De Twijfelbrigade

Jan Paul van Soest is bij de regelmatige bezoeker van Klimaatverandering waarschijnlijk bekend (zie bijvoorbeeld dit gastblog). Jan Paul heeft een interessant nieuw boek geschreven over de achtergronden van de klimaatscepsis met als titel: De Twijfelbrigade. Het boek is vandaag gepresenteerd in De Balie in Amsterdam met aansluitend een debat onder leiding van Professor Pier Vellinga.



In de discussies die wij zo hier en daar over het klimaat voeren, worden wij veelvuldig geconfronteerd met klimaatsceptici en hun vreemde vormen van logica en bagatellisering van de wetenschap. Voor Jan Paul was dat de reden om aan dit boek te beginnen:
“Een mengsel van verontwaardiging en verwondering over klimaatscepsis en klimaatsceptici was de aanleiding om dit boek te schrijven.”.

Enkele citaten uit het voorwoord van Jan Paul’s boek over zijn verwondering, de verontwaardiging, begrip en zelfs bewondering:
– “De klimaatsceptici zijn erin geslaagd de wereld op zijn kop te zetten, door klimaatwetenschap en -wetenschappers in het verdomhoekje te plaatsen, in plaats van wetenschappelijke kennis te accepteren als de beste beschrijving en begrip van de realiteit.”.
“De verontwaardiging speelde op toen ik door begon te krijgen hoe, waarom en hoe goed gefinancierd de enorme sceptische machinerie, vooral die in de Verenigde Staten, poogt de klimaatwetenschap te ondermijnen. Het werd me duidelijk hoe de sceptische zienswijzen en argumenten overwaaiden naar Nederland, en hier het denken en het beleid beïnvloedden, zonder dat we hier in Europa doorhebben wat de bronnen van die scepsis zijn.”.
“Echter, tijdens het onderzoeken en het schrijven ontstonden naast verontwaardiging ook begrip en mildheid voor de goedgelovige afnemers van deze tegengeluiden. Het is immers zó menselijk de werkelijkheid niet te kunnen of te willen zien, iedereen maakt zich daar op gezette tijden schuldig aan.”.
“Naast verwondering groeide ook bewondering: communicatief gezien is de klimaatsceptische campagne een meesterstuk. De klimaattwijfelbeweging is er in het publieke en politieke domein in geslaagd de wetenschappelijke zekerheid dat CO2-uitstoot door menselijke activiteiten hoofdoorzaak is van de klimaatverandering te ondergraven. Dat inzicht is vervangen door de perceptie dat de wetenschap er nog lang niet uit is, dat een deel van de wetenschappers liegt en bedriegt, dat de juiste kennis en argumenten uit de wetenschappelijke arena’s worden geweerd, en dat er misschien zelfs wel een wonderlijke samenzwering gaande is om de burger schrik aan te jagen teneinde belastingen te kunnen verhogen. Zo’n beeld neerzetten en breed geaccepteerd krijgen terwijl binnen de wetenschap de consensus groot is, is voorwaar een PR-prestatie van formaat.”.

Het boek neemt je mee op een reis door de ‘universums’ van het klimaatdebat die haaks op elkaar lijken te staan, het wetenschappelijke universum en het sceptische paralleluniversum. De botsingen tussen deze twee universums komen aan bod, evenals de twijfelindustrie en hun invloed, de psychologie achter onze beïnvloedbaarheid en de huidige patstelling in het klimaatdebat. De insteek van het boek vertoont overeenkomsten met “Merchants of Doubt” van Oreskes en Conway, een boek dat duidelijk ter inspiratie heeft gediend. Het kan eveneens gezien worden als een verdieping van of vervolg op zijn rapport “Klompen in de Machinerie” over hetzelfde thema. Voor de geïnteresseerden in de klimaatwetenschap en het klimaatdebat, dat geldt dus ook voor de klimaatsceptici, geeft Jan Paul een goede reden om zijn boek te lezen:
“Maar allez, als het boek dan weinig effect zal hebben, hoop ik in elk geval dat u zich met mij wilt verbazen op reis door een wonderlijk en soms duister landschap van de geest, van ideologieën en belangen, van complexe systemen, begrippen en denkpatronen.”.
Jan Paul is een scherpe denker die helder formuleert. Op basis van zijn eerdere schrijfsels kunnen wij dit boek van harte aanraden.

Het boek kun je hier aanschaffen:
http://webshop.mgmc.nl/978%209078171225–%3Cb%3Ejan-paul-van-soest%3C-b%3E.html
Een artikel in Trouw naar aanleiding van het verschijnen van De Twijfelbrigade:
http://www.trouw.nl/tr/nl/13110/Klimaatverandering/article/detail/3637596/2014/04/18/Klimaatsceptici-verkopen-goed-verpakte-kletspraatjes.dhtml
Een interview met Jan Paul van Soest in het Vara radioprogramma Vroege Vogels over zijn nieuwe boek ‘De Twijfelbrigade’ is hier te beluisteren: http://download.omroep.nl/portal/radiomanager/archive/radio1/2014/04/20/60380-radio_1_hoezo_opwarming_.mp3

[Update: er is een blog bij De Twijfelbrigade, wat de mogelijkheid biedt tot vragen en discussie: http://www.twijfelbrigade.com ]

37 Reacties op “De Twijfelbrigade

  1. I Scepticus (not a denier)

    Leuke advertorial waar ik mezelf als scepticus op geen enkele manier in zal kunnen terugvinden. Ik vraag mij ook af waarom ik wordt bestempeld als een twijfelaar als ik niet alarmistisch ben, ik twijfel helemaal niet. Ik ontken ook niet dat de aarde opwarmt alleen de mate waarin. Volgens mij twijfelt de alarmistische hoek zelf; telkens is de verklaring gevonden en als de praktijk anders uitpakt dan volgt er gehaast weer een aanpassing. Dat is geen wetenschappelijke aanpak maar een religie, alle middelen heiligen het doel. Kortom geschikt voor onderin de kattenbak…

  2. ik twijfel helemaal niet

    Maar als je niet twijfelt, hoe kun je jezelf dan een scepticus noemen?

    En als je niet ontkent dat klimaatverandering mogelijk tot grote problemen leidt, hoe zou je dan graag zien dat er met deze risico’s omgesprongen wordt?

