Traagheid in het klimaatsysteem

Stel je voor dat je op een groot schip zit dat op een aanvaring afstevent. Wat zou jij doen? Zou je volle kracht vooruit blijven gaan totdat je het object waar je tegenaan dreigt te varen als het ware aan kunt raken? Of zou je proberen om tijdig van koers te veranderen, in de wetenschap dat een dergelijke koersverandering voor zo’n groot schip een veel tijd in beslag neemt?

De traagheid van het schip impliceert dat je op tijd moet handelen om een aanvaring te voorkomen.

Het klimaatsysteem heeft ook een enorme traagheid ingebouwd. En net als bij een groot schip betekent dit dat vroegtijdige actie nodig is als we het verdere verloop van het klimaat willen bijsturen. Deze traagheid is een cruciaal aspect van het klimaatsysteem, zowel wetenschappelijk als maatschappelijk – maar in het maatschappelijk debat is het een zeer ondergewaardeerd en onbekend aspect.

inertia

De traagheid van het klimaatsysteem is als een supertanker: als we koers willen wijzigen moeten we het roer tijdig in de gewenste richting draaien.

Waarom is die traagheid zo belangrijk? Omdat intuïtief veel mensen denken dat zodra we onze CO2 uitstoot sterk hebben gereduceerd (wat we niet hebben gedaan), het probleem dan opgelost zal zijn. Maar dat is niet het geval – bij lange na niet. Zelfs als we de CO2-uitstoot tot nul terugbrengen over een realistische tijdsperiode, dan zal de CO2 concentratie in de atmosfeer – en dus ook de mondiaal gemiddelde temperatuur- nog heel lang hoger blijven dan die van nature zou zijn geweest. Voor vele duizenden jaren, zoals te zien is in onderstaande figuur. De totale hoeveelheid CO2 die we in de loop van een paar honderd jaar de lucht in brengen zal het klimaat en daarmee het leven op deze planeet voor honderdduizenden jaren beïnvloeden. Als we de mate van opwarming waaraan de aarde voor lange tijd gecommitteerd zal zijn willen beperken, dan moeten we de CO2 uitstoot in een zo vroeg mogelijk stadium reduceren. Hoe langer we emissiereductie uitstellen, hoe sterker die emissiereductie dient te zijn om hetzelfde mitigerende effect op lange termijn opwarming van de aarde te hebben.

Daarom is ‘klimaattraagheid’ zo belangrijk.

zickfeld-2013

Gemodelleerde invloed van vier verschillende CO2 emissiescenario’s (panel a) op de CO2 concentratie in de atmosfeer (panel b) en op de oppervlakte temperatuur van de lucht in vergelijking met het jaar 2000 (paneel c). De CO2-concentratie blijft nog zeer lang verhoogd nadat de CO2-uitstoot is gereduceerd, omdat de lange-termijn ‘sinks’ voor CO2 zeer traag opereren (zie bv IPCC FAQ 6.2 voor een uitleg van deze ‘sinks’, zoals bijvoorbeeld reactie met gesteente). Omdat CO2 het infrarood warmteverlies van de aarde belemmert, zal het nog duizenden jaren warmer blijven dan het was voordat de CO2-concentratie steeg. De temperatuur loopt achter op de CO2-concentratie vanwege de tijd die het kost voor de oceanen om op te warmen. Figuur van Zickfeld et al (2013). 

Zoals ik al eerder schreef: Uitstel van mitigatie maatregelen totdat het water ons aan de lippen staat gaat gepaard met een groot risico, omdat veel veranderingen in het klimaat niet of nauwelijks omkeerbaar zijn op een menselijke tijdschaal. Tegen de tijd dat het probleem merkbaar wordt is het slechts het begin, als gevolg van de traagheid in de verschillende systemen (energiesysteem, koolstofcyclus en klimaatsysteem). Het lastige is dus dat degenen die het probleem veroorzaakt hebben in de beste positie zijn om het op te lossen, maar omdat de meest verregaande gevolgen zich pas veel later zullen voltrekken hebben zij de minste prikkel om er iets aan te doen.

Onlangs kwam de klimaattraagheid wat meer in het nieuws dankzij de journalisten Rolf Schuttenhelm and Stephan Okhuijsen (zie bijv ook De Correspondent, NRC, One World, Down to Earth, het kan Wel). Hun centrale punt was dat we in feite maar een gedeelte zien van de opwarming waaraan we het klimaatsysteem gecommitteerd hebben. De oceanen spelen hier in een belangrijke rol: net als een pan water niet meteen aan de kook slaat als we het fornuis aandoen, duurt het een tijdje voor de oceanen om op te warmen. En omdat er heel veel water in de oceanen zit (de gemiddelde diepte is ongeveer 4 km), duurt dat heel erg lang. Daarnaast zal de afkoelende werking van aerosolen (ook wel fijn stof genoemd, wat zonlicht reflecteert) langzaam afnemen is de verwachting, vanwege maatregelen om luchtverontreiniging tegen te gaan. De catch-22 is dat daarmee de tot dan toe gemaskeerde opwarming tevoorschijn komt.

De immense traagheid van het klimaatsysteem en de implicaties daarvan voor verstandig mitigatiebeleid zijn een ontzettend belangrijk, maar vaak onderbelicht aspect van klimaatverandering.

Update: ClimateInteractive heeft een goede simulatie van hoe de traagheid in de praktijk uitwerkt. Door middel van de schuif onder de grafiek kun je verschillende emissiescenarios kiezen. In de grafieken er boven zie je dan het effect daarvan op respectievelijk de CO2 concentratie, de temperatuur, en de zeespiegel, en hoe de respons gedempt wordt. De zeespiegel reageert zo mogelijk nog trager dan de temperatuur op een verandering in de CO2 concentratie, die op haar beurt weer als een slak reageert op een verandering in emissies.

Een Engelstalige versie van deze blog is te vinden op OurChangingClimate.

41 Reacties op “Traagheid in het klimaatsysteem

  1. Bart,
    “Het lastige is dus dat degenen die het probleem veroorzaakt hebben in de beste positie zijn om het op te lossen, maar omdat de meest verregaande gevolgen zich pas veel later zullen voltrekken hebben zij de minste prikkel om er iets aan te doen.”

    Dat is een van de redenen waarom de opwarming een *super wicked problem* is. Zie https://klimaatverandering.wordpress.com/2014/11/17/he-een-olifant-in-de-kamer/

    Op de keper beschouwd hebben we te maken met twee vertragingen: de klimatologische inertia waar je blogstuk over gaat en de maatschappelijke/politieke inertia waarop je zinspeelt in de slotzin:

    “De immense traagheid van het klimaatsysteem en de implicaties daarvan voor verstandig mitigatiebeleid zijn een ontzettend belangrijk, maar vaak onderbelicht aspect van klimaatverandering.”

