Het NIPCC versus de wetenschap: zoek de verschillen

Twee mededelingen vooraf:

1. Dit stuk was niet geweest wat het nu is zonder de bijdragen van Jos Hagelaars.
2. Vanwege de “government shutdown” is klimaatinformatie van enkele Amerikaanse overheidsinstellingen op dit moment niet online beschikbaar. Daarom bevat dit stuk wat minder links naar achtergrondinformatie dan oorspronkelijk de bedoeling was.

In het vooruitzicht van het verschijnen van het vijfde “assessment report” van Werkgroep 1 van het IPCC, die zich richt op de fysica van het klimaat, was de campagne tegen de klimaatwetenschap de afgelopen weken weer bijzonder actief. Diverse Britse en Amerikaanse kranten, met name van Murdoch’s News Corp verspreidden desinformatie; Lord Monckton – ik dacht dat niemand die man meer serieus nam, maar ik had het mis – schreef het ene na het andere stuk op het steeds meer zwabberende WattsUpWithThat; en natuurlijk kon ook een nieuwe versie van de mega-Gish-gallop van het NIPCC niet ontbreken. Het NIPCC is een filiaal van de conservatieve denktank annex lobbyclub Heartland Institute. Die club wekte enkele maanden geleden de toorn op van de Chinese Academie van Wetenschappen omdat hun bericht over de Chinese vertaling van een NIPCC rapport voor een aanzienlijk deel uit fictie bleek te bestaan. Een andere positieve en smaakvolle bijdrage van Heartland aan de wetenschap was een billboard-campage waarin parallellen werden getrokken tussen breed geaccepteerde opvattingen over het klimaat en massamoordenaars.

Het NIPCC-rapport is in twee woorden samen te vatten: hetzelfde liedje. De hoofdmoot van het rapport bestaat uit overbekende, al lang en breed weerlegde, drogredenen, verdraaiingen, halve waarheden en hele onwaarheden. Ze allemaal benoemen is onbegonnen werk; daarom blijft het in dit stuk bij een beperkt aantal voorbeelden.

Het rapport laat weer eens zien waarom de houding van clubs als het NIPCC onwetenschappelijk is. En waarom ze dus door de wetenschap niet serieus genomen worden. De kern van de zaak is dat de wetenschap altijd wil begrijpen en verklaren, en daarom in wezen constructief is. Wie mee wil doen, zal ook iets bij moeten dragen. Daarin schiet het NIPCC, met in het kielzog vele klimaatsceptici, op veel punten tekort.

1. Coherentie en consistentie

De rapportage van het IPCC heeft een piramidestructuur en dat is heel logisch voor een groot en gecompliceerd onderwerp als het klimaat. De top van de piramide is de “Summary for Policy Makers”, daaronder hangen deelrapporten die vervolgens weer ondersteund worden door bijlagen en de wetenschappelijke literatuur. Het NIPCC heeft die structuur min of meer overgenomen, maar er mist één belangrijk onderdeel: het “Synthesis report”. Dat is symbolisch. Waar het IPCC alle onderdelen in een overkoepelend rapport samenbrengt tot een solide bouwwerk komt het NIPCC niet verder dan een samenraapsel van, regelmatig onderling tegenstrijdige, kreten.

Saillant voorbeeld:

“The IPCC likely underestimates the total cooling effect of aerosols. Studies have found their radiative effect is comparable to or larger than the temperature forcing caused by all the increase in greenhouse gas concentrations recorded since preindustrial times.”

De mensheid is sinds de industriële revolutie niet alleen meer broeikasgassen uit gaan stoten, maar ook aerosolen en stoffen die bijdragen aan de vorming daarvan. Hoewel de emissies in de meer welvarende delen van de wereld de afgelopen decennia verminderd zijn, zijn ze wereldwijd nog steeds aanzienlijk. Als het effect van aerosolen groter is dan wordt aangenomen, dan betekent dit dat ze een deel van de opwarming door broeikasgassen maskeren en dat het IPCC de opwarming op lange termijn dus onderschat. Het NIPCC komt tot een omgekeerde conclusie, omdat ze het effect van aerosolen alleen zien wanneer ze het nodig hebben om de menselijke invloed te minimaliseren.

Waar de samenvatting voor beleidsmakers van het IPCC bij elke bewering keurig verwijst naar de onderbouwing in de onderliggende documenten, maakt het NIPCC een grote puzzel van hun rapporten. Hun “Executive Summary” houdt het bij een serie beweringen, gegroepeerd per hoofdstuk. Wie wat verder wil kijken in de uitgebreidere “Summary for Policy Makers” komt veel van die beweringen daar helemaal niet tegen. De twee samenvattingen komen weliswaar tot min of meer dezelfde conclusies, maar verder lijken ze niet zo veel met elkaar te maken te hebben. Aan welke van hun argumenten de verzamelde NIPCC-ers het meeste gewicht toekennen blijft op deze manier volstrekt onduidelijk. De lezer moet het blijkbaar zelf maar uitzoeken. Of zou het NIPCC er van uit gaan dat hun doelgroep toch niet meer leest dan alleen de conclusies?

Het zijn niet alleen inhoudelijke, wetenschappelijke punten waarop het NIPCC zichzelf tegenspreekt. In de inleiding van hun “Summary for Policymakers” noemen ze hun rapport “comprehensive, objective, and faithful to the scientific method”, maar nog op diezelfde pagina erkennen ze dat ze eenzijdig te werk gaan: “NIPCC authors paid special attention to contributions that were either overlooked by the IPCC or that contain data, discussion, or implications arguing against the IPCC’s claim that dangerous global warming is resulting, or will result, from human-related greenhouse gas emissions.”

Die laatste passage zal wel opgenomen zijn om kritiek op de eenzijdigheid van het rapport af te doen met: “Maar dat zeggen we toch zelf?”. Dat het rapport bedoeld is als serieus antwoord op het IPCC halen ze dan weer onderuit door het tijdstip van publicatie: vlak voor het verschijnen van IPCC AR5. Hoe kun je inhoudelijk reageren op een rapport dat er nog niet is?

Het is wel te begrijpen waarom het NIPCC geen solide bouwwerk maakt van hun argumenten: ze hebben er het materiaal niet voor. Samengevat komt hun conclusie gewoon weer neer op het oude liedje: het warmt niet op en als het toch opwarmt komt het niet door de mens en als het toch door de mens komt is het niet erg. Inderdaad, ze doen zelfs weer een poging om de opwarming van het laatste deel van de vorige eeuw helemaal te ontkennen.

And second, because a wide variety of datasets other than the HadCRUT global air temperature curve favored by the IPCC do not exhibit a warming trend during the second half of the twentieth century.”

De trends in de oppervlaktetemperaturen in °C per eeuw over 1950 t/m 2000 zijn:
HadCRUT4: 0.82
GISTEMP: 1.06
NCDC: 1.01
Hetzelfde voor satelliet gebaseerde datasets over 1979 t/m 2000:
UAH: 0.95
RSS: 1.37.

De wetenschap van het IPCC is zodanig consistent en coherent dat men in staat is om invloedsfactoren op het klimaat te kwantificeren, met bijbehorende onzekerheidsmarges. De kwantitatieve analyses van het NIPCC beperken zich tot hier en daar een natte vinger in de lucht steken. Elke aanzet tot iets meer gedetailleerde kwantificering ontbreekt, omdat er simpelweg geen materiaal voor is.

Het ontbreken van zo’n samenhangend verhaal heeft één groot voordeel voor de auteurs en hun aanhang: het is hierdoor ook onmogelijk om het rapport in één keer onderuit te halen. Daarmee is het juist een fijne basis voor de eindeloze “ja maar, ja maar” discussiestrategie van nagenoeg alle klimaatsceptici; de strategie die ook wel bekend staat als de “Gish gallop” of “throwing spaghetti at a wall and hoping something sticks”. Het is een strategie die niet gericht is op verklaren en begrijpen, maar juist op het zaaien van twijfel en verwarring.

2. Waar is de opbouwende kritiek?

Wie aan wetenschap doet, krijgt met kritiek te maken, dat is onvermijdelijk. Hoe ambitieuzer een wetenschapper is, hoe prestigieuzer de tijdschriften of congressen zullen zijn waar hij zijn werk presenteert en hoe genadelozer de kritiek. Maar kritiek leveren is niet vrijblijvend: wie meent het beter te weten moet dat ook maar eens laten zien. Wie niet verder komt dan roepen wat er niet deugt aan het werk van anderen zal na verloop van tijd weggehoond worden; wie met constructieve kritiek komt krijgt respect. En die constructieve kritiek, die ontbreekt bij het NIPCC.

Het commentaar dat men heeft op modellen is het beste voorbeeld. Modellen zijn al lang een favoriete schietschijf van klimaatsceptici. Niet onbegrijpelijk, want het gebruik van computermodellen in de wetenschap is een vrij nieuw verschijnsel, dat door sommigen als nieuwlichterij wordt beschouwd, en bovendien is het voor buitenstaanders bijzonder ontoegankelijke materie. De perfecte materie om mythes over te verspreiden. Al overspeelt het NIPCC hier en daar wel heel opzichtig zijn hand.

“Model calibration is faulty, as it assumes all temperature rise since the start of the industrial revolution has resulted from human CO2 emissions; in reality, major human-related emissions commenced only in the mid-twentieth century.”

Twee kanjers van onwaarheden in één zin. De modellen die het klimaat simuleren (GCM’s) zijn eerst en vooral gebaseerd op fysica. Dat er een kalibratie aan te pas zou komen waarbij aangenomen wordt dat CO2 als enige factor verantwoordelijk is voor alle opwarming sinds het begin van de industriële revolutie is klinkklare onzin. Tussen 1850 en 1950 is de CO2-concentratie met zo’n 25 ppm, zo’n beetje 20% van het totaal in de afgelopen anderhalve eeuw, gestegen. Dat heeft wel degelijk enkele tienden van graden bijgedragen aan de opwarming in deze periode, samen met de relatief lage vulkanische activiteit en hoge activiteit van de zon in die periode. Factoren die overigens gewoon erkend worden door het IPCC, op basis van enorme hoeveelheden onderzoek.

