Auteursarchief: Hans Custers

Stropop, cherry-pick, ad ignorantiam: een retorisch standaardrecept

In de argumentatie van pseudosceptici komen nogal wat drogredenen voorbij. En er is een vast patroon van drie drogredenen dat heel regelmatig terugkomt. Het kan handig zijn om dat patroon te herkennen. Het patroon gaat als volgt: eerst een stropop, dan een cherry-pick en tenslotte een ad ignorantiam.

De verhalen bij de grafiekjes van Baudet volgen steeds weer dat patroon. Dat is goed te zien in de toelichting op die grafieken van de hand van Marcel Crok, die inmiddels op de site van het FvD is verschenen. Een weerlegging van onze kritiek op die grafieken is het allerminst. Het is eerder een herhaling van de onwetenschappelijke retoriek waar we op wezen. Retoriek die steeds weer als volgt is opgezet.

Stropop. Dit is een verzonnen “alarmistische” claim, die zonder bronvermelding, meer of minder expliciet wordt gepresenteerd. De suggestie is dat die claim een algemeen geaccepteerd en belangrijk onderdeel is van de wetenschappelijke kennis over de menselijke invloed op het klimaat. In werkelijkheid is het in het beste geval een van alle nuances ontdane karikatuur van wat de wetenschap zegt en in het slechtste geval een bewering die maar bar weinig met de echte wetenschap te maken heeft. Veel voorkomend voorbeeld: de verwachting van iets dat in de loop van deze eeuw zou kunnen gebeuren wordt gepresenteerd als een voorspelling die nu al waarneembaar zou moeten zijn.

Cherry-pick. Uit alle beschikbare wetenschappelijke literatuur en data wordt precies dat ene stukje gepikt dat het meest in tegenspraak is met de stropop. Alle andere beschikbare kennis en informatie wordt simpelweg genegeerd.

Ad ignorantiam. Dat de stropop niet bevestigd wordt door de cherry-pick wordt gepresenteerd als hard bewijs dat er niets aan de hand is, of als bewijs van het tegenovergestelde van de stropop. Terwijl het simpele feit dat iets niet bewezen wordt in een bepaald onderzoek natuurlijk niet automatisch betekent dat het uitgesloten kan worden. Ofwel: afwezigheid van bewijs is geen bewijs van afwezigheid.

De truc wordt steevast uitgehaald met onderwerpen waarover veel onzekerheid is. Omdat ze moeilijk te meten zijn, of omdat de variabiliteit groot is, of omdat het gebeurtenissen zijn die zelden voorkomen, bijvoorbeeld. De cascade van drogredenen wordt gebruikt om die onzekerheid één kant op te redeneren. Terwijl er in werkelijkheid twee kanten aan onzekerheid zitten: het kan mee- en het kan tegenvallen.

De individuele beweringen in zo’n redenering zijn op zich vaak niet onwaar, maar de conclusie die er (impliciet of expliciet) uit wordt getrokken is vaak wel misleidend en in strijd met de wetenschappelijke logica. Retorisch is het misschien handig, maar wetenschappelijk is het waardeloos.

Advertenties

7 tot 12 meter

Trouw had deze week een interview met de nieuwe fractievoorzitter van D66 Rob Jetten en met de Europese klimaatspecialist van die partij Gerben Jan Gerbrandy. Gerbrandy maakt in dat interview een enorme misser:

Zelfs als we de beloftes van Parijs netjes uitvoeren, stijgt de zeespiegel deze eeuw zeven tot twaalf meter. Dat is de eeuw die mijn zoon zal meemaken. Hij is tegen het eind van deze eeuw een bejaarde man. Dat is de urgentie.

