IPCC 2018 – Speciaal rapport over de opwarming van 1,5 °C

Bij de klimaattop van Parijs in 2015 hebben de deelnemende landen de ambitie uitgesproken om de opwarming van de aarde tot twee graden te beperken en liefst zelfs tot onder de anderhalve graad. Het IPCC is toen gevraagd om in kaart te brengen wat die anderhalve graad voor de wereld zou betekenen en ook hoe het mogelijk zou zijn om dat doel te bereiken. Werk aan de winkel voor de wetenschappers: Maar liefst 91 auteurs uit 40 landen hebben nu een rapport geproduceerd dat maandag 8 oktober 2018 is uitgebracht. Het is het 15e speciale rapport van het IPCC dus het volledige rapport met de titel “Global Warming of 1.5 °C” kun je vinden onder “SR15”: http://www.ipcc.ch/report/sr15/
Hieronder een kleine samenvatting die zeker niet compleet zal zijn. Meer relevante info is onder meer te vinden op Real Climate en heel uitgebreid bij CarbonBrief.

Waar staan we nu?

De opwarming van de aarde wordt weergegeven ten opzichte van het pre-industriële tijdperk. Als referentieperiode voor pre-industrieel is men in het IPCC-rapport uitgegaan van de periode 1850-1900. Inmiddels zitten we op circa een graad Celsius temperatuurstijging, zoals weergegeven is in de grafiek hieronder. De dikke oranje lijn geeft de gecombineerde opwarming veroorzaakt door mensen en natuurlijke factoren weer en de gele band alleen de door mensen geïnduceerde temperatuursverandering. Het IPCC volgt hier de methode die geleid heeft tot de Global Warming Index. De blauwe lijnen geven modelprojecties weer.



De roze band in de grafiek is de temperatuurrange van het Holoceen, ongeveer de afgelopen 14000 jaar, en het tijdperk waarin de mensheid zijn huidige beschaving heeft opgebouwd. Duidelijk is dat we het klimaat van het Holoceen achter ons zullen laten. Als we vanaf 2020 per direct alle menselijke emissies, zowel de broeikasgassen (opwarmend) als de aerosolen (afkoelend), terugbrengen tot nul, zal de opwarming beperkt blijven tot minder dan 1,5 °C. Uitgaande van de huidige opwarmingssnelheid zal de 1,5 °C grens ergens rond 2040 bereikt worden.

Wat is de impact van een opwarming van 1,5 °C?

De huidige opwarming voltrekt zich in een heel hoog tempo, vele malen sneller dan de overgang van de laatste ijstijd naar het Holoceen, en dat heeft natuurlijk consequenties. Een aantal daarvan zijn nu al duidelijk, zoals de stijging van de zeespiegel en een toename in frequentie en duur van hoge zeetemperaturen (marine heatwaves). Er zijn ook al aanwijzingen voor een toename in frequentie en intensiteit van extreme regenval alsook een toename van het risico op droogte rond het Middellandse Zeegebied.

Het beperken van de opwarming tot 1,5 °C in plaats van 2 °C verlaagt uiteraard de risico’s en de impact van de opwarming. De risico’s verschillen bijvoorbeeld in de volgende opzichten:

  • Toename van de temperatuur van extreem hete dagen bij gematigde breedtegraden.
  • Risico’s van perioden met extreme regenval, zoals de fractie van land dat geraakt kan worden door overstromingen.
  • Extreme regenval door tropische cyclonen.
  • De toename van de zeespiegelstijging, deze is in 2100 circa 10 cm minder bij een opwarming van 1,5 °C dan bij een opwarming van 2 °C. Dit betekent dan dat 10 miljoen mensen minder blootgesteld zullen worden aan de risico’s die de zeespiegelstijging met zich mee brengt.
  • De grote ijskappen op Antarctica en Groenland worden mogelijk instabiel ergens bij een opwarming tussen 1,5 °C en 2 °C. Dat kan uiteindelijk leiden tot meerdere meters aan zeespiegelstijging die honderden tot duizenden jaren aanhoudt.
  • De afname van de biodiversiteit.
  • De hoeveelheid gebied op het land waar ecosystemen zullen veranderen, bij 1,5 °C opwarming is dat circa 4% van het landoppervlak en bij 2 °C is dat 13%.
  • Het ontdooien van de permafrost.
  • Toename van de oceaanverzuring en afname van het zuurstofgehalte in de oceanen.
  • De kans op een ijsvrije Arctische Oceaan in de zomer.
  • Het voortbestaan van koraalriffen, bij 2 °C opwarming zullen de meeste koraalriffen (>99%) verdwijnen.
  • Gezondheidsrisico’s, voedselveiligheid, beschikbaarheid van water en de economische groei.

Het is geen lijst om vrolijk van te worden. Onderstaande twee illustraties visualiseren de diverse risico’s en impacts. De risico’s voor warm-water koralen, het Arctische gebied en de overstroming van kustgebieden zijn het grootst.

Een fraai overzicht van de verschillen in impacts van 1,5 °C en 2 °C is te vinden op CarbonBrief:
“The impacts of climate change at 1.5C, 2C and beyond”.

Wat moeten we doen om onder die 1,5 °C te blijven?

Gezien het gegeven dat onze uitstoot van broeikasgassen tot opwarming leidt, zullen we deze uitstoot moeten beperken om onder de 1,5 graden opwarming te blijven. Niet zo’n klein beetje ook en rap. De totale CO2-emissies door het gebruik van fossiele brandstoffen, cementproductie en verandering in landgebruik, bedroegen in 2017 iets meer dan 40 gigaton. Om onder die 1,5 °C opwarming te blijven moeten de menselijke CO2-emissies rond 2050 op nul uitkomen en de emissies van andere broeikasgassen (vooral methaan) moeten eveneens drastisch omlaag. In de figuur hieronder zijn enkele van dergelijke emissie-scenario’s weergegeven.

De opwarming is direct gerelateerd aan de totale hoeveelheid CO2 die wij mensen sinds de industriële revolutie in de atmosfeer hebben gebracht. Eind 2017 was onze totale CO2-uitstoot opgelopen tot circa 2220 gigaton. De hoeveelheid CO2 die we als mensheid nog kunnen emitteren om onder een bepaalde temperatuurwaarde qua opwarming te blijven noemt men het koolstofbudget. Afhankelijk van de rekenmethode kunnen we nog zo’n 420 – 570 gigaton CO2 uitstoten om (met een 66% kans) onder de 1,5 °C te blijven. In het huidige tempo hebben we dat koolstofbudget in zo’n 10-15 jaar helemaal opgesoupeerd. Het IPCC concludeert dan ook dat er zeer snelle en verregaande transities in de energie, land, stad en infrastructuur en industriële systemen nodig zijn om de opwarming te beperken tot 1,5 °C. Daarnaast gaan alle scenario’s uit van CO2-verwijdering (CDR), in een orde van zo’n 100 tot 1000 gigaton. Een uitdaging op zich. Het IPCC berekent op basis van de intenties die de diverse landen voor het Parijs akkoord hebben ingebracht, zullen leiden tot een CO2-uitstoot van 52-58 gigaton per jaar rond 2030. De mooie woorden van politici in Parijs hebben vooralsnog niet tot de vereiste daden geleid.

