Een Kleine IJstijd op de bodem van de Stille Oceaan

HMS Challenger, het schip waarmee in de periode 1872 – 1876 metingen werden gedaan van de temperatuur in de diepe Stille Oceaan. Bron: The Royal Albert Memorial Museum, HMS Challenger Project

Mijn eerste reactie na lezing van de samenvatting van een artikel van Geoffrey Gebbie en Peter Huybers in Science: “Nogal wiedes”. Maar na lezing van het hele artikel bleek het toch wat moeite te kosten om alle details te doorgronden. Ik begin met het voor de hand liggende deel.

Schematische weergave van de thermohaliene circulatie. Bron: Stefan Rahmstorf, PIK Potsdam

De oceaancirculatie op mondiale schaal, de thermohaliene circulatie, wordt onder meer aangedreven door koud water dat in de poolgebieden door zijn hoge soortelijke gewicht naar de zeebodem zinkt. De noordelijke Atlantische Oceaan, bij Groenland, is een plek waar veel water naar de diepte zinkt. Een belangrijke tak van de thermohaliene circulatie stroomt daar vandaan over de bodem naar het zuiden en vervolgens naar de Stille Oceaan. Op verschillende plekken in de Stille Oceaan komt het water, een tot twee millennia later, weer naar boven.

Eenmaal in de diepte dringt er geen zonlicht meer tot dat water door. Er is ook weinig warmteoverdracht vanuit hogere lagen door menging of andere processen. De temperatuur van het water in de diepe oceaan wordt daarom in belangrijke mate bepaald door de temperatuur die het had toen het naar beneden zakte. Klimaatschommelingen aan het oppervlak vinden ook plaats in de diepe oceaan, maar wel met een vertraging die tot vele eeuwen op kan lopen. De diepte van het noordelijke deel van de Stille Oceaan loopt het meest achter, omdat veel van het water daar de lange reis vanuit de noordelijke Atlantische Oceaan heeft gemaakt.

Op het diepe deel van de oceanische transportband ligt dus een archief van het klimaat van de afgelopen 1000 tot 2000 jaar. Niet noodzakelijk van het wereldklimaat, want de temperatuur van het diepe water wordt vooral bepaald door wat er in de poolgebieden aan de hand is. Toch is een zeker verband met klimaatschommelingen op wereldschaal wel aannemelijk. Het lastige is dat dat archief bepaald niet makkelijk toegankelijk is. Zelfs in de 21e eeuw: de ARGO-sondes die tegenwoordig de temperatuur van de oceaan in de gaten houden komen niet dieper dan 2 kilometer. Metingen beneden die diepte zijn schaars. Maar ze zijn er wel.

Er zijn zelfs metingen van de temperatuur van de diepe oceaan uit de 19e eeuw. Ze zijn afkomstig van een onderzoeksexpeditie van het schip HMS Challenger die plaatsvond in de periode 1872 – 1876. Tijdens deze expeditie lieten onderzoekers regelmatig een maximum-minimumthermometer aan een lang touw zakken om de temperatuur in de diepte te meten. Ze deden duizenden metingen van de temperatuur beneden de gemengde laag aan het oceaanoppervlak, waarvan 760 beneden de 2000 meter. Gebbie en Huybers hebben deze metingen vergeleken met gegevens van het World Ocean Circulation Experiment (WOCE) uit de jaren ‘90 van de vorige eeuw.

Wetenschappers en scheepsbemanning aan boord van de Challenger, Bron: Letters from Gondwana

Metingen uit de 19e en uit de 20e eeuw zijn niet zomaar naast elkaar te leggen. Ten eerste omdat de metingen niet altijd op precies dezelfde plek en diepte werden uitgevoerd. De data uit de 20e eeuw werden daarom geïnterpoleerd naar de locaties van de metingen van de Challenger. En er moest ook rekening gehouden worden met onzekerheden, vooral in de oude metingen. Gebbie en Huybers hebben een aantal van die metingen buiten beschouwing gelaten, als er redenen waren om te veronderstellen dat het touw niet verticaal naar de diepte zakte door een te sterke stroming, of als er te veel kans was op een onjuiste meting door een verticale temperatuurinversie. Zo bleven er 3212 observaties over.

Temperatuurverschil in de diepe oceaan (1800 tot 2600 meter) tussen de waarnemingen van de Challenger en WOCE. De gekleurde blokjes geven het verschil uit observaties, de rest van de kaart modelresultaten over dezelfde periode. Bron: Gebbie en Huybers.

Aanvullend op de vergelijking van metingen hebben Gebbie en Huybers enkele modelsimulaties uitgevoerd. Die simulaties moesten een veel langere periode bestrijken dan de metingen. Ze moesten er immers voor zorgen dat het klimaatarchief van de diepzee helemaal gevuld was in de laatste anderhalve eeuw. Op die manier konden ze de meet- en modelresultaten met elkaar vergelijken. De simulaties gingen daarom over een periode van 2000 jaar. Het temperatuurverloop zoals dat bekend is uit klimaatreconstructies werd opgelegd aan het model. In de simulaties was er dus een Middeleeuws Klimaatoptimum en een Kleine IJstijd.


Overzicht van klimaatreconstructies van de afgelopen 2000 jaar. Bron: IPCC AR5

Er zit aardig wat spreiding in de metingen. Niet verbazingwekkend, bijvoorbeeld omdat de onderzoekers aan boord van de Challenger niet konden beschikken over de kennis en technologie van tegenwoordig. Dat neemt niet weg dat de metingen net als de modelresultaten het beeld van het klimaatgeheugen van de diepe oceaan in grote lijnen bevestigen. Het lijkt erop dat er tegenwoordig nog relatief koud water, dat in de Kleine IJstijd vanaf het oceaanoppervlak naar beneden zonk, vanuit de zuidelijke Atlantische Oceaan de Stille Oceaan in stroomt.

De consequentie daarvan zou zijn dat de diepe Stille Oceaan afkoelt. En dat zou gevolgen kunnen hebben voor berekeningen van de toename van de totale warmte-inhoud (of, in klimaatterminologie OHC: ocean heat content) van de oceanen. Volgens het nieuwsbericht op de site van het Woods Hole Oceanographic Institution zou de toename van de warmte-inhoud van de oceanen over de 20e eeuw zo’n 30% lager kunnen zijn dan tot nu toe werd gedacht. Er is nog wel het nodige voorbehoud te maken bij die schatting. Want het aantal metingen van beneden de 2000 meter dat de resultaten van de modelberekeningen kan bevestigen is en blijft erg klein. En het model heeft ook zo zijn beperkingen. Mogelijke schommelingen in de snelheid van de thermohaliene circulatie, die het gevolg kunnen zijn van temperatuurwisselingen, zitten er bijvoorbeeld niet in. Er zijn aanwijzingen dat die zich in werkelijkheid wel voordoen, maar hoe sterk ze zijn en hoe groot de invloed is op het warmtetransport vanaf het oceaanoppervlak naar de diepte is onbekend.

