario de toename van CO2 uitstoot in het begin harder gaat dan in ons voorbeeld maar op het einde wat afvlakt. De andere RCP scenario’s gaan van mitigatie uit en komen, afhankelijk van de ontwikkelingen in uitstoot lager uit.

Figuur 7. Forcering van CO2 op basis van de CO2 concentraties van Figuur 6 (blauwe stippellijn is geen terugkoppeling, rode wel terugkoppeling), inclusief de CO2 forceringen van de 4 RCP scenario’s.

In het RCP8.5 scenario neemt CO2 dus ongeveer driekwart van de forcering voor zijn rekening. In dat scenario speelt methaan ook een belangrijke rol met bijna een verdriedubbeling van de uitstoot. In mijn exercitie keek ik alleen naar CO2, en die “CO2 only” klimaatforcering (5.6 of 6.7 W/m2) is natuurlijk lager dan de totale forcering (in RCP8.5 is die 8.5 W/m2). Verder is het noemenswaardig te vermelden dat dit scenario uitgaat van een “arme” wereld waarin de wereldbevolking relatief snel groeit en er weinig technologische vooruitgang is, wat o.a. de mogelijkheden tot emissie reductie beperkt. Gemiddeld zouden we dan met 12 miljard mensen op 10 ton CO2 per persoon zitten. Dit is gelijk aan wat de gemiddelde Rus of Nederlander nu uitstoot. De gemiddelde Chinees zit op ongeveer 7 ton CO2 per persoon per jaar.

Als allerlaatste is het uiteraard nog interessant om deze getallen te combineren met de getallen van klimaatgevoeligheid. Hierbij zijn twee dingen belangrijk:

1)     We berekenen hier alleen de effecten van antropogene klimaatverandering. Natuurlijke veranderingen zijn minder goed te voorspellen maar in het algemeen wordt aangenomen dat deze uitmiddelen over meerdere decennia.

2)     Er zijn twee “types” klimaatgevoeligheid: overgangs en evenwicht. Het aardsysteem heeft tijd nodig om in evenwicht te komen, met name vanwege de hoge warmtecapaciteit van de oceanen. Vergelijk het met een badkamer. Op het moment dat je koud water in het bad hebt en de verwarming aan zet, zal de lucht in de badkamer weliswaar snel opwarmen maar het badwater heeft tijd nodig om evenwicht te bereiken. De overgangsklimaatgevoeligheid is dus altijd lager dan de evenwichtsklimaatgevoeligheid.

Figuur 8. Verandering in temperatuur op basis van forcering en klimaatgevoeligheid. Alle waardes zijn ten opzichte van pre-industrieel. De waardes van klimaatgevoeligheid van het IPCC en het rapport van Lewis & Crok staan bovenin de grafiek voor zowel overgangs- als evenwichts klimaatgevoeligheid. De stippen geven de “beste” schatting aan, de pijlen de onzekerheid. Het IPCC geeft geen beste schatting meer in hun laatste rapport. Veranderingen beneden de 2 graden zijn blauw gekleurd, rond de 2 graden wit, en hoger dan 2 graden rood, zie de kleurenschaal aan de rechterkant.

Het leuke van deze exercitie is dat iedereen nu grofweg kan bepalen wat de verandering in temperatuur wordt met de informatie die we nu voorhanden hebben. We hebben gezien dat de forcering bij ‘business as usual’ dicht in de buurt kan komen van 6.5 W/m2 voor CO2 alleen en richting 8.5 W/m2 gaat als we andere factoren meenemen. Laten we voor het gemak het gemiddelde van die 2 nemen, dan komen we op 7.5 W/m2. Zoek die waarde op de verticale as en dan kan je, op basis van de verschillende mogelijke waardes van klimaatgevoeligheid, naar rechts gaan om de verandering in temperatuur te berekenen.

Met de beste schatting van Lewis en Crok kom je dan iets boven de 2 graden uit in 2100 (overgangs klimaatgevoeligheid) en hoger na verloop van tijd (evenwichts gevoeligheid). Mocht klimaatgevoeligheid lager uitvallen en / of mochten we onze uitstoot kunnen indammen dan kom je lager uit, en vice versa. Dat is de laatste boodschap in dit lange blogbericht: uiteraard zitten hier veel onzekerheden in, zowel in de waardes voor klimaatgevoeligheid als in de emissie schattingen als in de klimaat – koolstof terugkoppeling. Het is belangrijk om in te zien dat deze onzekerheden beide kanten opgaan.

Dr. Guido van der Werf is als onderzoeker verbonden aan de Faculteit der Aard- en Levenswetenschappen van de Vrije Universiteit Amsterdam. Zijn focus ligt op daarbij op de koolstofcyclus en de interactie met het klimaatsysteem.

Naschrift: enkele links met additionele info.
– De Potsdam Institute Climate Impact Research RCP scenario data pagina.
– Posts op Klimaatverandering over de klimaatgevoeligheid.
– Grafiek met de vergelijking van de RCP CO2 concentraties en Mauna Loa meetdata.
Peters et al (2013) over metingen van de CO2 emissies, met deze informatieve grafiek.
– Een beginners handleiding voor de RCP scenario’s op SkepticalScience.
Info van het Planbureau voor de Leefomgeving over de RCP scenario’s.

104 Reacties op “Toekomstige CO2-concentraties

  1. Dag Guido,

    Veel dank voor het mooie blogstuk!

    Bij het bekijken van figuur 6 valt op dat jouw ‘wel terugkoppeling’ CO2-concentratie in 2100 rond de 1000 ppm uit zou komen. Dat is iets hoger dan RCP 8.5 dat dan op 900 ppm zit.

    De aannames die je hanteert betekenen dat rond 2100 de emissies 30 GtC/j zouden bedragen. Ook dat is een fractie hoger dan waar RCP8.5 op komt:

    Mijn vraag: is er nog een afhankelijkheid qua emissies aan CH4 en N2O etc. (die hierbij komen) van deze CO2-concentraties rond 2100? M.a.w. is het aannemelijk dat een hogere CO2-concentratie dan invloed heeft op de omvang van sources/sinks van methaan? Zo ja, welke invloed?

  2. Dag Guido,

    Heel nuttig artikel. Massabalansen zijn goed voor de communicatie!

    Kun je een plaatje in cartoonvorm toevoegen met de CO2-stromen van en naar de compartimenten atmosfeer, oceanen, biosfeer en vanuit de bron de verbruikte fossiele brandstoffen.
    Jouw plaatje 2 kan dan beter worden begrepen.
    Mij valt op dat de seizoensinvloeden op Mauno Loa gemeten wel heel regelmatig zijn wat betreft CO2-concentratie.

  3. Hoi Pieter,

    Op de IPCC WG1 AR5 webpagina’s kun je allerlei images vinden: http://www.climatechange2013.org/report/reports-graphic/ch6-graphics/
    Hieronder een schematische weergave van de koolstofcyclus (AR5 figuur 6.1, klik voor de hoge resolutie versie).

  4. Guido van der Werf

    Dag Bob – ja, in het RCP 8.5 scenario’s vlakt de groei uiteindelijk gelukkig af, ik neem aan grotendeels doordat de bevolkingsgroei minder wordt in de loop van de tijd.

    Een van de bronnen van methaan zijn fossiele brandstoffen, en dan niet zozeer emissies uit de schoorsteen maar gaslekken etc. Dus bij hogere fossiele brandstofemissies verwacht je ook hogere methaan emissies, zeker als gas een belangrijkere rol gaat spelen als fossiele brandstof (denk aan schaliegas).

    Maar ik vind de groei van methaan in RCP8.5 wel erg hoog en ik ga nog even op zoek welke aannames daaraan ten grondslag liggen. Ik neem trouwens aan dat jij doelde op: meer CO2 -> hogere temperatuur -> minder permafrost -> meer “natuurlijke” methaanuitstoot uit veengebieden? Ook daar moet ik even naar zoeken of dat al in de emissies zit, ik denk het niet trouwens. Uiteraard nog een andere ‘wildcard’.

    N2O is een ander verhaal, verreweg de belangrijkste bron hierin is (kunst)mest. Met een groeiende wereldbevolking en (bij hogere welvaart) meer consumptie van dierlijke eiwitten zullen emissies daarvan toenemen.

  5. Guido van der Werf

    Peter – bedankt voor je opmerking. In navolging van Jos’ suggestie is deze ook nuttig voor alleen de netto fluxen. Ik zal deze invoegen in een volgende versie.

    Wat de seizoensgang op Mauna Loa betreft, die wordt voor 99% bepaald door natuurlijke fluxen en hoewel die van jaar tot jaar wat variëren is die variatie heel klein ten opzichte van de totale flux. Je moet naar anomalien gaan kijken om er informatie uit te halen, en dan zie je op zich leuke dingen. Bijvoorbeeld dat de amplitude groter wordt, zeker in de jaren 90. Je kan dit o.a. verklaren met het “harder ademen” van de biosfeer door langer groeiseizoen in het noorden.

  6. Pingback: Hoe lang gaat de CO2-opname nog door? « De staat van het klimaat

  7. Guido — thanks!

    Tot dusver zit de CO2-concentratie, zoals gemeten op Mauna Loa, exact op de lijn van RCP8.5:


    De emissies van CO2 zitten een fractie boven RCP8.5, zie Peters et al. 2012 in Nature:

    Carbon_Emissions_RCP-Scenarios

    Zoals Guido in figuur 3 al laat zien, ligt tijdens La Niña jaren de CO2 airborne fraction wat lager. Overigens zijn de cijfers van Peters 2012 niet meer het laatste nieuws, het PBL rapport noemt een “small increase in emissions of 1.1% in 2012” in tegenstelling tot de schattingen van Peters over dat jaar.

    In het corrigendum van PBL 2013 staan de laatste emissie-cijfers:

    2000-2012 gemiddelde groei van 2,7%
    2003-2012 gemiddelde groei van 2,9%

    Guido, welk groeipercentage heb je precies gebruikt voor figuur 4 en verder?

  8. Guido van der Werf

    Bob, de regressie over de laatste 15 jaar (1998 t/m 2012) komt uit op 234 Tg koolstof per jaar met de GCP getallen. Dat is 2.9% van het gemiddelde van die periode.

  9. Guido,
    Ter aanvulling om het te verduidelijken voor de lezer: de Global Carbon Project getallen die de 234 Tg C/jaar opleveren (=0.11 ppm CO2 per jaar) betreffen volgens mij de emissies door het verbranden van fossiele brandstoffen en de cement productie.
    Voor de geinteresseerde, de data zijn op deze site te vinden:
    http://cdiac.ornl.gov/GCP/

  10. Guido van der Werf

    Bedankt Jos – dat klopt. Uiteindelijk moeten we ervoor waken niet te veel naar de tienden van procenten te kijken maar naar het fundamentele verschil tussen de scenario’s, namelijk of het ons lukt om te mitigeren of niet. Wat dat betreft zijn de cijfers die Bob aanhaalde in ieder geval een heel klein beetje bemoedigend.Tegen de 10% groei van China was het onmogelijk opboksen maar als die inderdaad naar 3% is gegaan de laatste jaren dan ligt dat anders lijkt me.

  11. Hi Guido — blij dat ik je alarmistische projecties enigszins heb kunnen temperen.😉

    Helaas moet ik meteen weer olie op het vuur kieperen, want in figuur 4 neem je een lineaire toename aan van de emissies: met een vaste hoeveelheid van 0,86 GtCO2/j en dat is inderdaad 2,9% van de gemiddelde emissie/jaar over 1998..2012.

    Echter, dat is een vaste hoeveelheid CO2 per tijdseenheid en geen vaste groeivoet.

    In het geval van ‘groei’ is het doorgaans exponentieel, de 2,9% van het PBL is dan ook het jaar-op-jaar groeipercentage over 2003-2012. Net zoals de 1,1% van 2012 t.o.v. 2011.

    Met die 2,9% zijn we nog niet jarig want (1 + 0,029)^88 is een factor 12,4. De emissies rond 2100 zouden dan 12,4 x zo groot zijn als in 2012.

    (Voor de goede orde: lineair extrapoleren van de emissies is niet persé ‘fout’ of onjuist, maar de emissies zijn wel ruwweg exponentieel gestegen over de laatste decennia. En nee, ik denk niet dat die 2,9% vol te houden is tot 2100 maar het is wel het huidige jaar-op-jaar groeipercentage over 2003..2012).

  12. Guido van der Werf

    Dank je Bob – 2.9% groei per jaar zou inderdaad desastreus zijn, iedere 25 jaar een verdubbeling in emissies, auw. Dan doet klimaatgevoeligheid er echt niet meer toe.

    Over de periode waarin ik keek (1998-2013) is een lineaire trend ongeveer net zo goed als een exponentiële trend. Ikzelf ben niet zo’n fan van exponentiële functies doortrekken, vandaar dat ik het absolute getal gaf, of als percentage ten opzichte van een baseline. Maar feit blijft dat het het laatste decennium ontzettend hard is gegaan.

    En tja, er zijn vele gradaties van alarmisme🙂

  13. Hi Guido,

    .. iedere 25 jaar een verdubbeling in emissies, auw. Dan doet klimaatgevoeligheid er echt niet meer toe.

    Ja, die verdubbelingen in de CO2-emissies zijn er inderdaad:

    1959 2,45 GtC/j
    1976 4,86 GtC/j
    2012 9,67 GtC/j

    De eerste verdubbeling nam 17 jaar in beslag, de tweede 36 jaar. Het jaar-op-jaar groeitempo over 1976-2012 is ruim 1,9%.

    Echter, later is het groeitempo weer versneld naar de 2,9% over 2003-2012 (ofwel een verdubbeling iedere 25 jaar).

  14. Guido van der Werf

    Nog even voor de volledigheid de forceringenen van CO2, CH4 en N2O samen met de RCP scenario’s. CO2 zit relatief laag, CH4 in het midden, en N2O relatief hoog. Merk op dat hoge N2O concentraties ook schadelijk zijn voor de ozonlaag en de vooruitgang in het verminderen van CFK’s teniet kunnen doen.

    Dat CO2 laag zit is niet in tegenspraak met de hoge emissies, in het blogbericht probeerde ik juist te verduidelijken dat er op korte tijdschalen meerdere factoren spelen. De CO2 grafiek ziet er ook iets anders uit dan de eerdere grafiek van Bob omdat het mondiale gemiddelde iets lager is dan de metingen op Mauna Loa.

    [JH:Grafiek toegevoegd, klik voor hogere resolutie]

  15. Hi Guido,

    In figuur 3 is al te zien dat na 2006 de airborne fraction vrij laag is (veel La Niña’s).

    Het hangt m.i. ook wel af van de baseline: hoe je de metingen uitlijnt t.o.v. de RCP’s. Het jaar 2005 was toen het warmste jaar ‘on record’ en in je figuur 3 is zichtbaar dat de airborne fraction (concentratie) in dat jaar relatief hoog lag.

    In het geval de airborne fraction laag zou blijven (structureel minder El Niño’s?) dan boffen we. In dat geval is de blauwe stippellijn in figuur 6 en 7 van toepassing. Het lijkt me niet zo rationeel om daar bij voorbaat al van uit te gaan, niet dat jij dat doet natuurlijk.

  16. Hallo Guido,
    op 17 april gaf je extra informatie over verschillen over de seizoenen en ook tussen NH en SH.
    Dit herinnerde mij aan de ‘Pumphandle movie’ van NOAA.
    http://www.esrl.noaa.gov/gmd/ccgg/trends/history.html

    We zien hier een soort ratel aan het werk. De CO2-concentratie stijgt continu aan de Zuidpool. De aandrijving – het pompen- vind plaats op de NH (Northern Hemisphere).
    Als je de film vaker afdraait zie je grote plussen en minnen rond 1998 –> El Nino.
    Voor mij als leek is dit een overtuigende demonstratie van de onderliggende processen zoals besproken in jouw blogstuk.
    Door het 33-jarig beeld (1979 – 2012) heb ik nauwelijks behoefte aan nadere onderbouwing van de nauwkeurigheid en/of onzekerheid.
    Natuurlijk moet je dit wel begrijpen deeelproces.

    Vraag: kun je met dit instrument nog meer verklaren?

  17. Pingback: Uncertainty doesn’t imply nothing is known or nothing should be done

  18. Chris Schoneveld

    In figuur 2 kan je zien dat we de laatste 10 jaar zo rond de 2 ppm/jaar aan de atmosfeer hebben toegevoegd. (geen versnelling!). In zijn figuur 4 gaat Guido er van uit dat er een gestage toename (versnelling) is van het gebruik van fossiele brandstoffen tot 2100. En dat we tegen die tijd jaarlijks 14 ppm aan de atmosfeer toevoegen, dus hij gaat uit van een verbruik dat 7 maal hoger ligt dan nu. Dit is onzin want tegen die tijd zijn de meeste fossiele brandstoffen opgebruikt. De piek van het gebruik is geprojecteert rond het jaar 2030.