    Mag ik daaruit afleiden dat je als klimatoloog kritiek hebt op het politieke mitigatie-beleid?

  2. Bart, je stelt dat er geen sprake is (geweest) van een sterke reductie in de CO2-uitstoot. De recente Nationale Energie Verkenning (NEV – opgesteld door ECN, PBL en CBS) laat echter een totaal ander beeld zien: de CO2-reductie t.o.v. 1990 is dermate groot dat zelfs de Urgenda-doelen voor 2020 binnen bereik lijken te komen! Vlag uit?

    http://www.volkskrant.nl/binnenland/klimaatdoel-2020-toch-haalbaar-door-nieuw-rekenwerk~a4395994/

    Goff Smeets, mijn kritiek op het door jou genoemde ‘politieke mitigatie-beleid’ is als volgt. Nederland heeft afgelopen jaren nieuwe kolencentrales bijgebouwd en tegelijkertijd moderne aardgascentrales ontmanteld. Als we het andersom hadden gedaan, hadden we naar schatting 15-20 % extra CO2-reductie in de elektriciteitsopwekking kunnen realiseren. Daarnaast hadden we door extra import van waterkrachtstroom uit Noorwegen nóg meer CO2 kunnen reduceren. Echter, deze voor de hand liggende maatregelen zijn geblokkeerd door de EU-directive ‘hernieuwbaar’ (en het daaruit voorvloeiende Energieakkoord) dat dus op gespannen voet staat met de CO2-doelstelling. Kolderiek toch? Ben benieuwd hoe jij daar tegen aankijkt.

  3. Goff,

    Ja, de zg wicked-ness vh klimaatprobleem heb ik elders ook als zodanig benoemd: http://climatechangenationalforum.org/the-public-debate-on-climate-change-by-dr-bart-verheggen/

    De traagheid zit idd in verschillende subsystemen:
    – politiek-sociaal (trage besluitvorming)
    – energiesysteem (trage energietransitie, heeft te maken met de politiek-sociale dimensie)
    – klimaatsysteem (trage opwarming van oceanen)
    – koolstofcyclus (trage verlaging van concentratie zelfs als emissies stoppen)

    De laatste is verreweg de traagste (tijdschaal millennia).

    En ja, ik heb kritiek op het politieke mitigatie beleid, maar dat heb ik vnl als burger die zich zorgen maakt over de toekomst. Als wetenschapper ben ik primair bezorgd om hoe feitenvrij het publieke en politieke debat gevoerd wordt.

  4. Bert,

    Uit die nieuwe getallen voor Nederland kun je afleiden dat het hier heel langzaam misschien de goede kant uit begint te gaan. Maar mondiaal stijgt de CO2 concentratie nog steeds; veel diepere reducties in emissies zijn nodig om de lange-termijn opwarming binnen aanpasbare grenzen te houden.

    Dat het Nederlandse beleid nogal inconsistent/ineffectief is ben ik op zich trouwens met je eens. Dat er recent nog nieuwe kolencentrales zijn gebouwd is vanuit klimaatoogpunt buitengewoon onverstandig.

  5. Beste Bert Amesz,

    de CO2-reductie t.o.v. 1990 is dermate groot dat zelfs de Urgenda-doelen voor 2020 binnen bereik lijken te komen! Vlag uit?

    Dat is in de Nationale Energie Verkenning (NEV) alléén zo als alle plannen uit het Energieakkoord t/m 2020 succesvol gaan worden uitgevoerd. Met andere woorden:

    — dan dient het Energieakkoord krachtig doorgevoerd te worden;
    — het bevestigt juist dat het kabinet op de goede weg is met investeringen in Windenergie, energiebesparing, aanpassingen in de gebouwde omgeving etc. wat allemaal onderdeel is van wat er nog dient te gaan gebeuren volgens het Energieakkoord, t/m 2020.

    Uiteraard bevestigt het ook de waarde van de in de EU gemaakte afspraken (deze blijken resultaat te hebben), en met -23% in 2020 komt men dan althans in de buurt van het Klimaatzaak-vonnis. Blijkbaar zou met een haalbare extra inspanning ook de -25% gerealiseerd kunnen worden in 2020?

    Het bovenstaande blogstuk betreft de mondiale inspanningen om de CO2-emissies tijdig te laten dalen, niet alleen die van Nederland of de EU.

    Zo zijn de feiten.

  6. Feit is, Bob, dat de doelstelling ‘hernieuwbaar’ (EU-directive, Energieakkoord) en de doelstelling ‘CO2-reductie’ elkaar op een aantal punten beleidsmatig tegenwerken. Bijvoorbeeld op de punten aardgas versus steenkool, import waterkrachtstroom uit niet-EU land Noorwegen, bijstook biomassa in kolencentrales. Zonder de EU-directive/Energieakkoord had Nederland (i) sneller CO2 kunnen reduceren tegen (ii) aanzienlijk lagere kosten. Toch wel een gemiste kans, vind je niet?

  7. Beste Bert Amesz,

    Feit is dat de het Energieakkoord, met o.a. doelstellingen voor hernieuwbare energie, de CO2-reductie doelen dichterbij brengt met 23% minder broeikasgas-emissies in 2020.

    Bert, je zei zélf hierboven:

    De recente Nationale Energie Verkenning (NEV – opgesteld door ECN, PBL en CBS) laat echter een totaal ander beeld zien: de CO2-reductie t.o.v. 1990 is dermate groot dat zelfs de Urgenda-doelen voor 2020 binnen bereik lijken te komen!

    Volgens jou is de CO2-reductie dermate groot dat zelfs de -25% voor 2020 binnen bereik lijkt te komen. Toch?

    Bijvoorbeeld op de punten aardgas versus steenkool …

    Het besluit om drie nieuwe kolencentrales bij te bouwen is genomen lang vóór het Energieakkoord, door Brinkman en door Cramer. Dat besluit ging uit van twee, achteraf onjuiste, aannames:

    1) het idee dat het elektriciteitsgebruik in Nederland na 2000 zeer sterk zou (blijven) stijgen. De laatste jaren daalt het elektriciteitsgebruik juist.

    2) dat 2 van de 3 nieuwe kolencentrales voorzien zouden worden van CO2-afvang en ondergrondse opslag (CCS). Dit is helaas niet doorgegaan en daarmee valt de voornaamste ‘randvoorwaarde’ van m.n. Minister Cramer (PvdA) ook weg.

