Het nieuws over Antarctica is meestal geen goed nieuws

DeConto_Pollard-fig2

Alleen al vanwege de afbeelding hierboven is een artikel dat onlangs verscheen in Nature een blogstukje waard. Het artikel: “Contribution of Antarctica to past and future sea-level rise” van DeConto en Pollard (het volledige artikel is toegankelijk via de link onderaan het nieuwsbericht op de site van Nature over dit onderzoek en via de link in een lezenswaardig artikel van de Washington Post) borduurt voort op eerder onderzoek naar mechanismen die delen van de ijskap van Antarctica instabiel kunnen maken. De te verwachten bijdrage van Antarctica is de grote onzekere factor in projecties van de zeespiegelstijging in deze eeuw en de eeuwen daarna. Dit is dus een terrein waar voor de wetenschap nog veel te ontdekken is, en de kennis hierover lijkt in flink tempo toe te nemen. DeConto en Pollard menen dat ze met de kennis die er inmiddels is de zeespiegelstijging die volgens paleoklimatologische reconstructies volgde op de laatste glacialen behoorlijk goed kunnen verklaren. Dat zou er op wijzen dat men de belangrijkste mechanismen inmiddels aardig in beeld heeft. En daarmee zouden toekomstprojecties aan betrouwbaarheid winnen.

Eerst even terug naar die afbeelding hierboven en naar het begrip instabiliteit. Of: waarom komt in de wetenschappelijke literatuur zo vaak het woord “collapse” voor, wanneer het om het smelten van grote ijsmassa’s gaat? Dat lijkt niet voor iedereen duidelijk te zijn. Zo meende een wetenschapsjournalist van een grote Nederlandse krant dat het gebruik van dat woord zou wijzen op een apocalyptisch wereldbeeld (of zoiets) en had een bekende Nederlandse pseudoscepticus het laatst over het “instorten van zeeijs”. De realiteit is dat het hier over instorten in de letterlijke betekenis gaat: bezwijken onder het eigen gewicht.

Wat is er dan precies aan de hand? IJsmassa’s van honderden meters of kilometers hoog houden niet in een keer op wanneer het onderliggende land beneden zeeniveau komt. Dus: waar het land op zou moeten houden en de oceaan zou moeten beginnen, ligt er gewoon nog ijs op de bodem. De enorme druk van het bovenliggende ijs duwt de ijsmassa langzaam weg in de richting van de oceaan, tot aan de plek – of eigenlijk: het gebied – waar het oceaan en ijs contact maken. In een stabiel klimaat blijft de overgang tussen ijs en oceaan op (min of meer) dezelfde plek liggen: het ijs dat in het overgangsgebied smelt wordt weer aangevuld vanuit de stromende gletsjer, die op zijn beurt weer wordt aangevuld door sneeuwval. In een opwarmend klimaat is dat minder vanzelfsprekend. De oceaan wint langzaamaan terrein en er verdwijnt ijs in het overgangsgebied. Omdat het om zulke enorme ijsmassa’s gaat, waar enorme krachten op rusten, kan het smelten van een deel van het ijs voldoende zijn om het hele overgangsgebied instabiel te maken. De boel dondert dan in elkaar. Extra vervelend: het ijs in het overgangsgebied geeft tegendruk aan de verder landinwaarts gelegen gletsjers, die langzaam naar de oceaan bewegen. Als die tegendruk wegvalt, kan de gletsjer sneller stromen, met mogelijk een snelle stijging van de zeespiegel tot gevolg. Natuurlijk hangt wat er precies gebeurt voor een aanzienlijk deel af van lokale omstandigheden. De afbeelding hieronder illustreert dat aan de hand van de snelheid waarmee het ijs beweegt.

Stroomsnelheid van het ijs op Antarctica, volgens modelberekeningen van DeConto en Pollard. De zwarte lijnen geven aan tot waar het ijs op de bodem rust.

Stroomsnelheid van het ijs op Antarctica, volgens modelberekeningen van DeConto en Pollard. De zwarte lijnen geven aan tot waar het ijs op de bodem rust.

DeConto en Pollard onderscheiden twee types instabiliteit van het ijs, die beide schematisch worden weergegeven in de afbeelding helemaal bovenaan dit stuk:

Marine Ice Sheet Instability (MISI). Als het oceaanwater warmer wordt zorgt dat ervoor dat de ijsplaat aan de onderkant smelt. De dikte van de ijsplaat neemt dus af. Bovendien kan het oceaanwater steeds verder onder het ijs komen. Beide factoren kunnen een toename van de stroomsnelheid van het ijs veroorzaken en uiteindelijk tot instabiliteit leiden. Dit smelten van onderaf werd tot enkele jaren geleden als de meest bepalende factor gezien voor de snelheid waarmee Antarctica ijs kan verliezen.

