Britse lagerhuis: de IPCC processen en conclusies zijn robuust

Houses of Parliament building

Het Britse parlement is in oktober 2013 een onderzoek begonnen naar het functioneren van het IPCC en naar de bevindingen in het vijfde Assessment Report — Werkgroep I — uit 2013. Het is een ‘inquiry’, een parlementair onderzoek dat is uitgevoerd door het Energy and Climate Change Committee samengesteld uit alle partijen in het Britse parlement. Gisteren zijn de uitkomsten gepubliceerd, hierbij enkele citaten:

“AR5 provides the best available summary of scientific opinion on climate change available to policymakers”

“The cross-party inquiry found that the IPCC has responded extremely well to constructive criticism in the last few years and has tightened its review processes to make its Fifth Assessment Report (AR5) the most exhaustive and heavily scrutinised Assessment Report to-date.”

“What is starkly clear from the evidence we heard however is that there is no reason to doubt the credibility of the science or the integrity of the scientists involved. Policymakers in the UK and around the world must now act on the IPCC’s warning and work to agree a binding global climate deal in 2015 to ensure temperature rises do not exceed a point that could dangerously destabilise the climate.”

De samenvatting, het complete rapport (hier in PDF) en de Terms of Reference zijn te lezen op de website van het parlement. Aardig om op te merken is dat het parlementaire onderzoek is opgestart op verzoek van, laten we zeggen, de Twijfelbrigade binnen de Britse politiek waaronder Lord Lawson van de ‘think tank’ GWPF. Vanuit klimaatsceptische hoek heeft men dan ook werkelijk alle bekende ‘usual suspects’ opgeroepen om uitgebreid schriftelijk en/of in persoon voor de parlementaire commissie te getuigen, zoals Richard Lindzen, Nic Lewis, McIntyre, Donna Laframboise, Roger Pielke sr. en de alom bekende Lord Monckton. Het heeft hen niet mogen baten.

Consensus

Het parlementaire onderzoek signaleert verder dat er bij de onderzoekers een natuurlijke weerstand bestaat tegen het idee dat wetenschap – ‘any area of science’ – ooit ‘settled’ zou zijn:

21. The majority of scientists who responded to our inquiry were understandably uneasy about claiming that any area of science is “settled”, as this is contrary to the principles of sceptical inquiry under which science operates.

However, in response to the question of whether the IPCC is an accurate representation of the current views amongst climate scientists, the answer was overwhelmingly that it is. Some were keen to stress that a direct measure of “consensus” is difficult to quantify, and that each researcher may agree with some parts of the report more than others but, regardless of this, it is clear that the WGI contribution to AR5 is reflective of the prevailing majority opinion currently held within the climate science community. […]

De commissie wijst er op dat termen zoals ‘settled science’ en ‘consensus’ in het algemeen niet zo erg behulpzaam zijn, maar dat de mate van overeenstemming aanzienlijk is (een consensus betekent m.i. geen 100% overeenstemming):

22. Although the terms “consensus” and “settled science” with regards to climate change were generally not thought to be helpful, as uncertainty and debate are required to drive research forward, we conclude that there is clearly strong agreement that the IPCC has captured the prevailing scientific opinion, notwithstanding some disagreement from a number of reputable scientists.

Dit is mijns inziens precies wat een consensus betekent: “clearly strong agreement” met een wetenschappelijke positie met inbegrip van het feit dat individuele onderzoekers soms uiteenlopende opinies hebben over specifieke details, en dat er een kleine minderheid aan ‘dissensus’ bestaat.

Een advies dat de commissie wél meegaf is om de transparantie voor het brede publiek verder te verbeteren — door bijvoorbeeld een klein team van externen (niet-klimaatwetenschappers) het gehele review proces, en de plenaire meetings waar de SPM wordt geaccordeerd, te laten observeren. Dat kan de betrokkenheid en de transparantie verbeteren:

The MPs call on the IPCC to continue to improve its transparency, however. The IPCC would benefit, they say, from recruiting a small team of non-climate scientists to observe the review process and the plenary meetings where the Summary for Policymakers is agreed.

Een prima suggestie, als aanvulling op de > 800 externe reviewers die nu al meewerken aan de meerdere rondes aan review die het klimaatpanel kent.

49 Reacties op “Britse lagerhuis: de IPCC processen en conclusies zijn robuust

  1. Nog even ter aanvulling: hoewel het ‘Energy and Climate Change Committee’ alle partijen in het Britse Lagerhuis omvat zijn sommige individuele parlementsleden het niet eens met de uitkomsten — en dat geldt heel voorspelbaar ook voor de Murdoch Press.

    Er staat een interessant stukje bij Rabett Run over het tegenspartelen door deze ‘usual suspects’: http://rabett.blogspot.nl/2014/07/curious-rabett.html

    The Carbon Brief heeft deze samenvatting: UK Parliament says IPCC report is an “unambiguous picture of a climate that is being dangerously destabilised”

    Interessante notulen van één van de sessies hier:

    http://data.parliament.uk/writtenevidence/committeeevidence.svc/evidencedocument/energy-and-climate-change-committee/ipcc-5th-assessment-review/oral/5743.pdf

  2. G.J. Smeets

    Bob,
    goede info! En verrassend relevant. Opvallend (in de samenvatting van het onderzoeksrapport dat ik las) is dat het Britse parlement cross-party de betrouwbaarheid van het IPCC proces & bevindingen onderstreept. De facto is in GB daarmee het publieke gehakketak op blogs en in kranten over de betrouwbaarheid een achterhaald station. En het is een impuls om het over de risico’s en ‘what to do’ te hebben, niet meer over de betrouwbaarheid van de IPCC risico-analyses. Zouden meer parlementen moeten doen.