Er is geen enkele serieuze projectie die ook maar in de buurt komt van 7 tot 12 meter zeespiegelstijging deze eeuw, ook niet in een worst-case scenario, zelfs als er helemaal niets zou worden gedaan om broeikasgasemissies te beperken. Een recent advies aan de Deltacommissaris geeft 3 meter zeespiegelstijging als bovengrens in een scenario met extreme opwarming. Pas een eeuw later zou, in het ergste geval, de stijging in de buurt kunnen komen van de cijfers die Gerbrandy geeft. Bij het halen van de doelstellingen van Parijs is het worst-case scenario 2 meter in 2100.

En wat deed Gerbrandy toen hij op deze enorme fout werd gewezen? Zich verschuilen achter een wetenschapper en “IPCC-lid”.

Wie ons kent weet wat wij in zo’n geval gaan doen: de bron zoeken. Waarschijnlijk hebben we die ook gevonden: een presentatie van Hans Otto Pörtner (die overigens geen zeespiegel-deskundige is, maar onderzoek doet naar mariene ecosystemen) die een zeespiegelstijging laat zien die overeenkomt met wat Gerbrandy zegt. Alleen is dat de zeespiegelstijging op zeer lange termijn, van eeuwen tot millennia. En dus geen verwachting voor de komende eeuw. Pörtner baseert zich op Knutti et al., 2015.

 

We hebben Gerbrandy in een tweet gewezen op de fout die hij waarschijnlijk heeft gemaakt. Antwoord is tot nu toe uitgebleven.

Als we hier kritiek hebben op politici zijn dat meestal vertegenwoordigers van de (verre) rechterkant van het politieke spectrum. Omdat men daar de grootste moeite lijkt te hebben met het accepteren van de wetenschap over de menselijke invloed op het klimaat. Maar slordige omgang met wetenschappelijke inzichten en conclusies is, zo blijkt maar weer eens, niet gebonden aan één politieke kleur.

Dat een politicus zich eens vergist is geen probleem. Wetenschap is omvangrijk, complex en genuanceerd en dan is een foutje zo gemaakt. Maar dat die politicus zijn fout niet volmondig erkent, maar hem in de schoenen van de wetenschap of van een wetenschapper probeert te schuiven, dat is wel verwijtbaar. En het is slecht voor het vertrouwen in zowel de politiek als in de wetenschap.

De grafiekjes van Baudet

Thierry Baudet toont in debatten in de Tweede Kamer regelmatig wat grafiekjes[*] die zouden laten zien dat het best meevalt met de verandering van het klimaat. Grafiekjes over droogte, neerslag en orkanen. We hebben eens uitgezocht waar die grafieken precies vandaan komen en wat ze zeggen.

Wat in elk geval opvalt: wanneer het gaat om gegevens die niet in zijn straatje passen benadrukt (of beter: overdrijft) Baudet alle onzekerheden en onnauwkeurigheden en de enorme complexiteit van de materie. Dan vindt hij dat de data met de nodige terughoudendheid moeten worden bekeken. Daar is totaal geen sprake meer van bij de data die hem wel bevallen. Die presenteert hij alsof ze de absolute waarheid zijn. Terwijl daar wel wat op aan te merken is.

Sommige claims van Baudet spreken elkaar ook tegen. Hij ontkent niet dat het klimaat warmer is geworden, maar beweert vervolgens dat zowel neerslag (boven land) als droogte niet zijn toegenomen. Als het warmer wordt, verdampt er meer water. En als die extra verdamping niet wordt aangevuld door extra neerslag, dan wordt het droger. Dat is simpele, onontkoombare natuurwetenschap.

Wat Baudet heeft gedaan, of door zijn klimaatadviseurs heeft laten doen, is bijzonder selectief winkelen in de wetenschap. Er verschijnen jaarlijks duizenden wetenschappelijke artikelen over het klimaat, die allemaal een heel klein stukje van het totaal behandelen. Al die artikelen leveren wat informatie, maar ze hebben ook hun beperkingen en onzekerheden. De werkelijke stand van de wetenschap is het totaalbeeld dat al die onderzoeken opleveren. Die stand van de wetenschap wordt bijvoorbeeld regelmatig door het IPCC samengevat. Baudet kijkt niet naar dat totaalbeeld, maar pikt uit al die duizenden onderzoeken de drie artikelen die hij in zijn verhaal kan gebruiken. En negeert de beperkingen die zo’n enkel onderzoek altijd heeft, zelfs als die beperkingen in het artikel zelf worden genoemd.