    Zie grafiek http://www.rmi.org/RFGraph-Fossil_fuels_global_production

    Een heel goed rapport is hier:

    http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC2781836/

    Tenslotte deze:
    http://www.forbes.com/2009/07/24/peak-oil-production-business-energy-nelder.html
    Ik citeer een paar opmerkingen:
    “The Paris-based International Energy Agency estimates that the world would need to add the equivalent of six new Saudi Arabias by 2030 in order to meet declining production and growing demand. Obviously, there aren’t another six Saudi Arabias waiting to be discovered, and unconventional liquid fuels simply cannot fill such a yawning gap.
    Natural gas is likewise expected to peak some time around 2010-2020, and coal around 2020-2030. Oil, natural gas and coal together provide 86% of the world’s primary energy.
    By the end of this century, nearly all of the economically recoverable fossil fuels will be gone. From now until then, what remains will be rationed by price. There will be shortages.”

    Waar Guido zijn onzinnige projecties in Figuur 4 vandaan heeft is mij een raadsel.

  19. Guido van der Werf

    Beste Chris,

    De reden dat de CO2 groeisnelheid geen gelijke tred houdt met de uitstoot de laatste pakweg 10 jaar is in figuur 3 weergegeven en beschreven in de tekst. Als je die argumentatie niet zou geloven: op het moment zitten we ruim boven de 3 ppm per jaar. Daarnaast is de uitstoot in 2100 niet 7 maal zo hoog als nu maar ongeveer 3 keer (zie figuur 4). En met kolen is dat makkelijk realiseerbaar, dat weet jij ook.

    Wellicht goed om de tekst (nog een keer) te lezen, daar staan bovengenoemde dingen gewoon in en ook waar de projecties van figuur 4 op gebaseerd zijn. En dan zie je ook waar de factor 7 die je noemt vandaan komt maar dat jouw interpretatie daarvan niet klopt.

    Of dat scenario -dat vergelijkbaar is met het IPCC RCP8.5 scenario- uitkomt is een ander verhaal. Ik denk net als jij dat dat niet gaat gebeuren.

    Groet,
    Guido

  20. Chris Schoneveld

    Guido, Je hebt helemaal gelijk wat figuur 4 betreft. Inderdaad geeft dat een 3 maal hogere uitstoot. Dit is absoluut in tegenspraak met alle verwachtingen zoals ik in mijn drie links heb aangetoond. De verwachting is dat in 2100 de uitstoot slechts een fractie is van de huidige uitstoot.

    In betwist dat de groeisnelheid van CO2 in de atmosfeer nu ruim boven 3 mm per jaar ligt want de laatste tien jaar in je grafiek (figuur2) geeft een gemiddlede waarde van 2.1 ppm/jaar zonder een duidelijke opgaande trend.

    Ook de trend van de airborn fractie in figuur 5 (zou het resultaat moeten zijn van de waarden van figuur 4 gedeeld door de waarden van figuur 2) is niet correct wat betreft de laatste tien jaar. Neem bijvoorbeeld het voorlaatste jaar: uitstoot 4.8 ppm, toename atmosfeer 1.75 dus fractie is 0.36. Twee jaar daarvoor: uitstoot 4.6 ppm en toename 1.7 ppm dus fractie is 0.37. De jaren daartussen rond de 0.5. Ik denk dat de blauwe lijn de meest realistische projectie is. Ik zou alle waarden uit die grafiek graag willen hebben om een reeele trendlijn te construeren voor de laatste 10 jaar.

    Maar laten we ruwweg aannemen dat huidige uitstoot voor rond 50% wordt opgenomen door plant en zee. Er is geen reden omdat percentage te verlagen. Maar zelfs als dat, zoals de rode lijn in figuur 5 aangeeft, tot 15% zou dalen dan zal de airborne fractie van 85% van de dan bijna afwezige uitstoot geen grote toename van het CO2 gehalte in lucht teweeg brengen.

    Wij verschillen dus substantieel van mening over de uitstoot in 2100. Jij zegt 3 maal meer dan nu, ik zeg (op grond van vele rapporten en mijn eigen ervaring in de olie industrie (ik ben exploratie geoloog) slechts een fractie van wat we nu uitstoten.

    Wil je mijn argumenten weerleggen dan moet je de cijfers in de drie links die ik gaf met goede argumenten betwisten

  21. Beste Chris Schoneveld,

    Zoals Guido al zegt, lees het bovenstaande blogstuk in zijn geheel. Wat je opmerkingen betreft:

    In figuur 2 kan je zien dat we de laatste 10 jaar zo rond de 2 ppm/jaar aan de atmosfeer hebben toegevoegd. (geen versnelling!)

    Over korte intervallen kan je natuurlijk geen versnellingen waarnemen, daartoe dien je over meerdere decennia te kijken. Het afgelopen jaar zette zelfs een nieuwe record-toename van 3,01 ppm:

    http://www.esrl.noaa.gov/gmd/ccgg/trends/global.html

    Guido heeft in Figuur 2 hierboven de gemeten jaarlijkse toename van de CO2-concentratie in een grafiek gezet en in Figuur 1 zie je de emissies. De jaarlijkse toename van de concentratie is versneld van ca. 0,8 ppm/jaar in de jaren 60 naar nu ruim méér dan 2 ppm/jaar (3,01 ppm/jaar over het El Niño jaar 2015).

    Er was sinds 1960 een ruwweg exponentiële groei van de CO2-emissies, zoals je in de Figuur 1 kan zien. Wat Guido vervolgens in Figuur 4 doet is juist eerder een onderschatting omdat hij alleen lineair de groei van de laatste 15 jaar doortrekt naar het jaar 2100.

    Als Guido echter de waargenomen verdubbelingen van de growth rate sinds 1960 door zou trekken:

    1959 2,45 GtC/j
    1976 4,86 GtC/j
    2012 9,67 GtC/j

    dan is de groeivoet inmiddels 2,9% over 2003-2012 (dus een verdubbeling elke 25 jaar). Als je DAT door zou trekken, dan kom je zelfs op emissies van:

    (1 + 0,029)^88 * de emissies in 2012 = 12,4 * 9,7 GtC/jaar = 120 GtC in het jaar 2100.

    Guido komt met zijn lineaire extrapolatie op ca. 3,5 maal de huidige emissies in 2100, dus ca. 35 GtC in 2100.

    Net als Guido denk ik niet dat de ruwweg exponentiële groei van de emissies — zoals die sinds ca. 1960 is waargenomen — onbeperkt naar de toekomst doorgetrokken kan worden. Maar de lineaire extrapolatie die Guido in het bovenstaande blogstuk vanaf Figuur 4 benut voor het vervolg van zijn berekening… is eerder een onderschatting van de tot dusver waargenomen ontwikkelingen dan een overschatting.

  22. @Chris Schoneveld

    “In figuur 2 kan je zien dat we de laatste 10 jaar zo rond de 2 ppm/jaar aan de atmosfeer hebben toegevoegd. (geen versnelling!).”
    “In betwist dat de groeisnelheid van CO2 in de atmosfeer nu ruim boven 3 mm per jaar ligt”
    Figuur 2 laat juist zien dat de jaarlijkse stijging van de CO2-concentratie toeneemt. Rond 1960 was het circa 0.8 ppm/jaar, nu is het meer dan 2 ppm/jaar. Dat is een versnelling. In 2015 was de toename zelfs meer dan 3 ppm, ik denk dat Guido daar op doelt: http://www.esrl.noaa.gov/gmd/ccgg/trends/global.html

    “Dit is onzin want tegen die tijd zijn de meeste fossiele brandstoffen opgebruikt.”
    “De piek van het gebruik is geprojecteert rond het jaar 2030.”
    Het IPCC AR5-WGIII rapport (tabel 7.2 blz 525) geeft aan dat de hoeveelheid winbare fossiele brandstoffen circa 8,500 – 13,500 gigaton bedraagt. Als circa 50% daarvan in de atmosfeer zou blijven, zeg 5000 gigaton, dan komt dat overeen met een toename van circa 2350 ppm CO2.
    http://report.mitigation2014.org/report/ipcc_wg3_ar5_chapter7.pdf
    Het plaatje in je eerste link geeft aan dat de geschatte productiepiek ergens rond 2030 ligt. Nieuwe technieken kunnen die piek wellicht wat verschuiven, denk aan de schalie-olie. Dat fossiele brandstoffen moeilijker winbaar worden, wil overigens niet zeggen dat de mensheid dan ook gewoon stopt met het winnen van de grondstoffen.

    “Ik denk dat de blauwe lijn de meest realistische projectie is.”
    “Maar laten we ruwweg aannemen dat huidige uitstoot voor rond 50% wordt opgenomen door plant en zee. Er is geen reden omdat percentage te verlagen.”
    Volgens jou is er dus geen koolstofcyclus terugkoppeling. Ten eerste zal de CO2-opname capaciteit van de oceanen afnemen door een stijgende temperatuur en een afnemende buffercapaciteit. Stel we gaan nog zo’n 2000 gigaton koolstof opstoken, circa 1/5 wat winbaar is, en net als nu zal de biosfeer circa 25% van al die koolstof opnemen. Dat is dan circa 500 gigaton koolstof, oftewel de huidige hoeveelheid planten en bomen zal dan ruwweg moeten verdubbelen. Dat schaar ik onder ‘erg onwaarschijnlijk’, of zoals Guido hier schrijft:
    “Bomen groeien niet tot aan de hemel.”

    Jij denkt dat we vanzelf stoppen met het gebruik van fossiele brandstoffen als die moeilijker winbaar worden. Nou, stel dat we ons in de toekomst in gaan houden en maar 1/5 zullen opstoken van wat nu winbaar is. Dan voegen we zeker nog zo’n 500 ppm CO2 aan de atmosfeer toe (en waarschijnlijk meer) en hebben we een wereld gecreëerd met een totaal ander klimaat en fors verzuurde oceanen.

  23. Beste Chris Schoneveld,

    Dan wat betreft het ‘pieken’ van het gebruik van fossiele brandstoffen: dat is nou juist een doelstelling van de INDC’s (de bijdragen aan emissiebeperking) van de individuele landen aan het Klimaatakkoord van Parijs. Het is juist een gevolg van klimaatbeleid.

    Er is immers een enorme hoeveelheid aan fossiele brandstoffen in winbare reserves (vooral steenkool, maar in principe ook onconventioneel olie en gas — ‘tar sands’ en shale — en bijvoorbeeld de methaanhydraten).

    In de EU zijn de CO2-emissies allang gepiekt (zo rond 2004) en dalen sinds die tijd gestaag — een gevolg van het beleid van de verschillende landen en van maatschappelijke ontwikkelingen, en NIET doordat de fossiele brandstoffen ‘op’ zouden zijn (integendeel).

    Ook de VS is zijn ‘peak emissions’ inmiddels gepasseerd door bewust beleid o.a. van de EPA. Door het beleid worden er steeds strengere eisen gesteld aan nieuwe en bestaande centrales, waardoor ook in de VS er nu eindelijk een verschuiving van steenkool –> aardgas op gang is gekomen (aardgas produceert de helft aan CO2-emissies per kWh t.o.v. steenkool).

    China heeft in zijn INDC voor het Klimaatakkoord aangegeven dat zij hun ‘peak emissions’ vóór 2030 bereikt willen hebben, waarna ook daar de emissies zouden gaan dalen. De praktijk lijkt er op te wijzen dat China NU al dalende emissies (t.o.v. 2012) weet te realiseren — dat beeld wordt echter nogal vertekend door de recente groeivertraging van de Chinese economie. India zal nog heel lang groeiende emissies kennen.

    Mijn mening is dat het beleid ertoe zal gaan leiden dat de emissies van het IPCC RCP8.5 scenario althans in 2100 niet gehaald zullen gaan worden — maar dat is vooral een gevolg van het klimaatbeleid zoals dat o.a. in Parijs is afgesproken. Dat is er immers op gericht om onder de +2 °C te gaan blijven (eerder in de richting van IPCC RCP4.5).

    [Terzijde: bij de bescheiden extrapolaties van Guido dient men niet te vergeten dat er ook ná het jaar 2100 e.e.a. uitgestoten zal gaan worden (zeker zonder enig klimaatbeleid). De wereld moet langer mee dan alleen tot het jaar 2100.]

  24. Chris Schoneveld

    Beste Jos,

    Je zegt: “Het IPCC AR5-WGIII rapport (tabel 7.2 blz 525) geeft aan dat de hoeveelheid winbare fossiele brandstoffen circa 8,500 – 13,500 gigaton bedraagt. ”

    Blijkbaar weet je niet het verschil tussen resources and reserves.
    Je moet wel naar de “reserves” kijken want dat getal is gebaseerd op wat economisch winbaar is. En dan zie je dit getal: 1 002 – 1,940 gigaton C.

    Daarna kan je lezen :
    “For both reserves and resources, the quantity of hard
    (black) coal significantly outnumbers the quantity of lignite (brown
    coal), and despite resources being far greater than reserves, the possibility
    for resources to cross over to reserves is expected to be limited
    since coal reserves are likely to last around 100 years at current rates
    of production (Rogner et al., 2012).”

    Dus kolen zullen bij de huidige productie na 100 jaar ook uitgeput zijn. Let wel ze spreken niet over een toename van de productie bij deze projectie.

    Volgens WGl AR5 is de cumulative uitstoot (median) van CO2 (tot 2011) 1890 Gt. Dat is dus nu (jaar 2015) toegenomen met nog eens 35×4= 140 Gt. Dus totaal 2030 Gt CO2. Deze uitstoot heeft 120 ppm toename veroorzaakt in de atmosfeer, nl. 400-280=120 (ik negeer het effect van ontbossing). Dus 2030/120 =17 Gt geeft 1 ppm. De huidige uitstoot is 35 Gt CO2 geeft dus een jaarlijkse toename van iets meer dan 2 ppm. Dat klopt mooi met de data van Mauna Loa (trend van de laatste 10 jaar): http://www.woodfortrees.org/plot/esrl-co2/from:2005/to:2015/plot/esrl-co2/from:2005/to:2015/trend

    (volgens Jos:”In 2015 was de toename zelfs meer dan 3 ppm”. Niet erg geloofwaardig gezien de natuurlijke range van 8 ppm per jaar. Je moet daarom tenminste een paar jaar meten gezien de jaarlijkse 8 ppm cyclische variatie. De laatse 3 jaar is de trend zelfs onder de 2 ppm/jaar. zie: http://www.woodfortrees.org/plot/esrl-co2/from:2013/to:2016/plot/esrl-co2/from:2013/to:2016/trend

    Volgens tabel 6.2 ( http://www.ipcc.ch/pdf/assessment-report/ar5/wg3/ipcc_wg3_ar5_chapter6.pdf ) scenario RCP 4.5 gaat uit van een maximum van 3250 Gt CO2 uitstoot van 2011 tot 2100 (range 1950-3250 Gt). 3250/17= 190 ppm (bij dezelfde fractie van de antropogene emissies die in de atmosfeer blijft). Dus volgens dit scenario zal eind deze eeuw het CO2 niveau in de atmosfeer stijgen naar 590 ppm. Dat is precies een verdubbeling van het pre-industriele niveau.

    Jouw 2350 ppm toename is het gevolg van een verkeerde aanname nl. 10000 Gt C (niet hetzelfde als Gt CO2 nl. 1 Gt C = 3.67 Gt CO2). Het IPCC gaat uit van een range van 1000 tot 1900 Gt C. Median: 1450 Gt C = 5320 Gt CO2. Als 50% wordt opgenomen in de natuur dan blijft er 2660 Gt CO2 in de atmosfeer (wat dus aardig klopt met de range 1950-3250 in RCP 4.5)

    Bij een median TCR van 1.8 C (waarvan reeds 0.8 C temperatuur opwarming reeds heeft plaatsgevonden) zou dit scenario nog 1 C extra opwarming geven in het jaar 2100. Lijkt me een heel redelijk uitgangspunt.

    Ik denk echter dat we de extra 3250 Gt CO2 uitstoot niet zullen halen. Dat is dan gebaseerd op mijn bronnen.

  25. Beste Chris Schoneveld,

    Wat oliemaatschappijen, OPEC landen etc. als proven reserves aanmerken zijn reserves die:

    — nu al winbaar zijn bij de HUIDIGE prijs per barrel (zonder er verlies op te maken);
    — waarvan lokatie en omvang ook al nauwkeurig is vastgesteld;
    — zodat het binnen 10 á 25 jaar gewonnen kan worden;
    — en in de beurswaarde van de maatschappijen verwerkt kan worden.

