De Kleine IJstijd was geen ijstijd. Zelfs geen kleintje.

Jagers in de Sneeuw van Pieter Bruegel de Oude uit 1565, een van de winterlandschappen uit de Kleine IJstijd die symbool staan voor de strenge winters in die periode.

Een naam kan een behoorlijke invloed hebben op het beeld dat er over iets ontstaat, zo weten politici, spin doctors en journalisten. Wetenschappers weten dan weer dat die naam niets verandert aan de werkelijkheid. Met die vaststelling opent een artikel over de Kleine IJstijd dat enkele maanden geleden verscheen in Astronomy & Geophysics. Een goede aanleiding om eens wat feiten en mythes over die Kleine IJstijd op een rijtje te zetten.

De auteurs van het artikel, Lockwood et al., beginnen met de constatering dat de Kleine IJstijd niets te maken heeft met een echte ijstijd. IJstijden waren perioden waarin het klimaat overal ter wereld wezenlijk anders was dan nu het geval is. De wereld was gemiddeld zo’n 5 °C kouder dan nu, met bijvoorbeeld als gevolg dat de polaire ijskappen zich veel verder uitstrekten. In de voorlaatste ijstijd lag de noordelijke ijskap tot over Nederland en lag de zeespiegel vanwege al dat extra landijs ruim 100 meter beneden het huidige niveau. In de laatste ijstijd kwam het ijs minder ver, maar groeiden er hier gedurende lange tijd geen bomen, omdat het daar te koud voor was.

Overzicht van temperatuurreconstructies van het noordelijk (boven) en zuidelijk (linksonder) halfrond en de wereld (rechtsonder). Bron: IPCC AR5 (werkgroep 1, hoofdstuk 5).

Vergeleken met de echte ijstijden was de Kleine IJstijd een kleine schommeling in de temperatuur. De periode van ruwweg vier eeuwen was gemiddeld wat kouder dan de eeuwen ervoor en erna, in elk geval op het noordelijk halfrond, zo blijkt uit temperatuurreconstructies. Maar het beeld dat uit verschillende reconstructies naar voren komt is nogal diffuus. Zo wordt het jaar 1430 vaak genoemd als begin van de koelere periode, maar zijn er ook aanwijzingen dat de afkoeling al anderhalve eeuw eerder begon op sommige plekken in de noordelijke Atlantische Oceaan (IJsland en Baffineiland). De afbeelding hieronder laat zien dat er behoorlijke regionale verschillen zijn in de gereconstrueerde temperatuurwisselingen. En er zijn ook nog plekken op aarde waar in reconstructies niet of nauwelijks afkoeling te zien is gedurende de Kleine IJstijd, of een deel daarvan, maar bijvoorbeeld wel een verandering in de hoeveelheid neerslag. Ook zijn er verschillen tussen de seizoenen. Zo lijken in West-Europa vooral de winters kouder te zijn geweest en was dit in de zomers veel minder het geval.

Gereconstrueerd temperatuurverloop van verschillende plekken op de wereld. Bron: IPCC AR4 (werkgroep 1, hoofdstuk 6).

Het koudst was het rond het jaar 1700. De gemiddelde temperatuur van het noordelijk halfrond was toen ongeveer een halve graad lager dan tijdens de periode voor de Kleine IJstijd, die wel eens Middeleeuws Klimaatoptimum of Middeleeuwse Warme Periode wordt genoemd. Volgens onderzoek van het KNMI was het in Nederland ruim een eeuw eerder het koudst, aan het eind van de 16e eeuw.

Behalve wetenschappelijke onderzoeken worden er ook nog wel eens andere, meer anekdotische bewijzen aangevoerd voor de Kleine IJstijd. Lockwood et al. noemen de zogenaamde “frost fairs” op de Thames in Londen, die volgens sommigen alleen in de Kleine IJstijd zouden hebben plaatsgevonden. Maar er zijn aanwijzingen dat de benaming “frost fare” weliswaar voor het eerst werd gebruikt in 1608, maar dat dergelijke bijeenkomsten op het ijs al veel langer plaats vonden, zelfs al voor de Middeleeuwen. Er is ook een reden waarom de Thames na 1825 minder snel dichtvroor: door de sloop van de oude London Bridge in dat jaar veranderde de stroming waardoor de kans hierop afnam. Ook wordt er nog wel eens gewezen naar het grote aantal winterlandschappen dat tijdens de Kleine IJstijd, niet in het minst door Hollandse meesters, werd geschilderd. Dat zijn er inderdaad aardig wat. “Jagers in de sneeuw” uit de reeks “Twaalf maanden” van Pieter Bruegel uit 1565 is een van de voorbeelden die wel eens wordt genoemd. Maar “De Oogst”, een ander schilderij uit diezelfde reeks, laat zien dat er ook gewoon warme zomerdagen waren in de Kleine IJstijd.

De Oogst van Pieter Bruegel de Oude uit 1565 illustreert dat er ook warm zomerweer voorkwam in de Kleine IJstijd.

Dat we geschilderde winterlandschappen associëren met een Kleine IJstijd zou ook wel eens iets kunnen zeggen over hoe onze perceptie is veranderd met het opwarmen van het klimaat. Strenge winters met Elfstedentochten, kruiend ijs dat dijken of de vuurtoren van Marken bedreigde, of een dichtgevroren Nieuwe Maas in Rotterdam kwamen immers ook in de 20e eeuw nog wel eens voor. En wie weet gebeurt het nog wel eens, al wordt de kans steeds kleiner.

IJsbrekers op de Nieuwe Maas, 1963.

Het spreekt voor zich dat de factoren die het klimaat eeuwen geleden beïnvloedden veel minder nauwkeurig vast te stellen zijn dan de factoren die op dit moment een rol spelen. Toch is er wel wat bekend over wat er aan de hand was in de Kleine IJstijd. Voor de schommelingen in het klimaat in die periode zijn meerdere factoren aan te wijzen.

Vulkanische activiteit is een van die factoren. Vulkanisch sulfaat in ijsboorkernen geeft een beeld van vulkanische activiteit in het verleden en de invloed daarvan op het klimaat. Uit dergelijke reconstructies blijkt dat er in de Middeleeuwse Warme Periode weinig vulkaanuitbarstingen waren die groot genoeg waren om een (afkoelend) effect te hebben op het klimaat. In de 13e eeuw veranderde dat. Het meest in het oog springt de uitbarsting van de Samalas in 1257, de grootste vulkaanuitbarsting sinds het begin van onze jaartelling. Rond deze tijd beginnen op het noordelijk halfrond veel gletsjers te groeien, evenals het zee-ijs in de noordelijke Atlantische Oceaan. Rond 1430, vaak genoemd als het begin van de Kleine IJstijd, zijn er meerdere vulkaanuitbarstingen. En in de koudste periode, ruwweg van 1570 tot 1730 is er een hoge vulkanische activiteit. Vulkanisme is dus hoogstwaarschijnlijk een van de factoren die in de Kleine IJstijd een afkoelend effect had op het klimaat.

Invloed van vulkanische aerosolen op het klimaat over een periode van 1200 jaar, uitgedrukt als aerosol optische diepte (in rood) en effectieve stralingsforcering (in blauw). Bron: Crowley & Unterman 2013.

Een tweede factor die meespeelt is de zon. Tijdens de Kleine IJstijd waren er drie perioden met een lage zonneactiviteit, achtereenvolgens het Spörer-minimum (van ongeveer 1460 tot 1550), het Maunder-minimum (ongeveer 1645 – 1715) en het Dalton-minimum (ongeveer 1790 – 1830) genaamd. Die minima zijn zichtbaar in waarnemingen en reconstructies van het aantal zonnevlekken.

