Tagarchief: consensus

Klimaatgesprekken bij RTL Z

Na zijn twee columns waar wel wat op aan te merken viel heeft RTL Z journalist Roderick Veelo de afgelopen tijd twee mensen geïnterviewd over het klimaat: Marcel Crok en Bart Strengers. Laten we zeggen dat hij daarmee hoor en wederhoor heeft gepleegd, al was het natuurlijk evenwichtiger geweest als Veelo tegenover het activisme[*] van Crok het verhaal van een milieu- of klimaatactivist had geplaatst. De wetenschapper Bart Strengers had dan in een derde interview beide visies kunnen becommentariëren.

Het interview met Bart Sprengers spreekt voor zich. Het is van begin tot eind doordrongen van wetenschappelijke nuance.

Op het interview met Marcel Crok is, het zal onze vaste lezers niet verbazen, wel het een en ander aan te merken. Zoveel zelfs dat dit een behoorlijk lang stuk is geworden.

ONZEKERHEID

Onzekerheid is geen onwetendheid en wetenschappelijke onzekerheid heeft twee kanten

Als er een grote lijn in het interview met Marcel Crok zit, dan is het de moeizame relatie die hij heeft met verschillende vormen van onzekerheid: onzekerheid over toekomstige ontwikkelingen en wetenschappelijke onzekerheid. Terwijl onzekerheid over de toekomst onlosmakelijk is verbonden met het leven en wetenschappelijke onzekerheid integraal onderdeel is van wetenschappelijke onderzoeken, inzichten en resultaten. Hoeveel kennis er ook is over een onderwerp, die kennis heeft altijd zijn grenzen. En in de wetenschap is het belangrijk om die grenzen te markeren. Dat doet de wetenschap dan ook.

Crok gaat uiterst flexibel om met wetenschappelijke onzekerheid. Naar gelang het hem het beste uitkomt wordt die uitvergroot tot totale onwetendheid of juist volledig genegeerd. Of hij concentreert zich op het stukje onzekerheidsinterval dat hem het meeste bevalt. En voor de toekomst lijkt hij alles in te willen zetten op één scenario: dat het allemaal wel meevalt. Over het algemeen wordt het verstandiger gevonden om in het beleid zo veel mogelijk rekening te houden met alle denkbare scenario’s. Rationeel afwegen van risico’s is echt iets anders dan maar gokken op een goede afloop. Lees verder

Advertenties

Ja, de mens is verantwoordelijk voor de opwarming van de aarde

Eerder verschenen op RTLZ, in antwoord Roderick Veelo en Marijn Poels:

We horen het vaak: de meeste klimaatwetenschappers zijn het erover eens dat de aarde opwarmt door toedoen van de mens. Dit is keer op keer aangetoond op basis van literatuuranalyses en enquêtes, en de mate van consensus ligt steevast tussen de 90% en de 100%. Maar hoe weten we nu of die wetenschappers het wel bij het juiste eind hebben?

Een aantal conclusies van de klimaatwetenschap is zo goed als zeker. Zo is al in de 19de eeuw aangetoond dat gassen zoals CO2 infraroodstraling absorberen, en daardoor het warmteverlies van de aarde temperen. Dit is inmiddels middelbare school natuurkunde. Ook weten we dat de toename van de CO2-concentratie in de atmosfeer komt door het verbranden van fossiele brandstoffen. De koolstof in de CO2 heeft namelijk een fossiele vingerafdruk, die ondubbelzinnig de afkomst verraadt. Meer CO2 betekent dus een dikkere deken van CO2 om de aarde heen, die daardoor wel moet opwarmen.