Marine Ice Cliff Instability (MICI). Sinds enkele jaren is er een tweede bepalende factor in beeld. Als de atmosfeer warmer wordt smelt er meer ijs aan het oppervlak van de ijsplaat. Het smeltwater sijpelt door het ijs naar beneden en kan dan op verschillende manieren (zie het gastblog van Peter Kuipers Munneke van twee jaar geleden hierover) de structuur van het ijs verzwakken. Dit kan bijdragen aan het uiteenvallen van een ijsplaat. Als dit gebeurt biedt de ijsplaat geen steun meer aan de verderop gelegen hoge ijsmassa, waardoor een instabiele ijsklif kan ontstaan, die onder zijn eigen gewicht kan bezwijken.

De afbeelding hieronder laat de bijdrage van Antarctica aan de zeespiegelstijging en de snelheid van zeespiegelstijging zien die DeConto en Pollard berekenen voor de komende vijf eeuwen voor drie verschillende RCP emissiescenario’s. Het slechte nieuws: meerdere meters zeespiegelstijging per eeuw is een reële mogelijkheid. Het minder slechte nieuws: het duurt hoogstwaarschijnlijk nog wel even totdat het zo ver is. Het goede nieuws: we kunnen het waarschijnlijk nog voorkomen.

DeConto_Pollard-fig4bc

Bijdrage van Antarctica aan de hoogte (boven) en de snelheid (onder) van zeespiegelstijging bij verschillende emissiescenario’s volgens DeConto en Pollard. De pijltjes in de onderste grafiek geven (bij benadering) het moment aan waarop specifieke gletsjers een kantelpunt bereiken.

DeConto en Pollard laten ook zien wat er volgens hun berekeningen in het jaar 2500 overblijft van het ijs op Antarctica bij de drie scenario’s.

DeConto_Pollard_Figure_4efg

Hoogte van het ijs op Antarctica in het jaar 2500 bij de verschillende emissiescenario’s

Behalve het slechte en goede nieuws dat ik eerder meldde, volgt er ook nog wel wat verontrustend nieuws uit dit onderzoek en enkele andere recente onderzoeken. Het begint er namelijk op te lijken dat de wetenschap tot nu toe wel erg optimistisch is geweest over deze onzekere factor. Het kader hieronder geeft (met dank aan medeblogger Jos) een overzicht van verwachtingen die de verschillende IPCC rapporten gaven.

IPCC FAR (1990)

On the whole, the sensitivity of Antarctica to climatic change is such that a future warming should lead to increased accumulation and thus a negative contribution to sea level change” (p274)

IPCC SAR (1995)

For the Greenland and Antarctic ice sheets, the simplifying assumption made for the present set of model projections is that the dynamic response can be ignored on the time-scale of decades to a century ” (p. 382)

IPCC TAR (2001)

The Antarctic ice sheet is likely to gain mass because of greater precipitation…” (p. 74)

IPCC Fourth Assessment Report (2007)

For stabilization in 2100 with SRES A1B atmospheric composition, antarctic SMB would contribute 0.4 to 2.0 mm yr–1 of sea level fall (Table 10.7). Continental ice sheet models indicate that this would be offset by tens of percent by increased ice discharge (Section 10.6.4.2), but still give a negative contribution to sea level, of –0.8 m by 3000 in one simulation with antarctic warming of about 4.5°C (Huybrechts and De Wolde, 1999).” (p. 830)

IPCC Fifth Assessment Report (2013)

In summary, ice-dynamics theory, numerical simulations, and paleo records indicate that the existence of a marine-ice sheet instability associated with abrupt and irreversible ice loss from the Antarctic ice sheet is possible in response to climate forcing. However, theoretical considerations, current observations, numerical models, and paleo records currently do not allow a quantification of the timing of the onset of such an instability or of the magnitude of its multi-century contribution.” (p. 1174)

Vorig jaar kwamen twee onderzoeken (Golledge et al. en Ritz et al.) uit op een bijdrage van Antarctica van maximaal 39 centimeter, respectievelijk 30 centimeter aan het eind van deze eeuw. Volgens DeConto en Pollard zou dit meer dan een meter kunnen zijn. En 15 meter in 2500. Het staat natuurlijk nog allerminst vast dat de projecties van DeConto en Pollard juist zijn, en het zou al helemaal voorbarig zijn om te zeggen dat toekomstige projecties nog hoger uit zullen vallen. Maar onaangename verrassingen lijken me niet uit te sluiten. Het is inmiddels duidelijk dat de bijdrage van Antarctica aan de zeespiegelstijging in belangrijke mate afhangt van kantelpunten: zodra een gletsjer instabiel wordt is er geen weg meer terug en kan een flinke versnelling van de zeespiegelstijging het gevolg zijn. Het onderzoek hiernaar is nog in volle gang en het zou zowel flinke meevallers als tegenvallers op kunnen leveren met betrekking tot het moment waarop kantelpunten worden bereikt en de gevolgen als dat gebeurt.

