Extreem weer onder de microscoop

In Nature Geoscience verscheen vorige maand het artikel “Mega-heatwave temperatures due to combined soil desiccation and atmospheric heat accumulation”, van de hand van Miralles, Teuling, Van Heerwaarden en Vilà-Guerau de Arellano. Het onderzoek is deels uitgevoerd door wetenschappers van de Wageningse Universiteit.

De onderzoekers ontleedden twee extreme hittegolven die in het eerste decennium van deze eeuw plaatsvonden in Europa tot op het bot. Het persbericht van NWO schrijft:

De mega-hittegolf van augustus 2003 in West-Europa verbrak destijds diverse temperatuurrecords, met temperaturen van 40°C in Frankrijk. De economische schade wordt geschat tussen de 5 en 10 miljard euro door onder meer bosbranden, luchtvervuiling en schade aan landbouwgewassen. Alleen al in Parijs vielen er duizenden doden als gevolg van de hoge temperaturen. Onderzoekers waren onbekend met dergelijke hittegolven in Europa en dachten dat het een eenmalige, uitzonderlijke gebeurtenis was. Totdat in 2010 nieuwe records werden gevestigd, nu in Oost-Europa en Rusland.”

Hittegolven kunnen alleen ontstaan als gevolg van een atmosferische blokkade: een hogedrukgebied dat hardnekkig op (min of meer) dezelfde plaats blijft liggen. Het stromingspatroon dat samenhangt met dat hogedrukgebied kan ervoor zorgen dat in een bepaald gebied gedurende langere tijd steeds meer warme lucht wordt aangevoerd. Daarmee begint de hittegolf, maar alleen de aangevoerde warmte kan de extreme hitte die bij de onderzochte hittegolven optrad niet verklaren. De zonnestraling die in deze omstandigheden ongehinderd binnenkomt – er is immers geen bewolking – draagt bij aan de verdere opwarming, maar om de temperaturen van ver boven de 40 °C die voorkwamen te kunnen verklaren zijn andere versterkende terugkoppelingen nodig.

De onderzoekers zochten deze terugkoppelingen in de atmosferische grenslaag (het onderste deel van de atmosfeer dat direct invloed heeft op en beïnvloed wordt door het aardoppervlak) en de interactie van die grenslaag met de bodem; en dan met name het vocht in de bodem. Ze concentreerden zich op twee plaatsen waarvoor, naast satellietdata, een grote hoeveelheid gegevens van weerballonnen beschikbaar was: Trappes (30 km ten westen van Parijs, voor de hittegolf van 2003) en Voronezj (500 km ten zuiden van Moskou, voor de hittegolf van 2010).

De gegevens laten zien dat de inversielaag die tijdens een hittegolf in de nacht ontstaat een belangrijke rol speelt bij de opbouw van hitte. De lucht in die inversielaag, tot ongeveer 500 meter hoogte, mengt zich niet met de lucht daarboven. Die hogere lucht verliest daardoor ’s nachts niet veel warmte, terwijl er zich overdag steeds meer warmte ophoopt. Tijdens de hittegolf wordt de warme atmosferische grenslaag daardoor niet alleen warmer, maar ook dikker. De afbeelding hieronder geeft een beeld van de temperatuurprofielen van de atmosfeer tijdens de hittegolf en tijdens de periode daarvoor.

soundingsT

Figuur 1: Temperatuurprofielen van de atmosfeer tijdens de vroege ochtend (links) en de middag (rechts) tijdens de hittegolf (in oranje) en de periode daarvoor (in blauw). Weergegeven is de potentiële temperatuur: de temperatuur die de lucht zou hebben bij de direct aan het oppervlak heersende luchtdruk. De ononderbroken lijnen zijn modelbenaderingen.

Een tweede belangrijk effect bij de ontwikkeling van een hittegolf is de verdamping van water uit de bodem. Het koelende effect van die verdamping neemt snel af als de bodem in een warme periode droger wordt, waardoor de temperatuur verder stijgt. Er spelen hier wat complicerende factoren: zo zouden de warmte en de waterdamp die via verdamping uit de bodem verdwijnen en in de atmosfeer terechtkomen op andere manieren effect kunnen hebben op de temperatuur aan het oppervlak. Dergelijke complicaties, en de interacties tussen alle factoren die een rol spelen, zijn verder onderzocht aan de hand van een model dat zich specifiek op de interactie tussen de bodem en de atmosferische grenslaag richt. Het model blijkt de gemeten condities goed te kunnen reproduceren. Uit de resultaten blijkt dat zowel de afname van de verdamping als gevolg van het verdrogen van de bodem, als de accumulatie van warmte in de grenslaag terugkoppelingen zijn die bijdragen aan de verdere ontwikkeling van de hittegolf.

Figuur 2: Schematische weergave van de Interactie tussen bodem en atmosferische grenslaag (atmospheric boundary layer of ABL) tijdens een mega-hittegolf. Rode pijlen staan voor positieve, blauwe voor negatieve correlaties.

Figuur 2: Schematische weergave van de Interactie tussen bodem en atmosferische grenslaag (atmospheric boundary layer of ABL) tijdens een mega-hittegolf. Rode pijlen staan voor positieve, blauwe voor negatieve correlaties.

De neerslag die eerder in het seizoen is gevallen heeft volgens het onderzoek weinig invloed op de ontwikkeling van een hittegolf. De verdamping gaat aan het begin zo snel, dat de initiële bodemvochtigheid niet zo veel uitmaakt. Op de duur van de hittegolf heeft de bodemvochtigheid ook geen noemenswaardig effect: die wordt vooral bepaald door meteorologische processen op grotere schaal.

De voor de hand liggende vraag is natuurlijk: wat betekent dit nu in een opwarmende wereld. De auteurs van het artikel zijn verstandig genoeg om daar niet over te speculeren. Als ik zou moeten gokken zou ik zeggen dat het wel eens sterk af zou kunnen hangen van lokale omstandigheden en dat de resultaten van dit onderzoek dus niet zomaar naar een mondiale schaal vertaald kunnen worden. Wat het onderzoek wel laat zien is dat de realiteit net wat ingewikkelder is dan het bekende beeld van de verschuivende Bell-curve. Toetsing van de manier waarop klimaatmodellen de grenslaag simuleren aan de resultaten van dit onderzoek zou hier meer licht op kunnen werpen. De vorm van de curve, en dan vooral van de warme staart, zou er na zo’n analyse mogelijk wat anders uit kunnen zien. Het lijkt me voorbarig om het beeld van de schuivende Bell-curve als eerste orde benadering helemaal te verwerpen.

Figuur 3: De verschuivende Bell-curve

Figuur 3: De verschuivende Bell-curve

Tenslotte nog iets over het extreme weer dat Amerika de laatste tijd in de greep had: tornado’s. Verschillende blogs schreven over het onderwerp: Climate Denial Crock of the Week, het Weather Underground blog van Jeff Masters en de Rabett rende zelfs twee keer.

Uit al die blogs blijkt één ding heel duidelijk: wie op zoek is naar bewijs dat tornado’s, of de erdoor veroorzaakte schade toenemen, of juist afnemen, kan altijd wel iets van zijn gading vinden. De realiteit is dat overtuigend bewijs van zo’n toe- of afname bijzonder moeilijk te leveren is, en dat stellige uitspraken hierover dus met de nodige argwaan bekeken moet worden.

