De ingenieursblik van Dick Thoenes berust niet op feiten

Zo af en toe wordt een pseudosceptisch verhaal door allerlei mensen opgepikt en gaat het rondzingen in de social media. Dat gebeurde vorige week met een stuk van Dick Thoenes op Climategate.nl. Het stuk heeft, zoals zo vaak met dit soort verhalen, de opzet van een “Gish gallop”; er is geen beginnen aan om alle onjuistheden, suggesties en drogredenen uitgebreid en onderbouwd te beantwoorden. Medeblogger Jos heeft er hier (pdf) een groot aantal kort aangestipt.

Waarom dat verhaal zo rondgaat, is voor mij onbegrijpelijk. Het ligt in elk geval niet aan de kwaliteit van de argumenten. Al moet ik wel toegeven dat mijn eerste reactie op Twitter bij nader inzien iets te kort door de bocht was.

Bij nader inzien zit een behoorlijk deel van het pseudosceptische standaardrepertoire wel op een terloopse manier in het stuk van Thoenes verweven, maar geeft hij er vaak een eigen (maar daarmee niet noodzakelijk betere) draai aan. Met de nodige goede wil zou je er de ingenieursblik van de emeritus hoogleraar procestechniek – ik heb ooit nog bij hem in de collegebanken gezeten – kunnen herkennen. Ingenieurs willen dingen ontwerpen die het doen als ze zijn gebouwd. Ze zullen daarom anders met onzekerheden omgaan dan veel andere wetenschappelijke disciplines. Als een brug 95% kans heeft om niet in te storten deugt het ontwerp ervan niet. Terwijl 95% waarschijnlijkheid in de meeste wetenschappelijke disciplines als behoorlijk overtuigend bewijs wordt gezien voor een hypothese. Ingenieurs zijn ook pragmatisch: als een empirisch vastgestelde formule – in de procestechniek wemelt het er van – goed genoeg is voor een ontwerp, vinden ze het niet nodig om verder te graven naar de precieze natuurwetenschappelijke achtergrond van zulke formules. Als je eenmaal weet hoe je een leiding moet dimensioneren zodat je geen last krijgt van turbulentie is dat genoeg. Diep graven naar de achterliggende fysica kost een hoop tijd en energie, terwijl je ontwerp er hoogstwaarschijnlijk niet beter van wordt.

Dat gezegd hebbende, is het ook wel duidelijk dat Thoenes nooit de moeite heeft genomen om zich serieus in de klimaatwetenschap te verdiepen. Daarvoor mist hij teveel kernpunten van die wetenschap en staan er teveel flagrante onjuistheden in zijn verhaal. Hij heeft ook niet erg zijn best gedaan om er een samenhangend betoog van de maken: het is eerder een verzameling losse kreten die elkaar zo nu en dan behoorlijk tegenspreken. En van onderbouwing is al helemaal geen sprake; de lezer moet Thoenes maar op zijn woord geloven want nergens in zijn stuk is een verwijzing naar al dan niet wetenschappelijke bronnen te vinden die zijn claims ondersteunen.

Zoals gezegd is het onbegonnen werk om alles inhoudelijk en onderbouwd te weerleggen. Daarom pik ik er enkele opvallende punten uit.

Schaalniveaus

Thoenes begint met het intrappen van een open deur: lokale klimaten verschillen sterk; de verschillen tussen en de veranderingen in lokale klimaten zijn groter dan de veranderingen in de mondiaal gemiddelde temperatuur. Dat klopt, zoals ook de verschillen tussen dag en nacht, of zomer of winter op de meeste plekken op aarde veel groter zijn dan de mondiale veranderingen. Waarom dat relevant zou zijn vermeldt Thoenes niet. Ondertussen schiet hij hier wel volledig voorbij aan een punt dat cruciaal is om te begrijpen of en hoe het mondiale klimaat kan veranderen. Een punt dat in de kern neerkomt op: de wet van behoud van energie.