    Bij de besluitvorming over de nieuwe kolencentrales nam men aan dat de CO2-prijs (de kosten van een certificaat om een ton CO2 in de dampkring te mogen storten) véél hoger zou zijn dan nu. Doordat het ETS tot zo’n lage prijs geleid heeft (teveel gratis certificaten liggen nog op de plank), zijn investeringen in CCS voor de 2 nieuwe kolencentrales uitgebleven. Deze investeringen zijn pas interessant bij een aanzienlijk hogere CO2-beprijzing.

    Nu beide randvoorwaarden niet zijn ingevuld, dient men te heroverwegen om de nieuwe kolencentrales alsnog te sluiten dan wel te voorzien van CCS (dat laatste heeft persoonlijk mijn voorkeur).

    Zonder de EU-directive/Energieakkoord had Nederland (i) sneller CO2 kunnen reduceren tegen (ii) aanzienlijk lagere kosten.

    Onzin. Je zegt zelf hierboven: “de CO2-reductie t.o.v. 1990 is dermate groot dat zelfs de Urgenda-doelen voor 2020 binnen bereik lijken te komen!”

    Een optie zou geweest zijn om METEEN alle kolencentrales dicht te gooien en de bouw van nieuwe kolencentrales te stoppen. Dat is technisch wel haalbaar, maar had tot een véél groter gebruik van (i) aardgas uit Groningen, (ii) meer aardgas-import uit Rusland en (iii) meer stroom-import uit bruinkool- en steenkoolcentrales in Duitsland geleid. En nee, Nederland koopt al veel waterkracht-stroom uit Noorwegen (via de GvO’-certificaten).

    Door huidige fossiele opwekkingscapaciteit deels te vervangen door hernieuwbare, en met CCS en energiebesparing, kan de uitstoot per kWh teruggedrongen worden. Idem door steenkool te vervangen door aardgas:

  8. Bert oktober 15, 2016 om 11:14,
    ik vind dat om diverse redenen een erg lastige kwestie. Op de eerste plaats vanwege de super wickedness van het vraagstuk ‘opwarming(risico’s)’. Op de tweede plaats zijn er ook *los van de CO2 gerelateerde opwarming* voldoende dringende redenen om het fossiele stoken uit te faseren. Ten derde is de energietransitie een zeer forse ingreep in het complete politiek/maatschappelijke weefsel. Tenslotte is er de bias van mijn eigen historische besef/perceptie dat de transitie veel te laat is ingezet en te traag wordt doorgevoerd.

    Het is onvermijdelijk dat de drie eerste factoren, laat ik me daartoe even beperken, ook leiden tot inconsequente beslissingen, twijfelachtige interventies, inconsistente of zelfs elkaar tegenwerkende beleidsmanoeuvres. De kwestie is dermate complex dat er niks anders op zit dan laying down a path in walking through the jungle. Drie passen vooruit een terug, zoiets. Daar is m.i. niks kolderieks aan, zo gaan de dingen nu eenmaal en in die zin leg ik me met enig geduld neer bij hoe ’t gaat. De nieuwe NL kolencentrales zijn i.d.d. een voorbeeld van zo’n stap terug.

    Het geduld is er niet bij transformatie-hinderend gedoe, een belangrijke factor in de vertraging waar Bart het over heeft. Bijvoorbeeld ideologische ontkenning van de opwarming en van andere klimatologische bevindingen. En vooral de hypocriete selectieve verontwaardiging over de kosten van de transitieve menigeen als argument opvoert. Er is geld genoeg maar het lekt door naar een paar broekzakken – je kent de grafiekjes en de Panama Papers wel. Daar is geld te besparen, niet bij de transitie.

    Nog iets over mijn persoonlijke bias. Ik heb één van mijn lang gekoesterde ideeën overboord gegooid, te weten dat ik onze nazaten een leefbare habitat wil achterlaten. Daarvoor in de plaats is het besef gekomen dat ik de habitat te leen heb van onze nazaten.

  9. Sorry voor de typo, “En vooral de hypocriete selectieve verontwaardiging over de kosten van de transitieve menigeen als argument opvoert.”
    moet zijn “En vooral de hypocriete selectieve verontwaardiging over de kosten van de transitie die menigeen als argument opvoert.”

  10. Typisch: de meeste mensen focussen op CO2-reductie, en hopen dat we uiteindelijk terecht kunnen komen in een CO2-neutrale economie (dwz een economie die geen of nauwelijks CO2 of andere broeikasgassen uitstoot). Maar zoals hier terecht geconstateerd wordt, dan ben je er nog niet, omdat de CO2-niveaus dan nog steeds veel te hoog zijn tov vroeger.

    En dat betekent dat we ergens rond 2030-2040 ook de volgende stap moeten zetten: actief CO2 uit de lucht halen en omvormen tot iets anders. Omzetten in kolen bijvoorbeeld😀 En omdat dat naar alle waarschijnlijkheid sloten energie gaat kosten, betekent dat ook dat er nog veel meer zonnepanelen/windmolenparken/etc. moeten worden uitgerold dan we nu denken.

  11. Beste Alex Priem,

    de meeste mensen focussen op CO2-reductie, en hopen dat we uiteindelijk terecht kunnen komen in een CO2-neutrale economie (dwz een economie die geen of nauwelijks CO2 of andere broeikasgassen uitstoot).

    Ja, inderdaad, dat is slechts een eerste stap. Het kan ook niet meer wachten vanwege de drie traagheden zoals beschreven in het bovenstaande blogstuk.

    Er is een forse maatschappelijke ‘inertia’ bij het achtereenvolgens: (i) niet meer laten stijgen, (ii) laten dalen en (iii) uiteindelijk tot netto nul reduceren van de broeikasgas-emissies.

    … dat we ergens rond 2030-2040 ook de volgende stap moeten zetten: actief CO2 uit de lucht halen en omvormen tot iets anders.

    Dat heet ‘free-air CO2 capture’ of bijvoorbeeld BECCS (extra biomassa aankweken die verbrand wordt in energiecentrales, en waarvan de CO2-emissies worden afgevangen en dan ondergronds opgeslagen).

    Het is echter rijkelijk riskant en optimistisch om nu al aan te nemen dat het “actief CO2 uit de lucht halen” ooit op grote schaal betaalbaar en haalbaar gaat worden. Het zou helpen als we gewone CCS (Carbon Capture and Storage) eerst ’s economisch en technisch gezien realiseren.