Als afsluiter, om de lezer niet met een al te vervelend gevoel achter te laten, nog een aardig weetje. Eerder had ik het erover dat het ijs op Antarctica niet meteen ophoudt als het onderliggende land tot beneden de zeespiegel daalt. Dat blijkt niet alleen aan de kust van Antarctica te gelden: een behoorlijk deel van het land van Antarctica ligt beneden de zeespiegel. En toch is daar geen oceaan. Vanwege het ijs.

DeConto_Pollard-fig1a

26 Reacties op “Het nieuws over Antarctica is meestal geen goed nieuws

  1. Lennart van der Linde

    Hans, dank voor de aandacht voor dit interessante en verontrustende artikel van DeConto & Pollard.

    Hun model lijkt inderdaad ergens tussen 2 en 3 graden opwarming een kantelpunt te bevatten waaronder de ijskap op Antarctica nog redelijk stabiel blijft en waarboven het ijsverlies opeens een stuk sneller en groter zal/kan zijn. Hopelijk hebben ze daar gelijk in, want het lijkt niet uit te sluiten dat het opwarmingsmomentum nu al zo groot is dat zo’n omslagpunt nu al niet meer te vermijden is, volgens bv Kopp et al 2014 (tabel 1):
    http://onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1002/2014EF000239/full

    Als DeConto & Pollard in de schattingen van Kopp et al verwerkt worden, dan zal de kans op grotere stijgingen in RCP8.5 en RCP4,5 waarschijnlijk hoger worden, en in RCP2.6 waarschijnlijk lager. Dat zou het argument voor sterke mitigatie extra sterk maken, want tot sterkere risicoreductie leiden dan volgens Kopp et al 2014.

    De kans dat we ondanks mitigatiepogingen (fors) boven de 2 graden uitkomen lijkt vooralsnog aanzienlijk. Daarom lijkt DeConto & Pollard, samen met de serie publicaties die in dezelfde richting wijzen, me een goede reden voor een update van het werk van de Deltacommissie uit 2008. Zij kwamen destijds tot een worst-case risico van circa 3,5m mondiaal in 2200. Met DeConto & Pollard lijkt zeker het dubbele mogelijk. En vanwege het gravitatie-effect zou dat voor Nederland nog een stukje hoger uitvallen (10-20%?).

    Hoe zou laag-Nederland bij 8m stijging in 2200 droog te houden zijn? Tot dusver lijken de adaptatie-opties bij meer dan 1,5 meter stijging per eeuw nog niet goed onderzocht. Terwijl die 1,5 meter stijging tussen 2100 en 2200 inmiddels wel eens het minimum zou kunnen zijn. De actuele vraag lijkt me nu hoe Nederland bij 2-6 meter stijging van 2100-2200 nog te beschermen is, met een totale stijging van 3-8m rond 2200. Of heeft iemand al eens een antwoord op die vraag gezien?

  2. Lennart van der Linde

    Een andere vraag: hoe is over dit artikel in de Nederlandse media bericht? Googelen levert in ieder geval drie berichten op. De Volkskrant schrijft:
    http://www.volkskrant.nl/wetenschap/landijs-op-antarctica-mogelijk-veel-brozer~a4275069/

    “Het landijs op Antarctica is mogelijk veel kwetsbaarder voor opwarming van de aarde, dan tot nog toe is aangenomen. In een studie in Nature sluiten Amerikaanse onderzoekers niet uit dat de wereldzeeën rond 2500 wel 15 meter gestegen zullen zijn. Eind deze eeuw kan dat al een meter zijn, als de uitstoot van broeikasgassen niet wordt ingeperkt.”

    Die 15 meter en 1m gaan volgens DeConto & Pollard alleen over de bijdrage van Antarctica. Daar moet de bijdrage van (vooral) Groenland en thermische expansie nog bij opgeteld worden. Dan zou je in 2500 op circa 20m kunnen uitkomen en in 2100 rond de 2m.

    Het Reformatorisch Dagblad is iets preciezer en zegt:
    http://www.refdag.nl/nieuws/buitenland/zeespiegel_stijgt_sneller_door_instabiele_ijskap_antarctica_1_982236

    “Anders dan in eerdere berekeningen hielden [DeConto & Pollard] rekening met de effecten van smeltwater en afbrekende ijskliffen. Hun bleek dat Antarctica alleen al voor meer dan 1 meter zeespiegelstijging kan zorgen tot het jaar 2100. Tot het jaar 2500 kan de zeespiegelstijging wel 15 meter bedragen als de uitstoot van broeikasgassen niet wordt ingeperkt.”

    Voor 2100 klopt dit, voor 2500 had het preciezer gekund, zoals OneWorld laat zien:
    https://www.oneworld.nl/water/zeespiegel-zal-veel-sneller-stijgen-dan-verwacht

    “Antarctica alleen al heeft het potentieel om meer dan 1 meter zeespiegelstijging bij te dragen tegen 2100, en wel 15 meter tegen 2500 als de uitstoot van broeikasgassen niet vermindert.”