    Verder vooruitkijken — qua exploratie — dan 10 á 25 jaar doen olie- en gasmaatschappijen doorgaans niet (dat zou geen zinvolle activiteit zijn omdat het voorbij de beleggingshorizon ligt van hun aandeelhouders). De proven reserves zijn echter slechts een minieme fractie van wat er in werkelijkheid nog winbaar zal zijn, gegeven het voortgaan van de exploratie-activiteiten, toekomstige productietechnieken en stijgende vraag en stijgende prijzen.

    Als je vooruit kijkt naar 2100 dus VER voorbij de horizon van 10 á 25 jaar die de maatschappijen aanhouden voor de proven reserves, dan zal je naar de kolom ‘Resources’ moeten kijken (tabel 7.2 op blz. 525 van IPCC WG3):

    Zoals in het onderschrift staat: “Reserves are those quantities able to be recovered under existing economic and operating conditions (BP, 2011); resources are those where economic extraction is potentially feasible (UNECE, 2010a).

    Dat is 8,543 tot 13,649 Gigaton C. (let wel: dat zijn alleen de resources waarvan NU al het bestaan wordt vermoed).

  26. Guido van der Werf

    Beste Chris,

    Even kort, zal morgen even wat literatuur nazoeken. Er lopen een paar dingen door elkaar. Allereerst de growth rate. Die was redelijk vlak de laatste jaren vanwege de La Nina dominantie. In 2015 was de groeisnelheid bijna 3 ppm en dit jaar gaat het daar naar alle waarschijnlijkheid fors overheen door de El Nino. Zie o.a. http://www.esrl.noaa.gov/gmd/ccgg/trends/gr.html. Flinke overeenkomst met het temperatuurverloop ☺. Overigens kan je alle data die ik gebruikte via het http://www.globalcarbonproject.org krijgen.

    Ten tweede of een RCP8.5-achtig scenario uberhaupt mogelijk zou zijn. Jij bent stellig dat dat niet zo is en ik zou je graag geloven, ware het niet dat ik ook vaak andere geluiden hoor, afgelopen week toevallig nog uit Richard Tol’s mond. Maar superinteressant hoor, ik duik graag wat dieper in de literatuur hiervoor.

    Als laatste, vergeet niet dat het in dit blogbericht ging om “wat toekomstige CO2 concentratie zou kunnen zijn bij ‘business as usual’, oftewel bij geen mitigatie.”. Maar ik als je tekst bekijk ga jij net als ik van forse mitigatie uit, alleen om andere redenen.

    Groet,
    Guido

  27. @Chris Schoneveld

    “Blijkbaar weet je niet het verschil tussen resources and reserves. Je moet wel naar de “reserves” kijken want dat getal is gebaseerd op wat economisch winbaar is.”
    Nou, blijkbaar staat er precies onder die tabel wat het IPCC bedoelt met ‘resources and reserves’:

    “Reserves are those quantities able to be recovered under existing economic and operating conditions (BP, 2011); resources are those where economic extraction is potentially Feasible”

    Zover ik er iets van ‘begrijp’ betekent het dat de economische extractie van die 8500-13500 gigaton koolstof uit de fossiele brandstoffen potentieel uitvoerbaar is.

    “volgens Jos:”In 2015 was de toename zelfs meer dan 3 ppm”. Niet erg geloofwaardig gezien de natuurlijke range van 8 ppm per jaar.”
    Jij mag dat dan ongeloofwaardig vinden, het is toch echt gerapporteerd door NOAA. De trend in de toename van de CO2 concentratie per jaar is stijgende over de gehele periode van 1960 t/m 2015. Een trend over 3 jaar bepalen is gezien de ruis op de data gewoon onzinnig.

    “Jouw 2350 ppm toename is het gevolg van een verkeerde aanname nl.”
    1 ppm CO2 toename in de atmosfeer komt overeen met 2.13 gigaton koolstof. Op mijn rekenmachine is 10000/2.13 gelijk aan 4695 ppm. 50% daarvan is 2347 ppm. Ik heb dat voor het gemak afgerond op 2350 ppm.

    Het zou heel erg mooi zijn als we ons keurig aan het RCP4.5 scenario zouden houden. Vooralsnog zitten we daar een stuk boven en gezien de enorme hoeveelheid fossiele brandstoffen waarvan de economische extractie potentieel mogelijk is, zal er enig beleid nodig zijn om dat scenario te verwezenlijken.

  28. Chris Schoneveld

    Jos,
    Potentieel is heel veel mogelijk maar niet realistisch. “Reserves are those quantities able to be recovered under existing economic and operating conditions”. Ik houd dat als het realistische scenario. In dat scenario past RCP4.5 en de rapporten waar ik de links van gaf in mijn eerste commentaar zijn daar mee in overeenstemming.

    Bijvoorbeeld de coal resources zijn enorm maar de switch naar reserves is limited:
    “For both reserves and resources, the quantity of hard
    (black) coal significantly outnumbers the quantity of lignite (brown
    coal), and despite resources being far greater than reserves, the possibility
    for resources to cross over to reserves is expected to be limited
    since coal reserves are likely to last around 100 years at current rates
    of production (Rogner et al., 2012).

    Jouw overdreven scenario is nog extremer dan de RCP8.5. Typisch alarmistisch benadering. Is mijn op RCP4.5 gebaseerde berekening fout? Geef dan aan waar ik fout zit met mijn berekening.

    2 ppm atmosferisch CO2 (de jaarlijkse toename) is gelijk aan 34 Gt CO2 (de jaarlijkse uitstoot) en omdat 34 Gt CO2 = 9.2 Gt C is derhalve 1 ppm = 4.6 Gt C.

    En omdat ik RCP4.5 als realistisch uitgangpunt neem en dus uitga van een range van 1950-3250 Gt CO2 (pagina 430 van Chapter 6) en die range uitgedrukt in C (delen door 3.67) is 531-885 Gt C.
    Volgens IPCC hebben we historisch uitgestoten +/- 2030 Gt CO2 (oftewel 553 Gt C). Dus we gaan in scenario RCP4.5 maximaal 1.6 maal meer uitstoten dan tot nu toe al is gedaan. Jouw 13500 Gt C resources is 15 maal hoger dan het maximum in scenario RCP 4.5. Volledig onwaarschijnlijk.

    Beste Bob en Guido, Ik ben een exploratiegeoloog en weet drommels goed hoe reserves worden berekend en de kosten van het produceren van de laatste druppel resources zijn exclatant hoog en daarom nooit realiseerbaar. Ik hou het bij de getallen naar welke ik in de drie oorspronkelijke links heb gerefereerd en die zijn in overeenstemming met RCP4.5 niet omdat wij ons gaan beperken in de uitstoot (mitigatie) maar gewoon omdat dat de meest waarschijnlijke scenario is vis-a-vis de economisch winbare hoeveelheden.

  29. Beste Chris,

    Het zinnnetje:

    Reserves are those quantities able to be recovered under existing economic and operating conditions (BP, 2011); resources are those where economic extraction is potentially feasible (UNECE, 2010a).

    betekent dat deze reserves onder de huidige (‘existing’) economische en operationele condities winbaar zijn. De ‘resources’ zijn echter in principe OOK economisch winbaar, dat is namelijk wat dit zinnetje betekent:

    … resources are those where economic extraction is potentially feasible.

    Chris, ik heb zelf voor Shell E&P gewerkt en weet dus wat ‘proven reserves’ zijn, en dat is alleen maar het deel dat tegen de HUIDIGE prijzen en met de HUIDIGE techniek winbaar is, en NU al in kaart is gebracht.

    Guido kijkt echter vooruit naar het jaar 2100 en dus is de DAN bestaande vraag en de DAN bestaande productietechniek relevant. Vandaar juist het belang van de (nu al bekende) ‘resources’ waarvan de economische extractie dus potentially feasible is, zoals in het IPCC rapport staat:

    Als je meent dat UNECE en bijvoorbeeld Rogner et al. 2012 het mis hebben dan mag jij dat in de wetenschappelijke literatuur gaan onderbouwen. Ik zie uit naar je wetenschappelijke publicaties hierover.

  30. @Chris Schoneveld

    “Jouw overdreven scenario is nog extremer dan de RCP8.5. Typisch alarmistisch benadering.”
    “Jouw overdreven scenario is nog extremer dan de RCP8.5.”

    Ik presenteer helemaal geen scenario en het heeft al helemaal niets met ‘alarmistisch’ van doen. Ik stel voor dat je de reacties nog een keertje terugleest.
    Jij gaf hier aan dat volgens jouw geheel eigen idee de mensheid zeker niet meer dan 3250 gigaton CO2 uitstoot kan produceren, omdat volgens jouw idee de fossiele brandstoffen dan op zullen zijn. Het IPCC denkt daar toch echt anders over en daarom kwam ik met dat getal uit de tabel 7.2 van het laatste WG3 rapport aanzetten. Daarin laat men zien wat er zoal aan fossiele brandstoffen mogelijk winbaar is. Dat is 8500-13500 gigaton koolstof en dat is veel en veel meer dan jouw 3250 gigaton CO2.
    Als we ons beperken tot alléén de reserves in diezelfde tabel 7.2, dan kun je lezen dat die 1002-1940 gigaton koolstof bedragen. Dat komt overeen met 3674 tot 7114 gigaton CO2. Zelfs dat ligt al boven de grens van jouw 3250 gigaton CO2.

    “2 ppm atmosferisch CO2 (de jaarlijkse toename) is gelijk aan 34 Gt CO2 (de jaarlijkse uitstoot)”

    Dat geldt alleen als de airborne fractie constant op circa 46% blijft. Nogal onwaarschijnlijk, zie dit blogstuk of lees de literatuur, bijv:
    http://www.biogeosciences.net/11/3453/2014/bg-11-3453-2014.html

    Zoals gezegd, het zou mooi zijn als we ons aan het RCP4.5 scenario zouden houden. Dat dit automatisch zal gebeuren omdat de fossiele brandstoffen opraken lijkt mij nu ‘niet realistisch’ om jouw woorden te gebruiken.

  31. Chris Schoneveld

    Beste Jos,

    Je zegt: “Ik presenteer helemaal geen scenario”

    Je hebt het misschien zelf niet in de gaten maar jouw scenario (of wat dat dan betekent) gaat er vanuit dat ALLE resources tot de laatste druppel, gasbel of korrel tot reserves worden omgezet. Waarom je dat getal noemt is mij een raadsel. Je laat wel in het midden of dit slaat op het jaar 2100. Het meest ongunstigste scenario RCP8.5 gaat uit van een range boven 5250 Gt CO2 maar is in de berekeningen gelimiteerd tot 7010 Gt CO2 (zie tabel 6.3 op pagina 431). Dat laatste getal is dus het absoluut maximale waar het IPCC rekening mee houdt. En 7010 Gt CO2 is gelijk aan 1910 Gt C
    Ik herhaal jouw eigen woorden:

    “Het IPCC AR5-WGIII rapport (tabel 7.2 blz 525) geeft aan dat de hoeveelheid winbare fossiele brandstoffen circa 8,500 – 13,500 gigaton bedraagt. Als circa 50% daarvan in de atmosfeer zou blijven, zeg 5000 gigaton, dan komt dat overeen met een toename van circa 2350 ppm CO2.”

    en later verduidelijk je dat nog:

    “1 ppm CO2 toename in de atmosfeer komt overeen met 2.13 gigaton koolstof. Op mijn rekenmachine is 10000/2.13 gelijk aan 4695 ppm. 50% daarvan is 2347 ppm. Ik heb dat voor het gemak afgerond op 2350 ppm.”

    Als ik jouw laatste berekening los laat op het maximum in scenario RCP8.5 van 1910 Gt C dan kom ik uit op 460 ppm. Hoe die 2350 ppm van jou iets met de realiteit te maken heeft is mij geheel onduidelijk.

    Volgens mijn rekenmodel (1 ppm = 17 Gt CO2) komt 7010 Gt CO2 uit op 412 ppm. Maar dat is een verschil waar we verder niet over hoeven te twisten.

    Nu de CO2 waarnemingen:
    Over de toename trend en de hoge waarde van de toename in 2015.
    Dat laatste is het gevolg van El Niño. Vergelijk maar met de monster El Nino van 1998, toen was de toename zelfs groter dan in 2015. De kleinere El Nino van 2010 geeft ook een relatief hoge waarde van 2.42. Om daarom de waarde van 2015 te gebruiken om te suggereren dat er een accelaratie plaats vindt is misleidend.
    Mauna Loa:
    1998 2.93
    1999 0.93
    2000 1.62
    2001 1.58
    2002 2.53
    2003 2.29
    2004 1.56
    2005 2.52
    2006 1.76
    2007 2.22
    2008 1.60
    2009 1.89
    2010 2.42
    2011 1.88
    2012 2.58
    2013 2.07
    2014 2.17
    2015 2.89

    Het heeft weinig zin om het El Nino jaar 2015 als een alarmerend voorbeeld te geven. Deze eeuw is de trend vrij constant gebleven als mag blijken uit deze plot.
    http://www.woodfortrees.org/plot/esrl-co2/from:2000/to:2008/plot/esrl-co2/from:2000/to:2008/trend/plot/esrl-co2/from:2008/to:2016/plot/esrl-co2/from:2008/to:2016/trend

    Ik denk dat als de huidige El Nino over is we weer terugvallen naar een lager niveau zoals dat ook het geval was in 1999 en 2011.

    Groet, Chris

  32. Guido van der Werf

    Chris,

    Even samenvattend met jouw getallen:

    RCP8.5 gaat uit van zo’n 7000 Gt CO2 aan fossiele brandstoffen, dat geeft een verhoging van ongeveer 7000 / 17 = 400 ppm CO2 extra in 2100 ALS er geen koolstof-terugkoppeling is. CO2 is niet de enige forcering dus je komt dan rond de 1000 ppm CO2-eq uit.

    Dan is de vraag of dat uberhaupt zou kunnen, daar lijkt het grootste twistpunt te liggen. De reserves stonden op 1000-1900 Gt C dus 3500-7000 Pg CO2. Dan lijkt 7000 dus de bovengrens, maar als ik om me heen vraag dan hoor ik dat die kolen voorraad zo groot is dat de winbare voorraden nog nooit echt goed in kaart gebracht zijn. Maar daar zal je vast anders over denken en het lijkt me sterk dat we het daar over eens worden en hopelijk hoeft dat ook niet.

    Wat wel moet is verder kijken dan CO2, met jouw berekeningen kom je op een RCP-4.5-achtig scenario uit, als je echter alle forceringen zou meenemen zit je dan toch weer fors hoger.

    _____

    De CO2 groeisnelheid: daar heeft ENSO inderdaad invloed op, dat is de hele boodschap van Figuur 3. Dus de gemiddelde groeisnelheid van de laatste jaren nemen is net zo weinig representatief als die van 2015. Zonder ENSO invloed is het ongeveer 50% van de 11 Pg C die we nu uitstoten = 0.5 * 11 * 0.47 = 2.6 en stijgend. Dat haal je met een regressie er makkelijk uit. Overigens is de voorspelling voor 2016 dat we de 4 ppm gaan halen, er zit een vertraging op ten opzichte van ENSO.

    Als laatste, of die blauwe of de rode lijn uitkomt (met andere woorden of er een klimaat-koolstof terugkoppeling zal zijn) dat weet niemand precies maar alle logica wijst er op dat dat wel zo zal zijn, neem alleen al het argument dat hierboven aangedragen werd over warmere oceanen.

  33. Chris Schoneveld

    Guido,

    Ik neem aan (want je zegt er niets over) dat je het met me eens bent dat Jos zich vergallopeerd met z’n 2350 ppm CO2. Maar daar mag hij zelf op reageren.

    Inderdaad ga ik niet uit van een positieve terugkoppeling. Ik ben er heilig van overtuigd dat dat onnatuurlijk is omdat positieve terugkoppeling een onstuitbaar effect heeft. De natuur heeft een ingebouwde negatieve terugkoppeling (zo je wilt een thermostaat) en daarom denk ik dat zelfs de 1 C per verdubbeling CO2 in de praktijk iets minder zal zijn.
    Dat idee wordt ook door de waarnemingen ondersteund. Lindzen denkt in de zelfde richting.

