Versnelt de zeespiegelstijging? – Deel 2

Door de alsmaar stijgende broeikasgasconcentraties zal het deze eeuw warmer worden op onze aarde. De grote ijskappen zullen hier op reageren (zoals nu al het enigszins het geval is) en meer massa verliezen, wat bijdraagt aan de zeespiegelstijging. De satellietmetingen van het zeeniveau sinds 1993 laten zien dat vooral de bijdrage van het smelten van de ijskap op Groenland aan de zeespiegelstijging is toegenomen en over de periode vanaf 2004 circa 25% bedraagt. De nieuwste gegevens wijzen op een toename in de snelheid van de zeespiegelstijging.

De komst van de satellieten heeft de meetmogelijkheden aan de aarde aanzienlijk uitgebreid en dat geldt ook voor het zeeniveau. Sinds eind 1992 zijn er diverse satellieten gelanceerd die door middel van radar de veranderingen in het zeeniveau in kaart kunnen brengen. Een groot voordeel boven getijdenmetingen is dat via de satellieten ook het zeeniveau van de grote oceaanvlakten gemeten kan worden. Simpel wordt het echter nooit, ook bij deze meettechniek zijn diverse correcties nodig zoals onder andere voor de hoeveelheid waterdamp in de atmosfeer, de plaatselijke luchtdruk en tevens voor het opveren van het land. De lineaire trend in de zeespiegelstijging op basis van de satellietdata vanaf 1993, zoals die nu wordt gerapporteerd, bedraagt circa 3,2 tot 3,4 mm/jaar. Ondanks de geconstateerde toename van het massaverlies van de grote ijskappen was er geen versnelling in de zeespiegelstijging zichtbaar. Eerder was het tegengestelde het geval, de trend over het eerste decennium van de satellietmetingen was hoger dan over het tweede decennium. Zie de grafiek in figuur 1.

Figuur 1: De zeespiegelstijging op basis van satellietdata zoals gerapporteerd door de University of Colorado. Bron: Fasullo et al. 2016.


Het lijkt er dus op dat niet al het smeltwater van grote ijskappen terug te vinden is in de satellietmetingen van de zeespiegel: er zit een gat in de boekhouding. De wetenschap doet vervolgens wat ze altijd doet, men gaat op zoek naar het waarom, het zoekgeraakte water in dit geval. Cazenave et al. 2015 liet zien dat de El Niño/La Niña cyclus een behoorlijke invloed heeft op de decennium-trends van de zeespiegel-satellietdata. Fasullo et al. 2016 wees op de invloed van de vulkaanuitbarsting op Mount Pinatubo in 1991, waardoor de start van de satellietmetingen samenviel met extra opwarming door het langzaam wegvallen van de afkoelende werking van de vulkanische aerosolen. Een andere factor die een rol speelde, was een mogelijke afwijking in de satellietdata zelf (vooral in de beginjaren) zoals dat door een Australische onderzoeksgroep in Watson et al. in 2015 geopperd werd. Hun correctie voor de gevonden afwijking betekende een lagere zeespiegelstijging over de gehele satellietperiode (2,6 – 2,9 mm/jaar) maar zij vonden ook een (niet statistisch significante) versnelling in de zeespiegelstijging van 0.041 ± 0.058 mm/jaar². Men bleef voorzichtig, Watson et al. vonden dat er eerst meer onderzoek gedaan moest worden vóórdat de openbare zeespiegeldatasets, zoals van Aviso of de University of Colorado, zouden worden aangepast. Het lijkt er inmiddels op dat de zeespiegelonderzoekers zover zijn.

Er zijn dit jaar voor zover ik weet twee onderzoeken verschenen die voortborduren op de bevindingen van Watson en collega’s uit 2015. De eerste is van dezelfde groep rond de Australische onderzoekers Church en Watson, Chen et al. 2017, die voortbouwen op hun eerdere bevindingen en via een wiskundige techniek de snelheid van de zeespiegelstijging voor elk jaar uitrekenen over de satellietperiode vanaf 1993. Ze vergelijken deze stijgingssnelheid met de stijgingssnelheid verkregen via een berekening uit de som van de componenten van de zeespiegelstijging, te weten de bijdrage van de grote ijskappen en landgletsjers, wateropslag op het land en de uitzetting van het water. De resultaten zijn weergegeven figuur 2.

Figuur 2: De snelheid van de zeespiegelstijging volgens Watson et al. 2017 voor de originele en gecorrigeerde satellietdata en de som van de afzonderlijke componenten zoals Groenland en Antarctica op basis van andere onderzoeken. Boven: Chen et al. 2017 Figuur 4, midden/onder: ter verduidelijking alleen de snelheidsverandering van niet gecorrigeerde data resp. de gecorrigeerde data in vergelijking met de som van de componenten.

Chen en collega’s laten zien dat de snelheid van de zeespiegelstijging op basis van de voor de afwijkingen gecorrigeerde satellietdata erg goed overeenkomt met de snelheid op basis van de afzonderlijke componenten. Zij geven aan dat de snelheid van de zeespiegelstijging in de satellietdata in 1993 2,4 ± 0,2 mm/jaar bedroeg en in 2014 zou deze gestegen zijn naar 2,9 ± 0,3 mm/jaar. Vooral de bijdrage van het massaverlies van de ijskap van Groenland aan de zeespiegelstijging viel de onderzoekers op, deze was in 1993 nog lager dan 5% maar bedroeg in 2014 meer dan 25%.

Het tweede artikel waarin de afwijking in de satellietdata is onderzocht, Dieng et al. 2017, is afkomstig van een Franse onderzoeksgroep rond Anny Cazenave, een van de hoofdauteurs van het IPCC AR5 hoofdstuk over de verandering van het zeeniveau. Zij hebben 6 verschillende satellietdatasets bij elkaar genomen en deze – net als Chen 2017 – vergeleken met de som van de componenten die bijdragen aan de zeespiegelstijging. Op basis van deze vergelijking concluderen zij eveneens dat er een afwijking in de satellietdata zit over de jaren 1993 – 1998. Zie de grafiek in figuur 3.

Figuur 3. Een vergelijking van het zeeniveau op basis van 6 verschillende satellietdatasets (zwarte lijn) met de som van de componenten die bijdragen aan de zeespiegelstijging (rode lijn). De andere lijnen zijn de bijdragen van de afzonderlijke componenten. Er is een duidelijke afwijking zichtbaar tussen de rode en zwarte lijn in het eerste gedeelte tot ca. 1998. Bron: Dieng et al 2017 Figuur 3a.