  3. Hi Goff,

    Dank! Ik ben het helemaal met je eens dat de focus nu kan verschuiven – en ‘arguably’ al veel eerder verschoven zou dienen te zijn – van het IPCC proces en de bevindingen naar het ‘what to do‘.

    Overigens beschrijft het klimaatpanel in Werkgroep III juist een hele reeks aan beleidsmatige opties met een inventarisatie van hun voor- en nadelen, zoals die in het wetenschappelijk onderzoek naar voren komen. In WG III gaat het over economie en beleid en over de maatschappelijke gevolgen, in plaats van over klimaatwetenschap op zich. Zie bijvoorbeeld onder:

    No Climategate but Mitigate

    Het is belangrijk om op te merken dat het klimaatpanel geen adviezen geeft, het geeft geen aanbevelingen over what to do. Wat het panel wél doet in Werkgroep III is de thermometer steken in het actuele economische en technologische onderzoek OVER ‘what to do’ – het is een ‘assessment’, een synthese van het wetenschappelijk onderzoek op dat gebied:

    http://mitigation2014.org

  4. G.J. Smeets

    Bob,
    klopt dat het ‘arguably’ al veel eerder had gemoeten maar het parlementaire onderzoek betekent debat-technisch een keerpunt: in GB is genoemde betrouwbaarheid nu een *politieke realiteit*: de burgers, bij monde van het parlement, hebben hun standpunt bepaald. En dat is een forse knauw voor de twijfelbrgade aldaar – en ook hier.

    p.s. dank voor de 2 links, daar ga eens op grazen.

  5. Hans Custers

    Ondertussen, verder westwaarts, veegt senator Sheldon Whitehouse de vloer aan met de Republikeinen die zich hardnekkig tegen de wetenschap blijven verzetten.

  6. Hi Goff,

    Werkgroep III heeft een informatief, kort filmpje toegevoegd:

    Het is zeker waar dat de Britse volksvertegenwoordiging hiermee haar standpunt bepaald heeft. Ik ben nog wat aan het grasduinen in de ‘oral evidence’, die is informatief en van redelijk academisch niveau – en tegelijk informeel doordat het in de vorm van een interactieve conversatie plaatsvindt. Bijvoorbeeld prof. Brian Hoskins en prof. Myles Allen hier:

    http://data.parliament.uk/writtenevidence/committeeevidence.svc/evidencedocument/energy-and-climate-change-committee/ipcc-5th-assessment-review/oral/5743.pdf

    Ik ben het niet in ieder opzicht met Myles Allen eens – hij is ietwat flegmatiek en haalt min of meer de schouders op bij de bureaucratie die is opgetuigd om de InterAcademy Council (IAC) aanbevelingen door te voeren. Volgens hem was het met IPCC AR4 in 2007 ook wel voldoende duidelijk. Een mooi droog commentaar over klimaatgevoeligheid:

    Professor Allen: There is a little note I wrote with Thomas Stocker recently that made the point that if we are the low end of the IPCC’s range, we have to reduce emissions by 1.4% per year from now on and if we are at the high end, we have to reduce emissions by 2 point something per cent. In terms of policies, in both cases we have to reduce emissions by a challenging amount from now on, so the remaining uncertainty does not necessarily have that much impact on many policy decisions we have to make. It is not to say we should not make efforts to resolve it, but I think we should be thinking about designing policies to accommodate the remaining uncertainties, rather than necessarily waiting until these uncertainties go away.

    en deze:

    Climate sensitivity is a sort of Katie Price of climate parameters in the sense that everybody talks about it because everybody else talks about it, but nobody can quite remember why we are talking about it in the first place.

  7. Goede quote van Myles Allen, Bob. Hetzelfde punt (binnen de realistiche onzekerheid blijft de conclusie dat we de emissies flink moeten reduceren relatief onveranderd) maakte ik eerder in referentie naar milieu-econoom Herman Daly.

  8. Bob,

    Ik zie het anders. Het rapport van het Britse Lagerhuis is duidelijk m.b.t. bijvoorbeeld:
    1. het bestaan van de ‘hiatus’ (in GMST);
    2. géén best estimate voor ECS (IPCC geeft uitsluitend een verruimde bandbreedte).

    Ik denk dat het merendeel van de zogenaamde ‘twijfelbrigade’ dat wel onderschrijft.

    De enige die bovenstaande niet onderschrijft is de auteur van het boek ‘De Twijfelbrigade’. Die ontkent juist de hiatus. Bovendien stelt hij doodleuk dat de ECS 3,0 C bedraagt. Wie zaait er nu twijfel?

    Voorts is de aanbeveling die het Britse parlement doet m.b.t. de SPM impliciet een erkenning van de ‘lack of transparancy’ bij de totstandkoming van de SPM. Dus krijgen de critici van IPCC op dit punt gelijk.

  9. @Bert Amesz

    Wat zie jij dan anders?
    Over de ‘hiatus’ valt het volgende te lezen in het Lagerhuis rapport:
    “Periods of hiatus are consistent with earlier IPCC assessments that non-linear warming of the climate is to be expected and that forced climate changes always take place against a background of natural variability.”.
    En over de klimaatgevoeligheid:
    “The WGI contribution to AR5 has considered the full range of both Equilibrium Climate Sensitivity and Transient Climate Response and given the best assessment possible within the constraints of the evidence available at the time.”.
    Voor beide onderwerpen stelt men dus dat de IPCC AR5 verklaring prima is.

