Het onzekerheidsmonster: een verraderlijk beestje

Vertaling/bewerking van een blogpost van Victor Venema. De tekening is van Marije Mooren.

onzekerheidsmonster

I think that uncertainties in global surface temperature anomalies is substantially understated.

Judith Curry

People often see uncertainty as a failing of science. It’s the opposite: uncertainty is what drives science forward.

Dallas Campbell

Stel je rijdt over een bochtige weg in het bos en er komt mist op die snel dichter wordt. Matig je dan je snelheid, of blijf je hard doorrijden zolang je niet zeker weet dat er een bocht aankomt? Meer mist betekent meer onzekerheid, en minder voorspelbaarheid: hoe meer mist, hoe groter de kans dat een bocht of een obstakel op de weg, misschien een overstekend hert, te laat wordt opgemerkt. Tegenstanders van mitigatie van klimaatverandering hebben het vaak en graag over onzekerheid. Blijkbaar vinden zij onzekerheid een goede reden om flink gas te blijven geven. Het “uncertainty monster” is in de Engelstalige klimaatblogosfeer inmiddels een gevleugelde term.

Onzekerheid kan nooit een argument zijn om een bepaald risico te nemen. Toch wordt het vaak als reden aangevoerd om een beslissing over risico’s uit te stellen. In de politiek is dat zeker zo: aanvullend onderzoek, een commissie die alles nog eens van alle kanten bekijkt, het werkt altijd weer om een lastige beslissing nog maar even niet te nemen. Voor tegenstanders van bepaald beleid is een beroep op onzekerheid dan ook een effectieve strategie om tijd te winnen, of om beslissingen helemaal van tafel te krijgen. De strategie komt zo veel voor, dat hij een naam heeft gekregen:

Appeals to uncertainty to preclude or delay political action are so pervasive in political and lobbying circles that they have attracted scholarly attention under the name “Scientific Certainty Argumentation Methods”, or “SCAMs” for short. SCAMs are politically effective because they equate uncertainty with the possibility that a problem may be less serious than anticipated, while ignoring the often greater likelihood that the problem may be more deleterious.

Wat is onzekerheid?

Onzekerheid kan in het dagelijkse spraakgebruik wat anders betekenen dan in de wetenschap. Onzekerheid is onderdeel van elke wetenschappelijke analyse en elk wetenschappelijk resultaat. Het is zeker niet hetzelfde als onwetendheid. In de klimaatwetenschap betekent onzekerheid niet dat men over alles twijfelt. Het is duidelijk dat het klimaat opwarmt, dat de mens daar een grote rol in speelt en dat de opwarming door zal gaan en mogelijk zal versnellen als we niets doen aan onze broeikasgasemissies.

Als het over klimaatverandering gaat, betekent onzekerheid dat we niet exact weten hoeveel het is opgewarmd. Dat de beste schatting is dat de mens verantwoordelijk is voor alle opwarming, maar dat het ook wat meer of minder zou kunnen zijn. Dat de zeespiegel met een meter zal stijgen, maar dat niet exact te zeggen is wanneer dat punt wordt bereikt.

In plaats van “onzekerheid” geeft de term “betrouwbaarheidsinterval” duidelijker aan waar het hier om gaat: de wetenschap weet geen exacte waarde, maar wel binnen welke bandbreedte die waarde met grote waarschijnlijkheid ligt.

Misverstanden over onzekerheid zijn problematisch, omdat het in de wetenschap zo vaak over onzekerheid gaat. Een getal is betekenisloos als er niets te zeggen is over de nauwkeurigheid ervan. Wetenschappers zullen daarom de onzekerheid zo goed mogelijk bepalen en er ruimschoots rekening mee houden bij de analyse en interpretatie van hun resultaten. Degenen die twijfel willen zaaien over wetenschap hebben daar geen oog voor, zoals bijvoorbeeld Drew Shindell vorig jaar constateerde:

(…) a common pattern of looking through the peer-reviewed paper to find all the caveats and discussion points, and then repeating them back as if they undermine the paper’s conclusions rather than reflecting that they are uncertainties that were already taken into account.