    De zwaar gemanipuleerde NOAA dataset laat een opwarming zien van 0.9 C over de laatste 120 jaar. (trend 0.08 C/decade).
    http://www.ncdc.noaa.gov/cag/time-series/global/globe/land_ocean/ytd/12/1900-2015?trend=true&trend_base=10&firsttrendyear=1900&lasttrendyear=2015

    In die periode is het CO2 gehalte toegenomen met pakweg 110 ppm. Vanwege de logaritmische relatie zou die 110 ppm een opwarming geven van +/- 0.5 C ( bij een 1C/verdubbeling zonder terugkoppeling). Gezien het feit dat ook het IPCC een gedeelte van de opwarming als natuurlijk bestempeld is wellicht slechts de helft van de opwarming van 0.9 C door CO2 veroorzaakt. Dat komt aardig overeen met de te verwachten opwarming van 0.5 zonder terugkoppeling. Daarom denk ik dat terugkoppeling een misvatting is en een onterechte (of eenzijdige) input in de klimaatmodellen. Bijvoorbeeld, Lindzen’s Iris effect werd door de establishment meteen aangevallen maar er zijn toch weer aanwijzingen (ik heb het artikel niet bij de hand) die dat effect crediet geven. Ik verwacht ook dat toename van lage bewolking een negatieve terugkoppeling geeft, maar dat zal in toekomst blijken als we het meten van bewolking beter onder de knie krijgen.

    Chris

  34. “Inderdaad *ga ik niet uit* van een positieve terugkoppeling. Ik ben er *heilig van overtuigd* dat dat *onnatuurlijk* is *omdat* positieve terugkoppeling een onstuitbaar effect heeft. *De natuur* heeft een *ingebouwde* negatieve terugkoppeling (zo je wilt een thermostaat) en *daarom denk ik* dat zelfs de 1 C per verdubbeling CO2 in de praktijk iets minder zal zijn.”

    Jeez. Zo’n hoog gehalte aan drogredeneringen in 1 alinea kom je niet vaak tegen. Ik heb zeven (7!) ongedekte gedachtensprongen in bovenstaand citaat tussen *…* gezet. 18 karaats pseudo.

  35. Beste Chris Schoneveld,

    Je hebt het misschien zelf niet door maar Jos presenteert hierboven helemaal geen ‘scenario’, zelfs niet het RCP8.5 van het IPCC. Dit slaat dan ook nergens op:

    “Je hebt het misschien zelf niet in de gaten maar jouw scenario (of wat dat dan betekent) gaat er vanuit dat ALLE resources tot de laatste druppel, gasbel of korrel tot reserves worden omgezet.”

    Nee!

    Indien RCP8.5 werkelijkheid zou worden (of de projectie die Guido in het bovenstaande blogstuk doorrekent) dan komt dat zelfs niet in de buurt van de totale (nu al bekende) resources van:

    8,543 — 13,649 Gigaton C

    Als je uitrekent wat RCP8.5 in totaal op zou stoken t/m het jaar 2100 dan kom je op een cumulatief totaal van 7800 Gigaton CO2, en dat is gelijk aan:

    7800 / 3.67 = 2100 Gigaton C

    Dat is dus slechts ca. 20% van de nu bekende ‘resources’.

  36. Beste Chris,

    Misschien helpt deze grafiek van het IPCC je (SPM-10 uit AR5 WGI):

    Langs de x-as zie je de cumulatieve hoeveelheid C die er wordt uitgestoten in de verschillende emissie-scenario’s (onderaan de grafiek in gigatonnen C). Eveneens langs de x-as, maar dan bovenaan de grafiek, staat de cumulatieve hoeveelheid CO2 die daarmee overeenkomt.

    Het RCP8.5 scenario zou betekenen dat er in totaal (sinds het begin van de industriële revolutie) zo’n 2100 GtC wordt uitgestoten, en dat is ca. 20% van de nu bekende ‘resources’.

    Is dat je duidelijk?

  37. Chris Schoneveld

    G.J. Smeets,
    Ik wil de discussie beleefd houden en niet jouw stijl van reageren navolgen. ik wil alleen opmerken dat ik de lage TCR onderbouw met de observaties van de afgelopen eeuw. Dit in tegenstelling tot de modellen uit het IPCC rapport, die in feite al gefalsifieerd zijn. Misschien moet je toch maar eens de laatste testemonie van Christy lezen. Volgens mij slaat hij de spijker op de kop:

    http://docs.house.gov/meetings/SY/SY00/20160202/104399/HHRG-114-SY00-Wstate-ChristyJ-20160202.pdf

    Bespaar in je repliek ad hominems over Christy.

  38. Beste Chris,

    Ik verschafte je hierboven enige informatie, en vroeg:

    Is dat je duidelijk?

    Het gaat erom dat zelfs RCP8.5 (of de ruwweg overeenkomstige projectie van Guido in het bovenstaande blogstuk) slechts ca. 20% van de nu bekende ‘resources’ opstookt t/m 2100.

    Is dit je duidelijk?

    Zou je zo beleefd willen zijn om de vragen die je gesteld worden te beantwoorden, in plaats van de aandacht proberen af te leiden naar andere onderwerpen (‘denial talking points’)?

  39. “Bespaar in je repliek ad hominems over Christy.” – Nee. Lobbyisten vallen niet onder Geneefse Conventie ook al zijn het ‘menselijke schilden’.

  40. Chris Schoneveld

    Beste Bob, Ik was nog niet toegekomen aan jouw laatste commentaar. Ik kon slechts even tussendoor de onsympathieke Smeets van repliek dienen. En nu lees ik een commentaarvan Kampen die Christy toch met een ad hominem wegzet als een lobbyist. Jammer! Waarom worden sceptici altijd van onethische motieven beschuldigd?

    De grafiek van het IPCC (SPM-10 uit AR5 WGI) vertoont een vreemde opwarming van 0.4 C tussen 2000 en 2010. Dat kan niet juist zijn; dat was de periode van de hiatus. Verder is die grafiek gebaseerd op aanames die ik niet onderschrijf vis-a-vis klimaatsensitiviteit.

    Je zegt: “Als je uitrekent wat RCP8.5 in totaal op zou stoken t/m het jaar 2100 dan kom je op een cumulatief totaal van 7800 Gigaton CO2, en dat is gelijk aan:
    7800 / 3.67 = 2100 Gigaton C
    Dat is dus slechts ca. 20% van de nu bekende ‘resources’.”

    Volgens tabel 6.3 is dat wat minder: max. 7010 Gt C.

    Dan mag dan slechts 20% zijn van de resources maar het is meer dan de nu economisch vastgestelde reserves. “jouw” 2100 Gt C versus “mijn” 1940 Gt C.

    Ik denk dat we er een punt achter kunnen zetten want het komt steeds op hetzelfde neer. Jullie gaan uit van de “resources” ik ga uit van winbare economische “reserves”. We kunnen hierover redetwisten tot we er bij neervallen.

  41. Beste Chris Schoneveld,

    De ‘talking points’ die je naar voren brengt hebben NIETS te maken met waar het over gaat:

    Als je uitrekent wat RCP8.5 in totaal op zou stoken t/m het jaar 2100 dan kom je op een cumulatief totaal van 7800 Gigaton CO2, en dat is gelijk aan:

    7800 / 3.67 = 2100 Gigaton C

    Dat is dus slechts ca. 20% van de nu bekende ‘resources’.

    Vervolgens bega je twee fouten waar je zegt: “Volgens tabel 6.3 is dat wat minder: max. 7010 Gt C.”, namelijk:

    1) je haalt gigatonnen CO2 en gigatonnen C door elkaar, in tabel 6.3 staan GtCO2 en NIET Gt C.

    2) de 5350 tot 7010 GtCO2 in tabel 6.3 betreft de cumulatieve emissies over de periode 2011 — 2100 terwijl ik het had over: “… dat er in totaal (sinds het begin van de industriële revolutie) zo’n 2100 GtC wordt uitgestoten, en dat is ca. 20% van de nu bekende ‘resources’.

    Daar komt het verschil vandaan tussen grafiek SPM-10 (1870 t/m 2100) en tabel 6.3 (over 2011 t/m 2100).

  42. Chris Schoneveld,
    7 drogredeneringen in 1 alinea is wellevend noch beleefd. Je vraagt “Waarom worden sceptici altijd van onethische motieven beschuldigd?” Omdat pseudo’s blijven drogredeneren, ook na erop gewezen te zijn. Kwestie van tractable track record, heeft met ‘ad hominem’ niets te maken zoals je suggereert – drogredenering nr. 8.

    Wat de complexiteit van TCR betreft zie https://klimaatverandering.wordpress.com/tag/tcr/

  43. Beste Chris,

    Maar waar ik het WEL met je eens ben (goed dat het op deze wijze nog eventjes ter sprake komt):

    — inderdaad moet je bij een vergelijking met de (nu bekende) ‘resources’ kijken naar de NU nog te verstoken hoeveelheid C voor scenario RCP8.5, dus over de periode 2011 — 2100 in plaats van sinds de industriële revolutie;

    — die bedraagt voor > 1000 ppm CO2 in 2100, zoals jij zelf naar voren brengt, de 5350 tot 7010 GtCO2 uit tabel 6.3 (iets minder dan de 7800 GtCO2 uit grafiek SPM-10 die immers vanaf 1870 loopt);

    — neem je het maximum daarvan, de 7010 GtCO2, dan is dit maximaal 7010/3.67 = 1910 Gt C

    Deze hoeveelheid koolstof valt ZELFS nog binnen de range van de door jou (ten onrechte) geprefereerde ‘reserves’ in plaats van de (in werkelijkheid voor het jaar 2100 relevante) ‘resources’. De reserves bedragen namelijk: 1020 — 1940 Gt C

    Conclusie: ZELFS als je alleen naar de ‘proven reserves’ zou kijken… is het ook al mogelijk om de voor RCP8.5 maximaal benodigde hoeveelheid fossiele brandstoffen te verstoken.

    Eens?

  44. @Chris Schoneveld

    “Je hebt het misschien zelf niet in de gaten maar jouw scenario (of wat dat dan betekent) gaat er vanuit dat ALLE resources tot de laatste druppel, gasbel of korrel tot reserves worden omgezet. Waarom je dat getal noemt is mij een raadsel.”

    Ja dat heb ik goed in de gaten en NEE het is geen scenario en NEE ik vergaloppeer me niet. Het helpt wellicht als je de vorige reactie van mij gewoon leest:
    https://klimaatverandering.wordpress.com/2014/04/16/toekomstige-co2-concentraties/#comment-15092
    Maar nogmaals dan: Volgens jou kan de mensheid niet meer dan 3250 gigaton CO2 produceren, dat komt overeen met 886 gigaton koolstof. Je schrijft immers:
    “En omdat ik RCP4.5 als realistisch uitgangpunt neem en dus uitga van een range van 1950-3250 Gt CO2 (pagina 430 van Chapter 6)..”
    De getallen die je in de tabel 7.2 van AR5 WG3 kunt vinden zijn allemaal groter dan jouw 3250 gigaton CO2 / 886 Gt koolstof. De reserves uit die tabel bedragen 1002 tot 1940 gigaton koolstof, dat is 3674 tot 7114 gigaton CO2. De resources zijn dermate groot dat ik die voor het rekengemak afgerond heb op 10000 gigaton koolstof. Dat komt omgerekend met een 50% airborne fractie overeen met maar liefst 2350 ppm CO2. Reken het zelf maar na: 1 ppm CO2 komt overeen met 2.13 gigaton koolstof en 1 gram koolstof komt overeen met 3.667 gram CO2.
    Deze getallen, ook die 2350 ppm, betreffen GEEN scenario of alarmisme, maar zijn genoemd om te laten zien dat er veel en veel meer koolstof mogelijk op te stoken valt dan jouw eigen getalletje van 886 gigaton koolstof. Als jij je graag bij je eigen getalletje wilt houden moet je dat vooral doen, ik hecht echter enorm veel meer waarde aan de getallen van het IPCC dan aan jouw persoonlijke mening.

    “Om daarom de waarde van 2015 te gebruiken om te suggereren dat er een accelaratie plaats vindt is misleidend.”

    Er is hier niemand die ‘de waarde van 2015 gebruikt’ om te suggereren dat er een versnelling optreedt. Jij daarentegen vond die waarde ongeloofwaardig terwijl die gewoon door NOAA is gerapporteerd en daarnaast vond je het vermeldenswaardig dat er de laatste drie jaar geen toename was. Lees de reacties maar terug.
    Er is wel degelijk een versnelling in de jaarlijkse CO2 toename, de lineaire trend over de Mauna Loa data van 1959 – 2015 geeft een waarde van afgerond 0.03. Als de jaarlijkse toename elk jaar toeneemt, is dat bij mijn weten een versnelling.

    “..en daarom denk ik dat zelfs de 1 C per verdubbeling CO2 in de praktijk iets minder zal zijn. Dat idee wordt ook door de waarnemingen ondersteund”
    De wetenschap denkt daar toch anders over. De ECS ligt ergens tussen 1.5 en 4.5 °C.

    “Gezien het feit dat ook het IPCC een gedeelte van de opwarming als natuurlijk bestempeld is wellicht slechts de helft van de opwarming van 0.9 C door CO2 veroorzaakt. Dat komt aardig overeen met de te verwachten opwarming van 0.5 zonder terugkoppeling.”
    Het weglaten van alle andere forceringen buiten CO2 zorgt ervoor dat dit sommetje nergens op slaat.

    “De zwaar gemanipuleerde NOAA dataset..”
    De kwalificaties die je er aan geeft zijn ongefundeerd en niet meer dan laster. AUB hier achterwege laten.

    “Dit in tegenstelling tot de modellen uit het IPCC rapport, die in feite al gefalsifieerd zijn.”
    Gewoon onzin, de waarnemingen vallen binnen de modelrange en zeker als men rekening houdt met het feit dat de forceringen na 2000 lager zijn dan vooraf ingeschat.

  45. Lennart van der Linde

    Beste Chris Schoneveld,
    Je zegt hierboven:
    “Inderdaad ga ik niet uit van een positieve terugkoppeling. Ik ben er heilig van overtuigd dat dat onnatuurlijk is omdat positieve terugkoppeling een onstuitbaar effect heeft. De natuur heeft een ingebouwde negatieve terugkoppeling (zo je wilt een thermostaat) en daarom denk ik dat zelfs de 1 C per verdubbeling CO2 in de praktijk iets minder zal zijn.”

    Als dat het geval zou zijn, hoe verklaar je dan de circa 5 graden temperatuurverschil tussen een ijstijd en interglaciaal bij een CO2-concentratie van respectievelijk circa 190 en 290 ppm? Waar komt die circa 100 ppm verschil in CO2-concentratie vandaan, als dat niet door een positieve terugkoppeling komt? En waar komt die 5 graden temp-verschil vandaan, als die niet voor een substantieel deel door het CO2-verschil veroorzaakt wordt?

  46. Lennart van der Linde

    Overigens, Chris, zijn positieve terugkoppelingen niet per se onstuitbaar:
    https://www.skepticalscience.com/positive-feedback-runaway-warming-advanced.htm

    In dit geval is de negatieve Planck-feedback voorzover ik begrijp de belangrijkste factor die een runaway positieve feedback voorkomt:
    https://en.wikipedia.org/wiki/Climate_change_feedback#Blackbody_radiation

    “The main negative feedback comes from the Stefan–Boltzmann law, the amount of heat radiated from the Earth into space changes with the fourth power of the temperature of Earth’s surface and atmosphere.”

    In het geval van de afwisseling tussen ijstijden en interglacialen spelen waarschijnlijk de Milankovitch-cycli een belangrijkere rol (Jos, Bob, correct me if I’m wrong):
    https://en.wikipedia.org/wiki/Milankovitch_cycles

    De positieve feedbacks die in het eerste deel van een cyclus versterkend werken in de ene richting, doen dat in het tweede deel van een cyclus in tegengestelde richting. Doordat het om meerdere cycli op verschillende tijdschalen gaat, is het hele verhaal nogal gecompliceerd en (nog?) niet volledig begrepen, maar de grote lijn lijkt toch wel duidelijk.

  47. Hi Lennart,

    Je hebt helemaal gelijk. Het misverstand van Chris Schoneveld:

    … er heilig van overtuigd dat dat onnatuurlijk is omdat positieve terugkoppeling een onstuitbaar effect heeft.

    is dat een versterkende terugkoppeling (een ‘positive feedback’) altijd tot het divergeren van het eindresultaat zou leiden — tot het eindeloos doorstijgen van bijvoorbeeld de mondiaal gemiddelde oppervlakte-temperatuur. Dat is niet zo.

    Zie Wikipedia: Positive feedback

    Ideal feedback model.svg

    If the functions A and B are linear and AB is smaller than unity, then the overall system gain from the input to output is finite, but can be very large as AB approaches unity.” en:

    Positive feedback does not necessarily imply instability of an equilibrium, for example stable on and off states may exist in positive-feedback architectures.

    Alleen als de ‘loop gain’ AB groter zou zijn dan 1 is het systeem instabiel.

  48. Chris Schoneveld

    Na een dag weg geweest een opstapeling van commentaren. Waar te beginnen? Laat ik eerst reageren op Lennart.