    Duidelijk is verder dat jij het boek ‘De Twijfelbrigade’ niet hebt gelezen.
    Op blz. 34 staat over de hiatus:
    “Voor klimaatmodellenbouwers is het nu extra interessant nu gebleken is dat temperaturen van de atmosfeer de afgelopen 15 jaar maar weinig gestegen zijn en langs de onderrand van eerdere prognoses lopen, terwijl de forcing door CO2 gewoon is doorgegaan. In het klimaatjargon wordt over de ‘hiatus’ gesproken.”.
    Op blz.71 staat bijv.:
    “De klimaatgevoeligheid ligt waarschijnlijk tussen 1,5 en 4,5 °C per verdubbeling van de CO2-concentratie, met 3 als meest waarschijnlijke waarde.”.
    Het lijkt er meer op dat jij twijfel probeert te zaaien.

  10. Beste Bert,

    1) Het IPCC is in AR5 óók duidelijk over het bestaan van de ‘hiatus’, inclusief de verklaringen die ervoor gegeven worden;

    2) dat er in AR5 geen ‘best estimate’ voor de ECS gegeven wordt is het logisch gevolg van het uiteenlopen van de verschillende schattingen in het wetenschappelijk onderzoek — deze zijn nu ongeveer gelijk verdeeld over het interval 1,5 – 4,5 °C per verdubbeling CO2. Ten tijde van AR4 waren de schattingen ruwweg Gauss-verdeeld, een normaalverdeling met een zwaartepunt rond 3 °C die daardoor waarschijnlijker was dan andere waarden.

    De taak van het klimaatpanel is om het actuele onderzoek samen te vatten, lees de Principles Governing IPCC Work (het mandaat opgesteld door de landen van de VN):

    2. The role of the IPCC is to assess on a comprehensive, objective, open and transparent basis the scientific, technical and socio-economic information relevant to understanding the scientific basis of risk of human-induced climate change, its potential impacts and options for adaptation and mitigation. IPCC reports should be neutral with respect to policy, although they may need to deal objectively with scientific, technical and socio-economic factors relevant to the application of particular policies.

    Het parlementaire onderzoek door het Britse Lagerhuis is er op gericht of het klimaatpanel het correct gedaan heeft:

    Terms of Reference

    De conclusie van het Britse Lagerhuis luidt vervolgens, ik citeer:

    “We were impressed with the integrity of the IPCC and the way it had responded to criticisms by strengthening its peer review procedures since its last Assessment Review, but believe it could improve its transparency still further by allowing non-scientists to observe the review process from start to finish and attend its plenary sessions.

    What is starkly clear from the evidence we heard however is that there is no reason to doubt the credibility of the science or the integrity of the scientists involved. Policymakers in the UK and around the world must now act on the IPCC’s warning and work to agree a binding global climate deal in 2015 to ensure temperature rises do not exceed a point that could dangerously destabilise the climate.”

    Lijkt me nogal duidelijk.

  11. Bob, Jos, jullie missen mijn punt. Bob haalt in de intro de ‘twijfelbrigade’ van stal. Vervolgens constateer ik dat de auteur van ‘De Twijfelbrigade’ op twee belangrijke onderwerpen – hiatus en ECS – juist afstand neemt van de consensusfilosofie van IPCC-AR5:

    Meest waarschijnlijke waarde van de ECS. Van Soest zegt 3C (blz 71). IPCC zegt ‘we kunnen geen schatting geven’.

    Hiatus. IPCC erkent het bestaan van een hiatus. Van Soest (blz 80/81) citeert één bron (Rahmstorf) en concludeert dat hiatus niet bestaat.

    Ergo: Van Soest, inclusief degenen die zijn manuscript hebben gelezen (waaronder jullie, blz 8), neemt afstand van de IPCC-consensus en zaait, volgens jullie eigen definitie, dus twijfel.

  12. Hans Custers

    Bert,

    Bij mijn weten heeft het Lagerhuis het IPCC-rapport onderzocht, en niet het boek van Jan Paul van Soest. Als je in discussie wilt over dat boek, dan zou je dat hier met de auteur zelf kunnen doen. Of anders op het betreffende draadje op dit blog.

  13. Hans, oké. Maar ik hecht er aan te vermelden dat niet ik maar Bob de twijfelbrigade erbij heeft gesleept. Deel jij overigens mijn mening m.b.t. Van Soest en IPCC-consensus? Ik zie je reactie tegemoet op het door jou genoemde draadje.  

  14. Beste Bert,

    Jij mist blijkbaar de betekenis van, ik citeer:

    Aardig om op te merken is dat het parlementaire onderzoek is opgestart op verzoek van, laten we zeggen, de Twijfelbrigade binnen de Britse politiek waaronder Lord Lawson van de ‘think tank’ GWPF.

    De twijfelbrigade staat voor de zogeheten ‘klimaatsceptici’, waaronder het GWPF van Lawson. Het is eveneens de titel van het uitstekende boek óver klimaatscepsis door Jan Paul van Soest, en dus link ik er graag even naar.

    Er rust verder geen enkele verplichting op JPvS om letterlijk de conclusies van het IPCC in AR5 over te nemen. Het boek De Twijfelbrigade is immers van Jan Paul van Soest, niet van het IPCC en evenmin van Jos of van mij. JPvS zegt in zijn boek:

    Paleoklimatologie onderstreept de zekerheden in de theorie van klimaatverandering, maar biedt ook inzicht in de vragen naar ‘hoe snel’- en ‘hoe veel’. Daarnaast geven paleoklimatologische studies de mogelijkheid de klimaattheorie en de modellen die daarop gebaseerd zijn te toetsen aan de werkelijkheid. Klimaat in het verleden was immers de werkelijkheid. Op basis van klimaatveranderingen in het verleden zijn verschillende schattingen gemaakt van de klimaatgevoeligheid, die gemiddeld genomen iets hoger uitkomen dan de waarde die het IPCC aan de hand van verschillende schattingsmethoden voor de klimaatgevoeligheid als bandbreedte aangeeft: 1,5 – 4,5 °C bij een verdubbeling van de atmosferische CO2-concentratie (IPCC, 2013).

