Scenariostudies of Toekomstvoorspellingen: Wetenschap of Glazen Bol

Gastblog van Tinus Pulles

In een aantal discussies rondom klimaatverandering op populaire en sociale media komt steeds weer de vraag, soms zelfs de eis, aan de wetenschap naar voren om te bewijzen dat de toekomst zich zal ontwikkelen zoals in de scenario’s wordt berekend. Daarmee wordt aan de wetenschap gevraagd om iets als een glazen bol: waarzeggerij dus. Waarzeggen is tovenarij en dat kan de wetenschap niet. In deze post probeer ik uit te leggen hoe dat komt en of dat erg is.

Voorspellingen in de wetenschap

Een, voor de niet-wetenschapper wellicht, verwarrend taalgebruik binnen de wetenschap vind je rondom een van de basisgereedschappen van wetenschappelijk onderzoek: falsificeren: een model of theorie voorspelt de uitkomst van een experiment of waarneming, een zogenaamde hypothese, die je kunt toetsen door het experiment uit te voeren of de meting te verrichten. Dit is geen toekomstvoorspelling, maar een voorspelling van wat het resultaat zal zijn als je een bepaald experiment doet of een meting uitvoert.

Omdat kennis en wetenschap nooit af is, kun je ook nooit bewijzen dat iets waar is. Er is altijd de mogelijkheid dat door nieuwe kennis, nieuwe experimenten of nieuwe ontdekkingen je theorie, die je tot op dat moment gebruikt, toch niet waar blijkt te zijn. Het klassieke voorbeeld van zo’n onmogelijk bewijs is het feit dat je nooit zult kunnen bewijzen dat alle zwanen wit zijn. De constatering dat je alleen maar witte zwanen hebt gezien, bewijst natuurlijk niet dat er nergens anders gekleurde zwanen kunnen zijn. Maar zo gauw je een zwarte zwaan hebt gezien, heb je bewezen dat niet alle zwanen wit zijn.

In de wetenschap wordt, op basis van bestaande kennis en een theorie of model een toetsbare voorspelling gedaan, die met een experiment of een meting kan worden getest. Maar, als je experiment of je meting oplevert wat je model of theorie heeft voorspeld, kun je niet concluderen dat die theorie of dat model waar is. Je hebt alleen niet bewezen dat het niet waar is. Je kunt dan dus niet stellen dat je theorie of model niet waar is. Als de hypothesen uit je model of theorie vaak door metingen of experimenten bevestigd worden, weet je dus nog steeds niet 100% zeker dat je theorie of model waar is. Wat je wel weet is dat de hypothesen die je hebt opgesteld alle tests hebben overleefd. Je doet er dan verstandig aan om, zowel in de zuivere als in de toegepaste wetenschap, de theorie of het model te blijven gebruiken. Zij voorspellen immers steeds weer wat je bij toepassing daarvan kunt verwachten.

Voorspellingen in beleid

Als je beleid moet ontwikkelen kun je hier een probleem mee hebben. Immers je kunt de wetenschappelijke kennis, verpakt in theorieën en modellen wel toepassen, maar je weet dus nooit 100% zeker of inderdaad zal gebeuren wat je theorie of je model voorspelt. Sommige politici en discussianten op sociale media zoals Twitter vragen absolute zekerheid aan de wetenschap of onweerlegbaar bewijs vóór zij klimaatmaatregelen willen accepteren. Zoals hierboven uitgelegd, kan de wetenschap dat niet geven. Er is altijd de (in het geval van klimaatwetenschap zeer kleine) mogelijkheid dat de werkelijkheid toch anders in elkaar zou kunnen zitten. Het is onvermijdelijk dat beleid hier wordt gemaakt met een zekere, zij het wat betreft klimaat kleine, onzekerheid.

Wat de wetenschap wél kan zeggen is dat alle metingen en experimenten die zijn gedaan om de invloed van CO2 op het klimaat vast te stellen, hebben laten zien dat de modellen en theorieën van de klimaatwetenschap de uitkomsten van die experimenten en metingen goed hebben voorspeld. De wetenschap zegt daarmee niks anders dan “Beleidsmensen, jullie doen er verstandig aan onze modellen en theorieën toe te passen, want wij hebben gezien dat zij steeds de achterliggende processen met goed bekende wetenschap beschrijven en we verwachten dat dat ook in de toekomst zal blijven gelden”.

Toekomst voorspellen

Wat betekent dit nu voor een complex, grootschalig en zeer veelomvattend probleem als klimaatverandering, met bovendien een zeer lange tijdschaal? Maatregelen die je kunt nemen zijn bijna per definitie traag en zouden evenzeer per definitie vooral door alle landen ter wereld moeten worden genomen. Als beleidsmakers dus zware, vaak dure maatregelen willen nemen, zullen zij graag willen weten of die maatregelen helpen om het probleem op te lossen. Omdat het hele systeem zowel ruimtelijk zeer groot is als enkele zeer lange tijdschalen kent, zullen de effecten van die maatregelen soms lang op zich laten wachten en tot ver in de toekomst doorwerken. De vraag naar toekomstvoorspellingen is daarom zeer begrijpelijk. Maar: er is niets zo moeilijk te voorspellen als de toekomst!

