Tagarchief: PCCC

Klimaatsymposium van Nederlandse klimaatsceptici, deel II: de ‘AGW protagonisten’

Deel I ging over de bijdragen van klimaatsceptici aan de door hen georganiseerde bijeenkomst. Er was ook ruimte voor enkele ‘protagonisten’, leden van ‘het andere kamp’ (of ‘wetenschappelijke mainstream’ zoals ik het pleeg te noemen) om kort het woord te voeren. Dit was op een laat moment in de voorbereidingsfase overeengekomen.

Rudy Rabbinge (KNAW) gaf aan wat de bedoeling van de door sceptici gewraakte KNAW brochure is geweest: Een beeld schetsen van de wetenschappelijke kennis, zonder daarbij als ‘scheidsrechter’ te willen optreden. Hij constateerde dat klimaatmodellering de moeilijkheid heeft dat het om de simulatie van een uniek systeem gaat, en daarom slechts beperkt toetsbaar is. Dat brengt een inherente onzekerheid met zich mee. Die onzekerheid is echter volgens hem geen reden om geen beleid te voeren. Volgens Rabbinge houden politici van onzekerheid: Voor elke geprefereerd beleid valt dan wel een studie te vinden, die als argument ervoor kan dienen (zie ook de 130 km/h discussie). En het geeft hen een alibi voor als het fout blijkt te gaan (er was immers onzekerheid). Ik dacht altijd dat politici zekerheid willen, maar ik denk dat hij de spijker op de kop slaat hiermee.

Rob van Dorland (KNMI) zei dat de klimaatgevoeligheid zowel uit metingen als uit modellen waarschijnlijk tussen de 2 en 4,5 graden per verdubbeling van CO2 ligt. De laagst aannemelijke waarde is vrij sterk begrensd: Met een klimaatgevoeligheid van kleiner dan 1.5°C kunnen opgetreden klimaatveranderingen niet verklaard worden. Ook gaf hij aan dat over tijdsschalen van enkele jaren natuurlijke variaties doorgaans groter zijn dan lange termijn trends, zoals de mondiale temperatuurstijging door menselijke invloed. Dit betekent dat wanneer de temperatuur over een tijdvak van bijvoorbeeld tien jaar geen stijging vertoont, hieruit niet de conclusie getrokken kan worden dat er geen lange termijn trend is.

Bart Verheggen (ECN) ging verder door op het onderscheid tussen korte termijn variatie en lange termijn trend. Een groot deel van de variatie op een tijdsschaal van enkele jaren valt terug te voeren op de effecten van natuurlijke processen zoals de El Nino/La Nina cyclus, grote vulkaanuitbarstingen, en de zonnecyclus. Als voor de invloed van deze processen gecorrigeerd wordt, komt de opwarmende trend duidelijker uit de ruis te voorschijn. Daarnaast liet hij aan de hand van verschillende observaties zien dat CO2, en niet de zon, de belangrijkste oorzaak is van de recente opwarming

Leo Meyer (PBL) gaf aan dat hij de discussie waardeert en vooral nut ziet in het verkennen van zaken waar men het over eens kan zijn, naast zaken waar men misschien een ‘agreement to disagree’ overeen kan komen. Hij bracht het nieuws dat hij door IPCC is aangesteld om de totstandkoming van het synthese rapport van de volgende IPCC rapportage te coördineren.

Consensus

Tijdens de discussie werd duidelijk dat het begrip ‘consensus’ zwaarbeladen is en als een rode lap werkt. Misschien kan dat woord in discussies beter vervangen worden door zo iets als ‘brede overeenstemming’. Het is volledig logisch dat wetenschappers langzaam convergeren in hun wetenschappelijk standpunt, als de aanwijzingen in een bepaalde richting zich opstapelen.

