What’s up met de ijskap van Antarctica?

Soms is het goed om even over je schouder naar het verleden te kijken. Een tijdje terug waren zaken die nu normaal lijken of bekend zijn nog onbekend of abnormaal. Rond de eeuwwisseling bestond bijvoorbeeld een smartphone niet en was whatsapp niet meer dan een verbastering van Bugs Bunny’s “what’s up doc”. Aangaande Antarctica had men in 2001 het idee dat daar voorlopig weinig zou veranderen, zo kun je in het Third Assessment Report van het IPCC namelijk het volgende lezen:
“The Antarctic ice sheet is likely to gain mass because of greater precipitation…”

Dat was dus in de tijd dat niemand verkondigde dat de opwarming van de aarde zogenaamd gestopt zou zijn. Inmiddels is die zin uit het derde IPCC rapport al geruime tijd achterhaald want de Antarctische ijskap verliest massa en niet zo’n beetje ook, circa 160 Gt/jaar over 2010-2013 (zie ook dit blogstuk van Hans). Onderstaande figuur 1, afkomstig uit het laatste IPCC rapport, laat zien dat dit massaverlies aan landijs ongeveer na 2000 duidelijke vormen begon aan te nemen. Daarna volgt een beknopt overzicht van diverse publicaties hierover vanaf begin 2014 die mij zijn opgevallen.

Figuur 1. Het cumulatieve massaverlies (linkeras) en het equivalent in mm zeespiegelstijging (rechteras) van Antarctica vanaf 1991 t/m 2012 (IPCC AR5 figuur 4.16).


Er wordt steeds meer duidelijk over de ijskap van het continent waar Amundsen in 1911 met zijn slee overheen hobbelde. Vorig jaar kwamen Eric Rignot e.a. met een publicatie (persbericht: hier) waaruit bleek dat bij een aantal gletsjers op West-Antarctica (in de Amundsen Zee sector) de zogenaamde ‘grounding line’ zich in rap tempo terugtrekt door een toestroom van warmer water. De ‘grounding line’ is het verste punt richting zee waar een gletsjer nog de bodem raakt, zie figuur 2.

Figuur 2: Schematische weergave van de ‘grounding line’ en de smelt- en afkalfprocessen. Bron: Antarctic.Glaciers.org.

Het diepere water in de Amundsen Zee stroomt richting kust en bereikt zo de basis van de ijskap. Dit diepere water is warmer geworden de afgelopen decennia waardoor er inmiddels genoeg warmte richting de kust wordt getransporteerd om het ijs te doen smelten. Dat het koudere water boven het warmere water blijft drijven, komt omdat het warmere water zouter is en daardoor een hogere dichtheid heeft. Er zijn indicaties dat het diepere water rond Antarctica al sinds circa 1980 opwarmt en tevens is er inmiddels bewijs dat de ijsplaten aan de basis wegsmelten.

Vanaf het punt waar de grounding line in 2011 lag, loopt de bodem onder de gletsjers bij de Amundsen Zee landinwaarts af en er zijn geen obstakels in de vorm van heuvels die het stroomproces van het ijs bemoeilijken. Rignot noemt het terugtrekken van het ijs in dit deel van Antarctica ‘unstoppable’. De gletsjers in het gebied zijn goed voor ongeveer 1.2 m zeespiegelstijging, een conservatieve schatting is dat het meerdere eeuwen zal duren voordat al dat ijs in de oceaan is beland. Zie onderstaande video waar Rignot het proces beschrijft.

Een vervolgpublicatie van Mouginot e.a. laat zien dat de hoeveelheid ijs die van de gletsjers naar de oceaan stroomt (de ijsflux) met 77% is toegenomen vanaf 1973, waarbij de helft van de toename tussen 2003 en 2009 valt. Tevens is het massaverlies van het gebied in kaart gebracht, 83 ± 5 Gt/jaar met een versnelling van 6.1 ± 0.7 Gt/jaar² over de periode 1992-2013. Het totale massaverlies of -toename (de massablans van een gletsjer) is de som van alle processen die plaatsvinden: toename door sneeuwval, afname door het stromen van het ijs in de oceaan en afname aan het oppervlak door smelten, regenval, wind of sublimatie.

In maart van dit jaar verscheen een publicatie van Greenbaum e.a. over de Totten gletsjer, die een van de snelst dunner wordende gletsjers op Oost-Antarctica is. Greenbaum en collega’s beschrijven enkele nieuw ontdekte troggen in de kuststreek bij de Totten gletsjer waardoor warmer water de onderkant van de gletsjer zou kunnen bereiken. De auteurs noemen het gebied in hun artikel een ‘Oost-Antarctische analogie van het wegsmelten van de gletsjers op West-Antarctica’, zoals beschreven in Rignot 2014. Het gebied bevat genoeg ijs voor circa 3.5 meter zeespiegelstijging en de processen aan die kust kunnen volgens de onderzoekers mondiale consequenties hebben. Meer info via het persbericht en een video interview met Jamin Greenbaum.

Via de GRACE satellieten, die in 2002 zijn gelanceerd, weten we al sinds 2006 dat Antarctica massa verliest. In februari van dit jaar verscheen een update van de GRACE data betreffende Antarctica gemaakt door Harig & Simons. Zij hebben een nieuwe analyse techniek gebruikt om de massaverandering van Antarctica per regio te kunnen berekenen, zie figuur 3 voor hun resultaten.

Figuur 3. De verandering in de ijsmassa voor verschillende regio’s van Antarctica (a-d) en voor geheel Antarctica (e) van januari 2003 tot juni 2014. Bron: fig. 2 uit Harig & Simons 2015.

De regio die het snelst massa verliest, is West Antarctica met -121 Gt/jaar, dit is dus ook de regio waarin de gletsjers zijn gelegen die in de publicatie van Rignot 2014 zijn beschreven. De versnelling van het ijsverlies is in dat gebied het grootst met -18 Gt/jaar². Interessant is tevens dat in het noorden van Antarctica (fig. 3c) de hoeveelheid massa toeneemt, voornamelijk door enkele jaren (2009 en 2011) met abnormale sneeuwval. Overigens verwacht men dat in een warmer klimaat de sneeuwval op Antarctica toe zal nemen en dit vermindert de zeespiegelstijging enigszins. In een publicatie van Frieler et al in maart dit jaar gaf men aan dat men verwacht dat voor het gehele continent de sneeuwval toe zal nemen met circa 5 ± 1% per graad stijging van de temperatuur.

Sinds 2010 wordt Antarctica tevens gemonitord met de CryoSat-2 satelliet waarmee de hoogte en de hoogteveranderingen van de ijskap gedetailleerd vastgesteld kunnen worden. Dat leverde al mooie plaatjes op die te vinden zijn in Helm 2014 (zie ook de info van het Alfred-Wegener-Institut) en in figuur 4.

Figuur 4. Een hoogtekaart van Antarctica (links) afgeleid van CryoSat-2 data en de hoogteveranderingen tussen januari 2011 en januari 2014 (rechts). Bron: fig. 5 en 10 uit Helm et al 2014.

In mei van dit jaar verscheen een publicatie van Wouters e.a. (persberichten: Bristol University, Universiteit Utrecht) waarin men het zuidelijk deel van het Antarctisch schiereiland via CryoSat-2 metingen vanaf 2010 heeft vergeleken met eerdere metingen via andere satellieten (Envisat/ICESat). Volgens de onderzoekers was het gebied qua massaverlies/toename in het eerste decennium van deze eeuw bijna in balans (-11 ± 5 Gt/jaar afname), maar zijn de gletsjers vanaf 2009 vrij plotseling massa gaan verliezen. De onderzoekers rapporteren een getal van -52 ± 14 Gt/jaar en ook zij wijzen naar oceaanprocessen als oorzaak voor al dat massaverlies. Als het over de ijskappen gaat kijken we niet meer op van een gigatonnetje meer of minder. Figuur 5 vergelijkt de verandering van de hoogte van de ijskap over de periode 2003-2009 met die over de periode 2010-2014.

Figuur 5. Hoogteveranderingen in de Bellinghausen Zee sector voor 2003-2009 (links) en 2010-2014 (rechts). Bron: fig. 1 uit Wouters et al 2015.

Al dat ijs dat verdwijnt op Antarctica zorgt natuurlijk voor een stijging van het zeeniveau. Rond het continent zelf is de zeespiegelstijging over 1992-2011 door die toevoer van zoet water (lagere dichtheid) ten minste 2 ± 0.8 mm/jaar groter dan het gemiddelde van de gehele Zuidelijke Oceaan. De gletsjers in de Amundsen Zee sector en het gebied van de Totten gletsjer zijn samen al goed voor een totaal van 4.7 meter zeespiegelstijging. Tijdens het middelste gedeelte van het Plioceen, met temperaturen zoals die aan het einde van deze eeuw worden verwacht, was het zeeniveau circa 12-32 meter hoger dan nu het geval is. Een dergelijke stijging van de zeespiegel is alleen mogelijk als er een forse bijdrage is geweest van het ijs afkomstig van de ijskap op Oost-Antarctica. Een modelstudie van Pollard e.a. (meer info bij Ars Technica), waarbij meer fysische processen betreffende het ijs zijn meegenomen dan bij eerdere modelstudies, laat zien dat dit goed mogelijk is, hoewel er duizenden jaren overheen gaan in de modelberekeningen. Zie figuur 6. Pollard en collega’s geven tevens aan dat het ineenstorten van de ijskap op West Antarctica in hun simulatie al plaats kan vinden op een tijdschaal van decennia.

Figuur 6. IJsdistributies op Antarctica in een simulatie met een CO2 concentratie van 400 ppm en waarbij men de oceaantemperatuur in jaar 0 met 2 °C heeft verhoogd beginnend met de huidige oceaantemperatuur. De gekleurde schaal geeft de hoogte van de ijskap weer en de roze schaal de dikte van het zee-ijs. Bron: fig. 3 uit Pollard et al 2015.