Zonneactiviteit op basis van reconstructies (in zwart) en waarnemingen (in rood) van zonnevlekken. Bron: Usoskin et al. 2014.

De koudste periode van de Kleine IJstijd was tijdens het Maunder minimum. Zo hier en daar wordt een directe link tussen Maunder Minimum en Kleine IJstijd daarom als hard feit gepresenteerd, of worden ze zelfs aan elkaar gelijk gesteld. Onterecht omdat, zoals hierboven al werd gezegd, in diezelfde periode ook sprake was van een hoge vulkanische activiteit, die ook zijn invloed deed gelden. Maar dat betekent ook weer niet dat de zon geen enkele invloed had. Wisselingen in zonneactiviteit hebben invloed op de hoeveelheid zonlicht die de aarde ontvangt. Maar de verschillen zijn klein: voldoende om enige invloed te hebben op de gemiddelde temperatuur van de aarde, maar onvoldoende om de Kleine IJstijd in zijn geheel te verklaren.

Reconstructie van wisselingen in de hoeveelheid invallend zonlicht op aarde. Bron: Delaygue en Bard 2010.

Kleine mondiale veranderingen of schommelingen in het klimaat kunnen op lokaal niveau wel eens sterker uitpakken. Er zijn aanwijzingen dat dat ook geldt voor de invloed van zonneactiviteit. De kans op een strenge winter zou in sommige delen van de wereld, waaronder Europa, groter zijn als de zon weinig actief is, zo vermoeden sommige onderzoekers. Het achterliggende mechanisme is nogal ingewikkeld: het heeft te maken met de temperatuur van de stratosfeer die wordt beïnvloed door de hoeveelheid UV-straling die er binnenkomt, en het mogelijke effect daarvan op de atmosferische circulatie. Het zou kunnen verklaren waarom bepaalde gebeurtenissen, zoals Elfstedentochten of het bevriezen van de Rijn, vooral voorkomen als de zon weinig actief is. De inactieve zon zou dus een belangrijke oorzaak kunnen zijn voor de ijzige winters in de Kleine IJstijd. Overigens waren niet alle winters bar. Uit de oudste instrumentele meetreeks van de temperatuur ter wereld, de Central England Temperature, blijkt dat er zelfs in hartje Kleine IJstijd ook heel zachte winters waren, zo laten Lockwood et al. zien.

En dan is er nog het broeikaseffect. Analyse van ijsboorkernen laat een kleine stijging van de atmosferische concentratie van broeikasgassen als CO2, methaan en lachgas vanaf het begin van onze jaartelling tot omstreeks 1550. Daarna volgt een abrupte daling over een periode van zo’n 50 jaar. De wetenschappelijke discussie over de oorzaak van die daling woedt nog volop. Mogelijk namen de natuurlijke emissies van deze gassen af als gevolg van de dalende temperatuur. Het zou dus een terugkoppeling in het klimaatsysteem kunnen zijn. Maar een menselijke invloed wordt ook niet uitgesloten. Volgens de Ruddiman-hypothese nemen broeikasgasconcentraties al enkele millennia toe als gevolg van de ontwikkeling van de landbouw door de mens. Aan het eind van de Middeleeuwen werd de mensheid onder meer door pestepidemieën zodanig gedecimeerd dat tijdelijk het omgekeerde gebeurde: landbouwgebied verdween en werd weer ingenomen door natuur, met als gevolg dalende concentraties van de broeikasgassen CO2, methaan en lachgas.

Concentraties van CO2, methaan en lachgas over de jaren 900 – 1900, bepaald uit ijsboorkernen. Bron: IPCC AR5 (werkgroep 1, hoofdstuk 6).

Dan komen we nu bij de hamvraag: is er echt een Kleine IJstijd geweest na de Middeleeuwen? Het antwoord: hmmm…ja. Er is geen reden om er aan te twijfelen dat de wereld tijdens de periode die zo wordt genoemd gemiddeld iets kouder was dan ervoor en erna. Vermoedelijk waren er lokale verschillen in de mate van afkoeling en in de periode waarin die plaatsvond en waarschijnlijk waren er in onder meer Europa relatief veel strenge winters. Maar het was zeker geen periode met alleen maar barre kou. Zelfs tijdens de koudste episode van de Kleine IJstijd kwamen er ook zachte winters en warme zomers voor. De Kleine IJstijd heeft dan ook niets gemeen met de echte ijstijden.

Advertenties

45 Reacties op “De Kleine IJstijd was geen ijstijd. Zelfs geen kleintje.

  1. Wat is de verhouding van het temperatuurverschil “Echte IJstijd vs Kleine IJstijd” en “Echte IJstijd vs Moderne Klimaat Optimum”? Volgens mij “5oC” vs “2oC” toch?
    Als er geen sprake was van een ‘echte’ IJstijd dan is er nu denk ik ook geen sprake van ‘echte’ opwarming in vergelijking met b.v. de wel ‘echte’ opwarming aan het eind van de Young Dryas van ongeveer 5C in (mogelijk minder dan) een paar honderd jaar tijd?

    Wat is eigenlijk de referentietemperatuur van “Parijs” waarom lijkt die in een natuurlijk minimum te liggen? Want hebben we het over “rode lijn van 2oC ten opzichte van Kleine IJstijd Temperatuur” of “rode lijn van 2oC ten opzichte van normaal b.v. gemiddelde temperatuur in Holoceen”?

    Wat is eigenlijk de voorspellende waarde van klimaatmodellen die zo slecht matchen met historische data als de Kleine IJstijd (zie onbevredigende verklaringen hierboven) laat staan opwarming aan het einde van de Young Dryas of het Holocene Climate Optimum 3000-4000 jaar geleden of nog ouder de “Green Sahara” (African Humid Period)?
    En wat is de verklarende adequaatheid van die modellen bijvoorbeeld in de stelligheid dat CO2 stijging de grote veroorzaker van de huidige opwarming zou zijn?

    En in hoeverre zijn de geschetste mitigaties en beheersmaatregelen ueberhaupt effectief?

    Wat is het doel van natuurbeheer (en haar pogingen tot klimaatcontrole)? Draait het uiteindelijk niet om “Pretpark Aarde” een zo aangenaam mogelijke plek voor mensen om te wonen? Welke waarden wil natuurbeheer bewerkstelligen en waarom?

    Een artikel als dit lijkt erg geschreven vanuit een ideologisch perspectief: Ik ga stellen dat LIA geen uitzondering was maar dat het vroeger gewoon altijd kouder was en de huidige opwarming dus nog extremer. In die wat doorzichtige opzet lijkt het artikel mij vooral het doel te missen van een genuanceerd debat over klimatologie dat gestoeld is op waarnemingen en analyses in plaats van op ideologisch gedreven wensdenken hoe de wereld in elkaar zou moeten zitten in plaats van kijken en denken hoe het echt werkt.

  2. Het spijt mij voor de typografische onduidelijkheid 2oC bedoel ik 2 graden Celsius het is denk ik beter om hier 2C (of 2K?) te typen?

  3. @thijscobben,

    Het verschil tussen de huidige gemiddelde temperatuur en die in de Kleine IJstijd is in Nederland ongeveer 2°C, volgens het KNMI. Mondiaal zal het wat minder zijn, rond de 1,5°C. Niemand heeft beweerd dat er tijdens de Kleine IJstijd geen sprake was van “echte afkoeling” of dat er geen “echt temeperatuurverschil” zou zijn, dus je stelling dat er nu geen sprake zou zijn van “echte opwarming” is nonsens.

