Tagarchief: klimaatdebat

Medialogica – Klimaat van Verwarring

Medialogica onderzoekt hoe feiten het verliezen van emotie met klimaatverwarring tot gevolg.

Naar wie moet het publiek luisteren? Welke belangen spelen mee? En door wie wordt de publieke opinie beïnvloed?

Afgelopen zondagavond ging Medialogica over het publieke klimaatdebat en hoe politici en media over de wetenschap communiceren. Ik kom ook een paar keer voorbij als één van de geïnterviewden. De aflevering ‘Klimaat van Verwarring’ valt hier terug te zien.

De dynamiek van het debat werd heel helder uitgelegd door Jan Paul van Soest:

  • Het afwijzen van de klimaatwetenschap gebeurt vooral uit onvrede met het voorgestelde klimaatbeleid. (‘solution aversion’)
  • Het uitvergroten van anti-wetenschappelijke meningen in de media zorgt voor verwarring.

Lees verder

Advertenties

Klimaatverandering blog besproken in de pers

Jaap Tielbeke schreef voor De Groene Amsterdammer een profiel over ons blog. Voor het interview waren Jos en Hans afgereisd naar Amsterdam University College (AUC), waar Bart werkt. Een leuke gelegenheid om elkaar weer eens te zien, naast de vele emails die we dagelijks uitwisselen.

Hieronder enkele citaten, aangevuld met hyperlinks naar meer informatie:

Hoe meng je je als klimaatkenner in een zinvol debat dat verstoord wordt door de hardnekkige drogredeneringen van pseudosceptici? Op klimaatverandering.wordpress.com worden de misleidende mythes ontkracht en de wetenschappelijke feiten herhaald.

Die term – ‘pseudosceptici’ – vinden de klimaatbloggers de beste noemer voor deze groep. Want met werkelijke scepsis heeft hun houding weinig van doen: het zorgvuldig wikken en wegen van argumenten, kritisch naar bevindingen van collega’s kijken en bereid zijn je theorie aan te passen, dat is wat iedere goede wetenschapper doet. Terwijl de pseudosceptici vaak juist ideologisch gedreven zijn, waardoor ze nogal selectief twijfelen.

Hoe overbrug je de kloof tussen het wetenschappelijke debat en het publieke debat? ‘Als je in kranten en op tv zoveel onzin leest en hoort, dan blijft die kloof bestaan’, zegt Verheggen. ‘Dat is ook schadelijk voor de politieke besluitvorming.’ Vandaar dat hij zijn blog begon: ‘Ik wilde een wetenschappelijk gefundeerde stem toevoegen aan het debat.’

In de pagina “over ons” kun je meer lezen over onze drijfveren en achtergronden.

Lees verder

Klimaatdebat wordt niet geholpen door het herhalen van misvattingen

In het AD van 10 juni stond een interview van Wierd Duk met Marijn Poels en Marcel Crok, waarin nogal wat misvattingen over klimaatverandering de revue passeerden. Onderstaande reactie van mij, Appy Sluijs (UU) en Bart Strengers (PBL) werd op 16 juni in het AD geplaatst.

Reactie AD 2017 - Wierd Duk - Marijn Poels - Marcel Crok

Hieronder volgt een iets uitgebreidere versie van dezelfde brief met links naar meer informatie:

In het artikel “Wierd peilt de stemming” van 10 juni komt filmmaker Marijn Poels aan het woord, die klimaatverandering een “heuse religie” noemt en het heeft over “klimaathysterie” en “klimaatalarmisten”. Het interview geeft een inkijkje in hoe Poels denkt: het traditionele boerenleven is onder druk komen te staan door o.a. gesubsidieerde windmolens. Die onvrede over klimaatbeleid blijkt de motivatie voor een zoektocht waarin Poels zich sterk eenzijdig laten beïnvloeden door een handjevol wetenschappers die de conclusies van de klimaatwetenschap niet accepteren .

