Klimaatdebat bij RTL Z: wetenschappelijk gefundeerd realisme en gecherrypickte meningen

Roderick Veelo van RTL Z heeft onlangs twee mensen geïnterviewd over het klimaat, klimaatwetenschapper Bart Strengers (Planbureau voor de Leefomgeving) en wetenschapsjournalist Marcel Crok. Twee mensen met een nogal verschillende kijk op de oorzaken en gevolgen van de huidige klimaatverandering. Zucht, altijd maar weer die 1 op 1 opstelling. Dat dit geen recht doet aan de verhouding binnen de klimaatwetenschap zal eenieder inmiddels wel duidelijk zijn. De eerste twee interviews bestonden uit gesprekken met Bart Strengers en Marcel Crok afzonderlijk, deze hebben we hier eerder besproken in: Klimaatgesprekken bij RTL Z.
Het derde interview was een tweegesprek tussen de twee heren:

Moet een wetenschapper een discussie als deze nu wel of niet aangaan? De meningen zijn daarover verdeeld. Sommigen beginnen er niet aan, onder meer vanwege het risico op een “false balance”. De indruk kan ontstaan dat er twee gelijkwaardige wetenschappelijke opvattingen tegenover elkaar staan en dat de waarheid wel ergens in het midden zal liggen. De realiteit is dat Bart Strengers het volledige beeld van de wetenschap meeneemt in zijn argumentatie, terwijl Marcel Crok heel selectief elementjes uit de wetenschap plukt en daar soms nog een onwetenschappelijke draai aan geeft om bij het gewenste antwoord uit te komen. Aan de andere kant kunnen wetenschappers zo’n onzorgvuldige of zelfs onjuiste weergave van hun vakgebied natuurlijk niet onweersproken laten. En dat is een goede reden om het debat juist wel aan te gaan. We hebben Bart Strengers gevraagd naar zijn reden om deze keer mee te doen aan de discussie. Dit was zijn antwoord:

  • Ik constateer dat er op internet veel onzin staat over klimaat en klimaatverandering; als mensen zoeken op internet dan vindt men heel veel ‘tegengeluiden’ voortkomend uit de echokamers van het parallel-universum. Ik merk dat ook in interviews die ik bijvoorbeeld regelmatig heb met scholieren. Als ik hen vraag hoe ze aan hun wijsheid komen, dan noemen ze Google. Er is geen mens die zich baseert op wetenschappelijke publicaties. Op zich logisch, maar de sceptici maken daar handig gebruik van. Daarom is het zo belangrijk dat klimaatwetenschappers meer in discussie gaan en vertellen hoe het zit. Dit was ook de oproep in het recente artikel van Bart Verheggen waar ik het volledig mee eens ben.
  • Ik ken de denkwijze van Crok goed; ik heb zeer regelmatig met hem te maken gehad in de afgelopen jaren, o.a. in het Climate Dialogue project. Ik zag het als een kans om hem een keer voor de camera van repliek te dienen en daarbij vooral het kijkend publiek te laten zien/horen wat er mis is met zijn manier van kijken/handelen. (Cherry picken, zich gelijk stellen aan IPCC).
  • Het dilemma is uiteraard de False Balance, maar dat is onontkoombaar en in mijn ogen geen reden om zoiets niet te doen. Ik heb daarom ook geprobeerd in het gesprek te benadrukken waar de wetenschap als geheel staat (en niet zozeer waar ik sta, dat is minder relevant), wat de risico’s zijn en waarom het dus verstandig is om beleid te voeren. Soms wordt gesteld dat er een klimaatactivist tegenover Crok gezet zou moeten worden, aangezien Crok zelf geen wetenschapper maar vooral een activist is, maar dan met een tegengesteld doel: emissiereductie tegenhouden. Ik zie dat echter anders. Als je dat zou doen, dan zou het juist snel tot polarisatie leiden met veel minder inhoud.
  • Een ander dilemma is dat je Crok een podium geeft. Wederom is dat waar, maar dat podium vindt hij toch wel. Op dat podium kan dan maar beter iemand staan die hem van repliek dient. Aan de kijker of dat hier voldoende gebeurt, maar ik heb in elk geval m’n best gedaan (en zal dat blijven doen).