De gemiddelde temperatuur van de diepe Stille Oceaan is niet heel veel gedaald: tussen de 0,02 en 0,08 °C in meer dan een eeuw, schatten de onderzoekers. De invloed op de totale energie-inhoud van de oceanen kan toch aanzienlijk zijn, omdat het om zo veel water gaat.

Berekend verloop van de gemiddelde temperatuur van (A) het oceaanoppervlak en over de hele diepte van (B) de Stille en (C) de Atlantische oceaan. Temperaturen in B en C zijn weergegeven in honderdsten van een °C. Bron: Gebbie en Huybers

Het kostte me wat moeite om te begrijpen hoe de fysica van de afkoeling van de diepe Stille Oceaan in elkaar zit. Achteraf realiseer ik me dat ik veel te ingewikkeld dacht. Geoffrey Gebbie zette me op het goede spoor met de antwoorden op de vragen die ik hem mailde. De ontnuchterend simpele verklaring: terwijl er in het zuiden koud water de diepe Stille Oceaan in stroomt, komt er verder noordwaarts warmer water, dat tijdens het Middeleeuws Klimaatoptimum naar beneden zonk, naar het oppervlak.

Het onderzoek lijkt me vooral wetenschappelijk interessant. Maar het kan ook wel enige betekenis hebben voor de kennis over de huidige klimaatverandering, zo mailde Geoffrey Gebbie. De verwachting is niet dat de diepe oceaan van invloed is op hoe veel het opwarmt ten gevolge van een versterkt broeikaseffect. Want dat wordt uiteindelijk bepaald door de interactie tussen de temperatuur van het oppervlak en de stralingsbalans aan de top van de atmosfeer. Maar er zou wel wat invloed kunnen zijn op hoe snel het opwarmt. Er komt nu nog relatief warm water, dat voor het laatst daglicht heeft gezien tijdens de warme middeleeuwen, naar boven in de noordelijke Stille Oceaan. Als er in de toekomst iets kouder water uit de Kleine IJstijd naar het oppervlak komt, zou dat de snelheid van de opwarming iets kunnen temperen. Maar dat effect zal beperkt zijn, gezien de beperkte temperatuurverschillen.

Een kleinere toename van de warmte-inhoud van de oceanen zou ook kunnen betekenen dat de boekhouding van de zeespiegelstijging nog eens nagekeken moet worden. Een kleinere stijging van die warmte-inhoud betekent immers ook minder thermische expansie. Maar ook hier geldt dat het effect niet groot zal zijn, omdat koud water een lage expansie-coëfficiënt heeft.

Op het eerste gezicht zouden de resultaten van dit onderzoek in tegenspraak kunnen lijken met die van andere onderzoeken. In werkelijkheid is het aanvullend daarop, in die andere onderzoeken wordt namelijk steeds gewezen op de onzekerheid over de warmte-inhoud van de diepe oceaan. Gebbie en Huybers vullen een stuk van die onzekerheid op een plausibele manier in. Maar dat neemt niet weg dat metingen van temperatuurveranderingen in de diepe oceaan schaars blijven. De onzekerheid die er was is met dit artikel zeker niet in een keer verdwenen.

Advertenties

30 Reacties op “Een Kleine IJstijd op de bodem van de Stille Oceaan

  1. Hans Custers

    Goff Smeets vroeg in het vorige draadje naar visualisaties. Bij de extra informatie van die onderzoek zat een animatie van het gemodelleerde temperatuurverloop in de diepe oceaan over de afgelopen 2000 jaar. Ik heb die animatie (nog?) niet kunnen vinden op Youtube, maar wel in een tweet van een Spaanse radiojournalist (denk ik).

  2. @ Hans Custers,

    Een belangrijk en interessant onderwerp, de opname van stralingswarmte door de oceanen en het transport van het water met deze energie door de zeestromingen.

    Ook de snelheid van de zeestromingen, oppervlakkig en diep, horizontaal en verticaal is dan van groot belang voor de opname en verdeling van de energie in de oceanen, lijkt me. Hierbij wil ik opmerken dat de snelheid van de oppervlakkige zeestromen toch vaak zo groot is dat hij vroeger voor de zeilscheepvaart van groot belang was. Wat betreft de Golfstroom is dit zo’n 2,5 m/sec helemaal aan de oppervlakte, volgens https://en.wikipedia.org/wiki/Gulf_Stream De bodem stromingen zijn aan de oppervlakte stromingen gekoppeld, maar niet de snelheid doch het debiet is dan gekoppeld ( de hoeveelheid water per seconde). In het begin van je artikel staat dat het water dat bij Groenland bezinkt na 1 a 2 millennia weer boven komt en verderop dat nu het water naar boven komt dat in het Middeleeuws klimaat optimum bezonken is, dus na ca 900 jaar. In de diepzee zou dus wellicht een grote spreiding in de snelheid moeten zitten. Die zit in ieder geval ook in de snelheid van de ‘oppervlakte’ stromingen, die ook wel tot meer dan 1000 m diep doorgaan, maar dan bij veel lagere snelheid. Al die snelheidsverschillen en vermenging onderweg zou er, lijkt mij, op wijzen dat je moeilijk meer kan vaststellen: dat water is nu afkomstig van de kleine ijstijd en dat van het middeleeuws klimaat maximum.

    Van belang voor het bezinken van koud water op grote breedte en de continuïteit van de zeestromingen is dat zeewater niet de grootste dichtheid heeft bij 4 graad C, zoals zoet water, maar bij het vriespunt.

  3. Dit lijkt mij een cruciaal onderzoek, want dit onderzoek van januari 2019 betreft eigenlijk baanbrekend onderzoek waarbij de enige metingen uit het verleden die we hebben over de temperaturen in de diepzee (gemaakt tijdens de Challenger expeditie) wordt gekoppeld aan zowel de WOCE metingen als de reconstructies op basis van ijskernen.

    Belangrijk hierbij is om vast te stellen dat sinds de middeleeuwen het oceanen systeem een groot deel van haar warmte-inhoud heeft verloren (in totaal ruim 600 ZJ tussen het jaar 900 en 1850), echter sinds het dieptepunt rond 1850 is de warmte-inhoud in 165 jaar met minder 150 ZJ toegenomen. Deze getallen kunnen worden afgeleid uit figuur 4b in de publicatie van Gebbie & Huybers in Science, zie: https://science.sciencemag.org/content/363/6422/70 .