    Immers, bij ‘gewone’ CCS wordt het CO2 direct bij de bron, in de verbrandingsgassen van de centrale, afgevangen. Daarna wordt het bijvoorbeeld naar lege ondergrondse gasvelden getransporteerd en daar opgeslagen. Als we die eerste stappen (afvangen, transporteren, ondergronds opslaan) niet onder de knie krijgen, dan zouden we ook niet weten wat te doen met actief uit de lucht gehaalde CO2.🙂

  12. Pingback: Climate inertia | My view on climate change

  13. Lennart van der Linde

    Volgens de Energieverkenning 2016 was de Nederlandse CO2-uitstoot in 1990 hoger dan voorheen gedacht. Betekent dat niet dat de doelstelling voor 2020 dan aangescherpt moet worden, uitgaande van een vast carbon budget (nog los van de aanscherping die nodig is obv het Paris Agreement)?

  14. Lennart, mijn opmerking ‘vlag uit, Urgenda-doel is binnen bereik’ was enigszins cynisch bedoeld. De snellere reductie is voor 40% het gevolg van een andere rekenmethode waarbij – zoals je stelt – de uitstoot van 1990 is opgekrikt. Kamp blij: de kolencentrales kunnen blijven doordraaien, al dan niet met gesubsidieerde bijstook van houtsnippers uit de VS.

  15. Goff Smeets,

    “Het is onvermijdelijk dat de drie eerste factoren, laat ik me daartoe even beperken, ook leiden tot inconsequente beslissingen, twijfelachtige interventies, inconsistente of zelfs elkaar tegenwerkende beleidsmanoeuvres”

    Oké, daar kan ik een heel eind in meegaan. Zolang men maar bereid is zulks te onderkennen, het traject grondig te evalueren en daaruit lessen te trekken voor tussentijdse bijsturing. Helaas bespeur ik daarvoor – ook alhier – weinig animo.

    “Daarvoor in de plaats is het besef gekomen dat ik de habitat te leen heb van onze nazaten”

    Een zo leefbaar mogelijke habitat achterlaten voor toekomstige generaties wil iedereen wel, vermoed ik. Belangrijk is dan te onderkennen wat de belangrijkste bedreigingen zijn: overexploitatie, agriculture, verstedelijking, industriële vervuiling, etc. Door bevolkingsgroei en economische ontwikkeling zal die druk alleen maar toenemen. Klimaatverandering speelt hierbij slechts een bescheiden rol, die echter veelvuldig onterecht wordt uitvergroot. Bijvoorbeeld de (valse) tegenstelling ‘voorstander strenge mitigatie’ versus ‘na mij de zondvloed’.

    Zie ook: http://www.nature.com/news/biodiversity-the-ravages-of-guns-nets-and-bulldozers-1.20381

  16. Hans Custers

    Helaas bespeur ik daarvoor – ook alhier – weinig animo.
    Waar baseer je die uitspraak op? Waaruit blijkt dat er hier weinig animo is voor het evalueren en eventueel bijsturen van beleid? Toch niet uit het feit dat we ervoor kiezen om op dit blog vooral vanuit de wetenschap te schrijven?

    Belangrijk is dan te onderkennen wat de belangrijkste bedreigingen zijn:

    Bert, je trucje om de aandacht van het klimaat af te leiden door te roepen dat er ook andere problemen zijn kennen we nu wel. Dat je daarbij systematisch de risico’s van klimaatverandering bagatelliseert (bijvoorbeeld door de te verwachten toekomstige gevolgen door elkaar te klutsen met de huidige toestand in de wereld), dat weten we ook. Dat je daarmee door blijft gaan terwijl je er al tientallen keer op bent gewezen is tekenend. Blijkbaar heb je niks beters. Als je ons wilt overtuigen, zul je echt op zoek moeten gaan naar argumenten die wel hout snijden. Steeds hetzelfde verhaaltje afdraaien werkt niet, dat zou je zo langzamerhand zelf toch ook in moeten zien.

  17. Lennart van der Linde

    Bert,
    Naar aanleiding van jouw opmerking over die nieuwe rekenmethodiek vroeg ik me af of die dan ook geen gevolgen zou moeten hebben voor de doelstelling voor 2020. Als eerst gedacht werd dat in 1990 de uitstoot 100 was, dan moet volgens de rechter in 2020 de uitstoot 75 zijn. Als nu blijkt dat de uitstoot in 1990 bv 104 was, dan betekent dat 25% reductie in 2020 een uitstoot van 78. Om onder de twee graden te blijven kan echter maar een bepaald koolstofbudget verstookt worden. Een hogere uitstoot in 1990 betekent dan dat in 2020 eerder minder dan meer uitgestoten zou moeten worden dan aanvankelijk gedacht, dus bv eerder 74 dan 75, laat staan 78. En dat zou nog minder moeten zijn aangezien het doel niet meer is onder de twee graden blijven, maar ruim daaronder blijven, en liefst onder de 1,5 graad. Van 104 in 1990 naar bv 74 in 2020 betekent een reductie van bijna 29% ipv 25%. En die 29% zou dus eerder 40% moeten zijn obv Parijs.

  18. Bert,
    “Oké, daar kan ik een heel eind in meegaan.”
    Duidelijk antwoord.
    De rest van je reactie vind ik niet relevant voor de vraag die ik stelde.

  19. Beste Bert Amesz,

    Kamp blij: de kolencentrales kunnen blijven doordraaien …

    Dat is nog maar de vraag. ALS alle plannen uit het Energieakkoord succesvol uitgevoerd worden dan komen de totale broeikasgas-emissies (niet CO2 maar CO2-equivalent) uit op -23% in 2020, volgens de Nationale Energie Verkenning.

    Let op de ‘ALS’. Het vonnis luidt echter:

    5.1 beveelt de Staat om, op de vordering van Urgenda, voor zover optredend voor zichzelf, het gezamenlijke volume van de jaarlijkse Nederlandse emissies van broeikasgassen zodanig te beperken of te doen beperken dat dit volume aan het einde van het jaar 2020 met ten minste 25% zal zijn verminderd in vergelijking met het niveau van het jaar 1990;

    Additionele maatregelen zijn dus in elk geval nodig.

    Zoals Lennart opmerkt is het daarnaast nog maar de vraag of dit percentage (de -25%) de maatstaf blijft als de emissies in 1990 naar boven bijgesteld worden. Het vonnis bevat ook absolute getallen, gebaseerd op de JRC/PBL cijfers:

    Nederland
    1990 224.468,09 Mt CO2-eq
    2010 212.418,45 Mt CO2-eq
    2012 195.873,76 Mt CO2-eq

    Als de emissies in Nederland in 1990 hoger waren dan eerst gedacht, dan kan dit gevolgen hebben voor de mate van urgentie en zou de vordering van Urgenda (tot 40% reductie in 2020) wel eens opnieuw beoordeeld kunnen worden.

  20. Hi Lennart,

    Om onder de twee graden te blijven kan echter maar een bepaald koolstofbudget verstookt worden.