De titel van de video van het tweegesprek is suggestief: Het klimaat tussen hoop en vrees. Alsof de ene mening staat voor ‘hoop’ voor de toekomst en de andere voor ‘vrees’. De wetenschapper Bart Strengers geeft een uitstekende schets van de veranderingen in het klimaat die we nu al kunnen waarnemen en daarnaast van de klimaattoekomst zoals we die (met alle onzekerheden die daarbij horen) kunnen destilleren uit de bevindingen van de klimaatwetenschap. Wetenschappelijk gefundeerd realisme. De toekomst van het klimaat kunnen we zelf beïnvloeden via onze broeikasgasemissies. En zoals Bart Strengers in het interview ook opmerkt: Het kan meevallen maar het kan ook tegenvallen en dat heeft niets met optimisme of pessimisme te maken. Er is enige hoop dat we verstandig genoeg zijn om de broeikasgasemissies in te perken, een aanzet daartoe is het klimaatakkoord van Parijs. De ideeën van Marcel Crok – er is geen probleem en we moeten voorlopig niets doen aan de emissies – geven bij mij echter juist aanleiding tot enige vrees. De kans dat het tegenvalt is zeker zo groot als dat het meevalt en ‘voorlopig niets doen’ kan derhalve gewoon betekenen dat we straks te laat zijn om het tij – de gevolgen van de klimaatverandering – te keren. Van onze CO2-emissies hebben we namelijk nog tienduizenden jaren plezier.

Het moge duidelijk zijn dat wij nogal veel moeite hebben met de meningen van Marcel Crok en zijn gecherrypick in de klimaatwetenschap. Zo zijn er geen aanwijzingen dat klimaatmodellen overgevoelig zijn voor CO2, zoals Crok steeds beweert. Modellen zijn niet volmaakt maar wel degelijk bruikbaar voor simulaties. Wetenschappers pretenderen ook helemaal niet dat modellen volmaakte toekomstvoorspellingen geven. Integendeel, er is nooit een geheim van gemaakt dat variabiliteit op korte termijn (als gevolg van vulkanische aerosolen, zonneactiviteit, interne variabiliteit) niet voorspelbaar is. Wetenschappers zijn dus uitstekend op de hoogte van modelbeperkingen en -onzekerheden en ze houden daar dan ook rekening mee. De suggestie dat ze blind hun modellen na zouden praten is dus onzin. Dat weet Crok natuurlijk best, maar hij laat dit steevast weg in zijn redenaties. Daarnaast zijn de bevindingen van de klimaatwetenschap zeker niet alleen gestoeld op modellen zoals Crok suggereert, maar bijvoorbeeld ook op de elementaire natuurwetenschap en paleoklimatologie.

Marcel Crok ‘vergeet’ in het interview tevens te vermelden dat de analyse van Lomborg over het effect van het klimaatakkoord van Parijs gebaseerd is op het idee dat de landen na 2030 weer op de huidige voet doorgaan met CO2 uitstoten. Onrealistisch, om niet te zeggen misleidend.
En dan het bijkans heilig verklaren van de bepaling van de klimaatgevoeligheid op basis van de meer recente (vanaf ca. 1850) temperatuurdata en stralingsforceringen met een simpel rekenmodel. Andere methoden voor het bepalen van de klimaatgevoeligheid vindt Marcel Crok inferieur. Hij vindt dat er een discussie gevoerd moet worden over de betrouwbaarheid van de klimaatgevoeligheid bepaald via deze observationele data en via de klimaatmodellen (er zijn overigens meer bewijscategorieën). Net alsof men voor het een of het ander moet kiezen zoals hijzelf doet. Misschien heeft hij het gemist, maar die discussie wordt al zeer uitgebreid gevoerd. De klimaatwetenschap verklaart niets heilig maar gaat op zoek naar het waarom: Waarom komt de ene methode tot lagere waarden voor de klimaatgevoeligheid dan andere methoden? De afgelopen jaren is de ene na de andere studie hierover verschenen (zie de lijst onderaan dit blogstuk) en op grond daarvan concludeerde de Royal Society onlangs het volgende:

“Growing understanding of the complex, non-linear factors determining climate sensitivity is leading to improvements in methodologies for estimating it. A value below 2°C for the lower end of the likely range of equilibrium climate sensitivity now seems less plausible.”

Aan het einde van het interview komt het boek van Marcel Crok – De staat van het klimaat – uit 2010 nog aan bod. Dit boek is door het PBL diepgaand bekeken, hun uitgebreide kritiek is hier te vinden: Visie van het PBL op boek ‘De staat van het klimaat – een koele blik op een verhit debat’.
In de PBL-kritiek staat te lezen: “Crok winkelt daartoe selectief en slaat daarbij volgens ons de plank vaak mis.”. Inderdaad en aan gecherrypickte meningen hebben we niets, het zou zeer onverstandig zijn om daar klimaatbeleid op te baseren. Dat kan wel op basis van de IPCC assessments, die bieden namelijk een erg compleet en wetenschappelijk onderbouwd overzicht van de staat van het klimaat en de gevolgen van toekomstige emissiescenario’s, zoals Bart Strengers aan het slot van het interview terecht opmerkte.

