De inbreng van De Lange en Crok voor een rondetafelgesprek van de vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat

Op 31 oktober vond er een rondetafelgesprek plaats bij de Vaste Commissie van Economische Zaken en Klimaat. Daarbij waren enkele mensen – Kees de Lange, Marcel Crok en Fred Udo – aanwezig die de wetenschappelijke inzichten over klimaatverandering geheel of ten dele in twijfel trekken. Hierover hebben een aantal wetenschappers via een brief aan de leden van de Commissie hun zorgen geuit. Deze brief is integraal opgenomen in een vorig blogstuk:
Oproep van klimaatwetenschappers tbv hoorzitting VC-EZK “kosten en baten van de voorgenomen klimaatwet”: baseer beleidsdiscussie op wetenschappelijke inzichten

Voor het rondetafelgesprek zijn diverse zogenaamde position papers ingediend. De meeste gaan over klimaatbeleid, maar Kees de Lange gebruikt zijn inbreng echter om veel tenenkrommende onzin over klimaatwetenschap en haar bevindingen te bezigen. In dit soort politieke hoorzittingen dient beleid besproken te worden, het zijn geen fora waar dolle, niet-onderbouwde meningen over de wetenschap thuishoren. De stand van zaken in de klimaatwetenschap wordt keurig samengevat door het IPCC door vele wetenschappers en is gebaseerd op duizenden wetenschappelijke artikelen. Dat biedt een prima en onderbouwde ondergrond voor een discussie over klimaatbeleid.
Hieronder gaan we in detail in op de inhoud van het stuk van Kees de Lange en eindig ik met enkele opmerkingen over de inbreng van Marcel Crok.
Waarschuwing vooraf: Het is al met al een lang verhaal geworden en voor onze trouwe lezers zal veel ervan bekend voorkomen.

Position paper van Kees de Lange

Het eerste wat opvalt aan het stuk van Kees de Lange is dat er maar één referentie in staat en dat betreft een uitleg over zijn eigen persoon. Wetenschappelijke referenties ontbreken volledig. Het lijkt me toch dat De Lange in zijn wetenschappelijke carrière daar anders mee omging. Het kan natuurlijk zijn dat De Lange niet ingelezen is in de wetenschappelijke literatuur over klimaatverandering en gezien zijn teksten lijkt dat het geval te zijn. Hieronder gaan we in op enkele zaken waar hij de plank nogal misslaat.

“Hoewel klimaatverandering van alle tijden is, zijn alarmerende berichten over het klimaat de laatste jaren aan de orde van de dag.”

Klimaatverandering heeft inderdaad vaker plaats gevonden in het lange verleden van de aarde. Dat weten we dankzij de klimaatwetenschap, of meer specifiek, de paleoklimatologie. De Lange lijkt hier echter te willen suggereren dat de meer recente klimaatverandering niets bijzonders is, of niet door menselijk handelen wordt veroorzaakt. Nu, daar denkt de wetenschap toch echt heel anders over en geeft daar ook de nodige onderbouwing voor. Wereldwijde klimaatveranderingen gebeuren niet vanzelf, maar worden veroorzaakt door veranderingen in de stralingsbalans van de aarde. Dit keer beïnvloeden wij mensen met onze broeikasgasemissies deze stralingsbalans. In het recente IPCC-rapport wordt geconcludeerd dat de door mensen geïnduceerde opwarming na de industriële revolutie circa 1 °C bedraagt en dat deze gelijk is aan de waargenomen opwarming. Klimaatverandering is ook belangrijk nieuws omdat we gewend zijn te kunnen rekenen op het stabiele klimaat zoals we dat al duizenden jaren kennen. Veranderingen daarin vereisen (ongeacht de oorzaak) forse aanpassingen.

Het feit dat het klimaat heel vroeger ook sterk veranderde, voordat er mensen waren, is op zichzelf geen reden om de mens vrij te spreken. Net zomin als iemand wordt vrijgesproken van moord met als argument dat mensen meestal een natuurlijke dood sterven. De huidige opwarming staat juist vol met menselijke vingerafdrukken.

“Met behulp van dergelijke temperatuurmetingen probeert men het verloop met de tijd van de gemiddelde temperatuur op aarde te bepalen. Simpel genoeg, zou je zeggen. Helaas, dat valt tegen. Om te beginnen is er de vraag in hoeverre metingen representatief zijn. Het aantal meetstations is beperkt en is niet gelijkmatig over het aardoppervlak verdeeld.”

Het samenstellen van een mondiale temperatuur dataset is inderdaad niet simpel. Gelukkig begrijpen de wetenschappers die zich daarmee bezighouden, anders dan De Lange schijnt te denken, dat ook. En ja, er is geen meetstation op elke vierkante meter van het aardoppervlak, iets dat De Lange probeert duidelijk te maken met een Wikipediaplaatje. Toch kan men op basis van alle beschikbare metingen wel degelijk het verloop van de mondiale temperatuur bepalen. Er zijn verschillende onderzoeksgroepen die zich daar al lange tijd mee bezig houden en de resultaten komen heel goed overeen. Er is een onderzoeksgroep die al dit werk geheel onafhankelijk opnieuw heeft uitgevoerd: Berkeley Earth. De initiator van dit project was fysicus Richard Muller, die zich vooraf zeer sceptisch over de andere datasets had uitgelaten en wel eens wilde weten of hun bevindingen correct waren. Het resultaat van Berkeley Earth onderschreef de resultaten van andere datasets en Muller noemde zich daarna “a converted sceptic”.

“De onrust wordt nog versterkt door het feit dat die ‘correcties’, bij voorkeur ‘harmonisering’ genoemd, soms pas na 100 jaar uitgevoerd worden, niet door de mensen die de metingen gedaan hebben maar door anderen, en dat ‘harmonisering’ altijd tot hogere (en door de corrector wenselijk geachte) temperaturen leiden.”

De ruwe temperatuurmetingen waren in eerste instantie niet opgezet met het oogmerk om er een consistente reeks van het wereldgemiddelde temperatuursverloop van te maken. Er moet dus inderdaad “gecorrigeerd” worden om er een homogene temperatuurreeks van te maken. Dit betreft rekening houden met het verplaatsen van meethutten, veranderingen in het tijdstip van meten of de overgang naar een ander type meethut. Het is nogal zot om te stellen dat deze correcties uitgevoerd hadden moeten worden door de mensen die de metingen hebben gedaan. Dit betreft namelijk verschillende wijzigingen in de omstandigheden over een periode van wel honderd jaar. Wat De Lange hier “harmonisering” noemt, wordt in de wereld van de experts op dit terrein homogenisering genoemd. Wellicht heeft De Lange het gemist, maar dat is een goed beschreven wetenschappelijke methode, bijv: Menne et al. 2010 of Morice et al. 2012.

De Lange spreekt zichzelf ook tegen. Enerzijds geeft hij aan dat er allerlei ‘vervuilingen’ in de meetdata zitten die correctie behoeven, maar als de wetenschap daar vervolgens methoden voor ontwikkelt en gebruikt, vindt hij dat weer verdacht. En in tegenstelling tot wat De Lange beweert, leidt homogenisatie van temperatuurdata juist tot een lagere langetermijntrend. Dit wordt gevisualiseerd door onderstaande afbeelding afkomstig uit Karl et al 2015.

“Nu metingen van de temperatuur op het aardoppervlak zo veel problemen met zich mee brengen, rijst natuurlijk de vraag of het allemaal niet beter kan. Dat kan sinds 1979 inderdaad, en wel met behulp van satellietmetingen.” +
“Ook verdwijnt de noodzaak voor allerlei dubieuze vormen van ‘harmonisering’.”

Satellieten hebben inderdaad het voordeel van een betere dekking. Dat maakt de temperatuurdatasets verkregen via satellieten niet automatisch beter, die hebben namelijk zo hun eigen problemen. Dat is best begrijpelijk: het meten van de temperatuur vanaf honderden kilometers boven het aardoppervlak is veel gecompliceerder dan een meting met een thermometer. Satellieten kunnen hoogte verliezen of het tijdstip waarop ze boven een bepaald punt op het aardoppervlak zijn kan veranderen. Men moet er zorg voor dragen dat de data van de afkoelende stratosfeer (een specifiek kenmerk voor het versterkte broeikaseffect) en de opwarmende troposfeer goed van elkaar gescheiden blijven en er moet rekening gehouden worden met temperatuureffecten in het meetinstrument zelf. Dan moet men er tevens voor zorgen dat de data afkomstig van een satelliet die gedurende een bepaalde periode actief was, aansluit bij een andere satelliet die actief was gedurende een andere periode. Via ingewikkelde algoritmes (in feite modellen) wordt de geobserveerde straling omgerekend naar een temperatuur van een dikke luchtlaag. De satellieten hebben namelijk geen thermometer aan boord maar leiden de temperatuur af uit de intensiteit van straling van zuurstofmoleculen en dat doen ze voor dikke lagen van de atmosfeer.  De Lange beweert dat harmonisering bij satellieten niet nodig is, maar ook hier zijn dus vele correcties nodig die al regelmatig geleid hebben tot forse aanpassingen in de satellietdatasets, veel groter dan die in de oppervlaktetemperatuurdatasets.