    (Ik heb de getallen in ZJ zelf berekend op basis van de verdeling die voor de 3 zee lagen hier als volgt wordt beschreven: 0-700 m = 20%, 700-2000 m = 28%, 2000-bodem = 52% – bron: https://wattsupwiththat.com/2013/07/04/rough-estimate-of-the-annual-changes-in-ocean-temperatures-from-700-to-2000-meters-based-on-nodc-data/ ; overigens, deze percentages worden bevestigd in wetenschappelijke publicaties. Voor de volledigheid heb ik hier een plaatje beschikbaar waaruit de getallen in ZJ kunnen worden afgelezen: http://klimaat.handresearch.com/klimaat/pics/warmte-inhoud-oceaan-systeem-ontwikkeling-afgelopen-2000-jaar-plus-grote-oceaan.jpg )

    Ik wil ook nog even de beeldvorming wat verdiepen rondom hoe de oceaanstroom ontstaat:

    Volgens de NASA blijkt de formatie van de onderste zeelaag eigenlijk nog ingewikkelder dan Hans Custers beschrijft. NASA medewerkers beschrijven dat de diep water formatie vanuit vooral de Weddell zee bij de zuidpool verantwoordelijk is voor het ontstaan van de diepste zee laag wereldwijd. In de Atlantische Oceaan zorgt deze zelfs voor een laag die uiteindelijk zelfs onder de laag beland t.g.v. de diepzee formatie bij de noordpool.

    De oceaanbodem verklaard waarom de noordpool een veel minder grote rol speelt bij diepzee formatie (ondanks dat daar wel de grootste onderwater waterval ter wereld word aangetroffen). Want bij de zuidpool kan al het zware zoute water dat bij ijsvorming ontstaat (dus vooral in het winterseizoen van de zuidpool) vrij alle richtingen de diverse oceanen binnen stromen. Echter, bij de noordpool is dit niet mogelijk omdat de ijs formatie op de noordpool voornamelijk gebeurd in een gebied dat wordt omringt door een veel minder diep geleden oceaan plateau, tussen enerzijds zowel de VS en Rusland als tussen Europa en Noord-Amerika. Immers, tijdens de kleine ijstijd heeft de mens niet alleen op de bodem van de noordzee gelopen… ook tussen Rusland en de VS was dit mogelijk en ook tussen ijsland en Groenland. Het schijnt zelfs ook mogelijk te zijn geweest om van Scandinavië naar Groenland te wandelen!

    PS. In ‘Earth from Space’ (geproduceerd in samenwerking met NASA specialisten) kunnen vanaf 29:22 zien hoe de oceaanstroom vanuit de zuidpool in beweging wordt gezet (met vanaf 35:52 een werkelijk schitterende beschrijving van het het ontstaan van hoge concentraties zout water bij de formatie van zeeijs):

  4. Hans Custers vroeg zich ook af waar de video in de Spaanse tweet is terug te vinden, die blijkt gewoon terug te vinden in het download materiaal dat is gekoppeld aan het artikel in het blad Science, zie onderaan deze pagina:

    https://science.sciencemag.org/content/363/6422/70/tab-figures-data

    Bij de video staat vermeld:

    “2,000-year evolution of potential temperature anomaly at 2500 meters depth from OPT-0015. Black contour lines are indicated from –95 cK to 95 cK at intervals of 10 cK”

    PS. Let op: de video blijkt dus een simulatie op 2500 m diepte te betreffen, waarbij vooral opvalt dat op die diepte de oceanen afgelopen 2015 jaar op eigenlijk vrijwel alleen maar is gedaald!

    Deze video toont dus een fenomeen dat nog sterker is dan mijn conclusie dat de opwarming van het oceaan systeem afgelopen 50 jaar eigenlijk relatief weinig impact heeft gehad t.o.v. de daling van de OHC sinds het jaar 900.

  5. Beste Martijn van Mensvoort,

    Je maakt er een potje van.

    Dat de allerdiepste lagen van de oceaan afkoelden na de ‘Kleine IJstijd’ van ca. 1350 – 1750, en nu nog afkoelen, als gevolg van het oceaanwater dat toen afzonk en onderweg ging naar de oceaanbodem om daar ‘de lange lus’ via de thermohaliene circulatie af te gaan leggen… zegt NIETS over de huidige klimaatverandering. Het laat allerminst zien dat “de opwarming van het oceaan systeem afgelopen 50 jaar eigenlijk relatief weinig impact heeft gehad“, zoals jij beweert. Wij leven immers niet in die allerdiepste oceaan maar aan het oppervlak.

    Zoals in de Science publicatie staat is dit koudere water in de allerdiepste lagen een ‘archief’ dat alléén iets zegt specifiek over de ‘Kleine IJstijd’:

    Theoretically, owing to how the ocean circulates, this cooling should be recorded in Pacific deep-ocean temperatures, where water that was on the surface then is found today. Gebbie and Huybers used an ocean circulation model and observations from both the end of the 19th century and the end of the 20th century to detect and quantify this trend.

    Met de door de mens veroorzaakte opwarming sinds 1850 of 1900 hebben deze allerdiepste oceaanlagen überhaupt weinig van doen. De recente opwarming kan de diepste oceaanlagen helemaal nog niet bereikt hebben.

    Immers, er wordt amper warmte via diffusie of geleiding uitgewisseld tussen de bovenste oceaan (0-700 meter en 0-2000 meter) en de allerdiepste oceaan. Dat gebeurt bijna uitsluitend door convectie: het massatransport van afzinkend zeewater in bepaalde gebieden in de Arctische en Antarctische oceaan en de warmte die dit met zich meevoert. Dit is een traag proces en het water uit de Kleine IJstijd arriveert nu in de diepste oceaan. ZoalsGebbie en Huybersschrijven:

    The ocean adjusts to surface temperature anomalies over time scales greater than 1000 years in the deep Pacific (5, 6), which suggests that it too hosts signals related to Common Era changes in surface climate (7).

    Of die diepste oceaanlagen iets zeggen over de verstoring van de stralingsbalans die pas recent ontstaan is – als gevolg van het versterkte broeikaseffect – is discutabel. De recente warmte kán die diepste lagen namelijk helemaal nog niet bereikt hebben. Het IPCC neemt dan ook alleen 0-700 meter en 0-2000 meter in beschouwing (ook al omdat hier aanzienlijk meer metingen van bestaan). De ‘deep ocean’ hier is 700 – 2000 meter:

  6. Beste Martijn van Mensvoort,

    Verder laat de video met de simulatie die Gebbie en Huybers gemaakt hebben m.b.v. hun model, alléén zien wat er volgens hen gebeurde op 2500 meter diepte:

    https://www.dropbox.com/s/emibcs037ot67nb/aar84131.mp4?dl=0

    Conclusie: de OHC is sinds 1970, het beginpunt van de hedendaagse metingen, sterk gestegen zoals je ziet in de IPCC grafiek in mijn voorgaande commentaar. Dat is dan echter wel de OHC van de bovenste 2000 meter. Dat is immers het deel van de oceaan dat nu al de invloed kan voelen van die toenemende warmte sinds ca. 1900 en des te meer na 1970.

    Het duurt vele eeuwen voordat het water aan de oceaanbodem de veranderingen aan het oppervlak weergeeft.

