Saaie feiten en wilde fabels over het IPCC

Foto van de eerste sessie van het IPCC op 9 november 1988

Wie weigert breed geaccepteerde wetenschap te accepteren ontkomt niet aan een beetje complotdenken. Zonder complottheorie is het immers niet te verklaren waarom een grote meerderheid van de deskundigen vast zou houden aan wetenschappelijke opvattingen die vooral door buitenstaanders worden bestreden. Hoewel degenen die zich verzetten tegen wetenschap het vaak ontkennen, is het onmiskenbaar voor wie hun verhalen leest of hoort: er zit altijd een flinke dosis complotdenken in verweven. De hoofdrolspeler in complottheorieën over klimaatwetenschap is steevast het klimaatpanel van de Verenigde Naties, het IPCC. De volgende punten maken duidelijk waarom die complottheorieën zo onzinnig zijn:

  • Het IPCC voert geen klimaatonderzoek uit.
  • Het IPCC heeft geen enkele klimaatonderzoeker in dienst.
  • Het IPCC bouwt geen klimaatmodellen.
  • Het IPCC betaalt geen klimaatonderzoek.
  • Het IPCC bepaalt geen beleid.
  • Het IPCC kan de conclusies van klimaatonderzoek op geen enkele manier beïnvloeden.

Het IPCC heeft als taak om de actuele stand van zaken in het klimaatonderzoek samen te vatten. Dat klimaatonderzoek wordt uitgevoerd door wetenschappers die werken aan honderden wetenschappelijke instituten over de hele wereld. Elk instituut werkt op zijn eigen manier. Sommige zijn publiek, sommige zijn privaat, sommige worden sterk aangestuurd door de politiek van hun land, sommige helemaal niet, kortom: het gaat zoals het in de wetenschappelijk wereld overal gaat. Niets of niemand kan al die instituten en de wetenschappers die er werken allemaal dezelfde kant op sturen. Behalve dan de wetenschap zelf: de theoretische kennis over de werking van het klimaat en de waarnemingen die daarmee in overeenstemming zijn. Als een grote meerderheid van de wetenschappers het ergens over eens is – en er mogelijk zelfs gesproken wordt van consensus – dat komt dat omdat ze het wetenschappelijk bewijs overtuigend vinden.

Er is dus geen enkele reden om verhalen over een klimaatcomplot, al dan niet geregisseerd door het IPCC, serieus te nemen. Het is natuurlijk ook een absurde gedachte dat duizenden wetenschappers samen zouden spannen om de wereld een enorm probleem aan te praten. Waarom zouden ze? Er zijn meer dan genoeg andere redenen om onderzoek te doen naar het klimaat. Er zijn genoeg economische sectoren (landbouw en voedingsmiddelenindustrie, toerisme, om er maar enkele te noemen) die kunnen profiteren van een betere voorspelbaarheid van klimaatvariaties. En ook overheden zouden er gebruik van kunnen maken, bijvoorbeeld om beter te kunnen anticiperen op risico’s van extreem weer, of natuurbranden, of overstromingen. Alle reden dus om klimaatonderzoek te doen, ook als er geen menselijke invloed zou zijn. Voor veel wetenschappers is trouwens nieuwsgierigheid de belangrijkste drijfveer: ze willen meer begrijpen van de werking van het klimaatsysteem, gewoon omdat het zo’n interessant onderwerp is. En wie zit er nou eigenlijk op een groot klimaatprobleem te wachten? Er zijn genoeg andere wereldproblemen om aan te pakken. De suggestie die je nog wel eens hoort dat regeringen een klimaatprobleem zouden “bestellen” bij de wetenschap slaat helemaal nergens op. Politici hebben meer dan genoeg andere onderwerpen op de agenda staan. En klimaatbeleid een hoge prioriteit geven is al decennialang niet bepaald een makkelijke route naar electoraal succes.

De realiteit van het IPCC is een stuk saaier dan de complotfabels. Maar toch nog best interessant, voor wie wil snappen hoe de wereld echt in elkaar zit, tenminste. Wat cijfers. De inkomsten en uitgaven van het IPCC lagen in 2017 rond de 5 miljoen Zwitserse Frank. Dat is ongeveer 4,4 miljoen Euro. Dat geld wordt vooral besteed aan vergaderingen. En het secretariaat, waar 13 mensen werken, wordt ervan betaald. De voorzitter en vice-voorzitters vallen hier buiten. Die worden betaald door de twee initiatiefnemers van het IPCC, de Wereld Meteorologische Organisatie (WMO) en het VN-Milieuprogramma (UNEP).  [Edit 13 december 2018. Dit bleek te berusten op onjuiste informatie. De voorzitter en vice-voorzitters ontvangen, net als alle auteurs, geen vergoeding voor hun werk voor het IPCC.] Het inhoudelijke werk, het schrijven van rapporten, wordt gedaan door duizenden wetenschappers die daarvoor niet worden betaald door het IPCC. De organisatie van dat schrijfwerk wordt gedaan door het IPCC Bureau, dat 34 leden telt die zijn gekozen door de deelnemende landen.