Wat valt er nu precies te zeggen over die vier grafiekjes en de onderwerpen waar ze over gaan? Lees verder

Saaie feiten en wilde fabels over het IPCC

Foto van de eerste sessie van het IPCC op 9 november 1988

Wie weigert breed geaccepteerde wetenschap te accepteren ontkomt niet aan een beetje complotdenken. Zonder complottheorie is het immers niet te verklaren waarom een grote meerderheid van de deskundigen vast zou houden aan wetenschappelijke opvattingen die vooral door buitenstaanders worden bestreden. Hoewel degenen die zich verzetten tegen wetenschap het vaak ontkennen, is het onmiskenbaar voor wie hun verhalen leest of hoort: er zit altijd een flinke dosis complotdenken in verweven. De hoofdrolspeler in complottheorieën over klimaatwetenschap is steevast het klimaatpanel van de Verenigde Naties, het IPCC. De volgende punten maken duidelijk waarom die complottheorieën zo onzinnig zijn:

  • Het IPCC voert geen klimaatonderzoek uit.
  • Het IPCC heeft geen enkele klimaatonderzoeker in dienst.
  • Het IPCC bouwt geen klimaatmodellen.
  • Het IPCC betaalt geen klimaatonderzoek.
  • Het IPCC bepaalt geen beleid.
  • Het IPCC kan de conclusies van klimaatonderzoek op geen enkele manier beïnvloeden.

Het IPCC heeft als taak om de actuele stand van zaken in het klimaatonderzoek samen te vatten. Dat klimaatonderzoek wordt uitgevoerd door wetenschappers die werken aan honderden wetenschappelijke instituten over de hele wereld. Elk instituut werkt op zijn eigen manier. Sommige zijn publiek, sommige zijn privaat, sommige worden sterk aangestuurd door de politiek van hun land, sommige helemaal niet, kortom: het gaat zoals het in de wetenschappelijk wereld overal gaat. Niets of niemand kan al die instituten en de wetenschappers die er werken allemaal dezelfde kant op sturen. Behalve dan de wetenschap zelf: de theoretische kennis over de werking van het klimaat en de waarnemingen die daarmee in overeenstemming zijn. Als een grote meerderheid van de wetenschappers het ergens over eens is – en er mogelijk zelfs gesproken wordt van consensus – dat komt dat omdat ze het wetenschappelijk bewijs overtuigend vinden.

Er is dus geen enkele reden om verhalen over een klimaatcomplot, al dan niet geregisseerd door het IPCC, serieus te nemen. Het is natuurlijk ook een absurde gedachte dat duizenden wetenschappers samen zouden spannen om de wereld een enorm probleem aan te praten. Waarom zouden ze? Er zijn meer dan genoeg andere redenen om onderzoek te doen naar het klimaat. Er zijn genoeg economische sectoren (landbouw en voedingsmiddelenindustrie, toerisme, om er maar enkele te noemen) die kunnen profiteren van een betere voorspelbaarheid van klimaatvariaties. En ook overheden zouden er gebruik van kunnen maken, bijvoorbeeld om beter te kunnen anticiperen op risico’s van extreem weer, of natuurbranden, of overstromingen. Alle reden dus om klimaatonderzoek te doen, ook als er geen menselijke invloed zou zijn. Voor veel wetenschappers is trouwens nieuwsgierigheid de belangrijkste drijfveer: ze willen meer begrijpen van de werking van het klimaatsysteem, gewoon omdat het zo’n interessant onderwerp is. En wie zit er nou eigenlijk op een groot klimaatprobleem te wachten? Er zijn genoeg andere wereldproblemen om aan te pakken. De suggestie die je nog wel eens hoort dat regeringen een klimaatprobleem zouden “bestellen” bij de wetenschap slaat helemaal nergens op. Politici hebben meer dan genoeg andere onderwerpen op de agenda staan. En klimaatbeleid een hoge prioriteit geven is al decennialang niet bepaald een makkelijke route naar electoraal succes. Lees verder

