Kerry Emanuel over “staartrisico” en “alarmisme”

In een vorige blogpost maakten we hier al melding van “What We Know”, een rapport plus website van de American Association for the Advancement of Science (AAAS) met een glasheldere stellingname over klimaatverandering als gevolg van menselijke activiteiten. Natuurlijk brandde de kritiek uit welbekende hoek al snel los. Kerry Emanuel, een van de auteurs, reageerde op Climate Change National Forum op de voorspelbare kritiek van onder meer Judith Curry en Roger Pielke sr.

Emanuel licht toe waarom de AAAS het van belang vindt aandacht te besteden aan het “staartrisico”: het ene uiterste in de kansverdeling met een (relatief) kleine kans, maar grote gevolgen.

Om dit begrip, waar we allemaal regelmatig mee te maken hebben, te illustreren haalt hij het voorbeeld aan van een achtjarig kind dat een straat over wil steken en een volwassen omstander om hulp vraagt. Zou die omstander het kind moeten adviseren om maar gewoon naar de andere kant te lopen, als de kans op een aanrijding 1% is? De kans dat het kind ongeschonden de overkant haalt is dan immers 99%. Toch is het evident dat het een slecht advies zou zijn. De gevolgen van een aanrijding zijn immers zo groot dat we dat risico niet willen nemen, al is de kans maar 1%.

Een ander voorbeeld, dat veel Nederlanders aan zal spreken, is dat van de kustverdediging. Het zou zinloos zijn geweest de deltawerken aan te leggen, als ze ontworpen waren op een gemiddelde stormvloed. De bedoeling is nu juist dat ze ook onder extreme omstandigheden bescherming bieden. Maar omdat absolute veiligheid nooit te garanderen is, worden de ontwerpcriteria vastgesteld via een afweging die zich in het risicostaartje afspeelt. De uitkomst is dat we, even voorbijgaand aan de nodige details en mitsen en maren, in Nederland accepteren dat er een staartrisico overblijft dat varieert van eens per 2000 tot eens per 10.000 jaar.

Het is duidelijk dat de staartrisico’s een cruciale rol kunnen spelen in risicomanagement en risicobeleid. Om een goede afweging te kunnen maken moet daarom het volledige spectrum van risico’s (voor zover bekend) meegenomen worden. En dus moeten wetenschappers dat volledige beeld presenteren. Ook klimaatwetenschappers, zoals Richard Alley ruim een jaar geleden in een presentatie op Stanford University betoogde, aan de hand van een ander voorbeeld uit het verkeer.

Emanuel vindt de professionele plicht van klimaatwetenschappers om het volledige spectrum naar beste kunnen te presenteren. Er moet dus ook aandacht zijn voor het staartrisico, omdat dit de kant van het risicospectrum is met de grootste gevolgen. De afbeelding hieronder geeft een indruk van de waarschijnlijkheidsverdeling van de klimaatgevoeligheid. Voor alle duidelijkheid: de afbeelding is slechts bedoeld als illustratie en niet als claim dat dit de beste of meest actuele weergave van de werkelijke waarschijnlijkheidsverdeling is.

Temperature-rise-probability-distribution-for-a-doubling-of-CO2.-Figure-from-Chris-Hope-University-of-Cambridge

Waarschijnlijkheidsverdeling van de klimaatgevoeligheid volgens een analyse van Chris Hope, University of Cambridge.

De afbeelding hierboven komt min of meer overeen met het laatste IPCC rapport: de meest waarschijnlijke klimaatgevoeligheid ligt tussen de 1,5 en 4,5 °C; de kans dat hij lager uitvalt is 5%, de kans dat hij hoger uitvalt is ook 5%. Die 5% aan de bovenkant kan volgens Emanuel met recht een “rampscenario” genoemd worden, gezien de gevolgen voor bijvoorbeeld neerslagpatronen, stormen en de zeespiegelstijging. Dit typische “kleine kans, grote gevolgen” risico kan daarom niet zomaar buiten beschouwing worden gelaten in de risico-afweging waar klimaatbeleid op gebaseerd wordt. Zeker nu we op een spoor zitten dat aan het eind van deze eeuw wel eens tot een CO2-concentratie op zou kunnen leveren die het drievoudige is van het pre-industriële niveau.

Klimaatwetenschappers zijn geneigd de discussie over worst case scenario’s te mijden. Ze vrezen, niet ten onrechte, dat ze zullen worden neergezet als paniekzaaiers, die mensen bang maken om stiekem andere doelstellingen te verwezenlijken. De eindeloze verwijten van “alarmisme” zorgen ervoor dat klimaatwetenschappers maar liever in het veilige midden blijven, of zelfs aan de voorzichtige kant daarvan. In de huidige tijdgeest is dat goed voor hun geloofwaardigheid. Bovendien ontlopen ze zo het risico dat hun nazaten hen ooit zullen verwijten dat ze het veel te pessimistisch inzagen. Zoals een roekeloze volwassene die het kind in het voorbeeld hierboven adviseert maar gewoon over te steken hoogstwaarschijnlijk triomfantelijk kan zeggen dat het “toch goed is gegaan” tegen iemand die hem onverantwoordelijkheid verwijt. Of zoals het KNMI altijd kritiek krijgt als ze “voor niks” een weerlalarm hebben uitgegeven.

Emanuel bevestigt met wat hij hierover schrijft, misschien wel meer dan hij zelf beseft, wat Sven Ole Hansson in zijn Fallacies of Risk (waar ik in november vorig jaar over blogde) opmerkte over type I en type II fouten:

We can borrow terminology from statistics, and distinguish between two types of errors in scientific practice. The first of these consists in concluding that there is a phenomenon or an effect when there is in fact none (type I error, false positive). The second consists in missing an existing phenomenon or effect (type II error, false negative). In science, errors of type I are in general regarded as much more problematic than those of type II. (Levi 1962, pp. 62–63) In risk management, type II errors – such as believing a highly toxic substance to be harmless – are often the more serious ones.

De terughoudendheid waar wetenschappers van nature toe geneigd zijn, versterkt door de culturele druk, zorgt er voor dat één uiterste van het risicospectrum grotendeels uit beeld blijft. Emanuel vraagt zich af of hij en zijn collega-klimaatwetenschappers verplicht zijn “the truth, the whole truth, and nothing but the truth” te vertellen. De risicostaart is daar gewoon een deel van. Laat ik voor alle duidelijk nog benadrukken dat hij het dan heeft over de informatie die de wetenschap presenteert aan de politiek en de maatschappij, om een goede afweging van risico’s te kunnen maken. Hij schrijft zeker niet voor wat de uitkomst van die afweging zou moeten zijn. Natuurlijk kan de maatschappij er, op basis van de volledige informatie, welbewust voor kiezen een zeker risico te accepteren.

Emanuel voelt zich verplicht ook de risicostaart te presenteren. Maar hij signaleert één gevaar: dat hij hiermee beschuldigingen van “alarmisme” over zich afroept en zo aan geloofwaardigheid verliest. Verschillende reacties op het AAAS-rapport hebben al laten zien dat dat gevaar zeker niet denkbeeldig is. Daarmee ontstaat het volgende dilemma: wat is het belangrijkste voor de klimaatwetenschap: volledigheid of geloofwaardigheid? Zonder geloofwaardigheid lukt het immers ook niet om de werkelijke en volledige stand van de wetenschap goed over te brengen op publiek en politiek.

88 Reacties op “Kerry Emanuel over “staartrisico” en “alarmisme”

  1. Je kunt zo geloofwaardig zijn als je wilt, besmeurd word je sowieso. Dat is gewoon een van de tactieken van de twijfelindustrie: alles wat een gevaar is voor werkgever of ideologie, moet neergezet worden als extreem en bevooroordeeld.

    De uitkomst is dat we, even voorbijgaand aan de nodige details en mitsen en maren, in Nederland accepteren dat er een staartrisico overblijft dat varieert van eens per 2000 tot eens per 10.000 jaar.

    Hoeveel hadden we kunnen besparen als we voor ‘eens in de 500 of de 1000′ jaar waren gegaan? Hoeveel rijker waren we wel niet geweest zonder dit communistische project?

    Die hele Deltawerken waren er nooit gekomen als de huidige nepskeptici in die tijd hadden geleefd. Ze stappen namelijk achteloos over risico’s heen, vooral als de gevolgen voornamelijk door onbekenden (ergens ver weg of in de toekomst) ondergaan worden.

  2. G.J. Smeets

    Helder stuk.
    Wat het ‘dilemma’ betreft: volledigheid gaat uiteraard altijd voor. En eerlijk gezegd zie ik geen dilemma, wel een risico om voor alarmist te worden versleten. En dat gebeurt sowieso, ongeacht de grootte van de kans op een rampscenario.

  3. Hans Custers

    Neven, Goff,

    Wat betreft die geloofwaardigheid, moet je wel even goed tot je door laten dringen dat Emanuel in het land van Fox News en Rush Libmbaugh woont, het land van de Republikeinse Partij, waar het accepteren van klimaatwetenschap tegenwoordig gewoon taboe is (Gingrich moest bijvoorbeeld een 180 graden draai maken, om zijn kansen als presidentskandidaat niet onmiddellijk te verspelen). De culturele druk is daar vele malen hoger dan hier. Ik denk ook dat wetenschappers voor volledigheid moeten kiezen, maar ik kan me ook voorstellen dat sommigen de stroom aan verdraaiingen en verdachtmakingen die dat op zal leveren liever uit de weg gaan.

  4. Het is voor wetenschappers ook niet makkelijk, omdat ze het gevoel hebben in een spagaat te zitten. Toch is dat niet helemaal zo.

    Ik was gevraagd om vorige week een korte presentatie te houden voor de Sea Ice Prediction Network (via de telefoon gedaan). Dat ging voornamelijk over public perception, en dus beschreef ik het ontstaan en de voortgang van het Arctic Sea Ice Blog en diens community van citizen scientists (niet allemaal, maar sommigen kunnen echt wel wat).

    Er was me echter ook gevraagd om de aanwezige wetenschappers te adviseren over hoe ze communiceren met het publiek, wat er verbeterd kan worden, etc. Nu is het niet echt mijn plek om daar wat over te zeggen, maar ik heb toch geprobeerd duidelijk te maken dat er meer verwacht van ze zal worden naarmate het zee-ijs meer verdwijnt, ook om op een groeiend alarmisme te reageren.

    Ik zei letterlijk:

    Much is being said about communication of science with the public, and there’s really not much I can add to that. Personally, I’m not asking anything in particular of scientists studying Arctic sea ice with regards to their communication. I think that in general they’re doing a really good job, but sea ice, of course, is a hot subject that can make people lose their cool.

    When that happens, it’s fine to react conservatively or with so-called reticence, that’s what’s expected of scientists, but in my opinion this reticence must be balanced by stressing the risks involved with Arctic sea ice loss, especially given the rate with which it has been happening so far, and all of the uncertainty involved with regards to the future. I mean, this workshop is all about how difficult forecasting is.

    Reticence and stressing the risks don’t bite each other. It’s not an either/or proposition, especially as the media and public attention will shift from Arctic sea ice loss to its consequences, as the loss continues, which it very likely will. So more will probably be asked of you, and I hope to see more of you commenting publicly as scientists in years to come. I think you can play a very positive role.

    Ja natuurlijk, in de VS zijn ze compleet gestoord, maar toch moet je kunnen benadrukken dat er risico’s zijn. Dat is niet automatisch alarmisme, hoe hard (al dan niet betaalde) nepskeptici hun best doen om dat ervan te maken. En waarom doen ze dat? Omdat ze niet willen dat het publiek beseft dat er serieuze risico’s aan business-as-usual gekleefd zitten. Het is hun laatste loopgraaf.

  5. Lennart van der Linde

    Over het communiceren van de risico’s gesproken, zie de net gestarte 9-delige tv-serie Years of Living Dangerously, gemaakt door James Cameron:
    http://thinkprogress.org/climate/2014/04/07/3423139/episode-1-showtime-years-of-living-dangerously/

    Zit volgens mij heel goed in elkaar.

  6. Wellicht interessant om te melden dat Kerry Emanuel een “registered Republican” is. Maakt natuurlijk niet uit (wat boeit het die moleculen nou wat iemand’s politieke voorkeur is?), maar in het huidige gepolitiseerde debat lijkt dat soms anders.

  7. G.J. Smeets

    Bart,
    als Kerry Emanuel een registered Republican is dan kan hij ongetwijfeld inschatten hoe de republikeinse onderbuikpijn jegens de bevindingen van de klimaatwetenschap gemasseerd kan worden.

    Hans,
    in de reacties op Emanuel’s posting waar je naar linkt staat er een van Andrew Dressler die ik hier in extenso wil herhalen omdat ie ijzersterk is:

    “…here’s how I would look at the issue. Imagine you’re a citizen year 2100. If it turns out that the climate sensitivity is high and human society does nothing about it, then you would rightfully be pretty angry. If, on the other hand, we switch to renewable energy in the next few decades, I think you are going to be pretty happy. If the climate sensitivity turns out to be high, then you’ll be happy that we addressed the problem. If the climate sensitivity turns out to be low, then you’ll be happy that the air is clean (because we will have reduced air pollution) and because all that carbon is still in the ground and you can happily burn it.
    Put another way, the damage of making the wrong choice is strongly asymmetrical. So while there are tales on both ends, the high tail is much more dangerous than the low tail.”