Het IPCC werd in 1988 opgericht door WMO en UNEP, nadat de Algemene Vergadering van de VN deze organisaties in 1987 had gevraagd om een actieve rol te spelen op het onderwerp klimaatverandering. In 1988 werd de oprichting door de Algemene Vergadering bekrachtigd. De opdracht aan het IPCC luidde:

To initiate action leading, as soon as possible, to a comprehensive review and recommendations with respect to:
(a) The state of knowledge of the science of climate and climatic change;
(b) Programmes and studies on the social and economic impact of climate change, including global warming;
(c) Possible response strategies to delay, limit or mitigate the impact of adverse climate change;
(d) The identification and possible strengthening of relevant existing international legal instruments having a bearing on climate;
(e) Elements for inclusion in a possible future international convention on climate.

Het IPCC kreeg dus opdracht om te rapporteren over klimaatverandering en niet, zoals nog wel eens wordt beweerd, om zich te beperken tot alleen maar de menselijke invloed op het klimaat. Het zou in de praktijk trouwens weinig uitmaken. Menselijke en natuurlijke invloeden op en verandering van het klimaat zijn immers alleen te verklaren vanuit dezelfde (natuur)wetenschappelijke kennis van hetzelfde klimaatsysteem. Begrip van het een kan niet bestaan zonder begrip van het ander. Want het draait uiteindelijk allemaal om hetzelfde: de energiebalans bovenaan de atmosfeer van de aarde, de factoren die daarop van invloed kunnen zijn en de gevolgen van veranderingen daarin.

Toch kan het IPCC de realiteit van de menselijke invloed op het klimaat niet negeren. Want de opdracht beperkt zich niet tot rapporteren over oorzaken en mogelijke gevolgen van klimaatverandering, maar gaat ook over mogelijke strategieën om klimaatverandering te vertragen of te beperken en over relevante juridische instrumenten en elementen die van belang kunnen zijn voor internationale afspraken. Dat zijn zaken die direct gekoppeld zijn aan menselijke invloed. Het is dus begrijpelijk dat de menselijke invloed wel expliciet wordt genoemd in de “Principles Governing IPCC Work

The role of the IPCC is to assess on a comprehensive, objective, open and transparent basis the scientific, technical and socio-economic information relevant to understanding the scientific basis of risk of human-induced climate change, its potential impacts and options for adaptation and mitigation.
IPCC reports should be neutral with respect to policy, although they may need to deal objectively with scientific, technical and socio-economic factors relevant to the application of particular policies.

De samenvatting voor beleidsmakers (Summary for Policy Makers, of SPM) is waarschijnlijk het meest gelezen en meest bekritiseerde deel van een IPCC-rapport. En waarschijnlijk ook het deel dat de auteurs de meeste hoofdbrekens bezorgt. Niet alleen omdat het niet eenvoudig is om de enorme hoeveelheid wetenschappelijke kennis beknopt en toegankelijk samen te vatten. Maar ook omdat de tekst van dit deel een rapport goedgekeurd moet worden door alle aangesloten landen. De wetenschappers moeten hierover dus in discussie met overheidsdelegaties. Inmenging van overheden zou hier dus op de loer kunnen liggen. (Over het onlangs verschenen rapport SR15 ging het verhaal dat sommige landen de conclusies in de SMP probeerden af te zwakken. Het Earth Negotians Bulletin van het International Institute for Sustainable Development geeft een uitgebreid verslag van de besprekingen.) Eventuele beïnvloeding zal vooral over de toon gaan, want de inhoud van de SPM moet wel in overeenstemming blijven met de onderliggende rapporten. Aan de wetenschappelijke onderbouwing valt dus niet te tornen.

