Categorie archief: NRC

Red de Cabauw curve

Door Bart Verheggen en Hans Custers

Bijna een jaar geleden verscheen er op dit blog een stuk over het dreigende einde van de Keeling curve: de metingen van CO2 in de atmosfeer op Mauna Loa, Hawaii. De Keeling curve werd uiteindelijk (voor de komende vijf jaar) gered door een donatie van een half miljoen dollar van Wendy en (ex-Google-baas) Eric Schmidt.

In het NRC van vandaag bericht Paul Luttikhuis dat de Nederlandse versie van de Keeling curve nu tot een einde dreigt te komen (zie ook zijn NRC blog). De regering wil de financiering van CO2-metingen door ECN, bij het meetpunt van het KNMI in Cabauw, stoppen. Omdat ze niet strikt noodzakelijk zouden zijn.

Daar valt wel wat op af te dingen. Het is belangrijk voor het energie- en klimaatbeleid om goed de vinger aan de pols te houden wat de emissies precies zijn en hoe die zich ontwikkelen. Daarvoor zijn metingen onontbeerlijk. Met name metingen op hoge masten zijn heel nuttig, omdat die representatief zijn voor een groter oppervlak dan grondmetingen (die bijvoorbeeld verstoord kunnen worden door een voorbijrijdende auto).

Deze metingen kunnen bijvoorbeeld als input dienen voor atmosferische simulatiemodellen, en door die in “inverse modus” te draaien kun je dan de emissies uitrekenen. Dit heet inverse modelering, omdat normaalgesproken diezelfde modellen worden gebruikt om vanuit de aangenomen emissies en de meteorologische windvelden de concentratie als functie van tijd en plaats te berekenen. Door input en output om te draaien kun je de aangenomen emissies verifiëren op basis van de observaties. Emissieverificatie dus. Daar heb je natuurlijk wel goede, representatieve metingen voor nodig over langere tijd.

Op basis van deze methode, namelijk het koppelen van toren-metingen aan inverse modelering, is bijvoorbeeld gebleken dat de emissies van methaan en lachgas in een aantal landen toch wel wat hoger waren dan de officiële “emission inventories”. De toren metingen worden ook veelvuldig gebruikt voor “ground truthing” van satelliet gegevens. Een meetmast zoals Cabauw is onderdeel van onze kennis-infrastructuur. Het is niet voor niets gekenmerkt als een zogenaamde “super-site” voor meteorologische observaties.

Cabauw 2
Lees verder

Opwarming aan oppervlak tijdelijk minder, in oceaan des te meer

Er was veel te lezen over klimaatverandering in de landelijke dagbladen afgelopen zaterdag. Aanleiding is natuurlijk het vijfde IPCC rapport waarvan aanstaande vrijdag het eerste deel (over “the physical basis”) uitkomt.

Daarnaast blijkt de minder sterke oppervlakte-opwarming van de afgelopen ~15 jaar voor velen een aanleiding om zichzelf en de klimaatwetenschap achter de oren te krabben. Daar is op zich niets mis mee natuurlijk, al wordt er soms wat snel naar niet logisch volgende conclusies toegewerkt (zie bijv “De ramp die niet kwam” in NRC).

In het stuk in Trouw worden Marcel Crok, Han Dolman (VU) en ik aan het woord gelaten door Joep Engels. Een deel van het artikel was zelfs voorpaginanieuws, al was de teneur in dat gedeelte wel wat voorbarig. Alsof “de klimaatsceptici een beetje gelijk krijgen”. Was het maar waar! Het artikel gaat verder op p12 van het katern “de verdieping” en geeft op zich een heel aardig overzicht van verschillende gezichtspunten.

De punten die ik naar voren wilde brengen waren de volgende:

Korte termijn variatie vs lange termijn trend. Van maand tot maand, en zelfs van jaar tot jaar, vertoont de globaal gemiddelde temperatuur veel variatie. Dat zorgt ervoor dat over tijdsschalen korter dan ruwweg 10-15 jaar de onderliggende trend niet goed zichtbaar is.

Zie bijv onderstaande plaatje van Jos Hagelaars waarin de trend in oppervlaktetemperatuur wordt weergegeven, gemiddeld over 10 (rood) en over 30 (blauw) jaar. De langjarige trend (1975-2013) schommelt rond de 0.17 graden per decenium, en zoals te verwachten is de kortstondige trend veel variabeler, soms groter dan de langjarige trend en soms (zoals nu) kleiner.