    Wat er in de allerdiepste oceaanlagen gebeurt… staat tot dusver los van de recente opwarming. Dat komt doordat dit warmere water eerst nog af moet gaan zinken en onderweg moet naar de diepste oceaanlagen, vóórdat je daar het effect van de recente opwarming eveneens gaat zien.

    In Figuur 1-B/C van het artikel in Science van Gebbie & Huybers zie je datzelfde. Daar zie je dat pas sinds 1900/1950 (op de horizontale as) tot ongeveer 1500 meter diepte het effect van de recente opwarming in de Pacific/Atlantic te zien is:

  7. Hans Custers

    Martijn van Mensvoort,

    Je had je de moeite van de berekening kunnen besparen, want Gebbie en Huybers constateren zelf al:

    Finally, we note that OPT-0015 indicates that ocean heat content was larger during the Medieval Warm Period than at present, not because surface temperature was greater, but because the deep ocean had a longer time to adjust to surface anomalies.

    Maar deze resultaten zijn op geen enkele manier in tegenspraak met de bestaande inzichten van de mainstream klimaatwetenschap. Ze zijn een aanvulling en in de verste verte geen weerlegging.

    Het klopt dat ik niet alle details van de vorming van diep zeewater heb beschreven. Ik heb me beperkt tot dat deel dat relevant is voor dit onderzoek. En dat is wel degelijk het diepe water dat wordt gevormd in de noordelijke Atlantische Oceaan. Dat water zit namelijk in de “lange lus” van de thermohaliene circulatie. Het kan in de ordegrootte van 1000 jaar duren tot dat water weer naar het oppervlak komt en daarom werkt het als het klimaatarchief dat zo cruciaal is voor dit artikel. Dat er bij Antarctica misschien wel meer water naar de diepte zinkt is niet relevant, omdat dat water gemiddeld veel korter in de diepte blijft en bovendien de tijd sterkt varieert. Het werkt dus niet als klimaatarchief en heeft voor zover bekend ook minder effect op de warmte-inhoud van de oceaan op lange termijn.

    Tenslotte, dat die video uit het extra materiaal bij het artikel van Gebbie en Huybers komt is me bekend en het is ook door mij vermeld bij die tweet.

  8. Lennart van der Linde

    Beste Martijn van Mensvoort,

    Je schrijft:
    “tijdens de kleine ijstijd heeft de mens niet alleen op de bodem van de noordzee gelopen… ook tussen Rusland en de VS was dit mogelijk en ook tussen ijsland en Groenland. Het schijnt zelfs ook mogelijk te zijn geweest om van Scandinavië naar Groenland te wandelen!”

    Je bedoelt de “laatste”” ijstijd, neem ik aan, ipv “kleine”?
    De kleine ijstijd, een paar eeuwen geleden, was lang niet zo koud als de laatste ijsstijd, honderden eeuwen geleden. En ook tijdens die laatste ijstijd kon men niet over de zeebodem van IJsland/Scandinavie naar Groenland lopen, voor zover ik weet. Waarschijnlijk wel over het zeeijs.

  9. Hi Lennart,

    Ja, Van Mensvoort husselt daar de ‘Kleine IJstijd’ en een echte ijstijd door elkaar.

    Tijdens de laatste echte ijstijd (Last Glacial Period of ‘Wisconsinan’ en in Europa het Weichselium geheten), stond de Noordzee deels droog tot ca. 12.000 jaar geleden. Geen wonder, want tijdens het dieptepunt van die ‘echte’ ijstijd stond de zeespiegel mondiaal gezien tot wel zo’n 120 meter lager.

    De Doggerbank is nog vrij lang toegankelijk geweest tot ongeveer 8.000 jaar geleden:

    (even dubbelklikken)

    Het moet een drassig landschap geweest zijn met vele kreken en waterlopen. Er zijn menselijke overblijfselen gevonden in de Noordzee-bodem, van mensen die er toen waarschijnlijk o.a. op konijnen gejaagd hebben. Dit heeft overigens niets van doen met de ‘Kleine IJstijd’ of met Gebbie & Huybers uit het blogstuk.

  10. (Inderdaad Lennart, ik doelde op de laatste ijstijd t.a.v. die wandeling)

    Verdikkie… moesten we in die tijd inderdaad toch nog een flink eind omlopen naar Groenland.

    PS. Ik wilde m.b.t. die wandeling vooral het punt maken dat het zoute zware water in de diepzee van de noordpool niet kan doorstromen naar de overige continenten – wat verklaard waarom de zee bij de noordpool geen onderdeel vormt van de thermohaliene circulatie.

    Onderstaande kaart geeft mooi een beeld van de hoogteverschillen ‘rond’ de noordpool – weliswaar de minst diepe van alle oceanen ofschoon het diepste punt wel dieper is dan het gemiddelde van iedere oceaan afzonderlijk.

  11. (Althans, volgens de kaart van Bob Brand zouden we tijdens de laatste ijstijd in theorie met een paar spikes onder onze voeten vanuit de Noordzee naar Groenland hebben kunnen lopen… immers IJsland vormde volgens die kaart onderdeel van een gletsjer die vast vanuit het volgende station – Groenland – is ontstaan. Zou wel bevroren voeten hebben opgeleverd, dus erg waarschijnlijk is zo’n wandeltocht niet geweest)

    Ik heb verder nog wel een paar aanvullende opmerkingen m.b.t. de studie van Gebbie en Huybers:

    1) De studie van Gebbie & Huybers toont een afvlakking van de warmte inhoud bij de bovenste zee laag (0-700 m), welke keurig in overeenstemming met een belangrijk punt dat het KNMI in 2011 maakte m.b.t. een lange periode afkoeling aan het begin van deze eeuw over een periode van wel 8 jaar – zie het KNMI artikel ‘Op zoek naar de “verdwenen warmte” in de bovenlaag van de oceaan’:

    https://www.knmi.nl/kennis-en-datacentrum/achtergrond/op-zoek-naar-de-verdwenen-warmte-in-de-bovenlaag-van-de-oceaan

    Overigens, via de volgende link kunnen we de grafieken van het Amerikaanse oceaan instituut NOAA en het Japanse MRI/JMA zien in combinatie met het Australische CSIRO – deze laatst lijkt representatief voor de IPCC grafiek die Bob Brand heeft getoond (dank voor de input Bob):

    https://www.epa.gov/climate-indicators/climate-change-indicators-ocean-heat

    (De grafieken van het NOAA en het MRI/JMA tonen ook een periode van afvlakking aan het begin van deze eeuw; alleen in de CSIRO grafiek ontbreekt deze geheel!)

    2) De laatste woorden in het artikel van Gebbie & Huybers in Science zijn overigens wel illustratief voor hun claim dat het warmte budget van de aarde waarschijnlijk flink wordt overschat, want de claim dat het budget met 35% (mogelijk meer zelfs) wordt onderschat lijkt eigenlijk wel goed onderbouwd:

    “Finally, we note that OPT-0015 indicates that ocean heat content was larger during the Medieval Warm Period than at present, not because surface temperature was greater, but because the deep ocean had a longer time to adjust to surface anomalies. Over multicentennial time scales, changes in upper and deep ocean heat content have similar ranges, underscoring how the deep ocean ultimately plays a leading role in the planetary heat budget.”

