Jazeker hebben wij mensen voor opwarming gezorgd!

“It is extremely likely that human influence has been the dominant cause of the observed warming since the mid-20th century.”

Meestal gaan we op dit blog in veel stukken diep op de wetenschap in, wat voor nieuwkomers in het klimaatonderzoek lastig te volgen kan zijn. Dit keer probeer ik de basis te bespreken van de achtergrond van de bovenstaande zin. Het is een stuk tekst uit de samenvatting voor beleidsmakers van het IPCC AR5-rapport van 2013: de mens is de belangrijkste veroorzaker van de opwarming van de aarde sinds 1950. Niet iedereen gelooft deze uitspraak, maar de klimaatwetenschap is er toch erg zeker van.

De temperatuurverandering

Nadat Galileo, Fahrenheit en Celsius zich in het verre verleden met het meten van de temperatuur en de thermometer hadden bemoeid, hebben mensen ook de temperatuur van hun omgeving gemeten en vastgelegd. In Nederland startte dat bijvoorbeeld al aan het einde van de 17e eeuw. Naarmate de tijd vorderde, werden deze meetmethoden uiteraard steeds beter en werd er op steeds meer plaatsen in de wereld gemeten. Deze temperatuurmetingen vormen de basis van de bepaling van de mondiale temperatuurverandering van de afgelopen paar honderd jaar door een aantal onderzoeksgroepen. De bekendste groepen die zich daar mee bezighouden zijn NASA GISS en NOAA-NCDC uit de VS, het Engelse Met Office Hadley Centre/CRU of het Japan Meteorological Agency, je komt hun gegevens vaak tegen onder de namen GISTEMP, NCDC, HadCRUT en JMA. De Amerikaanse groepen rapporteren mondiale temperatuurdata die starten in 1880, de Japanse data starten in 1891 en de data van de Engelse groep starten zelfs in 1850.

De grafiek in onderstaande figuur komt uit het IPCC AR5-rapport en geeft de temperatuurontwikkeling op aarde weer vanaf 1850, gebruik makend van de resultaten van de drie hierboven genoemde onderzoeksgroepen. In de grafiek is de gemiddelde temperatuur op aarde over de periode 1961 – 1990 op 0 gesteld en dus geven alle lijnen in de grafiek de afwijking van de temperatuur weer t.o.v. die referentie periode (de temperatuur anomalie). Eén ding valt direct op als je naar de grafiek kijkt: het is warmer geworden op aarde sinds het einde van de 19e eeuw en dan vooral na 1970. Na 1970 is ook elk decennium warmer geweest dan het voorgaande. Volgens het IPCC is het op aarde sinds 1880 circa 0,85 °C warmer geworden en na 1950 circa 0,65 °C.

Figuur 1: De temperatuurverandering op aarde sinds 1850 waarbij drie temperatuurdatasets zijn gebruikt (HadCRUT – zwart, GISTEMP – blauw, NCDC – oranje). Gebaseerd op figuur SPM.1a uit het IPCC AR5 rapport 2013.

Het broeikaseffect

Een belangrijke vraag die je nu kunt stellen is: waardoor is die recente opwarming van de aarde veroorzaakt?

Het warmer worden van de aarde heeft te maken met de mate waarin de aarde energie vasthoudt en weer afgeeft. De energie die de aarde verwarmt is natuurlijk afkomstig van de zon. Een gedeelte daarvan wordt gereflecteerd door de lichte oppervlakken zoals ijsvlakten, maar ook door luchtverontreiniging (aerosolen) en deeltjes afkomstig van vulkaanuitbarstingen. De energie van de zon die de aarde absorbeert, wordt in de vorm van warmtestraling (infrarood licht) weer aan het heelal afgegeven. Daar komen de broeikasgassen in beeld, want die absorberen namelijk een gedeelte van die warmtestraling afkomstig van de aarde en verhogen daardoor de temperatuur aan het oppervlak. Het meest belangrijke broeikasgas is CO2 (kooldioxide), andere zijn CH4 (methaan) en N2O (lachgas). Waterdamp is eveneens een zeer sterk broeikasgas, maar de concentratie daarvan in de atmosfeer verandert niet zomaar, die wordt bepaald door de temperatuur. Zonder de broeikasgassen zou het op aarde gemiddeld zo’n 18 graden onder nul zijn. Op korte tijdschalen van een decennium of zo, speelt ook de natuurlijke variatie een rol en dat is een verplaatsing van energie binnen het klimaatsysteem van de aarde. Bijvoorbeeld, tijdens een El Niño wordt de atmosfeer extra verwarmd door warmer oceaanwater in delen van de Grote Oceaan en tijdens een La Niña is dat precies andersom.

Het opwarmende effect van CO2 alleen is circa 1,2 °C voor elke verdubbeling van de concentratie van CO2 in de atmosfeer. Deze 1,2 °C kan worden versterkt of verzwakt door zogenaamde terugkoppelingen, bijv. de waterdamp terugkoppeling, die wordt veroorzaakt doordat warme lucht meer waterdamp kan bevatten. De terugkoppelingen treden niet alleen op bij opwarming, maar ook bij afkoeling. Dat CO2 van zichzelf een opwarmend effect heeft, wordt ook door de meer ‘sceptische’ wetenschappers onderschreven (bijv. Roy Spencer: “We calculated, as others have, a direct (no feedback) surface warming of about 1 deg. C as a result of doubling CO2”).

De wetenschap heeft inmiddels een aardig beeld van de veranderingen van de belangrijkste spelers bij de opwarming van de aarde. In de grafieken in figuur 2 hieronder is de verandering in de CO2 concentratie, de energie-output van de zon en de hoeveelheid deeltjes uitgespuugd door vulkanen (de zogenaamde stratosferische aerosolen) sinds 1880 weergegeven.

Figuur 2: Verandering in de oppervlaktetemperatuur, de CO2 concentratie, de energie-output van de zon en de hoeveelheid weerkaatsende deeltjes afkomstig van vulkanen. (Bronnen: Temperatuur via HadCRUT4.3, GISTEMP en NCDC. CO2 concentratie via RCP-data en NOAA. TSI zon via SORCE. Stratosferische aerosolen via NASA GISS).

Het opvallendst in de grafieken van figuur 2 is vanzelfsprekend de toename van de concentratie van het broeikasgas CO2 in de atmosfeer. De concentratie daarvan is bijna 40% gestegen van 290 ppm in 1880 tot zo’n 400 ppm in 2014. De energie-output van de zon varieert met een periode van 11 jaar en kent zogenaamde zonnemaxima en zonneminima, echter na 1950 is de energie-output van de zon gemiddeld genomen ongeveer hetzelfde gebleven.

De stijging van de CO2 concentratie

Er is maar één oorzaak van de toename van de CO2 concentratie in de atmosfeer na 1880 en dat zijn wij mensen. Bij het verstoken van fossiele brandstoffen zoals olie, kolen en gas, die gedurende miljoenen jaren in de aardkorst zijn ontstaan uit planten-, bomen- en algenresten, ontstaat CO2. In 2013 zijn de menselijke CO2 emissies zelfs opgelopen tot zo’n 36 Gigaton CO2 oftewel 36.000 miljard kg CO2. Gelukkig wordt ongeveer de helft daarvan weer opgenomen door de oceanen (wat dan wel weer tot verzuring van die oceanen leidt) en het land (de groei van bomen en planten), het restant zal echter pas in de loop van vele tienduizenden jaren langzaam uit de atmosfeer verdwijnen.

Het bewijs voor de herkomst van dat extra CO2 in de atmosfeer volgt onder meer uit de boekhouding van het gebruik van olie, kolen en gas. Een ander bewijs volgt uit de afname van de zuurstofconcentratie (O2) in de atmosfeer (bij verbranden wordt zuurstof verbruikt) dat gelijk opgaat met de stijging van de CO2 concentratie. Daarnaast kan men via zogenaamd isotopenonderzoek aan het ‘soort koolstofatomen’ in CO2 als het ware de vingerafdruk van de fossiele brandstoffen terugvinden in de CO2 moleculen die in de atmosfeer aanwezig zijn. De meest voorkomende isotopen van koolstof zijn C13 en C12 en in de fossiele brandstoffen zitten naar verhouding meer C12-koolstofatomen dan in de CO2 moleculen die van nature in de atmosfeer voorkomen. Je zou dus verwachten dat door het verbanden van olie, kolen en gas de verhouding C13-koolstofatomen/C12-koolstofatomen in de atmosfeer zal afnemen en precies dat is wat men ook heeft gemeten (meer info hier). Zie figuur 3.

Figuur 3: (a) De verandering in de CO2 concentratie vanaf 1958. (b) De verandering in de zuurstofconcentratie vanaf 1991. (c) De verandering in de C13/C12 koolstofisotopenverhouding van CO2 vanaf circa 1980. De drie-letterige woorden zijn indicaties voor de meetstations. Gebaseerd op figuur 6.3. van het IPCC AR5 rapport.
De mens en de opwarming na 1950

De toename van de CO2 concentratie in de atmosfeer is dus veroorzaakt door de mens en de natuurkunde leert ons dat CO2 voor opwarming zorgt. De mens moet derhalve een aandeel hebben gehad in de temperatuurstijging sinds het einde van de 19e eeuw. De vraag die je dan kunt stellen is: hoeveel van die temperatuurstijging is veroorzaakt door de mens?

De openingszin van het IPCC in dit blogstuk gaf het al aan, na 1950 is de dominante factor in ieder geval de mens. Het IPCC geeft meer duiding met de volgende zin:
“It is extremely likely that more than half of the observed increase in global average surface temperature from 1951 to 2010 was caused by the anthropogenic increase in greenhouse gas concentrations and other anthropogenic forcings together. The best estimate of the human-induced contribution to warming is similar to the observed warming over this period.”

De oorzaak van de temperatuurverandering in de jaren voor 1950 is divers, de zon speelt mogelijk een rol (zie figuur 2), de mens via de stijging van de broeikasgasconcentraties, de afwezigheid van grote vulkaanuitbarstingen tussen 1920 en 1950 en zoals altijd de natuurlijke variatie (zie ook dit grafische overzicht voor 1880-2010).
Echter aangaande de periode na 1950 is het ‘extremely likely’ dat meer dan 50% van de temperatuurstijging is veroorzaakt door de gestegen broeikasgasconcentraties in combinatie met de afkoelende werking van de menselijke luchtverontreiniging. Dat ‘extremely likely’ betekent in ‘IPCC taal’ dat men er voor 95% of meer zeker van is. 100% zekerheid zal de wetenschap nooit geven, maar dit komt aardig in de buurt. Het IPCC statement is gebaseerd op de grafiek in figuur 4.

Figuur 4. Figuur 10.5 (en TS.10 ) uit het IPCC AR5 rapport betreffende 1951-2010. ‘Observed’ zijn de temperatuurobservaties. ‘GHG’ betreft temperatuurstijging veroorzaakt door broeikasgassen. ‘OA’ is de temperatuurdaling veroorzaakt door andere menselijke invloeden (bijv. luchtverontreiniging). ‘ANT’ betreft de gecombineerde opwarming veroorzaakt door de menselijke factoren. ‘NAT’ is de invloed door natuurlijke invloeden, zoals de energie-output van de zon. De ‘whiskers’ geven de onzekerheden weer in de bepalingen.

Uit het IPCC plaatje van figuur 4 volgt dat men de opwarming veroorzaakt door alléén broeikasgassen (groene balk) hoger inschat dan de waargenomen opwarming (zwarte balk). Naast broeikasgassen hebben bepaalde menselijke activiteiten, zoals luchtverontreiniging of het kappen van bossen, een afkoelende werking (gele balk). De opwarming als gevolg van alle activiteiten van de mens is weergegeven met de oranje balk en die is ietsje groter dan de waargenomen opwarming. Over de periode 1951-2010 is de invloed van natuurlijke factoren (bijv. de zon) nagenoeg nul, net als de interne variatie (zoals El Niño’s).

De onzekerheden die in het oranje balkje worden aangegeven met de zwarte streepjes, leveren uiteindelijk een kansverdeling op. Gavin Schmidt, onderzoeksdirecteur bij NASA GISS, heeft op het blog RealClimate de kansverdeling uitgewerkt voor alle menselijke activiteiten t.o.v. de daadwerkelijke temperatuurobservaties zoals die in figuur 4 zijn te vinden. In figuur 5 is de kansverdeling van Schmidt weergegeven (omgezet naar het Nederlands).

Figuur 5. Kansverdeling voor het deel van de opwarming voor 1951-2010 dat door mensen is veroorzaakt. Bron: Gavin Schmidt – Real Climate.

De beste schatting van het menselijke aandeel in de opwarming na 1950 ligt op ongeveer 110%, de andere factoren hebben dus vermoedelijk een beperkt afkoelend effect gehad. De kans dat de mens minder dan 50% van de opwarming over 1951-2010 heeft veroorzaakt, is op basis van de berekening van Gavin Schmidt zelfs kleiner dan 0,02%, veel kleiner dan de 5% die volgt uit het IPCC statement. De kans dat de mens meer dan 80% van de opwarming na 1950 heeft veroorzaakt, is volgens de kansverdeling in figuur 5 circa 95%.
Het IPCC houdt echter een slag om de arm en neemt (volgens Schmidt) ook allerlei structurele onzekerheden over de methodologie, de modellen en de data mee. Dat vormt dan samen de basis van die ‘extremely likely’ uitspraak: het is minstens voor 95% zeker dat de mens meer dan de helft van de opwarming heeft veroorzaakt vanaf het midden van de twintigste eeuw. Een erg stellige uitspraak en normaliter is men in de wetenschap over het algemeen zeer voorzichtig met het doen van stellige uitspraken.

Jazeker hebben wij mensen dus voor opwarming gezorgd!

En doordat we, zoals het er naar uitziet, gewoon doorgaan met het uitstorten van CO2 in de atmosfeer, komt er de komende eeuw meer opwarming want de natuurkunde is helaas onverbiddelijk. Zie hieronder de temperatuurprognose van het IPCC aan de hand van enkele emissie-scenario’s tot het jaar 2100. Het RCP8.5 scenario komt overeen met doorgaan op de huidige wijze met het verstoken van fossiele brandstoffen. Dat scenario geeft in zo’n 100 jaar een verandering in de temperatuur op aarde die ongeveer even groot is als de overgang van de vorige ijstijd naar het huidige tijdperk. Persoonlijk lijkt het me meer dan verstandig dat we dat proberen te voorkomen.

Figuur 6. De verandering in de temperatuur tot 2100 voor enkele emissie-scenario’s. Naar het IPCC figuur SPM.7 a.
Meer info

PBL : De achtergrond van het klimaatprobleem
KNMI : Klimaatverandering – De belangrijkste feiten op een rij
PCCC : Veel gestelde vragen
Royal Society and the US National Academy of Sciences : Climate Change: Evidence & Causes
Skeptical Science : Global Warming & Climate Change Myths
Real Climate : The CO2 problem in 6 easy steps
Center For Climate And Energy Solutions: The Basics
Professor David Archer : Video Lectures
Professor Andrew Dessler : What we know about climate change

En natuurlijk ook:
De blogstukken op onze site

131 Reacties op “Jazeker hebben wij mensen voor opwarming gezorgd!

  1. Dank Jos, voor deze voortreffelijke uiteenzetting voor een geïnteresseerde leek als ik ben. Ik zal er graag gebruik van maken in toekomstige discussies!

  2. Dit is inderdaad een mooie uiteenzetting van een natuurkundig fenomeen waar we inmiddels net zo zeker van zijn als de zwaartekracht.

    Ik las zojuist een achtergrondverhaal over de Koch broers. Miljardairs, runnen een van Amerika’s grootste familiebedrijven. Groot in olie. Nederlandse voorvaders. Een lange historie van miljoenenboetes wegens de meest weerzinwekkende milieudelicten. En een van de grootste financiële ondersteuners van de klimaat-ontkenindustrie.

    Lees en huiver. Hier moeten we het tegen opnemen…
    http://www.rollingstone.com/politics/news/inside-the-koch-brothers-toxic-empire-20140924

    Thijs

  3. KNMI kwam afgelopen woensdag ook met een stuk over de records die we dit jaar in Nederland en ook wereldwijd aan het breken zijn.

    “Als november en december verder normaal verlopen komt de jaargemiddelde temperatuur in Centraal Nederland uit op ca. 11,3 ºC. De kans dat de temperatuur boven het huidige record (11,0 ºC in 2006 en 2007) uitkomt is, gegeven de grilligheid van het weer in ons land, ongeveer 80%.”
    [..]
    “De temperatuur ligt tegenwoordig structureel zo’n 1,6 ºC hoger dan aan het begin van de twintigste eeuw. Dit jaar levert het uitzonderlijk warme weer een extra bijdrage van 1,0 graad.”

    http://www.knmi.nl/cms/content/121129/2014_waarschijnlijk_record_warm

  4. Jos, mooi verhaal.

    Ik heb een vraag. En een opmerking.

    Waarom vat je de IPCC statement ‘het is minstens voor 95% zeker dat de mens meer dan de helft van de opwarming heeft veroorzaakt vanaf het midden van de twintigste eeuw’ samen in de kop ‘Jazeker hebben wij mensen dus voor opwarming gezorgd!’? Het zou toch meer voor de hand liggen om te schrijven ‘Het is 95% zeker dat wij mensen voor . . !’

    Het lijkt misschien zeurderig, maar de mythe dat de klimaatwetenschap 100% zekerheid zou kunnen geven staat volgens mij een gezond debat in de weg. Vind jij het moeilijk om met onzekerheid te leven?

    Over dat percentage van 95% is trouwens nog wel wat te zeggen. Het klopt wel wat Gavin zegt. Toen IPCC wg1 voorzitter Stocker vorig jaar een colloquium hield op het KNMI heb ik hem er naar gevraagd, en hij bevestigde dat ze 98 in 95 hadden veranderd om uitdrukking te geven aan hun schatting van het effect van structurele modelgebreken. Ik had moeten doorvragen: Waarom 3 procentpunt eraf? En niet bv 13 of 23?

  5. Hallo Gerbrand,

    Ik ben geen journalist, maar ook ik probeer toch om de titel van een blogstuk enigszins als een blikvanger te gebruiken. Daarbij gaat het statement van het IPCC over het feit dat wij meer dan 50% van de opwarming na 1950 hebben veroorzaakt, en – het is wellicht een beetje flauw – maar eigenlijk blijft de titel ook kloppen al zou de mens maar 10% van de opwarming hebben veroorzaakt.

    Dat de klimaatwetenschap geen 100% zekerheid kan geven staat in iets algemenere woorden ook in mijn tekst: “100% zekerheid zal de wetenschap nooit geven, maar dit komt aardig in de buurt.”. En nee, ik vind het niet moeilijk om met onzekerheid te leven. Het is me tijdens mijn opleiding met de paplepel ingegoten.

    Tja, ik kan niet in het hoofd van Stocker kijken, maar de kansverdeling van Schmidt geeft zo’n 0,02% kans voor die 50%-grens, dat oprekken naar 95% betekent al dat je met een forse marge rekening houdt. Schmidt maakt in zijn stuk trouwens nog een andere interessante opmerking:
    “It is interesting to note that given the variability in the models, the anthropogenic signal is now more than 5𝛔 over what would have been expected naturally (and if it’s good enough for the Higgs Boson….)”
    http://www.realclimate.org/index.php/archives/2014/08/ipcc-attribution-statements-redux-a-response-to-judith-curry/
    Ook bij 5 sigma is er uiteraard nog een onzekerheid, maar ik vind dat dan het woord “jazeker” niet misplaatst is.

  6. Jos,

    Ik erger me dagelijks aan krantenkoppen. Die van jou valt inderdaad reuze mee. Toch voel ik me ongemakkelijk bij dat ‘zeker’.

    Ik ben het met je eens dat een overschrijding van de 5 sigma grens onwaarschijnlijk is. De discussie gaat dan ook meer over de correctheid van de kansverdeling, zoals het IPCC die geeft. (Met andere woorden over ‘de fout in de fout’.)

    Zelf vond ik een uitspraak van Zwiers en von Storch verhelderend in een paper uit 2004 (On the Role of Statistics in Climate Research. Int. J. Climatol. 24: 665–680):

    “In frequentist analysis, the approach that most readers are familiar with, assumptions about uncertainty are often hidden. In general, we condition our inferences on many things without being explicit.”

    Het gaat me hier dus om de aanname dat de modellen (en de waarnemingen) adequaat zijn.

    Gavin Schmidt schrijft hierover:

    “However, there must be some expert judgement to assess what potential structural errors might exist in the procedure. For instance, the assumption that fingerprint patterns are linearly additive, or uncertainties in the pattern because of deficiencies in the forcings or models etc. In the absence of any reason to think that the attribution procedure is biased (and Judith offers none), structural uncertainties will only serve to expand the spread. Note that one would need to expand the uncertainties by a factor of 3 in both directions to contradict the first part of the IPCC statement. That seems unlikely in the absence of any demonstration of some huge missing factors.”