Maar na decennialang internationaal onderzoek door duizenden wetenschappers weten we met grote zekerheid dat het klimaat verandert door de uitstoot van broeikasgassen door menselijk handelen. Dit blijkt eveneens uit meerdere enquêtes onder (klimaat)wetenschappers en literatuuronderzoeken waarvan de overgrote meerderheid (90-100%) deze conclusie onderschrijft. De consensus is dus groot.

studies_consensus

Het wordt helemaal dubieus als astrofysicus Piers Corbyn wordt aangehaald, “die doodleuk een nieuwe ijstijd aankondigt”. Misschien was dit sarcastisch bedoeld, maar voor de duidelijkheid: er is geen enkel wetenschappelijk bewijs dat de aarde spoedig in een ijstijd zal belanden. Een volgende ijstijd zal ooit komen, maar zelfs zonder menselijke uitstoot van broeikasgassen zou deze pas over duizenden jaren heel langzaam zijn intrede doen. De huidige wetenschappelijke discussie gaat er om of de extra dikke deken van CO2 er toe zal leiden dat de aarde nog een tijdlang te warm blijft om zo’n ijstijd in te gaan. Dat is tegen die tijd wellicht een positief effect, maar laat tegelijk zien hoe verreikend onze invloed op het klimaat is.

In tegenstelling tot wat in het stuk beweerd wordt komen modellen en metingen goed met elkaar overeen, tenzij je appels met peren vergelijkt. Zo moeten de observaties en de modellen natuurlijk wel representatief zijn voor dezelfde grootheid. De observaties zijn echter een combinatie van zeewatertemperatuur en luchttemperatuur, terwijl de modeldata alleen gebaseerd zijn op de luchttemperatuur. Dit, evenals de beperkte dekkingsgraad van de metingen over de snel opwarmende poolgebieden, zorgt ervoor dat de metingen de mondiale opwarming aan het aardoppervlak onderschatten. Daarnaast moet je rekening houden met de daadwerkelijke ontwikkeling van El Niño en klimaatforcering over de afgelopen jaren. Neem je al die factoren in beschouwing, zoals in de wetenschap natuurlijk hoort te gebeuren, dan blijken de modellen en metingen zeer goed met elkaar overeen te komen, zoals uit onderstaande figuur blijkt.

Medhaug fig 5

Vergelijking tussen gemodelleerde (blauw) en gemeten (oranje) temperatuurafwijking. De donkerblauwe en donkeroranje lijnen geven de ‘apples-to-apples’ vergelijking aan. Figuur 5 uit Medhaug et al (2017).

Volgens Marcel Crok, een journalist die eveneens in het artikel wordt geciteerd, zijn de effecten van het klimaatakkoord van Parijs minimaal, maar de schatting die hij geeft is gebaseerd op de onrealistische aanname dat we na 2030 weer teruggaan naar het tijdperk dat we met Parijs juist achter ons willen laten: het opstoken van zoveel mogelijk fossiele brandstoffen. Dat is een beetje alsof we na de uitvinding van de stoomtrein weer terug zouden gaan naar paard en wagen. De meeste analyses komen uit op ongeveer een graden minder opwarming ten opzichte van ‘business as usual’, als de beloftes gedaan in Parijs worden nageleefd.

In één ding heeft Crok gelijk: het klimaatdebat is bij veel maatschappelijke partijen ideologisch gedreven. Dit geldt niet voor wetenschappelijk inzicht. Het staat eenieder vrij om zijn of haar mening te laten horen. Maar de kwaliteit van de discussie is ermee gediend als aantoonbaar onjuiste ‘feiten’  hierin niet worden meegenomen. Alleen dan kunnen we effectief met elkaar discussiëren over de grootte van de  uitdaging die voor ons ligt en hoe hier mee om te gaan. Ideologisch gedreven misvattingen kunnen we daarbij missen als kiespijn.

Het onzekerheidsmonster: een verraderlijk beestje

Vertaling/bewerking van een blogpost van Victor Venema. De tekening is van Marije Mooren.

onzekerheidsmonster

I think that uncertainties in global surface temperature anomalies is substantially understated.

Judith Curry

People often see uncertainty as a failing of science. It’s the opposite: uncertainty is what drives science forward.

Dallas Campbell

Stel je rijdt over een bochtige weg in het bos en er komt mist op die snel dichter wordt. Matig je dan je snelheid, of blijf je hard doorrijden zolang je niet zeker weet dat er een bocht aankomt? Meer mist betekent meer onzekerheid, en minder voorspelbaarheid: hoe meer mist, hoe groter de kans dat een bocht of een obstakel op de weg, misschien een overstekend hert, te laat wordt opgemerkt. Tegenstanders van mitigatie van klimaatverandering hebben het vaak en graag over onzekerheid. Blijkbaar vinden zij onzekerheid een goede reden om flink gas te blijven geven. Het “uncertainty monster” is in de Engelstalige klimaatblogosfeer inmiddels een gevleugelde term.

