Auteursarchief: Bart Verheggen

Hoe modern is ecomodernisme?

Door Hans, Bart, Jos en Bob

De zogenaamde ecomodernisten zetten zich af tegen de traditionele milieubeweging, ze zijn voor ontkoppeling (“het uit elkaar halen van mens en natuur”), voor kernenergie en voor genetische modificatie. Met deze oplossingsstrategieën schoppen ze menigeen tegen het zere been, en op zich is het goed om de discussie hierover breder te trekken en om (al dan niet vermeende) dogma’s aan de kaak te stellen. Het is wel jammer dat ze, zoals Joep Engels in Trouw terecht opmerkte, zelf ook wat dogmatische kantjes vertonen. Daarnaast hebben ze er een handje van om milieuproblemen en klimaatverandering te bagatelliseren. Dat is jammer, want er zitten zeker waardevolle gezichtspunten in hun benadering, bijvoorbeeld op het gebied van landbouw. Maar met name wat betreft klimaatverandering en duurzame energie lijkt het echter vooral op een slimme re-branding van het alom bekende “sceptische” repertoire, na zich ook al “klimaatoptimisten” te hebben genoemd.  Vanavond (2 mei 2017) wordt in Pakhuis De Zwijger in Amsterdam het boek ecomodernisme middels een panel discussie gepresenteerd.

Schoppen tegen de schenen van de milieubeweging

De ecomodernisten willen“geaccepteerde meningen kritisch herzien”, zo valt in hun inleiding te lezen:

Zeg dat je een ‘groene’ leefstijl hebt en je voldoet aan een helder signalement. Je bent tegen kernenergie en tegen gentechnologie in de landbouw. Je bent voor windmolens, voor biologische landbouw en voor lokaal geproduceerd voedsel. (…) Je ziet een vegetarisch dieet als een manier om de planeet te redden.

Iets verderop gaat het over “de heersende groene gedachte (..) om daarom ‘in harmonie’ met de natuur te leven” en “traditionele groenen” die “van oudsher dromen van een sober, laagtechnologisch bestaan op het platteland”.

Ecomodernisten houden er blijkbaar een karikaturaal beeld op na van mensen die bezig zijn met duurzaamheid. Het beeld van – ietwat gechargeerd – de geitenwollensokkendragende boomknuffelaar die vindt dat we helemaal terug moeten naar de natuur om de aarde te redden. Een beeld dat in de jaren ‘70 van de vorige eeuw misschien enigszins terecht was, maar sindsdien is er toch echt wel wat veranderd. Duurzaamheid is allang niet meer alleen het domein van groepen die moderne technologie afzweren of economische groei willen indammen (even terzijde, dat laatste is natuurlijk ook een taboe van jewelste). De wetenschap houdt zich er mee bezig, de politiek en ambtenarij over de hele wereld en niet te vergeten het bedrijfsleven. Er zijn bedrijven die van duurzaamheid hun core-business hebben gemaakt en anderen menen dat een overgang naar een duurzamere economie nodig is voor hun voortbestaan. Echter, elk van deze beroepsgroepen, in zoverre ze zich met duurzaamheid bezighouden, wordt op hun beurt ook scherp bekritiseerd door dezelfde ecomodernisten die zo afgeven op de zogenaamde boomknuffelaars. Oftewel, als je je met duurzaamheid bezighoudt kun je het in hun ogen nooit goed doen. Tenzij je het helemaal met hun eens bent natuurlijk.

treehugger

Economie en Technologie

Ecomodernisten doen alsof het een nieuw idee is om economische groei na te streven zonder het milieu te belasten. Maar dat is natuurlijk een gotspe. Vrijwel alle scenario’s waar het IPCC mee rekent gaan uit van voortdurende economische groei, en het is in feite ook precies de gedachte achter de energietransitie: economische ontwikkeling mogelijk maken zonder enorme risico’s te nemen met het klimaat. De energietransitie bewijst ook dat zoiets makkelijker gezegd is dan gedaan. Ecomodernisten wekken de indruk te denken dat toekomstige technologische oplossingen voor (milieu)problemen als een “deus ex machina” uit de lucht komen vallen. Het benoemen van mogelijke toekomstige problemen en risico’s noemen ze laatdunkend “doemscenario’s” en “alarmisme”. Niet toevallig bevinden zich onder de ecomodernisten meerdere auteurs – Marco Visscher, Marcel Crok, Rypke Zeilmaker – die in het verleden niet bepaald zorgvuldig omgingen met de wetenschap.