Om op Bugs Bunny terug te komen bij de vraag boven het blogstuk, “What’s up met de ijskap van Antarctica?”, zouden de vele docs wellicht antwoorden met “Massaverlies en smelten, gevolgd door waarschijnlijk meer smelten en massaverlies”. Met alle gevolgen voor de zeespiegel van dien.

~

Bij veel van de publicaties over Antarctica kom je diverse Nederlandse onderzoekers tegen van het Institute for Marine and Atmospheric research Utrecht (IMAU). Erg mooi, het lijkt mij dat het klimaatonderzoek in Nederland op een hoog niveau staat.
Eerdere blogstukken op Klimaatverandering waar Antarctica ter sprake is gekomen:
Satellietwaarnemingen van de polen
Berichtgeving over gletsjerstudie Nature geeft gevarieerd beeld
Verdwijnen van sneeuwlaag vergroot kans dat ijsplaten in Antarctica opbreken
Tegenpolen: waarom de Noordpool zo snel opwarmt en de Zuidpool zo traag

62 Reacties op “What’s up met de ijskap van Antarctica?

  1. Antarctica staat ook in mijn recente paper beschreven, zie: http://onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1002/2013JB010923/abstract
    Om een lang verhaal kort te maken, West Antarctica ziet de grootste versnelling, daarna komt het schiereiland, er is hoogstens nog een plek op Dronning Maud land waar je Oost Antarctica ziet groeien.

  2. Dank Ernst, ik heb je publicatie helaas gemist. Ik ga proberen die te achterhalen en alsnog te lezen. Mooi dat je link via je reactie toch bij het stuk terecht is gekomen.
    Je korte beschrijving komt prima overeen met grafieken van Harig & Simons.

  3. Jos, bedankt voor dit mooie overzicht! Wat me niet vrolijk stemt aan dit verhaal is dat wetenschappers blijkbaar op korte termijn de afsmelting niet goed kunnen voorspellen. Nu begin ik te begrijpen waarom lange termijn voorspellingen zo schaars zijn. De consequenties op lange termijn voor de zeespiegelstijging zullen navenant moeilijk te voorspellen zijn. Persoonlijk denk ik dat Nederland al voor 2500 geen droge voeten meer heeft. Grote waarschuwingen zoals dit artikel er een is kunnen we en mogen we niet in de wind slaan.

  4. Voor de volledigheid hieronder een samenvatting van de data betreffende de grote ijskappen uit het artikel van Ernst Schrama et al in de Journal of Geophysical Research (juli 2014 – hun tabel 5):

  5. Lennart van der Linde

    Jos, dank voor het mooie overzicht. In je verwijzing naar Ars Technica over Pollard, DeConto & Alley 2015 zegt Alley over hun bevinding van mogelijk 3 meter stijging binnen een eeuw door een WAIS-collapse (vanaf de start van zo’n collapse, dus wellicht al ergens vanaf de tweede helft van deze eeuw):
    “It is still too early to say that this is an accurate worst-case scenario. Step-application of the [warming] is too extreme, clearly… but, it is within the realm of possibility that for the time-scale of collapse, the true worst worst-case scenario could be even a bit faster than modeled here”

    Het schijnt dat Pollard & DeConto dit najaar met een vervolgpaper komen waarin ze ook toekomstprojecties doen (wat ze in Pollard et al 2015 expliciet niet deden). Op de recente EGU-conferentie in Wenen gaven ze daarvan alvast een voorproefje, blijkens dit abstract:
    http://meetingorganizer.copernicus.org/EGU2015/EGU2015-8104.pdf

    Daarin zeggen ze:
    “the magnitude and rate of Antarctic ice sheet retreat are highly dependent on which future greenhouse gas scenario is followed, but even the lower emission scenarios produce an Antarctic contribution of several meters within the next several centuries. Once atmospheric CO2 concentrations exceed 2x preindustrial levels, we find that hydrofracturing by surface melt on ice shelves can trigger large-scale ice sheet retreat, regardless of circum-Antarctic ocean warming. Hence, unlike the LIG, atmospheric (not ocean) warming has the potential to become the primary mechanism driving future retreat of the Antarctic ice sheet. In simulations without atmospheric warming, we find small amounts of ocean warming can still produce large-scale retreat of the West Antarctic Ice Sheet, although the timescale of ocean-driven retreat is slower than atmospherically driven retreat.
    In sum, these results suggest past Pleistocene episodes of Antarctic ice loss were primarily driven by Southern Ocean warming, which in itself has serious implications for future commitment to sea-level rise given current rates of ocean heat uptake. However, we also find that atmospheric warming and surface melt on ice shelves (driving hydrofracturing and ice shelf breakup) will take over as the dominant driver of future Antarctic ice loss if greenhouse gas emissions continue unabated, making the LIG and other Pleistocene interglacials poor mechanistic analogues for future sea-level rise.”

    Dit zou dus kunnen betekenen dat een stijging van circa 2 meter/eeuw in de komende eeuwen zelfs bij sterke mitigatie misschien al onvermijdelijk is. Bij minder of geen mitigatie zou dat nog een stuk meer kunnen worden, wellicht wel 5-6 meter/eeuw (hoewel zulke snelheden waarschijnlijk maar een beperkte periode mogelijk zijn). De worst-case voor 2200 zou in zo’n geval misschien wel 7-8 meter stijging t.o.v. nu kunnen bedragen, ongeveer twee keer zoveel als de worst-case waarvan de Deltacommissie in 2008 nog uitging. De maximaal 3,5 meter in 2200 waar zij vanuit ging, is wellicht ook al bij sterke mitigatie mogelijk/onvermijdelijk.

    Zie voor verdere onderbouwing van deze conclusie ook de verkenning van enige recente publicaties die ik voor mijn werk bij het Haags Milieucentrum maakte:
    http://www.haagsmilieucentrum.nl/z_files//Risico%20zeespiegelstijging%20onderschat%20jan2015.pdf

    Jouw overzicht vormt een welkome aanvulling op mijn selectie van publicaties. Ongetwijfeld zijn er ook publicaties die minder alarmerend zijn, maar zoals Alley zegt in Ars Technica:
    “I believe (and I suspect many people do) that it is important for us as scientists to provide not only the most-likely future outcome, but also the range of possibilities, including some sort of assessment of best-case and worst-case outcomes. Best-case is fairly easy, I believe, but worst-case is not; however, providing both is likely to be useful to many people.”

    Voor een gedegen en relevante risico-analyse lijkt juist een zo goed mogelijke worst-case inschatting van groot belang. Wat mij betreft zou de Deltacommissie daarom een update van hun analyse van 7 jaar terug moeten maken. De Deltacommissaris verwijst echter naar zijn politieke opdrachtgevers: minister en parlementsleden. Mochten er meelezers zijn met een goede toegang tot deze mensen, dan kunnen zij wellicht (ook) eens om zo’n update vragen?

    Bij PBL, KNMI en Universiteit Utrecht lijkt men zich eveneens nog onvoldoende zorgen te maken om op dit moment al om een update te vragen, terwijl mij daar op grond van al deze recente publicaties toch best reden toe lijkt. Ben ik nu zo alarmistisch of hebben de meeste Nederlandse onderzoekers een neiging tot ‘erring on the side of least drama’?

    Ik ben benieuwd hoe anderen dit zien.

  6. Lennart, niet lang geleden heb ik nog een grafiekje gemaakt om diverse bronnen aan mekaar te rijgen. Wat ik ook deed, ik had moeite om 1m stijging per 2100 er in te krijgen, maar 8m met 2300 lijkt me daarentegen niet onwaarschijnlijk. Als we die 1m stijging wel halen met 2100, dan is het voor mij niet de vraag of we die 8m halen, maar wanneer.

  7. Hans Custers

    Lennart,

    Een update van de analyse van de Deltacommissie lijkt me zinvol op het moment dat daar ook (mogelijke) beleidsconsequenties aan worden verbonden. Dat zie ik op dit moment niet gebeuren. Ten eerste omdat er ook zonder zo’n update de komende tijd meer dan genoeg werk te doen is aan de waterveiligheid. En ten tweede omdat het niet onaannemelijk is dat er de komende jaren veel meer duidelijk wordt over de ontwikkelingen op Antarctica. Ik zeg het niet vaak, maar in dit geval lijkt het me niet zo gek om nog een tijdje te wachten tot er wat minder wetenschappelijke onzekerheid is.

  8. Lennart van der Linde

    Hans,
    Voor de korte en middellange termijn (in dit geval 50-100 jaar?) ben ik dat wel met je eens, want er lijken in dat geval (voor Nederland) genoeg mogelijkheden om te reageren op een aanzienlijke versnelling in de zeespiegelstijging.

    Op de langere termijn (van 50-100 jaar tot enkele eeuwen?) zou Nederland het bij zo’n grote versnelling misschien/waarschijnlijk veel moeilijker krijgen dan de Deltacommissie in 2008 nog veronderstelde. Dat zou naast verdergaand onderzoek naar adaptatieopties ook gevolgen kunnen hebben voor Nederlandse mitigatiedoelen/-wensen op kortere termijn.

    Tenzij we zeggen: na ons de zondvloed, want dan maakt het allemaal toch niet veel uit.

    Op basis van Deltacommissie en IPCC heeft het PBL tot dusver een min of meer geruststellende boodschap kunnen brengen dat de Nederlandse waterveiligheid ook in een worst-case op langere termijn (enkele eeuwen) niet echt onder druk zal komen. De Deltacommissie ging in 2007 verder dan het IPCC in 2007. Een update van de Deltacommissie nu zou verder kunnen gaan dan het IPCC in 2013/2014.

    Dat zou tot de conclusie kunnen leiden dat Nederland vanuit oogpunt van waterveiiigheid op langere termijn groter belang heeft bij een sterker (mondiaal) mitigatiebeleid op korte termijn dan tot dusver gedacht. Wachten met zo’n update lijkt mij kostbaar tijdverlies.