    Gavin gaat er vanuit dat de modellen niet gebiased zijn, maar ook dat is een aanname.

    Ik had in dit verband onlangs een interessante discussie met Steve Easterbrook, zie
    http://www.easterbrook.ca/steve/2014/05/tedx-talk-should-we-trust-climate-models/comment-page-1/#comment-24834,
    http://www.easterbrook.ca/steve/2014/05/tedx-talk-should-we-trust-climate-models/comment-page-1/#comment-24837
    In zijn antwoord schreef Steve:

    “You’re quite correct – the ensemble approach doesn’t work if there are structural errors in the model. There’s some evidence that the models aren’t as independent from one another as they ought to be . . “

    Gavin beroept zich op ‘the absence of any reason to think that the attribution procedure is biased’. Daarmee gaat hij m.i. voorbij aan de mogelijkheid dat zijn fantasie tekort schiet. Er is dus een belangrijke rol voor het vertrouwen dat men in modellen heeft.

    Op dat onderwerp ben ik wat dieper ingegaan op https://wetenschappelijkemodellen.wordpress.com/2011/11/25/klimaatmodellen-onzekerheid-en-vertrouwen, geschreven naar aanleiding van mijn lezing tijdens de KNAW themabijeenkomst ‘Wetenschappelijke modellen, wat kun je ermee’ (http://home.kpn.nl/g.j.komen/komen-knaw.pdf) in 2011. Ik begon die lezing provocerend met het naast elkaar zetten van twee uitspraken.
    – ‘There is considerable confidence that Atmosphere-Ocean General Circulation Models (AOGCMs) provide credible quantitative estimates of future climate change.’ [IPCC]
    – ‘I am saying that all predictions concerning climate are highly uncertain.’ [Freeman Dyson]
    Je kunt Dyson natuurlijk afdoen door te stellen dat hij geen ervaring heeft met klimaatmodellering, maar daar staat tegenover dat afstand juist een voordeel kan zijn als er sprake is van ‘group think’. Bovendien zijn daar recentere uitspraken bijgekomen van iemand die ik wel heel deskundig vind, Lennart Bengtsson:
    – “There is no alternative to such computer simulations if one wants to predict future developments. However, since there is no way to validate them, the forecasts are more a matter of faith than a fact” [Lennart Bengtsson, Neue Zürcher Zeitung, 15/04/14].
    – “The reason to the slow warming is in fact more or less unknown”. (statement on http://klimazwiebel.blogspot.nl/2013/07/heinz-wanner-die-globale-klimadebatte.html, (accessed 30 August 2014).

    Mij lijkt het laatste woord nog niet gesproken. Voor me zelf vat ik het op dit moment zo samen: het IPCC komt naar beste eer en geweten op een schatting van 95 %, maar die schatting bevat een subjectief element omdat hij mede gebaseerd is op expert judgement. Kun je het daar mee eens zijn?

  7. Gebrand,

    Ik kan je ongemak over dat ‘jazeker’ niet wegnemen, maar als je een sommetje maakt waarbij de kans dat de mens 100% van de opwarming heeft veroorzaakt op 50% legt en de kans op meer dan 50% opwarming bij 95%, is – als ik me niet vergis – bij een normale verdeling de kans dat de mens minder dan 0% opwarming veroorzaakt heeft 0.05% (circa 3.3 sigma).

    En ja, ik ben het met je eens dat in het verhogen van die onzekerheid van 0.02% naar 5% een subjectief element zit en dat men dat naar het beste eer en geweten heeft gedaan met de kennis die we nu bezitten. Zoals je al schreef: daar moeten we mee leren leven.

    We hebben het nu over de ondergrens van het IPCC statement, maar aan onzekerheden zitten twee kanten. In de kansverdeling van Schmidt is er een 5% kans dat de mens meer dan 133% van de opwarming heeft veroorzaakt. Als je de onzekerheid vergroot, vergroot je ook de kans op extremere waarden aan de andere zijde van de kansverdeling. In dat sommetje van mij in de eerste alinea van deze reactie (100% -> 50% kans en >=50% ->95% kans) ligt dat 5% punt bij 150% opwarming. Daar moeten we dan ook mee leren leven.
    Er staat een mooi stuk van Hans hier op de site over dat staartrisico:
    https://klimaatverandering.wordpress.com/2014/04/07/kerry-emanuel-over-staartrisico-en-alarmisme/

    En zeker is het laatste woord nog niet gesproken over ons menselijk handelen en de invloed ervan op het klimaat van de wereld waarin wij leven en onze kinderen en kleinkinderen zullen leven. Dat maakt de klimaatwetenschap ook tot zo’n boeiend onderwerp, het raakt iedereen.

  8. Jos, goed dat je ook nog even op de andere staart wijst. Ik vat het zelf al jaren zo samen: het kan meevallen, en het kan tegenvallen, zie bv .http://home.kpn.nl/g.j.komen/bessensap.pdf

  9. Beste Gerbrand Komen,

    Er bestaat geen zekerheid in de natuurwetenschappen, alle natuurwetenschappen. Carlo Rovelli:

    Science Is Not About Certainty

    Science is not about certainty. Science is about finding the most reliable way of thinking at the present level of knowledge.

    Zie de eerdere discussies en het essay door Rovelli.

    Bij het nemen van beslissingen en het beoordelen van risico’s gaan we altijd uit van de natuurwetenschappelijke waarschijnlijkheid van een uitkomst. Indien met 5 sigma waarschijnlijkheid een vliegtuig neerstort op een bepaalde vlucht… gaat niemand aan boord en wordt het toestel aan de grond gehouden. Indien met 95% waarschijnlijkheid een brug in gaat storten – of zelfs met 5% waarschijnlijkheid – dan sluiten we de brug af.

    Dat is allemaal op basis van natuurwetenschappelijke waarschijnlijkheden, en er is geen absolute zekerheid over.

    Alle menselijke beslissingen worden — zonder enige uitzondering — genomen ‘in the face of uncertainty’. Mathematische zekerheid bestaat alleen binnen de mathematica zelf en in de mathematische logica.

    Is het bestaan van de zwaartekracht ‘zeker’? Zijn de wetten van Newton en Einstein zeker? Welnee! De Nederlandse hoogleraar Erik Verlinde heeft in 2011 de prestigieuze Spinozaprijs gewonnen voor zijn werk dat zegt: (a) de zwaartekracht bestaat niet, (b) Newton en Einstein zitten er volledig naast.

    Toch bouwen we onze immens kostbare GPS systemen op basis van algemene relativiteit, en we bouwen bruggen op basis van de wetten van Newton. De waarschijnlijkheid is dat die wel tot 95% (of 99,98%) juiste uitkomsten leiden — en ook dat is een subjectief oordeel onder de experts. Naarmate de complexiteit van de menselijke interactie met de omgeving verder toeneemt, zal er steeds méér en meer besloten gaan worden op basis van kansverdelingen, ‘in the face of uncertainty’. Dat zal de komende eeuwen een nog veel grotere rol gaan spelen.

    Het woord ‘zeker’ heeft meerdere betekenissen: ‘mathematische zekerheid’ versus het dagelijks spraakgebruik.

  10. Gerbrand,

    Inderdaad is je samenvatting de kern van onzekerheden: het kan meevallen maar ook tegenvallen. Bob omschrijft het mooi: “Alle menselijke beslissingen worden genomen ‘in the face of uncertainty’”. En daarom moeten we, wat betreft het klimaat, niet alléén naar de onderzijde van de oplopende lijntjes in de grafiek in figuur 6 kijken en dus alleen hopen dat het mee zal vallen. De meest waarschijnlijke lijnen in die grafiek zijn de dikke lijnen.

    De tekst in je pdf is zeker (99.2%, daar moet je het mee doen🙂 ) ook op mij van toepassing:
    “..iets dat me lief en dierbaar is geworden, namelijk het wetenschappelijk onderzoek van het klimaat”.
    Ik heb geen klimaatwetenschap gestudeerd, maar ben er door gegrepen. Ik vind het machtig interessant, vanwege het multidisciplinaire karakter (fysica, chemie, statistiek, processen) en vanwege het feit dat het je zoveel leert over de wereld waarin je leeft.

  11. Bob, ik ben het volledig met je eens en durf wel verder te gaan: alleen in natuurwetenschappen bestaat aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid.

    Zelf heb ik een achtergrond in zowel een natuurkundige als econometrische studie. Ik vermaak me dan ook altijd kostelijk als er weer een of andere econoom met een voorspelling voor het BNP komt, of econometrisch model met een inflatievoorspelling. Als je gaat kijken naar de resultaten van die voorspellingen, dan kun je beter een muntje opgooien. Het is gewoon dramatisch. Toch wordt dit alles geslikt als zoete koek en maken politici en centrale banken er beleid op.

    Bij natuurwetenschappen gaan we uit van Popper’s falsifieerbaarheid. Als ik 1 miljoen keer een muntje opgooi, dan valt het precies 1 miljoen keer naar de aarde. De aarde heeft een enorme massa en we kunnen de gravitatieconstante nauwkeurig bepalen. Alleen als een muntje omhoog zou vallen, is de theorie weerlegd. Dat zou ooit kunnen gebeuren. Daarmee blijft de zwaartekrachttheorie een hypothese. Maar daar mogen
    we in gewone-mensentaal wel het label ‘zeker’ aan hangen.

    Jos zegt: “Jazeker hebben wij mensen voor opwarming gezorgd!”

    In 1896 rekende Arrhenius al voor dat een verdubbeling van het CO2 gehalte zou kunnen leiden tot een opwarming van 5 a 6 graden. Dat volgens een het natuurkundige basisprincipe dat CO2 een broeikasgas is. Inmiddels, 118 jaar later voor de goede orde, is er niets dat er op wijst dat Arrhenius met zijn hypothese de plank volledig missloeg. Laat mij en Popper het maar zien. Het is er niet. Integendeel, het CO2 gehalte stijgt in een razend tempo, met zekerheid door toedoen van de mens. En het wordt warmer op aarde, boven elke statistische twijfel verheven.

    Ik zeg dus: Jos heeft gelijk. Sterker nog: de klimaatwetenschap mag een voorbeeld nemen aan Jos. Naar mijn idee zijn klimaatonderzoekers over het algemeen te bescheiden met hun resultaten. Ik begrijp wel waarom, maar daardoor zitten we opgescheept met een maatschappelijke discussie die het equivalent is van een debat of de zwaartekracht wel of niet bestaat.

    De vraag hoe hard we in moeten grijpen om fossiele brandstoffen in de grond te laten, en in hoeverre dat ten koste mag gaan van andere zaken, is een legitieme discussie. De meeste mensen hebben andere, op dit moment hoogst waarschijnlijk grotere en acutere problemen en behoeftes die ook geld kosten, want daar komt het uiteindelijk op neer. Het is aan de klimaatwetenschap deze “future discounting bias” van de mens onderuit te schoffelen door klip en klaar duidelijk te maken wat de te verwachten gevolgen zijn van onze keuzes, zodat we een geïnformeerde beslissing kunnen maken over ons beleid.

    Maar een discussie over of de mens wel of niet de oorzaak is van klimaatopwarming moeten we op dit moment niet meer willen. De fase van het ontkennen van het probleem is voorbij. Dat kon in 1896, dat kon in 1950, dat kon misschien nog in 1980, maar nu?

    En we kunnen niet werken aan een oplossing, zolang niet iedereen het probleem erkent. Haal de enig mogelijke insteek van klimaatontkenners, namelijk het ontkennen van het probleem, snoeihard onderuit. Want zij schreeuwen wél zo hard uit hun longen zoals ze kunnen, met een constant schuin oog op hun bankrekening.

    De Engelsen hebben een mooi gezegde voor discussies zoals deze over de rol van de mens bij klimaatverandering: “rearringing the deck chairs on the Titanic”.

    Thijs

  12. Bob,

    Mee eens, we nemen dagelijks besluiten bij onzekerheid.

    Mijn punt is dat het klimaatsysteem ingewikkelder is dan een brug, en dat de kansschattingen daardoor niet zo hard zijn als wel eens gesuggereerd wordt.

    Je schrijft: “Het woord ‘zeker’ heeft meerdere betekenissen: ‘mathematische zekerheid’ versus het dagelijks spraakgebruik.” Ik weet niet of dat waar is. Het gaat mij niet om mathematische zekerheid maar om fysische zekerheid. Voor mijzelf is het begrip fysische onzekerheid geïntegreerd in mijn dagelijks taalgebruik. Maar je hebt wel een punt, want ik denk dat er nogal wat verwarring is.

  13. Hans Custers

    Gerbrand,

    Wetenschapscommunicatie is samengesteld uit twee woorden: wetenschap en communicatie. Een prikkelende kop boven een artikel valt natuurlijk meer onder “communicatie” dan onder “wetenschap”‘. Als die kop vervolgens in het artikel zelf in perspectief wordt gezet, lijkt me daar niets mis mee.

  14. Die veel genoemde brug is door zijn ontwerpers overgedimensioneerd. Het gebruik wordt daarmee “zeker”. Een vliegtuig heeft als extra redundante systemen.
    Mocht het aankomen op adaptatie dan komt ook overdimensionering om de hoek kijken. Zie het ontwerp van de lopende deltawerken. Dat is bij adaptatie vooraf.

    Ik durf ook te wedden dat bij adaptieve maatregelen achter af (herstel na een extreme gebeurtenis) ook overdimensionering in het ontwerp zal worden toegepast.

    En nu mitigatie: kennen we de krachten die we moeten overwinnen bij de innovatie en transformatie van de energiesystemen?
    Hoe goed kennen we het succesvolle concept. Hoeveel overdimensionering zullen we daar in stoppen? Of hoeveel haast zullen we daarmee maken?

  15. Beste Gerbrand,

    Je schrijft: “.. om fysische zekerheid.” Hierboven heb ik zojuist aangehaald dat:

    Science is not about certainty. Science is about finding the most reliable way of thinking at the present level of knowledge.

    En jij hebt dat vervolgens beaamt. Het is dus een spagaat waarin je verkeert indien je vraagt om “fysische zekerheid”, want je hebt zojuist bevestigt dat het daar niet over gaat… Blijkbaar hanteer je het begrip ‘zekerheid’ niet op consistente wijze want je spreekt jezelf nu tegen.

    Het onderscheid tussen mathematische zekerheid en het nemen van beslissingen “in the face of uncertainty” — wat wij mensen altijd doen, ook in de wetenschap — zie je eveneens in de rechtspraak. Daar moeten uitspraken gedaan worden, soms over leven en dood of over enorme belangen. Is het op basis van ‘mathematische zekerheid’?

    Welnee, men weegt ‘the evidence’ en komt tot een uitspraak ‘at the present level of knowledge’.

  16. En Gerbrand,

    Mijn punt is dat het klimaatsysteem ingewikkelder is dan een brug

    Misschien, misschien ook niet. De werking van het menselijk brein is mijns inziens ingewikkelder dan het klimaatsysteem — toch nemen we dagelijks beslissingen over het wel of niet ingrijpen door middel van hersenchirurgie.

    Het is in wezen irrelevant of het klimaatsysteem ingewikkelder is dan een brug. Alle menselijke beslissingen, ook binnen de wetenschap, worden op zijn best genomen op basis van “the most reliable way of thinking at the present level of knowledge.

  17. Hans Custers

    Het laatste punt van Bob is heel belangrijk. We nemen beslissingen op basis van wat we weten. Daaronder kun je zowel de “known knowns” als de “known unknowns” verstaan: beide kunnen gebruikt worden voor een inschatting van de risico’s.

    Dat neemt niet weg dat er in de wetenschap ook altijd rekening gehouden wordt (en moet worden) met “unknown unkowns”. Het IPCC neemt ook die factor in beschouwing. Maar zaken die totaal onbekend zijn, zijn natuurlijk niet goed te kwantificeren. Voor die “unkown unknowns” zul je het moeten doen met de inschatting van deskundigen.

    Voor een brug is overdimensionering een oplossing om om te gaan met “unknown unknowns”. Men zoekt de veilige kant op. Wat zou het betekenen als we dat in het klimaatbeleid ook zouden doen?

  18. Hallo Jos,

    Ik heb een vraag die me al langer bezig houdt en nu weer opdook n.a.v. je passage:

    “Waterdamp is eveneens een zeer sterk broeikasgas, maar de concentratie daarvan in de atmosfeer verandert niet zomaar, die wordt bepaald door de temperatuur”

    Dat is – hier en elders – een regelmatig terugkerende constatering. Maar is die terecht? Want de mens heeft wel degelijk een directe invloed op de waterkringloop en daarmee op de hoeveelheid waterdamp in de atmosfeer. Het mondiale watergebruik is afgelopen eeuw vertienvoudigd tot ruim 4000 km3/jaar, hetgeen overeenkomt met grofweg 1% van de totale watercyclus. Ongeveer 70% van het water wordt gebruikt in de landbouw (irrigatie). Hetgeen resulteert in extra verdamping. De totale hoeveelheid atmosferische waterdamp (equivalent aan grofweg een waterschijf van 25 mm) is daardoor toegenomen. Er is dus sprake van een directe menselijke waterdampforcering die op zijn beurt weer resulteert in de waterdampfeedback.

    In hoeverre is die directe menselijke waterdampforcering vergelijkbaar met de directe CO2-forcering? Die 1% van de waterkringloop lijkt gering in vergelijking tot bijvoorbeeld de CO2-uitstoot (4% van koolstofkringloop). Maar aan de andere kant: twee derde tot driekwart van het broeikaseffect wordt toegeschreven aan waterdamp, terwijl CO2 slechts een bescheiden rol speelt.

  19. Beste Bert,

    Het is een fysische wet dat de dampspanning van een vloeistof gerelateerd is aan de temperatuur. Een stukje tekst uit een chemisch studieboek van mij:
    “This constant vapor pressure is called the saturated vapor pressure of the liquid at the particular temperature. As long as this vapor pressure is maintained, the liquid exhibits nu further tendency to evaporate. At any lower pressure the liquid will evaporate into the gas phase, while at any higher pressure vapor will tend to condense until the equilibrium pressure is re-established.”
    De vergelijking waarmee de variatie van de dampspanning als functie van de temperatuur mathematisch kan worden uitgedrukt is de Clausius-Clapeyron vergelijking. Daar zul je vast wel ooit van hebben gehoord.

    In je verhaaltje heb je het alleen over de verdamping en je vergeet de condensatie. Waterdamp is een terugkoppeling en geen forcering zoals jij abusievelijk stelt. De gemiddelde verblijftijd van water in de atmosfeer is circa 10 dagen:
    http://www.realclimate.org/index.php/archives/2005/04/water-vapour-feedback-or-forcing/

  20. Jos, voor zover ik begrijp geldt de CC-relatie slechts voor de faseovergang. Echter, de relatieve vochtigheid in de aardse atmosfeer is meestal lager dan 100%. Neem nu eens een extreem voorbeeld: irrigatie in de woestijn. Als gevolg van die irrigatie verdampt er water dat in de – voorheen- droge onverzadigde atmosfeer terecht komt. Ergo: het waterdampgehalte neemt toe. Ofwel: de mens brengt het broeikasgas waterdamp direct in de atmosfeer. Dus is er sprake van een directe waterdampforcing. Daarnaast is er – uiteraard – sprake van een waterdampterugkoppeling. Mijn stelling is dus dat de mens, door het explosief gestegen watergebruik, de watercycle heeft geïntensifieerd en de waterdampconcentratie heeft verhoogd. Derhalve is er – naast de bekende feedback – ook sprake van directe forcing.

  21. Bert,
    Lees dat stukje tekst nog eens, het gaat niet over de fase-overgang maar over de dampspanning.
    En in AR5 kun je het volgende lezen over ‘tropospheric humidity’:
    “In each analysis, the rate of increase in the free troposphere is concluded to be largely consistent with that expected from the Clausius–Clapeyron relation (about 7% per degree Celsius). There is no evidence for a significant change in free tropospheric relative humidity, although a decrease in relative humidity at lower levels is observed (Section 2.5.5).”

  22. Jos, je ontwijkt mijn vraag/stelling. Die luidt (i) is de mens, via intensivering van de watercycle, direct verantwoordelijk voor een deel van de waterdamp in de atmosfeer en (ii) is er dus sprake van een directe waterdampforcing. Zie mijn extreme voorbeeld van irrigatie in de woestijn.

  23. Beste Bert Amesz,

    Jos ontwijkt je vraagstelling helemaal niet. De antwoorden luiden: (i) Nee, en (ii) Nee. De redenen daarvoor kan je o.a. nalezen in de al genoemde referenties:

    Water vapour: feedback or forcing?
    IPCC Hoofdstuk 2.5

  24. @Bert,
    voor hoeveel procent van het aardoppervlak zou die extra verdamping gelden. En het gaat niet om de hoeveelheid water wat rondgaat maar om de concentratie.
    Men heeft gelet de uitspraak van het IPCC gezocht naar dit fenomeen. Maar blijkbaar niet(s) kunnen waarnemen.