De door De Lange getoonde grafiek is afkomstig van een groep van de The University of Alabama in Huntsville (UAH) en betreft de lagere troposfeer (TLT). Het zwaartepunt daarvan ligt op circa 2 km hoogte en daar wonen bar weinig mensen. Een andere groep die temperatuurdatasets publiceert, op basis van dezelfde satellietmetingen als UAH gebruikt, is Remote Sensing Systems (RSS). Deze twee temperatuurdatasets verschillen meer van elkaar dan de oppervlaktetemperatuurdatasets. Dat uit zich in de opwarmingstrend, UAH geeft +0,13 °C/decennium en RSS +0,20 °C/decennium voor de periode vanaf 1979. De onzekerheid waarmee deze trends bepaald kunnen worden, is nogal groot en groter dan bij de oppervlaktetemperatuurdatasets. Onderstaande grafiek geeft een idee van deze onzekerheid door een visualisering van spreiding in de RSS-dataset en in de oppervlaktetemperatuurdataset HadCRUT4.

“Satellietmetingen laten zien dat de gemiddelde aardtemperatuur sinds 1998 bijna niet gestegen, en in de afgelopen paar jaar zelfs stevig is gedaald.”

De opmerking over de ‘stevige daling de afgelopen paar jaar’ is er een van het niveau: Gisteren was het warmer dan vandaag dus zitten we nu in een periode van afkoeling. Je vraagt je af of De Lange ooit van signaal-ruis verhouding heeft gehoord. Sinds 1998 geeft UAH een temperatuurstijging van +0,07 °C/decennium voor de lagere troposfeer en RSS van +0,15 °C/decennium. De onzekerheid waarmee deze trends vastgesteld kunnen worden op een dergelijke korte tijdspanne is erg groot. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door interne variabiliteit zoals El Niño/La Niña, de ruis maskeert het signaal. De oppervlaktetemperatuurdatasets laten duidelijk zien dat er geen sprake is van een trendbreuk in 1998, de opwarming aan het oppervlak gaat onverminderd door zoals onderstaande grafiek uit Rahmstorf et al. 2017 laat zien. Vanaf 1979 is de opwarmingstrend aan het oppervlak circa +0,17 °C/decennium.

“Meestal bedoelt men een verandering van het ‘gemiddelde wereldklimaat’, die dan overal merkbaar zou moeten zijn, bijvoorbeeld in een zekere wereldwijde temperatuurstijging. Gelijktijdig treden er overal op aarde plaatselijke klimaatveranderingen op, die uitgedrukt in graden aanzienlijk groter zijn dan de gemiddelde verandering en daar ook niets mee te maken hebben. Als de gemiddelde temperatuur bijvoorbeeld 0,4 graden stijgt, kan dit niet een plaatselijke temperatuurstijging van 2 graden veroorzaken. Die moet een andere oorzaak hebben.”

Waar De Lange even verderop de enorme complexiteit van het klimaat benadrukt, vergeet hij daar nu rekening mee te houden. Het is, op basis van elementaire natuurkunde, heel goed te begrijpen waarom er plaatselijke verschillen zijn. Land warmt sneller op dan oceanen. En gebieden waar ijs verdwijnt warmen extra snel op, door de albedo feedback. Zulke verschillen in snelheid van opwarming kunnen dan weer invloed hebben op (bijvoorbeeld) atmosferische stromingspatronen, die lokaal op hun beurt weer van invloed kunnen zijn op de temperatuur. De klimaatwetenschap houdt, anders dan De Lange verderop in zijn stuk suggereert, wel degelijk rekening met de complexiteit van het klimaatsysteem.

Oorzaak-gevolg zit ook anders in elkaar dan de Lange suggereert. Alle plaatselijke veranderingen in temperatuur tezamen komen neer op een bepaald gemiddelde voor het aardoppervlak als geheel. De mondiaal gemiddelde temperatuur kan alleen maar stijgen als de totale energie-inhoud van het klimaatsysteem toeneemt, of als de extra warmte ergens anders vandaan komt. Dat laatste is echter niet het geval, want waar de wetenschappers ook kijken, ter land, ter zee, in de lucht of op het ijs: de energie-inhoud neemt overal toe.

“Ten eerst kan men twijfelen aan de relevantie van een dergelijk gemiddelde voor de klimatologische toestand van een hele planeet.”

Dat is wel degelijk relevant. De verandering van de oppervlaktetemperatuur op langere termijn (dus niet de laatste paar jaar) wordt veroorzaakt door de verandering in de stralingsbalans van de aarde. Meer energie vasthouden geeft opwarming en minder energie vasthouden geeft afkoeling, de eerste wet van de thermodynamica. Door onze voortdurende broeikasgasemissies is er nu een onbalans die zorgt voor opwarming. Een graad Celsius mondiale opwarming lijkt niet veel, maar de temperatuursverandering van het einde van de laatste ijstijd naar het Holoceen bedroeg circa 4 graden Celsius.

“Alarmisten poneren dat alle kwaad van CO2 komt, dat de mens bijdraagt aan CO2 in de atmosfeer, en dat DUS gesproken moet worden van Anthropogenic Global Warming (AGW). Kortom, alle narigheid is het gevolg van het kwalijke handelen van de mens. Dat geloof is wijd verbreid. Onder natuurwetenschappers als fysici en geologen is de AGW hypothese echter zeer omstreden.”

Fijn deze mening van De Lange over zogenaamde ‘alarmisten’, zoals hij klimaatwetenschappers laatdunkend noemt, daar heeft men wat aan bij discussies over klimaatbeleid. Dat veranderingen in de broeikasgasconcentraties (zoals die van CO2) een invloed uitoefenen op de mondiale temperatuur is al heel lang bekend, gebaseerd op fysica van de 19e eeuw. Daar wij mensen nu verantwoordelijk zijn voor de toename van de CO2-concentratie in de atmosfeer (dat weten we vrijwel zeker op basis van de chemische vingerafdruk, de isotopenverhouding), beïnvloeden wij dus de mondiale temperatuur. Zoals al geschreven wijst onderzoek uit dat de menselijke bijdrage aan opwarming na de industriële revolutie gelijk is aan de waargenomen opwarming: circa 100% van de geobserveerde opwarming is dus veroorzaakt door de mens.

Een goede uitleg over de fundamenten van de absorptie van elektromagnetische straling (radiative transfer theory) is te vinden in Pierrehumbert 2011. Overigens wordt het bestaan van het broeikaseffect, dus van de invloed van CO2 op de mondiale temperatuur, niet betwist door “sceptische” klimaatwetenschappers zoals Roy Spencer. Welke natuurwetenschappers De Lange hier bedoelt en welke (onderbouwde) argumenten deze mensen aanvoeren is onbekend, daar moet de lezer maar naar gissen. Onder wetenschappers die het klimaat bestuderen is de conclusie dat menselijk handelen de belangrijkste oorzaak is van de huidige opwarming overigens helemaal niet omstreden.

“Lange termijnvoorspellingen van klimaatmodellen inherent onbetrouwbaar.”

Modellen zijn natuurlijk niet perfect en wetenschappers zijn zich goed bewust van de plussen en minnen van modellen. Klimaatmodellen bieden een goede mogelijkheid om meer inzicht te verkrijgen over de toekomstige klimaatverandering. Uiteraard gaat men hierbij uit van scenario’s qua toekomstige broeikasgasemissies daar vooraf niet in te schatten is hoe de mensheid zich zal gedragen. Onderstaande video van CarbonBrief laat zien dat vroegere modellen over het algemeen een goed beeld van de toekomst hebben gegeven. Een diepgaande analyse van de resultaten van recente klimaatmodellen laat zien dat er geen enkele reden is om aan deze modellen te twijfelen. De mening van De Lange is nergens op gestoeld en analyses laten juist het tegendeel zien.

“Als je je dan afvraagt welke gemeten parameters veranderd zijn, dan komt men op de broeikasgassen met CO2 als meest direct aan menselijke activiteit te relateren grootheid. Impliciet is de aanname dat andere parameters niet zijn veranderd.”