  8. Hans,

    Dat klimaatwetenschappers het volledige spectrum – dus inclusief staartrisico’s – presenteren, is terecht. Hun motivatie kan bestaan uit moreel plichtsbesef of de angst om vervolgd te worden (zoals die Italiaanse geologen – zie Torcello, voorgaande post). Waarschuwen is prima, maar het is aan de (internationale) politiek en maatschappij om daar op een verantwoorde wijze mee om te gaan.

    Maar de wetenschap moet het risico dan wel op een passende en correcte wijze uitleggen. Een analogie als ‘Hiroshima-atoombommen’ (SkS) riekt naar alarmistisch gedram c.q. bangmakerij en werkt alleen maar averechts. Jouw voorbeeld van de Deltawerken gaat eveneens niet op. De maatgevende waterstand wordt namelijk bepaald door het samenvallen van springtij en extreme noordwesterstorm. In 1953 was dat (bijna) het geval; een dergelijke situatie kan zich volgende week wéér voordoen. Terwijl de staartrisico’s waar jij op doelt zich pas op zijn vroegst tegen het einde van deze eeuw (kunnen) manifesteren. Ook het voorbeeld van het achtjarig meisje met pop is niet correct. Ook dat riekt naar bangmakerij. Bovendien is het kind niet in staat om die risicoafweging zelf te maken. Het advies aan een volwassene zou moeten luiden: ‘goed uitkijken, dan oversteken, maar wél snel, want er kan over 50 jaar een bus langs denderen’.

    De AAAS-brochure poogt de staartrisico’s hier en daar concreet te maken. Bij – tenminste – twee onderwerpen slaat men, wetenschappelijk gezien, de plank volledig mis. Voor mij een aanleiding het gehele stuk niet serieus te nemen. Hans, daarom aan jou de uitnodiging de AAAS-brochure nog eens kritisch tegen het licht te houden. Zoek de fouten…

    PS @Neven, de Deltacommissie heeft indertijd (1960) – met de kennis van toen – de risico’s grondig geanalyseerd en vervolgens vertaald in een verantwoord pakket maatregelen die ik als ‘scepticus’ nog steeds toejuich.

  9. de Deltacommissie heeft indertijd (1960) – met de kennis van toen – de risico’s grondig geanalyseerd

    Stelletje alarmisten avant la lettre dus. Want dat ben je als je ook maar het woord risico in de mond neemt.

  10. Hans Custers

    Bert,

    De voorbeelden van het overstekend kind en de deltawerken zijn bedoeld om het begrip staartrisico duidelijk te maken, niet om een perfecte analogie van klimaatverandering te zijn. Spijkers op laag water.

    SkS is een clubje bloggers, niet “de klimaatwetenschap”. Ik ben ook niet zo enthousiast over de parallel met Hiroshima bommen, maar aan de andere kant: als je de enorme hoeveelheid energie die zich in de atmosfeer ophoopt ergens mee wilt vergelijken, dan kom je al gauw bij dit soort voorbeelden terecht.

    En ik heb nergens beweerd dat het AAAS rapport perfect zou zijn. Het zou best kunnen dat er ergens een uitglijdertje zit, of een ongelukkige formulering die creatief geïnterpreteerd kan worden als een grove fout. Of misschien wel een echte fout. Het blijft namelijk mensenwerk.

  11. G.J. Smeets

    Hans, Bert,
    de vergelijking met atoombommen is vooral weinig opportuun vanwege de impliciete en onvermijdelijke associatie met het onderwerp van de Wet van Godwin. Kennelijk zijn we het daarover wel eens. De jaarlijkse energie-productie van de wereldwijd operationele verbrandingsmotoren zou m.i. een treffender lid in de vergelijking zijn. Of de energie-productie van wereldwijd operationele windmolens en zonnepanelen. Of die van alle fossiel gestookte electriciteitscentrales. Er zal toch ergens wel zo’n alternatieve vergeliuking voorhanden zijn?

    Bert, het voorbeeld van het overstekende meisje is wel degelijk correct want doeltreffend. Je zegt het zelf: het kind is niet in staat om de risico-afweging te maken en dus vraagt het advies aan een ervaren volwassene. Mutatis mutandis, de volwassene is de klimaatwetenschap en het kind is de politiek.
    Overigens zou iedereen het kind aanbieden mee te lopen naar de overkant. Om allerlei goede redenen doen klimaatwetenschappers dat niet en laten ze het over aan de IPCC klaar-over: de samenvatting voor beleidmakers.

  12. Hi Goff,

    De totale menselijke energieproductie — alles meegerekend, dus waterkracht, fossiele brandstoffen al of niet in interne verbrandingsmotoren, nucleair én hernieuwbaar — bedraagt een vermogen van zo’n 16 TW (terawatt) ofwel 16000 gigawatt.

    Eén gigawatt (GWe) is ongeveer wat een flinke elektriciteitscentrale aan nuttig vermogen levert. Thermisch is dat echter ruim het dubbele als gevolg van de onvermijdelijke thermodynamische verliezen (ca. 40% wordt in nuttig vermogen omgezet en ruim de helft belandt meteen als warmte in het koelwater en in de omgeving).

    In deze 16 TW is de afvalwarmte al meegenomen. Als je het omrekent naar het vermogen per vierkante meter aardoppervlak (oceanen meegerekend) is het ca. 0.03 Watt/m².

    Ter vergelijking met het versterkte broeikasgas-effect: bij verdubbeling van CO2 is het 3,7 Watt/m² (zonder de feedbacks). Een verdubbeling van de CO2-concentratie voegt dus ongeveer 120 keer meer warmte toe dan wij zelf opwekken.

  13. Het grappige is dat er telkens ongeveer een factor 100 tussen zit, ofwel twee ordes van grootte:

    Totale menselijke energieproductie: 0.03 W/m²
    Versterkt broeikasgas-effect: ~ 3.7 W/m²
    TSI gemiddeld over het aardoppervlak : 342 W/m²

    Dat laatste is de Total Solar Irradiation gemiddeld over het gehele aardoppervlak, dag- en nachtzijde. Van de 342 W/m² wordt er ca. 30% gereflecteerd de ruimte in, dus het geabsorbeerde zonlicht aan de top van de atmosfeer is ongeveer 0,7 * 342 = 240 W/m²

    De extra 3,7 W/m² dient in verhouding tot deze 240 W/m² gezien te worden.

    Uiteraard is de CO2-concentratie nu nog niet verdubbeld, en het effect van de andere broeikasgassen minus de extra reflectie door aerosolen telt ook mee. De huidige netto forcering t.o.v. pre-industrieel is ongeveer 2,29 W/m² waarvan een halve tot een hele Watt/m² nog niet in de mondiale temperaturen verwerkt is – het huidige stralingsoverschot:

  14. Erik de Haan

    In artikel 3.3 Principles van het klimaatverdrag (UNFCCC; http://unfccc.int/essential_background/convention/background/items/1355.php ) is het voorzorgprincipe vastgelegd.

    “The Parties should take precautionary measures to anticipate, prevent or minimize the causes of climate change and mitigate its adverse effects. Where there are threats of serious or irreversible damage, lack of full scientific certainty should not be used as a reason for postponing such measures, taking into account that policies and measures to deal with climate change should be cost-effective so as to ensure global benefits at the lowest possible cost. To achieve this, such policies and measures should take into account different socio-economic contexts, be comprehensive, cover all relevant sources, sinks and reservoirs of greenhouse gases and adaptation, and comprise all economic sectors. Efforts to address climate change may be carried out cooperatively by interested Parties”.

    Uitgaande van deze definitie is het lastige dat de “staart” een heel groot deel van de potentiële schade bevat, die lastig is te operationaliseren. Omgekeerd levert het vermijden van de “staart” hele grote baten.

    Een leuk artikel uit 2008 over een mogelijke “10.000” jaar storm is hier te vinden:
    http://www.knmi.nl/cms/mmbase/attachments/11465/2008_Superstormen_Zenit.pdf

    Met de kennis van vandaag kijken we trouwens heel anders naar het plaatje van de Japanse kust in het artikel. Uit het bijschrift:

    “Een ruim tien meter hoge tsunami-wal op het eiland Okushiri in noord Japan. In deze streek is de kans op een tien meter hoge vloedgolf door een aardbeving zó groot dat het dijkontwerp op dat fenomeen moet worden afgestemd. Een blik op het zeeoppervlak maakt duidelijk dat een gewone stormvloed nooit zo hoog kan komen, want dat houdt meestal bij viermeter op. Vanuit het perspectief van stormvloeden is een tsunami over-ex-treem, hetgeen zich manifesteert in het feit dat de afmetingen van de wal buitenproportioneel lijken”.

    Fukushima was typisch een staartverschijnsel.

  15. Hans, ik vind je reactie teleurstellend.

    In je inleiding ben je lovend over de AAAS vanwege hun ‘glasheldere stellingname over klimaatverandering als gevolg van menselijke activiteiten’.

    Want de AAAS is tenslotte “the world’s largest [120.000 members world wide] non-government general science membership organization and the executive publisher of Science, a leading scientific journal”.

    Als ik je vervolgens wijs op wetenschappelijke tekortkomingen c.q. fouten in de AAAS-brochure, doe je dat af met de dooddoener ‘ik heb nergens beweerd dat het AAAS rapport perfect zou zijn’. Ook ga je niet in op mijn uitnodiging om hun brochure eens kritisch tegen het licht te houden.

    Voorts noem je SkS een ‘clubje bloggers’. Kennelijk vindt AAAS dat geen bezwaar, want die doet voluit beroep op de resultaten van het SkS-project m.b.t. de ‘97% consensus’.

    Hans, nogmaals: ik vind het terecht dat de klimaatwetenschap óók wijst op het fenomeen ‘staartrisico’. Maar de beleidsmakers moeten, voor zover mogelijk, dan wel een goed onderbouwd inzicht hebben in de omvang van die staartrisico’s. Daarin schiet de AAAS-brochure tekort.

  16. Goff,

    Ik vind die vergelijking van Bob wel aardig: relatie met de energie die de aarde van de zon ontvangt én met de mondiale energieconsumptie.

    Nog een (laatste) opmerking over dat meisje. Als ouder zou ik het kind opvoeden in de zin van (i) nooit oversteken op die bewuste kruising, maar even omlopen naar de zebra met voetgangerslicht en (ii) je niet zomaar mee laten nemen door een vreemde man, zelfs niet als die een IPCC-pet draagt.

  17. @Erik,
    Informatief artikel over superstormen!

    @Allen,
    Maar, nee en, het betreft dan effecten van normale processen en een extra versterkend effect. De ‘noodsituatie’ duurt kort (uren wellicht dagen). De mens is in staat om zo’n situatie op te lossen en te verteren. Investerigen worden gedaan en nog tientallen jaren houden we herdenkingsbijeenkomsten. Na zo’n bijeenkomst gaan we overwegend positief naar huis.

    Bij de beoordeling van climate sensitivity gaat het om een trend in de temperatuurcurve. Het probleem gaat niet meer weg. De volgende dag, bij iedere volgende dag, zitten we er nog mee en ook de volgende generatie ervaart de hogere trend.
    Wat moeten we ons voorstellen bij een bijeenkomst in 2064 welke het vijftigjarig ‘Jubileum’ viert van het AR5 rapport?

  18. Beste Bert Amesz,

    Ik heb nog geen enkele inhoudelijke analyse gezien van je zogenaamde “fouten” in de AAS brochure en in hun conclusies. Jij hebt die in elk geval nog niet geleverd, dus kom daarmee eerst maar eens over de brug…

    Je opmerkingen over het achtjarige meisje getuigen van wansmaak en een totaal gebrek aan empathie met de situatie van prof. Kerry Emanuel (hoogleraar atmosferische fysica aan het prestigieuze MIT). Zoals Bart al noemde is hij een Republikein aan de rechterzijde van het politieke spectrum (zelfs binnen die partij), hij ziet echter de realiteit van klimaatverandering onder ogen alsmede de risico’s die het met zich brengt.

    Sinds zijn verklaringen daarover is hij persoonlijk bedreigd en dat geldt eveneens voor zijn gezin waaronder zijn dochters. Dat heeft de vorm aan genomen van bombardementen met anonieme mails, dreigbrieven, poederbrieven, dode huisdieren aan de voordeur en meer ellende. Tevens is hij tijdens de campagne voor de laatste senaatsverkiezingen actief tegengewerkt door partijgenoten die probeerden om hem te verbieden in partijbijeenkomsten etc. zijn zorgen over de toenemende risico’s aan te geven. Emanuel was inderdaad een vooraanstaand lid van de Republikeinse partij maar sinds kort is dat niet meer het geval – heb ik begrepen.