  9. Lennart van der Linde

    Leo,
    Jouw grafiekje komt tot 5-6 meter/eeuw stijging van 2300-2500. Dat zou gezien het voorgaande goed kunnen en zou ernstig genoeg zijn. Pollard et al 2015 lijken echter te wijzen op een mogelijkheid dat zo’n snelheid ook al tussen 2100-2200 bereikt zou kunnen worden. Een worst-case van 1,5-2m rond 2100 lijkt niet uitgesloten. Met 5-6m daarbij tot 2200 zou je dan in het slechtste geval wellicht uit kunnen komen op 7-8m in 2200.

    Zie voor mogelijke bijdragen van (Groenland, Antarctica etc) tot 2100 bv figuur 2 en tabel 1 in Kopp et al 2014:
    http://onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1002/2014EF000239/full

    Zoals gezegd lijkt 1,5-2m in 2100 op dit moment niet uitgesloten.

  10. Lennart van der Linde

    Leo,
    Zie bv ook figuur 2 in Jevrejeva et al 2014 over de worst-case bijdragen van GIS, AIS, etc tot 2100:
    http://iopscience.iop.org/1748-9326/9/10/104008/article

    Hier een vergrote versie van hun figuur 2:
    http://iopscience.iop.org/1748-9326/9/10/104008/downloadHRFigure/figure/erl502681f2

    Ook volgens hen lijkt 1,5-2m in 2100 niet uitgesloten. Net als Kopp et al 2014 zien ook zij de mogelijke bijdrage van Antarctica als grootste onzekere factor.

  11. Lennart van der Linde

    Als we niet alleen naar Antarctica, maar ook naar Groenland kijken, dan is o.a. Applegate et al 2014 interessant:
    http://www.eesi.psu.edu/~ren10/Applegate_etal.Climate_Dynamics.2014.pdf

    Hun bevinding is dat onder zeer sterke forcering GIS mogelijk wel 1-2 meter/eeuw zou kunnen bijdragen aan de mondiale zeespiegelstijging, een forcering die wellicht al rond 2100 bereikt zou kunnen worden, als ik me niet vergis. Dus misschien dat dan 3 meter/eeuw van AIS, 1,5 meter/eeuw van GIS en 0,5 meter/eeuw door thermische expansie tot in totaal 5 meter/eeuw tussen 2100 en 2200 zou kunnen leiden?

  12. Lennart van der Linde

    In hun abstract concluderen Applegate et al:
    “Semi-empirical modeling studies that assume a constant time scale of sea level adjustment, and are calibrated to small preanthropogenic temperature and sea level changes, may underestimate future sea level rise. Our analysis suggests that the benefits of reducing greenhouse gas emissions, in terms of avoided sea level rise from the GIS, may be greatest if emissions reductions begin before large temperature increases have been realized. Reducing anthropogenic climate change may also allow more time for design and deployment of risk management strategies by slowing sea level contributions from the GIS.”

    Ook dit lijkt me relevant voor een eventuele update van de Deltacommissie.

  13. Lennart van der Linde

    Ook nog interessant is Rohling et al 2013:
    http://www.nature.com/srep/2013/131212/srep03461/full/srep03461.html

    En dan met name hun figuur 3 over de mogelijke zeespiegelstijging in de komende eeuwen op basis van data over het geologische verleden:
    http://www.nature.com/srep/2013/131212/srep03461/fig_tab/srep03461_F3.html

    En hun figuur 2 over de kansverdeling van mogelijke stijgsnelheden op basis van dat verleden:
    http://www.nature.com/srep/2013/131212/srep03461/fig_tab/srep03461_F2.html

    Daaruit kunnen we o.a. concluderen dat 5-6 meter/eeuw niet erg waarschijnlijk lijkt, maar ook (nog) niet uit te sluiten is, en dat de 18m stijging rond 2500 uit de grafiek van Leo evenmin erg waarschijnlijk lijkt, maar eveneens (nog) niet uit te sluiten is.

  14. Lennart,

    Voor 18 m zeespiegelstijging moet de ijskap op Antarctica significant bijdragen, zie Pollard 2015. De ijskap van Groenland geeft circa 7 meter zeespiegelstijging, 11 meter van Antarctica kost in hun model al circa 1000 jaar. Niets is uit te sluiten wat de toekomst betreft, maar 18 meter in 2500 lijkt toch erg onwaarschijnlijk.
    Ik vind de IPCC AR5 bovengrens van 1 m zeespiegelstijging voor RCP8.5 al heel veel en volgens mij is dat al reden genoeg om de broeikasgasemissies in te dammen.

  15. Lennart van der Linde

    Jos,
    Pollard et al 2015 gaat uit van een Plioceen-achtig klimaat, dus zal waarschijnlijk nog geen worst-case zijn, zoals Alley in Ars Technica ook aangeeft. DeConto & Pollard komen in het najaar met projecties voor o.a. RCP8.5, dus ik ben zeer benieuwd wat daaruit komt. Misschien hebben ze daar op de EGU-conferentie al iets over gezegd, maar dat heb ik nog niet kunnen achterhalen.

    Als we aannemen dat bij RCP8.5 een kleine kans bestaat dat GIS rond 2500 zo goed als helemaal gesmolten is (met 7m zeespiegelstijging als gevolg) en dat in dat geval thermische expansie en overige gletsjers samen zo’n 3m zeespiegelstijging zouden kunnen bijdragen, dan hoeft Antarctica tot 2500 nog ‘maar’ zo’n 8m bij te dragen.

    Als we dan aannemen dat er een kleine kans lijkt dat tussen 2050 en 2150 WAIS zo’n 3m bij kan dragen, dan is van 2150 tot 2500 nog circa 5m nodig van geheel Antarctica, dus gemiddeld ongeveer 1,4 meter/eeuw. Dat zou ongeveer twee keer zo snel zijn als in Pollard et al nadat WAIS ineengestort is. Zou dat gelet op het EGU-abstract van DeConto & Pollard echt zo onwaarschijnlijk zijn?

    Het is misschien niet waarschijnlijk, maar dat beweer ik ook niet. Mijn vraag is vooral: kunnen we en mogen we het in een gedegen risico-analyse uitsluiten? Dat ook een minder grote en snelle stijging al problemen genoeg kan/zal geven, wil m.i. niet zeggen dat we geen rekening zouden moeten houden met een nog ernstiger scenario, als er aanwijzingen zijn dat zo’n scenario tot de mogelijkheden zou kunnen behoren.

  16. Lennart van der Linde

    Jos, nog ter aanvulling:
    – ook een aanzienlijk deel van Oost-Antarctica lijkt kwetsbaar voor opwarmend oceaanwater
    – bij voldoende atmosferische opwarming kan wellicht op den duur ook directe smelt net als op Groenland een aanzienlijke rol gaan spelen (als we bv Applegate et al toepassen op Antarctica)

  17. Lennart van der Linde

    En zelfs bij sterke mitigatie lijken we een risico op misschien wel 9m stijging rond 2500 niet uit te kunnen sluiten, mede gelet op figuur 4 in Pollard et al 2015:
    http://www.sciencedirect.com/cache/MiamiImageURL/1-s2.0-S0012821X14007961-gr004_lrg.jpg/0?wchp=dGLzVlk-zSkWA&pii=S0012821X14007961

    Zoveel mitigatie als mogelijk lijkt geen overbodige luxe om dit risico zo beperkt mogelijk te houden.

  18. Hans Custers

    Lennart,

    Ik ben het met Jos eens: voor mij zijn zulke extreme worst case scenario’s helemaal niet nodig om het belang van mitigerend beleid in te zien.

    Natuurlijk moet ze meegenomen worden in risico-analyses maar dat hoeft nog niet te betekenen dat er reden is om op ad hoc basis het lange termijn beleid aan te passen. Het lijkt me beter om met dat lange termijn beleid een stabiele koers te varen, dat zo nodig geleidelijk aan bijgestuurd wordt.

  19. Lennart van der Linde

    Hans,
    De vraag is dan hoe sterk dat mitigerend beleid zou moeten/kunnen zijn, dus op welke koers gevaren dient te worden. Willen we de opwarming tot 2 graden beperken, of zelfs tot 1,5 graad? IIASA en PIK publiceerden onlangs een artikel (Rogelj et al 2015) over het beleid dat nodig is voor 1,5 graad:
    http://www.iiasa.ac.at/web/home/about/news/150521-15-scenarios.html#.VWhc77mGUbg.twitter

    Specifiek over het verschil in zeespiegelstijging bij 2 graden of 1,5 graad publiceerden Schaeffer et al 2012:
    http://www.nature.com/nclimate/journal/v2/n12/full/nclimate1584.html

    En begin deze maand verscheen het UNFCCC-rapport over de Structured Expert Dialogue voor de 2013-2015 review van het lange termijn doel van de klimaatonderhandelingen:
    http://unfccc.int/resource/docs/2015/sb/eng/inf01.pdf

    Dat rapport zegt onder meer:
    “Parties would profit from restating the long-term global goal as a ‘defence line’ or ‘buffer zone’, instead of a ‘guardrail’ up to which all would be safe. This new understanding would then probably also favour emission pathways that will limit warming to a range of temperatures below 2 °C. In the very near term, such aspirations would keep open as long as possible the option of a warming limit of 1.5 °C, and would avoid embarking on a pathway that unnecessarily excludes a warming limit below 2 °C.”

    Het risico van zeespiegelstijging op langere termijn kan een van de redenen zijn om te pleiten voor een aanscherping van het doel van 2 graden tot 1,5 graad. In dat kader lijkt het mij wel degelijk relevant om zo goed mogelijk in beeld te krijgen wat bij diverse scenarios het risico op zeespiegelstijging op langere termijn is. Gaat het bv om 6 meter in 2300 bij 2 graden of 3 meter bij 1,5 graad? Het zou het verschil kunnen zijn tussen een Randstad die opgegeven moet worden of behouden kan blijven.