Ook Dieng en collega’s corrigeren voor de gevonden afwijking en vinden dan een snelheid van de zeespiegelstijging over de gehele meetperiode 1993-2015 van 3,03 ± 0,15 mm/jaar. Ook zij rapporteren (net als Chen et al. 2017) dus een snelheid van de zeespiegelstijging die lager is dan de 3,2 – 3,4  mm/jaar zoals die nu gerapporteerd wordt door de onderzoeksgroepen die zich bezig houden met de satellietdatasets. Dieng et al concluderen verder dat de snelheid van de zeespiegelstijging over 1993 t/m 2004 circa 2,7 mm/jaar bedraagt en die over 2004 t/m 2015 circa 3,5 mm/jaar. Ook deze toename in de stijgingssnelheid wordt volgens de onderzoekers voornamelijk veroorzaakt een toename van het massaverlies van Groenland, voor de periode 2004 t/m 2015 berekenen zij deze bijdrage op circa 25%.

En wat gebeurt er nu met de openbare satellietdatasets van de zeespiegelstijging? In Nature stond recent een stuk over de calibratieproblemen van de eerste satellieten die het zeeniveau maten. Hierin komt Steven Nerem van de University of Colorado aan het woord, die gewag maakt van een stijging in de snelheid van de zeespiegelstijging in 1993 van 1,8 mm/jaar naar 3,9 mm/jaar op de dag van vandaag. Hierbij is naast de correctie voor de afwijking in de satellietmetingen tevens gecorrigeerd voor de invloed van de El Niño/La Niña cyclus en de vulkaanuitbarsting van Mount Pinatubo in 1991. Hun resultaten moeten nog gepubliceerd worden, maar wellicht is dit onderzoek de reden dat de University of Colorado al sinds 22 september 2016 geen update meer van hun dataset op hun website hebben geplaatst (2016 release 4 is tot nu toe de laatste).

Natuurlijke variatie en andere processen spelen zoals gewoonlijk een rol dus het valt te verwachten dat stijgingssnelheid van het zeeniveau ook in de toekomst allerminst constant zal zijn. Het lijkt er echter steeds meer op dat het massaverlies van de grote ijskappen – en dan vooral van Groenland – inmiddels leidt tot een versnelling in de zeespiegelstijging.

~

In deel 1 kwam nieuws over de zeespiegelstijging zoals gemeten door getijdenmetingen aan bod.

Advertenties

56 Reacties op “Versnelt de zeespiegelstijging? – Deel 2

  1. Wat een goede illustratie van het doen van onderzoek. Meerdere teams, verschillende aanpakken en dat met een hoge precisie.

    Dank!

    Ik ga even uitzoeken of en wanneer de satellieten worden vervangen. Absolute noodzaak voor deze belangrijke metric.

  2. Pieter,
    Misschien heb je iets aan dit overzicht van NASA:
    https://sealevel.jpl.nasa.gov/missions/

  3. Zojuist heeft NASA/JPL een mooie overzichtspagina geplaatst over 25 jaar Topex-Poseidon-JASON:

    https://www.jpl.nasa.gov/news/news.php?feature=6915

  4. “Die stoffen belanden door zowel natuurlijke processen als menselijke activiteiten in de atmosfeer.”

    Jos, dit suggereert dat er een verschil is tussen menselijk handelen en natuurlijke processen. Alsof menselijk gedrag geen natuurlijk verschijnsel is. Wat mij betreft is dat de grote makke van de IPCC rapportages: het gedrag van homo sapiens wordt *a priori* apart gezet van alle andere natuurlijke gedragingen. Dat klopt niet. Fundamenteel niet. Mijn getuigen zijn Darwin en de thermodynamica.

  5. G.J. Smeets,

    Prachtig, we kunnen meteen doorgaan op de open discussie. We verlaten de temperatuurreeksen, hockeysticks en gaan over naar biologie. Als Darwin had geweten hoeveel zonnestelsels en Melkwegstelsels ontdekt waren en als hij bedacht had dat zijn evolutie theorie waarschijnlijk universeel was dan had hij ook kunnen bedenken dat buitenaardse beschavingen elkaar nooit zullen ontmoeten omdat ze destructief zijn voor het eigen voortbestaan.

    Darwin zou waarschijnlijk slim genoeg zijn om dolenthousiast de IPCC rapportages te lezen. Hij had jouw kunnen uitleggen dat de snelle ontwikkeling van de homo sapiens nog net gevolgd kon worden door de dieren in Afrika maar in de rest van de Wereld niet. Wij mogen dan een natuurlijk verschijnsel zijn maar de Planeet en alles wat erop leeft kan ons niet bijhouden. Wij zullen ons moeten inhouden.

    Het gedrag van de mens is apart.

  6. Goff,
    Je citaat komt uit het blogstuk van Hans over de interactie tussen aerosolen en wolken:
    https://klimaatverandering.wordpress.com/2017/07/16/de-beinvloeding-van-het-klimaat-door-de-interactie-tussen-aerosolen-en-wolken-lijkt-eenvoudiger-dan-gedacht/
    M.i. is het toch handig om qua definitie een scheiding tussen antropogeen en ‘natuurlijk’ te maken. Bijv. over de zeespiegelstijging:
    http://www.nature.com/nclimate/journal/v6/n7/full/nclimate2991.html

  7. Hallo Goff en Hamburg3,

    Het dwaalt inderdaad af van het onderwerp, de versnelling van de zeespiegelstijging. S.v.p. verder in de Open Discussie:

    https://klimaatverandering.wordpress.com/2017/04/28/open-discussie-voorjaar-2017/#comment-20971

  8. Wat denken we van deze recente presentatie van glacioloog prof Eric Rignot? https://www.youtube.com/watch?v=N35x3SlyWzs&t=1560s

    Vooral het niveau van detail waarop we alle gletsers tegenwoordig kunnen volgen maakt indruk. Dit zijn niet zomaar wat guesstimates en slagen in de rondte.

    Zijn belangrijkste conclusies:
    – SLR >1 meter in 2100 “VERY LIKELY” (sic).
    – SLR commitment van 6 tot 9 meter.
    – En hij geeft in feite aan dat de processen in de ice sheets snéller gaan dan de eerdere modellen voorspelden. “Time scale of major shift: ~100-200 years, not 1000 years”.

    Dan is niet alleen Bangladesh snel de pineut, maar is er in ons Holland ook geen houden meer aan lijkt me.

  9. Een informatieve presentatie van Rignot, bedankt Thijs.

    De “SLR commitment” van 6-9 meter is gebaseerd op een artikel van Dutton et al. 2015. Meer daarover kun je hier vinden:
    https://klimaatverandering.wordpress.com/2015/07/21/reconstructies-van-de-zeespiegel-in-het-verleden-een-waarschuwing-voor-de-toekomst/

  10. Jos, bedankt. Rignot noemt deze paleoklimatologische studie overigens de “belangrijkste paper van de afgelopen 10 jaar.”

    De combinatie met zijn eigen glaciologische bevindingen op locatie komen voor mij wel als een schok. De versnelling van de gletsjers verloopt in een veel hoger tempo dan de modellen vooraf voorspelden. Opvallend, omdat de modelvoorspellingen voor de mondiale temperatuur de afgelopen jaren juist veel kritiek te verduren hebben gekregen omdat ze een snelle stijging hadden voorspeld (achteraf verklaarbaar gezien de andere invloeden en binnen confidence intervallen, maar toch).