Enkele details uit die blogs geven meer stof tot nadenken: over hoe onze perceptie van dergelijk extreem weer met ons aan de haal kan gaan. Zo is er het verhaal dat mobile homes in de VS relatief vaak getroffen zouden worden door tornado’s. Mijn eerste reflex op zo’n verhaal is dat dat onzin is. De perceptie zou te verklaren zijn: bewoners van zulke mobile homes zijn immers veel kwetsbaarder dan bewoners van stevig gebouwde huizen. Als een trailer park getroffen wordt door een tornado is er een grotere kans op slachtoffers en dus een grotere kans dat die tornado het nieuws haalt. Maar volgens een recent onderzoek zou het gewoon een feit kunnen zijn: tornado’s blijken vaak te ontstaan in een overgangsgebied tussen twee verschillende soorten landschap, zoals tussen stad en platteland. En juist daar zitten veel trailer parks.

Een andere onderzoeker meent dat vooral de extremen veranderen: meer periodes met helemaal geen tornado’s en meer periodes met juist een groot aantal tornado’s. In de afgelopen jaren hebben we gezien dat juist periodes met een groot aantal tornado’s het nieuws halen. Mochten zulke golven van tornado’s vaker voorkomen, dan zal dat ongetwijfeld de indruk wekken dat het totale aantal tornado’s toeneemt. Terwijl dat in werkelijkheid niet het geval hoeft te zijn.

52 Reacties op “Extreem weer onder de microscoop

  1. Schär et al. schreef dat je de hittegolf van 2003 niet kan verklaren met een verschuiving van de Bell curve. Of wel de temperatuur volgt geen Bell curve of de breedte van de kansverdeling is breder geworden schrijven ze. Enige studies vinden ook een toename van de variabiliteit van zomer temperaturen op kleine tijdschalen. Bijvoorbeeld Della-Marta et al. (Van jaar tot jaar verwacht men echter dat de variabiliteit kleiner wordt. Binnenkort meer op mijn blog.)

    Hans je schreef: “Het lijkt me voorbarig om het beeld van de schuivende Bell-curve als eerste orde benadering helemaal te verwerpen.” Betekend dat dat jij de conclusie van Schär et al. niet deelt? Dan zou ik graag weten waarom.

    Della-Marta, P.M., J. Luterbacher, H.V. Weissenfluh, E. Xoplaki, M. Brunet, H. Wanner, 2007: Doubled length of Western European summer heat waves since 1880. J Geophys Res 112. doi: 10.1029/2007JD008510.

    Schär, C., P.L. Vidale, D. Lüthi, C. Frei, C. Häberli, M.A. Liniger and C. Appenzeller, et al. 2004: The role of increasing temperature variability in European summer heatwaves. Nature, 427, pp. 332–336.

  2. Hans Custers

    Victor,

    Nee ik wil de conclusie van Schär, of van andere onderzoeken zeker niet ter discussie stellen. Wat ik bedoel is dat de meest eenvoudige benadering, die van de schuivende Bell-curve, al een duidelijke, zij het grove, schets geeft van de toename van extreme hitte die te verwachten is in een opwarmend klimaat. Specifiek op hittegolven gericht onderzoek stelt dat grove beeld scherper. Dergelijke (relatief nieuwe) onderzoeken moeten natuurlijk nog wel bewijzen dat ze standhouden terwijl de wetenschap zich verder ontwikkelt. Tot het zover is, heeft de grovere schets zeker nog zijn waarde.

  3. G.J. Smeets

    Hans, de kwestie van meer/minder extremen die je in de laatste alinea noemt is m.i. een mooi voorbeeld van de epistemologische vuistregel dat kwantiteit (‘meer’ of ‘minder’) niet bepalend is voor patroon. Meer/minder kan wel een patroon *zichtbaar* maken. Bij toenemende trekkracht op een ketting zal op een gegeven moment 1 schakel knappen, de zwakste in de keten. Het latente verschil in de ketting, het latente patroon, wordt manifest gemaakt en niet *teweeg gebracht* door de toenemende spanning.

    Mutatis mutandis, om die reden is (tendens in) toename/afname van weersextremen m.i. weliswaar relevant als indicatie voor klimaatverandering maar nietszeggend over klimaatpatroon. Correct me if I’m wrong.
    Overgens wijs ik erop dat kwantiteit nooit precies te bepalen is. Ik kan wel exact 17 erwten hebben maar nooit precies 17 liter water. Laat staan 17 tornado’s.

  4. cRR Kampen

    “het wel eens sterk af zou kunnen hangen van lokale omstandigheden en dat de resultaten van dit onderzoek dus niet zomaar naar een mondiale schaal vertaald kunnen worden.”

    De empirie wijst het tegendeel reeds uit.
    Hansen et al 2012: http://lindseynicholson.org/wp-content/uploads/2013/01/temp_shift.jpg .
    Merk op dat de rechter staart dikker aan het worden is. De verdeling lijkt scheef te worden: symptoom van een geforceerd systeem.

    “… dat stellige uitspraken hierover dus met de nodige argwaan bekeken moet worden.”

    Zo langzamerhand noem ik dit een vorm van klimaatrevisionisme, subvorm: twijfel zaaien. Het spijt me wel. Ter illustratie zal ik maar weer eens de grafiek posten die om de één of andere reden constant niet begrepen wordt: http://tamino.files.wordpress.com/2012/11/graph0.jpg (nee, op de linkeras staan géén kosten. Alléén aantallen. En let op de rode balkjes: geen trend. Bron: één na grootste verzekeraar ter wereld, MunichRE, die dé database van natuurrampen bijhoudt).
    Hockeystick. Factor twee. Hoe hard bewijs wil je nou nog hebben?

    Liefhebbers van tornado’s zullen ook wel de hockeystick van de cumulatieve tornado-energie kennen (of niet?) – http://www.wired.com/2014/04/tornado-strength/ , onderste figuur. Merk ook de toenemende variabiliteit op: systeem uit evenwicht (ditzelfde fenomeen vind je ook overal terug. Bekendste is wellicht de grafiek van arctische zee-ijs-oppervlak).

  5. cRR Kampen, dat de staart in de plot van Hansen dikker wordt is een probleem van de analyse. Hansen zegt zelf dat je dit niet moet interpreteren als een toename van de variabiliteit. De verdeling lijkt vooral breder omdat de gemiddelde temperatuur regionaal verschillend stijgt. (Aan de polen stijgt de temperatuur meer, in de tropen minder. Ruimtelijk worden de temperatuurverschillen kleiner.)

    Omdat je niet naar de Tamino post verwijst weet ik het niet zeker, maar waarschijnlijk zie je in de MunichRe plot ook de invloed van de toenemende welvaart omdat pas vanaf een bepaald bedrag een natuurramp wordt geteld.

  6. Victor, bij die grafiek van Munich re gaat het vooral om het verschil in geophysical events (die niets met klimaatverandering te hebben) en de andere categorieen (die wel met klimaatverandering te maken (kunnen) hebben). Er is geen trend in de eerste, en wel in de laatste. Dat een ramp pas vanaf een bepaald bedrag geteld wordt zal voor de verschillende categorieen niet verschillen lijkt me?