~

Lijst met onderzoeken van de afgelopen jaren (vast en zeker niet compleet) en citaten daaruit over de klimaatgevoeligheid.

Knutti 2017: http://www.nature.com/ngeo/journal/vaop/ncurrent/full/ngeo3017.html
“Our overall assessment of ECS and TCR is broadly consistent with the IPCC’s, but concerns arise about estimates of ECS from the historical period that assume constant feedbacks, raising serious questions to what extent ECS values less than 2 °C are consistent with current physical understanding of climate feedbacks. A value of around 3 °C is most likely given the combined evidence and the recognition that feedbacks change over time.Proistosescu 2017: http://advances.sciencemag.org/content/3/7/e1602821
“Centennial modes display stronger amplifying feedbacks and ultimately contribute 28 to 68% (90% credible interval) of equilibrium warming, yet they comprise only 1 to 7% of current warming. Accounting for these unresolved centennial contributions brings historical records into agreement with model-derived ECS estimates.”

Armour 2017: https://www.nature.com/nclimate/journal/v7/n5/full/nclimate3278.html
“Using model-based estimates of how climate feedbacks will change in the future, in conjunction with recent energy budget constraints, produces a current best estimate of equilibrium climate sensitivity of 2.9 ◦C (1.7–7.1 ◦C, 90% confidence).”

Armour 2016: http://www.nature.com/nclimate/journal/vaop/ncurrent/full/nclimate3079.html
“Recent observations of Earth’s energy budget indicate low climate sensitivity. Research now shows that these estimates should be revised upward, resolving an apparent mismatch with climate models and implying a warmer future.”

Brient 2016: http://journals.ametsoc.org/doi/abs/10.1175/JCLI-D-15-0897.1
“An information-theoretic weighting of climate models by how well they reproduce the measured deseasonalized covariance of shortwave cloud reflection with temperature yields a most likely ECS estimate around 4.0 K; an ECS below 2.3 K becomes very unlikely (90% confidence).”

Storelvmo 2016: http://www.nature.com/ngeo/journal/v9/n4/full/ngeo2670.html
“We find that surface radiation trends, which have been largely explained by changes in atmospheric aerosol loading, caused a cooling that masked approximately one-third of the continental warming due to increasing greenhouse gas concentrations over the past half-century. In consequence, the method yields a higher transient climate sensitivity (2.0  ±  0.8 K) than other observational studies.”

Zhou 2016: https://www.nature.com/ngeo/journal/v9/n12/full/ngeo2828.html
“These results suggest that sea surface temperature pattern-induced low cloud anomalies could have contributed to the period of reduced warming between 1998 and 2013, and offer a physical explanation of why climate sensitivities estimated from recently observed trends are probably biased low.”

Forster 2016: http://www.annualreviews.org/doi/abs/10.1146/annurev-earth-060614-105156
“Their [energy budget methods] diagnosed effective ECS over the historical period of around 2 K holds up to scrutiny, but there is tentative evidence that this underestimates the true ECS from a doubling of carbon dioxide.”

Gregory 2016: http://onlinelibrary.wiley.com/wol1/doi/10.1002/2016GL068406/abstract
“Both models agree with the AGCMs of the latest Coupled Model Intercomparison Project in showing a considerably smaller effective climate sensitivity of ∼1.5 K (α=2.3 ± 0.7 W m−2 K−1), given the time-dependent changes in sea surface conditions observed during 1979–2008, than the corresponding coupled atmosphere-ocean general circulation models (AOGCMs) give under constant quadrupled CO2 concentration. These findings help to relieve the apparent contradiction between the larger values of effective climate sensitivity diagnosed from AOGCMs and the smaller values inferred from historical climate change.”

Marvel 2015: http://www.nature.com/nclimate/journal/vaop/ncurrent/full/nclimate2888.html
“Here we show that climate sensitivity estimates derived from recent observations must account for the efficacy of each forcing active during the historical period. When we use single-forcing experiments to estimate these efficacies and calculate climate sensitivity from the observed twentieth-century warming, our estimates of both TCR and ECS are revised upwards compared to previous studies, improving the consistency with independent constraints.”

Richardson 2016: http://www.nature.com/nclimate/journal/vaop/ncurrent/full/nclimate3066.html
“Correcting for these biases and accounting for wider uncertainties in radiative forcing based on recent evidence, we infer an observation-based best estimate for TCR of 1.66 °C, with a 5–95% range of 1.0–3.3 °C, consistent with the climate models considered in the IPCC 5th Assessment Report.”

Tan 2016: http://science.sciencemag.org/content/352/6282/224
“Here we show that the ECS can be up to 1.3°C higher in simulations where mixed-phase clouds consisting of ice crystals and supercooled liquid droplets are constrained by global satellite observations.”