  3. G.J. Smeets

    I Scepticus, het punt is dat je pseudo-scepticus bent zoals NevenA al heeft opgemerkt hierboven. En de grootste gemene deler van pseudo-sceptici is stemmingmakerij zonder ook maar 1 argument. Zo ook jouw reactie:

    “Volgens mij twijfelt de alarmistische hoek zelf; telkens is de verklaring gevonden en als de praktijk anders uitpakt dan volgt er gehaast weer een aanpassing.”

    Stemmingmakerij zonder ook maar 1 argument en dat is precies waar het hier besproken boek over gaat.

  4. Fulco,

    Je bent er al eerder op gewezen dat er hier niet aan “sockpuppeting” gedaan wordt (door jezelf nu plotseling “I scepticus” te noemen). Je kan gewoon onder eigen naam en on-topic reageren.

    Zo niet, dan verwijder ik je comment.

    – Bob

  5. (ik dus)
    Volgens mij is alarmistisch gedrag gelijk aan stemmingmakerij.
    Een wetenschapper twijfelt niet aan zijn werk, maar is wel kritisch op zijn werk en dat van anderen. Als je twijfelt kan je beter stoppen.
    Waar ik mij aan stoor is dat de klimaat rapporten telkens worden verkondigd vanuit een zogenaamde gesettelde concensus situatie terwijl dat ten eerste niet wetenschappelijk is en ten tweede is het onzin en ten derde wijzigen de uitgangspunten in elk rapport, hoezo gesetteld. Bovendien moet ik het eerste model dat binnen 1% nauwkeurigheid uitspraak doen over de klimaatontwikkeling nog zien. Vergelijk dat bijvoorbeeld eens met Quantum mechanica, zelfs daar zijn groepen het niet met elkaar eens terwijl er verbluffend voorspellingen uit zijn voortgekomen.

  6. Hans Custers

    @ Fulco,

    Ten eerste: een wetenschapper die niet twijfelt is geen echte wetenschapper. Wie dat niet begrijpt, snapt helemaal niks van wetenschap.

    Ten tweede: blijkbaar vind je het nodig om er nog eens enkele van de allergrootste clichés uit het pseudosceptische repertoire in te gooien. Clichés die hier en elders als honderden keren uitgebreid zijn beantwoord en weerlegd. Dat jij die antwoorden en weerleggingen nog steeds niet kent bewijst maar één ding: je bent er niet in geïnteresseerd. En wij zijn niet in jouw dooddoeners geïnteresseerd, want die kennen we nu zo langzamerhand wel. Probeer het nog eens als je iets beters hebt dan deze uitgekauwde drogredenen.

  7. Fulco, ik kan discussies hebben met collega wetenschappers over een komma. En dat meen ik letterlijk, ik heb zulke discussies gehad. Desondanks zijn we het over het meeste gewoon eens. Hetzelfde geldt binnen de quantummechanica, waar de discussies grotendeels over zaken gaat die voor de praktische toepassingen helemaal niets te betekenen hebben, maar voor een wetenschapper die alles probeert zo goed mogelijk te beschrijven weer *wel* van belang is. Zonder het Higgs boson was er een gat in de theorie. Nu is hij gevonden, gat gedicht, praktische betekenis voor jou en mij: niks, noppes, nada.

    Het is hetzelfde als met de evolutietheorie, waar je in de literatuur fantastische discussies aan kan treffen, maar niemand twijfelt aan de theorie an sich en wat het betekent voor het verleden en de toekomst. Maar met elke nieuwe soort (nieuw of oud) is er weer een ‘aanpassing’ van de theorie en dus een nieuwe theorie en dus, ziejewel, onzekerheid of de theorie wel juist is (aldus de pseudoskeptici). Dinosaurussen nou wel of niet de voorouders van de vogels? Zie je wel, onzekerheid! En ze hebben het niet eens kunnen voorspellen! Dan is dat intelligent design toch echt minstens net zo goed…

  8. Er is een (volledig gerechtvaardigde) consensus over het feit dat broeikasgassen de atmosfeer en oceanen doen opwarmen, dat de concentratie broeikasgassen in de atmosfeer is gestegen en nog steeds stijgt door menselijk handelen, dat hierdoor een opwarming is veroorzaakt en nog zal volgen. Zelfs zelfverklaarde sceptici zeggen tegenwoordig dat ze het hiermee eens zijn (al is het vaak te betwijfelen of ze dat ook daadwerkelijk menen).

    Er is geen consensus over de gevolgen, maar vrijwel iedereen is het erover eens dat het niet zonder risico is. Mensen die zeggen of suggereren dat dit wel het geval is, dat klimaatverandering geen enkel risico met zich meebrengt, dat zijn voor mij de ontkenners, of ‘deniers’.

    Waar ook geen consensus over is, is over de manier waarop met deze risico’s omgesprongen moet worden (mitigatie, adaptatie, etc). Het zou fijn zijn als zelfbenoemde sceptici die niet ontkennen dat klimaatverandering risico’s met zich meedraagt, hun voorstellen en ideeën voor oplossingen zouden aandragen, in plaats van op slinkse wijze te proberen hun vrijemarktfundamentalistische laissez-faire ideologie oneindig voort te laten duren.

    Vandaar ook mijn vraag aan Fulco, die hij helaas nog niet beantwoord heeft. Ik probeer het nog eens:

    1) Is het mogelijk dat klimaatverandering in de nabije toekomst (tot 2100) toch kostbare gevolgen (financieel en qua mensenlevens) met zich mee zal dragen?
    2) Indien ja, hoe vind je dat met die risico’s omgegaan moet worden?
    3) Wat vind je van de twijfelbrigade die op de meest slinkse manieren doet voorkomen dat de risico’s op gevolgen 0,0 zijn?

  9. G.J. Smeets

    Jos,
    je stelt in je boekbespreking dat onder meer de “huidige patstelling in het klimaatdebat” aan bod komt. Ik heb het boek niet gelezen en weet dus niet wat de auteur met ‘patstelling’ bedoelt.

    Persoonlijk heb ik bepaald niet de indruk van een patstelling (met ‘remise’ als gevolg) in het klimaatdebat. Om een andere analogie te gebruiken, de kaarten zijn echt wel geschud wat betreft “what do we know?” Ter illustratie: pseudo-sceptici krijgen er op de NL en USA blogs die ik bezoek van langs – keer op keer. En afgezien van een enkel dwaallicht of trollende huursoldaat ontkent niemand meer AGW en de risico’s daarvan. Op je eigen blog bijvoorbeeld ene Fulco, op de NRC blog enkel nog de usual suspect DD en een huisvlijtige Jan Z.
    Een kwestie apart is uiteraard de berichtgeving op de hard core denier-blogs maar daar is van een debat helemaal geen sprake, enkel van gezellige-stemming comments.