Het menselijk vermogen om problemen tijdig te onderkennen om ze vervolgens op te lossen zou ook reden zou kunnen zijn voor optimisme. Een rationeler optimisme dan er maar simpelweg van uit gaan dat de technologie het allemaal op het juiste moment wel op zal lossen. Technologie-entrepeneur John Mashey geeft hierover vaak de volgende waarschuwing:

Never schedule breakthroughs

Een probleem dat in hevigheid toeneemt op z’n beloop laten, in het geloof dat er t.z.t. wel een technologische innovatie voor bedacht zal worden, is nogal riskant en wordt eigenlijk alleen gepropageerd door mensen die niet veel afweten van technologische innovatie en/of mensen die de serieusheid van het probleem niet onderkennen.

Overigens zijn niet alle ecomodernisten even consequent in hun vertrouwen in technologische oplossingen, zoals Joep Engels in zijn boekbespreking in Trouw constateert:

In hun behandeling van de milieuproblemen gaan de auteurs nogal selectief te werk. Bij de vergelijking tussen zon en wind enerzijds en kernenergie anderzijds worden de problemen van energieopslag bij de eerste breed uitgemeten en schampert de auteur dat de voorstanders vertrouwen op de ontwikkeling van betere batterijen. Kennelijk telt het vooruitgangsgeloof dan niet.

Volgens hetzelfde stuk in Trouw houden de auteurs er ook hun eigen alternatieve feiten op na over duurzame energie. In tegenstelling tot wat zij volgens Engels beweren is de energieterugverdientijd van zonnepanelen tussen de 1 en 3 jaar.

Solar panels in front of wind turbines and mountians

Ecomodernisten zijn, zo schrijven ze: “vóór kernenergie, vóór gentechnologie en vóór economische groei”. Over dat laatste zullen de meeste mensen het snel eens zijn. Een (vermeend?) taboe op bijvoorbeeld kernenergie of gentechnologie doorbreken kan best zinvol zijn. Dergelijke technologieën kunnen wel degelijk nuttig zijn als we om willen schakelen naar een duurzamere economie. Maar, net als andere technologieën, hebben ook deze technologieën hun nadelige kanten. Bij een afweging van voor- en nadelen kan het muntje de ene keer de ene kant op vallen en de andere keer de andere kant. Dogmatisch voor zijn is dan net zo improductief simplistisch als dogmatisch tegen zijn. De discussie die al enige tijd wordt gevoerd over biobrandstoffen maakt, voor wie er oog voor heeft, duidelijk hoe zinloos het is om simpelweg voor of tegen een dergelijke oplossing te zijn. Het ligt veel genuanceerder.

Ontkoppeling van mens en natuur

Een van de interessantere gezichtspunten uit het ecomodernisme is het idee van ontkoppeling:

Hoe meer we onze activiteiten ontkoppelen van de natuur, hoe beter het gaat met ons én met de natuur. Ontkoppelen doen we vooral door onze activiteiten te concentreren – in de landbouw, in de energiewinning en in de manier waarop we wonen – waardoor er meer ruimte komt voor de natuur.

Hoe meer land er wordt gebruikt voor landbouw en andere menselijke activiteiten, hoe minder land er over blijft voor de natuur en hoe hoger de landgebonden CO2 emissies (LULCC in jargon). En omgekeerd, hoe hoger de landbouwopbrengsten en hoe efficiënter we de menselijke activiteiten inrichten, hoe meer ruimte er over blijft voor de natuur en hoe kleiner de LULCC emissies. Dit is bij mensen die zich met deze problematiek bezighouden natuurlijk ook bekend. Echter, in hoeverre willen we en kunnen we de wereld in verschillende compartimenten opdelen? Wat zijn de mogelijke gevolgen voor biodiversiteit? Het in de laatste open discussie genoemde artikel van Pecl et al. laat zien hoezeer wij verweven zijn met onze habitat, al zijn we ons daar niet altijd meer van bewust, en hoe schadelijk door de mens aangebrachte compartimenten kunnen zijn voor soorten en ecosystemen, zeker in een veranderend klimaat.

ecomodernism

Al met al lijkt het nieuwe aan ecomodernisme vooral de verpakking te zijn. Inhoudelijk is het lang niet zo nieuw en onbekend als wordt beweerd, en met name op klimaat- en energiegebied is het inhoudelijk erg gammel en eenzijdig. Mochten we er na lezing van het boek anders over gaan denken, dan zijn de lezers van ons blog de eersten die het weten!

