Categorie archief: Nic Lewis

De “nieuwe inzichten” van Simon Rozendaal in Elsevier: een fact-check

Afgelopen week verscheen in Elsevier een stuk [link naar de pdf van dit stuk op last van Elsevier verwijderd, we mogen alleen linken naar de versie achter de betaalmuur] van Simon Rozendaal – die zich afgelopen najaar tijdens een paneldiscussie in Delft net iets te nadrukkelijk uitriep tot “objectief wetenschapsjournalist”– onder de kop: “Opwarming valt toch mee.” Het verhaal is grotendeels gebaseerd op uitlatingen van Nic Lewis en Marcel Crok en bevat dan ook vooral argumenten van deze twee, waarvan er vele al herhaaldelijk zijn genuanceerd of weerlegd. Ook op dit blog. Daarover verderop in dit stuk meer.

Wellicht interessanter dan het voor de zoveelste keer herhalen van bekende argumenten, is de wat subtielere manoeuvre die Rozendaal maakt wanneer het even echt over nieuwe wetenschappelijke inzichten gaat. Hij lijkt wederhoor te plegen bij wetenschappers van het KNMI, maar weet de informatie die hem daar wordt aangereikt met de hulp van zijn andere twee geïnterviewden toch weer in de richting van de vooraf gewenste conclusie te draaien. Door van de uitkomst van wetenschappelijke analyse iets heel anders te maken.

De argumenten van de mensen van het KNMI liggen in de lijn van het recente onderzoek van Richardson et al, waar ik eind juni over schreef: verschillen tussen klimaatmodellen en waarnemingen horen bij de normale wetenschappelijke onzekerheid, ze worden steeds beter begrepen en vormen dus geen reden om modelanalyses simpelweg terzijde te schuiven. Rozendaal gaat daarna door over Richardson et al.. Deze onderzoekers constateren, om het nog eens kort samen te vatten, dat de mondiaal gemiddelde temperatuur uit modelberekeningen niet helemaal vergelijkbaar is met de mondiaal gemiddelde temperatuur uit observaties. Het heeft te maken met de beperkte dekkingsgraad van metingen in bepaalde delen van de wereld, die in modellen niet bestaat, en met het feit dat modelresultaten de temperatuur geven van de atmosfeer vlak boven het aardoppervlak, terwijl in de observaties de temperatuur van de atmosfeer boven land en zeeijs wordt gecombineerd met die van het water aan het oceaanoppervlak. Ze laten vervolgens zien dat modelresultaten veel dichter bij de observaties liggen als er rekening wordt gehouden met deze verschillen. Ze presenteren deze bevinding voor wat het is: een interessante uitkomst van een interessante analyse. Wetenschap dus.

Laten we nu eens kijken wat in Elsevier staat:

De Amerikaanse klimaatonderzoeker Mark Richardson schreef eind juni met drie collega’s in Nature Climate Change eveneens dat thermometers niet de ‘echte’ temperatuur weergeven. Op zijn blog Climate Lab Book schreef de Britse onderzoeker Ed Hawkins vorige week dat de ‘echte’ opwarming 24 procent groter is dan het wereldwijde meetnetwerk HadCRUT4 aangeeft, door alle klimaatdeskundigen als toonaangevend beschouwd. In werkelijkheid zou de gemiddelde temperatuur op aarde 0,2 graden hoger zijn dan de thermometers aangeven.

Dat is koren op de molen van klimaatsceptici. Er blijkt een kloof te bestaan tussen de computers en de thermometers, en wat doen de bouwers en beheerders van de modellen? Ze zeggen dat de thermometers de verkeerde temperatuur aangeven en corrigeren met behulp van de computermodellen. Dat is misschien geen gesjoemel, maar wel gegoochel.