Dit is aantoonbaar onjuist. In de klimaatwetenschap houdt men niet alleen rekening met veranderingen in de CO2-concentratie maar tevens met veranderingen in de concentraties van onder meer aerosolen, luchtverontreiniging, zonneactiviteit, roetdepositie. Onderstaande grafiek uit het IPCC AR5-rapport (fig. 8.18) laat de invloeden van diverse factoren op de stralingsbalans van de aarde zien vanaf 1750. Allemaal factoren die meegenomen worden. Deze uitspraak van de Lange verraadt dat hij totaal niet op de hoogte is van de stand van de klimaatwetenschap.

“Geologisch en astronomisch gezien is de periode van de Romeinse tijd tot nu erg kort. En in die korte periode hebben we een warme Romeinse tijd gehad, gevolgd door een afkoeling van ~ 1 °C, daarna een warme Middeleeuwse periode (Medieval Warm Period, MWP), vervolgens een ‘Kleine IJstijd’ (Little Ice Age, LIA) ….”

De Lange illustreert dit gedeelte van zijn ‘betoog’ met een handgetekende schets van onduidelijke afkomst. Een pixel in zijn plaatje is al meteen iets van 1 miljoen jaar en in die laatste paar miljoen jaar heeft de wereld diverse ijstijden en interglacialen gekend, iets dat totaal onzichtbaar is in deze schets. Inmiddels zijn er veel betere gegevens over langere tijdschalen beschikbaar zoals de grafiek hieronder laat zien, waarin de d18O een proxy is voor de temperatuur op aarde (bron: Paleo-CO2 project). Als klimaatschommelingen uit het verleden (waar CO2 vaak een sleutelrol in vervulde) iets aantonen, dan is dat het klimaat vrij gevoelig is voor veranderingen in de stralingsbalans. Ze zijn dus eerder een bevestiging dan een weerlegging van de menselijke invloed.

De grafiek hieronder (IPCC AR5 fig. 5.8a) geeft een idee van het temperatuurverloop van de laatste paar duizend jaar op het noordelijk halfrond. Duidelijk is dat de gesimuleerde temperatuur (klimaatmodellen – rood/blauw) goed overeenkomt met de temperatuurreconstructies (grijs). Verder valt de snelle stijging van de temperatuur na de industriële revolutie op. Het IPCC concludeert in hun AR5-rapport het volgende over deze periode:

“For average annual NH temperatures, the period 1983–2012 was very likely the warmest 30-year period of the last 800 years (high confidence) and likely the warmest 30-year period of the last 1400 years (medium confidence).”

Position paper van Marcel Crok

Marcel Crok beperkt zich dit keer voornamelijk tot klimaatbeleid en haalt er nu eens niet zijn eigen kijk op en afwijzende houding jegens de klimaatwetenschap bij. Een vooruitgang. Enkele zaken in zijn betoog wil ik er toch even uitlichten.

“Natuurlijk zegt dit getal juist heel veel over het nut van het klimaatbeleid. Hoeveel geld wij ook spenderen om de Nederlandse CO2-uitstoot te reduceren, het effect ervan op het wereldwijde klimaat is onmeetbaar.”

Crok vertelt daarbij dat het terugbrengen van de Nederlandse CO2-emissies met 49% in 2030 zou leiden tot maar 0,0003 graden Celsius minder wereldwijde opwarming in 2100. Het enige dat hij hier aangeeft is dat Nederland een klein land is. Zoals ik eerder schreef in een stuk over de onzin die Baudet in de Tweede Kamer e.d. hierover bezigde: Je puur focussen op de beperkte invloed van de bijdrage van een klein land aan een wereldwijd probleem is in ieder geval niet meer dan een cynische poging om lasten bij anderen neer proberen te leggen.

Het is vrij duidelijk dat elk land een bijdrage zal moeten leveren daar het klimaatprobleem een mondiaal probleem is. Hiertoe heeft Nederland zich ook gecommitteerd via het klimaatakkoord van Parijs.

“Het belangrijkste land om naar te kijken is China. Dat neemt inmiddels al een kwart van de wereldwijde CO2-emissies voor haar rekening.”

Bij de invloed van CO2-emissies op de mondiale temperatuur telt de cumulatieve uitstoot. Elke ton CO2 veroorzaakt namelijk dezelfde hoeveelheid opwarming, ongeacht wanneer of waar het wordt geëmitteerd. Dan ligt China (13%) nog beduidend achter bij Europa (22%) en de VS (26%).


(Bron: Global Carbon Project)

“Volgens Lomborg, en hij gebruikt internationaal geaccepteerde rekenmodellen, is het totale effect van het Parijs Klimaatakkoord, als alle landen doen wat ze beloven, slechts 0,05 graden Celsius minder opwarming in 2100.”
“Hoe kan de gezamenlijke bijdrage van Parijs zo weinig effect hebben? Welnu, alles bij elkaar opgeteld wordt er tot 2030 maar 33 GT (gigaton) minder CO2 uitgestoten dan zonder het Klimaatakkoord.”

Een omissie hier is dat Lomborg er van uit gaat dat na 2030 alle landen weer overstappen op een business-as-usual scenario qua CO2-uitstoot. Dat is bijzonder onwaarschijnlijk, maar levert wel een grafiek op die dus niets zegt, het is mist zaaien. Meer info daarover:
https://onlinelibrary.wiley.com/doi/full/10.1111/1758-5899.12316
https://klimaatverandering.wordpress.com/2017/06/29/klimaatakkoord-parijs-doet-er-wel-degelijk-toe-om-opwarming-te-temperen/
https://www.carbonbrief.org/analysis-meeting-paris-pledges-would-prevent-at-least-one-celsius-global-warming

Verreweg de meeste analyses schatten de invloed van het klimaatakkoord van Parijs op één tot anderhalve graad minder opwarming in 2100 ten opzichte van ‘business as usual’. Marcel Crok beperkt zich tot één ervan, het kleinste vakje helemaal rechts in de grafiek hieronder.

Advertenties

45 Reacties op “De inbreng van De Lange en Crok voor een rondetafelgesprek van de vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat

  1. Jos,
    Dank voor deze informatieve doorsnede in de klimatologie plus weerlegging van hardnekkige drogredeneringen zoals geëtaleerd door De Lange die beleidsmatig niets te melden heeft. Crok heeft wel iets te melden aan de commissie: adaptatie is goedkoper dan mitigatie want het valt eigenlijk wel mee met de opwarming.

    Ik heb de position paper van Netbeheer Nederland eens vergeleken met die van De Lange en Crok. NN is de brancheorganisatie van de energie-netwerkbeheerders, de profs die echt verstand hebben van de reeds ingezette energietransitie. NN stelt onomwonden dat de transitie een feit is en dat het *onvermijdelijk* veel geld kost en gaat kosten en dat de politiek (dwz de leden van de betreffende hoorzitting) echt een koers moet uitzetten om de *onvermijdelijke* uitgaven te reguleren : “U zit aan de knoppen.”

    Nog even iets over de position paper van Crok. Hij ziet de energietransitie als een ideologische kwestie:
    “Wanneer komt het IPCC met een scenario dat nog veel meer kernenergie bevat dan nu het geval is in haar scenario’s? En wanneer laat Nederland het PBL een scenario doorrekenen met daarin veel meer kernenergie?
    Kernenergie is zo’n belangrijke casus omdat het de onderliggende ideologische strijd zo mooi blootlegt. Gaat het nu werkelijk om het klimaat of om iets anders? Die ideologische strijd zal eerst uitgevochten moeten worden voordat het überhaupt zin heeft om doelstellingen in een wettelijke mal te gieten.”
    Crok komt uit de kast: onomwonden profileert hij zichzelf als ideologische strijder.

  2. Hoi Goff,

    M.i. gaat het Marcel Crok niet om het klimaat. Hij heeft nu al zo vaak beweerd dat de klimaatverandering geen problemen zal veroorzaken, dat hij het zelf is gaan geloven. Crok wil meer kernenergie naar eigen zeggen “vanuit een ecomodernistisch perspectief”:

    Het is natuurlijk erg inconsistent om het klimaatbeleid te gebruiken om te pleiten voor kernenergie en de ontwikkeling van thoriumcentrales als je denkt dat er geen klimaatbeleid nodig is. Maar ja, consistente pseudosceptici is denk ik een oxymoron.

