Auteursarchief: Jos Hagelaars

Overschatten de klimaatmodellen de opwarming?

Deze post is een vertaling/bewerking van een post van klimaatwetenschapper Professor Ed Hawkins, eerder verschenen op Climate Lab Book: Are the models running too hot”?

Zo af toe wordt er in de media (meer info bijv. hier of recent nog hier) weer eens verwarring gezaaid over de toekomstige klimaatverandering door te stellen dat klimaatmodellen te gevoelig zijn voor een toename van de broeikasgasconcentraties. Dat dit onjuist is, is goed in beeld gebracht door een recente studie van Medhaug et al.. Een te simplistische vergelijking van gesimuleerde mondiale temperaturen en waarnemingen zou kunnen suggereren dat de modellen teveel opwarming vertonen, maar dit zou om een ​​aantal redenen verkeerd zijn.

In onderstaande figuur uit het artikel van Medhaug e.a. wordt de modelrange (de lichtblauwe band met het modelgemiddelde als lichtblauwe lijn) vergeleken met de HadCRUT4 temperatuurobservaties en de onzekerheid daarin (de lichtoranje band met de onderste oranje lijn). Er zijn een aantal goed begrepen redenen waarom de onderste oranje lijn niet precies de lichtblauwe lijn volgt: stralingsforceringen, natuurlijke variatie, observationele afwijkingen en de keuze van de referentie periode.


Een vergelijking van de CMIP5 klimaatmodelsimulaties (RCP8.5) met de temperatuurobservaties (HadCRUT4). De referentieperiode is 1961-1990. Bron: Figuur 5 uit Medhaug et al..
Lees verder

Advertenties

Open Discussie Najaar 2017

De zomer van 2017 lijkt deze week toch echt definitief aan zijn ten einde te zijn geraakt. Eerst werden we geconfronteerd met drie orkanen tegelijkertijd in het Caribisch gebied. Dat leverde beelden op die een beetje deden denken aan de film The Day After Tomorrow.


(bron: Chicago Tribune)

Of een déjà vu van een beeld van de Stille Oceaan van een paar jaar geleden (2015).


(bron: palmbeachpost.com)

In Nederland werden we direct daarop al vroegtijdig getrakteerd op een heuse najaarsstorm. De herfst komt er aan. Niet getreurd want, hoewel er zoiets als wetenschappelijke onzekerheid bestaat, zegt mijn klimaatoptimistische gevoel mij dat er in de toekomst hoogstwaarschijnlijk weer een zomer zal komen. Het valt altijd mee.

We sluiten de Open Discussie Voorjaar 2017 maar eens af en starten opnieuw met een Open Discussie Najaar 2017. Op een of andere manier hebben wij op Klimaatverandering de zomer dus gewoon gemist.

Hier kunnen de inhoudelijke discussies worden gevoerd (of voortgezet) over klimaat en klimaatwetenschap die geen betrekking hebben op specifieke blogstukken.

Versnelt de zeespiegelstijging? – Deel 2

Door de alsmaar stijgende broeikasgasconcentraties zal het deze eeuw warmer worden op onze aarde. De grote ijskappen zullen hier op reageren (zoals nu al het enigszins het geval is) en meer massa verliezen, wat bijdraagt aan de zeespiegelstijging. De satellietmetingen van het zeeniveau sinds 1993 laten zien dat vooral de bijdrage van het smelten van de ijskap op Groenland aan de zeespiegelstijging is toegenomen en over de periode vanaf 2004 circa 25% bedraagt. De nieuwste gegevens wijzen op een toename in de snelheid van de zeespiegelstijging.