De dynamiek in het klimaatsysteem – pseudosceptici spreken meestal liever van “chaos” – is vrijwel volledig het gevolg van de ongelijke verdeling in plaats en tijd van zonlicht over het aardoppervlak. Energie heeft de neiging om van warm naar koud te stromen. Er stroomt daarom energie langs het aardoppervlak van plekken die veel zonlicht ontvangen naar plekken waar dat minder het geval is, via de transportmiddelen die daarvoor beschikbaar zijn: stroming in de oceanen en de atmosfeer en verdamping en condensatie van water. Dat interne warmtetransport kan wel eens wat schommelen, waardoor er op lokaal niveau klimaatschommelingen kunnen voorkomen.

Maar opwarming van het hele klimaatsysteem kan onmogelijk het gevolg zijn van alleen maar schommelingen in het interne warmtetransport. Want dat zou in strijd zijn met de wet van behoud van energie. Als het hele klimaat opwarmt – wat eerst en vooral blijkt uit de toename van de warmte-inhoud van het grote energiereservoir in het klimaatysteem: de oceanen – moet er iets aan de hand zijn met de energiebalans van de hele aarde. Dat is iets wezenlijk anders dan wat er op lokaal niveau allemaal kan gebeuren.

Toename van de warmte-inhoud van de oceanen over de periode 1960 – 2015. Bron: Cheng et al. 2015

Je kunt lokale klimaten en veranderingen daarin niet over een kam scheren met mondiale opwarming. Bovendien heeft een verandering in de mondiale energiebalans ook weer zijn invloed op de dynamiek van het systeem, waardoor de lokale veranderingen niet overal hetzelfde zullen zijn. Aanzienlijke lokale verschillen in het tempo van opwarming, of misschien zelfs wel afkoeling op een enkele plek, bewijzen dus absoluut niet dat er geen sprake is van mondiale opwarming. Ironie: nadat hij in de opening een onsamenhangende hutspot heeft gemaakt van het klimaat op lokaal en mondiaal niveau, wijst Thoenes zelf op de verwarring die zo’n hutspot zou kunnen veroorzaken. Hij beweert dat lokale variaties “overal” worden geïnterpreteerd als gevolgen van wereldwijde variaties. De verwarring tussen lokaal en mondiaal is weliswaar vaak te zien op pseudosceptische blogs en de fout zal ook wel eens gemaakt worden in berichten van de populaire media, maar in de klimaatwetenschap komt het zelden of nooit voor. In de rapporten van het IPCC zeker niet, daar durf ik mijn hand voor in het vuur te steken.

Wat geldt voor het onderscheid tussen lokaal en mondiaal, geldt ook voor het onderscheid tussen korte en lange termijn. Op korte termijn, tot enkele decennia, kunnen schommelingen in bijvoorbeeld oceaanstromingen of vulkanische activiteit een merkbare invloed hebben op de temperatuur van het aardoppervlak. Zulke schommelingen verdwijnen natuurlijk niet door de menselijke invloed op het klimaat. De menselijke invloed zorgt dat er onder die schommelingen een gestaag stijgende trend zit. Zonder menselijke invloed zouden periodes met wat opwarming en wat afkoeling elkaar afwisselen en zou er over langere tijd niet of nauwelijks verandering zijn. Uit wat er over relatief korte periodes gebeurt valt daarom bar weinig af te leiden over de menselijke invloed op het klimaat op lange termijn. Het opdelen van de opwarming sinds het begin van vorige eeuw in kleinere stukken (1900 – 1940 en 1979 – 1998) is dus niet erg relevant, omdat de factoren die een rol spelen bij zulke schommelingen waarschijnlijk niet de oorzaken zijn die de langetermijntrend bepalen. Dat het na 1998 gewoon verder is opgewarmd heeft Thoenes al helemaal gemist.

Mondiaal gemiddelde temperatuur

Verandering in de mondiaal gemiddelde temperatuur sinds 1880 volgens drie datasets

Wat Thoenes hierover schrijft valt onder de noemer fictie. Zo beweert hij dat de mondiaal gemiddelde temperatuur bepaald zou worden door “de gemiddelde waarden van de metingen van alle bekende weerstations” te nemen. Dat is een flinke simplificatie van de realiteit. Nog een graadje erger wordt het als hij wat verderop beweert dat er niet zoiets als een gemiddelde temperatuur zou kunnen bestaan. Dat is gewoon wartaal.

