Toerisme, klimaatverandering en klimaatsceptici

Fraaie vergezichten, historische gebouwen, andere culturen, zon, zee, het strand of vakantie. Dat zijn zo enkele zaken waar ik aan moet denken als ik het woord ‘toerisme’ ergens zie staan. Aan de zogenaamde klimaatsceptici zou ik dan echt nooit hebben gedacht. Toch kreeg ik onlangs een uitgebreide verzameling klimaatsceptische teksten in een vakblad voor de toerismesector onder ogen. De wetenschappelijke wereld let gelukkig goed op en heeft als weerwoord enkele meer dan duidelijke stukken in datzelfde vakblad gepubliceerd. Meer hierover in het tweede deel van dit blogstuk, eerst een kort overzicht van de invloed van klimaatverandering op de toerismesector en de bijdrage van die sector aan diezelfde klimaatverandering.

Toerisme en Klimaatverandering

De toerismesector is goed voor 9% van het mondiale BBP en 1 op de 11 banen. Het aantal toeristen is gestegen van 25 miljoen in 1950 tot 1087 miljoen in 2013 (bron: UNWTO 2014). Vooral dat gereis over de aardbol draagt natuurlijk bij aan de CO2 uitstoot en samen met enkele andere factoren is de toerismesector verantwoordelijk voor circa 5% van de totale menselijke CO2 emissies. Zie figuur 1 voor een onderverdeling van die 5%. De toerismesector is zich inmiddels zeer wel bewust van hun bijdrage aan de toenemende broeikasgasconcentraties in de atmosfeer, zie bijvoorbeeld deze zinsnede uit een mitigatie statement van de World Tourims Organization van de VN (UNWTO) uit 2010:
“The Davos Declaration, adopted in October 2007 by the second global Conference on Climate Change and Tourism, specifies that the tourism sector must rapidly respond to climate change within the evolving UN framework, and progressively reduce its Greenhouse Gas (GHG) contribution if it is to grow in sustainable manner..”.

Figuur 1: Onderverdeling van de CO2 emissies van de toerismesector. Bron: UNWTO.

Het is natuurlijk evident dat de door mensen veroorzaakte klimaatverandering een impact zal hebben op deze sector, wijzigingen in de temperatuur, neerslagpatronen of hitte-extremen moeten een invloed hebben op de huidige toeristengebieden. Door zijn nauwe banden met het milieu en het klimaat wordt de toerismesector dan ook gezien als een zeer klimaatgevoelige economische sector. De toekomstige klimaatverandering zal vermoedelijk ook positieve effecten hebben voor de toerismesector, zoals bijvoorbeeld langere strandseizoenen, maar de UNWTO verwacht dat de negatieve effecten het zwaarst zullen wegen. Daarnaast zullen er verschuivingen optreden in de aantrekkelijkheid van gebieden voor toeristen.
Het UNWTO noemt op hun FAQ website de volgende negatieve effecten:
  • Stijging van het zeeniveau, dat een bedreiging vormt voor kleine eilanden en kustgebieden.
  • Woestijnvorming en de schaarste van water, waardoor sommige regio’s minder aantrekkelijk zullen worden voor toeristen.
  • Ontbossing en de aantasting van de biodiversiteit, waardoor sommige bestemmingen minder gewild zullen worden.
  • Het smelten van de sneeuw en gletsjers, waardoor het bezoek van berggebieden en ski resorts zal veranderen.
  • Veel meer informatie is te vinden in een uitgebreid achtergrondrapport van de UNWTO/UNEP uit 2008 met als titel: Climate Change and Tourism – Responding to Global Challenges.

    De Europese Unie heeft projecten gestart om de invloed van klimaatverandering op de toekomstige Europese economie te onderzoeken, de zogenaamde PESETA projecten, en uiteraard heeft men daarbij oog voor de toerismesector. Het hoofdstuk over de toerismesector uit het PESETA rapport van 2009 is mede geschreven door de Nederlandse onderzoeker Bas Amelung, nu werkzaam bij de Wageningen University in de groep van Professor Rik Leemans. Men verwacht tot 2020 een verbetering in de omstandigheden voor de outdoor toerismeactiviteiten in de meeste gebieden van Europa. Voor het einde van deze eeuw voorziet men echter significante veranderingen, uiteraard afhankelijk van onze toekomstige CO2 emissies. Zo verwacht men bijvoorbeeld dat de condities voor het toerisme in de zomer beter zullen worden in het noorden van Europa en minder in het zuiden. Zie ter illustratie de vergelijking voor het nabije verleden en het einde van deze eeuw door middel van simulaties in figuur 2. Het ziet er naar uit dat onze kleinkinderen massaal naar de Oostzee zullen trekken voor een fijne zomerse zon – en zeevakantie.