    Daar komt bij dat West-Nederland ook nog eens de Noordzee inkiepert (bodemdaling). Als die 3,3 mm per jaar omhoog gaat versnellen, dan wordt het toch wel tijd voor een plan B. Hopelijk kan ik mijn huis dan nog ruim op tijd voor een mooi prijsje slijten aan een klimaatoptimist, waarvan er genoeg rondlopen hier in Nederland.

  11. Ik ben benieuwd of er inderdaad een correctie gaat komen van de zeespiegelgegevens. Het zal wel de nodige discussies op gaan leveren.
    Ondertussen hebben we een gunstig jaar voor de Groenlandse ijskap. De Surface Mass Balance (netto aangroei op de ijskap) komt uit op ruim 500 Gt. De totale balans, waarin ook afkalving is verrekend, zou voor het eerst sinds jaren wel eens in de buurt van 0 uit kunnen komen.
    https://www.dmi.dk/en/groenland/maalinger/greenland-ice-sheet-surface-mass-budget/

  12. @Bart Vreeken

    Ja, aanpassingen in klimaatdatasets leiden vaak tot discussies, met een (grote) kans dat sommigen weer met de gebruikelijke complottheorieën aan komen zetten.

    De Groenlandse SMB volgens de DMI is dit jaar inderdaad relatief hoog met circa 500-550 Gt. De figuur hieronder is uit v.d. Broeke et al. 2016 (hun fig. 9). Als de DMI data vergelijkbaar zijn, zou 2017 voor de SMB dus duidelijk een uitschieter opleveren. De discharge was volgens deze figuur in 2015 circa 540 Gt en dat zou dan dit jaar inderdaad kunnen resulteren in een gering (of zelfs geen) massaverlies van de Groenlandse ijskap. De onzekerheid in de SMB data is echter nogal groot, volgens v.d. Broeke et al. 60-90 Gt/jaar. Het zal interessant zijn wat GRACE over geheel 2017 voor data zal laten zien.

  13. Nog geen nieuws of updates van de University of Colorado.
    De NASA houdt het wel bij, en tot mijn verrassing is de gemiddelde stijging recent bijgesteld naar 3,2 mm per jaar, als gevolg van stagnatie in de afgelopen jaren.
    https://sealevel.nasa.gov/

  14. NB: tot voor kort kwam de NASA uit op 3,4 mm per jaar.

  15. @Bart Vreeken

    Steven Nerem van de University of Colorado was op AGU en gaf daar een presentatie over dit onderwerp:
    https://agu.confex.com/agu/fm17/meetingapp.cgi/Paper/285381
    Zie ook deze tweet:

  16. Hans Custers

    Bart,

    Voor de volledigheid: 3,2 en 3,4 mm/jaar vallen beide ruim binnen het onzekerheidsinterval van ± 0,4 mm/jaar. Zo bezien is die verandering dus niet heel bijzonder.

  17. Frans Galjee

    Meting verandering niveau zeespiegel

    Een van de meest bedreigende gevolgen van een vermeende AGW is de stijging van de zeespiegel.
    Ja dat spreekt natuurlijk aan zeker voor ons land dat nu al deels onder zeeniveau ligt.
    Laten we dat dus maar goed in de gaten gaan houden. Volgens de huidige klimaatwetenschappers doen we dat en zijn de resultaten conform de voorspellingen via de modellen. Vreselijk dus dat wordt verhuizen naar hoger gelegen delen.

    Nu even wat vragen.

    1. Hoe wordt een verandering van het zeeniveau delta z gemeten?
    2. Wat is het referentiepunt cq waar ligt een vast nulpunt?
    3. Met welke delta z resolutie wordt gemeten oftewel wat is kleinste verandering in niveau dat gemeten wordt?
    4. Op welke wijze wordt de verticale verplaatsing van de zeebodem gemeten?
    5. Met welke delta t resolutie wordt gemeten dit in verband met invloed van eb en vloed, golfslag en andere rimpelingen.
    6. Hoe is meting en verwerking van signalen die uiteindelijk in staat moet zijn de huidige stijging van 3 mm per jaar betrouwbaar te meten?
    7. Is het meettechnisch mogelijk om vanuit een satelliet ( afstand en veel banen om totale aardoppervlakte scannen ) te komen tot een betrouwbare meting van 3 mm per jaar verandering voor totaal oppervlak van zeeën en oceanen?
    8. Hoe wordt de excentriciteit van de satelliet baan verwerkt?
    9. Wat weet men over verticale bewegingen van bodem onder zeeën en land (onder ijsoppervlakken) en op welke wijze wordt hierbij bij meting verandering zeeniveau rekening gehouden.
    10. Uiteindelijk is bepaling van zeeniveau verandering een berekening van verschillende bronnen van data – hoe zien die berekening eruit inclusief de berekening van de totale onnauwkeurigheid?
    11. Hoe wordt er gekalibreerd en wordt met drift in metingen rekening gehouden.
    12. Klopt het dat bestaande meetbuizen cq peilstokken met erkende beperkingen worden gebruikt om satellietdata te corrigeren cq te manipuleren.
    13. Zijn huidige metingen niet gewoon meten van ruis?
    14. Wat is signaal-ruis verhouding.
    15. Waarom wordt uit gepubliceerde meetgegevens van satellietapparatuur niet direct duidelijk dat geclaimde kunnen meten van veranderingen van niveau zeewater als 3 mm per jaar VOLSTREKT ONMOGELIJK is!


    En ja ga mij nu niet verwijzen naar sites die al ken. De huidige techniek is niet in staat om een gemiddelde verandering van zeeniveau als geclaimd te kunnen meten of uit metingen te kunnen berekenen.

    [JH: laster comment is verwijderd. Gelieve dat hier achterwege te laten]

  18. @Frans Galjee

    Er is niets “vermeend” aan antropogene global warming. En ik heb niet de indruk, gezien je schreeuwtekst onder nummer 15, dat je geïnteresseerd bent in antwoorden. Ik ga er in ieder geval geen moeite in steken.
    Wellicht kun je hier terecht met je vragen:
    http://sealevel.colorado.edu/
    https://www.aviso.altimetry.fr/en/data/products/ocean-indicators-products/mean-sea-level.html
    http://www.cmar.csiro.au/sealevel/
    https://climate.nasa.gov/vital-signs/sea-level/

    PS, lasterpraatjes worden verwijderd of je hele reactie wordt verwijderd.

  19. Hans Custers

    15 varianten op dezelfde drogreden, dat is wel indrukwekkend. De drogreden: ad ignorantiam. Frans Galjee denkt blijkbaar dat alle wetenschappers en instituten die veranderingen van de zeespiegel onderzoeken gek zijn.Dat ze zichzelf al die voor de hand liggende vragen niet allang hebben gesteld en die ook hebben beantwoord.

