Zo veranderen een paar graden de wereld

Een klimaatterugblik vanaf 2017

Een jaartje meer of minder telt op klimaatschalen eigenlijk niet, we nemen niet voor niets een gemiddelde van 30 jaar als we over het klimaat spreken. Toch is het interessant om zo nu en dan eens terug te blikken en daarbij wat plaatjes in de vorm van grafieken te bekijken. Een soort klimaatterugblikstrip.

Mondiaal gemiddelde temperatuur

Allereerst de temperatuur. Het zal de meesten niet ontgaan zijn: de gemiddelde temperatuur op aarde scoorde in 2016 weer eens een record, voor de derde keer op een rij maar liefst. Ook de satellietwaarnemingen, die de temperatuur van hogere luchtlagen representeren, rapporteerden records. De grafiek hieronder van drie oppervlakte-temperatuurdatasets laat zien dat het (volgens de langetermijntrend) inmiddels circa 1 graad warmer is op aarde dan rond het einde van de 19e eeuw. Duidelijk is ook dat sinds circa 1970 de temperatuurstijging op de klimaatschaal van 30 jaar onverminderd doorgaat.


Noordpoolgebied

De opwarming die optreedt, is niet gelijkmatig verdeeld over de aarde. Het Noordpoolgebied warmt het snelste op, iets dat lang geleden al voorspeld was door bijvoorbeeld de eerste klimaatmodellen (Manabe en Wetherald in 1975). 2016 was qua temperatuur een bijzonder jaar voor het Arctische gebied, afgelopen november was het daar zelfs een tijdje 20 graden warmer dan normaal. Volgens data van NASA was het in het Noordpoolgebied over het hele jaar 2016 gemiddeld maar liefst 4 graden warmer dan circa 120 jaar geleden.

Klimaatmodellen

Klimaatmodellen hebben de mondiale opwarming die we nu zien ook voorspeld. De zogenaamde klimaatsceptici spreken vaak over “niet-kloppende modellen”, maar klopt dat “niet-kloppend” wel?  Onderstaande grafiek is een update van figuur 10.1 uit het laatste IPCC rapport, gemaakt door klimaatwetenschapper Gareth Jones met daarin de gegevens tot en met 2016 (observaties in zwart, modelberekeningen in oranje). Dat “klopt” vrij aardig lijkt mij. Bedenk daarbij dat bij de korte termijn variatie (de ups en downs van jaar tot jaar) toeval een grote rol speelt, bijvoorbeeld de timing van het optreden van een El Niño. Een tweede kanttekening is het feit dat de klimaatmodellen na 2005 o.a. werken met prognoses van veranderingen in de CO2-concentratie, vulkaanuitbarstingen en de zonneactiviteit. Wetenschappers hebben echter vastgesteld dat vooral die laatste twee zich echter niet aan deze prognoses hebben gehouden en meer afkoelend hebben gewerkt. In onderstaande grafiek is dat eveneens niet verwerkt.
Klimaatmodellen kunnen iets zeggen over de gemiddelde klimaatverandering en de bandbreedte (de oranje banden) zegt iets over de grenzen waarbinnen de korte termijn variatie met een bepaalde waarschijnlijkheid zal blijven. Met de tijd neemt uiteraard ook de onzekerheid van de prognose toe en die zit ook in de oranje banden.

CO2-concentratie

De toename van de temperatuur op aarde is voornamelijk een gevolg van een versterking van het broeikaseffect, grotendeels veroorzaakt door de toename van de CO2-concentratie in de atmosfeer. Deze stijging van de CO2-concentratie wordt op zijn beurt weer veroorzaakt door ons verbruik van fossiele brandstoffen. 2016 was het eerste jaar in het bestaan van de mensheid waarin het maandgemiddelde van de CO2-concentratie in de atmosfeer steeds boven de 400 ppm (het aantal deeltjes per miljoen) lag.

Zeespiegelstijging

Opwarming  leidt tot zichtbare en meetbare veranderingen op aarde en in de oceanen. Een daarvan is de stijging van de zeespiegel, deze was over de afgelopen 24 jaar circa 3,3 mm/jaar. De grafiek hieronder is van Aviso en betreft metingen uitgevoerd met satellieten.

Een belangrijke oorzaak van de zeespiegelstijging is de thermische uitzetting van het zeewater doordat de temperatuur van het water stijgt. Andere belangrijke bijdragen aan de stijging van het zeeniveau leveren het smelten van de gletsjers op het land en van de grote ijskappen van Groenland en Antarctica. Ook aan deze zaken hebben wetenschappers metingen verricht zoals zichtbaar is in de volgende 3 grafieken. De bovenste  geeft het totale massaverlies van alle gletsjers op aarde weer (omgerekend naar mm water), de middelste grafiek het massaverlies van Antarctica en de onderste het massaverlies van Groenland. De afname van het ijs op Antarctica en Groenland wordt weergegeven in Gigaton, 1 Gigaton is 1 miljard ton. Groenland verloor over 2002 – 2016 maar liefst circa 3500 miljard ton aan ijs.

