Een dissonant geluid bij het klimaatsymposium van de Nederlandse Natuurkundige Vereniging

Op 29 oktober hield de Nederlandse Natuurkundige Vereniging (NNV) een klimaatsymposium. Dit symposium was bedoeld om belangstellende leden van de NNV te informeren over de wetenschappelijke stand van zaken, voorafgaand aan een ledenraadpleging over een eventueel te formuleren standpunt van de vereniging. Ter voorbereiding van dat standpunt was door een werkgroep in een artikel in het verenigingsblad (pdf) een tiental stellingen geformuleerd. Enkele van die stellingen gingen verder dan alleen de natuurwetenschappelijke kant: ze hadden betrekking op bijvoorbeeld economische, technologische en beleidsmatige aspecten. Kritiek daarop is niet onbegrijpelijk en niet onterecht: waarom zou een wetenschappelijke vereniging politiek stelling moeten nemen?

Maar het lijkt erop dat de Nederlandse afdeling van de twijfelbrigade niet alleen een mogelijke politieke stellingname wilde bekritiseren, maar dat men ook de wetenschap zelf weer eens onder vuur wilde nemen. Het bestuur van de NNV moet meerdere verzoeken hebben ontvangen om ook de “andere kant van de wetenschap” te belichten. Daarom werd aan de lijst van wetenschappers die op het symposium spraken ook een journalist toegevoegd: Marcel Crok. Waarom een journalist? Crok erkent het zelf in zijn verhaal: het is niet of nauwelijks mogelijk om aan al de onderzoeksinstituten die zich in Nederland met het klimaat bezighouden ook maar één wetenschapper te vinden die de consensus bestrijdt. Waarom zou dat toch zo zijn?

Een uitgeschreven versie (pdf) van de presentatie is te vinden op de website van Marcel Crok. Hij heeft, meer nog dan in zijn verhaal voor de hoorzitting van de Tweede Kamer van enkele maanden geleden, gekozen voor de strategie van de Gish gallop: een spervuur aan beweringen en argumenten, waarbij kwantiteit boven kwaliteit lijkt te gaan. En, het moet gezegd, die Gish gallop strategie werkt. Er is geen beginnen aan om alle onjuistheden, halve waarheden, verdraaiingen en drogredenen uit het bekende pseudosceptische repertoire van repliek te dienen. Al was het maar omdat het een onleesbaar lang verhaal op zou leveren. In plaats daarvan pikken we er, als service voor NNV leden die mee willen denken over het standpunt van hun vereniging, enkele in het oog springende punten uit.

De hockeystick

Vooral de statistische fout in de gebruikte Principal Component Analysis was ernstig en leidde ertoe dat wat voor data je er ook in stopte er vrijwel altijd een hockeystick uitkwam.”

Dit is dubbel onjuist. Ten eerste is al jaren geleden aangetoond dat er weliswaar een kleine statistische onzorgvuldigheid in de analyse van dit onderzoek zit, maar dat de invloed daarvan op de resultaten klein is. Ten tweede bestaat het blad van de hockeystick, de kenmerkende sterke stijging van de temperatuur in de afgelopen decennia, grotendeels uit instrumentele metingen waar die PCA helemaal niet op is toegepast.

Misschien nog belangrijker, de originele “hockeystick-artikelen” (Mann et al. 1998 (pdf) en 1999) waren de eerste in hun soort: omvangrijke reconstructies van de temperatuur van het noordelijk halfrond over (bijna) een millennium. Sindsdien zijn er vele vervolgonderzoeken verschenen, met aanvullende data en op sommige punten verbeteringen van de gebruikte onderzoeks- en analysemethoden. Die onderzoeken bevestigen steeds de belangrijkste conclusies van de oer-hockeystick, zoals de afbeelding hieronder uit het meest recente IPCC-rapport laat zien.

Graphics produced by IDL

Meer info: What evidence is there for the hockey stick?

Gestolen mails

In de e-mails zien we onethisch gedrag van de onderzoekers. Zo proberen ze klimaatsceptici buiten de literatuur te houden en buiten IPCC-rapporten. Het meest berucht werd de frase ‘hide the decline’ , waarin de onderzoekers bespreken dat ze een bepaalde hockeystickreconstructie na 1960 wilden afbreken omdat het deel na 1960 daalde in plaats van steeg en deze daling zou de ‘boodschap’ in het IPCC-rapport maar ‘afzwakken.”

De realiteit: duizenden en duizenden gestolen mails leverden niet meer op dan een handjevol uit hun context gehaalde citaten. Geen enkel onafhankelijk onderzoek dat naar aanleiding van deze diefstal werd uitgevoerd vond ook maar enig bewijs van wetenschappelijk wangedrag. Het ernstigste feit dat in deze onderzoeken aan het licht: wat onvriendelijke uitlatingen van enkele wetenschappers over degenen die hen stelselmatig belasterden, beledigden en lastigvielen.

“Hide the decline” is een van die uit zijn context gehaalde citaten. In werkelijkheid gaat het hier over een open en bloot in de wetenschappelijke literatuur gepubliceerde en bediscussieerde presentatie van data. Er is niets geheimzinnigs aan en er is zeker geen sprake van fraude. De presentatie laat simpelweg zien wat er werkelijk gebeurd is: een stijging van de temperatuur in het laatste kwart van de vorige eeuw.

Meer info: What do the ‘Climategate’ hacked CRU emails tell us?

Modellen

Waarom is dit hét bewijs van het IPCC?”

Modellen zijn niet hét bewijs van het IPCC. Modellen behoren tot het gereedschap van de klimaatwetenschap (en van vrijwel alle andere moderne takken van wetenschap), die zich daarnaast baseert op bijvoorbeeld observaties, historische reconstructies, elementaire natuurwetenschap en statistische analyses. Zelfverklaarde sceptici wekken graag de indruk dat klimaatwetenschappers blindvaren op modellen, maar dat is zeker niet het geval. Wetenschappers zijn uitstekend op de hoogte van de beperkingen van modellen en andere gereedschappen en onzekerheden in hun resultaten en ze houden daar dan ook terdege rekening mee.

Klimaatmodellen simuleren de fysische processen die zich in het klimaatsysteem afspelen en dat doen ze in het algemeen behoorlijk goed. Het zijn zeker geen glazen bollen die de toekomst voorspellen, en zo worden ze door de klimaatwetenschap dan ook niet gebruikt. De uitkomst van een modelberekening (of ensemble van berekeningen) wordt niet alleen bepaald door het model zelf, maar ook door de invoer. Dat sommige invoervariabelen niet of niet zo nauwkeurig voorspelbaar zijn (denk bijvoorbeeld aan economische scenario’s, emissies van vulkanische aerosolen, of de activiteit van de zon) zegt niets over de kwaliteit van een model. Ook de (timing van de) interne variabiliteit van het klimaat is lastig voorspelbaar, omdat deze grotendeels bepaald wordt door stochastische processen. Maar dat betekent niet dat deze processen niet worden begrepen. Dat klimaatmodellen niet alles kunnen voorspellen betekent dus niet dat ze ondeugdelijk zouden zijn, of onbruikbaar voor wetenschappelijke analyses.

Meer info:

Attributie en klimaatgevoeligheid

Vertaald naar de hele periode zegt het IPCC daarom dat zij het extreem waarschijnlijk vindt dat tenminste 0,3 van de 0,8 graden opwarming door de mens komt”

Wat hier voor het gemak wordt vergeten is dat het IPCC ook zegt dat waarschijnlijk de volledige opwarming sinds 1950 door de mens wordt veroorzaakt. De onderkant van het waarschijnlijkheidsverdeling ligt op 50%, maar dat impliceert dat de bovenkant een stuk boven de 100% ligt. Ofwel: het is zeker niet uitgesloten dat er natuurlijke afkoeling zou zijn geweest zonder menselijke invloed. De afbeelding hieronder geeft de volledige waarschijnlijkheidsverdeling.

AttributieImmers, het IPCC doet een vrij conservatieve uitspraak, waar het in de toekomst niet snel de vingers aan zal branden.”

Het is ook nooit goed. Als ze stevige uitspraken doen zijn het “alarmisten”, als ze voorzichtig zijn doen ze dat om er in de toekomst niet de vingers aan te branden. De conservatieve uitspraak laat nu net zien dat de wetenschap terdege rekening houdt met wetenschappelijke onzekerheden. Maar voor de wetenschap zit die onzekerheid wel aan beide kanten, terwijl pseudosceptici alleen de mogelijkheid dat het meevalt zien. Dit geldt ook voor klimaatgevoeligheid. Waar de pseudosceptici alleen oog hebben voor onderzoeken die een lage klimaatgevoeligheid vinden, behandelt het IPCC het volledige spectrum. Op grond van meerdere bewijscategorieën concludeert het IPCC dat de klimaatgevoeligheid (ECS – de opwarming die na vele eeuwen zal optreden als de CO2 concentratie in de atmosfeer wordt verdubbeld) tussen de 1.5 tot 4.5 °C ligt. Voor het einde van deze eeuw voorziet het IPCC een temperatuurstijging van 2.6 tot 4.8 °C t.o.v. de periode 1986-2005 als de menselijke CO2 emissies niet worden beperkt.