    3) Het valt mij ook op dat Gebbie & Huybers indirect eigenlijk ook steun bieden voor het idee van een temperatuur-plateau dat sinds 1998 is ontstaan. Want in hun grafiek is eigenlijk zelfs een piek-niveau zichtbaar rond het jaar 2000, welke in de 15 jaar daarna niet meer werd geevenaard – wat conform wat de metingen van Roy Spencer beschrijven, wiens (niet gecorrigeerde) metingen uitwijzen dat na 1998 alleen nog 2016 warmer is geweest – ik toon nogmaals de laatste update van de grafiek van Spencer voor de gemiddelde temperatuur wereldwijd:

    PS. Vooral voor de mensen die onder invloed van het IPCC het bestaan van de warme Romeinse tijd, de warme Middeleeuwen en de koude kleine ijstijd menen te kunnen ontkennen… zou het wellicht ook aantrekkelijk kunnen zijn om de periode van afkoeling aan het begin van deze eeuw te ontkennen – bijvoorbeeld via bijvoorbeeld de IPCC grafiek die Bob heeft getoond?

  12. Martijn, kun je met een objectieve verklaring aangeven waarom we naar UAH v. 6.0 moeten kijken, en niet één van de vele andere temperatuurreconstructies?

    En kun je daarna een link geven waar iemand het bestaan van de kleine ijstijd, middeleeuwse klimaatanalomie, en Romeinse warme periode ontkent onder invloed van het IPCC?

  13. Hans Custers

    waarom de zee bij de noordpool geen onderdeel vormt van de thermohaliene circulatie.

    Onzin. Dat zou betekenen dat de “lange lus” van de thermohaliene circulatie niet zou bestaan, terwijl het bestaan ervan onomstreden is in de wetenschap. Bovendien: als die “lange lus” niet zou bestaan valt het hele verhaal van Gebbie en Huybers in duigen. Terwijl je dat nu net zo’n belangrijk onderzoek vindt. Je spreekt jezelf vierkant tegen.

    Wat je over het hoofd ziet is dat het diepe zeewater niet per definitie overal over de zeebodem stroomt. In de diepste delen van de oceaan is dat niet het geval. Die diepste delen (“the abyss”) spelen geen grote rol in de thermohaliene circulatie.

    De studie van Gebbie & Huybers toont een afvlakking van de warmte inhoud bij de bovenste zee laag (0-700 m), welke keurig in overeenstemming met een belangrijk punt dat het KNMI in 2011 maakte m.b.t. een lange periode afkoeling aan het begin van deze eeuw over een periode van wel 8 jaar

    Onjuist. Volgens Gebbie en Huybers stroomt er juist warmte vanuit de diepte naar het oppervlak (In de Stille Oceaan). Bovendien gaat het onderzoek over 2000 jaar, niet over 10 jaar. Er is geen enkele aanwijzing dat er een grote invloed is op klimaatschommelingen op korte termijn van dit fenomeen. Je koppelt dingen aan elkaar die weinig tot niets met elkaar te maken hebben.

    De laatste woorden in het artikel van Gebbie & Huybers in Science zijn overigens wel illustratief voor hun claim dat het warmte budget van de aarde waarschijnlijk flink wordt overschat

    Je formuleert het erg onzorgvuldig. Het gaat hier over de warmte-inhoud van de oceanen. Het warmte-budget dat uiteindelijk bepalend is voor de verandering van het klimaat is iets heel anders: de stralingsbalans bovenaan de atmosfeer. De kennis daarover verandert niet door het onderzoek van Gebbie en Huybers.

    Het valt mij ook op dat Gebbie & Huybers indirect eigenlijk ook steun bieden voor het idee van een temperatuur-plateau dat sinds 1998 is ontstaan

    Nonsens. Ten eerste is het sinds 1998 veel warmer geworden. En ten tweede kijken Gebbie en Huybers helemaal niet naar dergelijke korte tijdschalen. En ten derde wordt het gemeten en gereconstrueerde temperatuurverloop in deze simulaties nu juist opgelegd aan de modellen en niet gesimuleerd.

    Verder constateer ik dat je wat regelrechte leugens overneemt uit het pseudosceptische standaardrepertoire. Spencer en Christy hebben nog maar enkele jaren geleden (de zoveelste) enorme correctie uitgevoerd in hun dataset. Dat “”Version 6.0” staat er niet voor niets. Dat die data niet gecorrigeerd zouden zijn slaat dus nergens op. En dat het IPCC (of mensen onder invloed van het IPCC) de warme Middeleeuwen of de Kleine IJstijd zouden ontkennen is ook pertinent onwaar.

  14. Marco – Enerzijds omdat temperatuur metingen via satellieten in het algemeen meer betrouwbaar zijn dan de metingen aan het oppervlak.

    Bovendien wordt bij de UAH van Spencer gemeten alleen de zones boven de +85ste breedtegraad en onder de -85ste breedtegraad niet meegenomen (terwijl bij de RSS meting een grotere zone niet wordt meegenomen want daar wordt gemeten tussen 80N en 80S).

    PS. Betrokkenen bij het IPCC hebben o.a. ten onrechte geclaimd dat 1998 het warmste jaar van het millennium zou zijn geweest, enkel na (invalide) statistische correcties die ook de basis vormde van de zogenaamde ‘hockeystick’ controverse. Een relevant citaat van het IPCC is het volgende uit 2001:

    “Similarly, it is likely that the 1990s have been the warmest decade and 1998 the warmest year of the millennium.”

    (Ik hoop dat dit citaatje volstaat voor de link waarom je vroeg?)

  15. Hans Custers

    Vriendelijk verzoek om de discussie on topic te houden. Onderwerpen die niks te maken hebben met Gebbie en Huybers (satellietmetingen of het IPCC bijvoorbeed) graag in de open discussie.

  16. Dag Hans, ik zal je verzoek ter harte nemen – ik wil graag nog wel wat input geven op de diverse punten die je hebt gemaakt in de 2de uitgebreide reactie:

    Re: “Onzin. Dat zou betekenen dat de “lange lus” van de thermohaliene circulatie niet zou bestaan, terwijl het bestaan ervan onomstreden is in de
    wetenschap. Bovendien: als die “lange lus” niet zou bestaan valt het hele verhaal van Gebbie en Huybers in duigen. Terwijl je dat nu net zo’n belangrijk onderzoek vindt. Je spreekt jezelf vierkant tegen.”