    Figuur 2. Een simulatie van de condities voor het zomertoerisme in Europa voor 1961-1990 (links) en 2071-2100 (rechts). Bron: EEA. De Tourism Comfort Index TCI wordt afgeleid van enkele temperatuur-comfort indices en indices voor de hoeveelheid zonneschijn, neerslag en wind. Meer info over de TCI in Amelung & Viner 2006.
    Klimaatsceptici in Tourism Management

    Tourism Management is een vakblad voor mensen die zich bezig houden met planning en het managen van reizen en toerisme en normaliter valt dat ver buiten mijn interessegebied. Echter begin dit jaar kreeg ik een klimaat-gerelateerd artikel (pdf), geschreven door Shani en Arad, te zien dat verschenen was in Tourism Management, met daarin een grote stapel bekende klimaatsceptische teksten:
    “Climate change and tourism: Time for environmental skepticism”.

    Veel van de door Skeptical Science verzamelde klimaatmythes passeren in dat artikel van Shani en Arad de revue. Hieronder een ‘bloemlezing’ uit hun proza:
  • In any case, whatever small degree of global warming is likely to occur, its net effects will most likely be positive for humans, plants and wildlife.
    SKS #3: Negatieve gevolgen van global warming wegen veel zwaarder dan de positieve.
  • .. most apocalyptic predictions regarding AGW are based on simulations of the IPCC’s computer climate models..
    SKS #6: Modellen hebben de oppervlaktetemperaturen vanaf 1900 succesvol gereproduceerd en het woord ‘apocalyptisch’ wordt niet gebruikt door het IPCC.
  • .. while actual global temperatures have remained fairly stable over the past 17 years, the IPCC’s models predicted a significant rise in temperature.
    SKS #9: De warmste jaren op aarde qua oppervlaktemperaturen zijn tot nu toe 2005 en 2010.
  • .. recent studies reveal that there have been eras in which the earth’s average temperature was higher than at present, even during recorded history … provides evidence for substantial warmth during Roman and Medieval times, larger in extent and longer in duration than 20th century warmth.
    SKS #27: De gemiddelde mondiale temperatuur is nu hoger dan tijdens de middeleeuwen.
  • Further studies also confirm that major temperature fluctuations occurred before man-made CO2.
    SKS #1: Het klimaat reageert altijd op veranderingen in forceringen; de mens is nu de dominante factor.
  • .. no definitive evidence exists to verify that climate is driven by the concentration of CO2 in the earth’s atmosphere.
    SKS #30: Een versterkt broeikaseffect door CO2 is bevestigd door meerdere lijnen van empirisch bewijs.
  • .. there are shaky scientific foundations to the hypothesis that CO2 concentration in the earth’s atmosphere accounts for significant temperature fluctuations, empirical evidence indicates that the sun activity is a more plausible cause for climate variation.
    SKS #30, SKS #2: Sinds de jaren 1970 is energie-output van de zon niet gestegen, maar de mondiale temperaturen wel degelijk.
  • A series of studies discovered a notable correlation on various time scales between climate variations and natural factors, prominently diverse solar activity and changes in the galactic environment.
    SKS #2, SKS #21: Net als de energie-output van de zon vertoont de kosmische straling geen trend.
  • .. the theory of AGW is highly controversial among climate scientists.
  • SKS #4: 97% van de klimaatwetenschappers zijn het er over eens dat global warming wordt veroorzaakt door de mens.

    De twee heren, beiden geen klimaatwetenschappers voor zover ik kon ontdekken, hebben zowat de halve klimaatsceptische bijbel geleegd in één artikel, aangevuld met wat onwaarheden. Daarnaast wordt er vrolijk gerefereerd aan: een stuk op een blog, stukken van het Heartland Institute en Cato Institute en een krantenartikel van Frits Vahrenholt. Blijkbaar zijn Shani en Arid leden van de inmiddels overbekende Twijfelbrigade en hun algemene boodschap is natuurlijk dat er vooral geen actie ondernomen moet worden:
    – “In light of the current scientific literature, advocating and implementing radical environmental policies are likely to be ineffective, ill-timed and harmful to the tourism industry.”.
    – “It seems far too hasty and irresponsible to recommend that the tourism industry take drastic and expensive courses of action that are based on climate forecasting models that have demonstrated very limited success.”