Onzekerheid kan nooit een argument zijn om een bepaald risico te nemen. Toch wordt het vaak als reden aangevoerd om een beslissing over risico’s uit te stellen. In de politiek is dat zeker zo: aanvullend onderzoek, een commissie die alles nog eens van alle kanten bekijkt, het werkt altijd weer om een lastige beslissing nog maar even niet te nemen. Voor tegenstanders van bepaald beleid is een beroep op onzekerheid dan ook een effectieve strategie om tijd te winnen, of om beslissingen helemaal van tafel te krijgen. De strategie komt zo veel voor, dat hij een naam heeft gekregen:

Appeals to uncertainty to preclude or delay political action are so pervasive in political and lobbying circles that they have attracted scholarly attention under the name “Scientific Certainty Argumentation Methods”, or “SCAMs” for short. SCAMs are politically effective because they equate uncertainty with the possibility that a problem may be less serious than anticipated, while ignoring the often greater likelihood that the problem may be more deleterious.

Lees verder

Nieuw wetenschappelijk discussieplatform ClimateDialogue.org

Een uniek discussieplatform over klimaatverandering is net van start gegaan: ClimateDialogue. Het unieke zit ‘m enerzijds in de organisatie achter het blog: Het is opgezet door een samenwerkingsverband van KNMI (Rob van Dorland), PBL (Bart Strengers) en Marcel Crok (wetenschapsjournalist), oftewel een samenwerking tussen tussen mainstreamers  en sceptici. Daarnaast is ook de opzet van het blog uniek: Het doel is om in alle openheid een inhoudelijke discussie te faciliteren tussen experts met verschillende wetenschappelijke inzichten. Nu vindt er natuurlijk continue discussie plaats tussen wetenschappers (bijv op conferenties, workshops en in de wetenschappelijke literatuur), maar die is vaak niet direct toegankelijk voor het grote publiek. Daarnaast proberen we op dit blog in te zoomen op de hete hangijzers uit het publieke debat, die weliswaar in de reguliere wetenschappelijke  discussie ook een rol spelen, maar die daarin te midden van de vele andere issues niet altijd even prominent zichtbaar zijn. Bovendien wordt op ClimateDialogue, naast ‘mainstream’ wetenschappers ook  aan ‘sceptische’ wetenschappers gevraagd deel te nemen aan de discussie, van wie de perceptie bestaat dat zij er in de reguliere wetenschappelijke fora bekaaid van af komen (in de perceptie van sommigen door uitsluiting, in de perceptie van anderen doordat ze zichzelf afzonderen).

Het wetenschappelijke debat wordt gekenmerkt door een spectrum aan inzichten. Bij ClimateDialogue worden wetenschappers uitgenodigd  die het sterk met elkaar oneens zijn, dus we gaan op zoek naar de extremen en de grote verschillen. Het heeft dus expliciet niet de pretentie om daarmee een representatief beeld te schetsen van (het volle spectrum van) de wetenschappelijke discussie. Het idee is veeleer dat een dergelijke discussie tegenwicht kan bieden aan de toenemende polarisatie tussen ‘sceptici’ en ‘mainstreamers’. Idealiter leiden deze discussies tot meer helderheid over waar men het eigenlijk met elkaar over oneens is, waarover misschien juist wel, en wat de achtergronden en oorzaken zijn van de (on)enigheid.

Op diverse Internationale blogs zal deze week een gastblog over ClimateDialogue verschijnen. Deze is ook te vinden op mijn Engelstalige klimaatblog. Naast de drie bovengenoemde trekkers van het initiatief kijken er een zevental mensen over hun schouders mee als leden van een adviesraad. Disclaimer: Tot augustus dit jaar was ik betrokken bij de voorbereiding van het initiatief; nu heb ik zitting in de adviesraad.