Maar het klimaat is toch altijd al veranderd, lang voordat de mens op het toneel verscheen? Jazeker. En de studie daarvan, paleoklimatologie, laat zien dat CO2 vaak een sleutelrol vervulde bij die klimaatveranderingen in het verre verleden. Modellen, gebaseerd op natuurkundige kennis van het klimaatsysteem, kunnen de recente opwarming goed verklaren, maar alleen als daarbij ook de menselijke invloeden zoals emissies van broeikasgassen en aerosolen (fijn stof) worden meegenomen.

Oftewel, meerdere bewijslijnen bevestigen de conclusie dat menselijk handelen de belangrijkste oorzaak is van de huidige opwarming. Zou het kunnen dat al die wetenschappers het faliekant mis hebben? Dat kun je natuurlijk nooit uitsluiten, maar voor een dergelijke boude stelling heb je dan wel heel sterke bewijzen nodig (‘extraordinary claims require extraordinary evidence’). En dat ontbreekt steevast aan dit soort claims.

Zo heeft Roderick Veelo het in zijn opiniestuk van 19 oktober over een “opgelegde eensgezindheid zonder tegenspraak”. Ik denk dat de heer Veelo nooit een wetenschappelijke conferentie heeft bijgewoond, want ik kan hem vertellen dat wetenschappers niets liever doen dan elkaar tegenspreken en corrigeren. Eensgezindheid  is vaak ver te zoeken. Geen wonder, want wetenschappelijke roem krijg je niet door je collega’s braaf na te praten; je moet met nieuwe inzichten komen! Over de grote lijn echter, zoals hierboven kort beschreven, zijn vrijwel alle klimaatwetenschappers het wel eens. Net zoals de meeste theoretisch fysici het eens zijn over Einstein’s theorieën. Dat ze om de haverklap een e-mail krijgen van iemand die meent het ultieme bewijs te hebben dat Einstein er helemaal naast zat zal hooguit tot een lach of wat irritatie leiden, maar zal hun inzichten meestal niet beïnvloeden. Lees verder

Video-interview over klimaat-enquete artikel

De Nederlandse blogger Collin Maessen heeft mij via skype geinterviewed over onze recente paper “Scientists’ views about attribution of global warming“:

Collin schreef ook een blogpost erover die de moeite waard is om te lezen, waarin hij wat context geeft aan de hand van andere enquêtes en literatuur-analyses.

Het interview begint met de algemene bevindingen over de mate van consensus. Daarna komt de vergelijking met eerdere studies aan bod, en hoe de berichtgeving in de media skeptische meningen uitvergroot t.o.v. de mate waarin die onder wetenschappers te vinden zijn. Ook geeft hij mij de kans om over mijn favoriete onderdeel te praten, namelijk hoe de afkoeling door aërosolen de opwarming door broeikasgassen deels maskeert en hoe dit de attributie-conclusie in IPCC AR4 vatbaar maakt voor misinterpretatie. Deze aspecten zijn ook besproken in mijn blogpost van vorige maand.

Onder wetenschappers veel meer overeenstemming over menselijke bijdrage aan opwarming dan onder brede publiek

Vandaag staat er een ingezonden brief in de Metro van Bart Strengers en Bart Verheggen, waarin de uitkomsten van een enquete onder de bevolking worden vergeleken met de uitkomsten van onze enquete onder klimaatwetenschappers:

In de Metro van 19 September werd genoemd dat “maar liefst 69 procent van de Nederlanders ervan overtuigd is dat de mens invloed heeft op de klimaatverandering”.

Dat is weliswaar een ruime meerderheid, maar nog steeds een stuk minder dan onder klimaatwetenschappers het geval is.

Op basis van de overtuigende bewijsvoering is zo’n 90% van de klimaatwetenschappers het erover eens dat de mens een dominante invloed heeft op de huidige opwarming. Dit percentage is nog hoger als je inzoomt op wetenschappers met de meest relevante expertise.

Dit is bevestigd door een enquete die wij hebben uitgevoerd en waarvan de resultaten recent gepubliceerd zijn.