Meer info:

Temperatuur van de oceaan

[Toevoeging: de Reynolds dataset zit wat anders in elkaar dan ik dacht. De alinea hieronder klopt daarom niet helemaal. Zie de reactie van Geert Jan van Oldenborgh]

Over dit onderwerp worden afbeeldingen en verhalen overgenomen van Bob Tisdale. Tisdale gebruikt een dataset (Reynolds, een heranalyse) die niet ontwikkeld is voor klimatologische analyses op lange termijn en die daarvoor dan ook door verder niemand wordt gebruikt. De in de klimatologie meest gebruikte datasets van de temperatuur van het oceaanoppervlak zijn die van NOAA (ERSST v4) en Hadley (HadSST3). Saillant detail: heranalyses zoals de Reynolds dataset zijn een combinatie van waarnemingen en modelberekeningen. Waar pseudosceptici doorgaans niets van modellen moeten hebben worden in dit geval dan weer de directe waarnemingen terzijde geschoven voor (ten dele) modelresultaten.

Tisdale beweert dat interne variabiliteit, ofwel de verplaatsing van energie binnen het klimaatsysteem, het gehele klimaat opwarmt of afkoelt. Dit is in strijd met elementaire natuurwetenschap: de wet van behoud van energie. Een hogere temperatuur van het oppervlak leidt, volgens de wet van Stefan-Boltzmann, tot meer uitstraling. Dat moet, als er verder niets verandert, tot een afname van de energie-inhoud van het klimaatsysteem leiden. We zien juist overal een toename van die energie-inhoud: de energiebalans moet dus veranderd zijn. In de terminologie van de klimaatwetenschap: een forcering. Verreweg de grootste aangetoonde forcering is: het versterkte broeikaseffect.

De temperatuur van het oceaanoppervlak geeft een beperkt beeld van de accumulatie van warmte in de hele oceaan. Een deel van die warmte wordt immers naar diepere lagen in de oceaan getransporteerd. De oceanen vormen het grote warmtereservoir van het klimaatsysteem: ze nemen meer dan 90% van de warmte op die zich als gevolg van het versterkte broeikaseffect in het klimaatsysteem ophoopt. Die accumulatie van warmte gaat gewoon door, ook als er schommelingen zijn in de temperatuur van het oppervlak. Een koel oppervlak zou zelfs, door de verminderde uitstraling, voor meer accumulatie van energie kunnen zorgen.

heat_content2000mMeer info:

De hot spot in de hoge troposfeer

“Maar deze zogenaamde hot spot is niet uniek voor broeikasgassen, want ook bij een grotere zonneactiviteit verwachten we hoog in de tropen extra opwarming. Dit is wat onderzoekers de waterdampfeedback noemen.”

Totaal onjuist. De troposferische hot spot is niet identiek aan waterdampfeedback. Waterdampfeedback betekent simpelweg dat door de toegenomen dampspanning de hoeveelheid waterdamp – een broeikasgas – in de atmosfeer toeneemt als deze opwarmt door meer CO2. Waterdampfeedback is dus simpelweg een gevolg van de welbekende Clausius-Clapeyron relatie.

De hot spot in de hoge troposfeer in de tropen wordt verwacht als gevolg van een toename van de opwaartse convectie in een warmer klimaat. Hierdoor wordt warmte vanaf het oppervlak naar hogere luchtlagen getransporteerd, waar de warmte gemakkelijk uitstraalt naar het heelal. De hot spot hangt dus samen met een terugkoppeling die de opwarming verzwakt (een negatieve feedback in klimaattermen): de lapse rate feedback. Het ontbreken van de hot spot zou dus waarschijnlijk betekenen dat de wetenschap de opwarming onderschat. Gelukkig zijn er wel degelijk aanwijzingen voor de opwarming van de hoge troposfeer in de tropen, al spreekt het voor zich dat de onzekerheid over de temperatuur hoog in de atmosfeer groter is dan over die van het oppervlak. Er hangen immers geen thermometers op 10 kilometer hoogte.

Meer info:

Onzekerheid

Een steeds weer terugkerend thema bij zelfverklaarde sceptici: onzekerheid wordt verward met onwetendheid. Men suggereert dat onzekerheden in de wetenschap af zouden doen aan de conclusies ervan. De realiteit is dat klimaatwetenschappers zelf uitstekend op de hoogte zijn van onzekerheden en van beperkingen in hun methodes. In hun conclusies houden ze daar dus al rekening mee. Bovendien: onzekerheid werkt twee kanten op. Als klimaatwetenschappers te zeker zouden zijn van hun zaak, dan zouden ze de risico’s van klimaatverandering dus ook kunnen onderschatten.

Adaptatie/Mitigatie

Ikzelf zie op de korte termijn (decennia) veel meer in adaptatie dan in mitigatie omdat adaptatie veel doelgerichter is en de resultaten daarom meetbaar zijn. Bij adaptatie hoef je ook niet perse te weten hoe het klimaat zal veranderen in de toekomst. Je bereidt je voor op bestaande risico’s, bijvoorbeeld een volgende orkaan of overstroming.”

Een hoogst merkwaardige interpretatie van het begrip adaptatie. Alleen maar rekening houden met bestaande risico’s heeft niks te maken met aanpassing aan of voorbereiding op klimaatverandering, maar komt simpelweg neer op het volledig negeren daarvan. Doelgerichte voorbereiding op een verandering vereist juist wel een goed inzicht in de te verwachten gevolgen van zo’n verandering. Anders valt er immers niets voor te bereiden en zit er niets anders op dan allerlei putten te dempen nadat er weer eens een kalf is verdronken.

Het is ook allerminst vanzelfsprekend dat adaptatie een verstandiger keuze zou zijn dan mitigatie als de gevolgen onbekend of onzeker zouden zijn. Juist wanneer de gevolgen moeilijk voorspelbaar, maar mogelijk ernstig én onomkeerbaar zijn is het maar beter om het zekere voor het onzekere te nemen. Voorkomen in plaats van genezen.

Alle CO2 die we emitteren, beïnvloedt voor eeuwen tot millennia niet alleen het klimaat, maar ook de zuurgraad van de oceaan. Er is dus sprake van een cumulatief effect. Bovendien kunnen de gevolgen van de huidige emissies mogelijk pas over jaren of decennia goed merkbaar worden, bijvoorbeeld omdat oceanen traag reageren op veranderingen in het klimaat vanwege hun enorme warmtecapaciteit. Met andere woorden: wanneer de gevolgen in hun volle omvang merkbaar worden staan we voor een voldongen feit. De emissies zijn dan niet meer ongedaan te maken, tenzij met een enorme inspanning en tegen uiterst hoge kosten.

Voor wie wat dieper in de materie wil duiken: een vijftal prominente Engelstalige klimaatbloggers plaatste afgelopen week een uitgebreid en lezenswaardig stuk over de zin en onzin die steeds weer voorbijkomt in het klimaatdebat. Tenslotte volgt hieronder nog de temperatuur van dit jaar tot en met september, vergeleken met dezelfde periode van eerdere jaren, volgens de data van NOAA.

multigraph

49 Reacties op “Een dissonant geluid bij het klimaatsymposium van de Nederlandse Natuurkundige Vereniging

  1. Dat stuk van Crok is waarschijnlijk weer een samenvatting van zijn binnenkort door N’w A’dam te publiceren boek (aangekondigd voor 8 december ). Daar valt dan heel wat te debunken.

  2. Naja, was een leuke poging van Marcel.

  3. Lennart van der Linde

    Hier een impressie van/reactie op het symposium en de bijdrage van Marcel daaraan:
    http://www.staatvanhetklimaat.nl/2015/11/01/verslag-nnv-dag-door-een-klimaatalarmist/

    Nico Schoonderwoerd eindigt met:
    “als ik als alarmist het mis heb, dan zijn er miljarden gespendeerd aan verkeerde maatregelen, en als de sceptici het mis hebben dan kunnen we binnenkort de klimaatverandering niet meer stoppen.”

    Lijkt me een terechte conclusie, die redelijkerwijs slechts tot de keus kan leiden tot een grote inspanning om klimaatverandering nog zoveel mogelijk te stoppen.

  4. Jammer dat ik er niet was. Dan had ik meneer Crok er op gewezen dat het verzinnen van sprookjes niet echt bevorderlijk is voor de geloofwaardigheid. Neem nu dit:
    “Het meest berucht werd de frase ‘hide the decline’ , waarin de onderzoekers bespreken dat ze een bepaalde hockeystickreconstructie na 1960 wilden afbreken omdat het deel na 1960 daalde in plaats van steeg en deze daling zou de ‘boodschap’ in het IPCC-rapport maar ‘afzwakken.”