Lewis 2015: http://link.springer.com/article/10.1007/s00382-015-2653-7
“Combining the two sets of results provides best estimates (5–95 % ranges) of 1.66 (0.7–3.2) K for ECS and 1.37 (0.65–2.2) K for TCR, in line with those from several recent studies based on observed warming from all causes but with tighter uncertainty ranges than for some of those studies.”

Kummer & Dessler 2014: http://onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1002/2014GL060046/abstract
“Previous estimates of ECS based on the twentieth century observations have assumed that the efficacy is unity, which in our study yields an ECS of 2.3 K (5%–95% confidence range of 1.6–4.1 K), near the bottom of the Intergovernmental Panel on Climate Change’s likely range of 1.5–4.5 K. Increasing the aerosol and ozone efficacy to 1.33 increases the ECS to 3.0 K (1.9–6.8 K), a value in excellent agreement with other estimates.”

Shindell 2014: http://www.nature.com/nclimate/journal/vaop/ncurrent/full/nclimate2136.html
“Here I analyse results from recent climate modelling intercomparison projects to demonstrate that transient climate sensitivity to historical aerosols and ozone is substantially greater than the transient climate sensitivity to CO2. This enhanced sensitivity is primarily caused by more of the forcing being located at Northern Hemisphere middle to high latitudes where it triggers more rapid land responses and stronger feedbacks. I find that accounting for this enhancement largely reconciles the two sets of results, and I conclude that the lowest end of the range of transient climate response to CO2 in present models and assessments (<1.3 °C) is very unlikely.”

Advertenties

25 Reacties op “Klimaatdebat bij RTL Z: wetenschappelijk gefundeerd realisme en gecherrypickte meningen

  1. Een goed artikel dat goed weergeeft wat de essentie is van het klimaat debat. Over de grote lijnen is een ieder het wel eens en ook over veel details ongetwijfeld. Maar er is een punt waar ik het niet mee eens kans zijn en dat is de bewering dat we nog zeker 10.000 jaar “plezier” hebben van het antropogeen CO2. Dit klopt niet. Mijn onderzoek in deze; https://raymondhorstman.wordpress.com/2017/10/04/antropogeen-co2-toevoeging/ maakt duidelijk dat de halfwaardetijd voor antropogeen CO2 slechts 29 jaar is. Dat wil zeggen dat in 29 jaar tijd de helft van de CO2-emissies van dit jaar weer uit de atmosfeer verdwenen is. Mijn artikel laat ook zien dat als we er in slagen om de CO2-emissies op zijn minst te stabiliseren op het huidig hoog niveau we al een piek bereiken in het CO2-gehalte aan het eind van deze eeuw. De piek waarde ligt net maar ook dan ook net onder de waarde die nodig is om de minimale afspraak van maximaal 2 graad Celsius te halen. Iedere reductie zal eerder en betere resultaten halen. Antropogeen CO2 gaat echt niet 10.000 jaar mee. Hoogstens enkele eeuwen. Dan gaan we terug naar het nieuwe normaal en dit zal niet genoeg zijn om de volgende ijstijd te vermijden. Maar dit is een probleem voor de genen die dan leven. Laten wij ons bezig houden met hoe de CO2-emissies op zijn minst te stabiliseren. Dit zal nog moeilijk genoeg zijn.

  2. Hans Custers

    Raymond,

    Jammer van al de moeite die je hebt gedaan, maar er klopt helemaal niets van je verhaal. Hoeveel de airborne fraction van menselijke CO2-emissies bedraagt wordt met name bepaald door (snelle) processen in de koolstofcyclus. Maar daar zitten allerlei dynamische evenwichten in. Een deel van de menselijke emissies wordt snel opgenomen, maar als er een evenwicht is ingesteld tussen atmosfeer, biosfeer en oceaan houdt die opname op.

    De CO2-concentratie in de atmosfeer kan dan alleen nog dalen als er koolstof wordt onttrokken aan de koolstofcyclus. Dat zal ook gebeuren, naar verwachten, maar de processen die daarvoor zorgen zijn erg traag. Het duurt dus wel degelijk duizenden jaren.

    Wordt het niet eens tijd dat je je realiseert dat wetenschappers die jaren of decennia van hun leven besteden aan het onderzoeken van dit soort zaken heus wel een idee hebben van waar ze mee bezig zijn? En dat Jos uitstekend op de hoogte is van al het werk van al die wetenschappers?

  3. Raymond,

    Als je op de link onder die tekst had geklikt, had je er meer over kunnen lezen:
    https://klimaatverandering.wordpress.com/2016/02/14/de-verreikende-menselijke-invloed-op-het-klimaat/
    Zie bijvoorbeeld figuur 2 in dat blogstuk. Je kunt in dat stuk ook een link vinden naar:
    http://www.annualreviews.org/doi/abs/10.1146/annurev.earth.031208.100206
    Aan het einde van dat artikel van Archer staat het volgende:
    “In contrast, generally accepted modern understanding of the global carbon cycle indicates that
    climate effects of CO2 releases to the atmosphere will persist for tens, if not hundreds, of thousands of years into the future.”