Sneeuwbedekking

Buiten een afname van de hoeveelheid ijs op de ijskappen en het krimpen van de gletsjers heeft de opwarming van de aarde ook een effect op de sneeuwbedekking. Vooral in de lente- en zomermaanden neemt de sneeuwbedekking af. In de herfst- en wintermaanden neemt die echter toe, zoals de volgende grafiek gebaseerd op data van Rutgers University laat zien (data over het noordelijk halfrond vanaf 1966 t/m dec. 2016). Als het warmer wordt, neemt de hoeveelheid vocht in de atmosfeer toe en dat komt in de warmere maanden als regen naar beneden, maar in de wintermaanden als sneeuw. Het totale gemiddelde oppervlak per jaar bedekt met sneeuw op het noordelijk halfrond neemt echter af.

Zee-ijs

Het oppervlak aan zee-ijs in het Arctische gebied neemt al decennia lang af, met de nodige ups en downs door natuurlijke variatie. In september bereikt dit ijsoppervlak zijn minimum en dit septemberminimum daalt sinds 1979 met 13,3% per decennium. Rond Antarctica is het ijsoppervlak jarenlang een beetje toegenomen, maar niet zo snel als het in het Noordpoolgebied afnam. Vorig jaar was de zomerse afname rond Antarctica echter een stuk sterker dan gemiddeld. Dat leverde een interessante grafiek op van het verloop van het totale oppervlak aan zee-ijs op de wereld, na september 2016 was dit totale zee-ijsoppervlak veel lager dan in alle andere voorgaande jaren.

Warmte inhoud van de oceanen

Verreweg het grootste gedeelte van alle extra energie, circa 90%, die op aarde achterblijft als gevolg van het versterkte broeikaseffect verdwijnt in onze oceanen. Deze opgeslagen energie wordt door klimaatwetenschappers aangeduid als de warmte-inhoud  van de oceanen. De grafiek hieronder, gebaseerd op data van het Amerikaanse NOAA, geeft de verandering in de gemiddelde warmte-inhoud over 5 jaar weer, gemeten over een oceaandiepte tot 2000 meter. Volgens de website SkepticalScience komt de toename van de warmte-inhoud van de oceanen sinds 1998 ongeveer overeen met de energie die vrijkomt bij het ontploffen van 4 Hiroshima-atoombommen per seconde.

Oceaanverzuring

Niet alleen de warmte-inhoud en het watervolume van de oceanen verandert door ons toedoen, maar ook de chemie. Van al het CO2 dat wij mensen produceren blijft ongeveer 50% in de atmosfeer achter, ongeveer een kwart wordt opgenomen door het land (de planten en bomen), wat leidt tot een meetbare vergroening. Het resterende kwart wordt opgenomen door het zeewater en dat zorgt ervoor dat de oceanen verzuren. De term “verzuren” geeft hier de richting van de verandering aan, want de oceanen zijn niet zuur maar licht basisch. Het verzuren van de oceanen heeft over het algemeen een negatieve invloed op veel zeeleven, zoals bijvoorbeeld koralen. De volgende grafiek bevat metingen aan de zuurgraad (pH) van de oceanen in de buurt van Hawaii en laat zien dat deze pH gestaag daalt.

De toekomst

En wat zal de toekomst brengen? Dat hangt van ons af, namelijk hoeveel broeikasgassen wij met z’n allen nog zullen produceren. De laatste grafiek in dit stuk geeft een prognose (afkomstig uit het laatste IPCC rapport) tot het jaar 2100, waarbij de pre-industriële temperatuur rond de -1°C ligt t.o.v. de gekozen referentieperiode. RCP8.5 is een scenario waarbij we niets doen aan het verminderen van onze broeikasgasemissies en RCP2.6 is een scenario waarbij de broeikasgasemissies met een hoog tempo naar nul worden teruggebracht. Ter vergelijking: Tijdens de laatste ijstijd was de gemiddelde temperatuur op aarde ongeveer 3 tot 5 graden kouder dan nu. Een paar graden meer of minder kan het aangezicht van onze planeet dus flink veranderen.

Dit blogstuk is eerder gepubliceerd op OneWorld.nl. De mooie titel die zij hadden verzonnen heb ik overgenomen.

Advertisements

36 Reacties op “Zo veranderen een paar graden de wereld

  1. Zeer bedankt Jos.
    Dit bericht zullen proberen te begrijpen, inlijsten en waar we kunnen uitdelen.
    Het aantal stijgende grafieken is in balans met het aantal dalende grafieken.
    De boodschap is dus niet complex. Is super duidelijk.

    Kunnen we nu (verder) gaan werken aan de oplossing?

  2. Sorry, er ging iets fout.

    Ik wil je ook bedanken voor de bijvangst. Regelmatig kan ik als machinist genieten van een uniek schouwspel, door je link kwam ik bij: https://www.oneworld.nl/groen/natuur/dood-voor-de-zeearend

    Mijn ergernis over een besluit in Flevoland was al zo gegroeid dat ik voor het eerst in mijn leven een reactie stuurde naar een landelijk dagblad. (niet geplaatst)

  3. Timo de Vries

    De dagelijkse ververste grafiek van zeeijs dat steeds sneller volume verliest is ook weinig geruststellend: https://sites.google.com/site/arctischepinguin/home/sea-ice-extent-area/grf/nsidc_global_area_byyear_b.png

  4. Zeer mooie en heldere samenvatting Jos! Bedankt!

  5. Frits van Dalen

    @ Jos

    “Onderstaande grafiek is een update van figuur 10.1 uit het laatste IPCC rapport, gemaakt door klimaatwetenschapper Gareth Jones met daarin de gegevens tot en met 2016 (observaties in zwart, modelberekeningen in oranje).”