Scenario’s

Omdat de toekomst niet voorspeld kan worden, gebruikt de klimaatwetenschap zogenaamde scenario’s om te onderzoeken wat de gevolgen zullen zijn van mogelijke ontwikkelingen in de toekomst. Die scenario’s zijn dus uitdrukkelijk géén toekomstvoorspellingen, maar zogenaamde wat-als-analyses met vragen als: “wat zouden de gevolgen zijn van een aantal in het scenario veronderstelde ontwikkelingen in de maatschappij, de economie en het beleid?”. De scenario’s geven daarmee een beeld van wat verwacht kan worden als bepaalde in het scenario gedefinieerde ontwikkelingen daadwerkelijk plaats zullen vinden. Dit worden ook wel ‘projecties’ genoemd.  Meestal worden meerdere scenario’s met elkaar vergeleken bijvoorbeeld om de effecten van het wel of niet nemen van maatregelen met elkaar vergelijken. De verschillen tussen projecties met zulke scenario’s zijn dan ook vaak interessanter dan de absolute waarden.

Alle scenario’s, zoals gebruikt in klimaatstudies, bestaan dan ook uit meerdere delen:

  1. Een deel dat uit veronderstelde ontwikkelingen in de maatschappij, de economie en het beleid uitrekent wat de te verwachten emissies van broeikasgassen zullen zijn; hier worden vaak verschillende toekomstbeelden naast elkaar gezet
  2. Een deel dat de gevolgen van die emissie doorrekent naar
    1. de concentraties van die broeikasgassen in de atmosfeer
    2. de daardoor optredende verstoring van de stralingsbalans van de aarde
    3. de veranderingen in het klimaat en oceaanstromingen
  3. de mogelijke effecten op maatschappij, economie, natuur etc.

Het is dan ook met opzet dat de wetenschap deze indeling maakt. Immers het eerste deel kun je zien als een voorspelling van de sociaaleconomische ontwikkeling, en die wordt sterk beïnvloed door politiek en beleid en veelvuldig opgeschrikt door onverwachte gebeurtenissen zoals een economische crisis. De besluiten van Trump in Amerika kunnen grote effecten hebben op de wereldhandel en dus op de economische groei.

Het tweede deel is veelvuldig getest en is onafhankelijk van beleid en politiek: de natuurwetten kunnen door regering of parlement niet worden veranderd! Bij toepassing op het verleden ken je de emissies. Die kun je dus in dat tweede deel invoeren en zien of de modellen die in dit deel worden gebruikt de waargenomen klimaatveranderingen goed simuleren. Dat is het geval. En de wetenschap heeft daarom – en omdat we de achterliggende processen relatief goed begrijpen – geconcludeerd dat de modellen die de effecten van emissies van broeikasgassen uitrekenen goed werken.

De modellen die de effecten op de economie en de maatschappij doorrekenen zijn weer minder hard, vooral omdat ook hier politiek en beleid een grote invloed kunnen hebben.

Hoe dit werkt laat onderstaande grafiek, ontleend aan het recente 1,5 graden rapport van IPCC, goed zien. In deze grafiek worden de historische, gemeten broeikasgasemissies tot en met 2017 in de modellen ingevoerd en zien we dat de waarnemingen (de grijze fluctuerende lijn) de uitkomsten van de klimaatmodellen goed volgt. De modelsimulatie is het gemiddelde van vele modelruns, waardoor de willekeurige variaties zijn uitgemiddeld. Daarom zien de modelresultaten er “gladder” uit dan de metingen. De gemeten trend wordt door de modellen zeer goed voorspeld.

De emissies van 2018 en later zijn nog niet bekend en moeten dus worden geconstrueerd. In onderstaande figuur zijn daarom twee alternatieve scenario’s gedefinieerd die de CO2-emissies in 2040 of in 2055 tot nul laten reduceren. Let op: hier zijn verder geen precieze maatregelen ingevoerd, maar wordt uitgegaan van twee mogelijke beslissingen van de Partijen bij het klimaatverdrag die zouden moeten resulteren in volledig afbouwen van de CO2-emissies in de genoemde jaren. Als extra scenariovariant wordt nog doorgerekend wat het effect is van het al dan niet reduceren van de emissies van de overige broeikasgassen ná 2030.

Wat we in deze grafiek dus zien is dat de modellen, wanneer we de emissies kennen, de waargenomen opwarming goed representeren. Omdat de toekomstige emissies uiteraard nog niet bekend zijn, zien we verschillende ontwikkelingen van de opwarming bij verschillende aannamen van, hier, de mogelijke emissiereductiepaden voor de toekomst. De onderhandelaars in het klimaatakkoord gebruiken deze resultaten in hun afwegingen en beslissingen.


(bron: IPCC SR15 SPM Figure 1)

Toekomst voorspellen

Het probleem van de toekomst voorspellen zit dus vooral in het eerste deel van de scenario’s: welke emissies kunnen we in de toekomst verwachten. Dit zijn evenwel ook precies de dingen die door beleid en economie beïnvloed kunnen worden. Daarom is het ook zeer begrijpelijk dat er verschillende scenario’s worden ontwikkeld voor de te verwachten veranderingen in economie en beleid. Van die scenario’s kan er uiteindelijk natuurlijk maar een uitkomen. Maar waarschijnlijker is dat ze geen van allen uit zullen komen. Sterker nog, er zijn zeker ook altijd scenario’s waarvan de opstellers hopen dat die geen werkelijkheid zullen worden. Zulke scenario’s worden alleen opgesteld om te laten zien wat de gevolgen zullen zijn bij bijvoorbeeld geen maatregelen nemen (“business as usual” scenario’s). Ook extreme scenario’s blijven dus interessant, om inzicht te geven in het hele palette aan mogelijke toekomstbeelden.