    En Frans, nog iets. Wij zijn geen helderzienden. Wij weten dus ook niet welke sites jij wel of niet kent. En dus weten we ook niet naar welke sites we van jou wel of niet mogen verwijzen. Er zit dus niets anders op dan de beantwoording van je vragen maar volledig achterwege te laten. (Al sluit ik niet uit dat iemand anders toch een poging doet.)

  20. Beste Frans Galjee,

    Al jouw zogenaamde punten zijn allang besproken in en onder eerdere blogstukken en in de wetenschappelijke publicaties en rapporten die daar aangehaald worden, zoals:

    Lange termijn zeespiegelstijging
    Verwarring over tijdschalen, lidwoorden en de zeespiegel
    Recente zeespiegelstijging en natuurlijke variatie
    What’s up met de ijskap van Antarctica?
    Opwarming “slowdown”, een zeespiegel-hockeystick en andere nieuwe wetenschap
    Versnelt de zeespiegelstijging? – Deel 1
    Versnelt de zeespiegelstijging? – Deel 2

    Ik stel voor dat je de blogstukken en vooral de daar aangehaalde wetenschappelijke publicaties eerst maar ’s gaat lezen. Dan hoeven we niet alles opnieuw in te gaan typen — voor jouw leesgenot. 😃

    De huidige techniek is niet in staat om …

    Nou, dan ga jij toch fijn een wetenschappelijk artikel publiceren in Nature, Geophysical Research Letters of Bulletin of the American Meteorological Society, waarin je dat hard aantoont? Moet dan makkelijk zijn!

    Tot die tijd… gaan wij echter uit van de wetenschappelijke resultaten. We horen het wel, tzt. 😎

  21. Hans Custers

    Jamaar Bob, Frans kent ons blog, dus daar mag je niet naar verwijzen. De enige optie lijkt me dat Frans ons eerst een volledige lijst geeft van alle sites die hij kent. Dan kunnen we daarna bekijken of er nog iets wetenschappelijks overblijft om naar te verwijzen.

  22. Hoi Hans,

    Ach ja. Ik wacht gewoon af tot Frans Galjee’s publicatie in Geophysical Research Letters of Nature verschijnt. 😉

  23. Frans,

    Er mist nog één element in je lijst van vragen. Satellietmeting is afhankelijk van radarafstandmeting, waarvan de nauwkeurigheid sowieso beperkt is tot de grootte van de ‘resolutie cell’, hetgeen al een fout van vele meters introduceert. Los daarvan, het tweede probleem is dat metaal heel veel sterker reflecteert dan water. Misschien is het opgevallen, maar sinds enige tijd worden schepen zelden meer van hout gebouwd. Een metalen schip kan lokaal dus een veel grotere hoogte suggereren dan het water zelf.

    Met de fors toenemende scheepvaart door aliexpress enzo, zou het denkbaar zijn, waarom radar hoogtemeting iets anders laat zien dan de getijdemeters? (die in het geheel niet op de hoogte zijn van enige trendverandering in het zeeniveau.)

  24. Frans,

    Al die vragen. Dat kost je 200 uur studie. 😉

  25. Beste ‘leftturnandre’,

    In je linkje over de ‘resolutie cell’, staat:

    unless one can rely on eventual different Doppler shifts …

    Laten de TOPEX/Poseidon/Jason satellieten nou juist wél gebruik maken van Doppler shifts: DORIS — Doppler Orbitography and Radiopositioning Integrated by Satellite

    De altimeters op deze satellieten bestaan niet uit één instrument maar uit een pakket van Synthetic Aperture Radars die gebruik maken van pulsed Doppler, zoals gebouwd door Thales:

    https://www.thalesgroup.com/en/worldwide/space/press-release/thales-alenia-spaces-poseidon-3c-radar-altimeter-chosen-swot

    En ja, NASA, Jet Propulsion Laboratory en Thales weten heus wel hoe radar werkt. Wat ook nogal helpt is dat het niet de absolute afstand is die hier van belang is. Het zijn juist de verschillen (de delta’s) in de afstand tot het zee-oppervlak, waaruit de zeespiegel-stijging volgt.

  26. @Hans Custers 7 januari 19:46
    Inderdaad, er is een foutmarge van enkele mm/jaar. Begrijpelijk gezien de complexe manier van meten. Anderzijds was het ook te verwachten dat de gemiddelde stijging weer wat afnam sinds de El Nino van 2015/2016. Er blijkt een sterk verband te zijn tussen El Nino en de gemiddelde zeespiegelhoogte. Dit laatste gesuperponeerd op de voortgaande stijging. Op de weer- en klimaatsite weerwoord.be heb ik daar 2 jaar geleden aandacht aan besteed:
    https://www.weerwoord.be/m/2190676

  27. Hallo Bart Vreeken,

    Ja, over het effect van El Niño’s/La Niña’s op de zeespiegel hebben we al vaker geschreven. Uit het bovenstaande blogstuk:

    Cazenave et al. 2015 liet zien dat de El Niño/La Niña cyclus een behoorlijke invloed heeft op de decennium-trends van de zeespiegel-satellietdata.

    en zie ook:

    https://klimaatverandering.wordpress.com/2014/05/05/recente-zeespiegelstijging-en-natuurlijke-variatie/

    met de grafiek hieronder. Tijdens een La Niña verplaatst veel regenval zich naar de binnenlanden van Aziê en Australië. Dit regenwater stroomt weer terug naar zee, maar het is meer dan een jaar onderweg en dit heeft een meetbare invloed op de zeespiegel. Zo waren er grote overstromingen in Thailand tijdens de nasleep van de La Niña’s van 2011 en 2012. Tijdens de overgang van een El Niño naar La Niña omstandigheden, zoals nu, lijkt de zeespiegel dan ook (tijdelijk) te dalen:

  28. “waarom radar hoogtemeting iets anders laat zien dan de getijdemeters? (die in het geheel niet op de hoogte zijn van enige trendverandering in het zeeniveau.)”

    Alleen in de wereld van de delusionalists:
    https://tamino.wordpress.com/2017/01/30/sea-level-acceleration/
    https://tamino.wordpress.com/2017/07/25/sea-level-rise-has-accelerated/

  29. Frans Galjee

    Hoe wil je met een meetmethode waarvan de nauwkeurigheid heden dus ruim 3 cm is een stijging van zeeniveau meten van rond de 3 mm over een periode van een jaar?

    Hier dan maar een citaat van een betrouwbare site.

    Jason-2 flies in a low-Earth orbit at an altitude of 1336 km. With global coverage between 66°N and 66°S latitude and a 10-day repeat of the ground track, Jason maps 95% of the world’s ice-free oceans every ten days. Sea surface height accuracy is currently 3.4 centimetres, with 2.5 expected in the future.