    Het vonnis bespreekt vanaf 2.32 het carbon dioxide emissions budget. Een nieuw feit is ook de +1,5 ℃ die genoemd is in het, door Nederland ondertekende en geratificeerde, Klimaatakkoord.

    De vraag wordt dan wellicht of Nederland daarmee erkend heeft dat er sprake is van gevaarzetting bij het overschrijden van de +1,5 ℃ en daarmee de oorspronkelijke eis van -40% van Urgenda opnieuw bekeken dient te worden.

    Zoals ik het vonnis lees, betwijfel ik dat. Nederland heeft eerder wél erkend dat er bij minder dan 25% reductie in 2020 sprake is van gevaarzetting, maar ik lees dat niet over de +1,5 ℃ in het Akkoord van Parijs?

    P.S.: Inmiddels heeft ook de Tweede Kamer in meerderheid een motie aangenomen waarbij de +1,5 ℃ als basis voor het beleid wordt gegeven, en een -55% (!) in 2030.

  21. Lennart van der Linde

    Hoi Bob,
    Het Paris Agreement zegt in art.2:
    “This Agreement, in enhancing the implementation of the Convention, including its objective, aims to strengthen the global response to the threat of climate change, in the context of sustainable development and efforts to eradicate poverty, including by:
    (a) Holding the increase in the global average temperature to well below 2 °C above pre-industrial levels and to pursue efforts to limit the temperature increase to 1.5 °C above pre-industrial levels, recognizing that this would significantly reduce the risks and impacts of climate change;”

    Het doel van de Convention is volgens art.2 van het Klimaatverdrag van 1992: “to… prevent dangerous anthropogenic interference with the climate system”.

    Het lijkt dus aannemelijk dat instemming met het Paris Agreement impliceert dat “voorkomen van gevaarlijke klimaatverandering” minimaal betekent dat de opwarming tot ruim onder de twee graden beperkt moet worden.

    Dit zou dan impliceren dat Nederland meer dan minimaal 25% moet reduceren om aan het Paris Agreement te voldoen. Maar hoeveel meer?

    Persoonlijk lijkt mij dat een 50% kans op 1,5 graad en zo’n 80% kans op twee graden een redelijk interpretatie van het Paris Agreement zou zijn. Dan zouden ontwikkelde landen waarschijnlijk eerder 30-40% in 2020 moeten reduceren dan 25%. En 55-80% in 2030 lijkt dan redelijker dan de huidige 40% die de EU en NL vooralsnog als doel voorstellen.

    De motie van de 2e Kamer is wat mij betreft een stap in de goede richting. Maar voordat die uitgevoerd wordt, zijn waarschijnlijk eerst verkiezingen nodig, en misschien nog wel een rechterlijke uitspraak, en dan liefst niet alleen in Nederland, maar op Europees niveau. En ook in de VS zal waarschijnlijk zo’n uitspraak nodig zijn voordat het beleid echt zover aangescherpt wordt als nodig is om aan het Paris Agreement te voldoen.

  22. Bob Brand | oktober 15, 2016 om 14:33,|

    http://www.volkskrant.nl/binnenland/klimaatdoel-2020-toch-haalbaar-door-nieuw-rekenwerk~a4395994/

    “Een belangrijke factor is dat Nederland steeds meer elektriciteit is gaan invoeren, vooral uit Duitsland. En broeikasgassen van die stroom worden toegerekend aan Duitsland, niet aan Nederland. Ook zijn Nederlanders vaker in Duitsland gaan tanken. De CO2 die ze vervolgens in Nederland uitstoten, wordt toch toegerekend aan het land waar de benzine werd gekocht: Duitsland.” (Volkskrant)

    Het nieuwe rekenwerk pakt dus nadelig uit voor Duitsland maar je zou ook kunnen stellen dat Nederland wel erg gemakkelijk resultaat (lijkt) te boeken.
    Het nieuwe rekenwerk verandert niets aan de mondiale co2 uitstoot denk ik.

    Lieuwe

  23. Lennart snijdt een goed punt aan: In zoverre de grotere berekende emissiereductie komt omdat de emissie in 1990 hoger is bevonden, is het vanuit klimaatoogpunt eigenlijk raar om dat als een succes te zien. beleidsmatig is het echter wel een succes, omdat de te behalen emissiereductie nu eenmaal relatief t.o.v. 1990 was gedefinieerd. Dat is een belangrijk onderscheid, wat jammergenoeg in de media nauwelijks gemaakt wordt.

  24. In de Volkskrant staat dat er meerdere oorzaken zijn waardoor het nu op -23% in 2020 uit kan komen (MITS alle afspraken in het Energieakkoord uitgevoerd gaan worden). De voornaamste oorzaak is dat de emissies in 1990 beduidend hoger waren dan gedacht. Nog een oorzaak is:

    Een belangrijke factor is dat Nederland steeds meer elektriciteit is gaan invoeren, vooral uit Duitsland. En broeikasgassen van die stroom worden toegerekend aan Duitsland, niet aan Nederland.

    Dat is iets minder vestzak-broekzak dan het lijkt. Duitsland heeft namelijk zeer vergaande reductiedoelen. Als een deel van ‘onze’ uitstoot aan Duitsland gaat worden toegerekend… dan betekent het dat men in Duitsland extra zal moeten reduceren (om hun doel nog te kunnen halen).

    Zoals Lennart al zegt is er door Nederland (rond 1990) méér van het mondiale carbon-budget afgesnoept dan eerst gedacht werd. Van het Nederlandse deel van dit budget is er nu effectief minder over, dus zou er juist extra reductie nodig zijn?

    Inderdaad, beleidsmatig wel een succes maar vanuit klimaatoogpunt minder.

  25. Lennart van der Linde

    De Nationale Energieverkenning 2016 zegt op pp.97-98:
    https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/rapporten/2016/10/14/nationale-energieverkenning-2016/Nationale+Energieverkenning+2016.pdf

    “Door revisie van de energiestatistiek (zie 1.4) heeft met terugwerkende kracht een opwaartse bijstelling van het broeikasgasemissiecijfer voor 1990 plaatsgevonden (CBS 2015; CBS 2016). Dit is relevant omdat 1990 een belangrijk referentiejaar is in het klimaatbeleid. Door deze bijstelling zijn nu de broeikasgasemissies in 1990 2,7 megaton CO2-equivalenten hoger dan aangenomen in de NEV 2015. Dit komt vooral doordat het dieselverbruik in het wegverkeer en het aardgasverbruik in de gebouwde omgeving met terugwerkende kracht naar boven zijn bijgesteld.”