    Iets anders is de kwestie “what to do?” Dat is uiteraard een politieke en maatschappelijke zaak. Het (publieke) debat daarover mag wat mij betreft momentum krijgen m.n. in het parlement – inclusief patstellingen. Dat laat onverlet dat de klimaatwetenschappelijke kaarten geschud zijn, dat a.g.w. door het IPCC aan de Verenigde Naties als klimaatwetenschapelijk feit is voorgelegd, en dat het publieke debat over dat feit niet te pas en te onpas herhaald hoeft te worden.

  10. Hoi Goff,

    Boekbespreking is een groot woord voor dit stukje, maar wat jij beschrijft komt aan de orde in het hoofdstuk 7 ‘Pat in debat’. Ik heb het hoofdstuk nog niet geheel gelezen, maar de pat betreft hier m.i. het maatschappelijke debat over klimaatverandering, dat volgens Jan Paul verworden is tot een ‘plat welles-nietes-spelletje’ terwijl het ‘schreeuwt om een genuanceerde risicobenadering’. Het hoofdstuk bespreekt hoe dat zo gekomen is, waar we nu staan of we terug kunnen van een ‘slagveld naar een risicodebat’. Naar je ‘what to do’.

    Het boek is een doorwrocht werkstuk met een uitgebreide bibliografie en er zullen voor jou erg veel herkenbare stukken inzitten vermoed ik, zeker omdat jij deze klimaatdiscussies zo van nabij volgt.

  11. G.J. Smeets

    Jos,
    inmiddels heb ik ‘De Twijfelbrigade’ van kaft tot kaft gelezen. Inderdaad een doorwrocht werkstuk, zoals je zegt. Het heeft veel kenmerken van het oude antropologische veldwerk, verrassend. En voor mij een zeer welkom en informatief naslagwerk. Wat betreft de ‘patstelling’ het volgende. Op pag. 230, 2e alinea staat:

    “Daarbij moet worden bedacht dat de wetenschap een proces is dat niet onfeilbaar is, en mensenwerk betreft, maar grosso modo toch iets doet dat *waarheidsvinding* [*….* van mij, Goff] kan heten.”

    Niet alleen ga ik daarin niet mee, ik protesteer er fel tegen: wetenschap heeft helemaal niets te maken met waarheid en waarheidsvinding. Pseudo-sceptici en agw-ontkenners flirten er voortdurend mee op grond van een achterlijk (dwz historisch en wetenschapstheoretisch achterhaald) concept van wetenschapsbeoefening. De enige makke van ‘De Twijfelbrigade’ is m.i. dat de auteur die flirt niet heeft gefileerd – en zelf kennelijk (zie citaat) nog enige relevantie ziet in kwalificatie van wetenschap als waarheidsvinding. En nu komt mijn punt betreffende de patstelling: ‘De Twijfelbrigade’ accepteert en bevestigt expliciet (zie citaat) een achterhaald idee van de funcie van wetenschapsbeoefening.

    Ik ben voornemens om Jan Paul van Soest e.e.a. voor te leggen op zijn blog. Intussen blijf ik filosofisch water gooien op de veenbrand die ‘waarheidsvinding’ heet. Zie de gastblog ‘Via meten tot weten. etc.’ en de recente ontwikkeling in de discussie-draad.

    Ik wil maar zeggen, dank voor je introductie op ‘De Twijfelbrigade’ en ik vermoed dat ook deze draad vervolgd wordt ; )

    [Ontbrekende tekst aangevuld, reactie daarover verwijderd – HC]

  12. Ik kom terug op een ander aspect van de patstelling waarover J.P. van Soest het heeft. De Twijfelbrigade, blz. 244 stelt:
    “Uiteindelijk is een dialoog nodig, geen discussie of debat. Dialoog betekent open communicatie…etc.”
    Om op pag. 245 de dialoog-gedachte af ronden met:
    “Wellicht is er zo uiteindelijk een gemeenschappelijke waarheid te vinden. Wellicht. Maar wellicht ook niet.”

    J.P. is hier uiterst voorzichtig, alsof hij er zelf niet in gelooft – een indruk die m.i. gevoed wordt door paragraaf die erop volgt en die de titel draagt ‘Wie niet weten wil moet voelen.’ Hoe dan ook, de gemeenschappelijke waarheid waar De Twijfelbrigade naar zoekt is uiteraard de politieke besluitvorming: historie wordt geschreven door de macht – d.w.z. de invloedrijkste stem. Een analogie: Eenieder staat het vrij om te denken dat polio een godgegeven lot is waar men zich via vaccinatie niet mee heeft te bemoeien. In NL denkt een heel kleine minderheid dat en het legt nauwelijks gewicht in de politieke schaal. Van een dialoog tussen voor- en tegenstanders van vaccinatie is geen sprake en het is ook niet relevant want de beslissing valt in de politieke stemhokjes.

    Mutatis mutandis geldt hetzelfde voor de relatie tussen agw risico-nemers en agw risico-mijders. Zakelijke argumentatie (discussie en debat, dus niet dialoog) is de beste manier om de gang naar het stemhokje te plaveien. In dat verband verwijs ik naar een paralelle blogpost alhier (‘Britse Lagerhuis: de IPCC processen en conclusies zijn robuust.’) over het Britse parlement dat op politiek niveau heeft afgerekend met de bekende kritiek op de IPCC-procesgang. Die afrekening is verlopen via debat & argumentatie, niet via dialoog.

  13. Hi Goff,

    Goede punten die je naar voren brengt:

    Hoe dan ook, de gemeenschappelijke waarheid waar De Twijfelbrigade naar zoekt is uiteraard de politieke besluitvorming: historie wordt geschreven door de macht – d.w.z. de invloedrijkste stem.

    Het idee dat er eerst 100% ‘overeenstemming’ binnen de maatschappij nodig is vóór er beleid en maatregelen doorgevoerd worden, lijkt me onjuist. Het volledig ‘overtuigen’ van alle klimaatsceptici is m.i. onnodig en een project dat afleidt van waar de meerderheid aan werkt, het what to do. Zo’n afleidingsmanoeuvre door een kleine minderheid is een vorm van sabotage — letterlijk het steken van een klomp (een ‘sabot’) in de machinerie van het maatschappelijk weefgetouw.

    .. het is ook niet relevant want de beslissing valt in de politieke stemhokjes.