  30. @Frans Galjee

    De onzekerheid in de hoogtebepaling van een satelliet is idd. in de orde grootte van centimeters zoals je op diverse sites kunt lezen. Daarom berekent men de “Sea Surface Height Anomalies” zoals je bijv. op de volgende pagina’s kunt lezen.
    http://sealevel.colorado.edu/content/what-definition-global-mean-sea-level-gmsl-and-its-rate
    https://www.aviso.altimetry.fr/en/data/products/ocean-indicators-products/mean-sea-level/processing-corrections.html
    Oftewel: elk meetsysteem heeft een bias (de afwijking), maar binnen de metingen zijn de punt tot punt afwijkingen veel kleiner dan die bias.
    Vergelijk het met de temperatuuranomalie. Op deze wijze kan men wel degelijk de verandering in het zeeniveau bepalen met een onzekerheid van enkele tienden van een mm/jaar.

    Raar overigens dat jij denkt dat al die onderzoekers en onderzoeksgroepen die zich met deze metingen bezighouden, getallen zouden presenteren zonder de foutmarge onderzocht te hebben.

    PS, geef volgende keer een link opdat mensen het zelf na kunnen lezen waar je je citaten vandaan haalt.

  31. Beste Frans Galjee,

    Hoe wil je met een meetmethode waarvan de nauwkeurigheid heden dus ruim 3 cm is een stijging van zeeniveau meten van rond de 3 mm over een periode van een jaar?

    Dat is hierboven al uitgelegd, waar staat: “Wat ook nogal helpt is dat het niet de absolute afstand is die hier van belang is. Het zijn juist de verschillen (de delta’s) in de afstand tot het zee-oppervlak, waaruit de zeespiegel-stijging volgt.”

    Jos heeft het pal hierboven nog eens uitgelegd: het gaat om de ‘delta’ ofwel de ‘anomaly’.

    Voor jouw begrip: stel dat het meetsysteem een systematische onzekerheid Δ kent. Je weet niet hoe groot die is, alleen dát die er is. Wanneer je het VERSCHIL (de stijging) tussen meting x1 en een latere meting x2 gaat bepalen, dan:

    stijging = (x2 + Δ) – (x1 + Δ) = x2 – x1 + Δ – Δ = x2 – x1

    De systematische onzekerheid Δ (die er is, maar je weet niet hoe groot) valt eruit. Tenslotte interesseert de absolute waarde van x2 of x1 je niks, alleen het verschil.

    Naast systematische onzekerheden bestaan er ook ‘random’ (toevallig) verdeelde fouten, die kan je niet op deze wijze elimineren. Wat je daarmee echter wél kan doen is een héél groot aantal metingen doen. Dat doet men dan ook. ‘Random’ fouten zijn namelijk Gauss-verdeeld en deze fout neemt dan af met het aantal waarnemingen n, volgens 1/√n. Zie bijvoorbeeld:

    https://www.physics.umd.edu/courses/Phys276/Hill/Information/Notes/ErrorAnalysis.html

  32. Frans Galjee

    @Jos de link is:

    https://www.eumetsat.int/jason/

    @Bob ” De systematische onzekerheid Δ (die er is, maar je weet niet hoe groot) valt eruit. ”

    Alleen als de delta gelijk blijft en niet als er een verschil of variatie in waarde is. Bij die genoemde 3 cm is een variatie van enkele procenten niet ondenkbaar.
    Wat overigens vreemd is dat wel de onnauwkeurigheid wordt aangegeven maar dat over de resolutie(s) bijna niets te vinden is.

  33. Hans Custers

    Bij die genoemde 3 cm is een variatie van enkele procenten niet ondenkbaar.

    En die middelt door het grote aantal metingen dus grotendeels uit. Zoals Bob je hierboven keurig heeft uitgelegd.

    Wat overigens vreemd is dat wel de onnauwkeurigheid wordt aangegeven maar dat over de resolutie(s) bijna niets te vinden is.

    Nee hoor, dat is heel normaal. Uiteindelijk is het vooral het onzekerheidsinterval dat van belang is en dat wordt keurig aangegeven, zoals dat in de wetenschap gebruikelijk is. Als je de achtergronden van dat onzekerheidsinterval wilt weten moet je wat dieper graven. Maar, zoals je zelf hebt ontdekt, staat de resolutie gewoon op internet en wordt er dus absoluut niet geheimzinnig over gedaan.

  34. Beste Frans Galjee,

    Alleen als de delta gelijk blijft en niet als er een verschil of variatie in waarde is.

    Daarom heet het een systematische onzekerheid.

    …. is een variatie van enkele procenten niet ondenkbaar.

    Daarom wordt er een groot aantal metingen gedaan. Bij ‘random’ variaties neemt de fout dan af volgens 1/√n met n als het aantal waarnemingen.

    Wat overigens vreemd is dat wel de onnauwkeurigheid wordt aangegeven maar dat over de resolutie(s) bijna niets te vinden is.

    Wat een kletskoek. Het is een hoogtemeter: een 1-dimensionale meting en géén lokalisatie in alle drie dimensies (en dan ook nog ’s in absolute getallen), zoals op dat stukje bij http://www.radartutorial.eu/01.basics/The%20resolution%20cell.en.html En nee, je hoeft Thales en het Jet Propulsion Laboratory geen les te geven o.b.v. een ‘tutorial’.

  35. Frans Galjee

    @Bob, Jos en Hans

    Nog even de geciteerde tekst.

    “Jason-2 flies in a low-Earth orbit at an altitude of 1336 km. With global coverage between 66°N and 66°S latitude and a 10-day repeat of the ground track, Jason maps 95% of the world’s ice-free oceans every ten days. Sea surface height accuracy is currently 3.4 centimetres, with 2.5 expected in the future.”

    10-day repeat betekent dus per plek een meting per 10 dagen al snel dus zo’n kleine 40 meetpunten per plek per jaar. Daar gaan die vereiste veel metingen die nodig zouden zijn om uit te middelen.

    Het streven is naar een nauwkeurigheid van 2,5 cm in toekomst. Waarom als huidige methode zo succesvol is?

    Wat je niet kunt meten op grond van ontoereikende overall verticale resolutie kun je niet weten ook niet door er de wiskunde of statistiek bij te halen. Misschien iets voor jullie wiskundige.

    De metingen zijn wel van nut voor meting van redelijk stabiele verticale verschillen in zeeniveau daar waar er dan verschillen zijn van meters.
    Nogmaals verschillen meten als nodig voor berekenen van zeespiegelveranderingen van enkele mm per jaar is niet mogelijk met deze satellieten. Dat is natuurlijk jammer omdat daarmee een favoriete dreiging als gevolg van AGW niet kan worden aangetoond.

    Waar zou ik het JPL een les geven? Ik richt mij tot dit forum onzin dus en daarbij heb ik met W. Pickering in verleden goede contacten gehad.

    Je hele reactie bevat veel kritiek op wat ik niet heb beweerd maar daar was ik al lang mee bekend.
    Mvg,
    Frans Galjee

  36. Hans Custers

    10-day repeat betekent dus per plek een meting per 10 dagen al snel dus zo’n kleine 40 meetpunten per plek per jaar. Daar gaan die vereiste veel metingen die nodig zouden zijn om uit te middelen.