March for Science

Update met foto’s, korte impressie en link naar radio-interview hieronder.

Op zaterdag 22 April vindt in meer dan 500 steden wereldwijd de “March for Science” plaats om steun uit te spreken voor wetenschap. Zo ook in Amsterdam (Museumplein 12:00-16:00) en Maastricht.

Het initiatief hiertoe begon in de VS, toen een wetenschapper haar frustratie uitte over de pogingen van de Amerikaanse president om wetenschappers de mond te snoeren. Er kwam al snel veel bijval voor het idee om een march te organiseren, naar het voorbeeld van de women’s march. Wel wordt benadrukt dat het geen partijgebonden manifestatie is; het is geen march against Trump, maar een march for science.

Er is een bredere tendens om wetenschap in twijfel te trekken en om net te doen alsof elke mening evenveel waard is, ongeacht het waarheidsgehalte. Brexit campagnevoerder Michael Gove die zei “Britain has had enough of experts”, de Central European University in Hongarije die onder politieke druk staat, academici in Turkije die naar huis of naar de gevangenis gestuurd zijn. Trump is misschien wel het meest zichtbare, maar lang niet het enige symptoom van de anti-wetenschappelijkheid en politieke inmenging in wetenschap.

In Nederland is het gelukkig lang niet zo extreem gesteld, maar ook hier zie je dat opiniemakers zonder kennis van zaken een podium bij de NPO krijgen aangeboden om te roeptoeteren dat de wetenschap het bij het verkeerde eind heeft. Het fabeltje dat roken niet ongezond zou zijn hoor je niet meer op radio of TV; waarom dan wel het fabeltje dat het klimaat niet door menselijk toedoen zou veranderen? We mogen van de media toch wel een beetje kwaliteitsborging verwachten? Kenmerkend voor het veranderende discours is ook dat als je kulargumenten inhoudelijk bekritiseert of vraagtekens stelt bij de wijsheid om flauwekul te verspreiden, er dan wordt gestrooid met woorden als “censuur”, “oogkleppen”, “geschreeuw”, “milieuactivisten”, “klimaatmaffia”, etc.

Wetenschap en rationaliteit heeft ons veel goeds gebracht. Feiten en een goed begrip van de situatie zijn belangrijke input om verstandige beslissingen te nemen. Wetenschappers moeten in vrijheid hun werk kunnen doen en daarin niet beperkt worden door politieke druk. Science is not just another opinion.

Klimaatwetenschap speelt een prominente rol bij deze manifestaties; zo is Appy Sluijs van de Universiteit Utrecht een van de keynote speakers, en in de beide teach-in tents zal klimaatinformatie te zien en te horen zijn (ik ben bijvoorbeeld met twee posters in de “Discovery” tent, en Arnold van Vliet zal in de “Exploration” tent verschillende citizen science projecten zoals de natuurkalender laten zien). Evenals klimaatverandering is ook gezondheid een vakgebied dat veel te kampen heeft met misinformatie, denk bijvoorbeeld aan vaccinatie; ook dat krijgt ruim aandacht. Het programma van de March for Science (die overigens in z’n geheel op het Museumplein plaatsvindt; het is dus geen optocht) is hier te zien.

Steengoede 4 minuten video van Neil deGrasse Tyson over de waarde van wetenschap:

Meer lezen:

FAQ voor de Nederlandse mars en een uitgebreidere FAQ op de Amerikaanse MfS website.

I’m a Scientist. This is What I’ll Fight For. Strong, US-centered essay by Jonathan Foley: “The War on Science is more than a skirmish over funding, censorship, and “alternative facts”. It’s a battle for the future, basic decency, and the people we love.” He wrote quite a few more readable pieces on the war on science.