  25. Bert,
    Ik ontwijk helemaal niets, lees de reacties nog eens. Meer verdamping leidt tot meer condensatie, zie ook het IPCC statement waaruit duidelijk blijkt dat de hoeveelheid waterdamp in de atmosfeer de Clausius-Clapeyron vergelijking volgt en dat er geen significante toename is van de relatieve vochtigheid.
    Waterdamp is een feedback geen forcering, hoe graag jij dat ook zou willen.

  26. @Peter Zijlstra

    Het betreft delen van de aarde waar de door de mens geëmitteerde waterdamp niet direct tot condensatie leidt. Relatief droge gebieden dus. Hoeveel procent van dat aardoppervlak dat is, weet ik niet. Het gaat mij om het principe van directe waterdampforcing. Met Bob en Jos kom ik niet verder; die beroepen zich op IPCC-premissen. Het gaat inderdaad om de concentratie, niet om de omvang van de waterkringloop als zodanig. Die heb ik er bij gehaald om aan te geven dat de mens die heeft beïnvloed, net als de koolstofcyclus.

  27. @Bert

    Confirmation bias, also called myside bias, is the tendency to search for, interpret, or prioritize information in a way that confirms one’s beliefs or hypotheses. People display this bias when they gather or remember information selectively, or when they interpret it in a biased way. The effect is stronger for emotionally charged issues and for deeply entrenched beliefs. People also tend to interpret ambiguous evidence as supporting their existing position.

    Biased search, interpretation and memory have been invoked to explain attitude polarization (when a disagreement becomes more extreme even though the different parties are exposed to the same evidence), belief perseverance (when beliefs persist after the evidence for them is shown to be false), the irrational primacy effect (a greater reliance on information encountered early in a series) and illusory correlation (when people falsely perceive an association between two events or situations).

  28. Beste Bert Amesz,

    Nee, in het IPCC rapport staan geen ‘premissen’ maar metingen:

    Since AR4 there have been three distinct efforts to homogenize the tropospheric humidity records from operational radiosonde measurements (Durre et al., 2009; McCarthy et al., 2009; Dai et al., 2011) (Supplementary Material 2.SM.6.1, Table 2.SM.9). Over the common period of record from 1973 onwards, the resulting estimates are in substantive agreement regarding specific humidity trends at the largest geographical scales.

    Figuur 2.31 laat bijvoorbeeld de gemeten ‘column integrated water vapour’ zien:

    Aan de piek in waterdamp in 1998 (tijdens de Super El Niño), kan je goed zien dat waterdamp de luchttemperatuur volgt. Hier een aantal satellietmetingen:

    In feite vinden enkele studies zelfs dat de relatieve luchtvochtigheid iets gedaald is, maar dan dichtbij het aardoppervlak en boven land. Het hoofdstuk 2 waar we naar verwijzen heet: “Observations: Atmosphere and Surface”.

    Observaties, Bert. Geen premissen.

  29. Hier de conclusie uit de radiosonde, GPS en satelliet-observaties:

  30. Leuke discussie over (on)zekerheid. Wat hier vooral speelt denk ik is dat het woord heel verschillend wodt geinterpreteerd door verschillende groepen. In natuurwetenschap is nooit iets zeker. Maar voor het brede publiek betekent elke benoeming van onzekerheid dat je geen idee hebt wat links, rechts, boven of onder is. Daar maken “skeptici” graag gebruik van, door (impliciet of expliciet) te suggereren dat onzekerheid hetzelfde is als onwetendheid. Dat ligt heel dicht bij hoe het brede publiek onzekerheid interpreteert, dus die boodschap komt vrij makkelijk binnen.

    Voor een wetenschapper die met het bredere publiek wil communiceren over de wetenschap is dit een dilemma, mooi verwoord door wijlen Steve Schneider. Dit is een thema dat ik wel herken en ik heb er ook vaker over geschreven (bijv hier).

    Als je de focus op onzekerheid legt is het m.i. belangrijk om heel duidelijk aan te geven hoe je die onzekerheid bedoelt, en hoe anders dat is dan hoe onzekerheid in het dagelijks taalgebruik wordt bedoeld. En liefst ook aangeven wat er dan wel met een hoge mate van zekerheid/waarschijnlijkheid gezegd kan worden, anders mist de lezer/luisteraar het houvast en wordt toch (ook al wil je dat niet) de indruk gewekt dat “we eigelijk nog niets weten van die complexe materie”. Als we het hebben over een tak van wetenschap waarvan zelfs aan de relatief robuuste conclusies sterk wordt getwijfeld door grote delen vh brede publiek denk ik dat het belangrijk is om die robuuste basiskennis van die wetenschap duidelijk te maken. En als de doelgroep het brede publiek is moet je je taalgebruik daar op aanpassen (natuurlijk zonder de wetenschap geweld aan te doen). Zo bezien vind ik het een prima titel die Jos voor dit blog heeft gekozen.

    Oftewel: what we do know is most important to convey (if you goal is to increase the public’s knowledge of the scientific knowledge).

    Ik ben benieuwd wat je van de laatstgelinkte blogpost vindt, Gerbrand.

  31. Bob, Jos,

    De gedachtegang ‘waterdamp is een feedback en geen forcing’ is wel degelijk een premisse. En daar zette ik vraagtekens bij. Ik deed dat aan de hand van een voorbeeld (irrigatie in een droog gebied) waar de extra waterdamp niet tot condensatie leidt. Als jullie of iemand anders mij – aan de hand van dit voorbeeld – uit kan leggen dat ik het mis heb, dan heb ik daar vrede mee. De teksten van AR5 (dank, ik had ze al doorgelezen) bevatten geen antwoord op mijn vraag.

  32. Beste Bert Amesz,

    Nee, het blijkt uit de metingen:

    De relatieve luchtvochtigheid nabij het oppervlak boven land is zelfs iets gedaald. En niet gestegen, ondanks je irrigatie.

  33. Hans Custers

    Bert,

    Ik denk dat je de korte verblijftijd van waterdamp in de atmosfeer, in de eerste reactie van Jos op jou genoemd, nog eens goed op je in moet laten werken. Door die korte verblijftijd is er, anders dan bij de zogenaamde “well mixed greenhouse gases” geen sprake van accumulatie van waterdamp. Het wordt simpelweg afgevoerd door de wind (ook in droge gebieden) om vervolgens ergens te condenseren.

    Bob heeft ondertussen diverse keren laten zien dat metingen dit beeld bevestigen. Er is geen enkele aanwijzing dat jouw atropogene-waterdamphypothese enige invloed heeft.

    Ondertussen zie je een reëler (maar op wereldschaal ongetwijfeld ook beperkt) klimatologisch effect van irrigatie over het hoofd. Verdampend (irrigatie)water onttrekt warmte aan zijn omgeving. Irrigatie heeft dus een afkoelend effect op het oppervlak. Voor metingen van de temperatuur in bijvoorbeeld voorsteden, waar veel gazons worden besproeid, of in landbouwgebieden zou toegenomen irrigatie voor een afkoelende trend kunnen zorgen. Waardoor de opwarming in de meting onderschat zou worden.

  34. Beste Bob ,

    Ik denk dat we dichterbij elkaar staan dan je in je reacties suggereert. Misschien druk ik me niet goed uit, maar het valt me ook op dat je te selectief citeert uit mijn berichten. Hoe dan ook:

    1. Je hebt me destijds een groot plezier gedaan met de verwijzing naar Rovelli, zoals ik in juli al liet weten.

    2. Mee eens dat er in de praktijk altijd onzekerheid is. Ik zoek helemaal niet naar zekerheid, zoals jij suggereert.

    3. Besluitvorming bij onzekerheid is een fascinerend onderwerp waar heel veel over te zeggen is, en waar ook heel veel over geschreven is. Ik ben geen expert op dat terrein, maar wel ervaringsdeskundige. In lezingen illustreerde ik dit punt wel eens met de vraag of je bij een wandeling een paraplu mee wilt nemen als het KNMI kans op regen voorspelt. Dat is in mijn ogen een aardig voorbeeld omdat je goed kunt laten zien hoe je enerzijds probeert de onzekerheid te bepreken (door op de buienradar te kijken), anderzijds allerlei additionele overwegingen een rol laat spelen: hoe erg vind ik het om eventueel nat te worden, hoe lastig is het om een paraplu mee te nemen (kans dat ik hem ergens laat liggen), kan ik eventueel ergens schuilen, heb ik daar tijd voor, enz. enz. Waar het gaat om besluitvorming bij onzekerheid is er niet zo’n heel groot verschil tussen een brug en het klimaatsysteem.

    Volgens mijn zijn we het over deze drie punten gewoon eens. Mijn punt is dat het noemen van concrete percentages, zoals het IPCC dat doet misleidend kan zijn, omdat subjectieve aspecten een rol spelen bij het vaststellen van de percentages. Dat heeft alles te maken met het unieke, complexe en niet-stationnaire karakter van het klimaatsysteem. Daarin verschilt het klimaatsysteem wel van een brug.

  35. Hans,

    Je schreef: “Een prikkelende kop boven een artikel valt natuurlijk meer onder ‘communicatie’ dan onder ‘wetenschap’. Als die kop vervolgens in het artikel zelf in perspectief wordt gezet, lijkt me daar niets mis mee.”

    Prikkelend is best, maar onjuist of misleidend vind ik verkeerd. Het is misschien een kwestie van smaak, maar ik heb ook wel een argument voor mijn standpunt. Er zijn immers mensen die alleen maar de koppen lezen. Die moet je niet met een verkeerd idee opzadelen.

    Ik zag laatst een aardig voorbeeld in Nature. Een artikel werd samengevat met de tekst:
    “Seals in South Georgia show response to global warming”. De tekst zelf expliciteerde:
    “The survivors are older when they breed and do so less often than in previous decades, which contributes to the observed 25% reduction in the population. What is driving this effect? Climate change, or its proxy of locally changed weather patterns, seems to have an indirect role. Models suggest that weather changes reduce the availability of the seal’s preferred food, Antarctic krill. So too, however, could altered fishing practices and the recovery of whale numbers.” Dus maar liefst drie mogelijk verklaringen. De kop had ook kunnen zijn “Seals repond to altered fishing practice” of
    “Seals repond to recovery of whale numbers”. Uiteraard ik tegen alle drie de koppen bezwaar maken.

  36. Jos, Bert Amesz,

    Is waterdamp een forcering?

    Wat is een forcering eigenlijk?

    Volgens mij is forcering een modelbegrip dat afhangt van de keuze van het systeem. Als je het atmosfeersysteem beschouwt dan zijn SST (sea surface temperature) anomalieën forceringen. Als je het gekoppelde atmosfeer/oceaansysteem beschouwt zijn variaties in de SST het gevolg van interne schommelingen (+ externe, dwz van buiten het atmosfeer/oceaansysteem komende, forceringen).

    Ik denk dat je zo ook tegen het probleem van de irrigatie aan kunt kijken.

  37. Beste Bart,

    Wat een geweldige discussie. Ik ben blij dat ik wat tegengas krijg. Misschien laat ik me nog wel overtuigen, maar vooralsnog ben ik het niet met je eens.

    Je schrijft: “. . voor het brede publiek betekent elke benoeming van onzekerheid dat je geen idee hebt wat links, rechts, boven of onder is”.

    Ik vraag me af of dat waar is. Het is in ieder geval niet in overeenstemming met mijn eigen ervaring. Hoog- en laagopgeleid, iedereen begrijpt wel dat niets helemaal zeker is, en dan sommige dingen minder onzeker (zomers is het in Nederland warmer dan ’s winters) zijn dan andere dingen (op mijn verjaardag volgend jaar schijnt de zon). Maar ik kan me natuurlijk vergissen.

    Misschien is het verwarrend om over ‘het brede publiek’ te spreken. En moet je naar de complete communicatiecontext kijken. Ik denk dat eerlijkheid over onzekerheid de geloofwaardigheid kan bevorderen.

    Misschien is er wel onderzoek gedaan die jouw stelling onderbouwt (“. . voor het brede publiek betekent elke benoeming van onzekerheid dat je geen idee hebt wat links, rechts, boven of onder is”). Mocht dat zo zijn dan hoor ik het graag.

    Je verwijzing naar Steve Schneider is overigens heel relevant. Het probleem dat hij aansnijdt is reëel, en ik heb daar ook niet direct een oplossing voor.

    Ik heb de blogpost waar je naar verwees bekeken. Wat me opvalt is dat je je afzet tegen Judith Curry. Het zal je niet verbazen, en dat wist je ook wel, dat ik wel een fan van Judy ben, niet omdat ze nou zo heel goed is, maar juist omdat ze de discussie aandurft. Voor mij is dat de enige manier om na climategate maatschappelijke geloofwaardigheid terug te winnen. Bovendien vind ik het wetenschappelijk interessant.

    Misschien later meer.

  38. Hans Custers

    Gerbrand,

    Je bent wel erg streng voor ons. Wij zijn geen wetenschappelijk tijdschrift, maar een blog, dat specifiek over klimaatwetenschap schrijft. We mogen er, vind ik, wel van uitgaan dat onze bezoekers in die materie geïnteresseerd zijn en verder kijken dan de kop alleen. En geen mens zal zijn mening over klimaatverandering herzien op basis van enkel en alleen een kop op ons blog.

    Bovendien: in een kop zijn nou eenmaal niet alle nuances van de wetenschap te vangen. Ik vind de kop boven dit stuk allerminst misleidend; hij maakt uitstekend duidelijk wat de lezer in dit stuk kan verwachten en communiceert dus wat hij zou moeten communiceren. Anders gezegd: ik zie het “Jazeker” in de kop als een stilistische keuze van Jos, die de bedoeling van dit stuk aangeeft. En zeker niet als een suggestie dat wetenschap absolute zekerheid kan bieden.

    Dergelijke stilistische keuzes horen wat mij betreft bij het bloggen over wetenschap (ik heb ooit een stuk geschreven onder de kop “Hans Labohm vindt de projecties van de klimaatwetenschap te optimistisch”; dat was natuurlijk sarcastisch bedoeld). Natuurlijk is het belangrijk om oog te hebben voor de onzekerheden en nuances in de wetenschap. Ik ben ervan overtuigd dat we dat op ons blog in het algemeen prima doen. Als we daar nu nog verder in moeten gaan, en elk woord en elke stilistische keuze op een goudschaaltje moeten wegen, kunnen we er maar beter mee ophouden. Omdat de lol er voor ons dan heel snel af is en omdat het onleesbare stukken op zou leveren.

  39. Hans Custers

    Gebrand,

    Je zegt dat je fan bent van Judith Curry. Sorry, maar dat begrijp ik echt niet. Hoe kun je fan zijn van iemand die regelmatig insinuerende opmerkingen maakt over collega’s als Michael Mann? En die regelmatig aantoonbare onwaarheden verkondigt? Van haar ben je fan, en ondertussen val je hier over dat ene woordje “Jazeker” in een kop? Daar kan ik met mijn pet niet bij.

  40. Wij wiskundigen zijn ook altijd fan van mensen die de discussie willen aangaan of Pi wel een transcendent getal is. En fysici zijn natuurlijk altijd heel blij met al die mensen die de relativiteitstheorie ter discussie stellen, en al diegenen die denken dat CO2 geen broeikasgas is (dat zijn dus alle klimaatrevisionisten).

    Spijt me wel maar ‘de discussie durven aangaan’ is allang een te misbruikte constructie om nog serieus te nemen.

    [Edit HC: Je punt was ook duidelijk zonder die laatste zin. Die heb ik weggehaald.]

  41. Beste Gerbrand,

    Volgens mijn zijn we het over deze drie punten gewoon eens.

    Dat is mooi. Ik citeer overigens niet selectief maar probeer te achterhalen of je wel consistent redeneert over de — volgens jou en mij — onvermijdelijke onzekerheid die hoort bij de wetenschap en bij iedere menselijke beslissing. Daarbij valt, al lezende, het volgende op:

    1) In deze reactie zeg je: “Het woord ‘zeker’ heeft meerdere betekenissen: ‘mathematische zekerheid’ versus het dagelijks spraakgebruik.’ … Ik weet niet of dat waar is”, terwijl je meteen daarna probeert om een begrip ‘fysische zekerheid’ te introduceren en het te onderscheiden van mathematische zekerheid.

    2) Hierboven heb je meermaals volmondig bevestigt wat Carlo Rovelli zegt:

    Science is not about certainty. Science is about finding the most reliable way of thinking at the present level of knowledge.

    Het is dan niet consistent om alsnog ‘fysische zekerheid’ te gaan verlangen. There is no such thing.

    3) Teruglezend door je reacties, valt me op dat je qua argumentatie telkens iets anders naar voren schuift als hét punt of als ‘mijn punt’.

    Je zegt hierboven: “Mijn punt is dat het klimaatsysteem ingewikkelder is dan een brug ..”. Ik antwoord daarop onder andere: “Het is in wezen irrelevant of het klimaatsysteem ingewikkelder is dan een brug. Alle menselijke beslissingen, ook binnen de wetenschap, worden op zijn best genomen op basis van “the most reliable way of thinking at the present level of knowledge.

    Oké, maar dan is volgens jou plotseling “Mijn punt is dat het noemen van concrete percentages, zoals het IPCC dat doet misleidend kan zijn, omdat subjectieve aspecten een rol spelen bij het vaststellen van de percentages.” Dat is een ander punt.

    Gerbrand, je worstelt met het feit dat ‘onzekerheid’ nu eenmaal… onzeker is en dat dit geenszins beperkt is tot de klimaatwetenschap. Het is een illusie om te veronderstellen dat elders in de wetenschap, en in de beslissingen die mensen elke dag moeten nemen, er géén subjectieve aspecten een rol zouden spelen.

    De risico-analyses voor een brug zijn niet ‘objectief’ maar de uitkomst van zeer subjectieve aspecten zoals:

    – de meningen van experts over de betrouwbaarheid van ‘finite element analysis’
    – de huidige stand van ‘Materials science’ over het gedrag van verouderende staalsoorten;
    – ideeën over de migratie van dislocaties in kristalroosters (uitermate onbewezen en worden toch gebruikt);
    – de subjectieve meningen van experts over verschillende staalleveranciers;
    – de kwaliteit van de implementatie van ‘finite element analysis’ in de verschillende software-pakketten die de verschillende experts prefereren.

    Allemaal subjectief en allemaal onzeker. Juist vanwege dergelijke subjectieve opvattingen en de ‘awareness’ van mogelijke unknown unknowns houden experts een extra slag om de arm – en gaan niet verder dan: ’95%’.

  42. Hi Gerbrand,

    Je hebt zeker gelijk dat de meeste mensen intuitief best aanvoelen dat lang niet alles (of eigenlijk bijna niets, behalve “death and taxes” zoals ze in de VS plegen te zeggen) zeker is, en dat er gradaties van (on)zekerheid bestaan.

    Het “links, rechts, boven en onder” citaat van mij was wellicht iets te zwart-wit gesteld. Later in hetzelfde comment nuanceerde ik dat door te schrijven:

    Als je de focus op onzekerheid legt is het m.i. belangrijk om heel duidelijk aan te geven hoe je die onzekerheid bedoelt, en hoe anders dat is dan hoe onzekerheid in het dagelijks taalgebruik wordt bedoeld. En liefst ook aangeven wat er dan wel met een hoge mate van zekerheid/waarschijnlijkheid gezegd kan worden, anders mist de lezer/luisteraar het houvast en wordt toch (ook al wil je dat niet) de indruk gewekt dat “we eigelijk nog niets weten van die complexe materie”.

    In hoeverre ben je het daar mee (on)eens?

    Ik verbaas me over jouw positieve mening over Judith Curry. In eerste instantie deelde ik die mening trouwens ook, inderdaad omdat ze zaken aanstipte die eigenlijk heel confronterend en onplezierig waren voor de wetenschappelijke wereld, maar wel heel belangrijk in de dynamiek vd publieke discussie met en over die wetenschap. Maar ze is sindsdien zo geradicaliseerd, steevast zonder robuuste onderbouwing, dat ik mijn mening over Curry danig aan de nieuwe realiteit heb moeten aanpassen. Haar argument komt heel vaak neer op het verwarren van onzekerheid met onwetendheid (precies het thema waar we het over hebben), en dan gelardeerd met slecht onderbouwde vaagheden en verkapte beschuldigingen. Aan de ene kant net doen alsof het heel zeker is dat ECS laag is, en aan de andere kant net doen alsof de onzekerheid in het oh-zo-complexe-systeem zo groot is dat het best zou kunnen zijn dat de CO2 toename niet aan menselijk handelen is toe te schrijven. En dan de victim bully spelen als ze wordt bekritiseerd. Dat laatste doet ze heel slim, dat moet ik haar nageven.