    De wetenschappelijke wereld kwam snel met een antwoord op deze rabiate onzin van Shani en Arad, uiteraard in de vorm van een publicatie (eveneens in Tourism Management):
    “No time for smokescreen skepticism: A rejoinder to Shani and Arad” (Hall et al 2014A)
    Een artikel waar maar liefst 52 wetenschappers (als ik goed heb geteld) aan hebben meegewerkt, waaronder de eerder genoemde Bas Amelung en Rik Leemans en enkele andere Nederlandse onderzoekers van de Wageningen UR (M. Lamers) en NHVT Breda University of Applied Sciences (K. Koens, E. Eijgelaar, F. Melissen).
    Het artikel weerlegt de vele onjuistheden in het artikel van Shani en Arad en legt duidelijk uit dat er bar weinig twijfel meer over bestaat dat de recente opwarming voornamelijk door de mens is veroorzaakt en dat daar in de wetenschappelijke wereld ook een brede consensus over is.

    Een mooi stukje uit de wetenschappelijke respons op Shani en Arad vond ik het onderstaande:
    Many of Shani and Arad’s (2014) questions and claims rest on the presumption that ACC [Anthropogenic Climate Change – J], including tourism’s contributions to climate change, does not exist.
    It does.
    Are they highly contested by the scientific community in scientific terms.
    No.
    Is there lack of a “critical approach” (p. 84) or ignorance of “critical debate” (p. 82).
    No.
    There is a substantial, and increasing, body of peer-reviewed research on tourism and climate change. Within this body of research there are significant debates and engagements over the framing of ACC as a scientific and societal problem. But, unlike Shani and Arad (2014), there is not a denial that ACC exists.

    Het klimaatsceptische getrompetter hield hierbij niet op, want Shani en Arad kregen van Tourism Management de mogelijkheid om een respons te produceren:
    ”There is always time for rational skepticism: Reply to Hall et al”.
    Shani en Arad lieten in dit tweede artikel hun nep-academische masker helemaal vallen en kwamen met teksten als:
    Climate change alarmists — climate McCarthyism — the IPCC, “the Vatican of climate science,” — the manipulation of scientific literature to be included in IPCC reports — the deliberate concealment of scientific data invalidating the “hockey stick” graph — zealous climate evangelizers who refuse to even consider alternative explanations for climate change beyond human emissions — intimidation, herd mentality —the international warming establishment.
    Aangevuld met uitspraken over lage klimaatgevoeligheden, dat er in de afgelopen 500 miljoen jaar meer warme periodes zijn geweest en opnieuw dat er vanaf 1997 geen stijging van de oppervlaktetemperatuur heeft plaatsgevonden. Dit terwijl de oppervlaktetemperaturen toch echt een stijgende trend laten zien vanaf 1997 (HadCRUT4: +0.6 °C/eeuw of Cowtan & Way : +1.1 °C/eeuw).

    Zucht, wat een volslagen idiote teksten… En dat zal wellicht ook het overheersende gevoel zijn geweest bij de auteurs van Hall et al 2014A, die opnieuw in de pen klommen:
    “Denying bogus skepticism in climate change and tourism research” (Hall et al 2014B)
    Terecht schrijft men daarin:
    “There is not enough space available to cover all the inaccuracies, misinformation and errors in Shani and Arad’s commentaries”.

    De teksten van Shani en Arad horen totaal niet in een wetenschappelijk tijdschrift thuis, ze ontstijgen niet eens het niveau van veel klimaatsceptische blogs. Tourism Management zou daarom hun review proces eens goed onder de loep moeten nemen, het is beschamend dat een serieus tijdschrift dergelijke onzin toelaat. En dat heeft niets met Mccarthyisme te maken, maar alles met kwaliteitsborging. De toerismesector is ook helemaal niet gebaat bij deze valse vorm van scepsis, of zoals Hall et al 2014B schrijven:
    “The obfuscation of scientific research and the consensus on anthropogenic climate change may have significant long-term negative consequences for better understanding the implications of climate change and climate policy for tourism and create confusion and delay in developing and implementing tourism sector responses.”