Dit blog vloeit voort uit de motie Nepperus, waarin werd aangedrongen “dat ook klimaatsceptici bij vervolgstudies worden betrokken”. Ik vind het een mooi initiatief: De inhoudelijke geschilpunten blootleggen in een publiekelijk toegankelijk forum is heel nuttig. Het kan tot de nodige duidelijkheid en –misschien nog belangrijker- depolarisatie leiden, en dat kan het (publieke en wetenschappelijke) debat alleen maar ten goede komen. Er zitten echter ook risico’s aan een dergelijk project: De perceptie kan ermee gevoed worden dat de wetenschappelijke discussie door twee (gelijkwaardige) ‘kampen’ gedomineerd word (wat tot een ‘false balance’ leidt), of dat de mainstream wetenschap een monolithische eenheidsworst zou zijn (terwijl er in werkelijkheid ook binnen de mainstream continue discussie is en er een grote variatie aan inzichten is, maar dan vooral over details). Oftewel, het risico zit ‘m in de framing en de perceptie  van het project, en voor welke ideologische karretjes het gespannen zou kunnen worden. De discussies op de site zelf lijken me voornamelijk leuk, leerzaam en nuttig. Daarbij is de inbreng van goede wetenschappers natuurlijk wel een voorwaarde om het platform tot een succes te maken. Aarzel dus niet om contact op te nemen (met info [at] climatedialogue [dot] org of met mijzelf) als je je aangesproken voelt en niet bang bent voor een gemodereerd publiek debat!

Klimaatsymposium van Nederlandse klimaatsceptici, deel II: de ‘AGW protagonisten’

Deel I ging over de bijdragen van klimaatsceptici aan de door hen georganiseerde bijeenkomst. Er was ook ruimte voor enkele ‘protagonisten’, leden van ‘het andere kamp’ (of ‘wetenschappelijke mainstream’ zoals ik het pleeg te noemen) om kort het woord te voeren. Dit was op een laat moment in de voorbereidingsfase overeengekomen.

Rudy Rabbinge (KNAW) gaf aan wat de bedoeling van de door sceptici gewraakte KNAW brochure is geweest: Een beeld schetsen van de wetenschappelijke kennis, zonder daarbij als ‘scheidsrechter’ te willen optreden. Hij constateerde dat klimaatmodellering de moeilijkheid heeft dat het om de simulatie van een uniek systeem gaat, en daarom slechts beperkt toetsbaar is. Dat brengt een inherente onzekerheid met zich mee. Die onzekerheid is echter volgens hem geen reden om geen beleid te voeren. Volgens Rabbinge houden politici van onzekerheid: Voor elke geprefereerd beleid valt dan wel een studie te vinden, die als argument ervoor kan dienen (zie ook de 130 km/h discussie). En het geeft hen een alibi voor als het fout blijkt te gaan (er was immers onzekerheid). Ik dacht altijd dat politici zekerheid willen, maar ik denk dat hij de spijker op de kop slaat hiermee.

Rob van Dorland (KNMI) zei dat de klimaatgevoeligheid zowel uit metingen als uit modellen waarschijnlijk tussen de 2 en 4,5 graden per verdubbeling van CO2 ligt. De laagst aannemelijke waarde is vrij sterk begrensd: Met een klimaatgevoeligheid van kleiner dan 1.5°C kunnen opgetreden klimaatveranderingen niet verklaard worden. Ook gaf hij aan dat over tijdsschalen van enkele jaren natuurlijke variaties doorgaans groter zijn dan lange termijn trends, zoals de mondiale temperatuurstijging door menselijke invloed. Dit betekent dat wanneer de temperatuur over een tijdvak van bijvoorbeeld tien jaar geen stijging vertoont, hieruit niet de conclusie getrokken kan worden dat er geen lange termijn trend is.

Bart Verheggen (ECN) ging verder door op het onderscheid tussen korte termijn variatie en lange termijn trend. Een groot deel van de variatie op een tijdsschaal van enkele jaren valt terug te voeren op de effecten van natuurlijke processen zoals de El Nino/La Nina cyclus, grote vulkaanuitbarstingen, en de zonnecyclus. Als voor de invloed van deze processen gecorrigeerd wordt, komt de opwarmende trend duidelijker uit de ruis te voorschijn. Daarnaast liet hij aan de hand van verschillende observaties zien dat CO2, en niet de zon, de belangrijkste oorzaak is van de recente opwarming

Leo Meyer (PBL) gaf aan dat hij de discussie waardeert en vooral nut ziet in het verkennen van zaken waar men het over eens kan zijn, naast zaken waar men misschien een ‘agreement to disagree’ overeen kan komen. Hij bracht het nieuws dat hij door IPCC is aangesteld om de totstandkoming van het synthese rapport van de volgende IPCC rapportage te coördineren.

