Rustig slapen bij “Pro en Contra” over klimaatmaatregelen in de Volkskrant

Mijn dag op zaterdagmorgen begint normaliter met wat geblader door mijn krant, de Volkskrant. Door de klimaattop in Parijs staat er de laatste tijd veel in over het klimaat. De kop op de voorpagina luidde zaterdag bijvoorbeeld: “Zo helpt u de aarde redden”. Niet dat de kans dat onze planeet de komende miljoenen jaren in zijn geheel zal vergaan erg groot is, maar het was een aardig verhaal over wat je zelf kunt bijdragen om je CO2-uitstoot te verminderen en waarom we dat vaak nalaten. In de wetenschapsbijlage “Sir Edmund” stond een interessant stuk over het smeltende ijs in de Alpen. Tja, dan de opiniepagina’s. Daarin stond een Pro & Contra meningen-stuk met als titel “Maatregelen klimaattop – Kunnen we rustig slapen?”.

Twee journalisten komen aan het woord: Martijn van Calmthout, wetenschapsredacteur bij de VK, vertegenwoordigt de “Contra-mening”. Dat is een mooi verhaal over cynisme betreffende de zoveelste klimaattop, zorgen over de toekomstige klimaatveranderingen die we zelf veroorzaken, dat we aan de slag moeten en met de slotzin: “En gaan slapen biedt nachtrust, geen soelaas”. Voor de onvermijdelijke journalistieke balans moest er voor de “Pro-mening” natuurlijk een ‘scepticus’ worden uitgenodigd en daarvoor kom je in Nederland tegenwoordig in 9 van de 10 gevallen bij Marcel Crok terecht. Op zich goed om twee journalisten tegenover elkaar te zetten, al is het nog altijd een scheve vertoning natuurlijk, zeker omdat Crok het nauwelijks over de maatschappelijke aspecten heeft maar vooral de wetenschap bekritiseert. Zijn stuk was – zoals zo vaak – een lange aanval op de bevindingen van de klimaatwetenschap en volgens hem kunnen we rustig gaan slapen, er is, zoals Colijn al ooit zei, voorshands geen enkele reden om werkelijk ongerust te zijn.

De lezer zou er beter aan doen om wat sceptisch te worden bij de boodschap van het “Pro-mening” stuk van Crok. Ik miste bij dat stuk een kader waarin de uitspraken van de opiniegever wetenschappelijk geduid worden, voor de minder ingevoerde lezer toch handig om de meningen in het juiste wetenschappelijke perspectief te kunnen plaatsen. Daarom doen wij hier maar weer een poging, zoals al zo vaak: bijvoorbeeld hier, hier, hier, hier, hier of hier en de serie “De sceptische top 10 of: waarom klimaatsceptici ongeloofwaardig zijn”. Een kritiek op het boek van Marcel Crok, “De staat van het klimaat”, kun je op het Klimaatportaal vinden.

De klimaatmodellen

De zogenaamde klimaatsceptici doen meestal net alsof alle bewijs aangaande de menselijke invloed betreffende de opwarming van de aarde gebaseerd is op klimaatmodellen. Niets is minder waar. Uit alle IPCC rapporten, geschreven door honderden klimaatwetenschappers, is het duidelijk dat men dat baseert op onder meer de volgende zaken:

  • De natuurkunde van broeikasgassen en de energie balans van de aarde.
  • Grote hoeveelheden observaties zoals metingen aan het versterkte broeikaseffect.
  • Klimaatveranderingen in het verleden en de studie naar hun oorzaken.
  • Regressie analyse van de oppervlaktetemperatuurmetingen (een wiskundige analyse techniek, zie hfd. 10 IPCC AR5).
  • Diverse menselijke vingerafdrukken in de huidige klimaatverandering (meer info daarover: hier)
  • De klimaatmodellen gebaseerd op de natuurkundige kennis van het klimaatsysteem.

Het bewijs voor de menselijke invloed op het klimaat op basis van alléén de klimaatmodellen wordt door het IPCC weergegeven zoals in de figuur 1 hieronder. Let wel, de data lopen hier tot en met 2010, door de warme jaren 2014-2015 is het zwarte lijntje weer dicht bij het modelgemiddelde gekomen. Duidelijk is dat men de temperatuurobservaties niet kan reconstrueren zonder de invloed van de mens mee te nemen.

Figuur 1. Linksboven de resultaten van modelberekeningen met alleen de invloed van de natuurlijke veranderingen (bijv. zon, vulkanen) en linksonder met daarbij óók de menselijke invloed (broeikasgassen, luchtverontreiniging). Rechts een weergave van de trend van de temperatuursverandering over 1951-2010 voor de modelresultaten met alleen de natuurlijke veranderingen, de waargenomen trend en de trend uit de modelresultaten waarbij ook de menselijke invloed is meegenomen. Bron: IPCC AR5 FAQ 10.1, Figure 1.