Nog een aardig detail: de kalibratie die het NIPCC zo verafschuwt wordt niet toegepast in GCM’s maar wel in statistische modellen waarmee men (bijvoorbeeld) het klimaat van de zogenaamde instrumentele periode analyseert. Laat nu net enkele van dergelijke analyses in de afgelopen tijd op een relatief lage klimaatgevoeligheid uitgekomen zijn, waarmee deze methode, zoals eerder deze week bleek op dit blog, volgens sommige klimaatsceptici ineens hoogst betrouwbaar is.

Hoe het dan wel moet vertelt het NIPCC niet. Dan kunnen ze ook niet doen, omdat hun “framing” –  van klimaatonderzoekers die enkel en alleen op basis van modellen tot overhaaste conclusies komen over de opwarming die we in de afgelopen decennia hebben gezien – helemaal uit elkaar zou klappen.  Ze zouden namelijk moeten erkennen dat modellen weliswaar een belangrijk gereedschap zijn van de klimaatwetenschap, maar dat de verwachte menselijke invloed op het klimaat een andere basis heeft. Die basis is simpelweg de elementaire natuurwetenschap, die al bekend was lang voordat er computers waren om simulatieberekeningen mee te doen, en lang voordat de snelle opwarming in het laatste kwart van de vorige eeuw begon. Wetenschappers die zich met het klimaat bezig hielden of houden zijn, lang terughoudend geweest met stellige uitspraken over de menselijke invloed op het klimaat, ondanks de aanwijzingen die er waren. Pas toen het extra gereedschap van de modellen ze in staat stelde veel gedetailleerdere berekeningen te doen, en die berekeningen bevestigden wat op basis van rechttoe, rechtaan natuurwetenschap te verwachten is, liet men die terughoudendheid varen.

Dat is de basis van waaruit men de modellen is gaan gebruiken en als het NIPCC meent te weten hoe het beter kan, dan zullen ze vanuit die basis moeten vertrekken. Met de algemeenheden en vaagheden (en erger) over computermodellen in het algemeen en klimaatmodellen in het bijzonder schieten we niets op. Laat ze op zijn minst concreet maken waar de modellen precies een verkeerde afslag hebben genomen, of, als ze modellen helemaal niet vertrouwen, hoe we de fysische kant van het klimaat dan wel in detail moeten bestuderen. Met laboratorium-aardes, misschien?

Algemeenheden en vaagheden en erger. Zoals deze ongefundeerde beschuldiging:

“..computer models (called Global Climate Models or GCMs) represent speculative thought experiments by modellers who often lack a detailed understanding of underlying processes.”

Commentaar hierop lijkt me overbodig.

3. Jumping off the shoulders of giants

“Standing on the shoulders of giants” – zo’n uitdrukking die alleen in het Engels lijkt te kunnen bestaan – geeft aan dat vooruitgang altijd gebaseerd is op het werk en het inzicht van grote wetenschappers (en kunstenaars, denkers, enzovoort) uit het verleden. Het NIPCC weigert op de schouders te staan van de reuzen die met inzichten kwamen die hen niet bevallen. Ze verwerpen immers niet alleen expliciet klimaatmodellen, maar ook, impliciet, de elementaire natuurwetenschap die een significante invloed van de mens op het klimaat zeer aannemelijk maakt. Met alleen het verwerpen van modelresultaten kun je immers nooit tot zo stellig concluderen dat de invloed van de mens zeer beperkt is, zoals het NIPCC doet.

De modernere reuzen van de klimaatwetenschap kunnen al helemaal niet op respect rekenen. De stroom insinuaties dat al diegenen die bijgedragen hebben aan de ontwikkeling van al die geavanceerde en gecompliceerde modellen, zich volstrekt niet bewust zouden zijn van de onzekerheden en beperkingen ervan, is niets anders dan een grove belediging. Wie de klimaatwetenschap volgt ziet juist dat men permanent alert is op dergelijke zaken, soms op een manier die alle verbeelding overstijgt.

Om maar een voorbeeld te noemen, NIPCC beweert:“Non-linear climate models exhibit chaotic behavior. As a result, individual simulations (“runs”) may show differing trend values”

Steve Easterbrook laat in een blog van 3 jaar geleden zien dat de bouwers en gebruikers van modellen zeer zorgvuldig omgaan met de complicaties waar het NIPCC (vermoedelijk, het zou ook nog kunnen dat met weer- en klimaatmodellen verwart) op doelt. En William Connolley ging enkele maanden geleden nog eens in op een onderwerp dat al jaren de aandacht heeft: de invloed van de configuratie van het systeem waarop het model wordt gedraaid op de resultaten. Overal wordt aan gedacht, zoveel staat vast.

Misschien is “jumping off the shoulders of giants” niet de goede metafoor. Het is immers ook mogelijk dat de NIPCC-ers er nooit in geslaagd zijn om op die reuzenschouders te klimmen, dat ze simpelweg niet zo goed snappen hoe de klimaatwetenschap tot zijn conclusies komt. Daar zijn de nodige voorbeelden van te vinden.

“Over recent geological time, Earth’s temperature has fluctuated naturally between about +4°C and -6°C with respect to twentieth century temperature. A warming of 2°C above today, should it occur, falls within the bounds of natural variability.”

Temperaturen uit het verre verleden van -6 °C tot +4 °C, zoals tijdens de ijstijden of het dinosauriërtijdperk, perioden waarin het zeeniveau 100 meter hoger of lager stond dan nu, vergelijken met natuurlijke variatie op korte termijn, is ronduit absurd. Een stijging van 2 graden boven de dag van vandaag, oftewel zo’n 3 graden boven 1850, katapulteert de mensheid naar een klimaat dat we in ieder geval in de afgelopen 20000 jaar niet gekend hebben. Misschien verwijst het NIPCC in een volgend rapport naar de periode vlak na het ontstaan van de aarde, toen het zo warm was dat het aardoppervlak uit gesmolten gesteente bestond, zonder welke menselijke invloed dan ook!

“At the current level of ~400 ppm we still live in a CO2-starved world. Atmospheric levels 15 times greater existed during the Cambrian Period (about 550 million years ago) without known adverse effects.”

Voor CO2-concentraties kunnen we een vergelijkbaar verhaal houden als voor de temperatuur. Laten we het hierbij houden: als we binnen enkele eeuwen terug gaan naar het klimaat van een geologisch tijdperk van onnoemelijk lang geleden, lopen we dan niet het risico dat de beurskoersen ook dalen tot het niveau van destijds?

4. De discussie ontwijken

Verschillen van inzicht horen bij de wetenschap, en die worden niet altijd zachtzinnig uitgevochten. Stevige discussies helpen de wetenschap vooruit. Een voorwaarde is dan wel dat de deelnemers aan die discussie niet alleen praten, maar af en toe ook naar de ander luisteren en proberen diens tegenargumenten te begrijpen én te beantwoorden. Wie dat niet doet discussieert niet, maar dramt. Met alleen maar je eigen gelijk claimen helpt je de wetenschap niet vooruit. En wie dat te lang volhoudt, doet niet meer mee.

Een aantal pleitbezorgers van de klimaatwetenschap heeft het het NIPCC heel makkelijk gemaakt om constructief mee te discussiëren. Ze hebben namelijk de antwoorden op nagenoeg alle bekende argumenten uit het klimaatsceptische repertoire overzichtelijk bij elkaar gezet op één website: Skeptical Science. Als de NIPCC-ers alleen maar de indruk hadden willen wekken dat ze echte wetenschappers zijn, die eerst en vooral het klimaat willen begrijpen en verklaren, dan hadden ze op zijn minst kunnen proberen op die tegenargumenten in te gaan. Het tegendeel is het geval. Het lijkt meer op wat Sou beweert op HotWhopper: “Like many science deniers, they seem to use Skeptical Science’s most common denier memes as a cheat sheet.”

“No close correlation exists between temperature variation over the past 150 years and human-related CO2 emissions.”

Één van de vele aantoonbaar onjuiste beweringen die klimaatsceptici al jarenlang blijven herhalen. Het is een feit dat de stijging van de CO2 concentratie in de atmosfeer is veroorzaakt door menselijke emissies en er is wel degelijk een correlatie tussen deze CO2 concentratie en de mondiale oppervlaktetemperaturen (HadCRUT4 + GISTEMP + NCDC). Over de periode 1880-2011 is de correlatiecoëfficiënt van deze grootheden circa 0.92, oftewel een R² (determinatiecoëfficiënt) van 0.84. Dit wordt gekenmerkt als zijnde ‘zeer sterk‘.

tempco2

Kooldioxide versus temperatuur voor de periode 1880 – 2011

“In ice core samples, changes in temperature precede parallel changes in atmospheric CO2 by several hundred years; also, temperature and CO2 are uncoupled through lengthy portions of the historical and geological records; therefore CO2 cannot be the primary forcing agent for most temperature changes.”

Een heel oude bekende, CO2 volgt de temperatuur; deze doen we maar even af met een verwijzing naar Skeptical Science.

Dit systematisch ontwijken van een echte inhoudelijk discussie is, samen met het punt dat volgt, waarschijnlijk de belangrijkste reden waarom de meeste serieuze wetenschappers het zinloos vinden om de dialoog aan te gaan met clubs als het NIPCC.

5. Kwantiteit gaat boven kwaliteit

Dat het NIPCC wat gewicht in de schaal wil leggen tegenover de lijvige IPCC rapporten is wel te begrijpen. Met anderhalf A4-tje maak je weinig indruk. Het gevolg is wel dat men weinig kritisch vermogen aan de dag legt bij de selectie van bronnen en argumenten. Het enige selectiecriterium is: ondersteunt het de gewenste conclusie? Als dat het geval is, doet het er niet meer toe als informatie achterhaald is.