    Ik denk dat je er beter aan zou doen om prof. Emanuel’s analogie met de relatief kleine kansen op zeer ernstige gevolgen (risico = kans * schade) ernstig te nemen, i.p.v. allerlei irrelevante en suggestieve verhalen op te gaan hangen.

  19. Hans Custers

    @ Bert,

    Als ik je vervolgens wijs op wetenschappelijke tekortkomingen c.q. fouten in de AAAS-brochure

    Je hebt nog helemaal niet gewezen op fouten in de AAAS-brochure, maar alleen nog maar zonder het minste beetje onderbouwing beweerd dat die er zouden zijn. Om één of andere reden schijn je te vinden dat ik die vermeende fouten zelf maar op moet sporen. Ik zie geen enkele reden waarom ik nou in die brochure zou gaan zitten speuren naar slakken om zout op te leggen. Zoals ik al eerder zei: ik ben me er volledig van bewust dat het mensenwerk is, en dat er dus best een onnauwkeurigheid of ongelukkige formulering in geslopen kan zijn.

    Enkele SkS bloggers hebben zich de afgelopen tijd ontwikkeld tot “citizen scientist”. Dat heeft enkele publicaties opgeleverd in de peer reviewed literatuur. Dat hoort dus tot de wetenschap en ik zie niet in waarom AAAS daar niet naar mag verwijzen. Dat gezegd hebbende: het gaat er vooral om dat je onderscheid maakt tussen de standpunten van individuele personen – of het nu bloggers of wetenschappers zijn – en het standpunt van de wetenschap. Ik heb groot vertrouwen in de klimaatwetenschap, maar dat houdt niet in dat ik het altijd eens ben met wat elk blog dat de wetenschap steunt schrijft, of met elke uitlating van elke individuele klimaatwetenschapper.

    Dat voorbeeld van het overstekende meisje zit je wel dwars, niet? Is het misschien te confronterend?

  20. Neven schreef:
    “Die hele Deltawerken waren er nooit gekomen als de huidige nepskeptici in die tijd hadden geleefd.”
    Waar haal je dat vandaan?
    Ik veronderstel dat er ook ouderen behoren tot jouw groep ‘nepskeptici’?

    De zeeweringen waren verwaarloosd, c.q. het belang was bewust ondergeschikt gemaakt aan de “wederopbouw” en de “zorg van wieg tot graf”.
    De enige serieuse oppositie was, naar ik mij herinner, de halfopen oplossing in het Haringvliet.
    Mocht je belangstelling hebben in de totstandkoming van de Deltawerken:
    http://www.statengeneraaldigitaal.nl/
    http://www.delpher.nl/
    Op beide sites zoeken naar ‘deltawerken’ levert een veelheid aan info op.

  21. G.J. Smeets

    Mij zijn de risico’s van toenemende CO2 concentratie duidelijk. De kleine kans op rampscenario’s op de lange termijn is m.i. groot genoeg om te pleiten voor drastisch maatregelen inzake CO2 uitstoot. Dat pleidooi loopt overigens geheel in de pas met het korte termijn-belang van slimme & schone energieproductie en – consumptie. Om de gedachte te bepalen: decentralisatie, d.w.z. elk huishouden, of flatgebouw, produceert en consumeert z’n eigen energie. (Bouw)technisch kan het.
    Het opmerkelijke is dat een dergelijke vergaande autonomie van de burger jegens de staat niet wordt omarmd door het neo-liberale deel van de mensheid. Daar zit een paradox die me intrigeert. Iemand een idee? Reacties maar naar ‘open discussie’ want het is op het randje van off-topic.

  22. Erik, dank voor het artikel over ‘superstormen’. De storm van 1953 was niet de zwaarste storm die we in Nederland hebben gehad (of nog zullen krijgen). Bij stormvloed speelt de windsnelheid uiteraard een rol. Maar veel belangrijker dan de windsnelheid, is de lengteduur van de storm en de windrichting. Voor de Nederlandse kust is dat de kritische windbaan NNW. De situatie in 1953 was bijzonder omdat de Noordzee een tijdje lag ingeklemd tussen een hogedrukgebied ten westen van Ierland en een lagedrukgebied bij Denemarken. De combinatie van richting en duur veroorzaakte een opstuwing van circa 3,00 meter. De maximale waterstand bedroeg NAP + 3,85 meter. De Deltacommissie heeft toen geadviseerd om (voor de Randstad) maar uit te gaan van een maatgevende NAP + 5,00 meter, exclusief golfoploop. Daarmee kwam de overschrijdingskans in de buurt van eens in de 10.000 jaar.

    Volgens voorlopige modelberekeningen van o.a. KNMI kunnen, bij verdere opwarming, Atlantische tropische stormen uitlopers gaan vertonen richting noordwest Europa. De bijbehorende maximale wind is echter vanuit ZW tot W. Voor opstuwing in het zuidelijk deel van de Noordzee heeft dat geen consequenties.

    Door de zeespiegelstijging ad 1,8 mm/jaar wordt de overschrijdingskans geleidelijk aan iets groter. Bovendien wordt er momenteel nagedacht over het opschroeven van de veiligheidsnorm in vooral de Randstad. De ‘oude’ filosofie van de Deltawerken (‘voorkómen dat er water over de dijk slaat’) staat echter ter discussie. In plaats daarvan denkt men nu aan een brede multifunctionele overslagbestendige dijk waarbij men accepteert dat er, in extreme situaties, wél water over de dijk mag slaan, echter zonder dat zulks (grote) schade berokkent. Bovendien wordt het kustfundament op peil gehouden door zandsuppletie (w.o de ‘zandmotor’).

  23. Hans Custers

    Bert,

    Je hebt nog niet zoveel geleerd van het verhaal van Kerry Emanuel, zoveel is duidelijk:

    Door de zeespiegelstijging ad 1,8 mm/jaar wordt de overschrijdingskans geleidelijk aan iets groter.

    De kustverdediging moet ontworpen zijn op staartrisico’s. Er is – en dan druk ik me heel voorzichtig uit – het nodige wetenschappelijke onderzoek dat er op wijst dat het risico op een aanzienlijk grotere stijging niet bepaald verwaarloosbaar is.

  24. Hans, ik denk eerder dat jij het niet begrijpt. Voor wat betreft het staartrisico ‘stormvloed’ is de kustverdediging dik in orde. Zie mijn vorige bijdrage. Voor wat betreft de ‘zeespiegelstijging’ is er met het huidige tempo (1,8 mm’jaar) niks aan de hand. Mocht er over enkele decennia tóch sprake zijn van een versnelling, dan gaan we weer eens nadenken over aanvullende maatregelen (volgens het nieuwe concept). Die tijd hebben we, want de zeespiegelstijging komt niet als een tsunami op ons af.

  25. Hans Custers

    Bert,

    Dat is al weer wat genuanceerder dan die 1,8 als absolute zekerheid presenteren, zoals je eerder deed. Desalniettemin vind ik je benadering van de risico’s wat kortzichtig. Het lijkt me beter om in een risico-afweging terdege rekening te houden met alle scenario’s en zeker ook met die met kleine kans en grote gevolgen. Een grotere zeespiegelstijging hoort daar zeker bij. De kans daarop is namelijk aanzienlijk groter dan de kans van 1% dat we de komende eeuw een eens-op-de-tienduizend-jaar storm krijgen.

    Dat een zorgvuldige afweging van risico’s geen aanleiding zal geven voor paniekmaatregelen is duidelijk. Maar dat is nog geen reden om een mogelijk toename van de zeespiegelstijging dan maar volledig te negeren. Dat is geen redelijk risicobeleid, maar struisvogelgedrag.

  26. 1,8 mm? Ik dacht dat het onderhand meer richting of voorbij de 3 mm ging?

  27. Beste Bert Amesz,

    .. met het huidige tempo (1,8 mm’jaar) niks aan de hand.

    Dat is foutief. De wereldgemiddelde zeespiegelstijging bedraagt namelijk 3,2 mm/jaar over 1993-2012 en is dus versneld t.o.v. 1,6 mm/jaar:

    – 1880-2009 is 1.63 mm/jaar (210 mm stijging)
    – 1900-2009 is 1.7 ± 0.2 mm/jaar
    – 1961-2009 is 1.9 ± 0.4 mm/jaar
    – 1993-2009 is 3.2 ± 0.4 mm/jaar (satelliet) of 2.8 ± 0.8 mm/jaar (peilschalen)

    Zie Church & White 2012:

    Zoals het IPCC in AR5 concludeert:

    Proxy and instrumental sea level data indicate a transition in the late 19th to the early 20th century from relatively low mean rates of rise over the previous two millennia to higher rates of rise (high confidence). It is likely that the rate of global mean sea level rise has continued to increase since the early 20th century. {3.7, 5.6, 13.2}

  28. Hans Custers

    Neven,

    1,83 mm/jaar is het gemiddelde over de afgelopen eeuw, en wel zo’n beetje de allerlaagste waarde waar je redelijkerwijs op uit kan komen. Het zou volstrekt onverantwoord zijn om daar maar van uit te gaan bij toekomstplannen voor de kustverdediging. Die plannen worden immers gemaakt met een tijdshorizon van een halve tot een hele eeuw. Verwachtingen over de zeespiegelstijging negeren is struisvogelgedrag.

    Wel een interessante vraag in dat opzicht, en in de context van staartrisico’s. is welke scenario’s redelijk zouden zijn voor het smelten van landijsmassa’s op Groenland en Antarctica. Het lijkt me niet bij voorbaat vaststaan dat dat heel gelijkmatig zal gaan. Dus zouden we in de loop van deze eeuw een afwisseling kunnen zien van periodes met een heel snelle en periodes met een tragere zeespiegelstijging. Ik weet niet precies of de Deltacommissie met dit soort scenario’s rekening heeft gehouden. Dat moet ik nog maar ’s uitzoeken.

  29. Men kan er ook Jevrejeva et al. 2008 op naslaan:

    Sea level rose by 6 cm during the 19th century and 19 cm in the 20th century. Superimposed on the long-term acceleration are quasi-periodic fluctuations with a period of about 60 years. […] However, we provide evidence that the main contribution to the evolution of the sea level acceleration is associated with multi-decadal variability, which is super-imposed on a background sea level acceleration.

    Tijdens een periode met een snellere stijging van de wereld-gemiddelde oppervlaktetemperaturen blijkt óók de zeespiegel sneller te stijgen — wat natuurlijk fysisch voor de hand ligt door thermosterische expansie van het zeewater en het netto massaverlies van gletsjers en ijskappen op aarde.

    Zo viel de opwarming 1920-1950 dan ook samen met een relatief snelle zeespiegelstijging. En dat illustreert nou juist dat een stijging oppervlaktetemperaturen -> snellere stijging zeespiegel…

  30. De Deltacommissie ging expliciet uit van een “plausible upper limit” wat betreft zeespiegelstijging, oftewel risicobeleid op basis van “staartrisico”. Over de deltacommissie schreef ik paar geleden een aantal blogs.

    Vrij voorspelbaar werd de Deltacommissie dan ook van “alarmisme” beticht, precies in lijn met wat Kerry Emanuel beschrijft. Ik heb nadien begrepen dat de toenmalige voorzitter (Cees Veerman) de “plausibele bovengrens” ook eens als waarschijnlijk of gemiddeld had weergegeven; dat zou inderdaad niet terecht zijn en mag -indien inderdaad het geval- met recht bekritiseerd worden.

  31. Bob, wel leuk die overbekende grafiekjes van de mondiale zeespiegelstijging, maar we hadden het over de Noordzee c.q. de Nederlandse kust. En dan zie je dat de zeespiegel al 122 jaar gelijkmatig stijgt met 1,86 mm/jaar, zonder enige versnelling. Zie ook http://bit.ly/1gowCcn Waarmee ik niet wil zeggen dat dat de rest van deze eeuw eveneens het geval zal zijn. Voorts wijs ik er op dat die 1,86 de relatieve stijging betreft, en niet gecorrigeerd is voor verticale bodembeweging (NAP). Die daling (in west en noord Nederland) bedraagt 0,2-0,8 mm/jaar, en moet er dus nog van afgetrokken worden. Ter vergelijking: de absolute (dus gecorrigeerde) gemiddelde zeespiegelstijging op de Noordzee over de afgelopen eeuw bedraagt 1,5 mm/jaar. Ook deze stijging is lineair en dus niet versneld. Ergo: in onze contreien loopt de stijging achter bij het wereldgemiddelde.

    Bart, Hans, de 2e Deltacommissie (Veerman, 2008) adviseerde voor het jaar 2100 een bovengrensscenario voor de absolute zeespiegelstijging van 120 cm. Dat was (ruim) hoger dan IPCC-2007 omdat die een slag om de arm hield inzake dynamische processen bij de ijskappen van Groenland en Antarctica. Ook adviseerde de Deltacommissie rekening te houden met nog een extra bodemdaling (compactie + postglaciaal) ad 10 cm. Totaal relatief dus 130 cm.

  32. Beste Bert Amesz,

    Het ging hierboven over “de zeespiegelstijging” en dan praat je over het mondiaal gemiddelde. De snelheid waarmee de GMSL stijgt verschilt aanzienlijk over de globe – in de westelijke Pacific is het over de afgelopen twee decennia > 10 mm/jaar en voor de Nederlandse kust 1,8 mm/jaar.