    Mooie grafiek Jos. Maar ben je “vergeten” dat jouw mooie zwarte lijntje na het hoogtepunt waar je het laat stoppen (volledig bepaald door de El Niño) inmiddels al weer ruim 1 °C is gedaald en het oranje gebied aan de onderzijde heeft verlaten?
    Misschien kun je een actualisatie van de grafiek maken, want nu lijkt het wel erg veel op “cherry-picking”.
    Zoals uit recente berichtgeving blijkt, is de hiatus nog gewoon intact. Zie:

    http://www.thegwpf.com/data-deflection-and-the-pause/

  6. @Frits van Dalen

    Nee hoor Frits, ik ben niets vergeten. De grafiek betreft jaardata en niet maanddata. Er is nog geen gemiddelde beschikbaar voor 2017, daar zal je nog circa 11 maanden op moeten wachten. Pas dan kan de grafiek geactualiseerd worden.
    Je bent appels met peren aan het vergelijken als je maanddata (met veel meer ruis) zou vergelijken met de jaardata van de klimaatmodellen. Iets zegt me dat jou dat niet zal tegenhouden om weer met dat soort rare grafieken te zwaaien. Doe dat AUB niet hier.
    En de temperatuurstijging op basis van de trend sinds begin 1998 (19 jaar) is circa 0,3 graden Celsius (zie de eerste grafiek): een hiatus waarin het duidelijk warmer is geworden.

  7. Frits van Dalen verwijst naar een stuk van David Whitehouse die ons vraagt de “Mark I eyeball” (aan het einde) te gebruiken. Raadt maar eens waarom hij er geen trendlijn in heeft getekend (hint: trend is 0.133, statistisch significant verschillend van nul).

    Ook is er al een rebuttal voor een ander figuur in dat GWPF verhaaltje gemaakt:
    https://andthentheresphysics.wordpress.com/2017/02/12/guest-post-on-baselines-and-buoys/

    Ik betwijfel dat Frits van Dalen begrijpt hoe erg hij wordt misleid door David Whitehouse and the GWPF, maar misschien zijn er anderen hier die dachten dat Whitehouse een punt had. Niet dus.

  8. Frits van Dalen

    @ Jos Hagelaars

    Jos, formeel heb je volkomen gelijk. Toch is het erg flauw om de grafiek op deze wijze te presenteren (ik zie overigens veel “klimaatwetenschappers” op dezelfde misleidende wijze handelen).
    Iedereen weet dat de extreme El Niño van 2015-2016 (de sterkste in 60 jaar) het beeld van de lange termijn temperatuurontwikkeling verstoort. Het is dan ook vreemd om 2016 zo in de temperatuurgrafiek op te nemen en je vervolgens op de borst te kloppen omdat “de modellen dus goed zijn”. De lange termijn temperatuur ligt al meer dan 10 jaar buiten de onderzijde van het oranje gebied in je grafiek en dit zal ook in 2017 weer het geval zijn.
    De hiatus blijft dus intact. En dit betekent niet dat er helemaal geen temperatuurstijging is, maar wel dat de trend de laatste 20 jaar veel lager is dan in de decennia daarvoor (trend is nu 0,11 °C per decade).

  9. Beste Frits van Dalen,

    Toch is het erg flauw om de grafiek op deze wijze te presenteren (ik zie overigens veel “klimaatwetenschappers” op dezelfde misleidende wijze handelen).

    Nee, onzin. De grafiek toont jaartemperaturen, zo ook de lijntjes voor HadCRUT4, GISTEMP en NOAA. Die zijn actueel want lopen t/m december 2016. Aangezien het de (gemiddelde) jaartemperaturen zijn, zijn de maandelijkse uitschieters naar boven EN naar beneden al uitgemiddeld.

    De januari 2017 data zijn er nu nog niet eens… alsof die ene maand dan een substantieel verschil zou maken.

    Dat de maandelijkse UAH satelliet-temperaturen in een maand met bijna 1 °C kunnen dalen — bij een overgang van El Niño naar La Niña, zoals nu — is weinig bijzonder en zegt niets over de lange-termijn trend.

    Het klimaat is nou juist gedefinieerd als de lange-termijn trend in mondiale temperaturen, in principe over een periode van minimaal 30 jaar. Die zie je in de grafiek aangegeven met “Smooth 30 jaar”:

    Daar is geen sprake van een ‘hiatus’. De ‘Smooth 30 jaar’ curve is ook sinds de El Niño van 1998 sterk gestegen.

    …volledig bepaald door de El Niño …

    Onzin. Het jaar 1998 was bijvoorbeeld ook een El Niño jaar en zelfs beduidend sterker dan 2016.

    Desondanks zie je in de grafiek dat de jaartemperatuur over 2016 véél hoger ligt dan die over 1998, terwijl de El Niño van 2016 juist zwakker was. In HadCRUT4 is het afgelopen jaar +0,40 °C warmer dan het El Niño jaar 1998:

    https://crudata.uea.ac.uk/cru/data/temperature/

    Dat in individuele maanden de temperatuur sterker fluctueert verandert niets aan de getoonde lange-termijn trend, de zwarte curve.

  10. “Ik betwijfel dat Frits van Dalen begrijpt hoe erg hij wordt misleid door David Whitehouse and the GWPF”
    Zucht. Van Dalen is misleider mss wel voor die GWPF.

    “Doe dat AUB niet hier.”
    Zucht. U weet wel waarom.

    Waarom die revisionisten constant in beschrerming nemen? Ze hebben nu alweer duizenden vleermuizen in New South Wales gedood.