    Inderdaad is de verandering van CO2 gehalte als gevolg van de temperatuurverhoging gemeten in de Vostok en Dome kernen. Daaruit blijkt dat 10 C (niet 5 C) stijging van de luchttemperatuur een verhoging van het CO2 gehalte veroorzaakte van zo’n 80 ppm. Dus ontgassing door verhoging van de temperatuur is ongeveer 8ppm/C.

    Maar dit proces gaat langzaam omdat de oceanen niet zo snel opwarmen als de lucht daarom is er in de Vostok kernen een “lag” van 800 jaar te zien. De opwarming sinds begin industrialisatie is rond 0.9 K en die verhoging zal – met een vertraging – een toename van 7 ppm CO2 geven. 7ppm/130jaar = 0.054 ppm/jaar. Niet een positieve feedback waar je je druk over hoeft te maken.

    Ik stuur deze op voordat ik aan een ander antwoord begin; het is me meermalen overkomen dat ik tussen het switchen naar andere links m’n oorspronkelijke verhaal kwijt raakte en het is moeilijk om me er toe te zetten weer van voren af aan te beginnen.

  49. Guido van der Werf

    Chris, met alle respect, maar als ik je reactie op14.59 lees begeef je je op een terrein waar je weinig van af weet. Op climategate.nl waar het ABC (anything but CO2) syndroom het enige belangrijke is kom je daar mee weg, hier gaat het wat meer op de inhoud en heb grote kans “gewond” weg te lopen nadat je met gestrekt been binnenkwam.

  50. Chris Schoneveld

    Hi Bob,
    Ik ben me bewust van het eindige karakter van een terugkoppeling zolang de terugkoppeling kleiner is dan “unity”. Maar daar ligt nu net het probleem: 1 C opwarming door CO2 (greenhouse forcing) geeft 3C na terugkoppeling.

  51. Beste Chris Schoneveld,

    Dan is het dus juist kleiner dan ‘unity’:

    AB = 0,66

    Zodat de ‘gain’ Gc = A / (1 – AB) = A / (1 – 0,66) = A / 0,33 = 3 * A

    Geen probleem, dus.

  52. Chris Schoneveld

    Guido, ik ben in ieder geval niet bang m’n (domme?) nek uit te steken bij “jullie”. Ik probeer op een nette manier met “jullie” in discussie te gaan, hoop daarvan te leren en kan m’n eigen kennis testen.

    Ook Engelbeen komt op dezelfde ratio; 8ppm/C:

    http://wattsupwiththat.com/2016/02/07/a-note-about-bad-losers-and-global-warming-on-super-bowl-sunday/

    Laat me weten waar ik (en Engelbeen) fout zit. Door alleen te zeggen dat ik gewond wegloop zonder met goede argumenten me te verwonden is weinig overtuigend.

    Prof. Salby denkt dat alle CO2 toename door opwarming komt. Dat is vele malen door Engelbeen bestreden. Bijna alle toename wordt door de mens veroorzaakt en slechts een paar ppm CO2 kan aan ontgassing worden toegeschreven. Daar ben ik het volledig mee eens.

  53. Beste Chris Schoneveld,

    Prof. Salby denkt dat alle CO2 toename door opwarming komt. Dat is vele malen door Engelbeen bestreden. Bijna alle toename wordt door de mens veroorzaakt en slechts een paar ppm CO2 kan aan ontgassing worden toegeschreven. Daar ben ik het volledig mee eens.

    Nee, ALLE netto toename van de CO2-concentratie in de atmosfeer wordt nu door de mens veroorzaakt.

    Van wat wij per jaar aan CO2 uitstoten wordt iets meer dan de helft juist OPGENOMEN door het oceaanwater + de biosfeer op land. De resterende ca. 46% blijft achter in de dampkring en dit is de ‘airborne fraction’ in Figuur 3 van Guido:

    Netto (!) is er geen “ontgassing” van de oceanen maar juist een overduidelijke, gemeten toename van het CO2 dat zich eerst gasvormig in het zeewater bevindt en vervolgens oplost tot carbonzuur H2CO3 (waardoor o.a. de pH blijkt te dalen):

    1. CO2 (kooldioxide) + H2O (water) ↔ H2CO3 (koolzuur)
    2. H2CO3 (koolzuur) ↔ HCO3 (bicarbonaat-ion) + H+(waterstof-ion)

    Het is WEL waar dat stijgende zeewater-temperaturen op den duur het oplossen van CO2 in zeewater ENIGSZINS zal gaan remmen.

    Dat is een relatief klein effect maar juist één van de versterkende terugkoppelingen waardoor op den duur de ‘airborne fraction’ (het deel van onze CO2-emissies dat in de atmosfeer achterblijft) vermoedelijk iets zal gaan stijgen. Echter, er is nu netto (!) gelukkig nog geen sprake van “ontgassing” maar juist ca. 25% van de menselijke emissies die door het zeewater worden opgenomen (de andere ruim 25% door extra biomassa op land).

  54. Guido van der Werf

    Hoi Chris – ik had het niet beter dan Bob hierboven kunnen zeggen. De ratio die je uit de ijstijd-schaal haalt is nagenoeg niet relevant voor de discussie over klimaat-koolstof feedbacks nu. Het zijn andere tijdschalen en deels andere processen. CO2 was toen een feedback, nu een forcering. Mocht je in de buurt van Amsterdam wonen, kom dan a.u.b. eens langs op de VU, het is makkelijk om bij een kop koffie van gedachten te wisselen dan op bovenstaande manier.

  55. Chris Schoneveld

    Bob, @ 15:57. Dat is inderdaad correct. Probleem in de natuur is dat een hoge AB van 0.66 (of in het geval van een ECS van 5 (AB=0.8) er sterke jo-jo effecten zouden moeten optreden, want een afkoeling zal net zo goed versterkt worden door terugkoppeling. Daarom zinspeelde ik op de natuurlijke thermostaat, waar de natuur de neiging heeft om extremen te vermijden en dat wordt bewerkstelligt door een negatieve feed-back. Die terugkoppeling waar het IPCC van uit gaat werkt net zo goed op temperatuur veranderingen van andere aard (niet door CO2). Natuurlijke T veranderingen zouden dus net zo goed onderhevig zijn aan die postitieve terugkoppeling.

  56. Chris Schoneveld

    Guido, Helemaal met je eens daarom maakte ik dat rekensommetje in antwoord op deze post van Lennart van der Linde die juist een sterke terugkopeling suggereerde op basis van de glaciale cycli. Hij dacht dat 5 C opwarming de oorzaak was van 100 ppm CO2 toename in de atmosfeer. Dit zei hij:

    “Als dat het geval zou zijn, hoe verklaar je dan de circa 5 graden temperatuurverschil tussen een ijstijd en interglaciaal bij een CO2-concentratie van respectievelijk circa 190 en 290 ppm? Waar komt die circa 100 ppm verschil in CO2-concentratie vandaan, als dat niet door een positieve terugkoppeling komt? En waar komt die 5 graden temp-verschil vandaan, als die niet voor een substantieel deel door het CO2-verschil veroorzaakt wordt?”

    Toen jij zo badinerend op mijn post reageerde had je blijkbaar Lennart’s opmerking niet gelezen. NO hard feelings.
    Ik woon in Frankrijk maar bedankt voor de uitnodiging.

  57. Chris Schoneveld

    Bob, zegt: Nee, ALLE netto toename van de CO2-concentratie in de atmosfeer wordt nu door de mens veroorzaakt.

    Waar praten we over. We zijn het 100% met elkaar eens. Heb ik mijn positie in deze niet duidelijk genoeg verwoord? Het woord “Netto” is hier cruciaal. De hogere “partial CO2 pressure” versterkt de oplossing in water en de opwarming van het water (met een lange vertraging) zal CO2 moleciulen de lucht in sturen. Het netto effect is natuurlijk zwaar positief.

  58. Beste Chris Schoneveld,

    Nee, een ‘loop gain’ van ongeveer AB=0,66 is kleiner dan ‘unity’ en leidt dus NIET noodzakelijkerwijs tot oscillaties (jouw “sterke jojo effecten”). Om het Wikipedia artikel weer te citeren:

    Positive feedback does not necessarily imply instability of an equilibrium, for example stable on and off states may exist in positive-feedback architectures.

    Je zegt: “een afkoeling zal net zo goed versterkt worden door terugkoppeling

    Inderdaad, dat blijkt dan ook te gebeuren na een tijdelijke afkoeling als gevolg van een grote vulkanische eruptie die extra aërosolen in de stratosfeer brengt. Bijvoorbeeld:

    Mount Pinatubo as a Test of Climate Feedback Mechanisms

    (Robock 2003 in Geophysical Monographs)

    Op dergelijke korte tijdschalen zie je alleen ‘fast feedbacks’, slechts een deel van de versterkende terugkoppelingen die er op de tijdschalen van eeuwen en millennia spelen:

    As the planet cools, the amount of water vapor in the atmosphere goes down, reducing the greenhouse effect, and amplifying the cooling. (Of course, this positive feedback also works for warming.) The timing and amplitude of future global warming depend on this sensitivity of the climate system. Soden et al. [2002] used the global cooling and drying of the atmosphere that was observed after the eruption of Mount Pinatubo to test model predictions of the climate feedback from water vapor. By comparing model simulations with and without water vapor feedback, they demonstrated the importance of atmospheric drying in amplifying the temperature change and showed that, without the strong positive feedback from water vapor, their atmospheric general circulation model was unable to reproduce the observed cooling (Figure 2).

  59. Guido van der Werf

    Chris, niet gelezen inderdaad maar nu wel. Was die opmerking van Lennart niet juist bedoeld om jouw opmerking “dat positieve terugkoppelingen niet kunnen” te weerleggen, iets dat Bob later nog duidelijker aangaf? Dat bedoelde ik een beetje met “gewond” raken, je hebt in de loop van de discussie nu een aantal dingen gezegd:
    – geen toename CO2 groeisnelheid
    – te beperkte hoeveelheid kolen om RCP8.5 mogelijk te maken
    – positieve terugkoppelingen kunnen niet bestaan
    (eigenlijk zei je dat het hele verhaal een beetje onzin is, of in ieder geval dat er -jouw woorden- heel veel op af te dingen valt)
    maar je punten zijn allemaal weerlegd. Blijft een beetje het IPCC verhaal over. En ik bedoelde het niet badinerend maar eerder beschermend (of hoe je het ook wil noemen) om verdere schade te voorkomen.

  60. Chris Schoneveld

    Bob, mijn jo-jo opmerking slaat op het feit dat de temperaturen in beide richtingen (opwarming of afkoeling) vele malen sterker zullen zijn dan zonder die terugkoppeling (een open deur?) en dat de natuur relatief zo stabiel blijft dankzij negatieve terugkoppelingen, in algemene zin. Ik doelde niet op oscillaties.

  61. Lennart van der Linde

    Beste Chris, je zegt:
    “Inderdaad is de verandering van CO2 gehalte als gevolg van de temperatuurverhoging gemeten in de Vostok en Dome kernen. Daaruit blijkt dat 10 C (niet 5 C) stijging van de luchttemperatuur een verhoging van het CO2 gehalte veroorzaakte van zo’n 80 ppm. Dus ontgassing door verhoging van de temperatuur is ongeveer 8ppm/C.”

    De 5C die ik noemde sloeg op de mondiale temperatuur, niet op die in Antarctica. Hoe dan ook geeft jouw som van 8 ppm/C, of 16 ppm/C gecorrigeerd, geen antwoord op mijn vraag hoe je het temp-verschil tussen glaciaal en interglaciaal verklaart zonder versterkende CO2/GHG-feedback. Wat zijn volgens jou de belangrijkste factoren die het 5C-verschil verklaren?

    Voorzover ik weet vormen de Milankovitch-cycli de drijvende factor, maar wordt hun effect (enorm) versterkt door positieve albedo en CO2/GHG-feedbacks, die allebei waarschijnlijk bijna een helft van het 5C-verschil tussen glaciaal en interglaciaal verklaren, volgens iemand als Jim Hansen.

    Zoals Guido al opmerkte is de CO2-stijging nu echter geen feedback, maar de belangrijkste forcing. Op het moment dat relatief trage feedbacks door die forcing in gang gezet worden, zal die door de albedo en CO2/GHG-feedback waarschijnlijk nog aanzienlijk versterkt worden.

  62. Beste Chris Schoneveld,

    Bob, mijn jo-jo opmerking slaat op het feit dat de temperaturen in beide richtingen (opwarming of afkoeling) vele malen sterker zullen zijn …

    O, nu is het plotseling “vele malen”?

    Op de lange duur (de Equilibrium Climate Sensitivity die op tijdschalen van 100 jaar en langer speelt) wordt de initiële externe forcering versterkt door ‘positive feedbacks’ tot:

    1,2 °C –> 1,5 tot 4,5 °C

    Dat is niet “vele malen” en op de korte termijn — na een kortdurende externe forcering zoals een vulkanische eruptie — zie je slechts een deel van deze versterkende terugkoppelingen, de ‘fast feedbacks’ vooral door waterdamp.

    Na een grote vulkanische eruptie zie je duidelijk dat de initiële verstoring van de stralingsbalans (aërosolen in de stratosfeer die na 1 á 2 jaar alweer weg zijn) versterkt wordt door een daling van waterdamp:

    “By comparing model simulations with and without water vapor feedback, they demonstrated the importance of atmospheric drying in amplifying the temperature change and showed that, without the strong positive feedback from water vapor, their atmospheric general circulation model was unable to reproduce the observed cooling (Figure 2).”

    Je zegt: “… mijn jojo opmerking […] Ik doelde niet op oscillaties.

    Chris, jojo’s zijn oscillaties.

    Verder is het op de langere termijn (honderdduizenden jaren) WEL DEGELIJK zo dat het klimaatsysteem wat kenmerken van een zogeheten ‘bistabiel’ systeem vertoont:

    Daar heb je je “jojo”.

    Het klimaat ‘flip-flopt’ al het gehele Kwartair (de laatste 2,5 miljoen jaar) tussen twee ‘states’ namelijk glaciaal OF interglaciaal. Dat is nou typisch een kenmerk van een systeem mét feedbacks en mét hysterese (vertragingen), zie opnieuw het Wikipedia artikel:

    Hysteresis, in which the starting point affects where the system ends up, can be generated by positive feedback. When the gain of the feedback loop is above 1, then the output moves away from the input: if it is above the input, then it moves towards the nearest positive limit, while if it is below the input then it moves towards the nearest negative limit.

    Once it reaches the limit, it will be stable. However, if the input goes past the limit, then the feedback will change sign[dubious – discuss] and the output will move in the opposite direction until it hits the opposite limit. The system therefore shows bistable behaviour.

    Een betere uitleg van deze bistabiele ‘states’ staat hier:

    https://mcb.berkeley.edu/courses/mcb137/exercises/A%20simple%20positive%20feedback.pdf

    Figuur 1 (bovenste plaatje) illustreert hoe een systeem met ‘positive feedbacks’ kan schakelen tussen semi-stabiele toestanden (bistability).