Meer onzekerheid betekent een hoger risico

Onzekerheid zit aan twee kanten. Risico is gedefinieerd als kans maal gevolg. Als onzekerheid aan de gunstige en aan de ongunstige kant toeneemt, wordt de kans op meevallers en op tegenvallers groter. Bij risico-kwesties zijn mogelijke meevallers vaak beperkt, en mogelijke tegenvallers juist groot. Aan de “gunstige” kant van de waarschijnlijkheidsverdeling is het risico meestal al vrij klein en is er met een extra meevaller daarom niet zo veel winst te behalen. Aan de “ongunstige” kant zitten de grote gevolgen, de staartrisico’s. Vaak zijn dat gevolgen die we hoe dan ook willen vermijden. Met andere woorden: het verband tussen oorzaak en (mogelijk) gevolg is niet lineair: het gevolg, en daarmee het risico, neemt sneller dan lineair toe met de oorzaak. Dit geldt ook voor de risico’s van opwarming van het klimaat.

Eenvoudig rekenvoorbeeld

Het is aannemelijk dat de te verwachten effecten niet lineair toenemen met de temperatuurstijging, maar dat dit sneller gaat. Laten we voor een rekenvoorbeeld eens aannemen dat de schade (in geld, of slachtoffers, of biodiversiteit) kwadratisch toeneemt met de temperatuurstijging. En laten we de schade die optreedt bij 1 °C S noemen.

Stel nu dat er geen onzekerheid is, maar dat we zeker weten dat het aan het eind van deze eeuw 4 °C is opgewarmd. De schade zou dan 42*S, ofwel 16*S zijn.

Wat gebeurt er nu als er 33 procent kans is dat het een graadje meevalt en evenveel kans dat het een graad tegenvalt? Dan is er nog steeds 33% kans op een schade van 16*S, maar ook 33% kans op 9*S en 33% kans op 25*S. De gemiddelde schade komt dan uit op 16,67*S. Als de mogelijke mee- of tegenvaller 2 °C is wordt dat 18,67*S. Minder onzekerheid betekent dus minder risico.

Het moge duidelijk zijn dat dit een sterk versimpeld rekenvoorbeeld is.

Judith Curry, een van de weinige klimaatwetenschappers die door pseudosceptici op handen worden gedragen, meent dat de onzekerheid nog groter is:

I think we can bound [equilibrium climate sensitivity] between 1 and 6°C at a likely level, I don’t think we can justify narrowing this further. … [T]here is a 33% probability that that actual [climate] sensitivity could be higher or lower than my bounds. To bound at a 90% level, I would say the bounds need to be 0-10°C.

Ze zegt daarmee dat er een niet te verwaarlozen kans is op rampscenario’s die veel en veel groter zijn dan de ergste worst case scenario’s waar de grote meerderheid van de klimaatwetenschappers ook maar aan durft te denken. Als ze gelijk heeft, dan staat niets meer of minder dan het voortbestaan van de menselijke beschaving op het spel.

Desalniettemin beschouwen velen, inclusief Curry zelf, het onzekerheidsmonster als vriend van degenen die tegen mitigatie pleiten. Ze hebben geen oog voor het verraderlijke karakter van het beest.

Verband tussen opwarming en schade

Hierboven is aangenomen dat de schade sneller dan lineair stijgt met de temperatuur. Dat is een breed gedragen opvatting. Het is ook logisch; de natuur en de mens zijn ingesteld op bepaalde schommelingen in weer en klimaat: de verschillen tussen dag en nacht, tussen seizoenen en natuurlijke klimaatschommelingen op langere termijn. Als we in de buurt blijven van wat we gewend zijn, zal er niet zo veel veranderen. Als de verandering groter wordt, of de snelheid van verandering toeneemt, zullen mens en natuur steeds meer moeite hebben om zich aan te passen en stapelen de problemen zich op. De mate waarin dat gebeurt kan nog wel sterk variëren, afhankelijk van het systeem of effect dat in beschouwing wordt genomen. Hieronder enkele voorbeelden.

costs_sea_level_rise

Kosten van zeespiegelstijging volgens Aslak Grinsted, op basis van gegevens van het Europese ClimateCost project (pdf)

WGII_AR5_FigRF-2

Afname van biodiversiteit als gevolg van krimpende gletsjers in verschillende gebieden (Figuur RF-2 uit IPCC AR5)

Botzen_vdBergh_2012_Figure_1

Schadefuncties voor klimaatverandering volgens Weitzman (2010) en Nordhaus (2008): sterk verschillend maar beide sneller dan lineair (Bron: Botzen en Van den Bergh, 2012)

Overigens is het niet ondenkbaar dat ergens, in een ver uiterste, de schade juist minder snel dan lineair toeneemt bij verdere opwarming. Als de zaak zo ver uit de hand loopt dat er geen menselijke beschaving meer over is, maken enkele graden extra ook niet meer zo veel uit.