De menselijke invloed op het klimaat bestaat uit meerdere factoren. De broeikasgassen die wij uitstoten werken opwarmend maar andere emissies (stofdeeltjes of aerosolen) werken afkoelend. Zowel de concentratie van de broeikasgassen als van de aerosolen zijn de afgelopen eeuw toegenomen. ‘Klimaatsceptici’ doen voorkomen alsof de modellen de opwarming van de aarde volledig overschatten, dat de wetenschappelijke conclusies uit het IPCC rapport derhalve onjuist zijn en dat er daarom helemaal niets aan de CO2-uitstoot gedaan hoeft te worden. Dat is een veel te simpele voorstelling van zaken en komt neer op een ‘jumping to conclusions’ zonder het totaalplaatje aan wat er bekend is over het klimaatsysteem goed te beschouwen.

Klimaatmodellen kunnen natuurlijke variatie in het klimaat wel simuleren, maar niet de exacte timing ervan voorspellen, omdat die in belangrijke mate door toevalsfactoren wordt bepaald. Tijdelijke pieken en dalen in de temperatuur, bijvoorbeeld door El Niño’s (opwarmend) en La Niña’s (afkoelend), zijn daarom niet terug te vinden in de plaatjes waarin de resultaten van de klimaatmodellen getoond worden zoals in de grafieken van figuur 1. Daarin zie je bijvoorbeeld een wat te hoge temperatuur rond 1910, een te lage bij 1940 of een te hoge bij het laatste decennium. De klimaatmodellen zijn bedoeld om de effecten van de verandering van diverse factoren zoals de hoeveelheid broeikasgassen, luchtverontreiniging of zonneactiviteit op ons klimaat te kunnen bestuderen. Ze kunnen dus een idee geven van een eventuele verandering van de temperatuur op aarde in de toekomst als de omstandigheden wijzigen. Het IPCC rapport laat dat zien aan de hand van diverse emissie scenario’s. Het RCP8.5 scenario is zo’n scenario waarbij onze CO2-emissies in de toekomst zullen blijven stijgen zoals nu het geval is. Klimaatmodellen zijn geen glazen bollen die de toekomst exact voorspellen, ze hebben zeker hun beperkingen en onzekerheden. Maar daar zijn klimaatwetenschappers uitstekend van op de hoogte en ze houden er dan ook rekening mee. De suggestie dat wetenschappers klakkeloos modelresultaten overnemen is een karikatuur van de klimaatwetenschap.

Figuur 2 hieronder is een grafiek met daarin de gemiddelde oppervlaktetemperatuur op aarde (de observaties – zwarte lijnen) en de temperatuur zoals die volgt uit veel verschillende klimaatmodelberekeningen. De grijze band zijn de modelresultaten op basis van de diverse factoren, bijv. de broeikasgasconcentraties en vulkaanuitbarstingen, zoals ze bekend zijn uit metingen. Na 2005 zijn alle resultaten gebaseerd op de verschillende emissiescenario’s en die worden in de grafiek met een verschillende kleur weergegeven. De gemiddelde oppervlaktetemperatuur op basis van metingen zwabbert binnen de range van de klimaatmodellen, soms erboven en zoals bij het decennium na 2000, eronder. De records van de jaren 2104 en 2015 brengen de observaties weer dicht bij de modelgemiddelden. Het feit dat na circa 2000 de modellen wat meer opwarming geven (de zogenaamde ‘pauze’) dan in de werkelijkheid is opgetreden, is een reden voor de ‘klimaatsceptici’ om de invloed van CO2 te bagatelliseren en te verkondigen dat we vooral geen klimaatmaatregelen moeten nemen. Opnieuw: ‘jumping to conclusions’.

Figuur 2. Een vergelijking van de gemiddelde oppervlaktetemperatuur zoals die volgt uit metingen t/m 2015 (de observaties – zwart) met de temperatuurresultaten van diverse klimaatmodelruns. De dunne lijntjes zijn de verschillende modelberekeningen voor diverse scenario’s, de dikkere lijnen het gemiddelde daarvan. De grijze band tot 2005 is de historische simulatie daarna is alles een projectie. Bron: GISTEMP, NCEI, HadCRUT4 en KNMI Climate Explorer.

De wetenschap daarentegen doet wat ze altijd doet. Ze gaat op zoek naar het waarom. Dat kan natuurlijk een systematische overschatting in de klimaatmodellen zijn, niets sluit men uit. Enkele voorbeelden van die speurtocht zijn hier, hier, hier, hier of hier te vinden. Inmiddels is bekend dat de diverse factoren die het klimaat beïnvloeden zich niet aan de scenario’s hebben gehouden. Zo zijn er meer vulkaanuitbarstingen geweest na 2000 dan verwacht en is de zon minder actief geweest dan men in de diverse scenario’s had aangenomen. De dikkere gekleurde lijntjes in de grafiek van figuur 2 liggen dus allemaal een beetje te hoog voor het afgelopen decennium. Inmiddels is het ook duidelijk dat de temperatuur op aarde gewoon doorstijgt, 2015 wordt het warmste jaar sinds het begin van de metingen. Naast de in werkelijkheid minder sterke klimaatforcering na 2000 speelt ook mee dat na de sterke El Niño van 1997/1998 we relatief vaak in een (koude) La Niña staat verkeerden. Daar lijkt nu een einde aangekomen, want we zitten nu weer middenin een sterke El Niño, die de oppervlaktetemperatuur weer een extra duwtje omhoog geeft.
De klimaatwetenschap heeft inmiddels ook vastgesteld dat er vaker decennia kunnen voorkomen waarbij de opwarming aan het oppervlak lijkt te vertragen, echter dan neemt tegelijkertijd de opname van warmte door de oceanen meer toe dan gemiddeld. Dit zal ook in de toekomst gebeuren, de stijging van de temperatuur volgt zeker niet keurig het gemiddelde van de klimaatmodellen.