    Michael Hall en enkele andere wetenschappers hebben deze ‘uitwisseling’ op Tourism Management aangegrepen voor een algemener artikel over klimaatsceptici en de ontkenning van de klimaatwetenschap met betrekking tot de toerismesector. Het artikel zal gepubliceerd worden in the Journal of Sustainable Tourism. Voor de geïnteresseerden is het hier in te zien:
    https://www.academia.edu/8765541/On_climate_change_skepticism_and_denial_in_tourism

    In het artikel van Hall et al 2014A sluiten de 52 wetenschappers af met de conclusie dat een debat over het limiteren van klimaatverandering zeker welkom is, maar het ontkennen van wetenschap en feiten niet. Hun tekst heeft niet alleen betrekking op de toerismesector:
    “Taking action to achieve limits to climate change is not just an economic and technical challenge, it raises profound questions of ethics, values and risk, including the responsibility we bear towards future generations, those who will be most affected, and other species. How these questions can be answered is a vital debate as is the selection of means to achieve desired ends. Debate therefore is welcomed and encouraged. Denial is not.”
    Inderdaad.

    12 Reacties op “Toerisme, klimaatverandering en klimaatsceptici

    1. Ach hemeltjelief, twee Objectivisten. Wie een idee wil krijgen waar Arad zijn informatie vandaan haalt, browse maar even door zijn blog: http://www.green-logic.info/
      Het is in het Hebreeuws, maar de plaatjes en sommige links (WUWT, climateaudit) geven aan dat Shani en Arad niet echt kritisch kunnen denken.

    2. Vroeger had je zoiets als de jetset: een groep rijke mensen die het zich kon veroorloven te vliegen in straalvliegtuigen. Dat komt vroeg of laat vanzelf weer terug zodra de huidige ‘fracking’ hype over is gewaaid en Ghawar en de andere grote olievelden in terminale decline gaan.

      Voor vliegen is er geen enkel duurzaam alternatief, vergeet biobrandstoffen maar. Ook niks in het vooruitzicht. Van de toeristische sector hoeven we niets groens of duurzaams te verwachten, behalve greenwashing (imago PR).

    3. Hi Marco,

      De geuzennaam ‘Objectivist’ die deze Shani en Arad voor zichzelf hebben uitgezocht — dat staat toch voor de ideologie van de romanschrijfster/filosoof Ayn Rand?

      Ik heb het altijd grappig gevonden dat iemand die de eigen veronderstelde superioriteit tot maatstaf aller dingen verheft zichzelf ‘Objectivist’ gaat noemen…🙂

      Van Shani en Arad is me geen enkele wetenschappelijke publicatie over klimaatwetenschap bekend, maar zij zijn er blijkbaar tóch in geslaagd om hun politiek/ideologische Ayn Rand propaganda zodanig te verpakken dat een wetenschappelijk journal over toerisme het plaatst. Heel goed dat het vervolgens door echte wetenschappers tot op het bot wordt afgebroken.

    4. Yep, Ayn Rand ideologie. Ben wel verbaasd dat dit niet luid van de daken is geschreeuwd op WUWT.

    5. Ik heb bepaald niet de indruk dat ‘Tourism Management’ een wetenschappelijk journal (Bob’s term) is. Jos’ tekst heeft het over “vakblad” hetgeen m.i. correct is. Onder ‘full aims and scope’ staat op de site:

      “The journal’s contents reflect its integrative approach – including primary research articles, discussion of current issues, case studies, reports, book reviews and forthcoming meetings. Articles are relevant to both academics and practitioners, and are the results of anonymous reviews by at least two referees chosen by the editor for their specialist knowledge.”

    6. Hi Goff,

      Ja, ‘vakblad’ is misschien een betere term. Toch hebben zij blijkbaar de pretentie om peer-reviewed te zijn, volgens: “.. are the results of anonymous reviews by at least two referees chosen by the editor for their specialist knowledge.

      Het lijkt me goed mogelijk om op wetenschappelijk niveau onderzoek te doen naar klimaat & toerisme, vanwege het economisch belang en de impact is dat ook geen overbodige luxe. Jos noemt hierboven doortimmerd onderzoek zoals:

      http://www.unwto.org/sdt/news/en/pdf/climate2008.pdf
      http://ipts.jrc.ec.europa.eu/publications/pub.cfm?id=2879

      Misschien had de editor van Tourism Management niet meteen twee gerenommeerde ‘referees’ bij de hand met ‘specialist knowledge’ van het klimaatonderzoek? Dankzij de uitgebreide publicaties van Hall et al.:

      http://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0261517714001605

      is dat nu precies omgekeerd en kan Tourism Management voortaan een beroep doen op ervaren onderzoekers als Bas Amelung, Michael Hall en Rik Leemans. Het roept overigens wél de gedachte op dat dit vakblad zo vreemd genoeg ‘beloond’ wordt voor het plaatsen van apekool zoals van Shani & Arad:

      * zij krijgen meerdere publicaties van internationale top-onderzoekers aangeboden;
      * ter weerlegging van de ideologische beweringen van Shani & Arad.