Meer aanwijzingen voor een verband tussen aanhoudend extreem zomerweer en snelle opwarming in het Noordpoolgebied

Schematische weergave van een blokkade

Dat extreem zomerweer extremer kan worden in een warmer klimaat ligt voor de hand. Als de temperatuur stijgt kunnen hittegolven warmer worden, vaker voorkomen of langer duren. Of alle drie. En uit warmere oceanen verdampt meer water, wat extremere neerslag tot gevolg kan hebben. Dit soort veranderingen is te verwachten op basis van vrij simpele fysische (of: thermodynamische) processen. Maar er is ook een ander soort veranderingen mogelijk, dat te maken heeft met de atmosferische dynamiek. De aarde warmt niet overal evenveel of even snel op. Land warmt sneller op dan oceanen, en door arctische amplificatie warmt het Noordpoolgebied sneller op dan de tropen. Temperatuurverschillen drijven de circulatie in de atmosfeer aan. Als die temperatuurverschillen veranderen, kan er dus ook wat veranderen in stromingspatronen in de atmosfeer. En dat kan op bepaalde plekken op aarde gevolgen hebben voor het weer.

De atmosferische dynamiek is veel complexer dan de thermodynamica van het klimaat. Hoe die dynamiek verandert in een veranderend klimaat is dan ook niet zo makkelijk te voorspellen. Klimaatmodellen simuleren zulke veranderingen niet zo goed. Er is dus nog de nodige onzekerheid over wat op dit punt zal gebeuren als het klimaat verder opwarmt. Terwijl het wel belangrijk is, omdat het veel invloed kan hebben op wat er met het klimaat gebeurt op lokaal niveau. Het vergaren van kennis hierover is daarom een belangrijk aandachtspunt van de klimaatwetenschap.

Hoeveel invloed atmosferische dynamiek kan hebben, hebben we afgelopen zomer gemerkt. Een hogedrukgebied dat lang op ongeveer dezelfde plek boven Scandinavië bleef liggen – in meteorologisch jargon: een blokkade – zorgde voor een aanhoudende stroom van warme en droge lucht. Had die blokkade op een andere plek gelegen, dan hadden we misschien de hele zomer in de regen gezeten. Lees verder

Klimaatwetenschappers reageren op Berkhout en Thoenes in Elsevier

Het opiniestuk van Guus Berkhout en Dick Thoenes in Elsevier is hier al uitgebreid besproken. Inmiddels heeft Elsevier een reactie van een aantal klimaatwetenschappers gepubliceerd. De tekst van die brief nemen we hieronder over.

Klimaat

Als twee emeritus hoogleraren klimaatwetenschappen een artikel zouden publiceren over de relatie tussen hiv en aids, zegt hun professortitel niets. Als ze zich het onderwerp eigen zouden maken, kan het een goed artikel zijn. Maar het zou ook de plank flink kunnen misslaan, ook al waren ze ooit nog zo goed in hun eigen vakgebied.

Dat is het geval bij Dick Thoenes en Guus Berkhout. In hun omslagartikel ‘Bekijk opwarming positief. Weg met doemscenario’s’ (13 oktober, pagina 16) geven deze emeritus hoogleraren er blijk van weinig kennis te hebben van het klimaatsysteem.

Een van de twee emeriti (Berkhout) is lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). De KNAW bracht jaren geleden al een publicatie over klimaatverandering uit, die laat zien dat de mens klimaatverandering veroorzaakt en hoe: door de concentraties broeikasgassen in de atmosfeer sterk te verhogen, vooral door verbranding van fossiele brandstoffen, waarbij veel CO2 vrijkomt.