Er is een apart hoofdstuk gewijd aan duurzame ontwikkeling, uitroeiing van armoede en vermindering van ongelijkheden, daarnaast is er nog een groot hoofdstuk gewijd aan transities van systemen en de mitigatie- en adaptatie-opties. Een van de twee coördinerende hoofdauteurs van dit laatste hoofdstuk is klimaatwetenschapper Heleen de Coninck. Een mooi interview met haar stond onlangs in de NRC, ze zegt daarin het volgende:

“De impact van anderhalve graad opwarming of meer komt disproportioneel terecht bij kwetsbare mensen in arme landen. Ook wel bij de zwakkeren in rijke landen, maar vooral in arme landen. Dat zijn de mensen die op de blaren moeten zitten. En het zijn tegelijkertijd de mensen die de minste schuld hebben aan het probleem. Ze hebben niet het geld om in een auto te rijden, ze gebruiken niet veel energie. Ik vind dat diep onrechtvaardig.”

Inderdaad, wij ook.
Heleen zegt aan het einde van het interview:

“Ik wil erin geloven dat we de wijsheid hebben onszelf uit het moeras te trekken. Ik heb de mensheid best hoog zitten.”

Laten we het hopen.

Advertenties

48 Reacties op “IPCC 2018 – Speciaal rapport over de opwarming van 1,5 °C

  1. Als we de CO2 emissies in 2050 op nul willen krijgen dan mogen we daar nu al mee beginnen en dan niet alleen in Nederland maar in alle landen. En dat is nu juist het probleem met alle pogingen tot nu. Landen als China hoeven helemaal niets te reduceren. Ze kunnen gewoon door gaan met kolencentrales te bouwen. Daar kunnen die paar windmolens die wij in ons land plaatsen niet tegenop. Hier is een nieuw, beter en eerlijker akkoord nodig dan wat in Parijs is afgesproken. Geen uitzonderingspositie meer voor ontwikkelingslanden. Iedereen dient aan de renewables.

  2. Pingback: Speciaal rapport IPCC – Klimaat || Wijs

  3. Dag Jos,

    Het is inderdaad een zeer groot en aangrijpend probleem.

    Zou bij het lijstje van de negatieve gevolgen ook nog uitdroging als belangrijke factor moeten staan? Dit zou dan vooral in veel gebieden in de tropen en subtropen het geval zijn. Vermoedelijk is dat dus en zeer groot probleem voor veel arme landen.

    Je schrijft: “Als we vanaf 2020 per direct alle menselijke emissies, zowel de broeikasgassen (opwarmend) als de aerosolen (afkoelend), terugbrengen tot nul, zal de opwarming beperkt blijven tot minder dan 1,5 °C”. Ik dacht echter dat ook na stoppen van de emissies van CO2, methaan ea de opwarming nog een (aanzienlijke) tijd doorgaat, na-ijlt, omdat de temperatuur, die past bij een bepaalde concentratie van broeikasgassen pas langzamerhand bereikt wordt.

  4. Beste Raymond,

    Landen als China hoeven helemaal niets te reduceren. Ze kunnen gewoon door gaan met kolencentrales te bouwen.

    Dat is onjuist. China heeft zich verplicht in hun Nationally Determined Contribution in Parijs:

    • To control total coal consumption;
    • To enhance the clean use of coal;
    • To increase the share of concentrated and highly-efficient electricity generation from coal;
    • To lower coal consumption of electricity generation of newly built coal-fired power plants to around 300 grams coal equivalent per kilowatt-hour;
    • To achieve the installed capacity of wind power reaching 200 gigawatts, the installed capacity of solar power reaching around 100 gigawatts and the
    utilization of thermal energy reaching 50 million tons coal equivalent by 2020;
    • To build on carbon emission trading pilots, steadily implementing a nationwide carbon emission trading system […]

    Het plan van China komt erop neer dat uiterlijk in 2030 hun emissies zouden moeten ‘pieken’ terwijl hun ‘carbon intensity’ (de CO2-emissies per eenheid GDP) dan met 60% tot 65% omlaag gebracht moet zijn. Dat laatste vergt een grootschalige uitrol van windenergie, zonne-energie en nucleair voor 2030.

    Lees dit artikel:

    http://theconversation.com/chinas-plan-to-increase-coal-power-by-20-is-not-the-climate-disaster-it-seems-68908

    Veel van de geplande ‘nieuwe’ kolencentrales vervangen zeer inefficiënte en oude kolencentrales, die dan uitgefaseerd worden. Het neemt niet weg dat dit niet ‘genoeg’ is, maar ook de NDC (toezeggingen) van de EU zijn niet ‘genoeg’ om de opwarming tot +1,5 °C te beperken. Overigens kunnen/moeten de NDCs elke 5 jaar aangepast worden (eerstvolgende gelegenheid 2019).

  5. Willem,

    Er is een onderscheid tussen de opwarming die je zou verwachten als de huidige concentraties constant zouden blijven (van zowel broeikasgasssen als aerosolen) vs als de emissies van die stoffen per direct tot nul zou worden teruggebracht.

    In het eerste geval is er inderdaad sprake van een substantiele ‘warming in the pipeline”, zo rond de halve graad Celsius.
    In het tweede geval (waar het citaart over gaat) is het complexer: de concentraties zullen afnemen, van de aerosolen heel snel, van de broeikasgassen langzamer. Dan krijg je dus eerste even een substantiele opwarming door de plotseling wegvallende afkoeling vd reflecterende aerosolen, en daarna gestage afkoeling door de afnemende broeikasgasconcentraties.

    Voor CO2 geldt dat het netto zeer lang in de atmosfeer verblijft, en de emissies moeten met meer dan ~70% worden teruggebracht om de concentratie te doen dalen.

  6. Ook bij figuur 1 krijg ik de indruk dat het tippingpoint ergens in 1975 is geweest. Het is een een heel opvallende knik die je in heel veel figuren terug ziet. Is er een verklaring waarom juist in dit jaar de opwarming van de Aarde lijkt te versnellen? Het is te opvallend om er niet bij stil te staan.

  7. Hallo Raymond,

    Ja, de verklaring daarvan kan je o.a. zien in deze figuur uit IPCC AR5:

    (even aanklikken voor de grote versie)

    Dit zijn géén temperaturen maar de forcering in Watt/m^2. Dit is wat er aan Watt per vierkante meter (extra) achterblijft in het klimaatsysteem als gevolg van zowel menselijke factoren (opwarmende broeikasgassen boven de x-as en afkoelende aërosolen onder de x-as) als natuurlijke factoren (vulkanisme, zonnesterkte).

    Het doorgetrokken zwarte lijntje is de NETTO optelsom van alle factoren, terwijl het rode lijntje de optelsom is van alléén de menselijke factoren (‘anthropogenic’).

    Aan de kortdurende hevige benedenwaartse pieken in het zwarte lijntje zie je het kortdurende effect op de stralingsbalans van grote vulkanische erupties.

    Het zwarte en rode lijntje laten zien dat vooral sinds ca. 1970 de netto forcering sneller toeneemt. Oorzaak: de in grijs en groen aangegeven broeikasgassen waarvan de forcering (concentratie) sinds ca. 1970 in hoger tempo toe is gaan nemen. En de opwarming volgt die (netto) externe stralingsforcering op de voet — zoals o.a. Arrhenius in 1896 op basis van de theorie al voorspelde.