  11. Jos,
    je overzicht eindigt met
    “En wat zal de toekomst brengen? Dat hangt van ons af, namelijk hoeveel broeikasgassen wij met z’n allen nog zullen produceren.”

    De hoeveelheid CO2 neemt voorlopig nog wel effe toe, zoals we allemaal weten (zelfs als de kersverse USA president zou meewerken – wat hij vooralsnog niet van plan is). En opgeteld met wat er al in de pijplijn zit komt dat onafwendbaar uit op +2º als ik me niet vergis. En intussen maar hopen dat door de opwarming niet teveel methaan vanonder de kwakkelende permafrost op het noordelijk vrij komt.

    Wat ik eigenlijk wil zeggen is dat je overzicht iets buiten beschouwing laat dat m.i. wel relevant is. Namelijk dat +1ºC waarop we nu al zitten niet alleen zorgt voor een opwaartse trend in globale weersextremen maar bovendien voor drastische verschuiving in de klimaatdynamiek. Zoals op het noordelijk halfrond: het stuck pattern syndroom waarop Remko Kampen wees in Open Discussie februari 10, 2017 om 13:59 |
    Anders gezegd: kennelijk is 1ºC al voldoende om de dynamiek in de habitat te veranderen. Analogie: 1ºC meer of minder is het verschil tussen normaal / koorts.

  12. Goff,
    Zeker is het overzicht niet compleet, bijv. de toename van de hoeveelheid vocht in de atmosfeer, veranderingen in de biosfeer of weersextremen zitten er niet in. Lastiger om in grafieken te vangen en de toegang tot die datasets is voor de leek sowieso lastig. Als we wat interessants tegenkomen in de wetenschappelijke literatuur besteden we er wellicht aandacht aan, zie bijv. het stuk over extreme regenval.

  13. Erik de Haan

    Hoi Jos,

    Mooie samenvatting van de stand van zaken. Inmiddels is januari binnen bij NASA en NOAA en het blijft erg warm, ook in ENSO neutrale omstandigheden (of zelfs in de naijling van een kleine La Nina).

    Waar ik wel mee zit, dit zijn allemaal globale gegevens, voor adaptatie gaat het om de lokale/regionale effecten. En dan leveren de klimaatmodellen nog steeds niet de informatie die je eigenlijk nodig hebt.

    Zo werd ik getriggerd door deze nieuwe publicatie in Nature Communications ” Abrupt cooling over the North Atlantic in modern climate models” (15 /2/2017, open acces, auteurs o.a. Sybren Drijfhout KNMI). Artikel gaat over mogelijke een snelle afkoeling in het gebied van de Subpolar North Atlantic (dus niet een totale shutdown van de AMOC). Na selectie van modellen die huidige stratificatie in het gebied goed weergeven komt men op een kans van 45,5% van een convection collapse in het gebied met forse temperatuurdaling als gevolg.

    Mocht zo’n effect zich voordoen, dan geeft dat voor Nederland een ander beeld dan de huidige KNMI14-scenario’s (veel minder hoge temperaturen en waarschijnlijk gevolgen voor neerslag; artikel zegt over dat laatste helaas niets). Ik moet het doen met : “Thus, due to systematic model biases, the CMIP5 ensemble as a whole underestimates the chance of future abrupt
    SPG cooling, entailing crucial implications for observation and adaptation policy”. Als beleidsmaker wil je eigenlijk toch wel wat meer toelichting, dan een conclusie dat het gevolgen heeft voor je beleid.

  14. Dag Erik,

    Over vertraging van de AMOC en de ‘cold spot’ in de noordelijke Atlantische oceaan heeft Hans Custers onlangs een blogstuk geschreven:

    https://klimaatverandering.wordpress.com/2016/10/21/een-koude-vlek-en-een-vertragende-stroming-wat-is-er-aan-de-hand-in-de-noordelijke-atlantische-oceaan/

    De nieuwe publicatie die je aanhaalt, geeft aan dat 45.5% van de klimaatmodellen die de waargenomen ‘cold spot’ het beste kunnen simuleren, een verdere abrupte afkoeling van dat gebied in de noordelijke Atlantic laten zien:

    Uncertainty in projections is associated with the models’ varying capability in simulating the present-day SPG stratification, whose realistic reproduction appears a necessary condition for the onset of a convection collapse. This event occurs in 45.5% of the 11 models best able to simulate the observed SPG stratification. Thus, due to systematic model biases, the CMIP5 ensemble as a whole underestimates the chance of future abrupt SPG cooling, entailing crucial implications for observation and adaptation policy.

    Met andere woorden: de modelsimulaties uit het IPCC AR5 rapport (2013) zouden de kans op een dergelijke ‘collapse’ van de lokale convectie onderschatten:

    http://www.nature.com/articles/ncomms14375

    Je hebt gelijk dat dit de aanpassingsmaatregelen in onze regio’s onzekerder zou maken. Enerzijds zou er (volgens deze studie) een 55.5% kans op verdere snelle opwarming in West-Europa bestaan… maar ook 45,5% dat dit ’tipping point’ juist ‘omflipt’ naar een sterke afkoeling in de noordelijke Atlantische oceaan.

    Toegenomen onzekerheden vergroten juist het risicoprofiel.