    Een grondige studie, gepubliceerd in Nature14, die een hele reeks van paleoklimaatschattingen van de klimaatgevoeligheid inventariseerde en vergeleek kwam op 2,2 – 4,8 °C voor een verdubbeling van de CO2-concentratie.

    Dat is helemaal correct. Voetnoot 14 verwijst naar Making sense of palaeoclimate sensitivity — Nature 491, 683–691 (29 November 2012). JPvS noemt de 3 graden alleen in de context van een bespreking van het NIPCC rapport:

    Op basis hiervan stelt het NIPCC vervolgens dat de klimaatgevoeligheid lager is dan de bandbreedte (1,5 tot 4,5 graad Celsius bij een verdubbeling van de CO2-concentratie, met 3 als meest waarschijnlijke waarde) die het IPCC beschrijft.

    Het valt toch moeilijk te ontkennen, Bert, dat 3 graden het midden is van het interval 1,5 – 4,5 °C? Ik had zelf niet voor de formulering “meest waarschijnlijke waarde” gekozen, maar in IPCC AR4 uit 2007 was 3 graden wel degelijk de ‘best estimate’.

    Als je specifiek over het boek De Twijfelbrigade in discussie wil — wat losstaat van de heldere conclusies door het Britse Lagerhuis — dan kan je dat doen bij JPvS of onder het blogstuk over dat boek, zoals Hans al aangeeft.

  15. Hans Custers

    Bert,

    Je snapt toch ook wel dat de knipoog van Bob naar de Twijfelbrigade dat boek niet tot onderwerp van deze blogpost maakt? En dat je alleen jezelf heel erg laat kennen door zo’n kleinigheidje aan te grijpen voor een poging wat vliegen af te vangen?

  16. Oké, de discussie over de ‘twijfelbrigade’ is verplaatst naar het andere draadje. Blijft over mijn constatering:

    “Voorts is de aanbeveling die het Britse parlement doet m.b.t. de SPM impliciet een erkenning van de ‘lack of transparancy’ bij de totstandkoming van de SPM. Dus krijgen de critici van IPCC op dit punt gelijk”

  17. @Bert Amesz

    De zinsnede “..to introduce a greater level of transparency..” impliceert niet automatisch dat er nu een “lack of transparency” is. Dat is alleen in de ogen van iemand die alles erg graag zwart-wit wil zien.

  18. Beste Bert,

    Het Britse parlement constateert juist het tegenovergestelde, de transparantie is sterk verbeterd en kan nóg verder verbeterd worden.

    In punt 28 van het rapport van het Britse Lagerhuis wordt de mening van de klimaatsceptici Donna Laframboise en ‘Lord Mockton’ weergegeven over het schrijven van de SPM (Monckton noemt zich om onnaspeurlijke redenen tegenwoordig ‘Christopher Walter’):

    28. The lack of transparency in this stage of the writing process […] Donna Laframboise was particularly critical of the process: […] In support of this, Christopher Walter, Viscount Monckton of Brenchley, claimed […]

    Echter, in punt 31 en 32 worden dan juist de dikgedrukte conclusies getrokken:

    31. Including policymakers in the final stage of the report writing process does not seem to have had any substantial negative effects on the Summary for Policymakers (SPM) and very likely serves to improve the relevance and accessibility of the finished document.

    32. It is inevitable that the distillation of such a complex and lengthy report will lead to the omission of some technical detail, but the traceability of the SPM to the full report adequately compensates for that. Any further technical detail that may be required for policymaking, such as in the setting of carbon budgets, is readily obtainable. The SPM succeeds in its purpose of keeping policymakers informed on issues surrounding climate science.

    Dát zijn de conclusies van het Britse Lagerhuis. De ‘lack of transparancy’ die jij aanhaalt staat alleen in punt 28 waar de mening van Laframboise en Monckton wordt weergegeven. Vervolgens geeft het Britse Lagerhuis een aanbeveling mee in het afsluitende punt 33:

    33. We recommend that the Government call on the IPCC to introduce a greater level of transparency in the plenary meetings to agree future Summaries for Policymakers (SPM). This may be through the admission of the independent team of observers to oversee the discussions (see paragraph 12). The feedback from the team would then serve to provide reassurance that the summary-writing process has been carried out objectively.

    Hierboven in mijn blogstukje onderstreep ik dat nog eens: “Een prima suggestie …”

  19. Bob, in je intro zeg je dat de sceptici (‘usual suspects’) geen voet aan de grond gekregen hebben. De realiteit is echter anders. Want de door het parlement voorgestelde inzet van een team van onafhankelijke observers is een zwaar middel. Kennelijk is men tot het inzicht gekomen dat er het nodige schort aan de transparancy rondom de de totstandkoming van deSPM, het enige klimaatdocument dat beleidsmakers (misschien) lezen. De klimaatsceptici hebben dus wel degelijk voet aan de grond gekregen. Mooi toch?

  20. Bert Amesz,
    wen maar aan de realiteit zoals die in Bob’s blogstuk en het eerste deel van deze discussie-draad is besproken. Het Britse parlement heeft zich cross party uitgesproken via de onderzoekscommissie. Het is de politieke realiteit in GB dat de procesgang en de bevindingen van IPCC o.k. zijn bevonden.

    Het is een mijlpaal in de verschuiving in het publieke debat van ‘what is’ naar ‘what to do’. Persoonlijk vind ik dat een grote vooruitgang omdat het Britse Lagerhuis een politieke daad heeft gesteld: geen gedoe meer over (on)betrouwbaarheid van de IPCC procesgang en bevindingen.
    Hoe zie jij dat eigenlijk? Hoe zie jij de draagweidte van dat politieke feit? Ik zie je reactie tegemoet.