Het is niet realistisch om te verwachten dat absoluut iedereen zich daarin kan vinden (100% unanimiteit). Dat punt wordt zelden bereikt, zeker niet als het complexe systemen betreft, waar een absoluut bewijs principieel nooit verkregen kan worden. Het valt dan ook te verwachten dat er tegen (het bestaan van) de consensus geageerd wordt door diegenen die zich er niet in kunnen vinden. Zeker als men zich afzondert van de mainstream wetenschap en voornamelijk met gelijkgezinden optrekt, kan het bestaan van brede overeenstemming over het tegengestelde als heel onwaarschijnlijk ervaren worden. Dat gevoel kan extra kracht worden bijgezet door bijvoorbeeld petities, waarbij de grens tussen experts en non-experts naar believen opgerekt wordt

Meer lezen:

Presentatie Rob van Dorland

Presentatie Bart Verheggen

Advertenties

Klimaatsymposium van Nederlandse klimaatsceptici, deel I: de ‘AGW antagonisten’

Op maandag 12 december hielden de Nederlandse klimaatsceptici, i.s.m. de Groene Rekenkamer, een klimaatbijeenkomst in Nieuwspoort (Den Haag). Aanleiding was de KNAW brochure over het klimaatdebat, die volgens hen ernstige fouten bevat en derhalve moet worden teruggetrokken. Hiertoe is een aantal weken geleden een brief gestuurd aan de KNAW. Deel I gaat over de bijdragen van enkele klimaatsceptici. In deel II zal ik ingaan op de bijdragen van enkele PCCC leden (Platform Communication on Climate Change), waaronder yours truly. Zie ook het (kortere) bericht op Klimaatportaal.

Hans Labohm was dagvoorzitter. KNAW lid Rudy Rabbinge was er ook, en Labohm heette hem en Rob van Dorland, Leo Meyer, Bart Strengers en Bart Verheggen welkom, als ‘AGW protagonisten’ en representanten van ‘de officiële Nederlandse klimaatinstituten’, zoals verenigd in het PCCC. Wij wilden met onze aanwezigheid en door middel van het aangaan van de dialoog bijdragen aan het depolariseren van het publieke debat.

Algemene impressie

Het was een interessante gewaarwording om eens zo sterk in de minderheid te zijn wat betreft visie op klimaat. Het beeld van een parallel universum kan ik niet helemaal loslaten. Het was leuk om personen met wie ik meerdere malen van gedachten heb gewisseld of wiens blogs ik gelezen heb eens in levenden lijve te zien. We zijn ten slotte allemaal mensen; dat is ook wel eens goed om je te realiseren als je regelmatig op internet met andersdenkenden discussieert. Persoonlijk contact draagt sterk bij aan het depolariseren van het debat. Niet dat CO2 moleculen zich daar veel van aantrekken, maar het komt de sociale dynamiek wel ten goede. Het verschil in mening lijkt vaak terug te zijn voeren op de focus: Op het badwater of op de baby. En liefst natuurlijk op allebei. Van babies op deze dag echter geen spoor.

Marcel Crok was de eerste spreker. Hij kwam met veel details over bijvoorbeeld de vergelijking tussen metingen en modellen. Zijn verdienste is het dat hij duidelijk maakt waar nog een gebrek aan begrip is. Zo wordt de opwarming vroeg in de 20ste eeuw minder goed begrepen en gesimuleerd, dan die in de late 20ste eeuw. Hij ging daarbij nogal selectief te werk, bijvoorbeeld door de opwarming vroeg in de 20steeeuw te baseren op de periode 1917 (dieptepunt) t/m 1944 (hoogtepunt) op basis van HadCRU. In een vergelijking van geobserveerde en gemodelleerde oceaan warmte inhoud was het nulpunt van de modelberekeningen verschoven om de illusie van een slechte overeenkomstigheid te versterken.

Op basis van grafieken van Lucia Liljegren, liet Marcel zien dat de mate van overeenkomst tussen model en observaties afhangt van de baseline periode (en dus indirect het nulpunt). Hoe korter de baseline periode, hoe slechter de simulatie (en vice versa). Dat komt enerzijds door de aanwezigheid van ongeforceerde en dus onvoorspelbare variatie in de temperatuurdata, en hangt anderzijds ook af van hoe ‘goed’ het model is.

Dick Thoenes begon met het debat te karakteriseren als tussen ‘alarmisten’ en ‘sceptici’. Hij stelde vraagtekens bij issues, waarover de wetenschap door middel van observaties en kennisvergaring al lang overeenstemming heeft bereikt, zoals bijvoorbeeld de fossiele oorsprong van de toename in CO2 concentraties of het verzadigingsargument. Ook beweerde hij dat het smelten van zee-ijs geen teken is van opwarming, maar van afkoeling. Immers, smelten onttrekt energie aan de omgeving.