  8. @Willem,

    Zou bij het lijstje van de negatieve gevolgen ook nog uitdroging als belangrijke factor moeten staan?

    Het lijstje is inderdaad niet compleet, ik heb tijdens het lezen gisteren aantekeningen gemaakt en heb daarbij vast dingen over het hoofd gezien. Disclaimer: in de intro schrijf ik al dat deze samenvatting zeker niet compleet zal zijn 🙂

    Hoofdstuk 3.3.4 gaat over “Drought and dryness”. In de executive summary van hoofdstuk 3 staat het volgende:
    “Limiting global warming to 1.5°C is expected to substantially reduce the probability of drought and risks associated with water availability (i.e. water stress) in some regions (medium confidence). In particular, risks associated with increases in drought frequency and magnitude are substantially larger at 2°C than at 1.5°C in the Mediterranean region (including Southern Europe, Northern Africa, and the Near-East) and Southern Africa (medium confidence) {3.3.4, Box 3.1, Box 3.2}.”

    Het statement over het per direct stoppen van alle emissies kun je vinden in de executive summary van hoofdstuk 1:
    If all anthropogenic emissions (including aerosol-related) were reduced to zero immediately, any further warming beyond the 1°C already experienced would likely be less than 0.5°C over the next two to three decades (high confidence), and likely less than 0.5°C on a century timescale (medium confidence), due to the opposing effects of different climate processes and drivers.
    In hoofdstuk 1.2.4 kun je er wat meer info over vinden. Zie hieronder enkele temperatuurcurves voor verschillende “stop”-scenario’s vanaf 2020 (fig 1.5 uit rapport).

  9. Dag Jos en Bert

    Bedankt voor de info. Als ik het goed begrijp laat de paarse curve van je grafiek zien dat er helemaal geen sprake is van een na-ijl effect na stoppen van de GHG emissies. Er zou dan dus toch geen opwarming “in de pipe line zitten” na het stoppen of verminderen van de GHG emissies. Het effect van de GHG’s op de temperatuur moet dus direct volledig tot uitdrukking komen. Het gaat natuurlijk om het effect na stoppen of verminderen van de GHG emissie. De invloed van de aerosol forcing is een andere factor, die je dan hierbij moet elimineren in het model. Het leek mij logisch dat er wel een na-ijl effect zou zijn, maar ik kan nu even niet meer vinden, of dat dat ook door literatuur bevestigd kan worden.

  10. Jos en Bert,

    Ter aanvulling: De paarse grafiek laat een daling zien van ruim 0,25 graad over de eerste decennia na de emissie stop. Dit moet dan veroorzaakt zijn door de snelle daling in de concentratie van GHG’s die snel verdwijnen uit de atmosfeer. Dit is dan vooral CH4 (hoewel daarbij ook weer CO2 ontstaat). Het CO2 verdwijnt helaas uiterst langzaam uit de atmosfeer en blijft dus de eerste decennia praktisch constant. Als er een na-ijl effect is zou de temperatuur dus niet zo snel kunnen dalen.

  11. Willem,

    Er is wel degelijk een na-ijl effect: Bij een constante *concentratie* zou de temperatuur nog ongeveer een halve graden verder oplopen. Dat is het na-ijl effect, of de opwarming “in the pipeline”. Het figuur dat Jos in z’n comment opnam gaat echter over modelsimulaties waarbij de emissies (van verschillende componenten) op nul worden gezet. Als je het bovenste panel van Fig 1.5 bekijkt in Hfst 1 dan zie je dat de temperatuur wel degelijk na-ijlt op de forcering.

    Zie ook wat hier beschreven staat over de traagheid in het klimaatsysteem: https://klimaatverandering.wordpress.com/2016/10/14/traagheid-in-het-klimaatsysteem/

  12. @Willem,

    “…laat de paarse curve van je grafiek zien dat er helemaal geen sprake is van een na-ijl effect na stoppen van de GHG emissies”

    Nee, dat is een scenario waarbij alle GHG emissies per direct stoppen, maar waarbij er een constante aerosol forcering (negatief) aanwezig blijft.
    De gele lijn is een scenario waarbij per direct alle menselijke emissies stoppen. Zoals Bart al aangeeft, kun je in het bovenste panel van 1.5 zien dat de forcering bij dat scenario meteen even zal stijgen (aerosolen vallen weg) om daarna langzaam te dalen (broeikasgasconcentraties dalen). De T hobbelt er achter aan, deze stijgt eerst even om daarna te dalen naar een waarde die uiteindelijk in 2100 circa 0,1 – 0,2 °C lager ligt dan in 2020.

  13. Ok, Bart,

    Bedankt, dat is dus wel erg belangrijk die diverse aspecten van de traagheid in het klimaatsysteem. Je stuk van 2016 is erg duidelijk, maar die grafieken 1,5 van hoofdstuk 1 rap IPCC 2018 blijven voor mij vaag voor wat betreft het na-ijlen. Maar het is dus wel een feit dat dit een factor van belang is, ook dat hierover en over de andere aspecten van de traagheid in het klimaat weinig duidelijke info voor leken te vinden is.

  14. Daarom schreef ik dat stuk in 2016 inderdaad 😉 Het is een heel belangrijk, maar naar mijn mening onderbelicht aspect.

  15. Beste Willem Schot,

    Zoals Jos en Bart al aangeven is dit onjuist:

    Als ik het goed begrijp laat de paarse curve van je grafiek zien dat er helemaal geen sprake is van een na-ijl effect na stoppen van de GHG emissies. Er zou dan dus toch geen opwarming “in de pipe line zitten”

    De paarse curve betreft een hypothetische situatie waar:

    – alle broeikasgas-emissies plotseling naar nul gaan;
    – maar alle uitstoot van aërosolen (SO2, NOx) wel gewoon door zou gaan, een ‘constant aerosol forcing’ gelijk aan nu.

    Door de mens geproduceerde aërosolen zijn echter juist gevolg van het gebruik van fossiel (steen- en bruinkool, cokes, stookolie, diesel, benzine).

    Het na-ijl effect zie je wel aan de gele curve. Daar zouden tegelijkertijd:

    – alle broeikasgas-emissies stoppen;
    – alle menselijke productie van aërosolen stoppen.

  16. Centraal in IPCC’s risicoanalyse staat het plaatje met de gekleurde balkjes dat Jos toont in zijn blogstuk:

    Echter, beseft dient te worden dat het wetenschappelijk fundament onder dit schema zwak is; het is voornamelijk gebaseerd op een ‘expert judgement’ van slechts een kleine groep – in elk geval niet de ‘duizenden wetenschappers’ die hier met enige regelmaat ten tonele worden gevoerd.

    Wat de RFC’s aangaat, ligt de grens van ‘detectable’ gemiddeld bij de 1,0 Cᵒ die we sinds ‘pre-industrieel’ achter de kiezen hebben en zijn de effecten van climate change nauwelijks terug te vinden te midden van de wat IPCC benoemt als socio-economic drivers. Van de als meest kritiek gepresenteerde RFC 1- de ‘unique and threatend systems’ – is het immers alom bekend dat de achteruitgang van de biodiversiteit veroorzaakt wordt door verstedelijking, landbouw en vervuiling en niet/nauwelijks door climate change.