Er zijn verschillende instituten in de VS (NOAA-NCEI, NASA-GISS, Berkeley Earth), het VK (Met Office Hadley Centre) en Japan (JMA) die de mondiaal gemiddelde temperatuur bijhouden. Of beter: ze houden de verandering van die temperatuur bij, ofwel de temperatuur-anomalie. En geen enkel instituut doet dat door simpelweg het gemiddelde van alle meteostations (en van metingen van de temperatuur van het oceaanoppervlak door schepen en boeien; Thoenes vindt dat het meten hiervan “moeilijker” is, maar in de praktijk blijkt dat best mee te vallen) op aarde te berekenen: men houdt zorgvuldig rekening met de spreiding van metingen over het aardoppervlak en met allerlei andere factoren die een rol kunnen spelen.

Natuurlijk blijft er bij dergelijke analyses altijd een bepaalde onzekerheid over. Maar die is veel kleiner dan de 0,5 °C die Thoenes zonder enige onderbouwing uit zijn duim zuigt. Overigens “vergeet” Thoenes voor het gemak ook maar even dat er altijd twee kanten aan onzekerheid zitten: het kan meevallen maar het kan ook tegenvallen. Volgens de redenering van Thoenes zou het ook zomaar kunnen dat de mondiale temperatuurdata de werkelijke opwarming met een halve graad onderschatten!

Ad ignorantiam

Thoenes beweert of suggereert meermaals dat het klimaat veel te ingewikkeld is om het te begrijpen. Nu valt niet te ontkennen dat het ingewikkeld is, maar de mens heeft de wetenschap nu net uitgevonden om ingewikkelde dingen beter te begrijpen. De kennis die twee eeuwen klimaatonderzoek heeft opgeleverd terzijde schuiven met dooddoeners als: “Het is ingewikkeld” is wel erg gemakzuchtig. Het doet zeker geen recht aan de resultaten van al het werk dat duizenden of tienduizenden wetenschappers hebben gedaan. Overigens bevestigen al die onderzoeksresultaten steeds weer dat het klimaat zich in grote lijnen gedraagt zoals dat op basis van natuurwetenschappelijke basislogica te verwachten is. De natuurwetenschappelijke basislogica waarmee Arrhenius eind 19e eeuw de menselijke invloed op het klimaat al voorspelde. Ook complexe systemen ontkomen nu eenmaal niet aan de ijzeren wetten van de natuur.

Overzicht van twee eeuwen klimaatwetenschap. Bron: Skeptical Science

Natuurlijk weet de wetenschap niet alles. Het paradoxale in de wetenschap is dat elk antwoord weer een hele serie nieuwe vragen oplevert; hoe meer men weet, hoe meer vragen er open staan. De wetenschap is zich zeer bewust van onzekerheden en leemtes in kennis, en houdt daar dan ook rekening mee. Dat geldt zeker voor de klimaatwetenschap. In rapportages, zoals die van het IPCC, worden zulke onzekerheden al zorgvuldig meegenomen en -gewogen. Daarom is het totaal onjuist om te beweren of te suggereren dat onzekerheden afbreuk zouden doen aan die rapportages.

Tenslotte is onzekerheid niet noodzakelijk goed nieuws als het over de risico’s van klimaatverandering gaat. Het tegendeel zou wel eens het geval kunnen zijn.

De zon

There’s always the sun” schreef Jos 5 jaar geleden al. Thoenes illustreert hier nog eens mooi wat het “pseudo” in pseudoscepsis betekent. Enerzijds vergroot hij het minste flintertje onzekerheid in de mainstream klimaatwetenschap uit tot enorme proporties – daar is de ad ignorantiam drogreden weer: onzekerheid wordt verdraaid tot onwetendheid – om op die manier twijfel te zaaien over de menselijke invloed op het klimaat. Maar als het over de mogelijke invloed van de zon gaat doet hij precies het tegenovergestelde. Hij beweert zonder enig voorbehoud en zonder onderbouwing dat variatie in de zonne-activiteit een “belangrijke bron van klimaatwisselingen” is. Even doet hij alsof de (op zijn best hoogst speculatieve) invloed van kosmische straling op bewolking en daarmee op het klimaat, de zogenaamde Svensmark-hypothese, een vaststaand wetenschappelijk feit is, maar in de daaropvolgende zin haalt hij dat zelf alweer onderuit: “In het algemeen worden de belangrijke invloeden van variërende wolkendekken nog niet goed begrepen .” Waarmee hij dus uiteindelijk het een en ander heeft gesuggereerd, maar helemaal niets heeft gezegd. Waar hij ook niets over zegt zijn de drie recordwarme jaren die we achter de rug hebben, bij een lage zonneactiviteit.