    Ik heb denk ik helemaal niets rondom de thermohaliene circulatie in twijfel getrokken; ik heb enkel het punt gemaakt dat het diepzee water binnen bijvoorbeeld de poolcirkel eigenlijk geen kant op kan t.g.v. het omringende plateau tussen de VS en Rusland en tussen de VS en Europa (dit laatste is wel wat dieper dan de eerste maar we praten over dieptes van slechts enkele honderden meters). Vandaar dat dit water geen onderdeel vormt van de thermohaliene circulatie – net als bij de ‘abyss’ het geval is, inderdaad.

  17. Hans, ik wil ook graag reageren op het volgende punt dat je maakte:

    Re (2x): “Onjuist. Volgens Gebbie en Huybers stroomt er juist warmte vanuit de diepte naar het oppervlak (In de Stille Oceaan). Bovendien gaat het
    onderzoek over 2000 jaar, niet over 10 jaar.” + “Nonsens. Ten eerste is het sinds 1998 veel warmer geworden.”

    Het punt van het KNMI raakt wel degelijk het geen Gebbie en Huybers beschrijven in hun grafieken voor de 21ste eeuw – nogmaals, welke heel duidelijk de daling toont vanaf 1998 die ook zichtbaar. in de grafiek

    Immers, het KNMI gebruikte de volgende sub-titel bij hun artikel:

    ‘Tegen de verwachtingen in is de bovenlaag van de oceaan (van 0 tot 700 meter diepte) niet meer opgewarmd sinds 2003. Een KNMI-studie maakt echter duidelijk dat dit geen zeldzaamheid is.’

    Overigens, in de zee metingen data van de NASA aan het oppervlak zien we de daling ook terug in de periode 1998-2008 ook heel duidelijk terug, zie:

  18. Hans Custers

    ik heb enkel het punt gemaakt dat het diepzee water binnen bijvoorbeeld de poolcirkel eigenlijk geen kant op kan

    Ik stel voor dat je je eigen reactie nog eens naleest. Of het citaat dat ik daaruit aanhaalde. Je trok de conclusie dat: “de zee bij de noordpool geen onderdeel vormt van de thermohaliene circulatie“. Dat is en blijft nonsens.

  19. Beste Martijn van Mensvoort,

    Zie verder s.v.p. bij de Open Discussie.

  20. Hans Custers

    Het punt van het KNMI raakt wel degelijk het geen Gebbie en Huybers beschrijven in hun grafieken voor de 21ste eeuw

    Ik heb nergens beweerd dat het onderzoek van Gebbie en Huybers in tegenspraak zou zijn met de waarnemingen uit de 21e eeuw. Integendeel, ik heb je er juist op gewezen dat in hun simulaties het werkelijke temperatuurverloop wordt opgelegd aan de modellen. Best logisch dat hun grafieken dan ook dat temperatuurverloop volgen, vind je niet?

    En verder heb ik ook nergens ontkend dat er korte termijn variabiliteit zou zijn in de warmte-opname van de oceanen en dat dat in de periode na 1998 een rol heeft gespeeld. Het heeft alleen helemaal niks te maken met het fenomeen dat Gebbie en Huybers behandelen.

  21. Nog 2 reacties voor Hans:

    Re (2x): “Onjuist. Volgens Gebbie en Huybers stroomt er juist warmte vanuit de diepte naar het oppervlak (In de Stille Oceaan). Bovendien gaat het onderzoek over 2000 jaar, niet over 10 jaar.” + “Nonsens. Ten eerste is het sinds 1998 veel warmer geworden.”

    Het punt van het KNMI raakt wel degelijk het geen Gebbie en Huybers beschrijven in hun grafieken voor de 21ste eeuw – nogmaals, welke heel duidelijk de daling toont vanaf 1998 die ook zichtbaar. in de grafiek

    Immers, het KNMI gebruikte de volgende sub-titel bij hun artikel:

    ‘Tegen de verwachtingen in is de bovenlaag van de oceaan (van 0 tot 700 meter diepte) niet meer opgewarmd sinds 2003. Een KNMI-studie maakt echter duidelijk dat dit geen zeldzaamheid is.’

    Overigens, in de zee metingen data van de NASA aan het oppervlak zien we de daling ook terug in de periode 1998-2008 ook heel duidelijk terug, zie:

    Re (2x): “… Er is geen enkele aanwijzing dat er een grote invloed is op klimaatschommelingen op korte termijn van dit fenomeen. Je koppelt dingen aan elkaar die weinig tot niets met elkaar te maken hebben.” + “Je formuleert het erg onzorgvuldig. Het gaat hier over de warmte-inhoud van de oceanen. Het warmte-budget dat uiteindelijk bepalend is voor de verandering van het klimaat is iets heel anders: de stralingsbalans bovenaan de atmosfeer. De kennis daarover verandert niet door het onderzoek van Gebbie en Huybers.

    Men verondersteld dat ongeveer 90% van het veronderstelde warmte overschot in de oceaan beland; volgens het NOAA gaat het zelfs om 93%.
    Een verlaging van 35% van het warmte budget van de oceaan heeft vergelijkbare impact (30+ procent) op het totale klimaat systeem van de aarde.

    In het artikel van het KNMI lezen we bijvoorbeeld dat men denkt in termen van “Achtjarige trends in warmteopslag” (betreft een titel van een hoofdstuk in het artikel dat ik eerder al noemde). Bovendien dacht het KNMI bij de 2de optie voor een verklaring aan dat de warmte de diepte in zou zijn verdwenen.

    Is niet zo gek, want we zijn afgelopen jaren al wel vaker op speculatieve verhalen geconfronteerd over de diepzee, welke als een mogelijk verklaring wordt gebruikt voor het gegeven dat al sinds de begin jaren ’80 bekend is bij CO2 onderzoekers van het eerste uur (na 20 jaar onderzoek) dat de stijging van de temperatuur eigenlijk is achtergebleven bij de stijging van de CO2.

    Echter, de studie van Gebbie & Huybers maakt duidelijk dat die verklaring eigenlijk niet erg plausibel is, omdat enerzijds de warmte inhoud van de oceaan beneden 2000 m veel kleiner blijkt te zijn dan eerder werd gedacht (de vermoedens waren er al wel langer), en anderzijds blijkt deze in de grootste oceaan (waar zich ongeveer de helft van het oceaanwater begeeft) zelfs nog steeds te dalen – bovendien blijkt uit de video dat de temperatuur van het water op 2500 meter zelfs wereldwijd eigenlijk al ruim 2000 jaar daalt!

    Helaas is de diepzee beneden 2000 m eigenlijk nog steeds een soort van black-box waar we eigenlijk nauwelijks metingen voor beschikbaar hebben. En dus zijn we hiervoor grotendeels afhankelijk van proxies. De studie van Gebbie & Huybers combineert proxies met de metingen die beschikbaar zijn.

    Tenslotte, over bijvoorbeeld de impact van hydrothermische bronnen op de zeebodem op het klimaat kunnen we eigenlijk ook alleen maar speculeren… maar op land weten we dat vulkanen enorme impact hebben op het klimaat – immers deze spelen een prominente rol voor het ontstaan van de ‘kleine ijstijd’ (in combinatie met vooral weinig zonnevlekken en dus minder zonnestraling)… en aangezien de natuur voortdurend op zoek is naar een nieuw evenwicht zou het zomaar kunnen dat deze discussie uiteindelijk mogelijk ook vooral het gevolg is van de grillen van de natuur zelf.