Crok schrijft dat de klimaatmodellen de opwarming van de oceanen met een factor 2 overschatten. Dat is onjuist. De opwarming van de oceanen wordt uitgedrukt met het begrip warmte-inhoud. Meer dan 90% van alle energie die het aardse klimaatsysteem opneemt als gevolg van de versterking van het broeikaseffect dat wij mensen veroorzaken, wordt opgeslagen in de oceanen. De warmte-inhoud van de oceanen is al een lange tijd aan het stijgen en dat geldt óók voor de jaren na de eeuwwisseling waarin de opwarming aan het oppervlak wat minder snel ging. Sterker nog, er zijn zelfs studies die wijzen op een versnelling van die toename. De grafiek in figuur 3, gemaakt door het Amerikaanse instituut NOAA, brengt de toename van de warmte-inhoud van de oceanen goed in beeld. Hieruit blijkt dat er geen sprake is van een ‘pauze’ in de opwarming van de oceanen en dus van het hele klimaatsysteem, aangezien de oceanen vrijwel alle energie opnemen.

Figuur 3. De warmte-inhoud van de oceanen tot een diepte van 2000 meter. Bron: NOAA – NCEI.
Het koolstofbudget

Het koolstofbudget betreft de totale hoeveelheid CO2 die we maximaal uit kunnen stoten om een redelijke kans (50% of 66%) te maken om beneden een bepaalde opwarming te blijven. Dit koolstofbudget wordt uitgedrukt in gigaton en 1 gigaton is 1 miljard ton. Vaak rekent men de uitstoot terug naar de hoeveelheid koolstof, de C in CO2, dat is simpelweg delen door 3,67. Ter indicatie: in 2014 bedroeg onze CO2 uitstoot circa 36 gigaton, dat is dus bijna 10 gigaton koolstof.
Het IPCC gaf in hun laatste rapport aan dat we een kans hebben van meer dan 66% om de uiteindelijke opwarming te beperken tot 2 °C t.o.v. het pre-industriële tijdperk (ongeveer 1850) als we onze totale CO2-equivalent emissies, dus samen met die uit het verleden en met inbegrip van de overige broeikasgassen, beperken tot ongeveer 3670 gigaton (1000 gigaton koolstof).Dit heeft het IPCC gevisualiseerd door middel van de grafiek in figuur 4.

Figuur 4. De toename van de oppervlaktetemperatuur als functie van de cumulatieve totale CO2-emissies. De dikke lijnen zijn modelgemiddelden van klimaat-koolstofcyclus modellen voor elk RCP scenario, waarbij de gekleurde band de multi-model range weergeeft. Het multi-model gemiddelde van CMIP5 modellen voor een stijging van de CO2-concentratie met 1% per jaar (dat geeft een verdubbeling in 70 jaar) is weergegeven met de dunne grijze lijn en de grijze band. De opwarming bij de RCP scenario’s ligt hoger omdat hierin ook niet-CO2–forceringen zijn meegenomen. De jaartallen betreffen het decennium dat er aan voorafgaat, dus 2050 is het gemiddelde van 2040-2049. Bron: IPCC AR5 Figure SPM.10.

Bij een toename van het CO2-gehalte in de atmosfeer zal de temperatuur toenemen, maar dat gaat steeds langzamer. We hebben daarvoor steeds meer CO2 nodig, we krijgen als het ware steeds minder temperatuurstijging voor al onze opstookmoeite. Aan de andere kant blijft er naarmate het warmer wordt steeds meer van het door de mens uitgestoten CO2 achter in de atmosfeer. Nu wordt bijvoorbeeld ongeveer 50% van alle CO2 opgenomen door de oceanen en het land, ongeveer in een gelijke verdeling. De opname door het land houdt in dat een deel van het geëmitteerde koolstof wordt opgenomen in de vorm van biomassa, waarschijnlijk vooral door sterkere groei van bos in Noordelijke breedtegraden. Maar dergelijke extra plantengroei kan natuurlijk niet eeuwig doorgaan. De CO2-opnamecapaciteit van de oceaan neemt ook af: enerzijds zorgt de toenemende temperatuur voor een afnemende oplosbaarheid van CO2, anderzijds neemt de buffercapaciteit van de oceanen af door de stijgende CO2-concentratie. Er zijn maar weinig zaken zeker in de klimaatwetenschap, maar deze afnemende opnamecapaciteit van de oceanen is volgens IPCC “certain” (AR4). De afname in de opname van CO2 door het land en de oceanen compenseert het effect dat we per ton CO2 steeds minder opwarming krijgen, het resultaat is dat de relatie tussen de temperatuur die we uiteindelijk zullen krijgen ongeveer recht evenredig is met de cumulatieve uitstoot van CO2 (oftewel, de totale hoeveelheid uitgestoten CO2 vanaf de industriële revolutie).