  21. Ik heb wel eens een voetbalwedstrijd gespeeld waarbij de tegenstander mijn ploeg alle hoeken van het veld liet zien en we uiteindelijk met 8-1 verloren. Later waren er bij ons ook spelers die zo ongeveer dachten zoals Bert Amesz: dat ‘we wel degelijk voet aan grond hadden gekregen’, omdat we er toch maar mooi ‘eentje gemaakt hadden’.

    Misschien moet Amesz het Lagerhuis rapport een keertje lezen, bijvoorbeeld conclusie 19:
    “The conclusions of this inquiry are very clear: the WGI contribution to AR5 is the best available summary of the prevailing scientific opinion on climate change currently available to policy-makers. Its conclusions are derived with a high confidence from areas of well understood science.”.

  22. Bert, kun je me vertellen welke “onafhankelijke waarnemers” de klimaat(pseudo)sceptici zullen accepteren?

    Volgens mij wordt dat gewoon net als bij BEST: eerst opgehemeld als de enige echte betrouwbare analyse…totdat de resultaten bekend werden gemaakt en niet bevielen. Hetzelfde zal gebeuren bij die zogenaamde “onafhankelijke waarnemers”. Zodra die zeggen dat het allemaal fair en zeer conscientieus is gegaan, dan zijn ze automatisch “niet onafhankelijk” geweest, want natuurlijk weet iedereen dat het niet zo kan zijn (/sarcasm).

  23. Hans Custers

    @ Marco,,

    Wat je nog over het hoofd ziet is dat “onafhankelijke waarnemers” volgens Bert Amesz een goede Nederlandse vertaling is van “a small team of non-climate scientists”.

  24. … en die natuurlijk al vooraf hun conclusies getrokken hebben als de septici de ‘onafhankelijke waarnemers’ mogen kiezen. De term is gewoon een eufemisme, net als ‘vrijdenkers’. Tenminste, dat was ook de beschuldiging die van te voren al te horen was uit de septische hoek over de diverse officiele onderzoeken na het non-schandaal Climategate.

  25. Hans Custers

    Een correctie: de kritiek op Bert Amesz in mijn laatste reactie was onterecht. In het rapport is wel sprake van een “independent team of observers“. Bob haalde dat citaat al aan.

    Er wordt nog wel een aardige toelichting gegeven op het waarom van dat team, in paragraaf 12. Een reden om zo’n team in te stellen is: “The testimony of this independent team would improve the credibility of the report when it is released, and potentially protect it from any unnecessary and unfounded criticism.

    Unnecessary and unfounded criticism“, wat zouden ze daar toch mee bedoelen?

  26. Het idee van een officieel team van ‘observers’ die de afsluitende meeting over het accorderen van de SPM gadeslaan — vijf dagen en nachten bijna non-stop vergaderen — is wel interessant. Er zitten echter aspecten aan waar het Britse Lagerhuis nog niet over nagedacht heeft:

    1) er ZIJN al ‘observers’ aanwezig bij deze afsluitende vergadering over de Summary for Policymakers (naast de landenteams zelf uit 192 landen);

    2) zowel de ‘draft’ van de SPM als de uiteindelijke geaccordeerde versie zijn nu ook al openbaar. Je kan dus precies nalezen wat de auteurs (alléén de wetenschappers) voorgesteld hadden als tekst in de oorspronkelijke SPM + de wijzigingen die in overleg met de landendelegaties zijn doorgevoerd;

    3) daarnaast is er een apart document waarin exact geprotocolleerd wordt (per regel in de SPM) welke wijzigingen er tijdens de meeting zijn doorgevoerd — in veel gevallen ook waarom die zijn doorgevoerd. In de meeste maar niet álle gevallen gaat het om banale foutjes, inconsistenties in assen of kleuren van grafieken of onduidelijkheden die gecorrigeerd zijn;

    4) en ook kunnen de landenteams geen wijzigingen door laten voeren in de onderliggende hoofdstukken van Werkgroep I, II en III. Die zijn het exclusieve domein van de wetenschappers. Echter, wat nog wel kan is dat de auteurs van de individuele hoofdstukken een aanpassing doorvoeren om de inhoud consistent te houden met de SPM — alleen de auteurs van het betreffende hoofdstuk beslissen daarover. Ook die wijzigingen worden geprotocolleerd in het onder (3) genoemde document en zowel de oorspronkelijke draft van de hoofdstukken als de uiteindelijke versie zijn openbaar.

    Een dergelijke transparantie is nu al vrij uniek.

    Als je een publicatie leest in een peer-reviewed wetenschappelijk journal, zoals Nature of BAMS, dan ontbreekt het bovenstaande geheel. Je kan in een wetenschappelijk journal NIET zien welke wijzigingen en correcties er in overleg met de referees en de editors zijn doorgevoerd, je kan niet alle ‘draft’ versies vergelijken met het uiteindelijke resultaat; je kan NIET alle review-commentaar lezen met de antwoorden daarop en je kan ook de motivatie bij een wijziging niet traceren.

    Dit alles is wél mogelijk bij de IPCC rapporten (inclusief alle 54677 review-commentaren die openbaar zijn).

    In mijn blogstukje zei ik: “Een prima suggestie”, maar er is al veel van ’in place’.

  27. Bob, en wie ‘observes the small team of non-climate scientists observing the review process …etc.’?

    De suggestie van het GB Lagerhuis is m.i. een ongelukkig idee dat alleen maar burokratiese waarde toevoegt, for whatever that’s worth.
    Ik ben het niet met je eens waar je stelt dat er al veel ‘in place’ is: er is héééél veel in place. Té veel eigenlijk. Met name wat je in 4) noemt

    “…wat nog wel kan is dat de auteurs van de individuele hoofdstukken een aanpassing doorvoeren om de inhoud consistent te houden met de SPM — alleen de auteurs van het betreffende hoofdstuk beslissen daarover.”

    is bedenkelijk omdat het de deur opent voor revisionism-on-the-spot; het feit dat evt. wijzigingen geprotocolleerd, geannoteerd en publiek toegankelijk zijn doet daar niets aan af.