  15. Even een vraagje. Zijn er binnen de klimaatwetenschappen werkelijk nog onderzoekers die twijfelen of de toename van CO2 in de atmosfeer antropogeen is dat wil zeggen door toedoen van de mens? Binnen de blogsfeer zal dit een onuitroeibaar verhaal blijven. Ik ben bezig met een poging om aan te te tonen dat de emissies van CO2 in gewichtstonnen voldoende zijn om te toename van CO2 in volume eenheden te verklaren. Daarbij gebruik ik het begrip molair volume. Kan dit überhaupt werken. De uitkomst van mijn berekening lijkt te kloppen. Voor 2013 krijg ik een toename van 4,89 ppmv. Het komt in de buurt maar soms heb je gewoon geluk en ben je “”Right for all the wrong reasons””. Weet u of deze methode kan werken en hoe dit gewoonlijk wordt vastgesteld?

  16. Nee, Raymond, daarover is geen twijfel meer in de klimaatwetenschappen. Je zegt verder:

    Daarbij gebruik ik het begrip molair volume. Kan dit überhaupt werken. De uitkomst van mijn berekening lijkt te kloppen. Voor 2013 krijg ik een toename van 4,89 ppmv.

    Ja, dat zou kunnen. Dat zijn namelijk de hedendaagse BRUTO menselijke emissies per jaar. Vervolgens wordt er na het uitstoten ruim 50% door de biosfeer op land en door de oceaan (extra) opgenomen, waardoor er een NETTO toename resteert van ruim 2 ppmv per jaar (in sommige El Nino jaren nog meer). Lees bijvoorbeeld:

    https://klimaatverandering.wordpress.com/2014/04/16/toekomstige-co2-concentraties/

    Uit een eerder blogstuk:

    De stijging van de CO2 concentratie

    Er is maar één oorzaak van de toename van de CO2 concentratie in de atmosfeer na 1880 en dat zijn wij mensen. Bij het verstoken van fossiele brandstoffen zoals olie, kolen en gas, die gedurende miljoenen jaren in de aardkorst zijn ontstaan uit planten-, bomen- en algenresten, ontstaat CO2. In 2013 zijn de menselijke CO2 emissies zelfs opgelopen tot zo’n 36 Gigaton CO2 oftewel 36.000 miljard kg CO2. Gelukkig wordt ongeveer de helft daarvan weer opgenomen door de oceanen (wat dan wel weer tot verzuring van die oceanen leidt) en het land (de groei van bomen en planten), het restant zal echter pas in de loop van vele tienduizenden jaren langzaam uit de atmosfeer verdwijnen.

    Het bewijs voor de herkomst van dat extra CO2 in de atmosfeer volgt onder meer uit de boekhouding van het gebruik van olie, kolen en gas. Een ander bewijs volgt uit de afname van de zuurstofconcentratie (O2) in de atmosfeer (bij verbranden wordt zuurstof verbruikt) dat gelijk opgaat met de stijging van de CO2 concentratie. Daarnaast kan men via zogenaamd isotopenonderzoek aan het ‘soort koolstofatomen’ in CO2 als het ware de vingerafdruk van de fossiele brandstoffen terugvinden in de CO2 moleculen die in de atmosfeer aanwezig zijn. De meest voorkomende isotopen van koolstof zijn C13 en C12 en in de fossiele brandstoffen zitten naar verhouding meer C12-koolstofatomen dan in de CO2 moleculen die van nature in de atmosfeer voorkomen. Je zou dus verwachten dat door het verbanden van olie, kolen en gas de verhouding C13-koolstofatomen/C12-koolstofatomen in de atmosfeer zal afnemen en precies dat is wat men ook heeft gemeten (meer info hier). Zie figuur 3.

    Figuur 3: (a) De verandering in de CO2 concentratie vanaf 1958. (b) De verandering in de zuurstofconcentratie vanaf 1991. (c) De verandering in de C13/C12 koolstofisotopenverhouding van CO2 vanaf circa 1980. De drie-letterige woorden zijn indicaties voor de meetstations. Gebaseerd op figuur 6.3. van het IPCC AR5 rapport.

    Zie ook:

    https://skepticalscience.com/anthrocarbon-brief.html

    http://www.realclimate.org/index.php/archives/2004/12/how-do-we-know-that-recent-cosub2sub-increases-are-due-to-human-activities-updated/

  17. Raymond, sta me toe aan Bob’s antwoord toe te voegen dat er vrijwel geen enkel wetenschappelijk veld is waar je niet een paar wetenschappers kunt vinden in de extreme marge. Er zijn dus wetenschappers die daadwerkelijk ontkennen dat de CO2 toename anthropogeen is, en die daar zelfs artikelen over kunnen publiceren (meest bekend is Ole Humlum).

    Soms ziet de analyse er nog geloofwaardig uit ook (zoals bij Humlum, of Murry Salby). Totdat echte skeptici er naar gaan kijken, en dan valt het al gauw uit elkaar.

  18. Jos, je zou nog kunnen toevoegen dat de sterke en langdurige klimaatopwarming begin 20e eeuw – prominent zichtbaar in de grafiekjes ‘mondiaal’ en ‘noordpoolgebied’ – overwegend een natuurlijke oorzaak heeft. Je ‘1 ᵒC opwarming sinds eind 19e eeuw’ krijgt dan een ietwat realistischer lading.