Crok doet voorkomen dat we volgens het IPCC nu een opwarming moeten krijgen van 1 graad in de komende 25 jaar en volgens hem kan iedereen zien dat dat niet klopt. Als bewijs voor zijn stelling wordt de snelheid van de opwarming vanaf 1950 aangevoerd die nu ongeveer 1 °C per eeuw zou bedragen. Dat is appels met peren vergelijken: de opwarmingssnelheid vanaf 1950 is namelijk een stuk lager dan de huidige opwarmingssnelheid die over de laatste 30 jaar circa 1,7 °C per eeuw bedraagt. Sinds de jaren 1970 is er duidelijk een trendbreuk waar te nemen in de opwarming en dit komt doordat sindsdien de klimaatforcering sterk is opgelopen. Ook op twitter geven er sommigen blijk van dit niet te (willen?) snappen. In de grafiek in figuur 5 geeft de rode lijn de trend over 1950-2015 aan, de groene lijn de trend over 1975-2015 en beide zijn doorgetrokken tot 2040. Het verschil met de observaties en de rode lijn is sterk aan het oplopen en de groene lijn is in ieder geval veel beter bruikbaar om iets te kunnen zeggen over het komende decennium dan de rode lijn.

Figuur 5: Een vergelijking van drie oppervlaktetemperatuur datasets. De groene lijn is de trend over 1975-2015 en de rode lijn de trend over 1950-2015, beide doorgetrokken tot 2040. Bron: GISTEMP, NCEI en HadCRUT4.

De grafiek uit figuur 4 is ook helemaal niet bedoeld als precieze voorspelling van de temperatuur over 25 jaar, maar geeft een indicatie van de temperatuur die we op termijn zullen krijgen als gevolg van een totale uitstoot (IPCC AR5 hfd 12, blz 1108). De grafiek uit figuur 4 valt bij het IPCC onder het hoofdstuk “Lange termijn projecties” en voor een preciezere projectie van de korte termijn opwarming moet men natuurlijk bij het hoofdstuk over “Korte termijn projecties” zijn. Daar geeft het IPCC een inschatting wat ons in de nabije toekomst te wachten staat en dat is een stijging van 0,3 tot 0,7 °C over de periode 2016 tot 2035, hiervoor wordt de 5-95% range van de trends uit de modellen gebruikt en is het startpunt de temperatuur van 2012. De range die het IPCC verwacht voor 2016-2035 is aangegeven door middel van de rode arcering in de grafiek in figuur 6.

Figuur 6. Een grafische weergave van de range van de verwachte temperatuur voor 2016-2035. Hierbij is als startpunt de temperatuur genomen van 2012, die toen onder het modelgemiddelde lag. Bron: IPCC AR5 Figure 11.25b.

Crok schrijft verder over een koolstofbudget van wel 6000 gigaton CO2, dat is dus een totale uitstoot van circa 1650 gigaton aan koolstof dat wij zonder risico op kunnen stoken voordat we die 2 graden grens bereiken. Dit is gebaseerd op berekeningen (tot nu toe alleen beschreven in een blogstuk) met een simpel klimaatmodel waarvan de gevoeligheid van de temperatuur voor een toename van de CO2-concentratie in de atmosfeer aan de ondergrens zit van wat het IPCC aangeeft. Daarnaast neemt men in dat simpele model ook aan dat in de toekomst het land en de oceanen samen een even groot deel van ons geëmitteerde CO2 zullen opnemen als nu het geval is, zo’n 50% dus. Dat is voor de langere termijn zeer onwaarschijnlijk zoals hierboven kort is toegelicht (zie ook Rapauch et al. 2014). Een koolstofbudget van 1650 gigaton betekent dat we vanaf 2011 nog ongeveer 1135 gigaton koolstof kunnen emitteren, tot 2011 hebben we namelijk al circa 515 gigaton geëmitteerd (IPCC AR5 SPM). Daarvan zou dan ongeveer de helft in de atmosfeer achterblijven, een kwart daarvan wordt dan opgenomen door de oceanen en een kwart door het land. Dat is ruwweg 285 gigaton koolstof voor elk deel. In de klimaatwetenschap kijken we niet op van een miljard ton meer of minder. De huidige vegetatie bestaat uit circa 550 gigaton (range 450 – 650 gigaton) koolstof (IPCC AR5 figuur 6.1), die 285 gigaton koolstof zou dan een toename van de vegetatie inhouden van circa 50%. Dat is op zijn zachtst gezegd nogal onwaarschijnlijk, zoals koolstofcyclus- specialist Guido van der Werf hier eerder schreef: “Bomen groeien niet tot in de hemel”.