  7. Bart, ja dat is een beter argument. Als het niet zou passen met wat we uit metingen weten, zou ik echter nog steeds de echte metingen voorkeur geven. Mensen doen rare en onvoorspelbare dingen. Gelukkig past het, voor zover ik weet. Ook neerslag wordt sterker, bijvoorbeeld.

  8. cRR Kampen

    Daarom, Victor, gaf ik alvast aan in welke TWEE vallen lezers van die grafiek constant trappen… Jij ging dus voor de tweede. En ik heb nog zo gezegd “En let op de rode balkjes: geen trend.”🙂

    Tav Hansen, de link werkt niet… Ik zou het wel heel graag zien. Zelf vermoed ik dat de variabiliteit aan de hete kant wel degelijk toeneemt. Het platter worden van de verdeling in z’n algemeenheid lijkt me ook beslist geen artefact.

    “Als het niet zou passen met wat we uit metingen weten, zou ik echter nog steeds de echte metingen voorkeur geven.”
    Er zijn wel wat problemen mee. Bijvoorbeeld: IPCC stelt dat er geen duidelijke globale trend voor aantallen droogten en overstromingen te zien valt. Kijk je echter per regio, waar sommige streken drastisch ergere droogten krijgen en heel andere streken drastisch ernstiger overstromingen, dan zie je wel degelijk beeld (en die vind je ook terug in de relevante tabel van AR5/WG I).
    Daarnaast is er voortdurend een probleem met interpretatie. Ik bevind de laatste jaren juist ‘de’ wetenschappers op dit stuk onredelijk voorzichtig geworden. Gevolg is dat ze qua ‘alarmisme’ links en rechts door verzekeraars (Lloyds’, Munich RE), adviesbureaus (Anderson) en instituten als de Wereldbank en het IMF worden ingehaald. Die voelen de feiten stuk voor stuk aan den lijve, namelijk.

    Zijn jullie trouwens bekend met ‘hockeysticks’ als deze?
    Suiker: http://www.barchart.com/chart.php?sym=SBN14&t=BAR&size=M&v=2&g=1&p=MN&d=X&qb=1&style=technical&template=
    Cacao: http://www.barchart.com/chart.php?sym=CCN14&t=BAR&size=M&v=2&g=1&p=MN&d=X&qb=1&style=technical&template=

    (oefen zelf met bijvoorbeeld katoen (zéér interessant ivm de ongekende overstromingen in Pakistan paar jaar geleden), mais, koffie, … Negeer de piek die alle commodities in 2008 vertonen: subprimecrisis).

    Dit zijn de dingen die maken dat je niet hard genoeg de alarmbel kan slaan. Dit is echt niet kinderachtig meer. Dit opent op enkele generaties tijd Syrië als ons voorland (Syrië: -40% neerslag trend over afgelopen halve eeuw; apocalyptische droogte die miljoenen boeren werkloos maakte 2006-2010).

  9. Hans Custers

    @cRR Kampen,

    Het klopt dat de wetenschap terughoudend is, maar dat vind ik terecht. We schieten er niks mee op als wetenschappers om de haverklap met voorbarige conclusies komen, als ze die later weer terug moeten nemen of moeten nuanceren. We moeten de wetenschap gewoon de wetenschap laten. In plaats van de wetenschap op die terughoudendheid aan te vallen kun je beter wijzen op het onwetenschappelijke opportunisme dat “de andere kant” kenmerkt.

    Over de “hockeystick van de cumulatieve tornado-energie” blijkt nog de nodige wetenschappelijke discussie te zijn. De vraag is hoe nauwkeurig de data zijn die in het onderzoek zijn gebruikt. Daar zit ‘m het probleem vaak bij extreem weer: het is zeldzaam en dus zijn er niet zo veel gegevens, waardoor het moeilijk is om met voldoende zekerheid een trend of patroon vast te stellen. Waarmee overigens, laat dat duidelijk zijn, ook niet bewezen is dat zo’n trend of patroon niet bestaat. Daar doel ik ook op, als ik het heb over stellige uitspraken die met de nodige argwaan bekeken moeten worden.

    De Munich Re grafiek heb ik zelf ook wel eens aangehaald. Wat mij betreft is die grafiek een sterke aanwijzing dat we al effecten zien van klimaatverandering. Maar de gegevens over weergerelateerde rampen uit die grafiek kunnen natuurlijk niet één op één naar tornado’s worden vertaald.

  10. cRR Kampen

    “We schieten er niks mee op als wetenschappers om de haverklap met voorbarige conclusies komen, als ze die later weer terug moeten nemen of moeten nuanceren.”
    Volledig mee eens, maar het gaat mij om het omgekeerde: wetenschappers lopen hier gewoon te veel achter de feiten te velde aan.

    “De vraag is hoe nauwkeurig de data zijn die in het onderzoek zijn gebruikt.” – Wat ik ervan las is dat het onderzoek in hoge mate zelfs door leken gerepliceerd zou kunnen worden.

    “Maar de gegevens over weergerelateerde rampen uit die grafiek kunnen natuurlijk niet één op één naar tornado’s worden vertaald” – beiden zijn domweg voorbeelden van een ‘hockeystick’.Zelf noem ik beeld tegenwoordig “de bekende factor twee à drie” omdat je ‘m in een diversiteit aan fenomenen terugziet. Graan/mais/katoen/koffie/suiker/cacao/amandelen en wat al niet (rijst?) ook al.
    Ik moet zeggen, als je voorzichtig gaat zitten doen over dat laatste, om ‘voorbarigheid te voorkomen’, dan hoeft het straks allemaal gewoon niet meer. Ik kan wel een cursus vuurwapengebruik geven (tegen koffie).

  11. Hans Custers

    @cRR Kampen,

    Tornado onderzoeker Harold Brooks schrijft hier iets over het onderzoek naar de energie van tornado’s van Elsner:

    “Elsner’s result depends very strongly on reported path width-the intensity is a strong function of width and then he multiplies the implied v^2/2 by the area of the tornado (width*length). Path width is the worst part of the dataset. Reported value changed from mean to max width in ’94. More detailed surveying will lead to increased max width. With adoption of EF scale in ’07, there’s an abrupt doubling of the reported widths for reasons that aren’t clear. No trend in width from ’94-’06, nor in ’07-’12. Just a step function at ’07.”

    Ik ben net als jij voor een stevig klimaatbeleid. Maar ik vind dat geen reden om onzorgvuldig om te gaan met de wetenschap. De wetenschap geeft namelijk, ook als je rekening houdt met alle onzekerheden die er nog zijn, meer dan voldoende reden om te pleiten voor dat beleid.

  12. cRR Kampen

    Hans – die stapfunctie is in die energiegrafiek niet terug te vinden. Er is dus wel even wat meer aan de hand.