    Overigens pleit ik juist niet voor ad-hoc aanpassingen van beleid, maar voor een gedegen update van het werk van de Deltacommissie om op basis daarvan te kunnen beoordelen of het zinnig is het mitigatiebeleid aan te scherpen. Dat beleid kan dan vervolgens altijd nog afgezwakt worden als blijkt dat het meevalt. Als je nu niet aanscherpt, dan ben je over bv 10 jaar waarschijnlijk te laat als zou blijken dat het tegenvalt.

  20. De reden(en) dat ik voor mijn grafiek van zeespiegelstijging op zoek ging naar upper limits zal ik verklaren.

    – De omvang van de bedreiging voor Nederland is simpelweg te groot, het behouden van droge voeten is voor ons niet optioneel maar absoluut noodzakelijk. Als er bijvoorbeeld een 5% kans is dat je vliegtuig neerstort, dan zullen veel mensen ook niet instappen.

    – Maar ook als we terugkijken naar wat de klimaatwetenschap vroeger als onwaarschijnlijk aanduidde, dan blijken die steeds waarschijnlijker te worden. De klimaatwetenschap is conservatief (maar dat is in het vorige onderwerp al uitgebreid ter sprake gekomen).

    “Sea-level rise is another. In its 2001 report, the IPCC predicted an annual sea-level rise of less than 2 millimeters per year. But from 1993 through 2006, the oceans actually rose 3.3 millimeters per year, more than 50 percent above that projection.”

    http://www.scientificamerican.com/article/climate-science-predictions-prove-too-conservative/

    Ik ben het met Jos eens dat 1 meter stijging per 2100 al veel te veel is. Je zou dit ook botweg om kunnen zetten in percentages waarbij iedere cm zeespiegelstijging per 2100 de kans op natte voeten aangeeft.

  21. De hier weer gegeven vorspellingen over te verwachten zeespiegelstijgingen zijn mooi en aardig maar komen op geen enkele wijze overeen met de gemeten waarden. Ik doel dan met name op de tidal gauge metingen voor den Helder. Dit is een reeks van 150 jaar oud en hier kom je niet verder dan 2 mm per jaar. Maal 85 geeft voor het eind van deze eeuw een verwachte waarde aan van ”slechts” 17 cm. Dit kunnen onze zeeweringen makkelijk aan. Ze zijn heel recentelijk nog flink opgehoogd en verstevigd. Let wel dit staat los van wat het ijs op Antarctica misschien gaat doen. Dat is toekomst muziek en niemand is in staat om te voorspellen wat de toekomst gaat brengen behalve de aanname dat het meer van het zelfde zal zijn. Met uiteraard een flinke dosis vooruitgang zoals ervaring uit het verleden ons leert.

  22. Lennart van der Linde

    Hier nog de samenvatting van Rogelj et al 2015:
    “Many impacts projected for a global warming level of 2 °C relative to pre-industrial levels may exceed the coping capacities of particularly vulnerable countries. Therefore, many countries advocate limiting warming to below 1.5 °C. Here we analyse integrated energy–economy–environment scenarios that keep warming to below 1.5 °C by 2100. We find that in such scenarios, energy-system transformations are in many aspects similar to 2 °C-consistent scenarios, but show a faster scale-up of mitigation action in most sectors, leading to observable differences in emission reductions in 2030 and 2050. The move from a 2 °C- to a 1.5 °C-consistent world will be achieved mainly through additional reductions of CO2. This implies an earlier transition to net zero carbon emissions worldwide, to be achieved between 2045 and 2060. Energy efficiency and stringent early reductions are key to retain a possibility for limiting warming to below 1.5 °C by 2100. The window for achieving this goal is small and rapidly closing.”

    The window for achieving this goal is small and rapidly closing.
    Dat maakt het relevant om snel te bepalen welk doel wenselijk is.
    Welk doel wenselijk is, hangt mede af van het risico op lange termijn zeespiegelstijging bij diverse doelen.
    Dus is het belangrijk om dat risico zo goed mogelijk in beeld te brengen.

  23. Lennart van der Linde

    En hier nog de samenvatting van Schaeffer et al 2012:
    “Sea-level rise (SLR) is a critical and uncertain climate change risk, involving timescales of centuries. Here we use a semi-empirical model, calibrated with sea-level data of the past millennium, to estimate the SLR implications of holding warming below 2 °C or 1.5 °C above pre-industrial temperature, as mentioned in the Cancún Agreements. Limiting warming to these levels with a probability larger than 50% produces 75–80 cm SLR above the year 2000 by 2100. This is 25 cm below a scenario with unmitigated emissions, but 15 cm above a hypothetical scenario reducing global emissions to zero by 2016. The long-term SLR implications of the two warming goals diverge substantially on a multi-century timescale owing to inertia in the climate system and the differences in rates of SLR by 2100 between the scenarios. By 2300 a 1.5 °C scenario could peak sea level at a median estimate of 1.5 m above 2000. The 50% probability scenario for 2 °C warming would see sea level reaching 2.7 m above 2000 and still rising at about double the present-day rate. Halting SLR within a few centuries is likely to be achieved only with the large-scale deployment of CO2 removal efforts, for example, combining large-scale bioenergy systems with carbon capture and storage.”

    Zij hebben het dus over scenario’s voor 2 graden en 1,5 graad met 50% kans om overschreden te worden, en over mediane schattingen voor de dan verwachte zeespiegelstijging. Dit impliceert aanzienlijke risico’s op overschrijding van die verwachte stijging. De vraag is dan bij welke stijging adaptatie te kostbaar of technisch te moeilijk wordt. Die vraag is niet precies te beantwoorden bij een tijdshorizon tot 2100, 2200 of zelfs 2300, maar daarom nog niet zomaar te negeren.

  24. Bob Brand

    Beste Raymond Horstman,

    De zeespiegelstijging uit het verleden “voor Den Helder” heeft weinig te maken met de mondiaal gemiddelde zeespiegelstijging — en nog minder met het onlangs op gang gekomen massaverlies van de Antarctische ijskap.

    De snelheid waarmee de zeespiegel stijgt varieert sterk per regio. Zo is het in het westen van de Pacific bijna 8 mm/jaar over de afgelopen decennia en ‘slechts’ 2 mm/jaar voor de Noord-Hollandse kust. Dat laatste is een gevolg van het zogeheten ‘European problem’ uit het onderzoek naar de zeespiegelstijging.

    Ik kan je nadrukkelijk aanbevelen dit college van prof. Jerry Mitrovica (hoogleraar geofysica aan Harvard University):

    Het duurt een half uurtje maar is de moeite van het zorgvuldig bekijken waard (let niet op de matige geluidskwaliteit, wordt beter tegen het einde). Mitrovica legt in het latere deel van zijn lezing uit waardoor de zeespiegelstijging aan de Noordzee-kust en bijv. ook in Stockholm achterblijft bij het mondiaal gemiddelde — doordat we relatief dicht bij de juist steeds sneller afnemende ijskap op Groenland liggen.

    Dit veroorzaakt zeespiegeldaling (!!) in de buurt van Groenland en juist extra zeespiegelstijging aan de andere kant van de aardbol.

    Voor het massaverlies van de ijskap op Antarctica geldt helaas het tegenovergestelde — dat is nu ook op gang aan het komen en het zal op den duur juist extra uitwerken voor de Europese kusten.

  25. Lennart van der Linde

    Wat betreft dat gravitatie-effect ging de Deltacommissie uit van maximaal 3,5m mondiale stijging in 2200 en maximaal 4m bij de Nederlandse kust, dus ruim 14% extra door het gravitatie-effect.

    Inmiddels gaat iemand als Eelco Rohling uit van een risico op 6m mondiale stijging, wat voor de Nederlandse kust dan misschien wel 7m zou kunnen betekenen, blijkens deze presentatie die hij september 2014 in Rotterdam gaf op een groot congres over rivierdelta’s en klimaatverandering:
    http://edepot.wur.nl/314954

    Daarvoor zou dan wel zoiets een WAIS-collapse nodig zijn, maar volgens sommige onderzoekers is zo’n collapse misschien al niet meer te stoppen.

  26. Lennart van der Linde

    Een risico op 6-7m in 2200, voor de duidelijkheid.

  27. Lennart van der Linde

    Overigens schat Rohling dat er zo’n 84% kans is op minimaal 9m stijging op langere termijn, zolang we op of boven de 400 ppm CO2 blijven. Alleen als we er snel genoeg in slagen voldoende CO2 aan de atmosfeer te onttrekken kunnen we 9m of meer wellicht/waarschijnlijk nog voorkomen, als Rohlings schatting klopt.

  28. Lennart van der Linde

    Ook dat lijkt ervoor te pleiten om te streven naar maximaal 1,5 graad opwarming ipv 2 graden. Of: hoeveel zeespiegelstijging (en hoe snel) willen we aan komende generaties als onze erfenis nalaten?

  29. Hans Custers

    Lennart,

    Je stelt de vraag hoe sterk mitigerend beleid zou moeten zijn. Maar zeg nu eens heel eerlijk, hebben die recente onderzoeken jouw opvattingen over hoe sterk dat beleid zou moeten zijn veranderd? Of hebben ze de opvattingen die je toch al had alleen maar bevestigd?

    Voor mij geldt wat altijd al gold: we moeten al het mogelijke doen om de risico’s te beperken. Maar “mogelijk” betekent in dit geval ook: realiseerbaar, op mondiale schaal. Het Nederlandse beleid moet ook rekening houden met die realiseerbaarheid. Ik vraag me af of we er iets mee opschieten om doelstellingen op korte termijn aan te passen vanwege mogelijke nieuwe worst case scenario’s. Ik zie dat toch als ad hoc beleid. En ik denk dat zoiets op langere termijn juist ten kost zou kunnen gaan van de geloofwaardigheid van of het draagvlak voor klimaatbeleid.