    De meest prangende vraag is echter: in hoeverre heeft die klimaatopwarming geleid tot een ‘veranderde wereld’ in termen van droogte, overstroming, waterschaarste, extreem weer, degradatie ecosystemen, etc? Dan blijkt dat zulks niet of nauwelijks aantoonbaar is. En dat terwijl we al op de helft zitten van de ‘gevaarlijk geachte’ opwarming. Nou zal Hans wel zeggen ‘afwezigheid van bewijs is niet hetzelfde als bewijs van afwezigheid’, maar hoe lang is dat nog vol te houden?

    Onder het thema ‘veranderde wereld’ had je ook het vergroeningsplaatje kunnen opnemen:

    In hoeverre draagt deze vergroening bij aan de ‘resilience’ tegen droogte, overstroming en waterschaarste? Iets wat in IPCC’s risicobeoordeling geen aandacht krijgt.

  19. Hallo Marco,

    Er zijn dus wetenschappers die daadwerkelijk ontkennen dat de CO2 toename anthropogeen is, en die daar zelfs artikelen over kunnen publiceren (meest bekend is Ole Humlum).

    Ja, eens. Er zijn doodenkele uitzonderingen die proberen te ontkennen dat de stijging van de CO2-concentratie antropogeen is.

    Je noemde Murry Salby. Dat is een helaas zeer triest voorbeeld doordat hij in zijn latere carrière steeds vaker in aanvaring kwam met degenen die zijn wetenschappelijk onderzoek betaalden: de National Science Foundation (NSF). Dat begon zo rond 2003:

    https://en.wikipedia.org/wiki/Murry_Salby#University_of_Colorado_and_National_Science_Foundation_controversy

    Daarna (!) heeft Salby geprobeerd een hypothese te verspreiden dat de CO2-toename niet antropogeen zou zijn. Vervolgens probeerde Salby te suggereren dat hij daarom ‘gediscrimineerd’ zou worden door de NSF en door zijn eigen universiteit — in werkelijkheid ging het over het zoekraken en misbruik van onderzoeksgelden al sinds 2003:

    In 2005, the National Science Foundation opened an investigation into Salby’s federal funding arrangements and found that he had displayed “a pattern of deception [and] a lack of integrity” in his handling of federal grant money.

    Vervolgens is Salby hiervoor veroordeeld door de rechter en ontvluchtte hij de VS naar de Macquarie University in Australië, die niet wisten van deze veroordeling en hem een baan hadden aangeboden. Ook dat is misgegaan en hij is ook daar veroordeeld:

    https://en.wikipedia.org/wiki/Murry_Salby#Macquarie_University_controversy_and_court_case

    Het is onmogelijk om in de hersenpan van Salby te kijken, maar het wekt de indruk dat hij zijn ‘hypothese’ pas achteraf verzon om zichzelf als het slachtoffer van een heksenjacht te willen profileren… terwijl het in werkelijkheid ging over de verduistering van onderzoeksgelden al sinds 2003.

  20. Bob, Salby is noch in de VS noch in Australië veroordeeld door een rechter. In de VS heeft de NSF hem in de ban gezet voor een paar jaar, maar daar komt geen rechter aan te pas. In Australië werd zijn klacht over zijn ontslag door de rechter afgewezen. Dat is ook geen veroordeling.

    Je laatste paragraaf geloof ik ook niet echt. Ik heb te veel voorbeelden gezien van mensen die de regels buigen tot ze barsten omdat ze overtuigd zijn dat ze gelijk hebben. Ik denk dat Salby zichzelf heeft overtuigd van zijn eigen idee over de CO2 veranderingen, onafhankelijk van zijn problemen in de VS (hoewel beide ongetwijfeld voortkomen uit zijn persoonlijkheid).

  21. Hans Custers

    je zou nog kunnen toevoegen dat de sterke en langdurige klimaatopwarming begin 20e eeuw – prominent zichtbaar in de grafiekjes ‘mondiaal’ en ‘noordpoolgebied’ – overwegend een natuurlijke oorzaak heeft. Je ‘1 ᵒC opwarming sinds eind 19e eeuw’ krijgt dan een ietwat realistischer lading.

    Wederom ga je hier voorbij aan de basale kllmaatwetenschappelijke logica. Dit is namelijk een variatie op jouw vaker gehanteerde theorieën over éénrichtingsoscillaties. Die bestaan niet. Zonder een structurele verandering in de stralingsbalans zijn er periodes van opwarming, afgewisseld met periodes van afkoeling. Het resultaat op lange termijn: een stabiel klimaat. Bij een geforceerde klimaatverandering verdwijnen die natuurlijke schommelingen niet, maar zien we gewoon periodes van meer en van minder snelle opwarming, of misschien zelfs wel een beetje afkoeling.

    Met andere woorden: dat de opwarming aan het begin van de 20e eeuw (deels) een natuurlijke oorzaak had, hoeft absoluut niet te betekenen dat het temperatuurverschil tussen nu en eind 19e eeuw ook deels natuurlijk is. Het temperatuurverschil op lange termijn wordt namelijk veroorzaakt door forceringen en niet door multidecale oscillaties.

    De meest prangende vraag is echter: in hoeverre heeft die klimaatopwarming geleid tot een ‘veranderde wereld’ in termen van droogte, overstroming, waterschaarste, extreem weer, degradatie ecosystemen, etc? Dan blijkt dat zulks niet of nauwelijks aantoonbaar is.

    Wat vooral blijkt is dat het meer een meer aantoonbaar wordt. Zie bijvoorbeeld de jaarlijkse rapportages van BAMS over attributie van extreme gebeurtenissen. De wetenschap is op dit gebied volop in ontwikkeling.