    PS. Dit laatste zeg ik ook vanuit het besef dat de temperatuur en CO2 in de korte termijn cycli van de natuur eigenlijk altijd in een tegengestelde fase bewegen – via tussenkomst van vegetatie reageert de CO2 altijd op de temperatuur… en niet andersom. En op de langere termijn zien we een soortgelijk fenomeen want in de ijstijden cyclus liep de CO2 meestal enkele honderden jaren achter t.o.v. de temperatuur – voornamelijk omdat het oceaan systeem erg veel tijd nodig heeft om via het oppervlak te anticiperen op grote temperatuurschommelingen in het oceaanwater. Uiteindelijk is het ook de oceaan die de atmosfeer verwarmd want de gemiddelde temperatuur van het oceaanwater is met ongeveer 17 graden Celsius immers ook hoger dan de gemiddelde temperatuur in de atmosfeer welke rond 14/15 graden Celsius ligt.

  22. Hans Custers

    Martijn van Mensvoort,

    Je reacties belanden in het spamflter. Ik heb er enkele uitgehaald die niet (helemaal) dubbelen met wat er wel doorheen is gekomen.

    In antwoord op die laatste reactie:

    Men verondersteld dat ongeveer 90% van het veronderstelde warmte overschot in de oceaan beland; volgens het NOAA gaat het zelfs om 93%.

    Dat ontken ik toch helemaal niet?

    Een verlaging van 35% van het warmte budget van de oceaan heeft vergelijkbare impact (30+ procent) op het totale klimaat systeem van de aarde.

    Dat is helemaal niet per definitie het geval. De warmte-inhoud van de diepe oceaan heeft niet of nauwelijks directe invloed op het klimaat. Het artikel van Gebbie en Huybers gaat vooral over de respons van de diepe oceaan op verandering van het klimaat aan het oppervlak. Ofwel: temperatuurveranderingen onder invloed van verschuivingen in de stralingsbalans, de verandering van de energie-inhoud van de diepe oceaan is een gevolg. Het heeft allemaal te maken met de trage respons van de oceaan die in grote lijnen wel bekend is.

    Ik zou nog een half uur door kunnen schrijven over allerlei andere beweringen uit die laatste reactie van je die niet kloppen, maar ik heb ook nog andere dingen te doen. Dus ik laat het hier maar bij.

  23. Re “Dat is helemaal niet per definitie het geval. De warmte-inhoud van de diepe oceaan heeft niet of nauwelijks directe invloed op het klimaat.”

    (Dank voor je reacties Hans)

    Ik zie het totaalplaatje in een notendop als volgt:

    De temperatuur van het oppervlaktewater van de oceaan wordt in hoge mate wel direct beinvloed door de bovenste oceaan laag (figuur 4a en 4b laat zien dat beide zeer hoog met elkaar correleren – zie bijvoorbeeld de eerste 15 jaar van de 21ste eeuw).

    Een zelfde proces speelt zich af vanuit de diepzee; juist in tijden van temperatuurstijging in de atmosfeer is een verlies wan warmte inhoud in de diepzee een belangrijke aanwijzing dat er welhaast zeker grote hoeveelheden warmte langzaam naar boven de stijgen. In het perspectief van de langzame omloop van een groot deel van de oceaan kan dit warmte betreffen die wellicht al duizend jaar geleden in de oceaan werd opgeslagen).

    Bij de noordpool kan het relatieve warme diepzee water gemakkelijk naar boven stromen, om aan het oceaanoppervlak vervolgens de warmte af te geven aan de atmosfeer.

    PS. Natuurlijk, ook factoren boven de zeespiegel spelen hierbij een belangrijke rol, maar het onderzoek van Gebbie & Huybers vormt een illustratie dat de warmte aanvoer van boven waarschijnlijk in mindere mate bepalend is geweest voor de temperatuurstijging van het zeeoppervlak in de 20st eeuw – welke mede is ontstaan door warmte aanvoer uit de diepte!

    En omdat de oceaan gemiddeld warmer is dan de atmosfeer is het ten tijden van opwarming daarom ook niet uitzonderlijk dat de temperatuur anomalie van de atmosfeer harder stijgt dan de temperatuur anomalie van het zeewater – want in termen van energie is de impact van de temperatuur in de lagere atmosfeer die 2x harder stijgt eigenlijk toch kleiner. Immers,in de gehele atmosfeer zit minder warmte opgeslagen dan in de bovenste 3 meter van het zeewater. We moeten de diepzee beneden 2000 daarom vooral ook niet negeren!

  24. Hans Custers

    Martijn,

    Je “totaalplaatje in een notendop” komt in de verste verte niet overeen met wat er in de wetenschap bekend is en het is bovendien diametraal in tegenspraak met het mechanisme dat Gebbie en Huybers behandelen in hun artikel.

    Ik vind dat ik nu wel genoeg mijn best heb gedaan met pogingen om je dat duidelijk te maken. Dus ik laat het hierbij.

  25. Prima Hans!

    Ik wil hier nog 1 laatste aanvulling posten n.a.v. jouw inbreng:

    Volgens mij is de inschatting van Gebbie & Huybers in de introductie helder beschreven met het citaat dat ik al eerder noemde en het percentage van 35% is natuurlijk wel degelijk een signaal dat hun verhaal wel degelijk een signaal is dat in hun ogen de veel gebruikte percentages (onder invloed van het IPCC-alarmisme) flink worden overschat:

    “The ongoing deep Pacific is cooling, which revises Earth’s overall heat budget since 1750 downward by 35%.”

    [De aanhoudende diepe Stille Oceaan koelt af, waardoor het algehele warmte budget van de aarde sinds 1750 met 35% naar beneden wordt herzien]

    (Uiteindelijk drijft het hele debat rondom het ‘warmte budget’ van de aarde vooral op inschattingen, waarbij in de beeldvorming vaak wordt gestoeid met aannames die eigenlijk door de wetenschap al lang zijn verworpen)

    En nogmaals, het onderstaande citaat beschrijft toch echt dat een flink deel (~25%) van de opwarming van de bovenste 2000 meter uit de diepzee is ge-‘mined’ … dit gaat dus echt om een intern transport binnen het oceaan systeem van onder naar boven:

    “More generally, OPT-0015 indicates that the upper 2000 m of the ocean has been gaining heat since the 1700s, but that one-fourth of this heat uptake was mined from the deeper ocean.”

    [Meer in het algemeen geeft OPT-0015 aan dat de bovenste 2000 m van de oceaan sinds de 18e eeuw warmte heeft gewonnen, maar dat een vierde van deze warmteopname uit de diepere oceaan is gewonnen.]