Sindsdien is het bewijs dat de rol van de mens overheersend is in de opwarming van de aarde alleen maar sterker geworden. Natuurlijke factoren, zoals verminderde zonneactiviteit, zouden anders juist voor afkoeling hebben gezorgd. Met klassieke natuurkunde zoals die op de middelbare school wordt onderwezen, is dit mechanisme prima te begrijpen.

Maar Thoenes en Berkhout hebben hier kennelijk geen boodschap aan. Ze hebben een eigen verhaal uitgedacht dat kant noch wal raakt. CO2 kan de oorzaak niet zijn, zo redeneren de auteurs, want de CO2-concentratie is overal ter wereld ongeveer gelijk en toch loopt de temperatuur in klimaatzones wijd uiteen.

Dat is een drogredenering: je kunt verschillen tussen klimaatzones niet als ‘bewijs’ aanvoeren dat CO2 geen invloed heeft op het klimaat. Het is basiskennis dat klimaatzones hoofdzakelijk verschillen doordat de zoninstraling op verschillende breedtegraden en in de seizoenen uiteenloopt. Wereldwijd is het vooral de stijging van het CO2-gehalte in de atmosfeer die zorgt voor een opwarmend effect, over alle klimaatzones heen.

Of neem de redenering die zo’n beetje de kern van hun betoog vormt: het klimaat veranderde altijd al, ook toen er nog geen mensen waren, dus kan het ook nu de mens niet zijn.

Tja, bosbranden waren er ook al voordat er mensen waren, dus de mens kan niet verantwoordelijk zijn voor de actuele bosbranden. Non sequitur, heet deze drogreden: het volgt er niet uit. Juist door eerdere mondiale klimaatveranderingen te bestuderen, is gebleken dat drie factoren een hoofdrol spelen: zoninstraling, reflectie van de inkomende straling (albedo) en het gehalte broeikasgassen in de atmosfeer dat reguleert hoeveel energie de aarde weer uitstraalt.

De CO2-concentratie speelde bij grote klimaatveranderingen in het verleden vaak een sleutelrol. Net als nu. Met als verschil dat de CO2-concentratie momenteel in een ongekend hoog tempo toeneemt en dat menselijke activiteiten er de oorzaak van zijn.

Er zouden vele pagina’s nodig zijn om alle onjuistheden en drogredeneringen in het artikel te ontmantelen. Maar het punt is duidelijk: de auteurs hanteren redeneringen die elke wetenschappelijke grond missen en ze gebruiken hun titels en KNAW-lidmaatschap om zich gezag aan te meten op een vakgebied waarvan ze overduidelijk geen kaas hebben gegeten. Zo verspreiden ze misinformatie die het maatschappelijk debat schaadt.

Dr. Dim Coumou, dr. Ko van Huissteden (Vrije Universiteit Amsterdam), dr. Peter Kuipers Munneke (Universiteit Utrecht), dr. Leo Meyer (v/m projectleider syntheserapport IPCC), dr. Geert Jan van Oldenborgh (KNMI), dr. ir. Ernst Schrama (TU Delft), ir. Bart Strengers (Planbureau voor de Leefomgeving), dr. Jan Wuite (ENVEO) – allen klimaatonderzoekers – en ir. Jan Paul van Soest (De Gemeynt, auteur van het boek De Twijfelbrigade).

Thoenes en Berkhout preken voor eigen parochie in Elsevier

De Global Warming Index: verloop van de mondiale temperatuur (in zwart en rood) en van menselijke (geel) en natuurlijke (blauw) factoren die het klimaat beïnvloeden

Ooit, jaren geleden, las ik vrijwel elke dag wel een verhaal van iemand die de menselijke invloed op het klimaat, of de wetenschap daar achter, bestreed. Dat was best leerzaam. Niet omdat er zo veel bruikbare informatie in die verhalen stond, maar omdat ik allerlei beweringen uit dat stuk ging controleren op waarheidsgehalte, logica, consistentie en wetenschappelijke onderbouwing. Natuurlijk bleef er van al die beweringen dan maar bar weinig overeind. En al factcheckend kwam ik beetje bij beetje meer te weten over het klimaat en begon ik ook wat te begrijpen van de wetenschap op dit onderwerp.