    Dit roept ook de vraag op hoeveel Groenland kan bijdragen volgens het nieuwe model van DeConto & Pollard. Misschien geven Applegate et al 2014 daarvoor een indicatie:
    http://www3.geosc.psu.edu/~kzk10/applegate_subm_cd_2014.pdf

    Bij 12 graden opwarming op Groenland zelf (dus 6-8 graden mondiaal) sluiten zij niet uit dat de ijskap binnen 5 eeuwen (zo goed als) geheel wegsmelt, volgens hun supplementary figure 1:
    https://static-content.springer.com/esm/art%3A10.1007%2Fs00382-014-2451-7/MediaObjects/382_2014_2451_MOESM1_ESM.pdf

    Dus bij RCP8.5 lijkt 5m bijdrage van Groenland in 2500 een risico.

    Overigens zegt de Volkskrant nog:
    “De Utrechtse poolijsonderzoeker prof. Michiel van den Broeke, zelf niet onder de auteurs, zegt blij te zijn met de realistische elementen in het nieuwe Zuidpoolmodel. ‘Ze nemen dingen mee die we in het veld echt zien gebeuren.'”

    Van den Broeke gaf eind vorig jaar een lezing bij de KNAW in Amsterdam. Na afloop vroeg ik hem wat hij vond van Pollard et al 2015, waarin voor het eerst de cliff failure en hydrofracturing gemodelleerd waren. Hij vond dat toen nog erg simplistisch en leek er behoorlijk sceptisch over. Misschien is dat inmiddels iets veranderd?

  3. Bob Brand

    Zojuist is er bij het KNMI een nieuwsbericht verschenen:

    IJssmelt Antarctica in volgende eeuw rampzalig

    Het bericht is o.a. gebaseerd op de studie van DeConto & Pollard die hierboven besproken wordt. Overigens zal het IPCC in 2018 een nieuw tussentijds rapport uit gaan brengen specifiek over de ijskappen en zeespiegelstijging — één van de drie ‘special reports’ die de landen van het Klimaatakkoord van Parijs verzocht hebben:

  4. Lennart van der Linde

    Vandaag bericht het KNMI over DeConto & Pollard:
    http://www.knmi.nl/over-het-knmi/nieuws/ijssmelt-antarctica-in-volgende-eeuw-rampzalig

    “Antarctische ijskappen verliezen veel sneller ijsmassa dan de IPCC voorspeld heeft. Dit kan er toe leiden dat de totale zeespiegelstijging in 2100 bijna twee keer zo groot is als in eerdere schattingen… Het eerder extreem genoemde Veerman-scenario is in deze context allang niet meer extreem te noemen. Het KNMI zal in antwoord op het nieuwe IPCC-rapport haar zeespiegelscenario’s tussentijds (in 2018/2019) bijstellen, want we kunnen niet langer uitsluiten dat ongeremde klimaatsverandering tot onbeheersbare zeespiegelstijging zal leiden die de Nederlandse kustverdediging voor een onmogelijke opgave stelt. De komende jaren staan vele studies gepland die hier nader op ingaan. Het KNMI en het IMAU (Instituut voor Marien en Atmosferisch onderzoek Utrecht) van de Universiteit Utrecht zullen daaraan bijdragen.”

    Een update van het rapport van de Deltacommissie lijkt er nu dus inderdaad te gaan komen, in wat voor vorm dan ook:
    “we kunnen niet langer uitsluiten dat ongeremde klimaatsverandering tot onbeheersbare zeespiegelstijging zal leiden die de Nederlandse kustverdediging voor een onmogelijke opgave stelt. De komende jaren staan vele studies gepland die hier nader op ingaan.”

    Goed om te horen.

  5. Lennart van der Linde

    Reporters Brand en Van der Linde tikken parallel hun berichtjes, en Brand tikt duidelijk wat sneller🙂

  6. Bob Brand

    Nou ja, goed? Het bevestigt in ieder geval wel de kop die er boven dit blogstuk staat: “Het nieuws over Antarctica is meestal geen goed nieuws.” Indeed.😦

  7. Lennart van der Linde

    Inderdaad, geen goed nieuws, maar wel goed om te horen dat KNMI e.a. dit serieus nemen en nader gaan bekijken wat dit betekent voor de Nederlandse kustverdediging… (en ons mitigatiebeleid, mag ik hopen).

  8. G.J. Smeets

    Nou ja, ook dit nadeel heb z’n voordeel: de risico’s van de voortgaande opwarming worden nog eens vet onderstreept. Zoals het blogstuk stelt:

    “Het is inmiddels duidelijk dat de bijdrage van Antarctica aan de zeespiegelstijging in belangrijke mate afhangt van kantelpunten: zodra een gletsjer instabiel wordt is er geen weg meer terug en kan een flinke versnelling van de zeespiegelstijging het gevolg zijn. Het onderzoek hiernaar is nog in volle gang en het zou zowel flinke meevallers als tegenvallers op kunnen leveren met betrekking tot het moment waarop kantelpunten worden bereikt en de gevolgen als dat gebeurt.”