    Het schema is derhalve een slecht vertrekpunt voor de risicoanalyse, helemaal als je ook nog een onderscheid wil maken tussen 1,5 en 2,0 Cᵒ opwarming.

    Overigens: door de stellen dat de opwarming nu al 1,0 Cᵒ bedraagt t.o.v. pre-industrieel, wordt de suggestie gewekt dat die opwarming geheel veroorzaakt wordt door menselijke (industriële) activiteit. Inclusief de relatief snelle opwarming aan het begin van vorige eeuw (toen de Kleine IJstijd ten einde kwam).

  17. Bert Amesz stelt:
    “Van de als meest kritiek gepresenteerde RFC 1- de ‘unique and threatend systems’ – is het immers alom bekend dat de achteruitgang van de biodiversiteit veroorzaakt wordt door verstedelijking, landbouw en vervuiling en niet/nauwelijks door climate change.”

    Bert, heb je überhaupt de legenda gelezen? Dat lijkt me namelijk niet, en anders heb je doelbewust een stropop gecreëerd.

    Een directe quote:
    “RFC1 Unique and threatened systems:ecological and human systems that have restricted geographic ranges constrained by climate related conditions and have high endemism or other distinctive properties. Examples include coral reefs, the Arctic and its indigenous people, mountain glaciers, and biodiversity hotspots.”

    Ik laat je poging om de expert assessment te minimaliseren maar even liggen.

  18. Dag Bob,

    Ik had dus altijd al wel het idee dat er wel sprake is van een na-ijl effect.

    Ik ben met je eens dat in de praktijk de uitstoot van aerosolen (stofdeeltjes) altijd vermindert als de de uitstoot van alle GHG’s wordt stopgezet of verminderd. In een model kan je echter wel een berekening maken voor stopzetten van alle GHG’s en constant houden van de aerosolen, de paarse curve. Als je de aerosolen ook stopzet, zoals bij de gele curve krijg je niet alleen de opwarming door het na-ijl effect te zien maar ook de opwarming door het stopzetten van de aerosolen, doordat de afkoelende werking van de aerosolen dan wegvalt. Als men de emissie van de aerosolen stopzet verdwijnen deze stofdeeltjes binnen enkele jaren uit de atmosfeer en dat geeft een snelle opwarming. De CO2 verdwijnt echter pas in de loop van duizenden jaren uit de atmosfeer. De afkoeling door stopzetten van de CO2 emissie gaat dus maar heel langzaam.

  19. Hans Custers

    Bert,

    De “Reasons for Concern” zijn een overzichtelijke, grafische weergave van een enorme hoeveelheid wetenschappelijk onderzoek. Jouw suggestie dat het voornamelijk expert judgement is lijkt me nogal kort door de bocht. Dat expert judgement is namelijk wel degelijk gebaseerd op werk van vele duizenden wetenschappers.

    Verder lijkt je nog steeds wat moeite te hebben met de klimaatwetenschappelijke basis. Zo blijf je, ondanks dat we je daar al herhaaldelijk op hebben gewezen, bijzonder slordig omgaan met zaken die je zorgvuldig van elkaar zou moeten onderscheiden:
    – de al bestaande gevolgen van klimaatverandering;
    – de al (statistisch significant) detecteerbare gevolgen van klimaatverandering;
    – de te verwachten gevolgen van 1,5°C of 2°C opwarming.

    We hebben je er ook al meermaals op gewezen dat “herstel na de Kleine IJstijd” geen wetenschappelijke verklaring is, maar een cirkelredenering: het werd warmer omdat het daarvoor kouder was. Dat er op een bepaald moment in de 20e eeuw wat natuurlijke opwarming was, wil ook niet zeggen dat de oorzaak van die (tijdelijke) temperatuurstijging een deel van het temperatuurverschil tussen de pre-industriële periode en nu verklaart. Immers, om een temperatuurverschil op langere termijn te verklaren moet je naar de stralingsforcering kijken. Dit overbekende plaatje:

    Alles wijst er op dat de mens wel degelijk de dominante factor is. En mocht je nu vinden dat er nog zo veel onzeker is, dan gaat die onzekerheid twee kanten op: het zou zowel over- als onderschatting van de menselijke invloed kunnen betekenen.

  20. @Bert Amesz

    “…door de stellen dat de opwarming nu al 1,0 Cᵒ bedraagt t.o.v. pre-industrieel, wordt de suggestie gewekt dat die opwarming geheel veroorzaakt wordt door menselijke (industriële) activiteit”

    Het IPCC schrijft daar het volgende over, meteen vooraan in de Executive Summary van hoofdstuk 1:
    “Human-induced warming reached approximately 1°C (±0.2°C likely range) above pre-industrial levels in 2017, increasing at 0.2°C (±0.1°C) per decade“
    En in de tekst van hoofdstuk 1.2.1:
    ”Drawing on these multiple lines of evidence, human-induced warming is assessed to have reached 1.0°C in 2017, having increased by 0.13°C from the mid-point of 2006–2015, with a likely range of ±0.2°C (reduced from 5–95% to account for additional forcing and model uncertainty), increasing at 0.2°C (±0.1°C) per decade (estimates of human-induced warming given to 0.1°C precision only).”
    Zie de oranje range in de eerste figuur van dit blogstuk.

    De door mensen veroorzaakte opwarming bedraagt volgens het IPCC dus 1 °C.

  21. Beste Willen Schot,

    … maar ook de opwarming door het stopzetten van de aerosolen, doordat de afkoelende werking van de aerosolen dan wegvalt.

    En dan zie je, bij de gele curve, het na-ijl effect van alleen de broeikasgassen (zonder de huidige afkoelende werking van antropogene aërosolen).

    Als men de emissie van de aerosolen stopzet verdwijnen deze stofdeeltjes binnen enkele jaren uit de atmosfeer en dat geeft een snelle opwarming.

    Nee, geen opwarming maar het wegvallen van een tijdelijke afkoeling door antropogene aërosolen. De gele curve toont dus:

    1) het na-ijl effect;
    2) plus na een aantal jaren het effect van de geleidelijke daling van de broeikasgas-concentraties;

    in het hypothetische geval dat plotsklaps alle broeikasgas-emissies en alle aërosol-vormende emissies worden stopgezet.

  22. Dag Bob,

    Dit na-ijl effect, zoals jij het beschrijft, bestaat uit 2 componenten, maar de tweede component noem je niet :

    1 Het wegvallen van de afkoeling door de aerosolen van de mens. Dit wegvallen is overigens wel iets wat het klimaat doet opwarmen en dus klimaatopwarming geeft.
    2 De opwarming ten gevolge van het broeikas effect die nog niet volledig was geëffectueerd op het moment dat de emissie van CO2 stopt. De opwarming door de GHG’s is een langzaam proces. De CO2 is thans opgelopen tot 410 ppm, maar de temperatuur die daar bijhoort is thans nog niet bereikt en zal pas bereikt worden enige tijd na stoppen van de emissie. Hierdoor treedt een echte temperatuurstijging op, omdat de CO2 concentratie dan decennialang vrijwel constant blijft.