  43. @ Gerbrand Komen
    Ik doel op de gekoppelde modellen waarop IPCC zich baseert. Ik neem aan dat de invoervariabelen in die modellen bestaan uit o.a. emissiescenario’s van de diverse broeikasgassen. Waterdamp zit daar niet bij, dat wordt uitsluitend als feedback gezien. Zoals Jos dat verwoordde in zijn inleiding: “de concentratie daarvan in de atmosfeer verandert niet zomaar, die wordt bepaald door de temperatuur”. Mijn punt is dat de waterdampconcentratie óók rechtstreeks door menselijke activiteiten wordt beïnvloed. In die zin is er sprake van een antropogene waterdampemissie.

    @ Hans Custers
    Uiteraard ben ik me bewust van het verschil in verblijftijd tussen waterdamp en CO2. Ook weet ik dat waterdamp zich niet eindeloos kan accumuleren; op een gegeven moment treedt er condensatie op. Maar in de tussengelegen tijdspanne is er – in mijn voorbeeld – sprake van een verhoogde waterdampconcentratie die direct door de mens wordt veroorzaakt. Dat niveau blijft in stand bij voortgaande irrigatie (en ander watergebruik). De metingen waar Bob aan refereert vormen geen bewijs van mijn ongelijk. Dat van die lokale afkoeling klopt, maar dat heeft geen effect op de mondiale temperatuur (latente warmte). Of was die opmerking als grapje bedoeld?

    Wat mij betreft zetten we een punt achter deze discussie, mede omdat hij off-topic dreigt te worden. Ik ga me nog eens verdiepen in de materie en kom misschien nog wel eens terug hier. 

  44. Hans Custers

    Bert,

    Verdamping onttrekt warmte aan het oppervlak, warme lucht stijgt op, condensatie vindt dan (in elk geval deels) plaats hoog in de troposfeer, waar de warmte makkelijker uitstraalt. Er is dus wel degelijk een (beperkt) afkoelend effect. Maar ik doelde vooral op het effect dat dit verschijnsel zou kunnen hebben op temperatuurmetingen in meetstations in (bijvoorbeeld) buitenwijken of landbouwgebieden. Misschien zelfs wel op vliegvelden, als men daar het gras besproeit…

    Wat de verhoogde waterdampconcentratie t.g.v. irrigatie betreft: het gaat er natuurlijk om dat die (zeker over de gehele luchtkolom, en dan laat ik het gegeven dat we het over een klein percentage van het aardoppervlak hebben nog buiten beschouwing) zo bepekt is dat er geen effect van is te verwachten.

  45. Beste Bert Amesz,

    De metingen waar Bob aan refereert vormen geen bewijs van mijn ongelijk.

    Toch wel. Meten is weten en de metingen geven aan dat ‘column integrated water vapour’ inderdaad de Clausius-Clapeyron scaling blijkt te volgen – mondiaal gemiddeld.

    Mijn punt is dat de waterdampconcentratie óók rechtstreeks door menselijke activiteiten wordt beïnvloed.

    Nee, extra verdamping hier betekent minder verdamping elders — doordat het pakketje lucht dan al meer waterdamp bevat op het moment dat het ‘elders’ arriveert. Lucht blijft niet stilstaan maar stroomt.

    De ‘water holding capacity’ van de atmosferische kolom verandert niet door extra water aan het oppervlak, maar door stijging van de temperatuur:

    http://people.su.se/~rcaba/teaching/GeneralCirculation/PhysMetLectNotes_ch3.pdf

    Ik kan me overigens wel voorstellen dat irrigatie – lokaal en aan het oppervlak – voor afkoeling zorgt, door een lokale toename van de verdamping (de latente warmteflux).

  46. Lennart van der Linde

    Jazeker, lijkt er een deels subjectief geschat risico op zeer snelle zeespiegelstijging te zijn a.g.v. de praktisch zekere (90-99% zeker?) antropogene opwarming, volgens Kopp et al 2014 en Jevrejeva et al 2014:
    http://onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1002/2014EF000239/full

    En:
    http://iopscience.iop.org/1748-9326/9/10/104008/article

    Hoe groot is dat risico? Volgens Kopp et al circa 5% op 1,2m stijging in 2100 bij BAU/RCP8.5, maar volgens Jevrejeva circa 5% op 1,8m stijging in 2100 bij dat scenario. Tijd om de brug af te sluiten? Of eerst nog even Judith Curry om haar expert opinion vragen? Of Freeman Dyson en Lennart Bengtson, om het risico op eventuele group think zo mogelijk nog meer uit te sluiten?

    Het zijn inderdaad natuurlijk deels subjectieve schattingen. Is er iemand die dat ontkent? Maar zijn het ook niet de beste schattingen die we hebben? Zouden het nog altijd niet net zo goed onder- als overschattingen kunnen zijn, vanwege mogelijke unknown unknowns?

    Rechtvaardigen deze deels subjectieve schattingen nog langer uitstel van besluitvorming tot de onzekerheden verkleind zijn? Of zijn we dan (nu) misschien te laat om grote schade nog te kunnen voorkomen? Of zijn er schattingen die wijzen op een vergelijkbaar (onderbouwd) risico op grote schade bij snelle emissiereducties?

    Bij de afschaffing van slavernij werden de slavenhouders financieel gecompenseerd voor het verlies van hun ‘eigendom’. Moeten Shell c.s. ook gecompenseerd worden voor het verlies van hun ‘to be stranded assets’? Of hebben ze inmiddels tijd genoeg gehad om zich op dat verlies voor te bereiden, maar hebben ze dat verzuimd?

    Jazeker, er zijn geen zekere antwoorden op al deze door de vrijwel zeker door mensen veroorzaakte opwarming opgeworpen vragen, alleen meer of minder redelijke. Of is dit nog steeds niet genuanceerd genoeg?

    Gelukkig hebben we het CPB nog om alles even netjes in perspectief te zetten, hoewel de vraag gesteld mag worden hoeveel klimaatkennis daar aanwezig is…

    Sorry, maar dit moest ik echt even kwijt.

  47. Hi Lennart,

    Dank je voor de nieuwe publicatie van Kopp t/m Tebaldi 2014 en het eergisteren verschenen Jevrejeva, Grinsted & Moore. Nog niet gezien en ik hoop het later nog ’s te gaan lezen.

    Het hele item van de noodzakelijke ‘fossil fuel divestment’ is hier off-topic maar het leeft de laatste tijd wel steeds meer, merk ik. Deze vrijdag is er een overleg van de Dutch Sustainable Growth Coalition waar ook Unilever, Shell, Ernst & Young deel van uitmaken.

    Ottmar Edenhofer, de Co-Chair van IPCC Working Group III, komt binnenkort met een nieuwe publicatie over dit onderwerp. Ook Shell heeft zich inmiddels uitgesproken vóór de max. 1000 GtC aan emissies (die ca. 66% kans biedt om onder de +2 °C te blijven), zie:

    http://thinkprogress.org/climate/2014/04/08/3424041/companies-one-trillion-tons-carbon-cap/

    Coalitions such as this one or the United States Climate Action Partnership (USCAP) represent powerful voices from influential emitters, but their ability to enact actual change comes far less from words and more from actions. Shell is also a member of the USCAP, which calls for emission reduction targets for total U.S. emissions of 80 percent — 86 percent of 2005 levels by 2020. According to Shell’s website, they reduced direct GHG emissions from facilities they operate by just under three percent from 2011 to 2012, to 72 million tonnes of CO2-equivalent — which is approximately the total carbon emissions of Chile in 2010.

    Zeker bij een bedrijfsonderdeel als Exploratie & Productie is men zich ‘acutely aware’ van deze materie.🙂

  48. @Bert Amesz
    Ok, je hebt het over de gekoppelde modellen waarop het IPCC zich baseert. Die bevatten een landoppervlaktemoduul. Weet je ook hoe de irrigatie daarin behandeld wordt? Als dat voorgeschreven wordt zou ik dat een externe forcering noemen.

  49. Beste Bob

    Ik schreef: “Misschien druk ik me niet goed uit, maar het valt me ook op dat je te selectief citeert uit mijn berichten.”

    Je antwoordde: “Ik citeer overigens niet selectief.”

    Laat ik duidelijker zijn.

    Ik schreef eerder: “Mijn punt is dat het klimaatsysteem ingewikkelder is dan een brug, en dat de kansschattingen daardoor niet zo hard zijn als wel eens gesuggereerd wordt.“

    De boodschap zit vooral in het tweede deel van de zin.

    Jij citeerde de eerste helft

    “Mijn punt is dat het klimaatsysteem ingewikkelder is dan een brug”

    en gaf daar commentaar op:

    “Misschien, misschien ook niet. De werking van het menselijk brein is mijns inziens ingewikkelder dan het klimaatsysteem — toch nemen we dagelijks beslissingen over het wel of niet ingrijpen door middel van hersenchirurgie.”

    Allemaal best, maar daarmee ging je wel voorbij aan wat ik elders ‘mijn punt’ noemde.

  50. Bob,

    Ik ben het er mee eens dat subjectieve aspecten altijd een rol spelen. Verhelderend dat je laat zien dat dat ook bij de brug zo is! Toch denk ik dat er verschil is tussen een brug en een uniek, complex, niet-stationnair systeem als het klimaatsysteem. Maar misschien zijn de verschillen wel gradueler dan ik me eerst realiseerde. Interessant!

  51. Beste Bart,

    Je schreef:
    “Als je de focus op onzekerheid legt is het m.i. belangrijk om heel duidelijk aan te geven hoe je die onzekerheid bedoelt, en hoe anders dat is dan hoe onzekerheid in het dagelijks taalgebruik wordt bedoeld. En liefst ook aangeven wat er dan wel met een hoge mate van zekerheid/waarschijnlijkheid gezegd kan worden, anders mist de lezer/luisteraar het houvast en wordt toch (ook al wil je dat niet) de indruk gewekt dat “we eigenlijk nog niets weten van die complexe materie”.
    en je vroeg in hoeverre ik het daar mee een ben.

    Antwoord1:
    Ik vind het eenzijdig benadrukken van onzekerheid immoreel. Het weglaten van de onzekerheid vind ik ook immoreel. Ik heb steeds mijn best gedaan om genuanceerd te zijn, zie bv ‘Climate Change – A summary of robust findings and key uncertainties‘ (http://home.kpn.nl/g.j.komen/WRCD.pdf) geschreven voor het WRCD symposium op 22 January 2008 in Delft. Het is mijn persoonlijke samenvatting van AR4. De reacties vanuit de doelgroep waren positief, in die zin dat hun vertrouwen in de klimaatwetenschap versterkt werd. Wat vind jij van deze manier van presentatie?

    Antwoord2:
    Ik heb vaak moeite met de slordigheid van begrippen in het dagelijks taalgebruik. Dat geldt zeker voor de woorden zekerheid en onzekerheid. Ik besef dat ik nog zorgvuldiger moet zijn in het gebruik van die woorden.

    Verder laat je zien hoe en waarom je je aanvankelijke positieve mening over Judith Curry hebt bijgesteld.

    Ik zie dat zelf iets anders.

    Om te beginnen is Judy natuurlijk niet onfeilbaar, en is het goed dat mensen zoals jij (en Gavin Schmidt) alert zijn op haar fouten. Iemand zegt iets, en iemand anders corrigeert dat. Zo werkt de wetenschap, en dat mag de goed-geïnformeerde leek best weten. Ik zie Judy Curry vooral als de motor van de discussie.

    Daar komt bij dat ik het soms wel, maar niet altijd met jouw rebuttals eens ben. Ik zal daar vanaf nu wat alerter op worden, en reageren als de gelegenheid zich voordoet.

  52. Lennart van der Linde

    Beste Gerbrand,

    Ik begrijp echt niet waarom je zo positief bent over Curry. Misschien ligt dat aan mij, maar ik zie niet in wat de toegevoegde waarde is van haar bijdrage aan de klimaatdiscussie, laat staan dat zij daarvan de motor zou zijn. Kun je dat verder toelichten, als dat niet te veel off-topic is?

    Ik zie haar zelf meer als een stoorzender, die afleidt van waar het m.i. om zou moeten gaan: de vraag welke risico’s we lopen en acceptabel vinden bij diverse beleidskeuzes en hoe we die risico’s nog zoveel mogelijk c.q. voldoende kunnen verminderen.

    Curry geeft mij de indruk weinig of geen (grote) risico’s te zien bij ongewijzigd beleid (of heb ik iets gemist?). Ik begrijp niet hoe ze dat op basis van de beschikbare wetenschap kan volhouden, maar misschien jij wel?

  53. “[Edit HC: Je punt was ook duidelijk zonder die laatste zin. Die heb ik weggehaald.]”

    Ik denk het niet. Die zin stond er dan ook niet voor niets. Dit debat heeft een historie van tenminste de dozijn jaren dat ik eraan deelneem en de meest simpele dingen blijken constant niet duidelijk te zijn. Dus stel ik ze eenvoudig even wat scherper.
    Ik moet wel zeggen: voor mijn eigen amusement. Dat zegt evenwel niets over mij.

  54. Hi Gerbrand,

    Ik kan me goed vinden in je WRCD stuk. Je maakt er duidelijk onderscheid tussen ‘robust findings‘ en ‘key uncertainties‘ en beiden zijn eerlijk weergegeven denk ik. Bij uncertainties zouo vermeld kunnen worden dat die niet altijd symmetrisch zijn, maar in een aantal gevallen een ‘fat tail’ hebben naar hogere waarden (bijv bij SLR en ECS), oftewel de lower limit kan met meer zekerheid worden vastgesteld dan de upper limit. Dat is belangrijk voor risico-management en dus voor beleidsvorming.

    Naast dat onderscheid is er een ander belangrijk onderscheid te maken, nl tussen “is” en “ought” vragen.

    Judith Curry doet geen van beiden en vertroebelt juist dat onderscheid. Dat schept verwarring.

    Je schrijft

    Ik vind het eenzijdig benadrukken van onzekerheid immoreel. Het weglaten van de onzekerheid vind ik ook immoreel.

    Dat eerste doet Curry naar mijn mening (tot het belachelijke aan toe zelfs, met monsters en vlaggen en de “let’s split the difference” 50-50 verdeling en het betwijfelen van de anthropogene oorzaak van de CO2 toename, om maar wat voorbeelden te noemen) en ik ben het met je eens dat dat immoreel is, of in ieder geval misleidend. Vind jij niet dat ze dat doet?

  55. Gerbrand,

    “Ok, je hebt het over de gekoppelde modellen waarop het IPCC zich baseert. Die bevatten een landoppervlaktemoduul. Weet je ook hoe de irrigatie daarin behandeld wordt? Als dat voorgeschreven wordt zou ik dat een externe forcering noemen”

    Dank voor je aanwijzing. Ik heb in AR5-Ch 9 inderdaad passages aangetroffen waarin gesproken wordt over ‘land’ en ‘land use’ en de interactie tussen land en atmosfeer, inclusief evapotranspiratie. Ik vermoed dat mijn vraag daarmee beantwoord is.

  56. Beste Gerbrand,

    Ik had al geantwoord op:

    Mijn punt is dat het klimaatsysteem ingewikkelder is dan een brug, en dat de kansschattingen daardoor niet zo hard zijn als wel eens gesuggereerd wordt.

    Misschien, misschien ook niet. De werking van het menselijk brein is mijns inziens ingewikkelder dan het klimaatsysteem — toch nemen we dagelijks beslissingen over het wel of niet ingrijpen door middel van hersenchirurgie.

    Het is in wezen irrelevant of het klimaatsysteem ingewikkelder is dan een brug. Alle menselijke beslissingen, ook binnen de wetenschap, worden op zijn best genomen op basis van “the most reliable way of thinking at the present level of knowledge.

  57. Bob, helder.

    Je schrijft: Alle menselijke beslissingen, ook binnen de wetenschap, worden op zijn best genomen op basis van “the most reliable way of thinking at the present level of knowledge.”

    Mee eens. Mijn punt, om het nog maar een te herhalen is, dat die 95 % misschien niet de ‘most reliable way of thinking ‘ is, omdat anderen minder vertrouwen hebben in de bruikbaarheid van modellen dan het IPCC.

  58. Bart,

    Ik ben het er mee eens dat je ‘is ‘ and ‘ought’ moet scheiden. Als Judith Curry dat niet doet dan moet ze ‘op haar vingers getikt’ worden.

    (Inmiddels heb ik wel geleerd dat strikte scheiding tussen ‘is’ en ‘ought’ onmogelijk is. Zie bv Heather Douglas Science, policy and the value-free ideal.)

    In zekere zin ben ik het wel met je eens dat het ‘immoreel’ is dat mensen als Curry de nadruk leggen op onzekerheid. Tegelijkertijd vind ik het wel een goed tegenwicht tegenover mensen die onzekerheden verdoezelen. Concreet voorbeeld: Topic 6 Robust findings, key uncertainties) uit het hoofdrapport van het AR4 Synthesis Rapport werd door Pachauri actief buiten de samenvatting gehouden. Dat vond ik ook ‘immoreel’.

    Waar het mij uiteindelijk om gaat is dat de wetenschap niet vervormd wordt in de belangrijke discussie over risico’s en beleid.

  59. Lennart,

    Ik hoop dat ik met mijn reactie aan Bart al enigszins antwoord heb gegeven op de vragen die je stelt.

    Ik weet niet wat Curry over de risico’s zegt. Heb je een concreet citaat? Ik heb de indruk dat ze vooral met andere dingen bezig is.

  60. Gerbrand, je vroeg me eerder of er onderzoek gedaan is die mijn stelling onderbouwt dat het brede publiek geneigd is om (een overmaat aan het het benoemen van) wetenschappelijke onzekerheid (zonder context wat we dan wel relatief zeker weten en zonder het wetenschappelijk proces te duiden) als onwetendheid te interpreteren.

    Ik heb even gegrasduind:
    http://www.theguardian.com/sustainable-business/climate-change-communication-uncertainty
    http://www.nature.com/nclimate/journal/v1/n1/abs/nclimate1080.html
    http://scx.sagepub.com/content/26/2/129.abstract
    http://climatecommunication.org/wp-content/uploads/2011/10/Somerville-Hassol-Physics-Today-2011.pdf
    http://serc.carleton.edu/resources/41083.html
    Er is vast nog veel meer te vinden, maar hier laat ik het even bij.

  61. Beste Gerbrand,

    Je schuift nu voor de derde keer een ander “mijn punt” naar voren.

    Iedere keer beantwoorden we wat volgens jou de kern zou zijn van de zaak — en dan blijkt telkens opnieuw dat “je punt” weer een andere is? Mijns inziens hink je op twee gedachten door enerzijds te erkennen dat in de wetenschap:

    – géén zekerheid bestaat en kan bestaan;
    – het subjectieve oordeel van de experts de doorslag geeft;

    en anderzijds het verlangen van “fysische zekerheid”, zoals je het eerder noemde. There is no such thing… zie wat Carlo Rovelli zei.

    Wetenschappelijke theorieën en inzichten geven niet ‘de waarheid’ maar vatten onze actuele kennis en kijk samen. Het IPCC gaat niet uitsluitend af op ‘de modellen’ maar op een reeks aan onafhankelijke bewijslijnen waaronder de paleo-klimatologie, basisfysica van het broeikaseffect, satellietmetingen van de verandering van de stralingsbalans aan de top van de atmosfeer, van de oceanen, etc.

    Zoals bij iedere menselijke activiteit zal uiteindelijk al het bewijsmateriaal gewogen moeten worden, dat is onontkoombaar. In de rechtszaal is het niet anders. Indien het IPCC uitsluitend op de modellen af zou gaan zoals Gavin Schmidt die analyseert — dan zou het IPCC zeggen: “Het is 99,98% zeker dat de mens voor minstens 50% …”

    Dat doen zij niet, ze ruimen ook plaats in voor ‘unknown unknowns’. Aangezien die onbekend zijn kan het alleen een subjectief oordeel zijn door de experts. Totale zekerheid is onbestaanbaar en het is dus een ‘fallacy’ om die via allerlei omwegen tóch te eisen.

  62. Lennart van der Linde

    Gerbrand,

    Achter die uitspraken van Curry ga ik even aan.

    Hierboven zeg je:
    “Mijn punt, om het nog maar een te herhalen is, dat die 95 % misschien niet de ‘most reliable way of thinking ‘ is, omdat anderen minder vertrouwen hebben in de bruikbaarheid van modellen dan het IPCC.”

    Maar heb je dan een meer betrouwbare schatting (los van de opmerking van Bob dat IPCC zich niet alleen op modellen baseert)? Want hoeveel vertrouwen kunnen we hebben in die (of andere) critici van het IPCC? Waarom zou Curry bv betrouwbaarder zijn dan bv Jim Hansen?

    Ik noem verder nog maar eens de onderbouwde inschatting van Brysse, Oreskes, O’Reilly en Oppenheimer dat het IPCC op belangrijke punten een neiging lijkt te hebben tot ‘erring on the side of least drama’. Misschien is een groot deel van de wetenschappers wel te terughoudend (‘reticent’), zoals Hansen suggereert.