De komst van de satellieten heeft de meetmogelijkheden aan de aarde aanzienlijk uitgebreid en dat geldt ook voor het zeeniveau. Sinds eind 1992 zijn er diverse satellieten gelanceerd die door middel van radar de veranderingen in het zeeniveau in kaart kunnen brengen. Een groot voordeel boven getijdenmetingen is dat via de satellieten ook het zeeniveau van de grote oceaanvlakten gemeten kan worden. Simpel wordt het echter nooit, ook bij deze meettechniek zijn diverse correcties nodig zoals onder andere voor de hoeveelheid waterdamp in de atmosfeer, de plaatselijke luchtdruk en tevens voor het opveren van het land. De lineaire trend in de zeespiegelstijging op basis van de satellietdata vanaf 1993, zoals die nu wordt gerapporteerd, bedraagt circa 3,2 tot 3,4 mm/jaar. Ondanks de geconstateerde toename van het massaverlies van de grote ijskappen was er geen versnelling in de zeespiegelstijging zichtbaar. Eerder was het tegengestelde het geval, de trend over het eerste decennium van de satellietmetingen was hoger dan over het tweede decennium. Zie de grafiek in figuur 1.

Figuur 1: De zeespiegelstijging op basis van satellietdata zoals gerapporteerd door de University of Colorado. Bron: Fasullo et al. 2016.

Lees verder

Versnelt de zeespiegelstijging? – Deel 1

Door de alsmaar stijgende broeikasgasconcentraties zal het deze eeuw warmer worden op onze aarde. De grote ijskappen zullen hier op reageren (zoals nu al het enigszins het geval is) en meer massa verliezen, wat bijdraagt aan de zeespiegelstijging. De huidige snelheid van de zeespiegelstijging is met circa 3 mm per jaar een stuk hoger dan het gemiddelde over de gehele 20e eeuw (< 2 mm per jaar). De algemene verwachting is dat het zeeniveau deze eeuw sneller zal gaan stijgen dan nu het geval is.

De huidige zeespiegelstijging bedraagt circa 3 mm/jaar. Als je dat simpelweg extrapoleert naar de toekomst, worden we aan het einde van deze eeuw geconfronteerd met een extra zeespiegelstijging van zo’n 30 cm. Simpelweg extrapoleren geeft natuurlijk niet de beste prognose. De zeespiegelstijging wordt namelijk mede bepaald door hoeveel warmer het deze eeuw zal worden (wat leidt tot thermische uitzetting van het water) én hoe de landgletsjers en de grote ijskappen op deze opwarming zullen reageren. In de klimaatwetenschap wordt dat uiteraard allemaal meegewogen en men verwacht, mede afhankelijk van de toekomstige emissies, dat de zeespiegel sneller zal gaan stijgen de komende decennia tot eeuwen. Het IPCC rapporteerde in 2013 (tabel 13.5) dat de zeespiegelstijging in 2100 ergens tussen een halve meter tot een meter zou bedragen (bij ongewijzigd beleid – RCP8.5 scenario). De kennis over de invloed van opwarming op de ijskappen neemt snel toe en dat heeft er toe geleid dat de laatste schattingen van vooral de bovengrenzen van de mogelijke zeespiegelstijging in 2100 een stuk hoger liggen, zie het tabelletje hieronder (afkomstig van RealClimate). De meest recente artikelen rapporteren bovengrenzen van zelfs meer dan 2 meter door een mogelijke toename van de bijdrage van de grote ijskap van Antarctica (zie bijv. De Conto 2016, Le Bars 2017). De onzekerheid in de hoogte van de toekomstige zeespiegelstijging is groot, dus de wetenschappers hebben nog werk genoeg. Een vervelende bijkomstigheid: de onzekerheid lijkt vooral aan de kant van mogelijke tegenvallers te zitten.


Lees verder

“The uncertainty has settled” van Marijn Poels verwart wetenschap met kletspraat

Marijn Poels is een film- en documentairemaker. Ik kende hem niet, maar sinds begin dit jaar kom ik hem tegen in discussies over het klimaat op blogs en op twitter. Hij zou een ‘klimaatsceptische’ film hebben gemaakt die ‘geboycot wordt door de media’. Op YouTube heb ik wel eens wat gezien op dat terrein, maar een echte ‘klimaatsceptische’ film in de bioscoop nog nooit. Donderdagavond 22 juni draaide de film in een tot cultuurcentrum omgebouwde oude Cacaofabriek in Helmond. Dat was voor mij niet al te ver en dus heb ik een keertje de moeite genomen om wat CO2 te produceren zodat ik deze documentaire in groot beeld kon aanschouwen.