Onbekende onbekenden

Tot nu toe ging dit stuk over “known unknowns”: de onzekerheden die meegenomen worden door de wetenschap en die men in analyses kwantificeert. Maar er bestaat ook nog de mogelijkheid dat de wetenschap iets volledig over het hoofd ziet: “unknown unknowns”. Naarmate we verder buiten het bekende gebied komen, wordt de kans daarop steeds groter. Gavin Schmidt zei daarover:

I think the first thing to acknowledge is that there will be surprises. We’re moving into a regime of climate that we have not experienced as humans, most ecosystems have not experienced since the beginning of the ice age cycle some three million years ago. We don’t know very well what exactly was happening then. We know some big things, like how much the sea level rose and what the temperatures were like, but there’s a lot of things that we don’t know. And so we are anticipating “unknown unknowns”. But, of course, they’re unknown, so you don’t know what they’re going to be.

Hier ligt misschien wel het grootste gevaar van het onzekerheidsmonster. Onze samenleving, onze economie, onze infrastructuur, onze leefwijze, de natuurlijke omgeving van dat alles: het heeft zich allemaal ontwikkeld in het relatief stabiele klimaat van de afgelopen millennia. Op basis van vrij eenvoudige natuurwetenschap weten we dat broeikasgassen een belangrijke rol spelen in de energiehuishouding van het klimaat. Als dat de enige kennis zou zijn die er is, misschien aangevuld met wat eenvoudige berekeningen aan de stralingsbalans, dan zou dat inhouden dat we blindelings volslagen onbekend terrein binnen zouden stappen, als gevolg van onze broeikasgasemissies. Hoe groot is de kans dat dat volslagen onbekend terrein ons beter gezind is dan de wereld die we door en door kennen, en waarin we onze beschaving hebben ontwikkeld?

De ironie is dat de klimaatwetenschap, middels het gebruik van klimaatmodellen, een beeld probeert te schetsen van dat onbekende terrein. Terrein dat niet op een andere manier onderzocht kan worden, omdat we immers maar één aarde hebben. Modelsimulaties laten, met de onzekerheden die er natuurlijk bijhoren, zien wat we kunnen verwachten in een warmer klimaat. Ze helpen op die manier om mogelijke “unknown unknowns” in beeld te krijgen. Hoe beter we weten wat te verwachten, hoe kleiner het risico. Pseudosceptici wijzen desondanks modelanalyses af. Wat ze daarmee eigenlijk zeggen: het is best mogelijk om heel hard door te rijden op die mistige bosweg. Als je je ogen maar dichtdoet.

Meer informatie

Media en blogosfeer:

Wetenschappelijke literatuur:

33 Reacties op “Het onzekerheidsmonster: een verraderlijk beestje

  1. Brandon lijkt niet de moeite te hebben gedaan om te proberen te begrijpen wat Victor schreef.

    Onzekerheid maakt het risico groter als er in eerste instantie sprake is van een geloofwaardig risico, en als de effecten meer dan lineair toenemen met een toenemende grootte. Het feit dat we niets weten over weerwolven of buitenaards leven maakt het risico daarvan dus niet groter, want er is geen sprake van een plausibel risico.

    Het voorbeeld van rijden in dikke mist is volgens mij een uitstekend voorbeeld; het komt aan beide bovengenoemde elementen tegemoet. Dat Brandon daar zo tegen fulmineert, zonder moeite te doen het standpunt van de ander proberen te begrijpen, is tekenend.

