Tagarchief: Bart Verheggen

Bart en Bart reageren op opiniestuk van Maarten Keulemans over de klimaatenquête

Op de site van De Volkskrant verscheen afgelopen vrijdag een antwoord van Bart Strengers en Bart Verheggen op een opiniestuk van Maarten Keulemans van eerder in de week. Dat stukje van Keulemans kende een voorgeschiedenis. Het begon op Twitter. Daar meldde Keulemans dat hij het artikel over de PBL enquête van juli vorig jaar had gevonden en dat hij het maar onzin vond. Al snel bleek het voor Keulemans allemaal om de antwoorden op één van de 19 vragen te gaan; de weergave daarvan in het artikel kan worden gezien als een zweempje van kritiek op de mondiale media. Meer of minder diplomatiek geformuleerde tegenargumenten van enkelen van ons wilden er niet in bij Keulemans. Integendeel, binnen de kortste keren was er geen houden meer aan; beschuldigingen van fraude en belangenverstrengeling, kreten als “pseudowetenschap” en “klimaatactivisten”, een juichtweet over een citaat uit een commentaar op het artikel dat vol stond met complottheorieën (zie hier het antwoord op dat commentaar), het kwam allemaal voorbij alsof het niks was.

es-2014-01998e_0009

Het hete hangijzer: geënquêteerden die de menselijke invloed op het klimaat laag inschatten geven aan relatief vaak in de media op te treden

Als er al eens iets inhoudelijks kwam van Keulemans dan was de kwaliteit al niet veel beter, zoals het stuk van Bart en Bart laat zien. Al had hij, eerlijk is eerlijk, op één punt niet helemaal ongelijk. Bij de openingszin van het artikel, die zegt dat de publieke opinie verdeeld is over de menselijke invloed op het veranderende klimaat, staat maar één referentie, en wel naar een onderzoek dat zich uitsluitend op Amerika richt. Dat is wat mager. Deze Wikipedia pagina laat zien dat er heel wat meer informatie beschikbaar is; informatie waaruit blijkt dat die verdeeldheid ook in andere landen bestaat, niet het minst in Nederland. De mediaberichtgeving, en de zogenaamde “false balance” daarin, is ook onderzocht. Bijvoorbeeld door Max Boykoff, maar ook in Nederland, door het Rathenau instituut. Volgens dit onderzoek wordt in de Nederlandse media de mainstream wetenschappelijke visie 2,5 keer zo vaak genoemd als de zogenaamd sceptische visie, terwijl de verhouding in de wetenschap ongeveer 9:1 is. Dit is consistent met de conclusie uit de klimaatenquête hierover. Hoe dan ook, wat extra referenties hadden hier geen kwaad gekund. Maar laat ook duidelijk zijn dat dit de inleiding van het artikel betreft, waarin de achtergronden van het onderzoek worden geschetst, en dat het allemaal geen enkele invloed op de resultaten en de conclusies heeft. Lees verder

Advertenties

Video-interview over klimaat-enquete artikel

De Nederlandse blogger Collin Maessen heeft mij via skype geinterviewed over onze recente paper “Scientists’ views about attribution of global warming“:

Collin schreef ook een blogpost erover die de moeite waard is om te lezen, waarin hij wat context geeft aan de hand van andere enquêtes en literatuur-analyses.

Het interview begint met de algemene bevindingen over de mate van consensus. Daarna komt de vergelijking met eerdere studies aan bod, en hoe de berichtgeving in de media skeptische meningen uitvergroot t.o.v. de mate waarin die onder wetenschappers te vinden zijn. Ook geeft hij mij de kans om over mijn favoriete onderdeel te praten, namelijk hoe de afkoeling door aërosolen de opwarming door broeikasgassen deels maskeert en hoe dit de attributie-conclusie in IPCC AR4 vatbaar maakt voor misinterpretatie. Deze aspecten zijn ook besproken in mijn blogpost van vorige maand.

Opwarming aan oppervlak tijdelijk minder, in oceaan des te meer

Er was veel te lezen over klimaatverandering in de landelijke dagbladen afgelopen zaterdag. Aanleiding is natuurlijk het vijfde IPCC rapport waarvan aanstaande vrijdag het eerste deel (over “the physical basis”) uitkomt.

Daarnaast blijkt de minder sterke oppervlakte-opwarming van de afgelopen ~15 jaar voor velen een aanleiding om zichzelf en de klimaatwetenschap achter de oren te krabben. Daar is op zich niets mis mee natuurlijk, al wordt er soms wat snel naar niet logisch volgende conclusies toegewerkt (zie bijv “De ramp die niet kwam” in NRC).

In het stuk in Trouw worden Marcel Crok, Han Dolman (VU) en ik aan het woord gelaten door Joep Engels. Een deel van het artikel was zelfs voorpaginanieuws, al was de teneur in dat gedeelte wel wat voorbarig. Alsof “de klimaatsceptici een beetje gelijk krijgen”. Was het maar waar! Het artikel gaat verder op p12 van het katern “de verdieping” en geeft op zich een heel aardig overzicht van verschillende gezichtspunten.