De lead-author van hoofdstuk 5, Don Easterbrook, vind het bijvoorbeeld nodig om te “bewijzen” dat Antarctica niet opgewarmd is. Daartoe haalt hij twee grafiekjes van zichzelf aan. Op y-assen die 40 en 45 °C beslaan ziet hij op het oog geen opwarming van enkele tienden per decennium.

easterbrook_zuidpool

Don’s zoekplaatje

Wat inzoomen op de data zou kunnen helpen.

vostok

Temperatuurdata Vostok

Easterbrook vult zijn “bewijs” aan met een afbeelding van betrouwbare bron NASA, die daar zelf over zegt:“This image was first published on April 27, 2006, and it was based on data from 1981-2004. A more recent version was published on November 21, 2007. The new version extended the data range through 2007, and was based on a revised analysis that included better inter-calibration among all the satellite records that are part of the time series.”
Die recentere afbeelding laat overigens gewoon zien dat bepaalde delen van Antarctica relatief weinig opgewarmd zijn, of zelfs een beetje afgekoeld. Maar daarmee wordt absoluut niet aangetoond dat Antarctica geen ijs verliest, zoals het NIPCC wil doen geloven. Wie echte feiten wil moet wat verder kijken.

antarctica_avhrr_81-07

Temperatuurtrends op Antarctica volgens NASA

Blogger en wetenschapper Richard Telford behandelt verschillende missers: over de koolstofcyclus, over de invloed van de zon en paleoklimatologie en een hilarisch staaltje zwaartekrachtontkenning in Groenland.

Wie zo slecht in staat, of misschien wel bereid, is om het kaf van het koren te scheiden, moet gewoon eens braaf zijn huiswerk over gaan doen. En vooral niet klagen dat hij niet met de grote mensen mee mag praten. De treurige realiteit voor het NIPCC is natuurlijk dat er niet of nauwelijks koren te vinden is tussen hun kaf.

6. Alles of niets

“Zolang we niet alles weten, weten we niets”, lijkt regelmatig het devies te zijn van het NIPCC. Ze hebben in elk geval erg veel moeite met het omgaan met onzekerheden. Ze gaan er bijzonder inconsequent mee om. Aan de ene kant is elk beetje onzekerheid in de mainstream klimaatwetenschap een reden om die volledig af te wijzen, aan de andere kant is het verwijt dat men zuiver speculatieve theorieën niet meeneemt.

De “tropische hotspot” komt weer als “doorslaggevend” argument om de hoek kijken. Omdat metingen, die een grote mate van onzekerheid kennen, deze hotspot niet ondubbelzinnig aantonen kunnen alle klimaatmodellen bij het grof vuil, volgens het NIPCC. Aan de andere kant zou de in klimaatsceptische kringen geliefde theorie van Svensmark meegenomen moeten worden in de modellen, terwijl nog niemand in staat is geweest om het eventuele effect ervan te kwantificeren. De reden daarvoor: alles wijst er op dat dat effect zeer klein is, als het er al is.

Conclusie

Op basis van dit alles is maar één conclusie mogelijk: het NIPCC doet niet aan wetenschap, maar het is onderdeel van een campagne tegen de wetenschap. Het verdraaien en vervormen van wat de wetenschap echt zegt hoort daar bij, en daar blinkt het NIPCC echt in uit.

“IPCC Claim #1: A doubling of atmospheric CO2 would cause warming between 3°C and 6°C.”

Dit is onjuist. De klimaatgevoeligheid voor een verdubbeling van de CO2 concentratie ligt volgens het IPCC 2007 in de range van 2 tot 4.5 °C, met als meest waarschijnlijke waarde 3 °C.

“Doubling the concentration of atmospheric CO2 from its pre-industrial level, in the absence of other forcings and feedbacks, would likely cause a warming of ~0.3 to 1.1°C, almost 50% of which must already have occurred.”

De realiteit: een verdubbeling van de CO2 concentratie zonder terugkoppelingen geeft een opwarming van circa 1.2 °C, iets wat trouwens ergens anders in de ‘summary’ ook beaamd wordt.

Als het NIPCC ooit serieus genomen wil worden in de klimaaatwetenschap, dan zullen ze heel goed in de spiegel moeten kijken, al hun rapporten tot nu toe terugnemen, en helemaal opnieuw beginnen. Dat zal nooit gebeuren. Het NIPCC rapport is als wetenschap vermomd campagnemateriaal en dat is precies hoe het bedoeld is.

Update: Tamino heeft enkele claims uit het NIPCC rapport – “It’s supposed to represent the very best that so-called “skeptics” have to offer” – nagekeken. Hij vindt de meest opzichtige “cherry-picks” die hij zich kan heugen.

58 Reacties op “Het NIPCC versus de wetenschap: zoek de verschillen

  1. Wie de lead authors van het NIPCC rapport (Bob Carter en Fred Singer) in levende lijve wil bevragen kan dat vanmiddag in Nieuwspoort, Daar zullen ook Marcel Crok en Albert Klein Tank (IPCC en KNMI) spreken.: http://climategate.nl/2013/09/28/uniek-klimaatsymposium-nieuwspoort-3-oktober-2/

  2. Theo, neem jij dat NIPCC-rapport nog altijd serieus?

  3. @Hans Custers: ik begin niet met te zeggen ‘bedankt voor het verhelderende artikel’, maar ik denk dat je dat wel begrijpt.😉

    Een vraag dan. Aangezien dit rapport een grote verzameling ontkenner-memes bevat, is het om die reden dan juist om te concluderen dat heel veel, zo niet alles met elkaar in tegenspraak is? Of heeft met getracht om dat te omzeilen, wat in zou houden dat men niet de hele SkS database leeghaalde?

  4. Hans Custers

    @ majava,

    Dank voor je reactie🙂

    Ik heb niet geturfd of die hele SkS database er in staat, maar ik denk dat ze een aardig eind in de buurt komen. Het aanbod aan missers in dat rapport is zo groot dat het nog knap lastig is om er een beperkt aantal voorbeelden uit te pikken. Het kind-in-de-snoepwinkel-gevoel, maar dan anders…

    Er zijn dus veel meer voorbeelden te vinden van beweringen die met elkaar in tegenspraak zijn. Deze had ik bij nader inzien misschien wel moeten noemen: aan de ene kant menen ze dat er geen positieve feedback van waterdamp is, aan de andere kant geloven ze niet dat opwarming voor meer en grotere droogtes zorgt. Ofwel: de lucht wordt droger en ook weer niet.

  5. Dan vraag je je toch af, waar is dan de scepsis, van diegenen die zeggen de klimaatwetenschap met een sceptisch oog te benaderen?

    Dit is met name relevant op blog-reaguurders. Allemaal hebben ze zo wel hun eigen versie bij elkaar ge-cherrypicked over waarom AGW niet of nauwelijks bestaat, of dat het niet zo erg is. Voor de een is dat een wonderlijke energie die ontstaat in de oceaan en zich alleen nu aandient. De ander ziet cycli die ook telkens meer magische energie toevoegen, waar de koude fasen in die cycli niets blijken te doen en weer een ander zegt dat het alleen maar lijkt dat het opwarmt, want we worden voor de gek gehouden met verkeerde data. Al die mensen hebben hun verhaal min of meer ‘op orde’, ondanks dat het geen basis heeft in waargenomen of fysische werkelijkheid. Dat laatste even terzijde.

    Ik blijf me er over verwonderen, dat die “sceptici” nooit en te nimmer elkaar bekritiseren op punten die in tegenspraak zijn met hun eigen pet-theory. Het lijkt wel zo dat alles is toegestaan als je maar een vijand van AGW bent. Als het NIPCC met dezelfde houding, standaarden en maatstaven zou worden benaderd dan het IPCC, dan zou men tijd tekort komen om alles te debunken. Maar in plaats daarvan blijft het doodstil.

    Ach.

  6. Jos Hagelaars

    Majava,

    Inderdaad alle zogenaamde sceptische hypotheses zijn in hun ogen goede hypotheses, de enige voorwaarde is dat ze de antropogene opwarming tegenspreken of bagatelliseren. Dat de ene hypothese de andere weerspreekt, is daarbij totaal onbelangrijk.

    Een mooi voorbeeld is de zin in het eerste kader (van blz. 2 uit de NIPCC ‘Executive Summary’):
    “The IPCC likely underestimates the total cooling effect of aerosols. Studies have found their radiative effect is comparable to or larger than the temperature forcing caused by all the increase in greenhouse gas concentrations recorded since preindustrial times.”.

    En wat schrijft Marcel Crok hier tijdens die discussie over de klimaatgevoeligheid:
    “Aerosol cooling komt de komende jaren nog verder naar beneden (een belangrijk punt in mijn boek was het interview met Graeme Stephens die indirect aerosol effect op vrijwel nul zet).”
    Dat is geen vergissing van hem want op zijn site kom je dat soort uitspraken met grote regelmaat tegen (zie hier of hier).

    Het NIPCC beweert dus precies het tegengestelde van wat Marcel Crok beweert, die het liefst de bijdrage van aerosolen riching 0 wil praten om de klimaatgevoeligheid op bijna 0 te krijgen. Misschien kan iemand, bijv. Theo Wolters, vanavond vragen of men deze enorme tegenstelling kan ophelderen?
    Of aerosolen zijn een soort nieuwe binaire deeltjes, als het over de klimaatgevoeligheid gaat werken ze niet afkoelend en als het alleen over de temperatuur gaat werken ze heel erg afkoelend. Dat gaat ze een Nobelprijs opleveren.

  7. Majava’s observatie komt mij overbekend voor.

    Ik checkte even wat Neerlands bedachtzaamste skepticus over het NIPCC te melden had: erg weinig. Maar het volgende viel me op: volgens hem is Joe Bast, directeur van de liberatarische lobbyclub Heartland, “inhoudelijk meer met het wetenschappelijke klimaatdebat bezig dan Pachauri”.

    Dat vind ik een bijzondere claim want toen Joe Bast nog primair bezig was om tegen betaling de belangen van tabaksfabrikanten te verdedigen i.p.v. de belangen van kolendelvers nu, Pachauri al decennia wetenschappelijke studies publiceerde op het raakvlak van energie, ecologie en politiek.

    Hoezo dan alle lof voor een niet afgestudeerde econoom zonder enige academische bijdrage aan de wetenschap vraag ik me dan af. Nou, de reden is simpel: omdat Bast zelf de redactie voerde van het NIPCC rapport. Ja, niet meer en niet minder.
    Zou het niet veel logischer zijn, gezien de vele vele fouten in het NIPCC rapport, dat Marcel tot de conclusie zou komen dat het redigeerwerk eigenlijk maar bar weinig met inhoudelijke wetenschap van doen had?