Wat in het artikel van Richardson nog een interessante wetenschappelijke verklaring van het verschil tussen observaties en modellen was, is hier iets heel anders geworden: een waardeoordeel. Zo’n zelfverzonnen waardeoordeel is veel makkelijker aan te vallen dan een droge wetenschappelijke conclusie. Voor de zekerheid – misschien is de manoeuvre voor sommige lezers te subtiel- worden dan nog de kwalificaties “gesjoemel” en “gegoochel” toegevoegd. Wie nog eens kijkt naar wat de onderzoekers echt hebben geschreven, zowel in hun artikel als in de blogstukken erover, zal zien dat ze juist heel zorgvuldig elk waardeoordeel vermijden. Omdat het, wetenschappelijk gezien, niet interessant is. En omdat wetenschappers allang weten dat noch observaties, noch modellen de “echte” temperatuur weergeven. Elk wetenschappelijk model heeft zijn beperkingen en elke wetenschappelijke waarneming heeft zijn onzekerheden. Het idee dat we een van de twee zouden moeten kiezen om zoiets als “de waarheid” te weten is niet bepaald wetenschappelijk. De suggestie dat Richardson et al. zoiets doen is zelfs anti-wetenschappelijk te noemen, omdat het volledig haaks staat op waar het in hun onderzoek, en in de wetenschap in het algemeen, om draait: begrijpen en verklaren. Daarmee komt de wetenschap vooruit. De verschillen tussen wetenschappelijke modellen en waarnemingen, of de onderlinge verschillen tussen diverse modellen en analysemethodes, markeren in elke wetenschappelijke discipline het terrein waar er vooruitgang te boeken is. Richardson en zijn collega’s hebben zich op dat terrein begeven en een aannemelijke verklaring gevonden voor een flink deel van het verschil tussen klimaatmodellen en observaties. Wie in die verklaring een opportunistische claim leest, of een waardeoordeel, diskwalificeert de verklaring niet, of de onderzoekers die die verklaring vonden, maar alleen zichzelf. Het heeft er alle schijn van dat Rozendaal (al dan niet op gezag van Crok en Lewis) zijn eigen onvermogen om wetenschappelijke resultaten los te zien van zijn persoonlijke opvattingen en voorkeuren projecteert op de onderzoekers, die zich juist uiterst zorgvuldig beperken tot nuchtere wetenschappelijke constateringen. Lees verder

Advertenties

Climatedialogue over Klimaatgevoeligheid

Na een stilteperiode van negen maanden is vandaag een nieuwe discussie geopend op Climate Dialogue over klimaatgevoeligheid. Sinds de oprichting ben ik bij dit initiatief betrokken geweest (in verschillende hoedanigheden). Enerzijds uniek vanwege de samenwerking en discussie tussen tussen ‘mainstreamers’ en ‘skeptici’, anderzijds controversieel vanwege de ‘false balance’ die in feite in de structuur zit ingebakken door expliciet ‘sceptici’ uit te nodigen voor de discussies. Ik beschreef ClimateDialogue eerder in dit blog, waarin ik bovengenoemde aspecten ook benoem. Er zijn sinds het begin een aantal veranderingen doorgevoerd in bijv. de bemensing en de structuur. De discussies zullen nu geleid worden door Bart Strengers van PBL en Marcel Crok.

Het is een internationaal blog, gefinancierd door het ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM), waarop onderzoekers op uitnodiging over publiekelijk controversiële klimaatonderwerpen met elkaar in discussie gaan, met als doel erachter te komen waarover men het eens is, waarover oneens en wat de mogelijke redenen zijn voor dit verschil in inzicht.