(bron: IPCC AR5 Synthesis Report Fig. 3.2)

De oude IPCC-scenario’s

Wanneer we met dit inzicht naar oudere IPCC-scenario’s kijken, zien we steeds dat vanaf een zeker moment in de tijd (het jaar 2000 in het voorbeeld uit het voorlaatste overzichtsrapport van IPCC) allerlei verschillende lijnen de toekomst in worden getrokken. Wat toen toekomst was, is in een aantal gevallen nu al het heden of zelfs de geschiedenis. Die scenario’s van toen kunnen uiteraard ook geen exacte voorspelling hebben gedaan van de emissies tot op dit moment. Sommige voorspellingen kunnen dicht bij de realisatie zijn uitgekomen, maar andere kunnen daar vér naast zitten. Het getuigt daarom ook niet van inzicht als je de toekomstvoorspellingen van deze scenario’s gaat testen op wat er in werkelijkheid is gebeurd. Veel van de veronderstellingen over de ontwikkeling van de economie en de daarbij behorende emissies zullen niet zijn uitgekomen. Denk bijvoorbeeld aan de gevolgen van de economische crisis van 2008. Die was door geen enkel model voorspeld, maar heeft de emissies wel degelijk beïnvloed. Geen wonder dat de “voorspellingen” van al die scenario’s niet precies zijn uitgekomen. Dat was ook niet de bedoeling. De bedoeling was, en is, om de consequenties van alternatieve economische ontwikkelingen en beleidsmaatregelen door te kunnen rekenen. Het zijn niet meer dan “wat-als-analyses”. De uitkomsten daarvan kunnen door politici en overheden en industrieën worden gebruikt om een keuze te maken tussen verschillende alternatieve maatregelen op het gebied van de bescherming van het aardse klimaat. Zij weten dan welke gevolgen van hun beslissingen te verwachten zijn.

Door Titiaan – Eigen werk, Publiek domein

“Het klimaat is niet voorspelbaar”

Het klimaat is dus inderdaad niet voorspelbaar in de zin van een waarzegger met een glazen bol. Dat is ook helemaal niet de bedoeling of zelfs maar de ambitie van de klimaatwetenschap. Net zomin als van welke andere wetenschap dan ook. Er zijn immers een heel veel onvoorspelbare factoren: zonneactiviteit, vulkanisme, interne variabiliteit en de meest onzekere factor van allemaal: menselijk emissies, niet alleen van broeikasgassen maar ook van luchtverontreiniging zoals primaire en secundaire aerosolen. Die onvoorspelbaarheid betekent dus niet dat scenario-studies en modelsimulaties waardeloos zijn. Ze laten zien wat er zou kunnen gebeuren en waar we dus mogelijk op kunnen rekenen, ook op grond van mogelijk alternatieve ontwikkelingen in economie en beleid. Je voorbereiden op wat je te wachten zou kunnen staan en mogelijke problemen proberen te voorkomen kan best verstandig zijn. Ondanks dat we de toekomst niet precies kunnen voorspellen.

Dat de politiek en het beleid dan keuzes moeten maken, terwijl er nog onzekerheden zijn is onvermijdelijk. De goed ontwikkelde kennis over de relatie tussen emissies en klimaatverandering toepassen op minder goed begrepen en onzekerder economische en maatschappelijke toekomstverwachtingen is daarbij het beste wat je kunt doen. Het alternatief is wachten tot de wal het schip keert en het te laat is om nog zinvol in te grijpen. Dat is wat alle modellen en scenario’s tezamen laten zien.

Advertenties

35 Reacties op “Scenariostudies of Toekomstvoorspellingen: Wetenschap of Glazen Bol

  1. louisdietvorst

    Geachte Jos, ik ben zelf geen klimaatwetenschapper maar een bezorgde burger die veel moeite stop in het proberen te begrijpen van wat experts me weten bij te brengen, waarvoor lof. Een belangrijk aspect wat ik nog erg mis in alle wetenschappelijke stukken die ik voorbij heb zien komen is dat het er op lijkt dat we in NL (en daarbuiten?) heel erg veel focus lijken te leggen op CO2 reductie en alle oplossingen die daarbij voorhanden liggen. Ik zie tegelijkertijd dat we vrijwel geen aandacht lijken te schenken aan het uit de lucht halen van reeds aanwezige CO2. Ik vind dat Dr. Peter Wadhams dat aspect voor mij als leek erg overtuigend weet te brengen. Hij stelt o.a.: zelfs al zouden we vandaag alle CO2 bronnen in één klap dicht kunnen zetten, dan nog zit er al voldoende CO2 in de lucht om de wereld naar 2.0 graden te brengen. Zijn idee is dan ook dat als we ergens (ook economisch?) prioriteit aan zouden moeten geven is het aan technologieën zoals Direct Air capture zodat we CO2 zo snel mogelijk uit de lucht kunnen halen. Op de tweede prio, ook belangrijk maar als je moet kiezen net even minder belangrijk, alle andere reeds bekende CO2 reductie strategieën en oplossingen. Hoe komt het dat ik hierover nog zo weinig lees? Want wetenschappers én beleidsmakers zouden dit soort beelden toch op zijn minst mee moeten nemen in hun onderzoeken en plannen (Klimaatakkoord) en wetgeving (KIlimaatwet). Het effect zou kunnen zijn dat uit die plannen dan misschien in deze komende fase wat minder nadruk wordt gelegd op aantal te verminderen tonnen en wat meer nadruk op het schoonmaken van de lucht. Beleidsmakers zouden op zijn minst de industrie richting mee moeten geven dat ze gezamenlijke plannen maken om eerst de CO2 tonnen uit de lucht te halen en dus niet alleen focus op CO2 reductie aan de bron. Klinkt dit raar of is dit nog een onontgonnen stukje wetenschap wat nog niet de juiste aandacht krijgt op dit moment?