De film van Poels is een impressie van zijn speurtocht naar achtergronden van klimaatverandering, het klimaatbeleid en de invloed daarvan op het traditionele boerenleven. Met dat laatste begint de film ook, het laat via gesprekken met mensen zien dat de veranderingen in de wereld een flinke weerslag hebben op het boerenleven; dat sommige boeren moeite hebben om financieel het hoofd boven water te houden, waar anderen kansen zien met windmolens, zonnepanelen en biogas. Poels komt ergens midden in Duitsland een andere Limburger tegen die zittend aan een meertje op zijn landgoed uit de doeken doet dat al die CO2-politiek leidt tot het verdwijnen van natuur en natuurschoon. Een catastrofe noemt hij dat. Tevens vermeldt hij het feit dat de lucht slechts voor 0,035% uit CO2 bestaat (0,04% is het tegenwoordig) als argument dat het toch krankzinnig is te denken dat een dergelijk lage concentratie veel kan betekenen. Om de onjuistheid van dat argument aan te tonen denk je al snel aan het voorbeeld van de dodelijkheid van een spoortje arseen in drinkwater. Hierna gaat Poels mensen opzoeken die wat meer te melden hebben over het klimaat en CO2.
Lees verder

De invloed van de mens op het zuurstofgehalte in de atmosfeer en de oceanen

Zuurstof is het tweede meest voorkomende element op aarde. Circa 21% van de atmosfeer bestaat uit zuurstofgas; het wordt door ons ingeademd en verbruikt bij de interne verbrandingsprocessen van planten en dieren. Als onderdeel van het molecuul water vormt zuurstof het hoofdbestanddeel van de oceanen, maar gelukkig voor de vissen is zuurstofgas ook in opgeloste vorm in water aanwezig. Zuurstof is niet altijd in onze atmosfeer aanwezig geweest. Van circa 2,4 tot 2,1 miljard jaar geleden is volgens onze kennis van het geologische verleden de concentratie in de atmosfeer sterk toegenomen, een gebeurtenis die bekend staat als de “Great Oxidation Event” of “Great Oxygenation Event”. Dit alles dankzij het leven dat de fotosynthese had ontdekt.

Bij fotosynthese wordt, gebruik makend van zonne-energie, CO2 omgezet in complexere koolstofverbindingen die ook tot voedsel dienen voor andere soorten leven. In de biologie heet dit vastleggen van koolstof in organische verbindingen (bijv. zetmeel) de koolstofassimilatie. Het ‘verbranden’ van deze verbindingen vindt zowel plaats door plantaardig als dierlijk leven. Een deel van de koolstofverbindingen die in het verre verleden zijn onttrokken aan deze cyclus van vastleggen en verbranden, vormen de fossiele grondstoffen zoals aardolie, kolen en gas. Ons verbruik van deze grondstoffen door verbranding en de daaraan gerelateerde stijging van de broeikasgasconcentraties in de atmosfeer, heeft – zoals bekend – een duidelijk merkbare invloed op onze leefwereld zoals een oplopende temperatuur, smeltende ijskappen en een stijging van het zeeniveau. Minder bekend is echter dat ons stookgedrag ook van invloed is op het zuurstofgehalte in de atmosfeer en in de oceanen.

Zij die een beetje hebben opgelet op de middelbare school weten dat bij het verbranden van koolstofverbindingen CO2 en water ontstaan. Bij dit verbrandingsproces (of oxidatie) wordt er zuurstof verbruikt. Logischerwijs zou je dus zeggen dat het verbranden van olie, gas of kolen moet leiden tot een toename van de CO2-concentratie in de atmosfeer en dat tegelijkertijd de zuurstofconcentratie evenredig zou moeten dalen. Beide zijn dan ook waargenomen, zie de grafiek in figuur 1. Interessant in deze figuur is ook de invloed van de seizoenen. Tijdens de wintermaanden neemt de CO2-concentratie toe (groene lijnen) om in de zomermaanden weer af te nemen als de planten en bomen weer groeien. Deze verandering zie je in omgekeerde vorm terug bij de zuurstofconcentratie in de atmosfeer (blauwe lijnen). Deze seizoensinvloed is groter voor het noordelijk halfrond dan voor het zuidelijk halfrond doordat het oppervlakte aan land op het noordelijk halfrond veel groter is en er daar dus ook meer bomen en planten aanwezig zijn.