Fragment uit de toespraak van voorzitter Frank Ikard voor de jaarvergadering van het American Petroleum Institute in 1965. Bron: Benjamin Franta, Nature Climate Change

De oprichting van het IPCC kwam natuurlijk niet uit de lucht vallen. Het broeikaseffect was al lang onomstreden wetenschap en al in 1896 had Arrhenius laten zien dat menselijke broeikasgasemissies het klimaat zouden kunnen beïnvloeden. In de eerste helft van de 20e eeuw werd de analyse van Arrhenius door andere wetenschappers bevestigd en waarschuwden sommigen, zoals Guy Callendar, al voor de risico’s van door mensen veroorzaakte klimaatverandering. Maar er waren ook tegengeluiden en, misschien dat wel vooral, onverschilligheid. Een belangrijk puzzelstuk werd geleverd door Charles David Keeling, die in 1958 de CO2-concentratie op Mauna Lao, Hawaï begon te meten. De Keeling curve liet al snel een stijging van die concentratie zien, wat duidelijk maakte dat de natuur niet alle menselijke emissies opnam. Van de bezwaren die waren aangedragen tegen het idee van Arrhenius bleef, ook door de voortschrijdende kennis van de atmosferische fysica, steeds minder overeind. Volgens een recent artikel in Nature Climate Change waarschuwde voorzitter Frank Ikard van het American Petroleum Institute de industrie al in 1965 voor het klimaateffect van het gebruik van fossiele brandstoffen. In 1979 concludeerde een commissie onder leiding van Jule Charney in een advies aan de Amerikaanse regering dat er een significante opwarming van het klimaat te verwachten viel als gevolg van menselijke broeikasgasemissie. Ze zagen geen enkele aanwijzing waarom die opwarming, die volgt uit relatief elementaire fysica, niet op zou treden.

Het IPCC hoefde in 1988 dus bepaald niet te beginnen vanuit een kennisvacuüm. En het was ook zeker niet zo dat de Algemene Vergadering niets omhanden had en daarom besloot maar eens wat aandacht aan het klimaat te geven. Het is eerder zo dat de verzamelde wereldpolitici deden wat politici meestal doen als een vervelende kwestie onontkoombaar dreigt te worden: deskundigen vragen om een adviesrapport. Een advies dat dieper op de materie in zou moeten gaan dan het Charney-rapport, of het minder bekende vervolg dat in 1982 werd geschreven door een panel onder leiding van Joseph Smagorinsky, opgesteld door wetenschappers van over de hele wereld. Met als devies: “policy relevant, not policy prescriptive”. Voor dat advies hoeft het IPCC de klimaatwetenschap niet opnieuw uit te vinden: men baseert zich juist op de actuele stand van de wetenschap.

Het eerste IPCC-rapport verscheen in 1990. Er was door honderden wetenschappers aan meegewerkt. Zoals dat sindsdien altijd het geval is geweest. Het samenstellen van zo’n groot team van auteurs is geen eenvoudige klus. Het IPCC vraagt aan alle aangesloten landen en aan zogenaamde waarnemende organisaties (een lange lijst van intergouvernementele en non-gouvernementele organisaties, van Greenpeace tot OPEC en de Internationale Kamer van Koophandel tot het Wereldnatuurfonds) om auteurs voor te dragen. Uit die voordrachten worden door het IPCC Bureau zo divers mogelijke teams samengesteld, met auteurs uit alle werelddelen, uit arme en rijke landen, mannen en vrouwen. Wie buiten de selectie valt krijgt het verzoek om in een later stadium mee te werken als expert reviewer.

Maar om expert reviewer te worden hoeft iemand niet voorgedragen te worden door een regering of andere organisatie. Iedereen die dat wil kan zich daarvoor aanmelden. Al die expert reviewers krijgen de kans om commentaar te leveren op de eerste versie van een rapport. En de auteurs kunnen dat commentaar niet zomaar terzijde schuiven. Elke opmerking wordt beantwoord en dat wordt allemaal gepubliceerd.

Niets is volmaakt en er is altijd wel ergens nog wat verbetering mogelijk, maar het is best lastig om te bedenken hoe het nog zorgvuldiger en transparanter zou kunnen. Een nadeel van die transparantie is wel dat er zoveel informatie op de website van het IPCC staat dat het soms lastig is om iets te vinden. En ondanks alle zorgvuldigheid sluipt er toch wel eens een foutje in een rapport. Daarom heeft het IPCC een procedure waarmee iedereen zo’n foutje kan melden. Blijkt er iets niet te kloppen, dan wordt dit gemeld als erratum.

De vondst van enkele foutjes in het vierde assessment report (in regionale hoofdstukken van het deel van Werkgroep II, over “Impacts, Adaptation and Vulnerability”) was in 2010 aanleiding voor de VN en het IPCC om aan de Interacademy Council te vragen de werkwijze kritisch onder de loep te nemen. Dit gebeurde tegen de achtergrond van de hetze die in 2009 tegen enkele klimaatwetenschappers was gestart op basis van gestolen e-mails van de Climatic Research Unit van de universiteit van East-Anglia. Naar aanleiding van het IAC-rapport werden de organisatie en de werkwijze op een aantal punten nog verder aangescherpt.