    Nou zal Hans wel zeggen ‘afwezigheid van bewijs is niet hetzelfde als bewijs van afwezigheid’, maar hoe lang is dat nog vol te houden?

    Wel goed dat je zelf beseft dat je een drogreden hanteert. De vraag is wel waarom je er dan toch weer mee aan komt zetten. En laten we vooral hopen dat het nog even duurt tot de bewijzen voor de invloed van klimaatverandering overal onomstotelijk voor het oprapen liggen. Als dat nu al het geval zou zijn, zou dat namelijk hoogstwaarschijnlijk betekenen dat de wetenschap de risico’s van 1,5°C of 2°C opwarming flink onderschat. Zoals je ook al herhaaldelijk is uitgelegd.

    In hoeverre draagt deze vergroening bij aan de ‘resilience’ tegen droogte, overstroming en waterschaarste?

    Dat is inderdaad de vraag. Die niet zo makkelijk te beantwoorden is. Wat wel duidelijk is, is dat het idee dat groener per definitie beter is, een nogal belachelijke versimpeling is van de wetenschappelijke kennis hierover. Dergelijke simplistische nonsens zul je dus inderdaad niet aantreffen in de IPCC-rapporten. Bij mijn weten komt de echte wetenschap hierover wel degelijk aan de orde.

    (Disclaimer: ik ontken niet dat vergroening op sommige plekken op aarde positieve gevolgen kan hebben. Maar op andere plekken kunnen de gevolgen juist nadelig zijn. De meeste deskundigen op dit vlak zijn het er overigens over eens dat mogelijk positieve gevolgen zelden of nooit op zullen wegen tegen de schadelijke gevolgen van klimaatverandering, als die doorgaat.)

  22. Nog even iets over de klimaatgevoeligheid van CO2. Als je de CO2-emissie neemt per ppm per jaar dan krijg je een heel breed betrouwbaarheidsinterval op 95%. Als je het gemiddelde neemt +/- 1 x de standaardafwijking kun je niet eens zeggen of het nu warmer of kouder gaat worden. Mijn getallen zijn dan een interval tussen -0.037 °C per jaar per ppm en 0,043 °C per jaar per ppm. Je weet uiteraard dat het over de periode 1959 – 2016 warmer is geworden. Maar uit het 95% betrouwbaarheidsinterval kun je dat niet vaststellen. Maakt dit projecties naar de toekomst niet heel erg veel natte vinger werk. Nogmaals ter verduidelijk ik denk dat de theorie dat CO2-emissies tot opwarming leidt op zich heel plausibel is. CO2 is ook volgens mijn eigen onderzoek beslist een broeikasgas.

  23. Hans Custers

    Raymond,

    CO2-emissies zijn onmogelijk uit te drukken in ppm of ppm per jaar. Alleen concentraties kun je uitdrukken in ppm.

    Ik kan niet echt een touw vastknopen aan je verhaal, maar ik krijg de indruk dat je een verband probeert te vinden tussen de CO2-emissie in een specifiek jaar en de verandering van de temperatuur in datzelfde jaar. Dat is een nonsens-exercitie. Op korte termijn wordt het temperatuurverloop maar in zeer beperkte mate bepaald door CO2-emissies, maar veel meer door factoren zoals ENSO en vulkanisme. Het effect van menselijke broeikasgasemissies zie je juist op lange termijn. Je moet dus niet inzoomen op korte-termijn-variabiliteit om het effect van CO2 te zien, maar juist het tegengestelde doen.

  24. Hans,
    Wat beschouw je als lange termijn?

  25. Hi Marco,

    De Inspector General van de National Science Foundation heeft in 2009 wel degelijk Murry Salby veroordeeld, zie het rapport:

    https://web.archive.org/web/20130713105326/http://www.nsf.gov/oig/search/I06090025.pdf

    Dat was inderdaad toen niet de rechter, maar de Inspector General is wel de hoogste juridische autoriteit op dit terrein. Op pagina 4 staat:

    ‘The Subject’s fifteen-year-long pattern of deceptive statements to his University and to NSF disguised his participation in entities and activities that existed for the purpose of maximizing his personal financial compensation and shielding the extent of his compensation from discovery or accountability.’

    Salby is toen voor 5 jaar geschorst van het ontvangen van NSF ‘grants’ en moest de eerder toegekende onderzoeksgelden terugbetalen. Nadat ook de University of Colorado hem ontslagen had, volgde er een civiele tegen-rechtszaak aangespannen door Salby:

    Federal Lawsuit, 1:08-cv-02517-RPM Salby v. University of Colorado et al

    De rector van de University of Colorado (‘Provost’) DiStefano is toen in het gelijk gesteld door de rechter:

    DiStefano was acting pursuant to his authority as Provost of the University at all times relevant. In this capacity, his ability to accept the Committee’s disciplinary recommendations is purely discretionary and was reasonable under the circumstances.

    Enfin, het schetst de situatie waarbinnen Murry Salby tot zijn zogenaamde ‘hypothese’ kwam die hem in staat moest stellen om alles als een heksenjacht goed te praten. Verder zeg je:

    Je laatste paragraaf geloof ik ook niet echt. Ik heb te veel voorbeelden gezien van mensen die de regels buigen tot ze barsten omdat ze overtuigd zijn dat ze gelijk hebben. Ik denk dat Salby zichzelf heeft overtuigd van zijn eigen idee …

    Ja, dat kan zeker. Zoals ik al zei, kan ik niet in de hersenpan van Salby kijken. Wat wel opvalt is dat hij zijn ‘hypothese’ pas begon te promoten nadat (!) hij al in allerlei juridische problemen met de NSF en met de University of Colorado was beland.