    Dat in NW-Europa (bijv. ook in Stockholm) de zeespiegelstijging geringer is dan het mondiaal gemiddelde is vooral het gevolg van gravitationele effecten: het massaverlies van Groenland en van ander landijs op het Noordelijk halfrond in verhouding tot het massaverlies van Antarctica.

    Bij het beoordelen van de risico’s kan je niet zomaar aannemen dat de gravitationele effecten gelijk zullen blijven aan die van de afgelopen 122 jaar… het massaverlies zowel op Antarctica als op Groenland is aan het versnellen, zoals in AR5 WG I ondubbelzinnig is vastgesteld.

    Een versneld verloren gaan van de West-Antarctic Ice Sheet zou wereldwijd ca. 5 á 6 meter zeespiegelstijging betekenen maar méér voor de Nederlandse kust – omdat die gravitationele effecten dan juist tegen ons gaan werken. Als je het over staartrisico hebt dient er ook naar dergelijke gevolgen gekeken te worden.

    Ten tweede: zeespiegelstijging in Aziatische landen (zoals nu al meer dan 1 meter/eeuw in delen van de westelijke Pacific) brengt ook risico’s met zich mee in West-Europa: het verloren gaan van havens, handel, de migratiestromen ven mensen die in laaggelegen gebieden leefden, toegenomen kans op conflicten en risico’s voor de mondiale stabiliteit, etc.

  33. Hans Custers

    Bert,

    Je gaat helemaal niet in op mijn argumenten. Dus probeer ik het nog maar een keer. Je bent ontzettend inconsequent: je lijkt het doodnormaal te vinden om te praten over stormen die eens per 10.000 jaar voor kunnen komen (dat is blijkbaar geen “alarmisme”), maar verwachtingen over de zeespiegelstijging met een veel grotere waarschijnlijkheid lap je demonstratief aan je laars. Als dat het Nederlandse beleid zou zijn – dit beleid heeft doorgaans een planhorizon van een halve tot een hele eeuw – zou het wanbeleid zijn. Net iets minder absurd dan wat men een tijdje terug in Virginia en North-Caronlina wilde doen – dit struisvogelgedrag ook nog eens wettelijk vastleggen – maar zo heel veel scheelt het niet.

    De Deltacommissie begreep wel dat het bij de kustverdediging om staartrisico’s draait. En dus gaven ze terecht een worst case scenario voor de zeespiegelstijging. Nu kun je er best nog over bakkeleien welk scenario qua bijdrage aan het risico te vergelijken is met de eens-per-10.000-jaar-storm, maar dat gaat me in de context van deze discussie te ver. Ik begrijp niet waarom je nu met deze getallen van de Deltacommissie aankomt: ze laten alleen nog maar eens zien hoe schril jouw struisvogelgedrag afsteekt tegen een consequente risicobenadering.

  34. Hans,

    Je zegt:

    ” Ik begrijp niet waarom je nu met deze getallen van de Deltacommissie aankomt: ze laten alleen nog maar eens zien hoe schril jouw struisvogelgedrag afsteekt tegen een consequente risicobenadering”

    Pardon? Ik refereer juist aan een vraag van jou hierboven:

    “Ik weet niet precies of de Deltacommissie met dit soort scenario’s rekening heeft gehouden. Dat moet ik nog maar ‘s uitzoeken”

    Welnu, omdat ik redelijk thuis ben in hun oeuvre, heb ik jou die moeite bespaard. Ik zie niet in wat dit met ‘struisvogelgedrag’ te maken heeft. Heb ik hier gezegd dat ik hun ‘bovengrensscenario’ niet realistisch vind? Of ben jij van mening dat ‘bovengrensscenario’ niet hetzelfde is als ‘staartrisico’?

  35. Nee, Bob: het ging hier specifiek over de zeespiegel voor de Nederlandse kust. Totdat jij over ‘wereldwijd’ begon. Maar dat is jouw privilege; ik ben slechts ‘gast’ hier.

    Het feit dat de zeespiegelstijging op de Noordzee (absoluut: 1,5 mm/jaar) tot nu toe lager is dan mondiaal, komt slechts voor een klein deel door het gravitatie-effect. In potentie is dat voor Groenland het grootst, maar daar staat tegenover dat de effectieve cumulatieve bijdrage tot nu toe slechts klein was. Voor het ‘overige landijs’ is de cumulatieve bijdrage veel groter, maar het gravitatie-effect daarvan is beperkt in onze regio. Je noemt Stockholm als voorbeeld. Dat de (relatieve) zeespiegel daar minder stijgt (sterker nog: daalt) heeft niks met gravitatie te maken, maar met de postglaciale uplift. http://bit.ly/Q3zIMK

    Je zegt:

    “Ten tweede: zeespiegelstijging in Aziatische landen (zoals nu al meer dan 1 meter/eeuw in delen van westelijke Pacific) brengt ook risico’s met zich mee in West-Europa: het verloren gaan van havens, handel, de migratiestromen ven mensen die in laaggelegen gebieden leefden, toegenomen kans op conflicten en risico’s voor de mondiale stabiliteit, etc”

    Ik neem aan dat je niet bedoelt dat de zeespiegel in de westelijke Pacific afgelopen eeuw met meer dan 1 meter is gestegen? Die ruim 10 mm/jaar vanaf 1993 klopt wel. Ben benieuwd hoeveel de zeespiegel daar weer gaat dalen na de El Nino die dit jaar verwacht wordt.

    Voor het overige: is het je bekend dat de relatieve zeespiegelstijging bij diverse megasteden de afgelopen 50 jaar al 4-5 meter bedraagt? Zie bijvoorbeeld http://bit.ly/1ieVBTw Het effect op West Europa is tot nu toe beperkt…

  36. Hans Custers

    Nee Bert, je hebt mijn vraag (weer eens) niet goed gelezen. Ik schreef dit:

    Het lijkt me niet bij voorbaat vaststaan dat dat heel gelijkmatig zal gaan. Dus zouden we in de loop van deze eeuw een afwisseling kunnen zien van periodes met een heel snelle en periodes met een tragere zeespiegelstijging. Ik weet niet precies of de Deltacommissie met dit soort scenario’s rekening heeft gehouden.

    Het ging me niet om het bovengrensscenario, maar om mogelijke wisselingen in de snelheid van de zeespiegelstijging.

    Bovendien blijf je maar steeds om de hete brij heendraaien: dat je met jouw getalletje van 1,8 mm/jaar het zeer reële risico van een aanzienlijk snellere zeespiegelstijging in de komende halve tot hele eeuw glashard negeert. Dat is wel degelijk struisvogelgedrag.

  37. Hans,

    “Bovendien blijf je maar steeds om de hete brij heendraaien: dat je met jouw getalletje van 1,8 mm/jaar het zeer reële risico van een aanzienlijk snellere zeespiegelstijging in de komende halve tot hele eeuw glashard negeert. Dat is wel degelijk struisvogelgedrag”

    Onzin, Hans. We hebben hier op deze blog diverse malen gediscussieerd over de zeespiegelstijging. Dus kan je weten dat ik, bijvoorbeeld, de projecties van IPCC op dit punt als realistisch beschouw. En dus hou ik rekening met een substantiële versnelling. Je slaat de plank dus mis.

  38. Beste Bert Amesz,

    Die ruim 10 mm/jaar vanaf 1993 klopt wel.

    Ja, die klopt. En ook daar is het *lineair* extrapoleren naar de toekomst een onverstandige manier om de staartrisico’s in kaart te brengen, temeer omdat de versnelling nogal evident is:

    Het tempo is nu dus al > 10 mm/jaar in delen van de westelijke Pacific, het equivalent van ruim 1 meter/eeuw. Echter, gezien wat er op Groenland en elders plaatsvindt is het wel ietwat aan de luchthartige kant om zelfs dat tempo lineair door te trekken.

    Beste Bert, de onttrekking van grondwater t.b.v. agrarische doeleinden is de voornaamste oorzaak van bodemdaling in ZO-Azië, zoals al eerder besproken. Een stijging van de temperaturen en de verdamping ter plekke verergert ook die grondwateronttrekking. Het gaat dus zeker niet alléén over het aspect zeespiegelstijging, ook de toename van de ‘groundwater depletion’ draagt bij aan het staartrisico.

    Wij hebben dat al eerder besproken gedurende ~ 100 reacties. Ik wil die met alle plezier opnieuw plaatsen, maar wellicht ietsje efficiënter is om die eerdere discussie even door te lezen bijvoorbeeld vanaf hier:

    https://klimaatverandering.wordpress.com/2013/11/27/tien-drogredenen-over-risicos/#comment-7138

  39. Hans Custers

    Bert,

    Nog meer gedraai. Het begon met deze reactie van jou. Daarin vind je het doodnormaal dat het over een eens-per-10.000-jaar-storm gaat. Ik zie je daar helemaal niet klagen over iets als “alarmisme”
    En het risico van de zeespiegelstijging doe je af met:

    Door de zeespiegelstijging ad 1,8 mm/jaar wordt de overschrijdingskans geleidelijk aan iets groter

    Zonder voorbehoud, geen woord over de mogelijkheid dat die zeespiegelstijging wel eens wat hoger uit zou kunnen vallen.

    Iedereen die het stuk van Emanuel begrijpt ziet hoe ongelooflijk inconsequent dat is, en hoezeer je hiermee nu juist de staartrisico’s negeert. En iedereen met ogen in zijn hoofd ziet hoe krampachtig je je daar in het verdere verloop van deze discussie uit probeert te draaien.

  40. Hans,

    Gedraai? Jij leest kennelijk nogal selectief. Want dit zei ik in mijn daaropvolgende bijdrage:

    “Mocht er over enkele decennia tóch sprake zijn van een versnelling, dan gaan we weer eens nadenken over aanvullende maatregelen (volgens het nieuwe concept). Die tijd hebben we, want de zeespiegelstijging komt niet als een tsunami op ons af”

    En dat is nu net de crux, Hans. Want het ene onderdeel van het staartrisico (NW-storm + springvloed) kan zich morgen manifesteren (correctie: eind deze maand, dan is het weer springtij). Terwijl het andere onderdeel (zeespiegelstijging) zich slechts zeer geleidelijk opbouwt.

    Wat wil je nu eigenlijk, Hans. Nu alvast de dijken verhogen m.h.o. op een staartrisico in 2100? 

  41. Beste Bert Amesz,

    Wat wil je nu eigenlijk, Hans. Nu alvast de dijken verhogen m.h.o. op een staartrisico in 2100?

    Dat is nu juist wat er al gebeurt, Bert. We verhogen immers de dijken met inachtneming van o.a. het staartrisico in 2100 zoals door de Deltacommissie in kaart gebracht.

  42. Hans Custers

    Bert,

    Over selectief lezen gesproken, mijn antwoord op die bewering was:

    Dat een zorgvuldige afweging van risico’s geen aanleiding zal geven voor paniekmaatregelen is duidelijk. Maar dat is nog geen reden om een mogelijk toename van de zeespiegelstijging dan maar volledig te negeren. Dat is geen redelijk risicobeleid, maar struisvogelgedrag.

    Zoals al twee keer gemeld: beleid m.b.t. overstromingrisisco’s heeft meestal een planhorizon van een halve tot een hele eeuw. En dat impliceert dat je alle risico’s meeweegt die in die periode meespelen.

  43. Bob,

    ” Dat is nu juist wat er al gebeurt, Bert. We verhogen immers de dijken met inachtneming van o.a. het staartrisico in 2100 zoals door de Deltacommissie in kaart gebracht”

    Grapjas. Beslissingen over (enkele onderdelen) van het Tweede Deltaprogramma worden pas dit jaar (2014) genomen. Betreft o.a. het al dan niet verhogen van de veiligheidsnorm, zulks in het kader van de meerlaagsveiligheid. Heeft geen haast, want sinds 2009 is de zeespiegel met slechts 5 x 1,8 = 9,0 mm gestegen. Peanuts t.o.v. maatgevende stormvloed van 5,0 meter.

  44. Ik meen dat we de dijken aan het versterken zijn omdat ze op diverse plekken (bijv de Hondsbossche Zeewering) niet meer aan de eens-in-de-10.000-jaar norm voldoen, o.a. (of voornamelijk?) vanwege de zeespiegelstijging. Lijkt me geen gek idee.

  45. Bart, klopt. Het accent ligt momenteel op het wegwerken van ‘achterstallig onderhoud’ omdat 1/3 van de primaire waterkeringen niet aan de huidige norm voldoet. De Hondbossche Zeewering is kwetsbaar vanwege de kusterosie aldaar.

  46. Beste Bert Amesz,

    Het eerste Nationaal Waterplan uit 2009 bevat een programma t/m 2040, juist gebaseerd op het Deltacommissie-rapport uit 2007. Iedere 6 jaar wordt dat vernieuwd. Zie ook de Deltawet uit 2011:

    http://nl.wikipedia.org/wiki/Deltawet_(2011)

    En daarbij is hoe dan ook het staartrisico leidend, namelijk de eens-in-de-10.000 jaar norm.