Wat Crok vergeet te vermelden bij dat enorme koolstofbudget van 6000 gigaton koolstof is de ongekende oceaanverzuring die dit gaat opleveren. De oceaanverzuring staat los van de klimaatverandering maar is puur een gevolg van de chemische interactie tussen de toename van het CO2 in de atmosfeer en het oceaanwater. De grafiek in figuur 7 geeft aan wat het IPCC verwacht voor de zuurgraad (pH) van de oceanen voor de emissie-scenario’s tot 2100. De snelheid waarmee dat zal gebeuren is ongekend in de afgelopen 300 miljoen jaar en heeft waarschijnlijk grote gevolgen voor het leven in de oceanen. Op zichzelf al reden genoeg om iets aan onze CO2-uitstoot te doen.

Figuur 7. De verwachte verandering van de zuurgraad (pH) van de oceanen van 2005 tot 2100 voor verschillende emissiescenario’s en de historische verandering van 1850 tot 2005. Bron: IPCC AR5 figure SMP.7c.

De maatschappelijke discussie over klimaatverandering zou vooral over ethische risico-afwegingen moeten gaan en niet zo zeer over klimaatwetenschap – zeker niet als die wetenschap wordt gebruikt (misbruikt?) om een maatschappelijk punt te maken. Gokken we op de zeer kleine kans dat over 100 jaar alles zo gunstig mogelijk uitvalt voor de mensheid? Of gaan we er toch maar wat aan doen voor het geval al die klimaatwetenschappers geen kletskoek verkopen en het onverhoopt wat minder gunstig tot heel slecht uit zal vallen voor onze nazaten?

25 Reacties op “Rustig slapen bij “Pro en Contra” over klimaatmaatregelen in de Volkskrant

  1. De trend van het gemiddelde van de 3 datasets vanaf 1950, dus t/m 2015, zoals weergegeven in figuur 5 in het blogstuk, bedraagt zo’n 1.3 °C/eeuw. Er zijn wellicht mensen die, analoog aan Karl et al. in Science graag een vergelijking zien met de trend over 1950-1999 die volgens Karl et al. zo’n 1.13 °C/eeuw bedraagt. Behoorlijk vergelijkbaar met het getal dat Crok noemt in de VK. In de grafiek hieronder is deze vergelijking weergegeven.

  2. Jos,

    “De maatschappelijke discussie over klimaatverandering zou vooral over ethische risico-afwegingen moeten gaan en niet zo zeer over klimaatwetenschap…”

    Zo is het maar net. Crok (aan diens werk refereer je met name) liegt de leugen van de querulant. Ik zeg ‘liegt’ want uiteraard weet ook hij dat de opwarming van de oceanen wordt uitgedrukt in termen van warmte-inhoud en dat (ik citeer je blogstuk)

    “Meer dan 90% van alle energie die het aardse klimaatsysteem opneemt als gevolg van de versterking van het broeikaseffect dat wij mensen veroorzaken, wordt opgeslagen in de oceanen. De warmte-inhoud van de oceanen is al een lange tijd aan het stijgen en dat geldt óók voor de jaren na de eeuwwisseling waarin de opwarming aan het oppervlak wat minder snel ging.”

    Crok wéét het maar die wetenschap komt hem niet goed uit, for whatever reason. Persoonlijk vind ik het tijd worden om de gedachtenwisseling met dat soort types te verleggen van de wetenschappelijke bevindingen naar de reden waarom types als hij die bevindingen aanvechten ZONDER OOK MAAR 1 WETENSCHAPPELIJK, LAAT STAAN JOURNALISTIEK ARGUMENT. Sorry voor de hoofdletters die moesten er effe uit : )

    p.s. keigoed blogstuk!

  3. hugo matthijssen

    Hoe lang denk je zo door te kunnen gaan?

  4. Hans Custers

    @Hugo

    De vraag is niet hoe lang we door kunnen gaan, maar hoe lang we door moeten gaan met steeds weer dezelfde antwoorden op steeds weer dezelfde verhalen van Crok en co. Waarschijnlijk eindeloos, want een inhoudelijk antwoord komt er al jaren niet.

  5. Ha Jos,

    Goed stuk! Het is wel materiaal dat natuurlijk al vele keren eerder besproken is op ons blog, maar blijkbaar is het nodig om in herhaling te vervallen.

    Voor het extrapoleren naar ‘the next few decades’ is de temperatuurtrend sinds ca. 1975 relevant.

    Waarom? Omdat de netto stralingsforcering sinds medio jaren ’70 in een vergelijkbaar tempo toeneemt als over ‘the next few decades’. Zie daartoe IPCC AR5 Figuur 8.18.