Het bericht in de Metro is gebaseerd op een onderzoek van WeerOnline onder 23.500 respondenten. Daar staat ook dat

Ruim de helft van deze groep (de 69%) denkt dat de menselijke bijdrage groot is.

In onze enquete onder klimaatwetenschappers vroegen we naar de precieze bijdrage van broeikasgassen, waarbij het antwoord alleen werd aangemerkt als “consensus positie” als broeikasgassen volgens de respondent meer dan de helft van de opwarming hebben veroorzaakt. Onze uitkomsten kunnen dus het best vergeleken worden met “ruim de helft van 69%” onder de bevolking. Dat onderstreept nogmaals de grote kloof tussen hoe er in de wetenschap over dit onderwerp wordt gedacht (~90% denkt dat bijdrage van broeikasgassen dominant is) en hoe dat in de maatschappij als geheel is (~35% denkt dat menselijke bijdrage groot is). Ook onder zelf-verklaarde skeptische wetenschappers is de meerderheid het er overigens mee eens dat de mens in ieder geval enige invloed heeft op de huidige opwarming; zij denken alleen dat die bijdrage relatief klein is.

Oftewel, onder de bevolking is de twijfel over de menselijke invloed op klimaatverandering veel groter dan in de wetenschappelijke wereld het geval is. Dat is eigenlijk veel opzienbarender dan het feit dat twee derde van de bevolking denkt dat de mens uberhaupt enige invloed heeft. Het is overigens wel vaker het geval geweest dat het even duurde voordat een wetenschappelijke consensus ook in de maatschappij als geheel breed werd geaccepteerd. Het probleem is natuurlijk dat de CO2 zich intussen wel in de atmosfeer blijft ophopen.

Enquête bevestigt wetenschappelijke consensus over door de mens veroorzaakte opwarming

  • Een enquête onder meer dan 1800 klimaatwetenschappers bevestigt dat er brede overeenstemming is dat de opwarming van de aarde hoofdzakelijk wordt veroorzaakt door antropogene broeikasgassen.
  • Deze consensus wordt sterker met toegenomen expertise, zoals gedefinieerd door het aantal zelf-gerapporteerde artikelen in de ‘peer-reviewed’ literatuur.
  • De belangrijkste conclusie in IPCC AR4 over attributie kan leiden tot een onderschatting van de broeikasgasbijdrage aan de opwarming van de aarde, omdat hierin impliciet het minder bekende maskerende effect van koelende aërosolen is meegenomen.
  • Degenen die sceptisch zijn over een belangrijke menselijke invloed op het klimaat geven aan dat ze vaker in de media komen dan andere wetenschappers.

In 2012, toen ik gedetacheerd was bij het PBL (Planbureau voor de Leefomgeving), heb ik samen met collega’s een gedetailleerde enquête uitgevoerd over klimaatwetenschap. Meer dan 1800 internationale wetenschappers op het brede gebied van klimaatverandering, inclusief bijvoorbeeld klimatologie, klimaateffecten en mitigatie, hebben de vragenlijst ingevuld. De belangrijkste resultaten van de enquête zijn nu verschenen in het vakblad Environmental Science and Technology (doi: 10.1021/es501998e).

Consensus over de menselijke oorzaak van klimaatverandering

Bij toenemende deskundigheid of ervaring in klimaatwetenschap blijkt de mate van overeenstemming over de bijdrage van broeikasgassen aan de opwarming ook toe te nemen. Zo is 90% van de respondenten met meer dan tien klimaat-gerelateerde ‘peer-reviewed’ publicaties (ongeveer de helft van alle respondenten) het erover eens dat door de mens veroorzaakte broeikasgassen de belangrijkste oorzaak zijn van de recente opwarming. Dit is gebaseerd op twee vragen, waarvan er één een directe weerspiegeling was van de belangrijkste conclusie over attributie in IPCC AR4, namelijk dat meer dan de helft van de recente opwarming zeer waarschijnlijk is veroorzaakt door antropogene broeikasgassen.