Thoenes eindigde met een interessante vraag: “Wat als de sceptici gelijk hebben?” Veel geld voor niets gespendeerd te hebben stelde hij voor als een horrorscenario. Daar kwam ik later (in mijn 5 minuten spreektijd) op terug door de inverse vraag te stellen: “Wat als de mainstream wetenschap gelijk heeft? En als we naar de ene kant van het spectrum kijken (minder erg dan verwacht), moeten we eerlijkheidshalve ook naar de andere kant kijken (erger dan verwacht): Wat als ‘alarmisten’ gelijk hebben?” Het spectrum kan misschien simplistisch als volgt weergegeven worden: Sceptici focussen op het badwater, klimaatactivisten op de baby, en de mainstream wetenschap op allebei.

Theo Wolters verwoordde de kritiek op de KNAW brochure en vroeg om terugtrekking ervan. Een belangrijk punt daarbij, zoals ook verwoord door Kees le Pair, was dat die brochure het deed voorkomen alsof er een consensus is onder wetenschappers. Vanuit het idee dat consensus een unanimiteit van meningen inhoudt, verwerpen zij de stelling dat er consensus is. Bovendien hadden de meeste sprekers en bezoekers het idee dat de wetenschap totaal verdeeld is over de basale klimaatvragen. Zijn presentatie werd gevolgd door een discussie tussen Rabbinge en de zaal. Vanwege het gebrek aan context onthield Rabbinge zich van inhoudelijk commentaar op de kritiekpunten van Wolters. Hij gaf aan te zullen overleggen binnen de KNAW en op basis daarvan eventueel in een later stadium te reageren.

Arthur Rörsch hield een pleidooi dat wolken, wind en water het mondiale klimaat zouden stabiliseren. In deze visie zou opwarming, via effecten op de watercirculatie, tot een verlegging van de windzones leiden. [tekts veranderd 16-12] Een kwantitatieve en fysische onderbouwing ontbrak.

Bas van Geel, paleo-ecoloog aan de UvA, had het over de rol van de zon in klimaatveranderingen. Hij liet o.a. onderzoeksresultaten zien op het snijvlak van antropologie en paleo-klimatologie. Op basis van lokale studies concludeert hij dat het effect van de zon op het mondiale klimaat veel sterker is dan uit de IPCC rapportages (en de onderliggende literatuur) blijkt, en dat er dus mechanismen moeten zijn die het effect van de directe zonnestraling versterken. Deze kunnen volgens hem niet in modellen ingebouwd worden. Echter, in eerdere modelsimulaties is het maximaal mogelijke effect van kosmische straling via aerosolvorming al eens becijferd en zeer klein bevonden. Een belangrijk versterkingsmechanisme is volgens van Geel de relatief grote variatie in ultraviolette straling bij zonneactiviteit. Volgens Rob van Dorland laten de meeste studies hierover echter zien dat dit mechanisme de mondiale temperatuur nauwelijks beïnvloedt.

Meer lezen:

Klimaatmodellen zijn niet perfect, maar hebben wel degelijk voorspellende waarde.

Stadseffect is aanwezig, maar heeft marginale invloed op mondiale temperatuurreconstructies.

Rol van de zon is evident, maar niet verantwoordelijk voor recente opwarming (laatste 40 jaar).

IPCC management en coordinatie versterkt

Via het klimaatportaal, mede gebaseerd op het relaas van deelnemers aan de IPCC vergadering:

Het IPCC neemt maatregelen om haar managementstructuur te verbeteren en beleid aan te scherpen. Dit is besloten tijdens de algemene vergadering van het IPCC die plaatsvond van 10 tot 13 mei 2011 in Abu Dhabi, de Verenigde Arabische Emiraten. De wijzigingen moeten zorgen dat het volgende IPCC-rapport duidelijker en genuanceerder wordt en dat het beter aansluit bij de behoeften van de wereldwijde gemeenschap.