    Het gaat daar om het zwarte doorgetrokken lijntje (‘Total’) dat de totale netto forcering aangeeft:

  6. Patrick van Schie schreef in de Trouw een opinie stukje over het klimaat.
    http://www.trouw.nl/tr/nl/12684/Patrick-van-Schie/article/detail/4201548/2015/12/07/Klimaatdoelstellingen-als-woekerpolissen.dhtml

    Ik heb het al eerder met jullie gedeeld maar wat mij opvalt is dat de reacties vooral negatief zijn. Zou het kunnen zijn dat de publieke opinie (zelfs op internet) aan het kantelen is? Misschien hoeft Jos zich niet zo in te spannen en kennen we al die grafiekjes onderhand wel.

  7. Marcel Crok schreef in VK:

    Sinds 1950 warmt de aarde op in een tempo van zo’n 0,10 graden per tien jaar.

    De waargenomen trend 1950-1999 is 0.11/decennium; over 1950-2015 is de trend 0.13/decennium. Die naar beneden afgeronde trend vergeleek hij vervolgens met de volgens hem door IPCC verwachte trend voor de nabije toekomst (volgende paar decennia):

    De IPCC-figuur suggereert echter dat er de komende 25 jaar bijna een graad bij komt.

    Zoals in bovenstaand blogstuk beschreven geeft Marcel hier een totaal verkeerd beeld van de door het IPCC verwachte opwarming. Zo vergroot hij de schijn van discrepantie tussen toekomstprojecties en waarnemingen. De door het IPCC verwachte opwarming voor de komende decennia is ongeveer 0.2 graden per decennium.

    Op twitter vergelijkt Maarten Keulemans die verwachte 0.2/decennium met de 0.1/decennium opwarming over 1950-1999.

    Het probleem met die vergelijking is dat de trend over 1950-1999 niet representatief is voor de huidige trend, noch voor wat we de komende decennia verwachten. Dat blijkt duidelijk uit de grafiek van Jos. Oftewel, IPCC verwacht helemaal niet dat de trend over 1950-1999 evengroot zou zijn als de trend voor de nabije toekomst. Marcel en Maarten argumenteren dus tegen een stropop.

    Als je de projectie voor de nabije toekomst wilt vergelijken met de huidige trend moet je de huidige trend inschatten op basis van een bepaalde periode. Hoe kies je die periode? Pluk je gewoon een jaartal uit de lucht? Nee. Je wil enerzijds een tijdsperiode nemen die lang genoeg is zodat de trend robuust is t.o.v. jaarlijkse variaties (i.e. minstens 30 jaar) en anderzijds moet de trend recent genoeg zijn om representatief te zijn voor de huidige trend. In wiskundige termen: Je wilt eigenlijk de richtingscoefficient bepalen van temperatuur versus tijd voor 2015. Die richtingscoeffient geeft de huidige onderliggende opwarmingstrend neer die zinnig is om te vergelijken met de verwachting voor de nabije toekomst. In Jos’ figuur met de verschillende trends zie je dat de trend 1950-1999 geen goede inschatting geeft voor de richtingscoeeficient (onderliggende trend) voor 2015; de trend 1975-2015 geeft daar wel een goede inschatting voor (0.17-0.18 graden/decennium afhankelijk van de dataset).

    Waarom 1975? Omdat er in die periode een trendbreuk in de temperatuur optrad, dus de trend vanaf toen is relatief constant gebleven en is dus representatief voor de huidige trend. Hoe verder terug in de tijd je de trend bepaalt, hoe minder representatief die trend is voor de huidige trend, en dus hoe minder zinvol een dergelijke trend is om te vergelijken met de verwachte trend voor de nabije toekomst. Hoe komt het dat er toen een trendbreuk optrad in de temperatuur? Omdat vanaf toen de netto klimaatforcering snel toenam.

  8. ” Zou het kunnen zijn dat de publieke opinie (zelfs op internet) aan het kantelen is?” – Ja, er schuift wel wat. In NuJij-draadjes wordt klimaatrevisionisme bij meerderheid weggestemd, vaak zonder enig commentaar. Die verhouding was een paar jaar geleden nog anders.

  9. Fijne uitleg Bart. Alleen herken ik met absoluut niet in de suggestie dat ik de 0,1C/dec vanaf 1950 zomaar zou ‘vergelijken’ met de 0,2C/dec die het IPCC verwacht. Tuurlijk niet, het een is een prognose, het andere een (misschien verouderde) waarneming. Wat dat betreft leg je me iets in de mond wat ik niet heb gezegd en niet vind – een ‘stropop’, heet dat geloof ik in het jargon van deze site.

    De centrale kwestie is: is 0,2C ‘for the coming decades’ (IPCC) niet wat veel van het goede als we sinds 1950 op 0,1C zitten? Je kunt twisten over hoe je de tijdreeksen definieert – een discussie waar we volgens mij nog niet uit zijn. Karl et al wijzen erop dat de opwarming momenteel ‘virtually indistinguishable’ is van 1950-1999 als je kijkt naar 2000-2014, en ja, daar kun je tegenin brengen dat je met een reeks vanaf 1975-2015 weer hogere uitkomsten krijgt. Dat sterkt mijn idee dat je in de temperatuurreeksen nog altijd kunt zien wat je er graag in wilt zien. En dat de milieuactivisten er meer, meer, meer opwarming in zien, en klimaattwijfelaars juist minder, minder, minder.