Verheggen et al - Figure 1 - GHG contribution to global warming

Figuur 1. Hoe meer peer-reviewed publicaties over klimaatverandering de respondenten aangeven te hebben geschreven, hoe belangrijker ze denken dat de bijdrage van broeikasgassen (BKG) is aan de opwarming. Het aantal antwoorden is weergegeven als een percentage van het aantal respondenten (N) in elke deelgroep, gegroepeerd naar het door henzelf aangegeven aantal publicaties.

Analyses van de vakliteratuur (bijv. Cook et al., 2013; Oreskes et al., 2004) vinden over het algemeen een nog sterkere consensus dan opiniepeilingen zoals deze enquête. Dit komt omdat er een sterkere consensus is onder de meest publicerende – en wellicht dus ook de meest deskundige- klimaatwetenschappers. De kracht van een literatuuranalyse ligt in het feit dat daarmee het primaire forum van de wetenschappelijke bewijsvoering en argumentatie wordt onderzocht. De kracht van een enquête zoals deze is dat daarmee heel specifiek kan worden onderzocht waar nu precies overeenstemming over is en waar de wetenschappers het over oneens zijn. Deze twee methodes om de wetenschappelijke consensus te bepalen zijn in die zin complementair. Onze vragenlijst was heel specifiek en onze definitie van de consensus positie was daarmee wellicht strikter dan zoals in sommige andere studies is gehanteerd. Sceptische meningen zijn waarschijnlijk oververtegenwoordigd in onze enquête in vergelijking met andere.

Hoe je het ook wendt of keert, wetenschappers zijn het er in groten getale over eens dat de opwarming van de aarde voor het grootste deel door menselijk handelen is veroorzaakt.

Lees verder

Achter de getallen van de consensus

Het veelbesproken artikel van John Cook et al. vindt een zeer sterke consensus in de wetenschappelijke literatuur dat de recente klimaatverandering door mensen wordt veroorzaakt: Van de abstracts waarin een positie wordt ingenomen over de oorzaak van de opwarming van de aarde, onderschrijft 97% (impliciet of expliciet) een menselijke oorzaak daarvan.

Op Lucia’s blog schrijft Brandon Shollenberger over een manier om de resultaten van 12.280 van de 12.465 abstracts te doorzoeken. Op basis van deze zoekmethode en de SkS richtlijnen, geeft Marcel Crok de volgende uitsplitsing van de resultaten (onderschrijven of afwijzen van een menselijke oorzaak van de opwarming):

Categorie 1 (Expliciete onderschrijving met kwantificering): 65
Categorie 2 (Expliciete onderschrijving zonder kwantificering): 934
Categorie 3 (Impliciet onderschrijving): 2933
Categorie 4 (Neutraal): 7930 [het gerapporteerde aantal]
Categorie 5 (Impliciete afwijzing): 53
Categorie 6 (Expliciete afwijzing zonder kwantificering): 15
Categorie 7 (Expliciete afwijzing met kwantificering): 10

De 97% wordt verkregen door de som van de categorieën 1 t/m 3 te nemen als percentage van alle categorieën behalve 4. Dit percentage is 98% op basis van de getallen hierboven, maar dit zijn niet de officiele en complete aantallen.

Natuurlijk kunnen verschillende andere fracties worden berekend op basis van deze getalen, elk met een iets andere betekenis: Van die abstracts die een kwantitatieve inschatting geven van de bijdrage van menselijke activiteiten aan de opwarming onderschrijft 87% (65/75) een dominante menselijke oorzaak. En van die abstracts die een expliciet standpunt innemen over de oorzaak van de opwarming onderschrijft  97,6% (999/1024) een menselijke oorzaak.

Hoe je het ook wendt of keert, er is een sterke wetenschappelijke consensus.