  2. Bart,
    technisch gezien is dat stuk van Shollenberger een stropopredenering.Ter memorie: een stropopredenering is verdraaien (bijv. via karikaturiseren, logisch her-typeren, etc.) van een stelling die door de stropopper wordt aangevochten.
    Welnu, het risico dat in Veenema’s blogstuk wordt behandeld is reëel (dwz klimatologisch gedocumenteerd en geanalyseerd) terwijl het risico van de ‘weerwolf’ pure fantasie is.

    Het is erg doorzichtig. Let ook op de stropop-in-stropop constructie van Shollenberger: hij verdraait wat Veenema stelt en verwisselt binnen die verdraaiing de logische status van de *weddenschap* van Pascal met klimatologische risico analyse. Het is een zootje.

    Overigens zie ik dat Hans Erren in het draadje achter Shollenbergers blogstuk er met beide voeten intrapt.

  3. Hoe was hier de respons geweest als Erren een stukje van WUWT had gelinkt? Waar Shollenberger graag gezien is – ’t is er gewoon weer eentje.
    Voorbeeld http://blog.hotwhopper.com/2013/07/whos-lying-now-its-brandon.html

  4. Het blogstuk stelt in de laatste alinea:

    “Modelsimulaties laten, met de onzekerheden die er natuurlijk bijhoren, zien wat we kunnen verwachten in een warmer klimaat. Ze helpen op die manier om mogelijke “unknown unknowns” in beeld te krijgen.”

    Dat is onjuist en een contradictio in terminis. Unknown unknows zijn per definitie niet in beeld te krijgen. Modelsimulaties zijn (onder meer, maar niet uitsluitend) *very* educated guesses over limiet-waarden van bekende variabelen. Wat er na overschrijding van de limiet gebeurt is af te wachten, nooit vooraf ‘in beeld te krijgen’. Anders gezegd: het concept ‘unknown unknowns’ is een witte schimmel. Tautologie.

  5. Hans Custers

    Volgens mij heeft Schollenberger het stuk van Victor helemaal niet gelezen. Want wat hij beweert is te idioot voor woorden. Zo beweert hij dat Victor zomaar de betekenis van “onzekerheid” kiest die hem het beste uitkomt, terwijl het in het stuk van Victor overduidelijk is dat hij het over wetenschappelijke onzekerheid heeft, die meestal in een onzekerheidsinterval wordt weergegeven.

    Daarnaast zijn er, ook dat is duidelijk in het stuk van Victor “unknown unknowns”: mogelijke (onaangename) verrassingen. De kans daar op is kleiner, naarmate er meer kennis is. Ik durf te zeggen dat we voldoende wetenschappelijke kennis hebben om te zeggen dat de kans op een aanval door een weerwolf verwaarloosbaar is.

    Wat lastiger, misschien, is het om te beseffen dat het verhaal van Victor (en dus ook dat van mij…) gaat over risico-analyses die op een bepaald moment uitgevoerd worden, gebaseerd op de kennis van dat moment. Als de onzekerheid groter wordt ingeschat, neemt het berekende risico toe. Dat laat het rekenvoorbeeld ook zien. Maar dat betekent niet dat nieuw onderzoek geen tegenvallers aan het licht kan brengen. Als we nu de opwarming aan het eind van de eeuw inschatten op 2 tot 6 °C, dan kan het zo zijn dat nieuw onderzoek laat zien dat het 6 °C is.

  6. Hans Custers

    Goff,

    M.b.t. de “unknown unkowns”: waar het om gaat, is het onderscheid tussen factoren die meegenomen worden in een analyse en factoren die niet meegenomen zijn (bijvoorbeeld omdat helemaal niet bekend is dat ze invloed hebben). Alle factoren die meegenomen worden zitten ook in de onzekerheidsanalyse. De “unknown unknowns” niet.

    Modelsimulaties geven een beeld van wat we kunnen verwachten als het klimaat 2, of 4, of 6 °C opwarmt, Ze geven inzicht in mogelijke effecten dat we zonder modellen niet zouden hebben. En ze kunnen op die manier ook onvermoede effecten aan het licht brengen.

    Mijn vorige blogstuk, over Xie et al., gaat over een (mogelijk) verschijnsel in het klimaat dat door modelanalyses is ontdekt. Het laat zien dat modellen voor de klimaatwetenschap fungeren als “laboratorium-aardes”, die meer laten zien dan alleen maar limietwaarden van bekende variabelen.