    Thijs ten Brinck vatte het mooi samen in een tweet:

  3. Jos,
    ‘oxymoron’, goeie observatie van je.
    Ik heb er ook een voor Crok: mitigatie is de goedkoopste adaptatie 😅

  4. Lennart van der Linde

    Kalavista en PBL komen op 3-4 miljard euro/jr extra kosten om tot 49% CO2-reductie in 2030 te komen:
    https://www.tweedekamer.nl/downloads/document?id=f62d99e6-4ae2-424c-994e-aa690031e56e&title=Position%20paper%20Kalavasta%20t.b.v.%20hoorzitting%2Frondetafelgesprek%20Kosten%20en%20baten%20van%20de%20voorgenomen%20Klimaatwet%20d.d.%2031%20oktober%202018.pdf

    Crok schrijft in zijn position paper:
    “Wat zijn nu de kosten en baten van dit beleid? Over de kosten is nog altijd veel onduidelijk zoals recent ook weer bleek bij de voorlopige doorrekening van de klimaatplannen door PBL. Zelf ben ik betrokken bij een onderzoek naar de kosten van het Energieakkoord, dat over enkele weken gepubliceerd zal worden. Uit onze analyse blijkt dat alleen al het in 2013 afgesloten Energieakkoord ongeveer 100 miljard euro gaat kosten. Zou je de doelstelling voor duurzame energie daarna verhogen van 14/16% in 2020/2023 naar bijvoorbeeld 27% in 2030, dan kan daar ruwweg nog eens 100 miljard bijkomen.
    Het Economisch Instituut voor de Bouw heeft becijferd dat alleen al alle huizen energieneutraal maken 235 miljard euro kan gaan kosten. Dat scheelt dan circa 5% van ons gasverbruik. Taco van Hoek van het EIB schat in dat voor alle andere gebouwen nog eens zo’n bedrag nodig zal zijn.
    Dus dan zitten we al op 650 miljard euro en dan zijn we nog niet eens begonnen aan het wagenpark, het vliegverkeer en de industrie. Het totale bedrag zal dan ook eerder over de duizend miljard euro heen gaan. Dit komt neer op 60.000 euro voor iedere Nederlander, jong en oud, arm en rijk.
    Wat staat daar aan baten tegenover? Ik kan eerlijk gezegd niets verzinnen.”

    Wat voor berekening is dit? Appels worden opgeteld bij peren, en dan komt er een bedrag uit de hoge hoed van meer dan 1000 miljard om klimaatneutraal te worden in 2050, neem ik aan. Dus pakweg 33 miljard/jr, ongeveer het bedrag dat we volgens CE Delft momenteel per jaar aan energie uitgeven.

    Crok komt dus op de achterkant van een envelop tot ruim 10x hogere kosten (tot 2050?) dan PBL en Kalavista (tot 2030). En “wetenschapsjournalist” Keulemans noemt dat “verpletterend”. Maar waar is de onderbouwing? Of de peer review? Het is natuurlijk prima om de getallen van PBL e.a. ter discussie te stellen, maar dat vraagt dan wel een zorgvuldiger toelichting. Nu is het slechts stemmingmakerij.

  5. Lennart,

    Ik heb me in het stuk beperkt tot opmerkingen over enkele emissie-gerelateerde zaken in zijn betoog. Ik ben niet ingevoerd in de eurokanten van de beleidsaspecten en laat dat graag aan anderen over.

    Crok verwijst naar stukken (ref. 16 en 17) die samen al op 650 miljard zouden uitkomen en telt daar op onduidelijke manier nog even de helft bij. Je zult het stuk nog meer zien vermoed ik, want hij schrijft op zijn blog het volgende:
    Maar ik ga mijn verhaal omwerken tot een artikel voor een tijdschrift ..
    https://www.destaatvanhet-klimaat.nl/2018/10/30/overpeinzingen-bij-de-klimaatwet-tijd-voor-bezinning/#comment-4906

  6. Lennart van der Linde

    Tijdschrift? Ik hoop niet Elsevier…

  7. Lennart,

    Elke kosten / baten-calculatie in dezen is slaan in de lucht. ‘Kosten / baten’ is een bedrijfseconomisch relevant concept dat totaal irrelevant is voor de energietransitie. Nederland is geen b.v.
    Dat de energietransitie heel veel investering vergt is evident en het enige wat je erover kunt zeggen.

    Wat opvalt in alle position papers is dat nergens gewag wordt gemaakt van het feit dat fossiele energie zeer goedkoop is geweest. Welvaartstaat NL heeft decennialang riant en ruig gedobberd op onder meer de Groningse gasbel. Dat feest is afgelopen en nu staan de stoelen op tafel om de scherven bij elkaar te vegen en op te ruimen. Wat dat kost kan niemand weten, ook en vooral bedrijfseconomische boekhouders niet – ongeacht of ze aan de bureaus bij PBL zitten of bij CE Delft of bij Kalavista of bij Crok thuis.

  8. Lennart van der Linde

    Goff,
    Dat het slagen in de lucht zijn, of zeer globale schattingen, ben ik met je eens. Dat ze totaal irrelevant (moeten) zijn niet, want elke afweging van beleidsopties zal een meer of minder goed onderbouwde inschatting moeten maken van de voor- en nadelen van die opties.

    Ik denk dat een kritische blik op de aannames en onderbouwingen van de diverse schattingen kan helpen tot een beter onderbouwde afweging te komen, naast andere overwegingen en analyse-methodieken, zoals het IPCC ook uitgebreid beschrijft in de hoofdstukken die hierover gaan, en zoals ook economen als Stern beargumenteren.

    Los daarvan kan het nuttig zijn om eventuele onjuiste redeneringen binnen het kosten-batenframe zelf bloot te leggen, zodat althans binnen de beperkingen van dat frame zo zuiver mogelijk geargumenteerd wordt.

  9. Lennart van der Linde

    Overigens wijst Crok erop dat PBL zelf ook niet erg duidelijk is over hoe ze tot hun berekening van 3-4 miljard/jr meerkosten tov referentie tot 2030 komen:

    CE Delft noemt wel getallen voor huidige energiekosten (30 miljard/jr) en kosten in referentie en transitie tot 2050 (50-60 miljard/jr), met verwijzing naar:
    https://www.netbeheernederland.nl/_upload/RadFiles/New/Documents/CE_Delft_3L53_Achtergrondrapport_Bijlagen_Net_voor_de_Toekomst.pdf

    Waar die getallen precies op gebaseerd zijn, is dan de volgende vraag, waar iemand als Marcel Crok goed bij zou kunnen helpen om dat helder te krijgen.

  10. Het stuk van Marcel Crok is hier te vinden als ‘position paper nr. 2018D514111’: https://www.tweedekamer.nl/debat_en_vergadering/commissievergaderingen/details?id=2018A04329

    Een uitstekend betoog.

  11. marcvandelft

    Opmerkelijk is het feit dat zelfs het IPCC nu ook toegeeft dat de opwarming alleen kan worden gestopt door het gebruik van kernenergie, omdat wind- en zonne-energie maar een paar procent energie kan leveren. Aldus Lubach in de uitzending van gisteravond.

  12. @marc van delft

    In het recente IPCC SR-15 rapport zit in de scenario’s om de opwarming tot 1,5 °C te beperken inderdaad een hoger percentage nucleair dan nu het geval is (figuur SPM.3b).

    Uit je opmerking valt op te maken dat jij denkt dat het IPCC eerder aangaf dat nucleair niet nodig was. Ik ben even door de technical summary van het vorige IPCC WG3-rapport gelopen, maar kan dat toch nergens vinden. Waar baseer je dat op, heb je een referentie?

  13. Het verhaal dat de cumulatieve CO2-emissies van belang is en niet de huidige vindt ik nogal vreemd. Van de CO2-emissies uit het verleden is inmiddels al een flink deel weer verdwenen. Van de CO2-emissies van bijvoorbeeld 1878 is inmiddels al weer een groot deel verdwenen. Iedere 30 jaar valt van deze emissie de helft uit de atmosfeer. 2018-1878=140 jaar. Daar passen 4 halveringen in. Van de CO2-emissie is dus 1 gedeeld door 2 tot de macht 4 = 5/16 deel verdwenen. Terwijl de CO2-emissie van China nog vrijwel volledig in de atmosfeer hangt en zorgt voor opwarming. CO2-emissies uit het verleden spelen geen enkele rol meer in het heden. Er is nut nog reden om de Nederlanders van nu enig schuldgevoel aan te praten van CO2-emissies uit een inmiddels ver verleden. Het gaat om de hedendaagse emissies. Die moeten omlaag en zolang landen als China en India nu niets hoeven te doen zijn onze inspanningen niet meer dan een traan in de oceaan. Vergoten zonder nut of reden. De enige reden die ik kan vinden om wel het een en ander te doen is dat energie nu eenmaal geld kost. Het maakt niks uit of de energie fossiel of hernieuwbaar is. CO2-emissie is geen doel op zich. Slechts een restproduct bij energie opwekking en energie is slechts en middel.

  14. Raymond: we meten een concentratie. Het resultaat van alle plussen en minnen. En het effect wordt toevallig door de concentratie bepaald.