    Voor Crok is het kennelijk een groter compliment waard wanneer je veel pagina’s redigeert -de enorme hoeveelheid fouten erin maakt niet uit- dan wanneer je de wetenschappelijke kennis vooruit helpt. Tenzij het de IPCC rapporten betreft natuurlijk, dan zijn fouten ineens wel belangrijk.

    Ik vind dit curieus.

  8. Lennart van der Linde

    Ja Marcel, dat vind ik ook curieus.

  9. Kennelijk kun je als je de risico’s van AGW op nul inschaalt niet anders dan Joe Bast, het Heartland Institute en het herkauwde NIPCC-prutswerk omarmen. Het is ogenschijnlijk onmogelijk om als AGW-scepticus te zeggen: “Ik zet m’n vraagtekens bij van alles en nog wat aangaande klimaatwetenschap, maar tegelijkertijd ben ik ook van mening dat Bast, het Heartland Institute en hun herkauwde NIPPC-prutswerk een laagbijdegronds vrijemarktfundamentalistisch lobby-zooitje is.”

    Ik zou willen dat er één scepticus was die zoiets zegt, en daarmee z’n geloofwaardigheid tig maal vergroot. Maar ik heb hem nog niet gezien. Neem Theo Wolters bijvoorbeeld. Ik ben overtuigd van z’n integriteit, en dom is hij ook zeker niet (slimmer dan ik in ieder geval). Maar toch komt hij hier reclame maken voor de nepskeptische PR-stunt.

    Heel curieus is dat.

    Is dat NIPCC-ding ergens te bekijken? Ik wil wel eens zien in hoeverre het hoofdstuk over Arctisch zee-ijs verschilt van de vorige grap.

  10. Vraagje:
    NIPPC en concensus, dat zit toch wel goed he?
    Toch wel haast 100%?

  11. Hans Custers

    Die opmerking van Crok over Bast die, in tegenstelling tot Pachauri, het rapport van zijn clubje redigeert zegt het allemaal. Waar Pachauri de (wetenschappelijke) inhoud terecht volledig overlaat aan de echte experts heeft Bast blijkbaar minder vertrouwen in zijn “deskundigen”. Hij wil natuurlijk absoluut zeker weten dat er niets in zo’n rapport terechtkomt dat in strijd is met de belangen van zijn opdrachtgevers. Ik vind het ook onbegrijpelijk dat iemand die zich profileert als “gematigd scepticus” zo kritiekloos is over Heartland.

    Je zou bijna geneigd zijn van een “omerta” te spreken – er zijn zelfverklaarde sceptici die dat woord graag gebruiken – als je ziet hoe klimaatsceptici elkaar en zichzelf steeds weer tegenspreken en tegelijkertijd weigeren met elkaar in discussie te gaan over die tegenstellingen. Of zouden ze daar gewoon geen tijd voor hebben, omdat ze het te druk hebben met de discussie over hoe de boodschap het best verkocht kan worden?

    @ Neven, het verzameld werk (voornamelijk fictie) van het NIPCC is hier te vinden.

  12. Hoi Pieter,

    De consensus is dat het ‘NIPPC’ rapport voor 110% uit drogredenen, vaag handgewapper en inconsistenties bestaat.

    Die extra 10% betreft de inconsistenties tussen hun eigen veronderstelde ‘Summary for Policymakers’ en ‘Executive Summary’. Aangezien dat laatste een gecondenseerde versie zou moeten zijn van de conclusies in het eerste document, verwacht je geen ‘Findings’ die vanuit onderliggende hoofdstukken de ‘SPM’ overslaan en wél weer opduiken in de ‘Executive Summary’. Maar die zijn er wel degelijk.

    Ik heb geprobeerd om wat ‘Findings’ te volgen tot aan de ‘onderbouwing’, met name over aerosolen. Op een gegeven moment gaan je hersenen ernstig pijn doen, wat gecompenseerd wordt door hevig gegiechel over de ‘clever tricks’ die zij in hun proza proppen:

    * aanhalen van een enkel oud paper uit 1999 of 2001;

    * dat zij tot vervelens toe citeren, wel drie keer hetzelfde stukje dat uit de context geknipt is;

    * álle andere, veel recentere publicaties worden stomweg weggelaten en niet eens genoemd;

    * semantisch wordt er telkens verwarring gesticht door bijv. géén onderscheid te maken tussen antropogene en natuurlijke aerosolen: soms bedoelen ze het één, dan het ander, en soms weten ze het zelf niet. In alle gevallen moet je maar raden.

    Ik zal maar niet wéér een YouTube filmpje plaatsen, maar het doet denken aan Blackadder die een ‘cunning plan’ bedenkt en het vervolgens uit laat voeren door Baldrick – met desastreus resultaat.🙂

  13. Die opmerking over total aerosol effect in NIPCC is zeer opmerkelijk. Ik zal hun hoofdstuk er eens op na lezen. Zoals hier opgemerkt ben ik ervan overtuigd dat de trend de andere kant op is, een lager total aerosol effect. Naast de lagere inschatting voor het koelende effect nemen de schattingen voor het opwarmende effect van roet toe.
    Ik ben het met Ramanathan eens dat het aanpakken van roet een open deur is met directe positieve effecten op de gezondheid en op gletsjers en ijskappen (minder smelt). Dus laten we daarmee aan de slag gaan.

  14. Bast vs Pachauri. Bij Pachauri (die ik maar een keer live gezien heb, bij de start van het IAC onderzoek in A’dam) proef ik nauwelijks belangstelling voor de klimaatwetenschap. Nou hoeft hij dat ook niet perse te hebben om zijn werk goed te doen al zou ik het persoonlijk wel prefereren als de vz van het IPCC meer affiniteit zou hebben met de wetenschap. Zijn werk doet hij echter ook niet best, want hij houdt zich zelden aan waar het IPCC voor staat: namelijk beleidsrelevant maar ook beleidsneutraal zijn. Vooral op dat laatste vlak slaat hij nog wel eens de plank mis. Richard Tol kan smakelijk vertellen waarom de landen Patchy zo graag wilden hebben…
    Bast heb ik twee keer aan het werk gezien tijdens Heartland Conferenties. Uiteraard is hij zelf geen wetenschapper en pretendeert hij dat ook niet te zijn. Mijn mening is dat hij wel veel meer belangstelling heeft voor de klimaatwetenschap dan Pachauri.
    Beiden hebben ook andere belangen en die zullen ongetwijfeld meespelen in wat ze vinden en zeggen.
    Het is jammer dat er voor Spencer, Christy en andere valide sceptici geen plek is binnen IPCC. Dan konden de onderzoekers het daar uitvechten en hoefden we nu niet te kibbelen over het NIPCC-rapport (dat ik overigens nog niet gelezen heb, want het IPCC-rapport is hoe dan ook veel relevanter omdat landen zich erop baseren).
    Marcel

  15. Bob Brand: “Ik heb geprobeerd om wat ‘Findings’ te volgen tot aan de ‘onderbouwing’, met name over aerosolen. Op een gegeven moment gaan je hersenen ernstig pijn doen, wat gecompenseerd wordt door hevig gegiechel over de ‘clever tricks’ die zij in hun proza proppen”

    Je hersens gaan ook erg pijn doen als je het IPCC-rapport probeert te lezen (hoeveel blz van de 2200 heb jij al gedaan?) al is het maar omdat het droog, saai en niet om doorheen te komen is met hun eindeloze opsomming van papers en likelihood statements en confidence findings.
    Ondertussen negeert het IPCC enkele “elephants in the room”, zoals je het deleten van figuur 1.5 gerust kunt noemen. De discrepantie tussen modellen en waarnemingen wordt angstvallig vermeden. Doen ze het niet goed over 15 jaar en zelfs 30 jaar, ach dan kijken we gewoon naar de laatste 60 jaar. Ondertussen heeft het IPCC nog meer vertrouwen in de modellen.

    Dus hoewel er ongetwijfeld veel valt af te dingen op het NIPCC-rapport (denk alleen al aan de beperkte menskracht die erachter zit).

    Ik zou graag met een internationaal red team aan de slag gaan om punt voor punt de belangrijkste claims uit het IPCC-rapport na te lopen en er kanttekeningen bij te plaatsen. Maar ja, probeer zoiets maar eens van de grond te krijgen.

  16. Jos Hagelaars

    @Marcel

    “Ondertussen negeert het IPCC enkele “elephants in the room”, zoals je het deleten van figuur 1.5 gerust kunt noemen.”

    Welnee, in het nieuwe rapport is er zelfs een hele box (9.2) gewijd aan “Climate Models and the Hiatus in Global-Mean Surface Warming of the Past 15 Years” en uiteraard gaat dat over CMIP5 modelruns en niet over de modellen die in AR4 gebruikt zijn.
    Je kunt er o.a. het volgende lezen:
    “Almost all CMIP5 historical simulations do not reproduce the observed recent warming hiatus.”.
    Duidelijker kunnen ze het niet opschrijven lijkt mij en het verhaal in box 9.2 schetst in mijn ogen een heel eerlijk beeld van de wetenschap.

    In het AR5FD rapport staat de figuur 1.4 en daar ik nog steeds niet kippig ben, kan ik daarin duidelijk zien dat de observaties sinds circa 2005 zich aan de onderkant van de scenario’s van de vorige rapporten bevinden.

    Iets dat wij hier begin dit jaar ook al hebben laten zien:

    Hoe dik het IPCC rapport ook is, er is altijd wel iemand die iets mist, iets anders had willen zien of iets uitgebreider besproken wil hebben. Daar hoor jij blijkbaar ook bij.
    Op het NIPCC rapport valt niet alleen heel veel af te dingen, het kan uberhaupt niet serieus genomen worden. Het is campagnemateriaal, zoals Hans dat zegt, met wetenschap heeft het allemaal niets van doen.

  17. Hans Custers

    @ Marcel Crok,

    Ondertussen negeert het IPCC enkele “elephants in the room”, zoals je het deleten van figuur 1.5 gerust kunt noemen

    Figuur 1.5 bevatte precies dezelfde fout als figuur 1.4 en die fout is al sinds december vorig jaar bekend. Dat McIntyre nu de aandacht van 1.4 naar 1.5 verlegt is enkel en alleen verwarring zaaien en verder niks. De realiteit is dat AR5 wel degelijk modellen en waarnemingen vergelijkt.