  2. Grootschalige herbebossing? Of is dat te simpel?

  3. “Het getuigt daarom ook niet van inzicht als je de toekomstvoorspellingen van deze scenario’s gaat testen op wat er in werkelijkheid is gebeurd”.

    Het lijkt me juist meer inzicht over de voorspellingen te geven,en de waarde ervan als je deze vergelijkt met de werkelijkheid.

  4. Tinus Pulles (FCB)

    @louisdietvorst: uw opmerking ligt wat buiten het omderwerp van mij. Gastblog. Niettemin toch een antwoord:
    CO2 uit de atmosfeer zal zeker kunnen bijdragen aan het terugdringen van de opwarming. Probleem is wel dat de CO2-concentratie, hoewel aanzienlijk verhoogd sinds het begin van de industriële revolutie, toch nog steeds vrij laag is. De tweede hoofdwet van de thetmodynamica stelt dan dat het vrij veel energie zal kosten om aanzienlijke hoeveelheden uit de atmosfeer te halen die vergelijkbaar zijn met de hoeveelheden die nog steeds worden uitgeworpen door het versroken van fossiele brandstoffen.
    Mijn op natuurkundig inzicht gebouwd ruggenmerg zegt mij daarom: Passieve systemen zijn denkbaar, maar zullen vrij weinig soelaas bieden. Actieve systemen zullen, om significant bij te dragen, veel energie vragen.

  5. Tinus Pulles (FCB)

    @Peter: ik denk dat u mijn gastblog nogmaals met aabpndacht zou kunnen lezen. Daarin wordt uw vraag zorgvuldig beantwoord. Deze ene zin uit zijn context halen levert geen nieuwe onbeantwoorde vraag aan mij die ik beter zo kunnen beantwoorden dan ik in dit stuk al heb gedaan.

  6. lieuwe hamburg

    Tinus Pulles,

    De woorden hypothese en theorie hebben in het dagelijks gebruik een iets andere lading: bij hypothese denkt men aan een aanname; dus zouden er tal van andere verklaringen kunnen zijn en bij het woord theorie denkt de “gewone” mens: “Ach het is maar een theorie.” De zogenaamde sceptici maken daar handig gebruik van en gebruiken dan bijvoorbeeld: AGW-hypothese. Zuiver wetenschappelijk gezien kunnen ze dat woord misschien gebruiken.

    Je gastblog maakt duidelijk hoe onzinnig dat is maar voor de “discussie” maakt dat helaas weinig uit… De woorden hypothese en theorie gebruiken ze vaak als argument om vragen te stellen of twijfel te zaaien.

  7. @louisditvorst
    CO2 in de lucht. In de oceaan zit een veelvoud van de CO2. Als je die in de lucht zit verwijdert, ‘bruist’ uit de oceaan die CO2 er weer bij. Verder hebben we inmiddels al zoveel fossiel CO2 het aardse systeem in gejaagd, dat ook het massaal aanplanten van bossen dat niet kan terug dringen. Verder kan het zo worden, dat we door die CO2 een heel ander klimaat gaan krijgen, wat gaat tegenwerken op de huidige ecosystemen, bossen, die daar niet meer genetisch aan aangepast zullen zijn. Allerlei processen gaan ‘uit fase’.
    https://grist.org/article/welcome-to-the-eocene-where-ice-sheets-turn-into-swamps/

  8. louisdietvorst

    @Tinus, dank voor uw reactie, wordt weer wat duidelijker, met name het perspectief uit de thermodynamica dat we (veel!) energie nodig hebben om energie te besparen en er grenzen zijn aan die balans. Tel daar bij op het effect van de Jevons Paradox en het lijkt er op dat dit energietoename dan alleen nog zal gaan verergeren. Ik moet dan ook denken aan wetenschapper Guy McPherson die stelt dat de Aarde een ‘heat engine’ is ongeacht welke maatregelen we nemen, m.a.w. ons energiegebruik proberen te remmen lijkt een doodlopend pad. Als dat waar is (of zeer aannemelijk?), dan zullen we misschien wat meer focus moeten proberen te leggen op het vinden van oplossingen die energiegroei aankunnen zonder CO2 groei maar in deze fase van klimaatverandering misschien eerst even focus leggen op reeds aanwezige CO2 proberen te beteugelen.