  47. Hans Custers

    Heeft geen haast, want sinds 2009 is de zeespiegel met slechts 5 x 1,8 = 9,0 mm gestegen

    Tuurlijk, Bert. In plaats van nou eens redelijk te kijken naar de werkelijke risico’s van de zeespiegelstijging doe je gewoon nog een ridicuul schepje bovenop je bagatellisering ervan: je kijkt naar de totale stijging over een periode van slechts 5 jaar.

    Ik herhaal het nog maar een keer, want het schijnt maar niet door te dringen: het is heel normaal om naar dit onderwerp te kijken met een tijdshorizon van een halve tot een hele eeuw. De risico’s van de zeespiegel afdoen met “we zien over twintig jaar wel” is en blijft struisvogelgedrag.

    Blijkbaar zie je zelf nog steeds niet in hoe groot het contrast is tussen de manier waarop je enerzijds scenario’s over zeer uitzonderlijke stormen probleemloos accepteert, zonder ook maar even te piepen over “alarmisme” of “bangmakerij”, en anderzijds alles uit de kast haalt om de risico’s van zeespiegelstijging te minimaliseren. Dat is en blijft ongelooflijk inconsequent.

  48. Lennart van der Linde

    Bert,
    Meer mitigatie zal het staartrisico ook verminderen en de noodzaak tot meer adaptatie later minder waarschijnlijk maken. Te weinig mitigatie nu vergroot het risico dat we op termijn tegen de grenzen van adaptatie aanlopen.

  49. Bob,

    “Het eerste Nationaal Waterplan uit 2009 bevat een programma t/m 2040, juist gebaseerd op het Deltacommissie-rapport uit 2007. Iedere 6 jaar wordt dat vernieuwd. En daarbij is het staartrisico leidend, namelijk de eens-in-de-10.000 jaar norm”

    Nee, Bob. Het is anders. De eerste stap die men voorstelde is nadenken over de veiligheidsnorm. De Deltacommissie vindt de 1:10.000 te laag, men wilde minstens een factor 10 veiliger. Die discussie loopt nu, mogelijk dit jaar een besluit.

    Vervolgens gaat men nadenken over de wijze waarop met het staartrisico moet worden omgegaan. Het ‘oude’ concept (‘voorkómen dat water over de dijk slaat’) is achterhaald. Thans redeneert men uit het concept ‘meerlaagsveiligheid’, bestaande uit drie pijlers te weten (i) preventie, (ii) ruimtelijke ordening en (iii) evacuatie. Voor onderdeel (i) werkt men aan het idee van de overslagbestendige dijk. Kortom: voor wat betreft het Tweede Deltaprogramma is men nog steeds in een voorbereidend stadium.

    PS Die discussie over (de oorzaken van) bodemdaling gaan we zeker niet overdoen. Ik volsta met de opmerking dat in veel Aziatische kuststeden (en elders) de relatieve zeespiegelstijging primair veroorzaakt wordt door de nog steeds doorgaande bodemdaling. 

  50. Hans Custers

    En daar is de volgende afleidingsmanoeuvre. Bert, niemand beweert hier dat het enkel, alleen en uitsluitend om de zeespiegelstijging draait. Waar het om gaat is dat het wel degelijk een factor van betekenis is waar het Nederlandse beleid al terdege rekening mee houdt. Gelukkig maar.

  51. Deze uitwisseling van berichten -of zijn het plaagstootjes?- geven mij een gevoel van een staartrisico en de staart lijkt te groeien. Ik sla bijna alarm!

    Als alternatief ben ik de website van onze Deltacommisaris gaan verkennen. Prachtige rapporten met per gebied en dijksectie voorstellen en oplossingen en de beleidsmatige onderbouwing. Ik heb er wel vertrouwen in dat we tot 2100 de geschikte aanpassingen in beeld hebben.

    Vraag aan Bert: bij welke verhoging van de zeespiegel voor de Zuidhollandse kust krijgen we moeite met de afvoer van de rivieren. Moeten we de delta ophogen?

  52. “De Deltacommissie vindt de 1:10.000 te laag, men wilde minstens een factor 10 veiliger. Die discussie loopt nu, mogelijk dit jaar een besluit. ”

    Tientallen van onze miljarden aan banken, bouwbedrijven en straaljagers onthouden voor een storm die eens in de 100.000 jaar voorkomt? Kom, zeg. Voorbereiden voor een eens-in-de-1000-jaar storm lijkt me meer dan prima. Ik bedoel, hoe vaak komt zo’n storm nou voor?

    Ik reken op alle skeptici in het mooie Nederland om deze alarmistische, graaiende communisten een halt toe te roepen.

  53. Na het lezen van de bijdragen hier van Bert Amesz krijg ik het idee dat hij een echte alarmist is, een verkondiger van veel soorten catastrofes die over ons uitgestort kunnen worden. We moeten rekening houden met extreme noordwesterstormen die eens in de 10.000 jaar op ons af komen en verschrikkelijk hoog springtij dat ons zomaar in een onbewaakte nacht kan overvallen. Die mooi constante millimeters aan zeespiegelstijging die de mens veroorzaakt, zijn helemaal niets ten opzichte van al dat natuurgeweld.

    Op het NRC gaf Bert de Nederlander al de volgende kijk in zijn exemplaar van de doos van Pandora: “Want de belangrijkste bedreigingen vinden hun oorzaak in de explosief stijgende wereldbevolking, economische ontwikkeling, verstedelijking, houtkap, intensieve landbouw, overexploitatie van (water) resources, vervuiling, vernietiging van natuurlijke habitat,..”.
    Vreselijke bedreigingen staan voor onze toekomstdeur. Over één type bedreigingen en staartrisico’s mag echter nooit gesproken worden, dat zijn de bedreigingen en staartrisico’s die de klimaatverandering kan brengen. Want daarover zegt Bert: “..IPCC’s adagium van ‘blame the climate’ is derhalve volstrekt misplaatst.” en “Terwijl de staartrisico’s waar jij op doelt zich pas op zijn vroegst tegen het einde van deze eeuw (kunnen) manifesteren.”.
    Waar is trouwens die laatste uitspraak op gebaseerd beste Bert? Een eigen verzinsel, net als de zogenaamde tekortkomingen in de AAAS brochure, waar je over spreekt, maar die je niet kunt oplepelen?

    Alle investeringen in de dijken van Nederland, waar een horizon van een eeuw aan hangt, stellen we straks eventjes bij als het bagatelliseren van Bert een beetje tegenvalt: “Mocht er over enkele decennia tóch sprake zijn van een versnelling, dan gaan we weer eens nadenken over aanvullende maatregelen (volgens het nieuwe concept).”. Dat is pas verstandig, nadenken moeten we vooral nu niet doen maar altijd uitstellen tot later!

    Ik denk dat Bert Amesz zich eens een keertje in de klimaatwetenschappelijke literatuur zou moeten verdiepen. Heel leerzaam Bert, ik kan het je van harte aanbevelen. Bijvoorbeeld: het verre verleden heeft laten zien dat snelle stijgingen van het zeeniveau zeer wel tot de mogelijkheden behoren:
    “This reveals that rates of sea-level rise reached at least 1.2m per century during all major phases of ice-volume reduction, and were typically up to 0.7m per century (possibly higher, given the smoothing in our method) when sea-level exceeded 0 m during the LIG.”
    http://www.nature.com/nature/journal/v491/n7426/full/nature11593.html
    Juist dát zijn de staartrisico’s van de klimaatverandering met betrekking tot de zeespiegelstijging en het is in mijn ogen echt idioot om het nadenken daarover uit te stellen tot later.

  54. Teneinde wat ordening aan te brengen in jullie gekrakeel, het volgende. Het gaat om twee afzonderlijke onderwerpen:
    1. Het staartrisico als zodanig;
    2. Op welke wijze we daar mee om dienen te gaan.

    Ad1. De Deltacommissie (2008) adviseerde voor 2100 rekening te houden met een bovengrens van 1,20 meter (absolute stijging). Ik heb hierboven al aangegeven dat ik zulks niet onmogelijk acht. In dat geval zal de stijging vroeg of later in deze eeuw een versnelling ondergaan. Volgens mij onderschrijft Hans die waarde eveneens. Jos komt, na een lang verhaal, tot eenzelfde conclusie: hou rekening met 1,20 meter per eeuw. Dus heren: vanwaar jullie gekrakeel en het steeds maar weer opdienen van die struisvogel?

    Ad2. Het aanvaarden van het feit dat er in 2100 een staartrisico bestaat, betekent niet dat we acuut de dijken met 1,20 meter moeten verhogen (zoals jullie schijnen te denken). Het risico bouwt zich namelijk geleidelijk op, afhankelijk van de mate waarmee de zeespiegel stijgt. De strategie dient derhalve te bestaan uit het op peil houden van de kustverdediging op basis van de huidige stijging ad 1,8 mm/jaar. Mocht na verloop van tijd de stijging versnellen, gaan we over op aanvullende maatregelen (let op het begrip ‘aanvullend’). Hans, je kunt dat ‘struisvogelgedrag’ noemen, ik hou het op ‘gezond verstand’. Overigens adviseert de Deltacommissie een soortgelijke strategie van fasering van maatregelen gedurende de 21e eeuw. Met als bijzonderheid dat eerst een politiek besluit genomen moet worden genomen over de te hanteren veiligheidsnormen (2014).

    Het besluit over te hanteren veiligheidsnormen geldt overigens niet alleen voor de kust, maar evenzeer voor de (beneden)rivieren. Dit m.h.o. op zowel de zeespiegelstijging als een eventuele verhoogde piekafvoer van Rijn en Maas. Daarnaast adviseerde de Deltacommissie over de zoetwaterhuishouding in met name de ZW Nederland (droge zomers, zoutwaterintrusie).

  55. Hans Custers

    Het aanvaarden van het feit dat er in 2100 een staartrisico bestaat, betekent niet dat we acuut de dijken met 1,20 meter moeten verhogen (zoals jullie schijnen te denken)

    Bert,

    Zou je nu alsjeblief gewoon een willen lezen wat anderen schrijven, in plaats van ons woorden in de mond te leggen.

    Ik heb al twee keer dit geschreven:

    Dat een zorgvuldige afweging van risico’s geen aanleiding zal geven voor paniekmaatregelen is duidelijk. Maar dat is nog geen reden om een mogelijk toename van de zeespiegelstijging dan maar volledig te negeren. Dat is geen redelijk risicobeleid, maar struisvogelgedrag.

    In mijn blogpost zelf schreef ik dit:

    Laat ik voor alle duidelijk nog benadrukken dat hij het dan heeft over de informatie die de wetenschap presenteert aan de politiek en de maatschappij, om een goede afweging van risico’s te kunnen maken. Hij schrijft zeker niet voor wat de uitkomst van die afweging zou moeten zijn.

    Daarmee probeerde ik nu juist nog eens extra duidelijk te maken dat het hier over de risic0-analyse zelf gaat, en dus niet over welke conclusies je daar nu precies aan zou moeten verbinden.

    Verder hebben ik en anderen toch zeker een keer of vijf gemeld dat we het over beleid met een planhorizon van een halve tot een hele eeuw hebben, en dat de zeespiegelstijging daarin meenemen via jouw “we zien over twintig jaar wel” methode niet de beste is.

    Tenslotte, en dat is het belangrijkste punt, hebben diverse reageerders je keer op keer gewezen op het schrille contrast tussen de manier waarop je een eens-per-10.000-jaar-storm heel logisch lijkt te vinden om mee te nemen in de risico-analyses, zonder ook maar iets te zeggen over “alarmisme” en “bangmakerij” (nee, dat voorbeeld van het overstekend kind, dat is een veel groter rampscenario dat “riekt naar bangmakerij“, en aan de andere kant alles uit de kast haalt om de risico’s van de zeespiegelstijging te minimaliseren. Eerst noem je alleen de 1,8 mm/jaar alsof dat getal een absolute zekerheid is voor de toekomst, dan wil je het nog een jaar of 20 aanzien en het tragikomische dieptepunt is je vergelijking van 5 jaar zeespiegelstijging met de maatgevende storm, Bert, dan kun je wel een keertje opmerken dat je de bovengrens van de Deltacommissie of de projecties van het IPCC onderschrijft, maar daarmee verander je de toon van al je andere reacties niet. En die toen is: we kunnen de (staart)risico’s van zeespiegelstijging de komende decennia gevoeglijk aan onze laars lappen.

    Het probleem in deze discussie is, Bert, dat jij niet reageert op argumenten die anderen aandragen, maar op karikaturen van die argumenten. Wat men je werkelijk duidelijk probeert te maken blijkt dan steeds weer aan je voorbij te gaan. En dat is ergerlijk, omdat het de indruk wekt van desinteresse in andere meningen.