    Het is jammer dat er voor Spencer, Christy en andere valide sceptici geen plek is binnen IPCC.

    Dit is een complottheorie. In de IPCC rapporten is plaats voor alle klimaatwetenschap die de toets der kritiek doorstaat. Dat laatste blijkt Spencer en Christy steeds weer niet te lukken.

    Wat jij “proeft” bij Bast en Pachauri zal me een zorg zijn. Het is volledig terecht dat de voorzitter van het IPCC de wetenschap overlaat aan de wetenschappers en zich daar niet mee bemoeit. Als hij zich wel over de wetenschap uit zou laten zou jij de eerste zijn om daar schande van te spreken. Die interesse van Bast in de wetenschap heb ik werkelijk nog nooit ergens gezien. Sterker nog: ik geloof niet dat ik ooit aanwijzingen heb gezien dat Bast geïnteresseerd is in feiten.

    Dus hoewel er ongetwijfeld veel valt af te dingen op het NIPCC-rapport (denk alleen al aan de beperkte menskracht die erachter zit)

    Als die beperkte menskracht eens zou beginnen geen tijd en aandacht te besteden aan de enorme hoeveelheid onzin en de lang en breed weerlegde beweringen die ze opschrijven, dan zouden ze zeeën van tijd overhouden om naar de serieuze wetenschap te kijken.

  18. Beste Marcel Crok,

    Je hersens gaan ook erg pijn doen als je het IPCC-rapport probeert te lezen (hoeveel blz van de 2200 heb jij al gedaan?) al is het maar omdat het droog, saai en niet om doorheen te komen is met hun eindeloze opsomming van papers en likelihood statements en confidence findings ..

    De oorzaak dat de hersenen pijn gaan doen bij het lezen van het ‘NIPCC’ stuk is dat het inconsistenties bevat en allerlei vaag proza, waarbij men over ‘aerosols’ begint te orakelen zonder een poging te doen om de natuurlijke van de antropogene aerosolen te onderscheiden. Bij het lezen van de aangehaalde publicaties blijkt pas dat het over natuurlijke aerosolen gaat. Een ander hoofdpijn-inducerend verschijnsel is drie keer dezelfde passage aanhalen.

    Verder is het hoogst kwalijk dat het ‘NIPCC’ ca. 90% van de hedendaagse publicaties negeert, en doorzevert over één uit de context geknipt stukje dat wél in hun ‘confusionist narrative’ past.

    Ik heb hoofdstuk 5 en 12 en deels 14 van het nieuwe IPCC-rapport inmiddels gelezen. Het is helder maar ook heel gedetailleerd in vergelijking met IPCC 2007. Dat is mede het gevolg van de IAC review, waar er op aangedrongen werd om IEDERE conclusie te voorzien van:

    – kwantitatieve waarschijnlijkheid;
    – confidence statement;
    – Level of understanding langs twee assen: level of agreement + amount of evidence.

    Dus wat is het nu? Moet het IPCC nu wél of niet de IAC aanbevelingen volgen? Zie verder hier en hier.

    Daarnaast lijkt me dat er ook wel iets van het ‘sehr, sehr präzise’ van Thomas Stocker en andere Zwitserse onderzoekers in zit. Het is een enorm voordeel dat zij een integraal overzicht bieden van de meeste publicaties sinds 2007, en dat is juist de bedoeling:

    The role of the IPCC is to assess on a comprehensive, objective, open and transparent basis the scientific, technical and socio-economic information relevant to understanding the scientific basis of risk of human-induced climate change, its potential impacts and options for adaptation and mitigation. ..

    Het is jammer dat er voor Spencer, Christy en andere valide sceptici geen plek is binnen IPCC.

    Welja, een onderhandse suggestie van een complottheorie. Spencer IS nota bene uitgenodigd voor IPCC AR5 maar hij heeft zelf geweigerd. Net zoals bij vorige IPCC rapporten, waar zijn baas Christy gewoon aan meegewerkt heeft.

  19. Hallo Marcel,

    In je https://klimaatverandering.wordpress.com/2013/10/03/het-nipcc-versus-de-wetenschap-zoek-de-verschillen/#comment-6658 pleit je voor het aanpakken van roet. Dat mes snijdt inderdaad aan twee kanten: klimaat en volksgezondheid. In mijn boek (blz 154) vestigde ik eveneens de aandacht op het terugdringen van roet (en methaan). Er zit echter wél een addertje onder het gras: de ‘hotspots’ van de emissie van roet bevinden zich niet in de geïndustrialiseerde landen maar juist in de minder ontwikkelde landen in Afrika en Azië. Zou een interessant agendapunt kunnen vormen op het internationaal klimaatoverleg waarin tot nu toe vooral met de vinger gewezen wordt naar de CO2-uitstoot van het ‘rijke westen’…

  20. Hans Custers

    @ Bert,

    het internationaal klimaatoverleg waarin tot nu toe vooral met de vinger gewezen wordt naar de CO2-uitstoot van het ‘rijke westen’…

    Laat ik daar maar eens een ander cliché tegenover stellen: je laat weer eens zien waar het de zogenaamde klimaatsceptici echt om gaat: “Zolang het maar niet mijn probleem is, maar dat van anderen, vind ik alles best.”

    Het is toch niet echt je bedoeling om de verouderde, goedkope, vervuilende technologie – het enige wat ze zich kunnen veroorloven – in minder ontwikkelde landen als excuus te gebruiken om maar niets aan onze emissies te doen?

  21. Beste Bert Amesz,

    Er zijn kortgeleden twee belangrijke verdragen gesloten tussen de VS en een aantal andere (ook Aziatische) landen die specifiek betrekking hebben op deze emissies:

    1) The Climate and Clean Air Coalition to Reduce Short-Lived Climate Pollutants;

    2) uitbreiding Montreal protocol met de HFC’s.

    Het eerste verdrag is mede tot stand gekomen vanwege de publicatie in Science van Shindell et al. 2012. Voor zover ik weet lopen er ook bilaterale onderhandelingen tussen de VS en China om China deel te laten nemen aan het eerstgenoemde verdrag, terwijl het tweede verdrag inmiddels getekend is door China. Bij het eerste verdrag sluiten zich steeds meer landen aan:

    More Countries Join Coalition To Slash Soot And Methane

    En lees verder:

    New hope for the climate with US/China agreement?
    New global deal on climate change
    China and US agree on gas phase-out

    Of these the principle culprits are methane, low-level ozone, which also damages health and crops, and black carbon soot, which kills an estimated six million people a year. Methane can be captured and used as a fuel and cutting out the other two has important economic incentives as well as saving lives.

    Verder is China in augustus een groot programma gestart om ‘soot’ oftewel ‘black carbon’ terug te dringen:

    Most of China’s Infamous Black Carbon Smog Comes From Cars And Cook Fires

    China Is Going To Embark On An Epic Attempt To Reduce Pollution, And The Business Opportunity Is Massive

    Enkele stukjes daaruit:

    First, reducing coal consumption by 150-200 million tons in coastal areas in five years and switching to green energy in industrial boilers and power plants. … Second, speeding up installation of deNOx (aimed at reducing nitrogen oxides) in power plants. … The biggest beneficiaries from this program are expected to be players in wind/solar, like Suntien, Longyuan and HNR. Upstream/downstream gas, like PetroChina, ENN, Towngas, China Oil & Gas; and coal-to-gas, like Datang Power, Yingde Gases.

    Een aardig detail is dat deze verdragen geïnitieerd zijn door de VS – Obama en Hillary Clinton – buiten de UNFCCC onderhandelingen om (over een nieuw klimaatverdrag). Wel wordt het nieuwe verdrag onder toezicht geplaatst van UNEP. Tot voor kort verzetten landen als China, India en Brazilië zich nog tegen uitbreiding van het Montreal protocol met de HFC’s, o.a. omdat die ook onder Kyoto vallen. Desondanks is het in juni gelukt om ‘Montreal’ daarmee uit te breiden.

  22. @Hans C

    Nee, Hans. Met je https://klimaatverandering.wordpress.com/2013/10/03/het-nipcc-versus-de-wetenschap-zoek-de-verschillen/#comment-6670 vlieg je weer eens volledig uit de bocht.

    Indien (i) de reductie van roet een effectieve maatregel is en (ii) de hotspots in minder ontwikkelde landen in Azië en Afrika liggen, dan moet je dat nadrukkelijk op de agenda zetten (en niet onder het tapijt schoffelen). Indien de betreffende landen zich dat financieel niet kunnen permitteren, kan ‘het rijke westen’ bijspringen om de transitie te ondersteunen. Dit naast hun inspanningen om de eigen CO2-uitstoot te beperken.

  23. Het terugdringen van roet en CO2 verschilt sterk in de tijdshorizon: Voor de korte termijn is BC reductie het meest effectief (lees: snel); voor de lange termijn is CO2 het meest effectief (omdat CO2 vele malen langer in de atmosfeer blijft). Zie ook http://ourchangingclimate.wordpress.com/2011/12/15/pros-and-cons-reducing-co2-vs-other-warming-agents/

    Je kunt ook zeggen dat in een plot van temperatuur in de tijd BC reductie het intercept omlaag brengt en CO2 reductie de richtingscoefficient. Dat laatste heeft een cumulatief effect, en is dus voor de lange termijn veel belangrijker. Maar het “belang” dat je aan beiden hecht hangt natuurlijk sterk af “how you value the future vs the present”. Oftewel, een waarde-oordeel.

  24. Beste Bert Amesz,

    De uitstoot van roet (door het gebruik van diesel, steenkool en de welbekende houtkacheltjes) gaat samen met de uitstoot van het verkoelende SO2 en NOx. Het terugdringen van het gebruik van fossiele brandstoffen en het toepassen van deeltjesfilters en rookgasreiniging helpt, maar reduceert tegelijkertijd de verkoelende paraplu aan aerosolen die ook boven een groot deel van Azië hangt. Het staat dus al op de agenda, en zoals je ziet zijn er het afgelopen jaar afspraken gemaakt over roet, methaan, HFC’s en troposferisch ozon:

    The Climate and Clean Air Coalition to Reduce Short-Lived Climate Pollutants.