    @Frank, dank voor uw reactie. Dat van die aanplant van bossen wist ik al, heel goed idee maar duurt veel te lang om nog tijdig reductie te hebben, dat weet ook Peter Wadhams heel goed duidelijk te maken. Ik realiseerde me niet dat de oceaan in feite ook een soort van onbestuurbare CO2 productiestraat is die bijdraagt aan opbouw van de CO2 in de atmosfeer.

    Al met al meer dan genoeg uitdagingen. Ik hoop dat we als samenleving daar tijdig de juiste antwoorden op kunnen vinden en blijf deze discussies dan ook geboeid volgen.

  9. Lennart van der Linde

    Beste Cheesecurve,
    Klimaatgek schrijft, zonder bronvermelding naar peer-reviewed wetenschap:
    “Vanaf het begin van onze jaartelling (2000 jaar geleden) is de stijging gering en gemiddeld nog maar zo’n 20 cm per eeuw.”
    Dit impliceert dat de afgelopen 2000 jaar de zeespiegel circa 4 meter gestegen zou zijn.

    Dat is niet realistisch, want bv Lambeck et al 2014 schrijven in PNAS:
    https://www.pnas.org/content/111/43/15296

    “The total global rise for the past 6.7 ka was ∼4 m (∼1.2 × 106 km3 of grounded ice), of which ∼3 m occurred in the interval 6.7–4.2 ka BP with a further rise of ≤1 m up to the time of onset of recent sea-level rise ∼100–150 y ago. In this interval of 4.2 ka to ∼0.15 ka, there is no evidence for oscillations in global-mean sea level of amplitudes exceeding 15–20 cm on time scales of ∼200 y”.

    Volgens dit peer-reviewed artikel was er in de afgelopen 4000 jaar een stijging van maximaal 1 meter, dus gemiddeld circa 2,5 cm per eeuw, met geen aanwijzingen dat in die hele periode de stijging ooit sneller is geweest dan 10 cm/eeuw. Het veruit grootste deel van die meter stijging vond bovendien plaats tussen 4000 en 2000 jaar geleden, toen de stijging nog gemiddeld circa 4,5 cm/eeuw per bedroeg, dus totaal circa 90 cm. In de afgelopen 2000 jaar was er nog circa 10 cm stijging, dus gemiddeld circa 0,5 cm/eeuw. Zie met name ook hun figuur 4d:

    Klimaatgek beweert dus zonder peer-reviewed bronvermelding dat de stijging in de afgelopen 2000 jaar circa 40x zo hoog was als wat Lambeck et al 2014 in hun onderzoek hebben gevonden. In de afgelopen 200 jaar is de stijging echter een stuk sneller geworden. Inmiddels bedraagt die snelheid al zo’n 25 jaar gemiddeld meer dan 30 cm/eeuw.

    Volgens Kopp et al 2017 zal dit zelfs in het beste geval, bij geen CO2-uitstoot meer na 2050, waarschijnlijk verder versnellen tot 54 cm/eeuw tussen 2100 en 2200. In een slechter geval, bij meer CO2-uitstoot en snellere smelt van met name Antarctica, zou het wellicht ook wel 100-700 cm/eeuw kunnen worden tussen 2100 en 2200. Zie met name hun tabel 1:
    https://agupubs.onlinelibrary.wiley.com/doi/full/10.1002/2017EF000663

    Het risico op zo’n snelle stijging kunnen we vooral beperken door onze CO2-uitstoot zo snel mogelijk tot nul te reduceren.

  10. Tinus Pulles

    @lieuwe hamburg : je slaat de spijker op z’n kop. Daarom vind ik dat wetenschappers dit soort dingen moeten blijven uitleggen. Niet om de ‘septici’ te overtuigen (zie https://twitter.com/tinuspulles/status/1057953644799242240?s=21) Dat lukt niet. Maar wel om meelezers wat betere inzichten te geven en misverstanden uit de wereld te helpen.

  11. Hans Custers

    @louisdietvorst

    McPherson heeft, net als Wadhams die je eerder noemde, geen goede reputatie in de wetenschap. Ze bevinden zich in een ver uiterste, tegenover mensen als Curry en Linzen en Spencer. Ik ken de achtergrond van zijn bewering dat de aarde een “heat engine” zou zijn niet, maar het is in elk geval een ontzettende versimpeling van de realiteit. Op zijn minst.

    Verder een verzoek aan iedereen om de discussie on topic te houden. Over projecties en/of voorspellingen en gerelateerde zaken dus. Andere zaken graag in de open discussie.

  12. @ Lennard van der LInde

    “Inmiddels bedraagt die snelheid al zo’n 25 jaar gemiddeld meer dan 30 cm/eeuw”.

    Maar dan zit de Heer Veilinga dus te jokken bij de NPO als hij zegt dat de zeespiegel in de Waddenzee sinds 1932 ong.60 cm is gestegen.

  13. Hans Custers

    Peter,

    30 cm/eeuw is het mondiale gemiddelde. Niet de waarde voor de Waddenzee.

    En verder nogmaals het verzoek om de discussie on topic te houden.

  14. @ Tinus Pulles,

    Interessante informatie, die wel aan het denken zet. Wat ik me afvraag is in hoeverre is dit probleem te vereenvoudigen door het te reduceren tot de essentie namelijk de toetsing van de relatie tussen de humane emissies van de GHG’s en de aërosolen en het klimaat, vooral de temperatuur. Dus bijvoorbeeld: er is in het verleden een scenario gemaakt, waarbij men een inschatting maakte van de stijging van de temperatuur in de toekomst bij bepaalde emissies van GHG’s en aërosolen door de mens. Nu is die toekomst gerealiseerd en klopt die inschatting nu?