Stabiel klimaat

Volgens Thoenes heerst er op aarde al miljarden jaren een stabiel klimaat. Op kosmische schaal klopt dat wel: daar stellen 5 of 10 °C temperatuurverschil absoluut niets voor. Maar op de schaal die van belang is voor aardbewoners zit dat wat anders. De afwisseling van ijstijden en interglacialen die de aarde heeft gekend lijkt even ontschoten te zijn aan Thoenes, toen hij deze passage schreef. Terwijl hij iets eerder in zijn stuk de initiële oorzaken van die afwisseling nog wel noemde: “variaties in de hellingshoek van de aardas en in de ellipticiteit van de aardbaan”.

Kleine veranderingen kunnen blijkbaar behoorlijke gevolgen hebben in dat “stabiele klimaat”. Het zou voor ons, mensen, niet onverstandig zijn om daar rekening mee te houden. Want wij hebben onze beschaving, onze landbouw, onze infrastructuur, onze techniek allemaal ontwikkeld in een periode met een echt bijzonder stabiel klimaat: het huidige interglaciaal, het Holoceen.

De menselijke invloed

De eerste opmerking die Thoenes maakt over de menselijke invloed is absurd: “De mogelijke menselijke invloed op het klimaat is gelijk aan de warmte die vrij komt bij de verbranding van fossiele brandstoffen.” Er is werkelijk niemand die dit bedoelt als het over de menselijke invloed op het klimaat gaat. Hoeveel die “afvalwarmte” bijdraagt is overigens wel onderzocht, door Flanner in 2009: het is ongeveer 1% van de totale antropogene opwarming.

Daarna volgen er nog wat beweringen uit een behoorlijke extreme uithoek van het pseudosceptische standaardrepertoire. Thoenes beweert dat nooit aangetoond zou zijn dat het CO2-gehalte in de atmosfeer invloed zou hebben op de temperatuur, en stipt dan nog even Arrhenius aan, waarmee hij in feite het bestaan van het broeikaseffect (dat overigens gewoon te meten is) tegelijkertijd erkent en ontkent. De bewering dat de stijging van de CO2-concentratie in de atmosfeer mogelijk niet het gevolg van menselijke emissies is is dan weer in strijd met de wet van behoud van massa. De bewering dat de opwarming is gestopt in 1998 komt ook nog een keer voorbij, evenals de eindeloos vaak weerlegde mythe over de verzadiging van het broeikaseffect. En dan is er nog de totaal niet onderbouwde bewering dat 1 of 2 graden opwarming meer voor- dan nadelen zou hebben voor “onze planeet”. De wetenschap denkt daar toch echt iets anders over.

De consensus

Volgens vast pseudosceptisch gebruikt ontbreekt het potje verdachtmaken en slachtoffergedrag niet. Het begint met een merkwaardig woordenspel, waarin Thoenes probeert te vertellen dat de grote meerderheid van de wetenschappers die de mainstream klimaatwetenschap ondersteunt eigenlijk een minderheid is, die ook nog eens uit wetenschappers bestaat die geen “echte wetenschappers” zouden zijn. Pure fictie, want niet alleen wijzen consensusonderzoeken steevast uit dat een flinke meerderheid van de klimaatwetenschappers overtuigd is van de menselijke invloed op het klimaat, datzelfde standpunt wordt ook uitgedragen door academies van wetenschappen over de hele wereld en talloze andere wetenschappelijke organisaties en verenigingen. Terwijl geen enkele wetenschappelijke organisatie van enige betekenis het tegenovergestelde standpunt inneemt.