    De maatregelen die bijv. China nu neemt staan hier genoemd: China Is Going To Embark On An Epic Attempt To Reduce Pollution.

    Voor roet en aerosolen geldt dat het slechts enkele weken in de atmosfeer blijft en dan is neergeslagen of uitgeregend. Maatregelen hebben dus bijna onmiddellijk effect en er ontstaat geen ‘global warming commitment’ vanuit het verleden. Bij de kooldioxide-emissies (en in mindere mate methaan) wordt dit commitment juist wél opgebouwd: je moet NU beginnen met reduceren om daar over decennia de voordelen van te ondervinden.

    Op langere termijn is de accumulatie van CO2 in de dampkring nog altijd het grootste probleem, en als reductie van ‘Short-Lived Climate Pollutants’ onderdeel wordt van het Emission Trading System dan kan jouw voorstel: “.. kan ‘het rijke westen’ bijspringen om de transitie te ondersteunen” plaatsvinden door vanuit het westen goedkope emissierechten te kopen uit Azië, óók voor reductie van roet daar ter plekke.

    Op die manier krijg je de meeste ‘reduction for the buck‘: voor zover het goedkoper is om in Azië de uitstoot van roet te reduceren – qua ‘zelfde’ effect op het klimaat – dan hier CO2-emissies uit te sparen, kan dat gekocht worden.

  25. En wie gaat die roet-reductie betalen, stelletje communisten?

  26. Hans Custers

    Bert,

    Don’t blame the messenger. Ik gaf slechts aan dat die reactie van je, en dan met name die slotzin, de indruk zou kunnen wekken dat je roet in minder ontwikkelde landen als excuus gebruikt om hier niets te doen. Ik kon me dat niet zo goed voorstellen – Ik schreef: “Het is toch niet echt je bedoeling …” – en nodigde je daarom uit om die indruk helemaal weg te nemen. Wat je inmiddels hebt gedaan.

    Ik ben het met de vorige reacties eens dat roet en CO2 twee onvergelijkbare zaken zijn. Niet alleen vanwege de verblijftijd in de atmosfeer en de “verkoelende” emissies die vrijwel altijd samen gaan met roet, maar ook omdat de technologie om roetemissies drastisch te beperken er al is. Mocht ooit blijken dat er een mondiale roet-transitie nodig is, dan zou dat in tien of misschien zelfs vijf jaar te realiseren zijn. Een energietransitie is veel lastiger en zal veel langer duren en vraagt daarom om veel meer aandacht van beleidsmakers wereldwijd.

  27. @Bob, Bart, Hans,

    “Voor roet en aerosolen geldt dat het slechts enkele weken in de atmosfeer blijft en dan is neergeslagen of uitgeregend. Maatregelen hebben dus bijna onmiddellijk effect en er ontstaat geen ‘global warming commitment’ vanuit het verleden.”

    Inderdaad: roet en fijnstof hebben een korte verblijfstijd in de atmosfeer. Maar ze slaan neer, bijvoorbeeld op (Himalaya) gletsjers, ijskappen en zee-ijs met als gevolg snellere afsmelt en verkleining albedo. N.m.m. is er dus sprake van een zekere mate van cumulatief effect op de langere termijn c.q. ‘global warming commitment’ vanuit het verleden’.

    Ik las onlangs dat de krimp van de Alpengletsjers vanaf mid 19e eeuw voor een belangrijk deel getriggerd werd door de emissie van roet.

  28. Hans Custers

    Bert,

    Inderdaad, roet verkleint het albedo van sneeuw en ijs en er is geen serieuze wetenschapper die dat ontkent. Wat is je punt?

  29. Beste Bert Amesz,

    N.m.m. is er dus sprake van een zekere mate van cumulatief effect op de langere termijn ..

    Naar jouw mening? Nee, geen accumulatie want roet dat neerslaat op sneeuw en ijs wordt binnen enkele dagen/weken bedekt door sneeuwval. Wel kan het tijdens het daaropvolgende smeltseizoen weer aan het oppervlak komen.

    Doordat het roet telkens ververst wordt (roet dat enkele dagen/weken daarvoor is uitgestoten) valt er weer nieuw roet bovenop de sneeuwlaag. Als de emissies van roet stoppen, is binnen enkele weken het effect verdwenen – doordat er verse, witte sneeuw op valt.

    Ik las onlangs dat de krimp van de Alpengletsjers vanaf mid 19e eeuw voor een belangrijk deel getriggerd werd door de emissie van roet.

    Het zal vast mede een rol gespeeld hebben – roet uitgestoten door de verbranding van fossiele brandstoffen na de industriële revolutie. Een bekend feit in de glaciologie is echter dat gletsjers die bedekt zijn met ‘rubble’ (dus geen sneeuw) óók snel gekrompen zijn. Die hebben geen last van afname van albedo aangezien de toplaag al donker is.

    Extra roet speelt een rol op sommige locaties maar een deel van het roet op de Groenlandse ijskap is afkomstig van ‘wildfires’, bosbranden en veenbranden in de VS, Canada en Siberië die optreden juist als gevolg van extreem hete zomers, zoals in 2012.

    Verder leidt die opwarming tot extra algengroei en cyaanbacteriën die met wind en rook meegevoerd worden. De toename van roet op de Groenlandse ijskap is waarschijnlijk deels een albedo feedback – juist een gevolg van de opwarming. Het is één van de versterkende terugkoppelingen die meegerekend dienen te worden in de projecties:

    http://orbi.ulg.ac.be/bitstream/2268/82985/1/1748-9326_6_1_014005.pdf

    http://www.theguardian.com/environment/climate-consensus-97-per-cent/2013/jun/12/greenland-darkening-ice-climate-science

    http://darksnowproject.org

  30. Bert, ik zie welke publicatie je bedoelt:

    http://www.pnas.org/content/110/38/15216

    Lees ook:

    http://www.nature.com/news/how-soot-killed-the-little-ice-age-1.13650
    http://www.colorado.edu/news/releases/2013/09/03/soot-suspect-mid-1800s-alps-glacier-retreat

    Glacier records in the central European Alps dating back to the 1500s show that between 1860 and 1930, loosely defined as the end of the Little Ice Age in Europe, large valley glaciers in the Alps abruptly retreated by an average of nearly 0.6 mile (1 kilometer). Yet weather in Europe cooled by nearly 1.8 degrees Fahrenheit (1 degree Celsius) during that time. Glaciologists and climatologists have struggled to understand the mismatch between the climate and glacier records.

    Between 1860 and 1930, large valley glaciers in the Alps abruptly retreated at an average rate of nearly 0.6 miles, even though temperatures actually dropped by 1.8 degrees Fahrenheit. During that time, mass industrialization from the coal, steel and rail industries in Western Europe spewed large amounts of coal in the atmosphere.

  31. Bob, ja, dat was de betreffende publicatie.

    Je zegt:
    “Nee, geen accumulatie want roet dat neerslaat op sneeuw en ijs wordt binnen enkele dagen/weken bedekt door sneeuwval”

    gevolgd door:
    “Wel kan het tijdens het daaropvolgende smeltseizoen weer aan het oppervlak komen”

    Je tweede zin ontkracht de eerste. Want als het roet het daaropvolgende smeltseizoen weer aan het oppervlak komt, wordt de afsmelt weer bevorderd als gevolg van roet dat in het verleden is neergeslagen.

    Er is dus wel degelijk sprake van accumulatie van roet in een deel van het klimaatsysteem (cryosfeer). Net zoals CO2 accumuleert in een andere component (atmosfeer). Dus heeft roetreductie ook effect op de langere termijn.

    PS Misschien begrijpt Hans ‘mijn punt’ nu ook?

  32. Hans Custers

    Misschien begrijpt Hans ‘mijn punt’ nu ook?

    Nee, Bert, ik snap nog steeds niet goed waar je nu precies naar toe wilt met de weetjes over roet die je op blijft lepelen en die bij mijn weten door niemand ontkend worden.

  33. Beste Bert Amesz,

    Wel kan het tijdens het daaropvolgende smeltseizoen weer aan het oppervlak komen.

    Dat is een effect van roet dat tijdens de winter is neergeslagen, en ca. een half jaar later aan het oppervlak komt (waardoor de sneeuwlaag eerder wegsmelt aan het begin van het smeltseizoen). Zodra je stopt met de emissies van roet:

    1) is het directe effect op de albedo binnen een paar weken verdwenen (omdat er sneeuw valt over het roet);

    2) na het eerstvolgende smeltseizoen is ook het indirecte effect verdwenen, doordat roet met het smeltwater wegloopt.

    Het roet moet opnieuw aangevoerd worden om effect te hebben. Dit in tegenstelling tot de CO2-emissies: die accumuleren in de atmosfeer en blijven vele honderden jaren (en continu, dag en nacht + over het gehele aardoppervlak) gevolgen hebben voor de stralingsbalans.

  34. Misschien dat er gebieden zijn waar veel minder roet neerslaat op de gletschers? Mogelijk kan het gedrag van die gletschers iets zeggen over de mate van belangrijkheid van roet op het smeltgedrag? Patagonie lijkt me een goede candidaat….

  35. Beste Bert Amesz,

    Ik heb je laatste reactie verwijderd aangezien die in strijd is met de spelregels. Voor breiwerkjes en vaatwasmachines kan je op andere fora terecht. Verder dwalen we wel erg af van het nieuwe ‘NIPCC rapport’, waarover het hierboven gaat.

  36. Hoi Ontspan,

    Ja, en de hoeveelheid ‘black carbon’ varieert ook behoorlijk in de Alpen. De laatste 30 jaar is er daar minder BC maar zijn de luchttemperaturen aan het stijgen. Zie fig. 2 en 4 in Painter et al. 2013:

    http://www.marzeion.info/sites/default/files/painter_etal_13.pdf

    Interessant paper trouwens. Wat wel jammer is, is dat hun BC data alleen uit ‘ice cores’ komt waardoor dit rond 1950/1970 eindigt.