  15. Lennart van der Linde

    Beste Peter,
    Nee, het lijkt erop dat Klimaatgek zit te jokken als hij zegt dat Vellinga zegt dat de zeespiegel in de Waddenzee sinds 1932 circa 60 cm is gestegen. Als je de uitzending bekijkt, zie je dat Vellinga vanaf 20m30s zegt dat de komende eeuw de stijging 20-30 cm zou kunnen bedragen, maar ook 120 cm:
    https://www.uitzendinggemist.net/aflevering/38683/Reis_Door_Het_Waddengebied.html

    Mocht er een ander fragment zijn waarin hij het wel over die 60 cm sinds 1932 heeft, dan ben ik daar erg benieuwd naar. Mocht je hierop door willen gaan, dan graag in de Open Discussie.

  16. Lennart van der Linde

    Ah, nog even: ik zie dat in een eerdere aflevering Vellinga inderdaad zegt dat de zeespiegel in de Waddenzee sinds aanleg van de Afsluitdijk een stuk gestegen is, maar gelet op het eerdere fragment kan hij net zo goed 30 cm bedoelen als 60 cm (zie vanaf 21m20s):
    https://www.uitzendinggemist.net/aflevering/38688/Reis_Door_Het_Waddengebied.html

    Overigens is er in de Waddenzee ook zeespiegelstijging door bodemdaling als gevolg van delfstoffenwinning, die op sommige plekken al meer dan 30 cm bedraagt, volgens dit rapport:
    https://waddenvereniging.nl/wv/images/PDF/Toekomst%20van%20de%20Waddenzee/ToekomstvandeWaddenzee_rapport.pdf

  17. Hans Custers

    Dienstmededeling: omdat de reacties in deze discussie ondanks mijn eerdere verzoeken steeds maar offtopic blijven gaan, hebben we besloten hier heel streng te gaan modereren. Alles wat in onze ogen niet helemaal ontopic is wordt vanaf nu rigoureus en zonder verdere toelichting verwijderd.

  18. lieuwe hamburg

    Henri Bontenbal schreef ergens op twitter de volgende reactie: https://twitter.com/HenriBontenbal

    ‘1. Maak de klimaatwetenschap verdacht. Het dondert niet als je er zelf
    weinig verstand van hebt.
    2. Zet de visie van klimaatsceptici op je voorpagina. Het maakt niet uit of hun beweringen al tientallen keren is weerlegd.
    3. Maak misbruik van wetenschappelijke titels. Het doet er niet toe of een
    emeritus professor helemaal niet gespecialiseerd is in het klimaat- en
    energiedebat.
    4. Zeg dat er een ‘groene industrie’ is die geld verdient aan energietransitie.
    Dat fossiele energiebedrijven tot de allergrootste bedrijven ter wereld
    horen en daar dus het grote geld zit, laat je natuurlijk achterwege.
    5. Vergelijk klimaatwetenschap met religie of theologie. Doet het altijd goed.
    Religie is sowieso verdacht. Dat het frame ‘religie is gelijk aan fanatisme en
    stoppen met nadenken’ niet klopt, dat deert natuurlijk niet.
    6. Noem je tegenstander geradicaliseerd, communist, of wat dan ook.
    Groene Khmer schijnt tegenwoordig ook te mogen. Het mooie is: je hoeft
    niets te beargumenteren en de ander is bij voorbaat verdacht.
    7. Stuur een leger twittertrollen op iemand af. Als iemand toch tegengas blijft
    geven, kun je ‘m altijd nog op die manier monddood proberen te maken.’

    Moet ik onthouden. Had ik niet gelezen als Tinus hier geen gastblog had geschreven.

  19. Tinus Pulles

    Willem Schot vraagt “Dus bijvoorbeeld: er is in het verleden een scenario gemaakt, waarbij men een inschatting maakte van de stijging van de temperatuur in de toekomst bij bepaalde emissies van GHG’s en aërosolen door de mens”.
    Het antwoord is ja: in het voorbeeld wat ik in de blog noem zijn tot en met 2017 de vastgestelde emissies wereldwijd in de modellen ingevoerd. De dan berekende opwarming in de hele reeks verschillende modellen blijken de waarnemingen dus goed te volgen. Dat is dus een terugkijkend “scenario”, waarin de daadwerkelijke emissies zijn ingevoerd, in plaats van de emissies te berekenen uit mogelijke toekomstige ontwikkelingen.
    Dit is ook mede de kern van mijn betoog: het natuurwetenschappelijke deel van de modellen, de relatie tussen CO2 en temperatuur, is goed ontwikkeld en genereert de juiste, waargenomen respons.

  20. @ Tinus,
    Bedankt voor dit antwoord.

  21. Erik de Haan

    Gebruik van scenariostudies

    Beste Tinus,

    Dank voor de goede beschrijving van het gebruik van scenario’s. Zelf heb ik als milieubeleidsmaker een jaar of 30 ervaring met het benutten van scenariostudies ten behoeve van beleidsontwikkeling. Op mijn eerste werkdag mocht ik ooit een commentaar geven op “Zorgen voor Morgen” (RIVM 1988), m.i. nog altijd de scenariostudie met de grootste maatschappelijke impact. Ook latere roemruchte studies zoals “Scanning the Future”(CPB 1992), hadden fors effect op het politieke denken en debat. Beiden staan nog altijd thuis in de boekenkast.