  63. @Chris Schoneveld

    Zoals Bob hier al aangeeft laten de ijstijden zien dat de ‘natuur’ op langere tijdschalen helemaal niet “relatief zo stabiel” is. De Milankovitch triggers die Lennart noemt, betreffen meer of minder zoninval op het Noordelijk Halfrond en het effect van deze insolatie veranderingen (versterkt door de GHG feedback + albedo), is gletsjers tot Spanje tijdens een ijstijd of ons Holoceen.
    Morrelen aan de externe forceringen zoals wij mensen nu doen kan eveneens leiden tot grote veranderingen in ons klimaat. Het RCP4.5 scenario, dat jou zo realistisch lijkt, geeft ons einde deze eeuw al een temperatuurstijging van 1.8 tot 3.3 °C t.o.v. pre-industrieel. Dat is dan zo ongeveer de helft van de circa 5 graden van een glaciaal-interglaciaal overgang, maar dan in een paar honderd jaar tijd i.p.v. enkele duizenden of meer.
    In onze bespreking van Van Nes et al. kun je meer vinden over de relatie tussen CO2 en temperatuur tijdens de ijstijden en de wederzijdse beïnvloeding van deze twee factoren:
    https://klimaatverandering.wordpress.com/2015/04/25/kip-en-ei-bij-co2-en-de-temperatuur/

    Een kanttekening bij al dat CO2 dat nu door de oceanen wordt opgenomen en daarmee onze invloed op het broeikaseffect (gelukkig) tempert, is de ongekende oceaanverzuring die dat tot gevolg heeft. Zie de chemische reacties die Bob hier eerder gaf of eerdere blogstukken daarover:
    https://klimaatverandering.wordpress.com/category/oceaanverzuring/

  64. Lennart van der Linde

    Chris, ik verwees hierboven naar Jim Hansen, en doelde met name op Hansen et al 2008 (Target Atmospheric CO2):
    http://pubs.giss.nasa.gov/abs/ha00410c.html

    Zij zeggen onder meer:
    “Climate forcing in the LGM [Last Glacial Maximum] equilibrium state due to the ice age surface properties, i.e., increased ice area, different vegetation distribution, and continental shelf exposure, was -3.5 ± 1 W/m2 relative to the Holocene. Additional forcing due to reduced amounts of long-lived GHGs (CO2, CH4, N2O), including the indirect effects of CH4 on tropospheric ozone and stratospheric water vapor was -3 ± 0.5 W/m2. Global forcing due to slight changes in the Earth’s orbit is a negligible fraction of 1 W/m2. The total 6.5 W/m2 forcing and global surface temperature change of 5 ± 1°C relative to the Holocene yield an empirical sensitivity ~¾ ± ¼ °C per W/m2 forcing, i.e., a Charney sensitivity of 3 ± 1 °C for the 4 W/m2 forcing of doubled CO2…

    GHG and surface albedo changes are positive climate feedbacks. Major glacial-interglacial climate swings are instigated by slow changes of Earth’s orbit, especially the tilt of Earth’s spin-axis relative to the orbital plane and the precession of the equinoxes that influences the intensity of summer insolation. Global radiative forcing due to orbital changes is small, but ice sheet size is affected by changes of geographical and seasonal insolation (e.g., ice melts at both poles when the spin-axis tilt increases, and ice melts at one pole when perihelion, the closest approach to the sun, occurs in late spring. Also a warming climate causes net release of GHGs. The most effective GHG feedback is release of CO2 by the ocean, due partly to temperature dependence of CO2 solubility but mostly to increased ocean mixing in a warmer climate, which acts to flush out deep ocean CO2 and alters ocean biological productivity…

    Paleoclimate data permit evaluation of long-term sensitivity to specified GHG change. We assume only that, to first order, the area of ice is a function of global temperature. Plotting GHG forcing from ice core data against temperature shows that global climate sensitivity including the slow surface albedo feedback is 1.5°C per W/m2 or 6°C for doubled CO2, twice as large as the Charney fast-feedback sensitivity.

    This long-term climate sensitivity is relevant to GHGs that remain airborne for centuries-to-millennia. The human-caused atmospheric GHG increase will decline slowly if anthropogenic emissions from fossil fuel burning decrease enough… On the other hand, if the globe warms much further, carbon cycle models and empirical data reveal a positive GHG feedback on century-millennia time scales. This amplification of GHG amount is moderate if warming is kept within the range of recent interglacial periods, but larger warming would risk greater release of CH4 and CO2 from methane hydrates in tundra and ocean sediments. On still longer, geological, time scales weathering of rocks causes a negative feedback on atmospheric CO2 amount… but this feedback is too slow to alleviate climate change of concern to humanity.”

  65. @Bob februari 9, 2016 om 14:12
    dat is geen ‘misverstand’, zoals je stelt, het is 1 van de 7 drogredeneringen die Chris Schoneveld bezigt waarop ik februari 8, 2016 om 13:27 wees. Het is ouwe koek, zie beneden.

    @Chris Schoneveld februari 9, 2016 om 16:27
    “Guido, ik ben in ieder geval niet bang m’n (domme?) nek uit te steken bij “jullie”. Ik probeer op een nette manier met “jullie” in discussie te gaan, hoop daarvan te leren en kan m’n eigen kennis testen.”

    Nee, je bent gewoon een ontkenner. Je track record laat dat zien: al in 2014 op de NRC klimaatblog van P. Luttikhuis (van 23 nov. tot 4 dec.) trok je de bruikbaarheid van klimaatmodellen in twijfel waarbij je door Jos Hagelaars, Bob Brand en Hans Paaijmans gewezen bent op je drogredeneringen. En nu kom je hier onder het mom van ‘kennis testen’ met een nieuw standaard pakketje denial talking points aanzetten. Guido heeft februari 9, 2016 om 17:47 het pakketje samengevat: geen toename CO2 groeisnelheid, te beperkte hoeveelheid kolen om RCP8.5 mogelijk te maken, positieve terugkoppelingen kunnen niet bestaan -allemaal weerlegd.

    En voor alle duidelijkheid: het is bepaald niet beleefd t.o.v. je (klein)kinderen om anno 2016 nog loopjes te nemen met de klimatologische bevindingen.

  66. Chris Schoneveld

    Ik krijg nu zoveel sh*t over me heen van alle kanten dat ik me beperk tot de punten die volgens Guido zouden zijn weerlegd, wat ik bestrijd:

    – geen toename CO2 groeisnelheid
    – te beperkte hoeveelheid kolen om RCP8.5 mogelijk te maken
    – positieve terugkoppelingen kunnen niet bestaan

    Zoals ze hierboven worden samengevat komen mijn standpunten te zwart-wit over.

    #1– Geen toename CO2 groeisnelheid:
    Natuurlijk, als je de groeisnelheid vergelijkt met die in 60er jaren is er duidelijk een versnelling opgetreden. Dat ontken ik niet. Ik heb bezwaren tegen het lineair doortrekken van de toename in snelheid tot het jaar 2100 en om dat punt beter tot z’n recht te laten komen nam ik als voorbeeld dat in deze eeuw de toename nauwelijks is versneld en om dat te illustreren gaf ik de volgende grafiek (welke iedereen negeert).
    http://www.woodfortrees.org/plot/esrl-co2/from:2000/to:2008/plot/esrl-co2/from:2000/to:2008/trend/plot/esrl-co2/from:2008/to:2016/plot/esrl-co2/from:2008/to:2016/trend

    Natuurlijk zal er een toename als (in mijn visie) de piek van de uitstoot wordt bereikt over enkele decennia. (en als je goed kijkt is er ook een heel lichte toename in de hellingshoek van de twee lineaire regressies). Daarna zal er een vertraging van de toename optreden (in de door mij als realistisch geziene RCP 4.5). Mijn reactie was vooral ook gericht tegen het argument dat er nu al een toename 3 ppm/jaar wordt gemeten, heel wel wetende dat dat gevolgd gaat worden door een veel lagere ppm/jaar toename in een later jaar (van een La Nina).

    #2 – te beperkte hoeveelheid kolen om RCP8.5 mogelijk te maken.
    Ik heb het niet specifiek over kolen gehad, ik heb het over de nu geschatte economisch winbare reserves van alle fossiele brandstoffen gehad en dat die niet een RCP 8.5 scenario ondersteunen maar eerder een RCP 4.5. Het is een “matter of judgement” en niet een wetenschappelijke zekerheid in hoeverre de geschatte resources zullen verhuizen naar reserves en hoeveel van die reserves tegen het jaar 2100 zullen zijn geproduceerd. De “alarmisten” zullen neigen naar RCP8.5 de “sceptici” naar RCP4.5. Dat meningsverschil mag geen reden zijn om elkaar in denigrerende termen opzij te zetten. (Wat in beide kampen de norm schijnt te zijn).

    #3 – positieve terugkoppelingen kunnen niet bestaan.

    Dat heb ik niet in die woorden zo gezegd noch bedoeld. Natuurlijk bestaan er positieve feedbacks waarvan albedo en extra waterdamp een onbetwistbaar voorbeeld zijn. Het gaat mij om het netto effect van alle terugkoppelingen (negatief en positief) en op grond van de tot nu toe waargenomen temperatuurverhogingen in de periode van toenemende CO2 concentraties is een (netto!) positieve terugkoppeling niet erg waarschijnlijk. Opwarming sinds 1880 is 0,95 C. Waarvan de opwarming tussen 1900 en 1945 voornamelijke van natuurlijke oorsprong was en ik mag aannemen dat de lichte afkoeling tussen 1945 en 1975 veroorzaakt is doordat een natuurlijke afkoeling het broeikaseffect wist te compenseren. Mijn schatting dat 0.5C opwarming sinds 1880 door CO2 is veroorzaakt lijkt niet onredelijk.

    http://www.ncdc.noaa.gov/cag/time-series/global/globe/land_ocean/ytd/12/1900-2015?trend=true&trend_base=10&firsttrendyear=1900&lasttrendyear=2015

    De 120 ppm CO2 toename over diezelfde periode geeft een indicatie dat een TCR (over ECS valt over deze relatief korte periode geen uitspraak te doen) van rond dan 1 C een redelijke aanname is (Bij en verdubbeling van 280 naar 560 ppm zal vanwege de logaritmische relatie de eerste 120 ppm onveer 50% van de opwarming leveren). Een TCR van 1 C ligt in de lijn van een forcing door een verdubbeling van CO2 zonder terugkoppeling. Vandaar mijn verwachting dat er negatieve feedbacks in het systeem zitten die de positieve feedbacks compenseren.

    Het gemiiddelde van de 102 “Climate model runs” voor de bulk troposfeer (ik ga daar liever vanuit want de metingen van de oppervlakte temperatuur zijn teveel onderhevig aan latere correcties) overdrijven de opwarming met een factort 2.5 tot 3.

    Zie Christy, Figuur 1:
    http://docs.house.gov/meetings/SY/SY00/20160202/104399/HHRG-114-SY00-Wstate-ChristyJ-20160202.pdf

    Vandaar mijn scepsis over de betrouwbaarheid van de modellen.

    Ik denk dat jullie het hiermee moeten doen, verdere discussie zal slechts leiden tot herhaling van standpunten.

  67. 2015 grootste jaarlijkse CO2-toename ooit.

    Syrië is ons voorland.
    En waar ik dan echt het meeste spijt van heb is dat ik het bijna tien jaar geprobeerd heb met al dat geklets, zoals hier.

    Denk dat ik hoop vriendjes erbij krijg die met mij hopen op de milleniumoverstromingen in Nederland en de implosie van Instant Desertification Zone California (waar het gisteren ‘gewoon’ 35 graden stond).

    [JH: verwensing verwijderd, aub op de bal en niet op de man spelen]

  68. Chris Schoneveld

    Kampen’s reactie een voorbeeld van hoe men niet op elkaar zou behoren te reageren afgezien van het feit dat hij het mis heeft:
    Mauna Loa:
    1998 2.93
    1999 0.93
    2000 1.62
    2001 1.58
    2002 2.53
    2003 2.29
    2004 1.56
    2005 2.52
    2006 1.76
    2007 2.22
    2008 1.60
    2009 1.89
    2010 2.42
    2011 1.88
    2012 2.58
    2013 2.07
    2014 2.17
    2015 2.89 (vergelijk met het monster El NIño jaar 1998, het zou goed zijn als je de discussie hierover had gevolgd)

  69. Typische lobbyrespons. Het doet het zelf, het lokt het uit, en speelt het heilig boontje als het wat weerwoord krijgt. Doet natuurlijk ook net of ik zonet terzake ben komen kijken terwijl het precies andersom is.

    Nog iemand hier 36 jaar bezig met weer en klimaat?
    Dacht ik al.

    Zoek zelf maar even die 3.18 voor 2015 op (de andere getallen zijn correct). Dan loop je op dat puntje tenminste niet meer bij me achter.

  70. “Ik krijg nu zoveel sh*t over me heen van alle kanten…”
    Van mij krijg je gewoon je eigen track record voorgelegd.

  71. Vandaar, Goff. Merkwaardige disconnectie in de afvalperceptie (of het gebrek daaraan) bij die heren (en Curry en ‘Nova’ natuurlijk).

  72. Beste Chris Schoneveld,

    Over je #1 t/m #4 hierboven:

    #1 – “Ik heb bezwaren tegen het lineair doortrekken van de toename in snelheid tot het jaar 2100 en om dat punt beter tot z’n recht te laten komen nam ik als voorbeeld dat in deze eeuw de toename nauwelijks is versneld …

    In werkelijkheid is Guido aan de voorzichtige kant door de trend over de laatste 15 jaar in de stijging van de CO2-emissies lineair (!) door te trekken naar 2100. De emissies zijn namelijk sinds 1960 niet lineair (dus met constante snelheid), maar ruwweg exponentieel gestegen.

    In plaats van de CO2-emissies — die Guido als basis gebruikt — ga jij dan CO2-concentraties in een grafiekje zetten, en wel over een véél te korte periode:

    Jouw eigen grafiekje

    Wat je blijkbaar over het hoofd ziet is dat OOK DAAR, zelfs over die 2 x 8 jaar, een versnelling zichtbaar is:

    2000 – 2008: Least squares trend line; slope = 2.0054 per year
    2008 – 2016: Least squares trend line; slope = 2.12572 per year

    Als je op ‘Raw data’ klikt onderaan jouw grafiekje zie je de toename in de snelheid — dus de versnelling — waarmee de CO2-concentratie stijgt. En ja, op het oog is het lastig te zien als je zo’n korte reeks in een grafiekje zet.

  73. Verder over #1:

    In het bovenstaande blogstuk legt Guido zorgvuldig uit dat als je naar concentraties kijkt i.p.v. naar de emissies, je te maken krijgt met effecten op de ‘airborne fraction’ door:

    — El Niño’s en La Niña’s
    — vulkanisme

    Die maken dat het deel van de emissies dat in de dampkring achterblijft sterk schommelt. Zie de per jaar sterk wisselende datapunten vóór en na 2008 hier:

    De jaren ná 2008 werden gekenmerkt door een meer dan gemiddeld aantal La Niña’s, waardoor de airborne fraction die jaren relatief laag was — en als jij dan een vergelijking gaat maken tussen 2000 – 2008 vs. 2008 – 2015 dan gaat dit verschil meespelen.

    ZELFS ondanks die extra La Niña’s na 2008 (t.o.v. El Niño’s over 2000 – 2008) blijkt de toename van de concentratie dan versneld te zijn.

  74. Lennart van der Linde

    Beste Chris, je zegt:
    “Natuurlijk bestaan er positieve feedbacks waarvan albedo en extra waterdamp een onbetwistbaar voorbeeld zijn. Het gaat mij om het netto effect van alle terugkoppelingen (negatief en positief) en op grond van de tot nu toe waargenomen temperatuurverhogingen in de periode van toenemende CO2 concentraties is een (netto!) positieve terugkoppeling niet erg waarschijnlijk.”

    Mijn vraag was echter:
    Hoe verklaar je de circa 5 graden temperatuurverschil tussen een ijstijd en interglaciaal bij een CO2-concentratie van respectievelijk circa 190 en 290 ppm? Waar komt die circa 100 ppm verschil in CO2-concentratie vandaan, als dat niet door een positieve terugkoppeling komt? En waar komt die 5 graden temp-verschil vandaan, als die niet voor een substantieel deel door het CO2-verschil veroorzaakt wordt?

    En vervolgens nogmaals:
    “De 5C die ik noemde sloeg op de mondiale temperatuur, niet op die in Antarctica. Hoe dan ook geeft jouw som van 8 ppm/C, of 16 ppm/C gecorrigeerd, geen antwoord op mijn vraag hoe je het temp-verschil tussen glaciaal en interglaciaal verklaart zonder versterkende CO2/GHG-feedback. Wat zijn volgens jou de belangrijkste factoren die het 5C-verschil verklaren?”

    Je geeft nu aan dat albedo-veranderingen een onbetwistbaar voorbeeld van positieve feedback vormen. Prima. Maar welke rol speelt volgens jou de relatief trage positieve CO2/GHG-feedback, die volgens bv Hansen et al 2008 bijna even groot is als de albedo feedback (en bovenop de relatief snelle waterdamp-feedback komt)? En als die volgens jou geen of een veel kleinere rol speelt dan Hansen etc denken, hoe verklaar je dan de oscillatie tussen ijstijden en interglacialen?

  75. Nog verder over #1:

    Het is nuttig om te kijken naar de snelheid waarmee de CO2-concentratie gestegen is, maar dan gewoon per decennium (dus met willekeurige grenzen tussen de perioden, i.p.v. precies tussen overwegend El Niño’s en overwegend La Niña’s).

    Dit is — per decennium — de gemiddelde snelheid waarmee de CO2-concentratie gestegen is:

    1960 - 1969: 0,82 ppm/jaar
    1970 - 1979: 1,30 ppm/jaar
    1980 - 1989: 1,59 ppm/jaar
    1990 - 1999: 1,47 ppm/jaar
    2000 - 2009: 1,91 ppm/jaar
    2010 - 2015: 2,31 ppm/jaar

    Je ziet een toename van de snelheid en dat heet een versnelling.

    (*) De data kan je hier downloaden (in de box onder ‘Annual Mean Global Carbon Dioxide Growth Rates’), en dat zijn de wereldgemiddelde concentraties i.p.v. alleen Mauna Loa:

    http://www.esrl.noaa.gov/gmd/ccgg/trends/global.html

  76. Guido van der Werf

    En in aanvulling daarvan: als je op jaarlijkse schaal gaat vergelijken dan moet je 2016 met 1998 vergelijken, niet 2015 met 1998. De hoge groeisnelheid zit altijd NA de El Nino piek. Uiteraard hebben we 2016 nog niet maar het heeft er alle schijn dat we richting de 4 ppm gaan.