    Daar laat ik het maar bij, om niet te ver af te dwalen van het onderwerp van Jos z’n stuk.

  30. Lennart van der Linde

    Hans,
    Het onderwerp van Jos z’n stuk is de gevoeligheid van Antarctica voor opwarming. Die lijkt o.b.v. steeds meer recente publicaties groter dan eerder door velen gedacht. Dat leidt logischerwijs tot een groter risico op zeespiegelstijging en vergroot de wenselijkheid van een sterker mitigatiebeleid om dat risico te beperken.

    Mijn eigen opvattingen over welk mitigatiebeleid wenselijk is, zijn o.a. sterk bepaald door Hansen et al 2008, waarin gepleit werd voor terugkeer naar 350 ppm CO2:
    http://pubs.giss.nasa.gov/docs/2008/2008_Hansen_etal_1.pdf

    Wat Hansen et al toen al vermoedden, lijkt door het onderzoek sinds 2008 steeds meer bevestigd te worden: de ijskappen zijn wellicht (waarschijnlijk?) gevoeliger voor opwarming door stijgende CO2-concentraties dan tot 2008 meestal gedacht werd. Hoe sterker de aanwijzingen daarvoor, hoe groter de wenselijkheid van een sterker mitigatiebeleid.

    Dat roept dan inderdaad de vraag op van de realiseerbaarheid. Voor zover ik kan overzien is 1,5 graad technisch en economisch nog niet definitief buiten bereik. Politiek misschien wel, maar dat kunnen we alleen ontdekken door ons voor 1,5 graad uit te spreken en in te zetten. Als je bij voorbaat al denkt dat iets onhaalbaar is, dan is de kans groot dat je het ook niet zult halen.

    En onder hoge druk blijkt vaak meer mogelijk dan eerder gedacht, juist ook in de politiek, dus wie weet hoe de (inter-) nationale klimaatpolitiek zich de komende jaren zal ontwikkelen?

  31. Lennart van der Linde

    De (interdisciplinaire) wetenschappelijke steun voor Hansens 350 ppm doel lijkt sinds 2008 ook gestaag groter geworden, blijkens bv Hansen et al 2013:
    http://journals.plos.org/plosone/article?id=10.1371/journal.pone.0081648

    Samenvatting:
    “We assess climate impacts of global warming using ongoing observations and paleoclimate data. We use Earth’s measured energy imbalance, paleoclimate data, and simple representations of the global carbon cycle and temperature to define emission reductions needed to stabilize climate and avoid potentially disastrous impacts on today’s young people, future generations, and nature. A cumulative industrial-era limit of ~500 GtC fossil fuel emissions and 100 GtC storage in the biosphere and soil would keep climate close to the Holocene range to which humanity and other species are adapted. Cumulative emissions of ~1000 GtC, sometimes associated with 2°C global warming, would spur “slow” feedbacks and eventual warming of 3–4°C with disastrous consequences. Rapid emissions reduction is required to restore Earth’s energy balance and avoid ocean heat uptake that would practically guarantee irreversible effects. Continuation of high fossil fuel emissions, given current knowledge of the consequences, would be an act of extraordinary witting intergenerational injustice. Responsible policymaking requires a rising price on carbon emissions that would preclude emissions from most remaining coal and unconventional fossil fuels and phase down emissions from conventional fossil fuels.”

    De tijd begint echter wel steeds meer te dringen.

  32. Lennart van der Linde

    Ook mensen uit het bedrijfsleven, zoals Paul Polman van Unilver, lijken dit steeds meer te beseffen, zoals blijkt uit deze oproep van Polman e.a. voor netto zero emissies in 2050:
    http://bteam.org/the-b-team/business-leaders-call-for-net-zero-greenhouse-gas-emissions-by-2050/

    Dit komt overeen met een pleidooi voor 1,5 graad, als ik me niet vergis. In hun verklaring zeggen Polman c.s.:
    “The recent Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) assessment concluded that achieving net-zero GHG emissions by 2100 will provide only a 66% chance of limiting global warming to 2°C. The B Team view a 1-in-3 chance of failure as an unreasonable risk scenario carrying significant cost implications, strengthening the business case for achieving net-zero GHG emissions by 2050.”

    Anderen uit het bedrijfsleven pleiten nog niet voor zero emissies in 2050, maar wel om dit ruim voor 2100 te realiseren:
    http://www.trust.org/item/20150521155627-7gslx

    Als zelfs zij denken dat dit kan, dan zou ik niet te snel denken dat het niet kan.

  33. Lennart,

    Al die onderzoeken aan de ijskap van Antarctica stemmen ook mij niet vrolijk voor de toekomst. Zoals gezegd, ik vind 1 meter zeespiegelstijging aan het einde van deze eeuw al heel veel. Wij hebben nog dijken, maar de wereld is groter dan Nederland alleen.
    De zeespiegelstijging, oceaanverzuring, toekomstige temperaturen, allemaal redenen om eens een keertje te beginnen met het terugdringen van de CO2 emissies. En juist daar is bar weinig van te merken. Of er een kleine kans is dat het zeeniveau in 2100 1+x of 1+y meter hoger staat dan in 2000 maakt volgens mij geen bal uit. Ik ben geen psycholoog, maar ik denk daarbij dat mensen bang maken met extreme scenario’s mogelijk averechts werkt.
    Dus ondanks alle berichten over Antarctica biedt het IPCC AR5 rapport alleen al meer dan genoeg redenen om iets aan onze CO2 emissies te doen. Het is technisch mogelijk en zoals je aangeeft zijn er zelfs CEO’s die denken dat het kan. In plaats van minderen volgen we nu nog keurig het RCP8.5 scenario, mijn vraag is dan: wanneer beginnen we met minderen?

  34. Lennart van der Linde

    Jos,
    Het hangt er misschien vanaf hoe groot x of y zijn: 0,2m, 0,5m, 0,8m, of nog meer? In ieder geval lijken Pollard c.s. te denken dat hun onderzoek naar de mogelijke gevoeligheid van Antarctica best relevant kan zijn. En hoe ver en snel de zeespiegel na 2100 nog door kan stijgen, vinden sommigen, zoals ikzelf, ook best relevant. Of dat bv 2m of 6m in 2200 zou zijn, zal voor komende generaties nogal wat verschil kunnen maken.

    Het zou kunnen dat andere mensen daar zo bang van worden (wat m.i. iets anders is dan ‘bang gemaakt worden’) dat ze denken dat we voor een onmogelijke opgave staan en dat het toch allemaal geen zin heeft. Dat zou inderdaad een averechts effect zijn.

    Is dat dan een reden om deze risico’s maar beter niet te benoemen? Ik denk het niet. Mij lijkt het een reden om juist de mogelijkheden om die risico’s te beperken evenzeer te benoemen: dat geeft mensen de kans in actie te komen, zich te organiseren en bij te dragen aan beperking van de risico’s. Als ze zowel de risico’s als handelingsopties niet of onvoldoende kennen, kunnen ze ook niet effectief handelen. Pas als beide zo goed mogelijk in beeld zijn, is effectief handelen mogelijk. Misschien is dat nog geen voldoende voorwaarde, maar waarschijnlijk wel een noodzakelijke.

    Vandaar mijn pleidooi voor een update van het rapport van de Deltacommissie. In aansluiting daarop lijkt bv. het Urgenda-rapport voor 100% duurzame energie in 2030 me een goede basis voor een kritische uitwerking van de daarin genoemde handelingsopties. Als de wereld in 2050 klimaatneutraal kan/moet zijn, dan kan/moet Nederland dat misschien al in 2030 zijn. Mocht dat toch niet mogelijk zijn, dan is iets later in ieder geval nog een stuk beter dan veel later.

    Alleen door over dit alles een maatschappelijk debat te voeren, kunnen we een punt bereiken dat we ook werkelijk collectief en snel onze uitstoot gaan verlagen, denk ik. Of zouden we zo’n punt ook kunnen bereiken zonder maatschappelijk debat?

  35. Hans Custers

    Lennart,

    We hebben toch geen update van het rapport van de Deltacommissie nodig om een maatschappelijk debat te voeren? De informatie is toch gewoon bekend, bijvoorbeeld via dit stuk van Jos?

    Een rapport van de Deltacommissie dient als basis voor beleid en niet als alarmbel voor de maatschappij. Dat is nu precies wat ik (en Jos ook, heb ik het idee) je duidelijk willen maken: de Deltacommissie inzetten om de maatschappij nog eens te waarschuwen voor de urgentie van mitigerend beleid schiet zijn doel voorbij. Dat zou geïnterpreteerd kunnen worden (niet ten onrechte) als het gebruik van de commissie voor een politiek doel en daarmee koren op de molen zijn van de twijfelbrigade.

  36. Bob, bedankt voor de informatieve video. Ik kende hem nog niet.

    Wat ik me nou afvraag, stel dat we de uitstoot weten te beperken en we naar zero carbon gaan. Hoe lang duurt het dan nog voordat Antarctica weer een stabiele toestand heeft? Zitten we dan al op 3000 of duurt het nog langer?

  37. Lennart,

    Natuurlijk mogen de risico’s genoemd worden, maar wat Hans eerder de “extreme worst case scenario’s” noemde, voegen m.i. niets meer toe. Ja, de kans erop bestaat maar is zeer klein. Ik denk gewoon dat dit soort verhalen snel onder ‘bangmakerij’ geschoven zullen worden (met veel hulp van de twijfelbrigade), zodat men helemaal niet meer naar je luistert. En wat Hans zegt over Deltacommissie klopt m.i. helemaal. Maar dat alles alleen mijn mening, ik heb in dat soort zaken nul expertise.