    Scanning the Future had als eerste CPB-studie ook het model van twee op elkaar staande verschillende dominante ontwikkelingen, waardoor per saldo vier scenario’s resulteerde. Het CPB had hier ook een reden voor, in deze vorm was er geen middenscenario meer, wat in de praktijk al snel het enige scenario was, wat politiek en beleidsmakers hanteerden.

    Het KNMI heeft vanaf KNMI06 ook voor deze benadering gekozen. Met enerzijds een verschil in ontwikkeling van de mondiale gemiddelde temperatuur als sturingsparameter, en anderzijds een verschil in de verandering van het dominante windpatroon in onze streken als tweede sturingsparameter. De eerste wordt op lange termijn sterk gestuurd door verschillen in mondiale emissies, de laatste geeft de grote spreiding weer die de klimaatmodellen laten zien voor deze parameter (verandering zomerdroogte is zeer onzeker).

    Ondanks deze verschuivingen en variaties hoe intensief scenario-studies nu echt worden gebruikt bij politieke afwegingen, in al die jaren was er weinig discussie over het gebruik an sich. Natuurlijk was er vanuit departementen altijd wel discussie met de kennisinstituten, maar in grote lijnen werden de uitkomsten als nuttig gezien voor het maken van beleidskeuzes.

    Deze klassieke beleidswereld waarbij er sprake is van een gedeelde uitgangspunten staat in toenemende mate maatschappelijk onder druk. Kijk op blogs als Dagelijkse standaard of Geen stijl. Hier wordt die hele “academische beleidswereld” weggezet als één grote samenzwering tegen het “gewone volk”. Als deze trend doorzet, en veel politici zijn opportunistisch en hebben zwakke knieën, kan het instrument van scenariostudies als nuttig gereedschap voor beleidsmakers gewoon de kast in.

    Erik

  22. @Erik
    “Als deze trend doorzet, en veel politici zijn opportunistisch en hebben zwakke knieën, kan het instrument van scenariostudies als nuttig gereedschap voor beleidsmakers gewoon de kast in.”

    Politici laten we effe terzijde. Ben jij als wetenschapper van mening dat scenariostudies anno 2018 nog zinnig zijn terwijl klimaatverandering ‘on the run’ is?

  23. Hans Custers

    Goff,

    Je stelde je vraag aan Erik, maar ik ben zo vrij er ook kort op te antwoorden. Ik denk dat scenariostudies eerder meer dan minder nut hebben nu klimaatverandering al aan de gang is. Omdat ze kunnen laten zien waar we ons mogelijk op moeten voorbereiden. Ze zijn zeker net zo nuttig voor adaptatie als voor mitigatie.

  24. Erik de Haan

    Goff,

    Ik ben geen wetenschapper, maar ambtenaar. Wel altijd in mijn werk sterk geleund op wetenschappelijke onderbouwing. Eén van de redenen waarom ik regelmatig op dit blog kijk en reacties geef.

    Scenario’s zijn zeker ook anno vandaag zeer nuttig. Vraag is alleen hoe gaan beleidsmakers (en politiek) met scenario’s om. En dan merk ik het volgende:

    – Het omgaan met onzekerheden, vaak op dit blog benoemd, is iets wat de beleidswereld lastig vindt. Nieuwe wetenschappelijke inzichten landen wel, maar m.i. met onnodige vertraging. Zeker als het gaat om de echte uitvoering.
    – Er zijn weinig beleidsmakers die zelf pro-actief wetenschappelijke artikelen lezen. Dit om zelf een gevoel te krijgen voor de materie en niet alleen te leunen op rapporten van KNMI of PBL (hoe goed die ook zijn).

    Voor wat het gebruik, de KNMI-klimaatscenario’s worden grotendeels alleen gebruikt in het adaptatiebeleid. Bij mitigatie, neem het klimaatakkoord, is de politieke afspraak (-49%) sturend. Opvallend is dat in zelfs in de inleiding van het klimaatakkoord nauwelijks iets wordt geschreven over de effecten van klimaatverandering. Uitgangspunt is -49% en hoe vullen we dat in.

    Toch nog even over de politiek, van vandaag en gisteren wordt je niet vrolijk, VVD en CDA zijn bang voor PVV en FvD. En weg is de rol die de politiek zou moeten nemen. Namelijk leiden op basis van visie, en niet wegduiken op basis van angst voor machtsverlies.

    Erik

  25. Hans,
    We hebben het over mondiaal relevante wat / als analyses. De relevante parameters en factoren zijn er in zoveel soorten en maten dat er geen beginnen aan is. Denk aan de planetary bounderies van Johan Rockström en Will Steffen en waarvan klimaatverandering er slechts één is. Vervolgens hebben we (acceleratie in) migratie, in robotisering, in genetische modificatie van plant, dier en mens. En tenslotte hebben we ingrijpende (geo)politieke verschuivingen.

    Uit die mix van parameters en factoren is geen zinnige wat / als analyse van te destilleren, het is letterlijk science fiction. Ik ben het oneens met Tinus’ opmerking in zijn overigens heldere stuk dat “De uitkomsten [van wat / als analyses] kunnen door politici en overheden en industrieën worden gebruikt om een keuze te maken tussen verschillende alternatieve maatregelen […]. Zij weten dan welke gevolgen van hun beslissingen te verwachten zijn.”