    De rest van je reactie heeft volstrekt niets te maken met het onderwerp van dit blogstuk. De beschuldiging dat dit stuk vanuit ideologisch perspectief geschreven zou zijn onderbouw je dan ook allerminst. Het stuk laat simpelweg zien, uitgebreid onderbouwd met referenties, welke wetenschappelijke kennis er is over dit onderwerp. Meld het vooral als je meent dat er iets ontbreekt of onjuist wordt weergegeven.

    Zou je eventuele vervolgreacties on-topic willen houden en de insinuaties achterwege willen laten? En voor degenen die toch op de off-topic opmerkingen van Thijs willen reageren: doe dat alsjeblieft in de open discussie en niet hier.

  4. De schilderijen van winterlandschapjes kun je ook heel anders interpreteren. Ze komen voort uit de reeks van de 4 seizoenen. En geven weer hoe een seizoen er uit hoort te zien. Een winter is dus koud met sneeuw en ijspret.
    Of de gemiddelde winters in Nederland in die tijd werkelijk zo koud waren betwijfel ik. Het voornaamste verdedigingsmiddel van af de 17 eeuw was een stelsel van waterlinies en dat zou weinig nut hebben als die zo’n beetje elke winter bevroren.

  5. “Niemand heeft beweerd dat er tijdens de Kleine IJstijd geen sprake was van “echte afkoeling” ” lijkt tegenstrijdig aan de titel van het artikel. En de algehele teneur die stelt dat wij een “te koud” beeld geconstrueerd hebben van deze wat diffuse (definitie scheelt enkele eeuwen) periode.
    De temperatuur zou dan ‘slechts’ een halve graad onder het ‘gemiddelde niveau’ van de MWP liggen, ik citeer: “De gemiddelde temperatuur van het noordelijk halfrond was toen ongeveer een halve graad lager dan tijdens de periode voor de Kleine IJstijd, die wel eens Middeleeuws Klimaatoptimum of Middeleeuwse Warme Periode wordt genoemd.”
    Echter als ik het goed begrijp en wij de periode voor de Kleine IJstijd als referentietemperatuur nemen, dan is de opwarming anno 2017 waarschijnlijk kleiner ten opzichte daarvan dan de afkoeling rond 1700. En valt de huidige opwarming dus goed binnen de natuurlijke klimaatschommelingen in het holoceen die in dit artikel worden beschreven.
    Ben je het daarmee eens?

    Dan de adequaatheid van de modellen om een historisch verschijnsel te duiden: ik citeer wat woorden en zinsdelen:
    “Vulkanisme is hoogstwaarschijnlijk een factor”
    “Het achterliggende mechanisme van zonnestralen is nogal ingewikkeld” (terwijl de grafiek van sunspot numbers overigens een verbluffend goede match met global temperature geeft: mag dit niet kloppen van de klimaatideologie?)
    “Het zou dus een terugkoppeling in het klimaatsysteem kunnen zijn. Maar een menselijke invloed wordt ook niet uitgesloten”
    Maar hee, ho, wat leuk we hebben een anthropogene oorzaak geconstrueerd het is het pest cataclysme dat tot verminderde CO2 uitstoot (door verminderde landbouw nota bene) leidde dus daarom koelde het af: minder mensen!

    Als het nou zo moeilijk blijkt om de natuurlijke schommelingen in het klimaat over de afgelopen 2000 of 10000 jaar te verklaren en te modelleren (dus een model waar die specifieke schommelingen door ‘voorspeld’ worden), is het dan onterecht als je bij het artikel met die nuances nog eens de vraag stelt in hoeverre dat implicaties heeft voor de gepercipieerde betrouwbaarheid (de “97% consensus” fallacy) van de modellen die nu 1-4 graden opwarming in 2100 voorspellen?
    Is dat dan off-topic?
    En is die onterecht belerende toon van jou richting mij dan productief als onderbouwing van je eigen standpunt of als beleidsmiddel richting een eerlijk en open debat op dit medium? Of heb je andere ambities?

  6. Raymond: de Hollandse Waterlinie is 1x in gebruik genomen, de “oude”, en wel in het jaar 1672. De Fransen liepen toen bij Woerden over het ijs. Je opmerking snijdt 100% hout maar je mist het punt: inderdaad was de Waterlinie niet effectief want er waren strenge winters en het water bevroor en daarom konden de soldaten er overheen lopen. https://nl.wikipedia.org/wiki/Oude_Hollandse_Waterlinie

  7. @Thijs Cobben

    “Als er geen sprake was van een ‘echte’ IJstijd dan is er nu denk ik ook geen sprake van ‘echte’ opwarming in vergelijking met b.v. de wel ‘echte’ opwarming aan het eind van de Young Dryas van ongeveer 5C in (mogelijk minder dan) een paar honderd jaar tijd?”

    Wat een onzin dat geklets over “echte opwarming”.
    De mondiale opwarming van het einde van de Younger Dryas tot aan het Holocene Climate Optimum was circa 1,9 °C i.p.v. 5 °C. Daar had de natuur zo’n 5400 jaar voor nodig, dat is 0,035 °C per eeuw. De huidige temperatuurstijging is circa 1,8 °C per eeuw. Een temperatuurstijging van 1,9 °C bewerkstelligen wij mensen ongeveer in 200 jaar als we zo doorgaan. En of dat “echt” is.
    Data van Shakun et al. 2012:
    http://www.nature.com/nature/journal/v484/n7392/full/nature10915.html

    “Niemand heeft beweerd dat er tijdens de Kleine IJstijd geen sprake was van “echte afkoeling” ” lijkt tegenstrijdig aan de titel van het artikel.”

    Onzin, in de blogtekst staat duidelijk dat het tijdens het LIA kouder was dan in de eeuwen ervoor en erna. Als het toen “kouder was” moet er dus ook een afkoeling zijn opgetreden.

    “Echter als ik het goed begrijp en wij de periode voor de Kleine IJstijd als referentietemperatuur nemen, dan is de opwarming anno 2017 waarschijnlijk kleiner ten opzichte daarvan dan de afkoeling rond 1700.”

    Zie onderstaande figuur uit IPCC AR5. Het temperatuursverschil van het MWP tot het LIA was kleiner dan de opwarming van het LIA tot het gemiddelde van de 20e eeuw (voor het noordelijk halfrond). De huidige temperatuur ligt circa 0,8-1 °C boven het gemiddelde van de 20e eeuw. De huidige opwarming valt helemaal niet binnen de natuurlijke schommelingen van de afgelopen 2 millennia.

  8. @Thijs Cobben

    “…terwijl de grafiek van sunspot numbers overigens een verbluffend goede match met global temperature geeft: mag dit niet kloppen van de klimaatideologie?”

    Kun je die insinuaties over “fallacy”, “ambities”, “ideologie” en andere kletskoek aub weglaten en gewoon naar de wetenschap kijken? Bijv:
    http://www.nature.com/ngeo/journal/v7/n2/full/ngeo2040.html
    “We instead conclude that solar forcing probably had a minor effect on Northern Hemisphere climate over the past 1,000 years, while, volcanic eruptions and changes in greenhouse gas concentrations seem to be the most important influence over this period.”
    http://www.nature.com/ngeo/journal/v8/n9/full/ngeo2510.html
    Climate simulations using single and cumulative forcings suggest that the ocean surface cooling trend from 801 to 1800 ce is not primarily a response to orbital forcing but arises from a high frequency of explosive volcanism. Our results show that repeated clusters of volcanic eruptions can induce a net negative radiative forcing that results in a centennial and global scale cooling trend via a decline in mixed-layer oceanic heat content.