    Dit is niet alleen een theoretisch verhaal over plotseling stopzetten, wat toch niet gebeurt. Nee, het gaat erom dat we nu in het klimaat naast de reëel geëffectueerde opwarming van ca 1 graad C ook nog een forse potentiële opwarming hebben, die er ooit ook uit zal komen.

  23. Bart Strengers van het PBL was bij de IPCC meeting in Korea, waar de SPM werd besproken en uiteindelijk goedgekeurd. Hij beschrijft de belangrijkste inzichten en het proces dat er aan vooraf gaat in dit blog: http://www.pbl.nl/blogs/pbl-in-incheon-over-de-totstandkoming-van-het-ipcc-rapport

    “Ten eerste laat het zien dat het technisch en economisch nog steeds mogelijk is binnen die 1,5 graden opwarming te blijven, mits we op korte termijn de mondiale uitstoot van broeikasgassen drastisch beperken
    Ten tweede laat het zien dat er duidelijke verschillen zijn in de klimaatimpacts van 1,5 graden versus 2 graden opwarming.
    Ten slotte laat het echter ook zien hoe enorm de opgave is om aan een 1,5 graden-doelstelling te voldoen, een inspanning die duidelijk niet in lijn is met de inspanningen die op dit moment door landen worden voorgesteld.”

    Een ander inkijkje wordt gegeven door Leo Hickman van CarbonBrief, die ind eze twitter thread wat licht schijnt op de dubieuze rol die o.a. Saudi Arabie speelt in de onderhandelingen over de SPM: https://twitter.com/LeoHickman/status/1050384952930574337

  24. Hallo Willem Schot,

    maar de tweede component noem je niet : …

    Jawel, die zijn onderdeel van mijn: “[als] alle broeikasgas-emissies stoppen;

    Volgens recente wetenschappelijke publicaties is er momenteel een stralingsoverschot (een forcering ofwel verstoring van de stralingsbalans) van ca. 0.9 W/m^2 nog niet verwerkt in de huidige temperaturen. Zie bijvoorbeeld Trenberth & Fasullo et al. 2016:

    http://www.cgd.ucar.edu/staff/trenbert/trenberth.papers/T-etal_jcli_16_EEI_OHC.pdf

    Zij concluderen: “The EEI is estimated to be 0.9 +/- 0.3 W/m^2 for 2005–14.

    Dit stralingsoverschot moet nog verwerkt worden. Dat correspondeert met een opwarming ‘in de pijplijn’ van ongeveer 0.9 / 3.7 * 3 graden opwarming, uitgaande van een klimaatgevoeligheid van ca. 3 graden per verdubbeling van de CO2-concentratie. Dat is dus een achterstallige opwarming van ca. 0.9 / 3.7 * 3 = 0.7 graden.

    Echter, dat (gemeten) huidige stralingsoverschot omvat ook het koelende effect van de antropogene aërosolen. Dat zou wegvallen in die hypothetische situatie en dan is het stralingsoverschot beduidend groter dan die 0.9 W/m^2 (hoeveel groter is behoorlijk onzeker).

    M.a.w. de 0.7 graden nog ‘in de pijplijn’ is eerder een ondergrens.

  25. Om het verhaal nog iets completer te maken:

    Die 0.7 graden zouden we niet in één keer voor de kiezen krijgen, in de hypothetische situatie dat zowel alle menselijke broeikasgas-emissies als de uitstoot van aërosol-vormende stoffen plotsklaps zouden stoppen.

    Immers, de ECS klimaatgevoeligheid geldt op tijdschalen van ca. 100 jaar. Parallel aan die opwarming ‘uit de pijplijn’ zouden dan de broeikasgas-concentraties in de dampkring geleidelijk gaan dalen, relatief snel v.w.b. methaan en relatief langzaam voor CO2. De uitkomst is dan ruwweg wat je in de gele curve ziet:

    Let echter op de aanzienlijke onzekerheidsmarge die met een gele band staat aangegeven.

  26. Ok Bob,

    Tja als je alle factoren nagaat en je je vooral ook de gevolgen van de traagheid in de klimaatsystemen goed realiseert, blijkt dat er meer aan de hand is dan het op het eerste gezicht lijkt.

  27. Hans, je zegt:

    “Dat expert judgement is namelijk wel degelijk gebaseerd op werk van vele duizenden wetenschappers”

    Ik ontken niet dat er talrijke wetenschappelijke studies bestaan op genoemde terreinen. Maar het ging mij om de vertaalslag ervan naar het gepresenteerde risicoschema met de gekleurde balkjes, de opwarmingsgrenzen en de definitie van de diverse risicoprofielen. In hoeverre heeft het team dat belast was met het maken van dit schema zich laten leiden door persoonlijke subjectieve oordelen (van bijvoorbeeld activistisch ingestelde teamleden)? Hoe verloopt de besluitvorming in het proces? Hoe wordt verantwoording afgelegd? M.i. belangrijke vragen, temeer daar het schema prominent aanwezig is in de SPM en een eigen leven gaat leiden.

  28. Hans Custers

    Bert,

    Mocht er wat aan te merken zijn op die “vertaalslag”, dan zullen daar de komende tijd ongetwijfeld de nodige artikelen over verschijnen in de wetenschappelijke literatuur. Zoals er de afgelopen jaren al het nodige is gepubliceerd over de “Reasons for Concern”. (Ik kom op 5.860 resultaten in Google Scholar, als zullen die waarschijnlijk niet allemaal even relevant zijn.) Het zijn dus geen schattingen die zomaar door een klein clubje wetenschappers uit de lucht zijn geplukt, zoals jij suggereert.

  29. Lennart van der Linde

    Bert,
    De RFC’s staan in hst.3 van het recente IPCC-rapport, in figuur 3.20:
    http://report.ipcc.ch/sr15/pdf/sr15_chapter3.pdf

    Daarbij staat:
    “updated and adapted from WGII AR5 Ch 19, Figure 19.4… The levels of risk illustrated reflect the judgements of the Ch 3 authors.”

    De auteurs van hst.3 zijn:

    Coordinating Lead Authors: Ove Hoegh-Guldberg (Australia), Daniela Jacob (Germany), Michael Taylor (Jamaica)

    Lead Authors: Marco Bindi (Italy), Sally Brown (United Kingdom), Ines Camilloni (Argentina), Arona Diedhiou (Senegal), Riyanti Djalante (Indonesia), Kristie Ebi (United States of America), Francois Engelbrecht (South Africa), Joel Guiot (France), Yasuaki Hijioka (Japan), Shagun Mehrotra (United States of America/India), Antony Payne (United Kingdom), Sonia I. Seneviratne (Switzerland), Adelle Thomas (Bahamas), Rachel Warren (United Kingdom), Guangsheng Zhou (China)