    Dat is gewoonweg een leugen. Iedereen weet dat “hide the decline” te maken had met de cover art van een WMO rapport. Punt. Marcel Crok slaagt erin dat verhaaltje te verbinden met de discussie van Briffa’s reconstructie tijdens een IPCC bijeenkomst in Tanzania, waar de discussie aangaf dat ze met een uitleg moesten komen waarom Briffa’s reconstructie *warmer* (!!!!!!!!) was dan die van Mann et al, terwijl de reconstructie van Jones et al nou juist koeler was. Niets over die zogenaamde daling (hoogstwaarschijnlijk omdat de data die ze hadden al in 1960 stopte).

    Dat heeft Crok natuurlijk niet zelf verzonnen, dat was uiteraard Steve McIntyre. Maar die moest al snel zijn verhaaltje aanpassen nadat Deep Climate aantoonde dat McIntyre de onwelkome zinnen in de e-mail had verwijderd – juist de stukken waarin duidelijk werd dat de ‘decline’ niet werd besproken (zie: http://deepclimate.org/2009/12/11/mcintyre-provides-fodder-for-skeptics/). Daarna kwam McIntyre in de commentaren met een nieuw verhaaltje op de proppen, maar dat was zo onsamenhangend dat Marcel Crok blijkbaar maar aan het oude sprookje vasthoudt.

  5. Ja en het laat zien dat ik goed met sommige ‘klimaatalarmisten’ door een deur kan🙂

  6. Tjalling de Vries

    Uit bovenstaande stuk: “Het ontbreken van de hot spot zou dus waarschijnlijk betekenen dat de wetenschap de opwarming onderschat. Gelukkig zijn er wel degelijk aanwijzingen voor de opwarming van de hoge troposfeer in de tropen,..”

    Gelukkig?
    Dat is niet zo gelukkig geformuleerd zou ik zeggen…

  7. Kritiek op de “hockystick” is terecht. Je vergelijkt data van verschillende kwaliteit. De instrumentele data geeft een ratioschaal maar de proxies doen dit in geen geval. Ze halen niet eens het interval niveau. Ze horen niet in een grafiek te staan. Soort bij soort. Instrumenteel bij instrumenteel en proxie bij proxie. Maar dat is niet helemaal de kritiek van Marcel Crock. Overigens begrijp ik het probleem niet helemaal. ((% van de wetenschap zegt de opwarming is antropogeen. Wat maakt het uit dat er een dissident in het gezelschap is?

  8. Ik zie op Marcel’s site dat Nico Schoonderwoerd het idee van een platform oppert en dat Marcel een derdelijk maar inmiddels verdord platform nieuw leven in wil bazen.
    Ik zie niet wat dat beoogde platform toevoegt aan wat er al aan discussie-podia is. Los daarvan, het is bizar dat de NNV dunnetjes gaat overdoen wat zusterorganisatie in USA en Eu al lang hebben uitgeplozen. Waar gaat dit nog over?

  9. Beste Tjalling de Vries,

    Ja, het is in zoverre gelukkig dat uit de (extra) opwarming van de hoge troposfeer in de tropen blijkt dat de fundamentele inzichten omtrent het effect op de lapse rate van (iedere willekeurige) opwarming aan het oppervlak correct zijn:

    Op zichzelf zegt dat weinig over de nog te verwachten klimaatverandering. Het geeft wel aan dat de GCM’s (klimaatmodellen) op de correcte fysica gebaseerd zijn.

    Er is nog een tweede opzicht waarin dit zeker “gelukkig” is, en dat is waar Hans Custers op doelt:

    Maar laten we nu eens welwillend zijn; we gaan mee met Hans Labohm en zetten onze scepsis over de metingen overboord, ondanks alle aanwijzingen die er zijn voor de mogelijke onnauwkeurigheden. Wat zouden we dan moeten concluderen, op basis van die ontbrekende hotspot? Je zou kunnen concluderen dat het klimaat in de vorige eeuw helemaal niet is opgewarmd. Maar het volledig ontkennen van die opwarming is voor de meeste klimaatsceptici een gepasseerd station; laten we maar aannemen dat Hans Labohm ook niet zo ver wil gaan. Dan blijft er één andere voor de hand liggende conclusie over: het warmtetransport naar de top van de troposfeer neemt niet toe, of minder dan verwacht, als het aan het aardoppervlak warmer wordt. De klimaatwetenschap zou er dan op dat vlak naast zitten. Dat heeft wel consequenties. Bovenin de troposfeer zit je qua hoogte nog lang niet halverwege de aardatmosfeer, maar je hebt wel het overgrote deel van de massa ervan onder je. Vanaf deze hoogte ontsnapt warmte gemakkelijk naar de ruimte via de ijle hoge luchtlagen. Zonder dit opwaartse warmtetransport zou meer warmte zich via de veel dichtere troposfeer naar buiten moeten wurmen, en dat wordt lastiger naarmate het broeikaseffect toeneemt. De klimaatwetenschap gaat er van uit dat het warmtetransport naar de top van de troposfeer toeneemt als het oppervlak opwarmt, dit is de zogenaamde “lapse rate feedback”. Zonder deze negatieve feedback zou een toename van het broeikaseffect tot meer opwarming leiden.

    De extra opwarming van de hoge tropische troposfeer is namelijk een verkoelende feedback v.w.b. de klimaatverandering aan het oppervlak. Als die niet zou bestaan, dan zouden we het volledige versterkte broeikaseffect aan het oppervlak voor de kiezen krijgen. Lees daarover s.v.p. dit blogstuk:

    Hans Labohm vindt de projecties van de klimaatwetenschap te optimistisch

  10. Tjalling de Vries

    Hallo Bob, dank voor je uitleg. Dus als ik het goed begrijp is er altijd een tropische hotspot. Misschien is wat Marcel Crok bedoelt dat je een ‘versterkte hotspot’ zou verwachten? Anyway, ik denk dat ik in grote lijnen het negatieve feedback verhaal begrijp.
    Het kwam op mij een beetje over als ‘gelukkig hebben we gelijk’.

  11. Hans Custers

    Raymond,

    Er is geen enkele reden waarom je de meest nauwkeurige temperatuurmetingen (de instrumentele data) niet zou mogen gebruiken in een grafiek die de temperatuur weergeeft. Al helemaal niet als duidelijk wordt aangegeven (zoals dat bij de hockeystick is gebeurd) welke gegevens waar vandaan komen. Er is geen enkel wetenschappelijk principe dat een dergelijke manier van presenteren van data zou verbieden of ontraden.

    Tjalling,

    Dat “gelukkig” slaat inderdaad op de (waarschijnlijke) aanwezigheid van die negatieve feedback, die helpt om een beetje van de extra warmte die het broeikaseffect vasthoudt af te voeren.

    In principe klopt het dat er in de tropen altijd een sterke opwaartse convectie is. De wetenschap verwacht dat die convectie toeneemt als het klimaat opwarmt (ongeacht de oorzaak), met een relatief sterke opwarming van de hoge tropische troposfeer tot gevolg. Met de “hot spot” wordt i.h.a. die opwarming bedoeld.

    Overigens is het niet zo dat de hot spot ooit als donderslag bij heldere hemel uit klimaatmodellen is komen rollen en dat klimaatwetenschappers die modelresultaten klakkeloos voor waar hebben aangenomen. Dat er een hot spot zou zijn volgt uit vrij basale fysica. Dat klimaatmodellen de hot spot laten zien is dan ook alleen maar logisch: ze simuleren immers die fysica.

    Tenslotte: zoals (vrijwel?) iedereen vind ik het best aangenaam als ik mijn gelijk bevestigd zie. Maar over de opwarming van het klimaat zou ik dolgraag ongelijk hebben. Vooralsnog lijkt dat helaas niet het geval te zijn.

  12. Hallo Tjalling,

    De ‘hotspot’ betreft de trend en niet de absolute temperatuur. Uiteraard daalt de temperatuur naarmate je hoger komt in de troposfeer als gevolg van de expansie van pakketjes opstijgende lucht, de ideale gaswet (getemperd door de condensatie van waterdamp, het ‘natte adiabaat’).

    De hotspot wil zeggen dat als het aan het aardoppervlak opwarmt met bijvoorbeeld 0,12 °C per decennium, het dan — in de tropen op ca. 250 á 200 mbar hoogte — ongeveer dubbel zo snel opwarmt, dus met ca. 0,24 °C per decennium. Dit is een gevolg van extra verdamping aan het oppervlak en doordat de warmere lucht aan het oppervlak méér waterdamp kan bevatten die opstijgt naar grote hoogte (en zo extra ‘latente warmte’ met zich meevoert).

    In de grafiek van Thorne 2008 is de trend te zien langs de horizontale as in graden/decennium. Zowel de fundamentele fysica (gele stippellijn) als de klimaatmodellen (de spreiding daarvan staat aangegeven met de grijze balk) voorspellen dan een versterkte trend op 200 á 250 mbar hoogte.

    Deze lapse rate feedback bevordert dus het transport van een deel van de extra warmte naar grote hoogte in de troposfeer, waar het makkelijker naar het heelal uitgestraald wordt.