Zo is er een streng beleid opgesteld om belangenverstrengeling bij de samenstellers IPCC-rapporten te voorkomen. (…)
 
Het IPCC heeft daarnaast richtlijnen vastgesteld voor de communicatie. Die moet transparant zijn en het IPCC wil snel en doordacht reageren op actuele vraagstukken. Daarnaast moet vastgelegd worden wie er namens het IPCC kan spreken en wie niet. Woordvoerders moeten zich inhoudelijk baseren op gepubliceerde IPCC rapporten en zij moeten zich onthouden van uitspraken over klimaatbeleid of -politiek.
 
Management
Er wordt een bestuur samengesteld om de coördinatie en het management van het IPCC te versterken. Dit bestuur neemt beslissingen die geen uitstel velen, bijvoorbeeld over communicatie, toezicht op de afhandeling van mogelijke fouten en coördinatie tussen werkgroepen. (…)
 
Het IPCC heeft richtlijnen aangenomen die aangeven hoe accuratesse, transparantie en duidelijkheid van procedures kan worden verbeterd. Zo is vastgelegd hoe literatuur verwerkt kan worden in de IPCC-rapporten en hoe de auteurs van de rapporten moeten omgaan met wetenschappelijke onzekerheden.
 
Auteurs moeten toelichten hoe zij tot hun oordeel komen over de mate van wetenschappelijk inzicht in een onderwerp. Ook is vastgelegd dat tijdschriften en kranten in principe geen geldige informatiebron zijn voor de IPCC-rapporten. Blogs, sociale netwerksites en audiovisuele media zijn geen acceptabele informatiebronnen.
 
Een aantal verbeteringen was al doorgevoerd of wordt direct doorgevoerd bij het schrijven van het vijfde assessmentrapport, dat voor 2013 en 2014 gepland staat. Een deel van de verbeteringen vereist nog verdere uitwerking, zoals de implementatie van de regeling belangenverstrengeling en de rol van het secretariaat in het bestuur. Daarnaast moet de definitieve communicatiestrategie worden opgesteld. Deze zaken komen tijdens de volgende IPCC vergadering in november 2011 aan de orde.
 
Inter Academy Council
Met de veranderingen wordt een groot deel van de aanbevelingen van de Inter Academy Council opgevolgd. Het IAC deed vorig jaar onderzoek naar de processen en werkwijzen van het IPCC. Dit gebeurde naar aanleiding van fouten het meest recente IPCC-rapport. Het ging ondermeer om verkeerde schattingen van het afsmelten van de gletsjers in het Himalayagebied en een foutief percentage landoppervlak in Nederland dat onder de zeespiegel ligt.
 
Het IAC concludeerde dat de werkwijze van het IPCC in het algemeen adequaat is. Maar het IPCC moet wel zorgen voor een herziene managementstructuur, sterkere procedures en betere communicatie. Dit is nodig vanwege de groeiende omvang en complexiteit van het werk, de toegenomen maatschappelijke consequenties en de steeds kritischer houding van het grote publiek.
 
Nederland
De fouten in het IPCC-rapport leidden in Nederland tot bezorgdheid binnen de Tweede Kamer. Toenmalig minister Cramer van Milieu gaf het Planbureau voor de Leefomgeving de opdracht om de fouten te onderzoeken.
 
Het PBL concludeerde dat er geen fouten gevonden waren die de hoofdconclusies van het rapport ondergraven. Wel stonden er enkele fouten in de onderliggende hoofdstukken van Werkgroep II over regionale effecten. Daarnaast bleken de conclusies in sommige gevallen onvoldoende gebaseerd op het onderliggende materiaal.
 
Meer lezen:

 Zie ook mij Engelse blog over IPCC history and mandate.

Marcel Crok’s alternatieve Staat van het Klimaat

Wetenschapsjournalist Marcel Crok bracht in november 2010 zijn boek ‘De staat van het klimaat – een koele blik op een verhit debat’ uit. Een kritische review van zijn alternatieve ‘Staat’ is op de site van het PBL beschikbaar. Disclaimer: Ik heb er aan bijgedragen. Het is een lijvig document geworden. Via een hele reeks aan links kun je tot meer gedetailleerde info komen over het onderwerp van je interesse.