In de nieuwe discussie zullen drie klimaatwetenschappers de degens kruisen over één van de meest cruciale onderwerpen binnen de klimaatwetenschap: de klimaatgevoeligheid ofwel de vraag hoeveel de aarde zal opwarmen na een verdubbeling van de hoeveelheid CO2 in de atmosfeer. In het recent verschenen klimaatrapport van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) wordt gesteld dat deze waarde waarschijnlijk ligt tussen 1,5 en 4,5 graden. Een meest waarschijnlijke waarde (‘best estimate’) wordt niet gegeven. De range is gebaseerd op klimaatmodellen (GCMs), de opwarming over de afgelopen 150 jaar, klimaatveranderingen in het verre verleden (paleo-studies) en klimatologische randvoorwaarden. Bij al deze benaderingen komt een of ander model om de hoek kijken.

Lees verder

Toekomstige CO2-concentraties

Gastblog van Guido van der Werf

.Met simpel doortrekken van de ontwikkelingen van de laatste 15 jaar komen we dicht in de buurt van het hoogste IPCC scenario wat CO2 uitstoot betreft, het zogenaamde RCP8.5 scenario.
.Onzekerheden in hoeverre het land en oceanen CO2 blijven opnemen zijn belangrijk en vormen een van de grote onzekerheden wat toekomstige klimaatverandering betreft.
.­­•Ongeveer een kwart van de forcering van het RCP8.5 scenario zit in niet-CO2 factoren waarin met name methaan een belangrijke rol speelt.
.­­•Zelfs als je deze niet-CO2 factoren buiten beschouwing laat kom je met lage waardes van klimaatgevoeligheid rond of boven de 2 graden opwarming in 2100 uit. Het meenemen van deze factoren of hogere klimaatgevoeligheden leveren uiteraard meer opwarming op, en vice versa.

Om toekomstige klimaatverandering te berekenen zijn grofweg 4 factoren van belang: klimaatgevoeligheid, de netto klimaatforcering, de benodigde tijd om een nieuw evenwicht te bereiken, en natuurlijke factoren. De klimaatgevoeligheid heeft de laatste weken veel aandacht gekregen, met name vanwege een rapport van Nic Lewis en Marcel Crok waar een lagere klimaatgevoeligheid uit kwam dan de 1.5-4.5 graden opwarming per CO2 verdubbeling van het laatste IPCC rapport.

Dit blogbericht gaat over de klimaatforcering en dan met name over de toekomstige uitstoot en atmosferische concentratie van CO2. Met behulp van 8 grafieken laat ik zien wat voor factoren belangrijk zijn en wat de toekomstige CO2 concentratie zou kunnen zijn bij ‘business as usual’, oftewel bij geen mitigatie. Naast CO2 zijn er uiteraard ook andere factoren van belang inclusief emissies van methaan (CH4) en lachgas (N2O) maar die laat ik hier grotendeels buiten beschouwing.
Lees verder

Verrassing: klimaatsceptici maken alarmerend rapport

Gastblog van Jan Paul van Soest

De afgelopen week ontstond een rimpeling in de klimaatvijver. Een rapport van de Global Warming Policy Foundation GWPF zou aantonen dat de zogeheten klimaatgevoeligheid veel lager is dan het klimaatpanel IPCC inschat. Die conclusie is gebaseerd op selectief winkelen in de wetenschappelijke literatuur, zeggen verschillende wetenschappers. Ze hebben gelijk.

Maar als we er nu, for the sake of argument, van uitgaan dat de auteurs, ex-bankier Nic Lewis en ‘sceptisch’ journalist Marcel Crok, de klimaatgevoeligheid beter schatten dan het IPCC. Stel. Dan is de verrassende conclusie dat ook dan bij ongewijzigde CO2-uitstoot het klimaat eind deze eeuw zo’n 2 à ruim 4 oC kan zijn opgewarmd, terwijl op de langere termijn volgens de GWPF-getallen zelfs 7 graden in het verschiet kan liggen.

Kennelijk produceren ‘sceptici’ nu rapporten die ze als ze van het IPCC zouden komen ronduit ‘alarmistisch’ zouden noemen.