Na een tijdje begon die leermethode steeds minder goed te werken. Er bleven steeds minder dingen over om te checken, omdat ik ze allemaal al een keertje had gezien. Wel begon ik nu te leren hoe de mensen die zichzelf “sceptisch” noemen zich gedragen in discussies over het klimaat. Ze blijven simpelweg steeds nagenoeg hetzelfde repertoire aan beweringen en claims herhalen, zonder ooit serieus in te gaan op tegenargumenten. Waar ze vaak zeggen dat ze discussie willen, zijn ze in de praktijk juist steeds weer bezig met het ontwijken daarvan. Wat lijkt op een discussie is in werkelijkheid niet meer dan een eindeloze herhaling van (min of meer) dezelfde claims en weerleggingen. Een schijndebat. Van echte scepsis – niet alles wat er wordt gezegd klakkeloos voor waar aannemen – is ook geen sprake. Dit is pseudoscepsis: alles wat in strijd is met de vooraf bepaalde mening wordt niet alleen afgewezen, men neemt zelfs niet de moeite om er serieus naar te kijken. En wat wel overeenkomt met de eigen mening wordt kritiekloos omarmd.

Hoewel ik in de loop der tijd wel wat geleerd heb over pseudoscepsis, echt begrijpen doe ik het niet. Het lukt me niet om me echt te verplaatsen in iemand die wel een discussie zegt te willen voeren, maar nooit de moeite neemt om argumenten van anderen echt te onderzoeken. Omdat het natuurlijk nooit lukt om die ander te overtuigen als je je niet in zijn argumenten verdiept. Maar ook omdat het onderzoeken van tegenargumenten zo’n goede manier is om de eigen mening aan te scherpen en zo nodig bij te stellen.

Mijn onbegrip van pseudoscepsis steeg naar nieuwe hoogten toen ik het – nota bene prominent op de voorpagina aangekondigde – opiniestuk van Guus Berkhout en Dick Thoenes in Elsevier Weekblad (betaalmuur) van 13 oktober las. Deze emeritus hoogleraren lijken zo’n beetje alle wetenschappelijke kennis over het klimaat, samen met de overwegingen van energiedeskundigen en –bedrijven en van economen en beleidsmakers die zich bezighouden met de energietransitie of het klimaat, op één grote hoop te gooien: die van het milieuactivisme. Wel zo makkelijk; dan hoeven ze zich er niet echt in te verdiepen om toch vast te kunnen houden aan de overtuiging dat ze het zelf allemaal veel beter weten. Het gevolg is dat ze nogal druk zijn met het weerleggen van beweringen die geen zinnig mens ooit zal doen.

Als ik een manier zou weten om tot een zinnig, constructief gesprek te komen met deze heren, dan zou ik het zeggen. Maar ik heb werkelijk geen idee hoe dat zou moeten. Er zit daarom weinig anders op dan nog maar weer eens ingaan op de inhoudelijke missers in het stuk van Berkhout en Thoenes (hierna: B&T). Misschien is dat ook wel preken voor eigen parochie. Maar dan nog lijkt het me zinvol om, met onderbouwing, aan te geven waar ze de plank misslaan. Met daarbij de kanttekening dat het onbegonnen werk is om op alle onjuistheden en drogredenen in te gaan. Ook met het beperkte aantal punten dat ik er uit pik zal dit stuk al wel weer veel langer worden dan eigenlijk mijn bedoeling was. Wie liever een wat kortere respons leest: de column hierover van Rosanne Hertzberger in het NRC van afgelopen zaterdag kan ik van harte aanbevelen. Lees verder