Tagarchief: Gavin Schmidt

De temperatuur op aarde tijdens de afgelopen 2 miljoen jaar

In september is er een artikel in Nature verschenen van de hand van Carolyn Snyder, getiteld “Evolution of global temperature over the past two million years”. In het artikel beschrijft zij een reconstructie van de mondiale temperatuur op aarde van de afgelopen 2 miljoen jaar, Snyder is daarmee de eerste die dat presteert. De grafiek hierboven vergelijkt haar temperatuurreconstructie met de gemeten opwarming vanaf 1880 en met de temperatuurprojecties tot het jaar 3000 volgens twee IPCC scenario’s, RCP6.0 en RCP8.5. Het RCP8.5 scenario is een soort business-as-usual scenario, oftewel: wat zal er gebeuren als we niets doen om onze CO2-emissies terug te dringen. Het RCP6.0 scenario is gebaseerd op een beperkte emissiereductie. Volgens de vergelijking van deze scenario’s met de temperatuurreconstructie van Snyder zullen we aan het einde van deze eeuw de temperatuurrange van het Pleistoceen (het tijdvak van circa 2,6 miljoen jaar – 12 duizend jaar geleden) zo ongeveer achter ons laten als we onze CO2-emissies niet intomen. Voor het jaar 3000 is dat zeer waarschijnlijk het geval, de temperatuur stijgt natuurlijk nog verder als de CO2-concentratie dan nog steeds toeneemt en dat is in beide projecties het geval.

Lees verder

Advertenties

Coherentie. Beleidsmatige terughoudendheid van klimatologen onder de loep.

Gastblog van G.J. Smeets met een tekening van Marije Mooren

better be wrong

Dat het IPCC aan beleidsmakers info verschaft zonder zich met beleidsbeslissingen te bemoeien (“Policy relevant but not policy prescriptive”) heeft zo z’n redenen. Het is arbeidstechnisch handig en verstandig en bovendien politiek correct dat degene die een (risico)analyse maakt niet dezelfde is als degene die maatregelen neemt. Daarnaast is er kentheoretisch iets voor te zeggen om onderscheid te maken tussen feiten en hun betekenis. Want geconstateerde feiten, zo luidt de communis opinio, zijn iets anders dan de betekenis die eraan verleend wordt. Dat laatste ga ik in dit blogstuk onder het epistemologische vergrootglas leggen. Ik begin met een paar opmerkingen over het werk van David Hume en Karl Popper. Vervolgens leg ik enkele basale feiten voor die het onderscheid feit / betekenis op losse schroeven zetten. Ik sluit af met een paar suggestieve overwegingen.

David Hume is een goede bekende in de historie van het onderscheid tussen feiten en hun betekenis. Een objectieve buitenwereld bestaat voor ons niet, aldus de empirist Hume. Daarom moeten we volgens hem onderscheid maken tussen wat we discutabel waarnemen en de betekenis die we aan de waarneming verlenen. In (de draad van) een recent blogstuk is e.e.a. aan de orde geweest en het is uitdrukkelijk niet mijn bedoeling die gedachtewisseling te herhalen. Mij gaat het er nu om dat voor Hume zelf genoemd onderscheid problematisch was. Zoals hij het ook problematisch vond dat hij causaliteit niet uit de ervaring kon afleiden. Hij kon voor zichzelf niet verhullen dat zijn scepsis hem zwaar viel. In zijn ‘Traktaat over de menselijke natuur’ (Boom, Amsterdam 2007, pag. 269) noteert hij:

… ik begin mij te verbeelden dat ik in de meest wanhopige situatie verkeer die men zich kan voorstellen, omgeven door totale duisternis en beroofd van het gebruik van alle ledematen en geestesgaven.

Een andere protagonist in de historie van het onderscheid tussen feit en betekenis is Karl Popper. Hij schreef een recept speciaal voor wetenschappers waarmee de dreigende waanzin van Hume’s compromisloze empirisme bezworen kon worden. Popper schreef vóór (‘ought’) hoe men tot bruikbare wetenschappelijke feiten (‘is’) komt. Zijn receptuur bevat twee vuistregels: uitspraken die in principe niet weerlegbaar zijn zijn onwetenschappelijk, en een wetenschappelijke verklaring doet opgeld zolang geen bruikbaarder alternatief zich aandient. Dat is een pragmatische, d.w.z. probleem / oplossing gerichte opvatting van wetenschap. Poppers receptuur is mede ingegeven door zijn overtuiging dat een observatie, een ‘is’-uitspraak, uiteindelijk niet te verantwoorden is. In zijn Logic of Scientific Discovery (London, Hutchington 1959, pag. 109) staat het zò:

…basic statements are not justifiable by our immediate experiences but are […] accepted by an act, a free decision.

Lees verder

Een warm 2015 en modelvergelijkingen/prognoses

Discussies over het klimaat op het internet gaan soms over wetenschappelijke details, soms over de klimaatgevoeligheid betreffende de evenwichtssituatie honderden jaren na nu, maar er is een onderwerp dat er naar mijn gevoel ver bovenuit steekt: de temperatuur. Is het warmer of kouder geworden, is er een tijdelijke vertraging of versnelling in de temperatuurstijging, kloppen de modellen wel of niet of valt de opwarming van de aarde in de toekomst veel mee of veel tegen. Elke maand komen er nieuwe getalletjes boven tafel en elke maand wordt daar weer megabytes aan tekst over geproduceerd. Mijn prognose is dat het jaar 2015 een discussiepiek zal opleveren.

De grafiek boven het blogstuk geeft de ontwikkeling van de mondiale oppervlaktetemperatuur weer voor drie datasets, waarbij de periode 1981-2010 op 0 is gesteld. Voor het jaar 2015 zijn alleen data genomen t/m juni voor GISTEMP en t/m mei voor NOAA-NCEI en HadCRUT4. Tot nu toe steekt 2015 boven alle andere jaren uit en met de zich ontwikkelende El Niño is de kans wel erg groot dat 2015 als record de boeken in zal gaan.
Lees verder