No, you’re not entitled to your opinion. “You are only entitled to what you can argue for. (…) false equivalence between experts and non-experts is an increasingly pernicious feature of our public discourse. (…) If ‘Everyone’s entitled to their opinion’ just means no-one has the right to stop people thinking and saying whatever they want, then the statement is true, but fairly trivial. No one can stop you saying that vaccines cause autism, no matter how many times that claim has been disproven. But if ‘entitled to an opinion’ means ‘entitled to have your views treated as serious candidates for the truth’ then it’s pretty clearly false. And this too is a distinction that tends to get blurred.”

March for Science: op de barricaden voor de wetenschap! Scientias, aan het woord o.a. Maarten Frens, hersenonderzoeker en dean van Erasmus University College.

Niet zozeer tegen Trump, maar vóór de wetenschap Trouw, aan het woord o.a. Severine van Bommel, één van de initiatiefnemers van de Nederlandse mars.

Interview met Bart Verheggen Folia, Universiteitsblad van de UvA

Update 23-04-2017:

Radio-interview met Bart Verheggen NPO Radio 1 Start (~3 minuten, live rond 5:10 ’s ochtends…)

Mars moet wetenschap uit verdomhoekje halen Noordhollands Dagblad, met o.a. Bart Verheggen

Paar foto impressies:

Ik presenteerde twee posters in een van de twee ‘teach-in’ tenten, die je hieronder kunt downloaden:

Wat weten we over klimaatverandering – poster Bart Verheggen MfS 2017_final

Zonder fossiel – Poster Michiel van Drunen MfS 2017_final

4 uur bijna non-stop praten (of schreeuwen, vanwege het vele achtergrondlawaai). Ben er schor van, maar was erg leuk. Heel verschillende mensen kwamen er op af, ook mensen die toch ietwat skeptisch waren (meest gehoorde vraag: “maar het klimaat is heel vroeger toch ook vaak veranderd, en toen waren er nog geen mensen?!”). Omdat ik dat wel een beetje had verwacht had ik daar op de poster ook al iets over geschreven: “(…) klimaatveranderingen in het verre verleden, waarbij CO2 vaak een sleutelrol vervulde.” En mensen met hun eigen stokpaard-theorieen, die vinden het vaak erg leuk om met wetenschappers daarover te praten. En een powned-achtige journalist die zonder zich voor te stellen op agressieve toon suggestieve vragen begint te stellen met microfoon aan. Dat was een goede oefening in rustig proberen te blijven. Maar vooral veel oprecht geinteresseerde mensen. Een zeer geslaagde middag waarin de wetenschap zich goed heeft laten zien wat mij betreft.

Traagheid in het klimaatsysteem

Stel je voor dat je op een groot schip zit dat op een aanvaring afstevent. Wat zou jij doen? Zou je volle kracht vooruit blijven gaan totdat je het object waar je tegenaan dreigt te varen als het ware aan kunt raken? Of zou je proberen om tijdig van koers te veranderen, in de wetenschap dat een dergelijke koersverandering voor zo’n groot schip een veel tijd in beslag neemt?

De traagheid van het schip impliceert dat je op tijd moet handelen om een aanvaring te voorkomen.

Het klimaatsysteem heeft ook een enorme traagheid ingebouwd. En net als bij een groot schip betekent dit dat vroegtijdige actie nodig is als we het verdere verloop van het klimaat willen bijsturen. Deze traagheid is een cruciaal aspect van het klimaatsysteem, zowel wetenschappelijk als maatschappelijk – maar in het maatschappelijk debat is het een zeer ondergewaardeerd en onbekend aspect.

inertia

De traagheid van het klimaatsysteem is als een supertanker: als we koers willen wijzigen moeten we het roer tijdig in de gewenste richting draaien.