    Contributing Authors: Sharina Abdul Halim (Malaysia), Michelle Achlatis (Greece), Lisa V. Alexander (Australia), Myles Allen (United Kingdom), Peter Berry (Canada), Christopher Boyer (United States of America), Lorenzo Brilli (Italy), Marcos Buckeridge (Brazil), William Cheung (Canada), Marlies Craig (South Africa), Neville Ellis (Australia), Jason Evans (Australia), Hubertus Fisher (Switzerland), Klaus Fraedrich (Germany), Sabine Fuss (Germany), Anjani Ganase (Trinidad and Tobago), Jean Pierre Gattuso (France), Peter Greve (Germany/Austria), Tania Guillén B. (Germany/Nicaragua), Naota Hanasaki (Japan), Tomoko Hasegawa (Japan), Katie Hayes (Canada), Annette Hirsch (Australia/Switzerland), Chris Jones (United Kingdom), Thomas Jung (Germany), Makku Kanninen (Finland), Gerhard Krinner (France), David Lawrence (United States of America), Tim Lenton (United Kingdom), Debora Ley (Guatemala/Mexico), Diana Liverman (United States of America), Natalie Mahowald (United States of America), Kathleen McInnes (Australia), Katrin J. Meissner (Australia), Richard Millar (United Kingdom), Katja Mintenbeck (Germany), Dann Mitchell (United Kingdom), Alan C. Mix (United States), Dirk Notz (Germany), Leonard Nurse (Barbados), Andrew Okem (Nigeria), Lennart Olsson (Sweden), Michael Oppenheimer (United States of America), Shlomit Paz (Israel), Juliane Petersen (Germany), Jan Petzold (Germany), Swantje Preuschmann (Germany), Mohammad Feisal Rahman (Bangladesh), Joeri Rogelj (Austria/Belgium), Hanna Scheuffele (Germany), Carl-Friedrich Schleussner (Germany), Daniel Scott (Canada), Roland Séférian (France), Jana Sillmann (Germany/Norway), Chandni Singh (India), Raphael Slade (United Kingdom), Kimberly Stephensen (Jamaica), Tannecia Stephenson (Jamaica), Mouhamadou B. Sylla (Senegal), Mark Tebboth (United Kingdom), Petra Tschakert (Australia), Robert Vautard (France), Richard Wartenburger (Germany/Switzerland), Michael Wehner (United States of America), Nora M. Weyer (Germany), Felicia Whyte (Jamaica), Gary Yohe (United States of America), Xuebin Zhang (Canada), Robert B. Zougmoré (Burkina Faso/Mali)

    Figuur 19.4 van AR5 verwijst m.n. naar Smith et al 2009 in PNAS:
    http://www.pnas.org/content/106/11/4133

    De auteurs van hst.19 van AR5 waren:

    Coordinating Lead Authors:
    Michael Oppenheimer (USA), Maximiliano Campos (Costa Rica), Rachel Warren (UK)

    Lead Authors:
    Joern Birkmann (Germany), George Luber (USA), Brian O’Neill (USA), Kiyoshi Takahashi (Japan)

    Contributing Authors:
    Franz Berkhout (Netherlands), Pauline Dube (Botswana), Wendy Foden (South Africa), Stefan Greiving (Germany), Solomon Hsiang (USA), Matt Johnston (USA), Klaus Keller (USA), Joan Kleypas (USA), Robert Kopp (USA), Rachel Licker (USA), Carlos Peres (UK), Jeff Price (UK), Alan Robock (USA), Wolfram Schlenker (USA), John Richard Stepp (USA), Richard Tol (UK), Detlef van Vuuren (Netherlands)

  30. Lennart van der Linde

    Voor de volledigheid hier nog hst.19 uit AR5 WG2:
    http://www.ipcc.ch/pdf/assessment-report/ar5/wg2/WGIIAR5-Chap19_FINAL.pdf

  31. Hans Custers

    Ik vergat nog de zorgvuldige procedures te noemen die IPCC-rapporten doorlopen. Zo heeft iedereen die zich daartoe geroepen voelde de mogelijkheid gehad om het eerste concept van dit rapport de becommentariëren. En dus ook de RFC’s. 2000 mensen hebben zich daarvoor aangemeld, 489 hebben er uiteindelijk ook werkelijk commentaar geleverd.

    Elke opmerking wordt bekeken en beantwoord. Ik kan die opmerkingen en antwoorden nog niet vinden op de site van het IPCC, maar daar zullen ze binnenkort ongetwijfeld verschijnen.

  32. Bij het doorlezen van SR15 over de zeespiegelstijging, viel het me op dat het IPCC nu spreekt van een zeespiegelstijging vanaf 1993 ter grootte van gemiddeld 2,75 mm/jaar. Dat is fors minder dan de 3,2 mm/jaar van AR5. Ook spreekt men niet meer van een versnelling in de SLR. Bovendien bedraagt het verschil in SLR (in 2100) tussen 1,5 en 2,0 C slechts een magere 10 cm. Lezen jullie dat ook zo?

  33. @Bert,

    Je geeft geen vermelding waar je dat leest, maar ik vermoed dat je met die 2,75 mm/jaar doelt op het volgende (blz 3-51):
    “Slowing in the reported rate over the last two decades (Cazenave et al., 2014) may be attributable to instrumental drift in the observing satellite system (Watson et al., 2015) and volcanoes (Fasullo et al., 2016). Accounting for the former results in rates (1993 to mid-2014) of between 2.6 and 2.9 mm yr-1 (Watson et al., 2015).”
    De tekst zegt het al, “accounting for the former”, dit naar aanleiding van onderzoek uit 2015, verschenen na AR5. Meer info daarover kun je hier vinden:
    https://klimaatverandering.wordpress.com/2017/08/10/versnelt-de-zeespiegelstijging-deel-2/
    https://klimaatverandering.wordpress.com/2018/02/19/versnelling-van-de-zeespiegelstijging-detecteerbaar-in-satellietmetingen/

    Op blz 3-52 staat het volgende:
    “There is little consensus between the reported ranges of GMSL rise (Table 3.1), in particular at their upper limit, however there is medium agreement that GMSL at 2100 would be 0-0.2 m higher in a 2ºC world compared to 1.5 ºC with a most likely value of 0.1 m. There is medium confidence in this assessment because of issues associated with both projections of the Antarctic contribution to GMSL that are employed in emulation-based studies (see above) and the issues previously identified with SEMs (Church et al., 2013).”
    Inderdaad, de verschillen voor 2100 in GSML zijn niet groot voor 1,5 °C en 2 °C. Let op de kanttekening aangaande Antarctica.

  34. Lennart van der Linde

    Cazenave et al 2018 hebben het over circa 3,1 mm/jr van 1993-2017, met een versnelling van circa 0,1 mm/jr2:
    https://www.earth-syst-sci-data.net/10/1551/2018/essd-10-1551-2018.pdf

    De langjarige trend op een tijdschaal van eeuwen/millennia is sowieso sterk versnellend, volgens bv Lambeck et al 2014:
    http://www.pnas.org/content/111/43/15296

    Zij zeggen schatten de stijging over de afgelopen 4200 jr op minder dan 1 meter, dus gemiddeld minder dan circa 0,25 mm/jr (met nooit een hoger stijg- of daalsnelheid van meer dan 1 mm/jr), dus minimaal 10x zo laag als de stijging over de afgelopen decennia van circa 3 mm/jr:

    “The total global rise for the past 6.7 ka was ∼4 m (∼1.2 × 106 km3 of grounded ice), of which ∼3 m occurred in the interval 6.7–4.2 ka BP with a further rise of ≤1 m up to the time of onset of recent sea-level rise ∼100–150 y ago. In this interval of 4.2 ka to ∼0.15 ka, there is no evidence for oscillations in global-mean sea level of amplitudes exceeding 15–20 cm on time scales of ∼200 y (about equal to the accuracy of radiocarbon ages for this period, taking into consideration reservoir uncertainties; also, bins of 200 y contain an average of ∼15 observations/bin). This absence of oscillations in sea level for this period is consistent with the most complete record of microatoll data from Kiritimati.”