    Behalve dan dat 40 metingen er best wel veel zijn. En dat er niet met één, maar met meerdere satellieten wordt gemeten. En dat dit alleen iets zegt over de nauwkeurigheid van metingen op een specifieke plek en veel minder over het mondiale gemiddelde. Want daarvoor moet je naar alle mondiale metingen kijken. En er zijn natuurlijk ook nog regelmatig onderzoeken waarin satellietmetingen kritisch onder de loep worden genomen, bijvoorbeeld door ze te vergelijken met peilschalen. Nogmaals: de wetenschappers die deze analyses doen weten veel beter waar ze mee bezig zijn dan jij schijnt te denken.

    Het streven is naar een nauwkeurigheid van 2,5 cm in toekomst. Waarom als huidige methode zo succesvol is?

    Nauwkeurigere metingen leiden altijd tot een kleiner onzekerheidsinterval. Bovendien is streven naar verbetering inherent aan wetenschap.

    Wat je niet kunt meten op grond van ontoereikende overall verticale resolutie kun je niet weten ook niet door er de wiskunde of statistiek bij te halen. Misschien iets voor jullie wiskundige.

    Doe even een basiscursusje statistiek. Je kunt nauwkeurigheid verbeteren door de meetmethode beter te maken, of door meer metingen te verrichten. Dat is statistiek op middelbareschoolniveau, dus daar heb je helemaal geen wiskundige voor nodig.

  37. Hans, die nonsens van Galjee is niet voor jou. Die is voor het onbelezendste derde deel van het electoraat. Door er tegen te discussiëren bereik je Galjee’s doel: het zaaien van twijfel.

  38. Er zijn verschillende redenen om aan te nemen dat de satellietgegevens behoorlijk goed zijn. Ten eerste komen verschillende instituten (w.o. NASA en Univ. v Colorado) tot zeer vergelijkbare resultaten. Ook blijkt er een sterk verband tussen de berekende zeespiegel en de fase van de ENSO (El Niño). Die laatste wordt op een totaal andere manier bepaald.

  39. Hans Custers

    Frans Galjee,

    Je laatste reactie belandde in ons spamfilter en toen ik dat wilde herstellen is er ergens iets misgegaan. Ik kan hem nu nergens meer terugvinden. Excuus.

  40. Frans Galjee

    @ Hans kan gebeuren dan maar even op herhaling.

    Is dat badinerende toontje aangeboren? Moet je iets aan laten doen.
    Wat begrijp je niet of wil je niet begrijpen?
    Iets wat je niet heb kunnen meten omdat het buiten de resolutie valt kun je wiskunde of statistiek op loslaten maar dat is dus onzin.
    Als je dat dus niet inziet helpt geen enkele cursus meer dan ontbreekt het aan logisch nadenken.
    Dat je verder een aantal open deuren intrapt maakt jullie onzin verhaal niet ineens mogelijk.

  41. Hans Custers

    Nee, Frans, dat badinerende toontje is niet aangeboren. Ik heb alleen niet zo veel geduld meer met mensen die het allemaal beter denken te weten dan wetenschappers die zich jaren of decennia bezighouden met klimaatonderzoek, maar die inhoudelijk niet verder komen dan onzin.

    De basale logica en statistiek waarmee onzekerheden van satellietmetingen van de zeespiegel teruggebracht kunnen worden zijn je inmiddels herhaaldelijk uitgespeld: systematische afwijkingen worden er uitgehaald door de anomalie te gebruiken, random ruis wordt grotendeels uitgemiddeld door het grote aantal metingen. Dan jij dat soort basale zaken niet wenst te accepteren kunnen we alleen maar voor kennisgeving aannemen.

  42. Frans Galjee

    @ Bart Vreeken.
    De door jou genoemde redenen om aan metingen via satellieten de kwalificatie behoorlijk? goed te geven lijken niet echt steekhoudend te zijn. Dat resultaten overeenkomen betekent nog niet dat resultaten ook juist zijn. Die laatste reden moet je nader duiden want deze lijkt zich niet te richten op het kunnen meten van een globale gemiddelde verandering van de zeespiegel van rond de 3 mm per jaar.

  43. Hans Custers

    Frans,

    Ik realiseer me nu dat we de grootste denkfout die je maakt nog over het hoofd hebben gezien. 3,2 ± 0,4 mm/jaar is niet het verschil dat van jaar tot jaar wordt gemeten, maar de trend over bijna tweeëneenhalf decennium. Ofwel: dat getal is gebaseerd op het totale verschil over de hele meetperiode van zo’n 8 cm.

  44. Frans Galjee

    @ Hans,
    De denkfout die met alle respect jullie hier steeds maken is dat resultaten van die berekeningen niet te koppelen zijn aan veranderingen van zeeniveau simpelweg omdat overall resolutie van meetsysteem (meerdere instrumenten) ruimschoots ontoereikend is. Hierdoor zijn wiskundige technieken en statistische handelingen nutteloos. Dat wat er niet in zit in wat voor signaal er is al die technieken slagen er niet in eruit te halen wat er niet is.
    Ter voorbeeld en niet voor reacties.
    Vergelijk het met een foto. Je kunt naar de fotograaf gaan om via een vergroting meer detail te willen zien. Maar zoals je natuurlijk weet lukt dat maar tot de grens van de overall resolutie van de registratie. Wat buiten de resolutie viel is er niet en kan niet worden gereconstrueerd ook niet via geniale beeldverwerkingstechnieken.

  45. Hans Custers

    Frans,

    Ook als je onzin steeds weer herhaalt blijft het onzin.

    Maar laat ik nog een poging doen om het verduidelijken aan de hand van je eigen voorbeeld. Als je niet één maar honderd foto’s hebt van dezelfde locatie heb je veel meer informatie. Als je die honderd foto’s op een slimme manier met elkaar combineert kun je dus wel degelijk meer details zien.

  46. Beste Frans Galjee,

    Sea surface height accuracy is currently 3.4 centimetres, with 2.5 expected in the future.

    Dat heeft betrekking op het meten van de ABSOLUTE zeespiegelhoogte. Bij het meten van de stijging is het echter alleen het *verschil* dat er toe doet en dan valt de onnauwkeurigheid die voortkomt uit systematische fouten, uit de rekensom:

    stijging = (x2 + Δ) – (x1 + Δ) = x2 – x1 + Δ – Δ = x2 – x1

    Dan zei je: “Bij die genoemde 3 cm is een variatie van enkele procenten niet ondenkbaar.

    Ook dat is al meerdere keren beantwoord: toevallige variaties zijn te analyseren door de spreiding in de telkens herhaalde metingen te onderzoeken. Dat is hierboven uitgelegd: https://klimaatverandering.wordpress.com/2017/08/10/versnelt-de-zeespiegelstijging-deel-2/#comment-23129

    10-day repeat betekent dus per plek een meting per 10 dagen

    Nee, ook dat is onjuist. De altimeter zendt voortdurend Doppler pulsen uit, dus tijdens één ‘pass’ van de satelliet worden er vele metingen gedaan. De ‘beamwidth’ is zo groot (een semi-cirkel van 50 á 100 km. diameter) dat een ‘plek’ tijdens één passage van de satelliet meerdere keren gesampled wordt.