Waarom is die traagheid zo belangrijk? Omdat intuïtief veel mensen denken dat zodra we onze CO2 uitstoot sterk hebben gereduceerd (wat we niet hebben gedaan), het probleem dan opgelost zal zijn. Maar dat is niet het geval – bij lange na niet. Zelfs als we de CO2-uitstoot tot nul terugbrengen over een realistische tijdsperiode, dan zal de CO2 concentratie in de atmosfeer – en dus ook de mondiaal gemiddelde temperatuur- nog heel lang hoger blijven dan die van nature zou zijn geweest. Voor vele duizenden jaren, zoals te zien is in onderstaande figuur. De totale hoeveelheid CO2 die we in de loop van een paar honderd jaar de lucht in brengen zal het klimaat en daarmee het leven op deze planeet voor honderdduizenden jaren beïnvloeden. Als we de mate van opwarming waaraan de aarde voor lange tijd gecommitteerd zal zijn willen beperken, dan moeten we de CO2 uitstoot in een zo vroeg mogelijk stadium reduceren. Hoe langer we emissiereductie uitstellen, hoe sterker die emissiereductie dient te zijn om hetzelfde mitigerende effect op lange termijn opwarming van de aarde te hebben.

Daarom is ‘klimaattraagheid’ zo belangrijk.

zickfeld-2013

Gemodelleerde invloed van vier verschillende CO2 emissiescenario’s (panel a) op de CO2 concentratie in de atmosfeer (panel b) en op de oppervlakte temperatuur van de lucht in vergelijking met het jaar 2000 (paneel c). De CO2-concentratie blijft nog zeer lang verhoogd nadat de CO2-uitstoot is gereduceerd, omdat de lange-termijn ‘sinks’ voor CO2 zeer traag opereren (zie bv IPCC FAQ 6.2 voor een uitleg van deze ‘sinks’, zoals bijvoorbeeld reactie met gesteente). Omdat CO2 het infrarood warmteverlies van de aarde belemmert, zal het nog duizenden jaren warmer blijven dan het was voordat de CO2-concentratie steeg. De temperatuur loopt achter op de CO2-concentratie vanwege de tijd die het kost voor de oceanen om op te warmen. Figuur van Zickfeld et al (2013). 

Zoals ik al eerder schreef: Uitstel van mitigatie maatregelen totdat het water ons aan de lippen staat gaat gepaard met een groot risico, omdat veel veranderingen in het klimaat niet of nauwelijks omkeerbaar zijn op een menselijke tijdschaal. Tegen de tijd dat het probleem merkbaar wordt is het slechts het begin, als gevolg van de traagheid in de verschillende systemen (energiesysteem, koolstofcyclus en klimaatsysteem). Het lastige is dus dat degenen die het probleem veroorzaakt hebben in de beste positie zijn om het op te lossen, maar omdat de meest verregaande gevolgen zich pas veel later zullen voltrekken hebben zij de minste prikkel om er iets aan te doen.

Onlangs kwam de klimaattraagheid wat meer in het nieuws dankzij de journalisten Rolf Schuttenhelm and Stephan Okhuijsen (zie bijv ook De Correspondent, NRC, One World, Down to Earth, het kan Wel). Hun centrale punt was dat we in feite maar een gedeelte zien van de opwarming waaraan we het klimaatsysteem gecommitteerd hebben. De oceanen spelen hier in een belangrijke rol: net als een pan water niet meteen aan de kook slaat als we het fornuis aandoen, duurt het een tijdje voor de oceanen om op te warmen. En omdat er heel veel water in de oceanen zit (de gemiddelde diepte is ongeveer 4 km), duurt dat heel erg lang. Daarnaast zal de afkoelende werking van aerosolen (ook wel fijn stof genoemd, wat zonlicht reflecteert) langzaam afnemen is de verwachting, vanwege maatregelen om luchtverontreiniging tegen te gaan. De catch-22 is dat daarmee de tot dan toe gemaskeerde opwarming tevoorschijn komt.

De immense traagheid van het klimaatsysteem en de implicaties daarvan voor verstandig mitigatiebeleid zijn een ontzettend belangrijk, maar vaak onderbelicht aspect van klimaatverandering.

Update: ClimateInteractive heeft een goede simulatie van hoe de traagheid in de praktijk uitwerkt. Door middel van de schuif onder de grafiek kun je verschillende emissiescenarios kiezen. In de grafieken er boven zie je dan het effect daarvan op respectievelijk de CO2 concentratie, de temperatuur, en de zeespiegel, en hoe de respons gedempt wordt. De zeespiegel reageert zo mogelijk nog trager dan de temperatuur op een verandering in de CO2 concentratie, die op haar beurt weer als een slak reageert op een verandering in emissies.

Een Engelstalige versie van deze blog is te vinden op OurChangingClimate.