    Uit hun figuur 4d blijkt dat in de afgelopen 2500 jaar de gemiddelde stijgsnelheid waarschijnlijk nooit (voor langere tijd) boven de 0,1 mm/jr geweest is:
    http://www.pnas.org/content/pnas/111/43/15296/F4.large.jpg?width=800&height=600&carousel=1

    Volgens Stefan Rahmstorf e.a. begon ruim 1000 jaar geleden een periode van circa 500 jaar met gemiddeld circa 0,6 mm/jr stijging, wat nog altijd ruim 3x zo laag is als de circa 2 mm/jr stijging over de afgelopen eeuw, en circa 5x zo laag als de circa 3 mm/jr over de afgelopen decennia:
    http://www.realclimate.org/index.php/archives/2011/06/2000-years-of-sea-level/

    Of het sinds 1993 nu 2,75 mm/jr of 3,1 mm/jr is, maakt voor het beeld op iets langere termijn niet veel uit.

  35. Inderdaad, Jos: het is te lezen op blz 3-51 (had ik er even bij moeten vermelden). Met die 2,75 mm/jaar doel ik op het gemiddelde van de door IPCC aangegeven band (2,6 – 2,9 mm/jaar). Nogmaals: die 2,75 is toch beduidend minder dan de 3,2 van AR5 (en zelfs minder dan de stijgsnelheid in de periode 1920 – 1950) . Ook op andere punten lijkt SR15 wat ‘milder’ dan AR5: het resterende ‘carbon budget’ is fors opgeschroefd en lijkt de opwarming in de ‘pipeline’ (0,5 C) minder t.o.v. eerdere uitspraken. En op zijn beurt was AR5 (2013) op enkele belangrijke punten weer milder dan AR4 (2007). Begint zich een trend af te tekenen?

  36. Lennart van der Linde

    Inderdaad, Bert, het IPCC verwijst in hun recente rapport naar Watson et al 2015, die voor 1993-2014 een gemiddelde stijging van circa 2,75 mm/jr vinden. Ben je er al aan toegekomen om Cazenave et al 2018 te bekijken? Zij zeggen:
    https://www.earth-syst-sci-data.net/10/1551/2018/essd-10-1551-2018.pdf

    “The ensemble mean GMSL rate after correcting for the TOPEX-A drift (for all of the proposed corrections) amounts to 3.1mmyr-1 over 1993–2017… the GMSL curve shows a net acceleration, estimated to be at 0.08mmyr-2 (Chen et al., 2017; Dieng et al., 2017) and 0.084 +/- 0.025mmyr-2 (Nerem et al., 2018) (note Watson et al., 2015 found a smaller acceleration after correcting for the instrumental bias over a shorter period up to the end of 2014.). GMSL trends calculated over 10-year moving windows illustrate this acceleration… GMSL trends are close to 2.5mmyr-1 over 1993–2002 and 3.0mmyr-1 over 1996–2005. After a slightly smaller trend over 2002–2011, the 2008–2017 trend reaches 4.2mmyr-1… over 2005–present, we find agreement (within error bars) between the observed GMSL (3.5 +/- 0.2mmyr-1) and the sum of Argo-based thermosteric plus GRACE-based ocean mass (3.6 +/- 0.4mmyr-1).”

    Zij vinden dus:
    – 3,1 mm/jr voor 1993-2017.
    – 2,5 mm/jr voor 1993-2002
    – 3,0 mm/jr voor 1996-2005
    – iets minder dan 3 mm/jr voor 2002-2011
    – 3,5 mm/jr voor 2005-2017
    – 4,2 mm/jr voor 2008-2017

    De 2,75 mm/jr van Watson et al 2015, waarnaar het IPCC verwijst, lijkt hier behoorlijk in te passen.

    Begint zich een trend af te tekenen?

  37. Hans Custers

    Begint zich een trend af te tekenen?

    Ik zie vooral een bekend patroon: confirmation bias. Of, cherry picking, maar dat ligt dicht bij elkaar.

    In de wetenschap is sprake van voortschrijdend inzicht en dus worden waarnemingen af en toe een beetje bijgesteld. Soms naar boven, soms naar beneden. Als je alleen oog hebt voor zulke bijstellingen wanneer die in je straatje passen krijg je al snel de indruk dat zich een trend aftekent.

    In werkelijkheid is het voortschrijdend inzicht soms goed nieuws, soms slecht nieuws en vaak ligt het gewoon binnen het onzekerheidsinterval dat al wordt gehanteerd. Voor het totaalbeeld maakt het allemaal niet zo veel uit, dat is nu niet heel anders dan ten tijde van het eerste IPCC rapport.

  38. Lennart van der Linde

    Cazenave et al vinden een versnelling van 0,08 mm/jr2 over de periode 1993-2017, bij een gemiddelde stijging van 3,1 mm/jr:
    “the GMSL curve shows a net acceleration, estimated to be at 0.08mmyr-2 (Chen et al., 2017; Dieng et al., 2017) and 0.084 +/- 0.025mmyr-2 (Nerem et al., 2018) (note Watson et al., 2015 found a smaller acceleration after correcting for the instrumental bias over a shorter period up to the end of 2014.). GMSL trends calculated over 10-year moving windows illustrate this acceleration…”

    Dit betekent dat volgens hen rond 1993 de stijging circa 2,1 mm/jr was en rond 2017 versneld was tot circa 4,1 mm/jr. We gaan zien hoe deze zich aftekenende trend zich verder zal ontwikkelen.

  39. Pingback: Wereldtemperatuur | Update september 2018 - Sargasso

  40. Pingback: Saaie feiten en wilde fabels over het IPCC - Sargasso

  41. Het blogstuk stelt:
    “Inmiddels zitten we op circa een graad Celsius temperatuurstijging […]. Het beperken van de opwarming tot 1,5 °C in plaats van 2 °C verlaagt uiteraard de risico’s en de impact van de opwarming.”

    Hans, we weten allemaal dat +1,5 °C onafwendbaar is doordat de energietransitie veel te laat is ingezet. En we weten dat ook dat +2°C in de pijpleiding zit doordat de eindelijk ingezette energietransitie nogal traag verloopt. Intussen is het zaak te beseffen dat de huidige door mensen geforceerde +1°C al voldoende is voor ecologische en sociale disrupties. Hier een lokaal pars pro toto van wat er wereldwijd aan de hand is:

    Februari 2018 was het hier (regio Puglia, Italië) zoals overal in EU ongekend warm waardoor onze olijf plantages ongekend vroeg in bloei stonden. De bomen begonnen sap te pompen alsof het voorjaar was. Begin maart gingen er twee ongekend koude nachten van -8°C vorst overheen. Niet alleen klapte door de vorst de bloesem dicht (en dus vruchtvorming en dus oogst), de takken die met sap waren gevuld knapten uit hun bast. Het gevolg is dat we nu in het najaar niks te oogsten hebben en in plaats daarvan al die opengescheurde takken moeten snoeien omdat het open wonden zijn waar elk insect of bacterie vrij spel heeft. Het snoeien heeft als gevolg dat er volgend jaar weinig vegetatie overblijft om nieuwe bloesem (en dus vruchten en dus oogst) te ontwikkelen.