    Inderdaad. Je analogie met polio zou nog meer opgaan indien polio-sceptici zouden claimen dat polio niet door een virus veroorzaakt wordt, en vaccinatie dus niet werkt. Zover gaat men binnen die ‘tribe’ meestal niet. Men accepteert (doorgaans) de wetenschappelijke bevindingen maar verwerpt het idee van een profylaxe vanuit een religieus waardensysteem. Soms zie je ook daar dat men dan post hoc twijfel wil zaaien over de wetenschap t.a.v. de oorzaak van polio — als rationalisatie achteraf van een in werkelijkheid door religieuze waarden gedreven ‘tribaal’ standpunt. Hetzelfde zie je bij HIV-ontkenning.

    Zakelijke argumentatie (discussie en debat, dus niet dialoog) is de beste manier om de gang naar het stemhokje te plaveien.

    Mee eens. Echter, het domein van de waarden-gedreven overtuigingen (de ‘tribal and cultural identity’) is heel invloedrijk.

    Morality binds and blinds. It binds us into teams, but makes us go blind to objective reality.” — prof. Jonathan Haidt

    Met dank aan Jan Terlouw, die hier via twitter op wijst:

  14. Ciao Bob,
    ik herinner er met *klem* aan dat ook de proefondervindelijke wetenschap een kwestie is van morality en waarden-gedreven overtuiging. Denk aan scepsis m.b.t. (verworven) kennis, herhaalbaarheid van experiment, verifieerbaarheid van bronnen, etc. etc. Dat zijn allemaal morele waarden die geconcretiseerd zijn in sociale normen (gedragscodes), groepsregels (verordeningen) en civiele wetten (verboden, geboden).

    Mijn punt van aandacht is dat de empirische wetenschap het *enige* moraliteit- en waardensysteem is met universele overtuigingskracht & gelding. HET ENIGE. Het werk van tandartsen, terroristen, troonopvolgers en treinmachinisten wereldwijd – dat is allemaal onbestaanbaar zonder het moraliteits- en waardensysteem van de empirische wetenschap. En dan beperk ik me nu maar tot de letter T in de alfabetische lijst van beroepsbeoefenaars wereldwijd.

    Met andere woorden, de opm. van prof. Jonathan Haidt (in de link die je geeft) dat “Morality binds and blinds” is een half-open deur en minder dan de helft van de geschiedenis. Er is wel degelijk een moraliteit die tegen verblinding systematisch gewapend is: het waarden en normen-systeem van de wereldwijd verbreide & beoefende wetenschap.
    De twijfelbrigade, zoals beschreven door J.P. van Soest, parasiteert op dat systeem en moppert er tevens luidruchtig op. Psycho-analytisch gezien (zo kijk ik er ook naar) is dat de positie van de 3-jarige kleuter die voldoende taalvaardig is om koppig ‘nee’ te zeggen maar nog niet over notie en woordenschat beschikt om de context (i.c. het pact tussen pa en ma) van zijn ‘nee’ te vatten.

  15. Hi Goff,

    Ik denk niet dat:

    .. scepsis m.b.t. (verworven) kennis, herhaalbaarheid van experiment, verifieerbaarheid van bronnen, etc. etc. Dat zijn allemaal morele waarden ..

    Het zijn geen morele waarden maar procedures die proefondervindelijk blijken te werken: het levert operationele kennis op, kennis die reproduceerbaar resultaat oplevert in tegenstelling tot voodoo, ‘cargo cult’, theeblaadjes lezen, etc. Het is een set procedures die blijkt te werken.

    De wetenschappelijke methode (‘procedures’) wordt op den duur gecodificeerd: zó dien je te werk te gaan teneinde praktisch bruikbare kennis voort te brengen. In die zin worden het op den duur wel weer tot een gedragscode.

    Ik denk niet dat “Morality binds and blinds” een halfopen deur is: het delen van een waardenstelsel of religie smeedt individuen samen tot een ‘tribe’ die kan werken aan het realiseren van gemeenschappelijke doelen, die echter soms haaks staan op de doelstellingen van een andere ‘tribe’ (met een ander waardenstelsel).

    Ik kan het Haidt niet vragen maar volgens mij valt de wetenschappelijke methode niet onder zijn begrip van ‘morality’, wetenschap is een set procedures die losstaat van de moraal en die als bestaansrecht heeft dat de procedures een reproduceerbaar en voorspelbaar resultaat opleveren. Het werkt, kortom.

    Verder lijkt me dat je gelijk hebt dat (verreweg de meeste) klimaatsceptici op het niveau van een 3-jarige kleuter blijven steken – voldoende taalvaardig om koppig ‘nee’ te zeggen, maar niet in staat om de bredere wetenschappelijke context te vatten. Dat geldt echter niet persé voor de Roy Spencers of Judith Curries van deze wereld, daar zie ik toch eerder het “binds and blinds” van het waardenstelsel in werking.🙂

  16. Bob,
    ik volg je redenering. Ik had moeten schrijven, want dat is wat ik bedoelde en bedoel:

    De sceptische Sitz im Leben van de wetenschappers, hun collectieve concept van herhaalbaarheid van experiment, van verifieerbaarheid van bronnen, etc. etc. Dat zijn allemaal morele waarden die in procedures (de wetenschapelijke methode) tot leven komen, belichaamd worden.
    Vergeet niet dat Copernicus, Leonardo da Vinci en al die andere pioniers bezeten waren van twijfel – hun moraliteit – zonder te beschikken over de wetenschappelijke methode die *daarna* pas door Descartes, Hume, etc. aangeblazen is.

    Anders gezegd, de wetenschappelijke methode is, net als elke andere kennis-methode (piskijken, voodoo, shamanisme, astrologie, bijbel-lezing, kabbalah, I Tjing, etc.) een morele praxis. No way around that. Het feit dat die praxis de meest bruikbare (operationele) kennis blijkt op te leveren doet niets af aan haar status als kennismethode-onder-vele-andere. En het feit dat die methode universeel reproduceerbare en controleerbare info oplevert neemt niet weg dat ook piskijken en kabbalah lokaal ‘werkt.’
    Precies dat is mijn punt van aandacht: de moraliteit van de empirische wetenschap is *all inclusive* terwijl de moraliteit van alle andere kennismethoden min of meer *all else exclusive* is.