    “Maar ik vind dat geen reden om onzorgvuldig om te gaan met de wetenschap.” – ik denk niet dat ik onzorgvuldiger met de wetenschap omga dan de grootmolochen die ik aanhaalde (Lloyds, Wereldbank enzovoort). De vraag die ik stel is of de wetenschap zelf wel zorgvuldig omgaat met de gebeurtenissen te velde. Ik ben me ervan bewust dat deze vraag in zekere zin heel raar klinkt. Toch is het niet eens zo bijzonder: het is wel vaker gebeurd dat de wetenschap letterlijk tegen beter weten in aan een oud beeld vasthield (ik heb een verbluffend kras voorbeeld uit de sociaalpsychologie van genocide te koop…).

    Ik ben het wel met je eens dat de wetenschap zoals die nu presenteert reeds genoeg aanleiding geeft – hoewel ik niet goed inzie waarom die aanleiding thans groter zou zijn dan tijdens het verschijnen van AR4 of zelfs AR3. Het goede nieuws is dat een wereld aan consumenten van die wetenschap dat vooral afgelopen half jaar nadrukkelijk tamboereerde. Ik verheug me met name over het feit dat ik nou eens niet de enige ben die een zeer acute dreiging mbt de voedselvoorziening ziet. De hockeysticks van de commodities beginnen zich prima op te dringen. Dit soort berichtjes bijvoorbeeld: http://www.cnbc.com/id/101656211 (ain’t seen nothing yet, voeg ik er maar even aan toe).

  13. cRR Kampen

    Ik heb de Rabett altijd lekker gevonden… Uit het linkje van Hans:
    “Hi Harold, hoped that would bring you in. If what we are seeing is the mobile home effect, then the great recession in 2008 which threw a lot of people out of their homes should have produced a notable uptic in deaths of those in trailers. Has it?”
    Nee dus, maar er zijn krankzinnige dingen gaande met die tornado’s. 2011. Over toenemende variabiliteit gesproken!

  14. “En let op de rode balkjes: geen trend.” Wow, dat was een duidelijke waarschuwing. Maar goed, ik had beter moeten lezen en heb overreageerd. Deels omdat ik allergisch ben tegen links naar plaatjes zonder een tekst die beschrijft hoe dit alles uitgerekend werd en wat de beperkingen zijn. Vooral klimaat “sceptici” doen verlinken graag plaatje. “De data spreek toch voor zich?” Nee!

    De BEST memo van Zeke Hausfather over jouw Hansen studie met citaat van Hansen zelf vind je hier. Een tweede hier. Ik verwacht, dat de variabiliteit op kleine tijd en ruimte schalen toeneemt en op grote afneemt. Maar dat is nog onvoldoende bestudeerd en tot die tijd ben ik met conclusies over extremen voorzichtig.

    Ik zie als belangrijkste rol van wetenschappers te reageren op overdreven uitspraken van alle kanten. Meestal zijn het de klimaat “sceptici” die eerloos de wetenschap verdraaien. Ook omdat naar boven de onzekerheid veel groter is en het dus minder duidelijk is of iets overdreven is. Als je niet bij iedere grafiek van een verzekeraar die graag verzekeringen wil verkopen roept: “Hoe hard bewijs wil je nou nog hebben?” ben je geloofwaardiger. En dat is op lange termijn belangrijk en die is een opgave voor een generatie, niet een korte sprint.

    Wellicht interesseert dit je:

    Della-Marta, P.M., J. Luterbacher, H.V. Weissenfluh, E. Xoplaki, M. Brunet, H. Wanner, 2007: Doubled length of Western European summer heat waves since 1880. J Geophys Res 112. doi: 10.1029/2007JD008510.

    Fischer , E.M. and C. Schär, 2009: Future changes in daily summer temperature variability: driving processes and role for temperature extremes. Clim. Dyn., 33, pp. 917-935, doi: 10.1007/s00382-008-0473-8.

    Schär, C., P.L. Vidale, D. Lüthi, C. Frei, C. Häberli, M.A. Liniger and C. Appenzeller, et al. 2004: The role of increasing temperature variability in European summer heatwaves. Nature, 427, pp. 332–336.

  15. Bob Brand

    Hi Victor,

    Dank voor je commentaar, ik ben het eens met:

    Ik verwacht, dat de variabiliteit op kleine tijd en ruimte schalen toeneemt en op grote afneemt. Maar dat is nog onvoldoende bestudeerd en tot die tijd ben ik met conclusies over extremen voorzichtig.

    Eén van de effecten is dat indien de kansverdeling, zoals weergegeven in figuur 3 hierboven, naar rechts gaat schuiven ook de ‘window size’ waarover de waarnemingen verzameld worden een rol gaat spelen. M.a.w. als je over een periode van 30 jaar de frequentie in kaart gaat brengen dan vind je — door het inmiddels naar rechts verschoven zijn van de ‘Bell curve’ — een bredere kansverdeling dan over bijvoorbeeld een periode van 10 jaar.

    Het lijkt me lastig om uitspraken te doen over een toename van de variabiliteit. Ik heb dan ook wat moeite met de conclusies die Schär in zijn publicatie meent te kunnen trekken:

    Conceptually this increase is understood as a shift of the statistical distribution towards warmer temperatures, while changes in the width of the distribution are often considered small7. Here we show that this framework fails to explain the record-breaking central European summer temperatures in 2003, although it is consistent with observations from previous years. We find that an event like that of summer 2003 is statistically extremely unlikely, even when the observed warming is taken into account. We propose that a regime with an increased variability of temperatures (in addition to increases in mean temperature) may be able to account for summer 2003.

    Zie: http://www.inference.phy.cam.ac.uk/sustainable/refs/climate/2004_Schar_JJA03.pdf

    De onderbouwing lijkt me voornamelijk op de experimenten met regionale modellen te berusten, want het is me niet duidelijk hoe je zo’n conclusie kan trekken op basis van één ‘occurence’ van een hittegolf zoals die van zomer 2003. Interessanter is de fysische verklaring die o.a. Raymond Teuling in zijn nieuwe publicatie geeft en waar Hans hierboven over schrijft.

  16. Extreem weer kan zijn:
    korte, hevige ontlading van opgehoopte energie zoals orkanen, stormen, hevige regens met lokale schade. De bevolking kan soms gewaarschuwd worden en uitwijken.
    Maar ook:
    langdurige periodes van extreem maar stabiel weer in grotere gebieden; het onderwerp van deze blog. Waarschuwen is moeilijker en dus komt het niet tot uitwijken of vluchten.
    Is dit onderscheid nuttig en al eens eerder ergens gemaakt?

  17. We hebben niet alleen modellen die een toename van de dagelijkse variabiliteit in Europa in de zomer laten zien. Ook Della-Marta et al. vindt dit in stationswaarnemingen. Het verwijderen van kunstmatige veranderingen in de variabiliteit in dagelijkse data is echter lastig. Iedereen gebruikt die data, maar bijna niemand werkt aan de kwaliteit ervan. Dus wellicht vertrouw ik in dit geval op het moment de modellen meer.🙂

    Of één geval genoeg is, is een moeilijke vraag. Daarover denk ik iedere dag anders. Aan de ene kant is één waarde geen statistiek. Aan de ander kant is het resultaat zeer statistisch significant. Andere dagen denk ik weer, ik moet helemaal niet kiezen, de aanname dat temperatuur perfect normaal is is vast niet juist.