Consensus

Tijdens de discussie werd duidelijk dat het begrip ‘consensus’ zwaarbeladen is en als een rode lap werkt. Misschien kan dat woord in discussies beter vervangen worden door zo iets als ‘brede overeenstemming’. Het is volledig logisch dat wetenschappers langzaam convergeren in hun wetenschappelijk standpunt, als de aanwijzingen in een bepaalde richting zich opstapelen.

Het is niet realistisch om te verwachten dat absoluut iedereen zich daarin kan vinden (100% unanimiteit). Dat punt wordt zelden bereikt, zeker niet als het complexe systemen betreft, waar een absoluut bewijs principieel nooit verkregen kan worden. Het valt dan ook te verwachten dat er tegen (het bestaan van) de consensus geageerd wordt door diegenen die zich er niet in kunnen vinden. Zeker als men zich afzondert van de mainstream wetenschap en voornamelijk met gelijkgezinden optrekt, kan het bestaan van brede overeenstemming over het tegengestelde als heel onwaarschijnlijk ervaren worden. Dat gevoel kan extra kracht worden bijgezet door bijvoorbeeld petities, waarbij de grens tussen experts en non-experts naar believen opgerekt wordt

Meer lezen:

Presentatie Rob van Dorland

Presentatie Bart Verheggen

Klimaatsymposium van Nederlandse klimaatsceptici, deel I: de ‘AGW antagonisten’

Op maandag 12 december hielden de Nederlandse klimaatsceptici, i.s.m. de Groene Rekenkamer, een klimaatbijeenkomst in Nieuwspoort (Den Haag). Aanleiding was de KNAW brochure over het klimaatdebat, die volgens hen ernstige fouten bevat en derhalve moet worden teruggetrokken. Hiertoe is een aantal weken geleden een brief gestuurd aan de KNAW. Deel I gaat over de bijdragen van enkele klimaatsceptici. In deel II zal ik ingaan op de bijdragen van enkele PCCC leden (Platform Communication on Climate Change), waaronder yours truly. Zie ook het (kortere) bericht op Klimaatportaal.

Hans Labohm was dagvoorzitter. KNAW lid Rudy Rabbinge was er ook, en Labohm heette hem en Rob van Dorland, Leo Meyer, Bart Strengers en Bart Verheggen welkom, als ‘AGW protagonisten’ en representanten van ‘de officiële Nederlandse klimaatinstituten’, zoals verenigd in het PCCC. Wij wilden met onze aanwezigheid en door middel van het aangaan van de dialoog bijdragen aan het depolariseren van het publieke debat.

Algemene impressie

Het was een interessante gewaarwording om eens zo sterk in de minderheid te zijn wat betreft visie op klimaat. Het beeld van een parallel universum kan ik niet helemaal loslaten. Het was leuk om personen met wie ik meerdere malen van gedachten heb gewisseld of wiens blogs ik gelezen heb eens in levenden lijve te zien. We zijn ten slotte allemaal mensen; dat is ook wel eens goed om je te realiseren als je regelmatig op internet met andersdenkenden discussieert. Persoonlijk contact draagt sterk bij aan het depolariseren van het debat. Niet dat CO2 moleculen zich daar veel van aantrekken, maar het komt de sociale dynamiek wel ten goede. Het verschil in mening lijkt vaak terug te zijn voeren op de focus: Op het badwater of op de baby. En liefst natuurlijk op allebei. Van babies op deze dag echter geen spoor.

Marcel Crok was de eerste spreker. Hij kwam met veel details over bijvoorbeeld de vergelijking tussen metingen en modellen. Zijn verdienste is het dat hij duidelijk maakt waar nog een gebrek aan begrip is. Zo wordt de opwarming vroeg in de 20ste eeuw minder goed begrepen en gesimuleerd, dan die in de late 20ste eeuw. Hij ging daarbij nogal selectief te werk, bijvoorbeeld door de opwarming vroeg in de 20steeeuw te baseren op de periode 1917 (dieptepunt) t/m 1944 (hoogtepunt) op basis van HadCRU. In een vergelijking van geobserveerde en gemodelleerde oceaan warmte inhoud was het nulpunt van de modelberekeningen verschoven om de illusie van een slechte overeenkomstigheid te versterken.