  42. @Frank,
    Dank voor je leestip. Maar dat was me 50 jaar (!) geleden toen ik me verdiepte in de eerste rapportage van Club van Rome al duidelijk.

  43. “Ik wil erin geloven dat we de wijsheid hebben onszelf uit het moeras te trekken. Ik heb de mensheid best hoog zitten.”

    Aldus het citaat van Heleen de Coninck in het blogstuk hierboven.
    De klimaattop – COP 24 – in Polen is morgen afgelopen. Die top is bedoeld om handen en voeten te geven aan het principe-akkoord van Parijs om globaal onder 2°C te blijven en als het effe kan onder 1,5°C. Maar er is niets nieuws te melden, COP 24 in Polen is politieke business as usual: ieder gaat voor zich en de weergoden gaan voor ons allen. USA, Rusland, Saoedi-Arabië en Koeweit hebben geweigerd om te streven naar max 1,5° (IPCC SR 15). Zie https://www.bbc.com/news/science-environment-46496967 Zie ook https://nca2018.globalchange.gov/ voor een indruk van het verschil tussen een leider als Trump en de wetenschappelijke assessments van zijn ambtelijk ingeschakelde klimatologen.

  44. peter van de putte

    Tot nu toe kan ik nergens een bewijs vinden voor temperatuursverhoging als gevolg van CO2-verhoging – ook niet bij het ICCP.
    Het betreft in feite een vermoeden en niet meer dan dat – zo denk ik.
    Maar wie mij de weg kan wijzen – graag!
    Een simpel ‘middelbare – school – experiment’ op basis van absorptie-/emissie-banden van CO2 zegt nog helemaal niks over het effect in de atmosfeer……
    De grafieken zeggen ook niks over een causaal verband als dat toename van de temperatuur een gevolg is van CO2-toename.

  45. peter van de putte

    Het helpt niet veel….
    Ik zie het zo ongeveer als volgt.
    Commentaar? Ik hoor het graag – ik probeer er verder mee te komen.
    Ik vindt het niet verwonderlijk dat je wat meer IR meet rond 15 micrometer richting aardoppervlak bij toename van de CO2.
    Dat duidt aan de ene kant op een wat hogere temperatuur in de onderste deel van de atmosfeer – tot iets van 100 m boven het aardoppervlak geloof ik.
    Maar, aan de andere kant daardoor ook: een grotere convectie naar boven en dit werkt weer koelend…..
    Het aardoppervlak levert niet alleen energie in de vorm van laagfrequente IR aan de lucht, maar doet dat ook in de vorm van geleiding.
    Ik heb geen idee hoe de verhouding tussen stralingsoverdracht en geleiding ligt, maar ik vermoed dat door de mate van atmosferische druk aan het aardoppervlak geleiding de overhand heeft.
    Naarmate in de richting van het heelal de druk afneemt gaat geleiding steeds meer over in straling.
    Veel energie vanaf het aardoppervlak wordt dus niet door het aardoppervlak zelf uitgestraald, maar door de atmosfeer.
    De atmosfeer straalt – net zo als de CO2 dat doet – in alle richtingen uit, dus ook richting aarde.
    De atmosfeer straalt echter in een veel grotere bandbreedte uit tov de CO2 waardoor de CO2 maar voor een klein deel betrokken is in de totale energiestroom.
    Het gedrag van de z.g. broeikasgassen wijkt dus ook weinig af ten opzichte van die van de andere gassen.
    Een verschil is dat de ‘broeikasgassen’ intra-moleculair absorberen/emitteren en de andere gassen inter-moleculair.
    Het lijkt er wel op dat CO2 een gebiedje (14-16 micrometer) voor zijn rekening neemt dat alle andere gassen geheel of gedeeltelijk laten liggen.
    Op grotere hoogten is het aantal CO2 moleculen per m3 zo klein dat de vrije uitstraling door dit gas nauwelijks nog belemmerd wordt.
    Ik kan me ook moeilijk voorstellen dat de ‘broeikasgassen’ helemaal verantwoordelijk zijn voor een temperatuurtoename van 33 graden C tov een atmosfeer zonder die gassen.
    Ik denk dat het overgrote deel van de temperatuurtoename veroorzaakt wordt door de overige gassen.
    En dit niet alleen door de warmtegeleiding van de atmosfeer, maar ook door de compressie als gevolg van het gravitatieveld.
    Kortom: de temperatuurtoename sinds 1850 is waarschijnlijk hooguit voor een heel klein deel veroorzaakt door de explosieve toename van de CO2 door menselijk handelen…..

  46. @peter van de putte

    “Dat duidt aan de ene kant op een wat hogere temperatuur in de onderste deel van de atmosfeer – tot iets van 100 m boven het aardoppervlak geloof ik.”

    Ook de temperatuur van hogere luchtlagen in de troposfeer neemt toe. Zie bijv. de satellietdata van UAH of RSS. De stratosfeer koelt daarentegen af, typisch een effect van de toename van de concentratie aan broeikasgassen.

    “Veel energie vanaf het aardoppervlak wordt dus niet door het aardoppervlak zelf uitgestraald, maar door de atmosfeer.

    Zie onderstaande schematische weergave van de stralingsbalans (IPCC AR5, Fig 2.11):

    De atmosfeer straalt echter in een veel grotere bandbreedte uit tov de CO2 waardoor de CO2 maar voor een klein deel betrokken is in de totale energiestroom.

    Nee, zie schema hierboven. Je kunt er een idee van krijgen via het online Modtran model:
    http://climatemodels.uchicago.edu/modtran/modtran.doc.html
    Voor meer info over invloed CO2 op de temperatuur zie:
    https://klimaatverandering.wordpress.com/2018/03/28/de-relatie-tussen-co2-en-temperatuur/

    “Ik kan me ook moeilijk voorstellen dat de ‘broeikasgassen’ helemaal verantwoordelijk zijn voor een temperatuurtoename van 33 graden C tov een atmosfeer zonder die gassen.

    Toch is het zo, dit heeft te maken met de feedbacks. Meer CO2 in de atmosfeer leidt tot een hogere temperatuur en dat geeft meer waterdamp in de atmosfeer. Dat is een sterk broeikasgas. Een afkoelende feedback is de lapse rate:
    https://klimaatverandering.wordpress.com/2013/02/08/klotzbach-revisited/
    Meer over de invloed van diverse componenten op het aardse broeikaseffect, zie:
    https://agupubs.onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1029/2010JD014287
    http://science.sciencemag.org/content/330/6002/356

    ”Kortom: de temperatuurtoename sinds 1850 is waarschijnlijk hooguit voor een heel klein deel veroorzaakt door de explosieve toename van de CO2 door menselijk handelen…..”

    Nee, zie de eerste grafiek in het blogstuk en de uitleg van het IPCC daarover.
    Of dit: https://www.nature.com/articles/s41598-017-14828-5
    “Essentially all the observed warming since 1850–79 is anthropogenic.”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s