  7. Hans,
    ik snap heel goed waar om gaat. Wat ik bedoel te zeggen is dat introductie van het concept ‘unknown unknowns’ een logisch analogon is van het rethorisch gebruik van het concept ‘weerwolf’. Stropopperij. Ik zal het niet plaatsvervangend doen maar als pseudo-scepticus zou ik met het ‘unknown unknowns’-argument de vloer aanvegen. We easily can do without.

  8. Mitigatie? Ieder weldenkend mens zal vaart verminderen bij opkomende mist op een bochtige weg. Men past zich aan aan de gewijzigde omstandigheden. Aanpassen dus. Adaptatie, heet dat. Behoorlijk effectief risicobeleid, want je verkleint de kans dat je ergens tegenaan knalt. En mocht het onverhoopt tóch gebeuren, is de impact kleiner vanwege de lagere snelheid. Een perfect voorbeeld van risicoreductie (‘kans x impact’) door middel van een effectieve adaptatiestrategie.

  9. Bert laat eigenlijk feilloos de makke van Venema’s metafoor zien, die ik zojuist nog goed vond.
    Het probleem met de metafoor is dat mist (doorgaans) een natuurlijke oorzaak heeft.
    Misschien had er beter iets met ‘rookgordijn’ bedacht kunnen worden.

    Overigens ben ik in het algemeen ook een groot fan van adaptatie – en wel van de omgeving, zoals het de mens betaamt. Als we onze omgeving op een verkeerd aflopende manier aanpassen moeten we natuurlijk wel snel ingrijpen. Als we zelf plotse rookgordijnen over de snelwegen aanleggen en daardoor heel veel ongelukken zien gebeuren (of al zien aankomen), dan zullen we daarmee moeten ophouden.

  10. Hans Custers

    Nee Bert,

    Het verminderen van de kans dat het misgaat komt overeen met mitigatie. Adaptatie komt overeen met je gordel omdoen: de kans dat je het overleeft als het toch misgaat wordt groter.

    Remko,

    Geen enkele analogie is perfect. Dat Bert een een kinderachtig woordspelletje – “adaptatie – aanpassen” – nodig heeft om er met deze analogie een puntje te scoren is veelzeggend.

  11. Hans Custers

    Overigens is de terminologie die doorgaans gebruikt wordt als het over klimaatbeleid gaat anders dan wat gebruikelijk is in de risico-wereld. Wat wij “mitigatie” noemen heet in de wereld van risico en veiligheid doorgaans “preventie”. En wat wij “adaptatie” noemen heet daar juist “mitigatie”.

  12. Zonder klimaatmodellen zouden we veel meer unknown unknowns hebben. Dat het warmer wordt weten we ook zonder klimaatmodellen. Wellicht kunnen we ook iets zeggen over veranderingen in neerslag zonder modellen aan de hand van paleo data. Maar zeken niet zo goed als nu. Andere veranderingen, bijvoorbeeld van stormen, zijn waarschijnlijk unknown unknowns zonder klimaatmodellen.

    Geen enkele analogie is perfect en in het klimaat “debat” moet je er helaas van uitgaan dat de politieke oppositie zijn best doet een analogie verkeerd te begrijpen.

    Jammer dat Brandon Shollenberger zo een stuk heeft geschreven. Hij is eigenlijk intelligent en vaak kritisch. Hij heeft bijvoorbeeld een serie van posts geschreven hoe Marc Steyn de “sceptici” misleidt met een boek vol van foute citaten tegen Michael Mann. Ik had beter van hem verwacht.

  13. Nee Bert, vaart minderen in dikke mist staat in deze analogie gelijk aan mitigatie: De kans verkleinen op een botsing (of in klimaattermen: de kans verkleinen op een al te hoge temperatuurstijging). Adaptatie gaat over het verkleinen vd impact van die gebeurtenis: in de analogie zou dat bijv de veiligheidsgordel zijn (die natuurlijk ieder weldenkend mens gebruikt). In klimaattermen: De regio bestendiger maken tegen bijvoorbeeld hittegolven en hoge waterstanden.