  77. @Chris Schoneveld

    Add#1 “Geen toename CO2 groeisnelheid”

    “..nam ik als voorbeeld dat in deze eeuw de toename nauwelijks is versneld..”
    I.p.v. geen versnelling spreek je nu over ‘nauwelijks is versneld’. ‘Nauwelijks’ is erg subjectief natuurlijk, de trend in de jaarlijkse CO2 toename over 2000-2015 is echter hoger dan over 1959-2016, maar de onzekerheid in die trend natuurlijk ook.

    “Mijn reactie was vooral ook gericht tegen het argument dat er nu al een toename 3 ppm/jaar wordt gemeten…”
    Je eerste reactie was dat je die meetwaarde, die door NOAA is gerapporteerd, niet geloofwaardig vond:
    “Niet erg geloofwaardig gezien de natuurlijke range van 8 ppm per jaar.”

    Add #2 “- te beperkte hoeveelheid kolen om RCP8.5 mogelijk te maken – “

    Het IPCC geeft via de geschatte reserves en resources aan fossiele brandstoffen uit de eerder genoemde tabel 7.2 uit AR5 WG3 aan dat RCP8.5 wel degelijk tot de mogelijkheden behoort. Jij vindt dat “niet realistisch” en inderdaad heeft het dan geen zin om hier verder over te ‘welles-nietessen’.

    Add #3 – positieve terugkoppelingen kunnen niet bestaan –

    Dit heb je nu ‘verduidelijkt’ door te stellen dat je vindt dat een netto terugkoppeling op een stijging van de CO2 concentratie “niet erg waarschijnlijk” is. Je argumentatie betreft alléén de TCR die volgens jou dan circa 1 °C zou bedragen en je argumenten bestaan uit:
    “Opwarming sinds 1880 is 0,95 C. Waarvan de opwarming tussen 1900 en 1945 voornamelijke van natuurlijke oorsprong was en ik mag aannemen dat de lichte afkoeling tussen 1945 en 1975 veroorzaakt is doordat een natuurlijke afkoeling het broeikaseffect wist te compenseren. Mijn schatting dat 0.5C opwarming sinds 1880 door CO2 is veroorzaakt lijkt niet onredelijk.”
    Wat hier opvalt is dat je buiten CO2 alleen de natuurlijke variatie noemt. Dat maakt je hele sommetje over de TCR al totaal onzinnig. Daarbij is de ECS een stuk hoger dan de TCR en voor de ECS zou zelfs jij op een totale positieve terugkoppeling uitkomen.
    De wetenschap bij monde van het IPCC geeft op basis van meerdere bewijscategorieën een range van 1.5 tot 4.5 voor de ECS.

    Er zijn andere forceringen die een rol spelen, en ook hebben gespeeld over 1900-1975, bijv. de andere broeikasgassen, de zon en de negatieve forcering door menselijke aerosolen en vulkanen. Zie image hieronder (ref http://data.giss.nasa.gov/modelforce/). De opwarming over 1900-1945 is zeker niet alleen van natuurlijke oorsprong. De vulkanen hebben dat millennium een koude start bezorgd, maar de forcering door de toename van de concentratie aan broeikasgassen over 1945 minus 1900 is circa +0.56 W/m². Het plateau in de T over circa 1945-1975 is mede veroorzaakt door een geringe stijging van de totale antropogene forcering in combinatie met de o.a. de uitbarsting van Mount Agung.

  78. Chris Schoneveld

    Figgur !:
    http://docs.house.gov/meetings/SY/SY00/20160202/104399/HHRG-114-SY00-Wstate-ChristyJ-20160202.pdf

    Meer hoef ik niet te zeggen. Dat zijn waarnemingen die alle projecties van klimaatmeodellen in de prullemand gooien.

    En Bob, lineair doortrekken van een trend als de distributie een Bell curve is is niet erg realistisch. Maar die Bell curve geloof jij ook niet in en dan zij wij ook daarover uitgepraat.

  79. Chris, het plaatsen van een verwijzing naar het misleidende figuur van Christy zorgt niet bepaald voor vrienden hier.

    Ik zal je twee hints geven waarom je dat figuur nooit een peer-reviewed publicatie zal zien:
    a) Geen confidence intervals. Die zijn zo groot voor de satellieten alleen dat het gemiddelde van de modellen (waar dus *ook* een confidence interval omheen zit) daar al binnen valt
    b) de ballon- en satellietdata is naar beneden geschoven, terwijl ze beginnen rond een El Nino en ze dus juist *boven* de model mean moeten beginnen

    Als Christy dat ooit in een wetenschappelijke publicatie plaats, dan kan hij meteen voor het rekje staan bij zijn universiteit voor wetenschappelijke fraude. Hij is namelijk al ettelijke malen gewezen op de problemen met zijn grafiekje.

    Ondertussen, in de echte wereld:

    (en dat is zonder aanpassingen van de forcing)

  80. Beste Chris Schoneveld,

    Wat fijn dat jij hier aan ‘Renewable’ een ENORME en groeiende rol toekent al vanaf ca. 2040:

    Echter, dat plaatje komt uit een scenario van Edwards, die nu juist een doortastend klimaatbeleid verwacht.

    Je plaatje met een ‘Bell curve’ komt uit een verouderde publicatie van Edwards uit 2001, en Edwards was nog een volgeling van de ‘peak oil’ theorie van M. King Hubbert uit 1956. Die theorie had echter betrekking op:

    — conventional oil and natural gas

    En ná 2001 zijn juist unconventional oil and gas en vooral de nog bijna niet ontgonnen, bijna onbeperkte, voorraden aan steenkool in opkomst gekomen. In dat verouderde grafiekje uit 2001 zie je dan ook ‘unconventional oil and gas’ NIET EENS vermeld staan.

    Deze resources staan echter wel in het overzicht van IPCC uit 2014 met de cijfers van Rogner, UNECE en van BP zelf:

    Het blijkt dat dat deze voorraden — in tegenstelling tot wat Hubbert nog dacht in 1956 — ruimschoots voldoen om nog ten minste 800 jaar (met behulp van steenkool) de huidige energiebehoefte te dekken.

  81. Chris Schoneveld

    Deze grafiek was slechts ter illustratie van een bell curve productie profiel. Ik kan nog tientallen meer recente curves tonen, zo je wilt. Een beetje flauw om zoveel nadruk te leggen op de datum van dit voorbeeld of dat er renewables in worden genoemd. Natuurlijk moet de afname worden gecompenseerd. In dit grafiekje is dat renewables. Maar het tekort kan net zo goed of beter nog gecompenseerd worden met nucleaire energie, in welke vorm dan ook (fusion?). Maar ik had in mijn eerste commentaar al naar een meer recente studie gerefereerd. Maar daar kwam geen reactie op: http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC2781836/

    En ik had ook een meer recente bell curve laten zien: http://www.rmi.org/RFGraph-Fossil_fuels_global_production

    Het is echt spijkers op laag water zoeken om vooral de essentie van mijn commentaar te ontwijken. Vond je Christy niet overtuigend?

  82. Nee, we vinden lobbyisten niet overtuigend.

  83. …en zeker niet als hij een zo misleidende grafiek gebruikt, terwijl hij al diverse malen is gewezen op de misleidende aspecten van die grafiek.

  84. Beste Chris Schoneveld,

    Ik kan dan ook wel willekeurige plaatjes van de wiskundige ‘Bell curve’ gaan plaatsen — net zoals jij:

    Voor jouw informatie: een ‘Bell curve’ geeft een kansverdeling aan (een normaalverdeling) en is géén projectie van de toekomst. Waar het om gaat is dat er voorlopig geen beperking is aan de CUMULATIEVE hoeveelheid aan economisch winbare fossiele brandstoffen:

    resources are those where economic extraction is potentially feasible.

    Dat er ooit een einde zal komen aan de 8543 tot 13649 Gigaton C aan economisch winbare fossiele brandstoffen (die nu bekend zijn) is een feit. Ons jaarverbruik is nu ca. 10 Gigaton per jaar.

    Dat daarvóór dan de productie zal gaan pieken (jouw ‘Bell curve’) is ook heel waarschijnlijk, maar het stelt geen beperking aan het RCP8.5 scenario dat t/m 2100 nog slechts nodig heeft:

    1460 — 1910 Gigaton C

    Dat valt zelfs binnen de (nu) ‘proven reserves’ van 1002 — 1940 Gigaton C waar jij je zelf op beroept.

  85. Verder zijn dit pogingen van Chris Schoneveld om de aandacht af te leiden van het onderwerp waar hij & ik het over hebben, namelijk of het RCP8.5 scenario en de projectie van Guido mogelijk zijn qua beschikbaarheid van fossiele brandstoffen:

    — “Maar het tekort kan net zo goed of beter nog gecompenseerd worden met nucleaire energie, in welke vorm dan ook (fusion?).

    Je kwam zelf met die grafiek, Chris. In de publicatie in 2001 waar het vandaan komt vermeldde Edwards ‘Renewable(s)’.

    Kernenergie maakt pas een kans indien er een strikt overheidsbeleid is om: (i) CO2-emissies terug te dringen; (ii) luchtvervuiling te verminderen; (iii) afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te beperken en (iv) ‘energy security’ te verbeteren.

    Kernenergie gaat juist een kans maken dóór overheidsbeleid. Anders is steenkool blijven stoken goedkoper, inmiddels zowat te geef:

    Kernenergie is uitgebreid besproken onder eerdere blogstukken (reacties horen dus daar):

    Windenergie zorgt wel degelijk voor vermindering CO2 uitstoot
    Open discussie zomer 2014

    — “Vond je Christy niet overtuigend?

    Opnieuw een afleidingspoging. Het verhaal van Spencer & Christy is al in detail besproken in eerdere blogstukken:

    Satellieten, oppervlaktetemperatuur en opwarming
    Een warm 2015 en modelvergelijkingen/prognoses
    To Pause Or Not To Pause
    Spencer’s Grafiekengoochelarij
    Spencer in de Amerikaanse Senaat

  86. Chris Schoneveld februari 11, 2016 om 13:3:
    “Het is echt spijkers op laag water zoeken om vooral de essentie van mijn commentaar te ontwijken.”

    Met de essentie van zijn commentaar kwam Chris februari 7, 2016 om 10:57 binnen: “Waar Guido zijn onzinnige projecties in Figuur 4 vandaan heeft is mij een raadsel.”

    Dat e.e.a. voor hem een raadsel was, was kennelijk reden om Guido’s analyse als onzin weg te zetten. Zijn argumenten zijn intussen weerlegd maar ter afronding bestaat hij ’t nu om de weerleggingen te kwalificeren als “spijkers op laag water zoeken”. Platte leercurve bij Chris, hij kwam toch om zijn kennis te testen en iets te leren.

  87. Lennart van der Linde

    Beste Chris,
    Je zult het wel druk hebben, maar ik krijg bijna het idee dat je mijn vraag naar je verklaring voor de afwisseling tussen ijstijden en interglacialen ontwijkt. Ik blijf benieuwd naar je antwoord daarop.

  88. Pieter Van der Loo

    Marco,
    Uit jouw plaatje leid ik grofweg af dat de opwarmingstrend over de laatste 15 jaar zich aan de onderkant van “onzekerheidsrange” van de modelprojecties bevindt .
    Volgens mij manifisteert John Christy zich hier als een te activistisch wetenschapper door te verbeelden dat we ons ruim onder de onzekerheidsrange bevinden. Miisschien een naieve vraag van een leek:
    Maar zou hij dan niet door zijn werkgever, de universiteit van Allabama op de vingers getikt moeten worden?
    Of is de universiteit zelf ook activistisch hierin ?

  89. Pieter Van der Loo

    Alabama is de juiste spelling.

  90. Chris Schoneveld

    Teveel commentaren om op ieder afzondelrlijk te reageren.
    Een paar:

    Bob zegt: “Het blijkt dat dat deze voorraden — in tegenstelling tot wat Hubbert nog dacht in 1956 — ruimschoots voldoen om nog ten minste 800 jaar (met behulp van steenkool) de huidige energiebehoefte te dekken.”

    Dat slaat weer op de resources en niet wat economisch winbaar is.

    Later zegt Bob: “Voor jouw informatie: een ‘Bell curve’ geeft een kansverdeling aan (een normaalverdeling) en is géén projectie van de toekomst.”

    Dat hangt af van waar je van uit gaat. Als ik uit ga van een typische productie profiel van hoe reserves worden “uitgeput”, dan gaat dat meestal in de vorm van een “normal distribution” (waarbij de horizontale as met stardaard deviaties wordt vervangen door een tijdschaal). Daarvan uitgaande kan je dus een projectie met cumulatieve productie naar de toekomst maken; in de King Hubbert stijl maar dan met beter gefundeerde getallen. Het principe staat nog steeds overeind maar de uitkomst valt en staat met hoe goed je data zijn.

    Dan is het cirkeltje weer rond nl. dat jullie ervan uitgaan dat er geen piek in de production “rate” zal optreden deze eeuw (zelfs een lineair gestage toename tot het einde van 2100 en terwijl ik aan de hand van andere informatie wel een afname na 2025 (low) of 2035 (medium) of 2050 (high) voorzie. Bijvoorbeeld deze tabel 12 uit het raport waar ik eerder naar verwezen heb: http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC2781836/table/RSTB20090170TB12/

    Bob, verwijzen naar eerdere blogstukken is een ontwijkend antwoord. Specifiek heeft Christy het over de bulk atmosfeer vertegenwoordigt door de troposfeer en de waarnemingen van zowel ballon als MSU (UAH). Die metingen zijn niet onderhevig aan onzekere oppervlakte metingen. “Onzeker” omdat toch iedere keer weer blijkt dat de ruwe data moeten worden gecorrigeerd (altijd omhoog in het nabije heden (recent voorbeeld Karl et al.) en omlaag in het verre verleden, vooral BOM in Australie is daar goed in). Christy vergelijkt die betrouwbare metingen (door RSS bevestigd) met modellen voor de troposfeer. De conclusie is domweg vernietigend voor de modellen. In de vergelijking van 73 modellen komt alleen een Russisch model (met een lage ECS) min of meer in de buurt van de waarnemingen.
    Men gaat uit van het gemiddelde van “102 model runs” als het meest waarschijnlijke scenario in plaats van eens precies te gaan kijken hoe het komt dat het Russische model (INMCM4.0.) het beste aansluit bij de waarnemingen. Is dat model wellicht toevallig “good for the wrong reasons” of is de input toch op goede gronden te verdedigen?

    Nog even dit: Ik zag op de links die jij gaf dat er kritiek was op de steeds weer terugkerende claims (vooral door Monckton en al die andere “deniers” op WUWT) dat er een pauze is in de opwarming van de troposfeer. De terechte kritiek kwam er op neer dat men altijd het piek jaar 1998 neemt als uitgangspunt. Dat is cherriepicking en moet je inderdaad niet doen! Neem gewoon het jaar 2001 (15 jaar trend):

    http://www.woodfortrees.org/plot/rss/from:2001/to:2016/plot/rss/from:2001/to:2016/trend

    en wat zie je dan? En als je andere jaren neemt zul je best een licht stijgende lijn vinden maar feit is dat er geen acceleratie van de opwarming is, in tegendeel een sterke deceleratie:

    http://www.woodfortrees.org/plot/rss/from:1986/to:2001/plot/rss/from:1986/to:2001/trend/plot/rss/from:2001/to:2016/plot/rss/from:2001/to:2016/trend

    En dat terwijl Bob mij zo fijntjes onder neus wrijft dat CO2 gehalte toch echt versneld toeneemt.
    quote:
    “zelfs over die 2 x 8 jaar, een versnelling zichtbaar is:

    2000 – 2008: Least squares trend line; slope = 2.0054 per year
    2008 – 2016: Least squares trend line; slope = 2.12572 per year”

    Unquote

    Hoe rijmen jullie dit met de decelaratie in de troposferische temperaturen? Ik weet het wel: 15 jaar is te kort. OK, over nog eens 15 jaar spreken we elkaar weer en als de temperaturen dan in de pas lopen met INMCM4.0. dan hoop ik dat jullie overlopen naar het sceptische kamp.

  91. Beste Pieter van der Loo,

    Het plaatje van Marco houdt nog geen rekening met het feit dat de (aangenomen) forceringen die toentertijd voor de CMIP5 modelruns gebruikt zijn, hoger waren dan de werkelijke (gemeten) forceringen over de laatste 15 jaar:

    — zonnesterkte (TSI) is meer gedaald dan toen verwacht werd;
    — een aantal kleine maar herhaalde vulkanische erupties hebben meer aërosolen in de stratosfeer gebracht dan gemiddeld verwacht werd.