    In tabel A.8a op p.215 is te zien dat die 2,7 Mton vooral bestaat uit 1,1 Mton extra uitstoot in de sector Gebouwde Omgeving en ook 1,1 Mton in de sector Verkeer & Vervoer. Daarnaast is de geprojecteerde uitstoot voor 2020 7,5 Mton lager dan in 2015 gedacht werd. Dat komt voor 3,6 Mton door een lagere verwachte uitstoot in de sector Energie & Industrie.

    Op pp.100-103 wordt dit nader toegelicht:
    “Zoals in paragraaf 4.1 toegelicht, wordt er nu een forse toename in de netto elektriciteitsimport in 2020 geraamd. Daardoor is er in 2020 minder binnenlandse conventionele productie (8 TWh) nodig, waardoor de binnenlandse emissies afnemen. De netto import van elektriciteit in 2020 wordt nu fors hoger geraamd. Dat komt onder andere omdat de interconnectiecapaciteit met Duitsland hoger wordt ingeschat en die met België juist weer lager. Daarnaast wordt een hogere productie van windenergie in Duitsland verwacht. De toename van de netto import in 2020 is dus grotendeels het gevolg van exogene ontwikkelingen in de Noordwest-Europese elektriciteitsmarkt (paragrafen 2.3 en 4.1).”

    Op p.153 wordt daar voor Verkeer & Vervoer nog aan toegevoegd:
    “Het geraamde binnenlandse energiegebruik en de CO2-uitstoot van verkeer en vervoer in 2020 vallen dit jaar 4 procent lager uit dan in de NEV 2015, zoals is weergegeven in Tabel 5.6. Dit is primair het gevolg van vaker over de grens tanken. De energiecijfers en CO2-emissies voor verkeer en vervoer in de NEV hebben betrekking op de afzet van brandstoffen, zoals waargenomen door het CBS. De afzet van brandstoffen aan het wegverkeer ligt hoger dan het verbruik van brandstof door het wegverkeer in Nederland. Daarom wordt voor ramingen van het energiegebruik van verkeer en vervoer het verwachte toekomstig brandstofverbruik op Nederlands grondgebied verhoogd op basis van het verwachte verschil tussen brandstofafzet en verbruik.”

    Dit laatste snap ik niet helemaal. Staat daar geen tegenstrijdigheid? De raming voor 2020 valt lager uit, vooral doordat vaker over de grens getankt wordt. Tegelijkertijd ligt de afzet van brandstoffen hoger dan het verbruik in Nederland: daarom wordt het toekomstig brandstofverbruik in Nederland verhoogd. Dit kan ik niet goed volgen, maar dat ligt vast aan mij.

  26. Lennart van der Linde

    Ok, ik moest nog wat verder doorlezen🙂

    Op p.154-155 staat de nadere toelichting:

    “Het verschil tussen afzet en verbruik van benzine en diesel door wegverkeer was tussen 2000 en 2011 relatief stabiel maar is de laatste jaren gaan schommelen, zoals blijkt uit Tabel 5.7. Voor benzine lagen afzet en verbruik in de periode 2000-2011 goed in lijn met elkaar, maar vanaf 2013 is de afzet van benzine 6 à 7 procent lager dan het binnenlands verbruik. Voor diesel lag de afzet tot en met 2013 ongeveer 25 procent hoger dan het binnenlands verbruik, maar vanaf 2014 is dit verschil 14 procent. Deze veranderingen zijn naar verwachting grotendeels toe te schrijven aan variërende verschillen in brandstofprijzen tussen Nederland en omringende landen. Vanwege de snelle daling van de verschillen tussen afzet en verbruik in 2013 en 2014 zijn in de NEV 2015 de geraamde verschillen voor 2020 naar beneden bijgesteld, zoals weergegeven in Tabel 5.7. De oorzaken voor de snelle daling waren echter nog onvoldoende
    duidelijk. Daarom is in de onzekerheidsanalyse gevarieerd met de aannames over het tankgedrag, wat heeft geresulteerd in een bandbreedte van +0,9 tot -2,2 megaton in 2020 (Geilenkirchen et al., 2016a).

    In het afgelopen jaar heeft PBL nader onderzoek gedaan naar de verschillen in brandstofprijzen tussen Nederland en omringende landen (Geilenkirchen et al., 2016b). Daaruit blijkt dat het prijsverschil met België voor diesel voor internationale vervoerders (exclusief BTW en inclusief terugvorderbare accijns) is opgelopen van gemiddeld 8,3 cent per liter in de periode 2005-2010 tot 14 cent per liter medio 2015. Het prijsverschil met Duitsland is opgelopen van gemiddeld -4,6 cent in 2005 tot en met 2010 tot +2,5 cent per liter medio 2015. Het prijsverschil voor benzine (pompprijs) bedroeg in de periode van 2005 tot en met 2010 gemiddeld 12 cent per liter, maar is in 2015 opgelopen tot 20 cent per liter in België en 16 cent per liter in Duitsland. Deze veranderingen vormen een prikkel voor internationale vervoerders en particulieren in de grensstreek om meer in het buitenland te tanken. Bovenstaande verklaart naar verwachting grotendeels de verandering in het verschil tussen afzet en verbruik van benzine en diesel in Nederland.

    De veranderende prijsverschillen zijn het gevolg van beleidswijzigingen
    in Nederland maar ook in de omringende landen. De belangrijkste veranderingen in het Nederlandse beleid zijn de btw-verhoging in 2012, de jaarlijkse indexatie van de accijnzen en de accijnsverhoging voor diesel in 2014. De verhoging van de terugvorderbare accijns in België is een belangrijke buitenlandse beleidswijziging geweest. In de NEV 2016 is verondersteld dat de prijsverschillen tussen Nederland en omringende landen de komende jaren stabiliseren, en dat daardoor ook het verschil tussen afzet en verbruik van brandstof stabiliseert op het niveau van 2014
    en 2015. Dit resulteert in een lagere projectie van het energiegebruik en de CO2-uitstoot in 2020 dan in de NEV 2015, ondanks dat de ramingen van de verkeersvolumes en de brandstofefficiëntie van het wagenpark maar beperkt zijn gewijzigd. De gewijzigde aannames leiden ook tot lagere projecties voor het jaar 2030, maar dit wordt deels gecompenseerd door een grotere groei van het personenverkeer die na 2020 wordt verwacht in de NEV 2016. Dit is hoofdzakelijk het gevolg van de lagere energieprijzen welke in deze laatste editie zijn verondersteld.”