“Alarmisten” zouden niet willen praten met “kritische wetenschappers”. De realiteit is toch iets anders. De meeste serieuze wetenschappers hebben geen zin om steeds maar weer dezelfde antwoorden te geven op dezelfde halve waarheden, hele onwaarheden en drogredenen, om vervolgens te moeten constateren dat pseudosceptici die antwoorden systematisch negeren. Omdat die serieuze wetenschappers goed beseffen dat er op die manier weliswaar de schijn wordt gewekt van een wetenschappelijke discussie, maar dat er van een werkelijke discussie, een werkelijke uitwisseling van argumenten en gedachten, helemaal geen sprake is. Het enige doel van die schijndiscussie: beïnvloeding van de publieke opinie en de politiek. Als het stuk van Thoenes en het enthousiasme daarover iets bewijst, is het wel dat voor pseudosceptici alles dat twijfel kan zaaien over de klimaatwetenschap goed genoeg is. Ongeacht het wetenschappelijke gehalte.

Advertenties

19 Reacties op “De ingenieursblik van Dick Thoenes berust niet op feiten

  1. Goed stuk!

  2. Goed stuk, alleen jammer dat het (natuurlijk wel begrijpelijk) toch “emotioneel” wordt. Laten we ons als klimaat/technische/beta wetenschappers aan de kale feiten houden. En de emoties overlaten aan de politiek.

  3. Hans en Jos wat had ik graag jullie van koffie en een borrel voorzien bij het werk wat jullie (helaas) moesten uitvoeren in verband met de onzinnige eruptie van Thoenes.

    Ik moest glimlachen (niet heus) bij zijn onderscheid van klimaatwetenschappers en klimaat-modelleerders.

    Hoe kan nota bene een procesdenker het modelleren van een proces zo onderschatten?

    Hij serveert een complete groep wetenschappers af, niet door hun werk inhoudelijk te bekritiseren, maar hij verwijt hen niet professioneel sceptisch te zijn.

  4. Hi Hans,

    Een prima blogstuk. 🙂

    Wat wellicht niet iedereen weet is dat Thoenes al héél lang een vast ‘driemanschap’ vormt met Hans Labohm en Arthur Rörsch. Al in 2003 en 2004 waren zij gezamenlijk actief bij het ontkennen van de antropogene klimaatverandering, bijvoorbeeld:

    https://nl.wikipedia.org/wiki/Hans_Labohm

    Thoenes was de laatste jaren minder in de publiciteit. Daardoor kan het lijken dat hij een ‘nieuwkomer’ zou zijn, maar dat is niet zo.

  5. Bob, maak er maar minstens 31 juli 2001 van. NRC artikel van Thoenes en Labohm, te vinden op de Clingendael site.

  6. Hi Marco,

    Ja, dat wist ik niet meer. 2003/2004 kan ik me nog herinneren maar daarvoor wordt het ‘hazy’. 😉 Oké, dus ten minste al sinds 2001.

  7. Ik heb Dick Thoenes nog horen beweren dat het smelten van zee-ijs geen teken is van opwarming, maar van afkoeling. Immers, smelten onttrekt energie aan de omgeving.

    Bart Strengers en ik keken elkaar aan toen Thoenes dat zei op de bewuste meeting, ons afvragend of we het wel goed verstaan hadden. Het was immers te bizar voor woorden.
    (https://klimaatverandering.wordpress.com/2011/12/14/klimaatsymposium-van-nederlandse-klimaatsceptici-deel-i-de-agw-antagonisten/)

    Toch wel een sterk staaltje van jezelf voor de gek houden. Als niemand hem serieus zou nemen zou het erg lachwekkend zijn.

  8. cRR Kampen

    ‘Toch wel een sterk staaltje van jezelf voor de gek houden.’ – helemaal niet. Gewoon een staaltje liegen voor de lobby. Wat is dit toch constant voor rare onderschatting van die lieden?

  9. G.J. Smeets

    “Gewoon een staaltje liegen voor de lobby.”
    Inderdaad.
    En dat liegen kan heel simpel worden kort gesloten. Zoals hier http://climategate.nl/2017/07/18/klimaatverandering-klimaatalarmisme-en-klimaatbeleid/#comment-2164382

  10. Het aardige van het stuk van Thoenes is dat het jullie in de gelegenheid stelt weer eens flink te keer te kunnen gaan tegen die vermaledijde pseudoseptische twijfelbrigade. Leuk voor de bühne, dat wel, maar niet meer dan een achterhoedestrijd.