  15. Beste Marc van Delft,

    Opmerkelijk is het feit dat zelfs het IPCC nu ook toegeeft dat de opwarming alleen kan worden gestopt door het gebruik van kernenergie …

    Dat is onzin. Er is geen sprake van dat het IPCC dat ‘toegeeft’. Het IPCC heeft überhaupt geen mening over wat er ‘moet’ en vat alleen het actuele klimaatonderzoek samen. Lees daarover punt 2:

    https://www.ipcc.ch/pdf/ipcc-principles/ipcc-principles.pdf

    Het IPCC geeft, in het nieuwste rapport, verschillende ‘pathways’ aan waar de maatschappij uit kan kiezen. Dat zijn scenario’s: mogelijkheden waaruit de (inter)nationale politiek combinaties kan samenstellen.

    In deze ‘pathways’ zijn er een aantal met een aanzienlijk percentage kernenergie in de elektriciteitsmix. NOTA BENE: het gaat altijd om een mix: energiebesparing + hernieuwbaar + biomassa + kernenergie + fossiel met CCS enzovoorts. Dat is niet nieuw. In het IPCC AR5 Working Group III rapport uit 2013 stonden die scenario’s er ook al, inclusief kernenergie. Voorbeeldje uit het nieuwste IPCC rapport:

    Primary energy supplied by bioenergy ranges from 40–310 EJ/ yr in 2050 (minimum-maximum range), and nuclear from 3–120 EJ/yr (minimum-maximum range). These ranges reflect both uncertainties in technological development and strategic mitigation portfolio choices. {2.4.2}

    Het IPCC geeft daar aan dat biomassa minstens 3 x zoveel bij zou dragen als kernenergie, aan een energie-scenario dat beneden de 1,5 ℃ kan blijven. Zie hoofdstuk 2 over deze scenario’s

    http://report.ipcc.ch/sr15/pdf/sr15_chapter2.pdf

  16. Beste Raymond Horstman,

    Van de CO2-emissies uit het verleden is inmiddels al een flink deel weer verdwenen …

    Nee, bijna 50% van de hoeveelheid CO2 die we uitstoten blijft langdurig in de dampkring (ca. 25% wordt extra door de oceaan opgenomen en ca. 25% als extra biomassa op land). Het gaat om de cumulatieve hoeveelheid CO2, dat bepaalt de toename van de concentratie.

    Dit wil niet zeggen dat de individuele moleculen CO2 die zich nu ‘extra’ in de dampkring bevinden, allemaal van menselijke origine zijn. Zo werkt het niet. Het gaat om de hoeveelheden: het extra koolstof wordt door de koolstofcyclus (assimilatie en dissimilatie), voortdurend ‘rondgepompt’. Lees daarover bijvoorbeeld het boek van prof. David Archer, hoogleraar geofysica aan de Universiteit van Chicago:

    https://press.princeton.edu/titles/9379.html

    Compacte samenvatting staat ook in deze wetenschappelijke publicatie (open access):

    http://climatemodels.uchicago.edu/geocarb/archer.2009.ann_rev_tail.pdf

    Dit is je overigens al vele malen eerder uitgelegd, onder meer door Jos.

  17. @Raymond

    “CO2-emissies uit het verleden spelen geen enkele rol meer in het heden.”

    Met deze redenering zou het CO2-gehalte nooit de huidige ~410 ppm hebben kunnen bereiken. Ter vergelijking een sommetje met een bankrekening met daarop 0 euro. Persoon A stort elk jaar 2 euro en neemt weer 1 euro op. Na 10 jaar komt persoon B erbij en die doet een storting van 4 euro en een opname van 2 euro. Na dat 11e jaar zou volgens jouw redenering persoon B verantwoordelijk zijn voor 50% van de toename van het geld op die rekening.

    Over 1870-2016 is de bijdrage van de EU aan die 130 ppm CO2 stijging circa 22%, China zit daar een stuk onder.

  18. @Bob: “In deze ‘pathways’ zijn er een aantal met een aanzienlijk percentage kernenergie in de elektriciteitsmix.”.1) Is het wel zo snel te regelen, dat er meer kernenergie beschikbaar kan zijn? En 2) is een EROI van +/- 5 wel iets om enthousiast over te worden, voor kernenergie?

  19. Hallo Frank,

    Is het wel zo snel te regelen, dat er meer kernenergie beschikbaar kan zijn?

    Nee, vast niet. Alleen gaan deze scenario’s over de komende 3 á 8 decennia (t/m 2100). Een periode van 30 of ruim 80 jaar is in principe voldoende om een beduidende hoeveelheid kernenergie in de elektriciteitsmix te kunnen realiseren.

    is een EROI van +/- 5 wel iets om enthousiast over te worden, voor kernenergie?

    Over de EROI van kernenergie lopen de studies uiteen. Het zal o.a. afhangen van de methode voor de verrijking van uranium en of men ook kweekcentrales meeneemt. Ook voor sommige biomassa-opties is de EROI nogal laag, toch worden die met succes toegepast. Zie hier een overzicht:

    https://www.nature.com/scientificamerican/journal/v308/n4/box/scientificamerican0413-58_BX2.html

    Maar dit is off-topic onder bovenstaand blogstuk. Waar het over gaat, is dat het onzinnig is om te beweren dat “zelfs het IPCC nu ook toegeeft” etc. Kernenergie heeft altijd al deel uitgemaakt van sommige IPCC scenario’s. Het gaat in de scenario’s telkens om een DEEL kernenergie in een véél bredere mix met ook heel veel windenergie, etc.

  20. MARC VAN DELFT

    [BB – Verwijderd want dit is vergaand off-topic m.b.t. bovenstaand blogstuk.

    Er is een Open Discussie waar relevante vragen over klimaatwetenschap & klimaatverandering gesteld kunnen worden]

  21. CroK en co hebben wel degelijk een paar geldige argumenten. De bijdrage van Nederland aan de globale CO2-emissie is maar 0,5%. Dit met 50% willen reduceren draagt nagenoeg niets bij aan de globale reductie. Maar een halvering van de emissies van China, USA en India is een ander verhaal. Deze 3 landen zijn verantwoordelijk van bijna 50% van de globale emissie van CO2. Als je dit halveert krijg je wel resultaten. Dat betekent een globale reductie van 25%. Dat zet zoden aan de dijk. China kan dit bereiken door de zelfde energie efficiëntie te halen als Nederland. China stoot 1,235 KG per USA dollar GDP uit en Nederland zit op 0,192. Dat scheelt een factor 6. Daar is de winst te behalen. Ook voor India is hier heel veel winst te halen. Ook voor de VS is nog veel ruimte voor verbetering.
    Het is en blijft een economisch vraagstuk. Waar haal je het meeste effect tegen de laagste kosten. Dat zal mogelijker wijs niet in Nederland zijn.
    (Cijfers van de Wereldbank CO2 emissions (kt))

  22. Hans Custers

    Raymond,

    En hoe zit het met de bijdrage aan de CO2-emissie als je die per hoofd van de bevolking zou bekijken? Is dat niet een veel eerlijker benadering om te beoordelen of wij wel of niet iets zouden moeten doen? Volgens mij ligt onze CO2-emissie per hoofd van de bevolking ver boven het mondiale gemiddelde. Dat we daar niets aan zouden hoeven doen omdat we toevallig in een klein land wonen is wel een erg makkelijke manier om daarvan weg te lopen.

  23. Hans,
    Je wilt toch niet suggereren dat we de CO2-emissie per hoofd van de bevolking van China eerst tot het niveau van Nederland wilt laten stijgen voor je de CO2-emissie van China wilt reduceren? Het gaat hierbij wel om De vaste commissie van economische zaken en daar dient men kosten(gigantisch) af te wegen tegen te verwachte baten(nagenoeg nihil). Nederland heeft al veel gedaan om de CO2-emissies te reduceren. De piek voor Nederland lag in 1979. Die van China ligt in 2018. Het land draag t in zijn eentje bij aan de gestegen CO2-emissie. Laat China dan ook maar het voortouw nemen in de reductie.

  24. Lennart november 4, 2018 om 22:54 |
    “…elke afweging van beleidsopties zal een meer of minder goed onderbouwde inschatting moeten maken van de voor- en nadelen van die opties.”

    Er zijn geen economische opties, enkel enorme sociaal-economische onzekerheden. Ik noem er slechts drie:
    – de volksverhuizing richting Europa met alle gevolgen van dien en waarvan we afgelopen decennium nog maar het begin hebben gezien.
    – de infra-structuur van Europese landen die niet berekend is op toenemende extremen in temp en neerslag. Adaptatie gaat overal heel veel geld kosten.
    – de robotisering / digitalisering van arbeid waardoor arbeidsplaatsen schaars worden en de traditionele koppeling inkomen aan arbeid op losse schroeven komt te staan.

    De onjuiste redenering is dat we te maken hebben met een kosten/baten vraagstuk. Er ligt echt iets anders op ons bordje.