    De Deltacommissie-leden hebben er een prikkel bij gekregen om hun taak naar behoren uit te oefenen, te weten waterpeil-risico’s in kaart te brengen. Zo lijkt me dat de NL delta al in zeer grote problemen komt met pakweg 20 cm zeespiegelstijging in combinatie met een uitzonderlijk nat seizoen in de boven- en middenloop van Rijn en/of Maas. Kantelpunten in Antarctica zijn 1 ding, kantelpunten in de NL delta iets totaal anders.
    Het is moeilijk voor te stellen dat de Deltacommissie niet tot de aanbeveling komen van drastische mitigatie.

  9. Erik de Haan

    Tot dusverre is in Nederland een Chinese muur tussen het adaptatiebeleid en het mitigatiebeleid. Mitigatie zat vroeger bij VROM en nu eigenlijk bij EZ (Kamp). Adaptatie (waterveiligheid) zat bij V&W, nu IenM. De minister van waterveiligheid is ook de minister van 130 km op de snelweg.

    Wel goed dat het KNMI “om is”. Het was al vrij lang duidelijk dat de ontwikkelingen op Antarctica niet positief waren. Mischien geeft dit de schok die nodig is, zonder fors mitigatiebeleid is laag Nederland op lange termijn verloren.

  10. Lennart van der Linde

    Ook aandacht op nos.nl voor het KNMI-bericht:
    http://nos.nl/artikel/2104291-knmi-zeespiegel-stijgt-deze-eeuw-mogelijk-een-meter-extra.html

    De Deltacommissaris heeft zich tot dusver niet over mitigatie uitgelaten. Dat hoort niet bij zijn opdracht, werd mij twee jaar geleden verteld. Als echter de grenzen van adaptatie in zicht komen, dan zal hij zich nu toch ook (zelfs binnen die smalle taakopvatting) over mitigatie moeten uitlaten.

  11. Pieter Van der Loo

    Ik citeer uit het stuk:
    Vorig jaar kwamen twee onderzoeken (Golledge et al. en Ritz et al.) uit op een bijdrage van Antarctica van maximaal 39 centimeter, respectievelijk 30 centimeter aan het eind van deze eeuw. Volgens DeConto en Pollard zou dit meer dan een meter kunnen zijn. En 15 meter in 2500. Het staat natuurlijk nog allerminst vast dat de projecties van DeConto en Pollard juist zijn, en het zou al helemaal voorbarig zijn om te zeggen dat toekomstige projecties nog hoger uit zullen vallen. Maar onaangename verrassingen lijken me niet uit te sluiten.
    DeConto en Pollard komen dus nog (maar liefst) een factor 2,5 tot 3,3 hoger uit dan Golledge en Ridge.
    In hoeverre is deze studie settled science ? Ik bedoel praktischer: in hoeverre zou Nederland moeten anticiperen op deze laatste studie of is het toch verstandiger vooralsnog uit te gaan van de eerdere studie ?
    En adaptiebeleid eventueel bij te stellen (dat kan ook zijn geleidelijke volksverplaatsing naar hogere gronden)

  12. Pieter Van der Loo

    En adaptiebeleid eventueel later bij te stellen (dat kan ook zijn geleidelijke volksverplaatsing naar hogere gronden)

  13. Hans Custers

    Pieter,

    Ik denk niet dat DeConto en Pollard “settled science” genoemd kan worden. Wel is het onderdeel van een ontwikkeling in de wetenschap van de afgelopen jaren: het sluit aan bij andere onderzoeken die constateren dat smelt aan het oppervlak significant bijdraagt aan instabiliteit van ijskappen. Bovendien kunnen met dit onderzoek resultaten uit eerder paleoklimatologisch onderzoek verklaard worden: de zeespiegelstijging na vorige ijstijden. Geen “settled science” dus, maar ik denk ook niet dat je van het “single study syndrome” kan spreken. Het zit er ergens tussenin.

    Voor wat betreft het Nederlandse adaptatiebeleid lijkt het me niet zo gek om de ontwikkelingen in de wetenschap nog enkele jaren aan te zien, juist omdat die op dit moment zo snel gaan, om daarna de Deltacommissie om een nieuw rapport te vragen. Voor een eventuele aanpassing van adaptatiebeleid is er dan nog genoeg tijd. lijkt me. Voor mitigatie ligt dat vanzelfsprekend anders.

  14. Erik de Haan

    Hans,

    Het lijkt mij vreemd om de, al lang opgeheven, Deltacommissie om een nieuw rapport te vragen. Zoals het KNMI in haar nieuwsbericht aangeeft komt het IPCC en het KNMI in 2018/19 met een actualisatie van de zeespiegelstijgingsscenario’s.