    Om het anders te zeggen, er zijn grenzen aan de groei – ook aan de groei van transparantie : )
    Nog anders gezegd, er bestaat zoiets als ‘overmaat aan correctie’ En er bestaat ook zoiets als de gezond-verstandswet dat voor soepele bedrijfsvoering het beter is dat niet alle info overal in het systeem beschikbaar is.

  28. Goff, naar aanleiding van je aan mij gerichte vraag http://bit.ly/1oWXOGA het volgende. De uitspraak van het Lagerhuis betreft slechts één onderdeel van de IPCC-procesgang, namelijk Werkgroep 1. Het aspect ‘what to do’ wordt behandeld in de rapporten van Werkgroep 2 (‘impacts’) en Werkgroep 3 (‘mitigation’). Die vormden geen onderdeel van het Britse onderzoek. Voor de vraag ‘what to do’ is de uitspraak van het Lagerhuis dus van nul en generlei waarde.

    Het rapport van Werkgroep 2 (‘impacts’) is op onderdelen misleidend én contraproductief omdat daarin de belangrijkste risicofactoren buiten schot blijven. Als ‘expert reviewer’ voor het in voorbereiding zijnde Synthesis Report heb ik mijn mening kenbaar gemaakt aan IPCC. Zie http://bit.ly/1mzsPi0

  29. Beste Bert,

    Het aspect ‘what to do’ wordt behandeld in de rapporten van Werkgroep 2 (‘impacts’) en Werkgroep 3 (‘mitigation’).

    Nee, het klimaatpanel voert een assessment uit van het wetenschappelijk onderzoek op het terrein van ‘Impacts, Adaptation and Vulnerability’ van klimaatverandering voor WG II en ‘Mitigation’ voor WG III.

    Het klimaatpanel (ook in werkgroep II en III) doet in het geheel géén uitspraken over ‘what do to’, dat is hen verboden in het mandaat dat de VN verstrekt heeft. Het IPCC mag alleen en uitsluitend rapporteren over wat er in de wetenschappelijke literatuur staat:

    Policy relevant but NOT policy prescriptive

    Het IPCC zal dus bijvoorbeeld wél allerlei uiteenlopende emissiepaden analyseren en in kaart brengen tot welke opwarming deze – volgens de wetenschappelijke publicaties – zal gaan leiden. Daarover informeert het IPCC in haar synthese, de Assessment Reports.

    Het what to do is namelijk onderwerp van het UNFCCC, het politieke overleg- en onderhandelingsorgaan van de democratisch gekozen regeringen.

    PS: Net als jij ben ook ik ‘Expert Reviewer’ van het Synthesis report van het IPCC.

  30. Bert Amesz,
    je geeft geen antwoord op mijn vraag. Die vraag luidt: hoe zie jij de draagweidte voor het publieke debat van het feit dat het GB parlement de IPCC procesgang en bevindingen robuust vindt?

  31. Hans Custers

    Bert,

    Je schijnt maar steeds te vergeten waar die “CC” in IPCC voor staat.

    Verder verzoek ik je om beschuldigingen van misleiding achterwege te laten, tenzij ze wettig en overtuigend bewezen zijn.

  32. Goff, zoals je uit mijn reactie kunt opmaken is die draagwijdte van nul en generlei waarde. Ik heb je uitgelegd waarom ik die mening ben toegedaan.

  33. Bob, semantics. Ik heb het over onderwerpen die IPCC in WG2 en WG3 ‘behandelt’. Dat ze niks kunnen ‘voorschrijven’ begrijp ik ook wel.

  34. En Bert,

    Voor de vraag ‘what to do’ is de uitspraak van het Lagerhuis dus van nul en generlei waarde.

    Juist het tegendeel is waar.

    Het Britse Lagerhuis spreekt zich namelijk héél expliciet uit over het ‘what to do‘ in het kader van de UNFCCC onderhandelingen die in Parijs, eind 2015, tot een nieuw verdrag dienen te leiden. Ik citeer het Britse Lagerhuis:

    “Policymakers in the UK and around the world must now act on the IPCC’s warning and work to agree a binding global climate deal in 2015 to ensure temperature rises do not exceed a point that could dangerously destabilise the climate.”

    en verder:

    “The Fifth Assessment Report (AR5) strengthens the scientific case for rapid action to reduce global greenhouse gas emissions in order to avoid a 2° Celsius rise in global mean surface temperature. This could best be implemented within the framework of a unified global agreement. Attempts to reach an agreement in the past have lacked early high level leadership, however, and the MPs say a public commitment from the UK Government is required early in the preparations of COP 2015 in order to guarantee the highest chance of success.”

    Het is geen wonder dat het Lagerhuis zich uitspreekt met een ‘policy prescriptive’ conclusie. Immers, zij zijn democratisch gekozen en dus gelegitimeerd om politieke conclusies te trekken uit de weten-schappelijke bevindingen. Het ‘what to do’ is aan het Lagerhuis, en NIET aan het IPCC.

    Nogmaals: ook Werkgroep II en III gaan niet over het ‘what to do’ maar maken een assessment van het wetenschappelijk onderzoek op het terrein van Adaptation en Mitigation van klimaatverandering. Het ‘what to do’ wordt beslist door de politiek.

  35. Bert Amesz,
    de uitspraak van het GB parlement (“de IPCC procesgang en bevindingen zijn robuust”) acht jij dus van nul en gener waarde voor het publieke debat. Ik herhaal dat ik het met je heb over een politiek statement van de Britse volksvertegenwoordiging – cross party. En jij bestaat het om dat politieke statement, in antwoord op mijn vraag, te kwalificeren als “van nul en gener waarde” (jouw woorden) voor het publieke debat.

