Categorie archief: filosofie

Coherentie. Beleidsmatige terughoudendheid van klimatologen onder de loep.

Gastblog van G.J. Smeets met een tekening van Marije Mooren

better be wrong

Dat het IPCC aan beleidsmakers info verschaft zonder zich met beleidsbeslissingen te bemoeien (“Policy relevant but not policy prescriptive”) heeft zo z’n redenen. Het is arbeidstechnisch handig en verstandig en bovendien politiek correct dat degene die een (risico)analyse maakt niet dezelfde is als degene die maatregelen neemt. Daarnaast is er kentheoretisch iets voor te zeggen om onderscheid te maken tussen feiten en hun betekenis. Want geconstateerde feiten, zo luidt de communis opinio, zijn iets anders dan de betekenis die eraan verleend wordt. Dat laatste ga ik in dit blogstuk onder het epistemologische vergrootglas leggen. Ik begin met een paar opmerkingen over het werk van David Hume en Karl Popper. Vervolgens leg ik enkele basale feiten voor die het onderscheid feit / betekenis op losse schroeven zetten. Ik sluit af met een paar suggestieve overwegingen.

David Hume is een goede bekende in de historie van het onderscheid tussen feiten en hun betekenis. Een objectieve buitenwereld bestaat voor ons niet, aldus de empirist Hume. Daarom moeten we volgens hem onderscheid maken tussen wat we discutabel waarnemen en de betekenis die we aan de waarneming verlenen. In (de draad van) een recent blogstuk is e.e.a. aan de orde geweest en het is uitdrukkelijk niet mijn bedoeling die gedachtewisseling te herhalen. Mij gaat het er nu om dat voor Hume zelf genoemd onderscheid problematisch was. Zoals hij het ook problematisch vond dat hij causaliteit niet uit de ervaring kon afleiden. Hij kon voor zichzelf niet verhullen dat zijn scepsis hem zwaar viel. In zijn ‘Traktaat over de menselijke natuur’ (Boom, Amsterdam 2007, pag. 269) noteert hij:

… ik begin mij te verbeelden dat ik in de meest wanhopige situatie verkeer die men zich kan voorstellen, omgeven door totale duisternis en beroofd van het gebruik van alle ledematen en geestesgaven.

Een andere protagonist in de historie van het onderscheid tussen feit en betekenis is Karl Popper. Hij schreef een recept speciaal voor wetenschappers waarmee de dreigende waanzin van Hume’s compromisloze empirisme bezworen kon worden. Popper schreef vóór (‘ought’) hoe men tot bruikbare wetenschappelijke feiten (‘is’) komt. Zijn receptuur bevat twee vuistregels: uitspraken die in principe niet weerlegbaar zijn zijn onwetenschappelijk, en een wetenschappelijke verklaring doet opgeld zolang geen bruikbaarder alternatief zich aandient. Dat is een pragmatische, d.w.z. probleem / oplossing gerichte opvatting van wetenschap. Poppers receptuur is mede ingegeven door zijn overtuiging dat een observatie, een ‘is’-uitspraak, uiteindelijk niet te verantwoorden is. In zijn Logic of Scientific Discovery (London, Hutchington 1959, pag. 109) staat het zò:

…basic statements are not justifiable by our immediate experiences but are […] accepted by an act, a free decision.

Lees verder

Feiten en Waarden

Naar aanleiding van eerdere discussies over feiten (“is”) versus waarden (“ought”) vroegen wij Gerbrand Komen, voormalig onderzoeksdirecteur van het KNMI, om een gastblog te schrijven over dit thema. Bij deze:

Feiten en waarden

Gerbrand Komen, december 2015

De Schotse filosoof Hume (1711 – 1776) heeft er op gewezen dat wetenschap beschrijvend is en dat je vanuit die beschrijving niet tot morele of normatieve uitspraken kunt komen. Uit een ‘is’ kun je nooit een ‘ought’ afleiden. Het is daarom pikant dat waarden en normatieve uitspraken zich wetenschappelijk laten bestuderen. Het blijft dan toch zaak (= ought !) om dat onderzoek naar waarden te scheiden van het doen van normatieve uitspraken: onderscheid wat is en wat je zou willen! Het ‘is’ gaat over feiten, over de wereld zoals hij is. Het ‘ought’ gaat over de wereld die we zouden wensen, over wat we waardevol vinden.

Het is dus belangrijk om onderscheid te maken tussen feiten en waarden. Deze notitie gaat over de vraag of en in hoeverre je dat onderscheid kun maken.

Feiten zijn dat wat de wetenschap ons leert; en wetenschap is objectief. Wetenschap is waardevrij. Wetenschap zegt iets over werkelijkheid, over hoe het is. Drie uitspraken die ik koester.

Maar zijn ze wel waar? En wat bedoel ik eigenlijk? Het vakgebied dat zich bezig houdt met dit soort vragen, de epistemologie, duidt mijn drie uitspraken wel met de uitdrukking waardevrij ideaal (Value Free Ideal), een begrip dat vooral bekendheid kreeg door het werk van de socioloog Max Weber (1864 – 1924). Dit idee is echter heftig bekritiseerd, recentelijk bv door de Noord-Amerikaanse filosofe Heather Douglas in haar boek (2009) ‘Science, policy and the value free ideal’. Daarin laat ze zien dat wetenschappelijk onderzoek niet waardevrij is, en het ook niet hoort te zijn.

Het debat spitst zich dan toe op de vraag of je epistemische waarden kunt (onder)scheiden van andere, niet-epistemische waarden. Epistemische waarden zijn de waarden die aangeven wat goed onderzoek is. Niet iedereen is expliciet over wat die epistemische waarden nou precies zijn, maar zelf gebruik ik vaak dit (onvolledige) lijstje:

  • Hypotheses en modellen moeten worden getoetst aan waarnemingen, en op interne consistentie. Als daar aanleiding toe is moet de kennis worden herzien.
  • Waarnemingen en logica moeten daarbij leidend zijn.
  • Het hele proces dient transparant te zijn: data en modellen dienen goed gedocumenteerd te zijn, en beschikbaar voor anderen, zodat resultaten door anderen gereproduceerd kunnen worden.

Lees verder