Tagarchief: kleine ijstijd

Global Cooling – De verschrikkelijke afkoeling die maar niet wil komen

De temperatuurrecords rijgen zich aaneen, 17 van de 20 mondiaal warmste jaren sinds het begin van de metingen vallen in de 21e eeuw (NASA GISS). Het is overduidelijk warmer geworden op aarde en zolang de mensheid doorgaat met het emitteren van grote hoeveelheden broeikasgassen zal de opwarming zich voortzetten. Ondanks de inmiddels 150 jaar oude fysica omtrent de broeikasgassen en al die honderden wetenschappelijke artikelen die laten zien dat opwarming ons voorland is, verschijnen er met enige regelmaat berichten in de media (bijv. hier, hier, hier, hier, hier, hier) dat een nieuwe mini-ijstijd op ons wacht. Er zou zogenaamd een kans zijn dat het in de nabije toekomst veel kouder gaat worden op aarde, een Global Cooling stond/staat ons te wachten. Op de bekende pseudosceptische blogs, waar afkoeling al jaren een geliefd onderwerp is, vindt men dan ook dat we een open oog moeten houden voor de mogelijkheid van een afkoelingsscenario. Je weet immers maar nooit en het voorzorgsbeginsel werkt toch twee kanten op nietwaar?

Onze toekomst ziet er bar en boos uit volgens deze koudegolf-aanhangers; een drastische teruggang in oogstopbrengsten, meer UV licht dat gewassen aantast, meer stormen en ja zelfs meer aardbevingen en vulkaanuitbarstingen door een toename van de vreselijke Galactic Cosmic Rays. Tja, als we niet financieel ten onder gaan door het klimaatbeleid, gaan we wel fysiek ten onder door de Global Cooling. Over alarmisme gesproken. Het moet gezegd, er zijn gelukkig ook media die deze afkoelingsonzin weerspreken, bijvoorbeeld de Volkskrant of The Guardian.
Lees verder

Advertenties

De Kleine IJstijd was geen ijstijd. Zelfs geen kleintje.

Jagers in de Sneeuw van Pieter Bruegel de Oude uit 1565, een van de winterlandschappen uit de Kleine IJstijd die symbool staan voor de strenge winters in die periode.

Een naam kan een behoorlijke invloed hebben op het beeld dat er over iets ontstaat, zo weten politici, spin doctors en journalisten. Wetenschappers weten dan weer dat die naam niets verandert aan de werkelijkheid. Met die vaststelling opent een artikel over de Kleine IJstijd dat enkele maanden geleden verscheen in Astronomy & Geophysics. Een goede aanleiding om eens wat feiten en mythes over die Kleine IJstijd op een rijtje te zetten.

De auteurs van het artikel, Lockwood et al., beginnen met de constatering dat de Kleine IJstijd niets te maken heeft met een echte ijstijd. IJstijden waren perioden waarin het klimaat overal ter wereld wezenlijk anders was dan nu het geval is. De wereld was gemiddeld zo’n 5 °C kouder dan nu, met bijvoorbeeld als gevolg dat de polaire ijskappen zich veel verder uitstrekten. In de voorlaatste ijstijd lag de noordelijke ijskap tot over Nederland en lag de zeespiegel vanwege al dat extra landijs ruim 100 meter beneden het huidige niveau. In de laatste ijstijd kwam het ijs minder ver, maar groeiden er hier gedurende lange tijd geen bomen, omdat het daar te koud voor was.

Overzicht van temperatuurreconstructies van het noordelijk (boven) en zuidelijk (linksonder) halfrond en de wereld (rechtsonder). Bron: IPCC AR5 (werkgroep 1, hoofdstuk 5).

Vergeleken met de echte ijstijden was de Kleine IJstijd een kleine schommeling in de temperatuur. De periode van ruwweg vier eeuwen was gemiddeld wat kouder dan de eeuwen ervoor en erna, in elk geval op het noordelijk halfrond, zo blijkt uit temperatuurreconstructies. Maar het beeld dat uit verschillende reconstructies naar voren komt is nogal diffuus. Zo wordt het jaar 1430 vaak genoemd als begin van de koelere periode, maar zijn er ook aanwijzingen dat de afkoeling al anderhalve eeuw eerder begon op sommige plekken in de noordelijke Atlantische Oceaan (IJsland en Baffineiland). De afbeelding hieronder laat zien dat er behoorlijke regionale verschillen zijn in de gereconstrueerde temperatuurwisselingen. En er zijn ook nog plekken op aarde waar in reconstructies niet of nauwelijks afkoeling te zien is gedurende de Kleine IJstijd, of een deel daarvan, maar bijvoorbeeld wel een verandering in de hoeveelheid neerslag. Ook zijn er verschillen tussen de seizoenen. Zo lijken in West-Europa vooral de winters kouder te zijn geweest en was dit in de zomers veel minder het geval. Lees verder

Voorlopig even geen nieuwe ijstijd

Door Jos Hagelaars

In de reacties op het NRC blog van Paul Luttikhuis werd ik onlangs geconfronteerd met mensen die bang zijn voor een naderende ijstijd. Er werden teksten gebezigd zoals: “Zorgen maken”, “Temperatuur enkele graden gaat dalen”, “de moeilijkheden zullen gigantisch zijn” tot zelfs “Het kan elk moment afgelopen zijn”.  In klimaatdiscussies wordt vaak gesproken over veronderstelde ‘Alarmisten’ en ‘Sceptici’ en ergens in dat grijze tussengebied zou zich de wetenschap bevinden. Nu zijn er dus blijkbaar ook alarmisten onder de zogenaamde ‘sceptici’, mensen die catastrofes voorzien omdat de ijsbergen misschien bijna voor de deur staan.

Zoals bij de meeste lezers bekend zal zijn, doen de glacialen (ijstijden) en interglacialen zich in een betrekkelijk regelmatig tempo voor: iedere ca. 100.000 jaar begint er een nieuw glaciaal en de tussenliggende warme perioden (de interglacialen zoals ons Holoceen) duren korter, ergens tussen de 10.000 en 28.000 jaar (lees ook hier).

Figuur 1. De temperatuur en de CO2 concentratie tijdens de afwisseling van glacialen en korter durende interglacialen over de laatste 800.000 jaar gebaseerd op ijskerndata. Naar fig. 6.11 uit het NRC rapport “Advancing the Science of Climate Change” 2010.

Lees verder