  37. Bob,

    In je https://klimaatverandering.wordpress.com/2013/10/03/het-nipcc-versus-de-wetenschap-zoek-de-verschillen/#comment-6702 zeg je:

    “Het roet moet opnieuw aangevoerd worden om effect te hebben. Dit in tegenstelling tot de CO2-emissies: die accumuleren in de atmosfeer en blijven vele honderden jaren [etc]”

    Jouw conclusie is van toepassing op de atmosfeer; mijn conclusie daarentegen geldt (voor delen van) de cryosfeer. Uit het artikel van Painter et al blijkt dat roet accumuleert in de gletsjers (en niet geheel wegspoelt zoals jij suggereert). Oftewel: versnelde gletsjersmelt vindt nog steeds plaats door roetdepositie uit het verleden. En dus: gletsjers zullen in de toekomst sneller smelten door roetneerslag van heden. Dus (net als CO2) heeft roet wel degelijk een lange termijn effect.

  38. Hans Custers

    @ Bert,

    Je blijft het onvergelijkbare met elkaar vergelijken. Het “lange termijn effect” van roet speelt op een tijdschaal van enkele jaren; voor CO2 is die tijdschaal eeuwen tot millennia.

  39. Beste Bert Amesz,

    Nee, dit lijkt me onjuist:

    Uit het artikel van Painter et al blijkt dat roet accumuleert in de gletsjers (en niet geheel wegspoelt zoals jij suggereert). Oftewel: versnelde gletsjersmelt vindt nog steeds plaats door roetdepositie uit het verleden.

    Het roet dat zich IN de ijsboringen in gletsjers bevindt heeft geen enkele invloed op het albedo bovenop de gletsjer – die wordt immers beïnvloedt door depositie bovenop de sneeuw in de toplaag. En die depositie komt uit de huidige ‘black carbon’ in de atmosfeer.

    Er is nog een belangrijker reden daarvoor. Zoals in de publicatie van Painter et al. beschreven wordt:

    1. het is de albedo in de ‘ablation zone’ waar het over gaat;
    2. die bevindt zich vrij laag (ca. 2 km hoogte) onderaan de gletsjer;
    3. de aerosolen die je daar aantreft komen in overgrote meerderheid uit de huidige ‘aerosol load’ in de atmosfeer daar ter plaatse (laag in het dal).

    Waarom? Omdat de depositie van aerosolen hoger op de gletsjer altijd ordes van grootte geringer is dan onderaan op de ‘ablation zone’. De aerosolen komen niet zo hoog, voor het grote merendeel.

    De gevonden BC concentraties in de ‘ice cores’ dienen dan ook alléén als een indicator voor de depositie van BC in de ‘ablation zone’, zoals die vroeger geweest moet zijn. Je ziet in de publicatie dat Painter c.s. de gevonden concentraties in de ‘ice cores’ juist schalen naar hoe het vroeger geweest moet zijn in de ablation zone:

    The bulk of evidence suggests that aerosol concentrations and deposition loading below 2,000 m is one-to-two orders-of- magnitude greater than above 4,000 m. Therefore, in the radiative-forcing calculations below, we bound the lower elevation radiative forcings with concentrations of 10- and 20-times the high- elevation concentrations.

    Dit staat in detail beargumenteerd onder het kopje “Scaling High-Altitude BC Concentrations to Ablation Zones“. Je ziet daar ook een aantal voorbeelden van de black carbon concentraties in de ‘ice cores’ versus in de ‘ablation zone’:

    .. ice core concentrations of 7 μg/kg before 1850 and compared with the peaks of 20–35 μg/kg in the ice core record.

    Ablation zone: “winter to spring means of ∼120 μg/kg to nearly 500 μg/kg”

    Met andere woorden: het gaat om de actuele depositie van black carbon in de ‘ablation zone’, nu en zoals deze vroeger geweest moet zijn. De aanvoer van BC vanaf de ‘higher elevations’ (en dus vanuit het verleden), valt vergeleken daarbij in het niet.

  40. Hans Custers

    Ligt het nou aan mij of dreigen hier twee dingen door elkaar te lopen: een cumulatief effect enerzijds en een vertraagd effect anderzijds? Voor de helderheid lijkt het me wel belangrijk een onderscheid te maken tussen deze twee.

  41. Lennart van der Linde

    De koelende werking van aerosolen maskeert wellicht toch een groter deel van de opwarming door broeikasgassen dan eerder gedacht, volgens een nieuw paper in Nature vanuit het CERN:
    http://thinkprogress.org/climate/2013/10/14/2774891/nature-cloud-study-climate-sensitive/

    Ik ben benieuwd wat Bart en Marcel hiervan denken.

  42. Hmm, dat (meer koelende werking van aerosolen en ‘dus’ een grotere klimaatgevoeligheid) lijkt me een extrapolatie vd resultaten die niet uit de studie volgt. De studie gaat alleen over aerosol nucleatie; niet over het stralingseffect van aerosolen als geheel. (en een net gevormd aerosol heeft nog een lange weg te gaan alvorens het klimaat te beinvloeden).

    Daarnaast is de link tussen aerosol forcering en klimaatgevoeligheid lang zo direct niet als Marcel (en blijkbaar ook Jasper Kirkby in het interview) beweert, aangezien er vele andere factoren en ‘constraints’ in het spel zijn. Een aantal jaren geleden was Kirkby trouwens vrij skeptisch (ik ken hem) dus die uitspraak van hem bevreemdt mij een beetje.

  43. Hi Lennart,

    Ik heb het nieuwe artikel in Nature ook gelezen. Zoals Bart al zegt, lijkt het me nogal een extrapolatie om op basis daarvan te concluderen dat de negatieve forcering door aerosolen onderschat zou zijn.

    In het stukje in The Independent zegt Kirkby ook alleen:

    And that could be bad news because, Professor Kirkby said, it suggested “the climate may be more sensitive than previously thought”. “If there’s been more cooling from aerosols than thought at the moment then this temperature rise will have resulted from a smaller forcing – or change – than previously thought,” he said. “That would mean the projected temperatures this century for a doubling of carbon dioxide may be bigger than current estimates.”

    Dus ‘may be’ en ‘if’. Volgens mij zijn de meeste schattingen van de negatieve aerosol forcering over de laatste decennia al gebaseerd op observaties, en daar zit dit effect dan al in begrepen. Maar bij het extrapoleren van die forcering terug naar bijv. 1880 of 1750 kan ik me wél voorstellen dat de rol van (nu meer, toen minder) amines over het hoofd gezien kan zijn.

    Wat ik opmaak uit het onderzoek van Kirkby is dat de extra amines vooral een grote rol kunnen spelen in wat men ‘pristine’ gebieden noemt – regio’s waar er om te beginnen weinig amines uitgestoten werden. Zijn er al amines aanwezig, dan is het effect ervan mogelijk al ‘verzadigd’. Als ik tijd heb zou ik er graag eens een blogstukje over schrijven.🙂

  44. Lennart van der Linde

    Bart, Bob,

    Is het punt niet dat dit onderzoek suggereert dat de menselijke invloed op de koeling door aerosolen misschien groter is dan gedacht? Dus de best estimate voor de antropogene opwarming zou dan geen 100% maar meer dan 100% zijn en de klimaatgevoeligheid voor CO2 inderdaad wat meer aan de hoge kant. Zoals in het stuk in de Independent ook aangegeven wordt, zou dit wellicht ook nieuwe opties voor geoengineering geven.

  45. @Hans Custers,

    Hans, ik heb halverwege deze thread aangehaakt op het onderwerp ‘black carbon’. Maar jouw stuk ging eigenlijk over het NIPCC-rapport. Ik heb nu enkele hoofdstukken doorgebladerd en kom, net als jij, tot de conclusie dat het selectief bijeengegaard broddelwerk is. Waarmee ik geenszins wil zeggen dat ik de assessment van IPCC (AR5) op alle onderdelen omarm. Maar dat wist je al.

  46. Hi Lennart,

    Het IPCC komt tot de conclusie:

    It is extremely likely that more than half of the observed increase in global average surface temperature from 1951 to 2010 was caused by the anthropogenic increase in greenhouse gas concentrations and other anthropogenic forcings together. The best estimate of the human-induced contribution to warming is similar to the observed warming over this period.

    The UK Met Office heeft kort geleden ook een aantal attributie-studies op een rijtje gezet, en deze laten vanaf ca. 1950 zien:

    Dus 100% tot zelfs 170% van de opwarming is veroorzaakt door antropogene factoren, ‘van nature’ zou het licht afgekoeld zijn sinds 1950. Je hebt mogelijk wel gelijk dat het nieuwe onderzoek van Kirkby c.s.: “.. suggereert dat de menselijke invloed op de koeling door aerosolen misschien groter is dan gedacht?” Wat Kirkby vooral doet is (een deel van) het mechanisme ophelderen.

    Eén zeer opvallende conclusie:

    The ion-induced contribution is generally small, reflecting the high stability of sulphuric acid–dimethylamine clusters and indicating that galactic cosmic rays exert only a small influence on their formation, except at low overall formation rates.

    Dat is nog rijkelijk eufemistisch. Als je in figuur 2 kijkt hebben de ‘Galactic Cosmic Rays’ hier gewoon geen effect: nil, nada, noppes, niente. De pionen (die representatief zijn voor kosmische straling op grote hoogte) doen ook helemaal niets.

  47. Hans Custers

    @ Bert,

    Ben je het dan ook met me eens dat het NIPCC met zijn rapporten niets bijdraagt aan het debat, maar dat debat juist vervuilt of zelfs saboteert? Zou je het anti-wetenschap kunnen noemen, of vind je dat te ver gaan?

    Ik ben ook wel benieuwd of jij ideeën hebt over hoe hier mee om te gaan. Mijn indruk is dat degenen die clubs als het NIPCC wel serieus nemen zeer dominant zijn in de groep critici van het IPCC. Wie kritiek heeft op het IPCC wordt er daarom al snel mee geassocieerd. Ik zal de eerste zijn om te bekennen dat ik me daar ook wel eens schuldig aan maak. Hoe krijg je een serieus maatschappelijk debat als deze groep zo de boventoon blijft voeren aan één van de twee kanten van de discussie?

  48. @Hans

    Welk ‘debat’ bedoel je, Hans.