Lees verder

Wetenschapsjournalistiek: Partij kiezen of ‘false balance’? deel 1: Pluto

Een opvallend bericht in het wetenschapskatern van de volkskrant (27 aug, door Govert Schilling):

Pluto is echt geen planeet. Punt.

Wel! 

Nee, het gaat niet over klimaatverandering. Maar het laat wel een heel ander type journalistiek zien dan we gewend zijn: 

Op 24 augustus was het vijf jaar geleden dat de Internationale Astronomische Unie (IAU) Pluto degradeerde tot dwergplaneet.

Veel conservatieve planeetonderzoekers hebben daar tot op de dag van vandaag moeite mee. Met ondeugdelijke argumenten proberen ze het publiek ervan te overtuigen dat Pluto ‘gerehabiliteerd’ moet worden. Laat u echter niet misleiden!

Het stuk gaat daarna verder met de argumenten voor deze “degradatie” in stelling te brengen en de contra-argumenten te ontzenuwen of zelfs belachelijk te maken:

Nog zo’n schijnargument: …

Er wordt nooit bij verteld dat …

Het slaat nergens op om …

En kent u dit argument al: … Als zulke sentimenten altijd zouden zegevieren, was er nooit ruimte voor voortschrijdend inzicht in de wetenschap.

Nou heb ik geen verstand van astronomie, maar dit lijkt mij toch hoofdzakelijk een definitiekwestie: Waar leg je de grens tussen wat wel of geen planeet wordt genoemd?

Wat ik echter frapant vind is de sterke stellingname die de schrijver inneemt. Het doet meer denken aan een blog dan aan een landelijke krant. Dat bedoel ik (deels) in positieve zin: In wetenschappelijke issues is niet elke kant van het verhaal even plausibel of op even sterke bewijsvoering gestoeld. Net doen alsof dat wel zo is (‘false balance’) geeft een vertekend beeld van wat er over het onderwerp bekend is. Het is verfrissend eens iets over wetenschap te lezen waarin duidelijk gezegd wordt: Dit is de (wetenschappelijke) consensus en daar zijn goede (wetenschappelijke) redenen voor.

Deze manier van schrijven staat in contrast tot een ander stukje in hetzelfde katern, wat meer op de “he said, she said” tour ging. Die ging wel over klimaat. Of nou ja, eigenlijk niet, maar dat werd erbij gehaald. Daarover een andere keer meer.

De vraag is: Werkt dit? Zou een dergelijke manier van schrijven over andere onderwerpen (klimaatverandering, evolutie, vaccinatie, …) tot meer begrip en meer acceptatie van de wetenschappelijk meest robuuste theorieën leiden? Dat is een lastige vraag. Ik bespeur bij mezelf dat ik dit verhaal over Pluto niet zonder meer voor waar aanneem. Onder andere omdat een krant geen wetenschappelijke medium is. Ook omdat ik het vooral als een herdefiniëring zie, en niet zo zeer als twee wetenschappelijke theorieën, waarvan er een duidelijk inferieur is. Maar ik denk dat er nog iets meespeelt: De toon is net iets te zeker, net iets te neerbuigend naar de “oppositie”.

Een belangrijke regel voor het debatteren is dat men beide kanten van de zaak moet beschouwen. Ik hoorde laatst dat iemand het meest effectief debatteert (i.e. het publiek weet te overtuigen) als hij voor een positie argumenteert waar hij het zelf niet mee eens is. Klinkt raar op het eerste gezicht. Echter, iemand die rotsvast van z’n eigen gelijk is overtuigd zal weinig twijfelaars weten te overtuigen. Een “twijfelaar” kan zich niet identificeren met een dergelijke “fundamentalist”. Het wekt argwaan op. Twijfelaars laten zich vooral door andere, of voormalige, twijfelaars overtuigen. Daarom zijn mensen die in het publieke debat van kamp wisselen ook zo effectief (bijv Judith Curry).