Op basis van grafieken van Lucia Liljegren, liet Marcel zien dat de mate van overeenkomst tussen model en observaties afhangt van de baseline periode (en dus indirect het nulpunt). Hoe korter de baseline periode, hoe slechter de simulatie (en vice versa). Dat komt enerzijds door de aanwezigheid van ongeforceerde en dus onvoorspelbare variatie in de temperatuurdata, en hangt anderzijds ook af van hoe ‘goed’ het model is.

Dick Thoenes begon met het debat te karakteriseren als tussen ‘alarmisten’ en ‘sceptici’. Hij stelde vraagtekens bij issues, waarover de wetenschap door middel van observaties en kennisvergaring al lang overeenstemming heeft bereikt, zoals bijvoorbeeld de fossiele oorsprong van de toename in CO2 concentraties of het verzadigingsargument. Ook beweerde hij dat het smelten van zee-ijs geen teken is van opwarming, maar van afkoeling. Immers, smelten onttrekt energie aan de omgeving.

Thoenes eindigde met een interessante vraag: “Wat als de sceptici gelijk hebben?” Veel geld voor niets gespendeerd te hebben stelde hij voor als een horrorscenario. Daar kwam ik later (in mijn 5 minuten spreektijd) op terug door de inverse vraag te stellen: “Wat als de mainstream wetenschap gelijk heeft? En als we naar de ene kant van het spectrum kijken (minder erg dan verwacht), moeten we eerlijkheidshalve ook naar de andere kant kijken (erger dan verwacht): Wat als ‘alarmisten’ gelijk hebben?” Het spectrum kan misschien simplistisch als volgt weergegeven worden: Sceptici focussen op het badwater, klimaatactivisten op de baby, en de mainstream wetenschap op allebei.

Theo Wolters verwoordde de kritiek op de KNAW brochure en vroeg om terugtrekking ervan. Een belangrijk punt daarbij, zoals ook verwoord door Kees le Pair, was dat die brochure het deed voorkomen alsof er een consensus is onder wetenschappers. Vanuit het idee dat consensus een unanimiteit van meningen inhoudt, verwerpen zij de stelling dat er consensus is. Bovendien hadden de meeste sprekers en bezoekers het idee dat de wetenschap totaal verdeeld is over de basale klimaatvragen. Zijn presentatie werd gevolgd door een discussie tussen Rabbinge en de zaal. Vanwege het gebrek aan context onthield Rabbinge zich van inhoudelijk commentaar op de kritiekpunten van Wolters. Hij gaf aan te zullen overleggen binnen de KNAW en op basis daarvan eventueel in een later stadium te reageren.

Arthur Rörsch hield een pleidooi dat wolken, wind en water het mondiale klimaat zouden stabiliseren. In deze visie zou opwarming, via effecten op de watercirculatie, tot een verlegging van de windzones leiden. [tekts veranderd 16-12] Een kwantitatieve en fysische onderbouwing ontbrak.

Bas van Geel, paleo-ecoloog aan de UvA, had het over de rol van de zon in klimaatveranderingen. Hij liet o.a. onderzoeksresultaten zien op het snijvlak van antropologie en paleo-klimatologie. Op basis van lokale studies concludeert hij dat het effect van de zon op het mondiale klimaat veel sterker is dan uit de IPCC rapportages (en de onderliggende literatuur) blijkt, en dat er dus mechanismen moeten zijn die het effect van de directe zonnestraling versterken. Deze kunnen volgens hem niet in modellen ingebouwd worden. Echter, in eerdere modelsimulaties is het maximaal mogelijke effect van kosmische straling via aerosolvorming al eens becijferd en zeer klein bevonden. Een belangrijk versterkingsmechanisme is volgens van Geel de relatief grote variatie in ultraviolette straling bij zonneactiviteit. Volgens Rob van Dorland laten de meeste studies hierover echter zien dat dit mechanisme de mondiale temperatuur nauwelijks beïnvloedt.

Meer lezen:

Klimaatmodellen zijn niet perfect, maar hebben wel degelijk voorspellende waarde.

Stadseffect is aanwezig, maar heeft marginale invloed op mondiale temperatuurreconstructies.

Rol van de zon is evident, maar niet verantwoordelijk voor recente opwarming (laatste 40 jaar).