  56. Hans, in mijn vorige bijdrage heb ik mijn visie gegeven op het staartrisico ‘zeespiegelstijging’ en hoe we daar mee om moeten gaan. Eerder deed ik dat betreffende het staartrisico ‘stormvloed’. Jouw conclusie dat ik risico’s ‘aan de laars lap’ of dat ik ‘struisvogelgedrag’ vertoon, deel ik niet en laat ik voor jouw rekening. Mijn visie is helder, maar wijkt kennelijk af van de jouwe. So be it.

  57. Lennart van der Linde

    Bert,
    Zie je geen risico dat bij onvoldoende mitigatie op termijn adaptatie wellicht onmogelijk wordt?

  58. Hans Custers

    Bert,

    Ik heb een keer of 4, 5 uitgelegd waarom ik jouw visie inconsequent vind, en waarom dat in mijn ogen getuigt van struisvogelgedrag. Ik constateer dat je niet op die argumenten wenst te reageren. Prima, dat is dan duidelijk.

    De conclusie dat jouw visie afwijkt van die van mij (en die van Kerry Emanuel) had ik al meteen getrokken.

  59. Hans Custers

    @ Lennart,

    Goed dat je de mitigatie aankaart. Want juist het volledige risicobeeld, inclusief staartrisico’s, zou ook in de discussie over mitigatie een rol moeten spelen. Voor een land als Nederland, dat met enorme kosten opgezadeld zou kunnen worden voor adaptatie, zou dat een reden kunnen zijn om zich extra in te zetten voor mitigatie. Dat is een element dat in deze context zeker belangrijk is.

  60. Hans,

    “Ik heb een keer of 4, 5 uitgelegd waarom ik jouw visie inconsequent vind, en waarom dat in mijn ogen getuigt van struisvogelgedrag”

    Nee Hans. Jij maakte enkele malen de foutieve veronderstelling dat ik geen rekening hield met een eventuele versnelling van de zeespiegelstijging. Ik heb jou op dat punt enkele malen moeten corrigeren. Zou je alsnog willen aangeven waarom mijn visie inconsequent is?

  61. Hans Custers

    Bert,

    Natuurlijk kan ik dat aangeven. Dat kan ik namelijk heel makkelijk kopiëren uit een van de vorige reacties, waarin ik dat al uitgebreid uiteen heb gezet:

    Tenslotte, en dat is het belangrijkste punt, hebben diverse reageerders je keer op keer gewezen op het schrille contrast tussen de manier waarop je een eens-per-10.000-jaar-storm heel logisch lijkt te vinden om mee te nemen in de risico-analyses, zonder ook maar iets te zeggen over “alarmisme” en “bangmakerij” (nee, dat voorbeeld van het overstekend kind, dat is een veel groter rampscenario dat “riekt naar bangmakerij“, en aan de andere kant alles uit de kast haalt om de risico’s van de zeespiegelstijging te minimaliseren. Eerst noem je alleen de 1,8 mm/jaar alsof dat getal een absolute zekerheid is voor de toekomst, dan wil je het nog een jaar of 20 aanzien en het tragikomische dieptepunt is je vergelijking van 5 jaar zeespiegelstijging met de maatgevende storm, Bert, dan kun je wel een keertje opmerken dat je de bovengrens van de Deltacommissie of de projecties van het IPCC onderschrijft, maar daarmee verander je de toon van al je andere reacties niet.

    Ofwel: ergens in de loop van de discussie een enkele keer opmerken dat je de risico-analyse van de Deltacommissie of het IPCC accepteert doet niet al die andere opmerkingen teniet waarin je de risico’s van de zeespiegelstijging bagatelliseert.

    Ofwel: de aanleiding voor dit hele gedoe was dat je, uitgerekend in een discussie over staartrisico, de zeespiegelstijging in eerste instantie plompverloren afdoet als dat ene enkele getalletje dat niets met het staartrisico te maken heeft, maar eerder de ondergrens is. Zonder voorbehoud, zonder enige opmerking dat het ook wel eens wat hoger zou zijn, gewoon alsof het absoluut zeker is dat dat de waarde voor de komende decennia zou zijn. En dat direct nadat je het uiterst serieus over de eens-per-10.000-jaar-storm hebt gehad. Juist dat contrast laat zien hoezeer je probeert de risico’s van zeespiegelstijging onder het tapijt te vegen.

    En laat ik, nu ik toch bezig ben, dan ook nog maar eens proberen de belangrijkste punten uit mijn eerdere reacties puntsgewijs bij elkaar te zetten.

    1. We hebben het hier over de risico-analyse en dus nadrukkelijk niet niet over de concrete maatregelen die daar eventueel uit volgen.
    2. Beleid m.b.t. overstromingsrisico’s kent doorgaans een planhorizon van een halve tot een hele eeuw.
    3. De risico-analyse te behoeve van dat beleid dient de reële risico’s inclusief staartrisico’s t.g.v. de zeespiegelstijging te geven. Die risico’s kun je niet afdoen met enkel en alleen een verwijzing naar de zeespiegelstijging over de afgelopen tijd en “we zien over twintig jaar wel verder”. Dat staat haaks op de risicobenadering die Emanuel bepleit.

    En daar voeg ik n.a.v. de reactie van Lennart nog aan toe:

    4, Het volledige risicobeeld kan ook aanleiding zijn voor preventief beleid. In het geval van de zeespiegelstijging betekent dat: mitigatie van klimaatverandering.

  62. Lennart, je vraagt me:

    ” Zie je geen risico dat bij onvoldoende mitigatie op termijn adaptatie wellicht onmogelijk wordt?”

    Adaptatie is een breed begrip. Een hoge gemiddelde zeespiegel stelt ons land voor twee problemen: (i) hoe houden we de Noordzee buiten de deur bij stormvloed en (ii) kunnen de Rijn en Maas hun water nog voldoende kwijt vanwege het afnemende beschikbare verhang. Een stijging van ‘enkele meters’ kunnen we nog opvangen met traditionele waterbouwkundige infrastructuur. Maar op een gegeven moment lopen we tegen grenzen aan. Dan komt een andere vorm van adaptatie in zicht: geleidelijke herinrichting van ons land. Of en wanneer we een dergelijk omslagpunt bereiken, weet ik niet. Maar het ligt hoe dan ook ver in de toekomst (‘eeuwen’).

    M.b.t. mitigatie ken je mijn mening. Verstandige mitigatie is wenselijk, maar ik zie op afzienbare termijn geen significante mondiale ombuiging gebeuren.

  63. Hans, ik nodig je uit om de inbreng van anderen hierboven nog eens door te lezen. Dan zul je begrijpen waarom ik daar niet altijd op in ga. Ik beperk me doorgaans tot inhoudelijk en on topic. Jouw laatste reactie is – wederom – gebaseerd op een foutieve interpretatie van mijn opstelling c.q. visie en bestaat vooral uit het leveren van kritiek zonder dat je daar iets tegenover stelt. Dát is het probleem in deze discussie, Hans.

  64. Lennart van der Linde

    Bert,
    Je zegt:
    “op een gegeven moment lopen we tegen grenzen aan. Dan komt een andere vorm van adaptatie in zicht: geleidelijke herinrichting van ons land. Of en wanneer we een dergelijk omslagpunt bereiken, weet ik niet. Maar het ligt hoe dan ook ver in de toekomst (‘eeuwen’).”

    Tot dusver heeft het PBL 4-5 eeuwen vooruit gekeken en geconcludeerd dat een stijging van 1,5 meter/eeuw tot een hoogte van 6-8 meter door Nederland nog bij te benen zou zijn. Daarboven lijkt dat vooralsnog onduidelijk. Naar de rest van de wereld heeft het PBL (nog) niet gekeken, zoals o.a. Pier Vellinga heeft opgemerkt.

    Het IPCC kijkt in zijn adaptatie-rapport ook maximaal 5 eeuwen vooruit en concludeert dat bijna 7 meter stijging in 2500 in het slechtste geval niet uit te sluiten is. Dat zit dus op de voorlopige PBL-grens van wat voor Nederland nog te behappen zou zijn. Als de stijging daarna doorzet, zou dus inderdaad ‘herinrichting’ of ‘terugtrekking’ in beeld komen.

    De Deltacommissie keek tot 2200 en zag 4 meter mondiale stijging als worst-case. Rohling et al. (2013) sluiten echter een risico op 3-5 meter in 2200 en op 5-9 meter in 2300 niet uit. Volgens Horton et al. (2013) lijken een kleine 10% van de experts met zo’n risico rekening te houden.

    Er lijkt dus wel degelijk een staartrisico op meer dan 4 meter stijging in 2200 en meer dan 5 meter in 2300, waarbij het voorlopig maar de vraag is in hoeverre en op welke manier Nederland zich daaraan zou kunnen aanpassen. Dat maakt direct ook de vraag urgent in hoeverre dat risico door mitigatie verkleind kan worden. Dit dus nog afgezien van de vraag in hoeverre de rest van de wereld zich aan zo’n stijging zou kunnen aanpassen en in hoeverre andere effecten, zoals minder voedselproductie en waterschaarste op kortere termijn urgentere problemen zijn.

    Dat sterke mondiale mitigatie voorlopig politiek niet waarschijnlijk lijkt, is nog geen reden om deze risico’s te bagatelliseren. Onderkenning van deze risico’s lijkt me juist een reden te meer om te pleiten voor zo sterk mogelijke mitigatie en voor het helpen opbouwen van de politieke wil daartoe, overal ter wereld.

  65. Lennart van der Linde

    Bert,
    Volgens Horton et al. (2013) houdt zelfs 33% van de experts rekening met een risico op meer dan 5 meter stijging in 2300 (en niet 10% zoals ik per abuis schreef; die 10% geldt voor een risico op meer dan 7 meter in 2300. Zie figuur 2 van hun paper:
    http://edoc.gfz-potsdam.de/pik/get/6168/0/08c0687af1b6e2e59a69707e468573e0/6168.pdf

    Het IPCC blijkt op dit punt dus duidelijk veel conservatiever dan een groot deel van de experts. Als maatschappij zouden we daarom m.i. rekening moeten houden met een aanzienlijk groter staartrisico dan waar het IPCC ons op wijst.

  66. Hans Custers

    Bert,

    De boodschap is duidelijk: je wenst niet op mijn argumenten in te gaan. In plaats daarvan neem je je toevlucht tot vaagheden over mijn “foutieve interpretatie” en “kritiek zonder daar iets tegenover te stellen” (ja, ik bekritiseerde je visie en legde keer op keer op keer uit waarom; wat zou ik daar verder “tegenover moeten stellen“?).

    Als je mijn argumenten zo demonstratief blijft ontwijken, heeft verder discussiëren weinig zin.

  67. Lennart,

    Die 1,5 meter per eeuw herken ik. Maar die 6-8 meter over enkele eeuwen en die volgens PBL nog ‘behapbaar’ zou zijn, kan ik niet terugvinden. Heb jij een referentie? Ik vermoed namelijk dat er bij 6-8 meter al sprake is van herinrichting van West Nederland. Ook zullen we de piekafvoeren van Rijn en Maas niet meer onder vrij verval kunnen lozen; inzet van gemalen zal dan nodig zijn.

    De 1,5 meter is door PBL genoemd als worst case scenario voor 2100. Dat is iets hoger dan de bovengrens van de Deltacommissie (1,2 meter) die op zijn beurt weer hoger is dan de bovenkant van de AR5-bandbreedte in RCP8,5 (1,0 meter). Als ik het goed lees komt de door jou aangehaalde Horton et al uit op 1,0-2,0 meter als bovengrens in 2100. Dat IPCC lager uitkomt is omdat hun ‘bovenkant bandbreedte’ niet hetzelfde is als ‘staartrisico’.

    Overigens zegt PBL (2012) over het worst case scenario (1,5 m in 2100):

    “Het is de verwachting dat – uitgaande van het langzame proces van zeespiegelstijging – het adaptief vermogen van Nederland voldoende is om de toenemende overstromingsrisico’s te blijven beheersen, zelfs bij dergelijke worst case-scenario’s. Wel zijn extra maatregelen en investeringen nodig ten opzichte van de huidige inspanningen. De traagheid in het oceaansysteem en de traagheid van de zeespiegelstijging geeft het beleid de tijd om te blijven monitoren en tijdig te anticiperen op mogelijke ongunstige ontwikkelingen”

    Een realistische strategie die aardig overeenkomt met hetgeen ik hier eerder naar voren bracht; vooral de laatste zin spreekt mij aan.

  68. Nou Hans, als aanvulling/verduidelijking dan het volgende:

    Ik zei eerder:

    “Het risico bouwt zich namelijk geleidelijk op, afhankelijk van de mate waarmee de zeespiegel stijgt. De strategie dient derhalve te bestaan uit het op peil houden van de kustverdediging op basis van de huidige stijging ad 1,8 mm/jaar. Mocht na verloop van tijd de stijging versnellen, gaan we over op aanvullende maatregelen”

    Jij kwalificeerde dat als ‘inconsistent’ en ‘struisvogelgedrag’

    Wat zegt PBL (2012) hierover:

    “Het is de verwachting dat – uitgaande van het langzame proces van zeespiegelstijging – het adaptief vermogen van Nederland voldoende is om de toenemende overstromingsrisico’s te blijven beheersen, zelfs bij dergelijke worst case-scenario’s [ 1,2 meter in 2100]. Wel zijn extra maatregelen en investeringen nodig ten opzichte van de huidige inspanningen. De traagheid in het oceaansysteem en de traagheid van de zeespiegelstijging geeft het beleid de tijd om te blijven monitoren en tijdig te anticiperen op mogelijke ongunstige ontwikkelingen”

    Weliswaar andere bewoording, maar dezelfde strekking. PBL vertoont hiermee ook struisvogelgedrag?