Opwarmingsnelheid-10-30-Jaar_500

Lees verder

Verwarring over tijdschalen, lidwoorden en de zeespiegel

Gastblog van Hans Custers

Op het klimaatblog van het NRC zag Paul Luttikhuis het al aankomen voordat het goed en wel begonnen was: de verwarring over twee nieuwe wetenschappelijke artikelen over de stijging van de zeespiegel. Het eerste artikel heeft een behoorlijk Nederlands tintje: de hoofdauteur is Bert Wouters en daarnaast hebben twee Utrechtse onderzoekers er aan meegewerkt. De titel luidt: “Limits in detecting acceleration of ice sheet mass loss due to climate variability”. Het tweede artikel komt van het Postdam – Institut für Klimafolgenforschung (PIK), heeft als hoofdauteur Anders Levermann en als titel: “The multimillennial sea-level commitment of global warming”.

Wie weinig oog heeft voor de immer aanwezige nuances kan met deze twee artikelen alle kanten op, zo is gebleken; van “het valt allemaal heel erg mee met die zeespiegel” tot redeloze paniek. En het merkwaardige is dat de twee artikelen elkaar of zichzelf helemaal niet tegenspreken. De crux zit hem eerst en vooral in een lidwoord. Het ene gaat niet over de oorzaak van de zeespiegelstijging, maar over een oorzaak: het smelten van landijs door het opwarmende klimaat; het andere neemt ook de thermische expansie van zeewater mee. Beide oorzaken hebben hun eigen zekerheden, onzekerheden en voetangels en klemmen, en dus is de verwarring te begrijpen. Verwarring die nog groter kan worden omdat de tijdschalen van de twee onderzoeken enorm verschillen. Je zou bijna gaan denken dat zeespiegelstijging een bijzonder geschikt onderwerp is om verwarring over te creëren. Lees verder

De wetenschap versus de weergoden

Gast-blog van Hans Custers: Reactie van de Weergoden op NRC column van Louise Fresco

Geachte mevrouw Fresco,

Bij deze betonen wij u onze erkentelijkheid voor de brief die u namens ons schreef in het NRC van 8 november. Wij kunnen wel een steuntje in de rug gebruiken. Onze macht is immers al eeuwen tanende. Met weemoed denken we terug aan de tijd dat een beetje bliksem en donder voldoende was om de mensen bevend van angst op hun knieën te krijgen. En toen moesten jullie zo nodig beginnen met de Verlichting, met wetenschappers die deze verschijnselen rationeel gingen onderzoeken. Voor we het goed en wel wisten werd het eerste beetje opgedane inzicht al gebruikt om een bliksemafleider te ontwikkelen. Het volk schoot ons nog even te hulp. Het idee dat men dit machtige verschijnsel kon begrijpen was zo pretentieus, de pogingen om het zelfs de beheersen waren zo arrogant, daar moest de Satan wel achter zitten. Daarom kregen de eerste bliksemafleiders gewapende bewaking  De afloop kennen we. Zo nu en dan weten we nog wel eens wat te raken, maar veel lol is er niet meer aan. En we kunnen nog wat kinderen, huisdieren en een enkele volwassene de stuipen of het lijf jagen, maar van dat diepe, heilige ontzag is niets meer over.

En dat was nog maar het begin. Daarna kwamen degenen die zich meteorologen zijn gaan noemen. Het begon vrij onschuldig met waarnemen, meten en beschrijven, maar dat ging al snel over in analyseren en verklaren. Zo werd ons, beetje bij beetje, het wapen van de verrassing ontnomen. De pretenties van iemand als Buys Ballot, die ondanks alle wantrouwen doorging met zijn arrogante nieuwlichterij, die de regering zelfs wist te bewegen tot de oprichting van het KNMI, die hoogmoed heeft ons gezag ernstig ondermijnd. Wat we ook proberen, jullie doorzien onze plannen steeds beter, en steeds langer van tevoren. Ons rest slechts brute kracht; daar kunnen we zo nu en dan nog wel indruk mee maken. Maar wat is er in anderhalve eeuw tijd veel verloren gegaan.