  14. Bert Amesz kon moeilijk het juiste zout pakken om op dat slakje van die analogie te leggen, inderdaad veelzeggend. Ik ga er zelf krom van schrijven. Mooi foefje van je, Victor.. Mooi valletje, variant: ‘denk niet aan de roze olifant’.

    Re Shollenberger, ik heb eens wat rondgekeken, vond op Hotwhopper één en ander van een paar jaar geleden, maar ook inderdaad zijn stukken over Steyn. Ik snap die man nog niet zo goed.

    Omtrent ‘adaptatie’, we hebben natuurlijk een Deltaplan nodig.

  15. Hi Goff,

    Je zegt hierboven:

    “Modelsimulaties laten, met de onzekerheden die er natuurlijk bijhoren, zien wat we kunnen verwachten in een warmer klimaat. Ze helpen op die manier om mogelijke “unknown unknowns” in beeld te krijgen.”

    Dat is onjuist en een contradictio in terminis. Unknown unknows zijn per definitie niet in beeld te krijgen.

    Nou, dat hoeft niet zo te blijven. Naarmate het onderzoek vordert kunnen in de loop van de tijd ‘unknown unknowns’ soms ’known unknowns’ of zelfs voorspelbare effecten gaan worden.

    Zoals je weet zijn klimaatmodellen (GCM’s) fysische procesmodellen: het zijn bottom-up simulaties van de fysische, geochemische en biologische processen in stukjes atmosfeer en stukjes oceaan. Dit in tegenstelling tot statistische modellen die uit het gedrag van het gehele systeem in het verleden de toekomst proberen te voorspellen.

    Doordat o.a. het warmtetransport door stroming en straling in de dampkring en in de oceaan wordt nagebootst, kan de simulatie dan effecten laten zien die éérst nog onbekend (‘unknown unknowns’) waren — falsifieerbare voorspellingen die je daarna aan de observaties (ook aan observaties van paleo-klimaten) kan gaan toetsen.

    Een voorbeeld is dat uit de eerste klimaatmodellen (Manabe, Wetherald and Stouffer vanaf 1964) spontaan naar voren kwam dat het Noordpoolgebied verhoudingsgewijs veel sneller op zou gaan warmen: Arctic Amplification. Een voorheen ‘unknown unknown’ die aan het licht kwam door het gedrag van het systeem te gaan exploreren met fysische simulaties van de processen in stukjes van het systeem:

    Manabe and Strickler 1964, vanaf blz. 375 Latitudinal variation of temperature
    Manabe and Stouffer 1980, bijvoorbeeld fig. 15, fig. 19 en vooral fig. 22 en 23

    Hans noemde al een ander voorbeeld: Xie et al. een verschijnsel dat voorheen een ‘unknown unknown’ was — maar spontaan als bulk behaviour uit simulaties van de microfysica naar voren kwam. Het wordt ook wel aangeduid als ‘emergent behaviour’ en soms kan je dat ontdekken door numerieke simulaties te draaien:

    http://en.wikipedia.org/wiki/Emergence

  16. Bob, Hans
    ik ben het helemaal met jullie eens.
    Toen ik die zinsnede waar Bob naar verwijst optekende knaagde er al iets. Dank voor jullie informatieve! correcties.
    Wat er knaagde is dat ik geen verschil maakte tussen onzekerheden in klimatologische zin en onzekerheden in risico-analytische zin (vandaar mijn analogie met de ‘weerwolf’ waarover Bart ’t had). Disciplinaire transgressie ; )
    Laat ’t me aldus samenvatten: Unknown unknowns zijn witte schimmels in de risico-analyse, in de klimatologie kunnen ze te onderzoeken terra incognita worden.

  17. Bart,

    “Adaptatie gaat over het verkleinen vd impact van die gebeurtenis: in de analogie zou dat bijv de veiligheidsgordel zijn (die natuurlijk ieder weldenkend mens gebruikt). In klimaattermen: De regio bestendiger maken tegen bijvoorbeeld hittegolven en hoge waterstanden”

    Ik begrijp wat je zegt, Bart. Maar ik voeg er aan toe dat ‘adaptatie’ óók de *kans* op hoge waterstanden kan verkleinen. Bijvoorbeeld door rivieren weer de ruimte terug te geven die ze vroeger hadden. Of door bodemdaling tegen te gaan door het afbouwen van grondwaterwinning. Bijkomend effect is dat je daarmee ook nog eens de kans op een hoge waterstand a.g.v. de zeespiegelstijging verkleint. Want grofweg 20% van de hedendaagse SLR is toe te schrijven aan aquifer depletion.