    In de huidige wet wordt de Deltacommissaris geacht jaarlijks een programma op te stellen, wat vervolgens door de regering wordt vastgesteld. In de praktijk ligt de verantwoordelijkheid gewoon bij het Ministerie van IenM. En dat lijkt mij ook een goede zaak. De neiging van de politiek om voor alles losse commissies in te stellen is vaak een vlucht voor gewoon directe verantwoordelijkheid voor het nemen van beslissingen (of een zwakke minister).

    In de huidige situatie is uitgaande van het reguliere kustonderhoud de kust veilig tot minimaal halverwege deze eeuw. De veiligheidsproblemen zitten vooral in het rivierengebied en dan primair vanwege betere inzichten in “pipingprocessen” bij dijken (door piping kunnen dijken bezwijken ook als de waterstand niet zo hoog is dat het water er over heen gaat)(https://nl.wikipedia.org/wiki/Piping).

    Politiek is een belangrijke vraag of een volgend kabinet al wil beginnen met het reserveren van middelen voor de benodigde adaptatie op lange termijn (na 2028). Bijv. door verlenging van de periode van het bij wet geregelde Deltafonds. De lobby hiervoor is al begonnen (http://www.waterbouwers.nl/nieuws/893-stand-van-zaken-lobby-politiek-vereniging-van-waterbouwers-voorjaar-2016).

    Ook Schulz heeft aangegeven hierover met Dijsselbloem in gesprek te gaan (Financiën houdt er niet zo van om uitgaven op lange termijn vast te leggen).

    Erik

  15. Hans Custers

    Erik,

    Je hebt een punt. Ik had het beter zo kunnen formuleren: het lijkt me niet zo gek om de ontwikkelingen in de wetenschap nog enkele jaren aan te zien, juist omdat die op dit moment zo snel gaan, om daarna de consequenties voor Nederland en het Nederlandse adaptatiebeleid nog eens grondig onder de loep te nemen. Waarmee ik overigens ook weer niet bedoel dat we drie, vier, vijf jaar helemaal stil moeten zitten.

  16. Bob Brand

    Beste Pieter van de Loo,

    In hoeverre is deze studie settled science ? Ik bedoel praktischer: in hoeverre zou Nederland moeten anticiperen op deze laatste studie of is het toch verstandiger vooralsnog uit te gaan van de eerdere studie?

    Er bestaat niet zoiets als ‘settled science’, wetenschap is per definitie altijd in ontwikkeling. De wetenschappelijke vooruitgang houdt in dat men sinds kort in staat is om:

    — ‘hydrofracturing’ (smeltwater aan het oppervlak dat door diepe scheuren snel naar beneden stroomt waardoor de ijsplaten makkelijker opbreken);
    — het afkalven van ijsplaten onder het eigen gewicht;
    — het effect op het transport door de achterliggende gletsjers;

    die de omvang van de ijskap op Antarctica bepalen, numeriek te simuleren. En met deze simulaties kan men de zeespiegelstijging verklaren zoals die blijkt uit de paleoklimatologie aan het einde van de laatste glacialen.

    Zoals het kadertje met IPCC verwachtingen van 1990 t/m 2013 laat zien, heeft het IPCC de afname van de ijskap systematisch onderschat en iedere keer omhoog bij moeten stellen. Het nieuwste onderzoek verklaart welke processen men onvoldoende onderkend heeft.

    En adaptiebeleid eventueel later bij te stellen (dat kan ook zijn geleidelijke volksverplaatsing naar hogere gronden)

    Aan een (extra!) zeespiegelstijging van ca. 6 meter door Antarctica in 2200 en “meer dan 18 m” in 2500 valt er niet te adapteren. Er zijn onvoldoende ‘hogere gronden’ en het ontruimen van West- en Midden-Nederland zou betekenen dat de volledige economische basis (waaronder landbouw en alle industriegebieden en infrastructuur) onder NL wegvalt. Ook worden alle investeringen in zeekeringen, wegen, spoorwegen, havens, stedelijke infrastructuur, deltawerken etc. dan alsnog waardeloos.

    Alleen emissiereductie (mitigatie) maakt de investeringen in adaptatie haalbaar, betaalbaar en uiteindelijk zinvol.

  17. cRR Kampen

    Misschien begint er eens iets een klein beetje door te dringen.
    Maar nog altijd geen letter over waar het einde van NL werkelijk vandaan zal komen. De rivieren, namelijk.
    Het simpelweg verder verhogen van de zeedijken heeft zonder hieraan te denken niet de geringste zin.
    De grote vraag is hoe we hier straks het water weg krijgen.

  18. Lennart van der Linde

    Inderdaad, de rivierafvoer wordt moeilijker door de stijgende oceaan. De Haakse Zeedijk is bedacht om voldoende bergingscapaciteit voor die afvoer te creeren, maar Rijkswaterstaat vond dit plan in 2012, in antwoord op een vraag van de Deltacommissaris, nog onnodig en te duur:
    http://haaksezeedijk.1holland.eu/index.php/verkenning-rijkswaterstaat.html

    Misschien zou dat oordeel inmiddels anders uitvallen?