    Zie ook box 6.1 in het IPCC AR5 rapport, waar onderstaande figuur uit afkomstig is.

  4. vraag me af wat jullie van dit artikel over Martin Sommer vinden; ook ‘Crok’-elementen?http://klimaatgek.nl/wordpress/

  5. Beste Hans Custer,

    Het is het airborn-fractie verhaal dat niet klopt en daarmee kloppen ook de aannames niet dat CO2 duizenden jaren in de atmosfeer zal blijven. Het is in essentie wel degelijk zo simpel als in mijn verhaal wordt weer gegeven. Toename van CO2 over een bepaalde periode(in mijn geval per jaar) = CO2 emissie minus CO2-uitval. En CO2-uitval kun je op 2 manieren definiëren. Je kunt het weergeven als fractie van de emissie, dit is de uitwerking van airborn-fractie of je kunt het definiëren als fractie van antropogeen CO2 (CO2-gehalte minus pre-industrieel niveau van 275 ppm). Welke van de twee de juiste is kun je toetsen. Je deelt de periode waarover je data hebt in twee helften. De eerste helft gebruik je om de parameters van het uiterst simpel model te schatten, daarna gebruik je de tweede helft om te kijken welke definitie beter voldoet. In figuur 5 is duidelijk te zien dat het CO2-gehalte de FA-variant volgt en niet de FE-variant van CO2-uitval. Het verhaal van de airborn-fractie is fout dus ook de aannames ervan zijn fout. Antropogeen CO2 blijft geen duizenden jaren in de atmosfeer. Bij stabilisatie van de huidige hoge CO2-emissies (en dat zal moeilijker blijken te zijn dan je denkt) kun je aan het eind van deze eeuw een piek verwachten in het CO2-gehalte. Daarna zal de daling inzetten naar het nieuwe normaal. Er zal dan een opwarming zijn van ca. 1,5-2,0 graad Celsius. Dat is best veel. Denk niet dat ik optimistisch ben of het probleem van klimaatverandering onderschat. Dat is niet zo.

  6. Hans Custers

    Frank,

    Dat verhaal van Sommer wordt hier gefileerd: https://www.volkskrant.nl/opinie/waarom-popper-de-klimaatwet-wel-degelijk-had-gesteund~a4544884/?utm_source=twitter&utm_medium=social&utm_campaign=shared%20content&utm_content=free

    Ik heb daar weinig aan toe te voegen. Ook al omdat ik op het moment niet in de gelegenheid ben om er in detail in te duiken.

    Raymond,

    Nogmaals: uitval op korte termijn komt door (het verschuiven van) dynamische evenwichten binnen de koolstofcyclus, maar voor de lange termijn gaat het erom hoeveel koolstof er verdwijnt uit de koolstofcyclus. Je kunt aan de uitval op korte termijn dus niets afleiden over de lange termijn. Anders gezegd: je kunt niets zeggen over de halveringstijd van de (verhoogde) CO2-concentratie zonder goed te kijken naar de fysische en biologische processen die hier een rol in spelen.

    Ter illustratie: als je een afgesloten container hebt met daarin een bak water en je spuit daar een hoeveelheid CO2 in, dan lost een deel van dat CO2 op in het water. In het begin heb je dus veel uitval. Maar dat stopt als de concentratie in het water in evenwicht is met die in de lucht erboven. De concentratie op lange termijn kan dan nog dalen omdat er misschien een gaatje in de container zit, of omdat er algen in het water gaan groeien. Maar hoe snel dat gaat kun je onmogelijk afleiden uit de initiële uitval.

  7. Als je uit de korte termijn, de enige termijn waarover je data hebt voor antropogeen CO2, niets kunt afleiden over de lange termijn waar haalt u dan de zekerheid vandaan dat antropogeen CO2 1000en jaren in de atmosfeer blijft hangen en invloed zal hebben op de temperatuur? Het is van beiden een. Of het systeem is zo complex dat je er helemaal niets zinnigs over de lange termijn over kunt zeggen of het systeem is helemaal niet zo complex. Op grond van mijn onderzoek neig ik sterk naar de conclusie dat je wel degelijk zinnige uitspraken kunt doen in de vorm van scenario’s die niet te ver de toekomst in gaan. Tot het eind van de eeuw gaat nog daarna is alles in de flux en kun je er niks zinnigs over zeggen. En over deze periode lijkt het er op dat het wel degelijk mogelijk is om de klimaat catastrofe kunt afwenden door eerst maar eens de CO2-emissies te stabiliseren. Als dit lukt kun je de lat hoger leggen en inderdaad reduceren.