  25. Hans Custers

    Raymond,

    Je wilt toch niet suggereren dat we de CO2-emissie per hoofd van de bevolking van China eerst tot het niveau van Nederland wilt laten stijgen voor je de CO2-emissie van China wilt reduceren

    Nee, dat wil ik niet zeggen. En dat heb ik dan ook niet gezegd. Dit zou wel het soort excuus kunnen zijn dat iemand in China zou kunnen gebruiken dat net zo gemakzuchtig is als jouw: “We hoeven niks te doen want we zijn maar een klein land.”

    Er zijn een hele hoop gelegenheidsargumenten te verzinnen om het probleem vooral bij anderen te leggen. Als iedereen dat blijft doen gebeurt er niks.

  26. @Raymond

    “Nederland heeft al veel gedaan om de CO2-emissies te reduceren.”
    De CO2-emissies waren in 2017 net zo hoog als in 1990. En dat noem jij dan ‘veel gedaan’.
    https://www.clo.nl/indicatoren/nl0165-broeikasgasemissies-in-nederland

  27. Beste Raymond,

    Je wilt toch niet suggereren dat we de CO2-emissie per hoofd van de bevolking van China eerst tot het niveau van Nederland wilt laten stijgen voor je de CO2-emissie van China wilt reduceren?

    Dat is gewoon afgesproken in de Nationally Determined Contribution (NDC) van China in het Akkoord van Parijs, hier te downloaden:

    http://www4.unfccc.int/ndcregistry/pages/Party.aspx?party=CHN

    Ik citeer:

    China has nationally determined its actions by 2030 as follows:

    • To achieve the peaking of carbon dioxide emissions around 2030 and making best efforts to peak early;
    • To lower carbon dioxide emissions per unit of GDP by 60% to 65% from the 2005 level;
    • To increase the share of non-fossil fuels in primary energy consumption to around 20%; and
    • To increase the forest stock volume by around 4.5 billion cubic meters on the 2005 level.

    Dat is ook een heel logische afspraak: China is een economie die pas héél recent (na lid geworden te zijn van World Trade Organization) grootschalig is gaan industrialiseren. Daardoor zijn hun emissies/persoon ook pas recent gaan stijgen. Het welvaartsniveau van de meeste Chinezen, en hun emissies/persoon, liggen nu zo ongeveer op hetzelfde niveau als begin jaren ’60 in Nederland. Toen werd in NL ook vooral steenkool verstookt.

    De emissies/persoon zullen waarschijnlijk ergens gaan pieken rond dezelfde CO2-emissies/persoon als in Nederland, waarna die gaan dalen door:

    – overstappen op schoner aardgas ipv steenkool;
    – overstappen op kernenergie ipv steenkool;
    – overstappen op hernieuwbaar ipv steenkool.

    Eérst wil de Chinese overheid een bestaansminimum kunnen bieden aan – ook – de ‘rurale’ bevolking dus buiten de steden en industriegebieden. Vervolgens wil men het economische succes inschakelen om de overstap naar low-carbon te maken (of te versnellen).

  28. Een vergelijkbare analogie is al eerder gemaakt, maar wat Raymond Horstman feitelijk zegt is dat wij misschien voor een staatsschuld van 500 miljard hebben gezorgd, maar nu zijn we slechts verantwoordelijk voor een extra 1 miljard per jaar, en anderen voor 2 miljard per jaar, dus zij moeten het tekort maar op gaan lossen, niet wij.

  29. Lennart van der Linde

    Goff,
    Ik ben het met je eens dat er iets anders op ons bordje ligt dan (alleen, of in de eerste plaats) een kosten-baten vraagstuk. Niettemin kan zoals ik al zei een inschatting van kosten en baten, of breder van voor- en nadelen van bepaalde beleidskeuzes helpen om een afweging voor of tegen bepaalde keuzes te maken. En voor degenen die wel vooral of uitsluitend in kosten-baten analyse geloven, kan het nuttig zijn ook binnen dat frame eventuele onjuiste redeneringen bloot te leggen.

    Wat mij betreft bevatten hoofdstukken 2 en 3 van IPCC AR5 WG3 2014 hierover veel zinnige uitspraken. Hst.2 zegt bv (in de samenvatting):
    http://www.ipcc.ch/pdf/assessment-report/ar5/wg3/ipcc_wg3_ar5_chapter2.pdf

    “Cost-benefit analysis (CBA) and cost-effectiveness analysis (CEA) can enable decision makers to examine costs and benefits, but these methodologies also have their limitations. Both approaches highlight the importance of considering the likelihood of events over time and the importance of focusing on long-term horizons when evaluating climate change mitigation and adaptation policies. CBA enables governments and other collective decision-making units to compare the social costs and benefits of different alternatives. However, CBA cannot deal well with infinite (negative) expected utilities arising from low probability catastrophic events often referred to as ‘fat tails’.”

    En hst.3 (eveneens in de samenvatting):
    http://www.ipcc.ch/pdf/assessment-report/ar5/wg3/ipcc_wg3_ar5_chapter3.pdf

    “Economic tools can be useful in designing climate change mitigation policies (very high confidence). While the limitations of economics and social welfare analysis, including cost-benefit analysis, are widely documented, economics nevertheless provides useful tools for assessing the pros and cons of taking, or not taking, action on climate change mitigation, as well as of adaptation measures, in achieving competing societal goals. Understanding these pros and cons can help in making policy decisions on climate change mitigation and can influence the actions taken by countries, institutions and individuals.”

    De grootste delen van deze hoofdstukken gaan niet over formele economische kosten-baten analyses, maar juist over allerlei andere manieren om voor- en nadelen van beleidskeuzes in te schatten en af te wegen, en over de achterliggende waarden die daarbij een rol (kunnen) spelen.

    Ik ben benieuwd of je vindt dat het IPCC hierin zaken over het hoofd ziet of onderbelicht, of andere juist overbelicht. En ik ben benieuwd op welke manier jij zelf de afweging voor of tegen bepaalde keuzes in klimaatbeleid zou maken, of hoe we die als samenleving het beste kunnen maken.

  30. Het AD heeft een aantal relevante artikelen over de voorstellen voor meer kernenergie:
    https://www.ad.nl/politiek/nieuwe-centrale-staat-er-nog-niet~aad6e4be/
    https://www.ad.nl/economie/energiereuzen-fileren-vvd-voorstel-voor-nieuwe-kerncentrales~a93c015e/
    https://www.ad.nl/politiek/coalitiepartner-d66-kraakt-vvd-plan-voor-nieuwe-kerncentrales~a0c37a166/

    Grappig om te lezen, oa:
    Kernenergie? Dan moet er subsidie komen van het Rijk.
    Borssele? Draait al ettelijke jaren met verlies (nou ja, eigenlijk is het meer het energiebedrijf dat verlies draait, omdat het de electriciteit van Borssele te duur moet inkopen).

  31. Lennart,
    “We’re running out of options, and we’re running out of decades. Over and over we’ve gotten scientific wake-up calls, and over and over we’ve hit the snooze button. If we keep doing that, climate change will no longer be a problem, because calling something a problem implies there’s still a solution.”

    Aldus Bill McKibben in de NYRB deze maand. Ik ga een stap verder en zie klimaatverandering niet als een op te lossen probleem maar als de realiteit hier & nu waarmee en waarin we moeten zien te leven. Historisch gezien is de opwarming hier&nu een disruptie, een ontwrichting, van alle mondiale verhoudingen. Met bovendien het toenemend gevaar dat de habitat – het klimaatsysteem – chaotisch wordt, volgens o.a. Mario Molina het *cruciale* gevaar waarvoor IPCC alleen maar understatements in petto heeft.

    Om je tweede vraag te beantwoorden: ik weet geen manier om afwegingen in klimaatbeleid annex energietransitie te maken, het is m.i. te complex om het rationeel te benaderen. Wat ik wel weet is dat kosten/baten analyse (CBA) met kosten-effectiviteit analyse (CEA) een bedrijfseconomische frame vormt dat onze a-symmetrische relatie met de habitat ontkent. Op die ontkenning is al decennialang gehamerd met de ‘scientific wake-up calls’ die McKibben in het citaat hierboven noemt. CBA en CEA zijn snooze buttons. Je ziet dat dan ook terug in de citaten die je uit de IPCC-rapportage aanhaalt. Die citaten staan stijf van het tentatieve ‘het zou kunnen dat…’

    Wat betreft je eerste vraag of IPCC iets over het hoofd ziet: ja, IPCC laat na om loud and clear te vermelden dat we te maken met een super wicked problem. En dat voor dergelijk probleem gewoon geen oplossing te bedenken of te calculeren is. Ik lees de IPCC rapportages als het testament van een ten dode opgeschreven civilisatie.