Marcel heeft een vlotte pen: z’n boek leest lekker weg. Eenzelfde gevoel had ik bijvoorbeeld ook bij Spencer Weart’s Discovery of Global Warming. Dat leest als een avonturenboek. Er is echter een groot verschil tussen beide boeken: De laatste geeft een evenwichtig beeld van de klimaatwetenschap (en diens evolutie in de tijd). Crok doet dat uitdrukkelijk niet. Zoals hij zelf op zijn blog schreef:

Het PCCC verwijt mij diverse malen dat ik aan selectief winkelen doe. In zekere mate is selectief winkelen (in het Engels zo mooi cherry picking genoemd) inherent aan de aanpak die ik voor het boek hanteerde, zoals beschreven op pagina 33/34:

“De aanpak in het boek is rechttoe, rechtaan. Bij ieder onderwerp kijken we of er kritiek was op ‘de consensus’ en zo ja, of die kritiek hout sneed en hoe het IPCC met die kritiek omging in vooral het vierde IPCC-rapport.”

Door slechts één kant van de zaak te belichten krijgt de achteloze lezer een scheef beeld van de wetenschap. Hierin onderscheidt Crok zich van een meer wetenschappelijke aanpak, waarin het belangrijk is de verschillende aanwijzingen en argumenten te wegen om tot een zo nauwkeurig mogelijk beeld te komen van hoe het zit.

Toegeven: Zijn boek geeft een goed en helder verwoord beeld van een hele reeks aan veelgehoorde kritieken op de klimaatwetenschap, en dat is een verdienste. Hij schetst een beeld van ‘het valt allemaal wel mee’ door stelselmatig van extreem onwaarschijnlijke waarden uit te gaan. Een vergelijkbare argumentatie zou zijn dat het juist allemaal veel erger is dan de gangbare wetenschap stelt, door uit te gaan van extreem onwaarschijnlijke waarden die aan de andere kant van het spectrum liggen.

Neem de klimaatgevoeligheid: Door een veelheid aan studies te combineren komt het IPCC tot een waarschijnlijke range van 2 tot 4,5 graden opwarming bij een verdubbeling van de CO2 concentratie. Crok noemt hiervoor meerdere malen 0,5 graden (met een dergelijk lage klimaatgevoeligheid zouden grote klimaatveranderingen in het verleden, zoals de ijstijdencyclus, echter niet hebben kunnen optreden). De studies die hij daarvoor aanhaalt zijn in de meeste gevallen bekritiseerd vanwege forse tekortkomingen, maar voor het gemak wordt dat niet genoemd of wordt de kritiek gebagatelliseerd als zijnde “alarmistisch”.

Een spiegelbeeld van Crok’s boek is dus niet het IPCC, maar dat zou een (denkbeeldig) boek zijn die het IPCC even hard bekritiseert als Crok dat doet, maar dan vanuit de andere hoek: Ervan uitgaande dat het IPCC veel te conservatief is en worst case scenario’s wegmoffelt. Die ervan uitgaat dat de klimaatgevoeligheid geen 3 graden is, maar 6 of 10 graden. Klinkt belachelijk? Dat zou eenzelfde type redenering zijn als Crok ophangt. Nuttig om eens te zien wat de kritieken van deze of gene zijde zijn, maar verwar het vooral niet met een evenwichtig beeld van hoe het zit.

Zoals Richard Alley zei (in de context van een getuigenis voor het Amerikaanse Congres, EOS Nov 2010):

You have now had a discussion or a debate here between people who are giving you the blue one and people giving you the green one. This is certainly not both sides. If you want both sides, we would have to have somebody in here screaming a conniption fit on the red end, because you are hearing a very optimistic side.

Crok heeft het veelvuldig over “beide partijen” in het klimaatdebat. Terwijl het in werkelijkheid natuurlijk om een spectrum van opinies gaat, waarbij de mate van wetenschappelijke onderbouwing niet persé hetzelfde is.

 

Ik zal de komende tijd enkele onderwerpen uit dit review hier bespreken, zoals bijvoorbeeld:

Stadseffect
Menselijke oorzaak van klimaatverandering
Klimaatgevoeligheid
Koelend effect van aerosolen en Effect daarvan op schattingen van de klimaatgevoeligheid

Voor deze en talloze andere veel gehoorde argumenten verwijs ik de lezer ook naar Skeptical Science voor wetenschappelijk gefundeerde antwoorden en context. Daar is ook een Nederlandse vertaling te vinden van de wetenschappelijke handleiding voor klimaat scepticisme, waarin de belangrijkste pijlers van onze klimaatkennis en enkele sceptische argumenten daartegen worden besproken (met veel plaatjes en grafieken om e.e.a. te verduidelijken).