  9. @Thijs Cobben

    “Als het nou zo moeilijk blijkt om de natuurlijke schommelingen in het klimaat over de afgelopen 2000 of 10000 jaar te verklaren en te modelleren”

    We beperken ons hier tot de afgelopen 2000 jaar, dus inclusief het LIA. Hoe verder weg we in het verleden gaan des te groter de onzekerheid over de forceringen, dat begrijp je natuurlijk hopelijk wel. Onderstaand image uit het laatste IPCC rapport (fig. 5.8 a) geeft een idee hoe goed men temperatuurreconstructie van de afgelopen 2000 jaar kan modelleren.

  10. En de algehele teneur die stelt dat wij een “te koud” beeld geconstrueerd hebben van deze wat diffuse (definitie scheelt enkele eeuwen) periode.

    Ligt eraan wie je onder “wij” verstaat. Ik kom dat beeld inderdaad wel eens tegen.

    Echter als ik het goed begrijp en wij de periode voor de Kleine IJstijd als referentietemperatuur nemen, dan is de opwarming anno 2017 waarschijnlijk kleiner ten opzichte daarvan dan de afkoeling rond 1700.

    Dan begrijp je het niet goed. In een vorige reactie meende je zelf nog dat haet inmiddels 2°C warmer is dan tijdens de Kleine IJstijd. Zo warm wat het tijdens de MWP hoogstwaarschijnlijk niet.

    Als het nou zo moeilijk blijkt om de natuurlijke schommelingen in het klimaat over de afgelopen 2000 of 10000 jaar te verklaren en te modelleren (dus een model waar die specifieke schommelingen door ‘voorspeld’ worden), is het dan onterecht als je bij het artikel met die nuances nog eens de vraag stelt in hoeverre dat implicaties heeft voor de gepercipieerde betrouwbaarheid (de “97% consensus” fallacy) van de modellen die nu 1-4 graden opwarming in 2100 voorspellen?
    Is dat dan off-topic?

    Ja, dat is off-topic. Het gaat hier namelijk niet over modellen of over 97% consensus. En een kind snapt dat het veel moeilijker is om nauwkeurige informatie over het klimaat uit het verleden te krijgen dan nu het geval is, simpelweg omdat men destijds niet de beschikking had over satellieten en alle andere geavanceerde meetapparatuur die men nu gebruikt.

    Tenslotte: ik ga er van uit dat we hier als volwassen mensen onder elkaar discussiëren. De volwassen mensen die ik ken accepteren het, of stellen het zelfs op prijs, als ze het ongezouten te horen krijgen als ze onzinnige dingen beweren. Omdat ze daarvan kunnen leren. Ik zie dan ook geen enkele reden om nonsens of drogredenen niet bij de naam te noemen.

  11. Beste Thijs Cobben,

    Je zegt: “Wat is de verhouding van het temperatuurverschil “Echte IJstijd vs Kleine IJstijd” en “Echte IJstijd vs Moderne Klimaat Optimum”? Volgens mij “5oC” vs “2oC” toch?“, en: “Echter als ik het goed begrijp en wij de periode voor de Kleine IJstijd als referentietemperatuur nemen, dan is de opwarming anno 2017 waarschijnlijk kleiner ten opzichte daarvan dan de afkoeling rond 1700.

    Nee, gemiddeld over het Noordelijk Halfrond was de ‘Kleine IJstijd’ ongeveer 0,5 °C kouder dan de voorafgaande ‘Middeleeuwse Warme Periode’. Dat staat ook glashelder in het artikel.

    Mondiaal gezien was dit verschil waarschijnlijk kleiner dan deze halve graad. De reconstructies die de gehele aardbol bestrijken (ook het zuidelijk halfrond) zijn betrekkelijk schaars, maar de recente PAGES 2K reconstructie uit 2017 heeft wél betrekking op de gehele globe, en laat zien:

    Dus MONDIAAL gemiddeld was de ‘Kleine IJstijd’ ongeveer 0,3 °C graad kouder terwijl dit effect op het Noordelijk Halfrond ongeveer -0,5 °C was.

    MONDIAAL gemiddeld is het nu sinds 1900 ruim 1 °C opgewarmd.

  12. Quote Jos Hagelaars: “De mondiale opwarming van het einde van de Younger Dryas tot aan het Holocene Climate Optimum was circa 1,9 °C i.p.v. 5 °C. Daar had de natuur zo’n 5400 jaar voor nodig, dat is 0,035 °C per eeuw. De huidige temperatuurstijging is circa 1,8 °C per eeuw. Een temperatuurstijging van 1,9 °C bewerkstelligen wij mensen ongeveer in 200 jaar als we zo doorgaan. En of dat “echt” is.”

    En dan wordt er data uit Nature geciteerd die een covariatie (ik neem aan correlatie) suggereert tussen CO2 en temperatuur die niets van doen heeft met het snelle opwarming van de Aarde aan het einde van de Jongere Dryas. Wikipedia stelt ondersteund door duidelijke bronnen dat: https://nl.wikipedia.org/wiki/Jonge_Dryas
    “De Groenlandse GISP2 ijskern laat zien dat de omschakeling naar een warmer klimaat in slechts 40 tot 50 jaar plaatsvond, in drie stappen die elk maximaal 5 jaar duurden. Andere gegevens, zoals die van stof in de atmosfeer, laten zelfs een nog snellere omschakeling zien, waarbij het klimaat in een paar jaar tijd zo’n 7 graden warmer werd.[9]” – waarbij [9] verwijst naar “Alley (2000), Alley et al. (1993), Sissons (1979), Dansgaard et al. (1989)” .

    Dus…. 1.9C in 5400 jaar (Hagelaars) of 7 graden in een paar jaar tijd (Alley) ? Is de huidige snelheid van opwarming uniek of past deze binnen de klimaatveranderingspatronen van het (stretched) holoceen?

    En dan dit:
    “Het temperatuursverschil van het MWP tot het LIA was kleiner dan de opwarming van het LIA tot het gemiddelde van de 20e eeuw (voor het noordelijk halfrond). ”
    Maar dat is niet eerlijk!!!
    Je vergelijkt het verschil tussen een minimum en een maximum met een verschil tussen een beweerde referentietemperatuur en een minimum!
    Ik zeg alleen maar: ALS (zoals auteur stelt) referentietemperatuur is MWP, DAN | MWP – LIA | > | MPW – AGW| (AGW : huidige warme periode).
    Vershil MPW en LIA : 2C
    Verschil LIA AGW: 1.8C

    Verder is deze bewering aantoonbaar onjuist: “De huidige temperatuur ligt circa 0,8-1 °C boven het gemiddelde van de 20e eeuw.” ik neem aan dat je bedoelt: “Boven het gemiddelde van de LIA zoals gesteld door IPCC als referentietemperatuur wat heel erg oneerlijk is”. Want ook “ten opzichte van gemiddelde van afgelopen 2000 jaar” laat staan “ten opzichte van gemiddelde van afgelopen 10000 jaar” is de bewering een overdrijving.

    Wat is de referentietemperatuur die door het IPCC wordt gehanteerd bij de door haar gewenste “2C Red Line” ?

  13. Het is echt merkwaardig hoe hier ook met de grootste stelligheid uitspraken worden gedaan die behoorlijk in tegenspraak zijn met het Paleoclimatology hoofdstuk (5) van https://www.ipcc.ch/report/ar5/wg1/ .

  14. “MONDIAAL gemiddeld is het nu sinds 1900 ruim 1 °C opgewarmd.” Ja, prima, maar dan zit je nog steeds aardig in de koele periode. Dus sinds de MWP is het geen 1C opgewarmd.