    De facto zeg je daarmee dat je de rapportage van het GB parlement als politiek feit aan je laars lapt. Onthullend!

  36. Goff, dan nog maar een keer. De uitspraak van het GB parlement (“de IPCC procesgang en bevindingen zijn robuust”) heeft slechts betrekking op WG1. En niet op WG2 en WG3 (de assessment van onderzoek inzake Impacts, Adaptation en Mitigation).

  37. Bert Amesz,
    ja en?

  38. Het verbaast mij dat hier zoveel waarde wordt gehecht aan het oordeel van een politiek orgaan over de robuustheid van het IPCC-proces. Dat is naar mijn oordeel niet aan de politiek maar aan de wetenschap, en wel op grond van inhoudelijke argumenten.

    Bovendien hebben twee leden van de betrokken commissie van het Lagerhuis, die zich het meest in de materie hebben verdiept, zich gedistantieerd van de positiebepaling van de commissie. Zie:

    http://www.dagelijksestandaard.nl/2014/07/commissie-energie-en-klimaat-van-britse-parlement-onderschrijft-conclusies-vn-klimaatpanel

  39. Beste Hans Labohm,

    Dit parlementaire onderzoek is nou juist gestart mede op verzoek van de beide ‘klimaatsceptici’ in het Britse Lagerhuis waar jij op doelt: Peter Lilley en Graham Stringer.

    Beiden zorgden ervoor dat zij daartoe in de Energy and Climate Change Committee kwamen te zitten (Lilley was al lid van deze commissie, ik meen dat Stringer daar in 2013 in is gaan zitten). Alleen is hun plannetje faliekant mislukt. Na alle getuigenissen inclusief een eindeloze rij van ingevlogen ‘klimaatsceptici’ kwam de Committee tot de conclusie:

    What is starkly clear from the evidence we heard however is that there is no reason to doubt the credibility of the science or the integrity of the scientists involved. Policymakers in the UK and around the world must now act on the IPCC’s warning and work to agree a binding global climate deal in 2015 to ensure temperature rises do not exceed a point that could dangerously destabilise the climate.

    Graham Stringer heeft zelfs de uiterst curieuze – enkele jaren terug naar Australië uitgeweken – Murray Salby laten overvliegen om te getuigen. Wie heeft dat betaald? Overigens zou de Amerikaanse National Science Foundation nog een financieel appeltje te schillen hebben met deze meneer Salby.

    Waarschijnlijk is Labohm vóór een parlementair onderzoek naar de werkwijze en processen van het IPCC… totdat men tot de conclusie komt dat deze robuust zijn. Dán moet plotseling het bestaansrecht van een dergelijk parlementair onderzoek weer in twijfel worden getrokken.

    Uiteraard heeft het Britse parlement het recht om een onderzoek naar de *werkwijze* van het klimaatpanel uit te voeren. En jawel:

    The IPCC has responded extremely well to constructive criticism in the last few years and has tightened its review processes to make AR5 the most exhaustive and heavily scrutinised Assessment Report to-date. We believe that the IPCC would benefit from increasing the level of transparency by recruiting a small team of non-climate scientists to observe the review process from start to finish including during the plenary meetings to agree the Summary for Policymakers. However, the authority of the reports comes not from the process and procedure per se, but from the evidence itself: the thousands of peer-reviewed academic papers that together form a clear and unambiguous picture of a climate that is being dangerously destabilised.

    Precies.

  40. Hans Custers

    Hans,

    Je bedoelt dat het niet aan politici is om te oordelen over wetenschap, met uitzondering van die twee die toevallig jouw mening delen?

    Overigens, dat de politiek niet moet oordelen over de wetenschap, lijkt me helemaal in overeenstemming met de bevindingen van dit onderzoek.

  41. Hans Custers

    Bob,

    In januari van dit jaar leek Hans Labohm nog een “goed gevoel” te hebben over het onderzoek van het Lagerhuis. Geen woord over politici die zich niet met wetenschap dienen te bemoeien, integendeel: “Wat dát betreft kan het Nederlandse parlement nog iets van de Britse collega’s leren.

    Maar nu de resultaten er zijn, is hij als een blad aan een boom omgeslagen. Tekent zich hier een patroon af?

  42. Labohm (19 aug. 2014 om 22.49),
    de waarde van het oordeel van het Britse Lagerhuis is dat de politieke realiteit bij je Westerburen is zoals ze is: geen gezeur meer over klimatologische bevindingen, het proces daartoe, en consensus daarover. Wen maar aan die politieke realiteit. Het laat onverlet de kwestie van het door jou verlangde ‘bewijs’ van de opwarming. Zoals ik je elders al meedeelde: ik zie je ‘mutiple lines of evidence’ dat het niet opwarmt tegemoet op https://klimaatverandering.wordpress.com/2014/05/11/via-meten-tot-weten-hoe-de-klimaatwetenschap-de-geest-uit-de-fles-heeft-bevrijd/

    Over de centenkwestie, jouw speerpunt in de achterhoede, kun je met me sparren op https://klimaatverandering.wordpress.com/2014/07/11/open-discussie-zomer-2014/#comments

  43. Hoi Hans C,

    Een grappige vondst. Als ik het goed lees, dan gaat Labohm in januari op zijn blog eerst het Britse parlementaire onderzoek ophemelen en vindt hij het fantááástisch:

    ”Van politici moet men kunnen eisen dat zij zich breed laten informeren om een tot een goed gefundeerd besluit te komen. Dat is hun taak.” .. Ik ben het met hem eens.