  32. Hoi Marco,

    Ja, dit is een feit: “Kernenergie? Dan moet er subsidie komen van het Rijk. Borssele? Draait al ettelijke jaren met verlies (nou ja, eigenlijk is het meer het energiebedrijf dat verlies draait, omdat het de electriciteit van Borssele te duur moet inkopen).

    Het hangt samen met de kern van de zaak: het ontbreken van een substantiële beprijzing van CO2-emissies. Wél is er het ETS maar de CO2-prijs ligt daar nog te laag.

    De business case voor ZOWEL kernenergie, wind- en zonne-energie, Carbon Capture & Storage, biobrandstoffen en andere low-carbon onderdelen binnen de elektriciteitsmix… verbetert dramatisch als CO2-emissies aanzienlijk beprijsd gaan worden.

    Niet alleen beprijzing, maar ook langjarige duidelijkheid over een verdere toename van die prijs is nodig.

    Alléén als er een lange-termijn, betrouwbaar overheidsbeleid is op dit punt… biedt het voldoende zekerheid voor investeerders in kernenergie. 🙂

  33. Lennart van der Linde

    Hi Goff, je zegt:
    “IPCC laat na om loud and clear te vermelden dat we te maken [hebben] met een super wicked problem. En dat voor [een] dergelijk probleem gewoon geen oplossing te bedenken of te calculeren is.”

    Ik denk dat het IPCC inderdaad een neiging vertoont tot “erring on the side of least drama”:
    https://www.wur.nl/upload_mm/2/0/b/f2601035-3fa4-41cb-b0f5-77de713695fc_erring.pdf

    Een panklare oplossing is er niet, maar er zijn meer of minder zinvolle handelingsopties, individuele en collectieve, waar we als individu en samenleving meer of minder goed doordachte afwegingen te maken hebben.

    Je zegt:
    “ik weet geen manier om afwegingen in klimaatbeleid annex energietransitie te maken, het is m.i. te complex om het rationeel te benaderen.”

    En toch ontkomen we er niet aan om voor zover mogelijk ons verstand te gebruiken en keuzes te maken.

    Wanneer zetten we bv de kolencentrales definitief uit, en in hoeverre worden die daarvoor gecompenseerd? Voeren we een CO2-heffing in, en hoe hoog is die dan en wat doen we met de opbrengst? Wanneer stoppen we met onze woningen met aardgas te verwarmen en welk alternatief kiezen we daarvoor? Gaan we vliegreizen rantsoeneren? Hoe lang en tegen welke kosten zijn we bereid Nederland tegen de stijgende zeespiegel te beschermen? Hoe gaan we om met al die migranten uit Afrika en het Midden-Oosten? Etc, etc.

    Uiteindelijk zullen al deze “keuzes” het resultaat zijn van een machtsstrijd tussen diverse belangen, krachten en inzichten c.q. waanbeelden, zoals dat al het geval is sinds voor de evolutie homo sapiens had voortgebracht. Het verschil nu is dat de schaal en impact van die keuzes groter is dan ooit tevoren en dat inderdaad het voortbestaan van de menselijke beschaving op het spel lijkt te staan.

    Daar hebben we niet bewust voor gekozen, maar we kunnen wel proberen ons daar zo bewust mogelijk van te zijn om tot de meest zinvolle keuzes te komen c.q. de schade nog zoveel mogelijk te beperken. Maar als de paniek werkelijk uitbreekt, dan is de kans groot dat het ieder voor zich wordt, zoals nu al deels lijkt te gebeuren, en dat de situatie alleen maar verder escaleert.

    De enige manier om dat nog te voorkomen lijkt me toch een zo rationeel mogelijke afweging van handelingsopties, waarbij het ook rationeel kan zijn om niet te proberen die opties zo ver te kwantificeren dat het niks meer zegt.

    Dus laten we vooral rekening houden met de grenzen aan de rationaliteit van bv kosten-baten analyses, en ondertussen ons organiseren rond de opties die het meest zinvol lijken, zoals bv Bill McKibben doet door voortdurend de mondiale Fossielvrij-beweging te inspireren tot het zoveel mogelijk blokkeren van nieuwe fossiele projecten.

  34. Lennart van der Linde

    Pieter Boot van PBL doet nog een poging wat meer duidelijkheid te geven over de Nederlandse energiekosten:
    http://www.energiepodium.nl/opinie/item/verwarring-over-kosten-klimaatbeleid

    Heel erg duidelijk is het nog niet, maar hij heeft het over circa 50 miljard euro/jr nu, en een mogelijke jaarlijkse stijging van circa 0,1% van het BNP. Dat BNP zou volgens hem stijgen van circa 700 miljard per jaar rond 2015 tot circa 900 miljard rond 2030. De jaarlijkse stijging in energiekosten zou dan niet meer dan 1 miljard/jaar zijn. Rond 2030 zouden die kosten dan wellicht circa 62 miljard/jaar zijn, als ik het goed begrijp.

    Of dit met of zonder extra klimaatbeleid is, blijft onduidelijk (terwijl het PBL elders spreekt over 3-4 miljard meerkosten per jaar bij extra klimaatbeleid t.o.v. een bepaald referentiescenario). Hoe dan ook zouden we zowel nu als in de toekomst circa 7% van het BNP kwijt zijn aan energiekosten, zo lijkt het volgens deze zeer grove schattingen, die qua orde-grootte vergelijkbaar lijken met die van CE Delft.

  35. Lennart,
    Het is inderdaad een onduidelijk stuk van Pieter Boot.
    Waar ik overigens van opkijk is het aandeel (7%) in het BNP van de NL-energiekosten die je noemt. Hoe destilleer je dat percentage uit zijn stuk?

    Los daarvan, het komt me onwaarschijnlijk laag voor: slechts 7 van de 100 delen toegevoegde monetaire waarde (dat is wat BNP is) om de overige 93 delen energetisch te faciliteren. Al was het 10 of 15 van de honderd delen, dan nog zou de energie(transitie)kostenpost een koopje zijn.
    Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat PBL via Pieter Boot energievoorziening opvoert als een macro-economische factor. Terwijl energievoorziening de basis voorwaarde is van alle economische activiteit.

  36. Lennart van der Linde

    Hi Goff,
    Die 7% komt van circa 50 miljard euro jaarlijkse energiekosten op een BNP van circa 700 miljard in 2015. In 2030 zou het volgens Boot gaan om circa 62 miljard jaarlijkse kosten op een BNP van circa 900 miljard, dus ook circa 7%, als ik hem goed begrijp.

    Hoe de verdeling is tussen investeringen c.q. afschrijvingen en jaarlijkse exploitatiekosten is mij in zijn verhaal niet duidelijk. Hij heeft het over 14 miljard jaarlijkse investeringen in energie, zonder extra beleid oplopend naar 16 miljard/jr (in 2030?).

    Bij extra beleid om tot 80-95% CO2-reductie in 2050 te kunnen komen, worden die jaarlijkse investeringen tussen 2020-2040 volgens Boot 10-13,5 miljard/jr hoger. Afgeschreven over 15-25 jr (?) zou je dan wellicht inderdaad op circa 0,1% extra kosten per jaar komen, als daar geen aanzienlijke operationele besparingen tegenover staan, zoals Boot lijkt aan te nemen.

    Maar goed, hij geeft ook aan dat een betere analyse nodig is om tot duidelijker cijfers te komen, dus misschien volgt die nog. Misschien kunnen we in de tussentijd kijken of die 7% vergelijkbaar is met de verhouding in andere landen.

  37. Lennart van der Linde

    In de VS lijkt historisch gezien gemiddeld circa 7-8% van het BNP aan energiekosten besteed te worden:
    https://www.eia.gov/todayinenergy/detail.php?id=36754

    Wereldwijd lijkt het aandeel van energiekosten in BNP gegroeid van gemiddeld 7-8% in 1990 tot circa 10% in 2010:
    https://www.enerdata.net/publications/executive-briefing/world-energy-expenditures.html

    In Europa lag het in 2010 blijkbaar ook rond de 10% gemiddeld.

  38. Heldere post. Ik ben pas recentelijk geinteresseerd in de klimaatdiscussie, dus ben zeker niet overal van op de hoogte maar zie nu op twitter dat Kees de Lange enigszins opgewonden is geraakt vanwege het feit dat de buitenste laag van de atmosfeer afkoelt en hier een kamerlid mee wil lastig vallen. Maar als ik het goed begrijp is dit toch juist precies in de lijn van verwachting wanneer er sprake is van een verhoogd broeikaseffect en iets afnemende activiteit van de zon?