Consensus over consensus: brede overeenstemming in de wetenschap over de menselijke invloed op het klimaat

De meeste wetenschappers zijn het er over eens dat de huidige klimaatverandering voornamelijk door menselijk handelen wordt veroorzaakt. Dat is keer op keer aangetoond op basis van enquêtes en literatuuranalyses. In een artikel dat vandaag in het tijdschrift Environmental Research Letters verschijnt, wordt een overzicht gegeven van deze verschillende studies, die op basis van verschillende methoden tot een zeer vergelijkbare conclusie komen. Hieruit blijkt de robuustheid van de wetenschappelijke consensus over klimaatverandering.

Uit deze meta-studie blijkt ook dat de mate van overeenstemming dat de huidige opwarming door mensen is veroorzaakt het grootst is onder onderzoekers met de meeste expertise en/of de meeste publicaties in de klimaatwetenschap. Dat verklaart tegelijkertijd waarom literatuuranalyses, waarbij abstracts van wetenschappelijke artikelen worden beoordeeld op een eventueel standpunt over de oorzaak van klimaatverandering, over het algemeen een hogere mate van consensus vinden dan enquêtes. Immers, ervaren wetenschappers die veel hebben gepubliceerd over klimaatverandering hebben in het algemeen een goed begrip van de oorzaken van de opwarming, en zij hebben vaak meer artikelen gepubliceerd dan hun ‘sceptische’ collega’s.

Scientific consensus on human caused climate change vs expertise in climate science

Figuur: Mate van consensus over door mensen veroorzaakte klimaatverandering versus expertise in klimaatwetenschap. Zwarte cirkels zijn data op basis van studies van de afgelopen 10 jaar. Groene lijn is een fit door deze data.

De aanleiding voor dit review artikel was een specifiek commentaar van Richard Tol op het artikel van John Cook uit 2013. Cook vond een 97% consensus over de menselijke oorzaak van de huidige opwarming in de wetenschappelijke literatuur over klimaatverandering. Dat artikel is verguisd en geprezen. Tol betoogde dat Cook’s studie een ‘outlier’ is. Hij kwam tot die conclusie door een sterk vertekend beeld te geven van andere onderzoeken – waaronder de enquête die ik een aantal jaar geleden namens het PBL heb uitgevoerd. De auteurs van andere ‘consensus-studies’ waren evenmin te spreken over de misleidende weergave van Richard Tol van hun werk. Zodoende is het brede auteursteam ontstaan voor de huidige meta-analyse, waaruit blijkt dat Cook’s literatuuranalyse prima past binnen het spectrum van andere, vergelijkbare studies.

De video hieronder geeft een goed beeld van de context en conclusies van de huidige studie:

Lees verder

Feiten en Waarden

Naar aanleiding van eerdere discussies over feiten (“is”) versus waarden (“ought”) vroegen wij Gerbrand Komen, voormalig onderzoeksdirecteur van het KNMI, om een gastblog te schrijven over dit thema. Bij deze:

Feiten en waarden

Gerbrand Komen, december 2015

De Schotse filosoof Hume (1711 – 1776) heeft er op gewezen dat wetenschap beschrijvend is en dat je vanuit die beschrijving niet tot morele of normatieve uitspraken kunt komen. Uit een ‘is’ kun je nooit een ‘ought’ afleiden. Het is daarom pikant dat waarden en normatieve uitspraken zich wetenschappelijk laten bestuderen. Het blijft dan toch zaak (= ought !) om dat onderzoek naar waarden te scheiden van het doen van normatieve uitspraken: onderscheid wat is en wat je zou willen! Het ‘is’ gaat over feiten, over de wereld zoals hij is. Het ‘ought’ gaat over de wereld die we zouden wensen, over wat we waardevol vinden.

Het is dus belangrijk om onderscheid te maken tussen feiten en waarden. Deze notitie gaat over de vraag of en in hoeverre je dat onderscheid kun maken.

Feiten zijn dat wat de wetenschap ons leert; en wetenschap is objectief. Wetenschap is waardevrij. Wetenschap zegt iets over werkelijkheid, over hoe het is. Drie uitspraken die ik koester.