    Ergo: adaptatie is niet uitsluitend gericht op het verkleinen van de ‘impact’, maar het verkleint ook de ‘kans’ van het optreden van een bepaalde gebeurtenis (in dit voorbeeld een hoge waterstand).

  18. Hans Custers

    Bert

    In het geval van klimaatverandering is adaptatie het beperken van de gevolgen van klimaatverandering. Meer extreme neerslag is een gevolg van klimaatverandering, als je de kans op hoogwater als gevolg daarvan beperkt, beperk je dus de gevolgen van klimaatverandering. Zoals de gordel in je auto de kans verkleint dat je bij een aanrijding door (of uit) je auto geslingerd wordt met ernstige verwondingen, of erger, als gevolg. Best logisch allemaal, toch?

    Heb je een bron voor je bewering dat 20% van de hedendaagse SLR toe te schrijven is aan aquifer depletion? Mij staan getallen bij van 10%, of iets lager.

  19. Bert Amesz,
    inderdaad, rivieren de ruimte geven verkleint de kans op overstroming maar niet de kans op extreme neerslag. Het verkleint adaptief de kans op de specifieke gebeurtenis ‘overstroming’.

  20. Hans Custers

    Ofwel, om het nog duidelijker te zeggen: beperking van de kans op ernstige gevolgen is nog steeds beperking van de gevolgen.

  21. Hans Custers

    En wat die grondwaterontrekking betreft: er is inderdaad een onderzoek dat iets boven de 20% uitkomt, Wada et al. 2010. Maar andere onderzoeken, zoals Konikow 2011, zijn nogal kritisch over dat onderzoek en komen een stuk lager uit. Konikow komt uit op 13%. 20% lijkt me eerder de bovengrens dan de beste schatting.

  22. Dat heet ‘doelpalen verzetten’, Goff Smeets. Bart sprak over ‘hoge waterstanden’, daar reageerde ik op. Jij begint nu over extreme neerslag, dat is wat anders.

    Hans, andere volgorde. Wada et al is van 2012, zij verwijzen naar Konikow 2011. Lijkt me dus sterk dat Konikow kritisch was over Wada.

    http://onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1029/2012GL051230/full

  23. Het IPCC geeft in AR5 een gemiddelde van Wada en Konikow voor de bijdrage van land water storage aan het zeespiegelbudget in tabel 13.1 voor de periode 1993-2010: +0.38 mm op 2.8 mm aan vastgestelde bijdragen of op 3.2 mm aan de observaties. Dat resp. 13.6% of 11.9%. Die 20% van Bert Amesz is inderdaad zo ongeveer de bovengrens.

    In tabel 13.5 geeft het IPCC een schatting van de zeespiegelstijging in 2081-2100 t.o.v. 1986-2005. Voor RCP8.5 wordt de bijdrage van land water storage inschat op +0.04 m op een totaal van +0.63 m. Dat is 6.3%. Als we iets aan het onttrekken van grondwater doen, vermindert dat logischerwijs de zeespiegelstijging. Volgens mij valt dat overigens onder mitigatie, je doet namelijk in dit geval iets aan de oorzaak. Het is echter een kleine vis, de grootste vis in de IPCC tabel is de thermische expansie, gevolgd door de gletsjers. Daarnaast is het inmiddels duidelijk dat de bijdrage van Antarctica wel eens wat hoger kan uitvallen.
    Aan deze grote vissen qua zeespiegelstijging kunnen we ook iets doen: minder broeikasgassen uitstoten.

  24. Bert dat is doorzichtige flauwekul. Bart heeft het over *impact* van klimaatverandering en adaptatie daaraan. Jij bent vervolgens degene die de doelpalen verzet met “door rivieren de ruimte geven verkleint de kans op overstroming.” Dat laatste is nogal wiedes en het is niet waar Bart het over heeft.