  15. Beste Thijs Cobben,

    Je verwart LOKALE temperatuurvariaties met MONDIALE klimaatveranderingen. Op één lokatie, zoals waar de GISP2 ijskern geboord is, kan er door veranderingen in oceaancirculatie en doordat tijdens het Younger Dryas de naburige ijsplaat tussen Groenland en het Noord-Amerikaanse continent instortte, een snelle variatie in de lokale (!) temperatuur plaatsvinden.

    Verder zeg je :

    Vershil MPW en LIA : 2C
    Verschil LIA AGW: 1.8C

    Nee. MONDIAAL gezien is het:

    Verschil MWP en LIA: 0,3 °C (over noordelijk halfrond 0,5 °C);
    Verschil LIA AGW: ruim 1,3 °C

  16. @Thijs Cobben

    “Dus…. 1.9C in 5400 jaar (Hagelaars) of 7 graden in een paar jaar tijd (Alley)”

    De temperatuursveranderingen op één locatie in Groenland zijn veel groter dan de mondiale veranderingen. Zie de gegeven referentie naar de mondiale T-reconstructie van Shakun, dan kun je het zelf narekenen.

    “Je vergelijkt het verschil tussen een minimum en een maximum met een verschil tussen een beweerde referentietemperatuur en een minimum!”

    Ik gebruik de IPCC data, zie bijgeleverde grafiek. De data van de gemiddelden (grijze bolletjes) voor de reconstructies zijn:
    MWP-LIA = 0.33 °C
    20C-LIA = 0.49°C
    En of dat eerlijk is.

    “Verder is deze bewering aantoonbaar onjuist: “De huidige temperatuur ligt circa 0,8-1 °C boven het gemiddelde van de 20e eeuw.”

    Mijn bewering is geheel juist, zie bijv. de NOAA temperatuur dataset (ref. periode daarvan is nl. het gemiddelde van de 20e eeuw). Zij geven voor 2016 een temperatuur anomalie van 0,94 °C en voor het NH is dat 1,13 °C.
    https://www.ncdc.noaa.gov/monitoring-references/faq/anomalies.php

  17. @Thijs Cobben

    Het is echt merkwaardig hoe hier ook met de grootste stelligheid uitspraken worden gedaan die behoorlijk in tegenspraak zijn met het Paleoclimatology hoofdstuk (5) van https://www.ipcc.ch/report/ar5/wg1/

    Nou ik neem aan dat de IPCC grafiek en data uit dat rapport niet in tegenspraak zijn met dat rapport. Maar wat zijn die uitspraken dan die wel “in tegenspraak zijn”?

  18. Beste Thijs Cobben,

    Het is echt merkwaardig hoe hier ook met de grootste stelligheid uitspraken worden gedaan die behoorlijk in tegenspraak zijn met het Paleoclimatology hoofdstuk (5) van https://www.ipcc.ch/report/ar5/wg1/

    Onzin. In hoofdstuk 5 van IPCC AR5 kan je voor het NOORDELIJK HALFROND zien (mondiaal rechtsonder):

    Overigens zijn zowel de resultaten van PAGES 2K (2017) als de hierboven besproken publicatie van zonnefysicus Lockwood et al. nieuwer dan IPCC AR5 uit 2013.

    Voor PAGES 2K (2017) zie: http://www.nature.com/articles/sdata201788.pdf

  19. @Jos Hagelaars: Als jij stelt dat:
    Ik gebruik de IPCC data, zie bijgeleverde grafiek. De data van de gemiddelden (grijze bolletjes) voor de reconstructies zijn:
    MWP-LIA = 0.33 °C
    20C-LIA = 0.49°C
    En of dat eerlijk is.

    Hoeveel is dan MWP – 20C ? In mijn beleving dus 0.16 .
    Dus het verschil tussen “referentietemperatuur” (quote artikel) MWP en 20C is minder dan tussen MWP en LIA. Dus als LIA geen echte ijstijd is is 20C geen echte extreme opwarming zoals b.v. die aan het einde van de Younger Dryas. QED.

  20. @Jos Hagelaars : Excuus mijn opmerking over het verschil tussen huidig en gemiddeld 20e eeuw klopt, met die aantekening dat je je kunt afvragen hoe zinvol het is om volatile jaargemiddelden te vergelijken met afgevlakte langjarige waardes. Een euvel dat meer voorkomt in misleidende publicaties en gepubliceerde grafieken die als voornaamste doel lijken te hebben de huidige opwarming aan te dikken.

  21. klopt –> klopt niet, jij had gelijk over ” “De huidige temperatuur ligt circa 0,8-1 °C boven het gemiddelde van de 20e eeuw.”” klopt dus wel.

  22. Thijs

    Hoeveel is dan MWP – 20C ? In mijn beleving dus 0.16 .

    Wat is je punt? Waar is er door wie beweerd dat dat verschil veel groter zou zijn? Of dat er in de 20e eeuw al sprake zou zijn van “echt extreme opwarming”?

    Je reageert niet op argumenten van anderen, maar alleen op stropoppetjes die je zelf opzet. Op die manier is een serieuze inhoudelijke discussie onmogelijk. Het zou ook prettig voor de discussie zijn als je de insinuaties, beschuldigingen en denigrerende kwalificaties achterwege zou laten.

  23. Je beschuldigt mij van drogredeneren, insinueren, beschuldigen en denigrerende kwalificaties uiten. Dank je wel voor deze prettige wijze van metadiscussieren, Hans!

    De titel luidt: “LIA was geen IJstijd”, de argumentatie daarachter is: “want het koelde niet veel af tov MWP”. Dan is het toch aardig en inhoudelijk te reflecteren dat het verschil tussen gekozen referentietemperatuur MWP en 20C kleiner is dan het gebagatelliseerde verschil MPW-LIA ?

    Ik probeer, zoals je overduidelijk kan nalezen, op heel veel argumenten van anderen te reageren. En ben ook best bereid soms mijn eigen ongelijk toe te geven. Dat ik wel eens een argument vergeet of oversla mag je mij gerust op aanspreken dan zal ik alsnog een reactie formuleren. Maar als je mij in het algemeen verwijt niet te reageren op argumenten van anderen schets je een beeld van mij waar ik mij niet in kan en hoef te herkennen. Met welk doel probeer jij mij op deze manier te kenschetsen als een onredelijk iemand? Zou het kunnen zijn dat je jezelf deze manier van “op de man spelen” hebt eigen gemaakt als modus operandi in het reageren op mensen met een afwijkende dan jouw wat in mijn beleving wat radicale visie op klimaatwetenschap?

  24. Je beschuldigt mij van drogredeneren, insinueren, beschuldigen en denigrerende kwalificaties uiten

    Lees je eigen reacties anders even terug. Je allereerste reactie eindigt al met de op niets gebaseerde bewering dat mijn blogpost geschreven zou zijn vanuit “ideologisch perspectief”. En suggestieve opmerkingen over wat “natuurbeheer” zou willen. Kwalificaties als “klimaatideologie” en “misleidend” zijn ook niet bepaald complimenteus. Probeer het eens zonder.

    De titel luidt: “LIA was geen IJstijd”, de argumentatie daarachter is: “want het koelde niet veel af tov MWP”

    Niet dus. De kern van de zaak is dat een klimaatschommeling binnen een interglaciaal iets totaal, compleet, volstrekt anders is dan het onderscheid tussen glaciaal en interglaciaal. Ik dacht dat ik dat in de tekst wel duidelijk had gemaakt zonder dat op deze manier uit te spellen.