    Dit beïnvloedt enigszins het verloop van het centrale zwarte lijntje en de grijze spreiding in de modelruns in deze grafiek van Marco:

    Als je de modelruns herhaalt met de gemeten forceringen i.p.v. de ooit aangenomen forceringen, dan krijg je het verloop dat hier met stippellijnen is aangegeven (de ‘Forcing adjusted CMIP5 mean + spread’):

    Het is van Gavin Schmidt van NASA. Je ziet dan dat 2015 bijna precies samenvalt met nota bene het midden van de spreiding in de modelruns.

    Je zegt: “Volgens mij manifisteert John Christy zich hier als een te activistisch wetenschapper door te verbeelden dat we ons ruim onder de onzekerheidsrange bevinden. Miisschien een naieve vraag van een leek: Maar zou hij dan niet door zijn werkgever, de universiteit van Allabama op de vingers getikt moeten worden?

    Nee.

    In de VS is er gelukkig een vergaande academische vrijheid voor althans ‘tenured’ onderzoekers en hoogleraren (degenen met een vaste aanstelling) om vrijuit te zeggen wat zij denken en vinden. Dat is een groot goed en dan dien je óók te accepteren dat SOMS iemand als Christy ietwat onzinnige, tendentieuze en zelfs misleidende dingen zegt. Uiteraard kan hij dan weer op die fouten gewezen worden door collega’s en anderen.

    Het wordt wél wat anders indien Christy (en/of Spencer) bewust hun onderzoeksresultaten zouden vervormen of de stand van zaken aantoonbaar bewust frauduleus voor zouden stellen — in dat geval zal bijvoorbeeld de National Science Foundation (NSF) zich afvragen of het nog wel verstandig is om hun onderzoek te bekostigen. Dat laatste is er bijvoorbeeld met Murray Salby gebeurd — hij bleek onderzoeksresultaten vervalst te hebben (het onderzoek was niet eens gedaan), is door de NSF voor de rechter gedaagd én veroordeeld. Vervolgens is Salby ‘gevlucht’ naar Australië om het betalen van de schadevergoeding (onterecht ontvangen onderzoeksgelden) aan de NSF te ontlopen. Toen zijn nieuwe werkgever in Australië daarachter kwam is Salby vervolgens ontslagen. Een trieste geschiedenis.

    Christy stelt de zaken m.i. héél onjuist voor maar is m.i. ook iemand die zijn best doet binnen het onderzoeksveld en hij mag dus gewoon alles zeggen wat hij wil (hoe tendentieus het ook is).

  92. “Bob, verwijzen naar eerdere blogstukken is een ontwijkend antwoord.” – kennen we ook. We worden geacht constant te rennen om de lobbynonsens te debunken om daar alleen maar elke dag weer dezelfde nonsens voor terug te krijgen.

    Iets waar ik alvast al jááááren niet meer intrap. En deze opmerking is niet aan Chris S. gericht.
    Klimaatrevisionisme moet je niet debunken. Je moet het exposen en bannen.
    Iedereen die deze draad ter kennis neemt kan wederom maar één indruk krijgen: dat er nog debat zou zijn.

  93. Ik onderschrijf Remko’s opmerking.
    @Schoneveld negeert verwijzing naar eerdere blogstukken incl. draadjes (in mijn geval naar de NRC record) c.q. zet het weg als ‘ontwijken’ (in Bob’s geval naar de Klimaatverandering record).
    Laten we wel wezen: hij doet niet aan debat of gedachtenwisseling maar aan querulantisme. En alleen als zodanig kan het gepareerd worden. Waarvan acte.

  94. Hans Custers

    dan hoop ik dat jullie overlopen naar het sceptische kamp.

    Nee, Mocht ooit blijken dat pseudosceptici een of andere uitkomst goed gegokt hebben, dan doet dat niets af aan het feit dat ze zich vrijwel uitsluitend bedienen van drogredenen, halve waarheden, hele onwaarheden, verdraaiingen en laster. Er zal nooit reden zijn om naar dat “kamp” over te stappen.

    Wetenschap draait niet om het goed gokken van een uitkomst, maar om kennis en inzicht, op basis van alle waarnemingen. Mochten de komende 15 jaar zich op een onverwachte manier ontwikkelen, dan zal dat een schat aan wetenschappelijke kennis opleveren. Mocht de wetenschap daar aanleiding toe zien, dan zal men de projecties aanpassen. Dat, Chris, is échte scepsis.

    (Terzijde: de werkelijke bedreiging van het vertrouwen in de wetenschap komt m.i. niet van het toekomstige temperatuurverloop, maar van “conservatieve” politici. Mocht de volgende president van de VS Trump heten, of Cruz, dan vrees ik een enorme aanslag op de (klimaat)wetenschap in de VS. Mogelijk veel ernstiger dan wat er onder Harper in Canada gebeurde, of dan er nu dreigt te gebeuren in Australië.)

  95. Chris Schoneveld

    Bob Brand | februari 12, 2016 om 13:07 |

    Nu laat je weer grafieken met oppervlakte temperaturen zien en negeer je volledig het feit dat ik (en Christy) het over de troposfeer hebben en wel van het oppervlakte tot 50.000 voet.

    Zijn Figuur 1 is gebasserd op:

    Fig. 1: Five-year averaged values of annual mean (1979-2015) global bulk (termed “midtropospheric”
    or “MT”) temperature as depicted by the average of 102 IPCC CMIP5
    climate models (red), the average of 3 satellite datasets (green – UAH, RSS, NOAA) and
    4 balloon datasets (blue, NOAA, UKMet, RICH, RAOBCORE).

    Als Christy wordt beschuldigd van wetenschappelijke fraude (volgens Marco) hoe zit dat dan met Carl Mears (RSS)? En als er iets fout is met Figuur 1 laat dan precies zien wat er fout is in plaats van ongefundeerde kritiek te spuien.

  96. Chris, ik heb je al twee redenen gegeven waarom het fraudulent is:
    a) de zogenaamde confidence intervals zijn niet weergegeven. En dat is niet zonder betekenis: die zijn zo groot, en dan vooral bij de satellieten, dat de vermeende ‘falsificatie’ helemaal niet blijkt uit de data
    b) de data voor de satellieten en ballonnen is naar beneden geschoven, terwijl ze beginnen in een El Nino periode, waar de TMT juist warmer is dan de oppervlakte temperaturen (en ze dus *boven* de modelruns moeten beginnen).

    We kunnen er nog wel wat bijhalen: de modellen zijn gebaseerd op metingen aan de grond, niet in de MT.

    Oh, voor zover ik kan vinden stopt RAOBCORE (en Rich waarschijnlijk ook) in 2011, terwijl de UKMet ballondata pas begint in 1997. Oftewel die “vier ballon datasets” is een nogal inhomogene verzameling van gedeeltelijk overlappende data.

    Eigenlijk past alleen RATPAC-A (NOAA) als goed vergelijksmateriaal, en die vergelijking valt niet echt goed uit voor RSS en UAH als we kijken naar de laatste 20 jaar:
    https://drive.google.com/file/d/0B_dL1shkWewaYUdhcjdFOFJ3ZTA/view

    Ik weet niet waarom je Carl Mears erbij haalt. Hij heeft niet zo’n misleidend grafiekje als Christy gemaakt.

  97. Nog meer onjuistheden van Chris:
    “(altijd omhoog in het nabije heden (recent voorbeeld Karl et al.) en omlaag in het verre verleden, vooral BOM in Australie is daar goed in).”

    Et voilà:
    http://variable-variability.blogspot.com/2015/02/homogenization-adjustments-reduce-global-warming.html

    Oftewel, de correcties *maken de trends minder*!

    En als Chris de satellieten zo veel meer betrouwbaar vindt, dan kan hij vast de volgende tabel verklaren van de veranderingen in de trend in de UAH dataset (van https://en.wikipedia.org/wiki/UAH_satellite_temperature_dataset) nadat ze allerlei correcties uitvoerden. Let wel, dit zijn allemaal veel grotere veranderingen in trend dan welke aanpassing van NOAA dan ook, behoudens de coean heat content data van vóór 1940)
    1994: -0.03
    1997: 0.03
    1998: 0.10
    1998: -0.07
    2003: 0.008
    2004: -0.004
    2005: 0.035

    En dan nu v.6:
    http://davidappell.blogspot.dk/2015/04/some-big-adjustments-to-uahs-dataset.html

    De ‘correcties’ zijn echt veel en veel groter dan die van NOAA in de laatste 40 jaar. Geen piep komt er van de pseudoskeptici…

  98. Hans Custers

    Marco,

    Bovendien kunnen de trends in UAH v.6 volgende maand weer anders zijn. Sinds die v.6 (in 2006 aangekondigd “binnen enkele maanden”) in april vorig jaar verscheen is er gemiddeld om de twee maanden een nieuwe versie gekomen. De ene keer omdat er per ongeluk een deel van de data niet was meegenomen, of afgelopen maand op basis van deze vage redenering:

    “We had been concerned that the LT temperature trends over land were too warm compared to the ocean. One hint that something might be wrong was that the trends over very high elevation portions of the Greenland ice sheet and the Himalayas were much colder than the surrounding regions (see Fig. 4 here). Another was discontinuities in the trend patterns between land and ocean, especially in the tropics.

    “We determined this is most likely due to a residual mismatch between the MSU channel 2 weighting function altitude on the early satellites versus the AMSU channel 5 weighting function altitude on the later satellites. We already knew AMSU5 peaks lower than MSU2, and had chosen Earth incidence angles in each to get a match based upon theory. But apparently the theory has some error, which we find equates to about 150 meters in altitude. This was enough to cause the issues we see….land too warm at low elevations, too cold for elevated ice surfaces.

    “We therefore changed the AMSU5 reference Earth incidence angle (from 35.0 to 38.3 deg.) so that the trends over Greenland and the Himalayas were in much better agreement with the surrounding areas.”

    Je reinste anti-reclame voor satellietmetingen van de temperatuur. Het is zeker niet aan Spencer & Christy te danken dat die metingen nog wat wetenschappelijke geloofwaardigheid hebben.

  99. Beste Chris Schoneveld,

    Nu laat je weer grafieken met oppervlakte temperaturen zien en negeer je volledig het feit dat ik (en Christy) het over de troposfeer hebben en wel van het oppervlakte tot 50.000 voet.

    Klimaatverandering betreft de gevolgen voor mens, maatschappij, dier en plant en die leven overwegend aan het aardoppervlak en niet op 50.000 voet hoogte.

    Dáárom is de gemeten temperatuurstijging aan het oppervlak (de GMST) wat de klimaatmodellen (onder meer) projecteren en wat er direct — dus met duizenden thermometers aan het oppervlak — gemeten wordt:

    De reeksen van Christy & Spencer (UAH) en van RSS baseren zich NIET op directe temperatuurmetingen maar op de ‘brightness’ van zuurstof-moleculen hoog in de troposfeer (2 tot 15 km hoogte). En daaruit proberen zij dan met behulp van modellen de vermoedelijke temperaturen aan het aardoppervlak te reconstrueren.

    De temperaturen van Christy & Spencer (UAH) zijn al herhaaldelijk totaal onjuist gebleken.

    Na 7 jaar lang beweerd te hebben dat zij een temperatuurdaling zagen over (uiteindelijk) 1979 t/m 1995 — in tegenstelling tot alle andere temperatuurreeksen — bleek in 1998 dat Christy & Spencer precies verkeerd om gecorrigeerd hadden voor het baanverval van de gebruikte MSU satellieten. Waar Christy & Spencer een temperatuurdaling meenden te zien… moest het juist een even grote maar tegengestelde temperatuurstijging zijn.

    Daarom wees ik je op het uitgebreide blogstuk van 21 januari j.l. dat wij (Bart, Bob, Hans en Jos) al over het verhaal van Christy in het Congres geschreven hebben:

    Satellieten, oppervlaktetemperatuur en opwarming

    Het tweede citaat boven dit blogstuk refereert aan gegevens afkomstig van satellieten. Die satellieten hangen velen tientallen kilometers boven het aardoppervlak en hebben geen thermometer aan boord waarmee men de temperatuur op aarde kan meten. De satellieten meten straling afkomstig van zuurstofmoleculen en de intensiteit van deze straling is afhankelijk van de temperatuur. Wellicht kwam al dat rekenen en corrigeren bij de oppervlaktetemperaturen ingewikkeld over, het bepalen van de temperatuur uit satellietgegevens is nog een stuk complexer. De satellieten kunnen hoogte verliezen of het tijdstip waarop ze boven een bepaald punt op het aardoppervlak zijn kan veranderen. Men moet er zorg voor dragen dat de data van de afkoelende stratosfeer en de opwarmende troposfeer goed van elkaar gescheiden blijven en er moet rekening gehouden worden met temperatuureffecten in het meetinstrument zelf. Dan moet men er tevens voor zorgen dat de data afkomstig van een satelliet die gedurende een bepaalde periode actief was, aansluit bij een andere satelliet die actief was gedurende een andere periode. Via ingewikkelde algoritmes (in feite modellen) wordt de geobserveerde straling omgerekend naar een temperatuur van de luchtlaag in kwestie. Bij een van de twee bekende satelliet-datasets (RSS) gebruikt men zelfs een klimaatmodel voor bepaalde belangrijke correcties. UAH is bezig met een nieuwe versie van hun dataset en dat resulteert in aanzienlijke verschillen tussen hun oude en nieuwe temperatuurdata, net als bij eerdere wijzigingen die zij door hebben gevoerd. Een teken dat dit soort correcties bij de satellietdata niet bepaald eenvoudig is. Wat tevens belangrijk is: de satelliettemperatuur-data betreffen niet het oppervlak, maar verschillende lagen van de atmosfeer. …

    Lees dus gewoon de blogstukken waar wij (Bart, Bob, Hans en Jos) al zijn ingegaan op de verhalen van Christy:

    Satellieten, oppervlaktetemperatuur en opwarming
    Een warm 2015 en modelvergelijkingen/prognoses
    To Pause Or Not To Pause
    Spencer’s Grafiekengoochelarij
    Spencer in de Amerikaanse Senaat

  100. Overigens zijn zojuist de januari temperaturen van NASA GISTEMP binnen:

    +1.13 °C

    boven het gemiddelde over 1951 — 1980 en daarmee verreweg de warmste januari ooit gemeten. Deze temperatuur ligt 0,52 °C boven de januari van het extreme El Niño jaar 1998.

    http://data.giss.nasa.gov/gistemp/tabledata_v3/GLB.Ts+dSST.txt

  101. Beste Chris Schoneveld,

    Hierboven plaats jij het volgende verzinsel:

    En als je andere jaren neemt zul je best een licht stijgende lijn vinden maar feit is dat er geen acceleratie van de opwarming is, in tegendeel een sterke declaratie: …

    Feit is dat er helemaal geen vertraging is van de opwarming, maar eerder een versnelling.

    Neem gewoon decennia en oppervlaktetemperaturen:

    http://www.woodfortrees.org/plot/gistemp/from:1950/to/mean:12/plot/gistemp/from:1950/to:1960/trend/plot/gistemp/from:1960/to:1970/trend/plot/gistemp/from:1970/to:1980/trend/plot/gistemp/from:1980/to:1990/trend/plot/gistemp/from:1990/to:2000/trend/plot/gistemp/from:2000/to:2010/trend/plot/gistemp/from:2010/trend

    Door decenniagrenzen zoals 1950-1959, 1960-1969, …, 2000-2009 te benutten voorkom je het cherrypicken van El Niño’s en van vulkanische erupties aan het begin of einde van een reeks.

  102. Zie: http://nos.nl/artikel/2088767-nieuwe-studie-wanneer-wordt-2-graden-opwarming-bereikt.html

    Als de uitstoot van het belangrijkste broeikasgas, CO2, door blijft groeien in hetzelfde tempo als in het verleden, stoten we wereldwijd in de loop van deze eeuw 4000 tot 5000 miljard ton CO2 uit. Dat leidt tot een mondiale temperatuurstijging van ongeveer 4 graden aan het eind van deze eeuw.

    Let wel, dat is 4000 á 5000 gigaton CO2 / 3.67 = 1090 á 1360 GtC en deze hoeveelheid fossiele brandstoffen valt dus BINNEN de nu al ‘proven’ reserves, zonder een beroep te hoeven doen op de ‘resources’.

    Verder:

    Voor de reserves olie, gas en kolen betekent dit dat een groot deel ervan niet gewonnen zal kunnen worden. Die voorraden zullen dan in de bodem moeten blijven zitten.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s