    En inderdaad de ‘fat tails’ die Bart noemt, lijken me ook een belangrijk punt voor onze maatschappelijk-morele afwegingen. Wordt daar volgens jou dan wel voldoende nadruk op gelegd, zeker door iemand als Curry? Misschien is dat iets wat juist iemand als Pachauri eigenlijk heel goed doet/probeert, zelfs tegen de stroom van een (groot/klein?) deel van zijn collega’s in.

  63. Lennart van der Linde

    Gerbrand,

    Enkele vrij recente en willekeurige uitspraken van Curry uit dit interview:
    http://judithcurry.com/2014/08/22/jc-interview-with-oilprice-com/

    “strident advocacy and alarmism is causing the public to lose trust in scientists… The failure of the traditional model of climate science communication has resulted in more exaggeration and alarmism, appeals to authority, appeals to fear, appeals to prejudice, demonizing those that disagree, name-calling, oversimplification, etc.”

    Klopt deze uitspraak? Volgens mij niet, want juist de desinformatie-campagne vanuit het fossiele bedrijfsleven heeft bewust en effectief twijfel gezaaid en het vertrouwen in de wetenschap geschaad. Daardoor is ook het traditionele model van wetenschapscommunicatie onvoldoende effectief gebleken en hebben wetenschappers de bokshandschoenen aan moeten trekken.

    “Even if we believe the climate models, nothing that we do in terms of emissions reductions will have much of an impact on climate until the late 21st century. Energy poverty is a huge issue in much of the world, and there is no obvious way to reconcile reducing CO2 emissions with eradicating energy poverty.”

    De eerste zin klopt tot op zekere hoogte, maar is daarmee geen reden voor uitstel van actie, integendeel. De tweede zin is onzin, want er zijn wel degelijk voor de hand liggende manieren om CO2-emissies te verminderen en energie-armoede uit te bannen. Alleen die manieren stuiten op weerstand bij de fossiele industrie en een deel van de consumenten in rijke landen.

    “There is a growing realization that the UNFCCC/IPCC (United Nations Framework Convention on Climate Change/Intergovernmental Panel on Climate Change) has oversimplified both the problem and its solution. The wicked climate problem is growing increasingly wicked as more and more dimensions come into play. The diversification helps with the confirmation bias and ‘groupthink’ problem.”

    Ze stelt zaken zonder onderbouwing onjuist voor. Het klimaatprobleem is door UNFCCC en IPCC niet gesimplificeerd, maar het probleem wordt wel steeds meer ‘wicked’, juist mede door twijfel zaaiende wetenschappers als Curry. De wetenschappelijke consensus zonder goede onderbouwing betitelen als ‘confirmation bias’ en ‘groupthink’ is ook zeer schadelijk voor het vertrouwen in de wetenschap.

    Hier enkele oudere uitspraken met reacties van Skeptical Science:
    https://www.skepticalscience.com/skeptic_Judith_Curry.htm

    En een uitgebreide reactie van Skeptical Science op Curry van begin dit jaar:
    https://www.skepticalscience.com/skeptic_Judith_Curry.htm

    Interessant is ook deze opsomming van quotes van Curry:
    http://www.desmogblog.com/judith-curry

    Na ‘Climategate’, in december 2009, lijkt Curry steeds sterker in het pseudo-sceptische kamp terecht gekomen, om wat voor reden dan ook.

    De inleiding van dit stuk uit 2010 geeft die omslag aardig weer:
    http://www.scientificamerican.com/article/climate-heretic/

    De klimaatwetenschap leidt volgens Curry aan ‘group-think’, zoals ze hierboven ook stelde. Een serieuze onderbouwing van die diagnose heb ik nog niet gezien. Jij wel?

    Jij noemde eerder dat risico van group-think ook, maar hoe serieus is dat risico nu in dit geval? Ik zie wel in dat zo’n risico in principe altijd aanwezig is (zie bv de onwetenschappelijke manier waarop meestal economie beoefend en onderwezen wordt), maar ik heb niet het idee dat dit risico in de klimaatwetenschap erg groot is, juist omdat er zoveel machtige motieven en belangen zijn om de consensus te willen ontkrachten. Dat risico van desinformatie, en de praktijk daarvan, zie ik als vele malen ernstiger dan een een risico op groupthink.

    Waar Curry net na Climategate misschien op doelde was het gevoel of de realiteit van sommige klimaatwetenschappers geintimideerd te worden door pseudo-sceptici, waardoor ze misschien niet meer helemaal helder konden denken, maar dat lijkt me iets anders dan group-think. Ik kan me voorstellen dat wetenschappers in de stress kunnen raken als ze onvoorbereid opeens in een enorme slangenkuil van machtige belangengroepen terecht komen. Maar inmiddels zijn de meesten zich daar denk ik redelijk van bewust en beter in staat daar adequaat op te reageren.

    Tot zover maar even. Volgens mij is het moeilijk om vol te houden dat Curry een goede motor van de discussie is. Natuurlijk roept ze discussie op, omdat ze haar positie als wetenschapper misbruikt om een verkeerde voorstelling van die wetenschap te geven. Zij benadrukt eenzijdig dat het kan meevallen, terwijl het meest relevant juist het risico is dat het kan tegenvallen. Wetenschappers als Hansen, Schellnhuber en Anderson die juist dat risico benadrukken maken mijns inziens de juiste morele afweging. Wetenschappers als Curry, en journalisten als Crok, zijn wat dat betreft volgens mij de weg kwijt. Wat op zich ook niet zo vreemd is in een samenleving die gedomineerd wordt door een economische ideologie die ook grotendeels de morele weg kwijt is. De vraag is of we die weg als samenleving nog op tijd terug weten te vinden om al te gevaarlijke opwarming te kunnen voorkomen.

    Ik zie overigens zojuist dit recente stuk van Curry, dat nog beter haar extreem roekeloze manier van denken weergeeft:
    http://judithcurry.com/2014/10/03/challenging-the-2-degree-target/

    Daar kunnen we in het vervolg van deze discussie ook verder op ingaan, of in de open discussie als dat gepaster is.

  64. Bob,

    Je schrijft dat ik naar “fysische zekerheid” zou verlangen, maar dat is echt een misverstand.

    Ik meende voldoende vaak aangegeven te hebben dat zekerheid een illusie is. Ik heb ook ergens de titel van een boek van Henk Tennekes geciteerd: ‘Dan leef ik liever in onzekerheid’. In die titel kan ik me heel goed vinden.

    Ik begrijp waar het misverstand vandaan komt.

    Jij maakte de volgende opmerking:
    “Het woord ‘zeker’ heeft meerdere betekenissen: ‘mathematische zekerheid’ versus het dagelijks spraakgebruik.”

    In reactie daarop schreef ik:
    <>

    Ik besef nu dat het duidelijker was geweest als ik had geschreven:
    <>

    Kortom: ik ben me dagelijkse bewust van de fysische onzekerheid en kan daar goed mee leven.

    Ik hoop dat het misverstand van de spagaat nu uit de wereld is.

  65. Bob, nog een keer (het systeem heeft mijn vorige bericht vervormd):

    Je schrijft dat ik naar “fysische zekerheid” zou verlangen, maar dat is echt een misverstand.

    Ik meende voldoende vaak aangegeven te hebben dat zekerheid een illusie is. Ik heb ook ergens de titel van een boek van Henk Tennekes geciteerd: dan leef ik liever in onzekerheid. In die titel kan ik me heel goed vinden.

    Ik begrijp waar het misverstand vandaan komt.

    Jij maakte de volgende opmerking:
    “Het woord ‘zeker’ heeft meerdere betekenissen: ‘mathematische zekerheid’ versus het dagelijks spraakgebruik.”

    In reactie daarop schreef ik:
    ++Je schrijft “Het woord ‘zeker’ heeft meerdere betekenissen: ‘mathematische zekerheid’ versus het dagelijks spraakgebruik.” Ik weet niet of dat waar is. Het gaat mij niet om mathematische zekerheid maar om fysische zekerheid. Voor mijzelf is het begrip fysische onzekerheid geïntegreerd in mijn dagelijks taalgebruik. Maar je hebt wel een punt, want ik denk dat er nogal wat verwarring is.++

    Ik besef nu dat het duidelijker was geweest als ik had geschreven:
    ++Je schrijft: “Het woord ‘zeker’ heeft meerdere betekenissen: ‘mathematische zekerheid’ versus het dagelijks spraakgebruik.” Ik weet niet of dat waar is. Het gaat mij niet om het BEGRIP MATHEMATISCHE (on)zekerheid maar om het BEGRIP FYSISCHE (on)zekerheid. Voor mijzelf is het begrip fysische onzekerheid geïntegreerd in mijn dagelijks taalgebruik.++

    Kortom: ik ben me dagelijkse bewust van de fysische onzekerheid en kan daar goed mee leven.

    Ik hoop dat het misverstand van de spagaat nu uit de wereld is.

  66. Lennart van der Linde

    En zie ook nog Curry’s recente WSJ-opiniestuk:
    http://judithcurry.com/2014/10/09/my-op-ed-in-the-wall-street-journal-is-now-online/

    Daarin concludeert ze:
    “Continuing to use the higher global climate model-derived values of climate sensitivity skews the cost-benefit analyses and estimates of the social cost of carbon. The implications of the lower values of climate sensitivity in our paper is that human caused warming near the end of the 21st century should be less than the 2oC ‘danger’ level for all but the most extreme emission scenario considered by the IPCC AR5. This delay in the warming – relative to climate model projections – relaxes the phase out period for greenhouse gas emissions, allowing more time to find ways to decarbonize the economy affordably and the flexibility to revise our policies as further information becomes available.”

    Deze conclusie negeert echter dat er ook diverse recente studies zijn die wijzen op een hogere klimaatgevoeligheid, dat het huidige 2-gradendoel door een ruime meerderheid van de VN-lidstaten als te ruim wordt gezien, dat de huidige emissiedoelen meestal slechts uitgaan van een (deels subjectief geschatte) 50% kans op het halen van die 2 graden, en dat bv. de ijskappen gevoeliger lijken voor een opwarming van 2 graden dan tot dusver meestal gedacht. Hoe kan een ‘motor voor discussie’ dit allemaal negeren? Of begrijp ik iets niet?

  67. Lennart van der Linde

    Nog ter aanvulling: haar conclusie hierboven is volgens mij ook in tegenspraak met diverse van haar teksten over diepe onzekerheid en de wenselijkheid van robuust beleid. Juist omdat de onzekerheid relatief groot is, is sterke mitigatie uit voorzorg gewenst en robuust.

    Maar dat botst wel met de huidige machtsverhoudingen, dus is moeilijker te realiseren dan minder sterke mitigatie. Is dat echter een reden om voor minder sterke mitigatie te pleiten? Of pleit dat juist voor een nadere analyse van die machtsverhoudingen en voor mogelijkheden om die te veranderen in het voordeel van degenen die het kwetsbaarst zijn voor klimaatrisico’s?

  68. Hans Custers

    Kunnen we concluderen dat het ontzettend lastig is om zowel helder als zorgvuldig te communiceren over wetenschappelijke onzekerheden (en dus ook over risico’s) en dat de meningen over hoe je dat zou moeten doen enigszins uiteenlopen?

  69. Hans, prima samenvatting.

  70. Hans Custers

    Gerbrand,

    Zou het kunnen dat (een deel van) een verklaring voor dat verschil van inzicht ‘m zit in het volgende citaat uit het artikel “Fallacies of risk” van Sven Ove Hansson (vorig jaar schreef ik daarover, toevallig naar aanleiding van een stuk op het blog van Judith Curry):

    We can borrow terminology from statistics, and distinguish between two types of errors in scientific practice. The first of these consists in concluding that there is a phenomenon or an effect when there is in fact none (type I error, false positive). The second consists in missing an existing phenomenon or effect (type II error, false negative). In science, errors of type I are in general regarded as much more problematic than those of type II. (Levi 1962, pp. 62–63) In risk management, type II errors – such as believing a highly toxic substance to be harmless – are often the more serious ones.

    Gechargeerd: de wetenschapper uit dat citaat vindt de risico-analist een paniekzaaier, terwijl de risico-analist vindt dat de wetenschapper alle gevaren wegrelativeert.

    Ik ben geneigd om met de blik van de risico-analist te kijken; jij, zo is mijn indruk, wat meer met die van de wetenschapper uit dat citaat. Beide benaderingen hebben waarde, maar er zijn onvermijdelijk accentverschillen.

  71. Lennart van der Linde

    Hans,
    Dat verwoordt heel mooi wat ik ook al een tijdje vermoed in mijn poging te begrijpen waarom Gerbrand vaak net wat anders in de discussie lijkt te zitten. Ik ben benieuwd in hoeverre Gerbrand zich daar in kan vinden.

  72. Hans,

    Je analyse ([gechargeerd:] “de wetenschapper . . vindt de risico-analist een paniekzaaier, terwijl de risico-analist vindt dat de wetenschapper alle gevaren wegrelativeert”) is aardig to-the-point.

    Toch nog een kanttekening.

    Ik geloof in diversiteit. Dus is het belangrijk dat er risico-analisten zijn en dat er wetenschappers zijn. (Ook gechargeerd, de scheiding is natuurlijk relatief). Ik zie voor mezelf een rol als wetenschapper. Dat is mijn natuurlijke rol. Maar het is goed dat er ook risico-analisten (en actievoerders) zijn. Ik erger me daar niet aan, maar vind het wel goed als ze af en toe wat tegengas krijgen.

    Zie verdere mijn reactie naar Lennart.

  73. Lennart,

    Zie mijn reactie aan Hans. Hij heeft het inderdaad aardig goed verwoord.

    Ik begrijp niet dat je me niet begrijpt. We hebben een zeer uitgebreide privé-e-maildiscussie gevoerd precies over die diversiteit. Kijk nog eens naar mijn mail van 29 augustus, waarin we het over verontrusting hadden. Samenvattend, ik ben wel degelijk verontrust, maar inderdaad minder in paniek dan jij. Vanuit mijn natuurlijke rol probeer ik mondiale problemen in samenhang te begrijpen, mede vanuit het perspectief van (on)maakbaarheid en governance.

    Ik begrijp ook niet waarom je Judith Curry niet begrijpt. Zij denkt dat de klimaatgevoeligheid kleiner is dan het IPCC rapporteert, en wijst er op dat je op grond van haar inzicht mag verwachten dat de opwarming van de aarde langzamer zal gaan dan het IPCC verwacht. Zo simpel is het.

  74. Bart,

    Dank voor de links naar artikelen die jouw vermoeden

    “voor het brede publiek betekent elke benoeming van onzekerheid dat je geen idee hebt wat links, rechts, boven of onder is”

    zouden onderbouwen.

    Mijn eigen vermoeden is:

    ”doordat er gedaan is alsof er geen onzekerheid is, is het publiek achterdochtig geworden.”

    Ik ben aan het studeren, en dat zal wel even duren, want het is veel en divers. Een eerste scan maakt nieuwsgierig.

  75. Hi Gerbrand,
    Als er zou zijn gedaan alsof er geen onzekerheid is zou dat idd achterdocht kweken. Maar is dat gedaan door ‘de wetenschap’? Ik denk van niet.

    Het onderscheid dat Hans benoemt (false positive vs false negative) is idd verhelderend. Het geeft ook aan (zie Bryson et al) dat wetenschappers vaak eerder geneigd zijn te voorzichtig te zijn met hun stellingname dan te sterk of overdreven.

  76. Bart,

    Je noemt Bryson. Is interessant en relevant. Stocker noemde dat ook.

    Ik kan niet laten om er op te wijzen dat IPCC-wg1 (2014, chapter 1) er op wijst dat ‘experts tend to be overconfident’:
    In addition, work examining expert judgment and decision making shows that people—including scientific experts—suffer from a range of heuristics and biases that affect their judgment (e.g., Kahneman et al., 1982). For example, in the case of expert judgments there is a tendency towards overconfidence both at the individual level (Morgan et al., 1990) and at the group level as people converge on a view and draw confidence in its reliability from each other. However, in an assessment of the state of scientific knowledge across a field such as climate change—characterized by complexity of process and heterogeneity of data constraints—some degree of expert judgment is inevitable (Mastrandrea et al., 2010).

    Het is mijn persoonlijke ervaring dat mensen die veel met modellen werken gaan geloven dat hun model de werkelijkheid is. Ik ben ben zelf ooit ook in die valkuil gevallen, maar teuggefloten door collega’s-experimentatoren. Daar ben ik hen nu dankbaar voor.

  77. Lennart van der Linde

    Beste Gerbrand,

    We gaan elkaar nog wel begrijpen, denk ik🙂

    Om met Curry te beginnen en aansluitend op Bart: het is prima als zij op basis van haar onderzoek denkt dat de gevoeligheid lager is dan eerder gedacht. Wat ik niet begrijp, is dat ze niet lijkt te erkennen dat een belangrijk deel van haar collega’s daar (ook op grond van onderzoek) anders over denkt, en dat de maatschappij vanuit risico-oogpunt rekening dient te houden met de mogelijkheid dat haar collega’s het misschien meer bij het rechte eind hebben dan zij. Dat lijkt aan te sluiten bij wat Bart aanhaalt over de kennelijke neiging tot overmatig vertrouwen van experts in hun eigen oordeel.

    In het verlengde daarvan kan ik wel begrijpen dat jij vanuit je natuurlijke rol als wetenschapper vooral scherp let op de wetenschappelijke zuiverheid en nuance in de klimaatdiscussie. Wat ik echter ondanks de uitgebreide mailwisseling nog niet goed begrijp, is waarom je die rol zo scherp scheidt van je maatschappelijke rol als burger. De burger heeft in een schijnbaar risicovolle situatie denk ik meer behoefte aan een redelijk werkende parachute dan een zeer nauwkeurige hoogtemeter, om met Herman Daly en Bart Verheggen te spreken.

    Je noemde in je mail van 29 aug ook nog dat je misschien ‘fatalistischer’ bent over de maakbaarheid van onze samenleving. Dat zou kunnen, maar ik krijg daar ook bijna de associatie van ‘learned helplessness’ bij (mogelijk a.g.v. de heersende neoliberale ideologie van ‘there is no alternative’?).

    Je zegt in reactie op Bart ook nog dat je vermoedt dat er bij het publiek achterdocht is ontstaan om dat ten onrechte gedaan werd alsof er geen onzekerheid is. Maar waar is dat vermoeden op gebaseerd? En hoe redelijk is dat vermoeden? Is het niet veel aannemelijker om te veronderstellen dat de bewuste desinformatiecampagne vanuit de fossiele industrie die achterdocht en twijfel gezaaid heeft, en/of de natuurlijke culturele/ideologische weerstand tegen een ongemakkelijke waarheid versterkt heeft, daarbij ondersteund door een niet in het algemeen belang functionerend mediasysteem? Zijn daar ook niet veel meer aanwijzingen voor?

    Daarbij hoort denk ik ook net doen alsof het IPCC e.a. nooit of onvoldoende over onzekerheden gesproken hebben, terwijl het volgens mij altijd over een afweging van risico’s is gegaan op basis van de op dat moment best beschikbare kennis.

    Ik begrijp dus inderdaad nog altijd niet goed waarom jouw vermoeden op dit punt zo’n andere kant lijkt op te gaan, of dat jij het accent zo anders legt. Ook zo anders dan o.a. Hansen, Schellnhuber, Anderson en diverse andere klimaatwetenschappers. Ik vind diversiteit prima en mooi, maar de diversiteit om de diversiteit kent denk ik wel grenzen als het om een zo redelijk mogelijke inschatting en afweging van risico’s gaat. Op een gegeven moment zal een risico-analyse tot een conclusie moeten leiden over de te ondernemen actie, anders kan/zal het te laat zijn. In die conclusie tot een bepaalde actie zit inherent de kans dat die later niet de meest optimale blijkt te zijn, maar dan is inderdaad de vraag wat erger is: een false positive of een false negative.

    Je opmerking over paniek is ook nog interessant. Graden van verontrusting kunnen uiteindelijk goed uitmonden in paniek. Ben ik meer in paniek dan jij? Of ik wel en jij niet? Of ben ik meer verontrust dan jij? Ik denk het laatste, maar misschien moeten we er paniek-experts bij halen. De beroemde kikker van Al Gore, in de pan met heter wordend water, was blijkbaar niet in paniek en ook onvoldoende verontrust. Geldt dat ook voor ons als mensheid, of als individuen?

    Nu lijkt paniek me niet erg nuttig, maar de sterkst mogelijke verontrusting, die ook aanzet tot constructieve actie en niet tot ontkenning en apathie/fatalisme, lijkt me wel een redelijke reactie, gezien de omstandigheden, zoals in 2008 ook geschetst door Schellnhuber in PNAS:
    http://www.pnas.org/content/105/38/14239.full

    Aan de andere kant zie je dat sommige mensen (zoals ook Curry, lijkt het) nogal verontrust zijn dat al te sterke uitstootreductie tot een rampzalige inbreuk op onze economie en voorspoed zullen leiden. Waar dat echter op gebaseerd is, behalve op een doorgeschoten ideologie die economische groei ten koste van alles als hoogste goed ziet, ontgaat mij vooralsnog.