    Overigens ben ik van mening dat je bij twijfel altijd de tijdreeksen moet laten beginnen in 1966. In dat jaar verscheen Revolver, de eerste psychedelische plaat van de Beatles. Dat heeft vele richtingscoëfficiënten aantoonbaar veranderd.

  10. Beste Maarten Keulemans,

    Je zegt:

    De centrale kwestie is: is 0,2C ‘for the coming decades’ (IPCC) niet wat veel van het goede als we sinds 1950 op 0,1C zitten?

    Nee, dat is niet de centrale kwestie.

    De klimaatwetenschap beschouwt de temperatuurstijging (GMST) namelijk als een respons op de externe forcering, het stralingsoverschot aan de top van de atmosfeer. Dát is het centrale paradigma van de klimaatwetenschap (in combinatie met de rol die feedbacks en internal variability spelen in het klimaatsysteem).

    Omdat dit het centrale paradigma is, is het relevant om de netto forcering en het verloop daarvan over de afgelopen decennia en ‘the coming decades’ als basis te nemen voor de te verwachten temperatuurstijging.

    Welnu, die netto stralingsforcering is sinds 1950 NIET in een continu tempo toegenomen — zie daartoe IPCC AR5 Figuur 8.18. Het extrapoleren van een trend vanaf 1950 is daarom niet correct.

    De relevante trend om te extrapoleren is die vanaf medio jaren ’70, omdat sinds die tijd de netto forcering in eenzelfde tempo toeneemt als over ‘the coming decades’.

  11. “En dat de milieuactivisten er meer, meer, meer opwarming in zien…” – waarmee effectief de hele klimatologische wetenschap (de minimaal 97% dus) wordt afgedaan als ‘milieu-activisme’.

    “En dat de milieuactivisten er meer, meer, meer opwarming in zien, en klimaattwijfelaars juist minder, minder, minder.”
    Eigenlijk op jouw beurt een stropop, eigenlijk zelfs een dubbele. Klimaatrealisten (dus niet: ‘milieuactivisten’) zien meer opwarming gewoon omdat die er is, klimaatrevisionisten (dus niet ‘klimaattwijfelaars’) liegen dat continu weg (en zijn bij de huidige stand van zaken, bij het uitstel van maatregelen ter preventie én aanpassing medeverantwoordelijk voor bijvoorbeeld die overstromingen in Cumbria, Rogaland, Portland, Chennai…).

    Echte klimaattwijfelaars hoeven maar even om zich heen te kijken (met wat historisch besef, natuurlijk, iets wat de media je afleert trouwens) en zijn met een blik op de grafiek of die nou in 1900, 1966 of 1980 begint gewoon uitgetwijfeld.

  12. Beste Maarten Keulemans,

    Verder zeg je hierboven:

    Karl et al wijzen erop dat de opwarming momenteel ‘virtually indistinguishable’ is van 1950-1999 als je kijkt naar 2000-2014, en ja, daar kun je tegenin brengen dat je met een reeks vanaf 1975-2015 weer hogere uitkomsten krijgt.

    Nee, wat Karl et al. zegt is dat de temperatuurstijging over de zogeheten ‘hiatus’ (!) niet statistisch significant verschilt van die over de voorgaande 1950 – 1999.

    Dat is een commentaar specifiek op de veronderstelde ‘hiatus’, een beduidend kortere periode dan de minimaal 30 jaar waarover klimaatverandering bepaald wordt om het te kunnen onderscheiden van de fluctuaties als gevolg van ‘internal variability’ van het klimaat. Van belang zijnde trends bepaal je over ten minste een periode van 30 jaar, juist om de ‘internal variability’ uit te middelen.

    Zoals Jos Hagelaars je gisteravond al heeft laten zien… maakt het dan niets uit of je 1975 – 2015 als basis neemt of 1985 – 2015 (jouw eigen voorstel):

    Zoals je ziet zijn de Trend 1975-2015 en Trend 1985-2015 (de afgelopen 30 jaar, jouw eigen voorstel) dan even groot en liggen het groene en het blauwe trendlijntje exact in elkaars verlengde.

    Het essentiële punt is dat de netto forcering de bepalende factor is over de afgelopen decennia en dus eveneens over de komende decennia (over een voldoende lange periode dat de ‘internal variability’ uitmiddelt).

  13. “De centrale kwestie is: is 0,2C ‘for the coming decades’ (IPCC) niet wat veel van het goede als we sinds 1950 op 0,1C zitten?”

    Aangezien de trend over de afgelopen 40 jaar al [0.17-0.18] is lijkt me dat niet zo’n schokkende toename.