    De landen in de wereld hebben het IPCC opgericht om assesments te maken en onderschrijven die ook. Misschien zijn die assesments conservatief, maar wat daarin staat; ca. 3 graden warmer, de zeespiegelstijging die inderdaad gewoon doorgaat na 2100 en de oceaanverzuring, geeft wat mij betreft al meer dan genoeg redenen om nu eindelijk eens een keertje te starten met het verminderen van CO2 emissies. En om de dingen te doen die jij noemt: een maatschappelijk debat te voeren, je laten horen, de twijfelbrigadeleden van repliek te dienen, je te organiseren, bij te dragen aan de beperking van de risico’s, je consumentkeuzes aanpassen of je stemgedrag aan te passen.

  38. Leo,

    Voordat het hele klimaatsysteem in evenwicht is moeten ook de langzame terugkoppelingen ‘de tijd’ hebben gekregen. Dat zijn al gauw meerdere millennia. Eén circulatie van water in de oceanen beslaat bijv. al zo’n 1000 jaar. Onder de langzame terugkoppelingen vallen ook de ijskappen, zie deze figuur:
    https://klimaatverandering.files.wordpress.com/2013/09/tijdsschalen-klimaatgevoeligheid.png
    Afkomstig uit:
    http://www.nature.com/nature/journal/v491/n7426/full/nature11574.html

  39. Lennart van der Linde

    Hans,
    Blijkbaar was er voor 2008 aanleiding om de Deltacommissie in te stellen en te vragen om een rapport. Op basis van dat rapport wordt nu het Nederlandse waterveiligheidsbeleid aangescherpt. Dat is niet gebeurd op basis van enkele artikelen of blogstukken van meer of minder goed ingevoerde individuele burgers.

    Het PBL pleitte in 2013 in zijn rapport ‘Wissels Omzetten’ onder meer voor het versterken van het urgentiegevoel door het beter zichtbaar maken van de risico’s van klimaatopwarming:
    http://www.pbl.nl/nieuws/nieuwsberichten/2013/wissels-omzetten-21e-eeuw-vraagt-om-robuust-milieubeleid

    Uit het persbericht:
    “Er ligt een duidelijke informatietaak voor de overheid, gevoed door wetenschappers. Zo is het van belang om voor burgers inzichtelijk te maken wat de gevolgen kunnen zijn van een scenario met een wereldwijde temperatuurstijging van 4 of zelfs 6 graden. Dan wordt helder welke risico’s we lopen.”

    Ook Urgenda vraag hier om in de klimaatzaak tegen de Staat. Op het gebied van de risico’s van zeespiegelstijging zou een update van het rapport van de Deltacommissie hieraan een goede bijdrage kunnen leveren. Maar het mag wat mij betreft ook best een rapport van het PBL zijn.

    Het punt is volgens mij dat het vorige rapport van de Deltacommissie, en diverse rapporten van het PBL daarna, de indruk wekken dat de risico’s van zeespiegelstijging voor Nederland tot 2100 en zelfs 2200 redelijk goed beheersbaar zijn, ook in een worst-case. In de politieke discussie lijkt er mede daardoor onvoldoende urgentiegevoel om tot een sterker mitigatiebeleid te komen.

    Een update van het rapport van de Deltacommissie kan alle relevante recente info over het risico op zeespiegelstijging op een rij zetten, met meer gezag dan Jos of jij of ik, en al of niet tot de conclusie komen dat die info een sterker mitigatiebeleid rechtvaardigt.

    Ik begrijp niet goed waarom je daar zoveel weerstand tegen hebt. Het lijkt bijna of je bang bent voor de mogelijke uitkomst van zo’n update, maar dat kan ik me ook niet goed voorstellen. Als ik lid zou zijn van de VVD zou ik waarschijnlijk niet voor zo’n update (mogen) zijn, maar als sterk bij klimaatwetenschap betrokken burgers zouden we zo’n update volgens mij moeten toejuichen.

    Is je vrees voor de twijfelbrigade zo groot dat je niet kunt toejuichen wat hun toorn kan wekken? Of waarom zou zo’n update anders zo onwenselijk of zinloos zijn? Vond je het eerste rapport van de Deltacommissie ook onwenselijk of onzinnig? Of vind je dat nog actueel genoeg, ondanks alle zorgwekkende recente publicaties?

  40. Lennart van der Linde

    Jos,
    Ja, het IPCC doet de alomvattende assessments. En het IPCC geeft zelf aan dat de zeespiegelprojecties voor na 2100 waarschijnlijk onderschattingen zijn omdat de bijdrage van Antarctica waarschijnlijk door de modellen onderschat wordt.

    Dan komen nu o.a. Pollard c.s. met een model tot (fors) hogere schattingen lijkt te komen en dan zouden we koste van kost tot een volgende IPCC-ronde moeten wachten om dat te wegen? Dat hebben we in 2008 toch ook niet gedaan? Of was je daar toen ook niet voor?

    Ongetwijfeld zal de twijfelbrigade elk wetenschappelijk onderbouwd rapport als bangmakerij bestempelen, want zij zijn immers als de dood dat de wetenschap serieus genomen gaat worden. Als we daaraan toegeven, kunnen we net zo goed de wetenschap zelf opgeven. Dat lijkt me pas echt averechts.

  41. Lennart,
    Een update van Deltacommissie kan zeker nuttig zijn om de zoveel jaar, daar gaat het niet om. Het lijkt mij dat de Deltacommissie een aanbeveling moet doen over het beleid aangaande onze dijken e.d. en niet of ‘we’ (de mensheid) moeten mitigeren en hoeveel.
    We moeten absoluut mitigeren, zie de IPCC assessments, dat is al vele jaren duidelijk, maar we beginnen er niet aan – de CO2 emissies volgen gewoon RCP8.5 – en dat is mijn grootste zorg.

  42. Hans Custers

    Lennart,

    Ik zou hier mijn reactie van eergisteren (laat) nog een keer kunnen herhalen, want daar geef ik aan waarom die update me nu niet zo nodig lijkt.

    Vervolgens heb ik aangegeven waarom ik jouw argumenten niet overtuigend vind en waarom ik zelfs denk dat het wel eens averechts kan werken. Dat je dat beantwoordt met suggestieve opmerkingen en vragen als: “Het lijkt bijna of je bang bent voor de mogelijke uitkomst van zo’n update“, “Is je vrees voor de twijfelbrigade zo groot dat je niet kunt toejuichen wat hun toorn kan wekken?” en “ Vond je het eerste rapport van de Deltacommissie ook onwenselijk of onzinnig?” vind ik nogal flauw.

    Nieuwe wetenschappelijke inzichten zullen ongetwijfeld in de toekomst aan de orde komen in rapportages die bijvoorbeeld PBL of KNMI regelmatig uitbrengen en de Deltacommissaris zal vast een keer de balans opmaken. Daarmee is de informatievoorziening aan politiek en publiek zeker niet de zwakste schakel bij de ontwikkeling van klimaatbeleid.Integendeel, het zou wel eens de sterkste schakel kunnen zijn. Die schakel nog eens een keer versterken voegt niets toe, is mijn overtuiging. En dus is het zinloos om daar tijd, energie en geld aan te besteden.

  43. Lennart van der Linde

    Jos,
    Ja, de Deltacommissie geeft in eerste instantie advies over verhoging van de dijken etc. Maar er kan een moment komen waarop zulke maatregelen niet meer toereikend of betaalbaar zijn. Ik ben wel benieuwd naar het oordeel van experts over adaptatieopties bij een worst-case van 7m in 2200 i.p.v. de 4m in het rapport van 2008. Als die opties te kostbaar of technisch te complex zouden zijn, dan kan dat een (extra) argument voor meer mitigatie zijn.

  44. Bob Brand

    Hoi Lennart,

    Ik sluit me aan bij wat Hans en Jos hierboven al zeggen, zoals:

    De zeespiegelstijging, oceaanverzuring, toekomstige temperaturen, allemaal redenen om eens een keertje te beginnen met het terugdringen van de CO2 emissies. En juist daar is bar weinig van te merken.

    Het belangrijkste is m.i. om een begin te gaan maken met emissiereductie. Een discussie of de internationaal in verdragen vastgelegde doelstelling van max. +2 ºC boven pre-industrieel bijgesteld zou moeten worden naar max. +1,5 ºC is — naar mijn mening — slechts symboolpolitiek zolang er überhaupt geen effectief beleid is.

    Jim Hansen, Paul Polman (Unilever) en anderen hebben wel een punt dat de bekende 1000 GtC, die in totaal uitgestoten ‘mag’ worden om althans nog 66% kans te maken om onder de +2 ºC te blijven, al knap riskant is:

    The recent Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) assessment concluded that achieving net-zero GHG emissions by 2100 will provide only a 66% chance of limiting global warming to 2°C. The B Team view a 1-in-3 chance of failure as an unreasonable risk scenario carrying significant cost implications, strengthening the business case for achieving net-zero GHG emissions by 2050.

    Of 33% kans op een rampzalige uitkomst een ‘unreasonable risk’ is… is uiteindelijk een subjectieve opvatting (die ik mij zeer wel voor kan stellen). Het is echter een gratuite opvatting zolang er zelfs geen BEGIN van beleid is die het risico tot deze 33% reduceert.

    A journey of a thousand miles begins with a single step.😉

  45. Jos, daar was ik al bang voor. Om de boel te stabiliseren moeten we als een gek bomen aan gaan planten en veel hout gaan gebruiken als materiaal soort. Maar om dat te bereiken moet er nog heel wat gebeuren.

    Helaas heb ik in de afgelopen tijd nog te veel gelezen dat 2°C ons doel is en dat we daar nog tijd voor hebben. Daarmee hebben we de plank ook flink mis geslagen. Het doel had natuurlijk veel lager moeten zijn, als 1,5°C moeilijk lukt dan probeer je 1.6°C of anders 1.7°C te halen en ga zo maar door. Maar om daar een 0.5°C boven te gaan zitten is van de zotte. Wat we ook nu gaan doen, het moet urgentie uitstralen. Een signaal afgeven dat we nog tijd hebben om . . . kan echt niet meer.