    In plaats daarvan zou de (maatschappelijke) discussie zich moeten toespitsen op risicoafweging in een bredere context zoals bijvoorbeeld in deze WSJ OpEd:

    https://www.wsj.com/articles/climate-change-isnt-the-end-of-the-world-1501446277?utm_content=buffer25c16&utm_medium=social&utm_source=twitter.com&utm_campaign=buffer

  11. Hans Custers

    Bert,

    Het zou inderdaad fijn zijn als de pseudosceptische twijfelbrigade op zou houden met het systematisch verspreiden van desinformatie. Want dan zouden wij er ook niet meer op hoeven te reageren. En zou het maatschappelijk debat ook niet zo vervuild raken met al die eindeloos vaak weerlegde halve waarheden, hele onwaarheden en drogredenen.

    Je richt je boodschap dan ook aan het verkeerde adres. Je moet bij degenen zijn die menen dat we alles wel een beetje op zijn beloop kunnen laten, omdat het waarschijnlijk wel meevalt met de risico’s van klimaatverandering. Als je die mensen zover zou kunnen krijgen dat ze ophouden het verspreiden van onzin, en zich beperken tot argumenten die wel hout snijden, dan is er tenminste een echte discussie mogelijk.

  12. “Het aardige van het stuk van Thoenes is dat het jullie in de gelegenheid stelt weer eens flink te keer te kunnen gaan…”

    Nou nee. Ik heb Dick Thoenes in het draadje achter zijn stuk op Climategate.nl (dat hierboven door Hans en Jos becommentarieerd is) persoonlijk aangesproken. Dick was het helemaal met me eens dat het hem net zoals VVD-politica Helma Neppérus niet zozeer gaat om klimatologie en klimaat als wel om het vraagstuk van de energietransitie. Dat vind ik een helder standpunt van Dick zonder dat hij of ik verbaal te keer zijn gegaan.

  13. Bert, zullen we eens een discussie hebben over dit commentaar in dat stuk:
    “The Intergovernmental Panel on Climate Change’s “scientific” recommendations, for example, include “reduced gender inequality & marginalization in other forms,” “provisioning of adequate housing,” “cash transfers” and “awareness raising & integrating into education.” Even if some of these are worthy goals, they are not scientifically valid, cost-benefit-tested policies to cool the planet.”
    ?

    De tabel die deze aanbevelingen doet, heeft de volgende beschrijving:
    “Approaches for managing the risks of climate change through adaptation.”

    Ofwel, de conclusie is an sich juist dat deze aanbevelingen de aarde niet zullen koelen, maar dat is omdat deze aanbevelingen een heel ander doel hebben: namelijk de risico’s van het *aanpassen* aan klimaatveranderingen verminderen! De link die Henderson and Cochrane maken is dus naar mijn mening onjuist. Wat vind jij van mijn conclusie?

  14. Beste Bert Amesz en Marco,

    Als jullie over een héél ander stuk willen praten (namelijk dat verhaal in de Wall Street Journal) dan het bovenstaande blogstuk, dient het in de Open Discussie te gebeuren en niet in dit draadje:

    https://klimaatverandering.wordpress.com/2017/04/28/open-discussie-voorjaar-2017/

  15. Ik zou meer willen weten van de uitspraak van Thoenes over het anthropogene aandeel CO2.

    Hij schrijft:
    Het is niet zeker dat de stijging van het CO2-gehalte van de atmosfeer veroorzaakt wordt door het stoken van fossiele brandstoffen.
    Van de CO2 die de mens en de natuur produceren wordt ongeveer 98% door de natuur opgenomen. De overige 2% hoopt zich op in de atmosfeer en veroorzaakt de gemeten stijging. Volgens sommigen is dit het gevolg van de natuurlijke verdeling van CO2 over water en lucht. Het zeewater
    bevat ongeveer 98% van de op aarde aanwezige CO2.

    Vragen:
    1 98% van wat. Hoeveel is 100%? Per jaar?
    2 2% hoopt zich op in de atmosfeer: dus toch
    3 Sluit het budget van 280 naar 400 ppm
    4 Volgens sommigen ……. En volgens anderen? Ontbreekt hier een zin?
    5 Waarom nog eens 98% noemen over aandeel CO2 in zeewater.
    Wat is vraag relatie met 1 – 4

  16. Hi Pieter,

    Het zijn vragen die je aan Thoenes dient te stellen met een verzoek om kwantitatieve gegevens in Gigaton C en CO2 (of omgerekend naar het aantal ppm’s in de atmosfeer), in plaats van ‘procenten’. Ook ontbreken de wetenschappelijke publicaties waar hij zich op baseert.