    Nee dus, wat / als analyses zijn gezien de complexiteit niet meer dan slagen in de lucht en het is naïef te denken dat beleidmakers hun beleid daarop kunnen of zullen baseren, laat staan dat ze de gevolgen van hun beslissingen ermee kunnen overzien. Wetenschappers en beleidmakers weten al lang meer dan voldoende over het klimaat om energie-beleid te maken en de infra-structuur in te richten op weers-extremen. Daar zijn m.i. geen verdere wat / als scenario’s voor nodig.

  26. Erik,
    over het nut van de scenario’s ben je kennelijk zeer voorzichtig. Helemaal met je eens waar je zegt dat er geen beleid is op basis van visie. Dat is overigens nooit zo geweest, beleid is altijd resultaat van belangenconflict en conflictbeheersing.

  27. Erik de Haan

    Goff,

    Ik acht het gebruik van scenario’s nog steeds nuttig, maar we leven wel in een wereld waarin fact free politics tot strategie is verheven. Je kan zeggen dat politici altijd een ruime interpretatie gaven van feiten, maar de laatste jaren is dit toch wel een stuk sterker geworden.

    Ook op dit forum merken we dat overtuigen met wetenschappelijk onderbouwde feiten een moeizaam en soms onmogelijk proces is.

    Beleid is trouwens naar mijn ervaring niet alleen het resultaat van belangenconflict. Het conflict is natuurlijk het meest in het oog lopende, en vaak het enige wat in de media naar voren komt. Kijk naar de nu actuele discussie over het klimaatakkoord (wie gaat wat betalen).

    Maar om positief te eindigen, de enorme daling van de kosten van zon pv en wind op zee, is het gevolg van consequent lange termijn beleid in een aantal landen (en gedreven onderzoekers/ondernemers). Vaak het type beleid wat zich grotendeels in ambtelijke domeinen afspeelt, want er is brede politieke consensus over.

    Erik

  28. Goff, Eric, Hans,
    Dank voor jullie bijdragen!
    Ik ben overtuigd dat scenariostudies zeer nuttig en verhelderend zijn en zullen blijven. Het is waar dat er altijd onverwachte dingen kunnen en zullen gebeuren die de scenariostudies niet hebben ingecalculeerd. Het zijn dan ook geen toekomstvoorspellingen! Daar tegenover staat dat we geen beter instrument hebben om gevolgen van beslissingen en ontwikkelingen in kaart te brengen als zij nog niet hebben plaatsgevonden. Het alternatief is je gedragen als een kip zonder kop: je weet dan helemaal niet waar je heen gaat.
    Ook de relatie tussen inhoudelijke deskundigheid en de omgang daarmee in politiek, zeker bij enkele partijen als FvD, PVV maar ook VVD en CDA vind ik verontrustend. Wellicht dat ook in Nederland een politicus kan opstaan die met een vlammend betoog de waanzin van die benadering aan de kaak stelt, zoals David Lammy een paar dagen geleden deed in het Britse Lagerhuis rond de Brexit-ellende (https://twitter.com/i/status/1083692955972628481). Ook daar lijkt de politiek helemaal losgezongen van de werkelijkheid.

  29. Tinus, graag gedaan en ik peuter nog effe door. Je stelt nu:

    “Daar tegenover staat dat we geen beter instrument hebben om gevolgen van beslissingen en ontwikkelingen in kaart te brengen als zij nog niet hebben plaatsgevonden. Het alternatief is je gedragen als een kip zonder kop: je weet dan helemaal niet waar je heen gaat.”

    Scenario’s brengen geen ontwikkelingen en geen gevolgen van beslissingen in kaart. Het enige dat scenario’s doen is opvoeren van variabelen en statistisch spelen met hun min en max waarden. En daar rolt dan een willekeurige best case & worst case uit. ‘Willekeurig’ omdat er geen ijkpunt is.

  30. Nee hoor, scenario’s kunnen ook alternatieve beleidsbeslissingen doorrekenen: wel of niet bepaalde maatregelen nemen. En die dan met elkaar vergelijken. Maar ook alternatieve groeiscenario’s (hoog, laag, etc.) of wel of niet introduceren van bepaalde technologieën (volledig elektrische rijden, waterstof, doorgaan met fossiel).
    Kortom mijn begrip van scenario’s is wat ruimer dan dat blijkt uit de reactie van Goff.

  31. Hans Custers

    Eens met Tinus. Ik denk zelfs dat een scenario niet per definitie kwantitatief hoeft te zijn. Een eerste versie is vaak een verhaallijn die gebaseerd is op wetenschappelijke kennis en logica. Zo’n verhaallijn kan helpen om de gedachten te bepalen. En als dat zinvol wordt geacht volgt daarna de kwantificering.

  32. Pingback: Het nut van worst-case scenario’s, of: waarom dijken niet worden berekend op de gemiddelde waterhoogte - Sargasso

  33. Pingback: Openstaande vragen aan jurist Lucas Bergkamp – Krispy's Blog

  34. Pingback: Openstaande vragen over klimaatverandering aan jurist Lucas Bergkamp - Sargasso

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s