    Ergo: de hotspot is een ander woord voor de ‘lapse rate feedback’ die verkoeling aan het oppervlak biedt. Mocht deze ‘hotspot’ niet bestaan dan wordt de opwarming erger. Gelukkig — zoals Hans Custers zegt — bestaat die waarschijnlijk wel degelijk.

  13. Hoe ik het door Tjalling gequoot stuk interpreteerde, was: Gelukkig onderschat de wetenschap de opwarming niet (in ieder geval wat betreft de hot spot), want dan zou de menselijke samenleving een nog groter probleem hebben dan het waarschijnlijk al heeft.


    Wat maakt het uit dat er een dissident in het gezelschap is?

    Dat maakt helemaal niets uit, behalve als die dissident het publiek misleidt met achterhaalde argumenten, valse informatie en gebrekkige grafieken. Dat is foute boel. En dat is precies wat Marcel Crok doet.

  14. In het blogstuk staat er overigens “dissonant”, en niet “dissident”.🙂

  15. Hans Custers

    @Neven,

    Daar komt het inderdaad zo ongeveer op neer. Misschien een nog betere formulering: afwezigheid van de hot spot zou wijzen op een hoge klimaatgevoeligheid. Gelukkig zijn er wel degelijk aanwijzingen voor het bestaan van de hot spot.

    De ironie is in dit geval dus dat Marcel Crok onbedoeld en onbewust alarmistischer is dan het IPCC.Dat wordt nog erger als hij meent dat de afwezigheid van de hot spot zou wijzen op afwezigheid van waterdampfeedback. Geen of weinig waterdampfeedback zou het meest rampzalige klimaatnieuws in tijden zijn: het zou immers betekenen dat de hoeveelheid waterdamp in de atmosfeer niet toe zou nemen bij een stijging van de temperatuur. De relatieve vochtigheid zou dan wereldwijd dalen, met als onvermijdelijk gevolg verdroging van grote delen van de wereld.

    Dit soort overwegingen ontbreekt volledig in het pseudosceptische repertoire. Daar is het hot spot verhaal gewoon een van de vele voorbeelden van de ad ignorantiam drogreden.

  16. Hans Custers

    Ik heb zojuist een reactie van Marco uit ons spamfilter gevist. Zie hierboven.

    Mogelijk heeft het overijverig spamfilter er ook voor gezorgd dat lezers deze reactie van cRR Kampen in de open discussie hebben gemist.

  17. Goed antwoord op deze voordracht. Er zitten echter wat fouten in de bespreking van de zeewatertemperatuurargumenten.

    De Reynolds analyse gebruikt geen model maar statistische interpolatie (vandaar de officiële naam, Optimal Interpolation, oftewel OIv2). De reden dat hij weinig gebruikt wordt voor trendanalyse is dat de dataset uit satellietmetingen gereconstrueerd wordt, gekalibreerd op in-situ waarnemingen. Dit geeft betere resultaten dan alleen in-situ metingen, maar hij begint daardoor pas in 1982 en is dus aan de korte kant voor trend-analyses. De trends die Marcel Crok liet zien zijn vrijwel hetzelfde in alle datasets.

    Het is echter wel degelijk een voorbeeld van cherry-picking. Alleen met precies de begin- en einddatum die hij liet zien is de discrepantie zo hoog. Zie http://climexp.knmi.nl/data/tsiersstv4_0-360E_-60-60N_nyr0.png voor de grafiek. De lange-termijn trend in de ERSST v4 oceaan data van 1982 tot 2014 over 60S-60N is ongeveer 0.10 K/10yr (de residuen zijn sterk gecorreleerd en ik heb nog geen foutenschatting die daar rekening mee houdt), “Reynolds” NCEP OIv2 SST geeft 0.09 K/10yr dus vrijwel hetzelfde. Het CMIP5 ensemble geeft over dezelfde periode 0.17 K/10yr, inderdaad fors hoger. Geen factor twee omdat Marcel Crok de trend niet tot 2014 laat lopen.

    Deze grote discrepantie wordt voor zo ver ik kan zien veroorzaakt door drie effecten. De grote El Niño van 1982/83 geeft in de waarnemingen een opwarming aan het begin van de reeks en dus een lagere trend dan de modellen omdat die gemiddeld geen El Niño in hetzelfde jaar hebben. Het tweede effect is de grote vulkaanuitbarstingen aan het begin van de reeks, El Chichon in 1982 en Pinatubo in 1991. De afkoeling hiervan wordt door de klimaatmodellen overschat, zodat ze een te hoge trend vertonen over een tijdvak dat in 1982 begint. Ten derde heeft de SST vrij veel variabiliteit op langere tijdschalen, wat o.a. tot uiting komt in de grote spreiding van het modellen met meerdere ensembleleden in CMIP5, die geven aan dat de 2σ spreiding in een 35-jaar trend ongeveer ±0.06 K/10yr is.

    De discrepantie is inderdaad minder als je eerder begint, want dan wegen de El Niño van 1982/83 en de vulkaanuitbrastingen minder mee. De lineaire trend vanaf 1975 is in de waarnemingen wat hoger, 0.12 K/10yr en in CMIP5 lager, 0.15 K/10yr, nu dus al ruim binnen de decadale onzekerheid (<1σ). Vanaf 1950 is de lineaire trend 0.10 K/10yr in de waarnemingen en 0.10 K/10yr in CMIP5, in goede overeenstemming.

    Uiteraard heb je volledig gelijk dat de opwarming van de oceaan het beste weergegeven wordt door de warmteinhoud, die gestaag toeneemt. Een aantal jaren terug werd die aangehaald als bewijs dat de opwarming tot stand was gekomen, maar sinds die hiatus er niet meer is (door diepere oceaanlagen mee te nemen) hoor je daar ineens veel minder over.

  18. Hans Custers

    Geert Jan,

    Dank voor de informatie. Ik heb een link naar je reactie toegevoegd in de tekst.

  19. “Bij adaptatie hoef je ook niet perse te weten hoe het klimaat zal veranderen in de toekomst. Je bereidt je voor op bestaande risico’s, bijvoorbeeld een volgende orkaan of overstroming.”

    Dit is overigens ook een problematische claim op een andere manier dan besproken. Het idee dat bij klimaatverandering bv. orkanen dezelfde routes als altijd zullen volgen lijkt mij nogal naïef. Als die risico’s ook nog eens groter worden, dan zul je je toch echt anders moeten voorbereiden dan zonder die klimaatverandering. Hetzelfde geldt overstromingen: als extreme regenval zich ‘verplaatst’, dan krijgen regio’s die vroeger geen last hadden van overstromingen dat opeens wèl te verduren.

  20. Lennart van der Linde

    Waarom is er nog steeds een markt voor Croks geplukte kersen? Dat zou te maken kunnen hebben met de marktverstorende desinformatie van bedrijven als Exxon. In de VS wordt nu aangedrongen op een gerechtelijk onderzoek naar deze praktijken, zoals die eerder tot veroordeling van tabaksbedrijven geleid heeft:
    http://www.providencejournal.com/article/20151102/OPINION/151109921/SHARED/st_refDomain=t.co&st_refQuery=/w8riwhtZHt

    In dat vonnis oordeelde de rechter:
    “[d]efendants knew there was a consensus in the scientific community that smoking caused lung cancer and other diseases. Despite that fact, they publicly insisted that there was a scientific controversy and disputed scientific findings linking smoking and disease knowing their assertions were false.”

    Dit lijkt ook voor Exxon te gelden. Het zou ook voor Crok kunnen gelden, maar misschien gelooft hij wel echt dat hij de wetenschappers te slim af is en begrijpt hij echt zijn eigen onlogische conclusies niet.

  21. Nog een voorbeeld van actieve misleiding van de toehoorders: figuur 5 in de tekst die door Crok is gepost.

    Deze grafiek uit 2013 (we hebben ondertussen de globaal twee warmste jaren ooit gemeten achter de rug) is gemaakt door John Christy en Roy Spencer, beide notoire verdraaiers van feiten ten faveure van hun vrijemarktideologie. Niet alleen dit, maar ook een waslijst aan fouten op wetenschappelijk gebied, maakt deze heren volstrekt onbetrouwbaar.

    De misleidende trucjes achter deze grafiek zijn een paar maanden later door Jos Hagelaars op het Engelstalige gedeelte uitgelegd, evenals op de HotWhopper blog.

    De grafiek is bedoeld om mensen te misleiden, en dat is dus zeer waarschijnlijk de reden dat Marcel Crok hem gebruikt heeft en zal blijven gebruiken.

  22. Voor degenen die liever Nederlands lezen, de post die Neven aanhaalt, waarin Jos de nulpunsverplaatsing van Spencer fileert, is ook hier verschenen: https://klimaatverandering.wordpress.com/2014/02/12/spencers-grafiekengoochelarij/

    Sou heeft een animatie van gemaakt van deze misleidende truc: http://2.bp.blogspot.com/-JYiRB5vrdC8/Uvkmn7d_OjI/AAAAAAAAFFI/hfHnInQMmcA/s1600/SpencerDeception.gif

  23. Lennart van der Linde

    Komt er nu een verklaring van Marcel waarom hij die grafiek van Spencer en Christy toch (nog steeds) gebruikt?