    Ik probeer, zoals je overduidelijk kan nalezen, op heel veel argumenten van anderen te reageren

    Ik geloof dat je dat probeert. Alleen doe je het niet. Je reageert niet of nauwelijks op wat anderen schrijven en vooral op wat jij denkt dat anderen denken, zo lijkt het. Het gevolg is dat je vooral reageert op jouw vooroordelen over de mening van anderen, in plaats van op de echte argumenten die je krijgt. Dat is het patroon dat we hier al jaren zien in discussies met zogenaamde “sceptici”. En, ik zal eerlijk zijn, ik heb geen zin meer om daar veel geduld of begrip voor op te brengen. Een goede inhoudelijke discussie begint met serieuze interesse in elkaars argumenten. Dus: doe een beetje moeite om te begrijpen wat anderen zeggen en hou op met het zelf invullen van achterliggende gedachten en motieven. Wie weet lukt het dan om tot een echt constructieve discussie te komen.

  25. Als bovenstaande reactie iets laat zien dan is het wel een schoolvoorbeeld van projectie, waarbij de beschuldiger zich vooral zelf lijkt te bezondigen aan het verwijt dat hij een ander maakt.

    Het punt dat ik maak is dat, laat ik de afkorting 20C maar blijven gebruiken als aanduiding van de huidige warmere periode, 20C past binnen de natuurlijke temperatuurschommelingen gedurende het laatste interglaciaal. Hetgeen, zoals beargumenteerd en eigenlijk niet weerlegd, een afgeleide stelling is van de strekking van het artikel namelijk dat LIA een verschijnsel is dat ook binnen de natuurlijke temperatuurschommelingen valt binnen het laatste interglaciaal.

    Jij kan stellen dat je moe wordt van de manier van discussieren van “sceptici” waar ik dan kennelijk ook toe zou behoren. Wellicht kan je je ook voorstellen hoe moe deze zogenaamde sceptici kunnen worden van zonder inhoduelijke argumentatie weggezet te worden als onwetenschappelijke ontkenners? Wel eens van Climategate gehoord? Zal ik je lastigvallen met de lange lijst van incidenten om goedonderbouwde, vaak zeer interessante maar andersluidende meningen zonder inhoudelijke argumentatie te weren uit het debat en instituten, onlangs nog bij de opening van het academisch jaar in Wageningen?

    Wat is er mis met een kwalificatie als “klimaatideologie” je wil toch niet ontkennen dat dit verschijnsel bestaat, en dat velen het beleid van koste wat het kost CO2 emissies reduceren allang niet meer als onderwerp van academisch debat zien maar dogmatisch en flegmatiek benaderen dus als zijnde een ideologische regel in plaats van een falsifieerbare stellingname? En alle waarnemingen, stellingen en analyses daarmee in overeenstemming trachten te brengen omdat dit uitgangspunt als onfeilbaar dogmatisch axioma wordt ervaren? Jouw wijze van reageren lijkt mij eerder onderbouwing van het bestaan van een dergelijk ideologisch raamwerk dan dat je een ander daarmee overtuigt dat hij een dergelijke term niet zou moeten bezigen? Waarom niet, vraag ik mij dan af, waarom zou je niet over klimaatideologie mogen spreken?

    Misschien is het beter als we ons tot inhoud, cijfertjes, definities en grafieken beperken? Daartoe ben ik wat mij betreft zeker bereid.

  26. Beste Thijs Cobben,

    Het punt dat ik maak is dat, laat ik de afkorting 20C maar blijven gebruiken als aanduiding van de huidige warmere periode, 20C past binnen de natuurlijke temperatuurschommelingen gedurende het laatste interglaciaal.

    Nee, dat doet het niet.

    De natuurlijke ‘temperatuurschommeling’ tijdens het huidige interglaciaal is juist een lange-termijn trend van afkoeling sinds ca. 8.000 jaar geleden:

    Dit heeft een duidelijk aanwijsbare oorzaak. Door de natuurlijke afname van de zomer-insolatie rond 65 °NB (de Milankovic-parameters) komt de zon geleidelijk steeds lager en minder lang boven de horizon gedurende Arctische zomers. Met andere woorden: heel langzaam loopt (van nature) ons huidige interglaciaal ten einde.

    De natuurlijke trend is dus juist een geleidelijke afkoeling. De huidige opwarming van +1 °C sinds ca. 1900 gaat hier precies tegenin en is qua amplitude véél groter dan de ca. +/- 0.3 °C schommelingen die er sinds het Holocene Climatic Optimum aanwijsbaar veroorzaakt werden door vulkanisme en zonnesterkte (allebei externe forceringen).

  27. Verder:

    Wellicht kan je je ook voorstellen hoe moe deze zogenaamde sceptici kunnen worden van zonder inhoduelijke argumentatie weggezet te worden als onwetenschappelijke ontkenners?

    De inhoudelijke argumentatie is je allang aangereikt in de bovenstaande reacties, maar je hebt klaarblijkelijk geen weerwoord. Zie eveneens het bovenstaande blogstuk en de daar aangehaalde wetenschappelijke publicaties.

    Wel eens van Climategate gehoord?

    Lachwekkend.😃 Ben je je er wel van bewust dat Hans Custers en ondergetekende sinds 2009 letterlijk vele honderden keren gereageerd hebben op de onzin op dat ‘Climategate’ blog? Van dat zogenaamde Climategate is er niets juist gebleken. Maar dat is hier niet relevant, blijf bij het onderwerp en ga in op het bovenstaande blogstuk.

    Wat is er mis met een kwalificatie als “klimaatideologie”

    Dat is een typisch voorbeeld van jouw verdachtmakingen in plaats van een inhoudelijk argument. Het is daarmee in strijd met de eerste spelregel hier: https://klimaatverandering.wordpress.com/spelregels/

  28. Bob,

    In het zeer bekende grafiekje worden langjarige gemiddelden vergeleken met een jaargemiddelde (pijltje 2004). Ik hoop dat je met me eens bent dat misleidend is.

    Milankovich parameters, radiative forcing, vulkanische en astronomische events zijn mij welbekende beinvloeders van de temperatuur op aarde. Zonnevlekken/zonnekracht, de hoeveelheid ozon in de atmosfeer, andere orbitale parameters, aerosolen en misschien wel vliegtuigsporen ook. Net als CO2 emissies.

    +/- 0.3C tsja waar haal je dat vandaan denk ik dan? Worden hier niet ook weer langjarige (soms /100jaar) gemiddelden vergeleken met jaarlijkse gemiddelden? Ik hoef je niet uit te leggen wat het afvlakkende effect van het vergroten van trendperiodes is?

    Kan je mij uitleggen hoe die zwarte lijn is berekend en wat de relatie is met de gekleurde lijnen in deze, beroemde, grafiek? Het lijkt het erop dat de zwarte lijn een afgezwakte trendlijn is van alle andere proxies die elk individueel veel grotere uitschieters laten zien?

    Je bent bekend dat het in de afgelopen 10000 jaar op heel veel lokaties gelijktijdig veel warmer is geweest dan nu met alle smeltende permafrost vlaktes en oceanisch vrijgekomen methaanbellen en andere positive feedbacks van dien? En de Alpen bijvoorbeeld gedurende de afgelopen 10000 jaar millenia lang gletschervrij zijn geweest?
    Hoe kan dat dan als de afwijking in temperatuur nu 3x zo hoog is als de maximale amplitude in het eerdere holoceen zoals jij stelt?

    Groet,

    Thijs

  29. Het punt dat ik maak is dat, laat ik de afkorting 20C maar blijven gebruiken als aanduiding van de huidige warmere periode, 20C past binnen de natuurlijke temperatuurschommelingen gedurende het laatste interglaciaal.