    Kortom, alle kennismethoden ‘werken’ lokaal of regionaal of subcultureel maar de enige methode die wereldwijd werkt is die van de empirische wetenschap. Voor mij geen enkele reden om te triomferen met te doen alsof het wetenschappelijke standpunt (scepsis, onderzoek, experiment) voor of achter ‘morality’ zou liggen. Dat is het bepaald niet – waarvan acte.

  17. Hey Bob,
    nog effe een p.s.

    ” Het grootste misverstand over de Verlichting is de gedachte dat het tijdperk de rede verheerlijkte en als gevolg daarvan zeer trots en zelfverzekerd was. In dit boek laat ik zien dat het eerder een tijd was waarin het vertrouwen in de rede werd ondergraven, en dat juist de Verlichtingsdenkers werden gekweld door intense twijfels. Juist die twijfels, meen ik, hebben we van hen geërfd.” (Jabik Veenbaas, De Verlichtig als Kraamkamer, pag.12. A’dam 2013; ISBN 978 90 468 1017 0).

    Het is een oefening in close reading van Spinoza, Hume, de Montesquieu, Rousseau, Adam Smith, Kant, de Sade, en nog een handvol Verlichtingsdenkers. En waarin de moraliteit – twijfel, scepsis – van die denkers belicht wordt.

  18. Hoi Goff,

    De discussie wordt me iets te abstract en het waaiert nogal uit. Wellicht helpt het als ik even aangeef welke categorieën ik hanteer – en die volgens mij ook door Haidt gehanteerd worden, maar ik heb zijn boek niet eens gelezen (hopelijk komt dat nog):

    1. Wat kunnen wij weten?
    2. Wat moeten we doen?

    Het eerste is de centrale vraag van de epistemologie en dát is waar de wetenschappelijke methode een antwoord op geeft. De tweede vraag is echter het terrein van de ‘Morality’, van de ethiek.

    Ik begrijp uit Haidt’s verhaal dat hij het met name over ‘moral tribes’ heeft en dan in de context van de polarisatie in de VS (hij speelt trouwens ook heel slim in op de voorkeuren van zijn conservatieve publiek in dat videoclipje). De verschillen in waardensystemen — aan welke onderwerpen en aan welke belangen hecht men waarde, in welke hiërarchische verhouding staan deze waarden onderling — dat zijn de verschillen in ‘morality’ en deze vallen daarmee onder vraag 2.

    Een ‘morality’ kan bijvoorbeeld een zelfstandige waarde toekennen aan het behoud van biodiversiteit — deels om pragmatische redenen, omdat het gevarieerde ecosystemen bevordert en zo bijdraagt aan de voedselvoorziening en de gezondheid van de mens. Echter, ook omdat het een ‘zelfstandig moreel goed’ is: het is in dat waardensysteem een zelfstandig nastrevenswaardige waarde. In een ander waardensysteem haalt men daarover wellicht de schouders op en plaatst men het behoud van biodiversiteit helemaal onderaan het prioriteitenlijstje (mogelijk erkent men wél de wetenschappelijke bevinding dat grotere biodiversiteit de gezondheid van de mens bevordert).

    Waardenstelsels kunnen iets sacraals hebben, zoals Haidt al zegt. Dat is niet persé negatief, het is juist heel menselijk om datgene te ‘vereren’ dat hoog in de betreffende waardenhiërarchie staat. Of het nu om katholieke relikwieën, dure Bugatti’s, schilderijen van Rembrandt gaat of om biodiversiteit.

    Zo schijnt er onder neoliberalen een cultus te bestaan rondom ‘individuele vrijheid’ en ‘the invisible hand’ (?). Je zou van op duurzaamheid ingestelde mensen kunnen zeggen dat zij iets sacraals hebben met het behoud van de bestaande ecosystemen op aarde (Lovelock is een bizar en incoherent voorbeeld met zijn “Gaia” geneuzel, maar het morele waardenstelsel van een Wubbo Ockels is een beter voorbeeld).

  19. Bob,
    het enige wat ik hierboven wilde toevoegen is dat ook de wetenschappelijke praxis de belichaming is van een morality in de zin van waardenstelsel, niet in de zin van ethiek (het Engelse ‘morality’ is wat dat betreft dubbelzinnig). Ik doel op scepsis, op onderzoek, en last but not least op vertrouwen op de methode & de links tussen de proposities in een wetenschappelijk betoog [en waar het blogstuk ‘Via meten tot weten…etc.’ over gaat!].

    Terug naar de moral tribes van Haidt en je opmerkingen daarover. Mee eens. Wat betreft de cultus van de ‘invisible hand’ van Adam Smith en het vraagteken dat je erachter zet heb ik een informatieve aanvulling die meelezende neo-liberalen niet leuk zullen vinden.
    Adam Smith was ‘leerling’ van en later bevriend met David Hume. Smith beschouwde zichzelf in de 1e plaats als ethicus. Hij plaatste de moraal in sociale context: homo sapiens is een sociaal wezen dat door zijn morele gevoel (m.n. mededogen) in de samenleving kan functioneren. De natuur heeft de mens voor samenleving gemaakt. Alle ambitie komt volgens Smith voort uit het verlangen zich een goedkeurend oordeel van anderen te verwerven. Vooral rijkdom en macht leveren dergelijke goedkeuring op. Maar het kost zò veel zorg, moeite en ongeluk dat het eigenlijk een illusie is – maar een *nuttige* illusie. Dat is de context van Smith’s concept van de Invisible Hand: de natuur gebruikt een ‘list’ om de ijver van de mens te stimuleren en blijvend in beweging te houden. Zonder het zelf te beseffen helpt de mens de wereld met zijn ego-isme vooruit.

    Je ziet, het staat mijlenver verwijderd van de vrije markt – mantra der neoliberalen. Te meer wanneer je bedenkt dat Smith in zijn beroemde werk ‘Wealth of Nations’ aangeeft dat met name kooplieden geneigd zijn zichzelf ten koste van de gemeenschap te bevoordelen als je ze niet in de gaten houdt. En ook geeft hij aan dat de arbeider in de industriële revolutie beschermd moet worden – door de overheid – tegen nare gevolgen van het werk.

    Neo-liberale agw-twijfelaars beroepen zich regelmatig op Adam Smith maar hebben geen besef van het cynische revisionisme dat ze plegen. Bob, het zou aardig zijn als een neo-liberaal (Hans Labohm, bij voorbeeld) meeleest en commentaar geeft.

  20. Zei Smith ook niet (ik parafraseer even) dat de onzichtbare hand op een gegeven moment z’n werk heeft gedaan, als armoede een thing of the past is, en dat de economie dan moet overgaan naar een stationair systeem?