Het klimaat is ons laatste bastion. De wetenschap heeft forse bressen geslagen, maar gelukkig is er nog een klein groepje getrouwen dat dapper standhoudt. We zijn dankbaar voor die steun, laat daar geen misverstand over bestaan, maar we moeten met leedwezen constateren dat de geschiedenis zich herhaalt. Weer zien we verwijten van hoogmoed aan het adres van de wetenschap, en weer zien we dat die wetenschap gewoon doorgaat en ons in rap tempo onze laatste geheimen ontfutselt. Als we verder proberen te kijken dan onze goddelijke neuzen lang zijn, vragen we ons wel eens af: Is het niet nog veel hoogmoediger om anderen arrogantie en pretenties te verwijten, als je niet voldoende kennis van hun wetenschap hebt om die werkelijk te kunnen beoordelen?

Mevrouw Fresco, op dit punt gekomen moeten we maar eens open kaart spelen. Als we diep in onze ziel kijken weten we al heel, heel lang dat onze macht helemaal niet tanende is. We hebben helemaal nooit macht gehad. We zijn altijd willoos overgeleverd geweest aan de regels van hemel en aarde: de natuurwetten. We hebben ons bestaansrecht altijd te danken gehad aan de illusie dat er iets hogers, iets ongrijpbaars en onbegrijpbaars zou zijn. U, de Verlichte mens, heeft ons dat bestaansrecht ontnomen. Uw ratio ontkent ons, maar ergens diep daaronder blijft een instinctief verlangen naar dat hogere, ongrijpbare en onbegrijpbare aanwezig. Zelfs het rationele besef dat dit verlangen in de loop van de evolutie van de mens is ontstaan, brengt het niet volledig onder controle. Dat de wetenschap er steeds weer in slaagt om het hogere, ongrijpbare en onbegrijpbare te bestuderen, te beschrijven, te analyseren en uiteindelijk te doorgronden kan daardoor soms ontnuchterend zijn. Maar de wetenschap demystificeert niet alles, ze werpt ook steeds weer nieuwe, nog mooiere, nog minder grijpbare en begrijpbare raadsels op. Misschien is dat een troostrijke gedachte.

De Weergoden.

Feitenvrije journalistiek, nu ook in Nederland

In het NRC heeft afgelopen paar weken een flinke klimaatdiscussie gewoed, naar aanleiding van de feitenvrije column van Thierry Baudet. Nu komt de volkskrant met een vertaling van een stuk dat in het Wall Street Journal was gepubliceerd door 16 wetenschappers van divers pluimage. Hier was op gereageerd door een paar dozijn klimaatwetenschappers. Ook op SkepticalScience worden de in het stuk genoemde argumenten kritisch bekeken.

Simon Donner, een van de ondertekenaars van de reactie op het WSJ stuk, heeft een goed leesbaar stukje op Planet3. Hij argumenteert dat je met een vraag over complexe materie het beste een expert raadpleegt. Sommigen noemen dat een ‘argument from authority’; ik noem het basale logica. Net zo logisch als dat je voor een lekkende kraan een loodgieter raadpleegt en voor je belastingaangifte een accountant, in plaats van andersom. Skeptico zegt het als volgt:

It isn’t necessarily fallacious to consider that thousands of climate scientists writing in peer reviewed journals might know more than you do about such a complex subject.

Martijn van Calmthout (chef wetenschap van de Volkskrant) schrijft op zijn nieuwe blog over het WSJ stuk:

Het stuk van Lindzen en zijn vrienden (onder wie oud-KNMI onderzoeksdirecteur Henk Tennekes) is geen opiniestuk, maar een kletsverhaal, dat er op speculeert dat de lezer eigenlijk van toeten noch blazen weet. Wat grosso modo natuurlijk ook zo is.

Misschien wordt een vertaling van de reactie ook nog  in de volkskrant geplaatsts? Beter ware het echter geweest om een dergelijk ‘kletsverhaal’, vol met onjuistheden en misleidingen, gewoon niet te publiceren. Het zet de lezer compleet op het verkeerde been, door een heel wetenschapsgebied te verdraaien en zwart te maken. Zoals ik eerder schreef:

In het publieke debat pleit ik ervoor dat de microfoons en schrijfruimte enigszins evenredig worden verdeeld met hoe de wetenschappelijke opinies erover zijn verdeeld. We lezen ten slotte toch ook niet iedere dag in de krant dat roken helemaal niet schadelijk is voor de gezondheid?