    Volgens mij zijn er inmiddels door o.a. ecologisch economen voldoende suggesties gedaan om onze economie om te vormen tot een circulaire evenwichtseconomie met daarbij argumenten waarom zo’n economie minimaal zoveel welzijn kan opleveren als de huidige en waarschijnlijk veel meer gelet op de huidige grote ongelijkheid die ons welzijn eerder lijkt te schaden dan te verbeteren (zie bv The Spirit Level, van Wilkinson & Pickett, ook geciteerd door de WRR in hun recente rapport over ongelijkheid).

    Waarom is er met deze suggesties en argumenten nog zo weinig gedaan? Dat lijkt toch vooral te komen door de huidige machtsverhoudingen, waarbij gevestigde belangen vanuit hun eigen logica een snelle transitie proberen te vertragen. Alleen door ons hiervan bewust te worden en ons te organiseren kunnen we proberen die machtsbalans te verschuiven in de richting van versnelling van die transitie. Vele mensen zijn daar al lang mee bezig, en hun aantal lijkt te groeien, maar zoals het motto van de klimaatmarsen op 21 sept jl. luidde: “To change everything, we need everyone.” Het recente boek van Naomi Klein geeft daarvan een uitgebreide onderbouwing.

    Diversiteit is mooi en goed, behalve waar het contra-productief wordt en de belangen heel erg groot. Weegt een recht (van de sterkste) om meer en meer geld te verdienen, desnoods ten koste van alles, op tegen een recht op welzijn van meer kwetsbare of nog minder goed georganiseerde groepen, hier, elders en later, ook als ten koste gaat van het enorme inkomen en vermogen van de op dit moment sterkste of best georganiseerde groepen? Of kun je je helemaal niet vinden in deze manier om de vraag te stellen?

    Afsluitend: ik vraag me af of je soms niet doorslaat in je poging tot nuancering van de discussie, of dat je nuanceringen misschien niet de meest relevante zijn. Maar dat ik me dat afvraag, kan natuurlijk ook aan mijn eigen ‘doorslaan’ of ‘irrelevante’ accenten liggen. Wat denk jij?

    Hopelijk helpt deze uitwisseling van opvattingen om uiteindelijk tot (nog) beter begrip te komen🙂

  78. Gerbrand,

    Je spreekt het vermoeden uit:

    “doordat er gedaan is alsof er geen onzekerheid is, is het publiek achterdochtig geworden.”

    Ik denk dat wetenschappers wel oog hebben voor onzekerheden, maar dat die richting beleidmakers en publiek onvoldoende voor het voetlicht komen. Daarom vind ik de structuur van jouw WRCD-notitie (n.a.v. AR4) uitermate helder. Wat ik merkwaardig vind is dat in WG1 van AR5 de ‘key uncertainties’ – terecht – ruime aandacht krijgen, maar dat daar in de ‘Summary for Policy Makers’ (SPM) vrijwel niets over terug te vinden is.

    De onzekerheid wordt doorgaans aangegeven met betrouwbaarheidsintervallen. Die zijn verbonden aan het veronderstelde fysieke model van het klimaatsysteem. In hoeverre zit daar onzekerheid in? Ik noem de oceaan als voorbeeld. Vanwege de warmtecapaciteit, circulatie, herverdeling warmteoverschot en uitwisseling met de atmosfeer, is de oceaan verreweg de belangrijkste component van het klimaatsysteem. Desondanks weten we nog steeds onvoldoende over deze component. Wat was de rol van de oceaan bij de snelle mondiale opwarming tussen 1910 en 1940 (en 1975-2000)? Hoe beïnvloedt de oceaancirculatie de ijskappen van (West) Antarctica en Groenland? Wat is de rol van geothermal heat fluxes bij de afsmelt van de Twaithes en Pine Island Glaciers? Komt de in de oceaan opgeslagen warmte ooit terug in de atmosfeer? Als er van de belangrijkste component van het klimaatsysteem nog zo weinig bekend is, dan komen uitspraken als ‘toegenomen zekerheid’ (IPCC) ongeloofwaardig over.

    Ik heb overigens geen probleem met de titel van Jos’ stuk (“Jazeker hebben wij mensen voor opwarming gezorgd”). Ik vermoed dat er slechts weinig mensen zijn die nog ontkennen dat de mens invloed heeft op het klimaat. De belangrijkste vragen zijn echter: hoe groot is die menselijke bijdrage, wat betekent dat voor de komende eeuw(en), wat zijn de mogelijke gevolgen van de opwarming en hoe gaan we daar mee om?

  79. Lennart van der Linde

    Bert,
    Key undertainties staan inderdaad niet apart in de SPM van AR5 wg1, maar verder staat die vol met onzekerheidsmarges en kwalificaties van waarschijnlijkheid en betrouwbaarheid:
    http://www.climatechange2013.org/images/report/WG1AR5_SPM_FINAL.pdf

    Belangrijke onzekerheden zijn volgens mij meegenomen onder de afzonderlijke thematische opsommingen van kernpunten. Voor een samenvatting kun je het als dubbelop zien dat nogmaals apart te doen, maar ik weet niet wat de overwegingen van het IPCC geweest zijn op dit punt.

    Hoe dan ook, de onzekerheden worden m.i. duidelijk gecommuniceerd. Hoogstens zou misschien meer nadruk op belangrijke fat tail risico’s gelegd mogen worden, maar ik heb de indruk dat daar t.o.v. AR4 wel verbetering in zit.

  80. Beste Gerbrand,

    Ik zie geen enkele onderbouwing voor je vermoeden: “doordat er gedaan is alsof er geen onzekerheid is, is het publiek achterdochtig geworden.” Volgens mij is er geen wetenschappelijke steun voor die veronderstelling, eerder het tegendeel:

    1) er wordt helemaal niet gedaan alsof er geen onzekerheid zou zijn;

    2) een héél specifiek en betrekkelijk klein deel van “het publiek” is “achterdochtig” en dat blijkt in sterke mate bepaald te worden door de politieke ideologie — waar de propaganda geregisseerd door ‘free-market think tanks’ en verspreid door types als Labohm op inspeelt.

    Naast een sterke correlatie met de ideologische factor blijkt uit sociaal-psychologisch onderzoek dat “achterdocht” juist niet specifiek beperkt is tot de bevindingen van de klimaatwetenschap. Integendeel, de “achterdocht” strekt zich in dat geval ook uit tot bijvoorbeeld de maanlandingen, vaccins, overheden en wetenschappelijke expertise in het algemeen.

    Dat zijn ideologische en sociaal-psychologische ‘markers’ die een sterke voorspellende waarde hebben en waarbij klimaatwetenschap maar één van de zaken is die afgewezen worden.

  81. Hans Custers

    Gerbrand,

    Ik ga nog even door over het (gechargeerde) onderscheid tussen de wetenschapper en de risico-analist. Het grote verschil zit ‘m in de manier waarop de twee naar een waarschijnlijkheidsverdeling kijken.

    Voor de wetenschapper wegen de twee uiteinden van zo’n waarschijnlijkheidsverdeling even zwaar. Voor de risico-analist is het heel anders: het “gunstige” staartje is te verwaarlozen omdat het nauwelijks bijdraagt aan het risico (kans * gevolg) terwijl het “ongunstige” staartje veel gewicht krijgt omdat het naar verhouding veel bijdraagt. De risico-benadering heeft dus onvermijdelijk tot gevolg dat het zwaartepunt bij de ongunstige scenario’s ligt.

    De vraag is nu welke benadering het beste is voor de maatschappelijke afweging en het maatschappelijk debat. We hanteren de risico-benadering veelvuldig: voor verkeersveiligheid, luchtvaart, kerncentrales, chemische industrie, medicijnen, voedselveiligheid, enzovoort. Ik vind dat het voor de hand ligt om ook op die manier naar klimaatverandering te kijken.

    Jij had het over “tegengas geven”. Ik vraag me af waartegen precies? Tegen de risico-benadering zelf? Dat zou ik onterecht vinden, omdat die risico-benadering immers op allerlei vlakken wordt toegepast. Of wordt de risico-analyse niet goed uitgevoerd? Of zit het ‘m toch vooral in de communicatie? In dat laatste geval: zou dan niet vooral beter uitgelegd moeten worden dat men de risico-benadering toepast en wat die benadering inhoudt?

  82. Hans Custers

    Nog een toevoeging: als we in het maatschappelijk debat klimaatverandering vooral door de risic0bril bekijken, dan moeten we natuurlijk ook op die manier naar klimaatbeleid en -maatregelen kijken. Op die manier blijft de afweging evenwichtig.

  83. Lennart van der Linde

    Hans,
    Inderdaad, vandaar ook mijn vraag naar onderbouwing van een eventueel risico op zeer grote economische en welzijnsschade a.g.v. sterk mitigatiebeleid. In het IPCC-rapport daarover vind ik zo’n risico niet terug, maar misschien heb ik het niet goed begrepen, of misschien heeft het IPCC zulk onderzoek niet meegenomen?

  84. Hans Custers

    Lennart,

    Ik vraag me af of een (risico)analyse van klimaatbeleid tot de opdracht van het IPCC behoort. Ik denk het niet, maar ik kan zo gauw geen harde bewijzen voor die opvatting vinden.

  85. Hi Lennart,

    Volgens mij hoort het wel degelijk tot het mandaat van het IPCC:

    2. The role of the IPCC is to assess on a comprehensive, objective, open and transparent basis the scientific, technical and socio-economic information relevant to understanding the scientific basis of risk of human-induced climate change, its potential impacts and options for adaptation and mitigation. IPCC reports should be neutral with respect to policy, although they may need to deal objectively with scientific, technical and socio-economic factors relevant to the application of particular policies.

    http://www.ipcc.ch/pdf/ipcc-principles/ipcc-principles.pdf

    Werkgroep III kijkt naar de kosten en baten (en risico’s) van ‘mitigation’ en voor ‘adaptation’ kan je vooral bij WG II terecht. Het AR5 Synthesis Report verschijnt 31 oktober in Kopenhagen en biedt een meer integraal overzicht over alle drie de WG’s:

    http://www.ipcc-syr.nl

    Zoals alle assessments is het gebaseerd op het wetenschappelijk onderzoek op dat terrein – men maakt de synthese op basis van wat er in de wetenschappelijke literatuur verschenen is, i.p.v. het op eigen houtje te gaan verzinnen. De doelstelling is om ‘policy relevant, but not policy prescriptive‘ te zijn.

    Het PBL maakte deze samenvatting van WG III:

    http://www.pbl.nl/sites/default/files/cms/pbl_2014-samenvatting-mitigation-of-climate-change.pdf

  86. Bob, Lennart,
    Is dit ook niet relevant: http://report.mitigation2014.org/drafts/final-draft-postplenary/ipcc_wg3_ar5_final-draft_postplenary_chapter2.pdf?
    (Integrated Risk and Uncertainty Assessment of Climate Change
    Response Policies).

  87. Lennart van der Linde

    Bob, Hans,

    Inderdaad doelde ik op het rapport van wg3 over mitigatie, en ben ik benieuwd in hoeverre in het komende synthese-rapport ook de integrale vergelijking met adaptatie gemaakt wordt.

    Wat ik tot dusver van wg3 en wg2 gelezen heb, geven ze wel enige onzekerheidsmarges bij de schattingen van de economische impact van diverse mitigatie- en adaptatie-scenario’s, met tegelijk de aantekening dat het vertrouwen daarin nog niet erg groot is, of kan zijn.

    Als we daar op afgaan, dan lijkt het economische risico van weinig mitigatie me aanzienlijk kleiner dan het risico van veel mitigatie. Daarbij vraag ik me wel af in hoeverre de baseline-aanname van aanzienlijke voortgaande economische groei tot 2100 aannemelijk is, onder meer gelet op de diverse updates van het Limits to Growth rapport van Meadows et al.

    Een klimaateconoom als Stern geeft aan dat de huidige economische modellen de risico’s van weinig mitigatie waarschijnlijk nog sterk onderschatten, hoewel hij nog niet meegaat in het grenzen aan de groei verhaal. Het IPCC zelf geeft ook aan dat de huidige economische modellen de risico’s van weinig mitigatie waarschijnlijk eerder onderschatten dan overschatten.

    Maar een mooie synthese van diverse mitigatie- en adaptatie-kosten en risico’s (in de zin van onzekerheden, niet van een afweging van die risico’s), heb ik nog niet gezien, en is misschien ook wel erg moeilijk te maken. Maar wie weet waar het synthese-rapport mee komt?

  88. Lennart van der Linde

    Gerbrand,

    Heel relevant en een mooi overzicht van belangrijke overwegingen bij het maken van zo’n integrale synthese, maar nog niet die synthese zelf, volgens mij.

  89. Lennart van der Linde

    De laatste zin van de eerste pagina van de samenvatting van hst.2. van wg3, dat Gerbrand linkte, springt er wat mij betreft uit, qua relevantie:
    “The social benefit from investments in mitigation tends to increase when uncertainty in the factors relating GHG emissions to climate change impacts are considered (medium confidence).”

    Maar er zijn vast andere zeer relevante zinnen, die er voor anderen het meest uitspringen?

  90. Hi Lennart, Gerbrand,

    Die conclusie springt er inderdaad uit. Hier nog even integraal:

    The social benefit from investments in mitigation tends to increase when uncertainty in the factors relating GHG emissions to climate change impacts are considered (medium confidence). If one sets a global mean temperature (GMT) target, then normative analyses that include uncertainty on the climate response to elevated GHG concentration, suggest that investments in mitigation measures should be accelerated. Under the assumption of nonlinear impacts of a GMT rise, inclusion of uncertainty along the causal chain from emissions to impacts suggests enhancing mitigation. [2.6.3]

    De SPM van WG III bevat ook een assessment van de kosten en risico’s van mitigatie, zoals op blz. 15:

    Under these assumptions, mitigation scenarios that reach atmospheric concentrations of about 450 ppm CO2eq by 2100 entail losses in global consumption—not including benefits of reduced climate change as well as co-benefits and adverse side-effects of mitigation — of 1 % to 4% (median: 1.7%) in 2030, 2% to 6% (median: 3.4%) in 2050, and 3% to 11% (median: 4.8%) in 2100 relative to consumption in baseline scenarios that grows anywhere from 300 % to more than 900 % over the century.

    M.a.w. men levert bij een mitigatiepad gericht op max. +2 °C een 3% á 11% aan consumptiegroei in op een groei van 300% tot 900% rond 2100. Zie:

    http://report.mitigation2014.org/spm/ipcc_wg3_ar5_summary-for-policymakers_approved.pdf

    Alle hoofdstukken van Werkgroep III zijn te downloaden door hier even door te klikken:

    http://mitigation2014.org/report/final-draft

    Ik vond het volgende interview met Ottmar Edenhofer ook aardig, over ‘fact – value distinctions’ en over het onderscheid tussen ‘drawing the map’ vs. ‘navigating the course’:

  91. Lennart van der Linde

    Inderdaad, Bob, en dat moeten we dan zien te integreren met deze nu tweemaal gecorrigeerde (IPCC-)analyse van Richard Tol over de geschatte economische kosten en risico’s van voortgaande opwarming:
    http://pubs.aeaweb.org/doi/pdfplus/10.1257/jep.28.2.221

    Nog niet zo eenvoudig te interpreteren wat mij betreft. En dit houdt dan ook nog geen rekening met mogelijke uitgaven voor adaptatie, waar volgens mij ook nog maar beperkt onderzoek naar gedaan is, als je ziet wat IPCC wg2 daarover zegt.

    Plus: de horizon bij dit alles lijkt niet verder te gaan dan 2100, terwijl een vraag is in hoeverre we verder zouden moeten of kunnen kijken (bv 7 generaties?).

  92. Lennart van der Linde

    O ja, en de (per saldo) co-benefits van mitigatie waren dus ook nog niet in dat wg3 overzicht meegenomen.

  93. In al die economische berekeningen van bijv. Tol wordt naar mijn mening een heel belangrijke factor niet meegenomen: de menselijke factor.
    Als geheel Bangladesh in de toekomst door overstromingen van de landkaart zou worden geveegd, is dat in economische termen ongeveer 0.2% van het GDP, 0.16 Tera-Euro tegen 74,70 Tera-Euro totaal (IMF 2013):
    http://en.wikipedia.org/wiki/List_of_countries_by_GDP_%28nominal%29

    0.2% is een rimpeling in die grafieken van Tol, er wonen echter zo’n 160 miljoen mensen…

  94. Lennart van der Linde

    Zeer terecht opgemerkt, Jos. En de economische cijfers zijn volgens mij ook mondiale gemiddelden onder de aanname dat beleid optimaal gerealiseerd wordt, dus die kunnen/zullen meer ingrijpende verdelingseffecten niet goed laten zien.

    Ook dat is denk ik een menselijke factor waar we rekening mee moeten houden en waar aanvullende maatregelen, zoals bv herscholing en een herverdelende verlaging van inkomstenbelasting eventuele pijn kunnen verzachten of voorkomen.

  95. Beste Bart,

    Mijn hoofdpunt is en was dat er onzekerheid is en dat de kansschattingen van het IPCC zich mede op expert judgement baseren, en daardoor deels subjectief zijn. Ik geloof dat we het daar wel over eens zijn.

    De discussie heeft zich toen verlegd naar het probleem van de communicatie van onzekerheid.
    Hans Custers vatte het zo samen:
    a. Het is ontzettend lastig om zowel helder als zorgvuldig te communiceren over wetenschappelijke onzekerheden (en dus ook over risico’s).
    b. De meningen over hoe je dat zou moeten lopen enigszins uiteen.

    In dat verband had jij de volgende stelling geformuleerd:
    “Het brede publiek is geneigd om (een overmaat aan het benoemen van) wetenschappelijke onzekerheid (zonder context wat we dan wel relatief zeker weten en zonder het wetenschappelijk proces te duiden) als onwetendheid te interpreteren.”
    waarop ik vroeg of er onderzoek was dat die stelling onderbouwde.

    Je hebt vijf studies genoemd. Zelf heb ik er ook nog een gevonden. Ik heb ze nu alle zes (plus een voorbijkomende zevende) bekeken.

    Het schrijven van een goede samenvatting (zie bv. hoofdstuk 2.4.6 uit AR4/wg3) zou veel tijd vragen. En ik ben natuurlijk ook niet deskundig op dit gebied. Ik volsta daarom, voor de huidige discussie, met het noemen van ieder artikel met een karakteristiek citaat, als indicatie van de invalshoek.

    1.
    Meijers, Marijn H. C. and Bastiaan T. Rutjens, 2014. Affirming belief in scientific progress reduces environmentally friendly behaviour., Eur. J. Soc. Psychol. 44, 487–495.
    De titel geeft de onverwachte conclusie al weer. Het is bijna een spiegelbeeld van jouw vermoeden:
    “These findings show that when the aim is to promote environmentally friendly attitudes and behaviour, it helps to not overstate scientific progress.”
    De onderzochte groep bestond in dit geval uit studenten bij wie volgens de auteurs geloof in de wetenschap een negatief effect had op de bereidheid om milieuvriendelijk te handelen.

    2.
    Patt, Anthony G. and Elke U. Weber. 2013. Perceptions and communication strategies for the many uncertainties relevant for climate policy WIREs Clim Change 2014, 5:219–232. doi: 10.1002/wcc.259
    De auteurs zijn beiden lead author van hfdst 2 van IPCC AR5/wg3. Het is een mooi overzicht. De belangrijkste conclusie is deze:
    “We propose a new hypothesis: that the gap between public and scientific attitudes toward climate change will narrow not because of greater attention to and communication of climate system risks and uncertainties, but rather out of growing experience with the policies and technological systems needed to address the problem.”
    met als toelichting:
    “The psychological literature suggests that growing familiarity with new technologies and response options will lead to growing acceptance of these policies. Moreover, as people increasingly see a solution to climate change as possible, they may become more likely to accept it as a problem in the first place.”
    Als ik het goed begrijp denken ze dat onzekerheid over haalbaarheid van maatregelen belangrijker is dan onzekerheid over het systeem.

    3.
    Pidgeon, Nick and Baruch Fischhoff, 2011. The role of social and decision sciences in communicating uncertain climate risks. Nature Climate Change 1, 35–41. doi:10.1038/nclimate1080
    “Here, we identify the communications science that is needed to meet this challenge.”
    Is dus meer een onderzoeksagenda. Het artikel bevat een interessant kader met een opsomming van de diversiteit aan expertise die nodig is voor een effectieve communicatie tbv klimaatgerelateerde besluitvorming:
    – Subject-matter experts who can represent the latest science on topics that matter to their audiences. Those scientists might include climatologists, ecologists, economists, engineers, physicists or others, as the decisions require.
    – Decision scientists who can identify the most relevant aspects of that science and summarize it concisely, including its uncertainties and controversies.
    – Social and communications scientists who can assess the public’s beliefs and values, propose evidence-based designs for communication content and processes, and evaluate their performance.
    – Programme designers who can orchestrate the process, so that mutually respectful consultations occur, messages are properly delivered and policymakers hear their various publics.