  69. Hans Custers

    Bert,

    Zoals ik keer op keer op keer duidelijk heb gemaakt: de planhorizon voor de kustverdediging is een halve tot een hele eeuw. Daarin dien je rekening te houden met de reële verwachting én de staartrisico’s van de zeespiegelstijging. Je in die context beperken tot 1,8 mm/jaar is inderdaad een schoolvoorbeeld van struisvogelgedrag.

    Er was iets anders dat ik inconsequent noemde. Dat heb ik nu zo vaak uitgelegd dat ik dat niet nogmaals ga doen. Ik blijf niet bezig.

    En om op risico’s te anticiperen, moet je die risico’s om te beginnen wel erkennen. Je in eerste instantie beperken tot de absolute ondergrens (zoals jij hierboven nogmaals doet) en “we zien over twintig jaar wel weer eens” en die risico’s op allerlei andere manieren bagatelliseren zijn niet de beste grondhouding om goed te kunnen anticiperen.

  70. Lennart van der Linde

    Bert,
    Over die 6-8 meter van het PBL hadden we het een tijdje terug ook gehad, en ik heb je toen de referenties gegeven:
    https://klimaatverandering.wordpress.com/2013/12/30/voortzetting-van-the-keeling-curve/#comment-7415

    Het PBL lijkt overigens na kritiek van o.a. Vellinga wat te bewegen, want Maarten Hajer zei in februari in het Financieele Dagblad, verwijzend naar het risico van zeespiegelstijging op langere termijn:
    “Ik vind het vreemd dat we er niet in slagen in actie te komen nu we geconfronteerd worden met een risico dat existentieel van aard is.”

    Vellinga heeft over het PBL-rapport uit 2012 onder andere gezegd:
    “Waar ik bezwaar tegen heb is dat men niet verder kijkt dan 2100. Het wordt een erg wishful thinking-rapport door niet verder te kijken… De lijnen zullen daar niet stoppen met stijgen en daarmee zal de problematiek toenemen. Wat er staat is niet helemaal onwaar, maar wel een beetje tendentieus… Ik zeg dagelijks dat het onverantwoord is om ons met zo’n rapport gerust te stellen. Er is wel degelijk iets aan de hand, al duurt het meer dan vijftig jaar voordat mensen dat heel erg gaan voelen. Het gaat hier over mondiale problematiek. Daarom moeten we verder kijken dan Nederland…
    Als we het Middellandse-zeegebied in de beschouwing meenemen, dan krijg je een ronduit dramatisch rapport. Er is namelijk geen toekomst denkbaar waarin het in Nederland wel goed gaat, als we ook de drastische veranderingen op klimaatgebied in Zuid-Europa in het plaatje meenemen. Natuurlijk heeft dat effect op Nederland! In dit rapport wordt niets gezegd over de wereldwijde invloeden van klimaatverandering die gevolgen hebben voor Nederland. Ik vind dat onvoldoende voorlichting…
    De grote ramp vind ik vooral dat voorbij 2100 die zee ook nog met gemak verder doorstijgt met tientallen meters. Er zit geen rem op. Antarctica heeft zo veel sneeuw en ijs, dat als de klimaatverandering doorzet, ook voorbij zes graden, de zeespiegel wel zeventig meter zou kunnen stijgen. Dan ontstaat er, misschien over duizenden jaren, een ijsvrije wereld. Wil je dat op je geweten hebben? Liever niet, maar we doen er wel aan mee. Ja, dat is heel stom, onverantwoord en immoreel. Iedereen die dit weet, moet er wat aan doen…
    Het is dus waarschijnlijk dat we het Antarctica-ijs op den duur kwijtraken, alleen is de snelheid waarmee dat gebeurt wetenschappelijk nog onzeker. Veel specialisten zullen het erop houden dat zoiets wel 3.000 jaar kan duren. Ik denk dat het sneller zal gaan omdat al die processen telkens weer sneller blijken te gaan dan wij verwachten.”

    Het IPCC geeft overigens zo’n 17% kans op meer dan 1 meter in 2100. Dat is dus nog een flinke staart. Als je alles bij elkaar optelt, lijkt hun worst-case voor 2100 ook op zo’n 1,5 meter uit te komen. En als je verder kijkt dan 2100, zoals onder meer m.i. zeer terecht Vellinga bepleit…

    Het PBL wordt misschien nog te veel politiek aangestuurd, anders zouden ze waarschijnlijk ook wel verder kijken.

  71. Hans, nog één poging mijnerzijds: mijn redenering over het staartrisico is precies die van zowel PBL als Deltacommissie. Aan jou de uitnodiging aan te geven waar we de plan misslaan…

  72. Hans Custers

    Bert,

    Onzin. Waar heeft het PBL of de Deltacommissie het over:

    op peil houden van de kustverdediging op basis van de huidige stijging ad 1,8 mm/jaar.“?

    Wat heeft het zo expliciet nomen van een getal dat de absolute ondergrens is te maken met het anticiperen op de werkelijke risico’s, inclusief staartrisico’s?

  73. Lennart van der Linde

    Bert,
    Wat misschien nog het dichtst in de buurt komt van een worst-case scenario na 2100 is te zien in figuur 2.2. in dit achtergrondrappport bij de PBL-duurzaamheidsverkenning van 2007:
    http://www.rivm.nl/bibliotheek/digitaaldepot/WL_rapport_Overstromingsrisicos_Nederland.pdf

    Daar wordt in ieder geval theoretisch rekening gehouden met de mogelijkheid van een stijging van circa 2 meter/eeuw over meerdere eeuwen, in ieder geval tot circa het jaar 2600.

  74. Lennart, (nogmaals) dank, ik was het vergeten. Ik denk dat je PBL als volgt moet lezen. De 6-8 meter (1-1,5 meter/eeuw) is voor het onderdeel ‘kustverdediging’ wél bij te benen. Voor het onderdeel ‘afvoer Rijn/Maas’ daarentegen niet. Althans niet zonder ingrijpende aanpassingen (ruimtelijke ordening, gemalen). Het bemalen van ons hydrologische achterland (Duitsland, Frankrijk) zou overigens nog een aardige kostenpost opleveren.

  75. Hans, voorbeeld: de huidige zandsuppletie voor het onderhoud van ons kustfundament is geheel en al gebaseerd op de huidige zeespiegelstijging ad 1,8 mm/jr. Zie Deltacommissie en I&M. Dat heeft niks met het staartrisico te maken. De strategie om komende eeuw aan het worst case scenario (staartrisico) het hoofd te bieden, heb ik je uitgelegd.

    Voorstel: als je mijn visie niet deelt, kom dan met een algeheel commentaar, en haal er niet één zin uit.

  76. Lennart, dat WL-rapport uit 2007 lijkt mij achterhaald. Men refereert nog aan IPCC-2001. Bovendien vind ik het stuk over de zeespiegelstijging nogal amateuristisch overkomen. Ik hecht er dus weinig waarde aan.

  77. Hans Custers

    Bert,

    De zandsuppletie wordt geen halve of hele eeuw vooruit gepland, dus hoef je ook geen rekening te houden met de verwachte zeespiegelstijging in die periode. Simpel, niet? Maar heel veel plannen kennen (hoe vaak heb ik daar nu al op gewezen) wel zo’n lange termijn planhorizon. Dat is het punt. Het kan toch niet zo moeilijk zijn om dat te begrijpen?

    En als we dan toch voorbeeldjes geven: weet jij misschien met hoeveel zeespiegelstijging voor de komende 50 jaar men (zo’n 15 jaar geleden) rekening hield bij het ontwerp van Maasvlakte 2? Volgens mij was dat veel meer dan de door jou gekoesterde 1,8 mm/jaar.

    Ik heb voldoende duidelijk gemaakt waarom ik dat ene punt – steeds maar weer noemen van de ondergrens voor de zeespiegelstijging – er steeds weer uithaal: omdat juist dat punt getuigt van struisvogelgedrag dat zo schril afsteekt tegen het onderwerp van deze blogpost: staartrisico’s.

  78. Lennart van der Linde

    Bert,
    Het WL-rapport is inderdaad achterhaald, als je kijkt naar figuur 3b in het recente Nature-paper van Rohling et al. (2013):
    http://www.nature.com/srep/2013/131212/srep03461/full/srep03461.html

    Zij zien een staartrisico op een stijging van meer dan 4 meter/eeuw en in het jaar 2600 circa 22 meter. Dat is ongeveer het dubbele van de theoretische mogelijkheid in het WL-rapport. De vraag is: kunnen we op basis van het verleden een inschatting maken van de waarschijnlijke of maximaal mogelijk stijgsnelheid in de toekomst? Hoe kunnen we zeker weten dat 2 meter/eeuw of 4 meter/eeuw het maximum is, gezien de enorme antropogene klimaatforcing die we aan het ontwikkelen zijn?

  79. Hans, daar ga je weer.

    Verspreid over de verschillende bijdragen hier heb ik gezegd (i) de huidige trend is 1,8 mm/jaar, (ii) die zal naar verwachting een keer versnellen hetgeen (iii) kan uitmonden in een worst case van, laten we de DC aanhouden, van 1,2 meter in 2100. Waarom haal jij steeds item (i) er uit om me vervolgens te beschuldigen van struisvogelgedrag?

    Een strategische horizon (geen planhorizon) van 86 jaar dus. En hoe ziet die strategie er dan uit? Ik neem even die van PBL als voorbeeld (dezelfde strekking als de mijne):

    “Het is de verwachting dat – uitgaande van het langzame proces van zeespiegelstijging – het adaptief vermogen van Nederland voldoende is om de toenemende overstromingsrisico’s te blijven beheersen, zelfs bij dergelijke worst case-scenario’s [ 1,2 meter in 2100]. Wel zijn extra maatregelen en investeringen nodig ten opzichte van de huidige inspanningen. De traagheid in het oceaansysteem en de traagheid van de zeespiegelstijging geeft het beleid de tijd om te blijven monitoren en tijdig te anticiperen op mogelijke ongunstige ontwikkelingen”

    Ik vraag je dus nog maar een keer: wat is er mis met deze strategie?

    Ter verduidelijking. Het is niet realistisch om Nederland nu al bij voorbaat geheel bestendig te maken voor een mogelijk staartrisico (zeespiegelstijging) in 2100. Maar andersom geredeneerd: als je nu een zeevaartsluis gaat bouwen en die moet 50 jaar mee, dan hou je uiteraard rekening met een dan verwacht zeeniveau. En dat is waarschijnlijk niet op basis van 1,8 mm/jr. Hetzelfde geldt voor jouw voorbeeld: de tweede Maasvlakte. In beide gevallen zal men ook wel rekening houden met stormvloed.

  80. Hans Custers

    Bert,

    Ik blijf je er op wijzen dat jij met grote regelmaat een getal aanhaalt dat als ondergrens van de zeespiegelstijging beschouwd kan worden, omdat dat in de context van deze discussie over staartrisico’s volstrekt irrelevant of zelfs totaal misplaatst is. En omdat jij het om een of andere reden nodig blijft vinden steeds weer met dat ondergrens-getalletje op de proppen te komen Van het begin af aan heb ik je duidelijk proberen te maken dat dat mijn punt is, en van het begin af aan blijf jij daar maar omheen draaien. In plaats van gewoon op mijn kritiek in te gaan, dek jij je een beetje halfslachtig in, door ergens in de discussie ook meer even naar de Deltacommissie of het IPCC te verwijzen, Om even later net zo vrolijk weer met het irrelevante en misplaatste getalletje aan te komen. De boodschap blijkt dus maar niet over te komen, en daarom blijf ik hem herhalen. Maar misschien kun je alsnog uitleggen waarom die ondergrens zo relevant is in deze discussie over staartrisico’s. Mij ontgaat het namelijk.

    Ik heb nergens beweerd dat ik het niet eens zou zijn met de strategie van het PBL die je aanhaalt. Het PBL zegt dan ook, anders dan jij, nergens dat de ondergrens van 1,8 mm/jaar de basis (dat woord gebruik je letterlijk, Bert, hoezeer je je daar ook onderuit probeert te draaien) van die strategie is.

    Wat het PBL-advies betreft is het misschien nog wel van belang iets te zeggen over de invalshoek ervan. Het staat voor mij als een paal boven water dat in dat advies de problematiek benaderd wordt op het schaalniveau van Nederland, en dat men zich dus ook richt op de factoren die we zelf in de hand hebben. Omdat we nu eenmaal in ons eentje weinig kunnen doen aan de klimaatverandering is het logisch dat het accent daar op adaptatie ligt. Dat betekent uitdrukkelijk niet dat adaptatie de voorkeur zou hebben boven mitigatie. Ik merk het maar even op, om eventuele misverstanden te voorkomen.