  8. Raymond,
    Lees de links nou eens die ik je heb aangereikt. Archer et al spreekt zelfs van honderdduizenden jaren.

  9. Hans Custers

    Raymond,

    De verwachting (dus niet de zekerheid: niemand heeft hier absolute zekerheid geclaimd) over de lange termijn is gebaseerd op wat er bekend is over de biologische, fysische en chemische processen die een rol spelen. In het blogstuk zelf geeft Jos een link, in zijn reactie aan jou geeft hij er twee. Dat lijken me goede beginpunten om je wat verder in de materie te verdiepen.

  10. Het gaat overigens niet om “anthropogeen” CO2, maar om de extra (excess) CO2. De lange levensduur van die excess CO2 is zichtbaar in de zeer langzame daling na de glaciaal-interglaciaal overgang: het duurt vele tienduizenden jaren om weer naar zo’n 200 ppm te zakken, zelfs al is de temperatuur al een stuk gedaald.

  11. De verwachting dat CO2 duizenden jaren in de atmosfeer zal blijven is waar als zou blijken dat de FE-variant (de uitwerking van het idee achter airborn-fractie) juist is. We dienen dan uit te gaan van een vreemde situatie dat ieder jaar opnieuw ruim de helft van de CO2-emissie fout gaat en meteen weer terugvalt naar het oppervlakte. Maar zoals in mijn artikel, die deel uitmaakt van een reeks artikelen over antropogeen CO2 blijkt zonneklaar dat de FE-variant niet klopt. De ontwikkeling van het CO2-gehalte van de atmosfeer volgt het tijdpad van de FA-variant. In deze variant is er geen verband tussen de emissie en de uitval van CO2 over een geven periode. Ook al zou je de CO2-emissie terugbrengen naar nul dan gaat de uitval van CO2 vrolijk door net zo lang tot er spraken is van een nieuw evenwicht tussen de gemiddelde temperatuur en het CO2-gehalte.
    Inhoudsopgave van de reeks; https://raymondhorstman.wordpress.com/2017/09/05/antropogeen-co2-inleiding-en-inhoudsopgave/

  12. Hans Custers

    Raymond,

    Laatste poging: op elk moment zijn er meerdere factoren die de CO2-concentratie in de atmosfeer beïnvloeden. Elk met een eigen tijdschaal, van enkele dagen of weken tot vele millennia. Jouw methode houdt daar totaal geen rekening mee en is dus volkomen ongeschikt om een voorspelling te doen voor de lange termijn. De enige manier om zulke voorspellingen te doen is op basis

    Overigens heb je de term airborne fraction volgens mij niet goed begrepen. Het is simpelweg de term die gebruikt wordt voor het deel van de antropogene emissies dat in de atmosfeer blijft. Het is dus niet één of andere fyscische constant of andere waarde die niet kan veranderen als de emissies of concentraties toe- of afnemen.

    Het staat je volkomen vrij om te blijven denken dat jij het beter weet dan tientallen of honderden wetenschappers die zich al jarenlang met dit onderwerp bezighouden. Maar je hebt het mis.

    Neem nou eens de moeite de links te lezen die Jos je heeft aangereikt.

  13. Beste Raymond,

    De enige manier om de koolstofcyclus goed te beschrijven is de individuele geofysische en geochemische processen die daarin spelen, te modelleren. Zie daarvoor bijv. het studieboek van David Archer:

    https://press.princeton.edu/titles/9379.html

    en de publicatie(s) waar Jos je al op gewezen heeft, zoals:

    http://www.annualreviews.org/doi/abs/10.1146/annurev.earth.031208.100206

    … waar haalt u dan de zekerheid vandaan dat antropogeen CO2 1000en jaren in de atmosfeer blijft hangen en invloed zal hebben op de temperatuur?

    Niet AL het extra CO2 blijft 1000en jaren in de atmosfeer “hangen” na een ‘pulse’. Een deel wordt betrekkelijk snel (honderden jaren) opgenomen door extra fotosynthese en door op te lossen in het zeewater, waar het de zuurgraad verlaagt (koolzuur) en ‘ocean acidification’ veroorzaakt. De laatste 20% á 40% van het extra CO2 blijft echter wél heel lang aanwezig, zie IPCC AR5 WGI hoofdstuk 6:

    De 1000 Pg koolstof in deze figuur komt overeen met wat we in totaal (!) cumulatief uit mogen stoten om een redelijke kans te maken om net onder de welbekende +2 °C te blijven.