De punten die ik naar voren wilde brengen waren de volgende:

Korte termijn variatie vs lange termijn trend. Van maand tot maand, en zelfs van jaar tot jaar, vertoont de globaal gemiddelde temperatuur veel variatie. Dat zorgt ervoor dat over tijdsschalen korter dan ruwweg 10-15 jaar de onderliggende trend niet goed zichtbaar is.

Zie bijv onderstaande plaatje van Jos Hagelaars waarin de trend in oppervlaktetemperatuur wordt weergegeven, gemiddeld over 10 (rood) en over 30 (blauw) jaar. De langjarige trend (1975-2013) schommelt rond de 0.17 graden per decenium, en zoals te verwachten is de kortstondige trend veel variabeler, soms groter dan de langjarige trend en soms (zoals nu) kleiner.

Opwarmingsnelheid-10-30-Jaar_500

Lees verder

Klimaatsymposium van Nederlandse klimaatsceptici, deel II: de ‘AGW protagonisten’

Deel I ging over de bijdragen van klimaatsceptici aan de door hen georganiseerde bijeenkomst. Er was ook ruimte voor enkele ‘protagonisten’, leden van ‘het andere kamp’ (of ‘wetenschappelijke mainstream’ zoals ik het pleeg te noemen) om kort het woord te voeren. Dit was op een laat moment in de voorbereidingsfase overeengekomen.

Rudy Rabbinge (KNAW) gaf aan wat de bedoeling van de door sceptici gewraakte KNAW brochure is geweest: Een beeld schetsen van de wetenschappelijke kennis, zonder daarbij als ‘scheidsrechter’ te willen optreden. Hij constateerde dat klimaatmodellering de moeilijkheid heeft dat het om de simulatie van een uniek systeem gaat, en daarom slechts beperkt toetsbaar is. Dat brengt een inherente onzekerheid met zich mee. Die onzekerheid is echter volgens hem geen reden om geen beleid te voeren. Volgens Rabbinge houden politici van onzekerheid: Voor elke geprefereerd beleid valt dan wel een studie te vinden, die als argument ervoor kan dienen (zie ook de 130 km/h discussie). En het geeft hen een alibi voor als het fout blijkt te gaan (er was immers onzekerheid). Ik dacht altijd dat politici zekerheid willen, maar ik denk dat hij de spijker op de kop slaat hiermee.

Rob van Dorland (KNMI) zei dat de klimaatgevoeligheid zowel uit metingen als uit modellen waarschijnlijk tussen de 2 en 4,5 graden per verdubbeling van CO2 ligt. De laagst aannemelijke waarde is vrij sterk begrensd: Met een klimaatgevoeligheid van kleiner dan 1.5°C kunnen opgetreden klimaatveranderingen niet verklaard worden. Ook gaf hij aan dat over tijdsschalen van enkele jaren natuurlijke variaties doorgaans groter zijn dan lange termijn trends, zoals de mondiale temperatuurstijging door menselijke invloed. Dit betekent dat wanneer de temperatuur over een tijdvak van bijvoorbeeld tien jaar geen stijging vertoont, hieruit niet de conclusie getrokken kan worden dat er geen lange termijn trend is.

Bart Verheggen (ECN) ging verder door op het onderscheid tussen korte termijn variatie en lange termijn trend. Een groot deel van de variatie op een tijdsschaal van enkele jaren valt terug te voeren op de effecten van natuurlijke processen zoals de El Nino/La Nina cyclus, grote vulkaanuitbarstingen, en de zonnecyclus. Als voor de invloed van deze processen gecorrigeerd wordt, komt de opwarmende trend duidelijker uit de ruis te voorschijn. Daarnaast liet hij aan de hand van verschillende observaties zien dat CO2, en niet de zon, de belangrijkste oorzaak is van de recente opwarming

Leo Meyer (PBL) gaf aan dat hij de discussie waardeert en vooral nut ziet in het verkennen van zaken waar men het over eens kan zijn, naast zaken waar men misschien een ‘agreement to disagree’ overeen kan komen. Hij bracht het nieuws dat hij door IPCC is aangesteld om de totstandkoming van het synthese rapport van de volgende IPCC rapportage te coördineren.

Consensus

Tijdens de discussie werd duidelijk dat het begrip ‘consensus’ zwaarbeladen is en als een rode lap werkt. Misschien kan dat woord in discussies beter vervangen worden door zo iets als ‘brede overeenstemming’. Het is volledig logisch dat wetenschappers langzaam convergeren in hun wetenschappelijk standpunt, als de aanwijzingen in een bepaalde richting zich opstapelen.