Studies die claimen dat de klimaatwetenschap niet deugt of ‘goed nieuws verbergt’ moeten liefst wat sceptisch worden bekeken. Gaat het hier om een bijdrage aan de wetenschap, of om een bijdrage aan het maatschappelijk-politieke debat? Dat laatste is duidelijk het geval. Het stuk is niet in de wetenschappelijke vakliteratuur gepubliceerd, maar is gesponsord door en uitgebracht als rapport van de zich ‘denktank’ noemende lobby-organisatie GWPF van Nigel Lawson. Die stichting houdt zijn financiële bronnen verborgen, maar lijkt onder meer banden te hebben met de gigantische Belchatow kolencentrale in Polen. In Nederland wordt het rapport gepromoot door de Groene Rekenkamer, een Madurodam-versie van de denktanks à la GWPF. Beide organisaties hebben evident een politieke, geen wetenschappelijke agenda, met als boodschap: het klimaatrisico is veel kleiner dan het IPCC beweert, we hoeven niet in actie te komen. Het rapport van Lewis en Crok heeft als doel die boodschap te onderbouwen. Misschien, vermoedelijk zelfs, vinden Lewis en Crok dat ze wél aan de wetenschap bijdragen, als dat zo is moet de conclusie zijn dat ze zich naïef voor een politiek karretje hebben laten spannen.

Opmerkelijk is het dat óók bij de relatief lage klimaatgevoeligheid die uit de rekensommen van Lewis en Crok rolt, de aarde fors blijft opwarmen als er niets aan de CO2-uitstoot wordt gedaan. En misschien nog opmerkelijker is dat ‘sceptici’ die de studie van de GWPF roemen, zelf niet door lijken te hebben dat dit een rechtstreeks gevolg is van de getallen die Lewis en Crok produceren. Lees verder

Lewis en Crok over klimaatgevoeligheid – meer gevoel voor p.r. dan voor wetenschap

Vandaag presenteren de Britse Global Warming Policy Foundation (GWPF, een “denktank” die al jaren actief is in de campagne tegen de klimaatwetenschap) en de Nederlandse Groene Rekenkamer in Nieuwspoort een rapport van Nic Lewis en Marcel Crok. Met dit rapport ontdoet Lewis zich overtuigend van de wetenschappelijke geloofwaardigheid die hij zo’n jaar geleden verkreeg.

Toen verscheen in Journal of Climate een artikel van zijn hand: “An Objective Bayesian Improved Approach for Applying Optimal Fingerprint Techniques to Estimate Climate Sensitivity.” Het werd met interesse en ook wel enige scepsis ontvangen in de wereld van de klimaatwetenschap. Scepsis, omdat een nieuweling die zich meldt met een nieuwe benadering die een klimaatgevoeligheid opleverde die wat afweek van wat de gangbare wetenschap zegt, nu eenmaal wat te bewijzen heeft. In de loop van het jaar kwamen er diverse vragen op: over verschillende invoerparameters die Lewis gebruikte, waarom zijn berekeningen stoppen in 2001, hoe het kan dat een uitbreiding van zijn analyse met 6 jaar aan data tot significant andere resultaten leidt. En natuurlijk: waarom acht Lewis zijn methode zo veel beter dan andere methoden om de klimaatgevoeligheid te bepalen? Je zou kunnen denken dat het woord “Objective” hier de sleutel is, omdat andere methoden dan blijkbaar subjectief zijn. Dat is niet het geval: “Objective Bayesian Analyses” is in dit geval gewoon de naam van de methode. Dit blog (inclusief de discussie) op And Then There’s Physics is een goede ingang om meer te weten te komen over de vragen die er waren. En nog steeds zijn.

In Nederland verklaarde Marcel Crok zich onvoorwaardelijk fan van de methode-Lewis. En van enkele min of meer vergelijkbare onderzoeken die eveneens op een klimaatgevoeligheid uitkwamen die aan de lage kant zat. Op ons blog legde Jos Hagelaars al uit dat die benadering zeer eenzijdig is. Lees verder