  24. Komt er nu een verklaring van Marcel waarom hij die grafiek van Spencer en Christy toch (nog steeds) gebruikt?

    Crok zal in ieder geval niet kunnen beweren dat hij niet op de hoogte was van meer up-to-date grafieken zonder foefjes, aangezien hij onlangs nog reageerde op deze blog post van Jos Hagelaars: Een warm 2015 en modelvergelijkingen/prognoses.

    Dit was in juli. 2015 is ondertussen nog wat warmer geworden (oktober wordt zeer waarschijnlijk de hoogste anomalie gemeten in vrijwel alle datasets), en het einde lijkt nog niet in zicht, aangezien de piek op Roy Spencers UAH grafiek – onder invloed van de El Niño – misschien net aan begonnen is. Mits daar geen foefjes zijn toegepast uiteraard.

  25. Lennart van der Linde

    Hi Bob,

    Je zegt op het blog van Marcel:
    “Het is absoluut essentieel om tot je door te laten dringen dat er twee volledig separate discussies gevoerd worden:
    1) een wetenschappelijke discussie over o.a. attributie, toekomstige klimaatverandering, etc.
    2) een politieke en levensbeschouwelijke discussie over aspecten als persoonlijke verantwoordelijkheid, ethiek, wereldbeelden, de kostenverdeling van de schade en van de eventuele maatregelen.
    […]
    Het probleem van het ‘klimaatdebat’ is vooral dat discussie 1) en 2) voortdurend door elkaar heen lopen zonder dat dit afdoende wordt gesignaleerd.”

    Ik vraag me af of de twee discussies zomaar “door elkaar heen lopen”, of dat met name pseudo-sceptici discussie 2 via discussie 1 proberen te voeren, omdat zij blijkbaar inschatten dat ze anders in discussie 2 weinig kans van slagen hebben. Zolang ze de indruk weten te wekken dat discussie 1 nog loopt, hoeven ze discussie 2 niet expliciet te voeren. Het lijkt erop dat ze de immoraliteit van hun positie in discussie 2 proberen te verbloemen door op een wetenschappelijk oneerlijke manier discussie 1 te voeren. Die wetenschappelijk oneerlijke manier van debatteren in discussie 1 is voor een lekenpubliek moeilijker te doorzien dan de immoraliteit van hun positie in discussie 2. En sterke gevestigde belangen stimuleren die wetenschappelijk oneerlijke discussie 1 om hun inmiddels immorele verdienmodel zo lang mogelijk in stand te houden. Zie bv Exxon. Zonder die stimulans zou er voor de misleidende presentaties van Marcel m.i. veel minder publiek zijn.

  26. Geert Jan van Oldenborgh vermeldt naast de Reynolds dataset ook ERSST v4. Voor de volledigheid hieronder een grafiek met een vergelijking van de Reynolds dataset met HadSST3 en NOAA-NCEI ocean (gebaseerd op ERSST4). De verschillen zijn niet bijster groot, maar de trend is bij Reynolds wel het laagst van de drie datasets over de periode november 1981 (start Reynolds data) t/m september 2015. Voor een vergelijking zie de grafiek op blz. 8 van Crok’s presentatie. De onzekerheid in de trendbepaling is circa ±0.04 °C/decennium (2 sigma volgens methode Foster & Rahmstorf).

    Op grond van die Tisdale grafieken schrijft Crok vrolijk het volgende in zijn stuk:
    “Modellen warmen de oceanen ongeveer twee zo snel op als in werkelijkheid gebeurt. Een fors verschil dus.”
    Dat is misleidend want het ‘opwarmen van de oceanen’ is niet hetzelfde als de toename van de oppervlaktetemperatuur van de oceanen. De grafiek van de warmte-inhoud van de oceanen in het blogstuk van Hans laat de opwarming van de oceanen zien.


    (klik voor hogere resolutie)

  27. Vergelijk ook eens voor de grap de Tisdale grafiek voor het oostelijke deel van de Stille Oceaan die Crok presenteert op de pagina daarna (pagina 9, figuur 10, loopt tot februari 2014, ruim anderhalf jaar geleden) met de meest recente grafiek voor dit gebied.

    Ik zeg ‘voor de grap’, maar het is niet grappig als er mensen misleid worden.

  28. Crok vraagt onder die achterhaalde grafiek:

    Een toename van broeikasgassen leidt in de modellen tot opwarming van dit deel van de oceaan, maar in de praktijk zien we daar niets van terug. Hoe kan dit?

    Het antwoord is simpel. Omdat jij het niet laat zien, Marcel.

  29. Ho, wacht, onder aan de pagina staat er een voetnoot: “Dankzij de
    krachtige El Nino in 2015 is er nu wel een lichte trend waarneembaar”. Dat is geweldig.

    Dus Crok weet van de nieuwe grafiek, maar toont toch de oude. Althans ik neem aan dat hij de grafieken in zijn tekst ook zo getoond heeft aan het publiek van het NNV symposium? Of heeft hij een presentatie gehouden die compleet afwijkt van de door hem geplaatste tekst? Zonder misleiding, zeg maar.

  30. Er staat ook:
    “Waarom slaat het versterkte broeikaseffect een derde van de wereldwijde oceanen over?”
    Er wordt niets ‘overgeslagen’. Totale onzin.
    Een kind kan het verschil zien tussen de twee lijntjes in die grafiek. Het modelgemiddelde is buiten een dip rond 1992 een behoorlijk recht lijntje. De observaties vertonen grote pieken en dalen.
    In het modelgemiddelde zit geen ENSO meer, alleen nog de vulkanen zoals Pinatubo. In de observaties zitten wél de El Nino’s/La Nina’s, waardoor de trend zeer sterk wordt beinvloedt, bijv. door de dips voor en na 2010.
    Dat zou ook direct duidelijk worden als de onzekerheid bij de trends gegeven zou worden door Tisdale. En juist dat ontbreekt.

  31. Hi Lennart,

    Je zegt hierboven:

    Ik vraag me af of de twee discussies zomaar “door elkaar heen lopen”, of dat met name pseudo-sceptici discussie 2 via discussie 1 proberen te voeren, omdat zij blijkbaar inschatten dat ze anders in discussie 2 weinig kans van slagen hebben. Zolang ze de indruk weten te wekken dat discussie 1 nog loopt, hoeven ze discussie 2 niet expliciet te voeren.

    Daar lijkt het wel op, maar die conclusie laat ik graag aan de lezer.

    Het lijkt erop dat ze de immoraliteit van hun positie in discussie 2 proberen te verbloemen door op een wetenschappelijk oneerlijke manier discussie 1 te voeren.

    Daarvan wordt vervolgens het wetenschappelijk onderzoek (discussie 1) de dupe. Met name de NNV zou zich dat aan kunnen trekken, je mag verwachten dat zij goede en zorgvuldige wetenschapsbeoefening voorop stellen en de maatschappelijke discussie (nummer 2) primair aan maatschappij en politiek laten.

    ALS de maatschappij ervoor kiest om de risico’s van klimaatverandering te beperken DAN is het echter wetenschappelijk wel duidelijk dat dit door emissiereductie kan gebeuren.

  32. Zonder een spatje ironie schrijft Marcel op zijn blog: “Geert Jan van Oldenborgh gaat tenminste op zoek naar mogelijke verklaringen, dat lijkt me the way to go.”

    Op zoek gaan naar mogelijke verklaringen en op voorhand niets uitsluiten, dat is idd de weg van de wetenschap. Waar modellen en observaties niet precies overeen komen ga je bijvoorbeeld na waar dat aan kan liggen (zie bijv http://www.realclimate.org/index.php/archives/2013/09/on-mismatches-between-models-and-observations/ voor hoe je dat methodisch kunt aanpakken).

    Contrasteer dat met de weg van Marcel: Jumping to conclusions met als toolbox: Data cherrypicken en misleidend weergeven, en net doen of de uitvergrote discepantie maar 1 ding kan betekenen, nl dat de klimaatgevoeligheid laag is.

    Met een eerlijke assessment van wetenschap heeft het helemaal niets meer te maken.

  33. Omdat Marcel Crok een paar dagen geleden m’n comment verwijderde (want ‘beledigend’), plaats ik m’n nieuwste comment over zijn gebruik van de misleidende Spencer-Christy grafiek ook nog hier. Ik vermoed dat hij het weer als beledigend zal wegwuiven zodat hij er niet op in hoeft te gaan, laat staan dat hij toegeeft dat het inderdaad een misleidende, achterhaalde grafiek is die hij niet had mogen gebruiken.

    —–

    Volgens mij is er weinig mis met die grafiek van Spencer/Christy.

