Tagarchief: boek

Tien klimaatacties die werken – Pieter Boussemaere

Er zijn legio lijstjes met wat je als individu zoal kunt doen om klimaatverandering te beperken. Vaak zijn die lijstjes heel lang, en staan de meer symbolische acties die weinig zoden aan de dijk zetten (bijv telefoonoplader niet in het stopcontact laten zitten) op een gelijk plan als de grote klappers (bijv minder vliegen). Ook is het soms lastig om door de politiek-ideologische lading van dit onderwerp heen te kijken.

Het recente boek “Tien klimaatacties die werken” van Pieter Boussemaere is daarom een welkome aanvulling. Dat hij een goede schrijver is wisten we al van zijn vorige boek, Eerste Hulp Bij Klimaatverwarring, waar Jos toendertijd een review over schreef. De goede structuur van het boek valt ook op: weloverwogen kiest Boussemaere voor een bepaalde indeling van verschillende duurzame keuzes, waardoor het geheel overzichtelijk en behapbaar blijft. Hij geeft de lezer een idee van de orde van grootte van zowel het probleem als van verschillende oplossingsstrategieën, en onderbouwt dat met solide argumentatie en bronverwijzingen. Van een sterk ideologische inkleuring, wat je bij dit onderwerp nogal eens ziet, is geen sprake. Dit maakt het een helder en verfrissend boek.

Het boek wekt niet de illusie dat door individuele actie het probleem wel eventjes opgelost zal worden – een valkuil waar veel van dergelijke “to-do” lijstjes mijns inziens wel in vallen. Maar het nut ervan wordt ook niet gebagatelliseerd. Dat is best een lastig evenwicht, en Boussemaere bewandelt dat heel erg goed. Met nuance, met onderbouwing, en met flair.

Lees verder

De knoppen van het klimaat en de schakelende oceaan

Gastblog van Hans Custers

Na enkele pittige discussies met Bert Amesz kreeg ik onlangs de kans om zijn boek te bekijken. Die kans kon ik niet laten liggen. Het eerste deel van deze blogpost is een bespreking van het boek; het tweede deel gaat wat verder in op de visie van Bert Amesz op de klimaatwetenschap.

Het boek: Aan de knoppen van het klimaat

Laat ik met het positieve beginnen: er is bijzonder veel aandacht besteed aan de vormgeving en aan fraaie illustraties. En Amesz is bereid om zonder morren bepaalde elementaire wetenschappelijke inzichten, zoals het broeikaseffect, te accepteren.

Het boek wordt gepresenteerd als een populair-wetenschappelijke uitgave over alles wat met klimaatwetenschap en klimaatverandering te maken heeft. Maar meer dan dat is het een boek met een boodschap. Die boodschap klinkt van de eerste tot en met de laatste pagina luid en duidelijk door: het valt reuze mee met die klimaatverandering en al helemaal met de menselijke invloed; voor zover we er al iets over kunnen zeggen, want er is nog zo veel onbekend en onzeker en de wetenschap is tot op het bot verdeeld. Het feit dat verschillende wetenschappelijke instituten in de wereld onafhankelijk van elkaar – en dus niet volledig identiek – gegevensreeksen over de wereldtemperatuur bijhouden wordt opgevoerd als bewijs van tweespalt en zelfs ruzie in de wetenschappelijke wereld. Dat een overgrote meerderheid van de wetenschappers spreekt van consensus, dat die overgrote meerderheid het met elkaar eens is dat een aanzienlijke menselijke invloed zeer waarschijnlijk is, meldt het boek dan weer niet. Amesz schetst liever het beeld van “onderzoekers van het IPCC” die de opdracht zouden hebben om zich op de menselijke invloed te concentreren. In werkelijkheid heeft het IPCC geen onderzoekers in dienst, verstrekt het ook geen onderzoeksopdrachten en geeft het op geen enkele manier sturing aan het klimaatonderzoek dat aan tal van gerenommeerde wetenschappelijke instituten over de hele wereld wordt uitgevoerd.

Amesz meent dat hij net zo veel gewicht toe moet kennen aan verhalen van clubs als het NIPCC – enkel en alleen opgericht om twijfel te zaaien over de wetenschap – als aan de door tienduizenden wetenschappers ondersteunde IPCC-rapporten. Dat het IPCC in de wetenschap een middenpositie inneemt en dat de geschiedenis laat zien dat de wetenschap juist geneigd is tot terughoudendheid wil hij al helemaal niet weten. Deze “framing” van de discussie zien we vaker: de breed geaccepteerde wetenschap wordt als een “alarmistisch” uiterste in het spectrum aan opvattingen afgeschilderd en tegenover het andere uiterste – de ontkenning van de elementaire wetenschap van het broeikaseffect – geplaatst, alsof de redelijkheid hier in het midden zou liggen.