    Ik wil ook nog even het volgende plaatje delen, wat laat zien dat het bij de thermohaline circulatie eigenlijk vooral letterlijk allemaal om de zuidpool draait:

    (Vervolgens laat dit plaatje laat zien dat het systeem eigenlijk wel ingewikkelder is dan in bovenstaande plaatje wordt beschreven: https://worldoceanreview.com/wp-content/uploads/2010/10/k1_wk_thermo-zirkulation.jpg)

    * Let op Hans, uit dit laatste plaatje blijkt direct dat de diepste zee laag enkel van uit de zuidpool ontstaat (want de paarse kleur komt uberhaupt niet voor bij de noordpool). En we zien in dit laatste plaatje ook dat de thermohaline circulatie de ondiepe gorder rondom de noordpool ook uberhaupt niet bereik – dit betekend dat de diepzee formatie bij de noordpool eigenlijk geheel ten zuiden van de zeeijs grens plaats vindt enkel op basis van een lage temperatuur van het oppervlakte water (terwijl er bij de zuidpool diepzee formatie plaatsvindt op basis van zowel koude temperaturen als zout water , wat resulteert in nog zwaarder water dan bij de noordpool het geval is).

  26. Hans Custers

    Martijn,

    Je reageert op dingen die ik helemaal niet heb beweerd en negeert de antwoorden die je wel hebt gehad.

    Dus, nogmaals, ik denk dat ik genoeg moeite heb gedaan om een aantal dingen te verduidelijken. Het is aan jou of je de moeite wil nemen om daar serieus naar te kijken.

  27. Ik heb de video van Gebbie & Huybers inmiddels op Youtube gezet:

    Heb nog een aanvullende gedachte hierbij:

    Het verhaal van deze video is eigenlijk dat de onderzoekers met de simulatie laten zien dat wereldwijd de warmte-inhoud van het oceaan systeem op een diepte beneden 2500 meter afgelopen 2 millennia waarschijnlijk gemiddeld voortdurend is gedaald… dus vanaf het jaar nul!

    De volgende details zijn ook zichtbaar:

    Vanaf 1870 is vanuit de noordpool zichtbaar dat de temperatuur als eerste begint op te lopen; het zuiden van de Atlantische Oceaan volgt vanaf 1930, echter in de Grote Oceaan zijn de temperaturen t/m 2015 duidelijk blijven dalen.

    Pas in de 21ste eeuw lijkt er mogelijk pas sprake te zijn van een draai in deze gemiddelde trend voor het wereldwijde perspectief op een diepte van 2500 + lager.

    (Dit laatste is lastig exact te bepalen op basis van de video – maar dit zou wel consistent kunnen zijn t.o.v. de trend bij de Grote Oceaan, die sinds het begin van de industriële revolutie pas bij het eerste super El Nino jaar 1998 voor het eerst een positieve waarde oplevert – zie het rode lijntje in het plaatje hieronder – om daarna meteen wel weer weg te zakken met negatieve waarden. Ik verwacht daarom dat ook het jaar 2016 een nog meer positieve waarde dan 1998 in deze simulatie zou hebben opgeleverd als dat jaar in de video zou zijn opgenomen)

    https://scontent-amt2-1.xx.fbcdn.net/v/t1.0-9/56881395_10218161941741708_5458033247072026624_n.jpg?_nc_cat=104&_nc_ht=scontent-amt2-1.xx&oh=3507961a36bb954b43722971e3dc7adf&oe=5D2B57DA

  28. Hans Custers

    Het verhaal van deze video is eigenlijk dat de onderzoekers met de simulatie laten zien dat wereldwijd de warmte-inhoud van het oceaan systeem op een diepte beneden 2500 meter afgelopen 2 millennia waarschijnlijk gemiddeld voortdurend is gedaald… dus vanaf het jaar nul!

    Nou, nee. Ze laten de simulatie over zo’n lange periode lopen (in het artikel wordt dat ook gezegd) om hem eerst te “laden” met het effect van veranderingen in de oppervlaktetemperatuur. Dat gebeurt in de eerste 1000 – 1500 jaar. In die periode wordt de simulatie dus waarschijnlijke beetje bij beetje steeds realistischer. Maar je kunt dus geen harde conclusies trekken over de hele periode van 2000 jaar. En kijk ook nog even naar de grafiekjes waar je zelf naar linkt. Daar is helemaal geen sprake van een voortdurende daling vanaf het jaar nul.

    Het verband dat je legt tussen de simulatie en El Niño is totale nonsens. Alles wat met El Niño te maken heeft speelt zich af in de bovenste 200 – 300 meter van de oceaan en in de simulatie gaat het om de temperatuur op 2500 meter diepte. Bovendien gaat het in Gebbie en Huybers, maar dat heb ik je al eerder proberen uit te leggen, juist om trage processen op lange termijn en niet om dergelijke klimaatschommelingen op korte termijn.

    Overigens is het in de wetenschap bekend dat de warmte-inhoud in de bovenste laag van de oceaan bij een El Niño juist afneemt. Metingen bevestigen dat en het is ook gewoon elementaire natuurwetenschappelijke logica: het oceaanoppervlak is dan warm waardoor het door verdamping en uitstraling veel warmte kwijtraakt. Dus ook op dat punt sla je de plank weer eens helemaal mis.

  29. Beste Martijn van Mensvoort,

    Eerst was je bewering dat de oppervlaktereeksen onderling veel grotere verschillen zouden vertonen dan de satellietreeksen. Dat is onzin: zoals ik liet zien komen de oppervlaktereeksen onderling goed overeen:

    Je antwoord daarop roept de lachlust op. Je zegt namelijk in je bovenstaande reactie:

    In een vergelijking met satellietmetingen vindt ik het opvallend dat je met een grafiek op de proppen komt die terug gaat naar 1930; de satelliet metingen beginnen immers begin jaren ’80.

    Martijn, deze grafiek is helemaal geen vergelijking met satellietmetingen! Het laat zien dat de oppervlaktereeksen ONDERLING goed overeenkomen. Er staan überhaupt geen satellietreeksen in: NASA, NOAA, Hadley en Berkeley zijn allemaal oppervlaktereeksen.

    Blijkbaar had je niet begrepen wat de grafiek illustreert: dat de oppervlaktereeksen onderling heel goed overeenkomen.

  30. Beste Martijn,

    Hierbij een ander grafiekje om te illustreren dat het juist de satellietreeksen (UAH en RSS) zijn, die ONDERLING aanzienlijk verschillen. De verschillen worden ook groter:

    Een wetenschappelijke publicatie die de grote verschillen in de satellietreeksen bespreekt, is: Swanson 2016 – A Comparative Analysis of Data Derived from Orbiting MSU/AMSU Instruments. Citaat:

    These comparisons reinforce the concerns expressed by other analysts regarding the merging procedure for UAH v6, repeating similar concerns regarding the earlier UAH v5 products.

    Zorgen over de satellietreeksen dus, met name UAH.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s