    Het is een prima grafiek als het je doel is om mensen te misleiden. Je weet zelf ook best wel dat Christy en Spencer (gezien hun reputatie) elk mogelijk foefje hebben toegepast om de discrepantie tussen modellen en observaties zo groot mogelijk te laten lijken. Maar zelfs als je dat niet zou weten, kun je daar snel genoeg achter komen, aangezien ik gisteren nog links heb geplaatst naar NL en EN blogs van Jos Hagelaars (en ik weet dat je die gelezen hebt) en op de HotWhopper blog (deze animatie laat in één oogopslag de verschillen tussen grafiek mét en grafiek zonder misleidende foefjes zien).

    Even een greep uit de citaten over de toegepaste foefjes:

    – They shift the modelled temperature anomaly upwards to increase the discrepancy with observations by around 50%.
    – Using a four year baseline from 1979-83 shifts UAH down lower compared to the surface record.
    – Why did John Christy use a four year baseline period instead of a 30 year baseline as is usual?
    – One other trick played in the Spencer/Christy graph is to start all of the models from the same point. That’s not what is done in practice – they are run-up over a period of time and and have a distribution along the entire period.
    – The baseline Christy used 1979-1983 is a 5 year period, it includes 79,80,81,82 and 83. It’s basically the first point on his running 5 year mean. Of course that ISNT the 5 year average centered on 1983. It’s the average centered on 81. So Christy’s graph is shifted 2 years to the right.
    – Wat Bart hierboven zegt met betrekking tot mogelijke oorzaken van de discrepantie en hoe kortetermijnsinvloeden de langetermijnsforcering tijdelijk kunnen compenseren (ENSO, zonne-activiteit, PDO/AMO, aerosolen van vulkanen en industrie, gebrek aan accurate observaties van versnelde opwarming in Noordpoolgebied.)

    Je hoeft dit niet aan Spencer en Christy voor te leggen, want die zijn niet geïnteresseerd. Het enige wat hen interesseert, is dat hun misleidende grafiek door zoveel mogelijk niets bevroedende mensen wordt gezien.

    Tot slot is het geen oktober 2013 meer. We zijn ondertussen twee jaar verder, en in die twee jaar is de globale gemiddelde temperatuur waanzinnig toegenomen (Roy Spencer weigert bijvoorbeeld mensen te informeren over het feit dat oktober 2015 de warmste oktober in the UAH dataset is). In deze blog post staan actuelere vergelijkingen, en dat weet je, want je reageert erop: Een warm 2015 en modelvergelijkingen/prognoses. En aangezien de opwarming nog een tijdje door zal zetten en groter zal worden, ziet de grafiek er over een paar maanden nog eens anders uit.

    De grafiek is dus dubbel misleidend, ten eerste vanwege de foefjes, ten tweede vanwege het gebrek aan actualiteit. Je weet dit allemaal heus wel, maar toch heb je besloten om deze misleidende grafiek (naast alle andere misleidende grafieken en teksten in je Gish Gallop) aan de toehoorders van het NNV symposium te tonen. Ik kan niet anders concluderen dan dat je bewust gekozen hebt om mensen een verkeerde voorstelling van zaken voor te spiegelen. Dat is een zeer, zeer kwalijke zaak.

    Maar dit is allemaal water naar de zee dragen, want je vertaalt al jaren alle Amerikaanse en Britse vrijemarktfundamentalistische PR kritiekloos naar het Nederlands, en je zult er ongetwijfeld nog jaren mee doorgaan.

  34. Marcel vroeg mij: “Vertel gewoon wat jouw favoriete hypothese op dit moment is om bovenstaande waarnemingen en constateringen te gebruiken en laat de lezers verder oordelen.”

    Wat betreft model-observatie vergelijkingen sluit ik me aan bij wat Jos hierover schreef (en waarin mijn inbreng ook is verwerkt):
    https://klimaatverandering.wordpress.com/2015/07/18/een-warm-2015-en-modelvergelijkingenprognoses/

    Ik doe niet aan een favoriete hypothese waar ik me dan aan zou gaan hechten om het daarna nooit meer los te kunnen laten. Er zijn verschillende mogelijke deel-verklaringen voor de discrepantie, die jij overigens stelselmatig overdrijft: natuurlijke variatie door met name ENSO, het verschil in daadwerkelijke en geprojecteerde klimaatforcering (zie de link hierboven). 2015 zit nota bene bijna in het midden vd modelprojecties als je rekening houdt met het recente verloop vd klimaatforcering.

    Maar het midden vd modelprojecties is natuurlijk niet heilig: het werkelijke verloop vd temp zou voor meer dan 95% vd gevallen binnen de envelop vd modelprojecties moeten lopen en dat is het geval (zeker als je rekening houdt met bovenstaande, wat de vergelijking meer appels-to-appels maakt). De verwachting is niet dat het werkelijk verloop het best overeen komt met het ensemble gemiddelde (daar is nl alle natuurlijke variabiliteit uitgemiddeld, dus het is in feite een zeer onaannemelijk verloop vd werkelijke temperatuur).

    Daarnaast is het inderdaad mogelijk dat de TCR lager is dan door de modellen wordt voorspeld. Wat betreft klimaatgevoeligheid zijn er veel aanwijzingen die er op duiden dat de kans klein is dat die lager is dan 2 of groter dan 4. Die aanwijzingen kun je natuurlijk overboord gooien om je favoriete hypothese overeind te houden, maar dat is niet de weg van de wetenschap.

  35. Pingback: Modellen vs waarnemingen: trends « De staat van het klimaat

  36. Roy Spencer legt zijn grafiek uit op zijn website:
    http://www.drroyspencer.com/2015/11/models-vs-observations-plotting-a-conspiracy/
    Daar staat het volgende te lezen:
    “..these issues do not affect the trends, and trends are probably the single most important statistical metric to test the models against observations.”
    In de grafiek staat echter alleen het woord “trends”, maar dat is dan ook echt alles. Als je trends wilt vergelijken, laat je alle trends met hun onzekerheden zien en dat zit zeker niet in die Spencer-grafiek. Zijn grafiek is overduidelijk een propaganda stukje waarin het verschil tussen de observaties en de modellen wordt aangedikt.
    Overigens staat er alleen een link naar het verhaal over de Spencer-grafiek in het blogstuk van Hans, de andere punten zijn m.i. meer van belang.

    De volgende grafiek voldoet aan dezelfde criteria als de Spencer-grafiek (middelen en shiften maakt niets uit), alleen heb ik een iets andere cherry-pick genomen dan hij.

    Er is niemand die betwist dat de trend van de observaties over de laatste circa 30 jaar of zo lager is dan de trend van veel CMIP5 modelruns. Een logisch gevolg van het feit dat de observaties na circa 2000 onder het modelgemiddelde bivakkeren. De observaties vallen echter gewoon binnen de modelrange en daarbij is het inmiddels óók nog eens duidelijk geworden dat de CMIP5 forceringen na 2000 hoger zijn ingeschat dan ze in werkelijkheid zijn geweest.
    Zo’n lagere trend kan dus gewoon optreden binnen de CMIP5 modelrange en uiteindelijk kan de temperatuur in 2100 dan ergens tussen de 2.6 tot 4.8 °C opwarming eindigen als we niets aan de CO2-emissies doen. Verregaande conclusies over modellen en de klimaatgevoeligheid trekken op basis van data die 10-15 jaar aan data die onder het modelgemiddelde liggen is m.i. onzin.

    Het e.e.a. wordt mooi weergegeven in deze animatie van Ed Hawkins. Twee simulaties, waarbij eentje een duidelijk lagere trend heeft sinds 1998 (net als de observaties) dan de andere. Kijk je met de lange termijn bril, verdwijnt het onderscheid tussen de twee simulaties.

  37. Misschien ook relevant, op Realclimate heeft Gavin Schmidt nog eens even snel uitgelegd wat er allemaal mis is met de grafiek van Spencer & Christy:
    http://www.realclimate.org/index.php/archives/2015/11/unforced-variations-nov-2015/comment-page-1/#comment-637537
    “The use of single year (1979) or four year (1979-1983) baselines is wrong and misleading. The use of the ensemble means as the sole comparison to the satellite data is wrong and misleading. The absence of a proper acknowledgement of the structural uncertainty in the satellite data is wrong and misleading. The absence of NOAA STAR or the Po-Chedley et al reprocessing of satellite data is… curious. The averaging of the different balloon datasets, again without showing the structural uncertainty is wrong and misleading. The refusal to acknowledge that the model simulations are affected by the (partially overestimated) forcing in CMIP5 as well as model responses is a telling omission. The pretence that they are just interested in trends when they don’t show the actual trend histogram and the uncertainties is also curious, don’t you think? Just a few of the reasons that their figures never seem to make their way into an actual peer-reviewed publication perhaps…”

  38. Eric Ferguson

    Allemaal prachtige betogen (mijn complimenten voor de grondigheid en de kwaliteit), maar waartoe dient onze aanpak?