  81. Hans, voor een voor mij onbegrijpelijke reden ben jij nogal gefixeerd op dat ene getalletje (1,8 mm/jaar). Ik heb je al enkele malen proberen duidelijk te maken dat het niets met staartrisico’s te maken heeft. Sinds ik het een keer genoemd heb, blijf je er maar op terugkomen. Kennelijk heeft dat getal voor jou een lading die ik er niet aan gegeven heb. In tegenstelling tot wat jij beweert: PBL benoemt het overigens wél: circa 2 mm/jaar. Evenwel met dezelfde betekenis als die ik er aan geef: de (lineaire) stijging over de afgelopen eeuw. Waarmee ze – net als ik – motiveren dat (citaat PBL) ‘de traagheid van de zeespiegelstijging geeft het beleid de tijd om te blijven monitoren en tijdig te anticiperen op mogelijke ongunstige ontwikkelingen’. Niets meer en niets minder.

  82. Hans Custers

    Bert,

    Dat je niet begrijpt wat ik je duidelijk probeer te maken staat als een paal boven water. Over waar dat precies aan ligt zullen we het wel nooit eens worden. Ik stel voor dat we het daar maar bij laten.

  83. Hans, ik begrijp donders goed wat jouw punt is! Dat heb je namelijk in de voorlaatste bijdrage als volgt herhaald:

    “Ik blijf je er op wijzen dat jij met grote regelmaat een getal aanhaalt dat als ondergrens van de zeespiegelstijging beschouwd kan worden, omdat dat in de context van deze discussie over staartrisico’s volstrekt irrelevant of zelfs totaal misplaatst is. En omdat jij het om een of andere reden nodig blijft vinden steeds weer met dat ondergrens-getalletje op de proppen te komen Van het begin af aan heb ik je duidelijk proberen te maken dat dat mijn punt is, en van het begin af aan blijf jij daar maar omheen draaien”

    Nou, Hans: daar heb ik enkele malen op gereageerd. Als volgt: die ondergrens heeft NIETS te maken met de omvang van het staartrisico! Maar om een of andere duistere reden denk jij dat ik wél een relatie leg tussen die twee zaken. Jouw kritiek aan mij is dus gebaseerd op een foutieve veronderstelling. Ik zeg het nóg maar een keer, Hans: die ondergrens (ad 1,8 mm/jaar) heeft NIETS met de grootte van het staartrisico te maken. Als je mijn bijdragen goed had gelezen, dan waren we dit punt al veel eerder gepasseerd.

    Vervolgens spraken wij over de wijze waarop Nederland de komende eeuw met dat staartrisico (zeg 1,5 meter in 2100) om moet gaan. Een strategie dus met een horizon van ongeveer een eeuw. Dan blijkt dat mijn visie overeenkomt met die van PBL en de Deltacommissie. In die visie speelt die ondergrens dan wél een rol (ik noemde 1,8 mm/jr; PBL en DC noemen circa 2,0 mm/jr). PBL: “de traagheid in het oceaansysteem en de traagheid van de zeespiegelstijging geeft het beleid de tijd om te blijven monitoren en tijdig te anticiperen op mogelijke ongunstige ontwikkelingen”. Het begrip ‘traagheid’ is dus van groot belang, het geeft ‘het beleid de tijd’. Ik heb dat aanschouwelijk gemaakt met een voorbeeld: als je 5 jaar de tijd neemt voor beleid, dan stijgt de zeespiegel in die periode 9,0 mm. Maar dat heeft geen gevolgen voor onze veiligheid (1:10.000), want daarin voert de stormvloed (ad 5,00 meter) de boventoon. Jij meende dit voorbeeld te moeten kwalificeren als ‘tragikomisch dieptepunt’.

    Hans, jij hebt mijn analyse steeds afgedaan met ‘inconsistent’ en ‘struisvogelgedrag’. Pas toen ik je er op wees dat mijn visie overeenkomt met die van de Deltacommissie en PBL, begon je wat terug te krabbelen (na eerst nog wat spijkers op laag water gezocht te hebben). In je voorlaatste bijdrage zeg je dan plotseling “ik heb nergens beweerd dat ik het niet eens zou zijn met de strategie van het PBL”. Zwak, Hans.

    Ik besluit evenwel positief: door jouw inleiding, je verwijzing naar Emmanuel en de bijdragen van o.a. Lennart ben ik wijzer geworden en anders gaan denken over het fenomeen ‘staartrisico’.

  84. Hans Custers

    Bert,

    Blijkbaar wil jij “all the way” met dit gedoe. Nou, dan moet dat maar.

    Je laat het laatste stukje weg uit de tekst van me die je aanhaalt. Dat laatste stukje was de vraag naar de relevantie van dat ondergrens-getal, waar jij steeds mee op de proppen komt. Je had die vraag gewoon kunnen beantwoorden, zonder gedoe en gedraai.

    Zonder vervelende opmerkingen dat ik gefixeerd zou zijn op dat getal, bijvoorbeeld. De realiteit is namelijk dat jij degene bent die het toch zeker een keer of vijf inbrengt in deze discussie en vervolgens gewoon niet reageert op mijn kritiek daarop, zodat ik die kritiek nog maar enkele keren herhaal.

    Jij was degene die dat getal introduceerde als de waarde om rekening mee te houden. Zonder welke kanttekening dan ook. Toen ik je er op wees dat dat juist in deze discussie nogal misplaatst was, had je gewoon als een grote jongen kunnen erkennen dat dat een misser was.

    In plaats daarvan volgt gedoe en gesputter en gedraai. Gevolgd door de opmerking dat ik “in andere discussies” had kunnen zien dat je de projecties van het IPCC realistisch vindt. Vrijwel tegelijkertijd, in een andere discussie op een ander forum, beweer jij doodleuk dat het wel zo goed als vaststaat dat de temperatuurstijging deze eeuw niet boven de 3 °C uitkomt. Niet helemaal in overeenstemming met het IPCC, toch? Of vind je de projecties voor de zeespiegel wel realistisch en die voor de temperatuur niet, en hebben die twee niet zoveel met elkaar te maken?

    Volgt nog veel meer gedoe, gesputter en gedraai, dat ik maar even laat voor wat het is. ik ga even door naar wat je gisterenmiddag schreef: “De strategie dient derhalve te bestaan uit het op peil houden van de kustverdediging op basis van de huidige stijging ad 1,8 mm/jaar.

    Er kan toch echt geen misverstand over bestaand dat jij hier de ondergrens de basis noemt. Na al mijn pogingen om je duidelijk te maken dat die ondergrens nogal misplaatst is in deze discussie kan ik dit maar op een manier interpreteren: als een opgestoken middelvinger. En als ik je er op wijs dat het PBL toch echt een andere basis gebruikt, maak jij daarvan dat ik het niet eens zou zijn met de visie van het PBL.

    Een paar uur later beweer je glashard dat je die ondergrens enkel en alleen genoemd hebt als “de (lineaire) stijging over de afgelopen eeuw“. Dat is absoluut niet waar, want het staat haaks op je bewering van eerder die middag. En kom nu alsjeblief niet aan met een of andere kromredenering dat die twee beweringen helemaal niet tegenstrijdig zijn, want die spelletjes hebben we genoeg gezien.

    Op een of andere manier verwacht je van anderen dat ze begrijpen wanneer ze te maken hebben met de Bert Amesz die de projecties van het IPCC onderschrijft en wanneer met de Bert Amesz die ze te hoog vindt, je verwacht van anderen dat ze “basis” lezen als “de (lineaire) stijging over de afgelopen eeuw“, je verwacht van anderen dat zich alles herinneren wat jij ooit een in discussie hebt beweerd terwijl je zelf volhardt in het negeren van tegenargumenten (ook in de reactie hierboven staan diverse punten die ik al meerdere malen heb beantwoordt, ik begin daar niet nog een keer aan), enzovoort. Op die manier is er geen normale, volwassen discussie te voeren.

  85. Hans, dit zei ik in een van mijn eerste bijdragen m.b.t. dit onderwerp:

    “Voor wat betreft de ‘zeespiegelstijging’ is er met het huidige tempo (1,8 mm/jaar) niks aan de hand. Mocht er over enkele decennia tóch sprake zijn van een versnelling, dan gaan we weer eens nadenken over aanvullende maatregelen (volgens het nieuwe concept). Die tijd hebben we, want de zeespiegelstijging komt niet als een tsunami op ons af”

    Deze visie heb ik dus van meet af aan gepresenteerd. Vervolgens blijkt dat PBL – afgezien van de exacte bewoording – dezelfde visie hanteert.

    Maar kennelijk lees jij iets anders dan wat er staat. Die misvatting jouwerzijds vormt dan weer de basis om mij te bestoken met schijnargumenten en onterechte kwalificaties. Waar ik me dan weer tegen moet verdedigen. Als je van meet af aan had gelezen wat er stond, hadden we een hoop ‘gedoe’ kunnen besparen. In plaats van meteen te gaan schieten, had je me ook om opheldering kunnen vragen.

    Hans, wees een kerel, en erken je ongelijk.

  86. Lennart van der Linde

    Bert,
    Je herhaalt nog eens wat je eerder schreef:
    “Voor wat betreft de ‘zeespiegelstijging’ is er met het huidige tempo (1,8 mm/jaar) niks aan de hand. Mocht er over enkele decennia tóch sprake zijn van een versnelling, dan gaan we weer eens nadenken over aanvullende maatregelen (volgens het nieuwe concept). Die tijd hebben we, want de zeespiegelstijging komt niet als een tsunami op ons af.”

    Deze draad gaat echter over (staart-)risico’s. Rohling et al. laten zien wat die risico’s zijn, voor zover we nu kunnen inschatten:
    http://www.nature.com/srep/2013/131212/srep03461/full/srep03461.html

    Daaruit blijkt dat het risico op grote, snelle en onomkeerbare zeespiegelstijging wel degelijk een urgent probleem is, wat het PBL in rapporten helaas nog niet heel expliciet durft te benoemen, maar hun directeur in de media wel begint te doen. Zo zei Maarten Hajer in februari in het Financieele Dagblad:
    “Ik vind het vreemd dat we er niet in slagen in actie te komen nu we geconfronteerd worden met een risico dat existentieel van aard is.”

    Jij tilt blijkbaar niet erg zwaar aan dat risico. Waarom niet?

  87. Hans Custers

    Bert,

    Het antwoord op die bewering is uitgebreid en meerdere malen in de discussie hierboven terug te vinden. Ik ga het niet nog een keer herhalen, want dan krijg ik het verwijt ergens op “gefixeerd” te zijn.

    Volgende reacties waarin je alleen beweringen herhaalt die al uit en te na zijn beantwoord zal ik verwijderen, conform de huisregel: “Geen eindeloze herhalingen van hetzelfde punt

    En nog iets: ik wens mezelf en mijn medebloggers niet nogmaals door jou te laten schofferen met de suggestie dat we een stelletje idioten zijn die zelf niet begrijpen dat het hier niet om een kwestie gaat die acuut om ingrijpende adaptatie-maatregelen vraagt. We hebben meer dan voldoende duidelijk gemaakt dat dat niet zo is.

  88. Lennart van der Linde

    Anders Levermann zei over het belang van worst-case scenario’s bij het inschatten van de risico’s op snelle zeespiegelstijging:
    http://e360.yale.edu/feature/yale_e360_forum_on_ipcc_report_2013/2698/

    “In the case of sea level, society might want to know what is science’s best guess for the future rise, but for any practical purposes of coastal protection it is the worst case that is relevant. What is the upper limit of sea-level rise? An upper limit is different from a best guess and has at least two peculiar properties that are trivial but important. First, for all practical purposes, the upper limit cannot be exceeded. That means that if you build costal protection with respect to this upper limit, then you are safe, independent of scientific uncertainty or socio-economic scenarios. Second, an estimate of an upper limit is getting lower the more information is available — i.e., the more our scientific insight deepens. You start with the highest number available and then seek scientific evidence that allows dismissing this value and pushing the number down until you find no further reason to decrease it. Then you have your upper limit and you are safe.
    In the latest assessment report of the IPCC we did not provide such an upper limit, but we allow the creative reader to construct it. The likely range of sea level rise in 2100 for the highest climate change scenario is 52 to 98 centimeters (20 to 38 inches.). However, the report notes that should sectors of the marine-based ice sheets of Antarctica collapse, sea level could rise by an additional several tenths of a meter during the 21st century. Thus, looking at the upper value of the likely range, you end up with an estimate for the upper limit between 1.2 meters and, say, 1.5 meters. That is the upper limit of global mean sea-level that costal protection might need for the coming century.”

    Levermann et al. (2013) proberen overigens enkele millennia vooruit te kijken:
    http://www.pnas.org/content/early/2013/07/10/1219414110.full.pdf+html

    Over Rohling et al. (2013) zegt hij:
    “If you want a risk assessment go for Eelco’s analysis, if a “most-likely” (or “best-guess”) assessment is enough you might use our process-based estimate but risk to leave out the possible big signals.”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s