  39. @Lindzensoep

    Zo te lezen op de twitterlijn van De Lange gaat het over de thermosfeer:
    https://spaceweatherarchive.com/2018/09/27/the-chill-of-solar-minimum/

    De temperatuur van de thermosfeer wordt bepaald door absorptie van Röntgen- en UV-straling en is erg afhankelijk van de zonneactiviteit. Die is nu laag dus daalt de temperatuur van de thermosfeer. Ook een toename van de broeikasgasconcentraties geeft een afkoeling van de hogere luchtlagen, de stratosfeer of hoger. In 1989 voorspelden Roble & Dickinson dit al, zij schreven destijds:
    “The results indicate that the mesosphere and thermosphere temperatures will cool by about 10K and 50K respectively as the CO2 and CH4 mixing ratios are doubled.”

    In Laštovička et al. kun je het volgende lezen:
    “No direct information on thermospheric temperature trends is available. However, estimated ion temperatures (7) at heights near 350 km reveal a negative trend of about –17 K per decade (8). Because ion temperature is strongly coupled to thermospheric temperature, these trends are qualitatively consistent with the expected thermospheric cooling.”
    En ook:
    “The upper atmosphere is generally cooling and contracting, and related changes in chemical composition are affecting the ionosphere. The dominant driver of these trends is increasing greenhouse forcing, although there may be contributions from anthropogenic changes of the ozone layer and long-term increase of geomagnetic activity throughout the 20th century. Thus, the anthropogenic emissions of greenhouse gases influence the atmosphere at nearly all altitudes between ground and space, affecting not only life on the surface but also the spacebased technological systems on which we increasingly rely.”.

    Refs:
    https://scied.ucar.edu/shortcontent/thermosphere-overview
    https://agupubs.onlinelibrary.wiley.com/doi/abs/10.1029/GL016i012p01441
    http://www.realclimate.org/index.php/archives/2006/11/the-sky-is-falling/
    http://science.sciencemag.org/content/314/5803/1253

    Inderdaad dus, precies zoals jij schrijft is een afkoelende (en ‘krimpende’) thermosfeer wat je verwacht als de broeikasgasconcentraties stijgen en de zon minder actief is. Een afnemende dichtheid van de thermosfeer heeft invloed op de banen van de satellieten die daar rondcirkelen.

  40. Bedankt voor je uitgebreide antwoord.
    Maar wat is hier nu dan in bredere zin in godsnaam aan de hand? Of Kees de Lange heeft zich totaal niet verdiept te hebben in klimaatwetenschap, maar meent wel een belangrijke bijdrage te hebben t.b.v. de tweede kamer? Of hij weet wel hoe het zit, maar probeert bewust te boel te flessen? Ik weet niet wat triester is, maar ik ben wel nieuwsgierig naar de psychologie van zo iemand. Afijn.

    Ik had nog een meer inhoudelijke vraag; in de post staat:

    “Daar wij mensen nu verantwoordelijk zijn voor de toename van de CO2-concentratie in de atmosfeer (dat weten we VRIJWEL ZEKER op basis van de chemische vingerafdruk, de isotopenverhouding)”

    Ik heb hier ook over gelezen dat in feite de menselijke emissie van CO2 hoger is dan de gemeten stijging van CO2 in de atmosfeer. Is daarmee niet boven iedere twijfel verheven dat de CO2-stijging door de mens is veroorzaakt? Immers betekent dit dat de rest van het systeem ook een sink is?

  41. Hallo Lindzensoep,

    Je zegt terecht: “Maar als ik het goed begrijp is dit toch juist precies in de lijn van verwachting wanneer er sprake is van een verhoogd broeikaseffect …

    Ja, een afkoeling van de stratosfeer is nou juist kenmerkend voor een sterker broeikaseffect. Er blijft dan immers méér van de langgolvige, uitgaande warmtestraling (‘infrarood’) achter in de onderste troposfeer, waar het opwarmt.

    De Lange is dus hevig in de war, indien hij denkt dat dit in tegenspraak zou zijn met het versterkte broeikaseffect. Het is juist een bevestiging van dat versterkte broeikaseffect. Zie bijvoorbeeld dit blogstuk uit 2004:

    Why does the stratosphere cool when the troposphere warms?

    Zoals Jos terecht opmerkt is er echter meer aan de hand. In de stratosfeer absorbeert o.a. het ozon de binnenkomende kortgolvige UV-straling en deelt die energie met de omliggende moleculen. De zonne-activiteit daalde gedurende de afgelopen twee 11-jarige zonnecycli, waardoor er (iets) minder binnenkomende kortgolvige UV-straling in de stratosfeer beland. Dit is een additionele oorzaak waardoor de stratosfeer afkoelt. Het onderzoek dat De Lange verkeerd interpreteert, gaat vooral over de ‘thermosphere’ boven ca. 80 km hoogte die eveneens afkoelt door minder binnenkomend kortgolvig UV, net zoals de stratosfeer.

    Tegelijk met de dalende zonne-activiteit, zien we dat het aan het aardoppervlak juist full-speed doorgaat met opwarmen. Geen wonder, want die (iets) afnemende zonnesterkte heeft daar minder invloed dan de huidige toename van de broeikasgassen.

  42. Verder schrijf je: “Ik heb hier ook over gelezen dat in feite de menselijke emissie van CO2 hoger is dan de gemeten stijging van CO2 in de atmosfeer.

    Ja, de menselijke CO2-emissies zijn ongeveer 2 x zo groot als de gemeten toename van CO2 in de atmosfeer. Zie daarover dit blogstuk waar de ‘airborne fraction’ nader wordt toegelicht:

    https://klimaatverandering.wordpress.com/2014/04/16/toekomstige-co2-concentraties/

    Extra opname in de oceaan (ca. 25% van onze huidige jaarlijkse emissies) en extra biomassa op land (ook ca. 25%) zijn de ‘sinks’. Een zorgelijk punt is dat die ‘sinks’ op den duur enigermate verzadigd kunnen raken, bijvoorbeeld doordat de andere groeifactoren voor biomassa een limiterende factor gaan worden. In dat geval zal de ‘airborne fraction’ toenemen.

  43. Is de afkoeling van de Lower Stratospheric Layer(LSL) niet en misschien wel vooral te danken aan de afname van de daarin aanwezige zijnde ozonlaag. Ozon is een sterk infrarood absorberend gas. In de troposfeer is het een broeikasgas. Maar in de ozonlaag is ook massa’s infrarood van de zon te absorberen. Ook dit zal tot opwarming van de ozonlaag leiden. Als het ozon-gehalte van deze laag sterk afneemt zal dit leiden tot afkoeling van de LSL. Als de ozonlaag zich herstelt zal dit weer leiden tot een omkering van het proces en wordt de LSL weer warmer. Het zijn vrij simpele processen.

  44. Beste Raymond Horstman,

    … de afname van de daarin aanwezige zijnde ozonlaag.

    De ozonlaag absorbeert vooral kortgolvig UV-B en UV-C uit het zonlicht dat het klimaatsysteem binnenkomt. Zo beschermt ozon in de stratosfeer ons, en andere organismen, tegen de schadelijke effecten van het UV:

    Een afname van ozon in de stratosfeer draagt bij aan afkoeling in de stratosfeer. Zie verder: The Ozone Hole.

    In de troposfeer is er juist EXTRA ozon als gevolg van menselijke activiteiten. Het heeft in de troposfeer schadelijke effecten op de plantengroei en ook op de menselijke gezondheid. In de troposfeer absorbeert ozon echter ook uitgaande langgolvige warmtestraling (‘infrarood’) en de toename daar draagt zo bij aan het versterkte broeikaseffect. Zie het derde balkje in IPCC AR5 Figuur 8.20:


    Het zijn vrij simpele processen.

    Nou, het is ook weer niet zó simpel. Om het uiteindelijke effect van minder ozon in de stratosfeer + méér ozon in de troposfeer te kunnen berekenen, dien je de volledige Radiative Transfer Equations op te lossen. Dat is met inbegrip van het effect van veranderingen in de andere broeikasgassen.

    De publicatie die de Lange verkeerd begrijpt, gaat héél specifiek over de THERMOSPHERE, een laag boven de stratosfeer. De onderzoekers laten zien dat de temperaturen in de thermosphere variëren in de maat met de zonne-activiteit, dat wil zeggen met de hoeveelheid ver-UV (golflengte < 200 nm) die de thermosphere binnenkomt:

  45. @Raymon Horstman

    “Als de ozonlaag zich herstelt zal dit weer leiden tot een omkering van het proces en wordt de LSL weer warmer.

    Dat is inmiddels al waargenomen, zie link naar Philipona et al. 2018. Ik heb het stuk nog niet gelezen, maar de abstract is duidelijk genoeg: De lagere stratosfeer is decennialang kouder geworden, maar sinds ca. de eeuwwisseling is de lagere stratosfeer aan het opwarmen als gevolg van de verminderde ozonafbraak.
    https://agupubs.onlinelibrary.wiley.com/doi/abs/10.1029/2018JD028901

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s