  27. Bart,
    effe een pro memorie die niet gaat over de traagheid in het *klimaatsysteem*, het onderwerp van je stuk, dus ik houdt het zo kort mogelijk (en zie evt. reacties tegemoet in Open discussie).
    Een vertragingsfenomeen dat we gemakkelijk over het hoofd zien juist omdat het zo enorm groot is en vanzelfsprekend, is de uitgestelde/vertraagde back-fire van het Europese imperialisme. Ppm CO2 nam toe door en met de imperialistische macht en rijkdom (zie o.m. Mike Davis, Late Victorian Holocausts: El Nino Famines and the making of the Third World. Verso 2002). Sinds het jaar 2000 hebben 250.000 katoenboeren in India zelfmoord gepleegd in het kader van onmogelijk terug te betalen leninkjes van de Indiase staat die met o.m. Monsanto – over imperialisme gesproken – een akkoord had. Allemaal keurig in het kader van vrije handels overeenkomsten.

  28. Goff Smeets,

    “Duidelijk antwoord. De rest van je reactie vind ik niet relevant voor de vraag die ik stelde”

    Dus een beleidsevaluatie van [jouw woorden] ‘ inconsequente beslissingen, twijfelachtige interventies, inconsistente of zelfs elkaar tegenwerkende beleidsmanoeuvres’ vind je overbodig? Waarom niet?

    Hans Custers,

    “Bert, je trucje om de aandacht van het klimaat af te leiden door te roepen dat er ook andere problemen zijn kennen we nu wel”

    Nou, kennelijk niet, Hans. Want ik rep niet over ‘andere problemen’ maar over ‘andere oorzaken van een bepaald probleem’, in dit geval de bedreiging van Smeets’ habitat. Dat jullie hier vooral door de koker van klimaatverandering willen kijken, is jullie zaak. Maar voor het bredere maatschappelijk debat moet je die andere oorzaken wel degelijk meenemen.

  29. Heren, m.b.t. uitstoot in 1990 (Mton CO2-eq):
    – Urgenda-vonnis volgens Bob (afgerond): 224,5
    – NEV 2016 blz 215: 222,2

    Dus dat opkrikken valt wel mee, eerder het tegengestelde ( circa 1 %)?

  30. Hans Custers

    Bert,

    Wegens off-topic beantwoord in de open discussie.

  31. Bert,
    nee niet “Dus etc.”
    En dat ga ik niet voor de -tigste keer uitleggen.

  32. Lennart van der Linde

    Bert, je zegt:
    “dat opkrikken valt wel mee, eerder het tegengestelde (circa 1%)?”

    Goed punt. Dat roept de vraag op van welke 1990-uitstoot uitgegaan werd, mondiaal en Europees/nationaal. toen die 25-40% reductie in 2020 als doel gekozen werd. En van welk jaar en niveau van piekemissies, en van welke mate van negatieve emissies later deze eeuw, ofwel van welk koolstofbudget.

    De 25-40% voor ontwikkelde landen komt uit AR4 (IPCC 2007). Daar werd voor het eerst naar verwezen in een voetnoot van het Bali-akkoord van eind 2007. Ik heb geen idee van welke 1990-uitstoot toen werd uitgegaan en van welk koolstofbudget, expliciet of impliciet (want ik dacht dat toen nog niet zo breed over koolstofbudgetten werd gesproken).

    Als de experts van het PBL dit helder op een rijtje zouden zetten, zouden we kunnen beoordelen of de 25% reductie van de Klimaatzaak met het huidige beleid echt binnen bereik is of niet. Ze lezen vast mee🙂

    En dan zouden ze meteen aan kunnen geven hoeveel extra reductie in 2020 en later nog nodig is om ook de doelen van Parijs binnen bereik te krijgen, en onder welke aannames over negatieve emissies etc.

  33. Lennart van der Linde

    Voor de liefhebbers: de 25-40% uit IPCC 2007 AR4 is gebaseerd op de studies, cijfers en aannames besproken in Den Elzen & Hohne 2008:
    http://link.springer.com/article/10.1007/s10584-008-9484-z

    Samenvatting:
    “The IPCC Fourth Assessment Report, Working Group III, summarises in Box 13.7 the required emission reduction ranges in Annex I and non-Annex I countries as a group, to achieve greenhouse gas concentration stabilisation levels between 450 and 650 ppm CO2-eq. The box summarises the results of the IPCC authors’ analysis of the literature on the regional allocation of the emission reductions. The box states that Annex I countries as a group would need to reduce their emissions to below 1990 levels in 2020 by 25% to 40% for 450 ppm, 10% to 30% for 550 ppm and 0% to 25% for 650 ppm CO2-eq, even if emissions in developing countries deviate substantially from baseline for the low concentration target. In this paper, the IPCC authors of Box 13.7 provide background information and analyse whether new information, obtained after completion of the IPCC report, influences these ranges. The authors concluded that there is no argument for updating the ranges in Box 13.7. The allocation studies, which were published after the writing of the IPCC report, show reductions in line with the reduction ranges in the box. From the studies analysed, this paper specifies the “substantial deviation” or “deviation from baseline” in the box: emissions of non-Annex I countries as a group have to be below the baseline roughly between 15% to 30% for 450 ppm CO2-eq, 0% to 20% for 550 ppm CO2-eq and from 10% above to 10% below the baseline for 650 ppm CO2-eq, in 2020. These ranges apply to the whole group of non-Annex I countries and may differ substantially per country. The most important factor influencing these ranges above, for non-Annex I countries, and in the box, for Annex I countries, is new information on higher baseline emissions (e.g. that of Sheehan, Climatic Change, 2008, this issue). Other factors are the assumed global emission level in 2020 and assumptions on land-use change and forestry emissions. The current, slow pace in climate policy and the steady increase in global emissions, make it almost unfeasible to reach relatively low global emission levels in 2020 needed to meet 450 ppm CO2-eq, as was first assumed feasible by some studies, 5 years ago.”

    In hoeverre de cijfers anno 2016 anders zijn dan de in Elzen & Hohne gebruikte is dan de volgende vraag. Ik ga kijken of ik daar inzicht in kan krijgen.

  34. Lennart, Bert en Bob,

    Bedankt voor het uitleggen van de nieuwe rekenmethode! Mijn vriendin en ik zijn waarschijnlijk te dom om het echt te begrijpen. We hebben ons vermaakt met de illusie dat alle problemen opgelost zouden zijn als elke Nederlandse automobilist in Duitsland zou tanken. (Na het eten en na een paar glazen wijn.)

    We blazen de kaarsen nu uit en morgen beginnen we weer met rationeel nadenken.

    Lieuwe

  35. Hi Lieuwe,

    Of daarmee “alle problemen opgelost zouden zijn” waag ik ernstig te betwijfelen.

    Maar als alle Hollanders in Duitsland gaan tanken… moeten onze oosterburen nóg meer aan emissiereductie gaan doen teneinde binnen hun afgesproken emissieplafond te blijven.