    Wat je niet kunt meten op grond van ontoereikende overall verticale resolutie kun je niet weten ook niet door er de wiskunde of statistiek bij te halen.

    Onzin. De toevallige spreiding van metingen volgt een Gauss- of normaalverdeling en door méér metingen te doen kan je de onzekerheid reduceren. Zo werken ALLE metingen, volg elk willekeurig college over meten en experimenteel onderzoek:

    http://www.win.tue.nl/~adibucch/2DS00/Meten%20en%20statistiek.pdf

    Waar zou ik het JPL een les geven?

    Het zijn JPL en NASA die op een onzekerheid van +/- 0.4 mm/jaar uitkomen bij een zeespiegelstijging van 3.2 +/- 0.4 mm/jaar. Blijkbaar denk jij het beter te weten dan JPL, op basis van jouw foutieve begrip (waar je de onzekerheid in een (één) absolute afstandsmeting verwart met een onzekerheid in de stijging, die berust op een groot aantal metingen).

  47. Hans Custers

    En nog iets: je gooit resolutie en onzekerheid door elkaar. Dat zijn twee verschillende zaken. Satellieten meten niet in stappen van 3,5 cm, de resolutie is veel hoger. De onzekerheid is weer iets heel anders: die zit hem in de systematische afwijking (die wordt uitgefilterd door de anomalie te gebruiken) en de toevallige variabiliteit (die grotendeels wordt uitgefilterd door het grote aantal metingen) van het signaal.

  48. Frans Galjee

    @Hans,
    “ En nog iets: je gooit resolutie en onzekerheid door elkaar. Dat zijn twee verschillende zaken. Satellieten meten niet in stappen van 3,5 cm, de resolutie is veel hoger.”

    Zucht, dat heb ik dus niet gedaan maar dat heb jij blijkbaar zo begrepen. Dat maakt de discussie lastig. Je moet telkens rechtzetten wat je in de schoenen wordt geschoven. Weer die open deur tactiek. Als je goed had gelezen dan had je gezien dat ik eerder stelde:

    “ Wat overigens vreemd is dat wel de onnauwkeurigheid wordt aangegeven maar dat over de resolutie(s) bijna niets te vinden is.”

    Duidelijk dus twee verschillende begrippen jammer dat je dat weer is ontgaan. Over resolutie(s) gaat het dan over de overallresolutie van het meetsysteem (meerdere instrumenten) namelijk de kleinst mogelijke te meten grootheid van meetwaarde.

    “ de resolutie is veel hoger “ Dat kan ik helaas niet opmaken uit de specificaties.

  49. @Frans Galjee

    Men werkt met anomalie en er zijn heel veel metingen. Dat helpt nogal, want de nauwkeurigheid waarmee je iets over het gemiddelde van een meetserie kunt zeggen is evenredig met 1/√n.
    De grootte van de diverse foutenbronnen is ook niet bepaald geheim, bij Aviso staan ze gewoon op de website. Zij geven voor de fout in de stijgingsbepaling als gevolg van de SSH bias een waarde van ±0,25 mm/jaar:
    https://www.aviso.altimetry.fr/en/data/products/ocean-indicators-products/mean-sea-level/validation.html
    De fout als gevolg van vocht in de troposfeer is groter: ±0,30 mm/jaar.

  50. Hans Custers

    Frans,

    Jawel, je gooit vanalles door elkaar. En sommige van de fouten die je maakt zien we over het hoofd, waardoor de verwarring alleen maar groter wordt.

    Laat ik daarom nog eens wat dingen op een rijtje zetten:

    3,2 ± 0,4 mm/jaar is de langetermijntrend, over de mondiaal gemiddelde meten anomalie over een periode van een kwart eeuw.
    3,5 cm is de onzekerheid in de absolute waarde van één enkele meting op één bepaalde plek van één satelliet.
    De resolutie van een enkele meting is één van de factoren die bij kan dragen aan die onzekerheid.

    Wat vond je trouwens van mij voorbeeld van die honderd foto’s? Ben je het er mee eens dat je door een groot aantal foto’s van dezelfde locatie op een slimme manier te combineren extra informatie zou kunnen krijgen, die op individuele foto’s niet zichtbaar is?

  51. Frans Galjee

    Hans.

    De indruk dat we elkaar niet begrijpen en dat dit verwarring geeft ben ik met je eens.

    “ 3,2 ± 0,4 mm/jaar is de langetermijntrend, over de mondiaal gemiddelde meten anomalie over een periode van een kwart eeuw.”

    Dat is mij duidelijk maar is resultaat van berekening van signaaldata waarover ik mijn opmerkingen al heb gegeven. Moeten we niet willen herhalen.

    “ 3,5 cm is de onzekerheid in de absolute waarde van één enkele meting op één bepaalde plek van één satelliet. “

    Ja klopt en dat was het startpunt van mijn vraag hoe men met deze onzekerheid kan komen tot een uiteindelijke verandering van zeeniveau van boven genoemde 3,2 mm per jaar.

    “ De resolutie van een enkele meting is één van de factoren die bij kan dragen aan die onzekerheid. “

    Ik geef toe dat ik hier niets van begrijp.

    “ Wat vond je trouwens van mij voorbeeld van die honderd foto’s? Ben je het er mee eens dat je door een groot aantal foto’s van dezelfde locatie op een slimme manier te combineren extra informatie zou kunnen krijgen, die op individuele foto’s niet zichtbaar is? “

    Ja geheel mee eens als dat een vast object is en niet verandert tussen elke opname.
    Helaas gaat dat voor zeeoppervlak niet op. Je zult zeker uitmiddelen maar de vraag moet zijn wat zijn we aan het uitmiddelen.

    Het probleem met het geven van voorbeelden of het maken van vergelijkingen is dat deze nooit helemaal opgaan voor de zaak waarvoor de voorbeelden of vergelijkingen worden gemaakt.

    We zullen er niet uitkomen denk ik.

  52. Hans Custers

    Frans,

    Ik probeer wat dingen te verduidelijken:

    De 3,2 ± 0,4 mm/jaar wordt bepaald over 25 jaar. Dus het is identiek aan 80 ± 10 mm over die hele periode. Bepalend voor die onzekerheid is de nauwkeurigheid waarmee het verschil over die hele periode is gemeten. Die nauwkeurigheid is iets heel anders dan de absolute nauwkeurigheid van een enkele meting.

    Over resolutie neem ik even een peilschaal als voorbeeld. Die heeft vaak een resolutie van 1cm. Maar als er flinke golfslag is, is het nog niet zo makkelijk om hem met die nauwkeurigheid af te lezen. De resolutie is dan dus niet bepalend voor de onzekerheid van een aflezing..Zoiets geldt (is mijn stellige vermoeden, want ik heb ook weer niet alle detailkennis paraat) ook voor satellietmetingen van de zeespiegel. De resolutie van de meetinstrumenten heeft niet of nauwelijks invloed op de uiteindelijke nauwkeurigheid van individuele metingen en langetermijntrends. Andere factoren spelen een veel grotere rol.