Maar het kan natuurlijk nog slechter. Lees bijvoorbeeld dit stukje in de Telegraaf van 3 februari:

Heeft u het ook zo warm? Met de opwarming van de aarde valt het dezer dagen fors tegen. Of ziet u dit weer als voorbode van een tropisch klimaat?

Zijn we nu op weg naar een onomkeerbare opwarming van de aarde of dient zich intussen nog even een verkoelende mini-ijstijd aan?

Van de progressieve opwarmingspolitici hoor ik dezer dagen maar weinig: deze groene evangelisten hebben zich wijselijk even teruggetrokken in hun weerhuisje. Hebben we te maken met een opwarmend klimaat en een groene beweging die ons voor een aardramp wil behoeden? Of hebben wij te doen met oververhitte werkgelegenheidsduivels, die ons aflaten verkopen voor milieuzonden die uit de gebakken vrieslucht zijn gegrepen?

Ons worden verdachte producten voorgeschreven en uiteraard torenhoge milieubelastingen. Terwijl burgers doodvriezen zitten onze politici er dankzij hun zelfbedachte klimaatsprookje warmpjes bij.

Gelooft u nog in de opwarming? Of vermoedt u gore leugens?

En dit is de meest populaire krant van Nederland: Insinueren dat een heel wetenschapsgebied een ‘gore leugen’ is. Ik heb een korte reactie achtergelaten:

Uit een aantal koude dagen in West Europa (het lokale weer) kan natuurlijk niets worden afgeleid over een eventuele opwarming van de aarde (het globale klimaat).

Om iets over klimaat te zeggen, moet je over meerdere decennia kijken, en dan is het ontegenzeggelijk opgewarmd.

Eigenlijk is het zo moeilijk niet. Maar soms lijkt het erop alsof mensen het niet willen begrijpen. En daar kan geen wetenschap tegen op.

Reactie op klimaatsceptische column Thierry Baudet in NRC

Thierry Baudet had afgelopen vrijdag een column in het NRC waarin hij de ernst van klimaatverandering bagatelliseerde. Omdat er duizend jaar geleden wijn werd verbouwd in Engeland is er volgens hem geen vuiltje aan de lucht met de huidige opwarming. Geen solide redenering, zoals uit onderstaande reactie blijkt:

Hopelijk weet columnist Thierry Baudet meer van rechtsfilosofie dan van klimaat

Wij zouden ons als natuurwetenschappers wel een paar keer bedenken voor we in NRC een artikel over rechtsfilosofie zouden schrijven. Dat is ons vak niet. Maar rechtsfilosoof Thierry Baudet ziet er geen been in over klimaatwetenschap te schrijven (NRC 27 januari). Zijn gebrek aan kennis is echter pijnlijk.  Hij herkauwt diverse ‘tegenargumenten’ die door de wetenschap al lang zijn weerlegd. Hij baseert zich liever op het boek De Staat van het klimaat van journalist Marcel Crok dan op duizenden wetenschappelijke publicaties en tientallen verklaringen van alle wetenschapsacademies wereldwijd, en van alle relevante wetenschappelijke beroepsverenigingen.

De middeleeuwse warme periode was inderdaad warm, maar niet wereldwijd, en bovendien niet zo warm als nu. Het afgelopen decennium is onbetwist het warmste sinds 2000 jaar. Er zou in de middeleeuwen wijnbouw zijn in Engeland. Dus? Nu is dat weer het geval, ook in Nederland, en zelfs in Noorwegen wordt met wijnbouw begonnen.

In feite is het nauwelijks relevant of het 1000 jaar geleden warmer of kouder was dan nu. Het zegt namelijk niets over de oorzaak van de huidige opwarming. Baudet zegt het niet met zoveel woorden, maar zijn column heeft alle schijn van de drogredenering dat, omdat de opwarming toen een natuurlijke oorzaak had, het dat nu ook moet hebben. Een beetje zoals Jantje van stelen beschuldigen, puur en alleen omdat hij jaren geleden ook iets gestolen heeft. Baudet zal waarschijnlijk kunnen bevestigen dat dat in een rechtszaak geen overtuigend argument zou zijn om Jantje daadwerkelijk schuldig te achten. Zeker niet als Jantje een geldig alibi heeft en Pietje’s vingerafdrukken op het plaats van delict duidelijk te zien zijn.