    Gelezen op Wikipedia: “Een debat is een discussievorm waarbij het de bedoeling is een stelling te verdedigen of juist te bestrijden. Kenmerkende elementen van het debat zijn: de stelling, het bestaan van een voor- en tegenstander van die stelling, een vooraf vastgesteld spreekregime (waarin zaken als spreekvolgorde, spreektijden en dergelijke worden vastgelegd) en een derde, beoogd onafhankelijke partij die beslist wie het betreffende debat gewonnen heeft. Die derde partij kan een professionele jury zijn of een publieksjury”

    Volgens mij voldoet het ‘klimaatdebat’ niet aan deze omschrijving. Het huidige ‘debat’ is doorgaans (enkele uitzonderingen daargelaten) niet meer dan het poneren van vooringenomen standpunten door ‘ontkenners’ respectievelijk ‘doemdenkers’ die beide dezelfde tactiek hanteren:selectief winkelen, halve waarheden verkondigen, op de persoon gerichte verdachtmakingen, etc. En IPCC is kennelijk niet in staat die richtingenstrijd te beslechten. De vraag is: waarom niet?

  49. En IPCC is kennelijk niet in staat die richtingenstrijd te beslechten.

    Over vooringenomen standpunten gesproken… :-B

    Maar petje af dat je als skepticus het NIPCC-rapport het enige mogelijke etiket opplakt: ideologisch-financieel gemotiveerd broddelpropaganda. Dat zul je Marcel Crok of Theo Wolters nou nooit zien doen. Het doel heiligt immers de middelen.

  50. Hans Custers

    Bert,

    Laat het broddelwerk van het NIPCC niet duidelijk zien waarom het IPCC een “richtingenstrijd” onmogelijk kan beslechten? Er zijn mensen die simpelweg weigeren wetenschappelijke inzichten te accepteren die strijdig zijn (of lijken) met hun overtuigingen of belangen. De groep is niet zo groot, maar wel bijzonder fanatiek en dus gaan ze heel ver in hun pogingen de politiek en de publieke opinie te beïnvloeden. Honderden pagina’s aan “selectief bijeengegaard broddelwerk” verkopen als serieuze wetenschap, bijvoorbeeld. Ik maak me geen enkele illusie dat deze mensen met inhoudelijke, wetenschappelijke argumenten te overtuigen zijn.

  51. Hans Custers

    Bert,

    Nog een toevoeging. Je zegt dat “mijn kant” van het debat gedomineerd wordt door doemdenkers. Daar ben ik het absoluut niet mee eens. Doemdenkers hebben weinig reden om het debat aan te gaan, omdat ze menen dat we er toch allemaal aan gaan. Waar zou je dan nog over debatteren? Waar het voor mij nu juist om draait is optimisme, vertrouwen dat de mensheid in staat is om een groot probleem als klimaatverandering aan te pakken en er beter uit te komen. Dat is het tegendeel van doemdenken.

  52. Beste Bert Amesz,

    Het IPCC is uitstekend in staat om jouw zogenaamde “richtingenstrijd” te beslechten – en dat is inmiddels al gebeurd.

    Het 5e IPCC Assessment Report is 27 september verschenen en het is inmiddels door 190 regeringen (waaronder de VS, Nederland, Canada, Rusland, de OPEC-landen etc.) officieel voor akkoord getekend.

    Dit houdt in dat het de basis kan vormen voor beleid – er kan naar verwezen worden zónder dat je nog verder hoeft te onderbouwen dat IPCC AR5 klopt. Op die wijze is het ook door het Amerikaanse Hooggerechtshof geaccepteerd: in de geruchtmakende en jarenlange rechtszaken met de EPA is in 2009 het vierde IPCC rapport als doorslaggevend bewijs aanvaard. Geen wonder: de Amerikaanse overheid heeft getekend voor akkoord.

    De 29e maart 2014 verschijnt Working Group II van AR5, over de gevolgen, dan is ook dat rond. Uiteraard staat het iedereen vrij om een ‘mening’ te hebben, desnoods dat de maan van groene kaas gemaakt is en dat de huidige klimaatverandering niet voor het grootste deel door antropogene factoren veroorzaakt zou worden. En het onderzoek staat niet stil – ook na 27/9/2013 verschijnt er nieuw onderzoek.

    Maar IPCC AR5 WG I is inmiddels geaccordeerd en daarmee ligt de bal op het terrein van het beleid en van de politiek – de wetenschap is ‘policy relevant’ maar niet ‘policy presciptive’. De politiek is immers het domein waar waarden en normen en belangen gewogen worden, en wel of niet in maatschappelijke maatregelen omgezet worden.

  53. @Bob

    “Het 5e IPCC Assessment Report is 27 september verschenen en het is inmiddels door 190 regeringen (waaronder de VS, Nederland, Canada, Rusland, de OPEC-landen etc.) officieel voor akkoord getekend”

    Lijkt me sterk, Bob. Want het betreft slechts de ‘final draft’ van één van de drie delen van het 5e IPCC Assessment Report dat pas in 2014 verschijnt. Die ‘officiële akkoordverklaring’ van jou is niet meer dan de paraaf van een ambtenaar. Als tussenstap in het proces.

    “Het IPCC is uitstekend in staat om jouw zogenaamde “richtingenstrijd” te beslechten – en dat is inmiddels al gebeurd”

    Bob: zie boven. Voor jou – als IPCC-adept – is de richtingenstrijd mogelijk wél beslecht. Maar voor andere weldenkenden betekent het verschijnen van AR5 juist de opleving van de klimaatdiscussie. En – vriendelijk gesteld – biedt de thans voorliggende final draft daarvoor voldoende aanknopingspunten…

  54. Hans,

    N.a.v. je https://klimaatverandering.wordpress.com/2013/10/03/het-nipcc-versus-de-wetenschap-zoek-de-verschillen/#comment-6761 het volgende.

    Het heeft inderdaad geen zin de ‘ontkenners’ respectievelijk ‘doemdenkers’ (of: ‘alarmisten” ) te overtuigen. Het betreft minderheidsgroeperingen. Je moet je juist richten op de ‘silent majority’ die nog geen mening heeft. Maar dan wel met een eerlijke en begrijpbare boodschap.

    PS Ik zie jou niet als doemdenker

  55. Beste Bert Amesz,

    De delegaties van de 110 landen die in Stockholm vertegenwoordigd waren, hebben de Summary for Policymakers van AR5 geaccordeerd. Vervolgens wordt het besluit voorgelegd aan de Plenaire vergadering van alle opdrachtgevende landen, en deze hebben het besluit bekrachtigd:

    http://www.theguardian.com/environment/2013/sep/27/ipcc-climate-change-report-ar5-live-coverage#block-52452dace4b0161c92c1c7f3

    The Summary for Policymakers of the IPCC WGI AR5 was approved at the Twelfth Session of IPCC Working Group I meeting in Stockholm, Sweden, 23 to 26 September 2013 and was released on 27 September.

    The Final Draft of the Working Group I report (version distributed to governments on 7 June 2013), including the Technical Summary, 14 chapters and an Atlas of Global and Regional Climate Projections, will be released online in unedited form on Monday 30 September. Following copy-editing, layout, final checks for errors, and adjustments for changes in the Summary for Policymakers, the full report of Working Group I will be published online in January 2014 and in book form by Cambridge University Press a few months later.

    Zie: Press release AR5 WGI

    De delegaties van de 110 landen in Stockholm (en de 190 landen van de plenaire vergadering) zijn gemandateerd door hun regeringen om de Summary goed te keuren, waarna de Plenaire vergadering het kan bekrachtigen. Dit heeft inmiddels al plaatsgevonden.

    PS: De ‘silent majority’ is allang overtuigd. De Nederlandse politiek onderschrijft over de volle breedte, van Groen Links tot en met VVD, de bevindingen van de wetenschap. De enige uitzondering is… de PVV. Tsja. Zo hebben bijvoorbeeld Minister Kamp (VVD) en staatssecretaris Mansveld (PvdA) er op aangedrongen dat de EU de doelstelling van -30% CO2-emissies in 2030 gaat verhogen naar -40%:

    http://www.nu.nl/economie/3579330/nederland-wil-veel-minder-co2-uitstoot-europa.html

    Zie verder de klimaatagenda en het energie-akkoord.

  56. Hans Custers

    Bert,

    Ik apprecieer het dat je mij niet als doemdenker ziet. Maar ik vraag me dan wel af wat je bedoelde met:

    Het huidige ‘debat’ is doorgaans (enkele uitzonderingen daargelaten) niet meer dan het poneren van vooringenomen standpunten door ‘ontkenners’ respectievelijk ‘doemdenkers’ die beide dezelfde tactiek hanteren:…

    Waar zie jij al die doemdenkers? Er duikt er misschien wel eens eentje op als reageerder op een blog, maar ze vormen zeker geen meerderheid onder degenen die het voor de de wetenschap van het IPCC opnemen. Misschien is er in landen als Amerika, Canada of Australië wat meer pessimisme, maar dat is ook weer niet verwonderlijk, omdat politici die het NIPCC broddelwerk serieus nemen daar veel meer invloed hebben dan hier. Maar ook daar zie ik vooral mensen die pleiten voor een daadkrachtig klimaatbeleid, en maar een enkeling die meent dat het allemaal geen zin meer heeft.

    Aan de andere kant, die van de sceptici, zijn degenen die kritiek hebben op het NIPCC, laat staan zich er nadrukkelijk van distantiëren, een hele kleine minderheid. Voor zover ik weet ben jij tot nu toe de enige die zich er kritisch over heeft uitgelaten.

  57. Hans Custers

    Ik heb deze update toegevoegd:

    Tamino heeft enkele claims uit het NIPCC rapport – “It’s supposed to represent the very best that so-called “skeptics” have to offer” – nagekeken. Hij vindt de meest opzichtige “cherry-picks” die hij zich kan heugen.

  58. Ik las net ergens dat Heartland het NIPCC-rapport aan schoolleraren in de VS stuurt. Aangezien het rapport bagger met een hoofdletter B is, vraag ik me af wat mensen als Theo Wolters en Marcel Crok daarvan vinden (waarschijnlijk iets in de trant van “Al Gore doet het ook”).

    De brief is ondertekend door de vrouw van Camel Joe Bast. Hoeveel kreeg zij ook alweer maandelijks op haar bankrekening bijgeschreven? Meer dan ik verdien waarschijnlijk. Nou, het is haar gegund. Ik zou ook goed betaald willen worden om leugens te verspreiden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s