    We lopen wellicht iets te veel op eieren. Stel je voor dat een nieuwe ster is gemeten en zijn eigenschappen passen slecht bij die van andere sterren in de categorie die nog het beste past. Met dezelfde significantie als de zomer van 2003. Dan zouden de meeste wetenschappers waarschijnlijk zeggen, dat we een nieuwe sterren categorie moeten invoeren. Wellicht zouden we de categorie voorlopig noemen, maar ik verwacht niet dat de meerheid zou zeggen: het is er maar één, doe de nieuwe ster maar gewoon in de oude categorie.

  18. Hans Custers

    Voor de geïnteresseerden: Lloyd’s heeft deze week een rapport uitgebracht over extreem weer en de rampen en schade die daaruit voortvloeien in relatie tot klimaatverandering: .Catastrophe Modelling And Climate Change.

    Met onder meer 6 case studies:

    • European Windstorm
    • European Windstorms (als ik het goed begrepen heb gaat dit over een ander type stormen)
    • UK Flood
    • North Atlantic Hurricanes
    • US Severe Thunderstorms and South Pacific Tropical Cyclones
    • Increasing Hurricane Intensity with Warming Seas: Implications for Risk Modelling

    Voor wie hoopte op een verstandig commentaar van mij: ik heb het nog niet gelezen…

  19. Ik hoop eigenlijk wel op een “verstandig” commentaar van jou.

    [edit HC: Alex, ik heb je vorige reactie verwijderd omdat die volledig off-topic was. En dat zal ik ook doen met volgende reacties die niets met het onderwerp van deze blogpost te maken hebben.]

  20. cRR Kampen

    Victor 9 mei/17:57 – “links naar plaatjes zonder een tekst die beschrijft hoe dit alles uitgerekend werd…”
    Ik gaf de verwijzing daar ook: “(Bron: één na grootste verzekeraar ter wereld, MunichRE, die dé database van natuurrampen bijhoudt).”

    Twee dingen houden niet op mij te verbijsteren.
    Ten eerste dat deze grafiek zo onbekend is (om het maar niet eens over die database te hebben: die is trouwens openbaar, wel even wat downloadtijd incalculeren).
    Ten tweede dat die figuur zo ongelofelijk slecht gelezen wordt.
    Ik ben heel benieuwd waarom je de rode balkjes niet zag.

    Ik wacht ook nog altijd op de allereerste die de grafiek in één keer goed doorgrondt… En ik heb het hier over klimatologen en andere deskundigen terzake. Bart Verheggen’s eerste reactie, vorig jaar ergens, ging over de toename van populatie en bezittingen en daar verklaarde hij dan de trend in toenemende _kosten_ van natuurrampen uit. Die reactie kreeg ik op een gegeven moment zo systematisch vaak dat ik de prent tegenwoordig doorgeef inclusief de waarschuwingen: let op wat er op de verticale as staat, let op die rode balkjes! Ik vind het moeilijk om aan te zien hoe mensen aan wiens kennis en wetenschappelijke ervaring ik niet twijfel er zo, het spijt me wel, dom mee omgaan.
    Wat is daar toch de psychologie achter? Mij geeft het het gevoel dat de klimaatverandering zelfs voor deskundigen nog altijd pure theorie is!

    Voor die artikelen mijn heel hartelijke dank! Heb juist dat soort materiaal nodig voor een schrijfsel dat ik met iemand aan het ontwikkelen ben.

  21. cRR Kampen

    Ik wil trouwens wel even kwijt dat het woord ‘geloofwaardig’ me altijd bijzonder tegenstaat… Mijn gezegde daarover: “Credibility is a phrase to slap onto any source whose incredibility is apparently a given.”

    Die database van MunichRE is toetsbaar (voorbij alle ‘geloofwaardigheid’). Overigens is één de redenen dat ik er zo graag naar verwijs de klimaatrevisionistische meme ´follow the money´, waaraan ik slechts toevoeg: prima, doe het dan ook maar even goed.

    Als die vastgoedverzekeraar meer verzekeringen wil verkopen dan heeft ie dat wel heel sluw gedaan, kennelijk door in te spelen op de ‘hype van CAGW’ en de vulkaan- en aardbevingsgerateerde dus trendloos te tonen. Nou, dat gaat er bij mij natuurlijk niet in. Want ALS dat grafiekje op die manier getruct zou zijn, DAN staat dit gelijk aan empirisch bewijs voor afwezigheid van klimaatverandering, of althans een bepaalde categorie gevolgen daarvan. En dan… moeten we concluderen dat absoluut elke database van natuurrampen, net zo goed die we zelf zouden kunnen maken, politiek/materialistisch gebiased is. Als we zover zijn gekomen doeken we liever de academie op en geven we gewoon alles terug aan de Kerk.

  22. Hans Custers

    Je bent te streng, Remko. De reacties van Victor en Bart op die Munich Re grafiek laten nu net zien wat een echte scepticus onderscheidt van een pseudoscepticus: ze gaan niet af op hun eerste indruk, maar stellen daar juist vragen bij. Het laat heel mooi het verschil zien tussen de eerste reflex van de psuedoscepticus: “Zie je wel!” en die van de echte scepticus: “Zie ik iets over het hoofd?”.

  23. cRR Kampen

    Hans Custers, een echte skepticus gaat dus niet af op een eerste indruk, maar begint heel zorgvuldig met het volkomen verkeerd interpreteren van de verticale as van zo’n grafiek? Want dat is wat je nu zegt.

    Nee, ik ben heel mild. Heus.

    Het probleem is juist dat de grafiek volkomen niet-skeptisch wordt benaderd door mensen van wie je juist een skeptische benadering verwachten mag.
    Ik ben echt niet voor niets verbijsterd daarover!

  24. Ik ben het eens met Hans, het verschil tussen een scepticus en een septicus is niet zozeer de eerste reactie op nieuwe informatie (gezond verstand heeft het vaak mis is mijn ervaring) maar een vermogen om het eigen standpunt bij te stellen wanneer er een beter argument is.

    Ik ben het ook eens met Remco dat de Munic Re grafiek overtuigend is (zodra je weet waar je naar moet kijken). Vandaar dat de septische reactie daarop vaak vervalt in: “Munich Re verdient meer met hogere premies en met dit soort grafieken rechtvaardigen zij die.” Waaemww dan weer ruim baan voor de cognitieve dissonantie is gemaakt.

  25. cRR Kampen

    Ontspan, dat argument over winstmaximalisatie is natuurlijk wel wat je noemt valide skeptisch.

    Maar ik zal nog maar eens een keer benadrukken dat Victor, Bart en (zonder enige uitzondering!!!!!) andere academici/deskundigen beginnen met het verkeerd interpreteren van de eenheid op de verticale as. Moet ik dit dik, rood en 30 punts gaan afdrukken ofzo?

    Nu we er een beetje over discussiëren is het net alsof dit absurde fenomeen de hele tijd onder de grond geschoffeld wordt. Na Hans, nu jij. Waardoor ik er nu helemaal haring of kuit van wil hebben!

    Waarom interpreteren jullie ALLEMAAL die linker as in eerste instantie verkeerd? Wat is daar de psychologie toch achter? ‘Skeptisch’ is het echt niet!