Het is niet realistisch om te verwachten dat absoluut iedereen zich daarin kan vinden (100% unanimiteit). Dat punt wordt zelden bereikt, zeker niet als het complexe systemen betreft, waar een absoluut bewijs principieel nooit verkregen kan worden. Het valt dan ook te verwachten dat er tegen (het bestaan van) de consensus geageerd wordt door diegenen die zich er niet in kunnen vinden. Zeker als men zich afzondert van de mainstream wetenschap en voornamelijk met gelijkgezinden optrekt, kan het bestaan van brede overeenstemming over het tegengestelde als heel onwaarschijnlijk ervaren worden. Dat gevoel kan extra kracht worden bijgezet door bijvoorbeeld petities, waarbij de grens tussen experts en non-experts naar believen opgerekt wordt

Meer lezen:

Presentatie Rob van Dorland

Presentatie Bart Verheggen

Interview met Nederlandse klimaatbloggers

Een tijdje geleden werd ik benaderd door Wim Joost van Hoek (MSc student Climate Studies aan de WUR) om een aantal vragen te beantwoorden over mijn visie op de klimaatdiscussie en de rol van blogs daarin. Dit zou dan als input dienen voor een essay voor het vak milieufilosofie.

De vragen, die aan Paul Luttikhuis, Hans Labohm, en mij werden voorgelegd, waren als volgt:

Wat is de intentie van uw blog en heeft u het gevoel dat u kunt voldoen aan uw eigen intentie?

Wat maakt voor u de klimaatdiscussie zo belangrijk?

Op welk moment vormde u uw huidige opinie in de klimaatdiscussie?

Hoe heeft u de inhoudelijke klimaatdiscussie tot op heden ervaren en wat verwacht u in de toekomst?

Wat vindt u van de vorm van de discussie? Welke middelen zijn geoorloofd om de waarheid boven tafel te krijgen?

Wat vindt u over het algemeen van de houding van de partijen met een andere mening in deze discussie (antagonisten vs. protagonisten)?

Komende week zal ik in delen mijn antwoorden hierop publiceren (ik ben een beetje lang van stof geweest ;-)) Hier volgt een relevante passage uit het essay van Wim Joost:

Er is sprake van een extreem gepolariseerde discussie, wat niet wegneemt dat er ook veel mensen geen mening hebben of ergens tussen de tegenpolen inzitten. De plek waar deze polarisatie het duidelijkste zichtbaar is, is het internet, op verschillende blogs over het klimaat. In Nederland zijn er ook een handvol blogs. Er wordt ferm gediscussieerd, bejegend en ook veel onkennis tentoongespreid. Tegenwoordig is de discussie zelfs zo hoog opgelopen dat het voor een beginnende lezer al snel totaal niet meer te volgen is. Enkele bekende Nederlandse bloggers zijn Paul Luttikhuis (NRC-journalist), Hans Labohm (klimaatscepticus) en Bart Verheggen (PhD. Atmosferische chemie) en ik heb ze gevraagd wat zij nu denken over de klimaatdiscussie. De heer Luttikhuis laat weten op zijn blog ten doel gesteld te hebben  ‘nuchter en zakelijk’ de ontwikkelingen op het gebied van klimaatbeleid te beschrijven, maar daar slechts ten dele in te slagen; het terrein is groot en breed en dijt zeer snel uit. Klimaatscepticus de heer Labohm heeft de intentie om de waarheid boven tafel krijgen en hij zegt dat het ‘aardig lukt’. De heer Verheggen wil het gat dichten tussen klimaatwetenschap en het brede publiek. Hij stelt dat ‘het van belang is de kloof te verkleinen’. Als wetenschapper probeert hij ‘dicht bij de wetenschappelijke kijk op de zaak te blijven’ maar toch handvaten te geven in de informatiejungle. Met dat laatste heeft de heer Verheggen een mijn inziens relevant obstakel in de klimaatdiscussie met een inzichtelijke metafoor te pakken. Er is inderdaad sprake van een enorme informatiejungle. Juist in deze is een groot risico aanwezig dat er we een communicatieprobleem hebben.

(…)

Autoriteit heeft een soort overkoepelende kennis nodig. De enige actor die systematisch deze kennis [op basis waarvan politieke besluiten kunnen worden genomen – BV] kan leveren is de wetenschap. In de macht van mensen is er geen andere systematische aanpak die het beter doet. Wetenschap moet daarentegen bij zijn leest blijven en de feiten blijven presenteren zoals die uit hun onderzoek blijkt. Het moet ten koste van alles open blijven staan voor inhoudelijke kritiek op het onderzoek en in de mogelijkheid zijn om commentaar, van wie dan ook, burger, politiek en bedrijfsleven, te pareren. Dit laatste is nieuw, maar onvermijdelijk in een discussie zoals die over het klimaat waar zoveel partijen bij betrokken zijn. De critici moeten daarnaast ook instaan voor een immer constructieve discussie. Een collectieve verantwoordelijkheid is moeilijk te dragen, maar dat is niet een reden deze te negeren.

Voor zich constructief opstellende critici mag wat mij betreft de deur natuurlijk open (en is die eigenlijk nooit dicht geweest).

Nieuwsfeitje: Donderdagavond 3 november geef ik samen met duurzaamheidsconsultant Jan Paul van Soest een lezing over klimaatverandering bij de Young Energy Specialists and Development Co-operation (YES-DC) in Utrecht. Jan Paul zal het hebben over klimaatscepsis en hindermacht (op basis van zijn essay “klompen in de machinerie”). Ik zal het hebben over het grote plaatje van klimaatverandering: Wat weten we en hoe weten we dat?