Zorgvuldigheid en transparantie gaan onvermijdelijk samen met massa’s regels en procedures. Die maken een organisatie log en bureaucratisch. Misschien zelfs wel saai. Het zal bij veel mensen minder tot de verbeelding spreken dan verzinsels over een groot klimaatcomplot. Voor wie van spannende verhalen houdt is het misschien wel jammer dat dat ook echt verzinsels zijn. Maar voor wie het belangrijk vindt dat de wereldpolitiek goed geïnformeerd wordt over de risico’s die we nemen met het klimaat is de saaie realiteit goed nieuws.

 

Advertenties

12 Reacties op “Saaie feiten en wilde fabels over het IPCC

  1. Hans,
    Frank Ikard (je verwijst daarnaar in je stuk met een citaat) zei het vijftig jaar geleden al: energietransitie is nodig om de globale energiebalans min of meer in check te houden. En die man zei het destijds als chef van het American Petrolium Institute.

    Informatief overzicht van de ins & outs van de IPCC rapportages. Dank daarvoor.

  2. Een verhelderend en tegelijkertijd onthutsend beeld over de zgn. 97% consensus is in 2016 geschreven door het NIPCC (NIET te verwarren met het IPCC) in een boek met de titel: “Why scientists disagree about global warming”. De 97% mantra van het IPCC en zijn schaamteloze propaganda wordt haarfijn aan de kaak gesteld. Een echte aanrader voor iedereen die oprecht geïnteresseerd is in de feiten. Het boek is integraal als pdf te downloaden van internet. Mogelijk is dit boek voor de deelnemers en lezers van deze blog al gesneden koek. Anders een echte aanrader.

  3. Beste Willem,

    Inderdaad kennen we het NIPCC. Met wetenschap hebben hun ‘rapporten’ niets te maken. Hans Custers concludeerde in 2013 al het volgende:
    De hoofdmoot van het rapport bestaat uit overbekende, al lang en breed weerlegde, drogredenen, verdraaiingen, halve waarheden en hele onwaarheden.
    https://klimaatverandering.wordpress.com/2013/10/03/het-nipcc-versus-de-wetenschap-zoek-de-verschillen/

    In tegenstelling tot wat het jij uit een NIPCC stuk haalt is er een brede overeenstemming in de wetenschap over de menselijke invloed op het klimaat:
    https://klimaatverandering.wordpress.com/2016/04/13/consensus-over-consensus-brede-overeenstemming-in-de-wetenschap-over-de-menselijke-invloed-op-het-klimaat/

    Zie ook het recente US Fourth National Climate Assessment report:
    Greenhouse gas emissions from human activities are the only factors that can account for the observed warming over the last century; there are no credible alternative human or natural explanations supported by the observational evidence.
    https://nca2018.globalchange.gov/chapter/2/

  4. Hans Custers

    Dit stuk gaat over de geschiedenis, organisatie en werkwijze van het IPCC. Het getal 97% komt er niet in voor en is, anders dan Willem beweert, ook helemaal niet afkomstig van het IPCC.

    Vriendelijk verzoek om de discussie hier on-topic te houden. Off-topic onderwerpen kunnen in de Open Discussie.

  5. Beste Willem,

    Het zogenaamde ‘NIPCC’ was een aanfluiting. Het werd betaald door gelden uit de industrie waaronder ExxonMobil. Dit waren fondsen die via het ‘Heartland Institute’ werden doorgesluisd naar de broertjes Craig en Keith Idso, Bob Carter en S. Fred Singer, allemaal klimaatontkenners uit de welbekende ‘think tanks’:

    https://www.desmogblog.com/2014/04/08/heartland-institute-nipcc-craig-idso-climate-change-good-you

    Het was een voor veel geld gekochte poging van ‘klimaatsceptici’ om alles te ontkennen wat het klimaatonderzoek de laatste 150 jaar aan kennis heeft opgeleverd. Hier worden die ‘NIPCC’ rapporten gekraakt:

    https://klimaatverandering.wordpress.com/2013/10/03/het-nipcc-versus-de-wetenschap-zoek-de-verschillen/
    https://www.epa.gov/sites/production/files/2017-07/documents/rtc_vol_2.pdf

    Terug naar de wetenschap, naar het IPCC.

  6. Willem,

    Graag niet meer een bijna identiek commentaar op meerdere blogposts plaatsen – dat versnippert de discussie.