Over het grote plaatje van wat er bekend is staat in de review het volgende:

  1. De laatste 100 jaar is de gemiddelde temperatuur op aarde met bijna 0.8 C gestegen.
  2. De CO2-concentratie is sinds het industriële tijdperk met bijna 40% gestegen ten gevolge van de uitstoot van fossiele brandstoffen en ontbossing.
  3. CO2 heeft een opwarmend effect op de atmosfeer.
  4. De waargenomen opwarming kunnen we alleen afdoende verklaren uit de toename van de CO2-concentratie en andere broeikasgassen.
  5. De temperatuurstijging zet door in de toekomst wat leidt tot schadelijke gevolgen.
  6. De belangrijkste remedie is de terugdringing van de uitstoot van broeikasgassen en daarnaast is aanpassing aan klimaatverandering onvermijdelijk.

Ondanks de onzekerheden (die natuurlijk beide kanten opgaan) is het grote plaatje inderdaad vrij helder.

Atsma’s reactie na ontvangst van Staat van het Klimaat 2010

Atsma heeft vanmiddag de Staat van het Klimaat 2010 in ontvangst genomen, en zal het “met genoegen en vooral met interesse” lezen. Na een tweetal presentaties van auteurs nam hij ook nog even het woord. Een aantal dingen uit zijn speech licht ik er even uit (met mijn commentaar tussen vierkante haken):

  • Hij gaf aan dat de Staat in een behoefte voorziet van politici en beleidsmakers om op de hoogte te worden gehouden van de wetenschappelijke kennis als basis voor beleid.
  • De opwarming zelf in twijfel trekken noemde hij een “achterhoedegevecht”. Over de rol van de mens daarin kan wel gediscussieerd worden, zei hij. [Terwijl ik denk dat ook dat tweede wel duidelijk is, al geldt bij allebei natuurlijk dat de mate waarin nooit met 100% zekerheid zal kunnen worden vastgesteld.]
  • Als doelgroepen van de Staat werden genoemd politici, beleidsmakers en het publiek. Atsma zou daar graag ook het bedrijfsleven onder scharen. [Mee eens]
  • Hij ziet graag dat wetenschappers het gesprek aangaan met sceptici, in plaats van in een “bunkermentaliteit” elkaar te bevechten. Volgens hem kan dat helpen om erachter te komen hoe het zit. [Met het eerste gedeelte ben ik het eens. Over het tweede ben ik vooralsnog sceptisch, omdat ik ook na vele discussies met sceptici daar nog nauwelijks voorbeelden van heb gezien.]
  • In het Europese politieke speelveld hecht hij groot belang aan eenheid: Het is belangrijker om het als EU-27 met elkaar eens te zijn (bijv. over de reductiedoelstelling voor 2020), dan het beste jongetje van de klas te willen zijn ten koste van die eenheid. Ban Ki Moon had tijdens de klimaattop in Cancun blijkbaar gezegd hoe belangrijk het voor de onderhandelingen was om als EU één blok te blijven vormen. [Op zich vind ik dit een redelijke en pragmatische redenering. De andere kant van de zaak is dat als de zwakste schakel beslissend is, de nodige veranderingen wellicht niet of te laat van de grond zullen komen.]
  • Hij zei dat de emissiereductie sinds 2009 niet vanzelf ging, maar erop wijst dat we goed bezig zijn. [Terwijl die reductie wel “vanzelf” ging, in de zin dat die direct samenhing met de economische crisis. De emissies zijn sindsdien weer aan het aantrekken. Dit wordt besproken in hoofdstuk 3 van de Staat]

Al met al etaleerde Atsma een gezonde no-nonsense mentaliteit. Het belang dat hij hecht aan een dialoog tussen wetenschappers en de maatschappij (waaronder politici, beleidsmakers, bedrijfsleven, NGO’s, sceptici, burgers) onderstreept het belang van een overkoepelend orgaan als het Platform Communication on Climate Change (PCCC).