    Waar Raymond naar vroeg is of er “binnen de klimaatwetenschappen” nog getwijfeld werd aan de antropogene oorzaak van de toename van de CO2-concentratie. Het lijkt me dat Murry Salby moeilijk als ook maar enigszins representatief voor “de klimaatwetenschappen” kan worden beschouwd. De enorme berg problemen die hij voor zichzelf gecreëerd had, diskwalificeren hem hoewel hij vóór ca. 2003 nog een redelijk gerespecteerd onderzoeker was.

  26. Hans Custers

    Raymond,

    De opwarming ten gevolge van menselijke broeikasgasemissies zit in de ordegrootte van 1 tot 2 honderdsten van een graad per jaar, en volgens mij is de natuurlijke variabiliteit enkele tienden van een graad. Dus je betrouwbaarheidsinterval zou een heel stuk kleiner moeten worden als je over perioden van 20 of 30 jaar kijkt. Het klimaat wordt vaak gedefinieerd als het gemiddelde weer over 30 jaar, dus het lijkt me niet zo gek om die periode aan te houden.

  27. Hans,

    Er is minder dan 60 jaar voor handen. Dat levert 3 perioden op van ieders 30 jaar. Natuurlijk zal je een beter beeld krijgen als je van maandcijfers over gaat op jaarcijfers. Van daar over gaat op decennia en vandaar naar 30 jaar of zelfs eeuwen. Maar de periode waarover je meetingen hebt is nu eenmaal maar net 60 jaar.

  28. Hans Custers

    Raymond,

    Ja, daar kan ik niks aan veranderen. Maar het doet niks af aan het feit dat de jaar-op-jaar variatie van de mondiaal gemiddelde temperatuur voor het overgrote deel wordt bepaald door andere factoren dan CO2. Daar kan ik dus ook niks aan veranderen. Die dingen zijn zoals ze zijn. Wetenschap is niet altijd makkelijk.

  29. Daar ben ik het helemaal mee eens. Zoals wij al leerden op de HBO analytische chemie: Je kunt alles meten behalve wat je wilt weten.

  30. “Dergelijke simplistische nonsens zul je dus inderdaad niet aantreffen in de IPCC-rapporten. Bij mijn weten komt de echte wetenschap hierover wel degelijk aan de orde”

    Nee hoor, Hans. Want in de IPCC-rapporten wordt de toon gezet door klimaatwetenschappers. Terwijl droogte, overstroming, waterschaarste – en de relatie met vegetatie – het domein is van andere takken van wetenschap, waaronder de hydrologie. Vanuit maatschappelijk oogpunt gezien, is het dan volstrekt ridicuul dat de risicobeoordeling op deze terreinen overgelaten wordt aan klimaatwetenschappers.

  31. Hans Custers

    Bert,

    Dat citaat dat je geeft was een aantwoord op een opmerking van jou over vergroening en dus niet over wat je er nu weer bij haalt.

    En het is volledig terecht dat klimaatwetenschappers iets zeggen over gevolgen en risico’s van klimaatverandering, ook als die te maken hebben met droogtes, overstromingen, enzovoort. Het spreekt voor zich dat die wetenschappers waar nodig samenwerken met deskundigen op andere gebieden. Dat gebeurt dan ook volop.

  32. Hans Custers

    Hmm, dat vorige antwoord was bij nader inzien niet zo duidelijk.

    Wat ik bedoelde: de stap in twee zinnen van waargenomen vergroening naar “resilience” is een ronduit belachelijke versimpeling van de realiteit. Het is volledig terecht het IPCC zich verre houdt van dat soort simplisme.

    Klimaatverandering heeft invloed op tal van factoren, soms ook een positieve invloed, en daar houdt het IPCC gewoon rekening mee. Op basis van wat er bekend is in de wetenschappelijke literatuur. En zo hoort het ook.

  33. @Bert Amesz

    “…je zou nog kunnen toevoegen dat de sterke en langdurige klimaatopwarming begin 20e eeuw … overwegend een natuurlijke oorzaak heeft. Je ‘1 ᵒC opwarming sinds eind 19e eeuw’ krijgt dan een ietwat realistischer lading.”

    Ach Bert, op basis van het gemiddelde (de Loess smooth) is de temperatuurstijging tot circa 1950 ongeveer 0.3 °C en daarna circa 0.7 °C. Aan de eerste 0.3 °C heeft de mens in ieder geval ook een behoorlijk gedeelte bijgedragen en wat betreft de resterende 0.7 °C kun je hieronder de kansverdeling vinden voor het deel van de opwarming voor 1951-2010 dat door de mens is veroorzaakt.
    (Bron: Gavin Schmidt – Real Climate.)

    De realistische lading is dus dat de mens de belangrijkste aanjager is geweest van die 1 °C temperatuurstijging sinds eind 19e eeuw.

  34. Dit mooie blogstuk van Jos is inmiddels ook, in iets gecondenseerde vorm, gepubliceerd bij:

    https://www.oneworld.nl/zo-veranderen-een-paar-graden-de-wereld

    😃

  35. Dit kan ik mooi gebruiken voor mijn essay voor school! Bedankt

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s