  14. Lennart van der Linde

    Beste Maarten,
    De argumenten van Bob et al lijken mij overtuigend.
    Zou het niet van een wetenschappelijke houding getuigen om te erkennen dat je je vergist hebt?

  15. “If you wait for 100% certainty on the battlefield, you will probably be dead.”
    Dave Titler ( http://climateandsecurity.org/advisory-board/rear-admiral-david-w-titley-usn-ret/ ) voor die Senaatscommissie waar verder Happer, Curry, Christy en Steyn (voor de goede balans, natuurlijk) hun zegje doen.

  16. “you live in weather, you plan in climate”, Titler. Die is wel behoorlijk bij. Verslag: http://rabett.blogspot.com.au/2015/12/senate-hearing-live-blog.html

  17. Beste cRR,

    Je reacties hebben geen directe betrekking op bovenstaand blogstuk. Wil je die dan voortaan in de Open Discussie plaatsen?

  18. Mijn reacties hebben betrekking op de laatste alinea (compleet met vraagteken) van dit blogstuk. Adm Titler adresseert in die hearing juist het gestelde in die alinea. Vandaar.

  19. Hallo Jos, even over die OHC waar Marcel een opmerking over maakte. Ik probeer twee grafiekjes te vergelijken: de waarnemingen van NOAA (in jouw blogstuk) en de projecties van IPCC voor de 21e eeuw (fig 13.8). http://www.ipcc.ch/report/graphics/images/Assessment%20Reports/AR5%20-%20WG1/Chapter%2013/Fig13-08.jpg Dan constateer ik dat over de periode 2000-2014 de geprojecteerde trend aanzienlijk (bijna 2 x) groter is dan de metingen. Heb jij een verklaring voor die discrepantie?

  20. Beste Bert,

    Dan constateer ik dat over de periode 2000-2014 de geprojecteerde trend …

    Zo, hoe groot is die geprojecteerde trend over 2000-2014 dan wel, volgens jou?

    En wat is de spreiding in de projecties?

  21. Bert, als ik het goed begrijp omvat de data voor Fig 13.8 de hele oceaan; NOAA’s data is voor 0-2000 m.

  22. @Bert Amesz,

    Je hebt verbazingwekkend goede ogen, maar volgens mij klopt je ‘constatering’ niet. Voor wat het waard is op deze schaal, in het groen een overlay van de NOAA OHC data van 0-2000m:

    Een ander voorbeeld van een vergelijking is bijv. Durack et al, voor een beschrijving zie:
    https://klimaatverandering.wordpress.com/2014/10/14/verwarring-over-de-opwarming-van-de-oceanen/

    Durack et al. geven een schatting van de OHC verandering tot 700 m over 1970-2004 met hun correctie voor de onderschatting van de stijging van de OHC op het zuidelijk halfrond. De witte lijntjes in de balken zijn de originele meetdata en die liggen voor 1970-2004 bij de mondiale OHC bij 4 van de 5 datasets op of boven de multi-model-mean.

  23. @keulemans

    “Overigens ben ik van mening dat je bij twijfel altijd de tijdreeksen moet laten beginnen in 1966. In dat jaar verscheen Revolver, de eerste psychedelische plaat van de Beatles.”
    Nu dat geeft dan een trend van circa 1.6-1.7 °C/eeuw. Als de keuze van het startjaar te lastig is, kun je ook gewoon naar het plaatje in figuur 2 kijken.

    En ook over 1966 kunnen wij vast en zeker uitgebreid discussiëren op twitter in 140 lettertjes, want in 1967 ontstond er pas een echte trendbreuk wat mij betreft: de bananenplaat van The Velvet Underground & Nico. Wijze woorden van Lou Reed: “Watch out, the world’s behind you”. Ook qua klimaatverandering dus🙂.

  24. Jos, dank. Verschil is idd kleiner dan ik in eerste instantie dacht.

  25. Jos,
    met alle respect voor en decennialang genoegen met Lou en Nico (1967) en ook The Beatles (1966) maar de trendbreuk in de popmuziek ligt historisch gezien toch echt een electronisch stukje daarvóór. En wel in Eindhoven op het natlab van Philips, jaren ’50:

    https://en.wikipedia.org/wiki/Dick_Raaymakers

    Standbeeld voor die man. Zijn ‘Song of the 2nd Moon’ (1957) staat op Youtube en als je door het melige melodietje heenluistert hoor je de rigoreuze stijlbreuk in popmusic. De overdrives en feedbacks van The Velvet Underground, Jimmy Hendrix, The Beatles zijn er peanuts bij. Mind you, Hendrix blijft favoriet (‘The wind cries Mary’, een totemistische ballade).
    Wat er uit die tijd qua stijlbreuk in electronisch gestuurde popmuiziek ook mag zijn:
    https://en.wikipedia.org/wiki/The_United_States_of_America_(band).

    P.s. Ik weet het, het is allemaal off topic maar je bent er zelf over begonnen.
    Eventueel boe of applaus dus maar naar ‘open discussie’.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s