    Wat dát betreft kan het Nederlandse parlement nog iets van de Britse collega’s leren.

    Van de kant van de parlementariërs was Peter Lilley (Conservative) bijzonder op dreef in het stellen van relevante vragen. In iets mindere mate gold dat ook voor Graham Stringer (Labour). Wetenschappelijk is dat natuurlijk irrelevant, maar politiek betekent dat dat de vragen niet alleen van rechts, maar ook van links komen. De implicatie daarvan is een depolitisering van het klimaatdebat. En dat is alleen maar goed!

    Er getuigt vervolgens een compleet pantheon aan inderhaast ingevlogen ‘klimaatsceptici’ voor de parlementaire commissie: Lindzen, Donna Laframboise (geen wetenschapper), Nic Lewis, Marcel Crok (journalist), Monckton en schriftelijk Roger Pielke sr, Curry, Piers Corbyn, John Christy, Friends of Science (LOL!), Richard Tol, Pierre Darriulat etc.

    Dan komt de parlementaire commissie tot de conclusies die hierboven staan. En plotseling vindt Labohm precies het tegenovergestelde van het parlementaire onderzoek:

    … het oordeel van een politiek orgaan over de robuustheid van het IPCC-proces. Dat is naar mijn oordeel niet aan de politiek.

    twee leden … zich gedistantieerd van de positiebepaling van de commissie.

    Ik lach me een kriek.

  44. Het is belangrijk om een onderscheid te maken tussen het IPCC proces and de IPCC bevindingen/conclusies/assessment.

    De politiek of andere externe partijen (IAC nog in het recente verleden) kunnen m.i. best het IPCC process tegen het licht houden en beoordelen; dat kan heel zinnig zijn. Maar het wordt een andere zaak als de politiek de wetenschappelijke bevindingen gaat goed- dan wel afkeuren; daar heeft ze de expertise niet voor en wellicht nog belangrijker, politieke inmenging in de wetenschap is ongezond voor het wetenschappelijk proces.

  45. Bart, ik zie je punt. Maar is er bezwaar tegen als een politicus / partij / instituut een wetenschappelijke bevinding goed- dan wel afkeurt, of verwelkomt dan wel ervan huivert, etc. ?

  46. Bart maakt hierboven voor het IPCC onderscheid tussen proces en bevindingen.
    Zo’n drie jaar terug had ik meer gehoord van de kritiek op het proces van het IPCC dan op de bevindingen. Het risico is dan dat die proceskritiek je ongelovig maakt. Als wetenschappers en hun organisaties zo onzorgvuldig en geniepig een assessment kunnen opzetten dan zijn ze je geloof niet waard. De voor de hand liggende conclusie: het IPCC zit fout.
    Wanneer je echter in 2013/2014 het nieuwe IPCC rapport (AR5) leest en in contact komt met enkele spelers dan wil je en de wetenschappelijke bevindingen accepteren en je krijgt bewondering voor het proces. Des te meer door de transparantie die geboden wordt. Voor mijn denken zit er synergie tussen proces en inhoud.

    Wat gebeurt er met een nieuwe amateur klimaatkunde die nu aan zijn hobby-studie begint. Is zijn startpunt die kritiek; vaak gebaseerd op uitingen in de media.
    En dan meestal ondersteund door de mening van mensen uit zijn omgeving.

    Of kiest de amateur de weg om de wetenschappelijke studies rond klimaatverandering te volgen en ontdoet hij zich -for the time being- van al die andere meningen.
    Mijn ervaring is dat die studie veel boeiende momenten oplevert en dat je nooit tijd genoeg hebt. Je krijgt een prima kijk op het wetenschappelijk proces.

    Die kritische meningen van omstanders kun je gebruiken als testmateriaal. Je gaat niet het fundament onder klimaatverandering ondergraven of wantrouwen, maar je wantrouwt die kritische stellingnames. Welke framing wordt gebruikt; welke drogreden speelt een rol; hoe kan de criticaster met een korte tekst het totaal onder uit (willen) halen? Eigenlijk vind ik de kritieken zelden toereikend of bruikbaar. Het zet geen zoden aan de dijk.
    Behalve wanneer de media er weer mee op de loop gaan. Dan wordt de amateur klimaatkundige wanhopig omdat zijn kennissen nu al weer niet willen begrijpen en luisteren.
    En sommigen hebben zelfs het lef om je alarmist te noemen.

  47. Dankje Pieter, voor je inkijk in hoe je op verschillende manieren als zelfbenoemde “amateur klimaatkundige” de materie -en wellicht nog belangrijker, de framing daaromheen- tegemoet kan treden.

  48. Pieter,
    zeer herkenbaar! En mooie observaties die je doet.
    Me lijkt dat je ‘nieuwe amateur klimaatkunde’ (die staan er bij bosjes aan te komen zo al niet te trappelen) met de conclusie van het Britse Lagerhuis een stevig oriëntatiepunt erbij heeft. Zelf attendeer ik geïnteresserde gesprekspartners steevast op de gezamenlijke verklaring van de National Academy of Sciences en de Royal Society. En nu dus op het rapport van het Britse Lagerhuis. Ik merk erbij dat die lui bepaald geïnformeerd zijn en bovendien een reputatie te verliezen hebben. En ik leg ook uit dat het pseudo-sceptici onveranderlijk om de centen en *niet* om de wetenschappelijke argumenten gaat. En dan als klap op de vuurpijl: besluit zelf maar op wie je vertrouwt.

  49. Dat is inderdaad een goede benadering naar andere geinteresseerden toe, Goff. Het komt uiteindelijk vaak neer op de vraag wie of welke informatie je vertrouwt. precies over die vraag schreef ik een aantal jaren geleden deze blogpost: Wie heeft er gelijk?. Nog altijd een van m’n favoriete eigen schrijfsels.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s