    De 5000 Pg koolstof is wel veel, maar ruimschoots haalbaar indien we de komende 2 eeuwen nog onbeperkt door zouden gaan stoken op steenkool, aardgas en methaanhydraten (in iets mindere mate op petroleum, de winbare voorraden daarvan zijn meer beperkt).

  14. de ‘beheerder’ van klimaatgek;nl beweert dat er van de 97% consensus onder de klimaatwetenschappers, er eigenlijk geen consensus is, of zoals hij het zegt: de enige consensus die er is, is dat er geen consensus is. Hij laat allerlei grafieken zien, die toch wel serieus overkomen; wat moet ik daarmee?

    Verder maakt hij zich zorgen over de nadruk, die CO2 heeft in het klimaatdebat; de ontwrichtende consequenties van een beleid, gericht op CO2-reductie. Wiebes maakt zich erg zorgen over de energietransitie bijvoorbeeld: https://www.volkskrant.nl/economie/waarom-alle-economische-groei-volgens-wiebes-op-zal-gaan-aan-de-energietransitie~a4545901/

    Waarom schrijf ik dit? Omdat ik denk dat dit het scepsisme ook voedt.

  15. Beste Frank,

    Je commentaar past wellicht beter in de Open Discussie. Het heeft niet direct betrekking op het bovenstaande filmpje. Zie svp:

    https://klimaatverandering.wordpress.com/2017/09/15/open-discussie-najaar-2017/#comment-22754

    https://klimaatverandering.wordpress.com/2017/09/15/open-discussie-najaar-2017/#comment-22755

  16. Waarschijnlijk wordt deze reactie verwijderd, maar toch:
    Als je eisen stelt aan de reacties op artikelen, houdt je er dan zelf ook aan:
    “Crok zelf [is]geen wetenschapper maar vooral een activist” zet veel mensen op het verkeerde been. Crok is een afgestudeerd chemicus (een discipline die voor veel aspecten van de ‘klimaatwetenschappen’ essentieel is en is wetenschapsjournalist bij vele gerenommeerde media geweest, terwijl Bart Strengers een niet zo duidelijk op dit gebied gerichte opleiding (hoewel wel universitair) heeft (als ik die specificeer krijg ik ‘met modder gooien’ aan mijn broek).

  17. Beste Hans Albers,

    Waarom zet die uitspraak van Bart Strengers mensen op het verkeerde been? Het klopt gewoon dat Crok geen wetenschapper maar een journalist is, terwijl Bart Strengers wel als wetenschapper actief is:
    http://www.pbl.nl/overpbl/medewerkers/bart-strengers
    Dat Crok een afgestudeerd chemicus is zegt verder niets, dat ben ik bijv. zelf ook.

  18. Zoals alles in de wetenschap hangt dit van definities af. Als ik de lijst van publicaties van Strengers bekijk zie ik veel review-achtige artikelen, voornamelijk voor beleidsmakers en politici, en weinig of geen (ik heb niet alles gelezen) eigen wetenschappelijk onderzoek. M.i. heeft Crok in zijn werk als journalist iets soortgelijks gedaan voor een ander publiek. Waarom de een dan wel als wetenschapper neerzetten en de ander als activist ?
    Wat de opleiding betreft doet het verschil wel ter zake. Strengers is afgestudeerd als informaticus (ir) en heeft milieukunde aan de OU gestudeerd, wat dat laatste precies inhoudt weet ik niet, maar ik zie wel een Ir titel maar geen BSc of MSc titel.
    Erg of topic dit alles, maar toch losgemaakt door jouw eigen indeling wetenschapper en activist.
    Overigens als we toch met titels gaan gooien, ik ben gepromoveerd chemicus en had mijn latere werk niet kunnen doen zonder die opleiding.

  19. @Hans Albers

    Het lijkt mij vrij duidelijk: Strengers werkt bij het PBL als wetenschappelijk onderzoeker en Crok is een journalist.

    “Erg of topic dit alles, maar toch losgemaakt door jouw eigen indeling wetenschapper en activist.”
    Beter lezen. De tekst die je citeert is niet “mijn indeling” maar komt uit een antwoord van Bart Strengers aan ons over de vraag waarom hij mee deed aan deze RTL Z discussie.

    “Overigens als we toch met titels gaan gooien”.
    Jij begon over die titels, niet ik. Ik vroeg me alleen af waarom jouw kwalificatie “afgestuurd chemicus” een meerwaarde zou hebben in deze discussie.

  20. Hans Custers

    Hans Albers,

    Dat zinnetje waar jij zo over valt komt uit een passage waarin Bart Strengers een argument parafraseert waarom hij niet mee had moeten doen aan deze discussie. Bart heeft wel meegedaan aan die discussie. Daar zou je al uit op kunnen maken dat hij hier behoorlijk genuanceerd over denkt.