  19. Pieter Van der Loo

    Bob,
    Je geeft eigenlijk antwoord op een vraag die ik niet gesteld heb.
    Settled science in de context van mijn vraag betekent dus zoveel als of de benadering van DeConto en Pollard een sterk verbeterde benadering is v.w.b. verwachte zeespiegelstijging (bij laten we zeggen een business as usual screnario), Dat we nooit uitgeleerd zijn in de wetenschap lijkt me duidelijk.
    Verder kan verplaatsen naar hogere gronden ook emigratie naar bijvoorbeeld Belgie of Duitsland zijn. Op een tijdschaal van een paar eeuwen niet zo ingrijpend.
    UIt de reactie van Erik kan je bijvoorbeeld afleiden dat we veel meer ruimte aan de rivieren zullen moeten geven (het weren van de Noordzee lijkt mij nog wel een technische uitdaging).
    Opgeven van de kwetsbaarste gebieden is dan onvermijdelijk.
    Mitigatie van co2 uitstoot is een lovenswaardig streven, maar we weten natuurlijk nu niet of we dat zullen bereiken met de stand van de huidige technologie en de praktische en emotionele bezwaren tegen kernenergie die er onder brede lagen van de bevolking bestaan.

  20. Lennart van der Linde

    Beste Pieter,
    Als ik me niet vergis gaat het wereldwijd om circa 600 miljoen mensen die tot maximaal 10m boven de huidige zeespiegel wonen, en dat aantal groeit. Het gaat vaak om vruchtbare delta’s, waar een belangrijk deel van de mondiale voedselproductie plaatsvindt. Alle zeehavens liggen per definitie aan zee.

    Hoe gaan we het goederenvervoer organiseren als de zeespiegel eeuwenlang elke 50 jr 1-2m zou stijgen en intussen meer dan 600 miljoen mensen in zeg twee eeuwen migreren met een tegelijkertijd (sterk?) teruglopende voedselproductie? Ofwel: wat zijn de grenzen aan adaptatie, of zijn die er niet?

    DeConto & Pollard kunnen we waarschijnlijk nu geen settled science noemen, maar dat geldt waarschijnlijk voor alle science die het toekomstig gedrag van de ijskappen probeert te begrijpen. Dus waarom zouden we dan minder waarde hechten aan DeConto & Pollard dan aan (een deel van) die andere science?

  21. Bob Brand

    Beste Pieter van der Loo,

    Settled science in de context van mijn vraag betekent dus zoveel als of de benadering van DeConto en Pollard een sterk verbeterde benadering is v.w.b. verwachte zeespiegelstijging …

    Ja, de simulatie (het model) van DeConto & Pollard is een sterk verbeterde benadering omdat hun processimulatie goed kan verklaren waar de hoge zeespiegelstanden vandaan kwamen tijdens de eerdere interglacialen — en ook het tempo waarin dit gebeurde.

    Verder kan verplaatsen naar hogere gronden ook emigratie naar bijvoorbeeld Belgie of Duitsland zijn.

    Als er 60.000 vluchtelingen naar Nederland komen is het hele land in rep en roer. Indien er 17 miljoen Nederlanders gaan vluchten naar Duitsland en/of België is men daar ook niet zó blij mee, vooral doordat deze Nederlanders dan volslagen berooid zijn:

    — hun onroerend goed is niets meer waard want hun huizen, landbouwgrond, industrie, fabrieken, havens, etc. staan onder water en konden dus niet meer verkocht worden;
    — hun overheid is eveneens failliet want er zijn dan geen belastingopbrengsten meer.

    Bij een zeespiegelstijging van 6 meter of van “meer dan 18 meter” zijn niet alleen de ca. 17 miljoen Nederlanders tot klimaatvluchteling geworden maar dan kunnen zij aansluiten bij nog eens minstens 600 miljoen anderen wereldwijd die eveneens hun landbouwgronden, industrie, huizen etc. zijn kwijtgeraakt. Het lijkt me geen sinecure.

    Vandaar dat men internationaal is overeen gekomen om tijdig fossiele brandstoffen uit te faseren en/of de emissies daarvan ondergronds op te slaan: emissiereductie. De urgentie daarvan neemt — op basis van de nieuwste wetenschappelijke inzichten — nu aanzienlijk toe.

  22. Erik de Haan

    Inmiddels is er ook een reactie van de deltacommissaris (zie: http://www.deltacommissaris.nl/nieuws/nieuws/2016/05/11/snellere-zeespiegelstijging). De woordkeuze bevestigd een beetje mijn eerdere post, het woord CO2, broeikasgassen of energietransitie is er niet in opgenomen. Er staat alleen “We moeten stevig doorwerken aan het reduceren van de temperatuurstijging door snel duurzaam te worden”.

    Daarnaast is de toon vooral: “geen paniek”.