    En daarmee bevestig je dus mijn punt. Ik heb daar in mijn blogstuk namelijk helemaal niets over gezegd. Jij bent degene die dat onderwerp erbij haalt en suggereert dat wij zouden zeggen of bedoelen te zeggen dat er in de huidige warmere periode al sprake zou zijn van (jouw woorden) “echt extreme opwarming”. Daar gaat het blogstuk helemaal niet over. Punt.

    Wat is er mis met een kwalificatie als “klimaatideologie”

    Op zich niets. Maar het is wel vervelend als je iets schrijft als: “terwijl de grafiek van sunspot numbers overigens een verbluffend goede match met global temperature geeft: mag dit niet kloppen van de klimaatideologie?”, terwijl de rol van de zon gewoon wordt beschreven in mijn blogstuk.

    Ik kan alleen maar constateren dat je in al je reacties tot nu toch nog helemaal niets inhoudelijks hebt gezegd over het blogstuk. En dat jij in je allereerste reactie, zeker met dat laatste deel, niet bepaald de toon zet voor een constructieve, inhoudelijke discussie. Daar laat ik het maar bij.

  30. Thijs,

    Nog één punt dat wel gerelateerd is aan de inhoud van dit blogstuk; afkoeling en opwarming van het klimaat hebben oorzaken. De wetenschap neemt geen genoegen met een verklaring als: “Het is natuurlijk.” Het klimaat kan alleen opwarmen of afkoelen, zeker gedurende langere tijd, als er iets gebeurt in de stralingsbalans. De wetenschap heeft de factoren die de stralingsbalans tijdens de Kleine IJstijd beïnvloedden aardig in beeld, zo lijkt het, al is er natuurlijk nog wel een onzekerheidsmarge.

  31. Hoi Hans,

    “De wetenschap heeft de factoren die de stralingsbalans tijdens de Kleine IJstijd beïnvloedden aardig in beeld, zo lijkt het”
    Is dat zo?

    In dit door Jos aangehaalde plaatje zou het verschil tussen model en werkelijkheid blijken:

    Bron beweerdelijk IPCC dat neem ik direct voor kennisgeving aan. Jij ook?

    Ligt het aan mij of zie ik rond LIA (en al helemaal rond MCA, Medieval Climate Anomaly/MWP) best grote afwijkingen tussen het (midden van) het grijze gebied en de rode en blauwe trendlijnen?
    In hoeverre druisen die in tegen de stelling dat de huidige (radiative forcing en volgens mij ook known vulcanic events) gebaseerde modellen goed LIA en MCA voorspellen dat lijkt dan toch juist niet zo goed het geval?
    Of is dat die onzekerheidsmarge?

  32. Of is dat die onzekerheidsmarge?

    Ja.De onzekerheidsintervallen van reconstructies staan immers keurig in dat plaatje aangegeven. Modelresultaten vallen daar volledig binnen.

  33. Beste Thijs Cobben,

    Je maakte vermoedelijk een foutje bij het ontcijferen van deze grafiek:

    Het grijze gebied zijn de temperatuurwaarnemingen, of preciezer gezegd: dit grijze gebied is de onzekerheidsmarge rondom de gereconstrueerde temperaturen tijdens het MWP, het LIA en de huidige periode.

    De dikke rode en blauwe lijn geven de modelsimulaties aan voor deze perioden, gebaseerd op de bekende of vermoedelijke externe forceringen zoals vulkanisme en zonnesterkte etc.

    Zoals je ziet: deze dikke rode en blauwe lijnen vallen keurig binnen de onzekerheidsmarge van de reconstrueerde temperatuur.

    Wél is het zo dat het dunne rode lijntje — dat staat voor modelsimulaties gebaseerd op een sterkere zonnesterkte-variatie dan gebruikelijk — wat minder goed past binnen het gereconstrueerde temperatuurverloop aan het einde van het MCA. Dat is eerder een argument tegen een grotere invloed v.d. zonnesterkte dan ervoor.

    De precieze uitleg van de grafiek kan je uiteraard nalezen bij het IPCC op blz. 413 van hoofdstuk 5:

    http://www.climatechange2013.org/images/report/WG1AR5_Chapter05_FINAL.pdf

  34. Bob,

    Kleine correctie: de dikke blauwe en rode lijnen zijn modelgemiddelden gebaseerd op een respectievelijk kleinere en grotere variatie in zonnesterkte, de dunne lijntjes geven het onzekerheidsinterval (als “”multi-model 90% range”).

  35. Hi Hans,

    Ja, de dunne rode en blauwe lijntjes staan voor de onzekerheid in de modelsimulaties terwijl de dikke rode en blauwe lijnen het gemiddelde van de modelsimulaties aangeven:

    (a) Simulations shown by coloured lines (thick lines: multi- model-mean; thin lines: multi-model 90% range; red/blue lines: models forced by stronger/weaker solar variability, though other forcings and model sensitivities also differ between the red and blue groups); overlap of reconstructed temperatures shown by grey shading; all data are expressed as anomalies from their 1500–1850 mean and smoothed with a 30-year filter.

    Het bovenste dunne rode lijntje in het MCA staat voor de bovengrens van het onzekerheidsinterval van simulaties met ‘strong solar variability’, zoals in de figuur vermeld staat.

    De grijze band geeft het onzekerheidsinterval aan van de ‘observaties’ (of eigenlijk, in dit geval: van de temperatuurreconstructies).

  36. Blijft het feit dat de modelsimulaties voor het begin van de MCA niet erg overeen komen met de reconstructie. Het valt binnen de marge, maar daar is dan ook alles mee gezegd. Of het model werkt onvoldoende, of de reconstructies zijn onvoldoende, zou ik zeggen.
    Ik verbaas me ook over de grote onzekerheidsmarge in de reconstructie halverwege de 20e (!) eeuw. Van die periode moet er toch een grote hoeveelheid echte metingen zijn. Als het voor de 20e eeuw al niet lukt, waarom is de marge voor de eerdere eeuwen dan zo klein?

  37. Beste Bart Vreeken,

    Het valt binnen de marge, maar daar is dan ook alles mee gezegd.

    Dat is nou juist hét criterium: of beide onzekerheidsintervallen (van de reconstructies en van de klimaatmodellen) overlappen. Het zijn 90% onzekerheidsintervallen. Statistisch gezien zou je zelfs verwachten dat ca. 10% van de tijd één van beide ‘centrale’ curves buiten de spreiding rond de andere curve valt.

    Ik ben het er wel mee eens dat over het begin van het MCA, de modellen de ‘geobserveeerde’ (gereconstrueerde) temperaturen maar matig reproduceren. Dat kan ermee te maken hebben dat de juiste forceringen (de inputs van de modellen) over die periode nog niet voldoende duidelijk zijn, bijvoorbeeld een tijdelijke afwezigheid van grote vulkanische erupties. Ook kan het zijn dat de meeste proxies vooral ‘zomer-temperaturen’ weergeven (het groeiseizoen) en daardoor missen dat de winters mogelijk kouder waren tijdens het MCA.

    Dit wordt allemaal intensief onderzocht. Naarmate er meer proxies beschikbaar komen wordt het onzekerheidsinterval rond de reconstructie kleiner.

    Van die periode moet er toch een grote hoeveelheid echte metingen zijn.

    In die grafiek zijn “echte metingen” (je bedoelt: met thermometers) niet gebruikt, alleen proxies. Dit is om geen appels met peren in één curve te combineren. Over “de 20e (!) eeuw” zijn er uiteraard Model – Observatie vergelijkingen op basis van de thermometers, zoals bijvoorbeeld:

    Een goed artikel daarover:

    https://www.climate-lab-book.ac.uk/2017/are-the-models-running-too-hot/

  38. Als het voor de 20e eeuw al niet lukt, waarom is de marge voor de eerdere eeuwen dan zo klein?

    Een voor de hand liggend idee zou misschien zijn dat óók voor proxies geldt dat de onzekerheidsmarge tijdens de 20e eeuw kleiner zou horen te zijn. Dat is echter niet juist.