  26. Het lijkt me nuttiger om de rotte haring voor anderen te bewaren.😉

    Ik ben nog steeds van mening dat de initiele misinterpretatie niks met wel/niet skepsis van doen heeft. Immers, Victor bijvoorbeeld, stelde zijn mening bij nadat hij op zijn interpretatiefout gewezen werd. Een pseudoskepticus zou vast blijven houden aan zijn initiele mening.

    Misschien dat de grafiek niet goed gelezen wordt door ingesleten verwachtingspatronen? Net als dat de meeste mensen het juiste aantal o’s in een zin niet kunnen tellen omdat ze slechts telkens een klein deel van een woord lezen en de rest mentaal invullen, terwijl anderen wel feilloos o’s tellen. Ik vermoed dat jij van de tweede categorie bent?

    Ik weet overigens niet meer wat mijn initiele reactie was op het Munich Re grafiekje, het is al lang geleden dat die voor het eerst de ronde deed.

  27. Bob Brand

    Er is overigens helemaal niets mis met de NatCatService database van Munich Re, die wordt ook door andere onderzoekers gebruikt om het aantal incidenten/rampen te bestuderen (er zijn nog andere databases die een vergelijkbaar beeld laten zien).

    Wel is het de vraag of ‘normeren’ t.o.v. het aantal geregistreerde geofysische rampen voldoet:

    1. groei bevolkingsdichtheid kustgebieden, langs rivieren en in ‘flood planes’ is groter dan mondiaal gemiddeld;
    2. geofysische indienden konden altijd al met seismografen op afstand gedetecteerd worden;
    3. verbeterde ‘emergency services’, ‘search & rescue’; ziekenhuizen;
    4. en enorm verbeterde communicatie door mobieltjes, Internet, satelliet-telefonie, GPS en vervoer.

    Het uit elkaar pluizen van al die factoren om daaruit te herleiden of extreem weer werkelijk toeneemt is een hele klus. Ik heb geen vertrouwen in de rekensommetjes van Pielke Jr. die telkens alleen het schadebedrag als ‘metric’ benut en dan zomaar beweert dat de schade gelijke tred houdt met de toenemende waarde van de bebouwing. Maar wat Tamino hier doet is ook wat kort door de bocht.

    Geofysische incidenten konden altijd al met seismometers op afstand worden vastgesteld. Voor de andere categorieën is dat minder het geval en speelt het een grote rol of er iemand (en/of infrastructuur) in de buurt is.

  28. cRR Kampen

    ontspan, het gaat hier natuurlijk niet om een ‘schuldvraag’ of een ‘rotte haring’. Maar om een boeiend fenomeen, uitgebreid beschreven door bijvoorbeeld Kahneman (‘Thinking Fast & Slow’), en waar ik zelf uiteraard niet immuun voor ben.
    Maar er zijn wel grenzen, vind ik.

    “Victor bijvoorbeeld, stelde zijn mening bij nadat hij op zijn interpretatiefout gewezen werd.”
    Dit is dus niet het punt. Het punt is dat Victor (en anderen – ik heb er onder andere drie met de titel ‘prof’ te pakken, bijvoorbeeld) die interpretatiefout metéén maken – zelfs als ik bij presentatie van de grafiek, zoals ik hier deed, waarschuw.

    Bob, aardbevingsgebieden liggen veruit het meest aan kusten (‘Ring of Fire’ bijvoorbeeld). Let toch op die rode balkjes! En als je dat toch hebt gedaan, wil je vragen uit te leggen waarom jouw punten 1 t/m 4 niet voor aardkorstevenementen gelden, maar alleen voor weer-/klimaatgerelateerde gebeurtenissen…

  29. cRR Kampen

    “Geofysische incidenten konden altijd al met seismometers op afstand worden vastgesteld.” – Inderdaad, maar die tellen uiteraard NIET op die manier mee voor de NatCatService.

  30. Bob Brand

    Hoi cRR,

    De database van Munich Re — en de normalisatie van het aantal weergerelateerde incidenten t.o.v. het aantal geofysische incidenten door Tamino, zie deel 1 en deel 2 — is al eerder ter sprake geweest, bijvoorbeeld hier:

    https://klimaatverandering.wordpress.com/2013/02/06/de-sceptische-top-10-of-waarom-klimaatsceptici-ongeloofwaardig-zijn-epiloog/

    Mijn mening kan je lezen vanaf deze reactie, zie bijvoorbeeld punt 1 en de overige discussie.

    Ik denk niet dat factor 1 – de mate van ‘exposure’ aan het weergerelateerde ‘hazard’ op precies dezelfde manier is toegenomen als voor geofysische incidenten. Naarmate kustgebieden, ‘flood planes’ etc. dichter bevolkt raken neemt het aantal rampen door overstromingen en stormen sneller toe dan de blootstelling aan aardbevingen, aardverschuivingen en vulkaanuitbarstingen.

    Hoeveel sneller? Lastig te zeggen, en ook of het de factor 3 (!) kan verklaren waarmee de weergerelateerde rampen sneller zijn toegenomen dan geofysische. Misschien kan het een deel verklaren? In de literatuur heb ik nog geen kwantitatief volledige verklaring gezien – men noemt de factoren die ook hierboven staan en concludeert dat men het niet zeker weet.

  31. cRR Kampen

    “Naarmate kustgebieden, ‘flood planes’ etc. dichter bevolkt raken neemt het aantal rampen door overstromingen en stormen sneller toe dan de blootstelling aan aardbevingen, aardverschuivingen en vulkaanuitbarstingen.”

    Helemaal niet, Bob. Ik herhaal dus hier maar weer dat de meeste aardbevingen (en deze vormen de bulk van de aardkostfenomenen) aan kusten voorkomen.
    Maar eigenlijk geef je dat keurig weer in je betoog waar je linkt.

    Aardverschuivingen nemen natuurlijk wel toe, maar die zijn dan ook iha WEL weer/klimaatgerelateerd (zie de verschrikkelijke ramp in Afghanistan onlangs, of de ramp in Washington 25 maart j.l.).

  32. cRR Kampen

    Hotsbots… “Maar eigenlijk geef je dat keurig weer in je betoog waar je linkt.” – sloeg niet op de aard van aardbevingen maar op het thema als zodanig, natuurlijk.
    A propos, practisch alle relevante vulkanen zijn óók kustfenomenen.

    Omgekeerd zijn droogten en hittegolven dat vaak niet.

  33. cRR Kampen

    “… en concludeert dat men het niet zeker weet” – De vraag rijst dus steeds: wanneer weet men het wel zeker? Ik geef twee mogelijke antwoorden:
    1) Als de factor tot 20 is gegroeid;
    2) Als ‘men’ zelf een keer geraakt wordt.

    Ik ga voor antwoord 2!

  34. Hans Custers

    @cRR,

    En daarmee is de cirkel rond. Want nu zijn we weer bij het punt dat ik aankaartte in het stukje van dit blog over tornado’s: het verschil tussen perceptie en wetenschap. Als iemand een keer geraakt wordt door een natuurramp waarin klimaatverandering een rol speelt, of kan spelen, verandert dat de perceptie van die persoon.

    Maar voor de wetenschap ligt het anders. Het probleem is en blijft dat extreem weer vrij zeldzaam is, dat er dus niet zo veel data zijn, dat je om een trend vast te stellen daarom data over een lange periode nodig zijn en dat er in zo’n lange periode ook allerlei andere factoren die van invloed zijn kunnen veranderen. Daarom zijn wetenschappers terughoudend, en die terughoudendheid is terecht.

