Tagarchief: doemdenken

De onbewoonbare aarde: cli-fi of een zinnige bijdrage aan het debat?

To get to the worst cases, two things have to happen – we have to be incredibly stupid and incredibly unlucky. Dismissing plausible worst case scenarios adds to the likelihood of both. Conversely, dwelling on impossible catastrophes is a massive drain of mental energy and focus.

Gavin Schmidt

Bij de Bezige Bij verschijnt deze maand “De Onbewoonbare Aarde”, een vertaling van “The Uninhabitable Earth” van David Wallace-Wells. In 2017 publiceerde New York Magazine een lang artikel van Wallace-Wells met dezelfde titel. Dat artikel werd stevig bekritiseerd, ook vanuit de klimaatwetenschap. Deels ging die kritiek over de inhoud. Op een aantal punten gaf het artikel een onjuiste weergave van de wetenschap en op enkele andere punten ontbrak context, waardoor beweringen die op zich niet onwaar waren toch een verkeerde indruk van wetenschappelijke resultaten gaven. Daarnaast was er het nodige commentaar op de toonzetting van het stuk. Volgens Wallace-Wells was het bedoeld als een overzicht van worst-case scenario’s. Maar in plaats van als een verhaal over wat er in het uiterste geval zou kunnen gebeuren als werkelijk alles tegenzit, leest het meer als een aankondiging van een onafwendbaar doemscenario.

Op Climate Feedback becommentarieerden in totaal 17 wetenschappers het artikel van Wallace-Wells. Dat er inhoudelijk het nodige mis is, daar zijn ze het alle 17 wel over eens. Maar over de toonzetting verschillen de meningen flink. Dat is best een interessante constatering: de 17 klimaatwetenschappers die het – zeker in grote lijnen – eens zijn over de wetenschappelijke inhoud, hebben behoorlijk uiteenlopende ideeën over hoe je daar over zou kunnen of moeten schrijven. Het heeft ongetwijfeld te maken met hun risico-perceptie en met hoe die doorwerkt in de ideeën over hoe er over risico’s gecommuniceerd moet worden. Lees verder

Wat je zegt ben je zelf – Maarten Keulemans bekritiseert de schrijver, niet het boek

Het net verschenen boek “De Twijfelbrigade” van Jan Paul van Soest, was voor Maarten Keulemans aanleiding voor een blogstukje. Een schrijfsel met een hoog wat-je-zegt-ben-je-zelf-gehalte. Waar de meeste mensen aan het begin van hun tienerjaren tot het inzicht komen dat er veel betere argumenten zijn dan een “tu quoque”, lijkt de chef wetenschap van De Volkskrant best trots te zijn op zijn gebruik van de meest kinderachtige der drogredenen. Nu zou dat nog een beetje te begrijpen zijn, als hij er in geslaagd was een uitzonderlijk staaltje hypocrisie bloot te leggen. Dat is niet zo. Hij heeft slechts stropoppen.

Keulemans constateert dat Jan Paul van Soest, evenals verschillende betrokkenen bij zijn boek en de presentatie daarvan, ondernemers zijn die verdienen aan duurzaamheid. Veel journalistiek onderzoekswerk heeft hij niet hoeven doen voor die constatering: deze mensen komen daar namelijk altijd rond voor uit bij hun publieke publicaties of presentaties. Dat ze hun geld verdienen met een onderwerp waar ze mee begaan zijn kan ook geen probleem zijn: wie van schrijven houdt wordt journalist, wie het onbegrijpelijke wil begrijpen wordt kwantumfysicus, wie in geld geïnteresseerd is wordt bankier of accountant en wie duurzaamheid belangrijk vindt wordt duurzaam ondernemer. En zoals de journalist verstand heeft van journalistiek, de kwantumfysicus van kwantumfysica en de bankier en de accountant van geld, weet de duurzaam ondernemer het een en ander van duurzaamheid. Zijn inzichten en meningen hierover wil hij uitdragen; zijn keuze om de kost te verdienen met duurzaamheid vloeit immers voort uit zijn betrokkenheid. Daar kun je moeilijk iets tegen hebben, toch?

Misschien denkt Maarten Keulemans dat Jan Paul van Soest bedrijven of personen die belang hebben bij fossiele brandstoffen het recht wil ontzeggen om voor zichzelf op te komen. Dat heeft hij dan verkeerd begrepen. Het gaat er helemaal niet om dat belanghebbenden voor zichzelf opkomen, het punt is dat ze niet met open vizier strijden: ze verbergen zich achter allerlei “denktanks” en “instituten”, ze verdraaien de wetenschap en brengen zelf pseudowetenschappelijke artikelen en rapporten uit, ze besmeuren en belasteren wetenschappers die alleen maar hun werk doen, enzovoort. Vindt Maarten Keulemans dat zulke praktijken niet blootgelegd mogen worden? Of, nog erger, insinueert hij nu dat de duurzaam ondernemers die hij met naam en toenaam noemt het ook niet zo nauw nemen met de wetenschappelijke feiten en moraal?

Dan volgt de overbekende stropop over onheilsprofeten – dit keer duurzaam ondernemers – die hel, verdoemenis en het einde der tijden zouden verkondigen, vergezeld door de even bekende valse tegenstelling: zolang we niet “niet in rap en voorspelbaar tempo opmarcheren naar de afgrond”, valt het allemaal reuze mee. Het is Keulemans al eerder uitgelegd dat degenen die voor duurzaamheid pleiten meestal juist optimisten zijn: ze zijn er van overtuigd dat we iets aan het probleem van de klimaatverandering kunnen doen zonder onverantwoord grote offers te brengen, als we tenminste bereid zijn de risico’s onder ogen te zien. Duurzaam ondernemers geloven daar zo in, dat ze er hun leven van hebben gemaakt. Lees verder

Op-ed in Trouw: Optimisme geen reden om natuurwetenschap terzijde te schuiven

Niet alleen treurige pessimisten maar ook overoptimistische personen laten zich niets aan feiten gelegen liggen, bewijst Marco Visscher in Letter en Geest (26 november). Hij schetst klimaatverandering als alweer een voorbeeld van doemdenken, en meent dat het menselijk aanpassingsvermogen en vindingrijkheid grenzeloos zijn. Leidend voor hem zijn echter verschillende ‘sceptische’ argumenten, die wetenschappelijk gezien geen hout snijden.

Lees verder