    4.
    Corbett Julia B. and Jessica L. Durfee, 2004. Testing Public (Un)Certainty of Science: Media Representations of Global Warming. Science Communication, Vol. 26, 129-151.
    DOI: 10.1177/1075547004270234
    “This exploratory study examines whether readers’assessments of the certainty of scientific findings depend on characteristics of news stories. An experimental design tested whether adding controversy and/or context to a news story about global warming influenced readers’ perceptions of its certainty. Overall, there was a significant difference in readers’ assessment of the certainty of global warming across treatments. The context treatment produced the highest level of certainty about global warming and differed significantly from the control treatment (with neither context nor controversy) and from the controversy treatment. Control and controversy treatments resulted in the lowest levels of certainty.”
    Dit zou je wel als een onderbouwing van jouw vermoeden kunnen zien. Mijn kanttekening is meteen, dat het nog maar de vraag is of ‘certainty of global warming’ een gezonde basis is voor een risico-analyse en de ontwikkeling van klimaatbeleid.

    5.
    Somerville Richard C. J. and Susan Joy Hassol, 2011. Communicating the science of climate change. Physics Today. DOI: http://dx.doi.org/10.1063/PT.3.1296
    Veel weloverwogen adviezen voor goede communicatie (zeg’ man-made’ ipv ‘anthropogene’, etc) , maar zonder veel empirische onderbouwing. Wel een interessante referentie naar

    6.
    Budescu, D, S. Broomme, H.-H. Por, 2009. Improving Communication of Uncertainty in the Reports of the Intergovernmental Panel on Climate Change. Psycholog. Sci.: 20, 299.
    “We conducted an experiment in which subjects read sentences from the 2007 IPCC report and assigned numerical values to the probability terms. The respondents’ judgments deviated significantly from the IPCC guidelines, even when the respondents had access to these guidelines.”

    7.
    Lombrozo T., A. Thanukos, M. Weisberg, 2008. The Importance of Understanding the Nature of Science for Accepting Evolution. Evolution: Education and Outreach: 1, 290-298.
    “In particular, students may be more likely to accept evolution if they understand that a scientific theory is provisional but reliable, that scientists employ diverse methods for testing scientific claims, and that relating data to theory can require inference and interpretation.”
    Gaat over evolutie en niet over klimaat, maar de essentie is dat beter begrip van de wetenschappelijke methode, en van wat wetenschap kan en niet kan tot meer vertrouwen leidt, en lijkt daarmee wel een soort indirecte ondersteuning voor het vermoeden dat ik formuleerde (“door het doen alsof er geen onzekerheid is, is het publiek achterdochtig geworden”)

    Conclusie: deze studies zijn interessant en relevant, maar het is niet simpel. Resultaten hangen af van de precieze boodschap, de onderzoeksmethode, en de selectie van de groep waarop hypotheses worden getoetst. Het is daardoor moeilijk zo niet onmogelijk om te generaliseren.

  96. Jos,
    ik wil nog een stap verder gaan: risico-analyse in termen van geldstromen & kasboekhouding is intellectueel onnozel gezien aard & complexiteit der risico’s, en het is pervers gezien de ontstaangeschiedenis van de risico’s.

    Met dat laatste bedoel ik dat de globale economische politiek gestoeld is op de kwantitatieve groei-gedachte incl. de *structurele blinde vlek* voor collaterale (sic) groei van waste – lees CO2. Het is genoegzaam bekend dat een probleem/dilemma onoplosbaar is in termen van 1 component ervan. Ik vind dat een symptoom van de epistemologische paniek waarin ‘we’ verkeren. Liever zag ik een risico-analyse in termen van behoud van Common Goods zoals de intrinsieke waarde van ecologische diversiteit, de biologische functie van die diversiteit, welbevinden en leed/stress-reductie van mensen, en – last but not least – elementair respect voor alles wat leeft. En ja, het zal wat kosten maar links of rechtsom, voor niks gaat alleen de zon op.

  97. Lennart van der Linde

    Gerbrand,

    Heb je ergens ook een onderbouwing gevonden voor je vermoeden dat:
    “door het doen alsof er geen onzekerheid is, is het publiek achterdochtig geworden”? En dan met name voor het eerste deel daarvan?

    Is Pachauri daarvan je belangrijkste voorbeeld, of zijn er meer/betere, en wegen die op tegen de voorbeelden waar wel (of nog beter) over de onzekerheden gecommuniceerd wordt?

    Het zou misschien ook kunnen zijn dat jij ‘valt’ over gebrek aan nuances, die voor het grote publiek helemaal niet goed zichtbaar of erg relevant zijn, zeker niet in de onwetenschappelijke controverses die pseudo-sceptici telkens weer in de media weten te organiseren.

  98. Lennart van der Linde

    Gerbrand,

    Het eerste artikel waar je naar verwijst, lijkt vooral te gaan over communicatie van onzekerheid in verwachte technologische ontwikkeling, en niet zozeer over onzekerheid in de klimaatwetenschap op zich. Hoewel zeker zeer relevant, is dat denk ik toch een iets ander punt dan waar het hierboven over ging, of niet?

  99. Lennart van der Linde

    Goff,
    Goed punt, en misschien ook al grotendeels meegenomen in de lopende klimaatzaak van Urgenda c.s. tegen de Staat:
    http://www.wijwillenactie.nl/?page_id=932

    Het huidige recht biedt (volgens Urgenda c.s.) al veel aanknopingspunten en argumenten voor een veel sterker klimaatbeleid, dan alleen op basis van een veel te smalle economische kosten-batenvergelijking. Maar zelfs op basis van zo’n vergelijking lijken er al goede argumenten voor een veel sterker klimaatbeleid, of in ieder geval geen zwaarwegende argumenten daartegen. En iemand als Curry lijkt toch (mede) een vrees voor economische ineenstorting als gevolg van sterk klimaatbeleid als belangrijk argument voor uitstel en rustig aandoen te gebruiken.

    Ik ben nu halverwege in de Conclusie van Repliek van Urgenda c.s. en vindt het een nog sterker verhaal geworden dan de dagvaarding. Maar goed, ik ben geen jurist en behoor wel tot de ‘c.s.’, dus oordeel vooral zelf.

  100. Jos, Lennart,

    “Als geheel Bangladesh in de toekomst door overstromingen van de landkaart zou worden geveegd…”

    Tjonge, en dat in het kader van een zorgvuldige communicatie over risico’s!

    Mag ik jullie er op wijzen dat overstromingen in Bangladesh primair veroorzaakt worden door:

    1. Ontbossing van de foothills van de Himalaya, leidend tot extreme flashfloods, land slides, river bank erosion, etc;
    2. Bebouwing van floodplains (toename verhard oppervlak, versmalling natuurlijke rivierbedding, etc);
    3. Bodemdaling door excessieve grondwateronttrekking (Dhaka bijvoorbeeld zakt 14 mm/jaar).

    Ja, Bangladesh is een land dat gevoelig is voor de eventuele gevolgen van klimaatverandering (zeespiegelstijging, neerslag, etc). Maar de wijze waarop jullie in dit geval over klimaatrisico’s spreken maakt ieder weldenkend mens achterdochtig.

  101. Goff,

    ” Het is genoegzaam bekend dat een probleem/dilemma onoplosbaar is in termen van 1 component ervan. Ik vind dat een symptoom van de epistemologische paniek waarin ‘we’ verkeren. Liever zag ik een risico-analyse in termen van behoud van Common Goods…”

    Goff, wat mij betreft een schot in de roos. Ik heb er al eerder voor gepleit – ook hier op deze site – om impacts/risico’s in een brede samenhang te bekijken en niet uitsluitend in de context van 1 component (‘climate change’). Het standaardantwoord was: ‘de CC in IPCC staat nu eenmaal voor Climate Change’. Ik ben van mening dat voor WG2-onderwerpen (‘impacts/risks’) de UN de zaak veel breder had moeten trekken. IPCC moet zich beperken tot WG1 (physical science basis of climate change).

  102. Lennart van der Linde

    Bert,
    In hoeverre kan Bangladesh lokale zeespiegelstijging aan?

    Als je kijkt naar tabel 1 en figuren 5 en 6 in Kopp et al 2014:
    http://onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1002/2014EF000239/full

    Dan zie je dat bij BAU rond 2100 Bangladesh lokaal een flinke kans (circa 17%) lijkt te lopen op circa 1.7m (of zelfs nog iets meer) zeespiegelstijging, waarvan circa 65% door de mediane mondiale zeespiegelstijging van circa 0,79m, die lokaal tot circa 1m zal oplopen, en circa 35% door lokale bodemdaling etc.

    Maar vanuit risico-oogpunt kan ik me voorstellen dat Bangladesh graag rekening zou willen houden met bv de 5% kans op een mondiale zeespiegelstijging van circa 1,2m rond 2100, of misschien zelfs met de 0,5% kans op circa 1,76m. Dat is een kans van 1 op 200, terwijl wij hier maximaal rekening houden met een overstromingskans van 1 op 10.000 (hoewel dat waarschijnlijk niet helemaal de goede vergelijking is).

    En na 2100 blijft de stijging nog wel even doorgaan, zelfs bij sterke mitigatie. Zelfs in dat geval is er rond 2100 nog een geschatte 5% kans op een mondiale stijging van 82cm en een circa 0,5% kans op 1,41m. Rond 2200 gaat het dan om respectievelijk 2,4m en 5m. Misschien loopt Bangladesh dus zelfs bij sterke mitigatie al een risico op pakweg 3,5-7m lokale stijging rond 2200 (inclusief bodemdaling etc)? Zonder mitigatie zou het wellicht zelfs om 4,5-9m rond 2200 kunnen gaan.

    In hoeverre zou adaptatie in zulke extreme gevallen nog soelaas kunnen bieden? Of zou dat simpelweg het eind van Bangladesh betekenen? Of kun jij zulke risico’s op basis van de huidige wetenschap uitsluiten? Of onderbouwen waarom we niet met zulke risico’s rekening zouden hoeven houden?

    Overigens geven Jevrejeva et al 2014 een 5% kans op 1,8m mondiale stijging rond 2100 bij BAU, dus nog 50% meer dan Kopp et al 2014. Rohling et al gaven eerder al een geschatte 2,5% kans op 1,8m rond 2100 bij BAU.

  103. Lennart van der Linde

    Bert,
    Wat betreft je reactie op Goff: volgens mij heeft IPCC wg2 de zaak inmiddels ook al veel breder getrokken en worden klimaatrisico’s bekeken in de context van andere trends en risico’s. Of vergis ik me?

  104. Beste Lennart,

    Waarom noem je de Sustainable Development Goals niet. Daarover waren wij toch uitgebreid in discussie?😉

  105. Beste Lennart,

    Je begrijpt niet waarom Curry de waarde van haar eigen wetenschappelijke oordeel niet weet te nuanceren, als het op een risico-analyse aankomt. Dat begrijp ik ook niet. We zouden we haar eens moeten vragen.

    Je vraagt, met Bob Brand, naar de onderbouwing van mijn vermoeden dat er bij het publiek achterdocht is ontstaan om dat ten onrechte gedaan werd alsof er geen onzekerheid is. Mijn vermoeden is gebaseerd op gesprekken en op reacties naar aanleiding van mijn lezingen (in de afgelopen 25 jaar). Ik weet natuurlijk niet of mijn ervaringen representatief zijn. Vandaar dat ik zeer geïnteresseerd ben in wat de communicatiewetenschap te melden heeft. Misschien waren mijn gesprekspartners niet representatief. Het waren vooral academici, maar toch ook wel journalisten en politici. En onder de wetenschappers, denk aan Salomon Kroonenberg, waren toch ook wel trendsetters.

    Ik vind niet dat de top van het IPCC zorgvuldig is bij de communicatie van onzekerheden. Ik geef een voorbeeld. Het voorval vond plaats in 2007, toen het Synthesis Rapport werd vastgesteld. Nederland had zich ingezet om in de samenvatting voor beleidsmakers een verwijzing op te laten nemen naar de al eerder genoemde Topic 6 van het hoofdrapport, Robust findings, key unceertainties, omdat we een genuanceerde berichtgeving van belang vonden. Dat is niet gelukt. Na goedkeuring van het rapport kwam de (Nederlandse) voorzitter van werkgroep 3 uitgebreid aan het woord in het NOS journaal. Daarbij zei hij de “onzekerheid is nu weg”. Dat is toch niet zorgvuldig? Ik vind Pachauri en van Ypersele vaak ook niet zorgvuldig. (Ik heb er wel enig begrip voor, want het is inderdaad erg moeilijk om altijd genuanceerd te zijn.) Gelukkig staat daar tegenover dat andere IPCC leiders, zoals Susan Solomon, wel zeer zorgvuldig waren (Edenhofer ook in het interview waar Bob Brand op wees.) Gelukkig wel. De grootste slordigheid zit overigens niet bij de wetenschappers maar bij politici en journalisten. Maar dat straalt volgens mij wel af op het beeld dat het publiek van de wetenschap heeft.

    Op je interessante opmerking over de noodzaak om iets te doen zal ik hier niet ingaan. Laten we eerst onze off-line discussie over de mondiale problemen en http://www.earthsystemgovernance.org maar eens voortzetten.

  106. Lennart van der Linde

    Ja, sorry, Gerbrand, was ik nog niet aan toegekomen dieper op in te gaan. Toevallig heb ik er gister wel wat verder naar kunnen kijken en wilde ik je vandaag of morgen daarover mailen. Maar je hebt gelijk dat de zaken daar nog veel breder getrokken worden. Op papier ook best veel mooie woorden, alleen m.i. nog erg vrijblijvend en nog altijd vrij dogmatisch gericht op economische groei, ook in (over-)ontwikkelde landen.

  107. Beste Bob,

    Ik ben het helemaal met je eens dat er geen wetenschappelijke onderbouwing is voor mijn vermoeden dat het verzwijgen van onzekerheid wantrouwen aangewakkerd heeft. Zie hierover mijn reactie naar Lennart.

    Het is interessant dat je op ideologische en sociaal-psychologische ‘markers’ wijst die achterdocht bevorderen. Ik geloof graag dat die ook een rol spelen. Maar we zullen het er mee moeten doen. Mensen zijn nu eenmaal divers.

  108. Beste Hans,

    Een voorbeeld van tegengas is dit. Al Gore liet zien hoe Nederland grotendeels onder zou lopen ten gevolge van zeespiegelstijging. De nuances gingen daarbij verloren. Karel Knip heeft die later netjes op een rijtje gezet.

    Ik kan me goed vinden in je pleidooi voor een risico-afweging, maar blijf altijd met een brandende vraag zitten. De vraag is hoe je bepaalt welke risico’s je wel en niet wilt uitsluiten. Er moet toch altijd een soort afweging zijn tussen waarschijnlijkheid, risico en kosten. Hoe bepaal je wat waarschijnlijk is en wat niet? Voorbeeld (met dank aan Alexander Bakker). De KNMI scenario’s gaan uit van state-of-the-art GCMs. Je zou ook kunnen uitgaan van de 13 ‘potentially harmful climate eventualities’ van Lenton et al (2008) [Tipping elements in the Earth’s climate system. PNAS: 105, 1786–1793. doi: 10.1073/pnas.0705414105]. Hoe bepaal je waar de grens ligt van wat je wel en niet beschouwd? Ik weet het niet. Kun jij me verder helpen?

  109. Lennart van der Linde

    Gerbrand,
    “De onzekerheid is nu weg”. Welke onzekerheid had hij het over? Alle onzekerheid, een specifieke onzekerheid? En over welke mate van onzekerheid ging het in dat geval, want principieel is die nooit weg, concludeerde David Huma al tijden geleden, maar praktisch gezien, maakt 50% onzekerheid of 5% onzekerheid nogal verschil.

  110. Beste Gerbrand,

    Ik heb de bovenstaande tienstallen reacties die je sinds gisterochtend hebt achtergelaten even doorgenomen.

    Zou ik je kunnen verzoeken om niet aldoor in herhaling te vallen, en het aantal reacties in te perken? Niet alleen val je vergaand in herhaling maar je negeert tevens álle inhoudelijke tegenargumenten…

    Alvast dank🙂
    Bob Brand

  111. Bert,
    voor alle duidelijkheid: die ene component waarover ik het heb is de kasboekhouding van de globale economische politiek – niet climate change.

  112. Lennart,

    De veiligheidsnorm 1:10.000 van de toenmalige Deltacommissie is vastgesteld voor een situatie waarbij een extreme stormvloed (opwaaiing) samenvalt met springvloed. In 1953 was dat bijna het geval. We praten dan over een verhoging van circa 5 meter. Een dergelijke situatie kan – bij wijze van spreken – volgende week weer gebeuren.

    Voor het staartrisico van de gemiddelde zeespiegelstijging ligt dat anders. Het gaat om een ‘kleine kans’ dat er misschien iets in de ‘verre toekomst’ kan optreden. Niet volgende week dus. Vooralsnog stijgt de zeespiegel met 2-3 mm/jaar en is er geen sprake van een versnelde stijging. Dat staartrisico – hoe groot dan ook – komt niet als een tsunami op ons af. Het heeft dus geen zin om nu al ingrijpend te anticiperen op iets dat ‘misschien’ en in de ‘verre toekomst’ geleidelijk op ons afkomt. Mocht tijdens de komende decennia blijken dat de situatie anders dreigt te worden, is er voldoende tijd om dan alsnog adequaat te reageren. In de tussentijd kan het probleem met simpele adaptatie worden bestreden. Ook zou Bangladesh er verstandig aan doen de door mij genoemde risicofactoren (ontbossing, bebouwing floodplains, grondwateronttrekking, etc) te verkleinen.

    Overigens: de veiligheidsnorm van 1:10.000 in Nederland geldt alleen voor primaire zeekeringen in de Randstad. Elders in Nederland liggen de normen (veel) lager.

  113. Lennart,

    ” volgens mij heeft IPCC wg2 de zaak inmiddels ook al veel breder getrokken en worden klimaatrisico’s bekeken in de context van andere trends en risico’s”

    Helaas niet. Voor mij was dat de aanleiding me te registreren als ‘expert reviewer’ voor SYR. Zie http://water-climate.blogspot.nl/2014/05/ipccs-simplistic-view-on-coastal-and.html

  114. Lennart van der Linde

    Bert,

    Natuurlijk is Bangladesh verantwoordelijk voor beleid om risico’s te verminderen van lokale zeespiegelstijging die niet door mondiale stijging veroorzaakt wordt. Maar naast die risico’s zijn er dus nog de grote bijkomende risico’s van die mondiale stijging, die lokaal dus waarschijnlijk nog groter zal zijn, en daarvoor draagt Bangladesh maar heel weinig verantwoordelijkheid, en wij in het Westen naar verhouding vele malen meer.

    Jij zegt dan: het loopt zo’n vaart niet en je kunt die stijging ruim op tijd zien aankomen. Zolang adaptatie goed mogelijk, heb je daar misschien gelijk in. Maar als die stijging zo groot wordt dat adaptatie erg kostbaar of technisch onmogelijk wordt, dan ligt het m.i. toch anders. En de uitstoot nu en in de komende jaren/decennia bepaalt hoe groot de stijging over een eeuw/eeuwen zal zijn. Dus als we de risico’s over een eeuw/eeuwen willen verminderen, dan zullen we nu onze uitstoot moeten reduceren. En zo als bekend gaat het niet alleen om het risico van zeespiegelstijging, maar nog vele andere en op kortere termijn waarschijnlijk urgentere risico’s.

    De Bangaldeshi en meer dan 100 armere landen wereldwijd begrijpen dit beter dan de rijke landen, en pleiten daarom voor snelle uitstootreductie om de opwarming tot maximaal 1,5 graad te beperken. Ik denk trouwens dat de rijke landen dit ook wel begrijpen, maar liever niet onder ogen zien. Stel je voor dat Nederland op de plaats van Bangladesh zou liggen en even arm zou zijn als zij nu, en dat Bangladesh hier zou liggen en even rijk als wij nu, wat zou jij dan een rechtvaardig mondiaal klimaatbeleid vinden?

    Ze hebben natuurlijk weinig macht, en wij veel meer, dus we hoeven ons van rechtvaardigheid niet veel aan te trekken, maar dat is een andere kwestie.

  115. Lennart van der Linde

    Bert,
    Mijn opmerking/vraag was o.a. naar aanleiding van dit fragment van het wg2-hst Asia:
    “24.4.3.2.Observed Impacts: Most of Asia’s non-Arctic coastal ecosystems are under such severe pressure from non-climate impacts that climate impacts are hard to detect (see Section 5.4.2). Most large deltas in Asia are sinking (as a result of groundwater withdrawal, floodplain engineering, and trapping of sediments by dams) much faster than global sea-level is rising (Syvitski et al., 2009).”