    Voor wie genoeg wetenschappelijk is onderlegd om deze betogen te begrijpen is de hele discussie overbodig. Die weet allang dat Crok’s beweringen geen serieuze aandacht verdienen (en zal zelden al die betogen uitlezen).

    Wie niet voldoende wetenschappelijke voorkennis heeft kan de betogen niet volgen, en raakt niet overtuigd. Misschien zelfs het omgekeerde: de uitvoerige betogen kunnen bij hem de indruk wekken dat het heel moeilijk is om het bewijs te leveren; dat je dus beter kunt blijven twijfelen.

    Maar de hele discussie is overbodig. Hoe grondig de komende opwarming is bewezen is van geen enkel belang voor ons beleid.

    – Als we een kans per 1000 jaar hebben dat een dijk overloopt, verhogen we hem tot de kans 1 per 10 000 jaar is.

    – De meeste mensen ondervinden in hun leven geen brand of inbraak; maar bijna iedereen neemt een verzekering.

    – zodra er dikke mist of ijzel is, rijdt bijna iedereen voorzichtig.

    Dat is het normale menselijke gedrag. Tegen elke mogelijke ramp nemen we voorzorgsmaaregelen, TENZIJ we weten dat de kans op die ramp verwaarloosbaar is.

    Onze vraag aan de heer Crok moet dus luiden: “Geachte heer Crok, kunt bewijzen dat de kans dat onze CO2 uitstoot het klimaat verandert verwaarloosbaar is?”

    Zo hij dat niet kan, is afzien van CO2 uitstoot de enige verantwoorde weg.

    Het woord is aan de heer Crok.

  39. Hans Custers

    Eric,

    Ik ben het grotendeels met je eens. Toch denk ik dat het verdraaien van en selectief winkelen in de wetenschap van mensen als Crok niet onbeantwoord kan blijven. Bijvoorbeeld om informatie aan te reiken aan mensen die wel echt in de wetenschap zijn geïnteresseerd. Of omdat we op deze manier laten zien dat Crok bij het afdraaien van zijn vaste repertoire overbekende tegenargumenten glashard blijft negeren.

  40. Klimaatsceptici, klimaatadepten, het zal allemaal wel. Een ding is zeker, klimaat(beheersing) en alles dat daarmee samenhangt is big business. Maar niemand, in beide kampen, is tot nu toe met bewijs gekomen.

    Dat het klimaat lijkt te veranderen is niet tegen te spreken. Let wel lijkt. In de cycli van klimaatveranderingen die de aarde kent is honderd jaar wel betrekkelijk kort om conclusies te trekken. Even zo goed is het een oprisping die ook weer rechtgetrokken word.

    En co2? Het is niet eens zeker dat de aarde opwarmt door de toename van o.a. co2 in de atmosfeer. Het kan ook zijn dat er meer broeikasgassen in de atmosfeer komen juist omdat het klimaat verandert.

    En wat ik ook verontrusten vind, is de zogenaamde groene technologie. Deels omdat het veelal om binnen te halen subsidies lijkt te draaien. Anderzijds is het ook vreemd dat er weinig of geen informatie is te vinden over het groene rendement met betrekking tot (het voorkomen van) vervuiling.

    Zo is informatie over vervuiling die windmolens veroorzaken niet of nauwelijks te vinden? Vervuiling door windmolens? Ja, zeker en dan heb ik het niet over (subjectieve) horizonvervuiling.

    Ook windmolens moeten (zeer waarschijnlijk) gefabriceerd worden. Geavanceerde technieken zijn vaak zeer vervuilend, voor mens en milieu, met name in de armere landen. Dus hoe zit het met het winnen van de grondstoffen tot en met de fabricage? Hoeveel vervuiling levert een windmolen concreet op? Hoe schoon is windenergie (en andere ‘alternatieve’ energie) nog als je alle vervuilende factoren er bij betrekt?

    Met andere woorden, een schoon milieu mag wat mij betreft wat kosten. Het afvangen van co2 steun ik graag als dat het milieu ten goede komt. Maar vergeet niet dat er in de natuur zoveel co2 voor komt dat het afvangen er van slechts een druppel op een gloeiende plaat is.

    En misschien heb ik iets gemist. Maar een van de eerste dingen die zouden moeten plaatsvinden om de aarde leefbaar te houden is een reductie van de bevolkingsaanwas. Hoewel een reductie van de totale wereldbevolking nog beter zou zijn. Met meer dan 7.000.000.000 bewoners zit de aarde toch wel aan het maximum.

    Al die monden moeten niet alleen gevoed worden. Of we moeten accepteren dat een klein deel over alle rijkdommen en comfort beschikt, terwijl het overgrote deel niet eens de beschikking over basale middelen als sanitair, schoon drinkwater, voedsel en behuizing heeft. Overigens blijft voedsel sowieso de bottleneck. Met de primitieve manier waarop in grote delen van de wereld voedsel verbouwd wordt is het vrijwel niet mogelijk in deze behoefte te voorzien.

    Tot slot is het ook zo dat ieder organisme invloed uitoefent op zijn eigen milieu, vaak met als gevolg dat de leefomstandigheden wijzigen, waardoor het organisme plaats moet maken voor een ander organisme dat beter om kan gaan met de veranderde omstandigheden. Sluit dus niet uit dat de mens z’n langste tijd heeft gehad.

  41. @PietUitHellevoet

    Meer broeikasgassen in de atmosfeer betekent dat het warmer zal worden, dat is gewoon natuurkunde. Ook de meeste zogenaamde klimaatsceptici, zoals de hier genoemde Marcel Crok, betwisten dat niet. CO2 is zo’n broeikasgas. Dat het klimaat verandert , opwarmt dit keer, is naast de toename van de temperatuur ook zichtbaar in bijv. de zeespiegelstijging, het smelten van de grote ijskappen en de gletsjers op het land.

    De toename van al dat CO2 in de atmosfeer sinds de industriële revolutie is door de mens veroorzaakt. Als je fossiele brandstoffen verbrandt, is het afvalproduct namelijk o.a. CO2 en dat moet ergens blijven. Daarnaast zien we dat tegelijk met de toename van CO2 de hoeveelheid zuurstof in de atmosfeer daalt, typisch een gevolg van verbranding. Dan zijn er nog meer complexere bewijzen zoals de isotoop-verhoudingen van de koolstofmoleculen van CO2.

    Daarom zijn het dit keer wij mensen die aan de verwarmingsknop van ons klimaat zitten te draaien. Zie de figuur onder “Attributie en klimaatgevoeligheid”, die geeft de kansverdeling weer hoeveel van de opwarming sinds 1950 aan de mens is toe te wijzen, iets meer dan 100%. Dat is niet raar, want tegelijk met de broeikasgassen hebben we ook allerlei deeltjes in de atmosfeer gebracht die voor afkoeling zorgen. Dat zijn de zogenaamde aerosolen (denk bijv. ook aan de luchtverontreining).

    Grasduin een keertje door de diverse links die je in dit blogstuk kunt vinden, je kunt er allerlei informatie vinden over klimaatverandering en het broeikaseffect. Algemene vragen stellen of opmerkingen plaatsen kan ook bij de laatste open discussie:
    https://klimaatverandering.wordpress.com/2015/11/26/open-discussie-winter-2015-2016/

    In plaats van de mensheid gewoon maar op te geven, zoals je in je laatste alinea enigszins doet, zouden we met zijn allen ook gewoon kunnen proberen om iets aan al die broeikasgasemissies te doen. En daarbij de andere problemen die je aanstipt niet vergeten zoals vervuiling of voedselgebrek in delen van de wereld.

  42. Je laatste drie alinea’s snijden wel hout, Piet. Maar voor al het overige moet je nog even wat meer nadenken en research doen. Het zijn achterhaalde argumenten, afgezien van je vragen over windmolens waar best over te discussiëren valt.

  43. Beste Piet uut Hellevoet,

    En misschien heb ik iets gemist.

    Ja, dat kan je wel zeggen.

    En co2? Het is niet eens zeker dat de aarde opwarmt door de toename van o.a. co2 in de atmosfeer.

    Dat is wel degelijk zeker, voor zover er ooit iets ‘zeker’ is in de wetenschap. Lees bijvoorbeeld verder over de directe metingen hier: Toename van CO2 versterkt het broeikaseffect.

    Ook windmolens moeten (zeer waarschijnlijk) gefabriceerd worden.

    Daar is allang rekening mee gehouden. Zie deze grafiek met de verzamelde uitkomst van 296 studies naar de totale CO2-uitstoot per opgewekte kWh over de gehele levenscyclus, dus inclusief fabricage, onderhoud en recycling van de installaties:

    De energie die opgaat aan de fabricage & installatie van een windturbine is binnen hooguit 6 maanden terugverdiend door diezelfde windturbine. Het blogstuk en de discussie daarover kan je hier lezen: Windenergie zorgt wel degelijk voor vermindering CO2 uitstoot.

    Het kan ook zijn dat er meer broeikasgassen in de atmosfeer komen juist omdat het klimaat verandert.