    Maar als de toename van (bepaalde typen) van extreem weer niet statistisch significant aan te tonen zijn, betekent dat natuurlijk niet dat er geen aanwijzingen voor zijn. De Munich Re data, bijvoorbeeld, zijn in mijn optiek een sterke aanwijzing voor de invloed van klimaatverandering op natuurrampen. En zo zijn er wel meer aanwijzingen, je hebt er in deze discussie een aantal genoemd.

    Waar het vooral om draait is dat dit geen welles-nietes discussie is. Pseudosceptici proberen afwezigheid van (statistisch significant) bewijs steeds weer te verdraaien tot bewijs van afwezigheid. Dat is natuurlijk totaal onterecht, er lijken wel degelijk steeds meer aanwijzingen te komen dat klimaatverandering nu al op allerlei vlakken te zien is. Zelfs al is er vaak nog een grote mate van onzekerheid. Maar elk weldenkend mens zou zich vragen moeten stellen bij de ontwikkelingen die we nu al zien, omdat we immers nog niet eens op de helft van de opwarming zitten die onafwendbaar is als we alle zeilen bijzetten om het probleem aan te pakken.

  35. cRR Kampen

    ” Maar elk weldenkend mens zou zich vragen moeten stellen bij de ontwikkelingen die we nu al zien…” – Absoluut. Nou is het wel zo dat je een hoop mensen er een beetje mee moet helpen.

    En dan nog: ik denk dat ‘we’ nu al te laat zijn. Alles gaat crescendo. We mogen schrikken van een sf-scenario dat ik dertig jaar geleden al kende en nu dus geen sf meer is: de WAIS. Maar water en voedsel bevind ik echt acuut en die gaan dit jaar dus ook crescendo (oosten van Spanje er net bij, kruist over twee maanden de grens met woestijnklimaat, < 200mm/jaar; 70-100% afh. gewas van de oogst is afgeschreven).

    Het gaat hierbij niet om materiële zaken zoals kosten van verzekeren of levensonderhoud. Het gaat om een bepaalde toenemende druk op samenlevingen als geheel die samenlevingen radicaal instabiel maken.

  36. Bob Brand

    Over extreem weer, rampenbestrijding etc. zie ik zojuist voorbijkomen:

    In an interview with RTCC, Jamie Shea, Deputy Assistant Secretary General [NATO] for Emerging Security Challenges, said projected temperature rises above and beyond 2C were alarming the global security community.

    Further global warming had the potential to exacerbate what he termed the “development-terrorism nexus”, encouraging Al Qaeda and other terror groups, as well as placing extreme stress on military efforts to deliver humanitarian aid to areas affected by drought, flooding or storms. …

    Zie: UN climate treaty vital for global security

  37. cRR Kampen

    Ik had deze gisteren op m’n FB-pagina (‘Roderiko Kampen’) –
    http://www.nbcnews.com/news/military/climate-change-real-pentagon-sure-thinks-so-n101701

    Met als commentaar:
    “”For DoD, this is a mission reality, not a political debate.”
    It is not really news, the Pentagon has indeed embarked on the mission, not debate, years ago. While the DoD truly realizes the why of the Nobel Peace Prize 2007 they’ve also been changing their energy sources accordingly for other reasons (dependence on fossil oil is a geopolitical/economical liability). This implies the DoD can gradually afford to step up the SitRepping on climate change.”

  38. cRR Kampen

    Ja, dat artikel zag ik gisteren, of ook het geïnteresseerde commentaar van Mann daarop. Namelijk dat dit effect ‘nogal wiedes’ is.
    Ik teken er een vermoeden van mij bij aan, die is dat meer sterke tropische cyclonen ook juist opvallend dichtbij de evenaar lijken voor te komen. Dit staat op zich los van het in dit artikel beschreven fenomeen al heeft het wellicht dezelfde oorzaak.

    Wat het Nature-artikel aangeeft is dat hogere breedtegraden met intense cyclonen te maken kunnen krijgen waar ze dat van vroeger helemaal niet gewend waren. Hoewel de subtropische jet en bijbehorend scherpe daling van de tropopause een belangrijke barrière vormen voor het zuivere tropische stormenwerk, kan bijvoorbeeld Portugal aan de beurt komen hetzij door vernoordelijking van deze grens, hetzij doordat sterkere orkanen het oversteken van die zone beter overleven.

    Wat ik zelf voor de voornaamste conclusie houd is het gegeven dat het gebied waar tropische orkanen voorkomen sterk uitbreidt.

  39. cRR Kampen

    Servië en Bosnië, overstromingen, natuurlijk gelijk weer de hoogste standen in de hele registratie (120 jaar).

  40. Hans Custers

    Ik hap toch nog maar even op deze discussie

    @ cRR Kampen

    Die hebben dus geluk gehad. Het lesje nu mogen leren, voor een beperkt prijsje. Nu Nederland maar eens.

    Dat lesje hebben wij in 1995 al gehad, al ging het op de meeste plekken toen nog net goed. Daarna is de kijk op waterbeheer in Nederland wel veranderd en is men gaan anticiperen op meer extreme neerslag. Bijvoorbeeld via “ruimte voor de rivier”

    @ Bert Amesz

    In een eerste reactie beweer je met grote stelligheid dat de overstromingen in Bosnië “niks met klimaatverandering te maken” hebben. Om na het antwoord van Marco te erkennen dat je je voor een groot deel op vermoedens baseert. Zou een redelijk standpunt niet vooral op feiten en logica gebaseerd moeten zijn? En is de onvermijdelijke logica hier niet dat de invloed van klimaatverandering op individuele weergerelatieerde gebeurtenissen onmogelijk te bewijzen is, en dat dit impliceert dat die invloed ook onmogelijk uit te sluiten is? Dat zijn immers twee kanten van dezelfde medaille.

    Ook opvallend dat je expliciet meldt dat je geen strategie als “ruimte voor de rivier” ontdekt in de landen van voormalig Joegoslavië. Zoals al gemeld, is die strategie in Nederland onder meer bedoeld om te anticiperen op de gevolgen van de klimaatverandering. Enerzijds ontken je de invloed van klimaatverandering, en anderszins zeg je expliciet dat het beleid in voormalig Joegoslavië tekortschiet omdat het niet op de gevolgen van klimaatverandering anticipeert. Vreemd.

  41. Hans,

    “En is de onvermijdelijke logica hier niet dat de invloed van klimaatverandering op individuele weergerelatieerde gebeurtenissen onmogelijk te bewijzen is, en dat dit impliceert dat die invloed ook onmogelijk uit te sluiten is? Dat zijn immers twee kanten van dezelfde medaille”

    Mee eens, Hans. Mijn eerdere conclusie was ietwat te kort door de bocht.Ik neem aan dat de bij de Sava River betrokken instanties de meteorologie nog wel een keer onder de loep nemen om te bezien of die extreme neerslag al of niet binnen de bandbreedte van de natuurlijke variabiliteit past.