Maar zijn ze wel waar? En wat bedoel ik eigenlijk? Het vakgebied dat zich bezig houdt met dit soort vragen, de epistemologie, duidt mijn drie uitspraken wel met de uitdrukking waardevrij ideaal (Value Free Ideal), een begrip dat vooral bekendheid kreeg door het werk van de socioloog Max Weber (1864 – 1924). Dit idee is echter heftig bekritiseerd, recentelijk bv door de Noord-Amerikaanse filosofe Heather Douglas in haar boek (2009) ‘Science, policy and the value free ideal’. Daarin laat ze zien dat wetenschappelijk onderzoek niet waardevrij is, en het ook niet hoort te zijn.

Het debat spitst zich dan toe op de vraag of je epistemische waarden kunt (onder)scheiden van andere, niet-epistemische waarden. Epistemische waarden zijn de waarden die aangeven wat goed onderzoek is. Niet iedereen is expliciet over wat die epistemische waarden nou precies zijn, maar zelf gebruik ik vaak dit (onvolledige) lijstje:

  • Hypotheses en modellen moeten worden getoetst aan waarnemingen, en op interne consistentie. Als daar aanleiding toe is moet de kennis worden herzien.
  • Waarnemingen en logica moeten daarbij leidend zijn.
  • Het hele proces dient transparant te zijn: data en modellen dienen goed gedocumenteerd te zijn, en beschikbaar voor anderen, zodat resultaten door anderen gereproduceerd kunnen worden.

Lees verder

Wordt de klimaatwetenschap goed weergegeven in de media?

Ik was uitgenodigd om als bloggende wetenschapper deel te nemen aan een paneldiscussie over “De media en het klimaat”. In de vorige blogpost gaf ik een impressie van wat de verschillende panelleden te zeggen hadden. We schreven hier eerder een stuk over de rol van de media bij berichtgeving over klimaatverandering, waarin met name het ‘false balance’ aspect uitgebreid aan de orde kwam n.a.v. een casus bij de Volkskrant.

In deze blogpost licht ik mijn pleidooi toe (pdf slides Media en Klimaat). Daarin wilde ik kritisch reflecteren op hoe ik als wetenschapper de mediaberichtgeving over de klimaatwetenschap bezie, en daarnaast iets zeggen over bloggen. Met als overkoepelende vraag: Wordt de klimaatwetenschap goed weergegeven in de media?

Slide1

Nee, lang niet altijd, is daarop mijn antwoord. En in die gevallen waar de klimaatwetenschap er bekaaid vanaf komt, is dat vaker doordat klimaatverandering gebagatelliseerd wordt dan dat het overdreven wordt. Zogenaamde “sceptische” geluiden worden in de media uitvergroot, relatief ten opzichte van het wetenschappelijke domein. Dat is aangetoond op basis van onderzoeken naar media zelf (o.a. door Max Boykoff) alsmede het enquêteren van wetenschappers met o.a. de vraag hoe vaak ze in de media komen (o.a. door mijzelf).

Tegenstrijdige berichtgeving zorgt voor verwarring

De berichtgeving in de media is vaak zeer tegenstrijdig: Stijgt de zeespiegel nu wel of niet snel? Groeit of slinkt de ijskap op Antarctica nu? Is de opwarming gestopt of juist versneld? Het gevolg is natuurlijk dat de gemiddelde lezer het spoor helemaal bijster raakt, en dan wellicht concludeert dat de wetenschap er nog geen snars van snapt, of dat de waarheid wel in het midden zal liggen (en het dus wel mee zal vallen). Beide conclusies zijn volgens mij onterecht.

Lees verder

De Media en het Klimaat: verslag van een paneldiscussie

Afgelopen dinsdag was er een interessante paneldiscussie over “De media en het klimaat”, georganiseerd door het Climate Institute van de TU Delft. Het panel bestond uit Maarten Keulemans (De Volkskrant), Simon Rozendaal (Elsevier), Joep Engels (Trouw), Jelmer Mommers (De Correspondent), en mijzelf (wetenschapper/docent/blogger). Een gemêleerd gezelschap dus, wat voor enig vuurwerk zorgde.Hieronder volgt een korte impressie van wat de verschillende deelnemers te zeggen hadden.

TUDelft - climate and media

Luisterend naar Simon Rozendaal. Foto Alexander Pleijter, de discussieleider van de avond.

Lees verder