    Sommigen zullen dit zodanig draaien dat een arme zwerver waar dan ook ter wereld genoeg rechtvaardiging is voor de 1% megarijken om die kloof tussen arm en rijk te blijven vergroten. Terwijl we eigenlijk wat we hebben, moeten consolideren en perfectioneren (lees: efficiënter en gezonder maken).

    Sorry voor de onderbreking.

  21. NevenA,
    mooie onderbreking : )
    Als het kan, zeg eens wat meer over Smith’s idee van overgang naar een stationair systeem?

  22. Ik kan er niet zoveel over zeggen, G.J., aangezien ik er minder over weet dan ik zou willen. Ik herinner het me, geloof ik, van een boek over economische denkers wat ik 2 jaar terug heb gelezen, of misschien iets op het internet (neem bijvoorbeeld de introductie van deze tekst van Kenneth E. Boulding).

    Hoe dan ook, er is wel het een en ander over te vinden. Ik dacht eerst dat ik me misschien vergist had, en dat het John Stuart Mill was die het over de ‘stationary state’ had, maar zie nu dat zowel Mill als Smith daar al dingen over zeiden, zij het vanuit verschillende invalshoeken.

    Het is handig om te bedenken vanuit wat voor een context zij dat deden, zoals jij ook al aangeeft in je tekst over de Verlichtingsdenkers. In die tijd waren grenzen veel zichtbaarder. Er konden niet meer mensen leven dan dat er voedsel was. Het hele economische denken begon feitelijk met het berekenen van de hoeveelheid voedsel die een akker opleverde, en wat er met de surplus gedaan kon worden.

    De complete dominantie van de neoklassieke economische theorie (groei is altijd goed en oneindig) is puur en alleen ontstaan door de ontdekking van fossiele brandstoffen, gevolgd door de Groene Revolutie. Hierdoor lijkt het alsof er geen grenzen zijn, niet aan economische groei, of grondstoffen, of wereldbevolking.

    We zijn feitelijk vergeten waar ons eten vandaan komt, en beseffen al helemaal niet dat voor elke calorie voedsel die we dagelijks binnen krijgen 10 calorieën fossiele brandstof verbrand zijn. We eten olie.

    ik heb een jaar of wat geleden een gastblog geschreven over grenzen aan de groei, en Michael Tobis was zo aardig het te plaatsen: Infinite Growth and the Crisis Cocktail. Het is niet bepaald origineel, maar gek genoeg ook weer niet gemeengoed.

  23. Hans Custers

    Bert Amesz,

    Een reactie op je pietluttigheden uit dat andere draadje

    Meest waarschijnlijke waarde van de ECS. Van Soest zegt 3C (blz 71). IPCC zegt ‘we kunnen geen schatting geven’.

    Inderdaad is de formulering in die ene tabel op die ene pagina net wat anders dan in het IPCC rapport dat enkele maanden voor het boek is verschenen. Misschien heeft Jan Paul dat kleinigheidje over het hoofd gezien. Misschien is zijn inschatting wat anders, Ik weet het niet. Er is onder ons, “alarmisten” geen afspraak dat we over alle details exact hetzelfde moeten denken of schrijven.

    Hiatus. IPCC erkent het bestaan van een hiatus. Van Soest (blz 80/81) citeert één bron (Rahmstorf) en concludeert dat hiatus niet bestaat.

    Ten eerste noemt Jan Paul op de pagina’s die jij aangeeft minstens twee bronnen, ten tweede maakt hij duidelijk dat het slechts voorbeelden zijn en zegt hij nergens dat hij de bedoeling heeft de volledige wetenschap aan te halen en ten derde is je bewering dat hij concludeert dat de hiatus niet bestaat volslagen onzin.

    Ergo: Van Soest, inclusief degenen die zijn manuscript hebben gelezen (waaronder jullie, blz 8)

    Het blijft blijkbaar lastig voor je om onderscheid te maken tussen wat je ergens leest en wat je er zelf bij verzint. Er staat helemaal nergens dat wij het manuscript van het boek hebben gelezen en dat heb ik dan ook niet gedaan. Mijn medebloggers ook niet, dacht ik, maar dat weet ik niet zeker.

  24. Hans, dat Van Soest m.b.t. de ECS afwijkt van IPCC-AR5 is zijn goed recht. Maar dan moet hij het niet presenteren als zijnde de conclusie van de ‘mainstream wetenschap’ (blz 71). Jij kunt dat dan wel afdoen als ‘pietluttigheid of kleinigheid’, maar het gaat wél om een van de belangrijkste onderwerpen in de klimaatdiscussie. En juist op dát punt is IPCC in het laatste rapport tot een wezenlijk andere conclusie gekomen t.o.v. AR4 (grotere bandbreedte, geen best estimate).

  25. @Bert Amesz

    Daar je geen woord meer schrijft over je eerdere bewering over het ontkennen van de hiatus in het boek “De Twijfelbrigade”, neem ik aan dat je inmiddels inziet dat dat totale onzin was.

    Dan de ECS beschrijvingen van het IPCC.
    AR1:
    “Hence the models results do not justify altering the previously accepted range of 1.5 to 4.5 °C.” + “.. a value of climate sensitivity of 2.5 °C has been chosen as the best estimate”.
    AR2:
    “The likely equilibrium response of global surface temperature to a doubling of equivalent carbon dioxide concentration (the “climate sensitivity”) was estimated in 1990 to be in the range of 1.5 to 4.5 °C, with a “best estimate” of 2.5 °C. … No strong reasons have emerged to change these estimates of the climate sensitivity.”.
    AR3:
    “Climate sensitivity is likely to be in the range of 1.5 to 4.5°C. This estimate is unchanged from the first IPCC Assessment Report in 1990 and the SAR.”.
    AR4:
    “It is likely to be in the range 2°C to 4.5°C with a best estimate of about 3°C, and is very unlikely to be less than 1.5°C. Values substantially higher than 4.5°C cannot be excluded, but agreement of models with observations is not as good for those values.”.
    En dan de laatste, AR5:
    “Equilibrium climate sensitivity is likely in the range 1.5°C to 4.5°C (high confidence), extremely unlikely less than 1°C (high confidence), and very unlikely greater than 6°C (medium confidence).”.