    Ik zal sectie 5.4.2 ook nog bekijken, en volgens mij is er meer. Of het genoeg is, weet ik niet, maar aan de andere kant, kun je ook niet verwachten dat het IPCC alle niet-klimaatrisico’s even uitgebreid behandeld als de klimaatrisico’s. Het gaat er toch om in hoeverre klimaatopwarming de risico’s verandert. De risico’s die er ook zijn als er geen opwarming is, zijn niet de verantwoordelijkheid van het IPCC. In o.a. VN-verband wordt daar natuurlijk wel/ook naar gekeken, zoals Gerbrand al aangaf.

  116. Beste Bert Amesz,

    We hebben er al vele malen eerder over gesproken, zoals hieronder en ook hier.

    Indien men kiest voor het achterwege laten van mitigatie dan gaan automatisch de inspanningen en de kosten t.b.v. adaptatie oplopen en vice versa. Onderzoek richt zich vaak op een ‘optimale mix’ van mitigatie en adaptatie die de totale schade, de inspanningen en de kosten kan minimaliseren. Een belangrijk aspect, maar er is meer:

    1) de onzekerheden (risico = kans * schade) nemen sterk toe boven de +2 °C en een toegenomen onzekerheid betekent juist dat deze risico-blootstelling zeer snel gaat stijgen;

    2) niet alleen gaat het over totale kosten maar ook over *wie* er dan de baten opstrijkt en wie er met de kosten geconfronteerd wordt. Een kosten/baten-analyse of risico-calculatie laat nog open de vraag welke partijen de kosten en de risico’s dragen — en wie er de baten opstrijkt. Dat zijn vaak niet dezelfden. Het adagium van de VVD: ‘de vervuiler betaalt’ lijkt mij de juiste morele richtlijn;

    3) overigens betreft de verdeling van baten/kosten en van risico’s ook ‘intergenerational equity’ — de baten komen bij de nu levende aandeelhouders en belanghebbenden terecht. De schade, kosten en risico’s echter bij volgende generaties, soms aan de andere kant van de wereldbol;

    4) er zijn wereldwijd al commitments aangegaan en verdragen gesloten, die neerkomen op:

    + max. +2 °C boven pre-industrieel
    + max. 1000 GtC aan emissies

    Aan beide doelen hebben niet alleen vele overheden zich via verdragen verbonden, maar dat geldt ook voor Shell, Unilever, Proctor & Gamble etc. Deze richtgetallen zijn de uitkomst van risico-analyses en vele onzekerheden zijn er al in verwerkt — eigenlijk niet helemaal want de max. 1000 GtC aan CO2 houdt nog geen rekening met emissies aan CH4, ozon, CFK’s etc.

    Ergo: een keuze voor géén mitigatie betekent niet alleen hoge kosten voor adaptatie die redelijkerwijs door de vervuiler(s) gedragen moeten gaan worden. Het is ook economisch sub-optimaal, het drijft belangentegenstellingen op de spits en het is in strijd met verdragen die staten al afgesloten hebben.

  117. Hans Custers

    Gerbrand,

    Als voorbeeld van tegengas noem je Al Gore, Eerlijk gezegd vind ik dat niet het gelukkigste voorbeeld: Gore is immers geen wetenschapper. Ik vind zijn manier van communiceren ook niet altijd gelukkig, maar dat zegt m.i. niets over de wetenschap. In andere reacties haal je nog wat voorbeelden aan van ongelukkige communicatie. Met een aantal ben ik het eens, maar het blijft anekdotisch bewijs. Mijn inschatting is dat wetenschappers over het algemeen goed en zorgvuldig communiceren over klimaatverandering, maar dat er met alle aandacht die er al jaren voor dit onderwerp is, er natuurlijk wel eens een ongelukkige opmerking tussendoor schiet. Natuurlijk mag je zo’n uitglijder aankaarten, maar ik vind de suggestie dat wetenschappers systematisch onzekerheden weglaten veel te ver gaan.

    Daar komt nog bij dat wetenschappers die in de openbaarheid treden steeds weer veel aandacht moeten besteden aan de eindeloos herhaalde verdraaingen, halve waarheden en hele onwaarheden, cherrypicks en beschuldigingen en verdachtmakingen van de georganiseerde anti-campagne. Dat maakt het communiceren van nuances en onzekerheden er bepaald niet makkelijker op.

    Je vroeg, n.a.v. mijn opmerkingen over risico’s hoe je bepaalt welke risico’s je wel en niet moet uitsluiten. Daar ging het me niet om, toen ik die opmerkingen maakte, en ik pretendeer ook niet de wijsheid daarover in pacht te hebben. Wat ik vooral duidelijk wilde maken is dat in de risico-benadering de ene onzekerheid de andere niet is.

    Voorbeeld: stel je bent van plan een drukke straat over te steken. Dat zul je niet zomaar op goed geluk doen: te gevaarlijk. Als er nu een verkeerskundige naast je opduikt die je verteld dat je 5% kans hebt om ongeschonden de overkant te halen, zul je je beslissing om niet zomaar over te steken niet veranderen. Ofwel: de informatie die die verkeerskundige je geeft is wetenschappelijk misschien interessant, maar nutteloos voor de besluitvorming.
    Vervolgens loop je naar een zebrapad. De verkeerskundige loopt met je mee en vertelt je dat je daar nog 5% kans hebt om aangereden te worden bij het oversteken, als je niet heel goed oplet. Die informatie is wel degelijk relevant voor je beslissing over of en hoe je daar oversteekt. Sterker nog: waarschijnlijk zijn er al verschillende actiegroepen actief die de gemeente wijzen op het onverantwoorde gevaar van dat zebrapad.

    In de risico-benadering ligt het accent dus onvermijdelijk bij ongunstige scenario’s. Bij de communicatie over risico’s is dat derhalve ook het geval. Ik denk dat het de taak van de wetenschap is om het volledige risico-spectrum in beeld te brengen. En het is logisch dat daarbij meer aandacht is voor worst-case scenario’s dan voor best-case scenario’s. Het lijkt me beter om duidelijk te maken dat dat nu eenmaal het gevolg is van de risico-benadering, in plaats van suggereren dat deze benadering alarmistisch zou zijn.

    De wetenschap moet m.i. een zo volledig mogelijk beeld van de risico’s schetsen, zodat de maatschappij kan bepalen welk risico we wel of niet willen nemen.

  118. Lennart van der Linde

    Bert,
    Hst.5 van wg2 staat toch wel vol met opmerkingen over de niet-klimaatgerelateerde risico’s voor kusten en delta’s.

    Sectie 5.4.2.7 eindigt bv met:
    “In summary, increased human drivers have been primary causes in changes of deltas (e.g. land-use, subsidence, coastal erosion) for at least for the last 50 years (very high confidence). There is high agreement that future sea level rise will exacerbate the problems of increased anthropogenic degradation in deltas.”

    Sectie 5.4.3.1 zegt onder meer:
    “When upgrading flood defenses to maintain a constant probability of flooding, average annual losses (AAL) in the 136 largest coastal cities are expected to increase 9-fold from 2005 to 2050 due to socio-economic development only another 12% due to subsidence and 2 to 8% due to GMSL rises of 0.2 to 0.4 m (Hallegate et al., 2013; Figure 5-4).”

    En vervolgens:
    “Despite the delayed response of sea level rise to global warming levels (WG1, 13.5.40) mitigation may limit 21st century impacts of increased coastal flood damage, dry land loss and wetland loss substantially (limited evidence, medium agreement) albeit numbers are difficult to compare due to differences in scenarios, baselines and adaptation assumptions. Tol (2007) finds that stabilizing CO2 concentration at 550 ppm reduces global impacts on wetlands and drylands by about 10% in 2100 compared to a scenario of unmitigated emissions. Hinkel et al. (2013) report that stabilizing emissions at 450 ppm-CO2-eq reduces the average number of people flooded in 2100 by about 30% compared to a baseline where emissions increase to about 25 Gt C-eq in 2100. Arnell et al. (2013) find that an emissions pathway peaking in 2016 and declining at 5% per year thereafter reduces flood risk by 58-66% compared to an unmitigated A1B scenario. All three studies only consider the effects of mitigation during the 21st century and assume low or no contribution of ice sheets to GMSL rise. Mitigation is expected to be more effective when considering impacts beyond 2100 and higher contributions of ice sheets (5.5.8).

    Global studies confirm AR4 findings that there are substantial regional differences in coastal vulnerability and expected impacts (high confidence). Most countries in South, South East and East Asia are particularly vulnerable to sea level rise due to rapid economic growth and coastward migration of people into urban coastal areas together with high rates of anthropogenic subsidence in deltas where many of the densely populated areas are located (Nicholls and Cazenave, 2010). At the same time, economic growth in these countries increases the monetary capacity to adapt (Nicholls et al., 2010). In contrast, while many African countries experience a similar trend in rapid urban coastal growth, the level of economic development is generally lower and consequently the monetary capacity to adapt is smaller (Hinkel et al., 2012; Kebede and Nicholls, 2012).

    In summary, while there is high agreement on some general findings, only a small fraction of the underlying uncertainty has been explored, which means evidence is limited. Gaps remain with respect to impacts of possible large contributions of the ice sheets of Greenland and Antarctica to GMSL rise (WG1, 13.4.3, 13.4.4), regional patterns of climate-induced sea level rise, subsidence and socio-economic change and migration. Many studies rely on few or only a single socio-economic scenario. Few studies consider adaptation and those that do generally ignore the wider range of adaptation measures beyond hard protection options. Integrated studies considering the interactions between a wide range of relative sea level rise impacts (Table 5-3) as well as trade-offs between diverse adaptation options are missing.”

    Lijkt mij toch een hele redelijke weergave van de stand van zaken, waarbij aandacht is voor andere risico’s dan klimaatgerelateerde, maar waarin ook duidelijk is dat zeespiegelstijging op langere termijn een steeds groter aanvullend risico vormt en dat een goede integrale assessment nog ontbreekt.

    Jij doet steeds alsof aandacht voor klimaatrisico’s afleidt van niet-klimaatrisico’s, maar het is juist omdat de klimaatrisico’s die andere risico’s nog zoveel verergeren, dat klimaat extra aandacht verdient, zonder daarbij de andere risico’s uit het oog te verliezen. Zoals o.a. het Pentagon altijd zegt: klimaat is een threat-multiplier. En zoals Bob aangeeft: een optimale combinatie van mitigatie en adaptatie is nodig om die dreigingstoename nog zoveel mogelijk te beperken.

  119. Lennart van der Linde

    Bert,
    Voor de volledigheid ook nog enkele citaten uit de SPM van wg2:

    “Differences in vulnerability and exposure arise from non-climatic factors and from multidimensional inequalities often produced by uneven development processes (very high confidence). These differences shape differential risks from climate change.”

    “Climate-related hazards exacerbate other stressors, often with negative outcomes for livelihoods, especially for people living in poverty (high confidence).”

    “Responding to climate-related risks involves decision-making in a changing world, with continuing uncertainty about the severity and timing of climate-change impacts and with limits to the effectiveness of adaptation (high confidence).”

    “Adaptation and mitigation choices in the near-term will affect the risks of climate change throughout the 21st century (high confidence).”

    “The key risks that follow, all of which are identified with high confidence, span sectors and regions. Each of these key risks contributes to one or more RFCs [reasons for concern].
    i. Risk of death, injury, ill-health, or disrupted livelihoods in low-lying coastal zones and small island developing states and other small islands, due to storm surges, coastal flooding, and sea-level rise.
    […]
    vii. Risk of loss of marine and coastal ecosystems, biodiversity, and the ecosystem goods, functions, and services they provide for coastal livelihoods, especially for fishing communities in the tropics and the Arctic.
    viii. Risk of loss of terrestrial and inland water ecosystems, biodiversity, and the ecosystem goods, functions, and services they provide for livelihoods.

    Many key risks constitute particular challenges for the least developed countries and vulnerable communities, given their limited ability to cope.”

    “Increasing magnitudes of warming increase the likelihood of severe, pervasive, and irreversible impacts.”

    “The overall risks of climate change impacts can be reduced by limiting the rate and magnitude of climate change.”

    “Due to sea-level rise projected throughout the 21st century and beyond, coastal systems and low-lying areas will increasingly experience adverse impacts such as submergence, coastal flooding, and coastal erosion (very high confidence). The population and assets projected to be exposed to coastal risks as well as human pressures on coastal ecosystems will increase significantly in the coming decades due to population growth, economic development, and urbanization (high confidence).”

    Je zal maar in Bangladesh wonen. Dan bekijk je elke extra ton CO2 die rijke landen uitstoten waarschijnlijk toch wat anders dan als je die ton als inwoner van een rijk land zelf uitstoot.

  120. Hi Lennart,

    Wat je hier beschrijft:

    .. alsof aandacht voor klimaatrisico’s afleidt van niet-klimaatrisico’s, maar het is juist omdat de klimaatrisico’s die andere risico’s nog zoveel verergeren, dat klimaat extra aandacht verdient, zonder daarbij de andere risico’s uit het oog te verliezen.

    is inderdaad een ‘false dichotomy’. Er bestaan ook nog andere risico’s… dus laten we klimaatrisico’s maar negeren?

    Indien je het toespitst op dergelijke risico-vraagstukken dan is het wellicht de ‘sheer size fallacy’ in combinatie met de ‘fallacy of pricing’. Deze drogredenen heeft Hans Custers al eens glashelder op een rijtje gezet in dit prachtige blogstuk:

    https://klimaatverandering.wordpress.com/2013/11/27/tien-drogredenen-over-risicos/

    Risico’s tellen overigens niet lineair op, en zijn in veel gevallen ook niet onafhankelijk. Men spreekt terecht van risicofactoren omdat het ‘multipliers’ zijn — de verwachtingswaarde van de totale schade is het product van de afzonderlijke risicofactoren (als die onafhankelijk zijn). De discussie met Bert Amesz is een exacte herhaling van wat zich onder bovengenoemd blogstuk heeft voltrokken:

    https://klimaatverandering.wordpress.com/2013/11/27/tien-drogredenen-over-risicos/#comment-7138

    Men kan dus simpelweg terugbladeren.🙂

  121. Lennart van der Linde

    Ja, Bob, je hebt natuurlijk gelijk. Genoeg zo, ik ga Gerbrand zijn lang verwachte antwoord sturen🙂

  122. “Ik denk dat het de taak van de wetenschap is om het volledige risico-spectrum in beeld te brengen. En het is logisch dat daarbij meer aandacht is voor worst-case scenario’s dan voor best-case scenario’s.”
    Inderdaad en m.i. zo logisch als 1+1 gelijk is aan 2.

    @Goff, oktober 16, 2014 om 10:32
    Inderdaad zijn er meer zaken dan menselijk leed, zoals biodiversiteit, die niet op de economische radar zichtbaar zijn. Goed dat je die vernoemt.

    @Bert Amesz, oktober 16, 2014 om 11:15

    “Mag ik jullie er op wijzen dat overstromingen in Bangladesh primair veroorzaakt worden door:..”
    Mag ik er jou op wijzen dat mijn reactie helemaal niet ging over de mogelijke oorzaken van overstromingen in Bangladesh. Het was een rekenvoorbeeld dat je heel veel menselijk leed kunt hebben dat totaal onzichtbaar is in al dat economische gereken. Geen enkele reden om maar weer eens uitgebreid en voor de zoveelste keer (idd. ‘exacte herhalingen’) je stokpaardjes te berijden.

  123. Heren,
    eerlijk gezegd vind ik de kwestie ‘heldere communicatie over klimaatwetenschappelijke onzekerheid’ een maatschappelijke luxe-kwestie. Trouwens, van een academische discipline als de economie, om maar eens een dwarsstraat te noemen, wordt dat in het maatschappelijk debat ook niet verlangd of gebezigd.

    Bij risico-analyse ligt het totaal anders: het is dringend & noodzakelijk om alle kaarten op tafel te leggen, voor iedereen zichtbaar en met een forse spotlight erop. Terecht dat Bob nog eens verwijst naar de blogpost van Hans over de belangrijkste drogredeneringen daaromtrent.

  124. Nu we het hier toch veelvuldig over Judith Curry hebben, ik heb op haar geantwoord op het wetenschapsblog ClimateChangeNationalForum. Gaat deels over onzekerheid en deels over klimaatgevoeligheid.

    Wel grappig om te merken dat ze op dat blog minder ‘over the top’ gaat dan in haar WSJ essay bijv of dan op haar eigen blog. Niet geheel onlogisch trouwens hoor – je past je taal aan aan het publiek. Iets wat ik juist ook propageer als het over wetenschapscommunicatie gaat.

  125. Hans Custers

    Bart,

    Je taal aanpassen aan je publiek is verstandig. Maar je standpunten?

  126. Lennart van der Linde

    Een nieuw artikel over de (on)zin van integrale economische analyses van kosten/baten klimaatbeleid (met dank aan JP v Soest voor de tweet):
    http://grist.org/climate-energy/we-dont-and-cant-know-how-much-it-will-cost-to-tackle-climate-change/

    Komt volgens mij aardig overeen met onze conclusie hierboven.

  127. Beste Gerbrand,

    Ik ben even wat aan het grasduinen in de publicaties die je hierboven noemt. Met enige schrik constateer ik dat je die heel erg vrij interpreteert — en dat hun strekking weinig steun biedt voor je opvatting. Bijvoorbeeld nr. 1:

    Meijers, Marijn H. C. and Bastiaan T. Rutjens, 2014. Affirming belief in scientific progress reduces environmentally friendly behaviour.

    De cruciale zin in de abstract is:

    Four experiments show that portraying science as rapidly progressing —and thus enabling society to control problems related to the natural environment and human health in the not-too-distant future— is detrimental to environmentally friendly behaviour because such a frame affirms perceptions of an orderly (vs chaotic) world.

    Het gaat hier over geloof in de wetenschappelijke en technologische vooruitgang, die de maatschappij in staat zou stellen om problemen in verband met de natuurlijke omgeving en de menselijke gezondheid in de niet al te verre toekomst te beheersen. Dat lijkt me logisch — als men gelooft dat met technologische ‘fixes’ in de toekomst alle schade aan de natuur gerepareerd kan worden… vervalt de noodzaak tot natuurbescherming.

    Zo zijn er mensen die denken dat het niet erg is als soorten uitsterven. Waarom niet? “Ach, over 300 jaar of zo klonen we die toch gewoon opnieuw uit DNA-monsters? Net als in Jurassic Park!”

    Een dergelijk blind geloof in technologische ‘fixes’ is naïef en een verregaande gok. Het gaat dan echter over een geloof in technologische vooruitgang — niet over de bevindingen van de huidige wetenschap per se. Als ik de publicatie verder lees, blijkt dat inderdaad de strekking:

    For instance, there have been media reports on scientists inventing huge mirrors that will reflect the rays of sunlight in order to evade the burning sun, on people that will live in floating cities in case of a drastic rise in sea level, …

    De interpretatie van ‘scientific progress’ in deze studie is er een waarbij risico’s in de toekomst niet meer zouden bestaan:

    Scientific progress can be viewed as a testimony to humanity’s increasing ability to exert control over the world, and bolstering belief in scientific progress as such can provide order (Rutjens, van Harreveld et al., 2010). A simple example would be the advances made in the medical and environmental sciences, which help to solve hitherto uncontrollable problems (e.g. natural disasters and diseases).

    Het gaat dan bijvoorbeeld over een vergaand geloof in geo-engineering en andere post-hoc technologische fixes. De klimaatwetenschappers die communiceren over hun vak, propageren dat allerminst en wijzen eerder op de risico’s die de huidige wetenschap aangeeft… in plaats van op ‘huge mirrors in space’ en ‘floating cities’.

    De volledige publicatie staat: hier.

  128. Lennart,
    prima artikel waarnaar je linkt. Kijk ook effe naar de eerste reageerder, J. Koomey (Steyer-Taylor Center for Energy Policy and Finance, Stanford University, USA ) die attendeert op een alternatieve benadering waaraan hij zelf werkt http://iopscience.iop.org/1748

    Om een idee te geven een citaat uit de linked paper over de alternatieve benadering:

    “It mirrors the way companies face big strategic challenges, because they know that accurately forecasting the future of economic and social systems is impossible [16, 17], so they set a goal and figure out what they’d have to do to meet it, then adjust course as developments dictate. To do so, they implement many different options, evaluate continuously, and do more of what works and less of what doesn’t. Such an approach, which the National Research Council [18] dubs ‘iterative risk management’, recognizes the limitations of economic models and frees us from the mostly self-imposed conceptual constraints that make it hard to envision a future much different from the world as it exists today [4].”

  129. Lennart van der Linde

    Goff,
    Dank voor de tip. Die ga ik straks bekijken.

  130. Beetje laat maar over Bert’s vraag of en hoe het IPCC omgaat met waterdamp afkomstig van antropogene bronnen wordt (in AR4) een hele paragraaf gewijd.

  131. Zie ook bijv. het IMAGE model (uitleg bij PBL) voor de vraag of IPCC modellen waterverbruik en respiratie van landbouwgewassen meenemen in hun modellen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s