Alarmisten-Sceptici

De positie van sceptici, alarmisten en de wetenschap

Lees verder

Pier Vellinga: Hoezo klimaatverandering?

Hoogleraar Pier Vellinga heeft een boek geschreven over klimaatverandering: Hoezo Klimaatverandering?

Kennis voor Klimaat:

In klare taal, met een genuanceerd oog voor de twijfels, maar vooral ook met een scherpe analyse van de werkelijke feiten en ontwikkelingen.

Wie moeten we geloven als het om klimaatverandering gaat, de doemdenkers of de sceptici, en waarom? Kan het zijn dat de klimaatonderzoekers overdrijven? Hoe reëel is de opwarming zolang het IJsselmeer nog dichtvriest? Wat is de rol van de zon? En, hoe erg is dat trouwens, een iets warmere wereld? Is overschakelen op andere energiebronnen niet veel te duur?

Klimaatportaal:

Hoe zit het met alle vragen over het klimaat, hoe kunnen we de feiten van de fabels onderscheiden? Op deze vraag geeft hoogleraar Pier Vellinga een antwoord in zijn nieuwe boek Hoezo Klimaatverandering.

“Feit is dat de opwarming wereldwijd doorzet. Zonnevariatie kan deze opwarming niet verklaren”, aldus Vellinga.

Vellinga heeft alle argumenten van de klimaatsceptici nog eens nagelopen. Vervolgens heeft hij de belangrijkste fabels over klimaatverandering ontkracht. Eén van de hardnekkige fabels die volgens Vellinga de ronde doet is dat de temperatuurmetingen niet zouden kloppen: “zeker de afgelopen dertig jaar zijn de metingen zeer betrouwbaar”. Een andere fabel is dat de invloed van de mens op de natuur klein is. De natuur zou zo sterk zijn dat de mens er niet toe doet. “De mens heeft wel degelijk invloed en we kunnen deze invloed bijsturen.”
Volgens Vellinga wordt het menselijk voorbestaan niet door klimaatverandering bedreigd: “Ook in warme tijden is er uitbundig leven mogelijk, kijk maar naar de tijd van de dinosauriërs. Als het klimaat snel verandert, ontstaan er wel problemen. De helft van de mensen woont in kustgebieden. Zij krijgen te maken met de zeespiegelstijging.”
ANP:

De vraag of het zinvol is om in Nederland maatregelen te treffen, hangt af van hoe je het bekijkt. Vellinga: ,,Je kan het vanuit economisch oogpunt bekijken: pas als de schade van klimaatverandering meer kost dan de maatregelen om het te voorkomen, loont het om er wat aan te doen. Maar je kan het ook moreel bekijken. De zware effecten zijn waarschijnlijk pas voelbaar over tientallen jaren. De volgende generaties krijgen hiermee te maken. De vraag is of we nu al willen ingrijpen om dat straks te voorkomen.”

Trouw (Janne Chaudron):

Wanneer de aarde daadwerkelijk minstens 2 graden warmer wordt in 2100, waar Vellinga vanuit gaat, vraagt dat om vergaande aanpassingen. Want het probleem is niet zozeer de iets hogere temperatuur, dat is in het verleden ook gebeurd. Het probleem is wel dat er nu overal mensen wonen, en dat zich ecosystemen hebben ontwikkeld die passen bij het klimaat dat er nu is. (…)

Hij maakt duidelijk waarom de aarde in 2100 2 graden of meer opwarmt. Hij beargumenteert op een geloofwaardige manier waarom de zon daar niet verantwoordelijk voor is, zoals sceptici zeggen. Ook gaat hij in op de kwaliteit van temperatuurmetingen en ijstijden die volgens critici meer invloed hebben op het klimaat dan extra broeikasgassen.

Maar in de tweede helft van het boek zet hij een politieke pet op en dat komt niet geloofwaardig over. Hij lijkt politici en beleidsmakers te willen overtuigen van het nut van duurzame vormen van energie (…).

In het dankwoord benadrukt Vellinga dat klimaatverandering investeringen vergen en dat we ook ons gedrag moeten aanpassen. Die moralistische boodschap is jammer en niet nodig. Want met het wetenschappelijke betoog overtuigt Vellinga genoeg.

Dit boek (ik heb het niet gelezen; het is pas vanaf vandaag verkrijgbaar) biedt wellicht een goed tegenwicht tegen dat van Marcel Crok (volgens Vellinga “wel een erg persoonlijke interpretatie” – Trouw). Vanavond (10 mei) gaan beide heren met elkaar (en met Salomon Kroonenberg en Peter Siegmund) in debat trouwens, onder het vaandel van Studium Generale in Leiden.