    De bewering is feitelijk natuurlijk wel juist. Ik zou ook denken dat iemand die zichzelf labeltjes als “klimaatoptimist” of “ecomodernist” opplakt zou mogen realiseren dat hij zichzelf daarmee afficheert als activist. Die labeltjes staan immers overduidelijk voor een standpunt dat ermee wordt uitgedragen,

  21. Hans Custers,
    Bedankt voor de uitleg. Zoals ik al eerder erkende is dat hoe je tegen de begrippen wetenschapper en activist aankijkt, afhangt van de definities van die begrippen en het waardeoordeel dat daar aanhangt.

  22. “weinig of geen (ik heb niet alles gelezen) eigen wetenschappelijk onderzoek”

    “niet alles gelezen” moet dan toch echt een eufemisme zijn voor “alleen naar de eerste 4-5 publicaties op het lijstje gekeken en daarna maar gestopt”. Strengers heeft een deel publicaties over “land use changes” en het effect op de koolstofcyclus.

  23. Beste Hans Albers,

    Het is niet (alleen) de opleiding, vaak van decennia geleden, die bepalend is of iemand spreekt als actief wetenschapper op een specifiek terrein zoals de klimaatwetenschap. Bart Strengers is werkzaam in het klimaatonderzoek bij het PBL en zijn tweede studie in de milieukunde is zeker relevant – maar bepalend is dat hij werkzaam is in het klimaatonderzoek.

    Strengers is afgestudeerd als informaticus (ir) en heeft milieukunde aan de OU gestudeerd, wat dat laatste precies inhoudt weet ik niet, maar ik zie wel een Ir titel maar geen BSc of MSc titel. …

    Een Ir. titel is equivalent aan wat in de Engelstalige wereld een MSc. genoemd wordt:

    “De graad Master of Science wordt internationaal erkend en is qua niveau vergelijkbaar met de oude Nederlandse titels doctorandus (drs.) en ingenieur (ir.) en […] De titels ir. en drs. zijn alleen voorbehouden aan afgestudeerden van universitaire masteropleidingen.”

    Zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Master_of_Science#Vergelijkbaarheid

    Bart Strengers publiceert actief in de wetenschappelijke journals over klimaatonderzoek. Marcel Crok is een uitgesproken activist door zich ideologisch als ‘ecomodernist‘ en ‘klimaatoptimist‘ te afficheren. Dat mag uiteraard en activisme verdient ook waardering.

  24. Hans Albers, waar het volgens mij om draait is dat Marcel een wetenschappelijke discussie in het publieke domein voert. Als hij een wetenschappelijke paper zou schrijven over wat hij zoal voorspelt aan zeespiegelstijging & opwarming, krijgt hij daar van andere wetenschappers ongetwijfeld kritiek op. In de media krijgt hij daarentegen geen kritiek, maar wél een podium. Sterker nog, daar is hij het “kritische geluid”.

    Dat mag iedereen doen, Marcel ook. Maar daar mag een ander ook weer kritiek op hebben. Ik heb verder zelf ook geen issue met Marcel. Hij stipt soms terechte punten aan over de energietransitie en ik heb meer respect voor hoe hij zelf leeft (oa geen auto) dan voor een Al Gore. Maar na het interview is het me wel duidelijk hoe de vork in de steel zit met Keulemans en Crok. Geeft verder niet, maar publiceer het dan niet in het Wetenschapskatern.

  25. Wellicht ten overvloede:

    Overigens zijn zowel Jos Hagelaars als Hans Custers eveneens afgestudeerde chemici, beiden aan een Technische Universiteit. Nogmaals: dat is niet bepalend of iemand als wetenschapper spreekt of als journalist/activist. Bepalend is vooral of men wetenschappelijk publiceert in de journals van een bepaald wetenschapsgebied.

    Verder zegt Bart Strengers nou juist dat hij wél het gesprek aan wil gaan (en dat succesvol deed in het het hierboven geplaatste RTLZ-interview):

    • Het dilemma is uiteraard de False Balance, maar dat is onontkoombaar en in mijn ogen geen reden om zoiets niet te doen. Ik heb daarom ook geprobeerd in het gesprek te benadrukken waar de wetenschap als geheel staat (en niet zozeer waar ik sta, dat is minder relevant), wat de risico’s zijn en waarom het dus verstandig is om beleid te voeren. Soms wordt gesteld dat er een klimaatactivist tegenover Crok gezet zou moeten worden, aangezien Crok zelf geen wetenschapper maar vooral een activist is, maar dan met een tegengesteld doel: emissiereductie tegenhouden. Ik zie dat echter anders. Als je dat zou doen, dan zou het juist snel tot polarisatie leiden met veel minder inhoud.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s