    Met mijn voorbeeld van die peilschaal kan ik ook nog iets anders illustreren. Stel dat je bij die peilschaal een camera hebt geïnstalleerd die af en toe een foto maakt die je dan gebruikt om het peil af te lezen. Als die camera maar één foto maakt, dan hangt je afgelezen waarde nogal af van het feit of dat wat tijdens een golfpiek, of een golfdal, of ergens daar tussenin. Maak je er 10, of 20, of 50 na elkaar, dan wordt de kans steeds kleiner dat die allemaal tijdens pieken, of tijdens dalen worden gemaakt. De nauwkeurigheid van de meting neemt dus toe als je meer foto’s maakt. Die kan dan zelfs groter worden dan de resolutie van de peilschaal.

  53. Aad Vermeulen

    Is er met de satellietmetingen verschil ontdekt in het zeepeil op verschillende plekken van de oceaan? De zeespiegel is namelijk niet gelijkmatig verdeeld over de aarde. Je zou dat wel verwachten, omdat water een vloeistof is en zich daarom gelijkmatige over het hele oceaanoppervlak zal verspreiden. Maar er zijn meer krachten in het spel. Belangrijkste daarvan is de gravitatiekracht. Door deze gravitatiekracht trekken oceaanmassa en bijv. de ijskap op Groenland mekaar aan.
    Stel dat al het ijs op groenland zou smelten, dan kun je op basis van het toegevoegde smeltwater een stijging verwachten van een 6 meter.
    Maar door het wegvallen van die gravitiekracht kun je dan een zeespiegeldaling bij Groenland verwachten van 20 meter. In Nederland, waar die huidige gravitatiekracht t.o.v. het groenlandse ijs minder is, zou je dan met dezelfde berekening geen 6m stijging krijgen, maar ong. 2 meter.
    Het omgekeerde zou gebeuren als de ijskap op Antarctica zou afsmelten. Maar door de grote afstand zou dit effect minder zijn op het geval Nederland. Die gravitatiekracht werkt op afstand. Zouden bijv de gletsjers op IJsland afsmelten dan zou de zeespiegel bij Nederland dalen.
    Wat ook een rol speelt is dat met het afnemen of toenemen van ijsmassa’s de druk afneemt of toeneemt op onderliggende tectonische platen.
    Na het verdwijnen van de laatste ijstijd is er met het verdwijnen van het landijs in Scandinavie een enorm gewicht weggevallen. Terwijl de zeespiegel een 120 meter is gestegen is Scandinavie wel 250m opgeveerd uit het onderliggende magma. De relatieve zeespiegeldaling is daar dus 130m, wat er mogelijk toe kan leiden dat de verbinding met Denemarken droog komt te staan. De Baltische zee wordt daarmee een binnenmeer.
    Gezien de berekeningen die gemaakt zijn voor het effect van de gravitatiekracht kun je dan bij een zeespiegelstijging de grootste problemen verwachten in het atlantisch gebied tussen Oost-Brazilie en West-Afrika.

    Dit alles geldt natuurlijk als je aanneemt dat zowel groenland als antarctica snel afsmelten. Aangezien luchttemperaturen weinig kunnen veranderen aan het smeltproces (caloriewaarde lucht tov caloriebenodigdheid voor smelt is veel te laag) mag je aannemen dat dit een proces is wat wel 10000 jaar in beslag kan nemen.

    Daarbij komt nog de onzekerheid wat toekomstige temperaturen gaan doen. Als die in de atmosfeer gaan oplopen mag je verwachten dat door meer verdamping er ook meer neerslag zal ontstaan. In Noordpool- en Zuidpoolgebied zal dit kunnen leiden tot meer neerslag. Dat betekent meer sneeuw en per saldo aangroei van de ijsmassa. De huidige opwarming van met name de Atlantische oceaan en haar noordelijke stromingen zou er op kunnen duiden dat het Noordpoolijs verder afneemt, maar tegelijkertijd zal zorgen voor meer neerslag in de polaire zone. Opwarming van het gebied rondom de Noordpool is een voorwaarde voor grotere neerslag in dit gebied. Pas dan worden omstandigheden gecreeerd die een nieuwe ijstijd mogelijk maken.

  54. Hans Custers

    Is er met de satellietmetingen verschil ontdekt in het zeepeil op verschillende plekken van de oceaan?

    Jawel hoor, daar is vrij eenvoudig informatie over te vinden bij verschillende instituten die die metingen doen. Aviso, bijvoorbeeld:

    Overigens zijn gravitatie-effecten en post-glaciaal herstel maar enkele van de factoren die meespelen. Climate Central heeft een beknopt overzicht van de belangrijkste.

    Aangezien luchttemperaturen weinig kunnen veranderen aan het smeltproces

    Het gaat niet alleen om luchttemperaturen, maar om totale accumulatie van energie.

    Als die in de atmosfeer gaan oplopen mag je verwachten dat door meer verdamping er ook meer neerslag zal ontstaan. In Noordpool- en Zuidpoolgebied zal dit kunnen leiden tot meer neerslag. Dat betekent meer sneeuw en per saldo aangroei van de ijsmassa.

    Dat het per saldo aangroei oplevert is uiterst onwaarschijnlijk. Er is onlangs een onderzoek over dit onderwerp verschenen. Ik heb het nog niet helemaal gelezen. Mogelijk gaan we hier binnenkort in een nieuwe blogpost op in.

  55. Lennart van der Linde

    Beste Aad Vermeulen,
    Je noemt dit dat belangrijke delen van de ijskappen op Groenland en vooral Antarctica in direct contact staan met de oceaan. Door de opwarming van oceaanwater kunnen juist die delen versneld afsmelten, zeker als de bodem waarop die delen rusten inlands naar beneden aflopen, wat een instabiliteit veroorzaakt die voor extra versnelling kan zorgen (MISI: Marine Ice-Sheet Instability). Daarnaast zijn in de ijskapmodellen van DeConto & Pollard sinds enige tijd twee nieuwe processen opgenomen die ook voor extra versnelling kunnen zorgen: cliff failure en hydrofracturing.

    Je overige opmerkingen zijn bekend en in de projecties meegenomen. Kopp et al 2017 (inclusief DeConto en Pollard) geven hun huidige projecties hier:
    http://onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1002/2017EF000663/full

    Hun figuur 3 laat zien welke zeespiegelstijging we de komende eeuwen kunnen verwachten bij diverse emissiescenario’s:
    http://onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1002/2017EF000663/full

    De gravitatie-effecten laten ze zien in figuur 6:
    http://onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1002/2017EF000663/full

    Allemaal niet zo geruststellend als jij blijkbaar graag wilt (doen) geloven.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s