Staatssecretaris Atsma ontvangt ‘Staat van het Klimaat 2010’

Turbulent jaar voor klimaat en wetenschap

Staatssecretaris Atsma van Milieu ontving vandaag het eerste exemplaar van de ‘Staat van het Klimaat 2010’. De publicatie geeft een overzicht van relevante ontwikkelingen op het gebied van klimaat en energie in het afgelopen jaar. Het is een uitgave van de onderzoeksinstellingen die samenwerken binnen het PCCC*.

Het jaar 2010 was turbulent voor de zowel de klimaatwetenschap als het klimaat zelf.

Koud hier, warm elders

We hadden te maken met een bijzondere paradox. Nederland beleefde het koudste jaar sinds 1996. De maand december was zelfs de koudste decembermaand sinds 40 jaar. Sommigen zien dit als een aanleiding om de opwarming van de aarde in twijfel te trekken. Wereldwijd was het echter één van de warmste jaren sinds 1850. Vanwege de luchtstroming (“Arctische Oscillatie”) ging de relatieve koude in Europa gepaard met relatieve warmte in het Arctische gebied en Noord Canada.

Extreem weer

Het jaar 2010 kende een aantal extreme weersgebeurtenissen en de gevolgen daarvan. Zo liep 20 procent van Pakistan onder water; ongeveer 20 miljoen mensen werden getroffen. Ook China kampte met overstromingen en dodelijke modderstromen. Terwijl Rusland de heetste zomer sinds het begin van de metingen beleefde, had Midden-Europa te maken met zware regenval.

Deze rampen en extremen zijn niet eenduidig terug te voeren op klimaatverandering. Afwijkingen in temperatuur en neerslag horen bij de grillen van de natuur. Wel zijn de gebeurtenissen meteorologisch gezien zeldzaam. Naar verwachting neemt de kans op hittegolven en extreme neerslaghoeveelheden toe als gevolg van het versterkte broeikaseffect.

Polarisatie van het klimaatdebat

Daarnaast was er ophef door de inhoud van openbaar gemaakte e-mails van de Climate Research Unit in Engeland. Ook werden enkele fouten in het laatste IPCC rapport aan het licht. Deze gebeurtenissen leidden tot twijfel over de juistheid van inhoud van IPCC rapportages, maar ook over de integriteit van klimaatonderzoekers zelf. Het werd duidelijk dat het klimaatdebat en de klimaatwetenschap in een nieuw tijdperk opereren, met een hoge mate van politisering en dynamische interactie tussen wetenschap en publiek debat. In de Staat van het Klimaat 2010 wordt een aantal veel gehoorde kritische argumenten in een wetenschappelijke context geplaatst. ECN (dat ben ik) heeft aan dit hoofdstuk (2) bijgedragen. De werking van en kritiek op het IPCC komt ook ter sprake (hoofdstuk 6).

Klimaatbeleid

Intussen gaan de pogingen om klimaatverandering te beteugelen via Internationale onderhandelingen ook door. De klimaattop in Cancún eind vorig jaar heeft niet geleid tot een bindend verdrag of beslissingen die klimaatverandering ingrijpend aanpakken. Wel zijn de emissiereducties, waar in Kopenhagen kennis van was genomen, in Cancun voor het eerst onder de VN-vlag verankerd. In combinatie met de transparante manier van onderhandelen heeft dit het vertrouwen in het multilaterale onderhandelingsproces versterkt. Er blijft een “gigaton kloof” bestaan tussen de collectieve beloftes en de benodigde emissiereductie om beneden de twee graden opwarming te blijven.

Dit en andere zaken op het gebied van energie- en mitigatiebeleid zijn een bijdrage van ECN (door mij geschreven) en komen ter sprake in hoofdstuk 4. Naast Cancún wordt het regeerakkoord van het nieuwe kabinet er besproken, een vooruitblik naar de geraamde emissies t/m 2020 en een aantal toekomstvisies voor een duurzame energievoorziening.

De Staat van het Klimaat is gratis te downloaden.

* Het Platform Communication on Climate Change (PCCC) is een samenwerkingsverband van de grote klimaatkennisinstellingen in Nederland  (PBL, KNMI, Wageningen UR, ECN, Vrije Universiteit, Universiteit Utrecht, Deltares, TNO en NWO)