  25. Hans Custers

    Bert,

    Bart schreef: ” De regio bestendiger maken tegen bijvoorbeeld hittegolven en hoge waterstanden.” Wie verzet er hier doelpalen?

    Wada 2012 had ik over het hoofd gezien, dat onderzoek komt wat lager uit dan het onderzoek uit 2010. 18%, als ik het goed heb. Nog altijd aanzienlijk hoger dan bijvoorbeeld Konikow of Church & White uit 2011. Maar goed, het gaat hier niet over grondwateronttrekking, dus ik laat het hier maar bij.

  26. Ik ben het met Bert Amesz eens dat ‘adaptatie’ tot véél in staat is. Zie bijvoorbeeld dit staaltje van adaptatie:

    Je kan immers je sneeuwman altijd nog ‘klimaatbestendig’ maken door het in december vers gemaaide gras te benutten? Nou dan? Zo rond 2080 is het wellicht geen graspop meer, maar een sneeuwman uit palmbladeren en met een agave bij wijze van winterwortel.

    (h/t Reinier van den Berg en foto door Kenneth Steijvers)

  27. Ach, verspilde moeite. Ik wens jullie een voorspoedig en warm 2016 toe. 

  28. Beste Bert Amesz,

    Dat warme 2016 gaat zeker lukken!

    Leg je er maar bij neer: emissiereductie is onontkoombaar juist om de klimaatverandering tot een niveau te beperken waarbij adaptatie nog enigermate haalbaar, effectief en betaalbaar blijft. Het was een mooi jaar, met het door alle landen unaniem geaccordeerde Klimaatakkoord van Parijs als bekroning.🙂

  29. Nee, Bert Amesz. De moeite is niet verspild. De gedachtenwisseling laat zien dat je afdruipt met een dooddoener, de verbale middenvinger “Ach, verspilde moeite.” Zonder ook maar 1 argument.

  30. “Zonder ook maar 1 argument”

    Argumenten zat, Goff Smeets. Zie deze en de open discussie. De makke met jou is echter dat je argumenten niet als zodanig herkent. Onvermogen? Onwil? Mag je zelf invullen. Hoe dan ook: inhoudelijke argumenten interesseren je geen moer omdat je mening bij voorbaat al vast staat. Dus mijn conclusie: verspilde moeite. Ga vooral zo door. Misschien mag je nog wel een keer een gastblogstukje schrijven hier… 

  31. Bert,

    Ja, dat lijkt me een realistisch voorbeeld van een adaptatiemaatregel die de kans op hoge rivierwaterstanden kan verkleinen. Ik kan me echter voorstellen dat in termen van klimaatbeleid mitigatie en adaptatie alleen betrekking hebben op de klimaatgerelateerde risico’s, dus de taxonomie is wellicht net iets anders als je door een hydrologische bril versus door een klimatologische bril naar dergelijke zaken kijkt. Daar zit ‘m wrsch ook de kneep in het geregeld langs elkaar heen praten als het over beleidsaspecten en risico’s gaat: We praten als het ware in twee verschillende verzamelingen (referentiekaders) die deels maar niet compleet overlappen.

  32. G.J. Smeets

    Kijk, na enig aandringen komt het argument alsnog:
    “Hoe dan ook: inhoudelijke argumenten interesseren je geen moer omdat je mening bij voorbaat al vast staat. Dus mijn conclusie: verspilde moeite.

    Inderdaad, Bert Amesz, mijn mening over zindelijk gebruik van de termen ‘adaptatie’ en ‘mitigatie’ in de context van dit blogstuk over opwarmingsrisico’s en onzekerheid staat vast. Maar je moeite is niet verspild, dat is een onjuiste conclusie. Immers, ik heb een mooi doorkijkje gekregen in de wetenschapstheoretische slordigheden in je teksten. Daar ben je hierboven o.m. door mij met klem op gewezen en i.p.v. er ook maar 1 argument tegenover te stellen loop je weg met opgestoken middelvinger “verspilde moeite.”

    P.s. de logische slordigheden in je teksten, daar zit wel een gastblogstukje in. Ga ik eens over nadenken, bedankt voor de tip.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s