    Thoenes verhaal heeft als doel om de suggestie te wekken: “Het is niet zeker dat de stijging van het CO2-gehalte van de atmosfeer veroorzaakt wordt door het stoken van fossiele brandstoffen.” Dat is echter een leugen. Er is een reeks aan onafhankelijke bewijslijnen (‘multiple independent lines of evidence’) die aantonen dat de toename geheel en al komt door:

    — verbranden van fossiel koolstof (fossiele brandstoffen);
    — plus ontbossing;

    In feite wordt van onze jaarlijkse emissies ongeveer de helft ‘extra’ opgenomen door de natuur. De andere helft blijft in de dampkring waar het jaar-op-jaar accumuleert tot de nu ruim 400 ppm CO2 in plaats van de max. 280 ppm tijdens de voorgaande 800.000 jaar (en langer).

    In de 19e eeuw leverde de factor ontbossing nog een bijna even grote bijdrage aan de toename als het verstoken van fossiel. Sinds begin 20e eeuw is het verbranden van fossiele brandstoffen geleidelijk de bijdrage van ontbossing gaan overtreffen, met over de afgelopen 50 jaar de volgende jaarlijkse bruto bijdragen (bruto, omdat hiervan ca. de helft door de natuur ‘extra’ wordt opgenomen):

    Figuur 1. CO2 emissies door verbranding van fossiele brandstoffen en ontbossing, uitgedrukt in equivalente aantal deeltjes per miljoen (parts per million, ppm) van de CO2 concentratie in de atmosfeer.

    De verschillende onafhankelijke bewijslijnen worden besproken in eerdere blogstukken, waaronder:

    https://klimaatverandering.wordpress.com/2014/04/16/toekomstige-co2-concentraties/

    https://klimaatverandering.wordpress.com/2017/05/26/de-invloed-van-de-mens-op-het-zuurstofgehalte-in-de-atmosfeer-en-de-oceanen/

    https://klimaatverandering.wordpress.com/2016/02/14/de-verreikende-menselijke-invloed-op-het-klimaat/

    https://klimaatverandering.wordpress.com/2015/01/12/faq-oceaanverzuring/

    https://klimaatverandering.wordpress.com/2014/09/12/wil-de-echte-co2-toename-opstaan/

    Daar kan je ook de kwantitatieve gegevens vinden net zoals bij het Global Carbon Project, de jaarlijkse BP Energy Statistics, de rapporten van het PBL en samengevat in hoofdstuk 6 van IPCC AR5 WGI:

    http://www.climatechange2013.org/images/report/WG1AR5_Chapter06_FINAL.pdf

  17. Een soortgelijk stuk kwam drie dagen geleden op climategate.nl langs onder de kop “Klimaatvoorspellingen”. Optimist als ik ben zie ik toch tekenen van voortschrijdend inzicht: ze hebben hun principieele verzet tegen het corrigeren van temperatuurwaarnemingen laten varen en ze geven eveneens toe dat er meer klimaatmodellen zijn dan die paar miskleunen die ze tot nog toe voor het voetlicht lieten paraderen. En dan is het zo jammer dat ze de alineas daarna meteen weer in hun oude fouten vervallen.

    Paai

  18. Hallo Bob,

    dank voor je antwoord van 3 augustus.
    Je kon antwoorden binnen een uur!

    Ik kies ervoor om bij jullie in de klimaat-salon te komen. Zes jaar geleden heb ik me afgekeerd van Climategate. Daar kan ik niets leren. En me ook niet amuseren.

    Volgende keer zal ik als tegenprestatie een vraag van jouw beantwoorden. OK?

  19. Dick Thoenes heeft op 11 september opnieuw een verhaal op climategate.nl geplaatst: “Over het klimaat en de vrijheid van meningsuiting”. Tenenkrommend. Hij had op vacantie klaarblijkelijk “Climate of fear” van Michael Crighton gelezen en dat is nu zijn nieuwe bijbel.

    Paai

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s