De opwarming van nu zou komen doordat we uit de kleine ijstijd komen. Tja. Alle klimaatveranderingen uit het verleden hebben oorzaken, en die worden uitvoerig bestudeerd. De kleine ijstijd werd waarschijnlijk veroorzaakt door een langdurig zonneminimum en wellicht ook door verhoogde vulkanische activiteit. De huidige opwarming is alleen te verklaren door de toename van broeikasgassen, vooral kooldioxide. Deze toename is door mensen bewerkstelligd. Andere mogelijke  oorzaken, zoals de zon en natuurlijke variaties worden permanent onderzocht, maar hun rol bij de huidige opwarming blijkt steeds nihil tot bescheiden. De hedendaagse temperatuurstijging verloopt wellicht sneller dan ooit in het verleden het geval is geweest, in ieder geval veel sneller bijvoorbeeld dan de overgang van een ijstijd naar een gematigd klimaat.

Uit de studie van klimaatveranderingen in het verleden is gebleken dat CO2 een sleutelrol speelt in het globale klimaat. De extra CO2 die nu in de lucht zit is daar door menselijk handelen gekomen, en een deel daarvan zal nog meerdere millennia in de atmosfeer haar opwarmend effect blijven hebben.

De opwarming is, in tegenstelling tot wat Baudet beweert, geenszins gestagneerd in de afgelopen 10 jaar. Er zijn natuurlijke variaties, vooral door oceaanbewegingen, maar de onderliggende trend van opwarming, ongeveer 0,18 graden per 10 jaar, is onmiskenbaar. Wat Baudet doet is kort na hoogwater langs de vloedlijn lopen om uit die waarneming te concluderen dat de zeespiegel daalt.

Opinies kunnen verschillen over vragen als: welke risico’s willen we als samenleving nemen? Wegen de inspanningen om klimaatverandering tegen te gaan op tegen de kosten? Kan het geld beter anders worden besteed? Een rechtsfilosofische beschouwing over dergelijke kwesties zou een welkome aanvulling op het debat zijn. Daarin kan Baudet dan zijn vakkennis kwijt, in plaats van onjuistheden te debiteren over de feiten van een wetenschapsdomein waarvan hij overduidelijk geen kaas heeft gegeten.

Dr. Ir. Ernst Schrama, Technische Universiteit Delft

Dr. Roderik van de Wal, Universiteit van Utrecht

Dr. Jan Wuite, Universiteit Luxemburg

Prof. Dr. Ir. Pier Vellinga, Universiteit Wageningen

Dr. Ir. Bart Verheggen, Planbureau voor de Leefomgeving

Opvallend is ook dat het niet lang duurt of er komt een heuse complottheorie om de hoek kijken in Baudet’s column, alsof klimaatverandering slechts een dekmantel is voor de “machtsvergroting” van de EU. En al die wetenschappers zitten zeker ook in dat complot? Baudet is blijkbaar bang voor meer overheidsmacht, en wantrouwt daarom de wetenschap (op basis waarvan wellicht overheidsmaatregelen worden voorgesteld).

Deze reactie is ook te lezen op de blog van Jan Paul van Soest en Ernst Schrama. Jan Paul voorziet het stukje van een lezenswaardige inleiding, waarin hij vier potentiele motieven noemt voor klimaatscepsis: ideologie, lobbyisme, hobbyisme en querulantisme. Ik zou daar verwarring, professionele deformatie en het underdog-gevoel bij scharen.

Deze reactie is niet geplaatst door het NRC. In de krant staat wel een reactie van Jan Terlouw en van Wouter van Dieren.

Update: meer reacties op baudet’s column:

Jan Terlouw – reactie op Thierry Baudet – NRC

Wouter van Dieren – reactie op Thierry Baudet – NRC 

Stevens en Olsthoorn – reactie op Thierry Baudet – NRC

Uitgebreidere reactie van Mark Olsthoorn op zijn blog (h/t Jules)