    Voor wat betreft je tweede punt (‘ruimte voor de rivier’) het volgende. Ik had het nadrukkelijk over ‘de rivier weer de ruimte teruggeven’. Dan doel ik op het negatieve effect van rivierkanalisatie en andere ingrepen in het stroomgebied van de Sava River welke in het verleden zijn uitgevoerd. Door die ingrepen is de natuurlijke waterberging in de bovenstroom is gereduceerd, met overstroming in de benedenstroom als gevolg. Dit staat los van de eventuele effecten van klimaatverandering gedurende de afgelopen decennia. Dat Nederland met het programma ‘ruimte voor de rivier’ ondermeer inspeelt op het mogelijke effect van toekomstige klimaatverandering, is een ander verhaal. Mijn analyse is dus minder ‘vreemd’ dan jij veronderstelt.

  42. @Kampen

    ” Amesz evenwel zal wel concluderen dat Nederland na 1953 nooit meer een stormvloed heeft gehad, in het bijzonder bijvoorbeeld niet in december vorig jaar”

    Pardon? In onze discussie bij Marcel Crok benoemde ik – niet jij – de stormvloed van december 2013!

    Zie http://www.staatvanhetklimaat.nl/2014/04/23/twijfels-bij-de-twijfelbrigade/#comment-5877

    Niet erg, hoor. Ik vergeet ook wel eens iets…

  43. cRR Kampen

    “Dat lesje hebben wij in 1995 al gehad, al ging het op de meeste plekken toen nog net goed”, Hans Custers.

    Welnee. Dat was helemaal geen ‘milleniumvloed’. Dat was een gevalletje van gemiddeld tweemaal per eeuw (1925-26 was erger).
    Na 1995 zijn wel bepaalde maatregelen genomen, waardoor we op zich tegen zo’n vloed wel bestand zijn. Maar de grote die eraan zit te komen gaan we niet redden. Echt niet.

    Amesz, goed dat je even naar die draad verwijst. Daar staat wel meer, bijvoorbeeld dat je mij niet de les hoeft te lezen over stormvloedrampen, of het verschil tussen 1953 enerzijds en 1962 (die je toen voor het eerst leerde kennen, ik weet nog dat je een bedankje dacht) en 2013 anderzijds.

  44. Hans Custers

    @ CRR Kampen,

    Of er in 1995 wel of niet sprake was van ‘milieuinvloed’ is niet zo relevant (en ook niet te bewijzen). Feit is dat men in Nederland na 1995 serieus rekening is gaan houden met de effecten van klimaatverandering. Bij mijn weten loopt Nederland in dat opzicht voorop in de wereld (en reizen er inmiddels Nederlanders de hele wereld over om andere landen te adviseren.)

  45. cRR Kampen

    “Of er in 1995 wel of niet sprake was van ‘milieuinvloed’ is niet zo relevant (en ook niet te bewijzen)” – is er vermoedelijk wel (zeg ik zonder bewijs, maar obv de meteorologische condities toen), maar we zijn alweer twintig jaar verder. De echt grote gebeurtenissen mbt de klimaatverandering zijn eigenlijk pas deze eeuw begonnen. Ik leg het eerste geval meestal bij de zomer van 2003, het tweede pas bij de Russische zomer 2010 en sinds dat jaar zijn de excessen meervoudig per jaar te vinden.

    http://www.rtlnieuws.nl/nieuws/binnenland/3-miljoen-nederlanders-wonen-achter-zwakke-dijken
    En dat is één van de twee redenen dat we de milleniumvloed niet gaan redden. Geen schijn van kans, wat ik je brom. De tweede reden is natuurlijk dat een milleniumvloed een milleniumvloed is, en dus niet zo’n ‘incidentje’ als 1925-26 en 1994-95.
    In het stukje staat een tijdschaal van 100 jaar afgebeeld. In werkelijkheid moet je denken: ‘élke winter nu’.

  46. cRR Kampen

    Eh, Hans, las jij echt ‘milieuinvloed’ in plaats van ‘milleniumvloed’ (‘Milleniumhochwasser’)?

  47. cRR Kampen

    Nog een notitie, “Krimpen aan de IJssel” lijkt wel klein, maar het is het in werkelijkheid het ganse Rijnmondgebied plus de omgeving Gouda.

  48. Hans Custers

    Ehh, ik moet een nieuwe leesbril, denk ik…. Of gewoon wat beter opletten, want ik vond het al zo raar…

    Ik kijk wel wat anders naar zo’n RTL-berichtje. Het laat namelijk ook zien dat wij de dijken behoorlijk in de gaten houden (al is het niet perfect) en dus niet achteroverleunend op de “big one” wachten voor er ingegrepen wordt. Kortom, ik ben wat minder pessimistisch. Het is wel te hopen dat de (politieke) invloed van degenen die de risico’s van klimaatverandering ontkennen of bagatelliseren niet toeneemt, want dat zou op termijn behoorlijk riskant kunnen worden.

  49. cRR Kampen

    Het rtl-berichtje staat niet op zichzelf (ik post zulke dingen eigenlijk altijd als aangevers of illustraties). Gedoe met dijken houd ik me ook al zolang ik met meteo bezig ben in de gaten. Ik wist bijvoorbeeld in 1980 van een plek in de Groningse zeedijk die gelukkig bijgewerkt was voordat Vivian 1990 toesloeg. Het bericht was voor mij helemaal geen nieuws. Het nieuws eraan is eigenlijk dat het eens publiek werd, met dank aan RTL…

    Op de één of andere manier hebben weinigen het geweten, maar in januari ’12 zaten we niet alleen in Groningen maar ook in Zuid-Holland even erg op te letten. Het staat hier niet, maar het ging toen dus wel om de binnendijken van de Lek, 12 km bezuiden mijn flat.
    http://nl.wikipedia.org/wiki/Wateroverlast_in_Nederland_van_januari_2012

    Het gemak waarmee deze tot stand kwam is trouwens verbazingwekkend. Het was om te beginnen alleen regen, niet ook nog een groot pak smeltwater zoals in 1994-95. Ten tweede was de voorafgaande novembermaand recorddroog en stond het peil bij Lobith practisch recordlaag.
    De storm die voor het eigenlijke probleem zorgde, namelijk: we konden niet meer spuien, stelde weinig voor. Twee etmalen NW 7-8 over de Noordzee volstonden voor dit probleempje.

    Ik weet van de dijkencommissies en de Deltacommissie dat die mijn schrikbeelden delen. Zij deelden die zelf met de media in niet mis te verstane woorden in januari 2012. Ze hebben ook nog meer budget gekregen, en daar komen o.a. de inzichten uit voort die in dat rtl-bericht worden verhaald. Die clubs hebben een bepaalde macht en ze zitten inderdaad bepaald niet stil. Maar het is niet genoeg, en zeker niet op tijd, en geloof me vrij: we gaan het weten.

  50. cRR Kampen

    In wezen is 1994-95 plus het twee etmalen staande windveld van januari 2012 voldoende voor het gevreesde resultaat. Maar je moet formeel ook nog 10-15% neerslag bij 1995 optellen in het hele betrokken stroomgebied (dat is namelijk het trendresultaat over de afgelopen 20 jaar). Als je dat twee dagen niet spuien kan zijn de rapen gegarandeerd gaar.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s