      Daar kan dat tijdschrift alleen maar beter van worden.🙂

    7. Bob, dat is een doordenkertje… Het zou dus kunnen dat publikatie van de apekool een doelbewuste en strategische manoeuvre van de editor was om zijn vakblad te upgraden? Bij het doordenken vond ik toch dat het ergens naar riekt. Dus effe doorgezocht op

      http://www.sciencedirect.com/science/journal/aip/02615177#FCANote,

      en ja: er is iets vreemds aan de hand:

      1) Oorspr. artikel van Shani & Arad:
      – received 19 nov. 2013
      – accepted 27 febr. 2014
      – online 15 march 2014
      2) Reactie van Hall et al.
      – received 23 apr. 2014
      – accepted 18 au. 2014
      – online 5 oct. 2014
      3) Weerwoord van Shani & Arad
      – received 29 aug. 2014
      – accepted 29 aug. 2014
      – online 8 oct. 2014
      4) Laatste reactie Hall et al.
      – received 4 aug. 2014
      – accepted 8 aug. 2014
      – online 30 sept. 2014

      Paper 4) was dus eerder beschikbaar dan paper 3) waarop het reageert. En dat is toch merkwaardig.

    8. Goff, het is nog veel gekker: artikel 4 was al geaccepteerd vóór artikel 2!

    9. Porcamadosca!! daar heb ik in de haast overheen gekeken.
      Wel erg sterke aanwijzingen voor een opzetje, zeker als je het lange tijdsinterval in fase 2) tussen *received* en *on-line* in ogenschouw neemt. Daar viel kennelijk veel te bespreken.
      In ieder geval is het open en bloot, althans controleerbaar, gedaan. Het zou me niet verbazen als Shani & Arad er vandaag of morgen erover gaan mopperen. Hetgeen terecht zou zijn… en hetgeen door de redactie toch moet zijn voorzien?

      Mooie casus voor de vakblad-recherche : )

    10. Kun je ook uitweiden over de betrouwbaarheid van regionale modellen onder een SRES A2 ( wat op zich al een model is?) ?

    11. Hi Goff,

      Het lijkt me mogelijk een foutje van de editor – waarschijnlijk moeten de ‘4 aug.’ en ‘8 aug.’ bij de 4e publicatie in werkelijkheid september zijn.

      Wat heel gebruikelijk is, als er een (geaccepteerd) weerwoord op een eerdere publicatie binnenkomt, is om die meteen ook naar de auteurs van de eerdere publicatie te sturen. In dat geval kan het journal namelijk zowel het weerwoord als een reactie daarop in één-en-hetzelfde issue plaatsen.

      Dat is prettig voor de lezers — die kunnen meteen het weerwoord en de reactie daarop in hetzelfde nummer lezen. Zo te zien is het wat Tourism Management met de verzameling publicaties 2 t/m 4 doet.

      De data bij ‘online’ hebben echter betrekking op de meest recente “In Press, Corrected Proof” versie. Het wil zeggen dat beide auteurs, Shani & Arad en Hall et al, correcties hebben aangeleverd die in de gedrukte versies verwerkt worden.

      Dat lijkt misschien merkwaardig maar is een gevolg van het proces van ‘typesetting’. Een zogeheten manuscript (tegenwoordig digitaal) gaat naar een zetter die de opmaak verzorgt, de illustraties opmaakt en deze netjes op de pagina’s verwerkt etc. Bij de typesetting treden er fouten op. Daarom mogen de auteurs vóór het drukken de ‘Typesetted Proofs’ controleren en waar nodig corrigeren.

      De tekst “In Press, Corrected Proof” betekent dat je naar deze finale, gecorrigeerde versies kijkt die momenteel bij de drukker liggen om ook op papier te gaan verschijnen.🙂

    12. @Erren

      Meer info daarover kun je vinden in het tourisme hoofdstuk in het PESETA rapport. Daar staat op blz. 59:
      “The results presented must be treated with great care, as the uncertainties are very large.”
      Zie de link in het blogstuk.
      En SRES A2 is een scenario.

    Geef een reactie

    Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

    WordPress.com logo

    Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

    Twitter-afbeelding

    Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

    Facebook foto

    Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

    Google+ photo

    Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

    Verbinden met %s