  46. Lennart van der Linde

    Hans,
    In die reactie gisteravond zeg je:
    “omdat het niet onaannemelijk is dat er de komende jaren veel meer duidelijk wordt over de ontwikkelingen op Antarctica.”

    Kun je dat toelichten? Waar denk je aan? Er zal best meer duidelijk worden, maar of de onzekerheden op langere termijn al in de komende paar jaar veel kleiner zullen worden, lijkt me toch niet zo waarschijnlijk. Misschien wel in de komende paar decennia, maar dan kan het te laat zijn om zo nodig mitigatiebeleid nog aan te kunnen scherpen. Qua modellen lijken er wel ontwikkelingen die de projecties op langere termijn behoorlijk omhoog kunnen doen gaan. Maar of die modellen ook kloppen, zal pas op langere termijn blijken.

    En prima als een update voor jou niet nodig is. Ik vind je argumenten daarvoor niet zo sterk en vraag daarom om toelichting. Je gaat ook niet echt in op de argumenten die ik aanvoer, behalve met een niet onderbouwde stelling.

    Je stelt dat de informatievoorziening aan politiek en publiek wel eens de sterkste schakel in de ontwikkeling van klimaatbeleid kan zijn. Ik mijn notitie citeer ik Pier Vellinga, die over het PBL-rapport Klimaatbestendig Nederland uit 2012 zegt:
    “Waar ik bezwaar tegen heb is dat men niet verder kijkt dan 2100. Het wordt een erg wishful thinkingrapport door niet verder te kijken… De lijnen zullen daar niet stoppen met stijgen en daarmee zal de problematiek toenemen. Wat er staat is niet helemaal onwaar, maar wel een beetje tendentieus… Ik zeg dagelijks dat het onverantwoord is om ons met zo’n rapport gerust te stellen. Er is wel degelijk iets aan de hand, al duurt het meer dan vijftig jaar voordat mensen dat heel erg gaan voelen. Het gaat hier over mondiale problematiek. Daarom moeten we verder kijken dan Nederland… Als we het Middellandse-zeegebied in de beschouwing meenemen, dan krijg je een ronduit dramatisch rapport. Er is namelijk geen toekomst denkbaar waarin het in Nederland wel goed gaat, als we ook de drastische veranderingen op klimaatgebied in Zuid-Europa in het plaatje meenemen. Natuurlijk heeft dat effect op Nederland! In dit rapport wordt niets gezegd over de wereldwijde invloeden van klimaatverandering die gevolgen hebben voor Nederland. Ik vind dat onvoldoende voorlichting.”

    Ik vind dat nogal forse kritiek, die ik deel. Jij niet?

  47. Lennart van der Linde

    Hoi Bob,

    Een groot deel van politiek en publiek in Nederland en andere landen lijkt te vinden dat er al heel wat gebeurt en dat aanscherping van mitigatiebeleid niet nodig is. Ik ben het met je/jullie eens dat het vastgestelde beleid onvoldoende uitgevoerd wordt. Dat beleid uitvoeren moet inderdaad de eerste stap zijn.

    Tegelijkertijd dient dat beleid echter aangescherpt te worden, zeker als het risico op zeespiegelstijging (fors) groter is dan de Deltacommissie in 2008 nog dacht. Of dat risico fors groter is, zou een update van hun toenmalige rapport duidelijk kunnen maken.

    Dat jullie daar weinig in zien, vind ik moeilijk te begrijpen en lijkt me dan toch een gevolg van minder urgentiegevoel dan mensen als Hansen uitstralen. Hopelijk maken Hansen e.a. zich teveel zorgen, maar ik ben daar nog niet gerust op. Jij wel?

  48. Lennart van der Linde

    Jos, Hans, Bob,

    Nog even over het PBL-rapport Wissels Omzetten. Daarin staat:
    “Met dit signalenrapport wil het PBL de regering en de samenleving prikkelen tot nadenken over het doel en de aard van het milieubeleid in de eenentwintigste eeuw. Op deze manier wil het PBL het maatschappelijk debat stimuleren: een breed maatschappelijk debat over wat we met het milieubeleid willen bereiken, gelet op de in het verleden bereikte resultaten en de uitdagingen waar we nu voor staan. Hoe kan dit beleid zodanig vorm krijgen dat het initiatieven van burgers, bedrijven en overheid stimuleert? Om dit debat te kunnen voeren, is een breed gedeeld en versterkt gevoel van urgentie nodig…
    De Rijksoverheid heeft hierbij een bijzondere rol. Aan de ene kant omdat zij, vanwege het onderwerp – het gevoerde en te voeren milieubeleid – een van de partijen is in het debat. Aan de andere kant omdat zo’n debat op argumenten moet worden gevoerd, en niet op basis van maatschappelijke (machts)posities. Bovendien moet de best beschikbare kennis het debat voeden. Kennis die afkomstig is van wetenschappers én van ervaringsdeskundigen (‘the man on the spot’).”

    Er is dus volgens het PBL een debat op basis van een versterkt gevoel van urgentie nodig en op basis van de best beschikbare kennis. Is IPCC 2013 nog de best beschikbare kennis als het over het risico op zeespiegelstijging gaat? Volgens mij al niet meer, maar blijkbaar is volgens jullie AR5 nog voldoende up-to-date, evenals het Deltacommissie-rapport uit 2008. We zullen zien wat het PBL e.a. in hun komende rapporten ervan vinden.

    En nu ga ik lekker slapen🙂

  49. Bob Brand

    Hoi Lennart,

    Sorry, dit heb ik niet goed verwoord:

    Het is echter een gratuite opvatting zolang er zelfs geen BEGIN van beleid is die het risico tot deze 33% reduceert.

    Uiteraard is het werk van Jim Hansen, Paul Polman en anderen niet ‘gratuit’ aangezien deze heren zich juist inspannen voor veranderingen in beleid en economie om tot een effectieve emissiereductie te komen. Hun opvatting is allerminst ‘gratuite’ aangezien zij er veel werk voor verzetten. Een betere bewoording zou wellicht zijn: “een hypothetische opvatting”.

    Je zegt: “Een groot deel van politiek en publiek in Nederland en andere landen lijkt te vinden dat er al heel wat gebeurt en dat aanscherping van mitigatiebeleid niet nodig is.

    Dat betwijfel ik. In Nederland zijn de CO2-emissies het afgelopen jaar zelfs gestegen en NL bungelt helemaal onderaan de ranglijst met prestaties van Europese landen.

    De EU als geheel ligt op koers voor -20% in 2020, maar dat is allerminst een verdienste van Nederland. Het lijkt me eerder dat de perceptie bij het publiek is dat het veel te langzaam gaat met het realiseren van emissiereductie — het uitspreken van vergaande ambities is dan één ding maar de realisatie blijft daar ver bij achter.

    Mijns inziens schort het dus niet aan ambities (max. +2 ºC) maar aan realisatie. In dat geval moet de focus juist méér liggen op de realisatie.

  50. Lennart van der Linde

    Ha Bob,

    Misschien vindt een meerderheid inderdaad nog wel dat het veel te langzaam gaat met het realiseren van de afgesproken emissiereductie. De vraag is dan waarom dat politiek nog zo weinig gevolgen lijkt te hebben. Het gevoel van urgentie is blijkbaar nog niet zo sterk dat veel mensen dit bovenaan hun prioriteitenlijst hebben staan. En/of de democratie functioneert zo moeizaam dat de minder ambitieuze minderheid uitvoering van het afgesproken beleid nog altijd weet te vertragen. Of de meerderheid is nog niet groot genoeg? Of de twijfelbrigade nog te sterk?

    Hoe dan ook, zoals gezegd: realisatie van het afgesproken beleid dient de eerste stap te zijn, maar tegelijkertijd dient wat mij betreft dat beleid zo snel mogelijk aangescherpt te worden, want de urgentie is groot en een stuk groter dan de meeste mensen lijken te beseffen. Hoeveel mensen weten bijvoorbeeld dat de veranderingen op Antarctica zoveel sneller lijken te gaan dan een paar jaar geleden nog verwacht werd?

    Zolang onvoldoende mensen dat soort dingen weten, zal er waarschijnlijk ook onvoldoende urgentiegevoel ontstaan om tot het mitigatiebeleid te komen dat nodig en mogelijk is om de risico’s veel meer te beperken dan tot dusver gebeurt. Urgenda stelt in de klimaatzaak tegen de Staat dat de overheid haar waarschuwingsplicht richting de bevolking op dit punt verzaakt. Ik ben benieuwd wat de rechtbank daar op 24 juni a.s. van vindt.

  51. Als er iets goed fout gaat dan ligt het meestal nooit aan een ding. Wat mij opviel aan het laatste klimaatdebat in de 2e kamer (wat ik helemaal gevolgd heb) was dat de meeste partijen toch wel overtuigd zijn van de ernst van de situatie. Echt sprake van scherpte is er niet in het debat, er wordt geschermd met het IPCC rapport en met 2°C en daar houd het dan wel mee op. De korte spreektijd die men krijgt is daar ook wel debet aan. Wat de regeringspartijen betreft was het niet best. Halbersma die de 2e spreker was kwam bij mij over als een regelrechte climate denier, het enige wat hij belangrijk vond was energiezekerheid. De PvdA deed helemaal niets en verwees naar het energieakkoord. De PvdA zit wat dat betreft onder de knoet van de VVD. (Sorry dat ik over politiek begin, ik vermijd dat meestal. Maar nu moet het even. Normaal heeft de politiek niets met klimaatwetenschap te maken.) De VVD zit wat dat betreft weer onder de knoet van de PVV die de klimaatverandering helemaal ontkent. En dan zal Shell bij de VVD ook wel een flinke vinger in de pap hebben al zullen ze dat nooit bevestigen. Het CDA was druk bezig met kernenergie. Wat de politiek betreft is er een electorale verschuiving nodig, want zoals het nu loopt gaat het niet lukken.