    Ik heb de executive summary van het NIPCC rapport dat je aanhaalt aan studenten laten lezen, naast het review artikel van verschillende consensus studies en de NASA webpage over consensus.

    Zoals Marco terecht aangeeft is dit een goede oefening in bullshit detection.

  7. Prima stuk! En laten we nu vaart maken:

    https://www.unenvironment.org/interactive/emissions-gap-report

    en geen tijd meer verdoen met mensen die niet willen leren, die de kop in het zand steken, of enfant terrible spelen.

    Een site als deze zou actief onder de aandacht moeten worden gebracht van media en politici. Er is zo weinig betrouwbaars over het klimaat te lezen op Nederlands taalgebied (en zo veel in het Engels).

    Hier staan ruim 3000 engelstalige wetenschappelijke publicaties die direct te downloaden zijn: http://wewarmenop.nl

    Dus vertalen wie vertalen kan!

  8. goed stuk over het IPCC maar 1 passage klopt niet: Je schrijft:
    ‘De voorzitter en vice-voorzitters vallen hier buiten. Die worden betaald door de twee initiatiefnemers van het IPCC, de Wereld Meteorologche Organisatie (WMO) en het VN-Milieuprogramma (UNEP)’.
    IPCC Voorzitters en vice-voorzitters worden niet betaald door de genoemde VN organisaties. die hebben gewoon een baan bij een wetenschappelijk instituut en worden voor dit werk dan vrijgesteld. Het budget dat je noemt is alleen voor het centrale IPCC secretariaat in Geneve , voor reiskosten van auteurs uit ontwikkelingslanden, en soms ook voor bijdragen voor auteursmeetings. Het management van de IPCC werkgroepen die de rapporten schrijven wordt uitgevoerd door secretariaten (‘Technical Support Units’, TSUs) die in de regel zijn gehuisvest in landen waar ook de Werkgroep Co-chairs zijn gehuisvest . De uitvoeringskosten van de TSUs worden in de regel betaald door hun respectievelijke overheden. IPCC auteurs worden niet betaald, die leveren hun bijdragen vrijwillig, soms – met toestemming – in de tijd van de baas.
    En verder: WMO huisvest het centrale IPCC secretariaat en krijgt daar voor geld uit de jaarlijkse contributies van de IPCC leden (zijnde de VN lidstaten). De begroting daarvoor wordt jaarlijks besloten door de plenaire bijeenkomsten van de 195 landen die tezamen het IPCC bestuur vormen. Dus ook Nederland besluit hierover mee via de Nederlandse IPCC delegatie.
    Leo Meyer

  9. Dankje voor de correctie en aanvulling, Leo!

  10. Hans Custers

    Leo,

    Dank je voor de aanvulling. Ik weet zo snel niet meer waar de informatie die ik gebruikte staat.

    Toch even, voor de zekerheid: het gaat niet over voorzitters en vice-voorzitters van werkgroepen, maar over die van de hele IPCC-organisatie. Ik dacht niet dat (bijvoorbeeld) de IPCC-voorzitter eigenlijk nog in dienst is van een andere werkgever. Heb ik dat mis?

  11. Ja heb je mis,,,. De IPCC voorzitter van de gehele organisatie staat nooit op de payroll van de VN. De huidige IPCC voorzitter Hoesung Lee is hoogleraar aan een universiteit en heeft daarnaast nog diverse andere functies in Korea,De vorige voorzitter Pachauri was director-general van TERI in India. Ook de eerdere voorzitters (Bob Watson, Bert Bolin) waren in dienst van kennisinstituten in hun land. De huidige IPCC vice -voorzitters zijn Ko Barret (zij werkt bij NOAA), Youba Sokona (werkt bij het South Centre in Geneve) , en Thelma Krug (werkt bij het Instituto Nacional de Pesquisas Espaciais ,ruimte-onderzoek) in St Paulo.
    Nb die Working Group Co-chairs en Working group Vice chairs die uit ontwikkelingslanden komen kunnen hun reiskosten vergoed krijgen uit het Trust Fund dat het IPCC secretariaat onder WMO regels beheert.
    NB: allerlei landen dragen financieel en organisatorisch ook bij aan het IPCC door gastheer te zijn voor auteursmeetings en expert meetings/workshops. IPCC draait uitsluitend op geld van overheden.
    Nb Alle info is overigens te vinden op de website van het IPCC, http://www.ipcc.ch.

  12. Hans Custers

    Dank je, Leo. Ik heb een correctie in de tekst van het stuk gezet.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s