    Kaarsen uitblazen is altijd goed!🙂

  36. Lennart van der Linde

    Toelichtende column over cijfers Energieverkenning 2016 door de projectleider van ECN:
    https://www.ecn.nl/nl/nieuws/item/column-van-17-naar-23-procent-broeikasgasreductie-en-toch-geen-goed-nieuws-voor-het-klimaat/

    Komt dus aardig overeen met mijn eerste reactie.

  37. Lennart van der Linde

    Michiel Hekkenberg van ECN:
    “De totale emissies van 1990 tot 2020 samen opgeteld liggen nu een stuk hoger dan in de NEV 2014 werd verondersteld. En dat is uiteindelijk waar het voor het klimaat over gaat.”

    Hoe de veronderstelling in NEV 2014 zich verhoudt tot de veronderstelling in 2007, toen Den Elzen en Hohne voor het IPCC tot hun 25-40% range voor 2020 kwamen, blijft de vraag. De uitstoot is sindsdien echter sneller gestegen dan destijds doorgaans verwacht, als ik me niet vergis, dus zullen eerder hogere dan lagere reducties nodig zijn. Dat nu met een hogere global warming potential van methaan gerekend wordt, leidt denk ik tot dezelfde conclusie: er zijn sterkere reducties nodig dan destijds gedacht.

    In veel scenario’s worden die sterkere reducties uitgesteld door uit te gaan van meer negatieve emissies in de tweede helft van deze eeuw, wat nogal riskant lijkt gelet op het onzekere potentieel aan negatieve emissies. De traagheid in het klimaatsysteem geeft ons gelegenheid maatschappelijk traag te reageren zonder daarvoor meteen de volle prijs te betalen. Die wordt doorgeschoven naar de toekomst, met alle risico’s vandien.

  38. Inderdaad, de traagheid van het klimaatsysteem wordt volledig onderbelicht, vooral door zij die de burgers blijven voorhouden dat klimaat een aan/uit knop heeft … en dat het klimaatprobleem in een handomdraai op te lossen is.
    Maar wat is de “echte” boodschap van die klimaatinertie? Wat is de “echte” boodschap van het feit dat klimaatopwarming zeker nog voor honderden jaren zal doorzetten?
    Iets dat ik totaal mis in uw discours: ADAPTATIE. Mitigatie is goed en wel – op lange termijn – maar op korte termijn moeten we ons dringend aanpassen aan een ongemakkelijke waarheid, namelijk dat het klimaat sowieso gaat opwarmen, welke mitigatiemaatregelen we ook nemen.

  39. manuelsintubin,

    Natuurlijk zijn mitigatie en adaptatie beiden nodig om de gevolgen van klimaatverandering zo veel mogelijk te beperken cq het hoofd te bieden. Dat is zonneklaar en heb ik op dit blog en elders ook vaak gezegd.

    Deze post gaat echter over de gigantische traagheid in het klimaatsysteem, en dat heeft vooral implicaties voor het belang van mitigatie, en niet zo zeer voor adaptatie. De reden geeft u zelf al: mitigatie is vnl effectief op de lange termijn en adaptatie op de korte termijn.

    Aanvulling: Uw reactie nog eens nalezend is dit inderdaad een belangrijk punt: “Mitigatie is goed en wel – op lange termijn – maar op korte termijn moeten we ons dringend aanpassen aan een ongemakkelijke waarheid, namelijk dat het klimaat sowieso gaat opwarmen, welke mitigatiemaatregelen we ook nemen.” Juist vanwege die traagheid heeft mitigatie op korte termijn nauwelijks tot heel sumier effect, en dat betekent inderdaad dat wat we ook doen op het gebied van mitigatie, adaptatie maatregelen geboden zijn, juist ook *vanwege* die traagheid.

    Mijn zorgen over klimaatverandering zijn vnl toekomstgericht, omdat de effecten op dit moment in de meeste gevallen nog wel beheersbaar lijken te zijn (met die uitspraak zal niet iedereen het eens zijn trouwens, en ik ben me ervan bewust dat in andere delen vd wereld de beheersbaarheid een heel stuk minder is dan in ons veilige en rijke West-Europa), of in ieder geval dat de effecten zeer sterk toe zullen nemen naar de toekomst toe. De grootste beleidsrelevantie vd traagheid vind ik dan ook dat vroegtijdige actie nodig is om een bepaald effect te bereiken.

    Zie bijv ook deze oudere post over dit thema: https://ourchangingclimate.wordpress.com/2010/09/06/future-generations-global-warming-is-not-our-problem/

  40. “Iets dat ik totaal mis in uw discours: ADAPTATIE. Mitigatie is goed en wel – op lange termijn – maar op korte termijn moeten we ons dringend aanpassen aan een ongemakkelijke waarheid, namelijk dat het klimaat sowieso gaat opwarmen, welke mitigatiemaatregelen we ook nemen.”

    De adaptatie-gedachte zit er m.i. wel in waar de post stelt
    “Uitstel van mitigatie maatregelen totdat het water ons aan de lippen staat gaat gepaard met een groot risico…”

    Overigens wijs ik erop dat het in de draadjes achter vele stukken vaak gaat over de energietransitie. De energietransitie is toch echt een (weliswaar vetraagde) korte termijn adaptatie aan het *feit van de globale opwarming*. Maar het is waar, de transitie zal op korte termijn niet veel uitmaken voor lokale *gevolgen van de opwarming*.

  41. Beste Manuel Sintubin,

    … door zij die de burgers blijven voorhouden dat klimaat een aan/uit knop heeft … en dat het klimaatprobleem in een handomdraai op te lossen is.

    Niemand beweert dat het klimaatprobleem “in een handomdraai op te lossen is”.

    ADAPTATIE is al vaak aan de orde geweest op dit blog en is een belangrijk onderdeel van het Akkoord van Parijs en van de andere klimaatverdragen. Zie ook de IPCC rapportages:

    IPCC Werkgroep II over Adaptatie
    Akkoord van Parijs over Adaptatie
    Nationale adaptatie plannen in het Klimaatakkoord
    $100 miljard/jaar, vanaf 2020, in het Green Climate Fund

    Het zijn fondsen waaruit investeringen gedaan worden in adaptatie, vooral in de armere landen die verhoudingsgewijs veel minder verantwoordelijk zijn voor de klimaatverandering.

    Doelstelling van het Akkoord van Parijs is juist om de mondiale opwarming “well below 2 °C” te houden, teneinde adaptatie haalbaar en betaalbaar te maken. Het zijn tot op zekere hoogte communicerende vaten: hoe minder je investeert in Mitigatie (emissiereductie), des te meer schade je krijgt én hoe meer je moet investeren in Adaptatie.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s