    Voorbeelden:

    – Voorlopig kunnen we in Nederland met het suppleren van zand voor de kust tot 2100 de voorspelde hogere scenario’s van + 1 meter aan. De nieuwe analyses van het IPCC kunnen aanleiding zijn om ook in Nederland verdergaande maatregelen te treffen.

    – De essentie van de Nederlandse aanpak is dat we met meerdere scenario’s voor 2100 en daarna rekening houden en die aanpassen als dat nodig is. We sturen bij als dat nodig is, nuchter en alert. Het vraagstuk is urgent, niet acuut.

    Dat je als je het artikel van Deconto leest toch minimaal mondiaal het RCP4,5 scenario moet gaan realiseren (en eigenlijk het liefst RCP2,6) om een forse zeespiegelstijging te verhinderen komt niet echt naar voren.

    M.i. is het vraagstuk acuut als het gaat om ombuigen van de emissietrend, lukt dit niet dan is het ook acuut indien het gaat om het vinden van nieuwe oplossingen voor de dan verwachte zeer forse stijging en het reserveren van de benodigde financiële middelen. Anders is het gewoon afwenteling richting de huidige jongeren.

    Om nog een beetje positief te eindigen, RCP 8,5 lijkt mij gezien de huidige trends gelukkig geen realistisch emissiescenario. Er zit dacht ik bijna onbeperkt kolengebruik in. Zowel in de VS als in China zie je al een trendbreuk. Obama pakt nu ook de methaan emissies aan https://www.washingtonpost.com/news/energy-environment/wp/2016/05/12/obama-administration-announces-historic-new-regulations-for-methane-emissions-from-oil-and-gas/

    Nu maar hopen dat het geen Trump wordt.

    Erik

  23. Bob Brand

    Hallo Erik,

    Dank voor je verhelderende bijdragen. Wat RCP8.5 betreft: er zit niet persé een “onbeperkt kolengebruik” in. Men neemt daar echter wel aan dat het gebruik van olie (petroleum) door schaarste af zal gaan nemen en helaas grotendeels vervangen wordt door:

    steenkool –> coal-to-liquids synthetische brandstoffen
    steenkool –> elektriciteit voor Electric Vehicles

    Tegelijkertijd gaat men er in RCP8.5 vanuit dat door technische ontwikkelingen de ‘energy intensity’ zal dalen (maar lang niet zo sterk als in RCP4.5 of 2.6) en er daarnaast ook een verschuiving:

    steenkool –> kernenergie
    steenkool –> gas

    plaatsvindt. Gas is er namelijk nog in ruime mate bij het gebruik van ‘fracking’. Ondanks de toename van kernenergie leidt dit in totaal NIET tot een afname van de emissies, mede doordat het mondiale energiegebruik in dat scenario sterk blijft stijgen. Dit is het totale energiegebruik (en het aandeel steenkool/nucleair/aardgas/solar etc.) in het RCP8.5 scenario:

  24. Lennart van der Linde

    Jelmer Mommers schrijft in de Correspondent ook over DeConto & Pollard, met dankzegging aan o.a. Bart Verheggen en Hans Custers:
    https://decorrespondent.nl/4516/De-zeespiegel-kan-bijna-twee-keer-zo-snel-stijgen-als-eerder-voorspeld/330185989716-cf69dfea

    Zijn conclusie:
    “Mij bekruipt het gevoel dat we aan een thermostaat draaien die maar een kant op kan: pas als het te laat is zullen wij – of onze kinderen – met eigen ogen zien wat al die extra warmte met het ijs op aarde doet.”

  25. Erik de Haan

    Bob, dank voor het plaatje. Lennert, dank voor de link (incl. stukje in Slate).

    Opvallend is inderdaad dat ik het bericht van het KNMI wel bij de NOS tegen kwam, maar bijv. niet in de NRC (ook niets te zien bij het klimaatblog). Kan zijn dat ik door onze vakantie wat gemist heb, maar Google geeft bij de NRC geen hit. Wat meer aandacht kan dus geen kwaad (zal ik zelf ook aan bijdragen ;-)).

    Het Nature-artikel van Deconto/Pollard van 30 maart had ik wel al eerder gezien gezien, maar moet ik nog eens echt goed lezen (tot dusverre alleen de uitstekende samenvatting op deze pagina geconsumeerd).

    Erik

  26. Erik de Haan

    Michiel van den Broeke (ijskapspecialist van UU/IMAU) reageert bij kennislink op het artikel. ook Bart van den Hurk geeft een reactie.

    Van den Broeke geeft aan dat hij een andere kop boven het nieuwsbericht had geplaatst. Hij stelt we zien de mechanismen en het is een belangrijk artikel, maar we hebben nog geen idee van de effecten op langere tijdschaal.

    Van den Hurk geeft aan dat er veel onzeker is, maar dat het wel goed is om met hogere uitkomsten rekening te houden (m.a.w staartsrisico’s).

    Hierbij de link: http://www.kennislink.nl/publicaties/stijgt-de-zeespiegel-echt-een-paar-meter-extra

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s