    De oorzaak is dat veel proxies slechts lopen tot ca. 1950 of 1970. Dit komt mede doordat je aan héél recente aardlagen (bovenste stukje van de boorkernen) nog maar beperkt kan meten omdat die nog voortdurend verstoord worden door biologische activiteit (beestjes) en door de mens (dreggen, scheepvaart, stikstofdepositie uit kunstmest, visserij etc.)

    Doordat veel proxies eerder eindigen dan 1950 of 1970 begint het aantal proxies in de gehele reconstructie al af te nemen voor 1950. En doordat er dan minder proxies in de reconstructie zitten, wordt het onzekerheidsinterval groter.

  39. Ik vind de nauwkeurigheid waarmee de wetenschap in staat lijkt om temperaturen van eeuwen geleden te bepalen uit temperatuurproxies en uit een combinatie van kennis over de fysische werking van het klimaat (ofwel “de modellen”) en gereconstrueerde forceringen buitengewoon indrukwekkend. Dat de match niet overal perfect is is wat mij betreft alleen maar logisch. Dat “onvoldoende” noemen vind ik eerlijk gezegd nogal cynische. De onzekerheidsmarges overlappen elkaar steeds grotendeels en dat betekent wat mij nu juist dat de gereconstrueerde en gesimuleerde temperaturen wel voldoende zijn. Onzekerheidsintervallen zijn immers integraal onderdeel van dergelijke analyses.

    Het is niet waarschijnlijk dat in perioden waarin modelsimulaties en temperatuurreconstructies iets uiteenlopen de fysica van het klimaat anders is dan anders. Ik zou de oorzaak van dergelijke verschillen daarom niet zo snel in de modellen zoeken. Het ligt niet zo voor de hand dat de simulatie van fysica gedurende een groot deel van de periode heel accuraat is, maar af en toe wat minder. Ik zou de oorzaken van dergelijke verschillen eerder zoeken in ofwel de gereconstrueerde temperatuur, ofwel de gereconstrueerde forcering. Of een beetje in allebei, dat kan natuurlijk ook.

  40. Nou, de klimaatmodellen werken in ieder geval onvoldoende goed om de MCA goed in beeld te brengen. De eerste helft wordt compleet gemist.

    “Het ligt niet zo voor de hand dat de simulatie van fysica gedurende een groot deel van de periode heel accuraat is, maar af en toe wat minder.”
    Het blijkt toch dat er door een samenloop van omstandigheden onverwachte effecten op kunnen treden die de gemiddelde temperatuur een tijd lang de andere kant op sturen:
    https://www.volkskrant.nl/buitenland/mini-ijstijd-breekt-spontaan-aan-in-computermodel~a3547331/

  41. Nou, de klimaatmodellen werken in ieder geval onvoldoende goed om de MCA goed in beeld te brengen. De eerste helft wordt compleet gemist.

    Dan ga je uit van de vooronderstelling dat de temperatuurreconstructies “goed” zijn en de modellen “fout”. Dat lijkt me nergens op gebaseerd. Ik zou eerder veronderstellen dat er enige discrepantie zit, maar wel ruim binnen de wetenchappelijke onzekerheid, tussen de gereconstrueerde temperatuur en de gereconstrueerde forceringen. Ik neem aan dat er in de wetenschappelijke literatuur wel wat meer informatie te vinden is over die specifieke periode, maar die kennis heb ik niet paraat.

    Het blijkt toch dat er door een samenloop van omstandigheden onverwachte effecten op kunnen treden die de gemiddelde temperatuur een tijd lang de andere kant op sturen:

    Ik begrijp niet waarom je daar uit zou concluderen dat de simulatie van fysica door modellen niet accuraat is. In het klimaat zit een toevallige (of: stochastische) variabiliteit die ook door modellen wordt gesimuleerd. Er zou dus, volgens die ene modelsimulatie, een minuscule kans zijn dat die stochastische variabiliteit (mede door terugkoppelingen in het klimaatsysteem, zo lijkt me) tot een langere periode van wat lagere temperaturen leidt. Die stochastische variabiliteit in het klimaat is niet lang van tevoren voorspelbaar, zoals dat bijvoorbeeld ook het geval is met tijd en plaats van blikseminslagen, of orkanen, of aardbevingen, of vulkaanuitbarstingen. Maar dat zulke dingen onvoorspelbaar zijn, betekent nog niet dat er niets van de achterliggende fysica wordt begrepen. Je moet die twee niet met elkaar verwarren.

  42. Nou, de klimaatmodellen werken in ieder geval onvoldoende goed om de MCA goed in beeld te brengen. De eerste helft wordt compleet gemist.

    Dat is gewoon niet waar. De dikke rode en blauwe lijnen liggen HELEMAAL binnen het onzekerheidsinterval van de reconstructies:

    Alléén de dunne blauwe lijn die staat voor de ondergrens van de model-runs waar een ‘weak solar variability’ is aangenomen, valt iets buiten dat onzekerheidsinterval.

  43. Je hebt gelijk, in het geval van de MCA weten we niet waar de missmatch door komt: door het model, door de reconstructie, of door allebei een beetje.
    Het geval deed zich voor in één op de 7 runs, dat is meer dan een minuscule kans. De achterliggende fysica zal best op orde zijn, dat neemt niet weg dat het klimaatsysteem aardig chaotisch is. Atmosfeer, oceaan, oceaanstromingen, landijs, vegetatie, landgebruik werken op elkaar in. Dat maakt de voorspelbaarheid eindig. Bij reconstructies dreigt altijd de cirkelredenering: je draait net zolang aan de knoppen tot het resultaat zo goed mogelijk overeen komt met de gegevens. Op zich goed, maar dat betekent nog niet dat het model dan in de toekomst met dezelfde nauwkeurigheid werkt.

  44. door het model, door de reconstructie, of door allebei een beetje.

    Het is me nog steeds niet duidelijk of je beseft dat er ook zoiets bestaat als modelinput: de gereconstrueerde forceringen. Een (kleine) mismatch tussen gereconstrueerde forcering en temperatuur is iets wezenlijk anders dan een mismatch tussen model en gereconstrueerde temperatuur.

    Het geval deed zich voor in één op de 7 runs, dat is meer dan een minuscule kans

    In één van de 7 runs in dit experiment, en in 1 van de vele duizenden modelruns die klimaatwetenschappers in de loop der tijd hebben gedraaid. Ik hou het dus op een minuscule kans.

  45. Beste Bart Vreeken,

    Atmosfeer, oceaan, oceaanstromingen, landijs, vegetatie, landgebruik werken op elkaar in.

    Ja, en deze processen en hun interacties zijn onderdeel van de klimaatmodellen (de GCM’s). Het zijn fysische processimulaties en geen stochastische modellen waar je willekeurig “aan de knoppen kan draaien”.

    dat het klimaatsysteem aardig chaotisch is

    Niet chaotisch, dat geldt alleen voor het lokale weer. De evolutie van het klimaat als geheel wordt begrensd door de energiebalans (kortgolvig zonlicht in, en langgolvige infrarode warmtestraling eruit). Niemand heeft ooit aangetoond dat het klimaat (i.t.t. weersvoorspellingen) chaotisch zou zijn.

    Wél is er interne variabiliteit. Vandaar bijvoorbeeld de spreiding in de lichtgrijze band (‘model spread’) aan de rechterzijde van deze grafiek:

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s