    Volgens mij is het IPCC in AR5 zeker niet tot ‘een wezenlijk andere conclusie is gekomen’. Maar wellicht hanteer jij een totaal andere definitie van het woord ‘wezenlijk’ dan de Van Dale: “het wezen uitmakend, syn. werkelijk, feitelijk, essentieel”.

  26. Hans Custers

    Bert,

    Dat een boek waar, zo vermoed ik, lang aan gewerkt is, ergens in een tabelletje een ontwikkeling mist die enkele maanden voor de uitgave ervan heeft plaatsgevonden, vind ik inderdaad een kleinigheid.

    En, laat ik het ook maar zeggen, dat dat verwijt komt van iemand die onlangs zelf een boek heeft uitgebracht dat ook niet bepaald vrij is van slordigheden, vind ik hondsbrutaal. Juist jij zou moeten weten dat er altijd wel iets tussendoor glipt, hoe zorgvuldig je een tekst ook controleert.

  27. Jos, m.b.t. de’ best estimate’ vergeet je iets belangrijks te vermelden bij AR5, namelijk de volgende conclusie van IPCC:

    “No best estimate for equilibrium climate sensitivity can now be given because of a lack of agreement on values across assessed lines of evidence and studies”

    Ofwel: in tegenstelling tot AR4 en eerdere assessments kan IPCC in 2014 geen ‘best estimate’ of ‘meest waarschijnlijke waarde’ geven. Dat is wel degelijk een wezenlijke (essentiële) conclusie.

  28. Een wezenlijk andere conclusie met betrekking tot de klimaatgevoeligheid vind ik bijvoorbeeld de volgende tekst:
    “In mijn boek beredeneerde ik dat de klimaatgevoeligheid in de buurt van 1,0 °C ligt. Dat is een factor drie lager dan de ‘best estimate’ van IPCC (2007) die toen werd vastgesteld op 3,0 °C.”.
    Een waarde kleiner dan 1 wordt door de wetenschappelijke wereld als ‘extremely unlikely’ bestempeld (met ‘high confidence’).
    De range m.b.t. tot de klimaatgevoeligheid die Jan Paul hanteert, is daarentegen precies die van AR5.

  29. Beste Bert,

    Hans, dat Van Soest m.b.t. de ECS afwijkt van IPCC-AR5 is zijn goed recht.

    Jan Paul van Soest wijkt helemaal niet af van IPCC AR5, hij geeft namelijk precies dezelfde range als het IPCC. Ik citeer van blz. 34:

    Op basis van klimaatveranderingen in het verleden zijn verschillende schattingen gemaakt van de klimaatgevoeligheid, die gemiddeld genomen iets hoger uitkomen dan de waarde die het IPCC aan de hand van verschillende schattingsmethoden voor de klimaatgevoeligheid als bandbreedte aangeeft: 1,5 – 4,5 °C bij een verdubbeling van de atmosferische CO2-concentratie (IPCC, 2013).

    en:

    Volgens het NIPCC-rapport onderschat het IPCC de koelende werking van aerosolen134. Daarbij wijzen de eindredacteuren, Idso en Singer, vooral op de rol van door onder meer plankton uitgestoten dimethylsulfide-aerosolen, die vanuit de mainstream-wetenschap als onduidelijk en onzeker wordt gekenschetst. Singer en Idso betogen dat deze natuurlijke aerosolen voor de koelende werking zorgen, en dat deze aerosol-koeling wordt onderschat. Op basis hiervan stelt het NIPCC vervolgens dat de klimaatgevoeligheid lager is dan de bandbreedte (1,5 tot 4,5 graad Celsius bij een verdubbeling van de CO2-concentratie, met 3 als meest waarschijnlijke waarde) die het IPCC beschrijft. In deze redenering verlagen de (dimethylsulfide) aerosolen de klimaatgevoeligheid.

    Dit laatste staat in de context van een bespreking van aërosolen zoals die worden weergegeven in het ‘NIPCC’ rapport (het Nep-IPCC van Fred Singer en het Heartland Institute). In dat NIPCC rapport uit 2013 presteert Heartland het nou juist om te beweren, ik citeer:

    • IPCC Claim #1: A doubling of atmospheric CO2 would cause warming between 3°C and 6°C. The increase in radiative forcing produced by a doubling of atmospheric …

    Dat is een regelrechte leugen van Heartland aangezien het IPCC juist komt tot een klimaatgevoeligheid van 1,5 – 4,5 °C per verdubbeling CO2. Degenen die het IPCC rapport misrepresenteren zijn dus het Heartland Institute en Fred Singer in het ‘NIPCC’.

    De leugen van Heartland staat op blz. 6 van hun ‘SPM’:

    http://www.nipccreport.org/reports/ccr2a/pdf/Summary-for-Policymakers.pdf

    Conclusie: degenen die afwijken van de conclusies van het IPCC zijn Bert Amesz (met zijn 1,0 °C) en het NIPCC dat door Jan Paul besproken wordt. Het NIPCC presteert het zelfs om glashard te liegen over wat het klimaatpanel werkelijk zegt (met die zogenaamde “between 3°C and 6°C”).

  30. Jos, Bob, lezen jullie eigenlijk wel wat ik schrijf? Ik maakte voor ECS een onderscheid tussen (i) de range en (ii) best estimate. De range die JPvS noemt stemt inderdaad overeen met AR5. Zijn conclusie inzake de best estimate daarentegen niet, want IPCC-AR5 kan die niet geven. Het noemen van NIPCC is niet relevant.

    Hans is inmiddels al een stapje verder dan jullie en erkent dat er sprake is van een ‘slordigheidje’ in zijn boek (maar vindt het tegelijkertijd hondsbrutaal dat ik zoiets durf te signaleren).

    Overigens heb ik mijn kritiekpunt (én complimenten) in mei jl. reeds aan Jean Paul voorgelegd . Zijn antwoord was:

    ” IPCC vat eens in de zoveel tijd de stand der kennis samen en weegt de verschillende bijdragen. Dat is wat mij betreft telkens een belangrijke kompas. Maar de wetenschap ontwikkelt zich ook steeds verder, de IPCC-rapporten zijn belangrijk, maar de assessments staan niet voor de eeuwigheid vast. Je voorbeeld van de klimaatgevoeligheid laat dat zien: juist in de afgelopen maanden zijn interessante publicaties op dit vlak verschenen die niet in IPCC konden worden meegenomen”.

    http://www.twijfelbrigade.com/reacties-open-discussie/#comment-19

    Geen slordigheid dus, maar een bewuste keuze om af te wijken van IPCC-AR5. Helaas vergeet hij zulks expliciet te vermelden.