    Nee, het blijkt uit vele onafhankelijke bewijslijnen dat het (extra) CO2 in de dampkring afkomstig is van de verbranding van fossiel koolstof. Het blijkt uit de isotopensamenstelling, uit de gelijktijdige daling van het zuurstof-gehalte in de dampkring en uit de gelijktijdige toename van opgelost CO2 in de oceanen en de daling van de pH van het zeewater.

    Last-but-not least verdwijnt het — volgens de accountants van BP wereldwijd verbrandde — steenkool, olie en gas natuurlijk niet zomaar spoorloos in het niets. Zie het tabblad ‘Carbon Dioxide Emissions’ van de BP Statistical Review of World Energy 2015:

    http://www.bp.com/en/global/corporate/energy-economics/statistical-review-of-world-energy.html

    Aangezien o.a. BP belastingen en importheffingen betaalt over deze megatonnen aan steenkool, olie en gas weten zij verhipte goed hoeveel er verbrand wordt tot koolzuurgas.

  44. Eric Ferguson

    Nogmaals, iedereen die inhoudelijk antwoordt op de argumenten van de heer Crok (en andere klimaat-sceptici) heeft zich bij voorbaat laten vangen in de “framing” dat wat de heer Crok beweert belangrijk is. Helaas voor de heer Crok, maar zijn stellingen zijn voor onze (politieke) besluitvorming totaal irrelevant. Hij heeft ongelijk, maar ook als hij gelijk had zou het geen enkel verschil maken voor ons beleid.

    Een klimaat-opwarming vanaf 2 graden veroorzaakt grote schade, en is voor sommige werelddelen rampzalig. De wetenschap geeft aan dat de kans daarop inmiddels zeer groot is. Precies hoe groot doet er niet toe; het blijft verstandig forse maatregelen te nemen die die opwarming verminderen. Dat geeft ons veel betere toekomstkansen en is veel goedkoper dan de gevolgen van een klimaatramp.

    Wij zouden alleen van die voorzorgsmaatregelen kunnen afzien als iemand bewijst dat de kans op een klimaatramp verwaarloosbaar is. Maar dat beweert niemand, ook niet de heer Crok.

    Laten we onze hoofd-boodschap steeds blijven herhalen: wat de “klimaat-sceptici” beweren is geheel irrelevant voor het beleid, en dus oninteressant.

  45. Tjalling de Vries

    Jos Hagelaars zegt hierboven:
    “Zie de figuur onder “Attributie en klimaatgevoeligheid”, die geeft de kansverdeling weer hoeveel van de opwarming sinds 1950 aan de mens is toe te wijzen, iets meer dan 100%. Dat is niet raar, want tegelijk met de broeikasgassen hebben we ook allerlei deeltjes in de atmosfeer gebracht die voor afkoeling zorgen. Dat zijn de zogenaamde aerosolen (denk bijv. ook aan de luchtverontreining).”

    Mijn vraag (die vast al eerder gesteld is):

    Is het niet veel handiger, effectiever, goedkoper, haalbaarder om weer iets dergelijks te doen (eco-engineering heet dat als ik het goed heb) in plaats van het hele energiesysteem met fossiele brandstoffen overhoop te halen?
    M.a.w. zet in op meer aerosolen i.p.v. minder co2.

  46. Beste Tjalling de Vries,

    Je opmerking komt neer op ‘geo-engineering’ en daar is al veel over geschreven zoals het rapport ‘Klimaatengineering’ van het Rathenau Instituut, waar ook Bart Verheggen aan meegeschreven heeft:

    http://www.denederlandsewetenschap.nl/publicaties/publicatie/het-bericht-klimaatengineering-hype-hoop-of-wanhoop.html

    Zie ook: http://www.kennislink.nl/publicaties/knutselen-aan-het-klimaat

    Voor de hand liggende nadelen van ‘meer aërosolen’ zijn:

    1. de aërosolen verblijven slechts heel korte tijd in de atmosfeer (enkele weken in de troposfeer, hooguit enkele jaren als je ze in de stratosfeer zou schieten), terwijl extra broeikasgassen vele duizenden jaren in de dampkring blijven;

    2. je dient de aërosolen dus voortdurend te vernieuwen en bijvoorbeeld jaarlijks miljoenen tonnen SO2 in de stratosfeer te gaan injecteren (wat een enorme ‘lifting capacity’ vereist);

    3. zodra je ermee stopt… houdt het effect van extra aërosolen op. Dan krijg je plotseling – in een zeer korte periode i.p.v. verspreid over honderden jaren – alsnog het volledige versterkte broeikaseffect aan je broek!

    4. extra aërosolen in de troposfeer hebben aanzienlijke gezondheidseffecten, waar nu bijvoorbeeld de industriegebieden in China en ZO-Azië mee te kampen hebben (….). Het bevordert smog zoals dat in de jaren ’50 en ’60 boven steden als Los Angeles kwam te hangen, en die met veel inspanning juist opgeruimd is;

    5. het voor extra aërosolen benodigde SO2 slaat neer in zee, in het oppervlaktewater en op de bodem waar het de verzuring veroorzaakt die nou juist deels is opgeruimd door maatregelen te nemen zoals rookgas-ontzwaveling en katalysatoren;

    6. aërosolen, zeker in de troposfeer, hebben vooral een regionaal en niet persé mondiaal effect. De verspreiding ervan over het aardoppervlak speelt een grote rol en is lastig te controleren (windrichtingen). Het houdt zich niet aan landsgrenzen dus als bijv. India het zou gebruiken om de opwarming daar tijdelijk te dempen, dan beïnvloedt het de oogsten in het naburige Pakistan. Internationale conflicten liggen dan op de loer.

    Het is dus vooral symptoombestrijding met veel nadelen.

  47. Hans Custers

    Eric,

    Zoals gezegd, ik ben het grotendeels met je eens. De maatschappelijke en politieke discussie over klimaatverandering zou moeten gaan over risico’s. Niet over het volledig uitsluiten daarvan, want daarvoor komend de afspraken die afgelopen weekend in Parijs zijn gemaakt een jaar of 40 te laat. Wel over welke risico’s we acceptabel achten. Steeds weer twijfel zaaien over de wetenschap komt neer op het saboteren van die maatschappelijke discussie.

    Maar er is nog iets anders. De zelfverklaarde sceptici verkopen een opinie, gebaseerd op drogredenen en een onzorgvuldige en uiterst onvolledige weergave van de wetenschap, als gelijkwaardig aan de wetenschap zelf. Ofwel, ze doen in de wetenschap breed gedragen opvattingen af als ook maar een mening. Ze verkondigen die opinie niet zomaar ergens vanaf een bankje in het park, maar in dit geval bij een wetenschappelijke vereniging. Dat kan niet onweersproken blijven. Voor mij is dat een haast principiële kwestie die los staat van de risico’s van klimaatverandering.

    Als er geprobeerd wordt om op deze manier het vertrouwen in de wetenschap – welke wetenschap dan ook – te ondermijnen, vind ik het belangrijk om daar tegenin te gaan.

  48. Tjalling de Vries

    Hallo Bob,

    dank voor je reactie.
    Ik begrijp hieruit dat alleen SO2 hiervoor in aanmerking komt?
    En wel jammer dat het geen optie is.

    groet

  49. Beste Tjalling de Vries,

    Er zouden ook stikstofoxiden (NOx) gebruikt kunnen worden om kunstmatige ‘smog’ te creëren, maar de gezondheidseffecten daarvan zijn nog ernstiger dan van sulfaten (SO2) doordat het deels dissocieert tot ozon en het veroorzaakt zure regen.

    Juist vanwege die gezondheidseffecten worden de emissies van NOx streng gecontroleerd:

    Small particles can penetrate deeply into sensitive lung tissue and damage it, causing premature death in extreme cases. Inhalation of such particles may cause or worsen respiratory diseases, such as emphysema or bronchitis, or may also aggravate existing heart disease.[13]

    NOx reacts with volatile organic compounds in the presence of sunlight to form ozone. Ozone can cause adverse effects such as damage to lung tissue and reduction in lung function mostly in susceptible populations (children, elderly, asthmatics). Ozone can be transported by wind currents and cause health impacts far from the original sources. The American Lung Association estimates that nearly 50 percent of United States inhabitants live in counties that are not in ozone compliance.

    Bij injectie in de stratosfeer gelden er dezelfde nadelen en beperkingen als voor SO2. Het zou in de stratosfeer ook neveneffecten kunnen hebben op de ozonlaag, geen idee of dat al ’s systematisch onderzocht is.

    Er is ook wel eens over nagedacht om titaniumdioxide (TiO2) in de stratosfeer te gaan schieten. Dat is nogal reflectief en het zit bijvoorbeeld in zonnebrandcrème… het zou snel op het aardoppervlak terugvallen en is carcinogeen bij inademing. Als nanodeeltjes (dus als het heel fijn verdeeld is), is het gevaarlijk voor het leven in zee en op het land. Lijkt me al met al niet zo’n geweldig plan.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s