    Voorts hebben we de media. Daar zit wel enige verbetering in. Het slechte nieuws van Antarctica deze maand was keurig op het NOS journaal. Enkele kranten als Trouw en NRC doen ook hun best. AD weet ik niet. De Volkskrant geeft nog (tenenkrommend) ruimte aan deniers. En de Telegraaf doet helemaal niets.

    De milieuorganisaties vallen mij ook tegen. De peoples climate march in Amsterdam moest zo nodig door Urgenda worden georganiseerd. Voorheen lieten ze ook wel mooie spotjes zien op TV van smerige afvalpijpen en zo, maar een spotje over het klimaat heb ik nog nooit kunnen ontdekken.

    Dan gaan we nog een stap omlaag. De burgers in Nederland, die zeiken meestal over het weer en willen het graag een graadje warmer hebben. De mensen die bezorgd zijn over het klimaat denken over het algemeen dat wat hun doen niet veel uit zal maken en kijken omhoog naar de politiek. Eigen verantwoordelijkheid is in Nederland helaas steeds verder te zoeken.

    Uiteindelijk moet de oplossing toch van onderaf komen, van de burgers. Die moeten we daarom informeren! Hoe we dat vlot moeten trekken weet ik niet precies. Zelf strooi ik rond met mijn brochure http://globalwarmingguide.info/downloads/ en spreek ik mensen gewoon aan. De algehele conclusie is dat mensen slecht geïnformeerd zijn en dat daar verbetering in moet komen.

    Alle oplossingen zijn welkom, want ik geloof niet in of maar in en + en + en.

  52. G.J. Smeets

    Leo,
    ik heb slecht, althans ontnuchterend nieuws voor je. Vijf decennia geleden begon ik kranten en weekbladen te lezen en toen al was ik en iedereen in NL, en elders, op de hoogte van de gevaarlijke implicaties van fossiel stoken. Vijftig jaar geleden! Intussen is de informatie-voorziening daarover gigantisch verbeterd en toegenomen – evenals de omvang van het vraagstuk, trouwens. Mensen zijn m.i. uitstekend geïnformeerd maar de thematiek, die steeds urgenter wordt, heeft simpelweg geen maatschappelijk en politieke prioriteit.
    Ik zeg het zonder cynisme (“net goed, sufferds”) of triomfisme (“ik zei het toch, sufferds!”) maar het enige wat gaat werken is een interventie van de weergoden. Lees: toename van extremen. Rampen, dus. Mensen geloven pas als ze het zien, net als echte wetenschappers.

  53. Goff,
    bedoel je:
    weergoden (werken altijd)
    extreem weergoden (werken zo nu en dan en vaak plaatselijk)
    klimaatgoden (werken gestaag door net onder de waarnemingshorizon)

    Net als jij ken ik het probleem al tientallen jaren. En de laatste vier jaar onderbouwd vanuit de wetenschap. De wetenschap die mij wel verder laat kijken dan de horizon. Dus je laatste vier woorden begrijp ik niet.😉

  54. Het is mooi en aardig al die voorspellingen wat er over 200 jaar of zelfs 500 jaar gaat gebeuren. Maar soms is het verstandig om eens wat rekensommen te maken in het hier en het nu.
    Som 1: 1 Gton = 1 km^3. 160 Gton = 160 km^3 ijs wat er jaarlijks smelt. De totale hoeveelheid ijs op Antarctica bedraagt ca 26 miljoen km^3. Op dir tempo duurt het maar liefts 166250 jaar om al het ijs e laten smelten.
    Som 2 160 km^3 ijs verdeelt over het oppervlakvan de oceanen, ca 362 miljoen km^2 geeft een zeespiegel stijging van slechts 0,4 mm per jaar.
    Simpele rekensommen. Verwijzing; Wikipedia, the free encyclopedia.
    Wetenschappelijke en feitelijke onderbouwing van uw voorspellingen; nihil.
    U houdt u bezig met niet bestaande problemen. Uw probleem waar bemoei ik me mee? Goede vraag. Antwoord: ?

  55. G.J. Smeets

    Hey Pieter,
    die laatste opmerking van je is pootje haken maar ik kan me er wel uitkletsen: ik ben vergeten die vijf decennia te herhalen. Dus het wordt:
    “Mensen geloven pas als ze het zien, net als echte wetenschappers maar dan 50 jaar later.” Ha!

    Ik vermoed trouwens dat die klimaatgoden van jou helemaal niet gestaag doorwerken, ik geloof daar niks van. Die liggen gewoon op hun luie reet zich te vervelen in afwachting van een seintje van mijn weergoden om zich eens uit te rekken. En die onderverdeling in weergoden / extreem-weergoden vind ik ook maar zozo. Weergoden zijn weergoden, ook als ze zich extreem gedragen : )

  56. Hans Custers

    @ Raymond Horstman,

    Kijk nog eens goed naar figuur 1 van dit stuk. Wat zie je dan?

  57. Raymond, je laat helaas alleen een momentopname zien. Daar kan je niet zo veel mee. Misschien kan je de versnelling van de laatste jaren ook nog even door rekenen? Het was je misschien nog niet bekend, maar de afsmelting van Antarctica is nog maar net begonnen.

  58. Bob Brand

    Beste Raymond Horstman,

    Zo, jij wil éérst geheel Antarctica laten smelten om je daarna zorgen te gaan maken? Is dat niet een beetje laat?

    De problemen zijn er namelijk tijdens het versnellende massaverlies van o.a. Antarctica en niet daarna. Zoals het bovenstaande blogstuk onderbouwt is het opvallend dat:

    1) Antarctica nu al massa verliest;
    2) dat dit versnelt;
    3) en dat de glaciologie van vooral West-Antarctica steeds duidelijker laat zien dat het een instabiel gebied is waar het verlies van ‘buttressing ice shelves’ een versnellend massatransport naar zee veroorzaakt.

    Lineair extrapoleren van 160 Gt/j is dan ook grote onzin. Zoals het nu gaat verdubbelt het massaverlies van West-Antarctica iedere 4 jaar:

    http://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0012821X15000564

    Indien (!) deze versnelling constant zou blijven duurt het 346 jaar voordat de West-Antarctic Ice Sheet in z’n geheel in zee is beland — en dan ca. 6 meter aan de zeespiegelstijging heeft bijgedragen. Lees het bovenstaande blogstuk nog maar ‘s.

  59. Beste Leo,
    Er is geen sprake van een versnelling de laatste jaren.
    Volgens de satellietwaarneming is er geen enkele aanwijzing voor het versnellen van het tempo van de zeespiegel. Dit gebeurt op een constant tempo van ca. 3 mm per jaar en dit al vanaf 1993.
    Bron: CU Sea Level Research Group, University of Colorado
    De afsmelting van Antarctica is vermoedelijk al zo oud als het begin van de zeespiegelstijging. Deze is volgens de tidal gauge bijv voor den Helder al minstens vanaf 1860 bezig. En ook deze reeks is volledig constant op een tempo van ca. 2 mm per jaar.
    Bron: The Global Sea Level Observing System
    Er zijn gewoon 2 methoden om de zeespiegel stijging te meten. Tidal gauge de langste tijdreeks en satellietmetingen de korstte reeks. De eerste methode zegt ca. 2mm en constant de andere methode zegt ca 3 mm en constant. Gemiddelde waarde ca. 2,5 mm per jaar en constant. Er is geen sprake van een versnelling. En dit is op zich natuurlijk mooi meegenomen. Er is al genoeg ellende in de wereld.

  60. cRR Kampen

    ” Dit gebeurt op een constant tempo van ca. 3 mm per jaar en dit al vanaf 1993.”
    En de tachtig jaar daarvoor gemiddeld 1.2mm/jaar.
    En op het moment 3.6mm/jaar.
    Dit laatste kan ook weer een beetje dalen, daarvoor zijn dan ergens gigantische overstromingen (van het soort dat een paar jaar geleden bijvoorbeeld een kwart van Pakistan onder water zette).

    Zeespiegelstijging versnelt, natuurlijk, en niet zo’n beetje ook.
    En die WAIS beëindigt Nederland per het einde van deze eeuw. Maak je maar op voor nog heel wat slecht nieuws uit die regio komende jaren.

  61. @Raymond

    “Er is geen sprake van een versnelling de laatste jaren.”

    Zie figuur 4e in het blogstuk, de versnelling in het massaverlies van geheel Antarctica is nu -6 Gt/jaar² over 2004 – juni 2014.
    Zie verder de tabel van Schrama et al die voor de Groenlandse ijskap een versnelling geven van -31 Gt/jaar² over 2003 – 2013:
    https://klimaatverandering.wordpress.com/2015/05/29/whats-up-met-de-ijskap-van-antarctica/#comment-12966
    Daarbij was het zeeniveau lange tijd constant:
    http://www.realclimate.org/images//Kemp_sealevel_20111.png
    Het IPCC geeft een zeespiegelstijging van 1.5 mm/jaar voor 1901-1990 en voor de jaren 1993-2010 is dat 3.2 mm/jaar. Zonder versnelling kom je niet van 1.5 op 3.2.
    En als men rekening houdt met de veranderingen in landhoogte rapporteert inmiddels een onderzoeksgroep een versnelling in de satellietdata:
    “Second, in contrast to the previously reported slowing in the rate during the past two decades, our corrected GMSL data set indicates an acceleration in sea-level rise (independent of the VLM used), which is of opposite sign to previous estimates and comparable to the accelerated loss of ice from Greenland and to recent projections, and larger than the twentieth-century acceleration.
    http://www.carbonbrief.org/blog/2015/05/ice-sheet-melt-is-driving-acceleration-in-sea-level-rise-study-suggests/
    http://www.nature.com/nclimate/journal/v5/n6/full/nclimate2635.html

  62. Larsen C blijkt ook hard achteruit te gaan.
    http://www.the-cryosphere.net/9/1005/2015/tc-9-1005-2015.html

    En nog even een tekende video over onze binnenlandse politiek.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s