Figuur 1. De verandering van de CO2– en de zuurstofconcentratie in de atmosfeer beide gemeten op twee verschillende plekken op aarde. MLO = Mauna Loa, SPO = South Pole, ALT = Alert en CGO = Cape Grim. MLO en ALT liggen op het noordelijk halfrond en SPO en CGO op het zuidelijk halfrond. Bron: figuur 6.3a uit het IPCC AR5 rapport.

Lees verder

Klimaatoptimisten

Tegenwoordig kom je het woord klimaatoptimist weer vaak tegen. Klinkt goed en wie wil er nu niet altijd bij de optimisten geschaard worden, ook als het over het klimaatverandering gaat? Het glas is altijd halfvol in plaats van half leeg en door de menselijke inventiviteit kunnen we half volle glazen in de toekomst vast weer voller maken. De wereld is maakbaar en de klimaattoekomst ziet er geweldig uit! Als je met een gezonde dosis realisme naar klimaatverandering kijkt, zoals ik toch meen te moeten doen, word je vaak een ‘alarmist’ genoemd. Dat zijn dus niet meer dan sombere pessimisten met apocalyptische verhaaltjes en die horen zeker niet tot de selecte groep rozebrillendragers die een glorieus klimaatutopia op hun netvlies hebben staan.

Iemand die zichzelf klimaatoptimist noemt is opiniemaakster Marianne Zwagerman, die onlangs bij WNL op tv en bij WNL en KRO-NCRV op Radio 1  ruim baan heeft gekregen om zich over het klimaat te mogen uitlaten. Zoals ze zelf twittert in al haar bescheidenheid: “Wat is de echte waarheid over het klimaat? Ik vertel het hier bij #wnl #terugkijktip #klimaatoptimist”.
Nou dan raak je benieuwd. Ik maar artikelen lezen en IPCC rapporten proberen te begrijpen in de eindeloos lijkende zoektocht naar het hoe en waarom van de klimaatverandering, terwijl ik de ‘waarheid’ gewoon bij WNL op Zondag had kunnen horen van Marianne Zwagerman!

Na het kijken en luisteren naar Zwagerman in WNL op Zondag, een radio-optreden en WNL Opiniemakers (dinsdag 18-4-2017), zijn er volgens mij echter helemaal geen waarheden over het klimaat uit de doeken gedaan. Zwagerman laat in het programma WNL Opiniemakers zien dat er kansen liggen bij de energietransitie en zet vraagtekens bij het klimaatbeleid, het besteden van overheidsgeld voor de energietransitie en andere klimaatgerelateerde subsidies. Daar is niets mis mee; het is zelfs een noodzakelijke discussie om te voeren: hoe zetten we onze beperkte middelen zo doelmatig mogelijk in om de gevolgen van klimaatverandering te bestrijden en toekomstige klimaatverandering in te perken. Vooral in haar optreden bij WNL op Zondag werden er echter allerlei klimaatmythes gebezigd die wetenschappelijk gezien nergens op slaan. Bij WNL Opiniemakers werd de hulp ingeroepen van journalist en klimaatscepticus Marcel Crok, die zich inmiddels ook profileert als klimaatoptimist en met de bekende het-valt-allemaal-mee riedeltjes aan kwam zetten. Zucht, waarom heeft Zwagerman geen wetenschappers geïnterviewd voor een meer genuanceerd beeld?

Hieronder enkele klimaatwetenschappelijke punten uit het betoog van Zwagerman en Crok zoals ik die op heb getekend van tv en radio voorzien van wat commentaar.
Lees verder