    Dat ik met mijn 1,0 C afwijk van IPCC, klopt. Maar dat vermeld ik dan ook duidelijk, met verwijzing naar wat IPCC daarover zegt. Voor de lezer is dat dan helder.

  31. Hans Custers

    Bert,

    Dus je had het antwoord al, en gaat dan zitten hengelen of wij precies hetzelfde antwoord geven als je al gehad hebt van Jan Paul. Waarom vind je eigenlijk dat wij ons zouden moeten verantwoorden voor elk zinnetje in een boek waar we niet aan meegewerkt hebben. Of waarom zouden wij over elk detail precies hetzelfde moeten denken als Jan Paul van Soest. Waarom deze kinderachtige spelletjes, Bert?

  32. Hans Custers

    O, en Bert, ik erken helemaal niet dat er sprake is van een slordigheidje (lezen blijft maar moeilijk voor je), ik gaf aan dat ik vermoedde dat dat het geval was. Uit het antwoord dat Jan Paul je gaf, kan ik overigens niet opmaken dat de passage die jij aanhaalt betrekking heeft op het spijkertje op laag water waar we het nu over hebben. Ook daar lijkt weer aardig wat interpretatie van jouw kant aan te pas te komen.

  33. Beste Bert,

    Verder stel je hierboven de werkelijkheid onjuist voor met:

    Meest waarschijnlijke waarde van de ECS. Van Soest zegt 3C (blz 71). IPCC zegt ‘we kunnen geen schatting geven’.

    Nee, JPvS vermeldt namelijk telkens opnieuw de 1,5 – 4,5 °C en geeft dan soms (niet iedere keer) de 3 °C als meest waarschijnlijke waarde. Verder geeft het IPCC wel degelijk een schatting:

    • … Equilibrium climate sensitivity is likely in the range 1.5°C to 4.5°C (high confidence), extremely unlikely less than 1°C (high confidence), and very unlikely greater than 6°C (medium confidence)16. The lower temperature limit of the assessed likely range is thus less than the 2°C in the AR4, but the upper limit is the same. This assessment reflects improved understanding, the extended temperature record in the atmosphere and ocean, and new estimates of radiative forcing. {TS TFE.6, Figure 1; Box 12.2}

    Daarmee is de klimaatgevoeligheid terug op exact dezelfde range als in IPCC AR3 uit 2001 en in het Charney-rapport van de National Academy of Sciences uit 1979. Het is de zogeheten ‘Charney sensitivity’:

    We estimate the most probable global warming for a doubling of CO2 to be near 3°C with a probable error of +/- 1.5 °C

    Het IPCC geeft dus WEL een schatting. Het laat alleen een ‘BEST estimate’ daarbinnen achterwege omdat de ‘assessed lines of evidence and studies’ nogal uiteenlopen. Dat is geen gebrek van het klimaatpanel, het reflecteert wat er in de actuele literatuur stond toen dit assessment gemaakt is (2013).

  34. “..lezen jullie eigenlijk wel wat ik schrijf?”
    Ja wel degelijk. Ik reageerde bijv. op deze zin:
    “En juist op dát punt is IPCC in het laatste rapport tot een wezenlijk andere conclusie gekomen t.o.v. AR4 (grotere bandbreedte, geen best estimate).”
    Zie mijn eerdere reacties hierover. ‘Wezenlijk’ anders is wat mij betreft jouw verzinsel over de klimaatgevoeligheid en het verschil tussen AR4 en AR5 vind ik niet ‘wezenlijk’ anders.
    Verder ben ik het met helemaal met Hans eens, kinderachtig gedoe: je hebt de vraag al aan Jan Paul gesteld en antwoord gekregen.

  35. Beste Bert,

    Het noemen van de leugens in het ‘NIPCC’ rapport is wel degelijk relevant.

    JPvS noemt die ‘meest waarschijnlijke waarde’ namelijk specifiek in zijn analyse van de aerosolen-paragraaf van het ‘NIPCC’. Context is belangrijk, ik citeer uit zijn boek:

    Aerosolen: opwarming achter het stof verscholen

    De wetenschap leidt uit allerlei onderzoeken af dat het koelende effect van aerosolen sterker is dan het opwarmende. Resteert een tamelijk grote onzekerheidsmarge […]

    Volgens het NIPCC-rapport onderschat het IPCC de koelende werking van aerosolen134. Daarbij wijzen de eindredacteuren, Idso en Singer, vooral op de rol van door onder meer plankton uitgestoten dimethylsulfide-aerosolen, die vanuit de mainstream-wetenschap als onduidelijk en onzeker wordt gekenschetst. Singer en Idso betogen dat deze natuurlijke aerosolen voor de koelende werking zorgen, en dat deze aerosol-koeling wordt onderschat. Op basis hiervan stelt het NIPCC vervolgens dat de klimaatgevoeligheid lager is dan de bandbreedte (1,5 tot 4,5 graad Celsius bij een verdubbeling van de CO2-concentratie, met 3 als meest waarschijnlijke waarde) die het IPCC beschrijft. In deze redenering verlagen de (dimethylsulfide) aerosolen de klimaatgevoeligheid.

    Zoals geconstateerd liegt het ‘NIPCC’ van Singer en Heartland dus over de klimaatgevoeligheid in het IPCC rapport, ik citeer:

    • IPCC Claim #1: A doubling of atmospheric CO2 would cause warming between 3°C and 6°C. The increase in radiative forcing produced by a doubling of atmospheric …

    Dat doen zij zowel in de door JPvS besproken paragrafen over de aërosolen (Fred Singer en Heartland begaan daar ook nog andere misleidende ‘fallacies’ en spreken zichzelf tegen, maar dat voert te ver voor hier) als in hun zogenaamde ‘SPM’.

    Ergo: JPvS noemt iedere keer en consequent de juiste range uit het IPCC AR5 rapport, namelijk 1,5 — 4,5 °C. En soms benoemt hij dan de 3 °C, de zogeheten Charney-sensitivity, als de meest waarschijnlijke waarde wat letterlijk genomen trouwens iets anders is als “best estimate“.

  36. Waarom deze kinderachtige spelletjes, Bert?

    Omdat Bert een communistenjager is. Hij heeft jullie te pakken, kameraden.

  37. Hoi Neven,

    Betrapt! Ik heb even de poster boven mijn zitbank gefotografeerd:

    Ik ga nu weer lekker naar Reinbert de Leeuw luisteren, een verademing.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s